Bauknecht VR115P Gebruikershandleiding

Categorie
Diepvriezers
Type
Gebruikershandleiding
16
Het apparaat dat u net gekocht hebt, aangeduid met het symbool , kan gebruikt worden
voor het invriezen van verse of gekookte voedingswaren, het maken van ijsblokjes en het bewaren
van diepvriesvoedsel. Lees deze instructies aandachtig, ze bevatten een beschrijving van uw
apparaat en nuttige tips zodat de beste resultaten kunt halen om verse voedingswaren in te
vriezen en al ingevroren voedsel te bewaren.
BESCHRIJVING VAN HET APPARAAT (Afb. 1)
Bedieningspaneel
A) Bedieningscontrolelampje (groen licht)
B) Temperatuurcontrolelampje (rood alarmlicht)
C) Temperatuurknop (thermostaat)
D) Open deur alarmschakelaar (indien aanwezig)
E) Mandjes (invriezen en opslagmandjes)
F) Alleen opslagmandje.
G) Eutectisch systeem: verwijder uit lade F en breng aan in het hoge compartiment E om het
energieverbruik van het product te optimaliseren.
Sommige modellen worden geleverd met bakken die gevuld zijn met koelvloeistof (eutectica).
INSTALLATIE
Zorg ervoor dat het apparaat niet is beschadigd. Rapporteer transportschade binnen de 24 uur na
ontvangst van het apparaat aan uw verdeler. Het apparaat mag niet geplaatst worden in de buurt
van warmtebronnen zoals fornuizen, centrale verwarming, boilers, enz. Het dient echter in een
goed verluchte droge ruimte geplaatst te worden.
Let op: U moet steeds bij de stekker kunnen, zelfs na de installatie van het apparaat, zodat u de
stekker steeds kunt loskoppelen, indien nodig. Of sluit het apparaat aan op de netvoeding met een
tweepolig schakelapparaat met contactscheiding van 3 mm op een toegankelijke plaats.
KEN UW APPARAAT
E
F
E
B
D
A
C
17
ELEKTRISCHE AANSLUITING EN BEDIENING
Controleer of de spanning op het typeplaatje overeenkomt met de netspanning in uw woning.
De aarding van het apparaat is wettelijk verplicht. De fabrikant aanvaardt geen
aansprakelijkheid voor letsel aan personen of schade aan voorwerpen als het gevolg van
niet-naleving van deze vereiste.
Wanneer het apparaat op het stopcontact wordt aangesloten en de thermostaatknop niet
is ingesteld op het symbool •, branden de groene en de rode lamp (A) en (B) (Afb. 1). Het
groene controlelampje blijft altijd branden en geeft de werking van het apparaat aan. Het rode
controlelampje blijft branden totdat de ingestelde bedrijfstemperatuur werd bereikt. Het gaat
opnieuw branden wanneer de temperatuur binnenin de diepvriezer stijgt omwille van regelmatig
of langdurig openen van de deur en wanneer vers in te vriezen voedsel in het apparaat werd
geplaatst.
REGELEN VAN DE TEMPERATUUR
De thermostaat (Afb. 1) regelt de temperatuur binnenin het apparaat. Positie wijst erop dat
de werking van het apparaat werd onderbroken. De ideale opslagtemperatuur voor bevroren
voedsel gedurende een lange tijd is -18 °C. In normale omgevingsomstandigheden (temperatuur
tussen +20 °C en +25 °C), raden we aan dat u de regelknop van de thermostaat op de
middenstand zet. Om koudere of warmere temperaturen dan -18 °C te verkrijgen, draait u de
regelknop van de thermostaat respectievelijk op de hoogste of laagste instelling. We herinneren
u eraan dat de inwendige temperaturen beïnvloed worden door de locatie van het apparaat, de
temperatuur van de omliggende lucht, de frequentie van het openen van de deur. De instelling
van de thermostaat moet mogelijk gewijzigd worden om rekening te houden met deze factoren.
Om de temperatuur van het bewaarde voedsel te controleren plaatst u de thermometer (indien
meegeleverd) onder het voedsel; indien het op voedsel wordt geplaatst, geeft het de temperatuur
aan van de lucht, die niet overeenkomt met de temperatuur van het bewaarde voedsel.
GEBRUIK VAN HET DIEPVRIESVAK
Dit apparaat beschikt over een akoestisch alarm dat weerklinkt wanneer de deur open blijft staan
(indien aanwezig).
INVRIEZEN (Afb. 2)
De hoeveelheid verse levensmiddelen die in 24 uur kan worden ingevroren, bij een
omgevingstemperatuur van +25 °C, is aangegeven op het serienummerplaatje.
Plaats nooit warm voedsel in de vriezer. Gedeeltelijk of geheel ontdooide levensmiddelen mag u
nooit opnieuw invriezen.
2
18
In te vriezen levensmiddelen dient u voor te bereiden en in aluminium of plastic folie te wikkelen of
plaats deze in gepaste diepvriesbakken. Label de pakketten met vermelding van de invriesdatum
en de inhoud. Het diepvriezervak behoudt de opslagtemperatuur gedurende circa 15 uur, zelfs in
het geval van een stroomstoring.
We raden echter aan dat u de deur gesloten houdt.
Frisdranken mogen niet worden ingevroren en sommige producten, zoals waterijs met smaak,
mogen niet te koud geconsumeerd worden.
Opmerking: Omwille van de efficiëntie van de deurverzegeling is het niet altijd mogelijk om de
diepvriezerdeur onmiddelijk na het sluiten te openen. Wacht enkele minuten voordat u deze
probeert te openen.
PRODUCTIE VAN IJSBLOKJES
Vul het ijsbakje voor 3/4 met water en zet het in het lagetemperatuurvak. Indien de bakjes aan
de onderkant van het vak blijven kleven, mag u het niet trachten los te maken met scherpe of
snijvoorwerpen, die het apparaat kunnen beschadigen. Gebruik, indien noodzakelijk, het handvat
van een lepel. Om de ijsblokjes uit de plastic bakjes te halen dient u ze lichtjes te buigen.
Let op: U mag ijsblokjes of ijslolly's niet onmiddellijk na verwijdering uit het lagetemperatuurvak
opeten, aangezien ze koude brandwonden kunnen veroorzaken.
OPSLAG VAN BEVROREN LEVENSMIDDELEN
Wanneer u bevroren levensmiddelen koopt, wordt het aanbevolen om koelzakken of koelbakken
te gebruiken. Dit dienen de laatste aankopen te zijn en ze moeten goed verpakt worden in
krantenpapier. Zodra u thuiskomt dient u ze zo snel mogelijk in het vak te bewaren. In elk geval
dienen deze levensmiddelen gebruikt te worden binnen de datum die op de verpakking staat.
ONTDOOIEN
Hier volgen een aantal basissuggesties:
Rauwe groenten: niet ontdooien, maar gelijk in kokend water leggen en koken op de
gebruikelijke manier.
Vlees (grote stukken): ontdooien in het koelvak zonder het uit de verpakking te halen. Alvorens
het te bereiden, een paar uur op omgevingstemperatuur laten rusten.
(kleine stukken): ontdooien op kamertemperatuur of onmiddellijk bereiden.
Vis: ontdooien in de koelkast zonder de vis uit de verpakking te halen of direct bereiden zonder
dat de vis volledig is ontdooid.
Kant-en-klare voedingsmiddelen: in de oven verwarmen zonder deze uit het aluminium bakje te
halen.
Fruit: ontdooien in de koelkast.
ONTDOOIEN
Gewoonlijk moet u de diepvriezer twee of drie keer per jaar ontdooien wanneer de laag ijs 3 mm
dik is. We raden aan dat u regelmatig het ijs van de vriesplaat verwijdert met een plastic schraper.
Vermijd het gebruik van scherpe of snij-instrumenten. Het ontdooien dient te gebeuren wanneer
de hoeveelheid bewaard voedsel minimaal is. Wikkel de bevroren levensmiddelen in verschillende
laagjes krantenpapier (of in een hoes) en plaats ze in de koelkast of op een koele plaats. Zet de
regelknop van de thermostaat op de stand •, koppel het apparaat los van de netvoeding en laat
de deur open. Verwijder de mandjes door ze voorwaarts en omhoog te trekken. Gebruik geen in
de handel verkrijgbaar dooiproducten aangezien deze gevaarlijke componenten kunnen bevatten.
Maak het apparaat zorgvuldig schoon en droog het na volledige ontdooiing. Steek de stekker van
de vriezer weer in het stopcontact Plaats de bevroren levensmiddelen opnieuw in de vriezer.
19
De verkeerde werking van het apparaat is niet altijd te wijten aan een defect, maar kan ook het
gevolg zijn van slechte installatie of gebruik. Om overbodige (en dure) onderhoudsbezoeken te
voorkomen, raden we aan dat u deze probleemoplossingsgids raadpleegt.
De inwendige temperatuur is te hoog indien het rode lampje constant brandt of knippert.
Controleer of:
de deur is niet goed gesloten;
de regelknop van de thermostaat is correct ingesteld (zie hoofdstuk “Regelen van de
temperatuur”);
het apparaat niet geïnstalleerd is in de buurt van een warmtebron;
er veel ijs op de binnenwanden zit;
de luchtstroom wordt niet beperkt.
Wanneer de compressor voortdurend functioneert. Controleer of:
de omgevingstemperatuur is te warm;
de deur wordt niet te regelmatig geopend.
Het apparaat maakt veel lawaai. Controleer of:
het apparaat horizontaal staat.
Het apparaat werkt helemaal niet. Controleer of:
de regelknop van de thermostaat niet op de volgende stand staat •;
of er geen stroomstoring is;
de stekker goed contact maakt met het stopcontact;
eventueel automatische circuitonderbrekers zijn doorgeslagen of zekeringen zijn doorgebrand;
de netkabel intact is (zie ook Opmerking).
Opmerking: Bij het vervangen van een beschadigde netkabel, dient u ervoor te zorgen dat
de nieuwe kabel correct geklemd is. Indien deze probleemoplossingsgids hebt gevolg en
uw diepvriezer werkt nog steeds niet correct, dient u contact op te nemen met uw Retailer of
Onderhoudsagent. Vermeld duidelijk wat er aan de hand is en het type en serienummer van uw
vriezer.
ONDERHOUD
Een regelmatig en correct onderhoud garandeert een langere levensduur voor uw apparaat. Haal
de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat reinigt. Reinig regelmatig de binnenkant met
een oplossing van water en azijn. Goed afspoelen en afdrogen. Gebruik nooit schuurmiddelen
of detergenten. Maak regelmatig de deurafdichting schoon met water en droog zorgvuldig. Zorg
dat de deurafdichting niet vervuild wordt met olie of andere smeermiddelen die deze kunnen
beschadigen. Steek, na het schoonmaken van het apparaat, de stekker weer in het stopcontact.
TIPS VOOR VAKANTIES
Indien u gedurende langere tijd weg zal zijn, dient u het apparaat los te koppelen van de
netvoeding, het leeg te maken en de binnenkant schoon te maken. Laat de deur open om te
verhinderen dat het apparaat muf gaat ruiken. Indien u gedurende korte tijd weg bent, laat u het
apparaat normaal draaien.
ONDERHOUD EN REINIGING
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4

Bauknecht VR115P Gebruikershandleiding

Categorie
Diepvriezers
Type
Gebruikershandleiding