Bauknecht BLIMS 9100 PT Gebruikershandleiding

Categorie
Magnetrons
Type
Gebruikershandleiding
NL95
UW VEILIGHEID EN DIE VAN ANDEREN IS ERG BELANGRIJK
Deze handleiding en het apparaat zelf zijn voorzien van belangrijke veiligheidsaanwijzingen, die te allen
tijde moeten worden gelezen en opgevolgd.
Alle veiligheidswaarschuwingen geven specifieke details van het
mogelijke risico dat aanwezig is en geven aan hoe het risico op letsel,
schade en elektrische schokken voortvloeiend uit het onjuiste gebruik
van het apparaat beperkt kan worden. Houd u strikt aan de volgende
instructies:
- Het apparaat moet worden losgekoppeld van het elektriciteitsnet
voordat u installatiewerkzaamheden uitvoert.
- Installatie en onderhoud moeten worden uitgevoerd door een
gespecialiseerd monteur, volgens de instructies van de fabrikant en
in overeenstemming met de plaatselijke veiligheidsvoorschriften.
Repareer of vervang geen enkel onderdeel van het apparaat,
behalve als dit expliciet aangegeven wordt in de
gebruikershandleiding.
- De voedingskabel mag uitsluitend door een erkend elektricien
worden vervangen. Wend u tot erkende servicecentra.
- De aarding van het apparaat is wettelijk verplicht
- De voedingskabel van het apparaat moet lang genoeg zijn om het
apparaat vanuit de inbouwpositie in het meubel te kunnen
aansluiten op het stopcontact van de netvoeding.
- Om ervoor te zorgen dat de installatie voldoet aan de geldende
veiligheidsvoorschriften, is er een omnipolaire schakelaar met een
afstand van minstens 3 mm.
- Gebruik voor de aansluiting geen meervoudige contactdozen of
verlengsnoeren
- Trek niet aan de voedingskabel om het apparaat van het
stopcontact los te koppelen
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Dit is het waarschuwingssymbool waarmee mogelijke risico's voor de gebruiker en voor anderen
worden aangegeven.
Alle veiligheidswaarschuwingen worden voorafgegaan door het gevarensymbool en door de
volgende termen:
GEVAAR
Duidt op een gevaarlijke situatie die tot ernstig letsel zal leiden.
WAARSCHUWING
Duidt op een gevaarlijke situatie die tot ernstig letsel kan leiden.
NL96
- Als de installatie voltooid is, mogen de elektrische onderdelen niet
meer toegankelijk zijn voor de gebruiker.
- Raak het apparaat niet aan met vochtige lichaamsdelen en gebruik
het niet op als u op blote voeten loopt.
- Het apparaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk gebruik en
alleen voor het bereiden van voedsel. Elk ander gebruik is verboden
(bijv. verwarming van ruimten). De fabrikant kan niet aansprakelijk
gesteld worden voor schade die het gevolg is van oneigenlijk
gebruik of een foute programmering van de bedieningsknoppen.
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen ouder dan 8 jaar
en door personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale
vaardigheden of gebrek aan ervaring en kennis indien ze dit doen
onder toezicht of na instructie over het gebruik van het apparaat
op veilige wijze en indien ze de bijbehorende gevaren begrijpen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en
onderhoud aan het apparaat mogen niet door kinderen zonder
supervisie worden uitgevoerd.
- De toegankelijke onderdelen kunnen zeer heet worden tijdens het
gebruik. Kinderen moeten op afstand worden gehouden en onder
toezicht staan, zodat ze niet spelen met het apparaat.
- Het apparaat en de toegankelijke onderdelen worden heet tijdens
het gebruik. Raak geen hete onderdelen aan. Kinderen jonger dan
8 jaar dienen uit de buurt te blijven, tenzij er toezicht is.
- Raak de verwarmingselementen of de binnenkant van de oven
tijdens en na het gebruik niet aan, omdat dit letsel kan
veroorzaken. Vermijd contact met doeken of andere brandbaar
materiaal tot alle onderdelen van het apparaat voldoende zijn
afgekoeld.
- Open de deur van het apparaat na afloop van de bereiding
voorzichtig, en laat de warme lucht of de damp geleidelijk
ontsnappen voordat u het gerecht uit de oven haalt. Als de deur
van het apparaat gesloten is, komt de warme lucht naar buiten
door de opening boven het bedieningspaneel. Blokkeer nooit de
ventilatie-openingen.
- Gebruik ovenhandschoenen om schalen en accessoires uit de oven
te halen, en let erop dat u de verwarmingselementen niet aanraakt.
NL97
- Plaats geen brandbaar materiaal in het apparaat of in de buurt
ervan. Het apparaat kan dan in brand vliegen als het per ongeluk
wordt ingeschakeld.
- Verwarm of bereid geen voedsel in gesloten potten of blikken in
het apparaat. De druk in het blik of de pot kan door de warmte
hoog oplopen, waardoor het explodeert en het apparaat
beschadigt.
- Gebruik geen schalen of houders van synthetisch materiaal.
- Oververhit vet of oververhitte olie vat gemakkelijk vlam. Houd de
bereiding van gerechten met veel vet of olie in de gaten.
- Laat het apparaat nooit onbewaakt achter tijdens het droogproces
van gerechten
- Als er bij de bereiding alcoholische dranken (bijv. rum, cognac,
wijn) worden gebruikt, bedenk dan dat alcohol op hoge
temperatuur verdampt. De alcoholdamp kan vlam vatten wanneer
deze in contact komt met het elektrische verwarmingselement.
- Gebruik nooit een stoomreiniger.
- Raak de oven niet aan tijdens de pyrolysecyclus. Houd kinderen uit
de buurt van de oven tijdens de pyrolysecyclus (geldt uitsluitend
voor ovens met Pyrolisefunctie).
- Gebruik uitsluitend de temperatuursonde die voor deze oven
wordt aanbevolen.
- Gebruik geen ruwe schurende reinigers of scherpe metalen
schrapers om het glas van de ovenklep te reinigen aangezien deze
krassen op het oppervlak kunnen veroorzaken, waardoor het glas
zou kunnen barsten.
- Zorg dat het apparaat is uitgeschakeld tijdens het vervangen van
de lamp om de mogelijkheid van een elektrische schok te
voorkomen.
- Gebruik geen aluminiumfolie om voedsel in de kookpan af te
dekken (geldt uitsluitend voor ovens met meegeleverde kookpan).
- Gebruik beschermende handschoenen voor het uitpakken en
installeren.
NL98
Afvalverwerking van huishoudelijke apparaten
- Dit product is vervaardigd van recyclebaar of herbruikbaar materiaal. Dank het apparaat af in
overeenstemming met plaatselijke milieuvoorschriften voor afvalverwerking. Snijd de voedingskabel
door voordat u het apparaat afdankt.
- Voor meer informatie over behandeling, terugwinning en recycling van dit apparaat kunt u contact
opnemen met uw plaatselijke instantie, de vuilnisophaaldienst of de winkel waar u dit product hebt
gekocht.
Controleer na het uitpakken van de oven of het apparaat tijdens het transport geen beschadigingen heeft
opgelopen en of de ovendeur goed sluit. Neem in geval van twijfel contact op met uw leverancier of de
klantenservice. Om eventuele schade te voorkomen wordt geadviseerd om de oven pas voor de installatie
van de piepschuim bodem te halen.
GEREEDMAKING VAN HET MEUBEL VOOR INBOUW VAN DE OVEN
De keukenkastjes naast de oven moeten tegen hitte bestand zijn (min. 90 °C).
Voer eerst alle zaagwerkzaamheden uit voordat u de oven plaatst, en verwijder nauwgezet alle
spaanders en zaagresten.
Het onderste gedeelte van de oven mag niet meer toegankelijk zijn na de installatie.
Voor een correcte functionering van het product mag de minimale opening tussen het werkblad en
de bovenkant van de oven niet geblokkeerd worden.
INSTALLATIE
NL99
AANSLUITING OP HET ELEKTRICITEITSNET (alleen bij bepaalde modellen)
Controleer of de elektrische spanning die aangegeven staat op het typeplaatje van het product
overeenkomt met de voedingsspanning van uw woning. Het typeplaatje bevindt zich op de voorrand van
de oven (zichtbaar wanneer de ovendeur openstaat).
Vervanging van de voedingskabel (type H05 RR-F 3 x 1,5 mm
2
) mag uitsluitend worden uitgevoerd
door een erkend elektricien. Wend u tot erkende servicecentra.
De oven is geprogrammeerd voor gebruik met een stroomafname van meer dan 2,5 kW (aangegeven
met “HIGH” in de instellingen) die compatibel is met een voeding van het huishouden van meer dan
3 kW. Indien het huishouden een lagere voeding heeft, moet de instelling worden verlaagd (“LOW” in
de instellingen). De onderstaande tabel toont de aanbevolen elektrische-voedingsinstellingen voor
de verschillende landen.
ALGEMENE AANBEVELINGEN
Voor het gebruik:
- Verwijder de kartonnen beschermingsdelen, beschermende folie en zelfklevende labels van
accessoires, inductieplaat en kookpan.
- Verwijder de accessoires uit de oven. Plaats de inductieplaat op het derde niveau en sluit deze aan.
Plaats de kookpan op de inductieplaat en vul deze met 200 gram water. Kies de Top Finishing functie
en schakel de oven ongeveer een uur lang in om de geur en dampen van de isolatiematerialen en het
beschermend vet te verdrijven.
Tijdens het gebruik:
- Leg geen zware voorwerpen op de deur, omdat deze de deur kunnen beschadigen.
- Steun niet op de deur en hang geen voorwerpen aan de handgreep.
- Bedenk de binnenkant van de oven niet met aluminiumfolie.
- Giet nooit water in de binnenkant van een hete oven; hierdoor kan de lak beschadigd raken.
- Schuif nooit met pannen of schalen over de bodem van de oven, omdat dit krassen op de lak kan
geven.
- Zorg ervoor dat de elektrische kabels van andere apparatuur niet in contact komen met hete
onderdelen van de oven en niet vast komen te zitten tussen de ovendeur.
- Stel de oven niet bloot aan weersinvloeden.
- Giet nooit water op de inductieplaat wanneer deze in de oven is geplaatst of wanneer deze heet is;
daardoor zou het glas of de emaille-coating beschadigd kunnen raken.
- Plaats en verwijder de inductieplaat voorzichtig om beschadigingen aan het glas en/of de elektrische
stekker te voorkomen.
- Alvorens de oven in de standaardmodus (zonder inductie) te gebruiken, dient u de inductieplaat
volledig uit de oven te verwijderen. Wanneer u de inductieplaat in de oven laat, zou deze beschadigd
kunnen raken.
Land Instelling
Duitsland Hoog
Spanje Laag
Finland Hoog
Frankrijk Hoog
Italië Laag
Nederland Hoog
Noorwegen Hoog
Zweden Hoog
Verenigd Koninkrijk Laag
België Hoog
NL100
Verwerking van de verpakking
Het verpakkingsmateriaal kan volledig gerecycled worden en is voorzien van het recyclingsymbool ( ). De
diverse onderdelen van de verpakking mogen daarom niet met het gewone huisvuil worden weggegooid
maar moeten worden ingeleverd bij het plaatselijke milieustraat
Afvalverwerking van het product
- Dit apparaat is voorzien van het merkteken volgens de Europese Richtlijn 2002/96/EG inzake
Afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA).
- Door ervoor te zorgen dat dit product op de juiste manier als afval wordt verwerkt, helpt u mogelijk
schadelijke gevolgen voor het milieu en de gezondheid te voorkomen, die veroorzaakt zouden
kunnen worden door onjuiste verwerking van dit product als afval.
- Het symbool op het product of op de begeleidende documentatie geeft aan dat dit apparaat niet
als huishoudelijk afval behandeld mag worden, maar dat het ingeleverd moet worden bij een
speciaal inzamelingscentrum voor de recycling van elektrische en elektronische apparatuur.
Energiebesparing
- Verwarm de oven alleen voor als dit speciaal wordt vermeld in de bereidingstabel of in het recept.
Voor inductiefuncties is voorverwarmen overbodig.
- Gebruik bij het bereiden met de inductiemodus de meegeleverde kookpan die is ontworpen voor
maximale energiebesparing.
- Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen, omdat deze de warme beter opnemen.
- Schakel in de standaard (niet inductie) modus de oven 10/15 minuten voor het einde van de ingestelde
bereidingstijd uit. Gerechten die lang in de oven moeten staan, blijven dan nog doorgaren.
- Dit apparaat is bedoeld om in aanraking te komen met voedingsmiddelen en is in overeenstemming
met de richtlijn ( ) n.1935/2004 en is ontworpen, vervaardigd en op de markt gebracht in
overeenstemming met de veiligheidsvoorschriften van de “Laagspanningsrichtlijn” 2006/95/EG
(die 73/23/EEG en daaropvolgende amendementen vervangt), de beschermingsvoorschriften van de
“EMC”-richtlijn 2004/108/EG.
De oven werkt niet:
Controleer of het elektriciteitsnet spanning heeft en of de oven is aangesloten.
Zet de oven uit en weer aan, om te controleren of het probleem opgelost is.
De elektronische programmeerfunctie werkt niet:
Indien in het display een ” met een cijfer verschijnt, neem dan contact op met de dichtstbijzijnde
Klantenservice. Vermeld in dat geval het nummer dat volgt op de letter “ .
De inductieplaat werkt niet:
De inductieplaat mag uitsluitend op het derde inzetniveau worden gebruikt; zorg ervoor dat ze
correct geplaatst en aangesloten is.
Schakel de oven uit en vervolgens weer in. Controleer of de storing nog aanwezig is.
Voordat u contact opneemt met de Klantenservice:
1. Controleer of u het probleem zelf kunt oplossen aan de hand van de punten die beschreven zijn in
“Opsporen van storingen.
2. Het apparaat aan- en uitzetten om te controleren of het probleem is opgelost.
Als na het uitvoeren van deze controles de storing nog steeds aanwezig is, contact opnemen met de
dichtstbijzijnde Klantenservice.
Vermeld altijd:
MILIEUTIPS
CONFORMITEITSVERKLARING
OPSPOREN VAN STORINGEN
KLANTENSERVICE
NL101
een korte beschrijving van de storing;
het type en het exacte model van de oven;
Het servicenummer (dit is het nummer na het woord Service op het typeplaatje), rechts aan de
binnenkant van de ovenruimte (zichtbaar met de deur open). Het servicenummer staat ook in het
garantieboekje;
uw volledige adres;
uw telefoonnummer.
Wend u tot een erkend Servicecentrum indien reparatie noodzakelijk is; alleen dan heeft u zekerheid dat
originele vervangingsonderdelen worden gebruikt en de reparatie correct wordt uitgevoerd.
Buitenkant van de oven
BELANGRIJK: gebruik geen bijtende of schurende reinigingsmiddelen. Als een dergelijk product per
ongeluk in contact komt met het apparaat, verwijder het dan onmiddellijk met een vochtig doekje.
Reinig de oppervlakken met een vochtig doekje. Als de buitenkant zeer vuil is, voeg dan een paar
druppels afwasmiddel toe aan het water. Afdrogen met een droge doek.
Binnenkant van de oven
BELANGRIJK: gebruik geen schuursponsjes, sponsjes van staalwol of metalen schrapers. Hierdoor
kunnen de gelakte oppervlakken en het glas van de deur op den duur beschadigd raken.
Laat de oven na elk gebruik afkoelen en reinig het apparaat bij voorkeur als het nog lauw is om
aangekoekte etensresten (bijv. voedsel met een hoog suikergehalte).
Gebruik speciale ovenreinigingsmiddelen en houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant.
Maak het glas van de deur schoon met een geschikt vloeibaar reinigingsmiddel Om de deur
gemakkelijker te kunnen reinigen kunt u deze verwijderen (zie ONDERHOUD).
Het bovenste verwarmingselement van de grill (zie ONDERHOUD) kan omlaag worden gezet (alleen
bij bepaalde modellen) om de bovenkant van de ovenruimte te kunnen reinigen.
OPMERKING: tijdens langduriger bereidingen van gerechten die veel water bevatten (pizza,
groenten, enz.) kan zich condens vormen op de binnenkant van de deur en rond de afdichting.
Wanneer de oven koud is, het interne gedeelte van de deur schoonmaken met een doek of een
spons
Accessoires:
Laat de accessoires na gebruik weken in water met afwasmiddel. Pak ze vast met handschoenen als
ze nog heet zijn.
Voedselresten kunnen met een afwasborstel of met een sponsje worden verwijderd
Inductieplaat:
Wanneer deze koel aanvoelt, gebruikt u een spons en geschikt vloeibaar reinigingsmiddel voor ovens
of kookplaten. Reinig de inductieplaat niet in een vaatwasmachine.
Inwendige contrastekker:
Verwijder het metalen deksel van de contrastekker; gebruik een bevochtigde spons om de afdekking
te reinigen. Gebruik geen metalen en/of scherpe voorwerpen.
Kookpan:
Geschikt voor vaatwasmachine. Of gebruik een zachte spons en een geschikt vloeibaar
reinigingsmiddel.
REINIGING
WAARSCHUWING
- Gebruik geen stoomreiniger!
- Maak het apparaat schoon als het afgekoeld is.
- Koppel het apparaat los van de netvoeding
NL102
VERWIJDEREN VAN DE DEUR
De deur verwijderen:
1. Open de deur helemaal.
2. Til de twee vergrendelingen van de scharnieren omhoog en naar voren tot ze niet verder kunnen
(Fig. 1).
3. Sluit de deur tot de blokkering (A), til hem op (B) en draai hem (C) tot de deur loshaakt (D) (Fig. 2).
De deur weer terugplaatsen:
1. Plaats de scharnieren in de zittingen.
2. Open de deur helemaal.
3. Breng aan weerszijden de vergrendelingen omlaag
4. Sluit de deur.
DE ZIJROOSTERS VERWIJDEREN
In bepaalde modellen zijn de zijroosters die als steun dienen voor de accessoires voorzien van
bevestigingsschroeven (fig. 3) waardoor de stabiliteit vergroot wordt.
1. Verwijder de schroeven en de bijbehorende bevestigingsplaatjes rechts en links, met behulp van een
munt of een gereedschap (fig. 4).
2. Verwijder de roosters door ze op te tillen (1) en ze om te draaien (2) zoals getoond in fig. 5.
OMLAAGBRENGEN VAN HET BOVENSTE VERWARMINGSELEMENT (ALLEEN BIJ
BEPAALDE MODELLEN)
1. Verwijder de roosters van de accessoiresteunen van de zijkant.
2. Trek het verwarmingselement voorzichtig naar buiten (fig. 6) en breng het omlaag (fig. 7).
3. Om het verwarmingselement terug te plaatsen tilt u het op, trekt u het voorzichtig naar u toe en legt
u het op de daarvoor bestemde zittingen aan de zijkant.
VERVANGEN VAN HET LAMPJE
ONDERHOUD
WAARSCHUWING
- Draag beschermende handschoenen.
- Voer de aangegeven werkzaamheden uit als het apparaat afgekoeld is.
- Koppel het apparaat los van de netvoeding
Fig. 1 Fig. 2
Fig. 3 Fig. 4 Fig. 5
Fig. 6 Fig. 7
NL103
Vervangen van het lampje aan de achterzijde (indien aanwezig):
1. Koppel de oven los van de netvoeding.
2. Draai het beschermkapje los (fig. 8), vervang het lampje (zie de opmerking voor het type lampje) en
draai het beschermkapje weer vast
3. Sluit de oven weer aan op de netvoeding.
Vervangen van het lampje aan de zijkant (indien aanwezig):
1. Koppel de oven los van de netvoeding.
2. Verwijder de zijroosters, indien aanwezig.
3. Duw het beschermkapje met een platte schroevendraaier naar buiten en verwijder het.
4. Vervang het lampje (zie de opmerking hieronder voor het type lampje).
5. Zet het beschermkapje weer op zijn plaats en duw het tegen de wand om het op de juiste manier
vast te laten haken.
6. Monteer de zijroosters weer.
7. Sluit de oven weer aan op de netvoeding.
OPMERKING:
- Gebruik alleen gloeilampen van 25-40W/230V type E-14, T300 °C, of halogeenlampen van
20-40W/230 V type G9, T300 °C
- Het in het apparaat gebruikte lampje is specifiek ontworpen voor elektrische apparaten en is niet
geschikt voor verlichting van huiskamers (Regeling Europese Commissie (EC) Nr. 244/2009).
- De lampjes zijn verkrijgbaar bij de Klantenservice.
BELANGRIJK:
- Raak halogeenlampjes niet met blote handen aan om te voorkomen dat ze beschadigd worden
door uw vingerafdrukken.
- gebruik de oven niet voordat het beschermkapje is teruggeplaatst
Fig. 8 Fig. 9 Fig. 10 Fig. 11
NL104
RAADPLEEG VOOR DE ELEKTRISCHE AANSLUITING HET HOOFDSTUK OVER DE INSTALLATIE
De inductie-oven is uitgerust met een elektrische contrastekker op de achterwand van de oven voor de
voeding van het verwarmingselement in de inductieplaat wanneer deze wordt aangesloten.
De inductieplaat is ontworpen voor gebruik in combinatie met de inductiekookpan die met de oven wordt
meegeleverd. Snellere bereiding en gunstiger energieverbruik worden verkregen door gebruik te maken
van de kookpan en de inductieplaat.
1. Bedieningspaneel
2. Bovenste verwarmingselement/grill
3. Koelventilator (niet zichtbaar)
4. Typeplaatje (verwijder dit nooit)
5. Lampen
6. Circulair verwarmingselement (niet zichtbaar)
7. Ventilator
8. Onderste verwarmingselement (niet zichtbaar)
9. Deur
10. Positie van de roosters (de steunhoogte staat aangegeven op de voorkant van de oven)
11. Schot
12. Elektrische contrastekker (binnenzijde oven)
13. Inductieplaat
14. Positie van inductieplaat
OPMERKING:
- Tijdens de bereiding kan de koelventilator afwisselend ingeschakeld worden om het energieverbruik
te verminderen.
- Na afloop van de bereiding, nadat de oven is uitgeschakeld, kan de koelventilator nog een tijdje
blijven werken.
- Als de deur wordt geopend tijdens de bereiding worden de verwarmingselementen uitgeschakeld.
BIJGELEVERDE ACCESSOIRES
A. ROOSTER (1): kan gebruikt worden om voedsel op te grillen of als draagrooster voor pannen, bak- en
cakevormen en ovenvaste schalen.
B. OPVANGBAK (1): is bedoeld om vet op te vangen wanneer hij onder het rooster wordt geplaatst, of
als bakplaat voor het bereiden van vlees, vis, groenten, focaccia enz.
C. BAKPLAAT (1): kan gebruikt worden om brood- en deegproducten, vlees en vis en papillote enz. te
bakken.
D. GAARTHERMOMETER om de binnentemperatuur van de gerechten te meten tijdens de bereiding.
INSTRUCTIES VOOR HET GEBRUIK VAN DE OVEN
Fig. A Fig. B Fig. C Fig. D Fig. E Fig. F Fig. G
NL105
E. SCHUIFRAILS: om het plaatsen en verwijderen van de accessoires te vergemakkelijken.
F. KOOKPAN (1): de kookpan is ontworpen voor gebruik met de inductieplaat en moet volgens de
positiemarkeringen op het glas van de inductieplaat worden geplaatst.
G. INDUCTIEPLAAT (1): mag uitsluitend in inductiemodus worden gebruikt met de plaat op het derde
inzetniveau en met de elektrische stekker stevig aangesloten (raadpleeg “draadroosters en andere
accessoires in de oven plaatsen”).
NIET-BIJGELEVERDE ACCESSOIRES
Bij de Klantenservice kunt u apart andere accessoires aanschaffen.
PLAATSEN VAN DE ROOSTERS EN ANDERE ACCESSOIRES IN DE OVEN
DRAADROOSTERS EN ANDERE ACCESSOIRES:
Het draadrooster en andere accessoires zijn voorzien van een blokkeersysteem, zodat ze niet per ongeluk
naar buiten kunnen worden getrokken.
1. Schuif het rooster horizontaal in de oven, met het verhoogde gedeelte “A” omhoog gericht (Fig. 1).
2. Houd het rooster schuin op de blokkeerpositie “B” (Fig. 2).
3. Houd het rooster weer horizontaal en duw tot het helemaal in de oven zit “C” (Fig. 3).
4. Ga in omgekeerde volgorde te werk om het rooster uit de oven te halen.
Het plaatsen van de andere accessoires, zoals de opvangbak en de bakplaat, gebeurt op precies dezelfde
manier. Het uitstekende gedeelte op de bak en de plaat zorgt voor de blokkering.
INDUCTIEPLAAT:
De inductieplaat moet op het derde inzetniveau worden geplaatst zodat de elektrische stekker in het
contact kan aangrijpen.
1. Gebruik beide handen om de inductieplaat op het derde inzetniveau te plaatsen (Fig. 1).
2. Gebruik beide handen om de inductieplaat tegen de contrastekker te drukken (Fig. 2).
3. Controleer of de stekker volledig aangrijpt door de inductieplaat stevig aan te drukken (Fig. 3).
STOOFPAN:
Plaats de kookpan op de inductieplaat en controleer of de onderzijde van de pan binnen de rechthoekige
markeringen op het glas van de inductieplaat is geplaatst.
Fig. 1
Fig. 2 Fig. 3
Fig. 1 Fig. 2 Fig. 3
NL106
1. Gebruik beide handen om de kookpan op de inductieplaat te plaatsen (Fig. 4).
2. Plaats de kookpan in het midden van de markeringen op het glas (Fig. 5).
KOOKPAN EN INDUCTIEPLAAT VERWIJDEREN
KOOKPAN VERWIJDEREN:
BELANGRIJK: De inductiekookpan kan uitermate heet worden. Gebruik altijd ovenwanten bij het
aanraken en verplaatsen van de pan.
1. Pak de voorste greep met beide handen beet en trek de kookpan gedeeltelijk naar buiten (Fig. 1).
2. Pak vervolgens de grepen aan de zijkanten stevig beet om de kookpan volledig te verwijderen (Fig. 2).
INDUCTIEPLAAT VERWIJDEREN:
BELANGRIJK: Voor een goede elektrische verbinding moet de inductieplaat stevig op zijn plaats gedrukt
zijn en zal enige extra kracht nodig zijn om deze te los te maken. Verwijder de inductieplaat niet wanneer
de kookpan of een ander accessoire aanwezig is.
Gebruik altijd ovenwanten wanneer de inductieplaat en/of de oven heet is.
1. Pak de inductieplaat met beide handen beet en verwijder deze. Enige kracht zal nodig zijn om de
plaat van de contrastekker los te maken (Fig. 3).
2. Verwijder de inductieplaat met beide handen en leg deze opzij; stoot niet tegen de plaat om te
voorkomen dat het glas of de elektrische stekker wordt beschadigd (Fig. 4).
BESCHRIJVING BEDIENINGSPANEEL
AANRAAKTOETSEN: druk op het betreffende symbool om de toets te gebruiken (u hoeft niet hard te
drukken).
Aan/Uit
om het HOOFDMENU te openen of om terug te keren naar het beginscherm
voor directe toegang tot het Inductie MENU
Fig. 4 Fig. 5
Fig. 1 Fig. 2
Fig. 3 Fig. 4
NL107
om terug te keren naar het vorige scherm
om door de functies/opties te navigeren of vooraf ingestelde waarden te regelen
om de instellingen te selecteren en te bevestigen
om de bereiding te starten
OVERZICHT FUNCTIES
Nadat de oven is ingeschakeld, drukt u op het symbool waarna het display de volgende aanwijzing
weergeeft.
Druk op een willekeurige toets om het bericht over te slaan.
OPMERKING: De eerste inductiewaarschuwing kan worden uitgeschakeld/ingeschakeld via het Menu
Instellingen.
Indien de inductieplaat reeds correct aangrijpt wordt de eerste inductiewaarschuwing niet getoond
wanneer de oven wordt ingeschakeld.
Na het overslaan van de eerste inductiewaarschuwing worden de volgende aanwijzingen gegeven:
A. Pictogram van de gemarkeerde functie
B. Gemarkeerde functie die geselecteerd kan worden door te drukken op
C. Beschrijving van de gemarkeerde functie
D. Andere beschikbare, te kiezen informatie
DETAILS VAN DE FUNCTIE
Nadat u de gewenste functie heeft geselecteerd, geeft het display door op te drukken andere opties
en details weer.
Om tussen de verschillende zones heen en weer te gaan gebruikt u de pijltoetsen en : de cursor
gaat langs de waarden die veranderd kunnen worden, in de hierboven beschreven volgorde. Druk op
om de waarde te selecteren, wijzig de waarde met en bevestig hem met de toets .
OPMERKING: In inductiemodus kunnen alleen Zone 3 en Zone 4 worden aangepast.
EERSTE GEBRUIK - SELECTEREN VAN DE TAAL EN INSTELLEN VAN DE TIJD
Voor een correct gebruik van de oven moet u bij de eerste inschakeling de gewenste taal selecteren en de
actuele tijd instellen.
Ga als volgt te werk:
1. Druk op : het display geeft een lijst met de eerste drie beschikbare talen weer.
2. Druk op de toetsen en om door de lijst te lopen.
3. Als u de gewenste taal gemarkeerd heeft, drukt u op om deze te selecteren.
Nadat u de taal geselecteerd heeft, geeft het display knipperend 12:00 aan.
4. Stel de tijd in door op de toetsen en te drukken. Houd de toets ingedrukt om sneller door
de cijfers te gaan.
5. Bevestig de instelling door op te drukken: het display geeft de lijst met functies weer.
Traditional manual cooking functions
Specials
Recipes
Traditional
A
D
C
B
PREHEAT
No
GRILL POWER
Medium
COOK TIME
END TIME
Grill
--:--
--:--
Zone 1 Zone 3
Cursor
Zone 4
Zone 2
NL108
KEUZE VAN DE BEREIDINGSFUNCTIES
1. Druk op indien de oven uitgeschakeld is; in het display verschijnen de bereidingsfuncties.
2. Druk op de toetsen om door de verschillende mogelijkheden te navigeren: de te kiezen
functie wordt in het midden van het scherm in het wit aangegeven.
OPMERKING: zie voor de lijst en de beschrijving van de functies de specifieke tabel op
pagina 113 en pagina 118.
Indien de inductieplaat reeds correct aangrijpt of wanneer de inductieplaat is ingestoken, zijn
alleen de Inductiefuncties en de Instellingen toegankelijk via het hoofdmenu.
Indien de inductieplaat niet in de oven is ingestoken, is zowel de standaardfunctie MENU als de
inductiefunctie MENU toegankelijk.
Wanneer de inductieplaat ingestoken of verwijderd is, wordt een bericht in het display
weergegeven dat correcte aangrijping/loskoppeling aangeeft.
3. Kies de functie door op te drukken: de bereidingsinstellingen verschijnen op het display. Als de
voorgeselecteerde waarden goed zijn, drukt u op de starttoets . Anders kunt u de waarden als
volgt wijzigen.
TEMPERATUUR/GRILL-VERMOGEN INSTELLEN (alleen Standaardfuncties)
Ga als volgt te werk om de temperatuur of het grill-vermogen te wijzigen:
1. Controleer of de cursor naast de temperatuurwaarde staat (zone 1); druk op toets om de
parameter te selecteren die u wilt wijzigen: de temperatuurwaarden gaan knipperen.
2. Wijzig de waarde met de toetsen tot u de gewenste waarde heeft
3. Druk op toets om te bevestigen en druk vervolgens op . Het display geeft aan op welk niveau
het gerecht geplaatst moet worden.
4. Druk op om de bereiding te starten.
De ingestelde temperatuur kan op dezelfde manier ook tijdens de bereiding veranderd worden.
5. Als de bereiding voltooid is, verschijnt het bericht “einde bereiding. U kunt nu de oven uitschakelen
met toets , of de bereiding verlengen met . Bij het uitschakelen verschijnt een balk in het
display die de huidige temperatuur in de oven aangeeft.
Opmerking: in inductiemodus wordt de temperatuur automatisch door de oven aangepast;
handmatig instellen is overbodig.
DE OVEN VOORVERWARMEN (Alleen Standaardfuncties)
Als u de oven wilt voorverwarmen moet u de voorselectie van de oven als volgt wijzigen:
1. Zet de cursor met de toetsen en op voorverwarming
2. Druk op toets om de parameter te selecteren: “Nee” knippert in het display.
3. Wijzig de parameter met de toetsen of : in het display wordt “Yes” weergegeven.
4. Bevestig de instelling met de toets .
Opmerking: in inductiemodus is voorverwarming niet vereist. Inductiemodus vereist dat alle
bereidingsbewerkingen een koude start hebben.
VOORVERWARMEN
Nee
TEMPERATUUR
200°C
BEREIDINGSTIJD
EINDTIJD
Hete lucht
--:--
--:--
VOORVERWARMEN
Nee
TEMPERATUUR
180°C
BEREIDINGSTIJD
EINDTIJD
Hete lucht
--:--
--:--
Plaats voedsel op niveau 3
Druk op als u klaar bent
VOORVERWARMEN
Nee
TEMPERATUUR
180°C
BEREIDINGSTIJD
EINDTIJD
Hete lucht
--:--
--:--
VOORVERWARMEN
Nee
TEMPERATUUR
180°C
BEREIDINGSTIJD
EINDTIJD
Hete lucht
--:--
--:--
VOORVERWARMEN
Ja
TEMPERATUUR
180°C
BEREIDINGSTIJD
EINDTIJD
Hete lucht
--:--
--:--
NL109
SNEL VOORVERWARMEN (Alleen Standaardfuncties)
Ga als volgt te werk om de oven snel voor te verwarmen:
1. Selecteer de functie “snel voorverwarmen” met de toetsen .
2. Bevestig met de toets : de instellingen worden op het scherm weergegeven.
3. Als de temperatuur overeenkomt met de gewenste temperatuur, druk dan op . Om de
temperatuur te wijzigen gaat u te werk zoals in de vorige paragrafen beschreven is. Een
geluidssignaal geeft aan dat de oven de ingestelde temperatuur heeft bereikt. Na afloop van de
voorverwarmingsfase selecteert de oven automatisch de statische functie .
Zet het gerecht in de oven.
4. Als u een andere bereidingsfunctie wilt instellen, druk dan op en selecteer de gewenste functie.
INSTELLING VAN DE BEREIDINGSDUUR
Met deze functie kunt u gerechten gedurende een ingestelde tijd bereiden, van minimaal 1 minuut tot de
maximale tijd van de geselecteerde functie, waarna de oven automatisch uitgeschakeld wordt.
1. Stel de functie in door de cursor op “bereidingsduur” te zetten met de toetsen .
2. Druk op toets om de instelling te selecteren; “00:00” knippert in het display.
3. Verander de waarde met de toetsen en tot de gewenste bereidingsduur verschijnt.
4. Bevestig de gekozen waarde met .
GRATINEREN (Alleen Standaardfuncties)
Na afloop van de bereiding wordt, voor de functies waarbij dat kan, op het display de mogelijkheid
weergegeven om uw gerecht een oppervlakkig bruin korstje te geven. Deze functie kan alleen geactiveerd
worden als u een bereidingstijd hebt ingesteld.
Als de bereidingstijd is afgelopen, verschijnt “^ voor verlengen, OK bruinen” in het display. Door op de
toets te drukken, start de oven een bruiningsfase voor de duur van 5 minuten. Deze functie kan
slechts éénmaal geactiveerd worden.
INSTELLEN VAN HET TIJDSTIP EINDE BEREIDING / UITGESTELDE START
U kunt de gewenste eindtijd instellen en het starten van de oven met maximaal 23 uur en 59 minuten
uitstellen, te beginnen vanaf het huidige tijdstip. Dit is alleen mogelijk na het instellen van een
bereidingsduur. Deze instelling is alleen beschikbaar als u de oven niet wilt voorverwarmen bij de
gekozen functie.
Na het instellen van de bereidingsduur verschijnt de tijd waarop de bereiding eindigt op het display
(bijvoorbeeld 19:20). Om het einde van de bereiding uit te stellen en daarmee ook het starten van de oven,
gaat u als volgt te werk:
1. Zet de cursor met de toetsen op “tijdstip einde bereiding.
2. Druk op toets om de parameter te selecteren: de eindtijd gaat knipperen.
3. Verander het tijdstip voor het einde van de bereiding met de toetsen en tot u de
gewenste waarde heeft.
4. Bevestig de gekozen waarde met .
5. Druk op de toets . Het display geeft aan op welk niveau het gerecht geplaatst moet worden.
TEMPERATUUR
180°C
PLAATSEN IN
Snel voorverwarmen
- 00:02
TEMPERATUUR
180°C
PLAATSEN IN
Voorverwarmen
- 00:02
TEMPERATUUR
180°C
PLAATSEN IN
Oven is heet!
- 00:02
VOORVERWARMEN
Nee
TEMPERATUUR
180°C
BEREIDINGSTIJD
EINDTIJD
Hete lucht
--:--
--:--
VOORVERWARMEN
Nee
TEMPERATUUR
180°C
UU MM
EINDTIJD
Hete lucht
--:--
- 00:00
VOORVERWARMEN
Nee
TEMPERATUUR
180°C
UU MM
EINDTIJD
Hete lucht
19:20
- 00:20
Bruinen Bruinen geëindigd om 20:05
Bereiding geëindigd op 20:00
^ voor verlengen, OK bruinen
BEREIDINGSTIJD
EINDTIJD
20:05
- 00:05
VOORVERWARMEN
Nee
TEMPERATUUR
180°C
UU MM
EINDTIJD
Hete lucht
19:20
- 00:20
VOORVERWARMEN
Nee
TEMPERATUUR
180°C
UU MM
EINDTIJD
Hete lucht
19:20
- 00:20
VOORVERWARMEN
Nee
TEMPERATUUR
180°C
UU MM
EINDTIJD
Hete lucht
20:10
- 00:20
NL110
6. Druk op om de functie te activeren. De oven begint met de bereiding na een wachttijd die
berekend wordt op basis van de ingestelde eindtijd (bijvoorbeeld: als een gerecht een
bereidingsduur van 20 minuten heeft en als eindtijd 20:10 is ingesteld, dan begint de oven om 19:50
met de bereiding).
OPMERKING: tijdens de wachtfase kunt u de oven ook handmatig starten door op te drukken.
U kunt de ingestelde waarden (temperatuur, grill-instelling, bereidingstijd) op ieder gewenst
moment wijzigen met de toetsen en de toets zoals beschreven in de voorafgaande
paragrafen.
INDICATIE VAN DE RESTWARMTE BINNENIN DE OVEN
Standaardfuncties:
Indien aan het eind van de bereiding, of wanneer de oven is uitgeschakeld de temperatuur in de oven
hoger dan 50 °C is, verschijnt op het display de actuele temperatuur en de balk die aangeeft dat de oven
afkoelt. Als de restwarmte onder de 50 °C daalt, verschijnt de tijd van de dag op het display.
Inductiefuncties:
In inductiemodus, aan het einde van elke bereiding, of na het uitschakelen van de oven geeft het display
de actuele temperatuur van de plaat aan wanneer de temperatuur van de inductieplaat hoger dan 50 °C is
en verschijnt een balk die aangeeft dat de oven afkoelt. Als de restwarmte onder de 50 °C daalt, verschijnt
de tijd van de dag op het display.
KOOKWEKKER
Deze functie kan alleen gebruikt worden als de oven uitstaat en is bijvoorbeeld handig om de kooktijd van
pasta in te stellen. De maximale tijd die ingesteld kan worden is 1 uur en 30 minuten.
1. Druk op als de oven uitgeschakeld is: op het display verschijnt “00:00:00”.
2. Druk op de toetsen en om de gewenste tijd te selecteren.
3. Druk op toets om het aftellen te starten. Als de ingestelde tijd is verstreken, verschijnt “00:00:00”
in het display en klinkt er een geluidssignaal. U kunt de tijd verlengen door deze opnieuw in te
stellen, of de kookwekker uitschakelen door op toets te drukken (op het display verschijnt de
huidige tijd).
RECEPTEN (alleen standaard functies)
Dankzij de “Intelligent sensor technology” kunt u 30 vooraf ingestelde recepten gebruiken met de ideale
bereidingsfunctie en temperatuur.
U hoeft zich alleen aan de ingrediënten en de bereiding van het gerecht in het bijgeleverde kookboek te
houden. Volg voor de rest de volgende instructies:
1. Selecteer “RECEPTEN” met de toetsen en bevestig met .
2. Kies het gewenste gerecht uit de lijst.
3. Bevestig uw keuze met de toets .
4. Selecteer het gewenste recept met de toetsen .
5. Bevestig met de toets : op het display verschijnt de indicatieve bereidingstijd.
6. Zet het gerecht in de oven en druk op de toets . Het display geeft aan op welk niveau het gerecht
geplaatst moet worden.
Druk op om de timer in te stellen en op om te starten
00 : 00 : 00
(UU) (MM) (SS)
01 : 10 : 00
(UU) (MM) (SS)
Timer
01 : 09 : 00
Druk op om de timer in te stellen en op om te starten
Volautomatische recepten
Traditioneel
Instellingen
Recepten
Volautomatische recepten
Groenten
Vis
Gevogelte
Recepten: Zie kookboek voor de beschrijving
Kippenborst
Gebraden kip
REGELING
Automatisch
BEREIDINGSTIJD
EINDTIJD
Gebraden kip
19:45
- 00:45
REGELING
Automatisch
BEREIDINGSTIJD
EINDTIJD
Bereiden
19:45
- 00:44
Plaats voedsel op niveau 33
Druk op als u klaar bent
NL111
7. Druk op toets om de bereiding te starten. Zie de betreffende paragraaf voor het uitstellen van de
start van de bereiding.
OPMERKING: sommige gerechten moeten halverwege de bereidingstijd omgekeerd of doorgeroerd
worden: de oven geeft een geluidssignaal en op het display verschijnt wat u moet doen.
De aanvankelijk weergegeven bereidingstijd is zuiver indicatief: deze kan tijdens de bereiding
automatisch worden verlengd.
Voordat de bereidingstijd afloopt, vraagt de oven om te controleren of het gerecht de door u gewenste
bereidingsgraad heeft. Als dit niet het geval is, kunt u de bereidingstijd handmatig verlengen met de
toetsen .
GAARTHERMOMETER (alleen standaard functies)
Met de bijgeleverde gaarthermometer kunt u, tijdens de bereiding, de exacte temperatuur, tussen 0 °C en
100 °C, binnenin het gerecht meten, om een optimale bereiding te garanderen.
U kunt de gewenste binnentemperatuur programmeren afhankelijk van het te bereiden gerecht.
De correcte plaatsing van de thermometer is belangrijk om het gewenste bereidingsresultaat te kunnen
bereiken. Steek de thermometer volledig in het malste gedeelte van het stuk vlees, zonder daarbij botten of
vette gedeelten te raken (fig. 1). Voor gevogelte moet de thermometer dwars, in het midden van de borst,
geplaatst worden, waarbij u er op moet letten dat de punt niet in een holle ruimte terecht komt (fig. 2).
Indien het vlees erg onregelmatig gevormd is, moet u de bereiding controleren voordat u het gerecht uit
te oven haalt. Sluit het uiteinde van de thermometer aan op de contactdoos die op de rechterwand van de
ovenruimte zit.
Recepten met gaarthermometer
1. Selecteer “Recepten gaartherm.” met de toetsen op en neer en bevestig met
2. Kies het gewenste gerecht uit de lijst en bevestig met
N.B.:als u “anders” selecteert, kunt u alle in te voeren parameters kiezen. Bij de andere recepten kunt
u slechts enkele hiervan invoeren.
3. Sluit de thermometer aan, plaats het gerecht en druk op de toets om de bereiding te starten.
N.B.:als de thermometer niet is aangesloten, verschijnt er een bericht op het display om u te vertellen
dat deze aangesloten moet worden. Als dat niet het geval is, wordt er, door op de toets te
drukken, een traditionele bereiding gedurende onbepaalde tijd gestart.
Als de thermometer correct is aangesloten, verschijnt er gedurende drie seconden op het display een
bevestigingsbericht en daarna de weergave van alle parameters die betrekking hebben op de bereiding,
met inbegrip van de door de thermometer vastgestelde binnentemperatuur van het vlees.
Fig. 1 Fig. 2
Draai het voedsel a.u.b.
Bereiding bijna voltooid
Controleer het gerecht
Bereiding geëindigd om19:45
Druk op ^ om te verlengen Bereiden
Automatic roasting functions
Specials
Traditional
Meat Probe Recipes
Automatic roasting functions
Roast Beef
Roast Veal
Custom
Insert Meat Probe
or press OK
NL112
Wanneer de voor het gerecht voorziene binnentemperatuur bereikt is, verschijnt er gedurende 3 seconden
een een knipperend bericht op het display. Na afloop van de tijdsduur, kunt u de bereidingstijd verlengen
door op de toets te drukken. Als deze toets wordt ingedrukt, wordt de bereiding voortgezet op de
traditionele wijze en voor onbepaalde tijd. Als er geen enkele toets wordt ingedrukt, blijft de oven
gedurende 10 minuten op pauze staan, waarna hij wordt uitgeschakeld, daarna is het niet meer mogelijk
om de bereidingstijd te verlengen.
De thermometer kan tevens worden gebruikt met STATISCH, GEVENTILEERD, TURBO GEVENTILEERD,
TURBO GRILL, MAXI COOKING, LANGZAME BEREIDING VLEES en SLOW COOKING VIS. Als de thermometer
niet is geplaatst, gaat de bereiding door op traditionele wijze, anders verschijnt er op het display het
bericht dat de thermometer is aangesloten. Het bericht wordt gedurende 3 seconden weergegeven,
waarna de oven gaat werken alsof de functie “anders” geselecteerd was, zoals hierboven beschreven.
INSTELLINGEN
1. Om bepaalde displayinstellingen te wijzigen, selecteert u “INSTELLINGEN” in het hoofdmenu met de
toetsen .
2. Bevestig met de toets : het display geeft de instellingen die kunnen worden gewijzigd (taal, tijd,
volume geluidssignaal, helderheid van het display, energiespaarfunctie, voeding, eerste
inductiewaarschuwing).
3. Kies de instelling die u wilt wijzigen met de toetsen .
4. Druk op de toets om te bevestigen.
5. Volg de aanwijzingen op het display om de parameter te veranderen.
6. Druk op ; in het display verschijnt een bevestigingsbericht.
OPMERKING: wanneer de oven uitgeschakeld is en de functie ECOMODE (energiebesparing) geactiveerd
is (AAN), dan gaat het display na enkele seconden uit. Om informatie in het display weer te geven en het
lampje weer in te schakelen, hoeft u slechts op een willekeurige toets te drukken of aan een van de
knoppen te draaien. Tijdens een bereidingsfunctie waarin de ECOMODUS is geactiveerd wordt het
ovenlampje uitgeschakeld na 1 minuut bereidingstijd en opnieuw ingeschakeld bij elke handeling van de
gebruiker Als de functie niet geactiveerd is (UIT), dan wordt na enkele minuten alleen de helderheid van
het display verminderd.
TOETSENBLOKKERING (KEY-LOCK)
Met deze functie kunt u alle toetsen op het bedieningspaneel blokkeren.
Houd de toetsen en minimaal 3 seconden tegelijkertijd ingedrukt om de toetsenblokkering in
te schakelen. Als de blokkering actief is, werken de toetsen niet en verschijnen er een
waarschuwingsbericht en het symbool op het display. Deze functie kan ook tijdens de bereiding
geactiveerd worden. Herhaal de bovenstaande handelingen om de functie weer uit te schakelen. Als de
toetsenblokkering actief is, kunt u de oven uitschakelen met de toets .
Meat Probe
has been connected
TEMPERATURE
150°C
MEAT PROBE
Cooking
100°C
CURRENT
79°C
TEMPERATURE
150°C
MEAT PROBE
Temperature reached
100°C
CURRENT
100°C
Insert Meat Probe
or press OK
PREHEAT
No
TEMPERATURE
180°C
COOK TIME
END TIME
Conventional
--:--
--:--
TEMPERATURE
150°C
MEAT PROBE
Conventional
100°C
NL113
TABEL BESCHRIJVING FUNCTIES
HOOFDMENU
INSTELLINGEN
Voor het instellen van het display (taal, tijd, helderheid, volume van het
geluidssignaal, energiebesparing).
RECEPTEN
Voor het selecteren van 30 verschillende vooraf ingestelde recepten (zie het
bijgeleverde kookboek). De oven stelt automatisch de optimale
temperatuur, functie en bereidingsduur in. Het is belangrijk om de
aanwijzingen m.b.t. de bereiding, de te gebruiken accessoires en
steunhoogtes van het gerecht in het kookboek exact op te volgen.
RECEPTEN MET
GAAR-
THERMOMETER
Om 7 optimale bereidingswijzen voor verschillende soorten vlees te
selecteren. De binnentemperatuur voor het soort vlees en de voor de
bereiding ideale oventemperatuur worden automatisch ingesteld. De
waarden zijn hierna aangegeven in de specifieke bereidingstabel, maar het
is wel mogelijk deze allebei handmatig binnen een van te voren vastgesteld
interval te veranderen. Voor de juiste plaatsing en het juiste gebruik van de
thermometer, de aanwijzingen in de betreffende paragraaf opvolgen. Zet
het vlees op de derde steunhoogte met behulp van een bakplaat die u op
het rooster zet of rechtstreeks in de bijgeleverde opvangbak. De oven hoeft
niet voorverwarmd te worden. Tijdens de bereiding kunt u de ovendeur
openen om het vlees te controleren of om bouillon toe te voegen, pas wel
op dat u de thermometer niet verplaatst.
TRADITIONELE Zie TRADITIONELE FUNCTIES.
SPECIALE Zie SPECIALE FUNCTIES.
INDUCTIE-
FUNCTIES
Zie INDUCTIEFUNCTIES.
TRADITIONELE FUNCTIES.
SNEL VOOR-
VERWARMEN
Om de oven snel voor te verwarmen.
STATISCH
Voor het bereiden van gerechten op één steunhoogte. Gebruik de derde
steunhoogte. Gebruik voor het bereiden van pizza's, hartige taarten en
zoete taarten met een vloeibare vulling de eerste of tweede steunhoogte.
De oven hoeft niet voorverwarmd te worden.
GRILL
Om biefstukken, kebabs en saucijzen te grillen, om gegratineerde groenten
te bereiden en brood te roosteren. Zet het gerecht op de vierde of vijfde
steunhoogte. Voor het grillen van vlees wordt geadviseerd de opvangbak
te gebruiken om het braadvet op te vangen. Plaats de opvangbak op de
derde of vierde steunhoogte en giet er ongeveer een halve liter water in. De
oven hoeft niet voorverwarmd te worden. Tijdens de bereiding moet de
deur van de oven dicht blijven.
TURBO GRILL
Voor het grillen van grote stukken vlees (lamsbouten, rosbief, hele kip). Zet
het vlees op de middelste steunhoogtes. Geadviseerd wordt de opvangbak
te gebruiken om het braadvet op te vangen. Plaats de opvangbak op de
eerste of tweede steunhoogte en giet er ongeveer een halve liter water in.
De oven hoeft niet voorverwarmd te worden. Tijdens de bereiding moet de
deur van de oven dicht blijven. Met deze functie kunt u het draaispit
gebruiken, als u dit hebt.
NL114
TURBO
GEVENTILEERD
Voor het gelijktijdig bereiden van gerechten op meerdere steunhoogtes
(maximaal drie) die dezelfde bereidingstemperatuur hebben (bijv.: vis,
groenten, gebak). Met deze functie worden er geen geuren van het ene
naar het andere gerecht overgebracht. Gebruik de derde steunhoogte voor
bereidingen op één steunhoogte, de eerste en vierde steunhoogte voor
bereidingen op twee platen en de eerste, derde en vijfde steunhoogte voor
bereidingen op drie steunhoogtes. De oven hoeft niet voorverwarmd te
worden.
TURBO HETE
LUCHT
Voor het bereiden van vlees, gevulde taarten (kwarktaart, strudel,
vruchtentaarten) en gevulde groenten op één steunhoogte. Bij deze functie
wordt af en toe de ventilator ingeschakeld, om uitdrogen van het voedsel te
voorkomen. Aanbevolen wordt de tweede steunhoogte te gebruiken. De
oven hoeft niet voorverwarmd te worden.
NL115
SPECIALE
ONTDOOIEN
Voor het versnellen van het ontdooien van voedsel. Plaats het voedsel op
de middelste steunhoogte. Laat het voedsel in de verpakking zitten zodat
het niet uitdroogt.
WARMHOUDEN
Voor het warm en krokant houden van zojuist bereide gerechten (bijv:
vlees, gefrituurde gerechten, ovenschotels). Plaats het voedsel op de
middelste steunhoogte. De functie kan niet ingeschakeld worden als de
temperatuur in de oven hoger dan 65 °C is.
LATEN RIJZEN
Voor het optimaal laten rijzen van zoet of hartig deeg. Om de kwaliteit van
het rijzen te behouden kan de functie niet geactiveerd worden als de
temperatuur in de oven hoger dan 40 °C is. Plaats het deeg op de tweede
steunhoogte. De oven hoeft niet voorverwarmd te worden.
GELIJKTIJDIG
BEREIDEN OP
MEERDERE
NIVEAU'S
Voor het bereiden van kant-en-klare gerechten, die bij kamertemperatuur
of in de koeling bewaard worden (koekjes, vloeibare taartvullingen,
muffins, voorgerechten en broodproducten). Met deze functie wordt alle
voedsel snel bereid; ze kan ook worden gebruikt voor het opwarmen van
reeds bereid voedsel. Volg de aanwijzingen op de verpakking. De oven
hoeft niet voorverwarmd te worden.
MAXI COOKING
Voor het braden van grote stukken vlees (meer dan 2,5 kg). Gebruik de
eerste of de derde steunhoogte, afhankelijk van de grootte van het vlees De
oven hoeft niet voorverwarmd te worden. Aanbevolen wordt om het vlees
tijdens de bereiding om te keren om een gelijkmatige bruining aan beide
kanten te verkrijgen. Het verdient de voorkeur het vlees zo nu en dan
vochtig te maken om te voorkomen dat dit uitdroogt.
DIEP-
VRIES-
PROD-
UCTEN
Lasagne
Bij deze functie worden automatisch de beste temperatuur en
bereidingsmodus geselecteerd voor vijf verschillende categorieën kant-en-
klare diepvriesproducten. Gebruik de tweede of derde steunhoogte. De
oven hoeft niet voorverwarmd te worden.
Pizza
Apfel-
strudel
Frites
Brood
Overig
Naar wens kan een temperatuur tussen de 50 en 250 °C worden ingesteld
voor het bereiden van andere soorten producten.
LANG-
ZAME
BEREID-
ING
Lang-
zame
bereiding
vlees
Om het vlees (op 90 °C) en de vis (op 85 °C) behoedzaam te bereiden. Deze
functie zorgt voor een langzame bereiding waardoor het vlees of de vis
malser en sappiger blijft. Dankzij een gematigde temperatuur wordt het
voedsel niet bruin en het resultaat lijkt op een bereiding met stoom. Voor
braadstukken adviseren wij u deze eerst aan te bakken in een pan om de
buitenkant van het vlees dicht te schroeien zodat de sappen beter worden
vastgehouden. De bereidingstijden variëren van 2 uur voor vis van
300 gram tot 4-5 uur voor vis van 3 kg. De bereidingstijden variëren van
4 uur voor braadstukken van 1 kg tot 6-7 uur voor braadstukken van 3 kg.
Voor een optimaal resultaat adviseren wij u de deur van de oven tijdens de
bereiding niet te openen om de warmte niet te laten ontsnappen. Gebruik
de bijgeleverde temperatuurmeter (indien aanwezig) of een standaard
oventhermometer.
Lang-
zame
bereiding
vis
ECO HETE LUCHT
Voor het bereiden van gevuld gegrild vlees en stukken vlees op één niveau.
Deze functie maakt gebruik van discontinue, delicate ventilatorhulp,
waardoor overmatig drogen van voedsel wordt voorkomen. In deze ECO
functie wordt het ovenlampje uitgeschakeld tijdens de bereiding en kan
tijdelijk weer worden ingeschakeld door op de bevestigingsknop te
drukken. Aanbevolen wordt de derde steunhoogte te gebruiken. De oven
hoeft niet voorverwarmd te worden.
NL116
INDUCTIEFUNCTIES
TYPEN
VOEDSEL
Gegrild
vlees
Rosbief
4 stappen: van 0,6 tot 2 kg
De functie kiest automatisch de ideale
bereidingstemperatuur en -modus voor
verschillende gewichtscategorieën (zie
ovendisplay). Het is mogelijk om elk type
vlees te grillen (bijv. rund, kalf, varken,
ribstuk, lam, enz.).
Gegrild vlees
3 stappen: van 1 tot 4 kg
filet / stuk
Gegrild
gevogelte
Geheel
5 stappen: van 0,6 tot 3 kg
De functie kiest automatisch de ideale
bereidingstemperatuur en -modus voor
verschillende gewichtscategorieën (zie
ovendisplay). Het is mogelijk om elk type
gevogelte te grillen (bijv. kip, kalkoen, eend,
enz.).
filet / stuk
Vis
Geheel
3 stappen: van 0,2 tot 1 kg
De functie kiest automatisch de ideale
bereidingstemperatuur en -modus voor
verschillende gewichtscategorieën (zie
ovendisplay). Het is mogelijk om elk type
vis te bereiden (bijv. zwaardvis, zeebaars,
zeebrasem, enz.)
filet / stuk
Groenten
Gegrilde groenten
Deze functie is ideaal voor het bereiden van
verschillende typen groenten met de optie
om groenten gevuld met andere
ingrediënten zoals vlees, kaas,
béchamelsaus, enz. te grillen of te bereiden.
Gevulde groenten
Koekjes/
muffins
Muffins
Deze functie is ideaal voor koekjes of
muffins, van klassieke biscuitjes tot kleine
taartjes gevuld met marmelade, chocolade
of andere ingrediënten. Kies de functie
“Muffins” wanneer een rijsfase vereist is.
Koekjes
Taarten
Zoete taartjes
Deze functie is ideaal voor het bereiden van
zoete en hartige taartjes, pasteitjes en
vlaaien. Van de klassieke fruittaart tot tal
van verschillende typen hartige taarten,
incl. Quiche Lorraine.
Hartige pastei/taart
Pizza
Dunne pizza
Deze functie is ideaal voor het bereiden van
alle typen pizza.
Dikke pizza
Traditioneel brood
Deze functie is ideaal voor het bereiden van
elk type smaak, vorm en gekruide pizza
Stoofschotel/hoofdgerecht
Deze functie is ideaal voor verschillende
bereidingen met pasta, saus, room, vlees,
groenten (bijv. lasagna).
OVERIG
Laag vermogen
Deze functie is ideaal voor het bereiden van
gerechten die niet in een specifieke
voedselcategorie vallen. Deze functie is
verdeeld in drie vermogensniveaus zodat u
kunt kiezen tussen lage, gemiddelde en
hoge combinatie van de grill en
opvangbak. Het is mogelijk om tijdens de
bereiding te allen tijde te wisselen tussen
laag, gemiddeld en hoog
vermogensniveau.
Gemiddeld vermogen
Hoog vermogen
NL117
OP-
WARMEN
-
Deze functie is ideaal voor het warm en
krokant houden van bereide gerechten en
maakt het opwarmen van eerder bereide
gerechten met gematigde warmte-
overdracht mogelijk.
AFWERKEN
Top
Finishing
(afwerken
bovenzijde)
Laag grill-niveau
Deze functies zijn ideaal voor het afwerken
van gerechten waarvoor een grill of gratin
bereidingsmodus vereist is. Met drie
verschillende grill-niveaus kan het
vermogen of de snelheid van deze
bereidingsmodus worden geregeld. Tijdens
top finishing heeft de opvangbak geen
functie.
Gemiddeld grill-niveau
Hoog grill-niveau
Base
Finishing
(afwerken
onderzijde)
Laag vermogen
Deze functies zijn ideaal voor het afwerken
van gerechten die alleen een basis
warmtebron vereisen. Met drie
verschillende vermogensniveau van de
inductieplaat kan het vermogen of de
snelheid van deze bereidingsmodus
worden geregeld. Tijdens base finishing
heeft de grill geen functie.
Gemiddeld vermogen
Hoog vermogen
NL118
BEREIDINGSTABEL
Recept Functie Voorver-
warmen
Steun-
hoogte
(van onder)
Temp.
(°C)
Berei-
dingstijd
(min)
Accessoires en
opmerkingen
Luchtig gebak
- 2/3 160-180 30-90 Taartvorm op rooster
- 1-4 160-180 30-90
Niveau 4: taartvorm op
rooster
Niveau 1: taartvorm op
rooster
Taarten met vulling
(kwarktaart, strudel,
appeltaart)
- 3 160-200 35-90
Opvangbak / bakplaat of
taartvorm op rooster
- 1-4 160-200 40-90
Niveau 4: taartvorm op
rooster
Niveau 1: taartvorm op
rooster
Koekjes / taartjes
- 3 170-180 20-45 Opvangbak of bakplaat
- 1-4 160-170 20-45
Niveau 4: rooster
Niveau 1: opvangbak of
bakplaat
- 1-3-5 160-170 20-45*
Niveau 5: pan op rooster
Niveau 3: pan op rooster
Niveau 1: opvangbak of
bakplaat
Soesjes
- 3 180-200 30-40 Opvangbak of bakplaat
- 1-4 180-190 35-45
Niveau 4: pan op rooster
Niveau 1: opvangbak of
bakplaat
- 1-3-5 180-190 35-45*
Niveau 5: pan op rooster
Niveau 3: pan op rooster
Niveau 1: opvangbak of
bakplaat
Meringues
- 3 90 110-150 Opvangbak of bakplaat
- 1-4 90 140-160
Niveau 4: pan op rooster
Niveau 1: opvangbak of
bakplaat
- 1-3-5 90 140-160*
Niveau 5: pan op rooster
Niveau 3: pan op rooster
Niveau 1: opvangbak of
bakplaat
Brood / pizza /
focaccia
-1/2190-250 15-50 Opvangbak of bakplaat
- 1-4 190-250 20-50
Niveau 4: pan op rooster
Niveau 1: opvangbak of
bakplaat
- 1-3-5 190-250 25-50*
Niveau 5: pan op rooster
Niveau 3: pan op rooster
Niveau 1: opvangbak of
bakplaat
NL119
Hartige taarten
(groentetaart,
quiche lorraine)
- 3 180-190 40-55 Taartvorm op rooster
- 1-4 180-190 45-70
Niveau 4: taartvorm op
rooster
Niveau 1: taartvorm op
rooster
- 1-3-5 180-190 45-70*
Niveau 5: taartvorm op
rooster
Niveau 3: taartvorm op
rooster
Niveau 1: opvangbak of
bakplaat + taartvorm
Pasteitjes /
bladerdeeghapjes
- 3 190-200 20-30 Opvangbak of bakplaat
- 1-4 180-190 20-40
Niveau 4: pan op rooster
Niveau 1: opvangbak of
bakplaat
- 1-3-5 180-190 20-40*
Niveau 5: pan op rooster
Niveau 3: pan op rooster
Niveau 1: opvangbak of
bakplaat
Lasagne/pasta uit de
oven/cannelloni/
ovenschotels
- 3 190-200 45-55 Pan op rooster
Lamsvlees /
kalfsvlees /
rundvlees /
varkensvlees 1 kg
- 3 190-200 80-110
Opvangbak of pan op
rooster
Kip / konijn / eend
1kg
- 3 200-230 50-100
Opvangbak of pan op
rooster
Kalkoen / Gans 3 kg - 2 190-200 80-130
Opvangbak of pan op
rooster
Vis uit de oven /
in folie (filet, heel)
- 3 180-200 40-60
Opvangbak of pan op
rooster
Gevulde groenten
(tomaten,
courgettes,
aubergines)
- 2 180-200 50-60 Pan op rooster
Toas t - 5 Hoog 3-6 Rooster
Visfilet / moten vis - 4
Ge-
middeld
20-30
Niveau 4: rooster (draai
het voedsel halverwege
de bereidingstijd om)
Niveau 3: opvangbak met
water
Worstjes / spiezen /
spareribs
Hamburgers
- 5
Ge-
middeld
Hoog
15-30
Niveau 5: rooster (draai
het voedsel halverwege
de bereidingstijd om)
Niveau 4: opvangbak met
water
Recept Functie Voorver-
warmen
Steun-
hoogte
(van onder)
Tem p.
(°C)
Berei-
dingstijd
(min)
Accessoires en
opmerkingen
NL120
Gebraden kip
1-1,3 kg
- 2
Ge-
middeld
55-70
Niveau 2: rooster (draai
het voedsel om na
tweederde van de
bereidingstijd)
Niveau 1: opvangbak met
water
- 2 Hoog 60-80
Niveau 2: draaispit (indien
bijgeleverd)
Niveau 1: opvangbak met
water
Rosbief rosé 1 kg - 3
Ge-
middeld
35-45
Pan op rooster (draai het
voedsel indien nodig na
tweederde van de
bereidingstijd om)
Lamsbout / schenkel - 3
Ge-
middeld
60-90
Opvangbak of pan op
rooster (draai het voedsel
indien nodig na
tweederde van de
bereidingstijd om)
Gebakken
aardappelen
- 3
Ge-
middeld
45-55
Opvangbak of bakplaat
(draai het voedsel indien
nodig na tweederde van
de bereidingstijd om)
Gegratineerde
groenten
- 3 Hoog 10-15 Pan op rooster
Lasagne en vlees - 1-4 200 50-100*
Niveau 4: pan op rooster
Niveau 1: opvangbak of
pan op rooster
Vlees en
aardappelen
- 1-4 200 45-100*
Niveau 4: pan op rooster
Niveau 1: opvangbak of
pan op rooster
Vis en groente - 1-4 180 30-50*
Niveau 4: pan op rooster
Niveau 1: opvangbak of
pan op rooster
Complete maaltijd:
Taart (niveau 5) /
Lasagna (niveau 3) /
Vlees (niveau 1)
- 1-3-5 190 40-120*
Niveau 5: pan op rooster
Niveau 3: pan op rooster
Niveau 1: opvangbak of
pan op rooster
Recept Functie Voorver-
warmen
Steun-
hoogte
(van onder)
Temp.
(°C)
Berei-
dingstijd
(min)
Accessoires en
opmerkingen
NL121
* De vermelde bereidingstijd is slechts een indicatie. Gerechten kunnen op verschillende tijdstippen
afhankelijk van de persoonlijke voorkeur uit de oven worden verwijderd.
Diepvriespizza's
- 3 Auto 10-15
Opvangbak / bakplaat of
rooster
- 1-4 Auto 15-20
Niveau 4: pan op rooster
Niveau 1: opvangbak of
bakplaat
- 1-3-5 Auto 20-30
Niveau 5: pan op rooster
Niveau 3: opvangbak of
bakplaat
Niveau 1: pan op rooster
- 1-3-4-5 Auto 20-30
Niveau 5: pan op rooster
Niveau 4: opvangbak of
bakplaat
Niveau 3: opvangbak of
bakplaat
Niveau 1: pan op rooster
Gevuld gegrild vlees - 3 200 80-120*
Opvangbak of pan op
rooster
Stukken vlees
(konijn, kip, lam)
- 3 200 50-100*
Opvangbak of pan op
rooster
Recept Functie Voorver-
warmen
Steun-
hoogte
(van onder)
Tem p.
(°C)
Berei-
dingstijd
(min)
Accessoires en
opmerkingen
NL122
BEREIDINGSTABELLEN INDUCTIE-OVEN
Recept Functie Voorver-
warmen
Niveau
van
rooster
Temp.
(°C)
Tijdsbereik
(min)
Accessoire
Lasagne
Stoofpan /
Hoofd
Nee 3
Auto-
matisch
30 - 45 Kookpan
Pasta pasticciata/
cannelloni
Nee 3
Auto-
matisch
30 - 45 Kookpan
Rosbief rood
(0,6 - 0,8 kg)
Gebraden
vlees - Rund
Nee 3
Auto-
matisch
25-35* Kookpan
Rosbief rood
(0,9 - 1,2 kg)
Nee 3
Auto-
matisch
30 - 55* Kookpan
Rosbief rood
(1,3 - 1,5 kg)
Nee 3
Auto-
matisch
45 - 65* Kookpan
Rosbief rood
(1,6 - 2 kg)
Nee 3
Auto-
matisch
55 - 80* Kookpan
Gebraden varken / kalf
(1 - 2 kg)
Gebraden
vlees - heel
Nee 3
Auto-
matisch
55 - 80* Kookpan
Gebraden varken / kalf
(2 - 3 kg)
Nee 3
Auto-
matisch
60 - 85* Kookpan
Gebraden varken / kalf
(3 - 4 kg)
Nee 3
Auto-
matisch
65 - 90* Kookpan
Varkenskoteletten
Gebraden
vlees - filet/
stuk
Nee 3
Auto-
matisch
20 - 35 Kookpan
Gebraden kip/kalkoen
(0,6 - 0,8 kg)
Gebraden
gevogelte -
heel
Nee 3
Auto-
matisch
25 - 45* Kookpan
Gebraden kip/kalkoen
(0,9 - 1,2 kg)
Nee 3
Auto-
matisch
40 - 80* Kookpan
Gebraden kip/kalkoen
(1,3 - 1,5 kg)
Nee 3
Auto-
matisch
55 - 95* Kookpan
Gebraden kip/kalkoen
(1,6 - 2 kg)
Nee 3
Auto-
matisch
65- 115* Kookpan
Gebraden kip/kalkoen
(2 - 3 kg)
Nee 3
Auto-
matisch
105 - 155* Kookpan
Kippenbouten
Gebraden
gevogelte -
filet/stuk
Nee 3
Auto-
matisch
25 - 45 Kookpan
Kippenpootjes met
aardappelen
Nee 3
Auto-
matisch
35 - 60
Kookpan
Forel (0,2 - 0,4 kg)
Vis - Heel
Nee 3
Auto-
matisch
15 - 30* Kookpan
Forel (0,5 - 0,8 kg) Nee 3
Auto-
matisch
25 - 45* Kookpan
Forel (0,8 - 1,0 kg) Nee 3
Auto-
matisch
35 - 55* Kookpan
Kabeljauw Visfilet / stuk Nee 3
Auto-
matisch
15 - 25 Kookpan
Gebakken aardappelen
Groenten -
gebakken
Nee 3
Auto-
matisch
25 - 45 Kookpan
Gemengde groenten Nee 3
Auto-
matisch
25 - 45 Kookpan
NL123
* Aan het begin van de bereidingscyclus wordt een indicatie van de bereidingstijd weergegeven. De
bereidingstijd kan worden aangepast om tegemoet te komen aan persoonlijke voorkeuren en voor
verschillende soorten vlees/vis. Voor Gebraden vlees - Rosbief verwijst de aangegeven
bereidingstijd naar de tijd die nodig is voor rosé rosbief.
Gevulde courgette
Groenten -
gevuld
Nee 3
Auto-
matisch
15 - 35 Kookpan
Gevulde tomaten Nee 3
Auto-
matisch
15 - 35 Kookpan
Kleine taartjes
Koekjes -
muffins
Nee 3
Auto-
matisch
20 - 35 Kookpan
Biscuit Koekjes Nee 3
Auto-
matisch
20 - 35 Kookpan
Vruchtenvlaai Gebakjes Nee 3
Auto-
matisch
25 - 40 Kookpan
Quiche Lorraine
Bladerdeeg-
hapjes
Nee 3
Auto-
matisch
20 - 35 Kookpan
Traditioneel brood Brood Nee 3
Auto-
matisch
25 - 40 Kookpan
Zelfgemaakte pizza Dikke pizza Nee 3
Auto-
matisch
20 - 30 Kookpan
Krokante pizza Dunne pizza Nee 3
Auto-
matisch
10 - 25 Kookpan
Recept Functie Voorver-
warmen
Niveau
van
rooster
Temp.
(°C)
Tijdsbereik
(min)
Accessoire
NL124
GETESTE RECEPTEN in overeenstemming met IEC 50304/60350:2009-03 en DIN 3360-12:07:07
In de bereidingstabel worden de ideale functies en temperaturen gegeven voor de beste resultaten voor elk
type recept. Als u een gerecht wilt bereiden met de geventileerde functie op één steunhoogte, wordt
geadviseerd de derde steunhoogte te gebruiken en dezelfde temperatuur als voor “TURBO GEVENTILEERD”
op meerdere steunhoogtes.
De indicaties in de tabel zijn gebaseerd op gebruik van de oven zonder geleiders. Voer de testen uit
zonder geleiders.
** Bij het grillen is het raadzaam om aan de voorzijde 3-4 cm ruimte te laten om het verwijderen te
vergemakkelijken.
Energiezuinigheidscategorie (conform EN 50304)
Gebruik voor de test de betreffende tabel.
Recept Functie Voorver-
warmen
Steun-
hoogte
(van onder)
Temp.
(°C)
Berei-
dingstijd
(min)
Accessoires en
opmerkingen
IEC 60350:2009-03 § 8.4.1
Zandkoek
- 3 170 15-30 Opvangbak / bakplaat
- 1-4 160 20-35
Niveau 4: bakplaat
Niveau 1: opvangbak
IEC 60350:2009-03 § 8.4.2
Kleine taartjes
- 3 170 25-35 Opvangbak / bakplaat
- 1-4 160 30-40
Niveau 4: bakplaat
Niveau 1: opvangbak
IEC 60350:2009-03 § 8.5.1
Cake zonder vet
(Fatless sponge cake)
- 2 170 30-40 Taartvorm op rooster
IEC 60350:2009-03 § 8.5.2
Twee appeltaarten
(Two apple pies)
- 2/3 185 70-90 Taartvorm op rooster
- 1-4 175 75-95
Niveau 4: taartvorm op
rooster
Niveau 1: taartvorm op
rooster
IEC 60350:2009-03 § 9.1.1
Toast** - 5 Hoog 3-6 Rooster
IEC 60350:2009-03 § 9.2.1
Hamburgers** - 5 Hoog 18-30
Niveau 5: rooster (draai
het voedsel halverwege
de bereidingstijd om)
Niveau 4: opvangbak
met water
DIN 3360-12:07 § 6.5.2.3
Appeltaart, vruchtenvlaai
- 3 180 35-45 Opvangbak / bakplaat
- 1-4 160 55-65
Niveau 4: bakplaat
Niveau 1: opvangbak
DIN 3360-12:07 § 6.6
Varkensbraadstuk
(Pork Roast)
- 2 170 110-150 Niveau 2: opvangbak
DIN 3360-12:07 annex C
Platte taart
- 3 170 40-50 Opvangbak / bakplaat
- 1-4 160 45-55
Niveau 4: bakplaat
Niveau 1: opvangbak
NL125
Energieverbruik en voorverwarmingstijd
Kies de functie en voer de test alleen uit met geactiveerde optie “Voorverwarming” (“Voorverwarmen ja”).
Test van bedieningsnauwkeurigheid
Kies de functie en voer de test alleen uit met gedeactiveerde optie “Voorverwarmen” (wanneer
voorverwarmen is geactiveerd, brengt de ovenregeling bewust een schommeling van het
temperatuurprofiel teweeg).
NL126
Lezen van de bereidingstabel
De tabel geeft aan welke functie het best gebruikt kan worden voor een bepaald gerecht, dat op één of
meerdere steunhoogtes tegelijk kan worden bereid. De bereidingstijden gelden vanaf het moment dat het
gerecht in de oven wordt gezet, zonder de voorverwarmingstijd (indien nodig). De temperaturen en de
bereidingstijden zijn indicatief en hangen af van de hoeveelheid voedsel en het type schaal. Gebruik eerst
de laagste aanbevolen waarden. Als de bereiding niet naar wens is, kunt u hogere waarden gebruiken.
Geadviseerd wordt om de bijgeleverde accessoires te gebruiken en indien mogelijk taartvormen of
ovenschalen van donker metaal. U kunt ook pannen of vuurvaste of aardewerk schalen gebruiken; de
bereidingstijden zijn dan iets langer. Volg voor de beste resultaten zorgvuldig de aanwijzingen in de
bereidingstabel met betrekking tot de bijgeleverde schalen en de verschillende steunhoogtes.
Het tegelijkertijd bereiden van verschillende gerechten
Met de functie “TURBO HETE LUCHT” kunt u gelijktijdig verschillende gerechten met dezelfde
bereidingstijd bereiden (bijvoorbeeld: vis en groenten) die dezelfde bereidingstijd hebben, op
verschillende steunhoogtes. Haal de gerechten die klaar zijn uit de oven en laat de gerechten die meer tijd
nodig hebben in de oven staan.
Gebak
- Bak fijn gebak met de statische functie op één niveau. Gebruik taartvormen van zwart metaal en zet
deze altijd op het bijgeleverde rooster. Voor bereiding op meerdere steunhoogtes selecteert u de
functie met ventilatie en zet u de taartvormen in zigzagvorm op de roosters, zodat de lucht goed kan
circuleren.
- Om te controleren of de taart gaar is steekt u een satéprikker in het dikste gedeelte van de taart. Als
de prikker er droog uitkomt, is de taart klaar.
- Als u taartvormen met antiaanbaklaag gebruikt, vet dan niet de randen in, omdat de taart dan
mogelijk niet goed rijst aan de zijkanten.
- Als het gebak “inzakt” tijdens het bakken, gebruik dan de volgende keer een lagere temperatuur,
verminder bijvoorbeeld de hoeveelheid vocht of meng het beslag voorzichtiger.
- Bij taarten met een vochtige vulling (kaastaarten of vruchtentaarten) moet de functie “TURBO HETE
LUCHT” worden gebruikt. Als de bodem van de taart te vochtig blijft, zet de taart dan op een lager
niveau en bestrooi de bodem met paneermeel of verkruimelde koekjes voordat u de vulling erin
schenkt.
Vlees
- U kunt elke soort schaal gebruiken die geschikt is voor de afmetingen van het vlees. Schenk bij
gebraden vlees bij voorkeur wat bouillon in de schaal, waardoor het vlees tijdens de bereiding
vochtig wordt gehouden en meer smaak krijgt. Laat het gebraden vlees na afloop van de bereiding
10-15 minuten in de oven rusten, of dek het af met aluminiumfolie.
- Als u stukken vlees wilt grillen, kies dan stukken met een gelijke dikte, zodat het vlees gelijkmatig
gaar wordt. Zeer dikke stukken vlees hebben een langere bereidingstijd. Zet het rooster op een
lagere steunhoogte om te voorkomen dat de korst verbrandt. Draai het vlees om na tweederde van
de bereidingstijd.
Geadviseerd wordt om een opvangbak met een halve liter water direct onder het rooster te plaatsen
waarop u het vlees heeft gelegd, om het bakvet op te vangen. Vul indien nodig bij met water tijdens het
grillen.
Pizza
Vet de pizzavorm licht in voor een knapperige bodem. Verdeel na tweederde van de bereidingstijd de
mozzarella over de pizza.
Rijsfunctie
Dek het deeg altijd af met een vochtige doek voordat u het in de oven legt. Deze functie verkort de rijstijd
met ongeveer eenderde, vergeleken met rijzen op kamertemperatuur (20-25 °C). De rijstijd bij een
hoeveelheid pizzadeeg van 1 kg is ongeveer één uur.
Bereiding in Inductiemodus
- Plaats de kookpan altijd in het midden van de inductieplaat voor uniforme bereidingswarmte.
GEBRUIKSADVIEZEN EN -SUGGESTIES
NL127
- De inductieplaat kan naar buiten getrokken worden om het gerecht te controleren of om het om te
roeren; de klep kan tijdens deze handelingen open gelaten worden.
- Het is raadzaam om bakpapier te gebruiken voor vlees- of visgerechten aangezien dit niet alleen een
optimaal bereidingsresultaat waarborgt, maar ook een betere en snellere reiniging van de
inductieplaat mogelijk maakt, met name wanneer sauzen worden gebruikt.
- Wanneer de functies Vlees braden en Kip geheel braden worden gebruikt, hoeft het vlees niet
omgekeerd te worden.
- Voor fruitvlaaien en andere delicate gerechten is het raadzaam om het deegomhulsel door te prikken
alvorens het te vullen om de vorming van luchtbellen te voorkomen en het gerecht na de bereiding
in de kookpan te laten afkoelen.
- De bovenlaag van pizza's moet worden toegevoegd uitgaande van de hoogte van de deegbodem en
de hoeveelheid gebruikte saus.
- Pizza's met zeer dunne bodem en slechts een lichte bovenlaag kunnen koud bereid worden; anders is
het raadzaam om de meest geschikte tijd voor het toevoegen van de bovenlaag te overwegen:
halverwege of aan het einde van de bereidingstijd.
- Voor delicate bereidingen zoals taarten, is het raadzaam om de kookpan te laten afkoelen alvorens
het voedsel erin te plaatsen indien de pan kort tevoren is gebruikt voor het bereiden van een ander
gerecht.
- Achtereenvolgende bereidingen kunnen voor grotere gerechten worden toegepast (bijvoorbeeld:
pizza's, braadstukken, enz.).
- Voor gebraden groentes of kleine stukken vlees is het raadzaam om het voedsel tijdens de bereiding
om te roeren zodat een uniforme bruining ontstaat. Het aangegeven gewicht voor de categorie
verwijst naar één enkel stuk vlees, niet het totale gewicht (zo kunnen bijv. meerdere stukken vlees
van elk 600 gram tegelijkertijd in een categorie van 0,6-0,8 kg worden bereid).
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33

Bauknecht BLIMS 9100 PT Gebruikershandleiding

Categorie
Magnetrons
Type
Gebruikershandleiding