Wacker Neuson IEC45/230/10 Handleiding

Type
Handleiding
Bedieningshandleiding
Trilnaald
IE, IEC
38, 45, 58
01.2015
5100008832nl / 01
Fabrikant
Wacker Neuson Produktion GmbH & Co. KG
Preußenstraße 41
80809 München
www.wackerneuson.com
Tel.: +49-(0)89-354 02-0
Fax: +49-(0)89-354 02-390
Vertaling van de Duitstalige originele bedieningshandleiding
5100008832IVZ.fm 3
1 Voorwoord .................................................................................................................5
2 Inleiding .....................................................................................................................6
2.1 Weergavemiddelen in deze bedieningshandleiding....................................................... 6
2.2 Wacker Neuson contactpersoon.................................................................................... 7
2.3 Beschreven apparaattypen............................................................................................ 7
2.4 Markering van het apparaat........................................................................................... 8
3 Veiligheid ...................................................................................................................9
3.1 Beginsel ......................................................................................................................... 9
3.2 Kwalificatie van het bedieningspersoneel.................................................................... 12
3.3 Beschermuitrusting ...................................................................................................... 13
3.4 Transport...................................................................................................................... 14
3.5 Bedrijfsveiligheid.......................................................................................................... 14
3.6 Veiligheid bij de werking van handapparaten............................................................... 16
3.7 Veiligheid bij de werking van elektrische apparaten .................................................... 17
3.8 Onderhoud................................................................................................................... 19
4 Veiligheids- en aanwijsstickers .............................................................................20
5 Inhoud van het pakket ............................................................................................21
6 Opbouw en functie ..................................................................................................22
6.1 Toepassingsgebied...................................................................................................... 22
6.2 Werking........................................................................................................................ 22
7 Componenten en bedieningselementen ...............................................................23
8 Transport .................................................................................................................24
9 Bediening en gebruik .............................................................................................25
9.1 Voorafgaand aan inbedrijfname.................................................................................. 25
9.2 In bedrijf stellen........................................................................................................... 25
9.3 Buiten werking stellen.................................................................................................. 28
9.4 Reiniging...................................................................................................................... 28
10 Onderhoud ...............................................................................................................29
10.1 Kwalificatie voor onderhoudswerkzaamheden............................................................. 29
10.2 Onderhoudsplan........................................................................................................... 29
10.3 Onderhoudswerkzaamheden....................................................................................... 30
11 Afvoer .......................................................................................................................31
11.1 Afvoer van oude elektrische en elektronische apparaten ............................................ 31
12 Technische gegevens .............................................................................................32
12.1 IE 38............................................................................................................................. 32
12.2 IE 45............................................................................................................................. 34
Inhalt
4
5100008832IVZ.fm
12.3 IE 58............................................................................................................................. 36
12.4 Verlengkabel................................................................................................................. 38
13 Technische gegevens .............................................................................................40
13.1 IEC 38........................................................................................................................... 40
13.2 IEC 45........................................................................................................................... 42
13.3 IEC 58........................................................................................................................... 44
13.4 Verlengkabel................................................................................................................. 46
14 Verklarende woordenlijst .......................................................................................47
EU - conformiteitverklaring ....................................................................................49
EU - conformiteitverklaring ....................................................................................51
DIN EN ISO 9001 Zertifikat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31
1 Voorwoord
100_0000_0002.fm 5
1 Voorwoord
In deze bedieningshandleiding staat informatie en worden procedures beschre-
ven voor het veilig gebruik en onderhoud van het Wacker Neuson apparaat. Voor
uw eigen veiligheid en om letsel te voorkomen moet u de veiligheidsvoorschriften
goed doorlezen, zodat u ermee vertrouwd raakt en ze op ieder moment in acht
kunt nemen.
Deze bedieningshandleiding geeft geen informatie over omvangrijke onder-
houds- of reparatiewerkzaamheden. Dergelijke werkzaamheden moeten door
de Wacker Neuson service of door erkende deskundigen worden uitgevoerd.
Bij de productie van het apparaat is veel waarde gehecht aan de veiligheid van
de bediener. Ondeskundige bediening of onderhoud niet conform de voorschrif-
ten kunnen echter gevaar veroorzaken. Bediening en onderhoud van het
Wacker Neuson apparaat moeten volgens de aanwijzingen in deze bedienings-
handleiding worden uitgevoerd. Hierdoor is een storingsvrije werking en een
hoge beschikbaarheid van het apparaat gegarandeerd.
Defecte onderdelen van het apparaat moeten meteen worden vervangen!
Bij vragen over de bediening of het onderhoud kunt u contact opnemen met uw
contactpersoon bij Wacker Neuson.
Alle rechten voorbehouden, in het bijzonder het recht van reproductie en ver-
spreiding.
Copyright 2015 Wacker Neuson Produktion GmbH & Co. KG
Deze bedieningshandleiding mag uitsluitend met voorafgaande uitdrukkelijke en
schriftelijke toestemming van Wacker Neuson worden gereproduceerd, bewerkt,
gekopieerd of verspreid worden. Dit geldt ook voor delen ervan.
Iedere reproductie, verspreiding of opslag op informatiedragers in welke vorm
dan ook, zonder de toestemming van Wacker Neuson, is een overtreding van het
geldende copyright en zal gerechtelijk worden vervolgd.
Wij behouden ons uitdrukkelijk voor, technische wijzigingen uit te voeren voor de
verbetering van onze apparaten of verhoging van de veiligheidsstandaard, ook
zonder voorafgaande aankondiging.
2 Inleiding
6
100_0000_0003.fm
2 Inleiding
2.1 Weergavemiddelen in deze bedieningshandleiding
Waarschuwingssymbolen
Deze bedieningshandleiding bevat veiligheidsvoorschriften in de volgende cate-
gorieën:
GEVAAR, WAARSCHUWING, VOORZICHTIG, LET OP.
Deze voorschriften moeten in acht genomen worden om het gevaar voor dood
of verwonding van de bediener, materiële schade of niet-deskundige service uit
te sluiten.
Aanwijzingen
Aanwijzing:Hier krijgt u aanvullende informatie.
GEVAAR
Deze waarschuwing duidt op onmiddellijk dreigen gevaren die de dood of ern-
stig letsel veroorzaken.
Met de genoemde maatregelen kunt u het gevaar voorkomen.
WAARSCHUWING
Deze waarschuwing duidt op mogelijke gevaren die kunnen resulteren in ern-
stig letsel of de dood.
Met de genoemde maatregelen kunt u het gevaar voorkomen.
VOORZICHTIG
Deze waarschuwing duidt op mogelijk gevaren die kunnen resulteren in minder
ernstig letsel.
Met de genoemde maatregelen kunt u het gevaar voorkomen.
LET OP
Deze waarschuwing duidt op mogelijke gevaren die kunnen resulteren in mate-
riële schade.
Met de genoemde maatregelen kunt u het gevaar voorkomen.
2 Inleiding
100_0000_0003.fm 7
Handelingsaanwijzing
Dit symbool betekent dat u iets moet doen.
1. Genummerde handelingsaanwijzingen geven aan dat u iets in de aangege-
ven volgorde moet doen.
Dit symbool wordt gebruikt bij opsommingen.
2.2 Wacker Neuson contactpersoon
Uw contactpersoon bij Wacker Neuson is, al naargelang het land, uw Wacker
Neuson Service, uw Wacker Neuson dochteronderneming of uw Wacker
Neuson verkoper.
Adressen vindt u op het Internet onder www.wackerneuson.com.
Het adres van de fabrikant vindt u aan het begin in deze bedieningshandleiding.
2.3 Beschreven apparaattypen
Deze bedieningshandleiding geldt voor verschillende apparaattypen uit één pro-
ductreeks. Daardoor kunnen afbeeldingen iets afwijken van het uiterlijk van uw
apparaat. Bovendien kunnen er componenten worden beschreven die geen deel
uitmaken van uw apparaat.
Gedetailleerde informatie over de beschreven apparaattypen vindt u in het
hoofdstuk Technische gegevens.
2 Inleiding
8
100_0000_0003.fm
2.4 Markering van het apparaat
Gegevens van het typeplaatje
Het typeplaatje bevat gegevens die uw apparaat ondubbelzinnig identificeren.
Deze gegevens zijn voor de bestelling van reserveonderdelen en bij technische
vragen vereist.
Noteer de gegevens van uw apparaat in de volgende tabel:
Pos. Benaming Uw gegevens
1 Groep en type
2 Bouwjaar
3 Machine-nr.
4 Versie-nr.
5 Artikel-nr.
3 Veiligheid
100_0101_si_0006.fm 9
3 Veiligheid
3.1 Beginsel
Stand van de techniek
Het apparaat is vervaardigd op basis van de nieuwste stand van de techniek en
de erkende veiligheidstechnische regelgeving. Desondanks kan ondeskundig
gebruik gevaar opleveren voor lijf en leven van de gebruiker of derden of een ne-
gatieve invloed hebben op het apparaat en andere materiële zaken.
Gebruik in overeenstemming met de bestemming
Het apparaat mag uitsluitend worden gebruikt voor het verdichten van vers be-
ton. Het trilnaaldlichaam moet in het verse beton worden gedompeld.
Het trilnaaldlichaam mag niet in zuur- of looghoudende vloeistoffen worden ge-
dompeld.
Het trilnaaldlichaam mag niet met delen van de body in aanraking komen of erin
ingevoerd worden.
Tot het gebruik in overeenstemming met de bestemming hoort ook het in acht
nemen van alle aanwijzingen in deze bedieningshandleiding, alsmede het in
acht nemen van de voorgeschreven service- en onderhoudsaanwijzingen.
Elke ander of verdergaand gebruik geldt als niet in overeenstemming zijnde met
de bestemming. Voor hieruit resulterende schade vervallen de aansprakelijkheid
en de garantie van de fabrikant. Het risico komt volledig voor rekening van de
bediener.
3 Veiligheid
10
100_0101_si_0006.fm
Constructieve wijzigingen
Voer in geen geval constructieve wijzigingen uit zonder schriftelijke toestemming
van de fabrikant. U brengt daardoor uw veiligheid en die van andere personen in
gevaar! Bovendien vervallen de aansprakelijkheid en de garantie van de fabri-
kant.
Er is vooral sprake van constructieve wijzigingen in de volgende gevallen:
Openen van het apparaat en het permanent verwijderen van onderdelen, die
van Wacker Neuson afkomstig zijn.
Inbouwen van nieuwe onderdelen, die niet van Wacker Neuson afkomstig
zijn of niet constructief of kwalitatief gelijkwaardig zijn aan originele onderde-
len.
Aanbouwen van toebehoren, dat niet van Wacker Neuson afkomstig is.
Reserveonderdelen die van Wacker Neuson afkomstig zijn kunt u zondermeer
monteren.
Toebehoren die voor uw apparaat verkrijgbaar zijn in het Wacker Neuson lever-
programma, kunt u zondermeer monteren. Volg daarbij de montagevoorschriften
uit deze bedieningshandleiding.
Boor niet in de behuizing om bijv. borden aan te brengen. Er kan water in de be-
huizing binnendringen, waardoor het apparaat beschadigd raakt.
Voorwaarden voor bedrijf
De storingsvrije en veilige werking van het apparaat hangt af van de volgende
voorwaarden:
Vakkundig transport, opslag, opstelling.
Zorgvuldige bediening.
Zorgvuldig onderhoud.
Bediening
Bedien het apparaat uitsluitend in overeenstemming met de bestemming en in
technisch perfecte toestand.
Bedien het apparaat uitsluitend bewust van de veiligheid en de gevaren terwijl
alle veiligheidsvoorzieningen zijn aangebracht. Verander of omzeil de veilig-
heidsvoorzieningen niet.
Controleer voorafgaand aan de werkzaamheden of de bedieningselementen en
veiligheidsvoorzieningen naar behoren werken.
Bedien het apparaat nooit in explosiegevaarlijke omgevingen.
Toezicht
Laat een draaiend apparaat nooit zonder toezicht!
3 Veiligheid
100_0101_si_0006.fm 11
Onderhoud
Voor een storingsvrije en langdurige werking van het apparaat zijn regelmatige
onderhoudswerkzaamheden vereist. Gebrekkig onderhoud vermindert de veilig-
heid van het apparaat.
Neem altijd de voorgeschreven onderhoudsintervallen in acht.
Gebruik het apparaat niet wanneer onderhoud of reparatie noodzakelijk is.
Storingen
Bij functiestoringen moet u het apparaat onmiddellijk uitschakelen en beveiligen.
Verhelp storingen die de veiligheid nadelig kunnen beïnvloeden onverwijld!
Laat beschadigde of defecte componenten onmiddellijk vervangen!
Verdere informatie vindt u in het hoofdstuk Storingen verhelpen.
Reserveonderdelen, toebehoren
Gebruik alleen reserveonderdelen van Wacker Neuson of onderdelen die gelijk-
waardig zijn met de originele delen wat betreft constructie en kwaliteit.
Gebruik alleen toebehoren van Wacker Neuson.
Bij het niet opvolgen hiervan vervalt iedere aansprakelijkheid.
Uitsluiting van aansprakelijkheid
In de volgende gevallen wijst Wacker Neuson elke aansprakelijkheid voor per-
soonlijk letsel en materiële schade af:
Constructieve wijzigingen.
Gebruik dat niet in overeenstemming is met de bestemming.
Niet-naleven van deze bedieningshandleiding.
Ondeskundige behandeling.
Gebruik van reserveonderdelen, die niet van Wacker Neuson afkomstig zijn
of niet constructief of kwalitatief gelijkwaardig zijn aan originele onderdelen.
Gebruik van toebehoren, dat niet van Wacker Neuson afkomstig is.
Bedieningshandleiding
Bewaar de bedieningshandleiding altijd binnen handbereik bij het apparaat of op
de plaats waar het apparaat wordt gebruikt.
Mocht u de bedieningshandleiding kwijtraken of nog een exemplaar nodig heb-
ben, neem dan contact op met uw Wacker Neuson contactpersoon of download
de bedieningshandleiding van het Internet (www.wackerneuson.com).
Geef deze bedieningshandleiding aan elke andere bediener of volgende eige-
naar van het apparaat.
3 Veiligheid
12
100_0101_si_0006.fm
Landspecifieke voorschriften
Neem ook landspecifieke voorschriften, normen en richtlijnen voor ongevalspre-
ventie en milieubescherming in acht, bijv. de omgang met gevaarlijke stoffen of
het dragen van een persoonlijke beschermingsuitrusting.
Vul deze bedieningshandleiding aan met verdere aanwijzingen voor het in acht
nemen van bedrijfs-, overheids-, landelijke of algemene veiligheidsrichtlijnen.
Bedieningselementen
Houd de bedieningselementen van het apparaat altijd droog, schoon en vrij van
vet en olie.
Bedieningselementen, zoals bijv. aan/uitschakelaar, gashendels etc. mogen niet
ongeloorloofd geâretteerd, gemanipuleerd of veranderd worden.
Op schade controleren
Controleer minstens één keer per dienst het uitgeschakelde apparaat op uiterlijk
zichtbare schade en gebreken.
Gebruik het apparaat niet wanneer er beschadigingen of gebreken zichtbaar
zijn.
Laat beschadigingen en gebreken onverwijld herstellen.
3.2 Kwalificatie van het bedieningspersoneel
Kwalificatie van de bediener
Het apparaat mag alleen door opgeleid personeel in werking gesteld en bediend
worden. Bovendien gelden de volgende voorwaarden:
U bent lichamelijk en geestelijk geschikt.
U bent opgeleid voor het zelfstandig bedienen van het apparaat.
U bent opgeleid in het gebruik in overeenstemming met de bestemming van
het apparaat.
U bent vertrouwd met de noodzakelijke veiligheidsinrichtingen.
U bent bevoegd om apparaten en systemen volgens de normen van de vei-
ligheidstechniek zelfstandig in bedrijf te stellen.
U moet door de ondernemer of exploitant zijn aangewezen voor het zelfstan-
dig werken met het apparaat.
Foutieve bediening
Bij foutieve bediening, misbruik of bediening door ongeschoold personeel dreigt
er gevaar voor de gezondheid van de bediener of derden en voor het apparaat
of andere materiële zaken.
3 Veiligheid
100_0101_si_0006.fm 13
Plichten van de exploitant
De exploitant moet de bedieningshandleiding beschikbaar stellen aan de bedie-
ner en zich ervan vergewissen dat de bediener deze heeft gelezen en begrepen.
Aanbevelingen voor het werk
Volg a.u.b. de volgende aanbevelingen op:
Werk uitsluitend in een goede lichamelijke toestand.
Werk geconcentreerd, vooral tegen het einde van de werktijd.
Werk niet met het apparaat als u moe bent.
Voer alle werkzaamheden rustig, behoedzaam en voorzichtig uit.
Werk nooit onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen. Uw zichtvermo-
gen, uw reactievermogen en uw oordeelsvermogen kunnen hierdoor worden
belemmerd.
Werk zodanig dat geen schade voor derden ontstaat.
Zorg ervoor dat zich geen personen of dieren in de gevarenzone bevinden.
3.3 Beschermuitrusting
Werkkleding
De kleding moet doelmatig zijn, d.w.z. nauwsluitend maar niet hinderlijk zijn.
Draag in principe op bouwplaatsen geen lang los haar, losse kleding of sieraden
inclusief ringen. Er bestaat gevaar voor letsel, bijv. door blijven hangen of naar
binnen trekken door bewegende onderdelen van apparaten.
Draag alleen moeilijk ontvlambare werkkleding.
Persoonlijke veiligheidsuitrusting
Gebruik een persoonlijke veiligheidsuitrusting om letsel en schade voor de ge-
zondheid te voorkomen:
Veiligheidsschoenen.
Werkhandschoenen van stevig materiaal.
Werkpak van stevig materiaal.
Veiligheidshelm.
Hoorbescherming.
3 Veiligheid
14
100_0101_si_0006.fm
Hoorbescherming
Bij dit apparaat is overschrijding van de landelijk geldende toegestane geluidsli-
miet (persoonsgerelateerd beoordelingsniveau) mogelijk. Daarom moet u in be-
paalde gevallen gehoorbescherming dragen. De exacte waarde vindt u in het
hoofdstuk Technische gegevens.
Werk met gehoorbescherming bijzonder aandachtig en voorzichtig omdat u ge-
luiden, bijv. geroep of signaaltonen slechts beperkt kunt waarnemen.
Wacker Neuson raadt aan altijd gehoorbescherming te dragen.
3.4 Transport
Apparaat uitschakelen
Schakel het apparaat voor het transport uit en trek de stekker uit het stopcontact.
Laat de motor afkoelen.
Apparaat transporteren
Beveilig het apparaat op het transportmiddel tegen omkantelen, vallen of weg-
glijden.
Apparaat optillen
Ernstig verwondingsgevaar door vallend apparaat.
Het apparaat heeft geen optil- of sjorpunten.
Beveilig het apparaat bij het optillen tegen het omkantelen, vallen of wegglijden,
bijv. in een gesloten transportbak.
Herinbedrijfname
Monteer en bevestig voorafgaand aan de herinbedrijfname apparaten, apparaat-
onderdelen, toebehoren of gereedschappen die voor transportdoeleinden waren
verwijderd.
Ga uitsluitend volgens de bedieningshandleiding te werk.
3.5 Bedrijfsveiligheid
Explosieve omgeving
Bedien het apparaat nooit in explosiegevaarlijke omgevingen.
3 Veiligheid
100_0101_si_0006.fm 15
Werkomgeving
Maak u vertrouwd met de werkomgeving voordat u met de werkzaamheden be-
gint. Daartoe behoren bijv. de volgende punten:
Obstakels in de werk- en verkeerszone.
Draagvermogen van de bodem.
Noodzakelijke afscherming van de bouwlocatie, vooral voor het openbare
verkeer.
Noodzakelijke afscherming van wanden en plafonds.
Mogelijkheden voor hulp bij ongevallen.
Apparaat in bedrijf stellen
Let op de veiligheids- en waarschuwingsaanwijzingen op het apparaat en in de
bedieningshandleiding.
Stel nooit een apparaat in werking dat moet worden onderhouden of gerepa-
reerd.
Stel het apparaat volgens de bedieningshandleiding in werking.
Vermijd het met het lichaam aanraken van geaarde delen.
Veilige stand
Let altijd op een veilige stand wanneer u met het apparaat werkt. Dit geldt vooral
bij het werken op steigers, ladders, oneffen of glibberige bodem enz.
Pas op voor hete onderdelen
Raak het hete trilnaaldlichaam tijdens of vlak na het bedrijf niet aan. Het trilnaald-
lichaam kan zeer heet worden en verbrandingen veroorzaken.
Pas op voor bewegende onderdelen
Houd handen, voeten en losse kleding op een afstand van beweeglijke of rote-
rende onderdelen van het apparaat. Ernstig verwondingsgevaar door intrekken
of beknellen.
Componenten van het apparaat niet gebruiken als opstapje of om u te zekeren
Gebruik beschermslang, aansluitsnoer, aansluitkabel of andere componenten
van het apparaat nooit om omhoog te klimmen of u te zekeren.
3 Veiligheid
16
100_0101_si_0006.fm
Apparaat uitschakelen
Schakel in de volgende gevallen het apparaat uit en trek de stekker uit het stop-
contact:
Voor pauzes.
Als u het apparaat niet gebruikt.
Wacht voor het neerleggen van het apparaat tot het volledig tot stilstand is ge-
komen.
Zet resp. leg het apparaat zodanig neer, dat het niet kan kantelen, vallen of weg-
glijden.
Opslag
Zet of leg het apparaat veilig neer, zodat het niet kan kantelen, vallen of wegglij-
den.
Opslaglocatie
Berg het afgekoelde apparaat na gebruik op een afgesloten, schone, vorstveilige
en droge locatie op, die niet toegankelijk is voor kinderen.
Vibratiebelasting
Bij internsief gebruik van apparaten die met de hand worden bediend, kan lan-
getermijn-schade veroorzaakt door trillingen niet helemaal worden uitgesloten.
Volg de geldende wettelijke bepalingen en richtlijnen om de vibratiebelasting zo
laag mogelijk te houden.
Informatie over de vibratiebelasting van apparaten vindt u in het hoofdstuk Tech-
nische gegevens.
3.6 Veiligheid bij de werking van handapparaten
Handapparaat volgens de voorschriften neerleggen
Leg het apparaat voorzichtig neer. Gooi het apparaat niet op de grond en gooi
het niet van grotere hoogte omlaag. Bij het neergooien kan het apparaat andere
personen verwonden of zelf beschadigd raken.
Veilig werken met handapparaten
Houd het apparaat bij gebruik uitsluitend in de daarvoor bestemde handgreep.
3 Veiligheid
100_0101_si_0006.fm 17
3.7 Veiligheid bij de werking van elektrische apparaten
Specifieke voorschriften voor elektrische apparaten
Neem de veiligheidsvoorschriften in acht uit de brochure Algemene veiligheids-
voorschriften die bij het apparaat is geleverd.
Neem ook landspecifieke voorschriften, normen en richtlijnen voor ongevalspre-
ventie met betrekking tot elektrische installaties en apparaten in acht.
WAARSCHUWING Lees alle veiIigheidsvoorschriften en aanwijzingen.
Wanneer veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen niet in acht worden genomen,
kan dit een elektrische schok, brand of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Bewaar alle veiIigheidsvoorschriften en aanwijzingen voor eventuele raad-
pleging in de toekomst.
Stroomvoorziening voor elektrische apparaten van beschermingscategorie I
Aanwijzing:De nominale spanning vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
U moet het apparaat aansluiten op een stopcontact met geaard contact 15 A/16
A met een afdoende overspanningbeveiliging.
U mag het apparaat alleen op stroomvoorzieningen aansluiten als alle onderde-
len ervan in technisch onberispelijke toestand zijn. Let vooral op de volgende on-
derdelen:
Stekker.
Aansluitsnoer over de totale lengte.
Schakelaarmembraan van de aan/uitschakelaar, indien aanwezig.
Stopcontacten.
U mag het apparaat alleen op stroomvoorzieningen met intacte aardaansluiting
(PE) en een stopcontact met geaard contact 15 A/16 A en een afdoende over-
spanningsbeveiliging aansluiten.
Het apparaat mag conform norm alleen op een van de volgende stroombronnen
worden aangesloten:
Bij een motorgenerator die dezelfde scheiding van het net garandeert
als een scheidingstransformator (IT-net of elektrisch geïsoleerd).
Veiligheids-/scheidingstransformator conform IEC/DIN EN61558-2-23.
Aanwijzing:Neem de geldende landelijke veiligheidsrichtlijnen in acht!
3 Veiligheid
18
100_0101_si_0006.fm
Verlengkabel
Gebruik het apparaat uitsluitend met onbeschadigde en geteste verlengkabels!
Gebruik uitsluitend verlengkabels met een aardleider en een correcte aardleider-
aansluiting aan de stekker en de koppeling (alleen voor apparaten van bescher-
mingscategorie I, zie hoofdstuk Technische gegevens).
Gebruik uitsluitend geteste verlengkabels die geschikt zijn voor gebruik op de
bouwlocatie: Wacker Neuson adviseert H07RN-F, H07BQ-F, een SOOW-kabel
of een landspecifieke gelijkwaardige uitvoering te gebruiken.
Vervang verlengkabels met beschadigingen (bijv. scheuren in de mantel) of los-
zittende stekkers en koppelingen onmiddellijk.
Kabeltrommels en meervoudig stopcontacten moeten aan dezelfde eisen vol-
doen als verlengkabels.
Bescherm verlengkabels, meervoudige stopcontacten, kabeltrommels en aan-
sluitkoppelingen tegen regen, sneeuw of andere vormen van vocht.
Kabeltrommel helemaal afrollen
Brandgevaar door niet afgerolde kabeltrommel.
Voor gebruik de kabeltrommel helemaal afrollen.
Aansluitsnoer beschermen
Gebruik het aansluitsnoer niet voor het trekken aan of optillen van het apparaat.
Trek de stekker van het aansluitsnoer niet aan het snoer uit het stopcontact.
Bescherm het aansluitsnoer tegen hitte, olie en scherpe randen.
Laat de aansluitsnoer bij beschadiging of een loszittende stekker onmiddellijk
door uw contactpersoon bij Wacker Neuson vervangen.
Beschermslang beschermen
Trek de beschermslang niet over scherpe randen.
Als het trilnaaldlichaam klem is komen te zitten in de wapening, de be-
schermslang niet met geweld of rukkende bewegingen eruit trekken. Het
vastgeklemde trilnaaldlichaam door voorzichtig heen en weer bewegen los-
maken.
3 Veiligheid
100_0101_si_0006.fm 19
3.8 Onderhoud
Onderhoudswerkzaamheden
Verzorgings- en onderhoudswerkzaamheden mogen slechts worden uitgevoerd
voor zover ze in deze bedieningshandleiding zijn beschreven. Alle andere werk-
zaamheden moeten worden uitgevoerd via de contactpersoon van Wacker
Neuson.
Verdere informatie vindt u in het hoofdstuk Onderhoud.
Loskoppelen van de stroomvoorziening
Voor verzorgings- en onderhoudswerkzaamheden moet u de stekker uit het
stopcontact trekken om het apparaat van de stroomvoorziening los te koppelen.
Reiniging
Houd het apparaat altijd schoon en reinig het na elk gebruik.
Gebruik geen brandstoffen of oplosmiddelen. Explosiegevaar!
Gebruik geen hogedrukreinigers. Indringend water kan het apparaat beschadi-
gen. Bij elektrische apparaten bestaat ernstig verwondingsgevaar door elektri-
sche schokken.
4 Veiligheids- en aanwijsstickers
20
100_0101_ls_0009.fm
4 Veiligheids- en aanwijsstickers
Er bevinden zich stickers op het apparaat die belangrijke aanwijzingen en veilig-
heidsinstructies bevatten.
Houd alle stickers in leesbare toestand.
Vervang ontbrekende of niet leesbare stickers.
De artikelnummers van de stickers vindt u in de catalogus met reserveonder-
delen.
Alleen bij IEC op schakelaarbehuizing:
Sticker Beschrijving
Let op elektrische schok.
Bedieningshandleiding lezen.
0219516
5 Inhoud van het pakket
100_0101_sd_0008.fm 21
5 Inhoud van het pakket
IE
De trilnaald wordt kant-en-klaar gemonteerd geleverd en kan alleen in combina-
tie met een draaistroom-omvormer worden gebruikt.
De inhoud van het pakket bestaat uit:
Apparaat.
Bedieningshandleiding.
Catalogus met reserveonderdelen.
Algemene veiligheidsvoorschriften.
IEC
De trilnaald wordt kant-en-klaar gemonteerd geleverd.
De inhoud van het pakket bestaat uit:
Apparaat.
Bedieningshandleiding.
Catalogus met reserveonderdelen.
Algemene veiligheidsvoorschriften.
6 Opbouw en functie
22
100_0101_sf_0012.fm
6 Opbouw en functie
6.1 Toepassingsgebied
Gebruik het apparaat alleen volgens de voorschriften, zie hoofdstuk Veiligheid,
Gebruik in overeenstemming met de bestemming.
Uitvoering - R met rubberkop
Het apparaat voorkomt beschadiging van de bekisting door de rubberafsluitkap.
6.2 Werking
Principe
Het apparaat is een trilnaald, die in het trilnaaldlichaam hoogfrequente trillingen
genereert.
Door het trilnaaldlichaam in het verse beton te dompelen, wordt het beton in het
werkbereik van het trilnaaldlichaam ontlucht en verdicht.
Het verse beton koelt tegelijkertijd het trilnaaldlichaam.
Aanwijzing:Zolang er luchtbelletjes opstijgen, wordt het beton verdicht.
Thermobeveiliging
Het apparaat is beveiligd tegen oververhitting. Bij oververhitting schakelt het ap-
paraat zichzelf uit.
Trilnaaldlichaam
In het trilnaaldlichaam drijft een elektromotor een onbalans met ca. 12.000 min
-
1
(200 Hz) aan en genereert daardoor cirkelbewegingen. Door deze cirkelbewe-
gingen genereert het trilnaaldlichaam trillingen in het beton.
Omvormer (alleen bij IEC)
De omvormer bestaat uit een gelijkrichter en een wisselrichter, bewaakt door be-
sturingselektronica.
De gelijkrichter zet de ingangsspanning (1-fasen-wisselstroom) om in gelijkspan-
ning.
De wisselrichter zet de gegenereerde gelijkspanning om in draaistroom (3-fa-
sen-wisselstroom).
Bij inschakeling van het apparaat zorgt de besturingselektronica voor een zachte
aanloop, waardoor het ontstaan van kritische inschakel-stroomsterktes wordt
voorkomen.
7 Componenten en bedieningselementen
100_0101_cp_0012.fm 23
7 Componenten en bedieningselementen
IE
IEC
Pos. Benaming Pos. Benaming
1 Trilnaaldlichaam 4 Aan/uitschakelaar
2 Beschermslang 5 Aansluitsnoer - Stekker
3 Schakelaarbehuizing
Pos. Benaming Pos. Benaming
1 Trilnaaldlichaam 4 Aan/uitschakelaar
2 Beschermslang 5 Aansluitsnoer - Stekker
3 Schakelaarbehuizing - Omvor-
mer
4
3
1
2
5
4
3
1
2
5
8 Transport
24
100_0101_tr_0001.fm
8 Transport
Apparaat transporteren
1. Apparaat uitschakelen met de aan/uitschakelaar.
2. Wachten tot het apparaat volledig tot stilstand is gekomen.
3. Stekker uit het stopcontact trekken.
4. Apparaat in of op een geschikt transportmiddel leggen.
5. Beschermslang en aansluitsnoer oprollen.
Aanwijzing: Beschermslang en aansluitsnoer niet knikken.
6. Apparaat borgen tegen afvallen of wegglijden.
WAARSCHUWING
Ondeskundige behandeling kan resulteren in letsel of zware materiële schade.
Alle veiligheidsvoorschriften van deze bedieningshandleiding lezen en op-
volgen, zie hoofdstuk Veiligheid.
WAARSCHUWING
Heet trilnaaldlichaam.
Aanraking kan verbrandingen tot gevolg hebben.
Trilnaaldlichaam pas aanraken nadat de motor is afgekoeld.
Veiligheidshandschoenen dragen.
9 Bediening en gebruik
100_0101_op_0012.fm 25
9 Bediening en gebruik
9.1 Voorafgaand aan inbedrijfname
Het apparaat is na het uitpakken bedrijfsklaar.
Apparaat controleren
Apparaat en alle componenten controleren op beschadigingen.
Beschermslang en aansluitsnoer controleren op beschadiging.
Stroomnet controleren
Controleren of stroomnet of bouwplaatsverdeler de juiste bedrijfsspanning
heeft (zie typeplaatje van het apparaat of hoofdstuk Technische gegevens).
Controleren of stroomnet of bouwplaatsverdeler zijn beveiligd conform de
geldende landelijke normen en richtlijnen.
9.2 In bedrijf stellen
Apparaat aan de stroomvoorziening aansluiten
IE
Aanwijzing:Sluit het apparaat uitsluitend aan op een draaistroom-omvormer,
aansluitwaarden zie hoofdstuk Technische gegevens.
WAARSCHUWING
Ondeskundige behandeling kan resulteren in letsel of zware materiële schade.
Alle veiligheidsvoorschriften van deze bedieningshandleiding lezen en op-
volgen, zie hoofdstuk Veiligheid.
WAARSCHUWING
Beschadigde isolatie.
Gevaar door elektrische schokken.
Beschermslang en aansluitsnoer niet knikken of beschadigen.
9 Bediening en gebruik
26
100_0101_op_0012.fm
IEC
Aanwijzing:Sluit het apparaat uitsluitend aan op 1-fasen-wisselstroom, aan-
sluitwaarden zie hoofdstuk Technische gegevens.
Aanwijzingen in "Veiligheid bij de werking van elektrische apparaten" in acht ne-
men.
1. Apparaat uitschakelen met de aan/uitschakelaar.
2. Indien nodig goedgekeurde verlengkabel op het apparaat aansluiten.
Aanwijzing: Toegelaten lengtes en diameters van het litzendraad van ver-
lengkabels staan vermeld in het hoofdstuk Technische gegevens.
3. Stekker in het stopcontact steken.
LET OP
Elektrische spanning.
Foutieve spanning kan schade aan het apparaat veroorzaken.
Controleren of de spanning van de stroombron overeenkomt met de gege-
vens op het apparaat, zie hoofdstuk Technische gegevens.
WAARSCHUWING
Starten van het apparaat.
Letselgevaar door ongecontroleerd starten van apparaat.
Voorafgaand aan aansluiting op de stroomvoorziening apparaat uitschake-
len.
WAARSCHUWING
Elektrische spanning.
Letsel door elektrische schokken.
Aansluitsnoer en verlengkabel controleren op beschadigingen.
Uitsluitend verlengkabels gebruiken waarvan de aardleider is aangesloten
op de stekker en de koppeling (alleen voor apparaten uit beschermingscate-
gorie I, zie hoofdstuk Technische gegevens).
9 Bediening en gebruik
100_0101_op_0012.fm 27
Apparaat inschakelen
1. Apparaat optillen aan de beschermslang, in de buurt van het trilnaaldlichaam
vasthouden.
2. Apparaat inschakelen met de aan/uitschakelaar.
Vers beton verdichten
1. Trilnaaldlichaam snel in het verse beton dompelen, meerdere seconden on-
dergedompeld laten en langzaam uittrekken.
2. Trilnaaldlichaam in alle delen van de bekisting onderdompelen en het verse
beton verdichten.
Aanwijzing:
Verdicht met name intensief bij de hoeken van de bekisting, omdat daar de
wapeningsdichtheid het grootst is.
Voorkom dat het trilnaaldlichaam in aanraking komt met de wapening. Wan-
neer het trilnaaldlichaam de wapening raakt, kunnen de volgende beschadi-
gingen ontstaan:
De hechting van het beton aan de wapening kan verloren gaan.
Het apparaat kan beschadigd raken.
Het resultaat van de verdichting hangt af van de volgende punten:
Hoe lang het trilnaaldlichaam in het beton blijft.
Diameter van het trilnaaldlichaam.
Consistentie van het beton.
Wapeningsdichtheid.
Wanneer u bijv. een trilnaaldlichaam met een kleine diameter gebruikt, moet
u langer verdichten om hetzelfde resultaat te bereiken als met een trilnaald-
lichaam met een grote diameter.
Aan de volgende punten kunt u zien of het beton voldoende verdicht is:
Het beton zet zich niet meer.
Er stijgen geen of vrijwel geen luchtbelletjes meer op.
Het geluid van het trilnaaldlichaam verandert niet meer.
Pos. Benaming
1 Aan/uitschakelaar
1
9 Bediening en gebruik
28
100_0101_op_0012.fm
9.3 Buiten werking stellen
Apparaat uitschakelen
1. Apparaat langzaam uit het verse beton trekken, trilnaaldlichaam in de lucht
houden.
2. Apparaat uitschakelen met de aan/uitschakelaar.
3. Wachten tot het apparaat volledig tot stilstand is gekomen.
4. Apparaat langzaam neerleggen.
Beschermslang en aansluitsnoer niet knikken.
5. Stekker uit het stopcontact trekken.
9.4 Reiniging
Apparaat reinigen
Apparaat en alle bijbehorende componenten na elk gebruik met water reini-
gen.
Aanwijzing:Betonrestanten kunt u verwijderen door het werkende apparaat on-
der te dompelen in een grindbed.
VOORZICHTIG
Autonome beweging van het werkende trilnaaldlichaam buiten het verse beton.
Letselgevaar of gevaar voor materiële schade door om zich heen slaand tril-
naaldlichaam.
Apparaat uitschakelen alvorens het neer te leggen.
VOORZICHTIG
Verhitting van het werkende trilnaaldlichaam buiten het verse beton.
Verbrandingsgevaar door hete oppervlakken.
Beschadiging van het apparaat door verhoogde slijtage.
Apparaat niet buiten het verse beton laten draaien.
10 Onderhoud
100_0101_mt_0011.fm 29
10 Onderhoud
10.1 Kwalificatie voor onderhoudswerkzaamheden
Kwalificatie voor onderhoudswerkzaamheden
De in deze bedieningshandleiding beschreven onderhoudswerkzaamheden mo-
gen door elke bediener met verantwoordelijkheidsbesef uitgevoerd worden, voor
zover niet anders vermeld.
Sommige onderhoudswerkzaamheden mogen alleen door speciaal opgeleid
vakpersoneel of alleen door de service van uw Wacker Neuson contactpersoon
uitgevoerd worden - deze zijn speciaal gemarkeerd.
10.2 Onderhoudsplan
Aanwijzing:De hier genoemde tijdintervallen zijn richtwaarden voor normaal be-
drijf. Bij extreem bedrijf, bijv. ononderbroken inzet, halveert u de on-
derhoudsintervallen.
Bij onderhoudswerkzaamheden die u niet zelf kunt of mag uitvoeren, kunt u con-
tact opnemen met uw contactpersoon bij Wacker Neuson.
WAARSCHUWING
Ondeskundige behandeling kan resulteren in letsel of zware materiële schade.
Alle veiligheidsvoorschriften van deze bedieningshandleiding lezen en op-
volgen, zie hoofdstuk Veiligheidsvoorschriften.
WAARSCHUWING
Levensgevaar door elektrische schok bij ondeskundig gebruik.
Het apparaat openen, repareren en de aansluitende controle van de veilig-
heid mag uitsluitend gebeuren door een erkend elektricien conform de gel-
dende richtlijnen.
Activiteit Dagelijks vóór bedrijf
Visuele controle van alle onderdelen op be-
schadiging.
Schakelaarmembraan van de aan/uitscha-
kelaar controleren op dichtheid.
Slijtagematen controleren.
10 Onderhoud
30
100_0101_mt_0011.fm
10.3 Onderhoudswerkzaamheden
Visuele controle op beschadiging
Apparaat controleren
Alle apparaatonderdelen controleren op beschadiging.
Apparaten met aan/uitschakelaar:
Schakelaarmembraan controleren op dichtheid.
Slijtagematen van het trilnaaldlichaam controleren
Slijtagematen zijn:
Minimale diameter buisonderdeel øL
L
Minimale diameter trilnaaldlichaam øL op meetpunt L
Lengte trilnaaldlichaam L
L
De slijtage is het grootst bij het uiteinde van het trilnaaldlichaam dat wordt onder-
gedompeld.
Vetgedrukte maten zijn slijtagematen.
Maten tussen haakjes zijn originele maten van de nieuwe ap-
paraten.
WAARSCHUWING
Beschadiging van een apparaatonderdeel, de beschermslang of het aansluit-
snoer kan resulteren in lichamelijk letsel door elektrische stroom.
Beschadigd apparaat niet gebruiken!
Beschadigd apparaat onverwijld laten repareren.
Apparaat-
type
Maten voor trilnaaldlichaam en buisonderdeel
[mm]
øL
L
L
L
øL L
IE/IEC 38 33 (38) 275 (285) 35 (38) 180
IE/IEC 45 38 (45) 315 (327) 42 (45) 194
IE/IEC 58 50 (58) 390 (400) 54 (58) 205
11 Afvoer
100_0000_0004.fm 31
11 Afvoer
11.1 Afvoer van oude elektrische en elektronische apparaten
Voor klanten in EU-landen
Dit apparaat is onderhevig aan de Europease richtlijn m.b.t. afval van elektrische
en elektronische apparaten (AEEA) en aan de betreffende nationale wetgeving.
De AEEA-richtlijn schrijft daarbij het kader voor een EU-wijd geldige verwerking
van oude elektrische en elektronische apparaten voor.
Het apparaat wordt gekenmerkt door het hiernaast afgebeelde
symbool van een doorgestreepte afvalbak. Dit betekent dat u het
niet bij het normale huisafval mag gooien, maar het moet afvoeren
naar een milieuvriendelijk inzamelpunt voor gescheiden afval.
Dit apparaat is uitsluitend bedoeld als professioneel elektrisch ge-
reedschap voor beroepsdoeleinden (zogenaamd B2B-apparaat volgens
AEEA-richtlijn). In tegenstelling tot overwegend huishoudelijk gebruikte appara-
ten (zogenaamde B2C-apparaten) mag dit apparaat daarom in sommige EU-lan-
den niet bij inzamelpunten van publieksrechtelijke afvoerinstanties (bijv. commu-
nale milieuparken) worden afgegeven. Informeer bij twijfel bij uw verkoopvesti-
ging naar de voorgeschreven afvoerprocedure voor elektrische of elektronische
B2B-apparaten in uw land en zorg altijd voor een afvoer volgens de wettelijke
voorschriften. Neem ook betreffende aanwijzingen in de verkoopovereenkomst
of de algemene bedrijfsvoorwaarden van uw verkoopvestiging in acht.
Een vakkundige afvoer van dit apparaat vorkomt negatieve uitwerkingen op
mens en milieu, dient de gerichte verwerking van schadelijke stoffen en maakt
hergebruik van waardevolle grondstoffen mogelijk.
Voor klanten in andere landen
Een vakkundige afvoer van dit apparaat vorkomt negatieve uitwerkingen op
mens en milieu, dient de gerichte verwerking van schadelijke stoffen en maakt
hergebruik van waardevolle grondstoffen mogelijk. Wij adviseren daarom dit ap-
paraat niet bij het normale huisafval weg te gooien, maar het af te voeren naar
een milieuvriendelijk inzamelpunt voor gescheiden afval. Ook de nationale
wetggeving schrijft onder omstandigheden de gescheiden afvoer van elektrische
en elektronische producten voor. Zorg altijd voor een afvoer van dit apparaat vol-
gens de wettelijke voorschriften in uw land.
12 Technische gegevens
32
100_0101_td_0018.fm
12 Technische gegevens
12.1 IE 38
Benaming Unit IE 38/42/5 IE 38/42/5 r IE 38/42/10
Artikel-nr. 5100010553 5100010554 5100010552
Nominale stroom A 5,0 5,0 5,0
Nominale spanning V 42 42 42
Nominale frequentie Hz 200 200 200
Nominaal vermogen ** kW 0,29 0,29 0,29
Fasen ~333
Trillingsuitslag in de lucht mm 2,0 2,0 2,0
Trillingen 1/min 12000 12000 12000
Hz 200 200 200
Diameter trilnaaldlichaam mm 38 38 38
Buitendiameter
beschermslang
mm 31 31 31
Lengte trilnaaldlichaam mm 285 285 285
Lengte beschermslang m 5 5 10
Lengte aansluitsnoer *** m 15 15 15
Gewicht kg 10,4 10,4 14,8
Stekker CEE-3P 32A 42V
4H
CEE-3P 32A 42V
4H
CEE-3P 32A 42V
4H
Motortype Asynchrone motor Asynchrone motor Asynchrone motor
Oliespecificatie 4 UH1- 46N 4 UH1- 46N 4 UH1- 46N
Hoeveelheid olie l 0,006 0,006 0,006
Beschermingscategorie lll lll lll
Beschermingsklasse IP 67 IP 67 IP 67
Opslagtemperatuurbereik °C -20 – +60 -20 – +60 -20 – +60
Bedrijfstemperatuurbereik °C -10 – +40 -10 – +40 -10 – +40
Geluidsdrukniveau L
pA
* dB(A) 79 79 79
Norm DIN EN ISO 11201
12 Technische gegevens
100_0101_td_0018.fm 33
Totale waarde van de
trillingen a
hv
*
m/s
2
0,7 0,7 0,7
Norm DIN EN ISO 20643
Afwijking van de meting
van de totale waarde van
de trillingen a
hv
*
m/s
2
0,5 0,5 0,5
* Deze meetwaarden zijn verkregen bij gebruik van het apparaat vrijhangend in de lucht op 1 meter
afstand.
** Het nominale vermogen geeft het opgenomen nuttige vermogen bij nominaal bedrijf aan.
*** Kabellengte: incl. stekker tot aan omvormer.
Benaming Unit IE 38/42/5 IE 38/42/5 r IE 38/42/10
12 Technische gegevens
34
100_0101_td_0018.fm
12.2 IE 45
Benaming Unit IE 45/42/5 IE 45/42/5 r IE 45/42/10
Artikel-nr. 5100010556 5100010557 5100010555
Nominale stroom A 8,0 8,0 8,0
Nominale spanning V 42 42 42
Nominale frequentie Hz 200 200 200
Nominaal vermogen ** kW 0,47 0,47 0,47
Fasen ~333
Trillingsuitslag in de lucht mm 2,3 2,3 2,3
Trillingen 1/min 12000 12000 12000
Hz 200 200 200
Diameter trilnaaldlichaam mm 45 45 45
Buitendiameter
beschermslang
mm 31 31 31
Lengte trilnaaldlichaam mm 320 320 320
Lengte beschermslang m 5 5 10
Lengte aansluitsnoer *** m 15 15 15
Gewicht kg 12,3 12,3 16,7
Stekker CEE-3P 32A 42V
4H
CEE-3P 32A 42V
4H
CEE-3P 32A 42V
4H
Motortype Asynchrone motor Asynchrone motor Asynchrone motor
Oliespecificatie 4 UH1- 46N 4 UH1- 46N 4 UH1- 46N
Hoeveelheid olie l 0,006 0,006 0,006
Beschermingscategorie lll lll lll
Beschermingsklasse IP 67 IP 67 IP 67
Opslagtemperatuurbereik °C -20 – +60 -20 – +60 -20 – +60
Bedrijfstemperatuurbereik °C -10 – +40 -10 – +40 -10 – +40
Geluidsdrukniveau L
pA
* dB(A) 79 79 79
Norm DIN EN ISO 11201
Totale waarde van de
trillingen a
hv
*
m/s
2
1,7 1,7 0,7
12 Technische gegevens
100_0101_td_0018.fm 35
Norm DIN EN ISO 20643
Afwijking van de meting
van de totale waarde van
de trillingen a
hv
*
m/s
2
0,5 0,5 0,5
* Deze meetwaarden zijn verkregen bij gebruik van het apparaat vrijhangend in de lucht op 1 meter
afstand.
** Het nominale vermogen geeft het opgenomen nuttige vermogen bij nominaal bedrijf aan.
*** Kabellengte: incl. stekker tot aan omvormer.
Benaming Unit IE 45/42/5 IE 45/42/5 r IE 45/42/10
12 Technische gegevens
36
100_0101_td_0018.fm
12.3 IE 58
Benaming Unit IE 58/42/5 IE 58/42/5 r IE 58/42/10
Artikel-nr. 5100010559 5100010560 5100010558
Nominale stroom A 12,0 12,0 12,0
Nominale spanning V 42 42 42
Nominale frequentie Hz 200 200 200
Nominaal vermogen ** kW 0,70 0,70 0,70
Fasen ~333
Trillingsuitslag in de lucht mm 2,9 2,9 2,9
Trillingen 1/min 12000 12000 12000
Hz 200 200 200
Diameter trilnaaldlichaam mm 58 58 58
Buitendiameter
beschermslang
mm 40 40 40
Lengte trilnaaldlichaam mm 327 327 327
Lengte beschermslang m 5 5 10
Lengte aansluitsnoer *** m 15 15 15
Gewicht kg 14,3 14,3 20,6
Stekker CEE-3P 32A 42V
4H
CEE-3P 32A 42V
4H
CEE-3P 32A 42V
4H
Motortype Asynchrone motor Asynchrone motor Asynchrone motor
Oliespecificatie 4 UH1- 46N 4 UH1- 46N 4 UH1- 46N
Hoeveelheid olie l 0,008 0,008 0,008
Beschermingscategorie lll lll lll
Beschermingsklasse IP 67 IP 67 IP 67
Opslagtemperatuurbereik °C -20 – +60 -20 – +60 -20 – +60
Bedrijfstemperatuurbereik °C -10 – +40 -10 – +40 -10 – +40
Geluidsdrukniveau L
pA
* dB(A) 79 79 79
Norm DIN EN ISO 11201
Totale waarde van de
trillingen a
hv
*
m/s
2
2,7 2,7 2,7
12 Technische gegevens
100_0101_td_0018.fm 37
Norm DIN EN ISO 20643
Afwijking van de meting
van de totale waarde van
de trillingen a
hv
*
m/s
2
0,5 0,5 0,5
* Deze meetwaarden zijn verkregen bij gebruik van het apparaat vrijhangend in de lucht op 1 meter
afstand.
** Het nominale vermogen geeft het opgenomen nuttige vermogen bij nominaal bedrijf aan.
*** Kabellengte: incl. stekker tot aan omvormer.
Benaming Unit IE 58/42/5 IE 58/42/5 r IE 58/42/10
12 Technische gegevens
38
100_0101_td_0018.fm
12.4 Verlengkabel
Gebruik uitsluitend betrouwbare verlengkabels, zie hoofdstuk Veiligheid.
De vereiste litzendraaddoorsnede voor verlengkabels vindt u in de volgende
tabel:
Aanwijzing:De typeaanduiding en de spanning van uw apparaat vindt u op het
typeplaatje of via het artikelnummer in het hoofdstuk Technische
gegevens.
WAARSCHUWING
Elektrische spanning.
Letsel door elektrische schokken.
Aansluitsnoer en verlengkabel controleren op beschadigingen.
Uitsluitend verlengkabels gebruiken waarvan de aardleider is aangesloten
op de stekker en de koppeling (alleen voor apparaten uit
beschermingscategorie I, zie hoofdstuk Technische gegevens).
12 Technische gegevens
100_0101_td_0018.fm 39
Voorbeeld
U heeft een IE 38 en u wilt een verlengkabel van 30 m lengte gebruiken.
Het apparaat heeft 42 V
3~ ingangsspanning.
Volgens de tabel moet uw verlengkabel een doorsnede van de litzendraad van
2,5 mm
2
hebben.
Apparaat Spanning
[V]
Verlenging
[m]
Doorsnede
litzendraad
[mm
2
]
IE 38 42 3~ <
25 1,5
<
41 2,5
<
64 4,0
IE 45 42 3~ <
18 1,5
<
29 2,5
<
45 4,0
IE 58 42 3~ <
10 1,5
<
17 2,5
<
27 4,0
<
39 6,0
13 Technische gegevens
40
100_0101_td_0019.fm
13 Technische gegevens
13.1 IEC 38
Benaming Unit IEC 38/230/5 IEC 38/230/5
r
IEC 38/230/5
CH
IEC 38/230/
10
Artikel-nr. 5100010533 5100010535 5100010534 5100010532
Nominale stroom A 3,0 3,0 3,0 3,0
Nominale spanning V 220 - 240 220 - 240 220 - 240 220 - 240
Nominale frequentie Hz 50 – 60 50 – 60 50 – 60 50 – 60
Nominaal vermogen ** kW 0,42 0,42 0,42 0,42
Fasen ~ 1111
Trillingsuitslag in de lucht mm 2,0 2,0 2,0 2,0
Trillingen 1/min 12000 12000 12000 12000
Hz 200 200 200 200
Diameter trilnaaldlichaam mm 38 38 38 38
Buitendiameter
beschermslang
mm 31 31 31 31
Lengte trilnaaldlichaam mm 285 285 285 285
Lengte beschermslang m 5 5 5 10
Lengte aansluitsnoer *** m 15 15 15 15
Gewicht kg 11,3 11,3 11,3 15,7
Stekker CEE 7/7 (Typ
EF)
CEE 7/7 (Typ
EF)
CEE 7/7
(Typ EF)
CEE 7/7
(Typ EF)
Motortype Asynchrone
motor
Asynchrone
motor
Asynchrone
motor
Asynchrone
motor
Oliespecificatie 4 UH1- 46N 4 UH1- 46N 4 UH1- 46N 4 UH1- 46N
Hoeveelheid olie l 0,006 0,006 0,006 0,006
Beschermingscategorie llll
Beschermingsklasse IP 67 IP 67 IP 67 IP 67
Opslagtemperatuurbereik °C -20 – +60 -20 – +60 -20 – +60 -20 – +60
Bedrijfstemperatuurbereik °C -10 – +40 -10 – +40 -10 – +40 -10 – +40
Geluidsdrukniveau L
pA
* dB(A) 79 79 79 79
13 Technische gegevens
100_0101_td_0019.fm 41
Norm DIN EN ISO 11201
Totale waarde van de
trillingen a
hv
*
m/s
2
0,70,70,70,7
Norm DIN EN ISO 20643
Afwijking van de meting
van de totale waarde van
de trillingen a
hv
*
m/s
2
0,50,50,50,5
* Deze meetwaarden zijn verkregen bij gebruik van het apparaat vrijhangend in de lucht op 1 meter
afstand.
** Het nominale vermogen geeft het opgenomen nuttige vermogen bij nominaal bedrijf aan.
*** Kabellengte: incl. stekker tot aan omvormer.
Benaming Unit IEC 38/230/5 IEC 38/230/5
r
IEC 38/230/5
CH
IEC 38/230/
10
13 Technische gegevens
42
100_0101_td_0019.fm
13.2 IEC 45
Benaming Unit IEC 45/230/5 IEC 45/230/5
r
IEC 45/230/5
CH
IEC 45/230/
10
Artikel-nr. 5100010541 5100010543 5100010542 5100010540
Nominale stroom A 4,0 4,0 4,0 4,0
Nominale spanning V 220 - 240 220 - 240 220 - 240 220 - 240
Nominale frequentie Hz 50 – 60 50 – 60 50 – 60 50 – 60
Nominaal vermogen ** kW 0,56 0,56 0,56 0,56
Fasen ~ 1111
Trillingsuitslag in de lucht mm 2,3 2,3 2,3 2,3
Trillingen 1/min 12000 12000 12000 12000
Hz 200 200 200 200
Diameter trilnaaldlichaam mm 45 45 45 45
Buitendiameter
beschermslang
mm 31 31 31 31
Lengte trilnaaldlichaam mm 320 320 320 320
Lengte beschermslang m 5 5 5 10
Lengte aansluitsnoer *** m 15 15 15 15
Gewicht kg 13,2 13,2 13,2 17,6
Stekker CEE 7/7 (Typ
EF)
CEE 7/7 (Typ
EF)
CEE 7/7
(Typ EF)
CEE 7/7
(Typ EF)
Motortype Asynchrone
motor
Asynchrone
motor
Asynchrone
motor
Asynchrone
motor
Oliespecificatie 4 UH1- 46N 4 UH1- 46N 4 UH1- 46N 4 UH1- 46N
Hoeveelheid olie l 0,006 0,006 0,006 0,006
Beschermingscategorie llll
Beschermingsklasse IP 67 IP 67 IP 67 IP 67
Opslagtemperatuurbereik °C -20 – +60 -20 – +60 -20 – +60 -20 – +60
Bedrijfstemperatuurbereik °C -10 – +40 -10 – +40 -10 – +40 -10 – +40
Geluidsdrukniveau L
pA
* dB(A) 79 79 79 79
Norm DIN EN ISO 11201
13 Technische gegevens
100_0101_td_0019.fm 43
Totale waarde van de
trillingen a
hv
*
m/s
2
1,71,71,71,7
Norm DIN EN ISO 20643
Afwijking van de meting
van de totale waarde van
de trillingen a
hv
*
m/s
2
0,50,50,50,5
* Deze meetwaarden zijn verkregen bij gebruik van het apparaat vrijhangend in de lucht op 1 meter
afstand.
** Het nominale vermogen geeft het opgenomen nuttige vermogen bij nominaal bedrijf aan.
*** Kabellengte: incl. stekker tot aan omvormer.
Benaming Unit IEC 45/230/5 IEC 45/230/5
r
IEC 45/230/5
CH
IEC 45/230/
10
13 Technische gegevens
44
100_0101_td_0019.fm
13.3 IEC 58
Benaming Unit IEC 58/230/5 IEC 58/230/5
r
IEC 58/230/5
CH
IEC 58/230/
10
Artikel-nr. 5100010549 5100010551 5100010550 5100010548
Nominale stroom A 5,0 5,0 5,0 5,0
Nominale spanning V 220 - 240 220 - 240 220 - 240 220 - 240
Nominale frequentie Hz 50 – 60 50 – 60 50 – 60 50 – 60
Nominaal vermogen ** kW 0,70 0,70 0,70 0,70
Fasen ~ 1111
Trillingsuitslag in de lucht mm 2,9 2,9 2,9 2,9
Trillingen 1/min 12000 12000 12000 12000
Hz 200 200 200 200
Diameter trilnaaldlichaam mm 58 58 58 58
Buitendiameter
beschermslang
mm 40 40 40 40
Lengte trilnaaldlichaam mm 327 327 327 327
Lengte beschermslang m 5 5 5 10
Lengte aansluitsnoer *** m 15 15 15 15
Gewicht kg 15,2 15,2 15,2 21,5
Stekker CEE 7/7
(Typ EF)
CEE 7/7
(Typ EF)
CEE 7/7
(Typ EF)
CEE 7/7
(Typ EF)
Motortype Asynchrone
motor
Asynchrone
motor
Asynchrone
motor
Asynchrone
motor
Oliespecificatie 4 UH1- 46N 4 UH1- 46N 4 UH1- 46N 4 UH1- 46N
Hoeveelheid olie l 0,008 0,008 0,008 0,008
Beschermingscategorie l l l l
Beschermingsklasse IP 67 IP 67 IP 67 IP 67
Opslagtemperatuurbereik °C -20 – +60 -20 – +60 -20 – +60 -20 – +60
Bedrijfstemperatuurbereik °C -10 – +40 -10 – +40 -10 – +40 -10 – +40
Geluidsdrukniveau L
pA
* dB(A) 79 79 79 79
Norm DIN EN ISO 11201
13 Technische gegevens
100_0101_td_0019.fm 45
Totale waarde van de
trillingen a
hv
*
m/s
2
2,72,72,72,7
Norm DIN EN ISO 20643
Afwijking van de meting
van de totale waarde van
de trillingen a
hv
*
m/s
2
0,50,50,50,5
* Deze meetwaarden zijn verkregen bij gebruik van het apparaat vrijhangend in de lucht op 1 meter
afstand.
** Het nominale vermogen geeft het opgenomen nuttige vermogen bij nominaal bedrijf aan.
*** Kabellengte: incl. stekker tot aan omvormer.
Benaming Unit IEC 58/230/5 IEC 58/230/5
r
IEC 58/230/5
CH
IEC 58/230/
10
13 Technische gegevens
46
100_0101_td_0019.fm
13.4 Verlengkabel
Gebruik uitsluitend betrouwbare verlengkabels, zie hoofdstuk Veiligheid.
De vereiste litzendraaddoorsnede voor verlengkabels vindt u in de volgende
tabel:
Aanwijzing:De typeaanduiding en de spanning van uw apparaat vindt u op het
typeplaatje of via het artikelnummer in het hoofdstuk Technische
gegevens.
Voorbeeld
U heeft een IEC 58 en u wilt een verlengkabel van 75 m lengte gebruiken.
Het apparaat heeft 230 V
1~ ingangsspanning.
Volgens de tabel moet uw verlengkabel een doorsnede van de litzendraad van
2,5 mm
2
hebben.
WAARSCHUWING
Elektrische spanning.
Letsel door elektrische schokken.
Aansluitsnoer en verlengkabel controleren op beschadigingen.
Uitsluitend verlengkabels gebruiken waarvan de aardleider is aangesloten
op de stekker en de koppeling (alleen voor apparaten uit
beschermingscategorie I, zie hoofdstuk Technische gegevens).
Apparaat Spanning
[V]
Verlenging
[m]
Doorsnede
litzendraad
[mm
2
]
IEC 38 230 1~ <
115 1,5
<
150 2,5
IEC 45 230 1~ <
87 1,5
<
144 2,5
IEC 58 230 1~ <
69 1,5
<
115 2,5
14 Verklarende woordenlijst
100_0000_0005.fm 47
14 Verklarende woordenlijst
Beschermingscategorie
De beschermingscategorie volgens DIN EN 61140 onderscheidt elektrische ap-
paraten in relatie tot veiligheidsmaatregelen ter voorkoming van elektrische
schokken. Er zijn vier beschermingscategorieën:
Beschermingscategorie Betekenis
0 Geen bijzondere beveiliging naast de basisisolatie.
Geen aardleider.
Stekker zonder randaarde.
I Aansluiting van alle geleidende delen van de behuizing
op de aardleider.
Stekker met randaarde.
II Verbeterde of dubbele isolatie (veiligheidsisolatie).
Geen aansluiting op de aardleider.
Stekker zonder randaarde.
III Apparaten worden met veiligheidslaagspanning
(< 50 V) gebruikt.
Aansluiting aan de aardleider is niet nodig.
Stekker zonder randaarde.
14 Verklarende woordenlijst
48
100_0000_0005.fm
Beschermingsklasse IP
De beschermingsklasse volgens DIN EN 60529 geeft de geschiktheid van elek-
trische apparaten voor bepaalde omgevingsomstandigheden en de beveiliging
tegen elektrische gevaren aan.
De beschermingsklasse wordt door een IP-code volgens DIN EN 60529 gespe-
cificeerd.
Code Betekenis 1. cijfer:
Bescherming tegen aanraking van gevaarlijke delen.
Bescherming tegen indringende vreemde voorwerpen.
0 Geen bescherming tegen aanraking.
Geen bescherming tegen vreemde voorwerpen.
1 Beschermd tegen aanraking met de bovenkant van de hand.
Beschermd tegen grote vreemde voorwerpen met een diameter van
> 50 mm.
2 Beveiligd tegen aanraking met een vinger.
Beveiligd tegen middelgrote vreemde voorwerpen (diameter > 12,5 mm).
3 Beveiligd tegen aanraking met een gereedschap (diameter > 2,5 mm).
Beschermd tegen kleine vreemde voorwerpen (diameter > 2,5 mm).
4 Beveiligd tegen aanraking met een draad (diameter > 1 mm).
Beveiligd tegen korrelvormige vreemde voorwerpen (diameter > 1 mm).
5 Beschermd tegen aanraking.
Beschermd tegen afzetting van stof aan de binnenkant.
6 Volledig beschermd tegen aanraking.
Beschermd tegen binnenkomend stof.
Code Betekenis 2. cijfer:
Bescherming tegen binnendringend water
0 Geen bescherming tegen binnenkomend water.
1 Beschermd tegen loodrecht vallend drupwater.
2 Beschermd tegen schuin vallend drupwater (15° afwijking).
3 Beschermd tegen spatwater (60° afwijking).
4 Beveiligd tegen spatwater uit alle richtingen.
5 Beschermd tegen een waterstraal (sproeier) uit willekeurige hoek.
6 Beschermd tegen een sterke waterstraal (overstroming).
7 Beschermd tegen tijdelijk onderdompelen in water.
8 Beschermd tegen langdurig onderdompelen in water.
Vertaling van de originele conformiteitverklaring
EU - conformiteitverklaring
Fabrikant
Wacker Neuson Produktion GmbH & Co. KG, Preußenstraße 41, 80809 München
Product
Richtlijnen en normen
Hiermee verklaren we dat dit product aan de betreffende bepalingen en vereisten van de
volgende richtlijnen en normen voldoet:
2006/42/EU, 2006/95EU, 2004/108EU, EN 61000, EN 55014, 2011/65/EU
Gemachtigde voor alle technische documenten
Axel Häret,
Wacker Neuson Produktion GmbH & Co. KG, Preußenstraße 41, 80809 München
Product
IE 38 IE 45 IE 58
Producttype Trilnaald
Productfunctie Verdichten van beton
Artikelnummer 5100010553,
5100010554,
5100010552
5100010556,
5100010557,
5100010555
5100010559,
5100010560,
5100010558
Helmut Bauer
Zetbaas
München, 08.12.2014
Vertaling van de originele conformiteitverklaring
EU - conformiteitverklaring
Fabrikant
Wacker Neuson Produktion GmbH & Co. KG, Preußenstraße 41, 80809 München
Product
Richtlijnen en normen
Hiermee verklaren we dat dit product aan de betreffende bepalingen en vereisten van de
volgende richtlijnen en normen voldoet:
2006/42/EU, 2006/95EU, 2004/108EU, EN 61000, EN 55014, 2011/65/EU
Gemachtigde voor alle technische documenten
Axel Häret,
Wacker Neuson Produktion GmbH & Co. KG, Preußenstraße 41, 80809 München
Product
IEC 38 IEC 45 IEC 58
Producttype Trilnaald
Productfunctie Verdichten van beton
Artikelnummer 5100010533,
5100010535,
5100010534,
5100010532
5100010541,
5100010543,
5100010542,
5100010540
5100010549,
5100010551,
5100010550,
5100010548
Helmut Bauer
Zetbaas
München, 08.12.2014
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54

Wacker Neuson IEC45/230/10 Handleiding

Type
Handleiding