Fagor CIV-8201 de handleiding

Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

Gebruiksaanwijzing
37
Diepvrieskast NL
Wij danken u voor het vertrouwen dat u in ons gesteld hebt door de aankoop van ons apparaat. Wij wensen u
veel genoegen bij het gebruik ervan.
De diepvrieskast dient voor huishoudelijk gebruik voor het
invriezen van verse levensmiddelen en gedurende langere tijd
bewaren van bevroren levensmiddelen (tot één jaar, afhankelijk
van de levensmiddelensoort, dient).
Voor de ingebruikname................................................ 37
Gebruiksaanwijzing
Aanwijzingen voor de inbouw
Onze zorg voor het milieu
Energiesparen
Belangrijke wenken ...................................................... 38
Afvoer van de oude koelkast
Milieubescherming ....................................................... 38
Opstellen........................................................................ 39
De keuze van de ruimte
Aansluiten
Hoogteinstelling van het apparaat
Beschrijving van het apparaat .................................... 39
Bediening....................................................................... 40
Schakelpaneel
Aan/uit schakelaar (1)
Schakelaar voor het inschakelen van de continuwerking (2)
Schakelaar voor het uitschakelen van het alarm en rood
lampje (3)
Gebruik ..........................................................................40
Het aanzetten van de lege diepvriezer
Het invriezen van levensmiddelen
Het bewaren van diepvriesproducten
Het ontdooien van diepvriesprodukten
.Onderhoud en reiniging...............................................41
Het ontdooien van de diepvriezer
De reiniging van het apparaat
Het buiten werking stellen van het apparaat
Storingen en hoe ze verholpen kunnen worden..........42
Voor de ingebruikname
Laat het apparaat ongeveer 2 uur stilstaan, alvorens het op
het electriciteitsnet aan te sluiten. Hierdoor is de
mogelijkheid van storingen door de invloed van het transport
op het koelsysteem kleiner.
Reinig het apparaat grondig, vooral de binnenkant (zie het
hoofdstuk "Reiniging".
Gebruiksaanwijzing
De gebruiksaanwijzing is voor de gebruiker bestemd en geeft
een beschrijving van het juiste en veilige gebruik van de
koelkast.
De gebruiksaanwijzing is aan de verschillende apparatentypes
aangepast en beschrijft misschien ook functies en delen, die
uw koelkast niet heeft.
Aanwijzingen voor de inbouw
Voor geintegreerde apparaten zijn de aanwijzingen voor de
inbouw bijgesloten. Ze zijn bestemd voor de vakman, die het
apparaat in een kast moet plaatsen.
Onze zorg voor het milieu
Vor de verpakking van de producten gebruiken wij
milieuvriendelijke materialen die zonder risico voor het milieu
hergebruikt (gerecycled), gestort of verbrand kunnen
worden. Daartoe zijn de verpakkingsmaterialen
dienovereenkomstig gemerkt.
Ook onze gebruiksaanwijzing is op gerecycled papier of op
zonder chloor gebleekt papier gedrukt.
Als u de koelkast in de toekomst niet meer zult gebruiken en
hij u in de weg staat, zorg er dan voor dat hij het milieu niet
belast. Lever de koelkast in bij een erkend inzamelingsbedrijf
voor gebruikte apparatuur (zie het onderdeel over de afvoer
van de oude koelkast).
Energiesparen
Open de deur van de koelkast niet vaker dan nodig is. Dat
geldt in het bijzonder bij warm en vochtig weer. Zorg er ook
voor dat de koelkast (vooral het vriesgedeelte) maar zo kort
mogelijk open is.
Controleer af en toe of het apparaat voldoende af kan koelen
(ongehinderde luchtcirculatie via de opening in de lijst van
het voetstuk van het apparaat).
Gebruiksaanwijzing
38
Draai de thermostaatknop van een hogere op een lagere
stand wanneer het gebruik van het apparaat en de
omstandigheden dit toelaten.
Gebruik het ononderbroken functioneren van het apparaat
niet, wanneer dit niet dringend nodig is en schakel over op
automatisch functioneren zodra dit mogelijk is.
Alvorens levensmiddelen in de koelkast te leggen, moetan
deze tot kamertemperatuur worden afgekoeld.
Rijp of ijslagen doen het stroomgebruik toenemen, verwijder
deze daarom regelmatig zodra ze 3-5 mm dik zijn.
Een verkaard of niet afdichtend deurrubber kan het
stroomverbruik verhogen, daarom moet het tijdig en
vakkundig worden vervangen.
De condensator op de bodem van het apparaat moet altijd
schoon en stofvrij zijn (neem het hoofdstuk "Reiniging van
het apparaat" in acht).
Eike instructie uit de hoofdstukken installatie en
energiebesparing die niet wordt.
Belangrijke wenken
Het apparaat is vervaardigd in overeenstemming met alle
geldende veiligheidsnormen; het is echter raadzaam om
mensen met lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke
beperkingen of mensen met onvoldoende ervaring of kennis
het apparaat niet zonder toezicht te laten gebruiken. Deze
aanbeveling geldt ook voor kinderen.
Wanneer u thuis een oude, niet meer gebruikte
koelkast/diepvriezer met een slot of grendel, die van binnen
uit niet geopend kunnen worden, vervangt, maak deze dan
onbruikbaar. Zo kunt u kinderen voor eventuele verstikking
behoeden.
Sluit het apparaat op de juiste wijze op het electriciteitsnet
aan (zie het hoofdstuk "Aansluiten").
Raak wanneer het apparaat in werking is de koelplaten niet
aan, vooral niet met vochtige of natte handen omdat dan de
huid er aan kan blijven plakken.
Bevries geen dranken in flessen, vooral geen
koolzuurhoudende dranken zoals spawater, champagne,
bier, cola enz.. Vloeistoffen zetten uit bij bevriezing en het
glas kan barsten.
Eet geen bevroren levensmiddelen (brood, fruit, groente).
Door de kou kunnen brandwonden onstaan.
Wanneer de geur of kleur van een levensmiddel verdacht is,
gooi het dan weg omdat het waarschijnlijk niet meer eetbaar
is.
Trek de stekker uit de wandcontactdoos bij reparaties (laat
de koelkast altijd door een vakman repareren!) en reiniging.
Ontdool de koelkast in geen geval met elektrische
apparatuur (zoals bijv. een föhn) en gebruik geen scherpe
voorwerpen voor het verwijderen van de rijp - resp. de
ijslaag. Gebruik uitsluitend de bijverpakte resp. door de
fabrikant toegestane hulpmiddelen.
Denk aan het milieu en zorg ervoor dat de achterwand van
de kast (condensor of pijpleiding bij het transport van de
uitgediende koelkast) resp. het koelsysteem binnen in de
kast niet worden beschadigd.
In de rand van het huis van de diepvriezer is een
verwarmingselement ingebouwd, dat tegeljik met de
compressor functioneert en voorkomt, dat de dichtingen van
de deur aan het huis van de diepvriezer vastvriezen.
Wanneer de aansluitkabel beschadigd is, moet deze door de
fabricant of zijn erkende vakman worden vernieuwd, om
ongelukken te voorkomen.
Het typeplaatje bevindt zich in de koelkast of aan de
achterkant.
Waarschuwing: Ventilatieopeningen van het apparaat of
inbouwelement dienen altijd schoon en vrij te worden
gehouden.
Waarschuwing: Gebruik geen mechanische middelen om
het ontdooiproces te versnellen, behalve dan die door de
fabrikant zijn aanbevolen.
Waarschuwing: Pas bij het plaatsen, reinigen en verwijderen van
het apparaat op dat u de isolatie en de delen van het koelsysteem
niet beschadigd. Zo kunt u milieuvervuiling voorkomen.
Waarschuwing: Gebruik geen elektrische apparaten in de
koel-vrieskast, tenzij deze uitdrukkelijk zijn aanbevolen door
de fabrikant.
De houdbaarheid van diepgevroren levensmiddelen bij
stroomuitval
Open de diepvriezer niet bij stroomstoringen of stroomuitval.
Bij een stroomuitval die langer dan 15 uur.
Afvoer van de oude koelkast
De uitgediende koelkast dient onmiddellijk buiten gebruik te
worden gesteld. Maak een eventueel deurslot of een sluiting
onbruikbaar om kinderen te beschermen tegen mogelijk
verstikkingsgevaar.
Alle koel- en vrieskasten bevatten ook koelmiddelen en
andere isolatiematerialen die een speciale verwerking
vereisen. Daarom dient u bij de afvoer van de oude kast
altijd contact op te nemen met een bevoegd en
gekwalificeerd gemsantalijk bedrijf of dienaangaande bij de
gemeente of bij de winkelier informatie in te winnen. Let er
vanwege een mogelijk risico voor vervuiling van het milieu
op om de leiding aan de achterkant van de kast niet te
beschadigen.
Pas er om het milieu niet te belasten op, dat u de slang
onder aan de achterkant niet beschadigd.
Milieubescherming
Het verpakkingsmateriaal van dit apparaat is recycleerbaar.
Doe mee aan de recycling en draag bij tot de bescherming van
het milieu door dit materiaal in de hiervoor bestemde
gemeentecontainers te deponeren.
Uw apparaat bevat tevens vele recycleerbare
materialen. Daarom is het voorzien van dit logo
wat aangeeft dat de gebruikte apparaten van ander
afval dienen te worden gescheiden in de lidstaten
van de Europese Unie. De recycling van de apparaten die
door uw fabrikant wordt georganiseerd wordt op deze
manier onder de beste omstandigheden uitgevoerd,
overeenkomstig de Europese richtlijn 2002/96/CE
betreffende elektrisch en elektronisch afval. Informeer bij
uw gemeente of bij uw verkoper naar de dichtstbijzijnde
inzamelplaats voor uw oude apparaten. Wij danken u voor
uw bijdrage aan de bescherming van het milieu.
Gebruiksaanwijzing
39
Opstellen
De keuze van de ruimte
Plaats het apparaat in een droge en regelmatig geventileerde
ruimte. De toegestane temperatuur van de omgeving voor de
juiste werking van het apparaat is afhankelijk van de uitvoering
(klasse) van het apparaat, die op het typeplaatje van het
apparaat vermeld is. Plaats het apparaat niet in de buurt van
warmtebronnen, bijvoorbeeld een gasfornuis, verwarming,
boiler enz. en stel het niet bloot aan directe zonnestraling. De
koelkast moet tenminste 3 cm van het elektrisch of gasfonuls
respectievelijk 30 cm van de ollekachel of kolenkachel worden
geinstalleerd. Bij kleinere afstanden moet er een isolatieplaat
worden gebruikt.
Klasse Raumtemperatur
SN (subnormaal) van + 10°C tot + 32°C
N (normaal) van + 16°C tot + 32°C
ST (subtropisch) van + 16°C tot + 38°C
T (tropisch) van + 16°C tot + 43°C
Aansluiten
Sluit het apparaat met de aansluitkabel op het electriciteitsnet
aan. De wandcontactdoos moet geaard zijn (veiligheids-
stopcontact). De voorgeschreven netspanning en frequentie
zijn op het typeplaatje van de koelkast vermeld. De aansluiting
op het electriciteitsnet en de aarding van het apparaat moeten
volgens de geldige standaarden en voorschriften uitgevoerd
zijn. Het apparaat laat een kortdurende spanningsafwijking toe,
echter hoogstens van -6 tot +6%.
Het apparaat voldoet aan de Europese richtlijnen en aan de
wijzigingen die hieraan zijn aangebracht.
Hoogteinstelling van het apparaat
Het apparaat heeft vier voetjes waarvan de hoogte verstelbaar
is, zodat de hoogte van het apparaat tussen de 82 en 90 cm
kan worden ingesteld. Stel de hoogte van het apparaat in
voordat u het in de opening inbouwt. De hoogte van het
apparaat moet zo worden ingesteld, dat de bovenkant van het
apparaat onder het werkblad past (zie Aanwijzingen voor de
inbouw).
Beschrijving van het apparaat
Het vriesvak (1)
Dient voor het invriezen van verse levensmiddelen.
Het bewaarmandje (2)
Dient voor het bewaren van bevroren levensmiddelen.
Het schakelpaneel (3)
(zie het hoofdstuk "Bediening")
Gebruiksaanwijzing
40
Bediening
U bedient de diepvriezer met de toetsen en thermostaatknop,
die in het onderste gedeelte van het apparaat zijn ingebouwd.
Schakelpaneel
1 Schakelaar AAN/UIT (groen lampje)
2 Schakelaar voor het inschakelen van de
continuwerking (geel lampje)
3 Schakelaar voor het uitschakelen van het alarm
(rood lampje)
Aan/uit schakelaar (1)
Het apparaat staat aan - het groene lampje brandt.
Het apparaat is uitgeschakeld - het groene lampje brandt niet.
Schakelaar voor het inschakelen van de
continuwerking (2)
Met deze schakelaar kunt u tussen twee verschillende
manieren van functioneren kiezen, ononderbroken en
automatisch.
Ononderbroken functioneren - het gele lampje brandt.
Het koelsysteem functioneert ononderbroken.
Deze manier kiest u bij het invriezen van grotere hoeveelheden
verse levensmiddelen en wanneer u bevroren levensmiddelen
heel diep wilt vriezen.
Automatisch functioneren - het gele lampje brandt niet.
De temperatuur in het apparaat wordt door de thermostaat
geregeld, die het koelsysteem aan- en uitschakelt.
De frequentie van het aan- en uitschakelen hangt af van:
de stand van de thermostaatknop (de instelling van de
thermostaat),
de frequentie van het openen van de deur,
de temperatuur van de omgeving.
Schakelaar voor het uitschakelen van het alarm en
rood lampje (3)
Door het indrukken van de schakelaar schakelt u het
geluidsalarm uit, dat door een te hoge temperatuur in de
diepvriezer (het rode lampje brandt) of omdat de condensator
stoffig is (het rode lampje brandt niet) ingeschakeld wordt.
Neem het hoofdstuk Het verhelpen van storingen in acht.
Temperatuurkeuze
De temperatuur in het apparaat wordt tijdens het automatisch
functioneren geregeld door de thermostaat.
Aanbevolen wordt, de thermostaatknop midden tussen max (7)
en min (1) te draaien.
U draait hem alleen dichter bij max (7) wanneer u intensieve
koeling voor het invriezen van kleine hoeveelheden verse
levensmiddelen wenst of wanneer u de werking van het
apparaat aan de temperatuur van de omgeving wenst aan te
passen.
De stand in de richting van min (1) is geschikt wanneer u
stroom wilt sparen. De voorwaarde is echter, dat de diepvriezer
slechts een geringe hoeveelheid levensmiddelen bevat.
Temperatuurverandering van de omgeving beinvloedt de
temperatuur in het apparaat. Pas de stand van de
thermostaatknop hierbij aan.
Gebruik
Het aanzetten van de lege diepvriezer
Schakel de diepvriezer aan. Door de hoge temperatuur is het
geluidssignaal geactiveerd. U kunt dit afzetten door op de toets
te drukken.
Zet de schakelaar voor de functiekeuze op continu. Alle drie de
lampjes branden. Plaats de verse levensmiddelen een paar uur
nadat het rode lampje is uitgegaan in de vriezer.
Het invriezen van levensmiddelen
Het juiste gebruik van de vriezer en ook een goede verpakking
van de levensmiddelen, handhaving van de juiste temperatuur
en het in acht nemen van de hygienische voorschriften voor de
levensmiddelen zijn van doorslaggevende invloed op de
kwaliteit van het invriezen van levensmiddelen resp. het
langdurige bewaren ervan.
Kies voor het invriezen levensmiddelen die hiervoor geschikt
zijn en lage temperaturen goed verdragen. De
levensmiddelen moeten vers en van goede kwaliteit zijn.
Gebuik het juiste verpakkingsmateriaal voor de
levensmiddelen en verpak ze goed.
De verpakking mag geen lucht en vocht doorlaten. Dit
zou uitdroging van de levensmiddelen en vitamineverlies
tot gevolg hebben.
De verpakkingsfolie en de zakjes moeten zacht en
soepel zijn, zodat ze zich volledig aan de inhoud
aanpassen.
Schrijf de inhoud, het gewicht de datum op de verpakte
levensmiddelen.
Het is vooral belangrijk, dat de levensmiddelen binnen de
kortstmogelijke tijd bevriezen. Maak daarom de pakjes niet
te groot en laat de levensmiddelen goed afkoelen voor ze in
de diepvriezer te leggen.
De hoeveelheid verse levensmiddellen, die in één keer in 24
uur in de diepvriezer gelegd mag worden is op het typeplaatje
vermeld (de invrieskapaciteit). Bij grotere hoeveelheden is de
kwaliteit van het invriezen minder en gaat ook de kwaliteit van
de reeds diepgevroren producten in de diepvriezer achteruit.
Het invriezen
U vriest de levensmiddelen in de invriesruimte in (zie het
hoofdstuk Beschrijving van het apparaat).
Druk 24 uur voor het invriezen van verse levensmiddelen op
de knop voor het inschakelen van de continuwerking (2) om
de functie continuewerking in te schakelen (het gele lampje
brandt). Leg na afloop van deze tijd de verse levensmiddelen
in de invriesruimte.
Na 24 uur kunt u de levensmiddelen in de bewaarruimte
leggen en desgewenst het invriezen herhalen. De verse
levensmiddelen mogen niet met de reeds ingevroren
levensmiddelen in aanraking komen.
Druk ongeveer 24 uur nadat u voor het laatst verse
levensmiddelen in de diepvriezer heeft gelegd op de
schakelaar voor de "continuwerking" (2) zodat de functie
"automatisch" in werking treedt (het gele lampje gaat uit).
Gebruiksaanwijzing
41
Voor het invriezen van kleinere hoeveelheden verse
levensmiddelen (1-2 kg) is het niet nodig om de schakelaar
voor de continuwerking (2) in te drukken.
Het bewaren van diepvriesproducten
Diepvriesproducten bewaart u in de bewaarruimte. Hiervoor
dient ook de verlaging in de bodem van het apparaat.
Desgewenst kunt u de mandjes verwijderen en de
levensmiddelen op de koelplaten leggen.
Industriële diepvriesprodukten
Op de verpakking van industriële diepvriesprodukten zijn de
houdbaarheidsduur en bewaartemperatuur vermeld. Houdt u
bij het bewaren en gebruik aan de aanwijzingen van de
producent.
Kies in de winkel alleen goed verpakte levensmiddelen, waarop
de volledige gegevens vermeld zijn en die in diepvrieskisten
met een temperatuur van minstens -18°C bewaard worden.
Koop geen levensmiddelen met rijp, deze zijn al meerdere
malen ontdooid geweest. Bescherm de levensmiddelen tegen
ontdooien. een hogere temperatuur verkort de
houdbaarheidsduur van de diepvries- produkten en vermindert
de kwaliteit.
Approximatieve houdbaarheid van bevroren levensmiddelen
Levensmiddelen Houdbaarheid (in maanden)
123456789101112
Groente +++
Fruit +++
Brood, gebak +
Melk +
Klaargemaakte gerechten +
Vlees: rundvlees +++
kalfsvlees +++
varkensvlees + + +
kip +++
wild + + +
gehakt +
Rookworst +
Vis: niet vet +
vet +
Pens +
Het ontdooien van diepvriesprodukten
Gebruik ontdooide levensmiddelen zo snel mogelijk. Koude
conserveert het levensmiddel namelijk wel, maar vernietigt de
micro-organismen niet, die na het ontdooien versneld actief zijn
en het produkt snel bederven.
Gedeeltelijk ontdooien vermindert de voedingswaarde van het
produkt, vooral van fruit en groenten en van klaargemaakte
gerechten.
.
Onderhoud en reiniging
Het ontdooien van de diepvriezer
Aan de binnenkant van de diepvriezer onstaat rijp of ijs, dat u
bij een dikte van 3-5 mm moet ontdooien.
Druk 24 uur voor het ontdooien de schakelaar voor het
inschakelen van de continuwerking in (2) (het gele lampje
brandt), zodat de levensmiddelen zeer koud worden. Neem
na afloop van deze tijd de diepgevroren levensmiddelen uit
de vriezer en bescherm ze, zodat ze niet ontdooien.
Haal de stekker uit het stopcontact.
Gebruik bij het ontdoolen a.u.b. geen ontdooisprays omdat
deze kunststofoplossende resp. voor de gezondheid
schadelijke middelen kunnen bevatten.
Water dat achterblijft op de verlaagde bodem van het
apparaat met een sponsje of goed vochtopnemende doek
verwijderen.
De reiniging van het apparaat
Verwijder alvorens het apparaat te reinigen de stekker uit
het stopcontact! Gebruik geen scherpe en schurende
schoonmaak- middelen.
Reinig de buitenkant van het apparaat met water en een
vloeibaar reinigingsmiddel.
Reinig de gelakte oppervlakten met een zachte doek en een
reinigingsmiddel op basis van alcohol (bijv. een glasreiniger).
U kunt ook alcohol (ethanol of isopropylalcohol) gebruiken.
Voor plastic en gelakte delen mag u geen schurende of
speciale bijtende reinigingsmiddelen zoals
reinigingsmiddelen voor roestvrij staal e.d. gebruiken.
Neem de binnenkant van het lege apparaat as met
lauwwarm water, waaraan u een scheutje azijn heeft
toegevoegd.
De opening voor de luchtcirculatie in de lijst van het voestuk
van tijd tot tijd met een doekje of de stofzuiger reinigen.
Als de condensator stoffig is, maakt een geluidssignaal ons
hierop attent. U schakelt dit uit door op de schakelaar voor
het uitzetten van het alarm (3) te drukken.
Reiniging van de condensator
U verwijdert stof van de condensator op de volgende
manier:
steek uw vingers door de opening van het schakelpaneel
en maak de vergrendeling los,
trek het paneel naar u toe en verwijder het,
verwijder de lijst onder de voet van het element,
trek de condensatiebak er uit,
verwijder het stof van de condensator met een
stofzuiger,
plaats in omgekeerde volgorde de condensatiebak en
het schakelpaneel terug.
Gebruiksaanwijzing
42
Sluit het apparaat na het schoonmaken weer aan op het
electriciteitsnet, schakel het in en vul het met de levensmiddelen.
Van tijd tot tijd reinigen van de condensator
Voor een optimalere werking van het apparaat en een
geringer energieverbruik is aan te bevelen van tijd tot
tijd het stof van de condensator vanaf de achterkant te
verwijderen.
Voor het reinigen van het apparaat de stroomtoevoer
verbreken!
Maak het apparaat leeg.
Verwijder de voetlijst van het meubelelement.
Draai de schroef los waarmee het apparaat aan het werkvlak
van het meubelelement is bevestigd.
Trek het apparaat naar voren, zodat de condensator vanaf
de achterkant kan worden gereinigd.
Draai de schroef van het deksel van de condensator los en
verwijder het deksel.
Reinig het stof en het vuil dat zich op de condensator
bevindt.
Sluit na het reinigen het apparaat op het elektriciteitsnet aan,
schakel het aan en plaats de levensmiddelen er weer in.
Het buiten werking stellen van het apparaat
Wanneer u het apparaat langere tijd niet gebruikt, verwijder de
stekker uit het stopcontact, maak de koelkast leeg, ontdooi en
maak hem schoon. Laat de deur op een kier staan.
Storingen en hoe ze verholpen kunnen worden
Tijdens het gebruik van het apparaat kunnen storingen optreden.
Hieronder vermelden we enkele storingen, die meestal het gevolg
zijn van onjuist gebruik en die u zelf verhelpen kunt.
Het apparaat functioneert niet na aansluiting op het
electriciteitsnet
Controleer of er spanning op het stopcontact staat en of het
apparaat aan staat (het groene lampje brandt).
Geluidsalarm, het rode lampje brandt
Bij een te hoge temperatuur in de diepvriezer gaat het rode
waarschuwingslampje branden en wordt het geluidsalarm
ingeschakeld. U schakelt dit uit door op de schakelaar voor het
uitzetten van het alarm (3) te drukken. Als het lampje uitgaat, is
de juiste temperatuur weer bereikt.
Wanneer de temperatuur in de diepvriezer weer stijgt, gaat het
rode lampje weer branden en klinkt het geluidsalarm.
De oorzaken voor het bovenvermelde:
De deur wordt te vaak geopend of blijft te lang open staan.
De deur is niet goed gesloten (misschien zit er iets tussen
de deur, hangt de deur of is de rubber band beschadigd,..).
Stroomuitval gedurende langere tijd.
Er is een te grote hoeveelheid verse levensmiddelen in de
diepvriezer geplaatst.
Geluidsalarm, het rode lampje brandt niet
Als de condensator of de openingen voor de luchtcirculatie in de
lijst van het voetstuk erg stoffig zijn, wordt het gekuidsalarm
ingeschakeld. U schakelt het uit door op de schakelaar voor het
uitzetten van het alarm te drukken (3). Reinig de condensator en de
openingen voor de luchtcirculatie in de lijst van het voetstuk (zie het
hoofdstuk Reiniging van het apparaat).
Het koelsysteem werkt al langere tijd continu
De functie continuwerking is ingeschakeld (het gele lampje
brandt).
Door de schakelaar (2) in te drukken schakelt u de
continuwerking uit (het gele lampje gaat uit).
Onvoldoende koeling van de compressor en de
condensator. Het geluidsalarm maakt u hierop attent.
Controleer de luchtcirculatie door de opening in de lijst van
het voetstuk en reinig de condensator met een doek of de
stofzuiger. Neem de aanwijzingen onder het hoofdstuk
"Onderhoud en reiniging" in acht.
Moeilijkheden bij het openen van de deur
Wanneer u de deur van de diepvrieskast wilt openen als deze
juist of nier lang geleden geopend was, kan het gebeuren dat
dit moeilijk gaat. Tijdens het openen van de deur ontsnapt er
namelijk wat koude lucht uit het apparaat en hiervoor in de
plaats komt warme lucht uit de omgeving. Bij het koelen van
deze lucht onstaat een onderdruk, waardoor de deur moeilijk
geopend kan worden. Na enkele minuten (5-10) is de toestand
weer normaal en kunt u de deur zonder moeilijkheden openen.
Geluid
Voor het koelen in de koel- en diepvriesapparaten zorgt een
koelsysteem met compressor, dit
veroorzaakt echter ook een zeker geluid. De geluidssterkte is
afhankelijk van de opstelling, het juiste gebruik en hoe oud het
apparaat is.
Wanneer de compressor in werking is, horen we het
geluid van het stromen van de vloeistof, wanneer hij niet in
werking is, horen we het overgieten van de koelvloeistof. Dat
is normaal en heeft geen invloed op de levensduur van het
apparaat.
Na de ingebruikname van het apparaat kunnen de werking
van de compressor en het overgieten van de koelvloeistof
luider zijn. Dit duidt niet op een storing en heeft geen invloed
op de levensduur van het apparaat. Na verloop van tijd
nemen deze geluiden af.
WIJ BEHOUDEN HET RECHT VOOR OP VERANDERINGEN DIE DE FUNCTIE VAN HET APPARAAT
NIET BEINVLOEDEN.
Gebruiksaanwijzing
43
NL SERVICE AFDELING
De eventuele ingrepen in de machine moeten worden uitgevoerd :
of door uw vakhandelaar,
of door een andere gekwalificeerd technicus van dit merk.
Tijdens het telefoneren, dient u de complete referentie op te geven van uw machine (model, type, serienummer). Deze
informatie staat op het typeplaatje op de machine.

Documenttranscriptie

Diepvrieskast NL Wij danken u voor het vertrouwen dat u in ons gesteld hebt door de aankoop van ons apparaat. Wij wensen u veel genoegen bij het gebruik ervan. De diepvrieskast dient voor huishoudelijk gebruik voor het invriezen van verse levensmiddelen en gedurende langere tijd bewaren van bevroren levensmiddelen (tot één jaar, afhankelijk van de levensmiddelensoort, dient). Voor de ingebruikname................................................ 37 Gebruiksaanwijzing Aanwijzingen voor de inbouw Onze zorg voor het milieu Energiesparen Aan/uit schakelaar (1) Schakelaar voor het inschakelen van de continuwerking (2) Schakelaar voor het uitschakelen van het alarm en rood lampje (3) Gebruik ..........................................................................40 Belangrijke wenken ...................................................... 38 Afvoer van de oude koelkast Milieubescherming ....................................................... 38 Opstellen........................................................................ 39 De keuze van de ruimte Aansluiten Hoogteinstelling van het apparaat Beschrijving van het apparaat .................................... 39 Bediening....................................................................... 40 Het aanzetten van de lege diepvriezer Het invriezen van levensmiddelen Het bewaren van diepvriesproducten Het ontdooien van diepvriesprodukten .Onderhoud en reiniging...............................................41 Het ontdooien van de diepvriezer De reiniging van het apparaat Het buiten werking stellen van het apparaat Storingen en hoe ze verholpen kunnen worden ..........42 Schakelpaneel Voor de ingebruikname • Laat het apparaat ongeveer 2 uur stilstaan, alvorens het op het electriciteitsnet aan te sluiten. Hierdoor is de mogelijkheid van storingen door de invloed van het transport op het koelsysteem kleiner. • Reinig het apparaat grondig, vooral de binnenkant (zie het hoofdstuk "Reiniging". Gebruiksaanwijzing De gebruiksaanwijzing is voor de gebruiker bestemd en geeft een beschrijving van het juiste en veilige gebruik van de koelkast. De gebruiksaanwijzing is aan de verschillende apparatentypes aangepast en beschrijft misschien ook functies en delen, die uw koelkast niet heeft. voor gebruikte apparatuur (zie het onderdeel over de afvoer van de oude koelkast). Energiesparen • Open de deur van de koelkast niet vaker dan nodig is. Dat geldt in het bijzonder bij warm en vochtig weer. Zorg er ook voor dat de koelkast (vooral het vriesgedeelte) maar zo kort mogelijk open is. • Controleer af en toe of het apparaat voldoende af kan koelen (ongehinderde luchtcirculatie via de opening in de lijst van het voetstuk van het apparaat). Aanwijzingen voor de inbouw Voor geintegreerde apparaten zijn de aanwijzingen voor de inbouw bijgesloten. Ze zijn bestemd voor de vakman, die het apparaat in een kast moet plaatsen. Onze zorg voor het milieu • Vor de verpakking van de producten gebruiken wij milieuvriendelijke materialen die zonder risico voor het milieu hergebruikt (gerecycled), gestort of verbrand kunnen worden. Daartoe zijn de verpakkingsmaterialen dienovereenkomstig gemerkt. • Ook onze gebruiksaanwijzing is op gerecycled papier of op zonder chloor gebleekt papier gedrukt. • Als u de koelkast in de toekomst niet meer zult gebruiken en hij u in de weg staat, zorg er dan voor dat hij het milieu niet belast. Lever de koelkast in bij een erkend inzamelingsbedrijf Gebruiksaanwijzing 37 • Draai de thermostaatknop van een hogere op een lagere stand wanneer het gebruik van het apparaat en de omstandigheden dit toelaten. • Gebruik het ononderbroken functioneren van het apparaat niet, wanneer dit niet dringend nodig is en schakel over op automatisch functioneren zodra dit mogelijk is. • Alvorens levensmiddelen in de koelkast te leggen, moetan deze tot kamertemperatuur worden afgekoeld. • Rijp of ijslagen doen het stroomgebruik toenemen, verwijder deze daarom regelmatig zodra ze 3-5 mm dik zijn. • Een verkaard of niet afdichtend deurrubber kan het stroomverbruik verhogen, daarom moet het tijdig en vakkundig worden vervangen. • De condensator op de bodem van het apparaat moet altijd schoon en stofvrij zijn (neem het hoofdstuk "Reiniging van het apparaat" in acht). • Eike instructie uit de hoofdstukken installatie en energiebesparing die niet wordt. Belangrijke wenken • Het apparaat is vervaardigd in overeenstemming met alle geldende veiligheidsnormen; het is echter raadzaam om mensen met lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperkingen of mensen met onvoldoende ervaring of kennis het apparaat niet zonder toezicht te laten gebruiken. Deze aanbeveling geldt ook voor kinderen. • Wanneer u thuis een oude, niet meer gebruikte koelkast/diepvriezer met een slot of grendel, die van binnen uit niet geopend kunnen worden, vervangt, maak deze dan onbruikbaar. Zo kunt u kinderen voor eventuele verstikking behoeden. • Sluit het apparaat op de juiste wijze op het electriciteitsnet aan (zie het hoofdstuk "Aansluiten"). • Raak wanneer het apparaat in werking is de koelplaten niet aan, vooral niet met vochtige of natte handen omdat dan de huid er aan kan blijven plakken. • Bevries geen dranken in flessen, vooral geen koolzuurhoudende dranken zoals spawater, champagne, bier, cola enz.. Vloeistoffen zetten uit bij bevriezing en het glas kan barsten. • Eet geen bevroren levensmiddelen (brood, fruit, groente). Door de kou kunnen brandwonden onstaan. • Wanneer de geur of kleur van een levensmiddel verdacht is, gooi het dan weg omdat het waarschijnlijk niet meer eetbaar is. • Trek de stekker uit de wandcontactdoos bij reparaties (laat de koelkast altijd door een vakman repareren!) en reiniging. • Ontdool de koelkast in geen geval met elektrische apparatuur (zoals bijv. een föhn) en gebruik geen scherpe voorwerpen voor het verwijderen van de rijp - resp. de ijslaag. Gebruik uitsluitend de bijverpakte resp. door de fabrikant toegestane hulpmiddelen. • Denk aan het milieu en zorg ervoor dat de achterwand van de kast (condensor of pijpleiding bij het transport van de uitgediende koelkast) resp. het koelsysteem binnen in de kast niet worden beschadigd. • In de rand van het huis van de diepvriezer is een verwarmingselement ingebouwd, dat tegeljik met de compressor functioneert en voorkomt, dat de dichtingen van de deur aan het huis van de diepvriezer vastvriezen. • Wanneer de aansluitkabel beschadigd is, moet deze door de fabricant of zijn erkende vakman worden vernieuwd, om ongelukken te voorkomen. • Het typeplaatje bevindt zich in de koelkast of aan de achterkant. • Waarschuwing: Ventilatieopeningen van het apparaat of inbouwelement dienen altijd schoon en vrij te worden gehouden. • Waarschuwing: Gebruik geen mechanische middelen om het ontdooiproces te versnellen, behalve dan die door de fabrikant zijn aanbevolen. • Waarschuwing: Pas bij het plaatsen, reinigen en verwijderen van het apparaat op dat u de isolatie en de delen van het koelsysteem niet beschadigd. Zo kunt u milieuvervuiling voorkomen. • Waarschuwing: Gebruik geen elektrische apparaten in de koel-vrieskast, tenzij deze uitdrukkelijk zijn aanbevolen door de fabrikant. De houdbaarheid van diepgevroren levensmiddelen bij stroomuitval Open de diepvriezer niet bij stroomstoringen of stroomuitval. Bij een stroomuitval die langer dan 15 uur. Afvoer van de oude koelkast • De uitgediende koelkast dient onmiddellijk buiten gebruik te worden gesteld. Maak een eventueel deurslot of een sluiting onbruikbaar om kinderen te beschermen tegen mogelijk verstikkingsgevaar. • Alle koel- en vrieskasten bevatten ook koelmiddelen en andere isolatiematerialen die een speciale verwerking vereisen. Daarom dient u bij de afvoer van de oude kast altijd contact op te nemen met een bevoegd en gekwalificeerd gemsantalijk bedrijf of dienaangaande bij de gemeente of bij de winkelier informatie in te winnen. Let er vanwege een mogelijk risico voor vervuiling van het milieu op om de leiding aan de achterkant van de kast niet te beschadigen. • Pas er om het milieu niet te belasten op, dat u de slang onder aan de achterkant niet beschadigd. Milieubescherming Het verpakkingsmateriaal van dit apparaat is recycleerbaar. Doe mee aan de recycling en draag bij tot de bescherming van het milieu door dit materiaal in de hiervoor bestemde gemeentecontainers te deponeren. Uw apparaat bevat tevens vele recycleerbare materialen. Daarom is het voorzien van dit logo wat aangeeft dat de gebruikte apparaten van ander afval dienen te worden gescheiden in de lidstaten 38 van de Europese Unie. De recycling van de apparaten die door uw fabrikant wordt georganiseerd wordt op deze manier onder de beste omstandigheden uitgevoerd, overeenkomstig de Europese richtlijn 2002/96/CE betreffende elektrisch en elektronisch afval. Informeer bij uw gemeente of bij uw verkoper naar de dichtstbijzijnde inzamelplaats voor uw oude apparaten. Wij danken u voor uw bijdrage aan de bescherming van het milieu. Gebruiksaanwijzing Opstellen De keuze van de ruimte Aansluiten Plaats het apparaat in een droge en regelmatig geventileerde ruimte. De toegestane temperatuur van de omgeving voor de juiste werking van het apparaat is afhankelijk van de uitvoering (klasse) van het apparaat, die op het typeplaatje van het apparaat vermeld is. Plaats het apparaat niet in de buurt van warmtebronnen, bijvoorbeeld een gasfornuis, verwarming, boiler enz. en stel het niet bloot aan directe zonnestraling. De koelkast moet tenminste 3 cm van het elektrisch of gasfonuls respectievelijk 30 cm van de ollekachel of kolenkachel worden geinstalleerd. Bij kleinere afstanden moet er een isolatieplaat worden gebruikt. Klasse SN (subnormaal) N (normaal) ST (subtropisch) T (tropisch) Raumtemperatur van + 10°C tot + 32°C van + 16°C tot + 32°C van + 16°C tot + 38°C van + 16°C tot + 43°C Sluit het apparaat met de aansluitkabel op het electriciteitsnet aan. De wandcontactdoos moet geaard zijn (veiligheidsstopcontact). De voorgeschreven netspanning en frequentie zijn op het typeplaatje van de koelkast vermeld. De aansluiting op het electriciteitsnet en de aarding van het apparaat moeten volgens de geldige standaarden en voorschriften uitgevoerd zijn. Het apparaat laat een kortdurende spanningsafwijking toe, echter hoogstens van -6 tot +6%. Het apparaat voldoet aan de Europese richtlijnen en aan de wijzigingen die hieraan zijn aangebracht. Hoogteinstelling van het apparaat Het apparaat heeft vier voetjes waarvan de hoogte verstelbaar is, zodat de hoogte van het apparaat tussen de 82 en 90 cm kan worden ingesteld. Stel de hoogte van het apparaat in voordat u het in de opening inbouwt. De hoogte van het apparaat moet zo worden ingesteld, dat de bovenkant van het apparaat onder het werkblad past (zie Aanwijzingen voor de inbouw). Beschrijving van het apparaat Het vriesvak (1) Het schakelpaneel (3) Dient voor het invriezen van verse levensmiddelen. (zie het hoofdstuk "Bediening") Het bewaarmandje (2) Dient voor het bewaren van bevroren levensmiddelen. Gebruiksaanwijzing 39 Bediening U bedient de diepvriezer met de toetsen en thermostaatknop, die in het onderste gedeelte van het apparaat zijn ingebouwd. Schakelpaneel − de frequentie van het openen van de deur, − de temperatuur van de omgeving. Schakelaar voor het uitschakelen van het alarm en rood lampje (3) Door het indrukken van de schakelaar schakelt u het geluidsalarm uit, dat door een te hoge temperatuur in de diepvriezer (het rode lampje brandt) of omdat de condensator stoffig is (het rode lampje brandt niet) ingeschakeld wordt. Neem het hoofdstuk Het verhelpen van storingen in acht. 1 Schakelaar AAN/UIT (groen lampje) 2 Schakelaar voor het inschakelen van de continuwerking (geel lampje) 3 Schakelaar voor het uitschakelen van het alarm (rood lampje) Temperatuurkeuze Aan/uit schakelaar (1) Het apparaat staat aan - het groene lampje brandt. Het apparaat is uitgeschakeld - het groene lampje brandt niet. Schakelaar voor het inschakelen van de continuwerking (2) Met deze schakelaar kunt u tussen twee verschillende manieren van functioneren kiezen, ononderbroken en automatisch. De temperatuur in het apparaat wordt tijdens het automatisch functioneren geregeld door de thermostaat. Aanbevolen wordt, de thermostaatknop midden tussen max (7) en min (1) te draaien. U draait hem alleen dichter bij max (7) wanneer u intensieve koeling voor het invriezen van kleine hoeveelheden verse levensmiddelen wenst of wanneer u de werking van het apparaat aan de temperatuur van de omgeving wenst aan te passen. De stand in de richting van min (1) is geschikt wanneer u stroom wilt sparen. De voorwaarde is echter, dat de diepvriezer slechts een geringe hoeveelheid levensmiddelen bevat. Temperatuurverandering van de omgeving beinvloedt de temperatuur in het apparaat. Pas de stand van de thermostaatknop hierbij aan. Ononderbroken functioneren - het gele lampje brandt. Het koelsysteem functioneert ononderbroken. Deze manier kiest u bij het invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen en wanneer u bevroren levensmiddelen heel diep wilt vriezen. Automatisch functioneren - het gele lampje brandt niet. De temperatuur in het apparaat wordt door de thermostaat geregeld, die het koelsysteem aan- en uitschakelt. De frequentie van het aan- en uitschakelen hangt af van: − de stand van de thermostaatknop (de instelling van de thermostaat), Gebruik Het aanzetten van de lege diepvriezer Schakel de diepvriezer aan. Door de hoge temperatuur is het geluidssignaal geactiveerd. U kunt dit afzetten door op de toets te drukken. Zet de schakelaar voor de functiekeuze op continu. Alle drie de lampjes branden. Plaats de verse levensmiddelen een paar uur nadat het rode lampje is uitgegaan in de vriezer. Het invriezen van levensmiddelen Het juiste gebruik van de vriezer en ook een goede verpakking van de levensmiddelen, handhaving van de juiste temperatuur en het in acht nemen van de hygienische voorschriften voor de levensmiddelen zijn van doorslaggevende invloed op de kwaliteit van het invriezen van levensmiddelen resp. het langdurige bewaren ervan. • Kies voor het invriezen levensmiddelen die hiervoor geschikt zijn en lage temperaturen goed verdragen. De levensmiddelen moeten vers en van goede kwaliteit zijn. • Gebuik het juiste verpakkingsmateriaal voor de levensmiddelen en verpak ze goed. − De verpakking mag geen lucht en vocht doorlaten. Dit zou uitdroging van de levensmiddelen en vitamineverlies tot gevolg hebben. − De verpakkingsfolie en de zakjes moeten zacht en soepel zijn, zodat ze zich volledig aan de inhoud aanpassen. 40 • Schrijf de inhoud, het gewicht de datum op de verpakte levensmiddelen. • Het is vooral belangrijk, dat de levensmiddelen binnen de kortstmogelijke tijd bevriezen. Maak daarom de pakjes niet te groot en laat de levensmiddelen goed afkoelen voor ze in de diepvriezer te leggen. De hoeveelheid verse levensmiddellen, die in één keer in 24 uur in de diepvriezer gelegd mag worden is op het typeplaatje vermeld (de invrieskapaciteit). Bij grotere hoeveelheden is de kwaliteit van het invriezen minder en gaat ook de kwaliteit van de reeds diepgevroren producten in de diepvriezer achteruit. Het invriezen U vriest de levensmiddelen in de invriesruimte in (zie het hoofdstuk Beschrijving van het apparaat). • Druk 24 uur voor het invriezen van verse levensmiddelen op de knop voor het inschakelen van de continuwerking (2) om de functie continuewerking in te schakelen (het gele lampje brandt). Leg na afloop van deze tijd de verse levensmiddelen in de invriesruimte. • Na 24 uur kunt u de levensmiddelen in de bewaarruimte leggen en desgewenst het invriezen herhalen. De verse levensmiddelen mogen niet met de reeds ingevroren levensmiddelen in aanraking komen. • Druk ongeveer 24 uur nadat u voor het laatst verse levensmiddelen in de diepvriezer heeft gelegd op de schakelaar voor de "continuwerking" (2) zodat de functie "automatisch" in werking treedt (het gele lampje gaat uit). Gebruiksaanwijzing • Voor het invriezen van kleinere hoeveelheden verse levensmiddelen (1-2 kg) is het niet nodig om de schakelaar voor de continuwerking (2) in te drukken. Industriële diepvriesprodukten Op de verpakking van industriële diepvriesprodukten zijn de houdbaarheidsduur en bewaartemperatuur vermeld. Houdt u bij het bewaren en gebruik aan de aanwijzingen van de producent. Kies in de winkel alleen goed verpakte levensmiddelen, waarop de volledige gegevens vermeld zijn en die in diepvrieskisten met een temperatuur van minstens -18°C bewaard worden. Koop geen levensmiddelen met rijp, deze zijn al meerdere malen ontdooid geweest. Bescherm de levensmiddelen tegen ontdooien. een hogere temperatuur verkort de houdbaarheidsduur van de diepvries- produkten en vermindert de kwaliteit. Het bewaren van diepvriesproducten Diepvriesproducten bewaart u in de bewaarruimte. Hiervoor dient ook de verlaging in de bodem van het apparaat. Desgewenst kunt u de mandjes verwijderen en de levensmiddelen op de koelplaten leggen. Approximatieve houdbaarheid van bevroren levensmiddelen Levensmiddelen 1 Groente Fruit Brood, gebak Melk Klaargemaakte gerechten Vlees: rundvlees kalfsvlees varkensvlees kip wild gehakt Rookworst Vis: niet vet vet Pens 2 3 4 Houdbaarheid (in maanden) 5 6 7 8 + 9 + 10 + + 11 12 + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + Het ontdooien van diepvriesprodukten Gebruik ontdooide levensmiddelen zo snel mogelijk. Koude conserveert het levensmiddel namelijk wel, maar vernietigt de micro-organismen niet, die na het ontdooien versneld actief zijn en het produkt snel bederven. Gedeeltelijk ontdooien vermindert de voedingswaarde van het produkt, vooral van fruit en groenten en van klaargemaakte gerechten. Onderhoud en reiniging . Het ontdooien van de diepvriezer Aan de binnenkant van de diepvriezer onstaat rijp of ijs, dat u bij een dikte van 3-5 mm moet ontdooien. • Druk 24 uur voor het ontdooien de schakelaar voor het inschakelen van de continuwerking in (2) (het gele lampje brandt), zodat de levensmiddelen zeer koud worden. Neem na afloop van deze tijd de diepgevroren levensmiddelen uit de vriezer en bescherm ze, zodat ze niet ontdooien. • Haal de stekker uit het stopcontact. • Gebruik bij het ontdoolen a.u.b. geen ontdooisprays omdat deze kunststofoplossende resp. voor de gezondheid schadelijke middelen kunnen bevatten. • Water dat achterblijft op de verlaagde bodem van het apparaat met een sponsje of goed vochtopnemende doek verwijderen. De reiniging van het apparaat Verwijder alvorens het apparaat te reinigen de stekker uit het stopcontact! Gebruik geen scherpe en schurende schoonmaak- middelen. • Reinig de buitenkant van het apparaat met water en een vloeibaar reinigingsmiddel. Reinig de gelakte oppervlakten met een zachte doek en een reinigingsmiddel op basis van alcohol (bijv. een glasreiniger). U kunt ook alcohol (ethanol of isopropylalcohol) gebruiken. Voor plastic en gelakte delen mag u geen schurende of speciale bijtende reinigingsmiddelen zoals reinigingsmiddelen voor roestvrij staal e.d. gebruiken. • Neem de binnenkant van het lege apparaat as met lauwwarm water, waaraan u een scheutje azijn heeft toegevoegd. • De opening voor de luchtcirculatie in de lijst van het voestuk van tijd tot tijd met een doekje of de stofzuiger reinigen. • Als de condensator stoffig is, maakt een geluidssignaal ons hierop attent. U schakelt dit uit door op de schakelaar voor het uitzetten van het alarm (3) te drukken. Reiniging van de condensator U verwijdert stof van de condensator op de volgende manier: − steek uw vingers door de opening van het schakelpaneel en maak de vergrendeling los, − trek het paneel naar u toe en verwijder het, − verwijder de lijst onder de voet van het element, − trek de condensatiebak er uit, − verwijder het stof van de condensator met een stofzuiger, − plaats in omgekeerde volgorde de condensatiebak en het schakelpaneel terug. Gebruiksaanwijzing 41 Sluit het apparaat na het schoonmaken weer aan op het electriciteitsnet, schakel het in en vul het met de levensmiddelen. Van tijd tot tijd reinigen van de condensator Voor een optimalere werking van het apparaat en een geringer energieverbruik is aan te bevelen van tijd tot tijd het stof van de condensator vanaf de achterkant te verwijderen. Voor het reinigen van het apparaat de stroomtoevoer verbreken! • Maak het apparaat leeg. • Verwijder de voetlijst van het meubelelement. • Draai de schroef los waarmee het apparaat aan het werkvlak van het meubelelement is bevestigd. • Trek het apparaat naar voren, zodat de condensator vanaf de achterkant kan worden gereinigd. • Draai de schroef van het deksel van de condensator los en verwijder het deksel. • Reinig het stof en het vuil dat zich op de condensator bevindt. Sluit na het reinigen het apparaat op het elektriciteitsnet aan, schakel het aan en plaats de levensmiddelen er weer in. Het buiten werking stellen van het apparaat Wanneer u het apparaat langere tijd niet gebruikt, verwijder de stekker uit het stopcontact, maak de koelkast leeg, ontdooi en maak hem schoon. Laat de deur op een kier staan. Storingen en hoe ze verholpen kunnen worden Tijdens het gebruik van het apparaat kunnen storingen optreden. Hieronder vermelden we enkele storingen, die meestal het gevolg zijn van onjuist gebruik en die u zelf verhelpen kunt. Het apparaat functioneert niet na aansluiting op het electriciteitsnet • Controleer of er spanning op het stopcontact staat en of het apparaat aan staat (het groene lampje brandt). Geluidsalarm, het rode lampje brandt Bij een te hoge temperatuur in de diepvriezer gaat het rode waarschuwingslampje branden en wordt het geluidsalarm ingeschakeld. U schakelt dit uit door op de schakelaar voor het uitzetten van het alarm (3) te drukken. Als het lampje uitgaat, is de juiste temperatuur weer bereikt. Wanneer de temperatuur in de diepvriezer weer stijgt, gaat het rode lampje weer branden en klinkt het geluidsalarm. De oorzaken voor het bovenvermelde: • De deur wordt te vaak geopend of blijft te lang open staan. • De deur is niet goed gesloten (misschien zit er iets tussen de deur, hangt de deur of is de rubber band beschadigd,..). • Stroomuitval gedurende langere tijd. • Er is een te grote hoeveelheid verse levensmiddelen in de diepvriezer geplaatst. Geluidsalarm, het rode lampje brandt niet Als de condensator of de openingen voor de luchtcirculatie in de lijst van het voetstuk erg stoffig zijn, wordt het gekuidsalarm ingeschakeld. U schakelt het uit door op de schakelaar voor het uitzetten van het alarm te drukken (3). Reinig de condensator en de openingen voor de luchtcirculatie in de lijst van het voetstuk (zie het hoofdstuk Reiniging van het apparaat). Het koelsysteem werkt al langere tijd continu • De functie continuwerking is ingeschakeld (het gele lampje brandt). • Door de schakelaar (2) in te drukken schakelt u de continuwerking uit (het gele lampje gaat uit). • Onvoldoende koeling van de compressor en de condensator. Het geluidsalarm maakt u hierop attent. • Controleer de luchtcirculatie door de opening in de lijst van het voetstuk en reinig de condensator met een doek of de stofzuiger. Neem de aanwijzingen onder het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging" in acht. Moeilijkheden bij het openen van de deur Wanneer u de deur van de diepvrieskast wilt openen als deze juist of nier lang geleden geopend was, kan het gebeuren dat dit moeilijk gaat. Tijdens het openen van de deur ontsnapt er namelijk wat koude lucht uit het apparaat en hiervoor in de plaats komt warme lucht uit de omgeving. Bij het koelen van deze lucht onstaat een onderdruk, waardoor de deur moeilijk geopend kan worden. Na enkele minuten (5-10) is de toestand weer normaal en kunt u de deur zonder moeilijkheden openen. Geluid Voor het koelen in de koel- en diepvriesapparaten zorgt een koelsysteem met compressor, dit veroorzaakt echter ook een zeker geluid. De geluidssterkte is afhankelijk van de opstelling, het juiste gebruik en hoe oud het apparaat is. • Wanneer de compressor in werking is, horen we het geluid van het stromen van de vloeistof, wanneer hij niet in werking is, horen we het overgieten van de koelvloeistof. Dat is normaal en heeft geen invloed op de levensduur van het apparaat. • Na de ingebruikname van het apparaat kunnen de werking van de compressor en het overgieten van de koelvloeistof luider zijn. Dit duidt niet op een storing en heeft geen invloed op de levensduur van het apparaat. Na verloop van tijd nemen deze geluiden af. WIJ BEHOUDEN HET RECHT VOOR OP VERANDERINGEN DIE DE FUNCTIE VAN HET APPARAAT NIET BEINVLOEDEN. 42 Gebruiksaanwijzing NL SERVICE AFDELING De eventuele ingrepen in de machine moeten worden uitgevoerd : − of door uw vakhandelaar, − of door een andere gekwalificeerd technicus van dit merk. Tijdens het telefoneren, dient u de complete referentie op te geven van uw machine (model, type, serienummer). Deze informatie staat op het typeplaatje op de machine. Gebruiksaanwijzing 43
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44

Fagor CIV-8201 de handleiding

Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor