Smeg T-160C de handleiding

Categorie
Koelkast-diepvriezers
Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

IT Indice
Avvertenze per lo smaltimento e la sicurezza 4, 5
Norme 5
Osservare la temperatura ambiente 5
Installazione dell'apparecchio 6
Conoscere l'apparecchio 7-9
Inserimento e selezione della temperatura 10
Disinserire, mettere fuori servizio l’apparecchio 11
Sistemazione degli alimenti 11, 12
Congelare e conservare 12-14
Pulizia 14
Consigli per il risparmio energetico 15
Avvertenze sui rumori di funzionamento 15
Eliminare da soli piccoli guasti 16, 17
Servizio assistenza clienti 17
GB Index
Disposal and safety information 18, 19
Regulations 19
Observe ambient temperature 19
Installation 20
Getting to know your appliance 21-23
Switching ON and setting temperatures 24
Switching OFF and longer periods of disuse 25
Food arrangement 25, 26
Freezing and storing 26-28
Cleaning 28
Power saving tips 29
Information about operating noises 29
Minor problems and how to rectify them yourself 30, 31
Customer Service 31
SV Innehållsförteckning
Råd beträffande skrotning av gamla
kyl-/frysskåp och säkerhetsanvisningar 32, 33
Bestämmelser 33
Omgivningstemperatur 33
Installation 34
Lär känna ditt nya kyl-/frysskåp 35–37
Slå på strömmen och ställa in temperaturen 38
Stänga av strömmen, ta skåpet ur drift 38
Lägga in matvaror 39
Infrysning och förvaring 40, 41
Rengöring och skötsel 42
Energispartips 42
Råd beträffande driftsljud 43
Enklare fel man själv kan avhjälpa 43, 44
Service 45
DE Inhaltsverzeichnis
Hinweise zur Entsorgung und Sicherheit 46, 47
Bestimmungen 47
Umgebungstemperatur beachten 47
Gerät aufstellen 48
Gerät kennenlernen 49–51
Einschalten und Temperaturwahl 52
Ausschalten, Gerät stillegen 53
Lebensmittel einordnen 53, 54
Gefrieren und Lagern 54-56
Reinigen 56
Energiespartips 57
Hinweise zu Betriebsgeräuschen 57
Kleine Störungen selbst beheben 58, 59
Kundendienst 59
FR Sommaire
Mise au rebut, conseils de sécurité et consignes 60, 61
Conditions 61
Consignes relatives à la température ambiante 61
Installation de l'appareil 62
Faire la connaissance de l’appareil 63-65
Mise en service et sélection de la température 66
Coupure et mise hors service de l’appareil 67
Rangement des aliments 67, 68
Congélation et stockage 68-70
Nettoyage 71
Economies d'énergie 71
Remarques sur les bruits de fonctionnement 72
Réparer soi-même les petites pannes 72, 73
Service après-vente 74
NL Inhoud
Afvoeren van de verpakking en van
uw oude apparaat, veiligheidsvoorschriften
75, 76
Bepalingen 76
Let op de omgevingstemperatuur 76
Plaatsing van het apparaat 77
Kennismaking met het apparaat 78-80
Inschakelen en temperatuurkeuze 81
Uitschakelen en buiten werking stellen
van het apparaat 82
Levensmiddelen inruimen 82, 83
Invriezen en opslaan 83-85
Schoonmaken 85
Tips om energie te besparen 86
Aanwijzingen bij bedrijfsgeluiden 86
Kleine storingen zelf verhelpen 87, 88
Servicedienst 88
ES Indice
Consejos para la eliminación y el desguace
del embalaje de los aparatos usados
Advertencias de seguridad 89, 90
Normativas 90
Prestar atención a la temperatura del entorno 90
Emplazamiento de la unidad 91
Familiarizándose con la unidad 92-94
Conexión del aparato a y selección
de la temperatura 95
Desconexión y paro del aparato 96
Colocación de alimentos 96, 97
Congelar y guardar los alimentos 97-99
Limpieza de la unidad 100
Consejos prácticos para ahorrar energía eléctrica 100
Advertencias sobre los ruidos
de funcionamiento del aparato 101
Pequeñas averías de fácil solución 101, 102
Servicio de Asistencia Técnica 103
PT Índice
Indicações sobre reciclagem e segurança 104, 105
Determinações 105
Ter em atenção a temperatura ambiente 105
Instalação do aparelho 106
Familiarização com o aparelho 107-109
Ligação e selecção de temperatura 110
Desligar e desactivar o aparelho 111
Arrumação dos alimentos 111, 112
Congelação e conservação 112-114
Limpeza 115
Conselhos para poupar energia 115
Indicações sobre ruídos de funcionamento 116
Eliminação de pequenas anomalias 116, 117
Assistência Técnica 118
75
NL
Afvoeren van de verpakking en van uw oude apparaat,
veiligheidsvoorschriften
Afvoeren van de verpakking
en van uw oude apparaat
Oude apparaten zijn niet per definitie
waardeloos! Door een milieuvriendelijke
afvoer van uw oude apparaat kunnen
waardevolle grondstoffen opnieuw gebruikt
worden.
Bij afgedankte apparaten de stekker uit
het stopcontact trekken, aansluitkabel door-
knippen en samen met de stekker ver-
wijderen.
Het slot verwijderen. Hiermee voorkomt
u dat kinderen zichzelf tijdens het spelen in
het apparaat opsluiten en in levensgevaar
geraken.
Koel- en diepvriesapparaten bevatten
koelmiddelen en isolatiegassen die
zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Let
erop dat de leidingen tot het moment van
transport niet beschadigd worden.
Uw nieuwe apparaat werd tijdens het
transport naar u door de verpakking
beschermd. Voor de verpakking wordt
gebruik gemaakt van materialen die het
milieu kan verdragen en die geschikt zijn
voor hergebruik. Help daarom mee en zorg
ervoor dat de verpakking milieuvriendelijk
wordt afgevoerd.
Laat kinderen niet met de verpakking en de
onderdelen daarvan spelen. Kans op stikken
door vouwdozen en folie.
U kunt bij de reinigingsdienst in uw
gemeente informeren hoe u uw oude
apparaat en het verpakkingsmateriaal van
het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren
voor een milieuvriendelijke verwerking.
Dit apparaat is gekenmerkt in
overeenstemming met de Europese
richtlijn 2002/96/EG betreffende
afgedankte elektrische en
elektronische apparatuur (waste electrical
and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de
EU geldige terugneming en verwerking van
oude apparaten.
Onze bijdrage aan het beschermen van
het milieu: wij maken gebruik van
kringlooppapier.
Veiligheidsvoorschriften
Lees voordat u het nieuwe apparaat in
gebruik neemt de gebruiksaanwijzing en het
installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt
daarin belangrijke informatie over installatie,
gebruik en onderhoud van het apparaat.
Bewaar de gebruiksaanwijzing en het
installatievoorschrift voor een eventuele
latere bezitter van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijk-
heid als de volgende aanwijzingen niet in
acht worden genomen:
Een (bijv. tijdens het transport)
beschadigd apparaat niet in gebruik
nemen. In twijfelgevallen eerst contact
opnemen met uw leverancier.
Het apparaat uitsluitend volgens het
bijgesloten installatievoorschrift plaatsen
en aansluiten. De elektrische aansluit-
voorwaarden moeten overeenkomen met
de gegevens op het typeplaatje.
Bij het schoonmaken nooit een stoom-
apparaat gebruiken. De stoom kan in de
onder spanning staande onderdelen van
het apparaat terechtkomen en kortsluiting
of een electrische schok veroorzaken.
De elektrische veiligheid van het apparaat
wordt alleen dan gegarandeerd als het
aardingssysteem van de huisinstallatie
volgens de geldende elektrotechnische
voorschriften is geïnstalleerd.
In geval van een storing, bij onderhouds-
werkzaamheden en vóór het schoonmaken
de stekker uit het stopcontact trekken
resp. de zekering in de meterkast
uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de
stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.
Reparaties aan elektrische apparaten
mogen alleen door vakkundige monteurs
worden uitgevoerd. Door ondeskundige
reparatie kan er gevaar voor de gebruiker
ontstaan.
Dranken met een hoog alcoholpercentage
altijd goed gesloten en rechtop bewaren.
Geen producten met brandbare drijf-
gassen (zoals spuitbussen met slagroom
en andere spuitbussen) en explosieve
stoffen in het apparaat opslaan – gevaar
77
NL
76
NL
Plaatsing van het apparaat
De juiste plaats
Elke droge, goed te ventileren ruimte is
geschikt. Het apparaat liefst niet in de zon of
naast een fornuis, verwarmingsradiator of
andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing
naast een warmtebron niet te vermijden,
maak dan gebruik van een isolerende plaat
of neem de volgende minimumafstanden in
acht:
naast een elektrisch fornuis 3 cm
naast een CV-installatie 30 cm
Bij plaatsing naast een ander koel- of
vriesapparaat moet aan de zijkant ten minste
2 cm ruimte worden opengelaten om het
ontstaan van condensatiewater te vermijden.
Het apparaat moet waterpas en stevig op de
vloer staan. Eventuele oneffenheden in de
vloer d.m.v. de schroefvoetjes aan de
voorkant opheffen (afb. C).
Twee rollen aan de achterkant maken het
gemakkelijker om het apparaat in een nis te
schuiven.
Elektrische aansluiting
Het apparaat uitsluitend via een volgens de
voorschriften aangebracht, randgeaard
stopcontact, met een zekering van
10 ampère of meer, op 220–240 V/50 Hz
wisselstroom aansluiten.
Bij apparaten voor niet Europese landen op
het typeplaatje controleren of de aansluit-
spanning en de stroomsoort overeenkomen
met de waarden van uw elektriciteitsnet.
Het typeplaatje bevindt zich links onderaan
in het apparaat (afb.
B
).
Een eventueel noodzakelijke vervanging van
de stroomkabel mag alleen worden
uitgevoerd door de klantenservice van de
fabrikant.
Waarschuwing! Het apparaat mag nooit
worden aangesloten op elektronische
„energiebesparende stekkers” (bijv. Sava
Plug) of omvormers die gelijkstroom om-
zetten in 230 V wisselstroom (bijv. instal-
laties voor zonneënergie of netwerken
voor schepen).
Ventilatie
Afb.
3
De aan de achterwand van het apparaat
vrijkomende warme lucht moet ongehinderd
afgevoerd kunnen worden. Anders moet de
koelmachine meer presteren waardoor het
energieverbruik toeneemt. De be- en
ontluchtingsopeningen mogen dan ook
nooit worden afgedekt.
Na het transport ...
Het apparaat ca. 1/2 uur rechtop laten staan
voordat het voor het eerst wordt
ingeschakeld.
voor explosie!
Flessen en blikjes met vloeistoffen –
vooral koolzuurhoudende dranken – niet
in de diepvriesruimte opslaan. De flessen
en blikjes springen!
De be- en ontluchtingsopeningen mogen
nooit afgedekt worden.
Plint, uittrekbare manden of laden, deuren
etc. niet als opstapje gebruiken of om op
te leunen.
Kinderen niet met het apparaat laten
spelen.
Als u een apparaat met een slot hebt,
bewaar de sleutel dan buiten het bereik
van kinderen.
IJslollies en ijsblokjes niet direct uit de
diepvriesruimte in de mond nemen
(gevaar voor verbranding door de zeer
lage temperatuur).
Diepvrieswaren nooit met natte handen
aanraken. Uw handen kunnen eraan
vastvriezen.
Attentie! De ventilatieopeningen in de
ommanteling van het apparaat resp, aan
het inbouwapparaat altijd vrijhouden.
Attentie! De leidingen van het koelcircuit
niet beschadigen.
Attentie! Geen elektrische apparaten in
de levensmiddelenvakken van het
apparaat gebruiken, tenzij een door de
fabrikant aanbevolen type.
Het koelcircuit van dit apparaat
bevat isobutaan (R 600a), een
natuurlijk gas dat in hoge mate
milieuvriendelijk is maar wel
brandbaar. Let erop bij het vervoeren en
verplaatsen van het apparaat dat er geen
onderdelen van het koelcircuit
beschadigd worden. Bij eventuele
beschadigingen open vuur of andere
ontstekingsbronnen vermijden. De ruimte
waarin het apparaat is opgesteld, een
paar minuten luchten.
Waarschuwing: om het ontdooiproces te
versnellen geen andere mechanische
toestellen of kunstmatige hulpmiddelen
gebruiken dan door de fabrikant
aanbevolen.
Bepalingen
Het apparaat is geschikt voor het koelen en
invriezen van levensmiddelen en om
ijsblokjes te maken.
Het is voor huishoudelijk gebruik bestemd.
Bij gebruik voor bedrijfsdoeleinden moeten
de daarvoor geldende bepalingen in acht
worden genomen.
Het apparaat voldoet aan de voorschriften
voor koel- en vriesinstallaties ter voorkoming
van ongevallen (VBG 20).
Dit apparaat voldoet aan de veiligheids-
bepalingen voor elektrische apparaten.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Let op de
omgevingstemperatuur
Afhankelijk van de „klimaatklasse” (zie het
typeplaatje) kan het apparaat bij de
volgende omgevingstemperaturen gebruikt
worden: (het typeplaatje bevindt zich links
onderaan in het apparaat. Afb.
B
)
Klimaat- Omgevingstemperatuur
klasse van ... tot
SN +10 °C tot 32 °C
N +16 °C tot 32 °C
ST +18 °C tot 38 °C
T +18 °C tot 43 °C
Als de omgevingstemperatuur lager is, dan
wordt het in de koelruimte te koud; als de
omgevingstemperatuur hoger is, dan wordt
het in de diepvriesruimte te warm.
Als de temperatuur in de ruimte waar het
apparaat staat opgesteld, lager is dan de
ingestelde temperatuur in de koelruimte, dan
wordt het in de koelruimte net zo koud als
de omgevingstemperatuur.
Bij omgevingstemperaturen onder de +10 °C
kan dit tot storingen bij het volautomatische
ontdooien van de koelruimte leiden.
Afvoeren van de verpakking en van uw oude apparaat,
veiligheidsvoorschriften
79
NL
78
NL
Kennismaking met het apparaat
Door het volautomatische No-Frost-
systeem zet zich in de diepvriesruimte
geen ijs af. Ontdooien is overbodig.
Functie:
De diepvrieswaren worden door gekoelde
lucht ingevroren!
Een verdamper die zich in het No-Frost-
systeem bevindt, koelt de lucht in het
apparaat af. De koude lucht wordt d.m.v.
een ventilator rondgeblazen. Een tweede
ventilator zorgt voor de luchtcirculatie in de
koelruimte. De vochtigheid in de lucht zet
zich af op de verdamper. Indien nodig wordt
de verdamper volautomatisch ontdooid.
Het dooiwater wordt naar de koelmachine
geleid waar het verdampt. In de diepvries-
ruimte en op de levensmiddelen zet zich
geen ijs af.
Functie van de schakel-
en controle-elementen
Afb.
2
1 -toets
Hoofdschakelaar, om het hele apparaat in
en uit te schakelen.
2 “alarm” -toets
Dient voor het uitschakelen van het
waarschuwingssignaal.
Het waarschuwingssignaal wordt
geactiveerd wanneer het te warm is in de
vriesruimte en de diepvriesproducten
gevaar lopen (tegelijkertijd knippert
indicatie 9).
Ook als de diepvriesproducten geen
gevaar lopen, kan het
waarschuwingssignaal klinken
- bij ingebruikneming van het apparaat
- bij het toevoegen van verse
levensmiddelen zonder inschakeling van
de supervriesstand
- en als de vriesruimtedeur te lang open
staat.
Na uitschakeling van het
waarschuwingssignaal wordt de
"akoestische waarschuwing" automatisch
weer operationeel zodra de vriesruimte
weer op bedrijfstemperatuur is.
3 "Super"-toets
Om het supervriessysteem in en uit te
schakelen.
De indicaties 8 "Super" en 9 "SU" geven
aan dat het supervriessysteem is
ingeschakeld. Het supervriessysteem
dient voor het invriezen van grote
hoeveelheden verse levensmiddelen en
moet tot 24 uur vóór het inladen van de
verse levensmiddelen worden
ingeschakeld.
De vriesmachine werkt na inschakeling
continu, de vriesruimte bereikt een zeer
lage temperatuur.
Kennismaking met het apparaat
A.u.b. vóór het lezen de laatste bladzijden
met afbeeldingen openvouwen.
Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan
één type van toepassing. Afwijkingen in
de afbeeldingen zijn hierdoor niet uit-
gesloten.
Overzicht
Afb.
1
1-9 Bedieningspaneel
10 Luchtafvoeropeningen
11 Verlichting
12 Lade voor yoghurtbekers
13 Legplateau
14 Multiflow system
(koudeluchtverdeler)
15 Groentelade
16 "Chiller"-vak
17 Legplateau voor blikjes, tubes
18 Eierrekje
19 Legplateau
20 Flessenhouder
21 Flessenvak
22 Vriesplateau
23 Diepvriesvak
A Koelruimte
B Vriesruimte
Bedieningspaneel
(kort overzicht)
Afb.
2
1 -toets
hoofdschakelaar aan/uit
2 “alarm” toets ("alarm-uit"-toets)
a) voor het uitschakelen van het
waarschuwingssignaal
b) voor het weergeven van de hoogste
temperatuur die in het vriesvak heeft
geheerst (alleen wanneer indicatie 9
knippert).
3 Super-toets
voor max. vriesvermogen.
4 Freezer-toets
Om de ingestelde temperatuur in de
diepvriesruimte aan te geven.
5 Cooler-toets
Om de ingestelde temperatuur in de
koelruimte aan te geven.
6 Insteltoets vriesruimte- en
koelruimtetemperatuur
0
C = kouder, warmer
7 Indicatie "alarm"
brandt alleen wanneer de alarmfunctie
wordt geactiveerd
8 Indicatie "super"
Brandt alleen wanneer de "super"-toets
wordt ingedrukt.
9 Indicatie van
a) "warmste temperatuur"
b) Indicatie "AL" (Alarm)
c) insteltemperatuur voor
de koelruimte
d) insteltemperatuur voor
de diepvriesruimte
81
NL
80
NL
Inschakelen en temperatuurkeuze
Afb.
2
Stekker in het stopcontact steken.
Hoofdschakelaar 1 indrukken
Het alarmsignaal is te horen, indicatie 9
knippert en geeft "AL" aan.
“alarm” -toets 2 indrukken
Het alarmsignaal gaat uit. De indicatie
geeft nu gedurende 5 seconden de
actuele temperatuur aan. Op indicatie 9
verschijnt "AL".
Temperatuur van de vriesruimte
instellen
Hiertoe de "freezer"-toets en daarna de
0
C-toets indrukken.
0
C-toets meermaals
indrukken of ingedrukt houden totdat de
gewenste temperatuur wordt
weergegeven (doorlopende weergave, na
–26
0
C wordt –16
0
C opnieuw
weergegeven).
Wij raden u aan de
vriesruimtetemperatuur in te stellen op
–20
0
C.
Temperatuur van de koelruimte
instellen
Hiertoe de "cooler"-toets en daarna de
0
C-toets indrukken.
0
C-toets meermaals
indrukken of ingedrukt houden totdat de
gewenste temperatuur wordt
weergegeven (doorlopende weergave, na
8
0
C wordt 2
0
C opnieuw weergegeven).
Wij raden u aan de
koelruimtetemperatuur in te stellen op
+4
0
C.
Ook na een correctie van de
temperatuurinstelling verandert de
temperatuur in de koelruimte pas na
geruime.
Kennismaking met het apparaat
4 "Freezer"-toets
Om de ingestelde temperatuur in de
diepvriesruimte op indicatie 9 (zie
beschrijving indicatie 9d) aan te geven.
5 "Cooler"-toets
Om de ingestelde temperatuur in de
koelruimte op indicatie 9 (zie beschrijving
indicatie 9c) aan te geven.
6 Insteltoets voor koelruimte- en
vriesruimtetemperatuur
a) (De temperatuur in de koelruimte is
instelbaar van 2ºC tot 8ºC). De "Cooler"-
toets en vervolgens de ºC-toets
indrukken. De insteltemperatuur wordt op
indicatie 9 aangegeven. De insteltoets
een aantal keren indrukken of ingedrukt
houden tot de gewenste temperatuur
wordt aangegeven. (De insteltemperatuur
wordt in doorlopende volgorde van 8ºC
tot 2ºC aangegeven. Na 2ºC verschijnt
weer 8ºC).
b) (De temperatuur in de diepvriesruimte is
instelbaar van -16ºC tot -26ºC). Om de
gewenste temperatuur in de
diepvriesruimte in te stellen de
"Freezer"-toets en vervolgens de
ºC-toets indrukken. De insteltemperatuur
wordt op indicatie 9 aangegeven. De
insteltoets een aantal keren indrukken of
ingedrukt houden tot de gewenste
temperatuur wordt aangegeven. (De
insteltemperatuur wordt in doorlopende
volgorde van -16ºC tot -26ºC
aangegeven. Na -26ºC verschijnt weer -
16ºC).
7 Indicatie "alarm"
Brandt alleen wanneer de alarmfunctie
is geactiveerd. Dit gebeurt wanneer het te
warm wordt in de vriesruimte en de
diepvriesproducten gevaar lopen. De
indicatie gaat uit zodra de vriesruimte
weer op bedrijfstemperatuur is.
8 Indicatie "super"
Brandt alleen wanneer de "super"-
toets is ingedrukt en daardoor de
supervriesstand is ingeschakeld.
De indicatie gaat uit wanneer de "super"-
toets opnieuw wordt ingedrukt om de
supervriesstand uit te schakelen.
De indicatie gaat op zijn vroegst 52 uur
na inschakeling van de supervriesstand
automatisch uit.
9 Multifunctionele indicatie
Geeft de verschillende temperaturen
weer
a) Te warme temperatuur in de
diepvriesruimte
Als indicatie 9 knippert, dan is of was het
door stroomuitval of een storing in de
diepvriesruimte te warm. Na het
indrukken van de toets Alarm
wordt op indicatie 9 (niet knipperend)
gedurende vijf seconden de warmste
temperatuur aangegeven die in de
diepvriesruimte heeft geheerst. Hierna
wordt deze waarde gewist. Indicatie 9
geeft nu zonder te knipperen de
geprogrammeerde temperatuur in de
diepvriesruimte aan.
b) Indicatie "Al" (Alarm)
Deze geeft aan wanneer het in de
diepvriesruimte te warm is.
c) Insteltemperatuur voor de koelruimte
Na het indrukken van de "Cooler"-toets
wordt de insteltemperatuur voor de
koelruimte aangegeven.
d) Insteltemperatuur voor de
diepvriesruimte
Na het indrukken van de "Freezer"-toets
wordt de insteltemperatuur voor de
diepvriesruimte aangegeven.
Attentie:
De temperatuur in de koelruimte kan
schommelen
– doordat de deur van het apparaat vaak
geopend werd,
– door het inladen van grote hoeveelheden
verse levensmiddelen in de koelruimte
en de diepvriesruimte,
– door een verandering van de
omgevingstemperatuur,
– door een verandering van de instelling
van de temperatuurkiezer voor de
diepvriesruimte of door inschakelen van
het supervriessysteem.
De voorzijde van het apparaat wordt
gedeeltelijk licht verwarmd waardoor
de vorming van condensatiewater in
de buurt van de deurafdichting wordt
voorkomen.
83
NL
82
NL
Levensmiddelen inruimenLevensmiddelen inruimen
Attentie bij het inruimen
Warme dranken en gerechten buiten het
apparaat laten afkoelen.
De levensmiddelen liefst verpakt of goed
afgedekt bewaren. Hierdoor blijven niet
alleen geur, smaak, kleur en vochtigheid
behouden, maar wordt bovendien
voorkomen dat de opgeslagen levens-
middelen naar elkaar gaan smaken.
Alleen groente, fruit en sla moeten
onverpakt in de groenteladen worden
opgeslagen.
Zorg dat de kunststof delen en de
deurafdichting niet met olie of vet in
aanraking komen (ze kunnen poreus
worden).
Geen explosieve stoffen in het apparaat
opslaan. Dranken met een hoog
alcoholpercentage rechtop en goed
gesloten bewaren.
– Gevaar voor explosie!
Flessen met vloeistoffen die kunnen
bevriezen, niet in de diepvriesruimte
bewaren. De flessen springen!
Een voorbeeld van het
inruimen
afb.
1
Koelruimte (A)
In de lade (12) kaas, worst, yoghurt.
Op de schappen (13) van boven naar
beneden bakwaren, toebereide gerechten,
zuivelproducten.
In de groentebak (15) groente, fruit, salade.
In het vakje (17) kleine flessen, blikken.
In het flessenvak (21) grote flessen.
Vriesruimte (B)
Op het diepvriestableau (22) kleine
diepvriesgerechten bewaren of ijs bereiden.
In de bovenste diepvriesbakken (23)
diepvriesgerechten bewaren.
Indeling van het interieur
De legroosters/plateaus in de koelruimte
kunnen – ook als de deur 90° openstaat –
worden verplaatst: legrooster/plateau naar
voren trekken, iets laten zakken, eruit nemen
en op de gewenste plaats opnieuw erin
zetten (afb.
4
).
"Chiller"-vak (afb.
8
)
Bodem van het vak naar voren trekken, de
klep gaat open.
Bodem van het vak naar voren trekken. De
klep gaat open. In het "Chiller"-vak heersen
lagere temperaturen dan in de koelruimte
waarbij ook temperaturen onder 0
0
C kunnen
optreden. Ideaal voor het bewaren van vis,
vlees en worst.
Niet geschikt voor sla, groente en
koudegevoelige levensmiddelen.
De kleine lade kan eruit genomen worden
om levensmiddelen in- en uit te laden
(afb.
6)
.
De eierrekjes in de voorraadbakjes kunnen
omhoog geklapt worden waardoor er plaats
is voor tubes, blikjes etc.
Met de flessehouder wordt voorkomen dat de
flessen omvallen bij het openen en sluiten van
de deur (afb.
7
).
Alle voorraadbakjes en -rekjes in de deur
kunnen eruit gehaald worden om schoon te
maken: bakje of rekje ietsje optillen en eruit
halen (afb.
5
/A
)
.
Uitschakelen van het
apparaat
Hoofdschakelaar (afb.
2
/1) indrukken.
Hierdoor is het apparaat uitgeschakeld.
Buiten werking stellen van
het apparaat
Als het apparaat langere tijd niet gebruikt
wordt:
hoofdschakelaar (afb.
2
/1) indrukken,
apparaat schoonmaken en de deuren
openlaten.
Uitschakelen en buiten
werking stellen van het
apparaat
Invriezen en opslaan
Attentie bij het inkopen van
diepvriesprodukten
Let erop dat de verpakking niet
beschadigd is.
De op de verpakking aangegeven
houdbaarheidsdatum mag niet verstreken
zijn.
In de winkel moet de temperatuur in de
diepvrieskist –18 °C of kouder zijn.
Koop de diepvriesprodukten op het
allerlaatste moment.
Breng ze in kranten gewikkeld of in een
koeltas snel naar huis en leg ze in de
diepvriesruimte.
Levensmiddelen zelf
invriezen
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen als
u zelf gaat invriezen.
Geschikt om in te vriezen:
vlees en worst, gevogelte en wild, vis,
groente, kruiden, fruit, brood en gebak,
pizza, kant en klare gerechten, kliekjes,
eierdooiers en eiwit.
Niet geschikt om in te vriezen:
eieren met schaal, zure room en mayonaise,
sla, radijsjes, rammenas en rettich, uien.
Blancheren van groente en fruit:
groente en fruit moeten vóór het invriezen
geblancheerd worden om te voorkomen dat
kleur, smaak, aroma en vitamine „C”
verloren gaan.
(Blancheren betekent dat de groente of het
fruit kort in kokend water wordt gedompeld.
In de boekhandel zijn boeken over invriezen
verkrijgbaar, waarin ook blancheren wordt
beschreven.).
Verpakken van levens-
middelen
De levensmiddelen in voor uw huishouden
geschikte porties verdelen.
Groente en fruit in porties niet zwaarder dan
85
NL
84
NL
Invriezen en opslaan
1 kg, vlees tot 2,5 kg. Kleinere porties zijn
sneller helemaal bevroren. Zo blijft de
kwaliteit bij het ontdooien en bereiden
het beste behouden.
De levensmiddelen luchtdicht verpakken
zodat ze niet uitdrogen of hun smaak
verliezen.
Voor verpakking geschikt:
kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie,
diepvriesdozen. Deze produkten zijn in de
handel verkrijgbaar.
Niet geschikt:
pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilnis-
zakken en gebruikte boodschappentasjes.
De levensmiddelen verpakken, lucht eruit
persen en het geheel van een goede sluiting
voorzien.
Als sluiting geschikt:
elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes,
koudebestendig plakband e.d. Zakjes en
folie van polyetheen kunnen met een folie-
lasapparaat worden dichtgelast.
Vermeld op de pakjes inhoud en datum
voordat u ze in de diepvriesruimte legt.
Invriescapaciteit
De levensmiddelen moeten zo snel mogelijk
door en door worden ingevroren. Alleen zo
blijven vitamines, voedingwaarde, kleur
en smaak behouden. Daarom mag de max.
invriescapaciteit van uw apparaat niet
overschreden worden.
De volgende hoeveelheden levensmiddelen
kunnen binnen 24 uur worden ingevroren in
de bovenste diepvriesbak
bij 70 cm brede apparaten max. 12 kg.
bij 60 cm brede aparaten max. 9 kg.
Zorg dat de verse levensmiddelen niet
in aanraking komen met al ingevroren
levensmiddelen.
Warme spijzen en dranken, voordat u ze
in de diepvriesruimte opslaat, op kamer-
temperatuur laten afkoelen.
Gegevens over de maximale
invriescapaciteit volgens de actuele norm
vindt u op het typeplaatje (Afb.
B
).
Supervriezen
Als er al levensmiddelen in de diepvriesruimte
liggen, dan moet een paar uur vóór het
inladen van verse levensmiddelen het
supervriessysteem worden ingeschakeld.
Doorgaans is 4 tot 6 uur van tevoren
voldoende. Wilt u de max. invriescapaciteit
benutten, dan moet u het supervriessysteem
24 uur van tevoren inschakelen. Kleinere
hoeveelheden levensmiddelen (tot 2 kg)
kunnen zonder gebruik van het
supervriessysteem worden ingevroren.
Inschakelen van het supervriessysteem:
de supervriestoets (afb.
2
/3) indrukken.
De indicatie "super" geeft aan dat het
supervriessysteem is ingeschakeld. Na
inschakeling bereikt de vriesruimte een zeer
lage temperatuur. Ca. 52 uur na het
inschakelen wordt de supervriesstand
automatisch uitgeschakeld.
Levensmiddelen opslaan
Let er altijd op dat alle diepvriesladen
helemaal tot de aanslag in de diepvries-
ruimte zijn geschoven.
Dit is belangrijk voor een goede lucht-
circulatie in het apparaat.
Vriestableau
Afb.
:
Op het vriestableau kunt u de ijsbakjes
bewaren en bessen, klein gesneden fruit,
kruiden en groente stuk voor stuk invriezen.
Om stuk voor stuk in te vriezen de
levensmiddelen op het vriestableau
gelijkmatig verdelen en ca. 10 tot 12 uur
door en door laten bevriezen.
Hierna overdoen in diepvrieszakjes of
diepvriesdozen.
Om te ontdooien de levensmiddelen weer
naast elkaar neerleggen.
Invriezen en opslaan
Ontdooien van
diepvrieswaren
Afhankelijk van soort en bereidingswijze
van de levensmiddelen kunt u kiezen uit
de volgende mogelijkheden:
bij omgevingstemperatuur,
in de koelkast,
in de elektrische oven,
met of zonder heteluchtverwarming,
in de magnetronoven.
Geheel of gedeeltelijk ontdooide diep-
vriesgerechten kunnen opnieuw worden
ingevroren als vlees en vis niet langer dan
één dag en andere diepvriesgerechten niet
langer dan drie dagen zijn bewaard op een
temperatuur lager dan +3 °C.
In andere gevallen de levensmiddelen – als
ten minste geur, smaak en kleur niet
veranderd zijn – koken, braden of op een
andere manier bereiden en opnieuw
invriezen.
De max. bewaartijd van de levensmiddelen
wordt hierdoor bekort.
IJsblokjes maken
Afb.
9
Het ijsbakje voor
3
/4 met water vullen en in
de diepvriesruimte zetten.
Door het ijsbakje iets te verbuigen, laten de
ijsblokjes gemakkelijker los.
Schoonmaken
Vóór het schoonmaken altijd de stekker
uit het stopcontact trekken resp. de
zekering uitschakelen of losdraaien.
Geen stoom- of hogedrukapparaten
gebruiken. Door de hete stoom kunnen de
oppervlakte en de electrische onderdelen
beschadigd worden – kans op een
electrische schok!
Zorg dat het sop niet in de controle-armatuur
of de verlichting terechtkomt. Behalve de
deurafdichting kan het hele apparaat met
lauw water met een scheutje mild, licht
desinfecterend reinigingsmiddel (bijv. hand-
afwasmiddel) worden schoongemaakt. Geen
schoonmaakmiddelen gebruiken die zand,
schuurmiddel of zuren bevatten. Ook geen
chemische oplosmiddelen gebruiken.
De deurafdichting alleen met schoon water
afnemen en grondig droogwrijven.
Indien mogelijk om de twee jaar ook de
warmtewisselaar (zwart rooster) aan de
achterkant van het apparaat met een kwast
of met de stofzuiger schoonmaken. Hierdoor
blijft het apparaat optimaal presteren
waardoor u energie bespaart.
87
NL
Het apparaat in een koele, goed te
ventileren ruimte plaatsen. Niet in de zon
of in de buurt van een warmtebron
(verwarmingsradiator enz.) plaatsen.
De be- en ontluchtingsopeningen nooit
afdekken.
Warme gerechten pas nadat ze zijn
afgekoeld in het apparaat zetten.
Als u diepvrieswaren wilt ontdooien, leg
deze dan eerst in de koelruimte. U benut
hierdoor de in de diepvrieswaren
aanwezige koude voor het koelen van
de levensmiddelen in de koelruimte.
Bij het in- en uitladen de deuren van het
apparaat zo kort mogelijk openen.
Hoe korter de deur van de diepvriesruimte
geopend wordt, des te minder ijs zich kan
afzetten op de vriesroosters.
Warmtewisselaar (zwart rooster) aan de
achterkant van het apparaat om de twee
jaar schoonmaken.
Tips om energie te
besparen
86
NL
Aanwijzingen bij
bedrijfsgeluiden
Bedrijfsgeluiden
Om de gekozen temperatuur constant te
houden schakelt uw apparaat van tijd tot
tijd de compressor in.
De geluiden die daarbij ontstaan zijn
normaal.
Zodra het apparaat de bedrijfstemperatuur
heeft bereikt, worden de geluiden
automatisch minder.
Het gebrom komt van de motor
(compressor). Het kan korte tijd iets luider
worden als de motor inschakelt.
Het geborrel, geklok of gebruis komt van
het koelmiddel dat door de leidingen
stroomt.
Het geklik is alleen te horen als de
thermostaat de motor in- of uitschakelt.
Kraakgeluiden kunnen optreden
wanneer...
- automatische ontdooiing plaatsvindt.
- het apparaat afkoelt of opwarmt
(materiaaluitzetting).
Bij een meerzone- of No-Frost-apparaat kan
een zacht geruis te horen zijn van de
luchtstroom in de binnenruimte van het
apparaat.
Als de bedrijfsgeluiden te luid zijn, dan
heeft dit wellicht eenvoudige oorzaken
die vaak heel gemakkelijk kunnen worden
opgeheven.
Het apparaat staat niet waterpas
Het apparaat met behulp van een waterpas
stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes
of leg er iets onder.
Het apparaat staat tegen een ander
meubel of apparaat
Het apparaat van het meubel of het
apparaat ernaast wegschuiven.
Laden, manden of legroosters/plateaus
wiebelen of klemmen
Controleer de delen die eruit gehaald
kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw
in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van elkaar
zetten.
– De lichtschakelaar zit klem (afb.
A
/B).
Controleer of deze bewogen kan worden.
Zo niet, neem dan contact op met de
klantenservice.
Als de indicatie (afb.
2
/9) knippert maar
het akoestische waarschuwingssignaal
niet afgaat,
dan was het door het uitvallen van de
stroom of door een storing in de diepvries-
ruimte te warm.
Na het indrukken van de "Alarm" -
toets wordt op indicatie 9 (niet knipperend)
gedurende vijf seconden de warmste
temperatuur aangegeven die in de
diepvriesruimte heeft geheerst. Hierna wordt
deze waarde gewist. Indicatie 9 geeft nu
zonder te knipperen de geprogrammeerde
temperatuur in de diepvriesruimte aan.
Als de indicatie warmer dan +3 °C heeft
aangegeven, dan moeten de diepvrieswaren
gecontroleerd worden.
Als smaak, geur en uiterlijk niet veranderd
zijn de diepvrieswaren door koken of braden
tot een kant en klaar gerecht verwerken en
opnieuw invriezen.
De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.
Als na langer gebruik de indicatie (afb.
2
/9) knippert en het alarmsignaal te
horen is:
Storing – in de diepvriesruimte is het te
warm!
Op de indicatie wordt de geprogrammeerde
temperatuur in de diepvriesruimte
aangegeven.
Om het alarmsignaal uit te schakelen:
"Alarm" -toets indrukken.
Eventuele oorzaken van de storing:
- de ventilatie-opening aan de bovenkant
van het apparaat resp. in de plint is
afgedekt;
- de deur van de diepvriesruimte is niet
goed dicht;
- er werden verse levensmiddelen zonder
supervriezen ingevroren;
- er werden om in te vriezen te veel verse
levensmiddelen in één keer ingeladen;
- hoge omgevingstemperatuur.
Kleine storingen zelf verhelpen
Ga, alvorens de Servicedienst in te
schakelen, aan de hand van de volgende
punten eerst even na of u de storing zelf
kunt verhelpen.
Als u om een monteur vraagt, en het blijkt
dat hij alleen maar een advies (bijv. over
de bediening of het onderhoud van het
apparaat) hoeft te geven om de storing
te verhelpen, dan moet u, ook in de
garantietijd, de volledige kosten van
dat bezoek betalen.
Als de indicatie (afb.
2
/9) niet brandt:
controleer of er stroom is, of de stekker
goed in het stopcontact zit en of het
apparaat is ingeschakeld.
Als tijdens het in gebruik nemen van het
apparaat de indicatie (afb.
2
/9) "E1"
(knipperend) wordt aangegeven:
In de koelruimte heerst een zeer hoge
temperatuur. Een paar minuten na het in
gebruik nemen van het apparaat wordt de
ingestelde temperatuur in de koelruimte
aangegeven als de Cooler-toets werd
ingedrukt. Anders wordt op de indicatie "Al"
(de diepvriesruimte is warm) of de ingestelde
temperatuur in de diepvriesruimte
aangegeven.
Als tijdens het in gebruik nemen van het
apparaat de indicatie (afb.
2
/9) "E2"
(knipperend) wordt aangegeven:
In de diepvriesruimte heerst een zeer hoge
temperatuur. Een paar minuten na het in
gebruik nemen van het apparaat wordt "Al"
en vervolgens de ingestelde temperatuur in
de diepvriesruimte aangegeven als de
Freezer-toets werd ingedrukt. Anders geeft
de indicatie de ingestelde temperatuur in de
koelruimte aan.
Als de verlichting in de koelruimte niet
functioneert:
– De gloeilamp is defect. Stekker uit het
stopcontact trekken, afscherming (afb.
A
/A) verwijderen en de gloeilamp
vervangen door een gloeilamp van
hetzelfde type (max. 15 W, 230 V, fitting
E14).
88
NL
Typeplaatje
Afb.
B
Als u de hulp van de Servicedienst inroept,
geef dan het E-nummer en het FD-nummer
op.
U vindt deze nummers in het zwart omlijnde
gedeelte van het typeplaatje links onderaan
in de koelruimte naast de groentelade.
Adres en telefoonnummer van de Service-
dienst kunt u vinden in het telefoonboek of
in de meegeleverde brochure met service-
adressen.
Na het verhelpen van de storing de
"Alarm" -toets indrukken; de indicatie
houdt op met knipperen als in de
diepvriesruimte de bedrijfstemperatuur weer
is bereikt.
Als de deur van de diepvriesruimte te lang
open stond en de ingestelde temperatuur
in de diepvriesruimte niet meer bereikt
wordt, dan heeft zich zoveel ijs op de
verdamper afgezet dat het volautomatische
ontdooisysteem de hoeveelheid ijs niet meer
kan ontdooien. In dit geval de diepvrieswaren
uit het apparaat halen en goed geïsoleerd op
een koele plaats leggen.
Het apparaat uitschakelen en de deur van
de diepvriesruimte open laten staan. Na ca.
12 uur is het ijs in het koelsysteem ontdooid.
Apparaat weer inschakelen en de diepvries-
waren erin leggen.
Als de storing aan de hand van de hiervoor
genoemde punten niet verholpen kan
worden, schakel dan de Servicedienst in.
Om koudeverlies te vermijden de deuren niet
onnodig openen.
Voer zelf geen apparaties aan het apparaat
uit, vooral niet aan de electrische onder-
delen.
ServicedienstKleine storingen zelf
verhelpen

Documenttranscriptie

IT Indice Avvertenze per lo smaltimento e la sicurezza Norme Osservare la temperatura ambiente Installazione dell'apparecchio Conoscere l'apparecchio Inserimento e selezione della temperatura Disinserire, mettere fuori servizio l’apparecchio Sistemazione degli alimenti Congelare e conservare Pulizia Consigli per il risparmio energetico Avvertenze sui rumori di funzionamento Eliminare da soli piccoli guasti Servizio assistenza clienti GB Index Disposal and safety information Regulations Observe ambient temperature Installation Getting to know your appliance Switching ON and setting temperatures Switching OFF and longer periods of disuse Food arrangement Freezing and storing Cleaning Power saving tips Information about operating noises Minor problems and how to rectify them yourself Customer Service SV 32, 33 33 33 34 35–37 38 38 39 40, 41 42 42 43 43, 44 45 Inhaltsverzeichnis Hinweise zur Entsorgung und Sicherheit Bestimmungen Umgebungstemperatur beachten Gerät aufstellen Gerät kennenlernen Einschalten und Temperaturwahl Ausschalten, Gerät stillegen Lebensmittel einordnen Gefrieren und Lagern Reinigen Energiespartips Hinweise zu Betriebsgeräuschen Kleine Störungen selbst beheben Kundendienst 46, 47 47 47 48 49–51 52 53 53, 54 54-56 56 57 57 58, 59 59 Sommaire Mise au rebut, conseils de sécurité et consignes Conditions Consignes relatives à la température ambiante Installation de l'appareil Faire la connaissance de l’appareil Mise en service et sélection de la température Coupure et mise hors service de l’appareil Rangement des aliments Congélation et stockage Nettoyage Economies d'énergie Remarques sur les bruits de fonctionnement Réparer soi-même les petites pannes Service après-vente NL 18, 19 19 19 20 21-23 24 25 25, 26 26-28 28 29 29 30, 31 31 Innehållsförteckning Råd beträffande skrotning av gamla kyl-/frysskåp och säkerhetsanvisningar Bestämmelser Omgivningstemperatur Installation Lär känna ditt nya kyl-/frysskåp Slå på strömmen och ställa in temperaturen Stänga av strömmen, ta skåpet ur drift Lägga in matvaror Infrysning och förvaring Rengöring och skötsel Energispartips Råd beträffande driftsljud Enklare fel man själv kan avhjälpa Service DE FR 4, 5 5 5 6 7-9 10 11 11, 12 12-14 14 15 15 16, 17 17 Inhoud Afvoeren van de verpakking en van uw oude apparaat, veiligheidsvoorschriften Bepalingen Let op de omgevingstemperatuur Plaatsing van het apparaat Kennismaking met het apparaat Inschakelen en temperatuurkeuze Uitschakelen en buiten werking stellen van het apparaat Levensmiddelen inruimen Invriezen en opslaan Schoonmaken Tips om energie te besparen Aanwijzingen bij bedrijfsgeluiden Kleine storingen zelf verhelpen Servicedienst ES 60, 61 61 61 62 63-65 66 67 67, 68 68-70 71 71 72 72, 73 74 75, 76 76 76 77 78-80 81 82 82, 83 83-85 85 86 86 87, 88 88 Indice Consejos para la eliminación y el desguace del embalaje de los aparatos usados Advertencias de seguridad 89, 90 Normativas 90 Prestar atención a la temperatura del entorno 90 Emplazamiento de la unidad 91 Familiarizándose con la unidad 92-94 Conexión del aparato a y selección de la temperatura 95 Desconexión y paro del aparato 96 Colocación de alimentos 96, 97 Congelar y guardar los alimentos 97-99 Limpieza de la unidad 100 Consejos prácticos para ahorrar energía eléctrica 100 Advertencias sobre los ruidos de funcionamiento del aparato 101 Pequeñas averías de fácil solución 101, 102 Servicio de Asistencia Técnica 103 PT Índice Indicações sobre reciclagem e segurança Determinações Ter em atenção a temperatura ambiente Instalação do aparelho Familiarização com o aparelho Ligação e selecção de temperatura Desligar e desactivar o aparelho Arrumação dos alimentos Congelação e conservação Limpeza Conselhos para poupar energia Indicações sobre ruídos de funcionamento Eliminação de pequenas anomalias Assistência Técnica 104, 105 105 105 106 107-109 110 111 111, 112 112-114 115 115 116 116, 117 118 NL Afvoeren van de verpakking en van uw oude apparaat, veiligheidsvoorschriften Afvoeren van de verpakking en van uw oude apparaat Oude apparaten zijn niet per definitie waardeloos! Door een milieuvriendelijke afvoer van uw oude apparaat kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw gebruikt worden. Bij afgedankte apparaten de stekker uit het stopcontact trekken, aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen. Het slot verwijderen. Hiermee voorkomt u dat kinderen zichzelf tijdens het spelen in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken. Koel- en diepvriesapparaten bevatten koelmiddelen en isolatiegassen die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Let erop dat de leidingen tot het moment van transport niet beschadigd worden. Uw nieuwe apparaat werd tijdens het transport naar u door de verpakking beschermd. Voor de verpakking wordt gebruik gemaakt van materialen die het milieu kan verdragen en die geschikt zijn voor hergebruik. Help daarom mee en zorg ervoor dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. Laat kinderen niet met de verpakking en de onderdelen daarvan spelen. Kans op stikken door vouwdozen en folie. U kunt bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking. Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten. Onze bijdrage aan het beschermen van het milieu: wij maken gebruik van kringlooppapier. Veiligheidsvoorschriften Lees voordat u het nieuwe apparaat in gebruik neemt de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over installatie, gebruik en onderhoud van het apparaat. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift voor een eventuele latere bezitter van het apparaat. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de volgende aanwijzingen niet in acht worden genomen: ● Een (bijv. tijdens het transport) beschadigd apparaat niet in gebruik nemen. In twijfelgevallen eerst contact opnemen met uw leverancier. ● Het apparaat uitsluitend volgens het bijgesloten installatievoorschrift plaatsen en aansluiten. De elektrische aansluitvoorwaarden moeten overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje. ● Bij het schoonmaken nooit een stoomapparaat gebruiken. De stoom kan in de onder spanning staande onderdelen van het apparaat terechtkomen en kortsluiting of een electrische schok veroorzaken. ● De elektrische veiligheid van het apparaat wordt alleen dan gegarandeerd als het aardingssysteem van de huisinstallatie volgens de geldende elektrotechnische voorschriften is geïnstalleerd. ● In geval van een storing, bij onderhoudswerkzaamheden en vóór het schoonmaken de stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering in de meterkast uitschakelen of losdraaien. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel. ● Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen door vakkundige monteurs worden uitgevoerd. Door ondeskundige reparatie kan er gevaar voor de gebruiker ontstaan. ● Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed gesloten en rechtop bewaren. Geen producten met brandbare drijfgassen (zoals spuitbussen met slagroom en andere spuitbussen) en explosieve stoffen in het apparaat opslaan – gevaar 75 NL NL Afvoeren van de verpakking en van uw oude apparaat, veiligheidsvoorschriften ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● voor explosie! Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan. De flessen en blikjes springen! De be- en ontluchtingsopeningen mogen nooit afgedekt worden. Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen. Kinderen niet met het apparaat laten spelen. Als u een apparaat met een slot hebt, bewaar de sleutel dan buiten het bereik van kinderen. IJslollies en ijsblokjes niet direct uit de diepvriesruimte in de mond nemen (gevaar voor verbranding door de zeer lage temperatuur). Diepvrieswaren nooit met natte handen aanraken. Uw handen kunnen eraan vastvriezen. Attentie! De ventilatieopeningen in de ommanteling van het apparaat resp, aan het inbouwapparaat altijd vrijhouden. Attentie! De leidingen van het koelcircuit niet beschadigen. Attentie! Geen elektrische apparaten in de levensmiddelenvakken van het apparaat gebruiken, tenzij een door de fabrikant aanbevolen type. Het koelcircuit van dit apparaat bevat isobutaan (R 600a), een natuurlijk gas dat in hoge mate milieuvriendelijk is maar wel brandbaar. Let erop bij het vervoeren en verplaatsen van het apparaat dat er geen onderdelen van het koelcircuit beschadigd worden. Bij eventuele beschadigingen open vuur of andere ontstekingsbronnen vermijden. De ruimte waarin het apparaat is opgesteld, een paar minuten luchten. Waarschuwing: om het ontdooiproces te versnellen geen andere mechanische toestellen of kunstmatige hulpmiddelen gebruiken dan door de fabrikant aanbevolen. 76 Bepalingen Het apparaat is geschikt voor het koelen en invriezen van levensmiddelen en om ijsblokjes te maken. Het is voor huishoudelijk gebruik bestemd. Bij gebruik voor bedrijfsdoeleinden moeten de daarvoor geldende bepalingen in acht worden genomen. Het apparaat voldoet aan de voorschriften voor koel- en vriesinstallaties ter voorkoming van ongevallen (VBG 20). Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten. Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd. Let op de omgevingstemperatuur Afhankelijk van de „klimaatklasse” (zie het typeplaatje) kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden: (het typeplaatje bevindt zich links onderaan in het apparaat. Afb. B) Klimaatklasse Omgevingstemperatuur van ... tot SN N ST T +10 °C tot 32 °C +16 °C tot 32 °C +18 °C tot 38 °C +18 °C tot 43 °C Als de omgevingstemperatuur lager is, dan wordt het in de koelruimte te koud; als de omgevingstemperatuur hoger is, dan wordt het in de diepvriesruimte te warm. Als de temperatuur in de ruimte waar het apparaat staat opgesteld, lager is dan de ingestelde temperatuur in de koelruimte, dan wordt het in de koelruimte net zo koud als de omgevingstemperatuur. Bij omgevingstemperaturen onder de +10 °C kan dit tot storingen bij het volautomatische ontdooien van de koelruimte leiden. Plaatsing van het apparaat De juiste plaats Ventilatie Elke droge, goed te ventileren ruimte is geschikt. Het apparaat liefst niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden in acht: naast een elektrisch fornuis 3 cm naast een CV-installatie 30 cm Bij plaatsing naast een ander koel- of vriesapparaat moet aan de zijkant ten minste 2 cm ruimte worden opengelaten om het ontstaan van condensatiewater te vermijden. Afb. 3 De aan de achterwand van het apparaat vrijkomende warme lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren waardoor het energieverbruik toeneemt. De be- en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt. Na het transport ... Het apparaat ca. 1/2 uur rechtop laten staan voordat het voor het eerst wordt ingeschakeld. Het apparaat moet waterpas en stevig op de vloer staan. Eventuele oneffenheden in de vloer d.m.v. de schroefvoetjes aan de voorkant opheffen (afb. C). Twee rollen aan de achterkant maken het gemakkelijker om het apparaat in een nis te schuiven. Elektrische aansluiting Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften aangebracht, randgeaard stopcontact, met een zekering van 10 ampère of meer, op 220–240 V/50 Hz wisselstroom aansluiten. Bij apparaten voor niet Europese landen op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. Het typeplaatje bevindt zich links onderaan in het apparaat (afb. B). Een eventueel noodzakelijke vervanging van de stroomkabel mag alleen worden uitgevoerd door de klantenservice van de fabrikant. Waarschuwing! Het apparaat mag nooit worden aangesloten op elektronische „energiebesparende stekkers” (bijv. Sava Plug) of omvormers die gelijkstroom omzetten in 230 V wisselstroom (bijv. installaties voor zonneënergie of netwerken voor schepen). 77 NL NL Kennismaking met het apparaat Kennismaking met het apparaat Bedieningspaneel (kort overzicht) Door het volautomatische No-Frostsysteem zet zich in de diepvriesruimte geen ijs af. Ontdooien is overbodig. Afb. 2 Functie: 1 -toets hoofdschakelaar aan/uit 2 “alarm” toets ("alarm-uit"-toets) a) voor het uitschakelen van het waarschuwingssignaal A.u.b. vóór het lezen de laatste bladzijden met afbeeldingen openvouwen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing. Afwijkingen in de afbeeldingen zijn hierdoor niet uitgesloten. Overzicht Afb. 1 1-9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 A B 78 Bedieningspaneel Luchtafvoeropeningen Verlichting Lade voor yoghurtbekers Legplateau Multiflow system (koudeluchtverdeler) Groentelade "Chiller"-vak Legplateau voor blikjes, tubes Eierrekje Legplateau Flessenhouder Flessenvak Vriesplateau Diepvriesvak Koelruimte Vriesruimte b) voor het weergeven van de hoogste temperatuur die in het vriesvak heeft geheerst (alleen wanneer indicatie 9 knippert). 3 Super-toets voor max. vriesvermogen. 4 Freezer-toets Om de ingestelde temperatuur in de diepvriesruimte aan te geven. 5 Cooler-toets Om de ingestelde temperatuur in de koelruimte aan te geven. 6 Insteltoets vriesruimte- en koelruimtetemperatuur C = kouder, warmer 0 7 Indicatie "alarm" brandt alleen wanneer de alarmfunctie wordt geactiveerd 8 Indicatie "super" Brandt alleen wanneer de "super"-toets wordt ingedrukt. 9 Indicatie van a) "warmste temperatuur" b) Indicatie "AL" (Alarm) c) insteltemperatuur voor de koelruimte d) insteltemperatuur voor de diepvriesruimte De diepvrieswaren worden door gekoelde lucht ingevroren! Een verdamper die zich in het No-Frostsysteem bevindt, koelt de lucht in het apparaat af. De koude lucht wordt d.m.v. een ventilator rondgeblazen. Een tweede ventilator zorgt voor de luchtcirculatie in de koelruimte. De vochtigheid in de lucht zet zich af op de verdamper. Indien nodig wordt de verdamper volautomatisch ontdooid. Het dooiwater wordt naar de koelmachine geleid waar het verdampt. In de diepvriesruimte en op de levensmiddelen zet zich geen ijs af. Functie van de schakelen controle-elementen Afb. 2 1 -toets Hoofdschakelaar, om het hele apparaat in en uit te schakelen. 2 “alarm” -toets Dient voor het uitschakelen van het waarschuwingssignaal. Het waarschuwingssignaal wordt geactiveerd wanneer het te warm is in de vriesruimte en de diepvriesproducten gevaar lopen (tegelijkertijd knippert indicatie 9). Ook als de diepvriesproducten geen gevaar lopen, kan het waarschuwingssignaal klinken - bij ingebruikneming van het apparaat - bij het toevoegen van verse levensmiddelen zonder inschakeling van de supervriesstand - en als de vriesruimtedeur te lang open staat. Na uitschakeling van het waarschuwingssignaal wordt de "akoestische waarschuwing" automatisch weer operationeel zodra de vriesruimte weer op bedrijfstemperatuur is. 3 "Super"-toets Om het supervriessysteem in en uit te schakelen. De indicaties 8 "Super" en 9 "SU" geven aan dat het supervriessysteem is ingeschakeld. Het supervriessysteem dient voor het invriezen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen en moet tot 24 uur vóór het inladen van de verse levensmiddelen worden ingeschakeld. De vriesmachine werkt na inschakeling continu, de vriesruimte bereikt een zeer lage temperatuur. 79 NL NL Kennismaking met het apparaat 4 "Freezer"-toets Om de ingestelde temperatuur in de diepvriesruimte op indicatie 9 (zie beschrijving indicatie 9d) aan te geven. 5 "Cooler"-toets Om de ingestelde temperatuur in de koelruimte op indicatie 9 (zie beschrijving indicatie 9c) aan te geven. 6 Insteltoets voor koelruimte- en vriesruimtetemperatuur a) (De temperatuur in de koelruimte is instelbaar van 2ºC tot 8ºC). De "Cooler"toets en vervolgens de ºC-toets indrukken. De insteltemperatuur wordt op indicatie 9 aangegeven. De insteltoets een aantal keren indrukken of ingedrukt houden tot de gewenste temperatuur wordt aangegeven. (De insteltemperatuur wordt in doorlopende volgorde van 8ºC tot 2ºC aangegeven. Na 2ºC verschijnt weer 8ºC). b) (De temperatuur in de diepvriesruimte is instelbaar van -16ºC tot -26ºC). Om de gewenste temperatuur in de diepvriesruimte in te stellen de "Freezer"-toets en vervolgens de ºC-toets indrukken. De insteltemperatuur wordt op indicatie 9 aangegeven. De insteltoets een aantal keren indrukken of ingedrukt houden tot de gewenste temperatuur wordt aangegeven. (De insteltemperatuur wordt in doorlopende volgorde van -16ºC tot -26ºC aangegeven. Na -26ºC verschijnt weer 16ºC). 7 Indicatie "alarm" Brandt alleen wanneer de alarmfunctie is geactiveerd. Dit gebeurt wanneer het te warm wordt in de vriesruimte en de diepvriesproducten gevaar lopen. De indicatie gaat uit zodra de vriesruimte weer op bedrijfstemperatuur is. Inschakelen en temperatuurkeuze toets opnieuw wordt ingedrukt om de supervriesstand uit te schakelen. De indicatie gaat op zijn vroegst 52 uur na inschakeling van de supervriesstand automatisch uit. 9 Multifunctionele indicatie Geeft de verschillende temperaturen weer a) Te warme temperatuur in de diepvriesruimte Als indicatie 9 knippert, dan is of was het door stroomuitval of een storing in de diepvriesruimte te warm. Na het indrukken van de toets Alarm wordt op indicatie 9 (niet knipperend) gedurende vijf seconden de warmste temperatuur aangegeven die in de diepvriesruimte heeft geheerst. Hierna wordt deze waarde gewist. Indicatie 9 geeft nu zonder te knipperen de geprogrammeerde temperatuur in de diepvriesruimte aan. b) Indicatie "Al" (Alarm) Deze geeft aan wanneer het in de diepvriesruimte te warm is. c) Insteltemperatuur voor de koelruimte Na het indrukken van de "Cooler"-toets wordt de insteltemperatuur voor de koelruimte aangegeven. d) Insteltemperatuur voor de diepvriesruimte Na het indrukken van de "Freezer"-toets wordt de insteltemperatuur voor de diepvriesruimte aangegeven. Afb. 2 Attentie: ● Stekker in het stopcontact steken. ● De temperatuur in de koelruimte kan ● Hoofdschakelaar 1 indrukken Het alarmsignaal is te horen, indicatie 9 knippert en geeft "AL" aan. ● “alarm” -toets 2 indrukken Het alarmsignaal gaat uit. De indicatie geeft nu gedurende 5 seconden de actuele temperatuur aan. Op indicatie 9 verschijnt "AL". ● Temperatuur van de vriesruimte instellen Hiertoe de "freezer"-toets en daarna de 0 C-toets indrukken. 0C-toets meermaals indrukken of ingedrukt houden totdat de gewenste temperatuur wordt weergegeven (doorlopende weergave, na –26 0C wordt –16 0C opnieuw weergegeven). schommelen – doordat de deur van het apparaat vaak geopend werd, – door het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen in de koelruimte en de diepvriesruimte, – door een verandering van de omgevingstemperatuur, – door een verandering van de instelling van de temperatuurkiezer voor de diepvriesruimte of door inschakelen van het supervriessysteem. ● De voorzijde van het apparaat wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condensatiewater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen. Wij raden u aan de vriesruimtetemperatuur in te stellen op –20 0C. ● Temperatuur van de koelruimte instellen Hiertoe de "cooler"-toets en daarna de 0 C-toets indrukken. 0C-toets meermaals indrukken of ingedrukt houden totdat de gewenste temperatuur wordt weergegeven (doorlopende weergave, na 8 0C wordt 2 0C opnieuw weergegeven). Wij raden u aan de koelruimtetemperatuur in te stellen op +4 0C. Ook na een correctie van de temperatuurinstelling verandert de temperatuur in de koelruimte pas na geruime. 8 Indicatie "super" Brandt alleen wanneer de "super"toets is ingedrukt en daardoor de supervriesstand is ingeschakeld. De indicatie gaat uit wanneer de "super"80 81 NL Uitschakelen en buiten werking stellen van het apparaat Uitschakelen van het apparaat Hoofdschakelaar (afb. 2/1) indrukken. Hierdoor is het apparaat uitgeschakeld. Buiten werking stellen van het apparaat Als het apparaat langere tijd niet gebruikt wordt: hoofdschakelaar (afb. 2/1) indrukken, apparaat schoonmaken en de deuren openlaten. NL Levensmiddelen inruimen Attentie bij het inruimen Indeling van het interieur ● Warme dranken en gerechten buiten het De legroosters/plateaus in de koelruimte kunnen – ook als de deur 90° openstaat – worden verplaatst: legrooster/plateau naar voren trekken, iets laten zakken, eruit nemen en op de gewenste plaats opnieuw erin zetten (afb. 4). apparaat laten afkoelen. ● De levensmiddelen liefst verpakt of goed afgedekt bewaren. Hierdoor blijven niet alleen geur, smaak, kleur en vochtigheid behouden, maar wordt bovendien voorkomen dat de opgeslagen levensmiddelen naar elkaar gaan smaken. Alleen groente, fruit en sla moeten onverpakt in de groenteladen worden opgeslagen. ● Zorg dat de kunststof delen en de deurafdichting niet met olie of vet in aanraking komen (ze kunnen poreus worden). ● Geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan. Dranken met een hoog alcoholpercentage rechtop en goed gesloten bewaren. – Gevaar voor explosie! ● Flessen met vloeistoffen die kunnen bevriezen, niet in de diepvriesruimte bewaren. De flessen springen! Een voorbeeld van het inruimen afb. 1 Koelruimte (A) In de lade (12) kaas, worst, yoghurt. Op de schappen (13) van boven naar beneden bakwaren, toebereide gerechten, zuivelproducten. In de groentebak (15) groente, fruit, salade. In het vakje (17) kleine flessen, blikken. In het flessenvak (21) grote flessen. Vriesruimte (B) Op het diepvriestableau (22) kleine diepvriesgerechten bewaren of ijs bereiden. In de bovenste diepvriesbakken (23) diepvriesgerechten bewaren. 82 Levensmiddelen inruimen "Chiller"-vak (afb. 8) Bodem van het vak naar voren trekken, de klep gaat open. Bodem van het vak naar voren trekken. De klep gaat open. In het "Chiller"-vak heersen lagere temperaturen dan in de koelruimte waarbij ook temperaturen onder 0 0C kunnen optreden. Ideaal voor het bewaren van vis, vlees en worst. Niet geschikt voor sla, groente en koudegevoelige levensmiddelen. De kleine lade kan eruit genomen worden om levensmiddelen in- en uit te laden (afb. 6). De eierrekjes in de voorraadbakjes kunnen omhoog geklapt worden waardoor er plaats is voor tubes, blikjes etc. Met de flessehouder wordt voorkomen dat de flessen omvallen bij het openen en sluiten van de deur (afb. 7). Alle voorraadbakjes en -rekjes in de deur kunnen eruit gehaald worden om schoon te maken: bakje of rekje ietsje optillen en eruit halen (afb. 5/A). Invriezen en opslaan Attentie bij het inkopen van diepvriesprodukten ● Let erop dat de verpakking niet beschadigd is. ● De op de verpakking aangegeven houdbaarheidsdatum mag niet verstreken zijn. ● In de winkel moet de temperatuur in de diepvrieskist –18 °C of kouder zijn. ● Koop de diepvriesprodukten op het allerlaatste moment. Breng ze in kranten gewikkeld of in een koeltas snel naar huis en leg ze in de diepvriesruimte. Levensmiddelen zelf invriezen Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen als u zelf gaat invriezen. Geschikt om in te vriezen: vlees en worst, gevogelte en wild, vis, groente, kruiden, fruit, brood en gebak, pizza, kant en klare gerechten, kliekjes, eierdooiers en eiwit. Niet geschikt om in te vriezen: eieren met schaal, zure room en mayonaise, sla, radijsjes, rammenas en rettich, uien. Blancheren van groente en fruit: groente en fruit moeten vóór het invriezen geblancheerd worden om te voorkomen dat kleur, smaak, aroma en vitamine „C” verloren gaan. (Blancheren betekent dat de groente of het fruit kort in kokend water wordt gedompeld. In de boekhandel zijn boeken over invriezen verkrijgbaar, waarin ook blancheren wordt beschreven.). Verpakken van levensmiddelen De levensmiddelen in voor uw huishouden geschikte porties verdelen. Groente en fruit in porties niet zwaarder dan 83 NL NL Invriezen en opslaan 1 kg, vlees tot 2,5 kg. Kleinere porties zijn sneller helemaal bevroren. Zo blijft de kwaliteit bij het ontdooien en bereiden het beste behouden. De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen. Voor verpakking geschikt: kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze produkten zijn in de handel verkrijgbaar. Niet geschikt: pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes. De levensmiddelen verpakken, lucht eruit persen en het geheel van een goede sluiting voorzien. Als sluiting geschikt: elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d. Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folielasapparaat worden dichtgelast. Vermeld op de pakjes inhoud en datum voordat u ze in de diepvriesruimte legt. Invriescapaciteit De levensmiddelen moeten zo snel mogelijk door en door worden ingevroren. Alleen zo blijven vitamines, voedingwaarde, kleur en smaak behouden. Daarom mag de max. invriescapaciteit van uw apparaat niet overschreden worden. De volgende hoeveelheden levensmiddelen kunnen binnen 24 uur worden ingevroren in de bovenste diepvriesbak bij 70 cm brede apparaten max. 12 kg. bij 60 cm brede aparaten max. 9 kg. Zorg dat de verse levensmiddelen niet in aanraking komen met al ingevroren levensmiddelen. Warme spijzen en dranken, voordat u ze in de diepvriesruimte opslaat, op kamertemperatuur laten afkoelen. 84 Invriezen en opslaan Schoonmaken Gegevens over de maximale invriescapaciteit volgens de actuele norm vindt u op het typeplaatje (Afb. B). Ontdooien van diepvrieswaren Vóór het schoonmaken altijd de stekker uit het stopcontact trekken resp. de zekering uitschakelen of losdraaien. Supervriezen Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden: Geen stoom- of hogedrukapparaten gebruiken. Door de hete stoom kunnen de oppervlakte en de electrische onderdelen beschadigd worden – kans op een electrische schok! Als er al levensmiddelen in de diepvriesruimte liggen, dan moet een paar uur vóór het inladen van verse levensmiddelen het supervriessysteem worden ingeschakeld. Doorgaans is 4 tot 6 uur van tevoren voldoende. Wilt u de max. invriescapaciteit benutten, dan moet u het supervriessysteem 24 uur van tevoren inschakelen. Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (tot 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren. Inschakelen van het supervriessysteem: de supervriestoets (afb. 2/3) indrukken. De indicatie "super" geeft aan dat het supervriessysteem is ingeschakeld. Na inschakeling bereikt de vriesruimte een zeer lage temperatuur. Ca. 52 uur na het inschakelen wordt de supervriesstand automatisch uitgeschakeld. Levensmiddelen opslaan Let er altijd op dat alle diepvriesladen helemaal tot de aanslag in de diepvriesruimte zijn geschoven. Dit is belangrijk voor een goede luchtcirculatie in het apparaat. Vriestableau bij omgevingstemperatuur, in de koelkast, in de elektrische oven, met of zonder heteluchtverwarming, in de magnetronoven. Geheel of gedeeltelijk ontdooide diepvriesgerechten kunnen opnieuw worden ingevroren als vlees en vis niet langer dan één dag en andere diepvriesgerechten niet langer dan drie dagen zijn bewaard op een temperatuur lager dan +3 °C. In andere gevallen de levensmiddelen – als ten minste geur, smaak en kleur niet veranderd zijn – koken, braden of op een andere manier bereiden en opnieuw invriezen. De max. bewaartijd van de levensmiddelen wordt hierdoor bekort. Zorg dat het sop niet in de controle-armatuur of de verlichting terechtkomt. Behalve de deurafdichting kan het hele apparaat met lauw water met een scheutje mild, licht desinfecterend reinigingsmiddel (bijv. handafwasmiddel) worden schoongemaakt. Geen schoonmaakmiddelen gebruiken die zand, schuurmiddel of zuren bevatten. Ook geen chemische oplosmiddelen gebruiken. De deurafdichting alleen met schoon water afnemen en grondig droogwrijven. Indien mogelijk om de twee jaar ook de warmtewisselaar (zwart rooster) aan de achterkant van het apparaat met een kwast of met de stofzuiger schoonmaken. Hierdoor blijft het apparaat optimaal presteren waardoor u energie bespaart. IJsblokjes maken Afb. 9 Het ijsbakje voor 3/4 met water vullen en in de diepvriesruimte zetten. Door het ijsbakje iets te verbuigen, laten de ijsblokjes gemakkelijker los. Afb. : Op het vriestableau kunt u de ijsbakjes bewaren en bessen, klein gesneden fruit, kruiden en groente stuk voor stuk invriezen. Om stuk voor stuk in te vriezen de levensmiddelen op het vriestableau gelijkmatig verdelen en ca. 10 tot 12 uur door en door laten bevriezen. Hierna overdoen in diepvrieszakjes of diepvriesdozen. Om te ontdooien de levensmiddelen weer naast elkaar neerleggen. 85 NL Tips om energie te besparen ● Het apparaat in een koele, goed te ventileren ruimte plaatsen. Niet in de zon of in de buurt van een warmtebron (verwarmingsradiator enz.) plaatsen. ● De be- en ontluchtingsopeningen nooit afdekken. ● Warme gerechten pas nadat ze zijn afgekoeld in het apparaat zetten. ● Als u diepvrieswaren wilt ontdooien, leg deze dan eerst in de koelruimte. U benut hierdoor de in de diepvrieswaren aanwezige koude voor het koelen van de levensmiddelen in de koelruimte. ● Bij het in- en uitladen de deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen. Hoe korter de deur van de diepvriesruimte geopend wordt, des te minder ijs zich kan afzetten op de vriesroosters. ● Warmtewisselaar (zwart rooster) aan de achterkant van het apparaat om de twee jaar schoonmaken. NL Aanwijzingen bij bedrijfsgeluiden Bedrijfsgeluiden Om de gekozen temperatuur constant te houden schakelt uw apparaat van tijd tot tijd de compressor in. De geluiden die daarbij ontstaan zijn normaal. Zodra het apparaat de bedrijfstemperatuur heeft bereikt, worden de geluiden automatisch minder. Het gebrom komt van de motor (compressor). Het kan korte tijd iets luider worden als de motor inschakelt. Het geborrel, geklok of gebruis komt van het koelmiddel dat door de leidingen stroomt. Het geklik is alleen te horen als de thermostaat de motor in- of uitschakelt. Kraakgeluiden kunnen optreden wanneer... - automatische ontdooiing plaatsvindt. - het apparaat afkoelt of opwarmt (materiaaluitzetting). Bij een meerzone- of No-Frost-apparaat kan een zacht geruis te horen zijn van de luchtstroom in de binnenruimte van het apparaat. Als de bedrijfsgeluiden te luid zijn, dan heeft dit wellicht eenvoudige oorzaken die vaak heel gemakkelijk kunnen worden opgeheven. Het apparaat staat niet waterpas Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg er iets onder. Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat Het apparaat van het meubel of het apparaat ernaast wegschuiven. Laden, manden of legroosters/plateaus wiebelen of klemmen Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. Flessen of serviesgoed raken elkaar De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten. 86 Kleine storingen zelf verhelpen Ga, alvorens de Servicedienst in te schakelen, aan de hand van de volgende punten eerst even na of u de storing zelf kunt verhelpen. – De lichtschakelaar zit klem (afb. A/B). Controleer of deze bewogen kan worden. Zo niet, neem dan contact op met de klantenservice. Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen. Als de indicatie (afb. 2/9) knippert maar het akoestische waarschuwingssignaal niet afgaat, dan was het door het uitvallen van de stroom of door een storing in de diepvriesruimte te warm. Als de indicatie (afb. 2/9) niet brandt: controleer of er stroom is, of de stekker goed in het stopcontact zit en of het apparaat is ingeschakeld. Als tijdens het in gebruik nemen van het apparaat de indicatie (afb. 2/9) "E1" (knipperend) wordt aangegeven: In de koelruimte heerst een zeer hoge temperatuur. Een paar minuten na het in gebruik nemen van het apparaat wordt de ingestelde temperatuur in de koelruimte aangegeven als de Cooler-toets werd ingedrukt. Anders wordt op de indicatie "Al" (de diepvriesruimte is warm) of de ingestelde temperatuur in de diepvriesruimte aangegeven. Als tijdens het in gebruik nemen van het apparaat de indicatie (afb. 2/9) "E2" (knipperend) wordt aangegeven: In de diepvriesruimte heerst een zeer hoge temperatuur. Een paar minuten na het in gebruik nemen van het apparaat wordt "Al" en vervolgens de ingestelde temperatuur in de diepvriesruimte aangegeven als de Freezer-toets werd ingedrukt. Anders geeft de indicatie de ingestelde temperatuur in de koelruimte aan. Als de verlichting in de koelruimte niet functioneert: – De gloeilamp is defect. Stekker uit het stopcontact trekken, afscherming (afb. A/A) verwijderen en de gloeilamp vervangen door een gloeilamp van hetzelfde type (max. 15 W, 230 V, fitting E14). Na het indrukken van de "Alarm" toets wordt op indicatie 9 (niet knipperend) gedurende vijf seconden de warmste temperatuur aangegeven die in de diepvriesruimte heeft geheerst. Hierna wordt deze waarde gewist. Indicatie 9 geeft nu zonder te knipperen de geprogrammeerde temperatuur in de diepvriesruimte aan. Als de indicatie warmer dan +3 °C heeft aangegeven, dan moeten de diepvrieswaren gecontroleerd worden. Als smaak, geur en uiterlijk niet veranderd zijn de diepvrieswaren door koken of braden tot een kant en klaar gerecht verwerken en opnieuw invriezen. De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort. Als na langer gebruik de indicatie (afb. 2/9) knippert en het alarmsignaal te horen is: Storing – in de diepvriesruimte is het te warm! Op de indicatie wordt de geprogrammeerde temperatuur in de diepvriesruimte aangegeven. Om het alarmsignaal uit te schakelen: "Alarm" -toets indrukken. Eventuele oorzaken van de storing: - de ventilatie-opening aan de bovenkant van het apparaat resp. in de plint is afgedekt; - de deur van de diepvriesruimte is niet goed dicht; - er werden verse levensmiddelen zonder supervriezen ingevroren; - er werden om in te vriezen te veel verse levensmiddelen in één keer ingeladen; - hoge omgevingstemperatuur. 87 NL Kleine storingen zelf verhelpen Servicedienst Typeplaatje Na het verhelpen van de storing de "Alarm" -toets indrukken; de indicatie houdt op met knipperen als in de diepvriesruimte de bedrijfstemperatuur weer is bereikt. Afb. B Als de deur van de diepvriesruimte te lang open stond en de ingestelde temperatuur in de diepvriesruimte niet meer bereikt wordt, dan heeft zich zoveel ijs op de verdamper afgezet dat het volautomatische ontdooisysteem de hoeveelheid ijs niet meer kan ontdooien. In dit geval de diepvrieswaren uit het apparaat halen en goed geïsoleerd op een koele plaats leggen. Het apparaat uitschakelen en de deur van de diepvriesruimte open laten staan. Na ca. 12 uur is het ijs in het koelsysteem ontdooid. Apparaat weer inschakelen en de diepvrieswaren erin leggen. U vindt deze nummers in het zwart omlijnde gedeelte van het typeplaatje links onderaan in de koelruimte naast de groentelade. Als de storing aan de hand van de hiervoor genoemde punten niet verholpen kan worden, schakel dan de Servicedienst in. Om koudeverlies te vermijden de deuren niet onnodig openen. Voer zelf geen apparaties aan het apparaat uit, vooral niet aan de electrische onderdelen. 88 Als u de hulp van de Servicedienst inroept, geef dan het E-nummer en het FD-nummer op. Adres en telefoonnummer van de Servicedienst kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met serviceadressen.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64

Smeg T-160C de handleiding

Categorie
Koelkast-diepvriezers
Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor