Indesit WMG 642 SK Gebruikershandleiding

Categorie
Wasmachines
Type
Gebruikershandleiding
37
NL
Nederlands
NL
Inhoud
Installatie, 38-39
Uitpakken en waterpas zetten
Hydraulische en elektrische aansluitingen
Eerste wascyclus
Technische gegevens
Onderhoud en verzorging, 40
Afsluiten van water en stroom
Reinigen van de wasautomaat
Reinigen van het wasmiddelbakje
Onderhoud van deur en trommel
Reinigen van de pomp
Controle van de buis van de watertoevoer
Voorzorgsmaatregelen en advies, 41
Algemene veiligheid
Afvalverwijdering
Beschrijving van de wasautomaat, 42-43
Bedieningspaneel
Display
Het uitvoeren van een wascyclus, 44
Programma’s en opties, 45
Programmatabel
Wasopties
Wasmiddelen en wasgoed, 46
Wasmiddelbakje
Voorbereiden van het wasgoed
Speciale programma’s
Storingen en oplossingen, 47
Service, 48
WMG 642
Gebruiksaanwijzing
WASAUTOMAAT
38
NL
Een correcte nivellering geeft de machine
stabiliteit en voorkomt trillingen, lawaai en het
zich verplaatsen van de automaat tijdens de
werking. In het geval van vloerbedekking of
een tapijt regelt u de stelvoetjes zodanig dat
onder de wasmachine genoeg plaats is voor
ventilatie.
Hydraulische en elektrische
aansluitingen
Aansluiting van de watertoevoerbuis
1. Sluit de toevoerbuis
aan op de
koudwaterkraan met
een mondstuk met
schroefdraad van 3/4
gas (zie afbeelding).
Voordat u de
wasautomaat aansluit
moet u het water laten
lopen totdat het helder is.
2. Verbind de
watertoevoerbuis aan
de wasautomaat door
hem op de betreffende
watertoevoer te
schroeven, rechtsboven
aan de achterkant (zie
afbeelding).
3. Let erop dat er geen knellingen of kronkels
in de buis zijn.
! De waterdruk van de kraan moet zich
binnen de waarden van de tabel Technische
Gegevens bevinden (zie bladzijde hiernaast).
! Als de toevoerbuis niet lang genoeg is moet
u zich wenden tot een gespecialiseerde winkel
of een bevoegde installateur.
! Gebruik nooit tweedehands buizen.
! Gebruik de buizen die bij het apparaat
worden geleverd.
Installatie
! Het is belangrijk deze handleiding te bewaren
voor latere raadpleging. In het geval u het
apparaat verkoopt, of u verhuist, moet het
boekje bij de wasautomaat blijven zodat de
nieuwe gebruiker de functies en betreffende
raadgevingen kan doornemen.
! Lees de instructies aandachtig door: u vindt
er belangrijke informatie betreffende installatie,
gebruik en veiligheid.
Uitpakken en waterpas zetten
Uitpakken
1. De wasautomaat uitpakken.
2. Controleer of de wasautomaat geen schade
heeft geleden gedurende het vervoer. Indien
dit wel het geval is moet hij niet worden
aangesloten en moet u contact opnemen met
de handelaar.
3. Verwijder de 4
schroeven die het
apparaat beschermen
tijdens het vervoer
en de rubberen ring
met bijbehorende
afstandsleider die zich
aan de achterkant
bevinden (zie
afbeelding).
4. Sluit de openingen af met de bijgeleverde
plastic doppen.
5. Bewaar alle onderdelen: mocht de
wasautomaat ooit worden vervoerd, dan
moeten deze weer worden aangebracht.
! Het verpakkingsmateriaal is geen speelgoed
voor kinderen.
Waterpas zetten
1. Installeer de wasautomaat op een rechte en
stevige vloer en laat hem niet steunen tegen een
muur, meubel of dergelijke.
2. Als de vloer niet
volledig horizontaal
is kunt u de
onregelmatigheid
opheffen door de
stelvoetjes aan de
voorkant losser
vaster te schroeven
(zie afbeelding);
de inclinatiehoek,
gemeten ten opzichte
van het werkvlak, mag de 2° niet overschrijden.
39
NL
Aansluiting van de afvoerbuis
Verbind de buis,
zonder hem te
buigen, aan een
afvoerleiding of aan
een afvoer in de muur
tussen de 65 en 100
cm van de grond af;
of hang hem aan de
rand van een wasbak
of badkuip, en bind
de bijgeleverde
steun aan de kraan
(zie afbeelding).
Het uiteinde van de
afvoerslang mag niet
onder water hangen.
! Gebruik nooit verlengstukken voor de
buis; indien dit niet te vermijden is moet het
verlengstuk dezelfde doorsnede hebben als de
oorspronkelijke buis en mag hij niet langer zijn
dan 150 cm.
Elektrische aansluiting
Voordat u de stekker in het stopcontact steekt
moet u zich ervan verzekeren dat:
het stopcontact geaard is en voldoet aan de
geldende normen;
het stopcontact het maximum vermogen
van de wasautomaat kan dragen, zoals
aangegeven in de tabel Technische
Gegevens (zie hiernaast);
de spanning zich bevindt tussen de
waarden die zijn aangegeven in de tabel
Technische Gegevens (zie hiernaast);
de contactdoos geschikt is voor de stekker
van de wasautomaat. Indien dit niet zo
is moet de stekker of het stopcontact
vervangen worden.
! De machine mag alleen binnenshuis op een
vorstvrije en droge plek worden geïnstalleerd
om elektronische schade door bevriezing of
condensatie te voorkomen.
! Als de wasautomaat is geïnstalleerd moet het
stopcontact gemakkelijk te bereiken zijn.
! Gebruik geen verlengsnoeren of
dubbelstekkers.
65 - 100 cm
! Het snoer mag niet gebogen of
samengedrukt worden.
! De voedingskabel mag alleen door een
bevoegde installateur worden vervangen.
Belangrijk! De fabrikant kan niet aansprakelijk
worden gesteld wanneer deze normen niet
worden nageleefd.
Eerste wascyclus
Na de installatie en voor u de wasautomaat in
gebruik neemt, dient u een wascyclus uit te
voeren met wasmiddel maar zonder wasgoed,
op het programma “WASMACHINE REINIGEN”
(zie “Reinigen van de wasautomaat”).
Technische gegevens
Model
WMG 642
Afmetingen
breedte 59,5 cm
hoogte 85 cm
diepte 54 cm
Laadcapaci-
teit
van 1 tot 6 kg
Elektrische
aansluitin-
gen
zie het typeplaatje met de
technische eigenschappen
dat op het apparaat is beve-
stigd
Hydraulische
aansluitin-
gen
maximale druk 1 MPa (10 bar)
minimale druk 0,05 MPa (0,5 bar)
inhoud trommel 52 liter
Centrifuge-
toerental
tot 1400 toeren per minuut
Controlepro-
gramma’s
volgens de
richtlijnen
1061/2010
en
1015/2010
programma
; standaar-
dprogramma voor katoen op
60 °C;
programma ; standaar-
dprogramma voor katoen op
40 °C.
Deze apparatuur voldoet aan
de volgende CE voorschrif-
ten:
- 2004/108/CE (Elektroma-
gnetische compatiabiliteit)
- 2012/19/EU (WEEE)
- 2006/95/CE (Laagspanning)
40
NL
Onderhoud en verzorging
Reinigen van de pomp
De wasautomaat is voorzien van een
zelfreinigende pomp en hoeft dus niet te
worden onderhouden. Het kan echter
gebeuren dat kleine voorwerpen (muntjes,
knopen) in het voorvakje dat de pomp
beschermt en zich aan de onderkant ervan
bevindt, terechtkomen.
! Verzeker u ervan dat de wascyclus klaar is en
haal de stekker uit het stopcontact.
Toegang tot het voorvakje:
1. verwijder het
afdekpaneel aan
de voorkant van
de wasautomaat
met behulp van een
schroevendraaier
(zie afbeelding);
2. draai het deksel
eraf, tegen de klok in
(zie afbeelding): het
is normaal dat er een
beetje water uit komt;
3. maak de binnenkant goed schoon;
4. schroef het deksel er weer op;
5. monteer het paneel weer, met de haakjes
goed bevestigd in de juiste openingen, voordat
u het paneel tegen de machine aandrukt.
Controleren van de buis van de
watertoevoer
Controleer minstens eenmaal per jaar de
slang van de watertoevoer. Als er barstjes of
scheuren in zitten moet hij vervangen worden:
gedurende het wassen kan de hoge waterdruk
onverwachts breuken veroorzaken.
! Gebruik nooit tweedehands buizen.
Afsluiten van water en stroom
Sluit na iedere wasbeurt de kraan
af. Hiermee beperkt u slijtage van de
waterinstallatie van de wasmachine en
voorkomt u lekkage.
Sluit altijd eerst de stroom af voordat u
de wasautomaat gaat schoonmaken en
gedurende onderhoudswerkzaamheden.
Reinigen van de wasautomaat
• De buitenkant en de rubberen onderdelen
kunnen met een spons en een lauw sopje
worden schoongemaakt. Gebruik nooit
schuurmiddelen of oplosmiddelen.
• De wasautomaat beschikt over een
programma “WASMACHINE REINIGEN”
voor het reinigen van de binnenkant van de
automaat. Dit moet worden uitgevoerd als de
automaat volledig leeg is.
Het wasmiddel
(circa 10% van de
hoeveelheid die
wordt aanbevolen
voor een niet zo vuile
was) of de speciale
reinigingsmiddelen voor
wasautomaten kunnen
worden gebruikt
als hulpmiddelen
tijdens dit wasprogramma. We raden u aan dit
reinigingsprogramma elke 40 wascycli uit te
voeren.
Om dit programma te activeren drukt u
tegelijkertijd 5 sec. op de toetsen A en B (zie afb.).
Het programma start automatisch en heeft
een duur van circa 70 minuten. Om de cyclus
te beëindigen drukt u op de toets START/
PAUSE.
Reinigen van het wasmiddelbakje
Verwijder het bakje
door het op te
lichten en naar
voren te trekken (zie
afbeelding).
Was het onder
stromend water. Dit
moet u regelmatig
doen.
Onderhoud van deur en trommel
Laat de deur altijd op een kier staan om nare
luchtjes te vermijden.
1
2
A
B
41
NL
Voorzorgsmaatregelen
en advies
! De wasmachine is ontworpen en geproduceerd volgens
de internationale veiligheidsnormen. Deze aanwijzingen zijn
voor uw eigen veiligheid geschreven en moeten aandachtig
worden doorgenomen.
Algemene veiligheid
Dit apparaat is uitsluitend ontworpen voor huishoudelijk
niet-professioneel gebruik.
Dit apparaat mag alleen door kinderen van 8
jaar en ouder, door personen met een beperkt
lichamelijk, sensorieel of geestelijk vermogen,
of met onvoldoende ervaring of kennis worden
gebruikt, mits ze worden begeleid, of wanneer
zij toereikende instructies hebben gekregen
betreffende het veilige gebruik van het apparaat
en mits zij op de hoogte zijn van de betreffende
gevaren. Kinderen mogen niet met het apparaat
spelen. Onderhoud en reiniging mogen niet door
kinderen zonder supervisie worden uitgevoerd.
Raak de machine niet aan als u blootsvoets bent of met
natte of vochtige handen of voeten.
Trek de stekker nooit uit het stopcontact door aan het snoer
te trekken, maar altijd door de stekker zelf beet te pakken.
Open het wasmiddelbakje niet terwijl de machine in
werking is.
Raak het afvoerwater niet aan aangezien het zeer heet
kan zijn.
Forceer de deur nooit: het veiligheidsmechanisme
dat een ongewild openen van de deur voorkomt, kan
beschadigd worden.
Probeer in geval van storingen nooit zelf de interne
mechanismen van de wasautomaat te repareren.
Zorg ervoor dat kleine kinderen niet te dicht bij de
machine komen als deze in werking is.
De deur kan tijdens het wassen zeer heet worden.
Als de machine verplaatst moet worden, doe dit dan met
twee of drie personen tegelijk en zeer voorzichtig. Doe dit
nooit alleen, want het apparaat is erg zwaar.
Voordat u het wasgoed in de automaat laadt, moet u
controleren of hij leeg is.
Afvalverwijdering
Het wegdoen van het verpakkingsmateriaal: houdt u aan
de plaatselijke normen zodat het materiaal hergebruikt
kan worden.
De Europese Richtlijn 2012/19/EU over Vernieti
ging van Electrische en Electronische Apparatuur,
vereist dat oude huishoudelijke electrische appa
raten niet mogen vernietigd via de normale
ongesorteerde afvalstroom. Oude apparaten
moeten apart worden ingezameld om zo het
hergebruik van de gebruikte materialen te optima liseren
en de negatieve invloed op de gezondheid en het milieu
te reduceren.
Het symbool op het product van de “afvalcontainer met
een kruis erdoor” herinnert u aan uw verplichting, dat
wanneer u het apparaat vernietigt, het apparaat apart
moet worden ingezameld.Consumenten moeten contact
opnemen met de locale autoriteiten voor informatie over
de juiste wijze van vernietiging van hun oude apparaat.
42
NL
Beschrijving van de wasautomaat
Bedieningspaneel
Knop TEMPERATUUR
DRAAIKNOP
PROGRAMMA’S
Wasmiddelbakje
Knop ON/OFF
Knop
CENTRIFUGE
Knop en controlelampje
START/PAUSE
DISPLAY
Knop
UITGESTELDE
START
Knoppen en
controlelampjes
FUNCTIE
Wasmiddelbakje: voor wasmiddelen en wasversterkers
(zie “Wasmiddelen en wasgoed”).
Knop ON/OFF
: druk even op de toets om de
wasautomaat aan of uit te zetten. Het groene START/
PAUSE controlelampje dat langzaam knippert geeft aan
dat de wasautomaat aanstaat. Om de wasautomaat
tijdens de wascyclus uit te zetten moet u de toets iets
langer, circa 3 seconden, ingedrukt te houden. Als u de
toets kort, of per ongeluk indrukt zal de wasautomaat
niet uitgaan. Als u de wasautomaat tijdens de wascyclus
uitdoet wordt de cyclus automatisch geannuleerd.
DRAAIKNOP PROGAMMA’S voor het instellen van het
gewenste programma (zie “Programmatabel”).
Knoppen en controlelampjes OPTIE: om de beschikbare
opties te selecteren. Het controlelampje van de gekozen
optie zal aanblijven.
Knop
SCHOONMAAK ACTIE
: druk op deze toets
om de gewenste wasintensiteit te kiezen.
Knop TEMPERATUUR
: druk hierop om de
temperatuur te verminderen of om met koud water te
wassen: de waarde wordt op het display aangegeven.
Knop CENTRIFUGE
: druk hierop om het
centrifugetoerental te verminderen of om de centrifuge in
zijn geheel uit te sluiten; de waarde wordt op het display
aangegeven.
Toets UITGESTELDE START
: druk om een
uitgestelde start voor het gekozen programma in te stellen;
het uitstel wordt op de display aangegeven.
Knop met controlelampje START/PAUSE: als het groene
controlelampje langzaam knippert, moet u op de toets
drukken om de wascyclus te starten. Als de cyclus is
gestart blijft het controlelampje vast aanstaan. Als u de
wascyclus wilt pauseren drukt u nogmaals op de toets;
het controlelampje wordt oranje en gaat knipperen (wacht
circa 3 minuten). Als het symbool
niet aan is kunt u
de deur openen. Om het programma te hervatten drukt u
opnieuw op de toets.
Toets TOETSBLOKKERING
: om de blokkering
van het bedieningspaneel te activeren dient u de
toets circa 2 seconden lang ingedrukt te houden. Het
ontstoken symbool
geeft aan dat het bedieningspaneel
geblokkeerd is. Op deze manier kunt u voorkomen dat
er ongewilde wijzigingen aan de programma’s worden
aangebracht (met uitzondering van de knop ON/OFF),
bijvoorbeeld bij aanwezigheid van kinderen. Om de
blokkering van het bedieningspaneel te deactiveren dient
u de toets circa 2 seconden lang ingedrukt te houden.
Stand- by modus
Deze wasautomaat beschikt, in overeenkomst met de
nieuwe normen betreffende de energiebesparing, over
een systeem wat het apparaat automatisch na 30 minuten
uitschakelt (stand-by) indien men het niet gebruikt. Druk
kort op de ON-OFF toets en wacht tot de wasautomaat
weer aangaat.
SCHOONMAAK
ACTIE
Knop
TOETSBLOKKERING
toets
43
NL
Het display is nodig om de wasautomaat te programmeren en geeft meerdere soorten informatie.
In de sectie A verschijnt de duur van de beschikbare programma’s en, als de cyclus is gestart, de resterende tijd tot
het einde ervan. Indien een UITGESTELDE START is geselecteerd verschijnt de resterende tijd tot aan de start van het
geselecteerde wasprogramma.
Bovendien verschijnen, na het drukken op de betreffende toets, de maximale waarden van de centrifugesnelheid en van de
temperatuur die de wasautomaat kan uitvoeren bij het geselecteerde programma of voor de laatstgekozen waarden indien
deze voor het gekozen programma kunnen worden gebruikt.
In de sectie B verschijnen de “wasfases” voor de geselecteerde cyclus en, als het programma reeds is gestart, de lopende
“wasfase”:
Wassen
Spoelen
Centrifugeren
Waterafvoer
In de sectie C zijn, vanaf de linkerkant, de symbolen voor “temperatuur”, “centrifuge” en “Uitgestelde start” aangegeven.
De streepjes “temperatuur”
geven de hoogste temperatuur aan die voor de ingestelde cyclus gekozen kan worden.
De streepjes “centrifuge”
geven de hoogste temperatuur aan die voor de ingestelde cyclus gekozen kan worden.
Indien het symbool “UITGESTELDE START”
verlicht is, geeft dit aan dat op de display de waarde van de ingestelde “Uitgestelde
start” wordt weergegeven.
Controlelampje deur geblokkeerd
Het verlichte symbool geeft aan dat de deur is geblokkeerd. Om schade te voorkomen moet u wachten tot het symbool
uitgaat voordat u de deur van de wasautomaat opent (wacht circa 3 minuten).
Om de deur te openen terwijl de cyclus bezig is, drukt u op de toets START/PAUSE; als het symbool DEUR GEBLOKKEERD
uit is kunt u de deur openen.
Display
B
C
A
44
NL
Het uitvoeren van een wascyclus
1. DE WASAUTOMAAT AANZETTEN. Druk optoets
; het groene controlelampje START/PAUSE zal langzaam
knipperen
.
2. HET WASGOED INLADEN. Open de deur. Laad het
wasgoed in en zorg ervoor nooit de laadhoeveelheid te
overschrijden aangegeven in de programmatabel op de
volgende bladzijde.
3. WASMIDDEL DOSEREN.Trek het bakje naar buiten
en doe het wasmiddel in de speciale bakjes, zoals
aangegeven in “Wasmiddelen en wasgoed”.
4. SLUIT DE DEUR.
5. KIES HET PROGRAMMA. Kies met de draaiknop
PROGRAMMA’a het gewenste programma; hiermee
zijn een temperatuur en een centrifugesnelheid
verbonden die gewijzigd kunnen worden. Op het display
verschijnt de duur van de cyclus.
6. DE WASCYCLUS AANPASSEN. Druk op de speciale
toetsen:
Wijzig de temperatuur en/of de centrifuge. Het
apparaat toont automatisch de maximale temperatuur
en centrifuge die voor het ingestelde programma
gelden of de laatst geselecteerde waarden, mits deze
compatibel zijn met het gekozen programma. Door
op de toets
te drukken kunt u de temperatuur
langzaamaan verlagen, tot aan de koude wascyclus
OFF”. Door te drukken op de toets
kunt u het
toerental van de centrifuge langzaamaan verlagen, tot
aan nul toe” OFF”. Als u nogmaals op de toetsen drukt
zult u op de maximaal toegestane waarden terugkeren.
! Uitzondering: als u het programma
selecteert kunt
u de temperatuur tot op 90° instellen.
Een uitgestelde start instellen
Om de uitgestelde start van het gekozen programma
in te stellen drukt u op de betreffendetoetstotdat u de
gewenste vertraging heeft bereikt. Wanneer deze optie
geactiveerd is, wordt op de display het symbool
verlicht. Om de uitgestelde start te verwijderen drukt
u op de toets totdat op het display de tekst “OFF
verschijnt.
De gewenste wasintensiteit te kiezen.
Met de optie
kunt u het wasprogramma optimaliseren
op basis van de vuilgraad van het wasgoed en de
gewenste wasintensiteit.
Selecteer het wasprogramma, de cyclus wordt
automatisch ingesteld op het niveau “Normal”, dat
geoptimaliseerd is voor middelmatig vuile was (deze
instelling geldt niet voor de cyclus “Wol” die automatisch
wordt ingesteld op het niveau “Delicate”).
Voor zeer vuile was drukt u op de toets
totdat u het
niveau “Intensive” bereikt. Dit niveau garandeert een
kwalitatief zeer hoog wasresultaat dankzij het gebruik
van een grotere hoeveelheid water in de beginfase van
de cyclus, en een grotere mechanische beweging van de
trommel. Hierdoor worden zelfs de hardnekkigste vlekken
verwijderd. Kan met of zonder bleekmiddel gebruikt
worden.
Als u bleekmideel wil toevoegen plaatst u het bijgeleverde
bakje 4 in vakje 1. Schenk het bleekmiddel en zorg ervoor
nooit het “max” niveau, aangegeven op de centrale spil, te
overschrijden (zie fig. op pag. 46).
Voor niet zo vuile was of voor een voorzichtigere
behandeling van het wasgoed drukt u op de toets
totdat u het niveau “Delicate” bereikt. Deze cyclus zorgt
voor een beperktere mechanische beweging waardoor fijne
was perfect kan worden gewassen.
De kenmerken van de cyclus wijzigen.
Druk op de toets om de optie te activeren. Het
controlelampje dat bij de toets hoort gaat aan.
Druk nogmaals op de knop om de optie te
deactiveren; desbetreffend controlelampje gaat uit.
! Als de geselecteerde optie niet compatibel is met
het ingestelde programma gaat het controlelampje
knipperen en zal de optie niet worden geactiveerd.
! Als de optie die geselecteerd is niet compatibel is met
een eerder ingestelde optie, zal het controlelampje
voor de eerst geselecteerde functie gaan knipperen
en zal alleen de tweede optie geactiveerd wordenhet
controlelampjevan de optiedie geactiveerd is zal
aangaan.
! De opties kunnen van invloed zijn op de aanbevolen
washoeveelheid en/of de duur van de cyclus.
7. HET PROGRAMMA STARTEN. Druk op de toets
START/PAUSE.
Het betreffende controlelampje zal
aangaan met een groen licht en de deur wordt geblokkeerd
(het symbool DEUR GEBLOKKEERD
is aan). Om
een programma te wijzigen terwijl de cyclus bezig is,
zet u de wasautomaat in pauzestand door middel van
de toets START/PAUSE (het controlelampje START/
PAUSE gaat langzaam knipperen met een oranje licht);
selecteer daarna de gewenste cyclus en druk opnieuw
op de toets START/PAUSE. Om de deur te openen
terwijl de cyclus bezig is, drukt u op de START/PAUSE
toets. Als het symbool DEUR GEBLOKKEERD
uit is kunt u de deur openen (wacht circa 3 minuten).
Druk nogmaals op de START/PAUSE toets om het
programma te hervatten vanaf het punt dat het werd
onderbroken.
8. EINDE VAN HET PROGRAMMA. De tekst “END
verschijnt op het display. Als het symbool DEUR
GEBLOKKEERD
uitgaat kunt u de deur openen
(wacht circa 3 minuten). Open het deurtje, laad het
wasgoed uit en schakel het apparaat uit.
! Als u een reeds gestarte wascyclus wilt annuleren moet u
enkele seconden de toets
ingedrukt houden. De cyclus
zal worden onderbroken en de wasautomaat gaat uit.
45
NL
Programma’s en opties
Wasopties
- Als de geselecteerde optie niet compatibel is met het
ingestelde programma gaat het controlelampje knipperen
en zal de optie niet worden geactiveerd.
- Als de optie die geselecteerd is niet compatibel is met
een eerder ingestelde optie, zal het controlelampje voor
de eerst geselecteerde functie gaan knipperen en zal alleen
de tweede optie geactiveerd wordenhet controlelampjevan
de optiedie geactiveerd is zal aangaan.
Extra Spoeling
Door deze optie te selecteren verhoogt u het spoelresultaat
en zorgt u ervoor dat elk spoor van wasmiddel verdwijnt. Deze
optie is vooral nuttig bij personen met een gevoelige huid.
Programmatabel
De duur van de cyclus die wordt aangegeven op het display of op de gebruiksaanwijzing is een geschatte waarde die wordt gecalculeerd bij standaard omstandigheden.
De effectieve tijd kan variëren aan de hand van talloze factoren zoals temperatuur en druk van de watertoevoer, de kamertemperatuur, de hoeveelheid wasmiddel, de
hoeveelheid en type lading, de balancering van de was en de geselecteerde aanvullende opties.
1) Controleprogramma volgens de norm 1061/2010: selecteer het programma
met een temperatuur van 60°C.
Dit is de geschiktste cyclus voor het wassen van een middelmatig vuile lading katoenen wasgoed. Het is ook de efficiëntste cyclus v.w.b. het gecombineerde verbruik van
energie en water, voor wasgoed dat op 60°C kan worden gewassen. De effectieve wastemperatuur kan verschillen van de temperatuur die wordt aangegeven.
2) Controleprogramma volgens de norm 1061/2010: selecteer het programma
met een temperatuur van 40°C.
Dit is de geschiktste cyclus voor het wassen van een middelmatig vuile lading katoenen wasgoed. Het is ook de efficiëntste cyclus v.w.b. het gecombineerde verbruik van
energie en water, voor wasgoed dat op 40°C kan worden gewassen. De effectieve wastemperatuur kan verschillen van de temperatuur die wordt aangegeven.
3) Bij een temperatuur van 60°C kan de functie “Voorwas” niet worden geactiveerd.
Voor alle Test Institutes:
2) Programma katoen lang: selecteer het programma
met een temperatuur van 40°C.
4) Programma Synthetisch lang: selecteer het programma 5 met een temperatuur van 40°C.
Programma’s
Beschrijving van het Programma
Max.
temp.
(°C)
Max.
snel-
heid
(toeren
per mi-
nuut)
Wasmiddel en wasver-
sterkers
Max.
lading
(kg)
Energieverbru-
ik %
Energieverbruik
kWh
Totaal water lt
Duur cyclus
Voorwas
Wassen
Bleekmid-
del
Wasver-
zachter
1
Vlekkenverwijdering
40° 1400
-
4 - - - 180’
2
Witte was
60° 1400
-
4 - - - 180’
Standaardprogramma voor katoen op 60°(1): zeer vuil wit
en kleur echt bont wasgoed.
60°
(Max. 90°)
1400
(3)
6 53 0.87 51 150’
Standaardprogramma voor katoen op 40°(2): weinig vuile
witte en bonte fijne was.
40° 1400 -
6 53 1.09 92 145’
5
Synthetisch: zeer vuile kleurvaste bonte was.
60° 800
3.5 44 0.93 47 110’
5
Synthetisch (4): weinig zo vuile kleurvaste bonte was.
40° 800
3.5 44 0.57 46 95’
6
Antiallergie
60° 1400 -
4 - - - 195’
7
Baby
40° 1000
4 - - - 145’
8
Wol: voor wol, kasjmier, etc.
40° 800 -
-
1.5 - - - 70’
9
Extra Delicaat
30° 0 -
-
1 - - - 80’
10
Snelle was 60’: voor het snel opfrissen van niet zo vuil
wasgoed (niet geschikt voor wol, zijde en handwas).
60° 1400 -
-
3.5 53 0.81 40 60’
11
Standaardprogramma voor katoen op 20°: weinig vuile
witte en bonte fijne was.
20° 1400 -
6 - - - 170’
12
Katoen
Koud
water
1400 -
-
6 53 0.11 60 80’
13
Synthetisch
Koud
water
800 -
-
3 48 0.07 30 70’
14
Snelle was 30’
Koud
water
800 -
-
3 71 0.04 34 30’
Spoelen
- 1400 - - -
6 - - - 36’
Centrifugeren en Waterafvoer
- 1400 - - - - 6 - - - 16’
Voorwas
Als u deze functie selecteert wordt de voorwas uitgevoerd,
handig voor het verwijderen van moeilijke vlekken.
N.B.: Doe het wasmiddel in het speciale vakje.
46
NL
Wasmiddelen en wasgoed
Wasmiddelbakje
Een goed wasresultaat hangt ook af van de juiste dosis
wasmiddel: te veel wasmiddel maakt het wassen niet beter.
Het wasmiddel blijft aan de binnenzijde van de wasautomaat
zitten en zorgt voor het vervuilen van het milieu.
! Gebruik waspoeder voor witte katoenen was, voor de
voorwas en voor het wassen op temperaturen van meer
dan 60°C.
! Volg de aanwijzingen op de wasmiddelverpakking.
! Gebruik nooit wasmiddelen voor handwas aangezien die
te veel schuim vormen.
Trek het laatje naar voren
en giet het wasmiddel of de
wasversterker er als volgt
in:
Vak 1: Wasmiddel voor
voorwas (poeder)
Voordat u het middel erin
strooit moet u controleren
of het aanvullende bakje 4
er niet in zit.
Vak 2: Wasmiddel voor hoofdwas (poeder of
vloeibaar) Als u een vloeibaar wasmiddel gebruikt raden
we u aan het bijgeleverde schotje A te gebruiken voor een
correcte dosering. Voor het gebruik van poederwasmiddel
doet u het schotje terug in de opening B.
Vak 3: Wasversterkers (wasverzachter, enz.)
De wasverzachter mag niet boven het roostertje uitkomen.
Extra Vak 4: Bleekmiddel
Voorbereiden van het wasgoed
Verdeel het wasgoed volgens:
- het soort stof / het symbool op het etiket.
- de kleuren: scheid de bonte was van de witte was.
Leeg de zakken en controleer de knopen.
Overschrijd het aangegeven gewicht, berekend voor
droog wasgoed, nooit: zie “Programmatabel
Hoeveel weegt wasgoed?
1 laken 400-500 g.
1 sloop 150-200 g.
1 tafelkleed 400-500 g.
1 badjas 900-1200 g.
1 handdoek 150-250 g.
Speciale programma’s
Vlekkenverwijdering: dit programma 1 is geschikt
voor het wassen van zeer vuil kleurvast wasgoed. Het
programma garandeert een hogere wasklasse dan de
standaard klasse (klasse A). Meng tijdens dit programma
nooit kleding van verschillende kleuren. We raden u aan
waspoeder te gebruiken. We raden u aan hardnekkige
vlekken voor te behandelen met wasversterkers.
Witte was: gebruik deze cyclus 2 voor het wassen van
wit wasgoed. Het programma is ontwikkeld voor het
langdurige behoud uw stralend witte was.
Voor een beter resultaat raden we u aan een wasmiddel in
poedervorm te gebruiken.
M
AX
1
2
4
3
A
B
Antiallergie: gebruik het programma 6 voor het verwijderen
van de voornaamste allergenen zoals stuifmeel, mijten,
katten- en hondenhaar.
Baby: gebruik het speciale programma 7 voor het wassen
van typisch kindervuil en vervolgens al het wasmiddel te
verwijderen om allergie te voorkomen op de tere kinderhuid.
Deze cyclus is speciaal ontwikkeld om de hoeveelheid
bacteriën terug te dringen door een vergroot waterverbruik
en een optimale toepassing van hygiënische wasversterkers.
Wol: Het “Wol” wasprogramma van deze Hotpoint-Ariston
wasmachine is door The Woolmark Company getest en
goedgekeurd voor het wassen van wollen kleding die
als handwas geclassificeerd is, op voorwaarde dat de
aanwijzingen worden opgevolgd die op het etiket van
het kledingstuk vermeld staan en de instructies van de
fabrikant van de wasmachine. Hotpoint-Ariston is het
eerste wasmachinemerk dat voor zijn wasprestaties en
het verbruik van water en energie van The Woolmark
Company de certificering Woolmark Apparel Care –
Platinum verkregen heeft. (M1126)
Extra Delicaat: gebruik het programma 9 voor het
wassen van zeer fijne was met stras of pailetten.
Voor het wassen van zijden kleding of gordijnen selecteert
u de cyclus 9 en stelt u het niveau “
Delicate” in van de optie
.We raden u aan de kleding binnenstebuiten te draaien
voor u hem wast en om kleine kledingstukken in het
speciale zakje voor fijne was te stoppen. Voor een beter
resultaat raden we u aan voor de fijne was een vloeibaar
wasmiddel te gebruiken.
Eco programma’s
Eco programma’s garanderen goede wasprestaties op
lage temperaturen. Deze programma’s gebruiken minder
elektrische energie waardoor u zowel geld bespaart als het
milieu.De programma’s Eco (Katoen 12, Synthetisch13
en Snelle was 30’ 14) zijn ontwikkeld voor verschillende
materialen en voor niet zo vuile was. Om een optimaal
resultaat te garanderen bevelen we het gebruik van een
vloeibaar wasmiddel aan. We raden u bovendien aan
manchetten, kragen en vlekken voor te behandelen.
Standaardprogramma voor katoen op 20° Katoen
ideaal voor een lading vuil katoen. De optimale prestaties,
zelf met koud water, die kunnen worden vergeleken
met een wascyclus op 40°C, worden gegarandeerd
door een mechanische werking die de snelheid varieert
met herhaaldelijke en zeer dicht op elkaar liggende
piekvariaties.
Balanceersysteem van de lading
Om overmatige trillingen te vermijden verdeelt de automaat
de lading voor het centrifugeren op een gelijkmatige manier.
Dit gebeurt door de trommel te laten draaien op een snelheid
die iets hoger ligt dan de wassnelheid. Als na herhaaldelijke
pogingen de lading nog steeds niet goed is gebalanceerd,
zal de wasautomaat de centrifuge op een lagere snelheid
uitvoeren dan die voorzien was. Als de lading zeer uit balans
is zal de wasautomaat een verdeling uitvoeren in plaats
van een centrifuge. Teneinde een betere distributie van de
waslading en een juiste balancering te bereiken raden wij u
aan kleine en grote kledingstukken te mengen.
47
NL
Storingen en oplossingen
Het kan gebeuren dat de wasautomaat niet werkt. Voor u contact opneemt met de Servicedienst (zie “Service”) moet u
controleren of het niet een storing betreft die u zelf makkelijk kunt verhelpen met behulp van de volgende lijst.
Storingen:
De wasautomaat gaat niet aan.
De wascyclus start niet.
De wasmachine ontvangt geen
water (Op de display knippert de
tekst “H2O”).
De wasautomaat blijft water aan-
en afvoeren
De wasautomaat voert het water
niet af of centrifugeert niet.
De machine trilt erg tijdens het
centrifugeren.
De wasautomaat lekt.
De controlelampjes van de “Opties”
en het controlelampje START/PAUSE
gaan snel knipperen en op het
display verschijnt een storingscode
(bv.: F-01, F-..).
Er ontstaat teveel schuim.
Mogelijke oorzaken / Oplossing:
De stekker zit niet in het stopcontact of niet ver genoeg om contact te maken.
Het hele huis zit zonder stroom.
De deur zit niet goed dicht.
De ON/OFF toets is niet ingedrukt.
De START/PAUSE toets is niet ingedrukt.
De waterkraan is niet open.
Er is een uitgestelde start ingesteld.
De watertoevoerbuis is niet aangesloten op de kraan.
De buis is gebogen.
De waterkraan is niet open.
Het hele huis zit zonder water.
Er is onvoldoende druk.
De START/PAUSE toets is niet ingedrukt.
De afvoerbuis is niet op 65 tot 100 cm afstand van de grond af geïnstalleerd (zie
“Installatie”).
Het uiteinde van de afvoerbuis ligt onder water (zie “Installatie”).
De afvoer in de muur heeft geen ontluchting.
Als na deze controles het probleem niet is opgelost, moet u de waterkraan
dichtdraaien, de wasautomaat uitzetten en de Servicedienst inschakelen. Als u
op een van de hoogste verdiepingen van een flatgebouw woont kan zich een
hevelingsprobleem voordoen, waarbij de wasautomaat voortdurend water aan- en
afvoert. Om deze storing te verhelpen zijn er in de handel speciale beluchters te koop.
Het programma voorziet geen afvoer: met enkele programma’s dient de machine
handmatig te worden ingesteld.
De afvoerbuis is gebogen (zie “Installatie”).
De afvoerleiding is verstopt.
De trommel is bij het installeren niet op de juiste wijze gedeblokkeerd (zie
“Installatie”).
De wasautomaat staat niet goed recht (zie “Installatie”).
De wasautomaat staat te krap tussen meubels en muur (zie “Installatie”).
De buis van de watertoevoer is niet goed aangeschroefd (zie “Installatie”).
Het wasmiddelbakje is verstopt (voor reiniging zie “Onderhoud en verzorging”).
De afvoerbuis is niet goed aangesloten (zie “Installatie”).
Doe de wasautomaat uit en haal de stekker uit het stopcontact. Wacht circa 1
minuut en doe hem daarna weer aan.
Als de storing voortzet, dient u de Servicedienst in te schakelen.
Het wasmiddel is niet bedoeld voor wasautomaten (er moet “voor
wasautomaat”, “handwas en machinewas”, of dergelijke op staan).
U heeft teveel wasmiddel gebruikt.
48
NL
Service
Voordat u de Servicedienst inschakelt:
Controleer eerst of u het probleem zelf kunt oplossen (zie “Storingen en oplossingen”).
Start het programma opnieuw om te controleren of de storing is verholpen;
Neem indien dit niet helpt contact op met de servicedienst.
! Wendt u nooit tot een niet erkende installateur.
Comunicare:
het type storing;
het model wasautomaat (Mod.);
het serienummer (S/N).
Deze informatie vindt u op het typeplaatje aan de achterkant van de wasautomaat en aan de voorzijde als u het deurtje
opendoet.
195128402.00
10/2014 - Xerox Fabriano
Indesit Company Spa
Viale Aristide Merloni, 47
60044 Fabriano (AN)
Italy
www.hotpoint.eu

Documenttranscriptie

Gebruiksaanwijzing WASAUTOMAAT Inhoud NL Installatie, 38-39 NL Nederlands Uitpakken en waterpas zetten Hydraulische en elektrische aansluitingen Eerste wascyclus Technische gegevens Onderhoud en verzorging, 40 Afsluiten van water en stroom Reinigen van de wasautomaat Reinigen van het wasmiddelbakje Onderhoud van deur en trommel Reinigen van de pomp Controle van de buis van de watertoevoer Voorzorgsmaatregelen en advies, 41 Algemene veiligheid Afvalverwijdering WMG 642 Beschrijving van de wasautomaat, 42-43 Bedieningspaneel Display Het uitvoeren van een wascyclus, 44 Programma’s en opties, 45 Programmatabel Wasopties Wasmiddelen en wasgoed, 46 Wasmiddelbakje Voorbereiden van het wasgoed Speciale programma’s Storingen en oplossingen, 47 Service, 48 37 Installatie NL ! Het is belangrijk deze handleiding te bewaren voor latere raadpleging. In het geval u het apparaat verkoopt, of u verhuist, moet het boekje bij de wasautomaat blijven zodat de nieuwe gebruiker de functies en betreffende raadgevingen kan doornemen. ! Lees de instructies aandachtig door: u vindt er belangrijke informatie betreffende installatie, gebruik en veiligheid. Uitpakken en waterpas zetten Uitpakken 1. De wasautomaat uitpakken. 2. Controleer of de wasautomaat geen schade heeft geleden gedurende het vervoer. Indien dit wel het geval is moet hij niet worden aangesloten en moet u contact opnemen met de handelaar. 3. Verwijder de 4 schroeven die het apparaat beschermen tijdens het vervoer en de rubberen ring met bijbehorende afstandsleider die zich aan de achterkant bevinden (zie afbeelding). 4. Sluit de openingen af met de bijgeleverde plastic doppen. 5. Bewaar alle onderdelen: mocht de wasautomaat ooit worden vervoerd, dan moeten deze weer worden aangebracht. ! Het verpakkingsmateriaal is geen speelgoed voor kinderen. Waterpas zetten 1. Installeer de wasautomaat op een rechte en stevige vloer en laat hem niet steunen tegen een muur, meubel of dergelijke. 2. Als de vloer niet volledig horizontaal is kunt u de onregelmatigheid opheffen door de stelvoetjes aan de voorkant losser vaster te schroeven (zie afbeelding); de inclinatiehoek, gemeten ten opzichte van het werkvlak, mag de 2° niet overschrijden. 38 Een correcte nivellering geeft de machine stabiliteit en voorkomt trillingen, lawaai en het zich verplaatsen van de automaat tijdens de werking. In het geval van vloerbedekking of een tapijt regelt u de stelvoetjes zodanig dat onder de wasmachine genoeg plaats is voor ventilatie. Hydraulische en elektrische aansluitingen Aansluiting van de watertoevoerbuis 1. Sluit de toevoerbuis aan op de koudwaterkraan met een mondstuk met schroefdraad van 3/4 gas (zie afbeelding). Voordat u de wasautomaat aansluit moet u het water laten lopen totdat het helder is. 2. Verbind de watertoevoerbuis aan de wasautomaat door hem op de betreffende watertoevoer te schroeven, rechtsboven aan de achterkant (zie afbeelding). 3. Let erop dat er geen knellingen of kronkels in de buis zijn. ! De waterdruk van de kraan moet zich binnen de waarden van de tabel Technische Gegevens bevinden (zie bladzijde hiernaast). ! Als de toevoerbuis niet lang genoeg is moet u zich wenden tot een gespecialiseerde winkel of een bevoegde installateur. ! Gebruik nooit tweedehands buizen. ! Gebruik de buizen die bij het apparaat worden geleverd. Aansluiting van de afvoerbuis 65 - 100 cm Verbind de buis, zonder hem te buigen, aan een afvoerleiding of aan een afvoer in de muur tussen de 65 en 100 cm van de grond af; of hang hem aan de rand van een wasbak of badkuip, en bind de bijgeleverde steun aan de kraan (zie afbeelding). Het uiteinde van de afvoerslang mag niet onder water hangen. ! Gebruik nooit verlengstukken voor de buis; indien dit niet te vermijden is moet het verlengstuk dezelfde doorsnede hebben als de oorspronkelijke buis en mag hij niet langer zijn dan 150 cm. Elektrische aansluiting Voordat u de stekker in het stopcontact steekt moet u zich ervan verzekeren dat: • het stopcontact geaard is en voldoet aan de geldende normen; • het stopcontact het maximum vermogen van de wasautomaat kan dragen, zoals aangegeven in de tabel Technische Gegevens (zie hiernaast); • de spanning zich bevindt tussen de waarden die zijn aangegeven in de tabel Technische Gegevens (zie hiernaast); • de contactdoos geschikt is voor de stekker van de wasautomaat. Indien dit niet zo is moet de stekker of het stopcontact vervangen worden. ! De machine mag alleen binnenshuis op een vorstvrije en droge plek worden geïnstalleerd om elektronische schade door bevriezing of condensatie te voorkomen. ! Als de wasautomaat is geïnstalleerd moet het stopcontact gemakkelijk te bereiken zijn. ! Gebruik geen verlengsnoeren of dubbelstekkers. ! Het snoer mag niet gebogen of samengedrukt worden. ! De voedingskabel mag alleen door een bevoegde installateur worden vervangen. Belangrijk! De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld wanneer deze normen niet worden nageleefd. Eerste wascyclus Na de installatie en voor u de wasautomaat in gebruik neemt, dient u een wascyclus uit te voeren met wasmiddel maar zonder wasgoed, op het programma “WASMACHINE REINIGEN” (zie “Reinigen van de wasautomaat”). Technische gegevens Model WMG 642 Afmetingen breedte 59,5 cm hoogte 85 cm diepte 54 cm Laadcapaciteit van 1 tot 6 kg zie het typeplaatje met de technische eigenschappen dat op het apparaat is bevestigd Hydraulische maximale druk 1 MPa (10 bar) aansluitinminimale druk 0,05 MPa (0,5 bar) gen inhoud trommel 52 liter Centrifugetot 1400 toeren per minuut toerental Controleproprogramma ; standaargramma’s dprogramma voor katoen op volgens de 60 °C; richtlijnen programma ; standaar1061/2010 dprogramma voor katoen op en 40 °C. 1015/2010 Elektrische aansluitingen Deze apparatuur voldoet aan de volgende CE voorschriften: - 2004/108/CE (Elektromagnetische compatiabiliteit) - 2012/19/EU (WEEE) - 2006/95/CE (Laagspanning) 39 NL Onderhoud en verzorging NL Afsluiten van water en stroom Reinigen van de pomp • Sluit na iedere wasbeurt de kraan af. Hiermee beperkt u slijtage van de waterinstallatie van de wasmachine en voorkomt u lekkage. • Sluit altijd eerst de stroom af voordat u de wasautomaat gaat schoonmaken en gedurende onderhoudswerkzaamheden. De wasautomaat is voorzien van een zelfreinigende pomp en hoeft dus niet te worden onderhouden. Het kan echter gebeuren dat kleine voorwerpen (muntjes, knopen) in het voorvakje dat de pomp beschermt en zich aan de onderkant ervan bevindt, terechtkomen. Reinigen van de wasautomaat • De buitenkant en de rubberen onderdelen kunnen met een spons en een lauw sopje worden schoongemaakt. Gebruik nooit schuurmiddelen of oplosmiddelen. • De wasautomaat beschikt over een programma “WASMACHINE REINIGEN” voor het reinigen van de binnenkant van de automaat. Dit moet worden uitgevoerd als de automaat volledig leeg is. Het wasmiddel A B (circa 10% van de hoeveelheid die wordt aanbevolen voor een niet zo vuile was) of de speciale reinigingsmiddelen voor wasautomaten kunnen worden gebruikt als hulpmiddelen tijdens dit wasprogramma. We raden u aan dit reinigingsprogramma elke 40 wascycli uit te voeren. Om dit programma te activeren drukt u tegelijkertijd 5 sec. op de toetsen A en B (zie afb.). Het programma start automatisch en heeft een duur van circa 70 minuten. Om de cyclus te beëindigen drukt u op de toets START/ PAUSE. Reinigen van het wasmiddelbakje 1 2 Verwijder het bakje door het op te lichten en naar voren te trekken (zie afbeelding). Was het onder stromend water. Dit moet u regelmatig doen. Onderhoud van deur en trommel • Laat de deur altijd op een kier staan om nare luchtjes te vermijden. 40 ! Verzeker u ervan dat de wascyclus klaar is en haal de stekker uit het stopcontact. Toegang tot het voorvakje: 1. verwijder het afdekpaneel aan de voorkant van de wasautomaat met behulp van een schroevendraaier (zie afbeelding); 2. draai het deksel eraf, tegen de klok in (zie afbeelding): het is normaal dat er een beetje water uit komt; 3. maak de binnenkant goed schoon; 4. schroef het deksel er weer op; 5. monteer het paneel weer, met de haakjes goed bevestigd in de juiste openingen, voordat u het paneel tegen de machine aandrukt. Controleren van de buis van de watertoevoer Controleer minstens eenmaal per jaar de slang van de watertoevoer. Als er barstjes of scheuren in zitten moet hij vervangen worden: gedurende het wassen kan de hoge waterdruk onverwachts breuken veroorzaken. ! Gebruik nooit tweedehands buizen. Voorzorgsmaatregelen en advies ! De wasmachine is ontworpen en geproduceerd volgens de internationale veiligheidsnormen. Deze aanwijzingen zijn voor uw eigen veiligheid geschreven en moeten aandachtig worden doorgenomen. NL Algemene veiligheid • Dit apparaat is uitsluitend ontworpen voor huishoudelijk niet-professioneel gebruik. • Dit apparaat mag alleen door kinderen van 8 jaar en ouder, door personen met een beperkt lichamelijk, sensorieel of geestelijk vermogen, of met onvoldoende ervaring of kennis worden gebruikt, mits ze worden begeleid, of wanneer zij toereikende instructies hebben gekregen betreffende het veilige gebruik van het apparaat en mits zij op de hoogte zijn van de betreffende gevaren. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Onderhoud en reiniging mogen niet door kinderen zonder supervisie worden uitgevoerd. • Raak de machine niet aan als u blootsvoets bent of met natte of vochtige handen of voeten. • Trek de stekker nooit uit het stopcontact door aan het snoer te trekken, maar altijd door de stekker zelf beet te pakken. • Open het wasmiddelbakje niet terwijl de machine in werking is. • Raak het afvoerwater niet aan aangezien het zeer heet kan zijn. • Forceer de deur nooit: het veiligheidsmechanisme dat een ongewild openen van de deur voorkomt, kan beschadigd worden. • Probeer in geval van storingen nooit zelf de interne mechanismen van de wasautomaat te repareren. • Zorg ervoor dat kleine kinderen niet te dicht bij de machine komen als deze in werking is. • De deur kan tijdens het wassen zeer heet worden. • Als de machine verplaatst moet worden, doe dit dan met twee of drie personen tegelijk en zeer voorzichtig. Doe dit nooit alleen, want het apparaat is erg zwaar. • Voordat u het wasgoed in de automaat laadt, moet u controleren of hij leeg is. Afvalverwijdering • Het wegdoen van het verpakkingsmateriaal: houdt u aan de plaatselijke normen zodat het materiaal hergebruikt kan worden. • De Europese Richtlijn 2012/19/EU over Vernieti ging van Electrische en Electronische Apparatuur, vereist dat oude huishoudelijke electrische appa raten niet mogen vernietigd via de normale ongesorteerde afvalstroom. Oude apparaten moeten apart worden ingezameld om zo het hergebruik van de gebruikte materialen te optima liseren en de negatieve invloed op de gezondheid en het milieu te reduceren. Het symbool op het product van de “afvalcontainer met een kruis erdoor” herinnert u aan uw verplichting, dat wanneer u het apparaat vernietigt, het apparaat apart moet worden ingezameld.Consumenten moeten contact opnemen met de locale autoriteiten voor informatie over de juiste wijze van vernietiging van hun oude apparaat. 41 Beschrijving van de wasautomaat NL Bedieningspaneel Knoppen en controlelampjes Knop ON/OFF Knop TEMPERATUUR FUNCTIE SCHOONMAAK ACTIE Knop DISPLAY Knop en controlelampje Wasmiddelbakje DRAAIKNOP PROGRAMMA’S START/PAUSE Knop CENTRIFUGE TOETSBLOKKERING toets Knop UITGESTELDE START Wasmiddelbakje: voor wasmiddelen en wasversterkers (zie “Wasmiddelen en wasgoed”). Knop ON/OFF : druk even op de toets om de wasautomaat aan of uit te zetten. Het groene START/ PAUSE controlelampje dat langzaam knippert geeft aan dat de wasautomaat aanstaat. Om de wasautomaat tijdens de wascyclus uit te zetten moet u de toets iets langer, circa 3 seconden, ingedrukt te houden. Als u de toets kort, of per ongeluk indrukt zal de wasautomaat niet uitgaan. Als u de wasautomaat tijdens de wascyclus uitdoet wordt de cyclus automatisch geannuleerd. DRAAIKNOP PROGAMMA’S voor het instellen van het gewenste programma (zie “Programmatabel”). Knoppen en controlelampjes OPTIE: om de beschikbare opties te selecteren. Het controlelampje van de gekozen optie zal aanblijven. Knop SCHOONMAAK ACTIE : druk op deze toets om de gewenste wasintensiteit te kiezen. Knop TEMPERATUUR : druk hierop om de temperatuur te verminderen of om met koud water te wassen: de waarde wordt op het display aangegeven. Knop CENTRIFUGE : druk hierop om het centrifugetoerental te verminderen of om de centrifuge in zijn geheel uit te sluiten; de waarde wordt op het display aangegeven. 42 Toets UITGESTELDE START : druk om een uitgestelde start voor het gekozen programma in te stellen; het uitstel wordt op de display aangegeven. Knop met controlelampje START/PAUSE: als het groene controlelampje langzaam knippert, moet u op de toets drukken om de wascyclus te starten. Als de cyclus is gestart blijft het controlelampje vast aanstaan. Als u de wascyclus wilt pauseren drukt u nogmaals op de toets; het controlelampje wordt oranje en gaat knipperen (wacht circa 3 minuten). Als het symbool niet aan is kunt u de deur openen. Om het programma te hervatten drukt u opnieuw op de toets. Toets TOETSBLOKKERING : om de blokkering van het bedieningspaneel te activeren dient u de toets circa 2 seconden lang ingedrukt te houden. Het ontstoken symbool geeft aan dat het bedieningspaneel geblokkeerd is. Op deze manier kunt u voorkomen dat er ongewilde wijzigingen aan de programma’s worden aangebracht (met uitzondering van de knop ON/OFF), bijvoorbeeld bij aanwezigheid van kinderen. Om de blokkering van het bedieningspaneel te deactiveren dient u de toets circa 2 seconden lang ingedrukt te houden. Stand- by modus Deze wasautomaat beschikt, in overeenkomst met de nieuwe normen betreffende de energiebesparing, over een systeem wat het apparaat automatisch na 30 minuten uitschakelt (stand-by) indien men het niet gebruikt. Druk kort op de ON-OFF toets en wacht tot de wasautomaat weer aangaat. B Display NL A C Het display is nodig om de wasautomaat te programmeren en geeft meerdere soorten informatie. In de sectie A verschijnt de duur van de beschikbare programma’s en, als de cyclus is gestart, de resterende tijd tot het einde ervan. Indien een UITGESTELDE START is geselecteerd verschijnt de resterende tijd tot aan de start van het geselecteerde wasprogramma. Bovendien verschijnen, na het drukken op de betreffende toets, de maximale waarden van de centrifugesnelheid en van de temperatuur die de wasautomaat kan uitvoeren bij het geselecteerde programma of voor de laatstgekozen waarden indien deze voor het gekozen programma kunnen worden gebruikt. In de sectie B verschijnen de “wasfases” voor de geselecteerde cyclus en, als het programma reeds is gestart, de lopende “wasfase”: Wassen Spoelen Centrifugeren Waterafvoer In de sectie C zijn, vanaf de linkerkant, de symbolen voor “temperatuur”, “centrifuge” en “Uitgestelde start” aangegeven. De streepjes “temperatuur” geven de hoogste temperatuur aan die voor de ingestelde cyclus gekozen kan worden. De streepjes “centrifuge” geven de hoogste temperatuur aan die voor de ingestelde cyclus gekozen kan worden. Indien het symbool “UITGESTELDE START” verlicht is, geeft dit aan dat op de display de waarde van de ingestelde “Uitgestelde start” wordt weergegeven. Controlelampje deur geblokkeerd Het verlichte symbool geeft aan dat de deur is geblokkeerd. Om schade te voorkomen moet u wachten tot het symbool uitgaat voordat u de deur van de wasautomaat opent (wacht circa 3 minuten). Om de deur te openen terwijl de cyclus bezig is, drukt u op de toets START/PAUSE; als het symbool DEUR GEBLOKKEERD uit is kunt u de deur openen. 43 Het uitvoeren van een wascyclus NL 1. DE WASAUTOMAAT AANZETTEN. Druk optoets ; het groene controlelampje START/PAUSE zal langzaam knipperen. 2. HET WASGOED INLADEN. Open de deur. Laad het wasgoed in en zorg ervoor nooit de laadhoeveelheid te overschrijden aangegeven in de programmatabel op de volgende bladzijde. 3. WASMIDDEL DOSEREN.Trek het bakje naar buiten en doe het wasmiddel in de speciale bakjes, zoals aangegeven in “Wasmiddelen en wasgoed”. 4. SLUIT DE DEUR. 5. KIES HET PROGRAMMA. Kies met de draaiknop PROGRAMMA’a het gewenste programma; hiermee zijn een temperatuur en een centrifugesnelheid verbonden die gewijzigd kunnen worden. Op het display verschijnt de duur van de cyclus. 6. DE WASCYCLUS AANPASSEN. Druk op de speciale toetsen: Wijzig de temperatuur en/of de centrifuge. Het apparaat toont automatisch de maximale temperatuur en centrifuge die voor het ingestelde programma gelden of de laatst geselecteerde waarden, mits deze compatibel zijn met het gekozen programma. Door te drukken kunt u de temperatuur op de toets langzaamaan verlagen, tot aan de koude wascyclus kunt u het “OFF”. Door te drukken op de toets toerental van de centrifuge langzaamaan verlagen, tot aan nul toe” OFF”. Als u nogmaals op de toetsen drukt zult u op de maximaal toegestane waarden terugkeren. selecteert kunt ! Uitzondering: als u het programma u de temperatuur tot op 90° instellen. Een uitgestelde start instellen Om de uitgestelde start van het gekozen programma in te stellen drukt u op de betreffendetoetstotdat u de gewenste vertraging heeft bereikt. Wanneer deze optie geactiveerd is, wordt op de display het symbool verlicht. Om de uitgestelde start te verwijderen drukt u op de toets totdat op het display de tekst “OFF” verschijnt. De gewenste wasintensiteit te kiezen. Met de optie kunt u het wasprogramma optimaliseren op basis van de vuilgraad van het wasgoed en de gewenste wasintensiteit. Selecteer het wasprogramma, de cyclus wordt automatisch ingesteld op het niveau “Normal”, dat geoptimaliseerd is voor middelmatig vuile was (deze instelling geldt niet voor de cyclus “Wol” die automatisch wordt ingesteld op het niveau “Delicate”). totdat u het Voor zeer vuile was drukt u op de toets niveau “Intensive” bereikt. Dit niveau garandeert een kwalitatief zeer hoog wasresultaat dankzij het gebruik 44 van een grotere hoeveelheid water in de beginfase van de cyclus, en een grotere mechanische beweging van de trommel. Hierdoor worden zelfs de hardnekkigste vlekken verwijderd. Kan met of zonder bleekmiddel gebruikt worden. Als u bleekmideel wil toevoegen plaatst u het bijgeleverde bakje 4 in vakje 1. Schenk het bleekmiddel en zorg ervoor nooit het “max” niveau, aangegeven op de centrale spil, te overschrijden (zie fig. op pag. 46). Voor niet zo vuile was of voor een voorzichtigere behandeling van het wasgoed drukt u op de toets totdat u het niveau “Delicate” bereikt. Deze cyclus zorgt voor een beperktere mechanische beweging waardoor fijne was perfect kan worden gewassen. De kenmerken van de cyclus wijzigen. • Druk op de toets om de optie te activeren. Het controlelampje dat bij de toets hoort gaat aan. • Druk nogmaals op de knop om de optie te deactiveren; desbetreffend controlelampje gaat uit. ! Als de geselecteerde optie niet compatibel is met het ingestelde programma gaat het controlelampje knipperen en zal de optie niet worden geactiveerd. ! Als de optie die geselecteerd is niet compatibel is met een eerder ingestelde optie, zal het controlelampje voor de eerst geselecteerde functie gaan knipperen en zal alleen de tweede optie geactiveerd wordenhet controlelampjevan de optiedie geactiveerd is zal aangaan. ! De opties kunnen van invloed zijn op de aanbevolen washoeveelheid en/of de duur van de cyclus. 7. HET PROGRAMMA STARTEN. Druk op de toets START/PAUSE. Het betreffende controlelampje zal aangaan met een groen licht en de deur wordt geblokkeerd is aan). Om (het symbool DEUR GEBLOKKEERD een programma te wijzigen terwijl de cyclus bezig is, zet u de wasautomaat in pauzestand door middel van de toets START/PAUSE (het controlelampje START/ PAUSE gaat langzaam knipperen met een oranje licht); selecteer daarna de gewenste cyclus en druk opnieuw op de toets START/PAUSE. Om de deur te openen terwijl de cyclus bezig is, drukt u op de START/PAUSE toets. Als het symbool DEUR GEBLOKKEERD uit is kunt u de deur openen (wacht circa 3 minuten). Druk nogmaals op de START/PAUSE toets om het programma te hervatten vanaf het punt dat het werd onderbroken. 8. EINDE VAN HET PROGRAMMA. De tekst “END” verschijnt op het display. Als het symbool DEUR uitgaat kunt u de deur openen GEBLOKKEERD (wacht circa 3 minuten). Open het deurtje, laad het wasgoed uit en schakel het apparaat uit. ! Als u een reeds gestarte wascyclus wilt annuleren moet u ingedrukt houden. De cyclus enkele seconden de toets zal worden onderbroken en de wasautomaat gaat uit. Programma’s en opties NL Energieverbruik % Energieverbruik kWh Totaal water lt Duur cyclus - - - 180’ 180’ Wasverzachter Max. lading (kg) Bleekmiddel Max. snelheid (toeren per minuut) Wassen Max. temp. (°C) Wasmiddel en wasversterkers Voorwas Programma’s Programmatabel 1400 1400     -   4 4 1400 (3)    6 53 0.87 51 150’ 1400 -    6 53 1.09 92 145’ 60° 40° 60° 40° 40° 30° 800 800 1400 1000 800 0    -           -       3.5 3.5 4 4 1.5 1 44 0.93 47 110’ 44 0.57 46 95’ - 195’ - 145’ - 70’ - 80’ was 60’: voor het snel opfrissen van niet zo vuil 10 Snelle wasgoed (niet geschikt voor wol, zijde en handwas). 60° 1400 -  -  3.5 53 0.81 40 60’ voor katoen op 20°: weinig vuile 11 Standaardprogramma witte en bonte fijne was. 20° 1400 -    6 1400 -  -  6 53 0.11 60 80’ 800 -  -  3 48 0.07 30 70’ 800 -  -  3 71 0.04 34 30’ 1 2 Beschrijving van het Programma 40° 60° 60° Standaardprogramma voor katoen op 60°(1): zeer vuil wit en kleur echt bont wasgoed. (Max. 90°) Standaardprogramma voor katoen op 40°(2): weinig vuile 40° Vlekkenverwijdering Witte was witte en bonte fijne was. 5 5 6 7 8 9 Synthetisch: zeer vuile kleurvaste bonte was. Synthetisch (4): weinig zo vuile kleurvaste bonte was. Antiallergie Baby Wol: voor wol, kasjmier, etc. Extra Delicaat 12 Katoen 13 Synthetisch 14 Snelle was 30’ Koud water Koud water Koud water - - - 170’ Spoelen - 1400 - - -  6 - - - 36’ Centrifugeren en Waterafvoer - 1400 - - - - 6 - - - 16’ De duur van de cyclus die wordt aangegeven op het display of op de gebruiksaanwijzing is een geschatte waarde die wordt gecalculeerd bij standaard omstandigheden. De effectieve tijd kan variëren aan de hand van talloze factoren zoals temperatuur en druk van de watertoevoer, de kamertemperatuur, de hoeveelheid wasmiddel, de hoeveelheid en type lading, de balancering van de was en de geselecteerde aanvullende opties. met een temperatuur van 60°C. 1) Controleprogramma volgens de norm 1061/2010: selecteer het programma Dit is de geschiktste cyclus voor het wassen van een middelmatig vuile lading katoenen wasgoed. Het is ook de efficiëntste cyclus v.w.b. het gecombineerde verbruik van energie en water, voor wasgoed dat op 60°C kan worden gewassen. De effectieve wastemperatuur kan verschillen van de temperatuur die wordt aangegeven. 2) Controleprogramma volgens de norm 1061/2010: selecteer het programma met een temperatuur van 40°C. Dit is de geschiktste cyclus voor het wassen van een middelmatig vuile lading katoenen wasgoed. Het is ook de efficiëntste cyclus v.w.b. het gecombineerde verbruik van energie en water, voor wasgoed dat op 40°C kan worden gewassen. De effectieve wastemperatuur kan verschillen van de temperatuur die wordt aangegeven. 3) Bij een temperatuur van 60°C kan de functie “Voorwas” niet worden geactiveerd. Voor alle Test Institutes: 2) Programma katoen lang: selecteer het programma met een temperatuur van 40°C. 4) Programma Synthetisch lang: selecteer het programma 5 met een temperatuur van 40°C. Wasopties - Als de geselecteerde optie niet compatibel is met het ingestelde programma gaat het controlelampje knipperen en zal de optie niet worden geactiveerd. - Als de optie die geselecteerd is niet compatibel is met een eerder ingestelde optie, zal het controlelampje voor de eerst geselecteerde functie gaan knipperen en zal alleen de tweede optie geactiveerd wordenhet controlelampjevan de optiedie geactiveerd is zal aangaan. Voorwas Als u deze functie selecteert wordt de voorwas uitgevoerd, handig voor het verwijderen van moeilijke vlekken. N.B.: Doe het wasmiddel in het speciale vakje. Extra Spoeling Door deze optie te selecteren verhoogt u het spoelresultaat en zorgt u ervoor dat elk spoor van wasmiddel verdwijnt. Deze optie is vooral nuttig bij personen met een gevoelige huid. 45 Wasmiddelen en wasgoed NL Wasmiddelbakje Een goed wasresultaat hangt ook af van de juiste dosis wasmiddel: te veel wasmiddel maakt het wassen niet beter. Het wasmiddel blijft aan de binnenzijde van de wasautomaat zitten en zorgt voor het vervuilen van het milieu. ! Gebruik waspoeder voor witte katoenen was, voor de voorwas en voor het wassen op temperaturen van meer dan 60°C. ! Volg de aanwijzingen op de wasmiddelverpakking. ! Gebruik nooit wasmiddelen voor handwas aangezien die te veel schuim vormen. Trek het laatje naar voren A B en giet het wasmiddel of de 4 wasversterker er als volgt in: Vak 1: Wasmiddel voor 1 voorwas (poeder) 2 3 Voordat u het middel erin strooit moet u controleren of het aanvullende bakje 4 er niet in zit. MAX Antiallergie: gebruik het programma 6 voor het verwijderen van de voornaamste allergenen zoals stuifmeel, mijten, katten- en hondenhaar. Baby: gebruik het speciale programma 7 voor het wassen van typisch kindervuil en vervolgens al het wasmiddel te verwijderen om allergie te voorkomen op de tere kinderhuid. Deze cyclus is speciaal ontwikkeld om de hoeveelheid bacteriën terug te dringen door een vergroot waterverbruik en een optimale toepassing van hygiënische wasversterkers. Wol: Het “Wol” wasprogramma van deze Hotpoint-Ariston wasmachine is door The Woolmark Company getest en goedgekeurd voor het wassen van wollen kleding die als handwas geclassificeerd is, op voorwaarde dat de aanwijzingen worden opgevolgd die op het etiket van het kledingstuk vermeld staan en de instructies van de fabrikant van de wasmachine. Hotpoint-Ariston is het eerste wasmachinemerk dat voor zijn wasprestaties en het verbruik van water en energie van The Woolmark Company de certificering Woolmark Apparel Care – Platinum verkregen heeft. (M1126) Speciale programma’s Extra Delicaat: gebruik het programma 9 voor het wassen van zeer fijne was met stras of pailetten. Voor het wassen van zijden kleding of gordijnen selecteert u de cyclus 9 en stelt u het niveau “Delicate” in van de optie .We raden u aan de kleding binnenstebuiten te draaien voor u hem wast en om kleine kledingstukken in het speciale zakje voor fijne was te stoppen. Voor een beter resultaat raden we u aan voor de fijne was een vloeibaar wasmiddel te gebruiken. Eco programma’s Eco programma’s garanderen goede wasprestaties op lage temperaturen. Deze programma’s gebruiken minder elektrische energie waardoor u zowel geld bespaart als het milieu.De programma’s Eco (Katoen 12, Synthetisch13 en Snelle was 30’ 14) zijn ontwikkeld voor verschillende materialen en voor niet zo vuile was. Om een optimaal resultaat te garanderen bevelen we het gebruik van een vloeibaar wasmiddel aan. We raden u bovendien aan manchetten, kragen en vlekken voor te behandelen. Standaardprogramma voor katoen op 20° Katoen ideaal voor een lading vuil katoen. De optimale prestaties, zelf met koud water, die kunnen worden vergeleken met een wascyclus op 40°C, worden gegarandeerd door een mechanische werking die de snelheid varieert met herhaaldelijke en zeer dicht op elkaar liggende piekvariaties. Vlekkenverwijdering: dit programma 1 is geschikt voor het wassen van zeer vuil kleurvast wasgoed. Het programma garandeert een hogere wasklasse dan de standaard klasse (klasse A). Meng tijdens dit programma nooit kleding van verschillende kleuren. We raden u aan waspoeder te gebruiken. We raden u aan hardnekkige vlekken voor te behandelen met wasversterkers. Witte was: gebruik deze cyclus 2 voor het wassen van wit wasgoed. Het programma is ontwikkeld voor het langdurige behoud uw stralend witte was. Voor een beter resultaat raden we u aan een wasmiddel in poedervorm te gebruiken. Balanceersysteem van de lading Om overmatige trillingen te vermijden verdeelt de automaat de lading voor het centrifugeren op een gelijkmatige manier. Dit gebeurt door de trommel te laten draaien op een snelheid die iets hoger ligt dan de wassnelheid. Als na herhaaldelijke pogingen de lading nog steeds niet goed is gebalanceerd, zal de wasautomaat de centrifuge op een lagere snelheid uitvoeren dan die voorzien was. Als de lading zeer uit balans is zal de wasautomaat een verdeling uitvoeren in plaats van een centrifuge. Teneinde een betere distributie van de waslading en een juiste balancering te bereiken raden wij u aan kleine en grote kledingstukken te mengen. Vak 2: Wasmiddel voor hoofdwas (poeder of vloeibaar) Als u een vloeibaar wasmiddel gebruikt raden we u aan het bijgeleverde schotje A te gebruiken voor een correcte dosering. Voor het gebruik van poederwasmiddel doet u het schotje terug in de opening B. Vak 3: Wasversterkers (wasverzachter, enz.) De wasverzachter mag niet boven het roostertje uitkomen. Extra Vak 4: Bleekmiddel Voorbereiden van het wasgoed • • • Verdeel het wasgoed volgens: het soort stof / het symbool op het etiket. de kleuren: scheid de bonte was van de witte was. Leeg de zakken en controleer de knopen. Overschrijd het aangegeven gewicht, berekend voor droog wasgoed, nooit: zie “Programmatabel” Hoeveel weegt wasgoed? 1 laken 400-500 g. 1 sloop 150-200 g. 1 tafelkleed 400-500 g. 1 badjas 900-1200 g. 1 handdoek 150-250 g. 46 Storingen en oplossingen Het kan gebeuren dat de wasautomaat niet werkt. Voor u contact opneemt met de Servicedienst (zie “Service”) moet u controleren of het niet een storing betreft die u zelf makkelijk kunt verhelpen met behulp van de volgende lijst. NL Storingen: Mogelijke oorzaken / Oplossing: De wasautomaat gaat niet aan. • De stekker zit niet in het stopcontact of niet ver genoeg om contact te maken. • Het hele huis zit zonder stroom. De wascyclus start niet. • • • • • De deur zit niet goed dicht. De ON/OFF toets is niet ingedrukt. De START/PAUSE toets is niet ingedrukt. De waterkraan is niet open. Er is een uitgestelde start ingesteld. De wasmachine ontvangt geen water (Op de display knippert de tekst “H2O”). • • • • • • De watertoevoerbuis is niet aangesloten op de kraan. De buis is gebogen. De waterkraan is niet open. Het hele huis zit zonder water. Er is onvoldoende druk. De START/PAUSE toets is niet ingedrukt. De wasautomaat blijft water aanen afvoeren • De afvoerbuis is niet op 65 tot 100 cm afstand van de grond af geïnstalleerd (zie “Installatie”). • Het uiteinde van de afvoerbuis ligt onder water (zie “Installatie”). • De afvoer in de muur heeft geen ontluchting. Als na deze controles het probleem niet is opgelost, moet u de waterkraan dichtdraaien, de wasautomaat uitzetten en de Servicedienst inschakelen. Als u op een van de hoogste verdiepingen van een flatgebouw woont kan zich een hevelingsprobleem voordoen, waarbij de wasautomaat voortdurend water aan- en afvoert. Om deze storing te verhelpen zijn er in de handel speciale beluchters te koop. De wasautomaat voert het water niet af of centrifugeert niet. • Het programma voorziet geen afvoer: met enkele programma’s dient de machine handmatig te worden ingesteld. • De afvoerbuis is gebogen (zie “Installatie”). • De afvoerleiding is verstopt. De machine trilt erg tijdens het centrifugeren. • De trommel is bij het installeren niet op de juiste wijze gedeblokkeerd (zie “Installatie”). • De wasautomaat staat niet goed recht (zie “Installatie”). • De wasautomaat staat te krap tussen meubels en muur (zie “Installatie”). De wasautomaat lekt. • De buis van de watertoevoer is niet goed aangeschroefd (zie “Installatie”). • Het wasmiddelbakje is verstopt (voor reiniging zie “Onderhoud en verzorging”). • De afvoerbuis is niet goed aangesloten (zie “Installatie”). De controlelampjes van de “Opties” • Doe de wasautomaat uit en haal de stekker uit het stopcontact. Wacht circa 1 en het controlelampje START/PAUSE minuut en doe hem daarna weer aan. gaan snel knipperen en op het Als de storing voortzet, dient u de Servicedienst in te schakelen. display verschijnt een storingscode (bv.: F-01, F-..). Er ontstaat teveel schuim. • Het wasmiddel is niet bedoeld voor wasautomaten (er moet “voor wasautomaat”, “handwas en machinewas”, of dergelijke op staan). • U heeft teveel wasmiddel gebruikt. 47 Service 195128402.00 10/2014 - Xerox Fabriano NL Voordat u de Servicedienst inschakelt: • Controleer eerst of u het probleem zelf kunt oplossen (zie “Storingen en oplossingen”). • Start het programma opnieuw om te controleren of de storing is verholpen; • Neem indien dit niet helpt contact op met de servicedienst. ! Wendt u nooit tot een niet erkende installateur. Comunicare: • het type storing; • het model wasautomaat (Mod.); • het serienummer (S/N). Deze informatie vindt u op het typeplaatje aan de achterkant van de wasautomaat en aan de voorzijde als u het deurtje opendoet. Indesit Company Spa Viale Aristide Merloni, 47 60044 Fabriano (AN) Italy www.hotpoint.eu 48
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48

Indesit WMG 642 SK Gebruikershandleiding

Categorie
Wasmachines
Type
Gebruikershandleiding