AEG CD510M Handleiding

Categorie
Magnetrons
Type
Handleiding
USER
MANUAL
NL Gebruiksaanwijzing
Combimagnetron
CD510M
INHOUDSOPGAVE
1. VEILIGHEIDSINFORMATIE.........................................................................................2
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN.................................................................................5
3. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT........................................................................8
4. VOORDAT U HET APPARAAT VOOR DE EERSTE KEER GEBRUIKT......................9
5. DAGELIJKS GEBRUIK..................................................................................................9
6. MAGNETRONSTAND...............................................................................................11
7. KLOKFUNCTIES.........................................................................................................14
8. GEBRUIK VAN DE ACCESSOIRES........................................................................... 16
9. EXTRA FUNCTIES......................................................................................................17
10. AANWIJZINGEN EN TIPS...................................................................................... 18
11. ONDERHOUD EN REINIGING...............................................................................33
12. PROBLEEMOPLOSSING.........................................................................................34
13. ENERGIEZUINIGHEID.............................................................................................36
VOOR PERFECTE RESULTATEN
Bedankt dat u voor dit AEG-product heeft gekozen. Dit apparaat is ontworpen
om vele jaren uitstekend te presteren, met innovatieve technologieën die het
leven gemakkelijker helpen maken met functies die gewone apparaten wellicht
niet hebben. Neem een paar minuten de tijd om het door te lezen zodat u er
optimaal van kunt profiteren.
Ga naar onze website voor:
Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen en
onderhoudsinformatie:
www.aeg.com/webselfservice
Registreer uw product voor een betere service:
www.registeraeg.com
Koop accessoires, verbruiksartikelen en originele reserveonderdelen voor uw
apparaat:
www.aeg.com/shop
KLANTENSERVICE
Gebruik altijd originele onderdelen.
Als u contact opneemt met de klantenservice zorg dat u de volgende gegevens
bij de hand hebt: model, productnummer, serienummer.
Deze informatie wordt vermeld op het typeplaatje.
Waarschuwing / Belangrijke veiligheidsinformatie
Algemene informatie en tips
Milieu-informatie
Wijzigingen voorbehouden.
1.
VEILIGHEIDSINFORMATIE
Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor
installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is
www.aeg.com
2
niet verantwoordelijk voor letsel of schade veroorzaakt
door een verkeerde installatie of verkeerd gebruik.
Bewaar de instructies altijd op een veilige en
toegankelijke plaats voor toekomstig gebruik.
1.1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare mensen
Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8
jaar en ouder en door mensen met beperkte
lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke vermogens
of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder
toezicht staan of instructies hebben gekregen over het
veilig gebruiken van het apparaat en indien zij de
eventuele gevaren begrijpen.
Laat kinderen niet met het apparaat spelen.
Houd alle verpakking uit de buurt van kinderen en
gooi het op passende wijze weg.
Houd kinderen en huisdieren uit de buurt van het
apparaat als het in werking is of afkoelt. Het apparaat
is heet.
Als het apparaat is voorzien van een kinderbeveiliging,
dan dient dit geactiveerd te worden.
Reiniging en onderhoud van het apparaat mag niet
worden uitgevoerd door kinderen zonder toezicht.
Kinderen van 3 jaar en jonger moeten tijdens de
werking van dit apparaat altijd uit te buurt worden
gehouden.
1.2
Algemene veiligheid
Alleen een erkende installatietechnicus mag het
apparaat installeren en de kabel vervangen.
WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke
onderdelen ervan worden heet tijdens gebruik. U
dient op te passen dat u de verwarmingselementen
niet aanraakt. Houd kinderen jonger dan 8 jaar uit de
buurt of onder permanent toezicht.
Gebruik altijd ovenhandschoenen om accessoires of
kookgerei te plaatsen of verwijderen.
NEDERLANDS
3
Voordat u welke onderhoudshandeling dan ook
verricht, de stekker van het apparaat uit het
stopcontact trekken.
Zorg ervoor dat het apparaat is uitgeschakeld voordat
u de lamp vervangt om elektrische schokken te
voorkomen.
Gebruik geen stoomreiniger om het apparaat schoon
te maken.
Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen of
scherpe metalen schrapers om de glazen deur schoon
te maken, deze kunnen krassen veroorzaken op het
oppervlak, waardoor het glas zou kunnen breken.
Als het netsnoer beschadigd is, moet de fabrikant,
een erkende serviceverlener of een gekwalificeerd
persoon deze vervangen teneinde gevaarlijke situaties
te voorkomen.
Schakel het apparaat niet in als het leeg is. Metalen
delen in de ovenruimte kunnen elektrische vonken
veroorzaken.
Tijdens bereiding in de magnetron zijn geen metalen
voedselbakjes en drinkbekers toegestaan. Deze
vereiste is niet van toepassing als de fabrikant heeft
aangegeven dat het formaat en de vorm van het
metalen voorwerp geschikt is voor bereiding in de
magnetron.
Als de deur, scharnieren/handgrepen of
deurafdichtingen zijn beschadigd, mag het apparaat
niet worden gebruikt tot hij is gerepareerd door een
vakkundig persoon.
Alleen een vakkundig persoon kan onderhouds- of
reparatiewerkzaamheden uitvoeren waarvoor de
afdekking moet worden verwijderd die beschermd
tegen blootstelling aan magnetronenergie.
Verwarm geen vloeistoffen of andere levensmiddelen
in afgesloten houders. Deze kunnen dan ontploffen.
Gebruik alleen hulpstukken die geschikt zijn voor
gebruik in de magnetron.
www.aeg.com
4
Let bij het opwarmen van voedsel in plastic of
papieren houders op het apparaat vanwege de
mogelijkheid tot zelfontbranding.
Het apparaat is bedoeld voor het opwarmen van
voedsel en dranken. Het drogen van levensmiddelen
of kleding en het opwarmen van warmhoudpads,
slippers, sponzen, vochtige doekjes en dergelijke kan
leiden tot letsel, zelfontbranding of brand.
Als rook wordt waargenomen, zet dan het apparaat uit
of trek de stekker uit het stopcontact en houd de deur
gesloten om vlammen te doven.
Het in de magnetron opwarmen van dranken kan
ertoe leiden dat het langer duurt voordat het
kookpunt wordt bereikt. Pas op als u de houder uit de
magnetron haalt.
De inhoud van melkflesjes en potjes babyvoeding
moet worden geroerd of geschud en de temperatuur
moet voor consumptie worden gecontroleerd om
brandwonden te voorkomen.
Eieren in de schaal en hele hardgekookte eieren
mogen niet in het apparaat worden opgewarmd
omdat ze dan kunnen ontploffen, zelfs nadat de
magnetronverwarming is beëindigd.
Het apparaat moet regelmatig worden gereinigd en
voedselresten dienen te worden verwijderd.
Het niet schoonhouden van het apparaat kan leiden
tot beschadigingen aan het oppervlak hetgeen weer
een negatief effect kan hebben op de levensduur van
het apparaat wat weer kan leiden tot een gevaarlijke
situatie.
2.
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
2.1 Montage
WAARSCHUWING!
Alleen een erkende
installatietechnicus mag het
apparaat installeren.
Verwijder alle verpakkingsmaterialen.
Installeer en gebruik geen
beschadigd apparaat.
Volg de installatie-instructies op die
zijn meegeleverd met het apparaat.
Wees altijd voorzichtig bij het
verplaatsen van het apparaat omdat
het zwaar is. Gebruik altijd
NEDERLANDS 5
veiligheidshandschoenen en gesloten
schoeisel.
Trek het apparaat nooit aan de
handgreep van zijn plaats.
Houd de minimumafstand naar
andere apparaten en units in acht.
Zorg ervoor dat het apparaat onder
en naast veilige installaties wordt
geïnstalleerd.
De zijkanten van het apparaat moeten
naast apparaten of units staan van
dezelfde hoogte.
2.2 Aansluiting op het
elektriciteitsnet
WAARSCHUWING!
Gevaar voor brand en
elektrische schokken.
Alle elektrische aansluitingen moeten
door een gediplomeerd
elektromonteur worden gemaakt.
Dit apparaat moet worden
aangesloten op een geaard
stopcontact.
Zorg ervoor dat de parameters op het
vermogensplaatje overeenkomen met
elektrische vermogen van de
netstroom.
Gebruik altijd een juist geïnstalleerd
schokbestendig stopcontact.
Gebruik geen meerwegstekkers en
verlengsnoeren.
Zorg dat u de hoofdstekker en kabel
niet beschadigt. Indien de
voedingskabel moet worden
vervangen, dan moet dit gebeuren
door onze Klantenservice.
Laat de stroomkabel niet in aanraking
komen met de deur van het apparaat,
met name niet als deze heet is.
De schokbescherming van delen
onder stroom en geïsoleerde delen
moet op zo'n manier worden
bevestigd dat het niet zonder
gereedschap kan worden verplaatst.
Steek de stekker pas in het
stopcontact als de installatie is
voltooid. Zorg ervoor dat het
netsnoer na installatie bereikbaar is.
Sluit de stroomstekker niet aan op
een losse stroomaansluiting.
Trek niet aan het netsnoer om het
apparaat los te koppelen. Trek altijd
aan de stekker.
Gebruik alleen de juiste isolatie-
apparaten: stroomonderbrekers,
zekeringen (schroefzekeringen
moeten uit de houder worden
verwijderd), aardlekschakelaars en
contactgevers.
De elektrische installatie moet een
isolatieapparaat bevatten waardoor
het apparaat volledig van het lichtnet
afgesloten kan worden. Het
isolatieapparaat moet een
contactopening hebben met een
minimale breedte van 3 mm.
Dit apparaat voldoet aan de EU-
richtlijnen.
2.3 Gebruik
WAARSCHUWING!
Gevaar op letsel,
brandwonden, elektrische
schokken of een explosie.
Dit apparaat is uitsluitend bestemd
voor huishoudelijk gebruik.
De specificatie van het apparaat mag
niet worden veranderd.
Zorg ervoor dat de
ventilatieopeningen niet geblokkeerd
zijn.
Laat het apparaat tijdens het gebruik
niet onbeheerd achter.
Schakel het apparaat telkens na
gebruik uit.
Wees voorzichtig met het openen van
de deur van het apparaat als het
apparaat aan staat. Er kan hete lucht
ontsnappen.
Bedien het apparaat niet met natte
handen of als het contact maakt met
water.
Oefen geen kracht uit op een
geopende deur.
Het apparaat mag niet worden
gebruikt als werkblad of aanrecht.
Open de deur van het apparaat
voorzichtig. Als u alcoholische
toevoegingen gebruikt, kan er
alcohol-luchtmengsel ontstaan.
Houd vonken of open vlammen uit de
buurt van het apparaat bij het openen
van de deur.
Plaats geen ontvlambare producten
of gerechten die vochtig zijn gemaakt
met ontvlambare producten in, bij of
op het apparaat.
www.aeg.com
6
De magnetronfunctie mag niet
worden gebruikt om de oven voor te
verwarmen.
WAARSCHUWING!
Risico op schade aan het
apparaat.
Om schade of verkleuring van het
email te voorkomen:
leg geen aluminiumfolie op de
bodem van de ruimte in het
apparaat.
plaats geen water direct in het
hete apparaat.
haal vochthoudende schotels en
eten uit het apparaat als u klaar
bent met koken.
wees voorzichtig bij het
verwijderen of bevestigen van
accessoires.
Verkleuring van het email of roestvrij
staal is niet van invloed op de werking
van het apparaat.
Gebruik een diepe pan voor vochtige
taarten. Fruitsappen kunnen
permanente vlekken maken.
Dit apparaat is uitsluitend bestemd
om mee te koken. Het mag niet
worden gebruikt voor andere
doeleinden, zoals het verwarmen van
een kamer.
Alle bereidingen moeten worden
uitgevoerd met gesloten ovendeur.
Als het apparaat achter een
meubelpaneel gemonteerd is (bijv.
een deur), zorg er dan voor dat de
deur nooit gesloten is als het
apparaat in werking is. Warmte en
vocht kunnen achter een gesloten
meubelpaneel ophopen en schade
aan het apparaat, de behuizing of de
vloer veroorzaken. Sluit het
meubelpaneel niet tot het apparaat
volledig afgekoeld is na gebruik.
2.4 Onderhoud en reiniging
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel, brand en
schade aan het apparaat.
Schakel het apparaat uit en trek de
stekker uit het stopcontact voordat u
onderhoudshandelingen verricht.
Zorg ervoor dat het apparaat is
afgekoeld. Er bestaat een risico dat
de glasplaten kunnen breken.
Vervang direct de glazen deurpanelen
als deze beschadigd zijn. Neem
contact op met een erkend
servicecentrum.
Zorg ervoor dat de ovenruimte en de
deur na elk gebruik worden
afgeveegd. Stoom geproduceerd
tijdens de werking van het apparaat
condenseert op de wanden en kan
roest veroorzaken.
Reinig het apparaat regelmatig om te
voorkomen dat het materiaal van het
oppervlak achteruitgaat.
Vet en voedsel dat in het apparaat
achterblijft kan brand en een
vlamboog veroorzaken als de
magnetronfunctie in werking wordt
gezet.
Reinig het apparaat met een vochtige
zachte doek. Gebruik alleen neutrale
reinigingsmiddelen. Gebruik geen
schuurmiddelen, schuursponsjes,
oplosmiddelen of metalen
voorwerpen.
Raadpleeg, als u een ovenspray
gebruikt, eerst de aanwijzingen op de
verpakking.
Reinig niet het katalytisch email
(indien van toepassing) met een
schoonmaakmiddel.
2.5 Binnenverlichting
WAARSCHUWING!
Gevaar voor elektrische
schokken!
De gloeilampen of halogeenlampen
in dit apparaat zijn uitsluitend
bedoeld voor gebruik in
huishoudelijke apparaten. Gebruik
deze niet voor andere doeleinden.
Voordat u het lampje vervangt, dient
u de stekker van het apparaat uit het
stopcontact te halen.
Gebruik alleen lampjes met dezelfde
specificaties.
NEDERLANDS
7
2.6 Verwijdering
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of
verstikking.
Haal de stekker uit het stopcontact.
Snijd het netsnoer vlak bij het
apparaat af en gooi het weg.
Verwijder de deurvergrendeling om
te voorkomen dat kinderen of
huisdieren binnen in het apparaat vast
komen te zitten.
2.7 Servicedienst
Neem contact op met een erkende
servicedienst voor reparatie van het
apparaat.
Gebruik uitsluitend originele
reserveonderdelen.
3. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT
3.1 Algemeen overzicht
1 3 642 5
12
4
3
1
2
10
11
7
8
9
1
Bedieningspaneel
2
Knop voor de ovenfuncties
3
Stroomlampje/symbool
4
Elektronische tijdschakelklok
5
Temperatuurlampje en
magnetronstroomlampje / symbool
6
Temperatuurknop /
magnetronvermogen
7
Verwarmingselement
8
Magnetrongenerator
9
Lampje
10
Ventilator
11
Verwijderbare inschuifrail
12
Roosterhoogtes
3.2 Accessoires
Bakrooster
Voor kookgerei, bak- en braadvormen.
Bakplaat
Voor gebak en koekjes.
www.aeg.com8
Grill-/braadpan
Voor braden en roosteren of als pan om
vet op te vangen
4. VOORDAT U HET APPARAAT VOOR DE EERSTE
KEER GEBRUIKT
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
Raadpleeg voor het instellen
van de dagtijd het hoofdstuk
"Klokfuncties".
4.1 Eerste reiniging
Verwijder all accessoires en
verwijderbare inschuifrails uit de oven.
Zie het hoofdstuk
'Onderhoud en reiniging'.
Reinig de oven en accessoires voor het
eerste gebruik.
Zet de accessoires en verwijderbare
inschuifrails terug in de beginstand.
5. DAGELIJKS GEBRUIK
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
5.1 Het in- en uitschakelen van
de oven.
1. Zet de functieknop van de oven op
een ovenfunctie. Dit schakelt de
oven automatisch aan met de
standaard instellingen.
2. Draai de knop voor de temperatuur /
magnetronvermogen om de
temperatuur in te stellen.
3. Om de oven uit te schakene, draait u
de knop voor de ovenfuncties naar
de uitstand.
5.2 Ovenfuncties
Ovenfunctie Applicatie
Uit-stand Het apparaat staat uit.
Binnenverlichting Het lampje activeren zonder een bereidingsfunctie.
NEDERLANDS 9
Ovenfunctie Applicatie
Magnetron Creëert de warmte direct in het eten. Gebruik de mag-
netron voor het verwarmen van kant-en-klare maaltij-
den en drankjes, het ontdooien van vlees of fruit en het
bereiden van groenten en vis.
Hetelucht Om op twee ovenniveaus te bakken of om voedsel te
drogen.Stel de temperatuur 20 - 40°C lager in dan voor
Boven-/onderwarmte.
Pizza Hetelucht Om gerechten op één niveau te bakken met intensief
bruineren en een krokantere korst. Stel de temperatuur
20 - 40°C lager in dan voor boven-/onderwarmte.
Boven + onder-
warmte (Boven-/
Onderwarmte)
Voor het bakken en braden op een ovenniveau.
Onderwarmte Voor het bakken van taarten met een knapperige bo-
dem en het inmaken van voedsel.
Ontdooien Deze functie kan gebruikt worden om bevroren voedsel
te ontdooien zoals groente en fruit. De ontdooitijd
hangt af van de hoeveelheid en dikte van het voedsel.
Grill Om plat voedsel te grillen en brood te roosteren.
Grill Intens Voor het roosteren van plat voedsel in grote hoeveel-
heden en voor het maken van toast.
Circulatiegrill Voor het braden van grotere stukken vlees of gevogel-
te met botten op één niveau. Ook om te gratineren en
te bruinen.
De verlichting kan tijdens
sommige ovenfuncties
automatisch uitschakelen als
de temperatuur onder de 60
°C komt.
5.3 Weergave
A B C
D
EFG
A. Timer
B. Opwarmen en restwarmte-indicatie
C. Magnetronfunctie
D. Vleesthermometer (alleen
geselecteerde modellen)
E. Deurslot (alleen geselecteerde
modellen)
F. Uren/minuten
G. Klokfuncties
www.aeg.com10
5.4 Toetsen
Knop Functie Beschrijving
KLOK De klokfunctie instellen.
MIN Om de tijd in te stellen.
MAGNETRON De magnetronfunctie instellen. Houd de
knop langer dan 3 seconden ingedrukt
om de ovenlamp in of uit te schakelen.
Het licht kan ook gebruikt worden als het
apparaat is uitgeschakeld.
PLUS Om de tijd in te stellen.
TEMPERATUUR De oventemperatuur of de temperatuur
van de vleesthermometer (indien van toe-
passing). Alleen gebruiken indien er een
ovenfunctie in werking is.
5.5 Controlelampje bij
voorverwarmen
Als u een ovenfunctie inschakelt, gaan de
balkjes op het display een voor een
branden. De balkjes geven aan dat de
oventemperatuur toeneemt of afneemt.
6. MAGNETRONSTAND
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
6.1 Geschikt kookgerei en materialen
Gebruik in de magnetron alleen kookgerei en materiaal dat hiervoor bestemd is.
Gebruik onderstaande tabel als referentie.
Materiaal van de pannen Magnetron Verwarm-
functie
+magnetron
Ontdooi-
en
Verwar-
ming
Meer
Ovenbestendig glas en porselein
zonder metalen onderdelen, bijv. hit-
tebestendig glas
Niet-ovenbestendig glas en porse-
lein
1)
X X X
Glas en glaskeramiek van ovenbe-
stendig / diepvriesbestendig materi-
aal
NEDERLANDS 11
Materiaal van de pannen Magnetron Verwarm-
functie
+magnetron
Ontdooi-
en
Verwar-
ming
Meer
Keramisch
2)
, aardewerk
2)
X
Keramiek, porselein en aardewerk
met ongeglazuurde onderkant of met
kleine gaatjes, bijv. op handvaten
X X X X
Hittebestendig plastic tot 200 °C
3)
X
Karton, papier X X X
Huishoudfolie X X X
Bakpapier met magnetronveilige af-
dichting
3)
X
Ovenschotels gemaakt van metaal,
d.w.z. emaille, gietijzer
X X X
Bakvormen, zwarte lak of siliconen-
laag
3)
X X X
Bakplaat X X X
4)
Bakrooster X X X
5)
Kookgerei voor magnetrongebruik,
bijv. pan voor knapperige gerechten
X X
1)
Zonder zilveren, gouden, platinum of metalen laag/versieringen
2)
Zonder quartz of metalen onderdelen, of glas dat metalen bevat
3)
U dient de instructies van de fabrikant over de maximum temperaturen na te leven
4)
Bereid op een bakplaatniveau.
5)
Bereid op een bakplaatniveau.
6.2 Magnetronaanbevelingen
LET OP!
Stel de oven nooit in
werking als er zich geen
voedsel in bevindt.
Plaats het voedsel in de oven zonder
enig verpakkingsmateriaal. De
verpakte kant-en-klaar-maaltijden
kunnen alleen in de oven worden
geplaatst als de verpakking
magnetronbestendig is (raadpleeg de
informatie op de verpakking).
Leg het voedsel op een bord en zet
het als u de magnetronfunctie
gebruikt op de bodem van de ruimte.
Meer
Bereid voedsel afgedekt. Bereid
voedsel slechts zonder het te
bedekken als u een korst wilt
behouden.
Zorg dat u de gerechten niet te lang
kookt, door het vermogen en de tijd
te hoog in te stellen. Het voedsel kan
uitdrogen, aanbranden of brand
veroorzaken.
Gebruik de oven niet om eieren in
hun schaal en slakken met huisje te
www.aeg.com
12
bereiden, omdat deze kunnen
barsten. Prik het eigeel van gebakken
eieren in voordat ze worden
opgewarmd.
Prik voedsel met huid of schil diverse
malen in met een vork voordat u het
bereidt.
Snij groenten in stukjes van gelijke
grootte.
Roer vloeibare gerechten zo nu en
dan door.
Roer het voedsel voor het opdienen
door.
Nadat u de oven uitschakelt, neemt u
het voedsel uit en laat u het een
aantal minuten staan. Zie het
hoofdstuk 'Nuttige aanwijzingen en
tips'.
Ontdooien
Plaats het bevroren, uitgepakte
voedsel op een klein omgekeerd
bord met een bakje eronder of op
een ontdooirek of plastic zeef, zodat
de dooivloeistof kan weglopen.
Verwijder telkens de stukken die zijn
ontdooid.
U kunt een hoger
magnetronvermogen gebruiken om
fruit en groenten te bereiden zonder
ze eerst te ontdooien.
6.3 De functie instellen:
Magnetron
Verwijder alle accessoires.
1. Draai aan de functieknop van de
oven om een functie te selecteren:
Magnetron .
Het display toont eerst een standaard
magnetronvermogen en daarna een
standaard tijdsduur voor: Duur.
Druk op om te starten met de
standaardwaarden voor het
magnetronvermogen en voor: Duur.
2. Draai aan de knop voor temperatuur/
magnetronvermogen om het
magnetronvermogen te wijzigen. Het
vermogen kan worden gewijzigd in
stappen van 100 W.
3. Druk op
en daarna op / om
te wijzigen: Duur.
4. Druk op: .
Als de ingestelde tijd voor Duur eindigt,
klinkt het geluidssignaal weer en stopt
de functie Magnetron.
5. Draai de knop voor de ovenfuncties
naar de uit-stand.
Als u de deur van de oven
opent, stopt de functie
Magnetron. Om het
opnieuw te laten starten sluit
u de deur en drukt u op .
6.4 De functie instellen:
Combinatiemagnetron
U kunt de magnetronfunctie combineren
met iedere willekeurige
verwarmingsfunctie.
1. Draai aan de knop voor de
ovenfuncties om een ovenfunctie te
selecteren.
In het display verschijnt een
standaardtemperatuur.
2. Draai de knop voor de temperatuur /
magnetronvermogen om de
temperatuur te wijzigen.
3. Druk op
om de verwarmfunctie te
combineren met de magnetronstand.
Bij het gebruik van de
combimagnetronfunctie
kan de oven diverse
geluiden maken. Dit is
normaal voor deze
functie.
4. Draai aan de knop voor instelling van
temperatuur/magnetronvermogen
om de instellingen van het
magnetronvermogen te wijzigen. Het
vermogen kan worden gewijzigd in
stappen van 100 W.
U kunt Duur instellen voor
de combimagnetronfunctie.
Bij het instellen van de tijd
voor Duur gedurende meer
dan 7 minuten en in de
combistand, kan het
magnetronvermogen niet
hoger zijn dan 600 W.
Ongeveer 5 graden voordat de
ingestelde temperatuur is bereikt klinkt
er een geluidsignaal. Als de ingestelde
NEDERLANDS
13
tijd voor Duur eindigt, klinkt het
geluidssignaal weer en stopt de
combimagnetronfunctie.
5. Draai de knop voor de ovenfuncties
naar de uit-stand.
6.5 Voorbeelden van
kooktoepassingen voor de
instellingen van het vermogen
De gegevens in de volgende tabel
dienen slechts als richtlijn.
Instelling vermogen Gebruik
1000 Watt
900 Watt
800 Watt
700 Watt
Verwarmen van vloeistof
Dichtschroeien aan het begin van het kookproces
Koken van groenten
600 Watt
500 Watt
Ontdooien en verwarmen van bevroren maaltijden
Verwarmen van een maaltijd op een bord
Stoofpot sudderen
Eiergerechten koken
400 Watt
300 Watt
Maaltijden door laten koken
Delicaat voedsel koken
Verwarmen van babyvoeding
Rijst laten sudderen
Delicaat voedsel verwarmen
Smelten van kaas, chocolade, boter
200 Watt
100 Watt
Ontdooien van vlees, vis
Ontdooien van kaas, room en boter
Ontdooien van fruit en gebak
Ontdooien van brood
7. KLOKFUNCTIES
7.1 Tabel met klokfuncties
Klokfunctie Applicatie
DAGTIJD Met deze functie kunt u de dagtijd weergeven of veran-
deren. U kunt de dagtijd alleen wijzigen als de oven uit-
staat.
DUUR Instellen hoe lang de oven in werking is. Gebruik dit al-
leen wanneer de ovenfunctie is ingesteld.
EINDE Instellen als de oven uitstaat. Gebruik dit alleen wan-
neer de ovenfunctie is ingesteld.
VERTRAGINGS-
TIJD
Combinatie van de functies BEREIDINGSDUUR en EIN-
DE.
www.aeg.com14
Klokfunctie Applicatie
KOOKWEKKER Gebruik de kookwekker voor het instellen van een aftel-
tijd. Deze functie heeft geen invloed op de werking van
de oven. U kunt de KOOKWEKKER op elk gewenst mo-
ment instellen, ook als het apparaat uit staat.
00:00 TIMER MET OP-
TELFUNCTIE
Als u geen andere klokfunctie instelt, zal de timer met
optelfunctie automatisch bijhouden hoe lang de oven
werkt.
Deze wordt onmiddellijk ingeschakeld wanneer de
oven begint met opwarmen.
De timer met optelfunctie kan niet gebruikt worden
met de functies: BEREIDINGSDUUR, EINDE.
7.2 Instellen en wijzigen van
de tijd
Wacht na de eerste aansluiting op het
stopcontact totdat het display en
"12:00" weergeeft. "12" knippert.
1. Druk op of om de uren in te
stellen.
2. Druk op om te bevestigen en om
naar het instellen van de minuten te
gaan.
Het display toont en het
ingestelde uur. "00" knippert.
3. Druk op
of om de huidige
minuten in te stellen.
4. Druk op om te bevestigen of de
ingestelde dagtijd zal na vijf
seconden automatisch worden
opgeslagen.
Op het display verschijnt de nieuwe tijd.
Druk om de dagtijd te wijzigen
herhaaldelijk op
tot het
indicatielampje voor de dagtijd
knippert op het display.
7.3 De functie
BEREIDINGSDUUR
1. Ovenfunctie instellen.
2. Blijf op drukken totdat begint
te knipperen.
3. Druk op
of om de minuten en
uren in te stellen. Druk op om te
bevestigen.
Wanneer de ingestelde tijdsduur eindigt,
klinkt er gedurende 2 minuten een
geluidssignaal en knipperen en de
tijd in het display. De oven wordt
automatisch uitgeschakeld
4. Druk op een willekeurige knop of
open de deur van de oven om het
geluid te stoppen.
5. Draai de knop voor de ovenfuncties
naar de uit-stand.
7.4 De functie
BEREIDINGSEINDE
1. Ovenfunctie instellen.
2. Blijf op drukken totdat begint
te knipperen.
3. Druk op
of om de uren en
daarna de minuten in te stellen. Druk
op om te bevestigen.
Op de ingestelde eindtijd klinkt er
gedurende 2 minuten een geluidssignaal
en knipperen
en de tijd in het
display. De oven wordt automatisch
uitgeschakeld
4. Druk op een willekeurige knop of
open de deur van de oven om het
geluid te stoppen.
5. Draai de knop voor de ovenfuncties
naar de uit-stand.
7.5 De functie
TIJDVERTRAGING instellen
1. Ovenfunctie instellen.
2. Blijf op
drukken totdat begint
te knipperen.
NEDERLANDS
15
3. Druk op of om de minuten en
uren voor de BEREIDINGSDUUR in te
stellen. Druk op om te
bevestigen.
Op het display knippert .
4. Druk op of om de uren en
daarna de minuten voor het
BEREIDINGSEINDE in te stellen.
Druk op om te bevestigen.
De oven gaat later automatisch aan,
werkt voor de ingestelde tijdsDUUR en
stopt op de ingestelde EINDTIJD.
Op de ingestelde EINDtijd klinkt er
gedurende 2 minuten een geluidssignaal
en knipperen
en de tijd in het
display. De oven gaat uit.
5. Druk op een willekeurige knop of
open de deur van de oven om het
geluid te stoppen.
6. Draai de knop voor de ovenfuncties
naar de uit-stand.
7.6 De KOOKWEKKER
instellen
De kookwekker kan zowel worden
ingesteld bij een ingeschakelde of
uitgeschakelde oven.
1. Druk steeds opnieuw op
tot op
het display verschijnt en "00"
knippert.
2. Druk op of om de seconden in
te stellen en daarna de minuten.
Als de ingestelde tijd langer is dan
60 minuten knippert op het
display.
3. Stel de uren in.
4. De KOOKWEKKER start automatisch
na vijf seconden.
Na 90% van de ingestelde tijd klinkt
er een geluidssignaal.
5. Wanneer de ingestelde tijd is
verlopen, klinkt er gedurende 2
minuten een geluidssignaal. "00:00"
en knipperen op het display. Druk
op een willekeurige toets om het
signaal uit te zetten.
7.7 TIMER MET
OPTELFUNCTIE
Houd om de timer met optelfunctie te
resetten
en ingedrukt. De
timer gaat weer optellen.
8. GEBRUIK VAN DE ACCESSOIRES
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
8.1 De accessoires plaatsen
Gebruik uitsluitend geschikt kookgerei
en materiaal.
WAARSCHUWING!
Zie hoofdstuk
"magnetronmodus".
Bakrooster:
Plaats het rooster tussen de
geleidestangen van de roostersteun en
zorg ervoor dat de pootjes omlaag staan.
Bakplaat / Diepe pan:
Schuif de bakplaat / diepe pan tussen de
geleidestangen van de roostersteun.
www.aeg.com
16
Bakrooster en bakplaat / diepe pan
samen:
Plaats de bakplaat / diepe pan tussen de
geleiders van de inschuifrails en het
bakrooster op de geleiders erboven.
Kleine inkepingen bovenaan
verhogen de veiligheid.
Deze inkepingen zorgen er
ook voor dat ze niet
omkantelen. De hoge rand
rond het rooster voorkomt
dat het kookgerei van het
rooster afglijdt.
9. EXTRA FUNCTIES
9.1 Gebruik van het kinderslot
Als het kinderslot is ingeschakeld, kan de
oven niet per ongeluk worden aangezet.
1. Zorg dat de knop voor de
ovenfuncties in de uit-stand staat.
2. Druk tegelijkertijd op en
gedurende 2 seconden.
Er klinkt een geluidsignaal. SAFE en
verschijnt op het display.
Herhaal stap 2 om het kinderslot uit te
schakelen.
9.2 Restwarmte-indicatie
Als u de oven uitschakelt, toont het
display de restwarmte-indicator bij
een oventemperatuur van boven de 40
°C.
9.3 Automatische
uitschakeling
Om veiligheidsredenen schakelt het
apparaat na bepaalde tijd automatisch
uit als er een ovenfunctie in werking is en
u geen instellingen wijzigt.
Temperatuur (°C) Uitschakeltijd (u)
30 - 115 12.5
120 - 195 8.5
200 - 230 5.5
Druk na een automatische uitschakeling
op een willekeurige knop om het toestel
opnieuw te activeren.
De automatische
uitschakeling werkt niet met
de functies: licht, duur,
einde.
9.4 Koelventilator
Als de oven in werking is, wordt de
koelventilator automatisch ingeschakeld
om de oppervlakken van de oven koel te
houden. Na het uitschakelen van de
oven blijft de ventilatie doorgaan totdat
de oven is afgekoeld.
NEDERLANDS
17
10. AANWIJZINGEN EN TIPS
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
De temperaturen en
baktijden in de tabellen zijn
slechts als richtlijn bedoeld.
Deze zijn afhankelijk van de
recepten en de kwaliteit en
de hoeveelheid van de
gebruikte ingrediënten.
10.1 Bakken
Uw oven kan anders bakken of
roosteren dan de oven die u tot nu
toe gebruikt heeft. Pas uw normale
instellingen zoals temperatuur,
gaartijd en ovenniveau aan de
tabelwaarden aan.
Gebruik de eerste keer de laagste
temperatuur.
Als u voor een speciaal recept de
instelling niet kunt vinden, zoek dan
naar een soortgelijk recept.
Bij het bereiden van cake op
meerdere niveaus kan de baktijd ca.
10 - 15 minuten langer zijn.
Als de cake niet overal even hoog is,
wordt de cake in het begin van het
bakproces niet overal even bruin.
Verander in dit geval de
temperatuurinstelling niet. De
verschillen verminderen tijdens het
bakproces.
Tijdens het bakken kunnen bakplaten
in de oven vervormen. Wanneer de
bakplaten afkoelen, verdwijnt de
vervorming.
10.2 Baktips
Bakresultaat Mogelijke oorzaak Oplossing
De onderkant van de cake is
niet voldoende gebruind.
De rekstand is incorrect. Plaats de cake op een lagere
rekstand.
De cake zakt in en wordt
klef, klonterig, streperig.
De oventemperatuur is te
hoog.
De volgende keer dat u een
cake bakt, stelt u de baktem-
peratuur lager in.
De cake zakt in en wordt
klef, klonterig, streperig.
Te korte baktijd. Baktijd verlengen. U kunt de
baktijd niet verlagen door
een hogere temperatuur in
te stellen.
De cake zakt in en wordt
klef, klonterig, streperig.
Er zit te veel vloeistof in het
mengsel.
Minder vocht gebruiken. Let
op de kneedtijden, vooral bij
het gebruik van keukenma-
chines.
De cake is te droog. De oventemperatuur is te
laag.
De volgende keer dat u een
cake bakt, stelt u de baktem-
peratuur hoger in.
De cake is te droog. Te lange baktijd. De volgende keer dat u een
cake bakt, gebruikt u een
kortere baktijd.
www.aeg.com18
Bakresultaat Mogelijke oorzaak Oplossing
De cake wordt ongelijkmatig
bruin.
De oventemperatuur is te
hoog en de baktijd te kort.
De baktemperatuur lager in-
stellen en de baktijd verlen-
gen.
De cake wordt ongelijkmatig
bruin.
Het deeg is niet gelijkmatig
verdeeld.
Verdeel het deeg gelijkma-
tig over de bakplaat.
De cake wordt niet gaar bin-
nen de aangegeven baktijd.
De oventemperatuur is te
laag.
De volgende keer dat u een
cake bakt, stelt u de baktem-
peratuur een beetje hoger
in.
10.3 Bakken op één ovenniveau
Bakken in een bakblik
Gerecht Functie Tempera-
tuur (°C)
Tijd (min) Rooster-
hoogte
Tulband of brioche Hetelucht 150 - 160 50 - 70 1
Moskovisch gebak /
vruchtencake
Hetelucht 140 - 160 70 - 90 1
Sponge cake / Cake,
zacht
Hetelucht 140 - 150 35 - 50 1
Sponge cake / Cake,
zacht
Boven-/Onder-
warmte
160 35 - 50 2
Taartbodem - zandtaart-
deeg
1)
Hetelucht 170 - 180 10 - 25 1
Taartbodem - zacht ca-
kedeeg
Hetelucht 150 - 170 20 - 25 1
Apple pie / Appeltaart
(2 vormen Ø 20 cm, dia-
gonaal geplaatst)
Hetelucht 160 70 - 90 1
Apple pie / Appeltaart
(2 vormen Ø 20 cm, dia-
gonaal geplaatst)
Boven-/Onder-
warmte
180 70 - 90 1
Kwarktaart, bakplaat
2)
Boven-/Onder-
warmte
160 - 170 60 - 90 1
1)
Oven voorverwarmen.
2)
Gebruik de braadpan.
NEDERLANDS 19
Gebak / brood op bakplaat
Gerecht Functie Tempera-
tuur (°C)
Tijd (min) Rooster-
hoogte
Vlechtbrood/broodkrans Boven-/Onder-
warmte
170 - 190 30 - 40 2
Kerststol
1)
Boven-/Onder-
warmte
160 - 180 50 - 70 2
Brood (roggebrood)
1)
Boven-/Onder-
warmte
2
eerst 230 20
vervolgens 160 - 180 30 - 60
Roomsoezen / Eclairs
1)
Boven-/Onder-
warmte
190 - 210 20 - 35 2
Biscuitrol
1)
Boven-/Onder-
warmte
180 - 200 10 - 20 2
Kruimeltaart (droog) Hetelucht 150 - 160 20 - 40 1
Boter-/Suikerkoek
1)
Boven-/Onder-
warmte
190 - 210 20 - 30 2
Vruchtentaart (bereid
met gistdeeg/roer-
deeg)
2)
Hetelucht 150 - 160 35 - 55 1
Vruchtentaart (bereid
met gistdeeg/roer-
deeg)
2)
Boven-/Onder-
warmte
170 35 - 55 1
Vruchtentaart met krui-
meldeeg
Hetelucht 160 - 170 40 - 80 1
Plaatkoek met kwetsba-
re garnering (bijvoor-
beeld kwark, room, pud-
dingvulling)
1)
Boven-/Onder-
warmte
160 - 180 40 - 80 2
1)
Oven voorverwarmen.
2)
Gebruik de braadpan.
Koekjes
Gerecht Functie Tempera-
tuur (°C)
Tijd (min) Rooster-
hoogte
Zandkoekjes Hetelucht 150 - 160 10 - 20 1
Short bread / Zandtaart-
deeg / Gebakreepjes
Hetelucht 140 20 - 35 1
www.aeg.com20
Gerecht Functie Tempera-
tuur (°C)
Tijd (min) Rooster-
hoogte
Short bread / Zandtaart-
deeg / Gebakreepjes
1)
Boven-/Onder-
warmte
160 20 - 30 2
Koekjes gemaakt van
sponsdeeg
Hetelucht 150 - 160 15 - 20 1
Eiwitgebak / schuimge-
bak
Hetelucht 80 - 100 120 - 150 1
Bitterkoekjes Hetelucht 100 - 120 30 - 50 1
Koekjes gemaakt van
gistdeeg
Hetelucht 150 - 160 20 - 40 1
Klein bladerdeegge-
bak
1)
Hetelucht 170 - 180 20 - 30 1
Broodjes
1)
Boven-/Onder-
warmte
190 - 210 10 - 25 2
Small cakes / Kleine ca-
kes
1)
Hetelucht 160 20 - 35 3
Small cakes / Kleine ca-
kes
1)
Boven-/Onder-
warmte
170 20 - 35 2
1)
Oven voorverwarmen.
10.4 Ovenschotels en gegratineerde gerechten
Gerecht Functie Temperatuur
(°C)
Tijd (min) Roosterhoogte
Pastaschotel Boven-/onder-
warmte
180 - 200 45 - 60 1
Lasagne Boven-/onder-
warmte
180 - 200 25 - 40 1
Groentegratin
1)
Circulatiegrill 160 - 170 15 - 30 1
Stokbroden be-
dekt met ge-
smolten kaas
Multi hetelucht 160 - 170 15 - 30 1
Zoete ovenscho-
tels
Boven-/onder-
warmte
180 - 200 40 - 60 1
Visschotels Boven-/onder-
warmte
180 - 200 30 - 60 1
NEDERLANDS 21
Gerecht Functie Temperatuur
(°C)
Tijd (min) Roosterhoogte
Gevulde groen-
te
Multi hetelucht 160 - 170 30 - 60 1
1)
Oven voorverwarmen.
10.5 Bakken op meerdere
niveaus
Gebruik de functie Multi hetelucht.
Gebak op bakplaat
Gerecht Temperatuur (°C) Tijd (min) Rooster-
hoogte
Roomsoezen /Eclairs
1)
160 - 180 25 - 45 1 / 3
Kruimeltaart 150 - 160 30 - 45 1 / 3
1)
Oven voorverwarmen.
Klein gebak/cakejes/gebak/broodjes
Gerecht Temperatuur (°C) Tijd (min) Rooster-
hoogte
Zandkoekjes 150 - 160 20 - 40 1 / 3
Short bread / Zand-
taartdeeg/ Deegreep-
jes
140 25 - 45 1 / 3
Koekjes gemaakt van
sponsdeeg
160 - 170 25 - 40 1 / 3
Eiwitgebak, schuimge-
bak
80 - 100 130 - 170 1 / 3
Bitterkoekjes 100 - 120 40 - 80 1 / 3
Koekjes gemaakt van
gistdeeg
160 - 170 30 - 60 1 / 3
10.6 Pizza hetelucht
Gerecht Temperatuur (°C) Tijd (min) Roosterhoogte
Pizza (dunne korst)
1)
200 - 230 15 - 20 3
Pizza (met veel garne-
ring)
2)
180 - 200 20 - 30 3
Taarten 180 - 200 40 - 55 3
www.aeg.com22
Gerecht Temperatuur (°C) Tijd (min) Roosterhoogte
Spinazietaart 160 - 180 45 - 60 3
Quiche Lorraine (hartige
taart)
170 - 190 45 - 55 3
Zwitserse flan 170 - 190 45 - 55 3
Kwarktaart 140 - 160 60 - 90 3
Appeltaart, bedekt 150 - 170 50 - 60 3
Groentetaart 160 - 180 50 - 60 3
Ongedesemd brood
1)
230 10 - 20 3
Bladerdeegtaart
1)
160 - 180 45 - 55 3
Flammekuchen
1)
230 12 - 20 3
Piroggen (Russische vari-
ant op calzone)
1)
180 - 200 15 - 25 3
1)
Oven voorverwarmen.
2)
Gebruik de braadpan.
10.7 Roosteren
Gebruik voor het roosteren
hittebestendige ovenschalen. Zie de
instructies van de fabrikant van de
ovenschalen.
Grote braadstukken kunt u direct in
de diepe braadpan roosteren (indien
aanwezig) of op een rooster boven de
braadpan.
Schenk wat vloeistof in de braadpan
om te voorkomen dat de vleessappen
of het vet op het oppervlak
inbranden.
Alle soorten vlees die een korst
moeten krijgen, kunt u in de
braadschaal zonder deksel braden.
Indien nodig het braadstuk na 1/2 -
2/3 van de gaartijd keren.
Om het vlees sappiger te houden:
braad mager vlees in een
braadpan met deksel of gebruik
een braadzak.
rooster vlees en vis in stukken die
minimaal 1 kg wegen.
besprenkel grote braadstukken
en gevogelte diverse keren
tijdens het braden met het eigen
vleessap.
10.8 Tabel braadstukken
Rundvlees
Gerecht Functie Gewicht
(kg)
Vermo-
gen
(Watt)
Tempera-
tuur (°C)
Tijd (min) Rooster-
hoogte
Stoofvlees Boven-/
onder-
warmte
1 - 1.5 200 230 60 - 80 1
NEDERLANDS 23
Varkensvlees
Gerecht Functie Gewicht
(kg)
Vermo-
gen
(Watt)
Tempera-
tuur (°C)
Tijd (min) Rooster-
hoogte
Schouder-
stuk, nek-
stuk, ham-
lap
Circula-
tiegrill
1 - 1.5 200 160 - 180 50 - 70 1
Gehakt-
brood
Circula-
tiegrill
0.75 - 1 200 160 - 170 35 - 50 1
Varkens-
schenkel
(voorge-
kookt)
Circula-
tiegrill
0.75 - 1 200 150 - 170 60 - 75 1
Kalfsvlees
Gerecht Functie Gewicht
(kg)
Vermo-
gen
(Watt)
Tempera-
tuur (°C)
Tijd (min) Rooster-
hoogte
Geroo-
sterd kalfs-
vlees
Circula-
tiegrill
1 200 160 - 180 50 - 70 1
Kalfs-
schenkel
Circula-
tiegrill
1.5 - 2 200 160 - 180 75 - 100 1
Lamsvlees
Gerecht Functie Gewicht
(kg)
Vermo-
gen
(Watt)
Tempera-
tuur (°C)
Tijd (min) Rooster-
hoogte
Lamsbout,
geroosterd
lamsvlees
Circula-
tiegrill
1 - 1.5 200 150 - 170 50 - 70 1
Gevogelte
Gerecht Functie Gewicht
(kg)
Vermo-
gen
(Watt)
Tempera-
tuur (°C)
Tijd (min) Rooster-
hoogte
Stukken
gevogelte
Circula-
tiegrill
0,2 - 0,25
elk
200 200 - 220 20 - 35 1
Halve kip Circula-
tiegrill
0,4 - 0,5
elk
200 190 - 210 25 - 40 1
Kip, haan-
tje
Circula-
tiegrill
1 - 1.5 200 190 - 210 60 - 80 1
www.aeg.com24
Gerecht Functie Gewicht
(kg)
Vermo-
gen
(Watt)
Tempera-
tuur (°C)
Tijd (min) Rooster-
hoogte
Eend Circula-
tiegrill
1.5 - 2 200 180 - 200 80 - 110 1
Vis (gestoomd)
Gerecht Functie Gewicht
(kg)
Vermo-
gen
(Watt)
Tempera-
tuur (°C)
Tijd (min) Rooster-
hoogte
Hele vis Boven-/
onder-
warmte
1 - 1.5 200 210 - 220 30 - 45 1
Gerechten
Gerecht Functie Gewicht
(kg)
Vermo-
gen
(Watt)
Tempera-
tuur (°C)
Tijd (min) Rooster-
hoogte
Zoete ge-
rechten
Multi
hete-
lucht
- 200 160 - 180 20 - 35 1
Gekruide
gerechten
met ge-
kookte in-
grediënten
(noodles,
groente)
Multi
hete-
lucht
- 400 - 600 160 - 180 20 - 45 1
Gekruide
gerechten
met rauwe
ingrediën-
ten (aard-
appelen,
groente)
Multi
hete-
lucht
- 400 - 600 160 - 180 30 - 45 2
10.9 Grill
Grill alltijd met de maximale
temperatuurinstelling.
Rooster in de rekstand plaatsen, zoals
aangeraden in grilleertabel.
Altijd de pan plaatsen om vet op te
vangen op de eerste rekstand.
Alleen platte stukken vlees of vis
grillen.
Lege oven met grilfuncties altijd 5
minuten voorverwarmen.
LET OP!
Tijdens het grillen moet de
ovendeur altijd gesloten zijn.
NEDERLANDS 25
Grill
Gerecht Temperatuur
(°C)
Tijd (min) Roosterhoogte
1e kant 2e kant
Biefstuk, medi-
um
210 - 230 30 - 40 30 - 40 1
Runderfilet, me-
dium
230 20 - 30 20 - 30 1
Varkensrug 210 - 230 30 - 40 30 - 40 1
Kalfsrug 210 - 230 30 - 40 30 - 40 1
Lamsrug 210 - 230 25 - 35 20 - 35 1
Hele vis, 500 -
1000 g
210 - 230 15 - 30 15 - 30 1
Tweekrings grill
Gerecht Tijd (min) Roosterhoogte
1e kant 2e kant
Burgers / Burgers 9 - 13 8 - 10 3
Varkenshaas 10 - 12 6 - 10 2
Worstjes 10 - 12 6 - 8 3
Runderfilet / kalfs-
biefstukken
7 - 10 6 - 8 3
Toast / Geroosterd
brood
1 - 3 1 - 3 3
Brood met iets erop 6 - 8 - 2
10.10 Bevroren gerechten
Haal het voedsel uit de verpakking.
Doe het voedsel op een bord.
Gebruik voor het afdekken geen
borden of schotels. Hierdoor kan de
ontdooitijd worden verlengd.
Gebruik de functie Multi hetelucht.
Gerecht Temperatuur (°C) Tijd (min) Roosterhoogte
Pizza, bevroren 200 - 220 15 - 25 3
American pizza, bevro-
ren
190 - 210 20 - 25 3
Pizza, gekoeld 210 - 230 13 - 25 3
Pizza snacks, bevroren 180 - 200 15 - 30 3
www.aeg.com26
Gerecht Temperatuur (°C) Tijd (min) Roosterhoogte
Patat, dun
1)
210 - 230 20 - 30 3
Patat, dik
1)
210 - 230 25 - 35 3
Aardappelpartjes / -
kroketjes
1)
210 - 230 20 - 35 3
Rösties 210 - 230 20 - 30 3
Lasagne / Cannelloni,
vers
170 - 190 35 - 45 2
Lasagne / Cannelloni,
bevroren
160 - 180 40 - 60 2
Kippenvleugels 190 - 210 20 - 30 3
1)
Tussen het bakken door 2 tot 3 keer keren.
Tabel voor diepvries- en kant-en-klaargerechten
Gerecht Functie Tempera-
tuur (°C)
Tijd (min) Roosterhoogte
Pizza, bevroren
1)
Boven-/onder-
warmte
volgens
aanwijzin-
gen van de
fabrikant
volgens aanwij-
zingen van de fa-
brikant
2
Patates frites
2)
(300 - 600 g)
Boven-/onder-
warmte of Circula-
tiegrill
200 - 220 volgens aanwij-
zingen van de fa-
brikant
2
Baguettes
3)
Boven-/onder-
warmte
volgens
aanwijzin-
gen van de
fabrikant
volgens aanwij-
zingen van de fa-
brikant
2
Vruchtencake Boven-/onder-
warmte
volgens
aanwijzin-
gen van de
fabrikant
volgens aanwij-
zingen van de fa-
brikant
2
1)
Oven voorverwarmen.
2)
Tussen het bakken door 2 tot 3 keer keren.
3)
Oven voorverwarmen.
10.11 Ontdooien
Haal het gerecht uit de verpakking en
plaats het op een bord.
Gebruik het eerste roosterniveau
vanaf de bodem.
Bedek het bord niet met een kom of
ander bord, aangezien het ontdooien
hierdoor langer kan duren.
Plaats voor grote porties voedsel een
omgedraaid bord op de bodem van
de ovenruimte. Leg het voedsel op
een diep bord of schaal en zet deze
bovenop het bord in de oven.
NEDERLANDS 27
Verwijder indien nodig de
bakplaatsteunen.
Gerecht Gewicht
(kg)
Ontdooitijd
(min.)
Nadooitijd
(min)
Opmerkingen
Kip 1 100 - 140 20 - 30 Kip op een omgedraaid schoteltje
in een groot bord leggen. Halver-
wege de bereidingstijd omdraai-
en.
Vlees 1 100 - 140 20 - 30 Halverwege de bereidingstijd om-
draaien.
Forel 0.15 25 - 35 10 - 15 -
Aardbei-
en
0.3 30 - 40 10 - 20 -
Boter 0.25 30 - 40 10 - 15 -
Room 2 x 0,2 80 - 100 10 - 15 Klop de nog licht bevroren slag-
room.
Gebak 1.4 60 60 -
10.12 Inmaken - Onderwarmte
Gebruik alleen weckpotten van
dezelfde afmetingen.
Gebruik geen weckpotten met een
draai- of bajonetsluiting en metalen
bakken.
Gebruik het eerste rooster van de
bodem van deze functie.
Zet niet meer dan zes weckflessen van
1 liter op het bakrooster.
Vul de glazen potten gelijkmatig en
sluit ze af met een klem.
De weckpotten mogen elkaar niet
raken.
Vul ca. 1/2 liter water op de bakplaat,
zodat er voldoende vocht in de oven
ontstaat.
Als de vloeistof in de weckpotten
begint te borrelen (na ca. 35 - 60
minuten bij weckpotten van 1 liter),
stop de oven of verlaag de
temperatuur tot 100 °C (raadpleeg de
tabel).
Zachte vruchten
Gerecht Temperatuur (°C) Inmaken/wecken
tot het parelen be-
gint (min)
Door blijven koken
op 100 °C (min.)
Aardbeien / bosbes-
sen / frambozen / rij-
pe kruisbessen
160 - 170 35 - 45 -
www.aeg.com28
Steenvruchten
Gerecht Temperatuur (°C) Inmaken/wecken
tot het parelen be-
gint (min)
Door blijven koken
op 100 °C (min.)
Peren / kweeperen /
pruimen
160 - 170 35 - 45 10 - 15
Groenten
Gerecht Temperatuur (°C) Inmaken/wecken
tot het parelen be-
gint (min)
Door blijven koken
op 100 °C (min.)
Wortelen
1)
160 - 170 50 - 60 5 - 10
Komkommers 160 - 170 50 - 60 -
Gemengde augur-
ken
160 - 170 50 - 60 5 - 10
Koolrabi / erwten /
asperges
160 - 170 50 - 60 15 - 20
1)
Na uitschakeling in de oven laten staan.
10.13 Drogen - Multi hetelucht
Gerecht Temperatuur (°C) Tijd (u) Roosterhoogte
Bonen 60 - 70 6 - 8 3
Paprika's 60 - 70 5 - 6 3
Soepgroenten 60 - 70 5 - 6 3
Paddenstoelen 50 - 60 6 - 8 3
Kruiden 40 - 50 2 - 3 3
Pruimen 60 - 70 8 - 10 3
Abrikozen 60 - 70 8 - 10 3
Schijfjes appel 60 - 70 6 - 8 3
Peren 60 - 70 6 - 9 3
10.14 Bereiding met
magnetron
Zet het bord met voedsel onderin de
ruimte en draai het halverwege de
bereidingstijd om.
Roer het voedsel halverwege de
bereiding of ontdooitijd door.
Zet tijdens het verwarmen van dranken
de lepel in de fles of het glas om de
warmte beter te verdelen.
Indien u het gewenste recept niet kunt
vinden, kunt u soortgelijke gerechten in
de tabellen raadplegen.
Dek het voedsel voor bereiding en
opwarming af.
NEDERLANDS 29
Tips voor de magnetron
Bereidings-/
ontdooiresultaten
Mogelijke oorzaak oplossing
Het eten is te droog. Het vermogen was te hoog.
De tijdsduur was te lang.
Het voedsel werd niet afge-
dekt.
Kies de volgende keer een lager ver-
mogen en een langere bereidings-
tijd.
Het eten is nog
steeds niet ontdooid,
heet of gekookt na-
dat de bereidingstijd
is verstreken.
De tijdsduur was te kort. Stel een langere tijdsduur in. Het
magnetronvermogen niet verhogen.
Het voedsel is over-
verhit aan de randen,
maar is in het mid-
den nog niet gaar.
Het vermogen was te hoog.
Het voedsel werd tijdens
de bereidingscyclus niet
omgedraaid.
Kies de volgende keer een lager ver-
mogen en een langere bereidings-
tijd.
Vlees ontdooien
Gerecht Vermogen
(Watt)
Tijd (min) Rusttijd (min)
Steak (0,2 kg) 100 5 - 7 5 - 10
Gehakt (0,5 kg) 100 10 - 15 5 - 10
Gevogelte ontdooien
Gerecht Vermogen
(Watt)
Tijd (min) Rusttijd (min)
Kip (1 kg) 100 25 - 30 10 - 20
Kipfilet (0,15 kg) 100 3 - 5 10 - 15
Kippenpoten (0,15 kg) 100 3 - 5 10 - 15
Vis ontdooien
Gerecht Vermogen
(Watt)
Tijd (min) Rusttijd (min)
Hele vis (0,5 kg) 100 10 - 15 5 - 10
Visfilets (0,5 kg) 100 12 - 15 5 - 10
Zuivelproducten ontdooien
Gerecht Vermogen
(Watt)
Tijd (min) Rusttijd (min)
Boter (0,25 kg) 100 3 - 4 5 - 10
Geraspte kaas (0,2 kg) 100 2 - 3 10 - 15
www.aeg.com30
Taart/koekjes ontdooien
Gerecht Vermogen
(Watt)
Tijd (min) Rusttijd (min)
Gistcake (1 stuks) 200 2 - 3 15 - 20
Cheesecake (1 stuks) 100 2 - 4 15 - 20
Droge cake (bijv. hotelcake)
(1 stuks)
200 2 - 4 15 - 20
Brood (1 kg) 200 15 - 20 5 - 10
Gesneden brood (0,2 kg) 200 3 - 5 5 - 10
Broodjes (4 stuks) 200 2 - 4 2 - 5
Fruit ontdooien
Gerecht Vermogen
(Watt)
Tijd (min) Rusttijd (min)
Fruit (0,25 kg) 100 5 - 10 10 - 15
Opnieuw Verwarmen
Gerecht Vermogen
(Watt)
Tijd (min) Rusttijd (min)
Babyvoeding in potjes (0,2
kg)
300 1 - 2 -
Babymelk (180 ml); zet lepel
in de fles
600 0:20 - 0:40 -
Kant-en-klaarmaaltijd (0,5 kg) 600 6 - 9 2 - 5
Bevroren kant-en-klaarmaal-
tijden (0,5 kg)
400 10 - 15 2 - 5
Melk (200 ml) 1000 1 - 1:30 -
Water (200 ml) 1000 1:30 - 2 -
Saus (200 ml) 600 1 - 3 -
Soep (300 ml) 600 3 - 5 -
Smelten
Gerecht Vermogen
(Watt)
Tijd (min) Rusttijd (min)
Chocolade / chocoladelaag-
je (0,15 kg)
300 2 - 4 -
Boter (0,1 kg) 400 0:30-1:30 -
NEDERLANDS 31
Meer
Gerecht Vermogen
(Watt)
Tijd (min) Rusttijd (min)
Hele vis (0,5 kg) 500 8 - 10 2 - 5
Visfilets (0,5 kg) 400 4 - 7 2 - 5
Groenten, vers (0,5 kg + 50
ml water)
600 5 - 15 -
Groenten, bevroren (0,5 kg +
50 ml water)
600 10 - 20 -
Gepofte aardappels (0,5 kg) 600 7 - 10 -
Rijst (0,2 kg + 400 ml water) 600 15 - 18 -
Popcorn 1000 1:30 - 3 -
Combimagnetronfunctie
Om gerechten korter te bereiden en
tegelijkertijd een bruin korstje te geven.
Combineer functies: Grill + ventilator en
Magnetron.
Gerecht Ovengerei Ver-
mo-
gen
(Watt
)
Tempe-
ratuur
(°C)
Tijd
(min)
Roos-
ter-
hoog-
te
Rusttijd (min)
2 kippenhelf-
ten (2 x 0,55
kg)
Ronde glazen schaal, Ø
26 cm
300 220 40 2 5
Gegratineer-
de aardappe-
len (1 kg)
Gratinschotel 300 200 40 2 10
Varkens-
braadstuk,
hals (1,1 kg)
Glazen schotel met
zeef
300 200 70 1 10
10.15 Aanwijzingen voor testinstituten
Magnetronfunctie
Testen volgens IEC 60705.
Gerecht Vermo-
gen
(Watt)
Gewicht
(kg)
Rooster-
hoogte
1)
Tijd (min) Opmerkingen
Taart 600 0.475 Onder-
warmte
7 - 9 Draai halverwege de
bereidingstijd de con-
tainer 1/4 om.
www.aeg.com32
Gerecht Vermo-
gen
(Watt)
Gewicht
(kg)
Rooster-
hoogte
1)
Tijd (min) Opmerkingen
Gehaktbrood 400 0.9 2 25 - 32 Draai halverwege de
bereidingstijd de con-
tainer 1/4 om.
Eiervla 300 1 Onder-
warmte
18 -
Ontdooien
van vlees
100 0.5 Onder-
warmte
7 - 8 Draai het vlees halver-
wege de bereidingstijd
om.
1)
Gebruik het draadrek mits anders aangegeven.
Combimagnetronfunctie
Testen volgens IEC 60705.
Gerecht Functie Ver-
mo-
gen
(Watt)
Ge-
wicht
(kg)
Tempe-
ratuur
(°C)
Roos-
ter-
hoog-
te
1)
Tijd (min) Opmerkingen
Cake Hetelucht +
magnetron
100 0.7 180 2 29 - 31 Draai halverwe-
ge de berei-
dingstijd de
container 1/4
om.
Aardap-
pelgratin
Grill + hete
lucht +
magnetron
300 1.1 180 2 40 - 45 Draai halverwe-
ge de berei-
dingstijd de
container 1/4
om.
Kip Grill + hete
lucht +
magnetron
200 1.1 230 1 45 - 55 Doe het vlees in
een ronde kom
en draai het hal-
verwege de be-
reidingstijd om.
1)
Gebruik het draadrek mits anders aangegeven.
11. ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
11.1 Opmerkingen over
schoonmaken
Maak de voorkant van de oven
schoon met een zachte doek, warm
water en een mild reinigingsmiddel.
NEDERLANDS 33
Gebruik voor metalen oppervlakken
een specifiek reinigingsmiddel.
Reinig de binnenkant van de oven na
elk gebruik. Vetophoping of andere
voedingsresten kunnen brand
veroorzaken. Het gevaar is groter
voor de grillpan.
Verwijder voedselresten en vetten
voorzichtig van de bovenkant van de
ovenruimte.
Verwijder hardnekkig vuil met een
speciale ovenreiniger.
Reinig alle accessoires na elk gebruik
en laat ze drogen. Gebruik een zachte
doek met een warm sopje en een
reinigingsmiddel.
Toebehoren met antiaanbaklaag
mogen niet worden schoongemaakt
met een agressief reinigingsmiddel,
voorwerpen met scherpe randen of
een afwasautomaat. Dit kan de
antiaanbaklaag beschadigen.
Droog de oven als de ovenruimte nat
is na gebruik.
11.2 Verwijderen van de
geleiders
Zorg ervoor dat de oven is afgekoeld
voordat u onderhoud verricht. Er bestaat
verbrandingsgevaar.
Om het apparaat te reinigen, verwijder
de inschuifrails.
1. Inschuifrails voorzichtig naar boven
toe uit de voorste ophanging
trekken.
2
3
1
2. Trek de inschuifrail bij de voorkant uit
de zijwand.
3. Geleiders uit de achterste ophanging
trekken.
Installeer de inschuifrails in de
omgekeerde volgorde.
11.3 Het lampje vervangen
Leg een doek op de bodem van de
binnenkant van het apparaat. Dit
voorkomt schade aan het afdekglas en
de ovenruimte.
WAARSCHUWING!
Gevaar voor elektrocutie!
Maak de zekering los
voordat u de lamp vervangt.
De lamp en het afdekglas
kunnen heet zijn.
LET OP!
Houd de halogeenlamp
altijd met een doek vast om
te voorkomen dat er
vetrestjes op de ovenlamp
verbranden.
1. Schakel het apparaat uit.
2. Verwijder de zekeringen in de
zekeringenkast, of schakel de
stroomonderbreker uit.
Het bovenste lampje
1. Draai het afdekglas van de lamp naar
rechts en verwijder het.
2. Reinig het afdekglas.
3. Vervang de lamp door een geschikte
300°C hittebestendige lamp.
4. Plaats het afdekglas terug.
12.
PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
www.aeg.com34
12.1 Problemen oplossen
Probleem Mogelijke oorzaak oplossing
U kunt de oven niet inscha-
kelen of bedienen.
De oven is niet aangesloten
op een stopcontact of is niet
goed geïnstalleerd.
Controleer of de oven goed
is aangesloten op het stop-
contact (zie het aansluitdia-
gram indien beschikbaar).
De oven wordt niet warm. De oven is uitgeschakeld. Schakel de oven in.
De oven wordt niet warm. De klok is niet ingesteld. Stel de klok in.
De oven wordt niet warm. De benodigde kookstanden
zijn niet ingesteld.
Zorg ervoor dat de instellin-
gen correct zijn.
De oven wordt niet warm. De automatische uitschake-
ling is actief.
Raadpleeg 'Automatisch uit-
schakelen'.
De oven wordt niet warm. Het kinderslot is geacti-
veerd.
Raadpleeg 'Het kinderslot
gebruiken'.
De oven wordt niet warm. De zekering is doorgesla-
gen.
Controleer of de zekering de
oorzaak van de storing is. Als
de zekeringen keer op keer
doorslaan, neemt u contact
op met een erkende installa-
teur.
Het lampje brandt niet. Het lampje is stuk. Vervang het lampje.
De bereiding van de gerech-
ten duurt te lang of de ge-
rechten worden te snel gaar.
De temperatuur is te laag of
te hoog.
Pas indien nodig de tempe-
ratuur aan. Volg het advies
in de handleiding op.
Stoom en condens slaan
neer op de gerechten en in
de ovenruimte.
Het gerecht heeft te lang in
de oven gestaan.
Laat gerechten na het berei-
den niet langer dan 15 - 20
minuten in de oven staan.
Het display toont een fout-
code die niet in deze tabel
staat.
Er is een elektrische fout. Schakel de oven uit via
de huiszekering of de vei-
ligheidsschakelaar in de
zekeringkast en schakel
deze weer in.
Neem contact op met de
klantenservice wanneer
de foutcode opnieuw
wordt weergegeven.
12.2 Onderhoudgegevens
Als u niet zelf het probleem kunt
verhelpen, neem dan contact op met uw
verkoper of de serviceafdeling.
De contactgegevens van het
servicecentrum staan op het typeplaatje.
Het typeplaatje bevindt zich voor aan de
binnenkant van het apparaat. Verwijder
het typeplaatje niet uit de ovenruimte.
NEDERLANDS 35
Wij adviseren u om de gegevens hier te noteren:
Model (MOD.) .........................................
Productnummer (PNC) .........................................
Serienummer (S.N.) .........................................
13. ENERGIEZUINIGHEID
13.1 Energiebesparing
Deze oven bevat functies die
u helpen energie te
besparen tijdens het
dagelijks koken.
Algemene tips
Zorg ervoor dat de ovendeur goed
gesloten is als u het apparaat in werking
stelt. De deur niet openen tijdens de
bereiding met stoom. Houd het
deurrubber schoon en zorg ervoor dat
het goed op zijn plaats vastzit.
Gebruik metalen schalen om meer
energie te besparen, maar alleen als u
geen magnetronfunctie gebruikt.
Indien mogelijk de oven niet
voorverwarmen voordat u er voedsel in
plaatst.
Verlaag bij een bereidingsduur langer
dan 30 minuten de oventemperatuur met
minimaal 3 - 10 minuten, afhankelijk van
de bereidingsduur voordat de kooktijd
verstrijkt. De restwarmte in de oven zorgt
ervoor dat het gerecht wordt voltooid.
U kunt de restwarmte gebruiken om
andere maaltijden op te warmen.
Houd de onderbrekingen tussen het
bakken zo kort mogelijk als u een aantal
gerechten tegelijkertijd bereidt.
Bereiding met hete lucht
Gebruik indien mogelijk de
bereidingsfuncties met hete lucht om
energie te besparen.
Restwarmte
Bij sommige ovenfuncties worden, als
een programma met tijdselectie (Duur of
Einde) in werking is en de bereidingstijd
langer is dan 30 minuten, de
verwarmingselementen automatisch
eerder uitgeschakeld.
De lamp en ventilator blijven wel werken.
Eten warm houden
Kies de laagst mogelijke
temperatuurinstelling om de restwarmte
te gebruiken en een maaltijd warm te
houden. Het indicatielampje van de
restwarmte of temperatuur verschijnt op
het display.
Koken met de verlichting
uitgeschakeld
Schakel de verlichting tijdens het koken
uit. Doe het aan als u het nodig heeft.
14. MILIEUBESCHERMING
Recycle de materialen met het symbool
. Gooi de verpakking in een geschikte
verzamelcontainer om het te recyclen.
Help om het milieu en de
volksgezondheid te beschermen en
recycle het afval van elektrische en
elektronische apparaten. Gooi apparaten
gemarkeerd met het symbool niet weg
met het huishoudelijk afval. Breng het
product naar het milieustation bij u in de
buurt of neem contact op met de
gemeente.
*
www.aeg.com
36
NEDERLANDS 37
www.aeg.com38
NEDERLANDS 39
www.aeg.com/shop
867343186-A-322017
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40

AEG CD510M Handleiding

Categorie
Magnetrons
Type
Handleiding