Bauknecht ARG 450-A plus de handleiding

Type
de handleiding
34
Het apparaat dat u zojuist gekocht heeft, is
ontworpen voor huishoudelijk gebruik en voor het
gebruik in:
- keukens van werkplekken, winkels en/of
kantoren
- op boerderijen
- in hotels, motels, residences, bed & breakfast
voor het gebruik door de verschillende klanten.
Voor een optimaal gebruik van uw apparaat is
het raadzaam de gebruiksaanwijzing aandachtig
door te lezen, hierin vindt u een beschrijving van
het apparaat en adviezen voor het conserveren
van voedingsmiddelen.
Bewaar dit boekje zodat u het naderhand nog
eens kunt raadplegen.
1. Controleer na het uitpakken van het apparaat of
het niet beschadigd is en of de deur goed sluit. Uw
leverancier dient binnen 24 uur vanaf de levering
van het product van eventuele schade op de
hoogte te worden gesteld.
2. Het is raadzaam minstens twee uur te wachten
alvorens het apparaat in werking te stellen, om het
koelcircuit perfect te kunnen laten functioneren.
3. Zorg ervoor dat de installatie en de elektrische
aansluiting door een gekwalificeerd technicus
worden verricht overeenkomstig de aanwijzingen
van de fabrikant en de plaatselijke
veiligheidsvoorschriften.
4. Reinig de binnenkant van het product alvorens het
in gebruik te nemen.
ALVORENS HET APPARAAT TE GEBRUIKEN
1. Verpakking
Het verpakkingsmateriaal is voor 100% recyclebaar en
draagt het recyclingsymbool. Voor de verwerking
moeten de plaatselijke voorschriften worden nageleefd.
Het verpakkingsmateriaal (plastic zakken, stukken
polystyreen enz.) moet buiten het bereik van kinderen
worden gehouden, omdat het een bron van gevaar kan
vormen.
2. Afdanken van het apparaat
Het product is vervaardigd van materiaal dat kan
worden gerecycled. Dit apparaat is voorzien van het
merkteken volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG
inzake Afgedankte elektrische en elektronische
apparaten (AEEA). Door ervoor te zorgen dat dit
product op de juiste manier als afval wordt verwerkt,
helpt u mogelijk negatieve consequenties voor het
milieu en de menselijke gezondheid te voorkomen.
Het symbool op het product of op de
bijbehorende documentatie geeft aan dat dit product
niet als huishoudelijk afval mag worden behandeld. In
plaats daarvan moet het worden afgegeven bij een
verzamelpunt voor recycling van elektrische en
elektronische apparaten. Maak het apparaat op het
moment dat het wordt afgedankt onbruikbaar door de
voedingskabel door te snijden en de deuren en
schappen te verwijderen, zodat kinderen niet
gemakkelijk in het apparaat kunnen kruipen. Volg bij het
afdanken van het apparaat de plaatselijke voorschriften
voor afvalverwerking en breng het naar een speciaal
afvalverwerkingscentrum, en laat het niet onbewaakt
achter, ook niet voor slechts een paar dagen, aangezien
het voor kinderen een bron van gevaar kan opleveren.
Voor nadere informatie over de behandeling,
terugwinning en recycling van dit product wordt u
verzocht contact op te nemen met het stadskantoor in
uw woonplaats, uw afvalophaaldienst of de winkel waar
u het product heeft aangeschaft.
Informatie:
Dit apparaat bevat geen CFK. Het koelcircuit bevat
R134a (HFC) of R600a (HC), zie serienummerplaatje in
het apparaat. Voor apparaten met isobutaan (R600a):
isobutaan is een natuurlijk gas dat geen schadelijke
invloed heeft op het milieu, maar wel ontvlambaar is. Het
is daarom noodzakelijk om te controleren of de leidingen
van het koelcircuit niet beschadigd zijn. Dit product kan
een gefluorideerd broeikasgas bevatten dat onder het
Protocol van Kyoto valt; het koelgas zit in een hermetisch
verzegeld systeem. Koelgas: R134a heeft een globaal
verwarmingsvermogen (GWP) van 1300.
Conformiteitsverklaring
Dit apparaat is bestemd voor het conserveren van
voedingsmiddelen en is vervaardigd in
overeenstemming met de Verordening (EG) nr.
1935/2004
Dit apparaat is ontwikkeld, gefabriceerd en op de
markt gebracht in overeenstemming met:
-
veiligheidsvoorschriften van de
"Laagspanningsrichtlijn" 2006/95/EG (die de richtlijn
73/23/EEG en latere verordeningen vervangt);
- de veiligheidsvereisten van de "EMC"-richtlijn
2004/108/EG.
De elektrische veiligheid is alleen gewaarborgd
wanneer het op de juiste wijze op een
efficiënt werkende installatie is
aangesloten, die volgens de wettelijke
voorschriften is geaard.
MILIEUTIPS
35
INSTALLATIE
Het apparaat moet door twee of meerdere
personen worden verplaatst en geïnstalleerd.
Wees voorzichtig bij het verplaatsen van het
apparaat om te voorkomen dat de vloer
beschadigd raakt (b.v. parket).
Zorg ervoor dat het product tijdens de installatie
de voedingskabel niet beschadigt.
Installeer het product niet in de buurt van een
warmtebron.
Laat een vrije ruimte aan de zijkanten en boven het
apparaat om een goede ventilatie te garanderen of
volg de installatie-instructies.
Houd de ventilatie-openingen van het apparaat vrij
van obstakels.
Beschadig de leidingen van het koelcircuit van de
koelkast niet.
Installeer het product waterpas op een vloer die
het gewicht kan dragen en in een ruimte die
geschikt is voor de afmetingen en het gebruik van
het product.
Plaats het apparaat in een droge en goed
geventileerde ruimte. Het apparaat is afgesteld om
te werken in ruimten waarin de temperatuur
binnen de volgende waarden ligt, die op hun beurt
weer afhankelijk zijn van de klimaatklasse die op
het serienummerplaatje staat aangegeven: het is
mogelijk dat het apparaat niet goed functioneert als
het voor een lange tijd in een ruimte wordt gelaten
met een hogere of lagere temperatuur dan het
genoemde bereik.
Controleer of de spanning op het typeplaatje
overeenkomt met de spanning in uw woning.
Gebruik geen enkele of meervoudige adapters of
verlengsnoeren.
Gebruik voor de aansluiting op de waterleiding de
bij het nieuwe apparaat geleverde slang en niet die
van het vorige apparaat.
De voedingskabel mag alleen door gekwalificeerd
personeel of door de Klantenservice worden
gewijzigd of vervangen.
Het moet mogelijk zijn het apparaat van het
elektriciteitsnet af te koppelen door de stekker uit
het stopcontact te halen of via een tweepolige
netschakelaar die bovenstrooms van het
stopcontact is geplaatst.
VEILIGHEID
Voorkom de opslag in het apparaat van sprays of
houders met drijfgassen of brandbare stoffen.
Bewaar of gebruik geen benzine of andere gassen
en licht ontvlambare stoffen in de buurt van het
apparaat of van andere elektrische huishoudelijke
apparatuur. De dampen die hieruit voortkomen
kunnen brand of explosies veroorzaken.
Gebruik geen andere mechanische, elektrische of
chemische systemen die het ontdooiproces
versnellen dan door de fabrikant zijn aanbevolen.
Gebruik of plaats geen elektrische apparaten in de
vakken van het apparaat, als hiervoor geen
uitdrukkelijke toestemming door de fabrikant is
gegeven.
Dit apparaat is niet bestemd om gebruikt te
worden door personen (met inbegrip van
kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of
mentale vermogens, of zonder ervaring of kennis
van het apparaat, behalve als zij tijdens het gebruik
instructies ontvangen van of begeleid worden door
een persoon die verantwoordelijk is voor hun
veiligheid.
Om het risico te vermijden dat kinderen in de
koelkast opgesloten raken en stikken, mag hen niet
worden toegestaan in het product te spelen of zich
erin te verstoppen.
Slik de (niet-giftige) vloeistof uit de vrieselementen
niet in (niet op alle modellen).
Eet geen ijsblokjes of waterijsjes die net uit de
vriezer komen, aangezien deze zo koud zijn dat ze
ijsbrand kunnen veroorzaken.
GEBRUIK
Trek de stekker uit het stopcontact of sluit de
stroomtoevoer af voordat u met reinigings- of
onderhoudswerkzaamheden begint.
Alle apparaten met ijsmakers en waterdispensers
moeten op een waterleidingnet aangesloten
worden dat uitsluitend drinkwater levert (met een
waterleidingdruk van tussen de 0,17 en 0,81 MPa
(1,7 en 8,1 bar)). De ijsmakers en/of
waterdispensers die niet rechtstreeks op het
waterleidingnet zijn aangesloten, mogen uitsluitend
met drinkwater worden gevuld.
Gebruik het koelgedeelte uitsluitend voor het
bewaren van verse levensmiddelen en het
vriesgedeelte uitsluitend voor het bewaren van
diepvriesproducten, het invriezen van verse
levensmiddelen en het maken van ijsblokjes.
Bewaar geen dranken in glas in het vriesvak, omdat
glazen potten of flessen kunnen barsten.
Leg onverpakt voedsel niet tegen de interne
onderdelen van de koelkast of het vriesvak aan.
De fabrikant kan niet aansprakelijk worden
gesteld, indien bovenstaande adviezen en
voorzorgsmaatregelen niet in acht zijn genomen.
Klimaatklasse
Omg. Temp.
(°C)
Omg. Temp.
(°F)
SN van 10 tot 32 van 50 tot 90
N van 16 tot 32 van 61 tot 90
ST van 16 tot 38 van 61 tot 100
T van 16 tot 43 van 61 tot 110
ALGEMENE VOORZORGSMAATREGELEN
EN ADVIEZEN
36
Opmerkingen:
Blokkeer het luchtuitlaatgebied (op de
achterwand) niet met levensmiddelen
Als de vriezer voorzien is van een klep, dan kan de
opbergruimte vergroot worden door de klep te
verwijderen (door hem te buigen).
Alle schappen, kleppen en korven zijn uitneembaar.
De binnentemperatuur van het apparaat kan
beïnvloed worden door de omgevingstemperatuur,
hoe vaak de deur wordt geopend en de plaats van
het apparaat. Bij het instellen van de temperatuur
moet rekening gehouden worden met deze
factoren.
Tenzij anders gespecificeerd zijn de accessoires van
het apparaat niet geschikt om afgewassen te
worden in de afwasmachine.
Hoe groter de afstand tussen de achterkant van
het apparaat en de muur, hoe hoger de
energiebesparing.
Inschakelen van het apparaat
Het apparaat in werking stellen
Het apparaat heeft interne bedieningen.
Steek de stekker in het stopcontact.
Wanneer het apparaat is aangesloten op het
elektriciteitsnet, gaat de binnenverlichting branden als
de deur van de koelkast wordt geopend. Met de
thermostaat in het koelvak van het apparaat kan de
temperatuur van het koelvak en die van het
lagetemperatuurvak (indien aanwezig) worden
geregeld.
Instellen van de temperatuur:
Temperatuurinstelling:
De thermostaat regelt automatisch de
binnentemperatuur van het koelvak en van het
vak (indien aanwezig).
Door de knop van stand 1 op 7 (koudste instelling) te
draaien wordt de binnentemperatuur verlaagd.
Op de stand 0 wordt het apparaat uitgeschakeld.
Voor het bewaren van voedsel voor een korte tijd kan
de thermostaatknop tussen 1 (Min) en 3 (Med).
- Zet voor het bewaren van voedsel voor een lange
periode in het vak , de thermostaatknop
op 3 of 4.
Opmerking:
De omgevingstemperatuur, de frequentie waarmee de
deur wordt geopend en de plaats van het apparaat
kunnen van invloed zijn op de binnentemperatuur van
de koelkast. De stand van de thermostaatknop dient
op grond van deze factoren te worden aangepast.
Bewaren van levensmiddelen in de koelkast
Plaats de levensmiddelen zoals in de afbeelding te zien
is.
A Vis, vlees
B Gekookt voedsel
C Groente en fruit
D Flessen
E Kaas
Opmerkingen:
De afstand tussen de schappen en de achterste
binnenwand van de koelkast zorgt voor een vrije
luchtcirculatie.
Zet de levensmiddelen niet tegen de achterwand
van de koelkast.
Zet geen levensmiddelen in de koelkast die nog
warm zijn.
Bewaar vloeistoffen in gesloten houders.
Belangrijk
Het bewaren van groente met een hoog
watergehalte kan condensvorming veroorzaken
op het glazen schap van de groente- en fruitlade:
dit is niet van invloed op de goede werking van
het apparaat.
GEBRUIK VAN HET KOELVAK
De vorm van het thermostaatkastje is afhankelijk
van het merk
37
Het lagetemperatuurvak is
.
In het lagetemperatuurvak kunnen
ook verse levensmiddelen worden ingevroren.
De hoeveelheid verse levensmiddelen die in 24
uur kan worden ingevroren staat aangegeven
op het typeplaatje.
Opmerking:
In het lagetemperatuurvak kan ook bij een
stroomuitval de juiste temperatuur worden
gehandhaafd voor het bewaren van voedsel.
Geadviseerd wordt om gedurende een dergelijke
periode de deur van het vak niet te openen.
Invriezen van vers voedsel (alleen in de vakken
met de markering )
Belangrijk
Voordat verse levensmiddelen ingevroren
worden, moeten ze in aluminiumfolie, plastic
folie, waterdichte plastic verpakking,
polyethyleen bakjes met deksel, diepvriesbakken
die geschikt zijn voor het invriezen van vers
voedsel verpakt worden.
Zet het in te vriezen voedsel in het bovenste
vak, laat voldoende ruimte om de pakjes heen
zodat de lucht goed kan circuleren.
Draai de thermostaatknop een half teken lager
wanneer u de levensmiddelen in het vriesvak
zet, om een optimale invriesprocedure te
bewerkstelligen.
Na 24 uur is het invriezen voltooid.
Apparaten met een vak
In de tabel hiernaast kunt u zien hoeveel
maanden verse, ingevroren levensmiddelen
bewaard kunnen worden.
Bij de aankoop van diepvriesproducten moet u
op de volgende punten letten:
controleer of de verpakking niet beschadigd is
(ingevroren levensmiddelen in beschadigde
verpakking kunnen bedorven zijn). Als de
verpakking bol staat of als er vochtplekken op
zitten, is het product niet onder optimale
omstandigheden bewaard en kan het al
gedeeltelijk ontdooid zijn.
Diepvriesproducten moeten als laatste worden
gekocht en in isolerende tassen worden
vervoerd.
Zet de diepvriesproducten bij thuiskomst
meteen in het lagetemperatuurvak.
Als voedsel gedeeltelijk ontdooid is, mag het niet
opnieuw worden ingevroren. Eet het binnen 24
uur op.
Variaties in temperatuur moeten vermeden
worden of tot een minimum worden beperkt.
De uiterste houdbaarheidsdatum op de
verpakking moet worden gerespecteerd.
De instructies op de verpakking voor het
conserveren van diepvriesproducten moeten
altijd worden opgevolgd.
Het maken van ijsblokjes als er een ijsbakje
aanwezig is
Vul het ijsbakje voor 2/3 met water en zet het in
het lagetemperatuurvak
Gebruik, indien het ijsbakje aan de bodem van
het lagetemperatuurvak is vastgevroren, geen
puntige of scherpe voorwerpen om het los te
maken.
Om de ijsblokjes eenvoudig te verwijderen buigt
u het bakje om.
GEBRUIK VAN HET
LAGETEMPERATUURVAK
(indien aanwezig)
MAANDEN VOEDINGSMIDDELEN
38
Trek de stekker uit het stopcontact of sluit de
stroomtoevoer af voordat u onderhouds- of
reinigingswerkzaamheden uitvoert.
De koelkast wordt geheel automatisch
ontdooid.
De aanwezigheid van waterdruppels op de
achterwand aan de binnenkant van de koelkast
duidt erop dat het apparaat bezig is automatisch te
ontdooien.
Het dooiwater wordt automatisch via een
afvoeropening in een opvangbak geleid, waar het
verdampt.
Maak de binnenkant van de afvoeropening van het
dooiwater regelmatig schoon om een constante en
correcte afvoer van dooiwater te garanderen.
Ontdooien van het vriesvak
Wij raden u aan het vriesvak 1 of 2 maal per
jaar te ontdooien, of wanneer de ijsvorming te
dik is geworden.
IJsvorming is een normaal verschijnsel. De
hoeveelheid en de snelheid waarmee zich het
ijs vormt, hangt af van de omgeving waarin
het apparaat zich bevindt en van de
frequentie waarmee de deur wordt geopend
en is over het algemeen groter op de bovenste
roosters. De ijsvorming is het grootst op het
bovenste gedeelte van het vak. Dit is normaal
en heeft geen invloed op het correct
functioneren van het apparaat.
Het is raadzaam het vak te ontdooien
wanneer u weinig voorraad heeft.sont peu
abondantes.
Open de deur en haal alle levensmiddelen uit de
vriezer, wikkel ze dicht tegen elkaar in
krantenpapier en bewaar ze op een koele plaats
of in een koeltas.
Laat de deur open zodat het ijs kan smelten.
Reinig de binnenkant van de vriezer met
een vochtige spons met lauw water en/of
een neutraal schoonmaakmiddel. Gebruik
geen schuurmiddelen.
Spoel de binnenkant goed af en droog hem
zorgvuldig.
Plaats de levensmiddelen weer in het vak.
Sluit de deur.
Steek de stekker weer in het stopcontact.
Schakel het apparaat weer in.
HET ONTDOOIEN EN REINIGEN
VAN DE KOELKAST
39
Reinig geregeld de condensor aan de achterkant
van het apparaat met een stofzuiger of een
borstel.
Reinig de buitenkant met een zachte doek.
Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt
1. Maak de koelkast helemaal leeg.
2. Trek de stekker uit het stopcontact.
3. Ontdooi het apparaat en maak de binnenkant
schoon.
4. Laat, als het apparaat langdurig niet gebruikt
wordt, de deur open staan, om te voorkomen
dat er schimmel, onaangename geuren en
oxidatie ontstaan.
5. Reinig het apparaat.
Reinig de binnenkant van het
lagetemperatuurvak (waar aanwezig) tijdens het
ontdooien.
Reinig de binnenkant van de koelkast regelmatig
met een vochtige spons met lauw water en/of
een neutraal schoonmaakmiddel. Spoel en droog
het apparaat met een zachte doek. Gebruik
geen schuurmiddelen.
Reinig de buitenkant met een met water
bevochtigde zachte doek.
Gebruik geen schuurmiddelen of
schuursponsjes, vlekkenmiddelen (bv. aceton,
trichloorethyleen), of azijn.
Vervangen van het lampje:
Ga als volgt te werk om het lampje te vervangen:
Haal de stekker uit het stopcontact.
Druk de lipjes aan de zijkanten van het
lampenkapje in en neem het weg.
Vervang het lampje door een nieuw exemplaar
met een vermogen van niet meer dan 10W.
Plaats het lampenkapje terug en wacht 5
minuten voordat u het apparaat opnieuw
aansluit.
REINGING EN ONDERHOUD
40
1. De koelkast werkt niet.
• Is de stroom uitgevallen?
• Zit de stekker goed in het stopcontact?
• Is de tweepolige netschakelaar ingeschakeld?
• Is de zekering doorgebrand?
• Is de voedingskabel beschadigd?
• Staat de thermostaat op de juiste stand
(Stop)?
2. De temperatuur in de vakken is te hoog.
• Zit de deur goed dicht?
• Verhindert het voedsel dat de deur gesloten
wordt?
• Staat het apparaat dicht bij een warmtebron?
• Staat de thermostaat in de goede stand?
• Wordt de luchtcirculatie door de
ventilatieopeningen gehinderd?
3. De temperatuur in het koelvak is te laag
• Staat de thermostaat in de goede stand?
4. Het apparaat maakt erg veel lawaai.
• Is het apparaat correct geïnstalleerd?
• Raken de buizen aan de achterkant elkaar of
trillen ze?
5. Er ligt water op de bodem van het koelvak.
• Is de afvoer van het dooiwater misschien
verstopt?
6. Te veel ijsvorming in het
lagetemperatuurvak.
• Zit de deur goed dicht?
• Verhindert het voedsel dat de deur gesloten
wordt?
Opmerkingen:
Borrelende of sissende geluiden
veroorzaakt door de expansie van het
koelcircuit zijn normaal.
STORINGEN OPSPOREN
Voordat u de klantenservice belt:
1. Ga na of u de storingen niet zelf kunt verhelpen
(zie “Storingen opsporen”).
2. Zet het apparaat weer aan om te zien of het
probleem is verholpen. Is dit niet het geval,
schakel het apparaat dan uit en wacht ongeveer
een uur voordat u het weer aanzet.
3. Als ook dat niet helpt, wend u dan tot onze
klantenservice.
Vermeld de volgende gegevens:
de aard van de storing
het model
het servicenummer (nummer achter het woord
SERVICE op het typeplaatje binnenin het
apparaat)
uw volledige adres
uw telefoonnummer.
Opmerking:
De richting waarin de deur opengaat, kan
worden veranderd.
Als deze verandering verricht wordt door de
Klantenservice, wordt dit niet gedekt door de
garantie.
KLANTENSERVICE
41
Installeer het apparaat niet in de buurt van
warmtebronnen. Installatie in een warme
omgeving, rechtstreekse blootstelling aan de zon
of opstelling van het apparaat in de buurt van
een warmtebron (kachel, fornuis) verhogen het
stroomverbruik en dienen te worden vermeden.
Indien dit niet mogelijk is, moeten de volgende
minimumafstanden worden aangehouden:
• 30 cm vanaf fornuizen die werken op kolen of
petroleum;
• 3 cm vanaf elektrische fornuizen en/of
gasfornuizen.
Het apparaat is ontworpen om ingebouwd te
worden. Installeer het apparaat in het
keukenmeubel op basis van de vereiste
afmetingen (zie afbeelding).
Maak de binnenkant schoon.
Breng de bijgeleverde accessoires aan.
Elektrische aansluiting
Houd u aan de plaatselijke voorschriften voor de
elektrische aansluiting.
De gegevens met betrekking tot de spanning en
het vermogensverbruik staan op het typeplaatje
in het apparaat.
De aarding van het apparaat is wettelijk
verplicht.
De fabrikant aanvaardt geen enkele
aansprakelijkheid voor eventueel persoonlijk
letsel of schade aan dieren of voorwerpen, die
te wijten is aan het niet in acht nemen van deze
voorschriften.
Als de stekker en het stopcontact niet van
hetzelfde type zijn, laat het stopcontact dan
vervangen door een erkend elektricien.
Gebruik geen verlengsnoeren of meervoudige
adapters.
Afkoppeling van het
elektriciteitsnet
Het moet mogelijk zijn het apparaat van het
elektriciteitsnet af te koppelen door de stekker uit
het stopcontact te halen of via een tweepolige
netschakelaar die bovenstrooms van het
stopcontact is geplaatst.
INSTALLATIE
42
Omkeren van de draairichting van
de deur
Omkeren van de draairichting van de deur
De deur van de koelkast kan aan de rechter- of
linkerkant worden geopend.
Bij levering wordt de deur van het apparaat aan de
linkerkant geopend.
Om de openingsrichting te wijzigen moeten de
onderstaande instructies worden opgevolgd.
Opmerking: Opmerking: alvorens de
openingsrichting van de deur om te keren moet de
stekker van het apparaat uit het stopcontact
worden getrokken of moet de elektrische voeding
worden uitgeschakeld.
1. Verwijder de twee schroeven (1) terwijl u het
bovenste scharnier (2) (rechterkant) tegen het
frame houdt. Verwijder het scharnier (2).
2. Til de deur op van de pen van het onderste
scharnier en leg hem op een niet-krassend
oppervlak.
3. Verwijder de twee schroeven (3) terwijl u het
onderste scharnier ondersteunt (4).
Verwijder het scharnier (4).
4. Draai het scharnier (2) om. Monteer het
onderste scharnier (2) weer op de linker
onderkant, met behulp van de twee schroeven
(1).
5. Laat de deur op de pen van het onderste
scharnier (2) zakken.
6. Monteer, terwijl de deur in gesloten stand is, het
bovenste scharnier (4) aan de linkerkant met
behulp van de twee schroeven (3). Draai de
schroeven (1) pas vast als de deur waterpas is
ten opzichte van de bovenkant van het meubel.
1
2
3
4
Opening van de deur aan de linkerkant fig. 1
1
2
3
4
Opening van de deur aan de rechterkant fig. 2
43
Omkeren van de draairichting van
de deur van het binnenvak
1. Verwijder de twee plastic schroeven (1) aan de
linkerkant.
2. Verwijder de twee schroefafdekkingen (2) en de
haak van de deur (3).
3. Schroef de deur van het vriesvak (4) los en haal
hem weg.
Keer de deur om en monteer hem weer aan de
linkerkant.
4. Keer de haak van de deur (3) om, monteer hem
weer aan de rechterkant en monteer de twee
schroefafdekkingen (2) weer.
5. Plaats tenslotte de twee plastic schroeven (1)
weer aan de rechterkant.
VOOR DE OMKERING
NA DE OMKERING

Documenttranscriptie

ALVORENS HET APPARAAT TE GEBRUIKEN 1. Controleer na het uitpakken van het apparaat of het niet beschadigd is en of de deur goed sluit. Uw leverancier dient binnen 24 uur vanaf de levering van het product van eventuele schade op de hoogte te worden gesteld. 2. Het is raadzaam minstens twee uur te wachten alvorens het apparaat in werking te stellen, om het koelcircuit perfect te kunnen laten functioneren. 3. Zorg ervoor dat de installatie en de elektrische aansluiting door een gekwalificeerd technicus worden verricht overeenkomstig de aanwijzingen van de fabrikant en de plaatselijke veiligheidsvoorschriften. 4. Reinig de binnenkant van het product alvorens het in gebruik te nemen. • Het apparaat dat u zojuist gekocht heeft, is ontworpen voor huishoudelijk gebruik en voor het gebruik in: - keukens van werkplekken, winkels en/of kantoren - op boerderijen - in hotels, motels, residences, bed & breakfast voor het gebruik door de verschillende klanten. Voor een optimaal gebruik van uw apparaat is het raadzaam de gebruiksaanwijzing aandachtig door te lezen, hierin vindt u een beschrijving van het apparaat en adviezen voor het conserveren van voedingsmiddelen. Bewaar dit boekje zodat u het naderhand nog eens kunt raadplegen. MILIEUTIPS 1. Verpakking Het verpakkingsmateriaal is voor 100% recyclebaar en draagt het recyclingsymbool. Voor de verwerking moeten de plaatselijke voorschriften worden nageleefd. Het verpakkingsmateriaal (plastic zakken, stukken polystyreen enz.) moet buiten het bereik van kinderen worden gehouden, omdat het een bron van gevaar kan vormen. verzocht contact op te nemen met het stadskantoor in uw woonplaats, uw afvalophaaldienst of de winkel waar u het product heeft aangeschaft. Informatie: Dit apparaat bevat geen CFK. Het koelcircuit bevat R134a (HFC) of R600a (HC), zie serienummerplaatje in het apparaat. Voor apparaten met isobutaan (R600a): isobutaan is een natuurlijk gas dat geen schadelijke invloed heeft op het milieu, maar wel ontvlambaar is. Het is daarom noodzakelijk om te controleren of de leidingen van het koelcircuit niet beschadigd zijn. Dit product kan een gefluorideerd broeikasgas bevatten dat onder het Protocol van Kyoto valt; het koelgas zit in een hermetisch verzegeld systeem. Koelgas: R134a heeft een globaal verwarmingsvermogen (GWP) van 1300. 2. Afdanken van het apparaat Het product is vervaardigd van materiaal dat kan worden gerecycled. Dit apparaat is voorzien van het merkteken volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake Afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA). Door ervoor te zorgen dat dit product op de juiste manier als afval wordt verwerkt, helpt u mogelijk negatieve consequenties voor het milieu en de menselijke gezondheid te voorkomen. Conformiteitsverklaring • Dit apparaat is bestemd voor het conserveren van voedingsmiddelen en is vervaardigd in overeenstemming met de Verordening (EG) nr. 1935/2004 Het symbool op het product of op de bijbehorende documentatie geeft aan dat dit product niet als huishoudelijk afval mag worden behandeld. In plaats daarvan moet het worden afgegeven bij een verzamelpunt voor recycling van elektrische en elektronische apparaten. Maak het apparaat op het moment dat het wordt afgedankt onbruikbaar door de voedingskabel door te snijden en de deuren en schappen te verwijderen, zodat kinderen niet gemakkelijk in het apparaat kunnen kruipen. Volg bij het afdanken van het apparaat de plaatselijke voorschriften voor afvalverwerking en breng het naar een speciaal afvalverwerkingscentrum, en laat het niet onbewaakt achter, ook niet voor slechts een paar dagen, aangezien het voor kinderen een bron van gevaar kan opleveren. Voor nadere informatie over de behandeling, terugwinning en recycling van dit product wordt u • Dit apparaat is ontwikkeld, gefabriceerd en op de markt gebracht in overeenstemming met: - veiligheidsvoorschriften van de "Laagspanningsrichtlijn" 2006/95/EG (die de richtlijn 73/23/EEG en latere verordeningen vervangt); - de veiligheidsvereisten van de "EMC"-richtlijn 2004/108/EG. De elektrische veiligheid is alleen gewaarborgd wanneer het op de juiste wijze op een efficiënt werkende installatie is aangesloten, die volgens de wettelijke voorschriften is geaard. 34 ALGEMENE VOORZORGSMAATREGELEN EN ADVIEZEN VEILIGHEID • Voorkom de opslag in het apparaat van sprays of houders met drijfgassen of brandbare stoffen. • Bewaar of gebruik geen benzine of andere gassen en licht ontvlambare stoffen in de buurt van het apparaat of van andere elektrische huishoudelijke apparatuur. De dampen die hieruit voortkomen kunnen brand of explosies veroorzaken. • Gebruik geen andere mechanische, elektrische of chemische systemen die het ontdooiproces versnellen dan door de fabrikant zijn aanbevolen. • Gebruik of plaats geen elektrische apparaten in de vakken van het apparaat, als hiervoor geen uitdrukkelijke toestemming door de fabrikant is gegeven. • Dit apparaat is niet bestemd om gebruikt te worden door personen (met inbegrip van kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens, of zonder ervaring of kennis van het apparaat, behalve als zij tijdens het gebruik instructies ontvangen van of begeleid worden door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. • Om het risico te vermijden dat kinderen in de koelkast opgesloten raken en stikken, mag hen niet worden toegestaan in het product te spelen of zich erin te verstoppen. • Slik de (niet-giftige) vloeistof uit de vrieselementen niet in (niet op alle modellen). • Eet geen ijsblokjes of waterijsjes die net uit de vriezer komen, aangezien deze zo koud zijn dat ze ijsbrand kunnen veroorzaken. INSTALLATIE • Het apparaat moet door twee of meerdere personen worden verplaatst en geïnstalleerd. • Wees voorzichtig bij het verplaatsen van het apparaat om te voorkomen dat de vloer beschadigd raakt (b.v. parket). • Zorg ervoor dat het product tijdens de installatie de voedingskabel niet beschadigt. • Installeer het product niet in de buurt van een warmtebron. • Laat een vrije ruimte aan de zijkanten en boven het apparaat om een goede ventilatie te garanderen of volg de installatie-instructies. • Houd de ventilatie-openingen van het apparaat vrij van obstakels. • Beschadig de leidingen van het koelcircuit van de koelkast niet. • Installeer het product waterpas op een vloer die het gewicht kan dragen en in een ruimte die geschikt is voor de afmetingen en het gebruik van het product. • Plaats het apparaat in een droge en goed geventileerde ruimte. Het apparaat is afgesteld om te werken in ruimten waarin de temperatuur binnen de volgende waarden ligt, die op hun beurt weer afhankelijk zijn van de klimaatklasse die op het serienummerplaatje staat aangegeven: het is mogelijk dat het apparaat niet goed functioneert als het voor een lange tijd in een ruimte wordt gelaten met een hogere of lagere temperatuur dan het genoemde bereik. SN Omg. Temp. Omg. Temp. (°C) (°F) van 10 tot 32 van 50 tot 90 Klimaatklasse N van 16 tot 32 ST van 16 tot 38 van 61 tot 100 T van 16 tot 43 van 61 tot 110 GEBRUIK • Trek de stekker uit het stopcontact of sluit de stroomtoevoer af voordat u met reinigings- of onderhoudswerkzaamheden begint. • Alle apparaten met ijsmakers en waterdispensers moeten op een waterleidingnet aangesloten worden dat uitsluitend drinkwater levert (met een waterleidingdruk van tussen de 0,17 en 0,81 MPa (1,7 en 8,1 bar)). De ijsmakers en/of waterdispensers die niet rechtstreeks op het waterleidingnet zijn aangesloten, mogen uitsluitend met drinkwater worden gevuld. • Gebruik het koelgedeelte uitsluitend voor het bewaren van verse levensmiddelen en het vriesgedeelte uitsluitend voor het bewaren van diepvriesproducten, het invriezen van verse levensmiddelen en het maken van ijsblokjes. • Bewaar geen dranken in glas in het vriesvak, omdat glazen potten of flessen kunnen barsten. • Leg onverpakt voedsel niet tegen de interne onderdelen van de koelkast of het vriesvak aan. van 61 tot 90 • Controleer of de spanning op het typeplaatje overeenkomt met de spanning in uw woning. • Gebruik geen enkele of meervoudige adapters of verlengsnoeren. • Gebruik voor de aansluiting op de waterleiding de bij het nieuwe apparaat geleverde slang en niet die van het vorige apparaat. • De voedingskabel mag alleen door gekwalificeerd personeel of door de Klantenservice worden gewijzigd of vervangen. • Het moet mogelijk zijn het apparaat van het elektriciteitsnet af te koppelen door de stekker uit het stopcontact te halen of via een tweepolige netschakelaar die bovenstrooms van het stopcontact is geplaatst. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld, indien bovenstaande adviezen en voorzorgsmaatregelen niet in acht zijn genomen. 35 Opmerkingen: • Blokkeer het luchtuitlaatgebied (op de achterwand) niet met levensmiddelen • Als de vriezer voorzien is van een klep, dan kan de opbergruimte vergroot worden door de klep te verwijderen (door hem te buigen). • Alle schappen, kleppen en korven zijn uitneembaar. • De binnentemperatuur van het apparaat kan beïnvloed worden door de omgevingstemperatuur, hoe vaak de deur wordt geopend en de plaats van het apparaat. Bij het instellen van de temperatuur moet rekening gehouden worden met deze factoren. • Tenzij anders gespecificeerd zijn de accessoires van het apparaat niet geschikt om afgewassen te worden in de afwasmachine. • Hoe groter de afstand tussen de achterkant van het apparaat en de muur, hoe hoger de energiebesparing. GEBRUIK VAN HET KOELVAK Inschakelen van het apparaat Het apparaat in werking stellen Het apparaat heeft interne bedieningen. Steek de stekker in het stopcontact. Wanneer het apparaat is aangesloten op het elektriciteitsnet, gaat de binnenverlichting branden als de deur van de koelkast wordt geopend. Met de thermostaat in het koelvak van het apparaat kan de temperatuur van het koelvak en die van het lagetemperatuurvak (indien aanwezig) worden geregeld. Instellen van de temperatuur: Temperatuurinstelling: De thermostaat regelt automatisch de binnentemperatuur van het koelvak en van het vak (indien aanwezig). Door de knop van stand 1 op 7 (koudste instelling) te draaien wordt de binnentemperatuur verlaagd. Op de stand 0 wordt het apparaat uitgeschakeld. Voor het bewaren van voedsel voor een korte tijd kan de thermostaatknop tussen 1 (Min) en 3 (Med). - Zet voor het bewaren van voedsel voor een lange periode in het vak , de thermostaatknop op 3 of 4. Opmerking: De omgevingstemperatuur, de frequentie waarmee de deur wordt geopend en de plaats van het apparaat kunnen van invloed zijn op de binnentemperatuur van de koelkast. De stand van de thermostaatknop dient op grond van deze factoren te worden aangepast. Bewaren van levensmiddelen in de koelkast Plaats de levensmiddelen zoals in de afbeelding te zien is. A Vis, vlees B Gekookt voedsel C Groente en fruit D Flessen E Kaas 36 Opmerkingen: • De afstand tussen de schappen en de achterste binnenwand van de koelkast zorgt voor een vrije luchtcirculatie. • Zet de levensmiddelen niet tegen de achterwand van de koelkast. • Zet geen levensmiddelen in de koelkast die nog warm zijn. • Bewaar vloeistoffen in gesloten houders. Belangrijk Het bewaren van groente met een hoog watergehalte kan condensvorming veroorzaken op het glazen schap van de groente- en fruitlade: dit is niet van invloed op de goede werking van het apparaat. De vorm van het thermostaatkastje is afhankelijk van het merk GEBRUIK VAN HET LAGETEMPERATUURVAK (indien aanwezig) Het lagetemperatuurvak is . In het lagetemperatuurvak kunnen ook verse levensmiddelen worden ingevroren. De hoeveelheid verse levensmiddelen die in 24 uur kan worden ingevroren staat aangegeven op het typeplaatje. • Variaties in temperatuur moeten vermeden worden of tot een minimum worden beperkt. De uiterste houdbaarheidsdatum op de verpakking moet worden gerespecteerd. • De instructies op de verpakking voor het conserveren van diepvriesproducten moeten altijd worden opgevolgd. Opmerking: In het lagetemperatuurvak kan ook bij een stroomuitval de juiste temperatuur worden gehandhaafd voor het bewaren van voedsel. Geadviseerd wordt om gedurende een dergelijke periode de deur van het vak niet te openen. Het maken van ijsblokjes als er een ijsbakje aanwezig is • Vul het ijsbakje voor 2/3 met water en zet het in het lagetemperatuurvak • Gebruik, indien het ijsbakje aan de bodem van het lagetemperatuurvak is vastgevroren, geen puntige of scherpe voorwerpen om het los te maken. • Om de ijsblokjes eenvoudig te verwijderen buigt u het bakje om. Invriezen van vers voedsel (alleen in de vakken met de markering ) Belangrijk • Voordat verse levensmiddelen ingevroren worden, moeten ze in aluminiumfolie, plastic folie, waterdichte plastic verpakking, polyethyleen bakjes met deksel, diepvriesbakken die geschikt zijn voor het invriezen van vers voedsel verpakt worden. • Zet het in te vriezen voedsel in het bovenste vak, laat voldoende ruimte om de pakjes heen zodat de lucht goed kan circuleren. • Draai de thermostaatknop een half teken lager wanneer u de levensmiddelen in het vriesvak zet, om een optimale invriesprocedure te bewerkstelligen. • Na 24 uur is het invriezen voltooid. Apparaten met een vak In de tabel hiernaast kunt u zien hoeveel maanden verse, ingevroren levensmiddelen bewaard kunnen worden. Bij de aankoop van diepvriesproducten moet u op de volgende punten letten: • controleer of de verpakking niet beschadigd is (ingevroren levensmiddelen in beschadigde verpakking kunnen bedorven zijn). Als de verpakking bol staat of als er vochtplekken op zitten, is het product niet onder optimale omstandigheden bewaard en kan het al gedeeltelijk ontdooid zijn. • Diepvriesproducten moeten als laatste worden gekocht en in isolerende tassen worden vervoerd. • Zet de diepvriesproducten bij thuiskomst meteen in het lagetemperatuurvak. • Als voedsel gedeeltelijk ontdooid is, mag het niet opnieuw worden ingevroren. Eet het binnen 24 uur op. MAANDEN 37 VOEDINGSMIDDELEN HET ONTDOOIEN EN REINIGEN VAN DE KOELKAST Trek de stekker uit het stopcontact of sluit de stroomtoevoer af voordat u onderhouds- of reinigingswerkzaamheden uitvoert. De koelkast wordt geheel automatisch ontdooid. De aanwezigheid van waterdruppels op de achterwand aan de binnenkant van de koelkast duidt erop dat het apparaat bezig is automatisch te ontdooien. Het dooiwater wordt automatisch via een afvoeropening in een opvangbak geleid, waar het verdampt. Maak de binnenkant van de afvoeropening van het dooiwater regelmatig schoon om een constante en correcte afvoer van dooiwater te garanderen. Ontdooien van het vriesvak Wij raden u aan het vriesvak 1 of 2 maal per jaar te ontdooien, of wanneer de ijsvorming te dik is geworden. IJsvorming is een normaal verschijnsel. De hoeveelheid en de snelheid waarmee zich het ijs vormt, hangt af van de omgeving waarin het apparaat zich bevindt en van de frequentie waarmee de deur wordt geopend en is over het algemeen groter op de bovenste roosters. De ijsvorming is het grootst op het bovenste gedeelte van het vak. Dit is normaal en heeft geen invloed op het correct functioneren van het apparaat. Het is raadzaam het vak te ontdooien wanneer u weinig voorraad heeft.sont peu abondantes. • Open de deur en haal alle levensmiddelen uit de vriezer, wikkel ze dicht tegen elkaar in krantenpapier en bewaar ze op een koele plaats of in een koeltas. • Laat de deur open zodat het ijs kan smelten. • Reinig de binnenkant van de vriezer met een vochtige spons met lauw water en/of een neutraal schoonmaakmiddel. Gebruik geen schuurmiddelen. • Spoel de binnenkant goed af en droog hem zorgvuldig. • Plaats de levensmiddelen weer in het vak. • Sluit de deur. • Steek de stekker weer in het stopcontact. • Schakel het apparaat weer in. 38 REINGING EN ONDERHOUD • Reinig geregeld de condensor aan de achterkant van het apparaat met een stofzuiger of een borstel. • Reinig de buitenkant met een zachte doek. Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt 1. Maak de koelkast helemaal leeg. 2. Trek de stekker uit het stopcontact. 3. Ontdooi het apparaat en maak de binnenkant schoon. 4. Laat, als het apparaat langdurig niet gebruikt wordt, de deur open staan, om te voorkomen dat er schimmel, onaangename geuren en oxidatie ontstaan. 5. Reinig het apparaat. • Reinig de binnenkant van het lagetemperatuurvak (waar aanwezig) tijdens het ontdooien. • Reinig de binnenkant van de koelkast regelmatig met een vochtige spons met lauw water en/of een neutraal schoonmaakmiddel. Spoel en droog het apparaat met een zachte doek. Gebruik geen schuurmiddelen. • Reinig de buitenkant met een met water bevochtigde zachte doek. Gebruik geen schuurmiddelen of schuursponsjes, vlekkenmiddelen (bv. aceton, trichloorethyleen), of azijn. Vervangen van het lampje: Ga als volgt te werk om het lampje te vervangen: • Haal de stekker uit het stopcontact. • Druk de lipjes aan de zijkanten van het lampenkapje in en neem het weg. • Vervang het lampje door een nieuw exemplaar met een vermogen van niet meer dan 10W. • Plaats het lampenkapje terug en wacht 5 minuten voordat u het apparaat opnieuw aansluit. 39 STORINGEN OPSPOREN 1. De koelkast werkt niet. • Is de stroom uitgevallen? • Zit de stekker goed in het stopcontact? • Is de tweepolige netschakelaar ingeschakeld? • Is de zekering doorgebrand? • Is de voedingskabel beschadigd? • Staat de thermostaat op de juiste stand (Stop)? 2. De temperatuur in de vakken is te hoog. • Zit de deur goed dicht? • Verhindert het voedsel dat de deur gesloten wordt? • Staat het apparaat dicht bij een warmtebron? • Staat de thermostaat in de goede stand? • Wordt de luchtcirculatie door de ventilatieopeningen gehinderd? 3. De temperatuur in het koelvak is te laag • Staat de thermostaat in de goede stand? 4. Het apparaat maakt erg veel lawaai. • Is het apparaat correct geïnstalleerd? • Raken de buizen aan de achterkant elkaar of trillen ze? 5. Er ligt water op de bodem van het koelvak. • Is de afvoer van het dooiwater misschien verstopt? 6. Te veel ijsvorming in het lagetemperatuurvak. • Zit de deur goed dicht? • Verhindert het voedsel dat de deur gesloten wordt? • Opmerkingen: • Borrelende of sissende geluiden veroorzaakt door de expansie van het koelcircuit zijn normaal. KLANTENSERVICE Voordat u de klantenservice belt: 1. Ga na of u de storingen niet zelf kunt verhelpen (zie “Storingen opsporen”). 2. Zet het apparaat weer aan om te zien of het probleem is verholpen. Is dit niet het geval, schakel het apparaat dan uit en wacht ongeveer een uur voordat u het weer aanzet. 3. Als ook dat niet helpt, wend u dan tot onze klantenservice. • uw volledige adres • uw telefoonnummer. Opmerking: De richting waarin de deur opengaat, kan worden veranderd. Als deze verandering verricht wordt door de Klantenservice, wordt dit niet gedekt door de garantie. Vermeld de volgende gegevens: • de aard van de storing • het model • het servicenummer (nummer achter het woord SERVICE op het typeplaatje binnenin het apparaat) 40 INSTALLATIE • Installeer het apparaat niet in de buurt van warmtebronnen. Installatie in een warme omgeving, rechtstreekse blootstelling aan de zon of opstelling van het apparaat in de buurt van een warmtebron (kachel, fornuis) verhogen het stroomverbruik en dienen te worden vermeden. • Indien dit niet mogelijk is, moeten de volgende minimumafstanden worden aangehouden: • 30 cm vanaf fornuizen die werken op kolen of petroleum; • 3 cm vanaf elektrische fornuizen en/of gasfornuizen. • Het apparaat is ontworpen om ingebouwd te worden. Installeer het apparaat in het keukenmeubel op basis van de vereiste afmetingen (zie afbeelding). • Maak de binnenkant schoon. • Breng de bijgeleverde accessoires aan. Elektrische aansluiting • Als de stekker en het stopcontact niet van hetzelfde type zijn, laat het stopcontact dan vervangen door een erkend elektricien. • Gebruik geen verlengsnoeren of meervoudige adapters. • Houd u aan de plaatselijke voorschriften voor de elektrische aansluiting. • De gegevens met betrekking tot de spanning en het vermogensverbruik staan op het typeplaatje in het apparaat. • De aarding van het apparaat is wettelijk verplicht. De fabrikant aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor eventueel persoonlijk letsel of schade aan dieren of voorwerpen, die te wijten is aan het niet in acht nemen van deze voorschriften. Afkoppeling van het elektriciteitsnet Het moet mogelijk zijn het apparaat van het elektriciteitsnet af te koppelen door de stekker uit het stopcontact te halen of via een tweepolige netschakelaar die bovenstrooms van het stopcontact is geplaatst. 41 Omkeren van de draairichting van de deur 2 1 Omkeren van de draairichting van de deur De deur van de koelkast kan aan de rechter- of linkerkant worden geopend. Bij levering wordt de deur van het apparaat aan de linkerkant geopend. Om de openingsrichting te wijzigen moeten de onderstaande instructies worden opgevolgd. Opmerking: Opmerking: alvorens de openingsrichting van de deur om te keren moet de stekker van het apparaat uit het stopcontact worden getrokken of moet de elektrische voeding worden uitgeschakeld. 3 4 Opening van de deur aan de linkerkant 1. Verwijder de twee schroeven (1) terwijl u het bovenste scharnier (2) (rechterkant) tegen het frame houdt. Verwijder het scharnier (2). 2. Til de deur op van de pen van het onderste scharnier en leg hem op een niet-krassend oppervlak. 3. Verwijder de twee schroeven (3) terwijl u het onderste scharnier ondersteunt (4). Verwijder het scharnier (4). 4. Draai het scharnier (2) om. Monteer het onderste scharnier (2) weer op de linker onderkant, met behulp van de twee schroeven (1). 5. Laat de deur op de pen van het onderste scharnier (2) zakken. 6. Monteer, terwijl de deur in gesloten stand is, het bovenste scharnier (4) aan de linkerkant met behulp van de twee schroeven (3). Draai de schroeven (1) pas vast als de deur waterpas is ten opzichte van de bovenkant van het meubel. fig. 1 3 4 1 2 Opening van de deur aan de rechterkant 42 fig. 2 Omkeren van de draairichting van de deur van het binnenvak 1. Verwijder de twee plastic schroeven (1) aan de linkerkant. 2. Verwijder de twee schroefafdekkingen (2) en de haak van de deur (3). 3. Schroef de deur van het vriesvak (4) los en haal hem weg. Keer de deur om en monteer hem weer aan de linkerkant. 4. Keer de haak van de deur (3) om, monteer hem weer aan de rechterkant en monteer de twee schroefafdekkingen (2) weer. 5. Plaats tenslotte de twee plastic schroeven (1) weer aan de rechterkant. VOOR DE OMKERING NA DE OMKERING 43
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104

Bauknecht ARG 450-A plus de handleiding

Type
de handleiding