Aeg-Electrolux L14950A Handleiding

Type
Handleiding
LAVAMAT 14950A
Gebruiksaanwijzing Washer-dryer
Wij danken u voor uw keuze voor een van onze producten van hoogwaardige
kwaliteit.
Lees deze gebruiksaanwijzing alstublieft zorgvuldig door, zo kunt u zeker zijn van
optimale en professionele prestaties van uw apparaat. De handleiding zal u in staat
stellen om alle processen perfect en op de meest efficiënte wijze te laten verlopen.
Wij adviseren u deze handleiding op een veilige plaats te bewaren, dan kunt u hem
te allen tijde raadplegen. Geef deze handleiding ook aan een eventuele toekomstige
eigenaar van het apparaat.
Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe apparaat.
Inhoud
Bedieningsinstructies 3
Veiligheidsinformatie 3
Algemene veiligheid 3
Installatie 4
Gebruik 4
Veiligheid van kinderen 5
Beschrijving van het product 6
Wasmiddellade 6
Bedieningspaneel 7
Display 7
Het eerste gebruik 9
Personalisering 9
Geluidssignalen 9
Kinderslot 9
Dagelijks gebruik 10
Wasgoed in de machine doen 10
Alleen wassen 10
Wasmiddel en wasverzachter doseren
10
Kies het gewenste programma met de
programmakeuzeknop (1) 11
Kies het centrifugetoerental, de optie
NACHTCYCLUS- of SPOELSTOP (toets 2)
11
Programmakeuzetoetsen 12
VOORWAS optie 12
VLEKKEN optie 13
Optie BEHOEDZAAM 13
Optie DAGELIJKS 13
Optie SUPERSNEL 13
EXTRA SPOELGANG optie (aanvullende
spoelgang) 13
START/PAUZE selecteren (toets 7) 13
De UITGESTELDE START selecteren (toets 8)
14
Een optie of lopend programma wijzigen
14
Een programma onderbreken 14
Een programma annuleren 15
De deur openen nadat het programma is
gestart 15
aan het einde van het programma 15
Gebruik - Drogen 15
Alleen drogen 15
Automatisch wassen en drogen (NON-STOP-
programma) 17
Wasprogramma's 17
Droogprogramma's 21
Automatische programma's 21
Tijdgestuurde programma's 21
Nuttige aanwijzingen en tips 22
De was sorteren 22
Temperaturen 22
Voordat u de was in de machine doet 22
Maximale belading 22
Het gewicht van wasgoed 22
Vlekken verwijderen 23
Wasmiddelen en nabehandelingsmiddelen
23
Graden van waterhardheid 24
Tips voor het drogen 24
De droogcyclus voorbereiden 24
Wasgoed dat niet geschikt is voor de
droger 24
Wasvoorschriften in de kleding 25
Duur droogcyclus 25
Extra drogen 25
2
Inhoud
Onderhoud en reiniging 26
Ontkalken 26
Na elke wasbeurt 26
Onderhoudswasbeurt 26
Schoonmaken van de buitenkant 26
Wasmiddellade 26
Wastrommel 27
Deurrubber 27
Afvoerpomp 27
De watertoevoerfilters schoonmaken 29
Voorzorgsmaatregelen bij vorst 30
Machine legen in geval van nood 30
Problemen oplossen 31
Technische gegevens 34
Verbruikswaarden 35
Montage-instructies 35
Montage 35
Uitpakken 35
Plaatsing en waterpas zetten 38
Watertoevoer 38
Waterstop 39
Waterafvoer 39
Aansluiting aan het elektriciteitsnet 40
Milieubescherming 41
Verpakkingsmaterialen 41
Milieutips 41
Wijzigingen voorbehouden
Bedieningsinstructies
Veiligheidsinformatie
Zorgvuldig lezen en voor toekomstige raadpleging bewaren.
De veiligheid van uw apparaat voldoet aan de voorschriften en de wettelijke vereisten
met betrekking tot de veiligheid van apparaten Wij vinden echter dat wij, als fabrikant,
de plicht hebben u de volgende veiligheidsaanwijzingen te geven.
Het is erg belangrijk dat deze gebruiksaanwijzing bij de machine bewaard zodat u later
nog eens iets kunt nalezen. Als het apparaat aan iemand anders verkocht of geschonken
wordt, of als u verhuist en de machine achterlaat, zorg er dan voor dat de gebruiksaan-
wijzing bij het apparaat blijft zodat de nieuwe eigenaar kennis kan nemen van de werking
van het apparaat en de bijbehorende waarschuwingen.
U MOET deze gebruiksaanwijzing aandachtig doorlezen voordat u de machine te instal-
leert of in gebruik neemt.
Controleer uw machine op eventuele schade, die ontstaan kan zijn tijdens het transport,
voordat u hem in gebruik neemt. Sluit nooit een beschadigde machine aan. Als er on-
derdelen zijn beschadigd, neem dan contact op met uw leverancier.
Als de machine in de winter wordt afgeleverd, als de temperatuur onder nul is. Zet de
wasmachine 24 uur in een ruimte met kamertemperatuur voordat u hem in gebruik
neemt.
Algemene veiligheid
Het is gevaarlijk om de specificaties te wijzigen of om te proberen op enigerlei wijze
veranderingen aan te brengen aan dit apparaat.
Tijdens wasprogramma's op hoge temperatuur kan het deurglas heet worden. Niet aan-
raken!
Veiligheidsinformatie
3
132951290-00-522009
Zorg ervoor dat kleine huisdieren niet in de trommel klimmen. Controleer om dit te
voorkomen de trommel vóór gebruik.
Voorwerpen als munten, veiligheidsspelden, spijkers, schroeven, stenen of andere harde,
scherpe materialen kunnen grote schade aan het apparaat toebrengen en mogen niet
in het apparaat terechtkomen.
Gebruik alleen de aanbevolen hoeveelheid wasverzachter en wasmiddel. Als u te veel
doseert, kunnen kledingstukken beschadigd raken. Raadpleeg de aanbevelingen van de
fabrikant met betrekking tot de hoeveelheden.
Was kleine artikelen zoals sokken, veters, wasbare ceintuurs enz. in een waszak of kus-
sensloop, omdat deze tussen de kuip en de trommel terecht kunnen komen.
Gebruik uw wasautomaat niet om artikelen met baleinen, materialen zonder zoom of
gescheurde materialen te wassen.
Trek na gebruik, reiniging en onderhoud van de machine altijd de stekker uit het stop-
contact en draai de kraan dicht.
Probeer in geen geval zelf de machine te repareren. Reparaties uitgevoerd door ondes-
kundigen kunnen lichamelijk letsel of ernstige schade aan de machine veroorzaken. Neem
contact op met een Klantenservice bij u in de buurt. Vraag altijd om originele vervan-
gingsonderdelen.
Installatie
Dit apparaat is zwaar. Wees voorzichtig als u het apparaat verplaatst.
Controleer bij het uitpakken van het apparaat of dit niet is beschadigd. Gebruik het
apparaat bij twijfel niet en neem contact op met de Klantenservice.
Alle verpakkingsmaterialen en transportbouten moeten vóór het gebruik worden ver-
wijderd. Als dit wordt nagelaten kan dit ernstige schade aan het product en andere
eigendommen tot gevolg hebben. Zie het desbetreffende hoofdstuk in de gebruiksaan-
wijzing.
Controleer na de installatie van het apparaat of het niet op de toevoer- en afvoerslang
staat en of het werkblad het aansluitsnoer niet platdrukt tegen de muur.
Als het apparaat op een tapijtvloer wordt geplaatst, dient de hoogte van de stelpootjes
te worden aangepast om de lucht onder het apparaat toch goed te kunnen laten circu-
leren.
Let er altijd op of er na de installatie geen water lekt uit de slangen en de aansluitingen.
Als het apparaat geïnstalleerd is op een plaats waar het kan vriezen, lees dan het hoofd-
stuk "Bevriezingsgevaren.
Eventuele voor de installatie van dit apparaat noodzakelijke loodgieterswerkzaamheden,
moeten worden uitgevoerd door een gekwalificeerde loodgieter.
Eventuele voor de installatie van het apparaat noodzakelijke elektrotechnische werk-
zaamheden, moeten worden uitgevoerd door een gekwalificeerde elektricien.
Gebruik
Dit apparaat is bestemd voor huishoudelijk gebruik. Het is niet toegestaan het apparaat
te gebruiken voor andere doeleinden dan waarvoor het is bestemd.
Was en droog uitsluitend textiel dat geschikt is voor machinaal wassen en drogen. Volg
de instructies op het wasvoorschrift in de kleding
Doe niet te veel wasgoed in de machine. Zie de "Wasprogramma"-tabel.
Voordat u gaat wassen, dient u ervoor te zorgen dat alle zakken leeg zijn en dat alle
knopen en ritsen dicht zijn. Was geen gerafelde of gescheurde artikelen. Behandel vlekken
4
Veiligheidsinformatie
zoals verf, inkt, roest en gras eerst voordat u artikelen met dit soort vlekken gaat wassen.
Beugelbeha's mogen NIET machinaal worden gewassen.
Kledingstukken die in aanraking zijn geweest met vluchtige petroleumproducten mogen
niet in de machine gewassen worden. Als vluchtige reinigingsvloeistoffen zijn gebruikt,
dient u ervoor te zorgen dat de vloeistof uit het kledingstuk is verwijderd voordat u het
in de machine doet.
Daar sommige (dons)dekbedden vanwege hun omvang gewassen/gedroogd moeten
worden in grote commerciële machines, dient u bij de fabrikant van het artikel na te
gaan of het geschikt is om gewassen te worden in een wasmachine voor huishoudelijk
gebruik.
Controleer altijd of er geen (wegwerp)aanstekers in de kleding zijn achtergebleven.
Droog nooit artikelen in de droger die in contact zijn geweest met chemicaliën zoals
reinigingsvloeistof. Deze zijn vluchtig en kunnen een explosie veroorzaken. Droog alleen
artikelen in de droger die gewassen zijn in water of die gelucht moeten worden.
Kunststof wasmiddeldoseerbolletjes mogen niet in de trommel achterblijven tijdens de
droogcyclus, omdat de kunststof niet bestand is tegen de hitte. Als u non-stop wilt
wassen en drogen moet u de gewone wasmiddellade gebruiken.
Trek de stekker nooit aan het snoer uit het stopcontact; maar aan de stekker zelf.
Gebruik de wasmachine nooit als het aansluitsnoer, het bedieningspaneel, het werkblad
of de sokkel beschadigd zijn, waardoor de binnenkant van de wasmachine toegankelijk
is.
Veiligheid van kinderen
Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (met inbegrip van kinderen) met
beperkte lichamelijke of verstandelijke vermogens of een gebrek aan ervaring en kennis,
tenzij dit onder toezicht gebeurt van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon
of tenzij zij van een dergelijke persoon instructie hebben ontvangen over het gebruik
van het apparaat
Houd kinderen uit de buurt om te voorkomen dat ze met het apparaat spelen.
De verpakkingsmaterialen (zoals plasticfolie en polystyreen) kunnen een gevaar opleve-
ren voor kinderen - verstikkingsgevaar! Houd deze materialen buiten het bereik van
kinderen.
Berg alle wasmiddelen op een veilige plaats, buiten het bereik van kinderen, op.
Zorg ervoor dat kinderen of huisdieren niet
in de trommel kunnen klimmen. Om te voor-
komen dat kinderen of huisdieren binnen in
deze machine vast komen te zitten, heeft hij
een speciale functie. Om deze functie te ac-
tiveren draait u de knop (zonder deze in te
drukken) aan de binnenkant van de deur naar
rechts tot de groef horizontaal staat. Gebruik
zo nodig een muntstuk. Om deze functie uit
te schakelen en de mogelijkheid te herstellen
om de deur te sluiten, draait u de knop naar
links tot de groef verticaal staat.
Veiligheidsinformatie
5
Beschrijving van het product
Uw nieuwe apparaat voldoet aan alle moderne eisen voor een effectieve behandeling van
wasgoed met een laag verbruik van water, energie en wasmiddel.
Het New jet systeem maakt het volledige gebruik van wasmiddel mogelijk en vermindert
het waterverbruik om energie te besparen.
1
6
5
4
3
2
1 Wasmiddellade
2 Bedieningspaneel
3 Deurhandgreep
4 Typeplaatje
5 Afvoerpomp
6 Verstelbare pootjes
Wasmiddellade
Vakje voor voorwasmiddel of vlekkenverwijde-
raar.
Het voorwasmiddel wordt het begin van het was-
programma ingespoeld.
Het vlekkenzout wordt tijdens de vlekken-fase in
de hoofdwas in gespoeld.
Vakje voor waspoeder of vloeibaar wasmiddel
te gebruiken voor de hoofdwas .
Vakje voor vloeibare toevoegingen (wasver-
zachter, stijfsel).
Volg de aanbevelingen van de fabrikant op voor wat betreft de te gebruiken hoeveelheden
en overschrijd het "MAX" teken in de wasmiddellade niet. Wasverzachter of stijfsel moeten
in het vakje voor vloeibare toevoegingen worden gegoten voordat u het wasprogramma
start.
6
Beschrijving van het product
Bedieningspaneel
Hieronder staat een afbeelding van het bedieningspaneel. Het laat de programmakeuzeknop
zien als ook de verschillende toetsen en het display. Deze onderdelen worden weergegeven
met relevante nummers en op de volgende pagina's uitgelegd.
1234567 8
9
1 Programmakeuzeknop
2 Toets KORT CENTRIFUGEREN ( TPM - ESSORAGE)
3 Toets AUTODROGEN ( AUTOM.DROOG - SÉCHAGE AUTO)
4 Toets DROOGTIJD ( DROOGTIJD - TEMPS DE SÉCHAGE)
5 Toets OPTIE ( OPTIES - OPTIONS)
6 toets OK
7 Toets START/PAUZE ( START/PAUZE - DÉPART/PAUSE)
8 Toets UITGESTELDE START ( STARTUITSTEL - DÉPART/DIFFÉRÉ)
9 Display
Symbolen op het bedieningspaneel
= Handwas
Display
9.1 9.2 9.3 9.4
9.9
9.8
9.79.69.5
Bedieningspaneel
7
9.1 - Centrifugetoerentalindicatie, SPOELSTOP , NACHTCYCLUS - symbolen
9.2 - Indicatie droogtegraad volgens ingesteld programma: STRIJKDROOG
, KAST-
DROOG
en EXTRA DROOG - symbolen, selecteerbaar door op de knop te drukken 3 ;
indicatie AUTO, gekoppeld aan het droogprogramma en de knop 4 .
9.3 - Indicatie programmavoortgang: VOORWAS
, HOOFDWAS , SPOELEN ,
CENTRIFUGEREN
, OVERDOSERING , EXTRA SPOELEN , DROGEN , DROGEN
ANTI-KREUKEL-fase
- symbolen,
Het display van het programmaverloop toont de was- of droogfases van het gekozen pro-
gramma. Tijdens een cyclus knippert er een zwarte lijn onder het fasesymbool van het
lopende programma. Na afloop van elke fase brandt het streepje onder het overeenkomstige
symbool continu.
Als het lampje van het symbool OVERDOSERING aan het einde van het programma gaat
branden, dan betekent dit dat er te veel wasmiddel gebruikt is.
9.4 - DEUR
- symbool (Deur vergrendeld)
Dit symbool geeft aan of de deur geopend kan worden:
het symbool brandt: de deur kan niet geopend worden. Het apparaat voert een was-
of droogprogramma uit.
het symbool is uit: De deur kan nu geopend worden. Het was- of droogprogramma is
afgelopen.
9.5 - Opties: VOORWAS
, VLEKKEN , BEHOEDZAAM , DAGELIJKS , SUPERSNEL
- symbolen
9.6 - KINDERSLOT
- symbool
9.7 - Het display toont de volgende informatie:
Duur van het gekozen programma
Nadat u een programma gekozen heeft, wordt de tijdsduur in uren en minuten weer-
gegeven (bijvoorbeeld
) . De duur wordt automatisch berekend op basis van de
aanbevolen maximale lading voor elk type wasgoed. Na de start van het programma
wordt de resterende tijd elke minuut bijgewerkt.
Uitgestelde start
De gekozen tijdsduur van het uitstel (20 uur max) die door middel van de bijbehorende
toets is ingesteld, verschijnt gedurende een paar seconden op het display (bijvoorbeeld
), daarna verschijnt de duur van het eerder gekozen programma.
Het symbool STARTUITSTEL verschijnt op het display. De vertragingstijd neemt elk uur
met eenheden van een uur af, daarna, wanneer er nog 1 uur resteert, neemt de tijd af
met eenheden van één minuut.
Gekozen droogtijd
Nadat u een droogprogramma gekozen heeft, wordt de tijdsduur in minuten en/of uren
(max. 250 min.).
Na de start van het programma wordt de resterende tijd elke minuut bijgewerkt.
Verkeerde optiekeuze
Als een optie wordt gekozen die niet compatibel is met het ingestelde wasprogramma,
wordt de boodschap Err weergegeven voor een paar seconden en gaat het gele licht van
knop 7 knipperen.
•Alarmcodes
8
In geval van problemen met de werking kunnen er alarmcodes weergegeven worden,
bijvoorbeeld
(zie hoofdstuk «Wat te doen als...»).
Einde van het programma
Als het programma is afgelopen verschijnt er een knipperende nul
op het display, het
DEUR symbool verdwijnt en de deur kan geopend worden.
9.8 - DROOGTIJD-duur
- symbool
9.9 - UITGESTELDE START
- symbool
Het eerste gebruik
Zorg ervoor dat de elektrische aansluiting en de wateraansluiting voldoen aan de in-
stallatie-instructies.
Verwijder het polystyreenblok en evt. andere materialen uit de trommel.
Laat, voordat u de machine voor de eerste keer gebruikt, het katoenprogramma op de
hoogste temperatuur draaien zonder wasgoed in de machine, zodat eventuele fabrica-
geresten uit de trommel en de kuip worden verwijderd. Giet een halve maatbeker was-
middel in het vakje voor de hoofdwas en start de machine.
Personalisering
Geluidssignalen
De wasmachine is voorzien van een geluidssysteem, dat in de volgende gevallen te horen
zal zijn:
aan het einde van een cyclus
in geval van problemen met de werking.
Door ongeveer 6 seconden op de toetsen 3 en 4 te drukken, wordt het geluidssignaal
uitgeschakeld (behalve in het geval van problemen met de werking). Door nogmaals op
deze twee toetsen te drukken wordt het geluidssignaal weer geactiveerd.
Kinderslot
Dankzij deze voorziening kunt u het apparaat onbeheerd laten, u hoeft zich dan geen zorgen
te maken dat kinderen gewond raken of het apparaat schade toebrengen.
Deze functie blijft ingeschakeld, ook als de machine niet in werking is.
Er zijn twee manieren om deze optie in te stellen:
Voor het drukken op knop 7 : kan de machine niet worden gestart.
Na het drukken op knop 7 : kan een ander programma of andere optie niet worden
gewijzigd.
Om deze optie in- of uit te schakelen tegelijkertijd gedurende ongeveer 6 seconden op de
toetsen 4 en 5 drukken tot het symbool 9.6 op het display verschijnt of van het display
verdwijnt.
Het eerste gebruik
9
Dagelijks gebruik
Wasgoed in de machine doen
1. Open de deur voorzichtig door de hand-
greep naar buiten te trekken. Doe het was-
goed stuk voor stuk in de trommel; schud
het eerst zo goed mogelijk uit.
2. Doe de deur stevig dicht. U moet bij het
sluiten een klik horen.
WAARSCHUWING!
Laat het wasgoed niet tussen de deur en de
rubber pakking terecht komen.
Alleen wassen
Wasmiddel en wasverzachter doseren
Uw nieuwe apparaat is ontworpen om te besparen op het verbruik van water, energie en
wasmiddel.
1. Trek de wasmiddellade zo ver mogelijk
naar buiten. Meet de vereiste hoeveelheid
wasmiddel af en giet het vervolgens in het
vakje voor de hoofdwas
en als u een
programma wilt uitvoeren met voorwas -
fase of met de vlekken -functie, dient u
het wasmiddel of de vlekkenverwijderaar
in het vak te gieten
.
10
Dagelijks gebruik
2. Giet, indien gewenst, wasverzachter in het
vakje
(de gebruikte hoeveelheid mag de
markering MAX in de lade niet overschrij-
den). Schuif de wasmiddellade er weer
voorzichtig in.
Kies het gewenste programma met de programmakeuzeknop (1)
U kunt het juiste programma voor elke soort wasgoed kiezen door de aanwijzingen in de
programmatabellen op te volgen (zie «Wasprogramma's»).
Draai de programmakeuzeknop op het gewenste programma. Met de programmakeuze-
knop bepaalt u het soort wascyclus (bijv. waterpeil, beweging van de trommel, aantal
spoelgangen) en de wastemperatuur afhankelijk van het soort wasgoed.
Bij het kiezen van een programma, worden de symbolen van het programmaverloop en de
symbolen die overeenkomen met de droogtegraad volgens het ingestelde programma op
het display aangegeven.
Het controlelampje van toets 7 gaat knipperen en op het display verschijnt de duur van
het gekozen programma.
De programmakeuzeknop kan met de klok mee of tegen de klok in worden gedraaid.
Stand
komt overeen met een koude was, de stand om het programma te resetten/
de machine uit te schakelen.
Aan het einde van het programma moet de programmakeuzeknop op stand,
om
de machine uit te schakelen.
Als u de programmakeuzeknop op een ander programma zet als de machine in werking is,
zal het gele controlelampje van de toets 7 3 keer knipperen en de boodschap Err wordt
getoond op het display om aan te geven dat er een verkeerde keuze is gemaakt. De machine
zal het nieuw gekozen programma niet uitvoeren.
Kies het centrifugetoerental, de optie NACHTCYCLUS- of SPOELSTOP (toets 2)
Wanneer het gewenste programma is gekozen, stelt uw machine automatisch het maximale
centrifugetoerental voor dat programma voor.
Druk herhaaldelijk op deze toets om het centrifugetoerental te veranderen, als u wilt dat
uw wasgoed op een ander toerental wordt gecentrifugeerd dan het door de machine voor-
gestelde toerental.
SPOELSTOP: als u deze optie kiest wordt het laatste spoelwater niet weggepompt, om te
voorkomen dat het wasgoed kreukelt. Aan het einde van het programma wordt een knip-
perende
en het SPOELSTOP-symbol op het display, het DEUR-symbool (deur vergrendeld)
Dagelijks gebruik
11
blijft branden, het controlelampje van toets 7 gaat uit. De deur is geblokkeerd om aan te
geven dat het water weggepompt moet worden.
NACHTCYCLUS: als u deze optie kiest zal de machine het water na de laatste spoelgang niet
afvoeren, om te voorkomen dat het wasgoed kreukt. Omdat er niet wordt gecentrifugeerd,
is deze wascyclus zeer stil en geschikt om 's nachts of in de voordeeluren te wassen. Bij
sommige programma's gebruiken de spoelgangen meer water. Aan het einde van het pro-
gramma wordt een knipperende
en het SPOELSTOP-symbol op het display, het DEUR-
symbool blijft branden, het controlelampje van toets 7 gaat uit. De deur is geblokkeerd om
aan te geven dat het water weggepompt moet worden.
SPOEL STOP of NACHTCYCLUS kunnen niet gekozen worden bij een NON-STOP pro-
gramma (zie deel Drogen).
Zie voor het wegpompen van het water hoofdstuk «Aan het einde van het pro-
gramma».
Programmakeuzetoetsen
Afhankelijk van het programma, kunnen er verschillende functies gecombineerd worden.
WAARSCHUWING!
Niet alle opties kunnen onderling worden gecombineerd. De symbolen van de opties die
niet gecombineerd kunnen worden verdwijnen.
Als er een optie die niet gecombineerd kan worden met het ingestelde wasprogramma of
een andere optie wordt gekozen, de melding Err gedurende enkele seconden weergegeven
en begint het gele controlelampje van toets 7 knipperen.
U moet de opties kiezen nadat u het programma heeft gekozen maar voordat u toets 7
indrukt. Druk op knop 5 : alle optiesymbolen verschijnen op het display.
Om door alle beschikbare opties te bladeren, op toets 5 drukken. Het overeenkomstige
symbool verschijnt op het display en begint te knipperen.
Druk op de toets 6 om uw keuze te activeren en te bevestigen. Er verschijnt een zwart
streepje onder het gekozen symbool om aan te geven dat deze optie ingesteld is. Druk op
dezelfde toets om de optie uit te schakelen.
Na het kiezen van de opties, enkele seconden wachten tot het display is teruggekeerd naar
de standaardstatus. De gekozen opties verschijnen op het display.
Zie voor de mogelijke combinaties van wasprogramma's en opties hoofdstuk «Waspro-
gramma's».
VOORWAS optie
Kies deze optie als u wilt dat uw wasgoed op 30°C wordt voorgewassen voor de hoofdwas.
De voorwas eindigt met kort centrifugeren bij programma's voor katoen en synthetische
stoffen, terwijl bij het programma voor fijne was alleen het water wordt weggepompt.
Het bijbehorende symbool verschijnt op het display.
Deze optie wordt aanbevolen voor sterk vervuild wasgoed.
12
Dagelijks gebruik
VLEKKEN optie
Kies deze optie om sterk vervuild wasgoed of wasgoed met vlekken te behandelen met
vlekkenverwijderaar (verlengde hoofdwas met tijdgeoptimaliseerde vlekkenbehandelings-
fase). Het bijbehorende symbool verschijnt op het display.
Deze optie is niet beschikbaar bij een temperatuur lager dan 40°C.
Als u een programma wilt laten draaien met de optie VLEKKEN, giet dan vlekkenzout in het
vakje
.
Optie BEHOEDZAAM
Als u deze optie kiest wordt de wasintensiteit beperkt verminderd. De machine voegt een
spoelgang toe in de programma's voor katoen en synthetische stoffen. Het bijbehorende
symbool verschijnt op het display.
Deze optie kan niet gekozen worden samen met de optie Extra spoelgang.
Deze optie wordt aanbevolen voor niet kleurechte artikelen en voor artikelen die vaak ge-
wassen worden.
Optie DAGELIJKS
Als u deze optie kiest, kunt u de wasduur voor normaal vervuild wasgoed wijzigen om licht
vervuild wasgoed te wassen.
Het display geeft het bijbehorende symbool en de verkorte wastijd weer.
Te gebruiken voor dagelijkse was.
Optie SUPERSNEL
Als u deze optie kiest, kunt u de wasduur verkorten om licht vervuild wasgoed te wassen.
Het display geeft het bijbehorende symbool en de verkorte wastijd weer. Uitsluitend te
gebruiken voor heel licht vervuild wasgoed. Wij adviseren u om een kleinere hoeveelheid
was in de machine te doen.
EXTRA SPOELGANG optie (aanvullende spoelgang)
Dit apparaat is ontworpen om water te besparen. Voor mensen met een erg gevoelige huid
(allergisch voor wasmiddelen) kan het echter noodzakelijk zijn om het wasgoed met een
extra hoeveelheid water te spoelen (extra spoelgang). Het bijbehorende symbool verschijnt
op het display en deze optie is actief voor het gekozen wasprogramma.
Als u deze optie permanent in wilt schakelen, druk dan tegelijkertijd gedurende enkele
seconden op de toetsen 2 en 3 : het bijbehorende symbool verschijnt op het display. Als u
de optie wilt annuleren drukt u dezelfde toetsen in tot het symbool verdwijnt.
START/PAUZE selecteren (toets 7)
Om het gekozen programma te starten, op toets 7 , het bijbehorende rode controlelampje
stopt met knipperen.
Het DEUR symbool verschijnt op het display om aan te geven dat de machine is gestart en
dat de deur vergrendeld is.
Om een lopend programma te onderbreken, drukt u op toets 7 : het bijbehorende rode
controlelampje gaat knipperen.
Om het programma opnieuw te starten vanaf het punt waarop het werd onderbroken, toets
7 nogmaals indrukken. Als u een uitgestelde start gekozen heeft, begint de machine af te
tellen.
Dagelijks gebruik
13
Als er een verkeerde optie is geselecteerd, knippert het gele controlelampje van toets 7 3
keer knipperen en de boodschap Err wordt een paar seconden weergegeven.
De UITGESTELDE START selecteren (toets 8)
Het bijbehorende symbool verschijnt op het display. De start van het hoofdwasprogramma
kan met 30 min - 60 min - 90 min, 2 uur en vervolgens steeds met 1 uur tot een maximum
van 20 uur met deze toets worden uitgesteld.
Voordat u het programma start , als u de start wilt uitstellen, drukt u herhaaldelijk op
de toets om het gewenste uitstel te selecteren.
Het gekozen uitstel verschijnt gedurende ongeveer 3 seconden op het display, daarna ver-
schijnt de duur van het programma weer. Het geselecteerde symbool verschijnt op het
display.
U moet deze optie kiezen nadat u het programma hebt ingesteld en voordat u de toets 7 .
U kunt de uitgestelde start op elk moment wijzigen of annuleren, voordat u drukt op toets
7 .
De deur blijft gedurende het uitstel vergrendeld. Als u later, tijdens de uitgestelde start, nog
wasgoed in de trommel wilt stoppen, druk dan op toets 7 om de machine op pauze te
zetten. Wanneer het Deur symbool verdwijnt, kan de deur geopend worden. Voeg het was-
goed toe, doe de deur dicht en druk opnieuw op toets 7 .
De uitgestelde start kiezen.
Kies het programma en de gewenste opties.
Kies de uitgestelde start.
Druk herhaaldelijk op knop 7 : de machine begint de tijd af te tellen in uren. Het pro-
gramma zal beginnen als het gekozen uitstel is afgelopen.
Startuitstel annuleren
Zet de wasmachine op PAUZE door te drukken op toets 7 ;
Druk op knop 8 tot het symbool
’ wordt weergegeven;
Druk op de toets 7 om het programma te starten.
Het gekozen uitstel kan alleen veranderd worden nadat u het wasprogramma opnieuw
gekozen heeft.
De functie Uitgestelde Start kan niet geselecteerd worden bij het waterafvoerprogramma.
Een optie of lopend programma wijzigen
Het is mogelijk om een optie te veranderen voordat het programma deze uitvoert. Voordat
u iets kunt veranderen, moet u de wasmachine laten pauzeren door op toets 7 .
U kunt een lopend programma alleen veranderen door het te resetten . Draai de pro-
grammakeuzeknop naar
en vervolgens op de stand van het nieuwe programma. Start
het nieuwe programma door nogmaals op de toets 7 te drukken. Het water in de kuip zal
niet worden weggepompt.
Een programma onderbreken
Druk op de toets 7 om een lopend programma te onderbreken, het bijbehorende lampje
begint te knipperen. Druk nogmaals op de toets om het programma opnieuw te starten.
14
Dagelijks gebruik
Een programma annuleren
Zet de programmakeuzeknop op om een lopend programma te annuleren. U kunt nu
een nieuw programma kiezen.
De deur openen nadat het programma is gestart
Als de machine bezig is en tijdens de vertragingstijd is de deur vergrendeld. Mocht het om
enigerlei reden noodzakelijk zijn de deur te openen, dient eerst de machine op pauze te
worden gezet door te drukken op toets 7 .
Als het DEUR-symbool van het display verdwijnt, kan de deur worden geopend.
Als het DEUR-symbool niet uit gaat en de deur vergrendeld blijft, betekent dit dat de
machine al aan het opwarmen is of dat het waterniveau te hoog is. In dat geval kan de
deur niet worden geopend.
Als u de deur niet kunt openen terwijl dit toch nodig is, schakelt u de machine uit door de
keuzeknop op
. Na een paar minuten kan de deur geopend worden (let op het water-
niveau en de temperatuur!) .
Nadat u de deur gesloten heeft, moet u het programma opnieuw selecteren en op de toets
7 .
aan het einde van het programma
De machine stopt automatisch. Het controlelampje van toets 7 gaat uit en een knipperende
verschijnt op het display. Gedurende enkele minuten klinkt het geluidssignaal.
Als u een programma of optie gekozen heeft waarbij het water in de kuip blijft staan, volg
onderstaande instructie om het water af te voeren:
zet de programmakeuzeknop op
het programma Pompen of Centrifugeren
verlaag indien nodig het centrifugetoerental met de betreffende toets
druk op de toets 7
als het programma is afgelopen verschijnt op het display een knipperende
. Op het
display verdwijnt het DEUR-symbool. De deur kan nu worden geopend.
Draai de programmakeuzeknop naar om de machine uit te schakelen. Verwijder het
wasgoed uit de trommel en controleer goed of de trommel helemaal leeg is.
Als u niet van plan bent om nog een was te doen, sluit dan de waterkraan. Laat de deur
open staan om de vorming van schimmel en onaangename luchtjes te voorkomen.
Stand-by : zodra het programma is geëindigd, wordt na enkele minuten het energiebe-
sparingssysteem ingeschakeld. De helderheid van het display wordt verminderd. Door op
een willekeurige toets te drukken haalt u het apparaat uit de energiebesparende modus.
Gebruik - Drogen
Alleen drogen
De aanbevolen lading bedraagt 4 kg voor katoen en linnen en 3 kg voor synthetica.
Door te drukken op de knop met de droogtijd kan er max. 6 kg katoenen wasgoed worden
gedroogd (zie de tabel «Droogprogramma»).
15
De waterkraan moet open staan en de afvoerslang moet in de gootsteen geplaatst
zijn of op de afvoerpijp aangesloten zijn.
1. Wasgoed in de machine doen.
2. Selecteer voor optimale droogresultaten een centrifugeercyclus op het maximaal toe-
gestane centrifugesnelheid voor het type wasgoed.
3. Selecteer het droogprogramma voor katoen of synthetica in de sector DROGEN van de
programmakeuzeknop. De symbolen DROGEN en ANTIKREUK, de fases waaruit het
programma bestaat, verschijnen op het display. Tegelijkertijd gaan de symbolen die bij
de graden van het ingestelde programma/weefsel horen en «AUTO» branden.
4.
Selecteer het automatisch drogen door te drukken op toets 3 .
Met deze toets kunt u de gewenste droogtegraad kiezen. De machine past de duur
van de droogcyclus automatisch aan de gekozen droogtegraad aan. Als u op deze
toets drukt, verschijnt er een zwart streepje onder het gekozen symbool om aan te
geven dat er een droogtegraad is ingesteld. De melding «AUTO» verdwijnt. Op het
display wordt de duur van de droogcyclus weergegeven. Het controlelampje van
toets 7 gaat knipperen. Druk op toets 7 om het programma te starten. Een zwart
streepje knippert onder het symbool DROGEN.
Selecteer de tijdsduur voor het drogen door te drukken op toets 4
Met deze toets kunt u de duur van de droogcyclus kiezen van 10 tot 250 minuten,
afhankelijk van het soort textiel (katoen of synthetica). Druk op deze knop totdat de
door u gewenste droogtijd op het display verschijnt. Telkens als u deze toets indrukt
wordt de droogtijd met 5 minuten verhoogd. Het symbool TIJDSDUUR DROOGTIJD
verschijnt gedurende enkele seconden op het display. Druk op toets 7 om het pro-
gramma te starten. Een zwart streepje knippert onder het symbool DROGEN.
Opmerking!
De programmeertijd zal automatisch met enkele minuten verlengd worden.
5.
Druk op knop 7 om het programma te starten.
Na de start van het programma wordt de resterende tijd elke minuut bijgewerkt.
Opmerking!
De verschillende soorten katoenen stof (handdoeken, lakens, shirts enz.) of wasgoed
dat wordt opgerold tijdens het centrifugeren kan leiden tot gedeeltelijke droging. In
het uitzonderlijke geval dat aan het einde van de cyclus het wasgoed nog een beetje
nat is, raden we aan de opgerolde stukken open te vouwen, deze gelijkmatig te verdelen
in de trommel en een extra droogcyclus van 20-30 minuten te selecteren.
6.
Aan het einde van het droogprogramma klinkt er een zoemer. Een knipperende « 0 »
verschijnt op het display. Op dit punt begint er een antikreukfase, die ongeveer 10
minuten duurt. Tijdens deze fase verschijnt het ANTIKREUK -symbool op het display.
Het DEUR-symbool blijft branden. De deur kan niet geopend worden.
Als u de deur vóór of tijdens de antikreukfase toch wilt openen, of het programma wilt
onderbreken, druk dan op een willekeurige toets of draai de programmakeuzeknop op een
willekeurig programma (behalve O ), de deur kan onmiddellijk geopend worden of na een
paar minuten, dit is afhankelijk van het model. (Probeer in geen geval de deur te openen
als deze vergrendeld is!) .
7.
Zet de programmakeuzeknop op O om de machine uit te schakelen.
8. De trommel legen.
16
Gebruik - Drogen
Automatisch wassen en drogen (NON-STOP-programma)
Voor NON-STOP-programma’s bedraagt de aanbevolen lading 4 kg voor katoen en 3 kg
voor synthetica.
Er kan worden gedroogd tot 6 kg katoenen wasgoed door alleen te drukken op de droog-
tijdknop (zie tabel «Droogprogramma »).
LET OP!
Maak geen gebruik van een wasmiddeldoseerbol als u een was- en droogprogramma
uitvoert.
1. Wasgoed in de machine doen.
2. Voeg wasmiddel en een wasverzachter toe.
3. Schakel de machine in door de keuzeknop op het gekozen wasprogramma/stof te zetten.
4. Selecteer de gewenste opties door middel van de desbetreffende toetsen.
Kies, indien mogelijk, geen centrifugetoerental dat lager is dan de snelheid die de machine
heeft voorgesteld om een te lange droogtijd te voorkomen en zo energie te besparen.
Het verlagen van het centrifugetoerental is hoe dan ook alleen mogelijk nadat u "dro-
gen" gekozen heeft.
De laagst mogelijke waarden die u kunt kiezen zijn:
900 tpm voor katoen en synthetica met elektronisch drogen;
900 tpm voor katoen en 700 tpm voor stoffen met ingestelde droogtijd.
5.
Selecteer de droogtijd door te drukken op knop 4 of de droogheidsgraad door te drukken
op knop 3 . Het display toont de hele duur van het wasprogramma en de geselecteerde
droogcyclus.
6.
Start het programma door te drukken op toets 7 . Na de start van het programma wordt
de resterende tijd elke minuut bijgewerkt.
7. Volg, aan het einde van het programma, de aanwijzingen van het vorige hoofdstuk.
8. De trommel legen.
Wasprogramma's
Programma – Maximale en minimale temperatuur -
Cyclusbeschrijving – Maximale belading - Type was-
goed
Opties Wasmiddelvakje
KATOEN - BLANC/COULEURS
95° - 60°
Hoofdwas - spoelgangen - lang centrifugeren op het
maximale toerental
Max. belading 8 kg - gereduceerde lading 4 kg
1)
Wit katoen (zwaar tot normaal vervuild wasgoed).
KORT CENTRIFUGE-
REN
NACHTCYCLUS
SPOELSTOP
VOORWAS
2)
VLEKKEN
BEHOEDZAAM
EXTRA SPOELEN
DAGELIJKS
SUPERSNEL
1)
Wasprogramma's
17
Programma – Maximale en minimale temperatuur -
Cyclusbeschrijving – Maximale belading - Type was-
goed
Opties Wasmiddelvakje
40 - 60 MIX
40°
Hoofdwas - spoelgangen - lang centrifugeren op het
maximale toerental
Max. belading 8 kg
Wit en bont katoen Dit programma kan gebruikt
worden voor wasgoed dat apart gewassen moet wor-
den op 40°C of 60°C. Zo kunt u de trommel maximaal
beladen en energie en water besparen. U krijgt het-
zelfde goede wasresultaat als van een normaal pro-
gramma op 60°C.
KORT CENTRIFUGE-
REN
NACHTCYCLUS
SPOELSTOP
VOORWAS
2)
VLEKKEN
BEHOEDZAAM
EXTRA SPOELEN
KATOEN - BLANC/COULEURS
60° - 40° - 30°
Hoofdwas - spoelgangen - lang centrifugeren op het
maximale toerental
Max. belading 4 kg
Wit en bont katoen (normaal of licht vervuild was-
goed).
KORT CENTRIFUGE-
REN
NACHTCYCLUS
SPOELSTOP
VOORWAS
2)
VLEKKEN
3)
BEHOEDZAAM
EXTRA SPOELEN
DAGELIJKS
SUPERSNEL
1)
SYNTHETICA -SYNTHÉTIQUES
60° - 50° - 40° - 30°
Hoofdwas - Spoelgangen - Kort centrifugeren
Max. belading 4 kg - gereduceerde lading 2 kg
Synthetische of gemengde stoffen: ondergoed,
gekleurde kledingstukken, krimpvrije overhemden,
blouses.
KORT CENTRIFUGE-
REN
NACHTCYCLUS
SPOELSTOP
VOORWAS
2)
VLEKKEN
3)
BEHOEDZAAM
EXTRA SPOELEN
DAGELIJKS
SUPERSNEL
1)
STRIJKVRIJ PLUS - REPASSAGE FACILE PLUS
40°
Hoofdwas - Spoelgangen - Kort centrifugeren
Max. belading 1,5 kg
Synthetische stoffen die voorzichtig gewassen en
gecentrifugeerd moeten worden. Als u dit pro-
gramma kiest wordt het wasgoed behoedzaam ge-
wassen en gecentrifugeerd om eventuele kreukels te
voorkomen. Op deze manier kunt u gemakkelijker
strijken. Bovendien zal de machine extra spoelgangen
uitvoeren.
KORT CENTRIFUGE-
REN
SPOELSTOP
VOORWAS
2)
EXTRA SPOELEN
18
Wasprogramma's
Programma – Maximale en minimale temperatuur -
Cyclusbeschrijving – Maximale belading - Type was-
goed
Opties Wasmiddelvakje
FIJNE WAS - DÉLICATS
40° - 30°
Hoofdwas - Spoelgangen - Kort centrifugeren
Max. belading kg 4 - Gereduceerde lading kg 2
Fijne was: acryl, viscose, polyester.
KORT CENTRIFUGE-
REN
NACHTCYCLUS
SPOELSTOP
VOORWAS
2)
VLEKKEN
3)
EXTRA SPOELEN
DAGELIJKS
SUPERSNEL
1)
WOL PLUS - LAINE PLUS (HANDWAS)
30° - Koud
Hoofdwas - Spoelgangen - Kort centrifugeren
Max. belading 2 kg
Wasprogramma voor in de machine wasbare wol en
voor met de hand wasbare wol en fijne stoffen. Op-
merking : Een enkel of groot stuk wasgoed kan on-
balans veroorzaken. Als de machine de laatste cen-
trifugefase niet uitvoert, voeg dan meer wasgoed toe,
verdeel de lading handmatig opnieuw en kies vervol-
gens het centrifugeprogramma.
KORT CENTRIFUGE-
REN
NACHTCYCLUS
SPOELSTOP
ZIJDE - SOIE
30°
Hoofdwas - Spoelgangen - Kort centrifugeren
Max. belading 1 kg
Het programma voor fijne was is geschikt voor arti-
kelen van zijde en gemengde synthetische weefsels.
KORT CENTRIFUGE-
REN
NACHTCYCLUS
SPOELSTOP
KORT SPOELEN - RINÇAGES DÉLICATS
Spoelgangen - Kort centrifugeren
Max. belading 8 kg
Met dit programma is het mogelijk om kledingstukken
die met de hand gewassen zijn uit te spoelen en te
centrifugeren. De machine voert enkele spoelgangen
uit, gevolgd door een laatste centrifugegang.
KORT CENTRIFUGE-
REN
NACHTCYCLUS
SPOELSTOP
EXTRA SPOELEN
POMPEN - VIDANGE
Afvoeren van het water
Max. belading 8 kg
Om het laatste spoelwater af te voeren in program-
ma’s met de optie geselecteerd, waardoor het pro-
gramma eindigt met water in de trommel.
Wasprogramma's
19
Programma – Maximale en minimale temperatuur -
Cyclusbeschrijving – Maximale belading - Type was-
goed
Opties Wasmiddelvakje
CENTRIFUG. - ESSORAGE
Pompen en lang centrifugeren op maximaal toerental
Max. belading 8 kg
Aparte centrifugegang voor katoenen kledingstukken
die met de hand gewassen moeten worden en na
programma’s met de optie geselecteerd, waardoor
het programma eindigt met water in de trommel.
Voordat u dit programma kiest moet de keuzeknop op
gedraaid zijn
. U kunt de snelheid met behulp van
de betreffende toets aanpassen aan de weefsels die
gecentrifugeerd moeten worden.
KORT CENTRIFUGE-
REN
20 MIN. - 3 KG
30°
Hoofdwas - Spoelgangen - Kort centrifugeren
Max. belading 3 kg
Dit programma kan gebruikt worden voor het snel
wassen van sportartikelen, of katoenen en syntheti-
sche artikelen die licht vervuild of slechts eenmaal
gedragen zijn.
KORT CENTRIFUGE-
REN
KORT INTENSIEF - INTENSIF
60° - 40°
Hoofdwas - Spoelgangen - Kort centrifugeren
Max. belading 5 kg
Snel wasprogramma, te gebruiken voor licht vervuilde
witte/bonte katoenen artikelen en gemengde weef-
sels.
KORT CENTRIFUGE-
REN
SPOELSTOP
EXTRA SPOELEN
ECO - ECONOMIQUE
60°
Hoofdwas - spoelgangen - lang centrifugeren op het
maximale toerental
Max. belading 8 kg
Wit en kleurecht katoen .
Dit programma kan worden gekozen voor licht of
normaal vervuilde katoenen artikelen. De tempera-
tuur wordt verlaagd en de wasduur wordt verlengd.
Hierdoor kunt u een goede wasefficiëntie bereiken en
tegelijk energie besparen.
KORT CENTRIFUGE-
REN
NACHTCYCLUS
SPOELSTOP
VOORWAS
2)
VLEKKEN
BEHOEDZAAM
EXTRA SPOELEN
= UIT - ARRÊT
Om het lopende programma te annuleren of om de
machine uit te schakelen .
1) Als u de optie Supersnel selecteert door te drukken op toets 5 , raden we u aan de maximale belading te beperken,
zoals aangegeven. Volledige belading is mogelijk, de wasresultaten zullen echter minder goed zijn.
2) Als u gebruik maakt van vloeibaar wasmiddel, moet u een programma zonder voorwas selecteren.
3) De optie VLEKKEN kan alleen worden gekozen bij een temperatuur van 40°C of hoger.
20
Wasprogramma's
Droogprogramma's
Automatische programma's
Droogheidsgraad Soort weefsel Max. belading
EXTRA DROOG
Geschikt voor artikelen die ongestreken wor-
den opgeborgen.
Katoen en linnen (badjas-
sen, badhanddoeken, enz.)
4 kg
KASTDROOG
Geschikt voor artikelen die ongestreken wor-
den opgeborgen.
Katoen en linnen (badjas-
sen, badhanddoeken, enz.)
4 kg
KASTDROOG
Geschikt voor artikelen die ongestreken wor-
den opgeborgen.
Synthetische en gemengde
weefsels (truien, blouses, on-
dergoed, huishoudlinnen)
3 kg
STRIJKDROOG
Geschikt voor artikelen die gestreken moeten
worden
Katoen en linnen (lakens,
tafelkleden, overhemden,
enz.)
4 kg
Tijdgestuurde programma's
Droogheidsgraad Soort weefsel Droge was
Centrifuge-
toerental
Aangeraden
droogtijd in
minuten
EXTRA DROOG
Geschikt voor artikelen die on-
gestreken worden opgeborgen.
Katoen en linnen
(badjassen, bad-
handdoeken, enz.)
6 kg
4 kg
2 kg
1400
200-220
125-135
75-85
KASTDROOG
1)
Geschikt voor artikelen die on-
gestreken worden opgeborgen.
Katoen en linnen
(badjassen, bad-
handdoeken, enz.)
6 kg
4 kg
2 kg
1400
190-210
115-125
65-75
KASTDROOG
Geschikt voor artikelen die on-
gestreken worden opgeborgen.
Synthetische en
gemengde weef-
sels (truien, blou-
ses, ondergoed,
huishoudlinnen)
3 kg
1 kg
1200
105-115
40-50
STRIJKDROOG
Geschikt voor artikelen die ge-
streken moeten worden
Katoen en linnen
(lakens, tafelkleden,
overhemden, enz.)
6 kg
4 kg
2 kg
1400
160-180
95-105
55-65
1) Overeenkomstig de EG-richtlijn EN 50229 moet het referentieprogramma voor katoen voor de gegevens
die op het energielabels staan worden getest door maximale belading in twee gelijke delen te verdelen en deze
elk met DROOGTIJD te drogen.
Droogprogramma's
21
Nuttige aanwijzingen en tips
De was sorteren
Houd u aan de wassymbolen op de etiketten, waarvan elk kledingstuk voorzien is, en de
wasvoorschriften van de fabrikant. Sorteer het wasgoed als volgt: wit, bont, synthetisch,
fijne was, wol.
Temperaturen
95° of 90°
voor normaal vervuild wit katoen en linnen (bijv. theedoeken,
handdoeken, tafelkleden, lakens...)
60°/50°
voor normaal vervuilde kleurechte kleding (bijv. overhemden,
nachthemden, pyjama's...) van linnen, katoen of synthetische
weefsels en voor licht vervuild wit katoen (bijv. ondergoed)
40°-30°- Koud
voor tere weefsels (bijv. vitrage), gemengde was inclusief synthe-
tische weefsels en wollen kledingstukken met het label «zuiver wol,
wasbaar in de machine, krimpvrij»
Voordat u de was in de machine doet
Was witte en bonte was nooit samen. Wit kan in de was zijn "witheid" verliezen.
Nieuwe bonte weefsels kunnen uitlopen als zij de eerste keer worden gewassen; was dit
soort kleding de eerste keer dan ook apart.
Zorg ervoor dat er geen metalen voorwerpen in het wasgoed achterblijven (bijv.
haarspeldjes, veiligheidsspelden, spelden).
Knoop kussenslopen dicht, sluit ritsen, haakjes en drukknopen. Bind ceintuurs of lange
riemen vast.
Verwijder hardnekkige vlekken vóór het wassen.
Wrijf bijzonder vervuilde delen in met een speciaal wasmiddel of reinigingspasta.
Behandel vitrage met speciale zorg. Verwijder haken of stop ze in een zak of net.
Maximale belading
De aanbevolen belading is te vinden in hoofdstuk "Wasprogramma's".
Algemene regels:
Katoen, linnen: trommel vol maar niet volgepropt;
Synthetica: trommel niet meer dan half vol;
Fijne was en wol: trommel niet meer dan een derde gevuld.
Indien u wast met een maximale belading maakt u efficiënt gebruik van water en energie.
Als de kleding sterk vervuild is, verminder dan de belading.
Het gewicht van wasgoed
De volgende gewichten zijn een indicatie:
De volgende gewichten zijn een indicatie:
badjas 1200 g
dekbedovertrek 700 g
heren overhemd 600 g
22
Nuttige aanwijzingen en tips
De volgende gewichten zijn een indicatie:
laken, herenpyjama 500 g
tafelkleed 250 g
kussensloop, toilethanddoek, nachtjapon, herent-shirt 200 g
theedoek, damesondergoed, zakdoek, blouse, herenondergoed 100 g
Vlekken verwijderen
De kans bestaat dat hardnekkige vlekken niet kunnen worden verwijderd met alleen water
en wasmiddel. Het is daarom aan te bevelen vlekken eerst te behandelen alvorens het
kledingstuk te wassen.
Bloed: behandel verse bloedvlekken met koud water. Laat opgedroogde vlekken een nacht
in water met een speciaal wasmiddel inweken; daarna de vlek met het sop uitwassen.
Verf op oliebasis: bevochtig de vlek met wasbenzine, leg het kledingstuk op een zachte
doek en dep de vlek; herhaal de behandeling enkele keren.
Opgedroogde vetvlekken: bevochtig de vlek met terpentine, leg het kledingstuk op een
zacht oppervlak en dep de vlek met de vingertoppen en een katoenen doek.
Roest: oxaalzuur opgelost in warm water of een roestverwijderingsproduct dat koud wordt
gebruikt. Wees voorzichtig met oude roestvlekken omdat de cellulosestructuur in dat geval
beschadigd zal zijn en de kans groot is dat de vlek een gat wordt.
Schimmelvlekken: behandel de vlek met bleekmiddel; goed uitspoelen (alleen witte en
kleurechte weefsels).
Gras: licht inzepen en de vlek met bleekmiddel behandelen (alleen witte en kleurechte
weefsels).
Balpeninkt en lijm: bevochtig met aceton
1)
, leg het kledingstuk op een zachte doek en
dep de vlek.
Lippenstift: bevochtig de vlek met aceton zoals hierboven, vervolgens de vlekken met
brandspiritus behandelen. Behandel evt. achtergebleven sporen met bleekmiddel.
Rode wijn: laten inweken in water en wasmiddel, uitspoelen en behandelen met azijnzuur
of citroenzuur, vervolgens uitspoelen. Behandel evt. achtergebleven sporen met bleekmid-
del.
Inkt: bevochtig de stof afhankelijk van het type inkt eerst met aceton
1)
en dan met azijn-
zuur; behandel evt. achtergebleven sporen op wit textiel met bleekmiddel; daarna grondig
uitspoelen.
Teervlekken: eerst behandelen met vlekkenverwijderaar, brandspiritus of wasbenzine, ver-
volgens inwrijven met reinigingspasta.
Wasmiddelen en nabehandelingsmiddelen
Een goed wasresultaat is ook afhankelijk van de keuze van het wasmiddel en het gebruik
van de juiste hoeveelheden om verspilling te voorkomen en het milieu te sparen.
Ofschoon zij biologisch afbreekbaar zijn bevatten wasmiddelen stoffen die - in grote hoe-
veelheden - de broze balans van de natuur kunnen verstoren.
De keuze van het wasmiddel hangt af van het type stof (fijne was, wol, katoen, enz.), de
kleur, wastemperatuur en de mate van vervuiling.
1) gebruik geen aceton op kunstzijde
Nuttige aanwijzingen en tips
23
Alle in de handel verkrijgbare machinewasmiddelen kunnen in deze machine worden ge-
bruikt:
waspoeder voor alle soorten weefsels
waspoeder voor tere weefsels (60°C max) en wol
vloeibare wasmiddelen, bij voorkeur voor wasprogramma's op lage temperatuur (60°C
max) voor alle soorten weefsels, of speciaal voor alleen wol.
De wasmiddelen en nabehandelingsmiddelen moeten in het juiste vakje van de wasmid-
dellade worden gedaan voordat het wasprogramma wordt gestart.
Als gebruik wordt gemaakt van vloeibaar wasmiddel, dient een programma zonder voorwas
te worden gekozen.
De wasautomaat is uitgerust met een recirculatiesysteem dat een optimaal gebruik van
geconcentreerd wasmiddel mogelijk maakt.
Volg de aanbevelingen van de fabrikant op voor wat betreft de te gebruiken hoeveelheden
en overschrijd het "MAX" teken in de wasmiddellade niet .
Graden van waterhardheid
De hardheid van water wordt geclassificeerd in zogenaamde hardheidsgraden. Informatie
over de hardheid van het water in uw omgeving kan worden verkregen bij het desbetref-
fende waterleidingbedrijf.
Een waterontharder moet worden toegevoegd als het water een gemiddeld-hoge hard-
heidsgraad heeft (vanaf hardheidsgraad II). Volg de instructies van de fabrikant op. De
hoeveelheid wasmiddel kan altijd worden aangepast aan de hardheidsgraad I (=zacht).
Niveau Kenmerk
Graden van waterhardheid
Duits °dH Frans °T.H
1 zacht 0-7 0-15
2 gemiddelde 8-14 16-25
3 hard 15-21 26-37
4 erg hard > 21 > 37
Tips voor het drogen
De droogcyclus voorbereiden
De droger werkt op het principe van condensatie.
Daarom moet de waterkraan open staan en moet de afvoerslang, ook gedurende de
droogcyclus, in een gootsteen of een afvoerpijp geplaatst zijn.
Belangrijk!
Voordat u het droogprogramma start, moet u de hoeveelheid gewassen artikelen vermin-
deren, teneinde goede resultaten te verkrijgen.
Wasgoed dat niet geschikt is voor de droger
Bijzonder tere artikelen zoals synthetische gordijnen, wol en zijde, kleding met metalen
onderdelen, nylon kousen, omvangrijke kledingstukken zoals anoraks, spreien, gewat-
teerde dekens, slaapzakken en dekbedden mogen niet in de machine gedroogd worden.
24
Tips voor het drogen
Droog donkere kleding niet tegelijk met licht gekleurde pluizige voorwerpen als hand-
doeken, want donkere kleding kan dan pluis aantrekken.
Verwijder het wasgoed wanneer het apparaat klaar is met drogen.
Om statische lading na het drogen te voorkomen gebruikt u een wasverzachter in de
wasmachine of een speciaal voor wasdrogers verkrijgbare wasverzachter.
Kledingstukken gevoerd met schuimrubber of op schuimrubber lijkend materiaal mogen
niet in de machine gedroogd worden; dit kan brandgevaar opleveren.
Evenmin mogen stoffen die resten bevatten van haarversteviger of haarlak, nagella-
kremover en dergelijke gedroogd worden in de machine om de vorming van schadelijke
dampen te voorkomen.
De wasmiddelen en nabehandelingsmiddelen moeten in het juiste vakje van de wasmid-
dellade worden gedaan voordat het wasprogramma wordt gestart.
Als gebruik wordt gemaakt van vloeibaar wasmiddel, dient een programma zonder voorwas
te worden gekozen.
De wasautomaat is uitgerust met een recirculatiesysteem dat een optimaal gebruik van
geconcentreerd wasmiddel mogelijk maakt.
Volg de aanbevelingen van de fabrikant op voor wat betreft de te gebruiken hoeveelheden
en overschrijd het "MAX" teken in de wasmiddellade niet .
Wasvoorschriften in de kleding
Volg voor het drogen de aanwijzingen van de fabrikant op het label op:
= mag in de wasdroger
= Drogen op hoge temperatuur
= Drogen op lage temperatuur
= Niet geschikt voor de wasdroger.
Duur droogcyclus
De droogtijd kan variëren afhankelijk van:
toerental van de laatste centrifugegang
gewenste droogtegraad (strijkdroog, kastdroog)
soort wasgoed
gewicht van de hoeveelheid wasgoed.
De gemiddelde droogtijd voor een tijdgestuurd droogprogramma vindt u in het hoofdstuk
"Droogprogramma's". De ervaring zal u helpen uw wasgoed op de meest geschikte wijze te
drogen, afhankelijk van de verschillende weefsels. Maak wat aantekeningen over de duur
van het drogen van reeds uitgevoerde cycli.
Extra drogen
Als het wasgoed nog vochtig is na afloop van het droogprogramma, kies dan nog een korte
droogcyclus.
WAARSCHUWING!
Laat het wasgoed niet te droog worden om te voorkomen dat kledingstukken erg
gekreukt raken of krimpen.
Tips voor het drogen
25
Onderhoud en reiniging
U moet het apparaat LOSKOPPELEN van de elektrische voeding, voordat u welke reinigings-
of onderhoudswerkzaamheden dan ook kunt uitvoeren.
Ontkalken
Het water dat wij gebruiken bevat gewoonlijk kalk. Het is aan te bevelen om regelmatig een
waterontharder in de machine te gebruiken. Doe dit apart van het wassen van wasgoed en
volgens de aanwijzingen van de fabrikant van de waterontharder. Hiermee voorkomt u de
vorming van kalkaanslag.
Na elke wasbeurt
Laat de deur een tijdje open staan. Dit helpt om de vorming van schimmel en onaangename
luchtjes in het apparaat te voorkomen. Door de deur een tijdje open te laten staan na een
wascyclus blijft de afdichting van de deur ook beter bewaard.
Onderhoudswasbeurt
Bij wasbeurten op lage temperaturen is het mogelijk dat er aanslag aan de binnenkant van
de trommel blijft zitten.
Wij raden u daarom aan regelmatig een onderhoudswasbeurt uit te voeren.
Om een onderhoudswasbeurt uit te voeren:
Moet de trommel leeg zijn.
Moet u het heetste wasprogramma voor katoen kiezen.
Moet u een normale hoeveelheid wasmiddel gebruiken, dit moet waspoeder zijn met
biologische eigenschappen.
Schoonmaken van de buitenkant
Maak de buitenkant van de behuizing van het apparaat alleen schoon met water en zeep,
droog het daarna grondig af.
Gebruik geen brandspiritus, oplosmiddelen of soortgelijke producten om de buitenkant van
de machine te reinigen.
Wasmiddellade
De wasmiddellade moet regelmatig worden schoongemaakt.
1. Verwijder de wasmiddellade door hem stevig naar buiten te trekken.
2. Verwijder het tussenschotje van de was-
verzachter uit het middelste vakje.
3. Maak alle onderdelen schoon met water.
4. Schuif het tussenschotje van de wasver-
zachter zo ver mogelijk naar binnen, zodat
het stevig op zijn plaats zit.
26
Onderhoud en reiniging
5. Maak het gehele inspoelbereik met een
borstel schoon, in het bijzonder de sproei-
monden in de bovenkant van inspoelvak-
jes.
6. Plaats de wasmiddellade in de geleiderails
en duw hem naar binnen.
Wastrommel
Roestaanslag in de trommel kan voorkomen vanwege roestende vreemde voorwerpen in
de was of door leidingwater dat ijzer bevat.
Maak de trommel niet schoon met zure ontkalkingsmiddelen, schuurmiddelen die chloor
bevatten of ijzer of staalwol.
1. Verwijder alle roestaanslag op de trommel met een reinigingsmiddel voor roestvrij staal.
2. Draai een wascyclus zonder was in de trommel om restanten van reinigingsmiddelen
te verwijderen.
Programma: Kort katoenprogramma op maximale temperatuur en voeg ong. een kwart
maatbeker wasmiddel toe.
Deurrubber
Controleer van tijd tot tijd het deurrubber en haal
evt. aanwezige voorwerpen weg die in de manchet
terecht zijn gekomen.
Afvoerpomp
De pomp moet regelmatig worden gecontroleerd en in het bijzonder als:
de machine niet pompt en/of niet centrifugeert
de machine tijdens het pompen een abnormaal geluid maakt als gevolg van veiligheids-
spelden, munten, enz. die de pomp blokkeren.
Ga als volgt te werk:
1. Schakel de wasautomaat uit en trek de stekker uit het stopcontact.
2. Wacht indien nodig tot het water is afgekoeld.
Onderhoud en reiniging
27
3. Open het pompdeurtje.
4. Plaats een opvangbak dichtbij de pomp om het vrijkomende water op te vangen.
5. Maak de noodafvoerslang los, hang hem in de opvangbak en verwijder de stop ervan.
6. Als er geen water meer naar buiten
komt, de pomp losschroeven en verwij-
deren. Houd altijd een oude doek bij de
hand om het eventueel gemorste water
te kunnen opvegen als u de pomp ver-
wijdert.
7. Verwijder eventuele voorwerpen uit het schoepenrad van de pomp, door dit rond te
draaien.
28
Onderhoud en reiniging
8. Plaats de dop terug op de noodafvoers-
lang en zet de slang terug op zijn plaats.
9. Schroef de pomp weer helemaal vast.
10. Sluit het pompdeurtje.
WAARSCHUWING!
Als het apparaat in werking is en afhankelijk van het gekozen programma kan er heet water
in de pomp aanwezig zijn. Verwijder het pompdeksel nooit tijdens een wascyclus, wacht
altijd tot de machine de cyclus heeft afgemaakt en u het wasgoed uit de trommel heeft
gehaald. Wanneer u het deksel weer vastschroeft dient u goed te controleren of het stevig
is vastgezet om lekkages te voorkomen en te voorkomen dat jonge kinderen het kunnen
verwijderen.
De watertoevoerfilters schoonmaken
Als het apparaat niet met water wordt gevuld, het lange tijd duurt voordat het water wordt
gevuld, de startknop geel knippert of het display (indien aanwezig) het bijbehorende alarm
toont (zie hoofdstuk "Wat te doen als..." voor meer informatie), moet u controleren of de
watertoevoerfilters niet geblokkeerd zijn.
Om de watertoevoerfilters schoon te maken:
1. Draai de waterkraan dicht.
2. Schroef de slang van de kraan.
3. Reinig het zeefje in de slang met een harde
borstel.
4. Schroef de waterslang weer op de kraan.
Zorg ervoor dat de aansluiting stevig vast
zit.
Onderhoud en reiniging
29
5. Schroef de slang van het apparaat. Houd
een oude doek bij de hand om eventueel
gemorst water te kunnen opvegen.
6. Maak het filter in de klep schoon met een
stevige borstel of met een doek.
7. Schroef de slang terug op de machine en
zorg dat de aansluiting stevig vast zit.
8. Draai de waterkraan open.
Voorzorgsmaatregelen bij vorst
Als de machine op een plaats staat waar de temperatuur tot beneden het vriespunt kan
dalen, ga dan als volgt te werk:
1. Sluit de kraan en schroef de watertoevoerslang los van de kraan;
2. Plaats het uiteinde van de noodafvoerslang en van de toevoerslang in een op de vloer
geplaatste opvangbak en laat het aanwezige water weglopen;
3. Schroef de watertoevoerslang weer aan de kraan en zet de noodafvoerslang weer op
zijn plaats na eerst de stop te hebben teruggeplaatst.
Daardoor wordt evt. in de machine achtergebleven water verwijderd en wordt de vorming
van ijs en daardoor beschadiging van de machine voorkomen.
Als u de machine weer wilt gebruiken, controleer dan of de omgevingstemperatuur boven
de 0°C ligt.
Machine legen in geval van nood
Ga, als het water niet wordt afgevoerd, als volgt te werk om de machine leeg te laten lopen:
1. trek de stekker uit het stopcontact;
2. draai de waterkraan dicht;
3. wacht indien nodig totdat het water is afgekoeld;
4. open het pompdeurtje;
5. zet een opvangbak op de vloer en houd het uiteinde van de noodafvoerslang in de bak.
Trek de stop eruit. Het water zou door de zwaartekracht in de opvangbak moeten lopen.
30
Onderhoud en reiniging
Plaats als de opvangbak vol is de stop terug op de slang. Gooi de opvangbak leeg. Herhaal
deze procedure totdat er geen water meer uit de slang komt;
6. reinig indien nodig de pomp, zoals hierboven beschreven;
7. plaats de stop terug op de noodafvoerslang en zet de slang terug op zijn plaats;
8. schroef de pomp weer vast en sluit het deurtje.
Problemen oplossen
Bepaalde problemen zijn het gevolg van een gebrek aan eenvoudig onderhoud of van on-
oplettendheid; dergelijke problemen kunnen zonder de hulp van een monteur gemakkelijk
worden opgelost. Controleer eerst de hieronder staande checklist, voordat u contact op-
neemt met onze Klantenservice.
Tijdens de werking van de machine kan het gele controlelampje van toets 7 gaan knipperen,
een van de volgende alarmcodes verschijnt op het display en tegelijkertijd klinken er om
de 20 seconden enkele geluidssignalen waarmee aangegeven wordt dat de machine niet
werkt:
: probleem met de watertoevoer
: probleem met de waterafvoer
: deur open
: Anti-overloopsysteem geactiveerd
Druk, nadat het probleem is verholpen, op toets 7 om het programma opnieuw te starten.
Als het probleem, na alle controles, zich nog steeds voordoet, neem dan contact op met
onze service-afdeling.
Probleem Mogelijke oorzaak/Oplossing
De wasautomaat start niet:
De deur is niet goed gesloten.
Doe de deur stevig dicht.
De stekker zit niet goed in het stopcontact.
Steek de stekker in het stopcontact.
Er staat geen spanning op het stopcontact.
Controleer de elektrische installatie in uw
woning.
De hoofdzekering is doorgebrand.
Vervang de zekering.
De keuzeknop is niet goed ingesteld en er is niet
op toets 7 gedrukt.
Draai de keuzeknop en druk nogmaals op
toets 7 .
De uitgestelde start is gekozen.
Als het wasgoed meteen gewassen moet
worden, annuleer dan de uitgestelde start.
Het kinderslot is geactiveerd.
Schakel deze functie uit.
Problemen oplossen
31
Probleem Mogelijke oorzaak/Oplossing
De machine wordt niet met water gevuld:
De waterkraan is dicht.
Draai de waterkraan open.
De toevoerslang is bekneld of geknikt.
Controleer de aansluiting van de watertoe-
voerslang.
Het filter in de toevoerslang of het inlaatven-
tielfilter is verstopt.
Reinig de wateraanvoerfilters. (Zie 'Water-
aanvoerfilters reinigen' voor meer informa-
tie)
De deur is niet goed gesloten.
Doe de deur stevig dicht.
Er stroomt water in de machine en dat loopt
meteen weer weg:
Het uiteinde van de afvoerslang bevindt zich te
laag.
Zie de betreffende paragraaf in het hoofd-
stuk 'Waterafvoer'.
De machine pompt het water niet weg en/of
centrifugeert niet:
De afvoerslang is bekneld of geknikt.
Controleer de aansluiting van de afvoerslang.
De afvoerpomp is verstopt.
Maak het afvoerfilter schoon.
Er is een optie of programma gekozen waarbij
het water in de trommel niet wordt wegge-
pompt of een programma dat alle spoelgangen
onderdrukt.
Kies programma POMPEN of CENTRIFUGE-
REN.
Het wasgoed is niet gelijkmatig in de trommel
verdeeld.
Verdeel het wasgoed opnieuw.
Er ligt water op de vloer:
Er is te veel of ongeschikt wasmiddel gebruikt
(te veel schuimvorming).
Verminder de hoeveelheid wasmiddel of ge-
bruik een ander middel.
Controleer of een van de koppelingen van de
toevoerslang lekkage vertoont. Dit is niet altijd
gemakkelijk te zien, omdat het water langs de
slang naar beneden loopt; controleer of de slang
vochtig is.
Controleer de aansluiting van de watertoe-
voerslang.
De watertoevoerslang is beschadigd.
Vervang deze door een nieuwe.
De dop op de noodafvoerslang is na het schoon-
maken niet teruggeplaatst of het filter is niet
goed vastgeschroefd.
Zet de dop terug op de noodafvoerslang en
draai het filter volledig aan.
32
Problemen oplossen
Probleem Mogelijke oorzaak/Oplossing
Onbevredigende wasresultaten:
Er is te weinig of ongeschikt wasmiddel ge-
bruikt.
Gebruik meer wasmiddel of gebruik een an-
der middel.
Hardnekkige vlekken zijn niet vóór het wassen
behandeld.
Gebruik normaal in de handel verkrijgbare
producten om hardnekkige vlekken te be-
handelen.
De juiste temperatuur was niet gekozen.
Controleer of u de juiste temperatuur heeft
gekozen.
Te veel wasgoed in de trommel.
Verminder laadvolume.
De deur gaat niet open:
Het programma loopt nog.
Wacht tot de wascyclus is afgelopen.
De deur is niet ontgrendeld.
Wacht tot het symbool 7.5 uit is.
Er staat water in de trommel.
Kies programma Pompen of Centrifugeren.
De machine staat te schudden of maakt la-
waai:
De transportbouten en het verpakkingsmateri-
aal zijn niet verwijderd.
Controleer of het apparaat correct geïnstal-
leerd is.
De pootjes zijn niet afgesteld
Controleer of het apparaat goed waterpas
staat.
Het wasgoed is niet gelijkmatig in de trommel
verdeeld.
Verdeel het wasgoed opnieuw.
Misschien zit er maar heel weinig wasgoed in de
trommel.
Doe meer wasgoed in de trommel.
Centrifugeren begint traag of de machine
centrifugeert niet:
De elektronische voorziening voor onbalans is
ingeschakeld omdat het wasgoed niet gelijk-
matig in de trommel is verdeeld. Het wasgoed
wordt herverdeeld doordat de machine de
trommel in tegenovergestelde richting rond-
draait. Dit kan verschillende keren nodig zijn
voordat de onbalans verdwijnt en het normale
centrifugeren kan worden hervat. Als na enkele
minuten het wasgoed nog steeds niet gelijkma-
tig in de trommel is verdeeld, zal de machine
niet centrifugeren.
Misschien zit er te weinig wasgoed in de
trommel, voeg wat wasgoed toe, verdeel de
lading met de hand en kies dan het program-
ma centrifugeren.
Problemen oplossen
33
Probleem Mogelijke oorzaak/Oplossing
De machine droogt niet of droogt niet goed:
De droogtijd is niet gekozen.
Selecteer de droogtijd.
De waterkraan is dicht.
Draai de waterkraan open.
De afvoerpomp is verstopt.
Maak het afvoerfilter schoon.
Er zit teveel wasgoed in de machine.
Verminder laadvolume.
De gekozen droogtijd of droogtegraad was niet
geschikt voor het wasgoed.
Kies de geschikte droogtijd of droogtegraad
voor het wasgoed.
De machine maakt een ongebruikelijk geluid:
De machine is uitgerust met een type motor die
vergeleken met andere traditionele motoren
een ongebruikelijk geluid maakt. Deze nieuwe
motor zorgt voor een soepelere start en een be-
tere verdeling van het wasgoed in de trommel
tijdens het centrifugeren, en voor een betere
stabiliteit van de machine.
Er is geen water zichtbaar in de trommel:
Machines die gebaseerd zijn op moderne tech-
nologie werken erg zuinig en verbruiken weinig
water zonder dat dit van invloed is op de pres-
tatie van de machine.
Op het display verschijnt de alarmcode
:
Anti-overloopsysteem geactiveerd.
Trek de stekker uit het stopcontact, draai de
waterkraan dicht en neem contact op met
onze service-afdeling.
Als u het probleem niet kunt vinden of oplossen,
neem dan contact op met onze Klantenservice.
Noteer alvorens te bellen het model, serienummer
en de aankoopdatum van de machine: de Klan-
tenservice zal om deze informatie vragen.
Technische gegevens
Afmeting Breedte
Hoogte
Diepte
60 cm
82 cm
63 cm
34
Technische gegevens
Aansluiting aan het elektrici-
teitsnet
Spanning - Totale vermogen -
Zekering
Informatie over de elektrische aansluiting staat op het typeplaatje
aan de binnenkant van de deur van het apparaat.
Leidingwaterdruk Minimaal
Maximaal
0,05 MPa
0,8 MPa
Maximale belading Katoen 8 kg
Maximale belading (droge was) Katoen
Grote capaciteit katoenen was-
goed
Synthetica
4 Kg
6 Kg
3 Kg
Centrifugetoerental Maximaal 1400 Toeren per minuut
Verbruikswaarden
Programma Energieverbruik (kWh) Waterverbruik (liter) Programmaduur (Mi-
nuten)
Witte katoen 95° 2.5 62
Raadpleeg voor de
duur van de pro-
gramma's, het dis-
play op het bedie-
ningspaneel.
Katoen 60° 1.7 63
Katoen ECO 60°
1)
1.36 60
Katoen 40° 0.97 62
Synthetische stoffen
40°
0.55 51
Fijne was 40° 0.53 67
Wol/Handwas 30° 0.32 64
1) "Katoen ECO" op 60°C met een belading van 8 kg is het referentieprogramma voor de gegevens die op het
energielabels staan, overeenkomstig de richtlijnen 92/75/EEG.
De verbruiksgegevens in deze tabel zijn slechts richtlijnen, ze kunnen variëren afhankelijk
van de hoeveelheid en soort wasgoed, de temperatuur van het aangevoerde water en de
omgevingstemperatuur.
Montage-instructies
Montage
Uitpakken
Alle transportbouten en verpakkingsmaterialen moeten worden verwijderd alvorens de
machine in gebruik te nemen.
Wij raden u aan alle transportbeveiligingen te bewaren, zodat zij kunnen worden gemon-
teerd als de machine ooit nog eens moet worden vervoerd.
Verbruikswaarden
35
1. Nadat u al het verpakkingsmateriaal ver-
wijderd heeft, de machine voorzichtig op
zijn achterkant leggen om de basis van
piepschuim van de onderkant te kunnen
verwijderen.
2. Verwijder het aansluitsnoer en de afvoers-
lang van de slanghouders op de achter-
kant van het apparaat.
3. Draai de drie bouten los met de sleutel die
bij de machine geleverd is.
36
Montage
4. Schuif de betreffende kunststof afstand-
houders naar buiten.
5. Open de vuldeur, neem de watertoevoers-
lang uit de trommel en verwijder het po-
lystyreen blokje dat op de afdichting van
de deur zit.
6. Maak het kleine gaatje aan de bovenkant
en de twee grotere gaten dicht met de
plastic doppen die in het zakje zitten van
de gebruiksaanwijzing.
7. Sluit de watertoevoerslang aan zoals be-
schreven in paragraaf "Watertoevoer".
Montage
37
Plaatsing en waterpas zetten
Installeer de machine op een vlakke harde vloer.
Zorg ervoor dat de luchtcirculatie rondom de ma-
chine niet wordt belemmerd door tapijten, vloer-
bedekking, enz.
Voordat u de machine op kleine tegels plaatst, een
rubber mat gebruiken.
Probeer nooit oneffenheden van de vloer te cor-
rigeren door houten blokjes, karton of iets derge-
lijks onder de machine te plaatsen.
Als het onvermijdelijk is om de machine naast een
gasfornuis of kolenkachel te plaatsen, moet er een
isolatieplaat bedekt met aluminiumfolie aan de
kant van het fornuis of de kachel tussen beide ap-
paraten geplaatst worden.
De machine mag niet geïnstalleerd worden in ruimtes waar de temperatuur onder 0°C kan
komen.
De watertoevoer- en afvoerslang mogen niet geknikt zijn.
Zorg ervoor dat het apparaat na installatie makkelijk bereikbaar is voor de reparateur voor
het geval er een storing moet worden verholpen.
Zet de machine zorgvuldig waterpas door de stelpootjes in of uit te draaien. Leg nooit
karton, hout of vergelijkbare materialen onder de machine om evt. oneffenheden in de
vloer op te heffen.
Watertoevoer
Een toevoerslang is meegeleverd; deze is te vinden in de trommel van de machine.
Dit apparaat moet aangesloten worden op een koud watertoevoer.
Gebruik voor aansluiting op de waterleiding niet de slang van uw vorige machine.
1. Open de vuldeur en neem de toevoerslang
uit de trommel.
2. Sluit de slang met de haakse aansluiting
op de machine aan.
Bevestig de toevoerslang niet naar bene-
den gericht. Bevestig de slang altijd onder
een hoek naar links of naar rechts, afhan-
kelijk van de plaats waar de waterkraan
zich bevindt.
38
Montage
3. Breng de slang in de juiste positie door de
ringmoer los te draaien. Als de toevoers-
lang zich in de juiste positie bevindt, draai
de ringmoer dan weer vast om lekkage te
voorkomen.
4. Sluit de slang aan op een kraan met 3/4"-
schroefdraad. Gebruik altijd de bij de ma-
chine geleverde slang.
De toevoerslang mag niet worden verlengd.
Als de slang te kort is en u de kraan niet wilt
verplaatsen, zult u een nieuwe, langere slang
moeten kopen die speciaal voor dit doel is ge-
maakt.
De installatie moet voldoen aan de vereisten
van het plaatselijke waterleidingbedrijf en de
bouwvoorschriften. Controleer de minimale
waterdruk die vereist is voor de veilige werking
van het apparaat in hoofdstuk "Technische
gegevens.
Waterstop
De toevoerslang is voorzien van een waterstop,
een beveiligingsvoorziening tegen schade veroor-
zaakt door waterlekkage die kan ontstaan door
natuurlijke slijtage van de slang. Deze storing
wordt aangegeven door een rood vlak in venster
"A" . Indien dit gebeurt, de kraan dichtdraaien en
contact opnemen met de Klantenservice om de
slang te laten vervangen.
Waterafvoer
Het uiteinde van de afvoerslang kan op drie manieren worden geplaatst:
1.
Over de rand van een gootsteen; gebruik hiervoor de bij de machine geleverde
slanggeleider van kunststof.
Zorg er in dit geval voor dat het uiteinde niet van de rand kan losschieten als de was-
automaat aan het leeglopen is.
Montage
39
U kunt de slang met een stuk touw aan de
kraan vastbinden of aan de wand beves-
tigen.
2.
In een aftakking van een gootsteen-
afvoer. De aftakking dient zich boven de
sifon te bevinden, zodat de bocht zich ten
minste 60 cm boven de grond bevindt.
3.
Rechtstreeks in een afvoerpijp op een
hoogte van niet minder dan 60 cm en niet
meer dan 90 cm.
Het einde van de afvoerslang moet altijd ge-
ventileerd zijn, d.w.z. dat de binnendiameter
van de afvoerpijp groter moet zijn dan de bui-
tendiameter van de afvoerslang.
De afvoerslang mag niet geknikt zijn.
De afvoerslang kan verlengd worden tot een maximum van 4 meter. Een extra afvoerslang
en koppelstuk is verkrijgbaar bij de Klantenservice bij u in de buurt.
Aansluiting aan het elektriciteitsnet
Informatie over de elektrische aansluiting staat op het typeplaatje aan de binnenkant van
de deur van het apparaat.
Controleer of de elektrische installatie in uw woning geschikt is voor het maximale vereiste
vermogen; houd hierbij rekening met andere apparaten die in gebruik zijn.
WAARSCHUWING!
Sluit de machine aan op een geaard stopcontact.
WAARSCHUWING!
De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden voor schade of letsel die voort-
komt uit het niet opvolgen van bovengenoemde veiligheidsvoorschriften.
WAARSCHUWING!
Het aansluitsnoer moet na de installatie van de machine toegankelijk zijn.
40
Aansluiting aan het elektriciteitsnet
WAARSCHUWING!
Indien de voedingskabel moet worden vervangen, dan moet dit gebeuren door onze
Klantenservice.
Milieubescherming
Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als
huishoudafval mag worden behandeld, maar moet worden afgegeven bij een verzamelpunt
waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit
product op de juiste manier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijke negatieve gevolgen
voor mens en milieu die zich zouden kunnen voordoen in geval van verkeerde
afvalverwerking. Voor gedetailleerdere informatie over het recyclen van dit product, kunt
u contact opnemen met de gemeente, de gemeentereiniging of de winkel waar u het
product hebt gekocht.
Verpakkingsmaterialen
Materialen met het symbool zijn recyclebaar.
>PE<=polyethyleen
>PS<=polystyreen
>PP<=polypropyleen
Dit betekent dat ze gerecycled kunnen worden als u ze netjes weggooit in de daarvoor
bestemde containers.
Milieutips
Om water en energie te besparen en om het milieu te helpen beschermen, raden wij u aan
de volgende tips ter harte te nemen:
Normaal vuile was kan zonder voorwas worden gewassen om wasmiddel, water en tijd
te besparen (ook het milieu wordt zo beschermd!).
De machine werkt economischer als hij volledig wordt gevuld.
Met de juiste voorbehandeling kunnen vlekken en vuil worden verwijderd; het wasgoed
kan daarna bij een lagere temperatuur worden gewassen.
Doseer het wasmiddel aan de hand van de waterhardheid, de mate van vervuiling van
het wasgoed en de hoeveelheid wasgoed.
Milieubescherming
41
42
43
www.electrolux.com
U kan toebehoren, verbruiksprodukten en onderdelen bestellen via onze webwinkel op:
www.aeg-electrolux.be
132951290-00-522009
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44

Aeg-Electrolux L14950A Handleiding

Type
Handleiding