Schwinn 530 Assembly & Owner's Manual

Type
Assembly & Owner's Manual
MONTAGE- / GEBRUIKERSHANDLEIDING
Dit product voldoet aan de geldende
CE-eisen.
530
2
INHOUDSOPGAVE
Belangrijke veiligheidsvoorschriften 3
Waarschuwingsklevers / serienummer 6
Instructies i.v.m. de aarding 7
Noodstopprocedure 7
Specicaties 8
Voorafgaandaandemontage 8
Onderdelen 9
Montagemateriaal 10
Gereedschap 10
Montage 11
Het toestel verplaatsen 21
Het toestel uitklappen 22
Het toestel nivelleren 23
Kenmerken 24
Consolekenmerken 25
Bedieningen 31
Aan de slag 31
Opstart/Stand-by-modus 32
Snelstartprogramma 33
Gebruikersproelen 33
Proelprogramma's 36
Pauzerenofstoppen 38
Resultaten/Afkoel-modus 40
GOAL TRACK-statistieken 40
Instelmodus van de console 41
Onderhoud 42
Reinigen 42
Afstellen van de spanning van de loopband 43
Uitlijnen van de loopband 43
Smeren van de loopband 44
Onderhoudsonderdelen 46
Problemenoplossen 48
Bewaar het oorspronkelijke bewijs van aankoop en noteer de volgende informatie om de
garantieondersteuning te valideren:
Serienummer __________________________
Datum van aankoop ____________________
Neem contact op met uw lokale verdeler om uw productgarantie te registreren.
Voor meer informatie over uw productgarantie of als u vragen hebt of problemen ondervindt met uw product,
neem dan contact op met uw lokale Schwinn-verdeler. Ga naar om uw plaatselijke verdeler te vinden:
www.nautilusinternational.com
Nautilus,Inc.,www.NautilusInc.com-Klantenservice:[email protected]|Nautilus,Inc.,18225NERiversideParkway,Portland,OR97230USA|
Gedrukt in China | © 2014 Nautilus, Inc. | ® wijst op handelsmerken die in de Verenigde Staten zijn geregistreerd. Deze merken mogen in andere landen
worden geregistreerd of anderszins worden beschermd door het gemeen recht. Schwinn, het Schwinn Quality-logo, Schwinn 530, Schwinn Connect,
Nautilus,BowexenUniversalzijnhandelsmerkenineigendomvanofinlicentiegegevenaanNautilus,Inc.Polar
®
, OwnCode
®
, MyFitnessPal
®
, WD-40
®
en Lube-N-Walk
®
zijn handelsmerken van hun respectieve rechthebbenden.
ORIGINELEHANDLEIDING-ENGELSEVERSIEALLEEN
3
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Bij het gebruik van een elektrisch apparaat moeten enkele fundamentele voorzorgsmaatregelen altijd worden gevolgd, zoals:
Dit pictogram wijst op een potentieel gevaarlijke situatie die kan leiden tot de dood of ernstig letsel.
Neem de volgende waarschuwingen in acht:
Lees aandachtig alle waarschuwingsklevers op dit toestel.
!
Lees aandachtig de montage-instructies. Lees aandachtig de volledige handleiding. Bewaar de handleiding
voor later gebruik.
!
Om het risico op een elektrische schok of het gebruik van de apparatuur zonder toezicht te beperken trekt u
altijd het best de stekker uit het stopcontact onmiddellijk na het gebruik van het toestel of voordat u het
schoonmaakt.
ADVARSEL
!
Lees aandachtig de volledige gebruikershandleiding om het risico op brandwonden, elektrocutie of verwon-
dingen te verkleinen. De niet-naleving van deze richtlijnen kan ernstige of dodelijke elektrocutie of andere ernstige verwondin-
gen veroorzaken.
Houd omstanders en kinderen te allen tijde uit de buurt van het toestel dat u aan het monteren bent.
Sluit het toestel niet op het elektriciteitsnet aan totdat u dit gevraagd wordt.
Het toestel mag nooit onbewaakt worden achtergelaten wanneer het is aangesloten. Trek de stekker uit het stopcontact
wanneer het toestel niet in gebruik is en voordat u onderdelen installeert of verwijdert.
Controleer dit toestel voor elk gebruik op schade aan het stroomsnoer, losse onderdelen of tekenen van slijtage. Gebruik
het toestel niet als u een probleem vaststelt. Neem contact op met uw lokale verdeler voor informatie over een eventuele
reparatie.
Niet geschikt voor gebruik door personen met een medische aandoening die de veilige werking van de loopband in ge-
vaar kan brengen of die de gebruiker zou kunnen verwonden.
U mag geen voorwerpen in een opening van het toestel steken of laten vallen.
Gebruik deze loopband nooit met de ventilatieopeningen geblokkeerd. Houd de ventilatieopeningen vrij van pluis, haar en
dergelijke.
Monteer het toestel niet buiten of in een vochtige of natte plaats.
Zorg ervoor dat u voldoende werkruimte hebt, uit de buurt van voorbijgangers en zonder blootstelling van omstanders.
Sommige componenten van het toestel kunnen zwaar of moeilijk hanteerbaar zijn. Roep de hulp in van een tweede
persoon wanneer u deze onderdelen monteert. Monteer geen zware of moeilijk hanteerbare onderdelen zonder de hulp
van een tweede persoon.
Installeer het toestel op een stevige, vlakke en horizontale ondergrond.
Probeer het design of de functionaliteit van het toestel niet te wijzigen. Dit zou de veiligheid van het toestel in gevaar
kunnen brengen en maakt de garantie ongeldig.
Als u vervangingsonderdelen nodig hebt, gebruik dan uitsluitend echte vervangingsonderdelen en montagemateriaal van
Schwinn. Als u geen originele vervangingsonderdelen gebruikt, dan kan dit een risico inhouden voor de gebruikers, het
toestel verhinderen om correct te functioneren en de garantie ongeldig maken.
Gebruik het toestel niet totdat het volledig gemonteerd en gecontroleerd is op correcte werking in overeenstemming met
de handleiding.
Gebruik dit toestel alleen voor het beoogde gebruik, zoals beschreven in deze handleiding. Gebruik geen accessoires die
niet door de fabrikant worden aanbevolen.
Voer alle montagestappen in de opgegeven volgorde uit. Onjuiste montage kan leiden tot lichamelijke letsels of onjuiste
werking.
Sluit dit toestel aan op een correct geaard stopcontact (raadpleeg Instructies i.v.m. aarding).
Houd het stroomsnoer altijd uit de buurt van warmtebronnen of hete oppervlakken.
Gebruik het toestel niet in een ruimte waar spuitbussen worden gebruikt.
4
Zet om het toestel uit te schakelen alle bedieningselementen op de UIT-stand en verwijder daarna de stekker uit het
stopcontact.
Dit product bevat magneten. Magnetische velden kunnen interfereren met het normale gebruik van bepaalde medische
hulpmiddelen in de directe nabijheid. Gebruikers kunnen in de nabijheid van de magneten komen bij de montage, het
onderhoud en/of het gebruik van het product. Vanwege het voor de hand liggende belang van deze hulpmiddelen,
zoals een pacemaker, is het belangrijk dat u uw arts om advies vraagt in verband met het gebruik van deze apparatuur.
Raadpleeg de sectie ‘Waarschuwingsklevers en Serienummer’ om de locatie van de magneten op dit product te bepalen.
BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN.
Neem de volgende waarschuwingen in acht voordat u dit toestel in gebruik neemt:
Lees aandachtig de volledige handleiding. Bewaar de handleiding voor later gebruik.
Lees aandachtig alle waarschuwingsklevers op dit toestel. Als de waarschuwingsklevers op een gegeven moment niet
meer goed kleven, onleesbaar worden of loskomen, neem dan contact op met uw lokale verdeler om de klevers te
vervangen.
!
Om het risico op een elektrische schok of het gebruik van de apparatuur zonder toezicht te beperken trekt
u altijd het best de stekker uit het stopcontact en het toestel en wacht u 5 minuten voordat u het toestel
begint schoon te maken, te onderhouden of te repareren. Bewaar het stroomsnoer op een veilige plaats.
Laat geen kinderen toe in de nabijheid van dit toestel. Bewegende onderdelen en andere voorzieningen van het toestel
kunnen gevaarlijk zijn voor kinderen.
Niet geschikt voor gebruik door kinderen jonger dan 14 jaar.
Vraag een arts om advies voordat u een trainingsprogramma begint. Staak de training als u pijn of benauwdheid op
de borst voelt, kortademig wordt of u flauw voelt. Vraag uw arts om advies voordat u het toestel opnieuw begint te
gebruiken. Gebruik de waarden die door de computer van het toestel worden berekend of opgemeten uitsluitend ter
informatie.
Controleer dit toestel voor elk gebruik op schade aan het stroomsnoer, het stopcontact, losse onderdelen of tekenen van
slijtage. Gebruik het toestel niet als u een probleem vaststelt. Neem contact op met uw lokale verdeler voor informatie
over een eventuele reparatie.
Maximale gebruikersgewicht: 136 kg. Gebruik het toestel niet wanneer u meer weegt.
Draag geen losse kleding of sieraden. Dit toestel heeft bewegende onderdelen. Plaats uw vingers of andere voorwerpen
niet in de bewegende onderdelen van de trainingsapparatuur.
Draag altijd sportschoenen met rubberen zolen tijdens het gebruik van dit toestel. Gebruik het toestel niet met blote
voeten of alleen met sokken.
Installeer en gebruik dit toestel op een stevige, vlakke en horizontale ondergrond.
Wees voorzichtig bij het op- en afstappen van het toestel. Gebruik de meegeleverde opstapplatformen voor stabiliteit
voordat u op de bewegende band begint te lopen.
Bij onderhoud zorgt u ervoor dat het toestel niet meer op het elektriciteitsnet is aangesloten.
Gebruik dit toestel niet buiten of in vochtige of natte plaatsen.
Houd minstens 0,6 m langs beide kanten van het toestel vrij, en 2 m achter het toestel. Dit is de aanbevolen
veiligheidsafstand voor toegang en doorgang rond het toestel en voor het afstappen bij noodgevallen. Houd omstanders
buiten deze ruimte tijdens het gebruik van het toestel.
Span uzelf niet overdreven in tijdens het trainen. Gebruik het toestel in overeenstemming met de voorschriften in deze
handleiding.
Voer alle geregelde en periodieke onderhoudsprocedures uit die in de gebruikershandleiding worden aanbevolen.
Lees aandachtig en test de noodstopprocedure voordat u het toestel in gebruik neemt.
Houd de loopband schoon en droog.
U mag geen voorwerpen in een opening van het toestel steken of laten vallen.
5
Ga niet op het motorpaneel of het voorste bekledingspaneel van het toestel staan.
Houd het stroomsnoer altijd uit de buurt van een warmtebron of van hete oppervlakken.
Dit toestel moet op een geschikt en afzonderlijk elektrisch circuit worden aangesloten. Op dit circuit mogen geen andere
toestellen worden aangesloten.
Sluit het stroomsnoer altijd aan op een circuit dat geschikt is voor ten minste 10 ampère en waarop geen andere
toestellen zijn aangesloten.
Sluit dit toestel aan op een correct geaard stopcontact. Raadpleeg hiervoor een erkend elektricien.
Gebruik het toestel niet in een ruimte waar spuitbussen worden gebruikt.
Zorg ervoor dat er geen vloeistof met de elektronische regeleenheid in aanraking komt. Als dit toch gebeurt, dan moet
een erkend technicus de regeleenheid nakijken en testen voordat hij opnieuw kan worden gebruikt.
Verwijder het motorpaneel van het toestel niet. Binnenin zijn gevaarlijke spanningen aanwezig. Onderhoud aan onderdelen
mag alleen door erkend onderhoudspersoneel worden uitgevoerd.
De elektrische bedrading van de ruimte waar het toestel zal worden gebruikt, moet voldoen aan de geldende lokale en
provinciale eisen.
Het gebruik van dit toestel vereist coördinatie en evenwicht. Tijdens het trainen kunt u snelheids- en hellingsveranderingen
van de loopband verwachten. Wees dus voorzichtig om evenwichtsverlies en mogelijk letsel te voorkomen.
Een toestel mag nooit onbewaakt worden achtergelaten wanneer het is aangesloten. Trek de stekker uit het stopcontact
wanneer het toestel niet in gebruik is en voordat u onderdelen installeert of verwijdert.
Gebruik dit toestel alleen voor het beoogde gebruik, zoals beschreven in deze handleiding. Gebruik geen accessoires die
niet door de fabrikant worden aanbevolen.
Dit toestel is niet bedoeld voor gebruik door kinderen of personen met een verminderd lichamelijk, gevoels- of mentaal
vermogen, of personen zonder kennis over en ervaring met dit toestel, tenzij dit gebruik plaatsvindt onder het toezicht
van, of nadat men is geïnstrueerd over het gebruik van het toestel door, iemand die verantwoordelijk is voor hun
veiligheid.
6
WAARSCHUWINGSKLEVERS EN SERIE-
NUMMER
Serienummer
Productspecificatie
WAARSCHUWING: houd jonge
kinderen te allen tijde uit de
buurt van dit toestel. Contact
met het bewegende oppervlak
kan ernstige brandwonden door
wrijving veroorzaken.
7
Instructies i.v.m. de aarding
Dit product moet elektrisch geaard worden. Als er een storing optreedt, dan vermindert een correcte aarding het risico op
een elektrische schok. Het stroomsnoer is uitgerust met een apparatuuraardgeleider en moet worden aangesloten op een
stopcontact dat goed is geïnstalleerd en geaard.
!
De elektrische bedrading moet voldoen aan alle geldende plaatselijke en provinciale normen en eisen. Door
verkeerde aansluiting van de apparatuuraardgeleider kan er een risico bestaan op een elektrische schok.
Vraag om advies aan een erkend elektricien als u niet zeker weet of het toestel correct geaard is. Voer geen
wijzigingen uit aan de stekker van het toestel. Als de stekker niet in het aanwezige stopcontact past, laat
dan een erkend elektricien een geschikt stopcontact installeren.
Als u het toestel aansluit op een stopcontact met RCBO (differentieelschakelaar met beveiliging tegen overbelasting), dan
kan de werking van het toestel een kortsluiting veroorzaken. Een overspanningsbeveiliging is aanbevolen om het toestel te
beschermen.
!
Als er een overspanningsbeveiliging op dit toestel wordt gebruikt, zorg dan dat deze overeenstemt met het vermogen
van deze apparatuur (220-240 V AC). Sluit geen andere toestellen of apparaten samen met dit toestel op de
overspanningsbeveiliging aan.
Zorg dat het product wordt aangesloten op een stopcontact met dezelfde configuratie als de stekker. Er mag bij dit
product geen adapter worden gebruikt.
Noodstopprocedure
De loopband is uitgerust met een veiligheidssleutel. Deze sleutel kan u voor ernstige verwondingen behoeden en voorkomen
dat kinderen met het toestel spelen en/of erop gewond raken. Zolang de veiligheidssleutel niet correct in het slot zit, kan de
band niet worden gestart.
!
Bevestig de veiligheidssleutelclip altijd aan uw kleding terwijl u aan het trainen bent.
Verwijder de veiligheidssleutel tijdens het gebruik van het toestel alleen in een noodgeval. Wanneer de sleutel wordt
verwijderd terwijl het toestel in werking is, zal de loopband snel stoppen. Dit kan evenwichtsverlies en mogelijk letsel
veroorzaken.
Verwijder altijd de veiligheidssleutel en haal de stekker uit het stopcontact en de AC-ingang om het toestel veilig te
bewaren en de werking van het toestel zonder toezicht te voorkomen. Bewaar het stroomsnoer op een veilige plaats.
Op de console verschijnt '+ SAFETY KEY' (Veiligheidssleutel invoeren) bij het ontbreken van de veiligheidssleutel. De loopband
zal geen training starten of een actieve training beëindigen en wissen wanneer de veiligheidssleutel wordt verwijderd.
Controleer of de veiligheidssleutel correct op de console is aangesloten.
8
SPECIFICATIES / VÓÓR DE MONTAGE
Maximaal gebruikersgewicht: 136 kg
Totale benodigde ruimte (voetafdruk) van de apparatuur:
16,387cm
2
Stroomvoorzieningen:
Werkspanning: 220 V - 240 V AC, 50 Hz
Werkstroom: 8A
Maximale hellingshoogte van het bodemvlak:
38,4cm
Gewicht van het gemonteerde toestel:
Ongeveer 90,7 kg
Geluidsproductie:
Minder dan 70 db gemid-
deld zonder belasting. De geluidsproductie onder belasting is hoger
dan zonder belasting.
Voldoet aan de volgende norm:
ISO 20957 SAA-conform
Voorafgaand aan de montage
Kies de plaats waar u het toestel wilt installeren en gebruiken. Voor een veilige werking moet het toestel op een harde en
vlakke ondergrond worden geïnstalleerd.
Voorzie een trainingsruimte van minimaal
211,3 x 384 cm. Zorg dat de trainingsruimte
die u gebruikt, voldoende hoog is. Houd
hierbij rekening met de lengte van de
gebruiker en de maximale helling van het
toestel.
Basisprincipes bij het monteren
Volg deze basisprincipes bij het monteren
van uw toestel:
Leesaandachtigde'Belangrijkeveilig-
heidsvoorschriften'voordemontage.
Verzamel alle onderdelen die u nodig
hebt bij iedere montagestap.
Met behulp van de aanbevolen moer-
sleutels draait u de bouten en moeren
naar rechts (met de klok mee) om aan te spannen en naar links (tegen de klok in) om los te draaien.
Wanneer u twee onderdelen vastmaakt, heft u de constructie voorzichtig op en kijkt u door de boutgaten. Op die ma-
nier kunt u de bout gemakkelijker door de gaten glijden.
Voor de montage zijn mogelijk twee mensen nodig.
ZetdittoestelNIETbijhetafval.Ditproductmoetwordengerecycled.Volgdevoorgeschrevenmethodenopeen
erkend afvalinzamelpunt om dit product correct te recyclen.
146.3 cm
( 57.6” )
89.4 cm
( 35.2” )
183.3 cm
( 72.2” )
2.11m
( 83.2
)
0.6m
( 24” )
2m
( 79” )
0.6m
( 24” )
3.84m ( 151.2” )
9
ONDERDELEN
Item Aantal Omschrijving Item Aantal Omschrijving
1 1 Consoleblok 9 1 Beschermkap toestelvoet, links
2 1 Achterpaneel console 10 1 Verticaal steunprofiel, links
3 1 Houder, links 11 1 Beschermkap handgreep, links
4 1 Houder, rechts 12 1 Stroomsnoer
5 1 Verticaal steunprofiel, rechts 13 1 Veiligheidssleutel
6 1 Beschermkap handgreep, rechts 14 1 Mediakabel (niet afgebeeld)
7 1 Beschermkap toestelvoet, rechts 15 1 Smeermiddel op basis van silicone, fles
(niet afgebeeld)
8 1
Toestelvoet (
*)
ADVARSEL
!
SNIJD de transportstrap rond de toestelvoet NIET door totdat het toestel, met de bovenkant omhoog
gericht zoals afgebeeld, in de ruimte staat waar het zal worden gebruikt (*).
1
3
4
5
8
6
12
9
7
11
10
2
13
*
10
Gereedschap
Meegeleverd
Item Aantal Omschrijving Item Aantal Omschrijving
A 4 Cilinderkopinbusbout, M8x50 D
10
Zelftappende schroef, M3,9x16
B 8 Cilinderkopinbusbout, M8x16 E
12
Borgring, M8
C
2
Kruiskopschroevendraaier, M5x14 F
12
Vlakke sluitring, M8
A B D
C E F
MONTAGEMATERIAAL / GEREEDSCHAP
#2
6 mm
6 mm
11
MONTAGE
8
ADVARSEL
!
SNIJD de transportstrap rond de toestelvoet NIET door totdat het toestel, met de bovenkant omhoog
gericht zoals afgebeeld, in de ruimte staat waar het zal worden gebruikt.
1. Vouw het loopvlak open op de toestelvoet
Snij de transportstrap rond de toestelvoet door. Voorzie een veilige ruimte rond, op en boven uw loopband. Zorg dat er geen
voorwerpen kunnen worden gemorst of een blokkering veroorzaken in de volledig opengevouwen stand. Voorzie voldoende
ruimte in de hoogte voor wanneer het bodemvlak omhoog wordt gezet.
Til het loopvlak volledig op met behulp van de steunbalk onder de achterkant van de loopband en schakel het hydraulische
tilmechanisme in. Zorg dat het hydraulische tilmechanisme correct vergrendeld is.
Pas geschikte veiligheidsvoorzieningen en tiltechnieken toe. Buig uw knieën en ellebogen, houd uw rug recht en trek het
loopvlak op met beide armen tegelijk. Probeer of u het loopvlak met uw eigen kracht kunt optillen totdat de
vergrendeling kan worden ingeschakeld. Roep indien nodig de hulp van een tweede persoon in.
Til het toestel niet op aan de loopband of de achterste rol. Deze onderdelen kunnen niet worden vastgezet en kunnen
dus plots bewegen. Dit zou lichamelijk letsel of schade aan het toestel kunnen veroorzaken.
Controleer of de vergrendeling is ingeschakeld. Trek het loopvlak voorzichtig naar achteren en controleer of het niet beweegt.
Blijf hierbij uit de baan van het bewegingspad in het geval dat de loopband niet vergrendeld is.
Leun niet tegen de loopband wanneer deze is opengevouwen. Plaats er geen voorwerpen op die ertoe zouden kunnen
leiden dat de loopband onstabiel wordt of valt.
8
12
2. Sluit de I/O-kabels (input/output) aan en bevestig de verticale steunprofielen aan het frame
Opmerking: Krimp de kabels niet. Draai het montagemateriaal niet volledig aan totdat u dit gevraagd wordt.
10
B
F
X4
E
5
A
F
X4
E
13
3. Vouw het loopvlak dicht
Duw het loopvlak lichtjes vooruit naar de voorkant van het toestel. Duw met uw linkervoet het bovenste deel van het
hydraulische tilmechanisme lichtjes naar voren totdat de vergrendelbuis loskomt en u het loopvlak voorzichtig naar de
achterkant van het toestel kunt trekken. Houd de achterkant van het loopvlak naar boven en ga aan de zijkant van het toestel
staan.
Blijf uit de baan van het bewegingspad van het loopvlak.
Het hydraulische tilmechanisme is ingesteld om voorzichtig te dalen. Houd het loopvlak vast tot ongeveer 2/3 van de
neerwaartse beweging. Zorg dat u de juiste tiltechniek gebruikt. Buig uw knieën en houd uw rug recht. Het loopvlak kan
mogelijk snel dalen op het einde van de beweging.
14
4. Verwijder het achterpaneel van de console van het consoleblok
Opmerking: Verwijder het vooraf geïnstalleerde montagemateriaal.
2
*
#2
1
X4
15
5. Sluit de I/O-kabels aan en bevestig de console aan het gemonteerde frame
Opmerking: Krimp de kabels niet.
1
6mm
F
B
X4
E
16
6. Vouw het loopvlak open en draai AL het montagemateriaal uit de vorige stappen aan
7. Breng de beschermkappen van de toestelvoet op het gemonteerde frame aan en vouw vervolgens het loopvlak
dicht
Opmerking: Vouw het loopvlak dicht nadat u de beschermkappen van de toestelvoet op het gemonteerde frame hebt
aangebracht. De beschermkappen van de toestelvoet zijn niet voorzien van montagemateriaal of klikken
niet op het gemonteerde frame vast.
7
9
7
9
17
8. Bevestig het achterpaneel van de console aan het gemonteerde frame
NB: Bevestig het onderstaande montagemateriaal met (*) eerst, daarna het montagemateriaal met (**) en ten slotte
het resterende montagemateriaal.
D
X10
#2
2
*
*
**
**
18
9. Bevestig de beschermkappen van de handgreep aan het gemonteerde frame
NB: De onderdelen hebben een R- of L-markering (rechts of links) om de montage te vergemakkelijken.
11
6
#2
C
X2
19
10. Klik de houders in het consoleblok vast
NB: De randen van de houders moeten gelijk zijn met het voorpaneel van de console.
4
3
20
11. Sluit het stroomsnoer en de veiligheidssleutel op het gemonteerde frame aan
Sluit dit toestel aan op een correct geaard stopcontact (raadpleeg Instructies i.v.m. aarding).
12. Laatste controle
Zorg dat al het montagemateriaal goed vastzit en dat de componenten correct gemonteerd zijn.
Noteer het serienummer in het daarvoor bedoelde veld vooraan in deze handleiding.
Gebruik het toestel niet totdat het volledig gemonteerd en gecontroleerd is op correcte werking, in overeenstemming met de
gebruikershandleiding.
12
13
21
Het toestel verplaatsen
Het toestel kan door één of meerdere personen worden verplaatst. Wees voorzichtig bij het verplaatsen van het toestel.
De loopband is zwaar en kan lastig te manoeuvreren zijn. Probeer of u het toestel met uw eigen kracht kunt verplaatsen.
Roep indien nodig de hulp van een tweede persoon in.
1. Controleer of de stroomschakelaar is uitgeschakeld en het stroomsnoer is losgekoppeld.
Til nooit de voorkant van het toestel op om het toestel te verplaatsen of te transporteren. Draaiende of bewegende
onderdelen kunnen lichaamsdelen klemmen, wat kan leiden tot lichamelijk letsel.
2. U moet de loopband openvouwen voordat u hem verplaatst. Verplaats de loopband nooit wanneer hij niet is
opengevouwen.
3. Voorzie een veilige ruimte rond, op en boven uw loopband. Zorg dat er geen voorwerpen kunnen worden gemorst of een
blokkering veroorzaken in de volledig opengevouwen stand.
Voorzie voldoende ruimte in de hoogte voor wanneer het bodemvlak omhoog wordt gezet.
4. Til het loopvlak volledig op met behulp van de steunbalk onder de achterkant van de loopband en schakel het
hydraulische tilmechanisme in. Zorg dat het hydraulische tilmechanisme correct vergrendeld is.
Pas geschikte veiligheidsvoorzieningen en tiltechnieken toe. Buig uw knieën en ellebogen, houd uw rug recht en trek het
loopvlak op met beide armen tegelijk. Probeer of u het loopvlak met uw eigen kracht kunt optillen totdat de
vergrendeling kan worden ingeschakeld. Roep indien nodig de hulp van een tweede persoon in.
Til het toestel niet op aan de loopband of de achterste rol. Deze onderdelen kunnen niet worden vastgezet en kunnen
dus plots bewegen. Dit zou lichamelijk letsel of schade aan het toestel kunnen veroorzaken.
5. Controleer of de vergrendeling is ingeschakeld. Trek het loopvlak voorzichtig naar achteren en controleer of het niet
beweegt. Blijf hierbij uit de baan van het bewegingspad in het geval dat de loopband niet vergrendeld is.
Leun niet tegen de loopband wanneer deze is opengevouwen. Plaats er geen voorwerpen op die ertoe zouden kunnen
leiden dat de loopband onstabiel wordt of valt.
Sluit het stroomsnoer niet aan of laat de loopband niet werken wanneer hij is opengevouwen.
6. Til de toestelvoet van de opengevouwen loopband voorzichtig een klein beetje naar achteren op de transportwielen terwijl
u de steunbalk vasthoudt.
Gebruik de console, de handgrepen of het opgeheven loopvlak niet om de loopband op te tillen of te verplaatsen. De
loopband zou beschadigd kunnen raken.
VOORDAT U VAN START GAAT
22
Blijf uit de baan van het bewegingspad van het opgeheven loopvlak.
7. Rol het toestel op de transportwielen naar de nieuwe locatie.
Plaats geen voorwerpen waar het loopvlak zich zou bevinden in verlaagde positie.
NB: Verplaats het toestel voorzichtig, zodat het geen andere voorwerpen raakt. Hierdoor zou de console beschadigd kunnen
raken.
8. Raadpleeg de procedure voor het dichtvouwen van het toestel in deze handleiding voordat u de loopband in gebruik
neemt.
Dichtvouwen van het toestel
1. Zorg dat er voldoende ruimte is om het loopvlak te laten zakken.
Voorzie een minimale ruimte achter het toestel van 2 m, en 0,6 m aan weerszijden. Dit is de aanbevolen
veiligheidsafstand voor toegang en beweging rond het toestel, en voor het afstappen bij noodgevallen.
Plaats het toestel op een schone, harde en vlakke ondergrond zonder ongewenst materiaal of andere voorwerpen die
u in uw bewegingsvrijheid kunnen beperken en met voldoende trainingsruimte. Een rubberen mat onder het toestel is
aanbevolen om elektrostatische ontlading te voorkomen en uw vloer te beschermen.
Zorg dat de trainingsruimte die u gebruikt, voldoende hoog is. Houd hierbij rekening met de lengte van de gebruiker en
de maximale helling van het loopvlak.
2. Zorg dat er geen voorwerpen op of rond de loopband kunnen worden gemorst of een blokkering veroorzaken in de
volledig dichtgevouwen stand.
3. Duw het loopvlak lichtjes vooruit naar de console. Duw met uw linkervoet het bovenste deel van het hydraulische
tilmechanisme lichtjes naar voren totdat de vergrendelbuis loskomt en u het loopvlak weg van de console kunt trekken.
Houd de achterkant van het loopvlak naar boven en ga aan de zijkant van het toestel staan.
Blijf uit de baan van het bewegingspad van het loopvlak.
4. Het hydraulische tilmechanisme is ingesteld om voorzichtig te dalen. Houd het loopvlak vast tot ongeveer 2/3 van de
neerwaartse beweging. Zorg dat u de juiste tiltechniek gebruikt. Buig uw knieën en houd uw rug recht. Het loopvlak kan
mogelijk snel dalen op het einde van de beweging.
23
Het toestel nivelleren
Het toestel moet worden genivelleerd als de trainingsruimte oneffen is. Werkwijze voor het afstellen:
1. Plaats het toestel in uw trainingsruimte.
2. Verstel de stelpootjes totdat ze allemaal contact maken met de vloer.
Verstel de stelpootjes niet te hoog, waardoor ze loskomen of van het toestel worden afgeschroefd. Dit zou
lichamelijk letsel of schade aan het toestel kunnen veroorzaken.
3. Verstel totdat het toestel waterpas staat.
Zorg dat het toestel waterpas staat en stabiel is voordat u begint te trainen.
Loopband
Uw toestel is uitgerust met een duurzame loopband van hoge kwaliteit die voorzien is op lange uren van betrouwbare ser-
vice. Een loopband die gedurende een lange periode heeft stilgestaan, in de fabrieksverpakking of na de montage, kan bij
het opstarten een 'bonzend' geluid produceren. Dit komt door de band die over de kromming van de voorste en achterste
rollen rolt. Dit is normaal en wijst niet op een probleem met uw toestel. Nadat u de loopband een tijdje hebt gebruikt, zal het
bonzende geluid verdwijnen. Hoe lang dit duurt, hangt af van de omgevingstemperatuur en -vochtigheid waarin de loopband
moet werken.
24
KENMERKEN
A Handgreep M Motorpaneel
B Ergonomische stang N Voet
C Contactsensoren voor hartslagmeting (CHR) O Stelpootje
D Slot noodveiligheidssleutel P Transportwiel
E Ventilator Q Hydraulisch tilmechanisme
F Console R Demper
G USB-poort S Opstaprails aan de zijkanten
H Mp3-ingang T Loopband en bodemvlak
I Mediadraagblad U Aan/uit-schakelaar
J Luidspreker V AC-ingang
K Houder W Telemetrische hartslagontvanger (HR) - niet afgebeeld
L Verticaal steunprofiel X Mediakabel (niet afgebeeld)
ADVARSEL
!
Hartslagmeetsystemen kunnen onnauwkeurig zijn. Overmatig trainen kan ernstig letsel of de dood
veroorzaken. Staak de training onmiddellijk als u denkt dat u het bewustzijn gaat verliezen.
U
V
F
E
C
G
I
J
H
K
O
P
Q
O
R
D
N
T
S
L
M
A
B
25
INCLINE SPEED
2
4
5
6
8
12
INCLINE
0-12%
SPEED
km/hmph
19.3
12.8
9.6
8
6.4
3.2
Consolekenmerken
De console verstrekt belangrijke informatie over uw training en verleent u controle over de weerstandsniveaus tijdens het
trainen. De console is voorzien van aanraaktoetsen waarmee u door de trainingsprogramma's kunt navigeren.
Consoledisplay
Goal Track-prestatielampen - wanneer een prestatieniveau wordt bereikt of een trainingsresultaat wordt bekeken, gaat de
prestatie-indicatielamp aan.
GOAL TRACK-toets - Geeft de trainingsresultaten en -prestaties voor het geselecteerde gebruikersprofi el weer
USER-toets - Druk op deze toets om het gewenste gebruikersprofi el te selecteren. Het Actieve-gebruikerdisplay zal worden
aangepast.
Toets Hoger () - Verhoogt de huidige waarde of beweegt door de beschikbare opties
Toets Links () - Verandert het segment dat momenteel actief is en beweegt door de opties
OK-toets - Bevestigt informatie of een selectie
Toets Lager () - Verlaagt de huidige waarde of beweegt door de beschikbare opties
Toets Rechts () - Verandert het segment dat momenteel actief is en beweegt door de opties
PROGRAMS-toets - Selecteert een categorie van trainingsprogramma's
Vooraf ingestelde hellingstoetsen - Selecteert een hellingswaarde voor het loopvlak. Druk binnen de 12 seconden nadat u op
een hellingstoets met een vooraf ingestelde waarde hebt gedrukt, op de Enter-toets voor hellingswaarden om het loopvlak af
te stellen op de gewenste helling.
Ventilatortoets
Hellingstoetsen met
vooraf ingestelde
waarden
Enter-toets voor
hellingswaarden
Snelheidstoetsen
met vooraf
ingestelde
waarden
Enter-toets voor
snelheidswaarden
Goal Track-prestatielampen
26
INCLINE SPEED
2
4
5
6
8
12
INCLINE
0-12%
SPEED
km/hmph
19.3
12.8
9.6
8
6.4
3.2
Enter-toets voor hellingswaarden - Activeert de hellingsmotor om het loopvlak aan te passen aan de geselecteerde vooraf
ingestelde hellingswaarde.
START-toets - Start een Quick Start-training, start een programmatraining op maat van de gebruiker of hervat een
onderbroken training.
FAN-toets - Bedient de ventilator met drie snelheden
PAUSE/STOP-toets - Pauzeert een actieve training, beëindigt een onderbroken training of keert terug naar het vorige menu
Vooraf ingestelde snelheidstoetsen - Selecteert een snelheidswaarde voor de loopband. Druk binnen de 12 seconden nadat
u op een snelheidstoets met een vooraf ingestelde waarde hebt gedrukt, op de Enter-toets voor snelheidswaarden om de
loopband af te stellen op de gewenste snelheid.
Enter-toets voor snelheidswaarden - Past de snelheid van de loopband aan de geselecteerde vooraf ingestelde
snelheidswaarde aan.
Lcd-displaygegevens
Programmadisplay
Het programmadisplay geeft het loopprofi el van het trainingsprogramma weer. Een loopprofi el bestaat uit 16 kolommen
of segmenten. Het loopprofi el heeft twee variabelen voor elk segment: helling (zeshoeken, bovenaan) en snelheid (pijlen,
onderaan).
Hoe intenser de helling- of snelheidsinstelling, des te hoger het niveau voor dat segment. Het knipperende segment geeft uw
huidige interval weer.
Hartslagzonedisplay
Het hartslagzonedisplay toont in welke zone de huidige hartslagwaarde valt voor de huidige gebruiker. Deze hartslagzones
kunnen worden gebruikt als een trainingsrichtlijn voor een bepaalde doelzone (max., anaeroob, aeroob, vetverbranding en
opwarmen).
Vraag een arts om advies voordat u een trainingsprogramma start. Staak de training als u pijn of benauwdheid op de
borst voelt, kortademig wordt of u fl auw voelt. Vraag uw arts om advies voordat u het toestel opnieuw begint te
gebruiken. Gebruik de waarden die door de computer van het toestel worden berekend of opgemeten uitsluitend ter
informatie. De hartslag die op de console wordt weergegeven,
is een benadering en mag alleen ter referentie worden gebruikt.
Opmerking: Als er geen hartslag wordt gedetecteerd, dan is het HRZ-display leeg.
Actieve-gebruikerdisplay
Optiepijlen
Trainingscategorie
Programmaprofi eldisplay
Hartslagzonedisplay
27
Optiepijlen
De optiepijlen informeren de gebruiker waar hij zich bevindt in een lijst van opties met behulp van de functies MORE (Meer) en
PREVIOUS (Vorige) opties.
Indien de functie MORE opties (pijl omlaag) actief is, dan kunt u met behulp van de toets Lager () extra opties bekijken.
MORE opties (pijl Lager) is actief totdat de gebruiker het einde van de lijst bereikt. Wanneer de gebruiker het einde van de
optielijst bereikt, wordt de functie MORE opties (pijl Lager) gedeactiveerd en verstrekt de toets Lager () geen verdere opties
meer.
De functie PREVIOUS opties (pijl Hoger) wordt actief zodra de gebruiker door de lijst begint te navigeren. Bekijk de vorige
opties met behulp van de toets Hoger ().
Actieve-gebruikerdisplay
Het Actieve-gebruikerdisplay geeft aan welk gebruikersprofi el momenteel is geselecteerd.
Tijd / Ronde (tijd)
Het Tijdsdisplay toont de totale duur van de training, de gemiddelde duur voor het gebruikersprofi el of de totale werkingstijd
van het toestel.
Opmerking: De maximale tijd voor een Quick Start-training bedraagt 9 uur, 59 minuten en 59 seconden (9:59:59).
Op het Rondedisplay (Tijd) verschijnt de tijd van het rondje dat net werd afgelegd. Tijdens een training wordt deze trainings-
waarde alleen weergegeven wanneer een ronde is voltooid.
Afstand / Ronde (telling)
Het Afstandsdisplay toont de afgelegde afstand (mijl of km) tijdens de training.
Op het Rondedisplay (telling) verschijnt het totale aantal rondes dat tijdens de training werd afgelegd. Tijdens een training
wordt deze trainingswaarde alleen weergegeven wanneer een ronde is voltooid, of in de trainingsresultatenmodus (alleen
volledig afgelegde rondes, geen komma's).
Opmerking: De afstand van een ronde kan voor iedere gebruiker worden aangepast in de modus 'Edit User Profi le' (Gebrui-
kersprofi el bewerken). De standaardwaarde is 0,4 km.
Hartslag (HR) / Calorieën
Het Hartslagdisplay toont het aantal slagen per minuut (BPM) van de hartslagmeter. Wanneer de console een hartslagsignaal
opvangt, begint het pictogram te knipperen.
Vraag een arts om advies voordat u een trainingsprogramma start. Staak de training als u pijn of benauwdheid op de
borst voelt, kortademig wordt of u fl auw voelt. Vraag uw arts om advies voordat u het toestel opnieuw begint te
gebruiken. De hartslag die wordt weergegeven, is een benadering en mag alleen ter referentie worden gebruikt.
Calorieën
Het Calorieëndisplay toont het aantal calorieën dat u naar schatting tijdens het trainen hebt verbrand.
Helling
Het Hellingsdisplay geeft de huidige hellingsgraad van het loopvlak weer.
Snelheid / Tempo
Het Snelheidsdisplay geeft de snelheid van de band weer in mijl per uur (mph) of kilometer per uur (km/u).
Het Tempodisplay geeft de huidige tijd weer om een km af te leggen met de huidige snelheidswaarde.
Opmerking: De maximale waarde voor het veld Tempo is 99:59.
28
Exporteer uw trainingsresultaten naar een USB-stick
Dit fitnesstoestel is uitgerust met een USB-poort en kan uw trainingsresultaten naar een USB-stick exporteren. Sluit de USB-
stick na het exporteren van de trainingen op een computer aan en upload het bestand naar uw Schwinn Connect™-account.
Opmerking: USB-sticks moeten in FAT32 zijn geformatteerd voor een goede werking.
1. Druk vanaf het opstartscherm op de 'User'-toets om het gewenste gebruikersprofiel te kiezen.
2. Steek de USB-stick in de USB-poort op de console.
3. Op de console verschijnt de boodschap 'SAVING TO USB' (Bezig met opslaan op USB), en vervolgens 'DO NOT
REMOVE' (Niet verwijderen). Het huidige gebruikersprofiel begint te knipperen, wat aangeeft dat de trainingsresultaten
naar de USB-stick worden geëxporteerd. Verwijder de USB-stick niet totdat het gebruikersprofiel niet meer knippert en
op de console de boodschap 'REMOVE USB' (USB-stick verwijderen) verschijnt.
Opmerking: Als de trainingsresultaten op de USB-stick actueel zijn, dan zal de console het bestand niet opnieuw
exporteren. Als er meerdere trainingen werden voltooid, dan zal de console meer tijd nodig hebben om alle
trainingsresultaten te exporteren. Voor langere exports zal de console een exportvoortgangsstatus weergeven
(geëxporteerde trainingen/totaal aantal trainingen).
4. Wanneer de export voltooid is, stopt het gebruikersprofiel met knipperen en geeft de console de boodschap 'USB
COMPLETE' (USB-export voltooid), gevolgd door 'REMOVE USB' (USB-stick verwijderen). U kunt de USB-stick nu veilig
verwijderen.
5. De console keert terug naar het Opstartscherm.
Bij het voltooien van een training zal de console, waarin al een USB-stick steekt, de nieuwe trainingsresultaten niet exporteren
totdat de resultatenmodus wordt verlaten en het opstartscherm wordt weergegeven.
Volg uw resultaten op www.schwinnconnect.com
Haal profijt uit Schwinn Connect™ om uw vooruitgang in de tijd te zien en uw gegevens te delen met MyFitnessPal
®
. Bekijk
uw trainingen en resultaten op afstand wanneer het u past. Met Schwinn Connect™ kunt u een trainingswaarde kiezen en
deze in een week-, maand- of jaargrafiek voorstellen.
Indien u een USB-stick gebruikt om trainingsresultaten naar Schwinn Connect™ te importeren:
1. Steek de USB-stick met uw trainingsgegevens in een apparaat dat is aangesloten op het internet.
2. Meld u aan bij Schwinn Connect™ op www.schwinnconnect.com.
3. Klik op de toets 'Upload' op de website.
4. In het 'Upload'-venster zoekt u uw USB-stick. Selecteer de map met de trainingsgegevens en klik op de uploadtoets. Uw
trainingsgegevens worden naar uw account geüpload.
Opmerking: De naam van het gegevensbestand is ofwel de geselecteerde gebruiker ('USER1.DAT') of de naam van de
geïndividualiseerde gebruiker (bv. - 'JOHN.DAT'), gevolgd door de DAT-bestandsindeling.
5. Om uw trainingsgegevens met MyFitnessPal
®
te synchroniseren kiest u 'Menu' in de linkerbovenhoek van de webpagina
en klikt u op 'Sync to MyFitnessPal
®
' (Synchroniseren naar MyFitnessPal
®
).
Opmerking: Schwinn Connect™ zal uw trainingen automatisch synchroniseren met MyFitnessPal
®
na de eerste
synchronisatie.
Op www.schwinnconnect.com/how-to-use/ kunt u een gebruikershandleiding voor Schwinn Connect™ vinden.
29
Draadloze hartslagmeter
Het volgen van uw hartslag is een van de beste procedures om de intensiteit van uw training te beheersen. De aanwezige
Contact Heart Rate-sensoren (CHR) verzenden uw hartslagsignalen naar de console. De console kan ook telemetrische hart-
slagsignalen aflezen door middel van een hartslagborstband die uitzendt op een frequentie van 4,5 - 5,5 kHz.
Opmerking: De borstband moet een ongecodeerde hartslagborstband van Polar Electro zijn, of een ongecodeerd PO-
LAR
®
-compatibel model. (Gecodeerde Polar
®
-hartslagbanden zoals POLAR
®
OwnCode
®
-borstbanden zullen
niet werken met deze apparatuur.)
Vraag uw arts om advies voordat u een draadloze borstband of een andere telemetrische hartslagmeter gebruikt als u
een pacemaker of een ander geïmplanteerd elektronisch apparaat draagt.
Contactsensoren voor hartslagmeting
Contact Heart Rate-sensoren (CHR) verzenden uw hartslagsignalen naar de console. De CHR-sensoren zijn de roestvrijsta-
len onderdelen van de handgrepen. Om deze te gebruiken plaatst u uw handen comfortabel rond de sensoren. Zorg dat uw
handen de boven- en de onderkant van de sensoren aanraken. Houd de handgrepen stevig vast, maar niet te vast of te los.
Beide handen moeten contact maken met de sensoren, opdat de console een hartslag zou kunnen detecteren. Zodra de
console vier stabiele pulssignalen detecteert, wordt uw initiële hartslag weergegeven.
Zodra de console uw initiële hartslag heeft, blijft u gedurende 10 tot 15 seconden stilzitten zonder uw handen te bewegen.
De console gaat de hartslag nu valideren. Heel wat factoren hebben een invloed op het vermogen van de sensoren om uw
hartslag te detecteren:
• Beweging van de spieren van het bovenlichaam (met inbegrip van de armen) produceert een elektrisch signaal (spierar-
tefact) dat de pulsdetectie kan verstoren. Lichte beweging van de handen tijdens het contact met de sensoren kan ook
storingen veroorzaken.
• Eelt op de handen en handlotion vormen een isolatielaag en verminderen de signaalsterkte.
• Sommige personen wekken een onvoldoende sterk ECG-signaal op, dat niet kan worden gedetecteerd door de sensoren.
• De nabijheid van andere elektronische apparaten kan storing veroorzaken.
Als uw hartslagsignaal op enig moment verstoord lijkt te zijn na validatie, maakt u uw handen en de sensoren schoon en pro-
beert u het opnieuw.
Hartslagberekeningen
Uw maximale hartslag daalt typisch van 220 slagen per minuut (BPM) als kind tot ongeveer 160 BPM op de leeftijd van 60.
Deze daling van de maximale hartslag verloopt meestal lineair, met ongeveer één BPM per jaar. Er zijn geen aanwijzingen dat
de daling van de maximale hartslag door training kan worden beïnvloed. Mensen van dezelfde leeftijd kunnen verschillende
maximale hartslagen hebben. Om deze waarde nauwkeurig te berekenen legt u dus beter een stresstest af in plaats van de
formule op basis van de leeftijd toe te passen.
Uw hartslag in rusttoestand wordt beïnvloed door duurtraining. De doorsnee volwassene heeft een hartslag in rusttoestand
van ongeveer 72 slagen per minuut, terwijl intensief getrainde lopers 40 slagen per minuut of lager kunnen halen.
De hartslagtabel is een schatting van welke hartslagzone (HRZ) effectief is om vet te verbranden en uw cardiovasculaire
systeem te verbeteren. Fysieke omstandigheden variëren. Daarom is het mogelijk dat uw individuele HRZ verschillende slagen
hoger of lager ligt dan wat wordt weergegeven.
30
De meest efficiënte procedure om vet te verbranden tijdens het trainen is te beginnen op een laag tempo en de intensiteit
geleidelijk op te drijven totdat uw hartslag 50-70 % van uw maximale hartslag bereikt. Ga door op dat tempo, waarbij u uw
hartslag in die doelzone houdt gedurende meer dan 20 minuten. Hoe langer u uw doelhartslag aanhoudt, hoe meer vet uw
lichaam verbrandt.
De grafiek is een beknopte richtlijn met de doorgaans voorgestelde doelhartslagwaarden voor personen van uw leeftijd. Zoals
we hierboven reeds vermeldden, kan uw optimale doelhartslag hoger of lager liggen. Vraag uw arts om advies in verband met
uw persoonlijke doelhartslagzone.
Opmerking: Zoals met alle trainingen en fitnessprogramma's het geval is, moet u ook hier de intensiteit en de duur van de
training naar eigen goeddunken verhogen.
20-24
Doelhartslag voor vetverbranding
Hartslag BPM (slagen per minuut)
Leeftijd
25-29
0
50
100
150
200
250
30-34 35-39 40-44 45-49 50-54 55-59 60-64 65-69 70+
196
191
186
181
176
171
166
161
156
151
146
167
162
158
154
150
145
141
137
133
128
126
Maximale Hartslag
Doelhartslagzone
(blijf binnen deze zone voor
een optimale vetverbranding)
118
115
112
109
106
103
100
97
94
91
88
31
BEDIENINGEN
Wat te dragen
Draag sportschoenen met rubberen zolen Om te trainen hebt u geschikte kleding nodig waarin u vrij kunt bewegen.
Hoe vaak moet u trainen
Vraag een arts om advies voordat u een trainingsprogramma start. Staak de training als u pijn of benauwdheid op de
borst voelt, kortademig wordt of u flauw voelt. Vraag uw arts om advies voordat u het toestel opnieuw begint te gebrui-
ken. Gebruik de waarden die door de computer van het toestel worden berekend of opgemeten uitsluitend ter informa-
tie. De hartslag die op de console wordt weergegeven, is onnauwkeurig en mag alleen ter referentie worden gebruikt.
• 3 keer per week gedurende 30 minuten per dag.
• Plan trainingen op voorhand en probeer het schema te volgen.
• Doe enkele stretchoefeningen om uw lichaam op te warmen voordat u begint te trainen.
Aan de slag gaan
Vraag een arts om advies voordat u een trainingsprogramma start. Staak de training als u pijn of benauwdheid op de
borst voelt, kortademig wordt of u flauw voelt. Vraag uw arts om advies voordat u het toestel opnieuw begint te gebrui-
ken. Gebruik de waarden die door de computer van het toestel worden berekend of opgemeten uitsluitend ter informa-
tie.
Plaats het toestel op een schone, harde en vlakke ondergrond zonder ongewenst materiaal of andere voorwerpen die
u in uw bewegingsvrijheid kunnen beperken en met voldoende trainingsruimte. Een rubberen mat onder het toestel is
aanbevolen om elektrostatische ontlading te voorkomen en uw vloer te beschermen.
Zorg dat de trainingsruimte die u gebruikt, voldoende hoog is. Houd hierbij rekening met de lengte van de gebruiker en
de maximale helling van het loopvlak.
1. Zodra het fitnesstoestel in uw trainingsruimte staat, controleert u of de loopband gecentreerd en uitgelijnd is. Raadpleeg
indien nodig de procedure voor het uitlijnen van de loopband in de onderhoudssectie van deze handleiding.
De randen van de loopband moeten zich onder de opstaprails aan weerszijden van de loopband bevinden. Gebruik het
toestel niet als er een rand van de loopband zichtbaar is. Verstel de loopband totdat de randen niet meer zichtbaar zijn
en zich onder de opstaprails bevinden. Raadpleeg de procedure voor het uitlijnen van de loopband.
Opmerking: Dit product is uitsluitend bedoeld voor thuisgebruik.
2. Controleer of er geen voorwerpen onder de loopband liggen. Zorg dat de ruimte onder het toestel vrij is.
3. Sluit het stroomsnoer op een correct geaard stopcontact aan.
Ga niet op het snoer en de stekker staan.
Opmerking: Het toestel is ontworpen om direct te worden aangesloten op een correct bedraad en geaard stopcontact van
220 V.
4. Als u de draadloze hartslagmeter gebruikt, volg dan de richtlijnen over de borstband die zijn meegeleverd.
5. Schakel de stroom in. Het toestel is nu voorzien van stroom.
6. Ga met gespreide benen over de loopband op de zijdelingse opstapplatformen staan. Steek de veiligheidssleutel in het
slot en maak het koord van de veiligheidssleutel met de clip aan uw kleding vast.
Wees voorzichtig wanneer u op en af het toestel stapt.
• Controleer of de veiligheidssleutel correct op de console is aangesloten.
Opmerking: Zonder de veiligheidssleutel kan de gebruiker alle activiteiten uitvoeren behalve het activeren van de
loopbanden. Op de console wordt u eraan herinnerd om de veiligheidssleutel in het slot te steken ('+ SAFETY KEY').
• Bevestig de veiligheidssleutelclip altijd aan uw kleding terwijl u aan het trainen bent.
• Bij een noodgeval trekt u de veiligheidssleutel uit het slot om de stroom naar de band en de hellingsmotoren uit te
32
schakelen. Hierdoor zal de band snel worden gestopt (houd u vast - dit is een abrupte stop) en de training worden
gewist. Druk op de PAUSE/STOP-toets om de band te stoppen en het programma te pauzeren.
7. Druk op de USER-toets om de gewenste gebruiker voor de training te kiezen.
8. Kies uw training met de PROGRAMS-toets en de toetsen Hoger/Lager.
9. Druk op de OK-toets wanneer uw gewenste training wordt getoond.
10. De console zal u een reeks vragen stellen om de training te individualiseren. Wanneer op de console de boodschap
'READY?' (Klaar?) verschijnt, drukt u op de START-toets. Op de console verschijnt 'RAMPING UP' terwijl de loopband op
snelheid komt. Wees voorzichtig bij het opstappen op de loopband.
De band begint pas te bewegen na een hoorbare aftelling met een pieptoon van 3 seconden.
Gebruik altijd de handgrepen om op en af de loopband te stappen, of wanneer de helling of de snelheid verandert.
Indien het geluid werd gedempt, verschijnt de boodschap 'AUDIO OFF' (Geluid uit) gedurende enkele seconden op de
console.
Opmerking: Uw toestel is uitgerust met een duurzame loopband van hoge kwaliteit die voorzien is op lange uren van
betrouwbare service. Een loopband die gedurende een lange periode heeft stilgestaan, in de fabrieksverpakking of na de
montage, kan bij het opstarten een 'bonzend' geluid produceren. Dit komt door de band die over de kromming van de
voorste en achterste rollen rolt. Dit is normaal en wijst niet op een probleem met uw toestel. Nadat u de loopband een
tijdje hebt gebruikt, zal het bonzende geluid verdwijnen. Hoe lang dit duurt, hangt af van de omgevingstemperatuur en
-vochtigheid waarin de loopband moet werken.
Opstart/Stand-by-modus
De console wordt opgestart in de Opstart/Stand-by-modus als hij op een stroombron is aangesloten, de aan/uit-schakelaar is
ingeschakeld en de veiligheidssleutel correct in het contactslot zit.
Opmerking: Zonder de veiligheidssleutel kan de gebruiker alle activiteiten uitvoeren behalve het activeren van de loopband.
Op de console wordt u eraan herinnerd om de veiligheidssleutel in het slot te steken ('+ SAFETY KEY'). Zodra de veilig-
heidssleutel in het slot zit, moet u opnieuw op de START-toets drukken om de geselecteerde training te beginnen.
Automatisch uitschakelen (slaapstand)
Als de console in een tijdspanne van ongeveer 5 minuten geen enkele input ontvangt, dan wordt hij automatisch uitgescha-
keld. Het lcd-display is uitgeschakeld wanneer de console in de slaapstand staat.
Om de console uit te schakelen zet u alle bedieningselementen op de uit-stand en verwijdert u daarna de stekker uit het
stopcontact.
Initiële installatie
Wanneer de console voor de eerste keer wordt opgestart, moeten de datum, de tijd en de gewenste meeteenheden worden
ingesteld.
1. Datum: Druk op de toetsen Hoger/Lager om de huidige actieve waarde (die knippert) aan te passen. Druk op de toetsen
Links/Rechts om de selectie van de huidige actieve waarde (maand/dag/jaar) te veranderen.
2. Druk op OK om in te stellen.
3. Tijd: Druk op de toetsen Hoger/Lager om de huidige actieve waarde (die knippert) aan te passen. Druk op de toetsen
Links/Rechts om de selectie van de huidige actieve waarde (AM of PM/uur/minuut) te veranderen.
4. Druk op OK om in te stellen.
5. Meeteenheden: Druk op de toetsen Hoger/Lager om te kiezen tussen 'MILES' (Engelse maten) of 'KM' (metrische ma-
ten).
33
6. Druk op OK om in te stellen. De console keert terug naar het Opstartscherm.
Opmerking: Om deze instellingen aan te passen gaat u naar de sectie 'Instelmodus van de console'.
Snelstartprogramma (handmatig)
Met het handmatige snelstartprogramma kunt u een training starten zonder enige informatie in te voeren.
Bij een handmatige training staat iedere kolom voor een periode van 2 minuten. De actieve kolom zal om de 2 minuten verder
over het scherm verschuiven. Als de training langer duurt dan 32 minuten, dan wordt de actieve kolom vastgezet op de verste
kolom aan de rechterkant en worden de vorige kolommen van het display geduwd.
1. Ga op de zijdelingse opstapplatformen staan.
2. Druk op de 'User'-toets om het juiste gebruikersprofiel te kiezen. Als u nog geen gebruikersprofiel hebt ingesteld, dan
kunt u een profiel zonder aangepaste gegevens kiezen (alleen standaardwaarden).
3. Druk op de START-toets om het handmatige programma te starten.
Opmerking: Om een training te starten moet de veiligheidssleutel in het slot zitten. Als dat niet het geval is, dan verschijnt
de boodschap '+ SAFETY KEY' op de console. Op de console verschijnt 'RAMPING UP' terwijl de loopband op snelheid
komt.
4. Om de weerstand of de snelheid te veranderen drukt u op de toetsen voor het verhogen of verlagen van de weerstand of
de snelheid. De klok telt op vanaf 0:00.
Opmerking: De maximale tijd voor een Quick Start-training bedraagt 9 uur, 59 minuten en 59 seconden (9:59:59).
5. Druk op PAUSE/STOP om de training te pauzeren wanneer u klaar bent. Druk nogmaals op PAUSE/STOP om de training
te beëindigen.
Opmerking: De trainingsresultaten worden in het huidige gebruikersprofiel opgeslagen.
Gebruikersprofielen
Op de console kunt u 4 gebruikersprofielen opslaan en gebruiken. De resultaten van iedere training worden automatisch in de
gebruikersprofielen opgeslagen, waar ze kunnen worden bekeken.
De volgende gegevens worden in het gebruikersprofiel opgeslagen:
Naam - maximaal 13 tekens
Gewicht
Lengte
Leeftijd
Geslacht
Afstand ronde
Scannen
Waarde (display van aangepaste training)
Een gebruikersprofiel kiezen
Iedere training wordt opgeslagen in een gebruikersprofiel. Zorg dat u het juiste gebruikersprofiel kiest voordat u een training
start. De laatste gebruiker die een training heeft voltooid, wordt standaard geselecteerd.
Gebruikersprofielen zijn ingesteld op de standaardwaarden totdat ze worden aangepast. Vergeet uw gebruikersprofiel dus niet
te bewerken voor meer accurate informatie over calorieverbruik en hartslagwaarden.
34
Gebruikersprofiel bewerken
1. Kies op het Opstartscherm een van de gebruikersprofielen met behulp van de 'User'-toets.
2. Druk op de OK-toets om het gebruikersprofiel te kiezen.
3. Op het consoledisplay verschijnt de boodschap 'EDIT' (Bewerken) en de naam van het huidige gebruikersprofiel. Druk op
OK om de optie 'Gebruikersprofiel bewerken' te starten.
Druk op de toets PAUSE/STOP om de gebruikersprofielopties te verlaten. De console zal naar het Opstartscherm
terugkeren.
4. Op het consoledisplay verschijnt de boodschap 'NAME' (Naam) en de naam van het huidige gebruikersprofiel.
Opmerking: Het veld voor de naam van de gebruiker is leeg als dit de eerste bewerking is. De naam van een gebruikers-
profiel is beperkt tot 13 tekens.
Het huidige actieve segment knippert. Gebruik de toetsen Hoger/Lager om door het alfabet en een spatie (te vinden
tussen A en Z) te navigeren. Voor het instellen van elk segment gebruikt u de toetsen Links () of Rechts () om van het
ene segment naar het andere te gaan.
Druk op OK om de weergegeven gebruikersnaam te accepteren.
5. Voor het bewerken van de andere gebruikersgegevens (WEIGHT, HEIGHT, AGE, GENDER) gebruikt u de toetsen Hoger/
Lager om de waarden aan te passen en drukt u op OK om iedere invoer vast te leggen.
Opmerking: Op het TIME-display wordt de BMI van de gebruiker weergegeven op het moment van de boodschap
HEIGHT.
De BMI-meting is een nuttig hulpmiddel dat de verhouding tussen gewicht en lengte aantoont, die verband houdt met li-
chaamsvet en gezondheidsrisico. In de onderstaande tabel vindt u een algemene beoordeling van de BMI-score:
Ondergewicht Onder 18,5
Normaal 18,5 – 24,9
Overgewicht 25,0 – 29,9
Zwaarlijvigheid 30,0 en hoger
Opmerking: De beoordeling overschat mogelijk het lichaamsvet bij atleten en andere personen die atletisch gebouwd zijn.
De beoordeling kan het lichaamsvet echter ook onderschatten, onder andere bij oudere mensen en andere
personen die spiermassa hebben verloren.
Raadpleeg uw arts voor meer informatie over de 'Body Mass Index' (BMI) en het gewicht dat voor u ideaal is. Gebruik
de waarden die door de computer van het toestel worden berekend of opgemeten uitsluitend ter informatie.
6. Op het consoledisplay verschijnt de boodschap LAP DISTANCE. Met deze optie kunt u de afstand van een RONDE
tijdens een training vastleggen. Gebruik de toetsen Hoger/Lager om de waarde van de afstand van een ronde aan te
passen. De standaardwaarde is 0,4 km.
Druk op de OK-toets om de waarde in te stellen.
7. Op het consoledisplay verschijnt de boodschap 'SCAN' (Scannen). Met deze optie controleert u hoe de trainingswaarden
worden weergegeven tijdens een training. Wanneer de optie is ingeschakeld, geeft de console om de 4 seconden
een andere trainingswaarde weer. Wanneer deze optie is uitgeschakeld, kan de gebruiker met behulp van de toetsen
RECHTS of LINKS de andere trainingswaarden bekijken wanneer hij dat wenst.
De optie is standaard ingeschakeld.
Druk op de OK-toets om de manier waarop de trainingswaarden worden weergegeven, vast te leggen.
8. Op de console verschijnt de boodschap VALUE in het trainingsdisplay. Met deze optie controleert u of een
trainingswaarde al dan niet wordt weergegeven tijdens een training. Wanneer de optie is ingeschakeld, kan de
trainingswaarde op de console worden weergegeven. Wanneer de optie is uitgeschakeld, wordt de trainingswaarde
tijdens een training gedeactiveerd.
35
De actieve trainingswaarde (Tijd, Ronde (Tijd), Afstand, Ronde (Telling), Hartslag, Calorieën of Tempo) knippert op de
console, die ook de huidige instelling weergeeft: 'VALUE - ON' of 'VALUE - OFF'. Druk op de toetsen Hoger () of Lager
() om de huidige instelling te veranderen en gebruik de toetsen Links () of Rechts () om de actieve trainingswaarde
te veranderen.
Opmerking: De trainingswaarden voor helling en snelheid kunnen niet worden uitgeschakeld.
De standaardwaarde is 'VALUE - ON' voor alle trainingswaarden. Wanneer u klaar bent met het instellen van welke
trainingswaarden al dan niet worden weergegeven, drukt u op de OK-toets om de console in te stellen.
9. Op het consoledisplay verschijnt de boodschap 'WIRELESS HR' (Draadloze hartslagmeting). Als u de luidsprekers
van de console gebruikt met hoge instellingen en/of een groter persoonlijk elektronisch apparaat gebruikt, dan
wordt de hartslagmeting op de console mogelijk verstoord door interferentie. Met deze optie kunt u de telemetrische
hartslagontvanger uitschakelen om de interferentie te blokkeren.
Op het bovenste display ziet u de huidige waarde-instelling: 'ON' of 'OFF'. Druk op de toetsen Hoger () of Lager () om
de waarde te veranderen. De optie is standaard ingeschakeld.
Druk op de OK-toets om de telemetrische hartslagontvanger te activeren.
10. De console keert terug naar het Opstartscherm met de geselecteerde gebruiker.
Een gebruikersprofiel resetten
1. Kies op het Opstartscherm een van de gebruikersprofielen met behulp van de 'User'-
toets.
2. Druk op de OK-toets om het gebruikersprofiel te kiezen.
3. Op het consoledisplay verschijnt de boodschap 'EDIT' (Bewerken). Druk op de toets
Lager () om de waarde te veranderen.
Opmerking: Druk op de toets PAUSE/STOP om de gebruikersprofi elopties te verlaten.
De console zal naar het Opstartscherm terugkeren.
4. Op het consoledisplay verschijnt de boodschap 'RESET' (Resetten) en de naam van
het huidige gebruikersprofiel. Druk op OK om de optie 'Gebruikersprofiel resetten' te
starten.
5. De console zal nu vragen om het verzoek voor het resetten van het gebruikersprofiel
te bevestigen (de standaardkeuze is 'RESET - NO'). Druk op de toetsen Hoger () of
Lager () om de keuze aan te passen.
6. Druk op OK om uw keuze te maken.
7. De console keert terug naar het Opstartscherm.
De helling aanpassen
Druk op de toetsen voor het verhogen () of verlagen () van de helling om de hoek van het bodemvlak op ieder gewenst
moment in een trainingsprogramma te wijzigen. Hiervoor moet de veiligheidssleutel in het contactslot zitten. Om de hellings-
hoek snel te wijzigen drukt u op de hellingstoets met de gewenste vooraf ingestelde waarde, en vervolgens op de Enter-toets
voor hellingswaarden. Het bodemvlak zal de gekozen hellingshoek aannemen.
Opmerking: Nadat u op een hellingstoets met een vooraf ingestelde waarde hebt gedrukt, moet u binnen de 12 seconden
op de Enter-toets voor hellingswaarden drukken.
Zorg dat de ruimte onder het toestel vrij is voordat u het bodemvlak laat zakken. Laat het bodemvlak na elke training
volledig zakken.
Het gebruik van dit toestel vereist coördinatie en evenwicht. Tijdens het trainen kunt u snelheids- en
hellingsveranderingen van het bodemvlak verwachten. Wees dus voorzichtig om evenwichtsverlies en mogelijk letsel te
voorkomen.
INCLINE SPEED
2
4
5
6
8
12
INCLINE
0-12%
SPEED
km/hmph
19.3
12.8
9.6
8
6.4
3.2
Hellingstoetsen
met vooraf
ingestelde
waarden
Enter-toets voor
hellings-
waarden
36
Zorg dat de trainingsruimte die u gebruikt, voldoende hoog is. Houd hierbij rekening met de lengte van de gebruiker en de
maximale hellingshoogte van het bodemvlak.
De snelheid aanpassen
Druk op de toetsen voor het verhogen () of verlagen () van het snelheidsniveau om de snelheid van de loopband op ieder
gewenst moment in een trainingsprogramma te wijzigen. Om de snelheid snel te wijzigen drukt u op de snelheidstoets met de
gewenste vooraf ingestelde waarde, en vervolgens op de Enter-toets voor snelheidswaarden. De snelheid van de loopband
wordt aangepast aan de gewenste snelheid.
Opmerking: Nadat u op een snelheidstoets met een vooraf ingestelde waarde hebt gedrukt, moet u binnen de 12
seconden op de Enter-toets voor snelheidswaarden drukken.
Profielprogramma's
Deze programma's hebben verschillende hellingshoeken en loopbandsnelheden op basis van de maximum- en minimumsnel-
heid van de gebruiker. De gebruiker kan de hellings- en snelheidswaarden ook handmatig aanpassen op elk gewenst moment
in de training. De profielprogramma's zijn georganiseerd in categorieën (Quick Goal, Heart Health, Weight Control, Interval,
Train en Custom). Ieder profielprogramma bestaat uit 16 segmenten, waardoor een verscheidenheid aan trainingen mogelijk
is.
Tijdens een profielprogramma geeft de console met een geluidssignaal aan of in het volgende segment de helling of de
snelheid zal worden aangepast. Wees bij elk nieuw segment voorbereid op hellings- en snelheidsveranderingen.
Op de console is de momenteel geselecteerde categorie actief, waarbij de eerste training van het profielprogramma binnen
die categorie wordt weergegeven. Gebruik de toetsen Hoger () of Lager () om de gewenste profielprogrammatraining te
kiezen uit de categorie van trainingen. Op het einde van de beschikbare trainingen voor die categorie zal de pijl voor meer
opties (pijl omlaag) worden gedeactiveerd. Zo weet de gebruiker dat hij het einde van de categorie heeft bereikt.
QUICK GOAL
DISTANCE, TIME, CALORIES
Use Case 4: Programs and Their Brickyards
REVED : 021514
RELEASE: C
QUICKSTART (press and hold to customize
program)
QUICK GOAL
Distance
Time
Calories
TRAIN
1 MILE PACER
5K PACER
10K PACER
Endurance 1
Endurance 2
Performance 1
Performance 2
CHALLENGE
1 MILE BEST
5K BEST
10K BEST
WEIGHT CONTROL
Fat Burn 1
Fat Burn 2
CALORIE BURN
(SCH) (NLS)
150 SPEED
200 INCLINE
300 BOTH
HEART HEALTH
Healthy 55%
Fat Burn 65%
Aerobic 75%
Anaerobic85%
INTERVAL
LOW IMPACT
HIIT/SPEED
HIIT+INCLINE
CUSTOM
HR TARGET
CUSTOM
INTERVAL-SPD
INTERVAL-INC
CUSTOM PLUS
WARM UP
COOL DOWN
PERFORMANCE 1:
ENDURANCE 1:
FAT BURN 2:
Fast Burn – steady pace with high intensity
(moderate incline / moderate speed)
Default MAX SPEED : 5 mph
CALORIE BURN (NLS):
(use brickyard for each
option)
FAT BURN 1:
Slow Burn – steady pace with low intensity
(low incline / low speed)
Default MAX SPEED : 5 mph
PERSONAL BEST:
COMPARE:BEST is automatically selected with
this program, Console uses BEST pace from
previous workout if this distance has not been
previously done.
TRAIN/PACER:
COMPARE:AVERAGE is automatically selected by
this program, Console uses AVG pace from
previous workout if this distance has not been
previously done.
ENDURANCE 2:
[ 1299 machine ]
HEART HEALTH:
Default MAX SPEED : 7 mph
LOW IMPACT/INCLINE:
HIIT/SPEED:
SPEED + INCLINE:
HEART RATE TARGET:
CUSTOM PROFILE:
(will use the default
brickyard from next
two Workouts)
SPEED INTERVAL:
INCLINE INTERVAL:
CUSTOM INTERVAL:
CUSTOM WARM UP
/ COOLDOWN:
CALORIE BURN (SCH):
Incline. Speed is preset.
Default MAX SPEED : 1 mph
Default MAX SPEED : 3 mph
Default MAX SPEED : 2 mph
Default MAX SPEED : 7 mph
Default MAX SPEED : 7 mph
Default MAX SPEED : 7 mph
Default MAX SPEED : 7 mph
Default MAX SPEED : 1 mph
Default MAX SPEED : 5 mph
Default MAX SPEED : 1 mph
QUICK GOAL and PACER brickyard (s):
Default MAX SPEED : 9 mph
Default MAX SPEED : 1 mph
Default MAX SPEED : 9 mph
C
C
C
C
Boot Camp:
HEART HEALTH
RECOVERY TEST, HEALTHY- 55 %, FAT BURN - 65 %, AEROBIC - 75 %, ANAEROBIC - 85 %
Use Case 4: Programs and Their Brickyards
REVED : 021514
RELEASE: C
QUICKSTART (press and hold to customize
program)
QUICK GOAL
Distance
Time
Calories
TRAIN
1 MILE PACER
5K PACER
10K PACER
Endurance 1
Endurance 2
Performance 1
Performance 2
CHALLENGE
1 MILE BEST
5K BEST
10K BEST
WEIGHT CONTROL
Fat Burn 1
Fat Burn 2
CALORIE BURN
(SCH) (NLS)
150 SPEED
200 INCLINE
300 BOTH
HEART HEALTH
Healthy 55%
Fat Burn 65%
Aerobic 75%
Anaerobic85%
INTERVAL
LOW IMPACT
HIIT/SPEED
HIIT+INCLINE
CUSTOM
HR TARGET
CUSTOM
INTERVAL-SPD
INTERVAL-INC
CUSTOM PLUS
WARM UP
COOL DOWN
PERFORMANCE 1:
ENDURANCE 1:
FAT BURN 2:
Fast Burn – steady pace with high intensity
(moderate incline / moderate speed)
Default MAX SPEED : 5 mph
CALORIE BURN (NLS):
(use brickyard for each
option)
FAT BURN 1:
Slow Burn – steady pace with low intensity
(low incline / low speed)
Default MAX SPEED : 5 mph
PERSONAL BEST:
COMPARE:BEST is automatically selected with
this program, Console uses BEST pace from
previous workout if this distance has not been
previously done.
TRAIN/PACER:
COMPARE:AVERAGE is automatically selected by
this program, Console uses AVG pace from
previous workout if this distance has not been
previously done.
ENDURANCE 2:
[ 1299 machine ]
HEART HEALTH:
Default MAX SPEED : 7 mph
LOW IMPACT/INCLINE:
HIIT/SPEED:
SPEED + INCLINE:
HEART RATE TARGET:
CUSTOM PROFILE:
(will use the default
brickyard from next
two Workouts)
SPEED INTERVAL:
INCLINE INTERVAL:
CUSTOM INTERVAL:
CUSTOM WARM UP
/ COOLDOWN:
CALORIE BURN (SCH):
Incline. Speed is preset.
Default MAX SPEED : 1 mph
Default MAX SPEED : 3 mph
Default MAX SPEED : 2 mph
Default MAX SPEED : 7 mph
Default MAX SPEED : 7 mph
Default MAX SPEED : 7 mph
Default MAX SPEED : 7 mph
Default MAX SPEED : 1 mph
Default MAX SPEED : 5 mph
Default MAX SPEED : 1 mph
QUICK GOAL and PACER brickyard (s):
Default MAX SPEED : 9 mph
Default MAX SPEED : 1 mph
Default MAX SPEED : 9 mph
C
C
C
C
Boot Camp:
WEIGHT CONTROL
FAT BURN 1 CALORIE BURN - 150
Use Case 4: Programs and Their Brickyards
REVED : 021514
RELEASE: C
QUICKSTART (press and hold to customize
program)
QUICK GOAL
Distance
Time
Calories
TRAIN
1 MILE PACER
5K PACER
10K PACER
Endurance 1
Endurance 2
Performance 1
Performance 2
CHALLENGE
1 MILE BEST
5K BEST
10K BEST
WEIGHT CONTROL
Fat Burn 1
Fat Burn 2
CALORIE BURN
(SCH) (NLS)
150 SPEED
200 INCLINE
300 BOTH
HEART HEALTH
Healthy 55%
Fat Burn 65%
Aerobic 75%
Anaerobic85%
INTERVAL
LOW IMPACT
HIIT/SPEED
HIIT+INCLINE
CUSTOM
HR TARGET
CUSTOM
INTERVAL-SPD
INTERVAL-INC
CUSTOM PLUS
WARM UP
COOL DOWN
PERFORMANCE 1:
ENDURANCE 1:
FAT BURN 2:
Fast Burn – steady pace with high intensity
(moderate incline / moderate speed)
Default MAX SPEED : 5 mph
CALORIE BURN (NLS):
(use brickyard for each
option)
FAT BURN 1:
Slow Burn – steady pace with low intensity
(low incline / low speed)
Default MAX SPEED : 5 mph
PERSONAL BEST:
COMPARE:BEST is automatically selected with
this program, Console uses BEST pace from
previous workout if this distance has not been
previously done.
TRAIN/PACER:
COMPARE:AVERAGE is automatically selected by
this program, Console uses AVG pace from
previous workout if this distance has not been
previously done.
ENDURANCE 2:
[ 1299 machine ]
HEART HEALTH:
Default MAX SPEED : 7 mph
LOW IMPACT/INCLINE:
HIIT/SPEED:
SPEED + INCLINE:
HEART RATE TARGET:
CUSTOM PROFILE:
(will use the default
brickyard from next
two Workouts)
SPEED INTERVAL:
INCLINE INTERVAL:
CUSTOM INTERVAL:
CUSTOM WARM UP
/ COOLDOWN:
CALORIE BURN (SCH):
Incline. Speed is preset.
Default MAX SPEED : 1 mph
Default MAX SPEED : 3 mph
Default MAX SPEED : 2 mph
Default MAX SPEED : 7 mph
Default MAX SPEED : 7 mph
Default MAX SPEED : 7 mph
Default MAX SPEED : 7 mph
Default MAX SPEED : 1 mph
Default MAX SPEED : 5 mph
Default MAX SPEED : 1 mph
QUICK GOAL and PACER brickyard (s):
Default MAX SPEED : 9 mph
Default MAX SPEED : 1 mph
Default MAX SPEED : 9 mph
C
C
C
C
Boot Camp:
Use Case 4: Programs and Their Brickyards
REVED : 021514
RELEASE: C
QUICKSTART (press and hold to customize
program)
QUICK GOAL
Distance
Time
Calories
TRAIN
1 MILE PACER
5K PACER
10K PACER
Endurance 1
Endurance 2
Performance 1
Performance 2
CHALLENGE
1 MILE BEST
5K BEST
10K BEST
WEIGHT CONTROL
Fat Burn 1
Fat Burn 2
CALORIE BURN
(SCH) (NLS)
150 SPEED
200 INCLINE
300 BOTH
HEART HEALTH
Healthy 55%
Fat Burn 65%
Aerobic 75%
Anaerobic85%
INTERVAL
LOW IMPACT
HIIT/SPEED
HIIT+INCLINE
CUSTOM
HR TARGET
CUSTOM
INTERVAL-SPD
INTERVAL-INC
CUSTOM PLUS
WARM UP
COOL DOWN
PERFORMANCE 1:
ENDURANCE 1:
FAT BURN 2:
Fast Burn – steady pace with high intensity
(moderate incline / moderate speed)
Default MAX SPEED : 5 mph
CALORIE BURN (NLS):
(use brickyard for each
option)
FAT BURN 1:
Slow Burn – steady pace with low intensity
(low incline / low speed)
Default MAX SPEED : 5 mph
PERSONAL BEST:
COMPARE:BEST is automatically selected with
this program, Console uses BEST pace from
previous workout if this distance has not been
previously done.
TRAIN/PACER:
COMPARE:AVERAGE is automatically selected by
this program, Console uses AVG pace from
previous workout if this distance has not been
previously done.
ENDURANCE 2:
[ 1299 machine ]
HEART HEALTH:
Default MAX SPEED : 7 mph
LOW IMPACT/INCLINE:
HIIT/SPEED:
SPEED + INCLINE:
HEART RATE TARGET:
CUSTOM PROFILE:
(will use the default
brickyard from next
two Workouts)
SPEED INTERVAL:
INCLINE INTERVAL:
CUSTOM INTERVAL:
CUSTOM WARM UP
/ COOLDOWN:
CALORIE BURN (SCH):
Incline. Speed is preset.
Default MAX SPEED : 1 mph
Default MAX SPEED : 3 mph
Default MAX SPEED : 2 mph
Default MAX SPEED : 7 mph
Default MAX SPEED : 7 mph
Default MAX SPEED : 7 mph
Default MAX SPEED : 7 mph
Default MAX SPEED : 1 mph
Default MAX SPEED : 5 mph
Default MAX SPEED : 1 mph
QUICK GOAL and PACER brickyard (s):
Default MAX SPEED : 9 mph
Default MAX SPEED : 1 mph
Default MAX SPEED : 9 mph
C
C
C
C
Boot Camp:
37
CALORIE BURN - 300
Use Case 4: Programs and Their Brickyards
REVED : 021514
RELEASE: C
QUICKSTART (press and hold to customize
program)
QUICK GOAL
Distance
Time
Calories
TRAIN
1 MILE PACER
5K PACER
10K PACER
Endurance 1
Endurance 2
Performance 1
Performance 2
CHALLENGE
1 MILE BEST
5K BEST
10K BEST
WEIGHT CONTROL
Fat Burn 1
Fat Burn 2
CALORIE BURN
(SCH) (NLS)
150 SPEED
200 INCLINE
300 BOTH
HEART HEALTH
Healthy 55%
Fat Burn 65%
Aerobic 75%
Anaerobic85%
INTERVAL
LOW IMPACT
HIIT/SPEED
HIIT+INCLINE
CUSTOM
HR TARGET
CUSTOM
INTERVAL-SPD
INTERVAL-INC
CUSTOM PLUS
WARM UP
COOL DOWN
PERFORMANCE 1:
ENDURANCE 1:
FAT BURN 2:
Fast Burn – steady pace with high intensity
(moderate incline / moderate speed)
Default MAX SPEED : 5 mph
CALORIE BURN (NLS):
(use brickyard for each
option)
FAT BURN 1:
Slow Burn – steady pace with low intensity
(low incline / low speed)
Default MAX SPEED : 5 mph
PERSONAL BEST:
COMPARE:BEST is automatically selected with
this program, Console uses BEST pace from
previous workout if this distance has not been
previously done.
TRAIN/PACER:
COMPARE:AVERAGE is automatically selected by
this program, Console uses AVG pace from
previous workout if this distance has not been
previously done.
ENDURANCE 2:
[ 1299 machine ]
HEART HEALTH:
Default MAX SPEED : 7 mph
LOW IMPACT/INCLINE:
HIIT/SPEED:
SPEED + INCLINE:
HEART RATE TARGET:
CUSTOM PROFILE:
(will use the default
brickyard from next
two Workouts)
SPEED INTERVAL:
INCLINE INTERVAL:
CUSTOM INTERVAL:
CUSTOM WARM UP
/ COOLDOWN:
CALORIE BURN (SCH):
Incline. Speed is preset.
Default MAX SPEED : 1 mph
Default MAX SPEED : 3 mph
Default MAX SPEED : 2 mph
Default MAX SPEED : 7 mph
Default MAX SPEED : 7 mph
Default MAX SPEED : 7 mph
Default MAX SPEED : 7 mph
Default MAX SPEED : 1 mph
Default MAX SPEED : 5 mph
Default MAX SPEED : 1 mph
QUICK GOAL and PACER brickyard (s):
Default MAX SPEED : 9 mph
Default MAX SPEED : 1 mph
Default MAX SPEED : 9 mph
C
C
C
C
Boot Camp:
INTERVAL
INTERVAL-INC (Helling) INTERVAL-SPD
Use Case 4: Programs and Their Brickyards
REVED : 021514
RELEASE: C
QUICKSTART (press and hold to customize
program)
QUICK GOAL
Distance
Time
Calories
TRAIN
1 MILE PACER
5K PACER
10K PACER
Endurance 1
Endurance 2
Performance 1
Performance 2
CHALLENGE
1 MILE BEST
5K BEST
10K BEST
WEIGHT CONTROL
Fat Burn 1
Fat Burn 2
CALORIE BURN
(SCH) (NLS)
150 SPEED
200 INCLINE
300 BOTH
HEART HEALTH
Healthy 55%
Fat Burn 65%
Aerobic 75%
Anaerobic85%
INTERVAL
LOW IMPACT
HIIT/SPEED
HIIT+INCLINE
CUSTOM
HR TARGET
CUSTOM
INTERVAL-SPD
INTERVAL-INC
CUSTOM PLUS
WARM UP
COOL DOWN
PERFORMANCE 1:
ENDURANCE 1:
FAT BURN 2:
Fast Burn – steady pace with high intensity
(moderate incline / moderate speed)
Default MAX SPEED : 5 mph
CALORIE BURN (NLS):
(use brickyard for each
option)
FAT BURN 1:
Slow Burn – steady pace with low intensity
(low incline / low speed)
Default MAX SPEED : 5 mph
PERSONAL BEST:
COMPARE:BEST is automatically selected with
this program, Console uses BEST pace from
previous workout if this distance has not been
previously done.
TRAIN/PACER:
COMPARE:AVERAGE is automatically selected by
this program, Console uses AVG pace from
previous workout if this distance has not been
previously done.
ENDURANCE 2:
[ 1299 machine ]
HEART HEALTH:
Default MAX SPEED : 7 mph
LOW IMPACT/INCLINE:
HIIT/SPEED:
SPEED + INCLINE:
HEART RATE TARGET:
CUSTOM PROFILE:
(will use the default
brickyard from next
two Workouts)
SPEED INTERVAL:
INCLINE INTERVAL:
CUSTOM INTERVAL:
CUSTOM WARM UP
/ COOLDOWN:
CALORIE BURN (SCH):
Incline. Speed is preset.
Default MAX SPEED : 1 mph
Default MAX SPEED : 3 mph
Default MAX SPEED : 2 mph
Default MAX SPEED : 7 mph
Default MAX SPEED : 7 mph
Default MAX SPEED : 7 mph
Default MAX SPEED : 7 mph
Default MAX SPEED : 1 mph
Default MAX SPEED : 5 mph
Default MAX SPEED : 1 mph
QUICK GOAL and PACER brickyard (s):
Default MAX SPEED : 9 mph
Default MAX SPEED : 1 mph
Default MAX SPEED : 9 mph
C
C
C
C
Boot Camp:
INTERVAL-DUAL (Helling en Snelheid)
TRAIN
ENDURANCE PERFORMANCE
1 MILE PACER, 5K PACER, 10K PACER
Use Case 4: Programs and Their Brickyards
REVED : 021514
RELEASE: C
QUICKSTART (press and hold to customize
program)
QUICK GOAL
Distance
Time
Calories
TRAIN
1 MILE PACER
5K PACER
10K PACER
Endurance 1
Endurance 2
Performance 1
Performance 2
CHALLENGE
1 MILE BEST
5K BEST
10K BEST
WEIGHT CONTROL
Fat Burn 1
Fat Burn 2
CALORIE BURN
(SCH) (NLS)
150 SPEED
200 INCLINE
300 BOTH
HEART HEALTH
Healthy 55%
Fat Burn 65%
Aerobic 75%
Anaerobic85%
INTERVAL
LOW IMPACT
HIIT/SPEED
HIIT+INCLINE
CUSTOM
HR TARGET
CUSTOM
INTERVAL-SPD
INTERVAL-INC
CUSTOM PLUS
WARM UP
COOL DOWN
PERFORMANCE 1:
ENDURANCE 1:
FAT BURN 2:
Fast Burn – steady pace with high intensity
(moderate incline / moderate speed)
Default MAX SPEED : 5 mph
CALORIE BURN (NLS):
(use brickyard for each
option)
FAT BURN 1:
Slow Burn – steady pace with low intensity
(low incline / low speed)
Default MAX SPEED : 5 mph
PERSONAL BEST:
COMPARE:BEST is automatically selected with
this program, Console uses BEST pace from
previous workout if this distance has not been
previously done.
TRAIN/PACER:
COMPARE:AVERAGE is automatically selected by
this program, Console uses AVG pace from
previous workout if this distance has not been
previously done.
ENDURANCE 2:
[ 1299 machine ]
HEART HEALTH:
Default MAX SPEED : 7 mph
LOW IMPACT/INCLINE:
HIIT/SPEED:
SPEED + INCLINE:
HEART RATE TARGET:
CUSTOM PROFILE:
(will use the default
brickyard from next
two Workouts)
SPEED INTERVAL:
INCLINE INTERVAL:
CUSTOM INTERVAL:
CUSTOM WARM UP
/ COOLDOWN:
CALORIE BURN (SCH):
Incline. Speed is preset.
Default MAX SPEED : 1 mph
Default MAX SPEED : 3 mph
Default MAX SPEED : 2 mph
Default MAX SPEED : 7 mph
Default MAX SPEED : 7 mph
Default MAX SPEED : 7 mph
Default MAX SPEED : 7 mph
Default MAX SPEED : 1 mph
Default MAX SPEED : 5 mph
Default MAX SPEED : 1 mph
QUICK GOAL and PACER brickyard (s):
Default MAX SPEED : 9 mph
Default MAX SPEED : 1 mph
Default MAX SPEED : 9 mph
C
C
C
C
Boot Camp:
CUSTOM
HR (hartslag) TARGET USER DEFINED
Trainingsprofiel en doelprogramma
Op de console kunt u het profielprogramma en het type doel voor uw training kiezen (Afstand, Duur of Calorieën). U kunt ook
de doelwaarde instellen.
Opmerking: Voor bepaalde profielprogramma's kan het doel niet worden aangepast (bv.: de 5K Pacer-training heeft een
afstandsdoel van 5K).
1. Ga op de zijdelingse opstapplatformen staan.
2. Druk op de 'User'-toets om het gewenste gebruikersprofiel te kiezen.
3. Druk op de 'Programs'-toetsen om een trainingscategorie te kiezen.
38
4. Druk op de toetsen Hoger () of Lager () om een profieltraining te kiezen, en druk op OK.
Als de gekozen training 'Heart Rate Target' is, dan zal de console u de gewenste slagen per minuut (BPM) voor de
training vragen. Gebruik de toetsen Hoger () of Lager () om de waarde aan te passen, en druk op OK.
Als voor het gekozen trainingsprogramma het hellings- en/of snelheidsprofiel moet worden aangepast, dan zal de conso-
le het 'EDIT INCLINE'-scherm (Helling bewerken) weergeven. Druk op de toetsen Hoger () of Lager () om de huidige
instelling te veranderen en gebruik de toetsen Links () of Rechts () om het actieve profielsegment te veranderen. Druk
op OK om het hellingsprofiel te aanvaarden.
Opmerking: Voor het 'EDIT SPEED'-scherm (Snelheid bewerken) gaat u op dezelfde manier te werk.
5. Gebruik de toetsen Hoger () of Lager () om de minimumsnelheid van de loopband aan te passen, en druk op OK. Het
profielprogramma zal worden aangepast, zodat de minimumsnelheid de laagste snelheid van het profielprogramma is
wanneer het wordt aanvaard.
6. Gebruik de toetsen Hoger () of Lager () om de maximumsnelheid van de loopband aan te passen, en druk op OK. Het
profielprogramma zal worden aangepast, zodat de maximumsnelheid de hoogste snelheid van het profielprogramma is
wanneer het wordt aanvaard.
Tijdens een training kan de gebruiker, indien gewenst, de snelheid van de loopband direct aanpassen boven de
ingestelde maximumsnelheid.
7. Gebruik de toetsen Hoger () of Lager () om een doeltype (Afstand, Duur of Calorieën) te kiezen, en druk op OK.
8. Gebruik de toetsen Hoger () of Lager () om de trainingswaarde aan te passen, en druk op OK.
9. De console zal de boodschap 'READY?' weergeven.
10. Druk op START om de doelgerichte training te starten. De training begint na een hoorbare aftelling van drie seconden.
Opmerking: Op de console verschijnt 'RAMPING UP' terwijl de loopband op snelheid komt.
Trainingsprogramma's met hartslagcontrole
In de programma's met hartslagcontrole kunt u een hartslagdoel voor uw training instellen. Het programma bewaakt uw
hartslag in slagen per minuut (BPM) door middel van de CHR-sensoren op het toestel of een hartslagborstband, en past de
helling tijdens een training zo aan dat uw hartslag in de geselecteerde zone blijft.
Opmerking: Voor een goede werking van het HRC-programma moet de console de hartslaggegevens van de CHR-
sensoren of de HRM-borstband kunnen aflezen.
De programma's met doelhartslag gebruiken uw leeftijd en andere gebruikersinformatie om de hartslagzonewaarden voor uw
training in te stellen. Op het consoledisplay verschijnen vervolgens boodschappen voor het instellen van uw training:
1. Druk op de PROGRAMS-toets totdat de categorie HEART HEALTH is geselecteerd.
2. Gebruik de toetsen Hoger () of Lager () om het percentage van de maximale hartslag te selecteren: HEALTHY 55 %,
FAT BURN 65 %, AEROBIC 75 %, ANAEROBIC 85 %.
Vraag een arts om advies voordat u een trainingsprogramma start. Staak de training als u pijn of benauwdheid op de
borst voelt, kortademig wordt of u flauw voelt. Vraag uw arts om advies voordat u het toestel opnieuw begint te gebrui-
ken. Gebruik de waarden die door de computer van het toestel worden berekend of opgemeten uitsluitend ter informa-
tie. De hartslag die op de console wordt weergegeven, is onnauwkeurig en mag alleen ter referentie worden gebruikt.
3. Druk op de toetsen Hoger () of Lager () om de minimumsnelheid in te stellen, en druk op OK.
4. Druk op de toetsen Hoger () of Lager () om de maximumsnelheid in te stellen, en druk op OK.
5. Druk op de toetsen Hoger () of Lager () om het doeltype te kiezen, en druk op OK.
6. Druk op de toetsen Hoger () of Lager () om de doelwaarde voor de training in te stellen, en druk op OK.
Opmerking: Voorzie bij het instellen van het doel tijd voor het bereiken van de gewenste hartslagzone. Op de console
wordt de hartslagwaarde weergegeven op basis van de huidige gebruikersinstellingen.
7. Druk op START om de training te starten.
39
Een gebruiker kan ook een hartslagdoel instellen door het HR TARGET-programma te kiezen in de CUSTOM-categorie. De
console zal de helling tijdens een training aanpassen om de gebruiker in de gewenste hartslagzone te houden.
1. Druk op de PROGRAMS-toets totdat de categorie CUSTOM is geselecteerd.
2. Op de console wordt de HR TARGET-training weergegeven. Druk op OK.
Vraag een arts om advies voordat u een trainingsprogramma start. Staak de training als u pijn of benauwdheid op de
borst voelt, kortademig wordt of u flauw voelt. Vraag uw arts om advies voordat u het toestel opnieuw begint te gebrui-
ken. Gebruik de waarden die door de computer van het toestel worden berekend of opgemeten uitsluitend ter informa-
tie. De hartslag die op de console wordt weergegeven, is onnauwkeurig en mag alleen ter referentie worden gebruikt.
3. Druk op de toetsen Hoger () of Lager () om de hartslagwaarde (HR) voor de training in te stellen, en druk op OK.
4. Druk op de toetsen Hoger () of Lager () om de minimumsnelheid in te stellen, en druk op OK.
5. Druk op de toetsen Hoger () of Lager () om de maximumsnelheid in te stellen, en druk op OK.
6. Druk op de toetsen Hoger () of Lager () om het doeltype te kiezen, en druk op OK.
7. Druk op de toetsen Hoger () of Lager () om de doelwaarde voor de training in te stellen, en druk op OK.
Opmerking: Voorzie bij het instellen van het doel tijd voor het bereiken van de gewenste hartslagzone. Op de console
wordt de hartslagwaarde weergegeven op basis van de huidige gebruikersinstellingen.
8. Druk op START om de training te starten.
Het RECOVERY TEST-programma gebruikt uw leeftijd en overige gebruikersgegevens om te berekenen hoe uw hartslag
wordt hersteld vanuit een gekozen hartslagzone naar een ontspannen tempo. Het programma verstrekt een score die kan
worden gebruikt om te volgen hoe uw hart zich aanpast aan fysieke omstandigheden.
1. Druk op de PROGRAMS-toets totdat de categorie HEART HEALTH is geselecteerd.
2. Op de console wordt de RECOVERY TEST-training weergegeven. Druk op OK.
Vraag een arts om advies voordat u een trainingsprogramma start. Staak de training als u pijn of benauwdheid op de
borst voelt, kortademig wordt of u flauw voelt. Vraag uw arts om advies voordat u het toestel opnieuw begint te gebrui-
ken. Gebruik de waarden die door de computer van het toestel worden berekend of opgemeten uitsluitend ter informa-
tie. De hartslag die op de console wordt weergegeven, is onnauwkeurig en mag alleen ter referentie worden gebruikt.
3. Druk op de toetsen Hoger () of Lager () om de gewenste hartslagzone (HR Zone) te kiezen, en druk op OK.
4. Het programma begint met een periode van 2 minuten op een ontspannen tempo. Op de console verschijnen de geko-
zen zone en de hartslagwaarde om de test te starten.
5. Na twee minuten vraagt de console naar de hartslag, 'GRASP SENSORS' (Neem de sensoren vast), als er geen hartslag
wordt gedetecteerd.
Indien de hartslag zich niet in de zone bevindt, zal de helling van het loopvlak worden verhoogd en zal de hartslag één
minuut later opnieuw worden gecontroleerd. Deze controle gaat door totdat de hartslag zich in de zone bevindt.
6. Zodra de hartslag de gekozen zone heeft bereikt, moet de gebruiker gedurende drie minuten met dezelfde instellingen
blijven trainen.
7. Na drie minuten wordt de helling weer naar nul gezet. De console begint aan een afkoelperiode van één minuut. De Re-
covery Test-waarde zal worden weergegeven na de laatste hartslagmeting aan het einde van de afkoelperiode.
Opmerking: Recovery Test-waarden mogen alleen worden vergeleken met uw vorige waarden en niet met andere
gebruikersprofielen.
Pauzeren of stoppen
De console wordt in de pauzestand gezet als de gebruiker tijdens een training op PAUSE/STOP drukt.
1. Druk op PAUSE/STOP om uw training tijdelijk te onderbreken. Op de console wordt 'PAUSED' weergegeven.
2. Om uw training voort te zetten drukt u op de START-toets.
Om de training te stoppen drukt u op de PAUSE/STOP-toets. De console wordt in de Resultaten/Afkoel-modus ge-
plaatst.
40
Resultaten/Afkoel-modus
Alle trainingen, behalve Quick Start en de programma's met hartslagmeting, hebben een afkoelperiode van 3 minuten. Tijdens
deze afkoelperiode verschijnen de trainingsresultaten op de console. De console doorloopt de trainingsresultaten, die om de
4 seconden veranderen.
Tijdens de afkoelperiode wordt de snelheid van de loopband bijgesteld naar 3,2 km/u, en de hellingshoek naar nul. De gebrui-
ker kan de snelheid van het loopvlak en de helling van het bodemvlak tijdens de afkoelperiode aanpassen.
Druk op de PAUSE/STOP-toets om de Resultaten/Afkoel-modus te verlaten en naar de Opstartmodus terug te keren. Zonder
enige input gedurende 5 minuten wordt de console automatisch in slaapstand gezet.
GOAL TRACK-statistieken (en prestaties)
De statistieken van elke training worden opgeslagen in een gebruikersprofiel.
De GOAL TRACK-statistieken van een gebruikersprofiel bekijken:
1. Druk vanaf het Opstartscherm op de 'User'-toets om een gebruikersprofiel te kiezen.
2. Druk op de Goal Track-toets om naar de Goal Track-modus te gaan.
Opmerking: Druk op de Goal Track-toets om de modus te verlaten. De console zal naar het Opstartscherm terugkeren.
3. Op de console worden de langste training en de trainingswaarden weergegeven en wordt het overeenkomstige presta-
tielampje geactiveerd. Na 4 seconden geeft de console de naam van de training weer, en vervolgens de datum waarop
de training werd voltooid (behalve voor 'LAST 7 DAYS' en 'LAST 30 DAYS').
Opmerking: Druk op de toets PAUSE/STOP om de GOAL TRACK-statistieken te verlaten. De console zal naar het
Opstartscherm terugkeren.
4. Druk op de toets Lager () om naar de volgende GOAL TRACK-statistiek te gaan, 'CALORIE RECORD' (Calorierecord).
Op de console verschijnen de trainingsresultaten met de hoogste Calorie-waarde. De console doorloopt de trainingsre-
sultaten, de naam van het trainingsprofiel en de datum van de training, waarbij om de 4 seconden de volgende waarde
wordt weergegeven. Gebruik de toetsen Links () of Rechts () om de waarden sneller te doorlopen.
5. Druk op de toets Lager () om naar 'LAST 30 DAYS' (afgelopen 30 dagen) te gaan. Op de console verschijnen de totale
waarden van de afgelopen dertig dagen. De console doorloopt de trainingsresultaten, die om de 4 seconden veranderen.
Gebruik de toetsen Links () of Rechts () om de waarden sneller te doorlopen.
6. Druk op de toets Lager () om naar 'LAST 7 DAYS' (afgelopen 7 dagen) te gaan. Op de console worden de verbruikte
calorieën weergegeven (50 calorieën per segment) voor de afgelopen zeven dagen, samen met de totalen van de trai-
ningswaarden. De console doorloopt de trainingsresultaten, die om de 4 seconden veranderen. Gebruik de toetsen Links
() of Rechts () om de waarden sneller te doorlopen.
7. Druk op de toets Lager () om naar 'LAST WORKOUT' (Laatste training) te gaan. Op de console verschijnen de trai-
ningswaarden van de laatste training. De console doorloopt de trainingsresultaten, de naam van het trainingsprofiel en de
datum van de training, waarbij om de 4 seconden de volgende waarde wordt weergegeven. Gebruik de toetsen Links ()
of Rechts () om de waarden sneller te doorlopen.
8. Wanneer u klaar bent met het bekijken van de trainingsstatistieken, drukt u op de PAUSE/STOP-toets. De console keert
terug naar het Opstartscherm.
Wanneer een gebruiker tijdens een training de waarden 'LONGEST WORKOUT' of 'CALORIE RECORD' van de vorige
trainingen overtreft, zal de console de gebruiker feliciteren met een hoorbaar geluid en hem informeren van de nieuwe
prestatie. Het overeenkomstige prestatie-indicatielampje zal ook gaan branden.
41
INSTELMODUS VAN DE CONSOLE
In de Instelmodus van de console kunt u de geluidsinstellingen (aan/uit) regelen, de datum en de tijd aanpassen of
onderhoudsstatistieken bekijken (totale werkuren en softwareversie - alleen voor de onderhoudstechnicus).
1. Houd de PAUSE/STOP-toets en de toets Rechts gedurende 3 seconden samen ingedrukt terwijl u in de Opstartmodus
bent om naar de Instelmodus van de console te gaan.
Opmerking: Druk op PAUSE/STOP om de Instelmodus van de console te verlaten en naar het Opstartscherm terug te
keren.
2. Op het consoledisplay verschijnt de boodschap 'Date' (Datum) met de huidige instelling. Druk op de toetsen Hoger/La-
ger om de huidige actieve waarde (die knippert) aan te passen. Druk op de toetsen Links/Rechts om de selectie van de
huidige actieve waarde (maand/dag/jaar) te veranderen.
3. Druk op OK om in te stellen.
4. Op het consoledisplay verschijnt de boodschap 'Time' (Tijd) met de huidige instelling. Druk op de toetsen Hoger/Lager
om de huidige actieve waarde (die knippert) aan te passen. Druk op de toetsen Links/Rechts om de selectie van de hui-
dige actieve waarde (AM of PM/uur/minuut) te veranderen.
5. Druk op OK om in te stellen.
6. Op het consoledisplay verschijnt de boodschap UNITS (Eenheden) met de huidige instelling. Druk op de toetsen Hoger/
Lager om te kiezen tussen 'MILES' en 'KM'.
7. Druk op OK om in te stellen.
8. Op het consoledisplay verschijnt de boodschap 'Sound Settings' (Geluidsinstellingen) met de huidige instelling. Druk op
de toetsen Hoger/Lager om te kiezen tussen 'ON' (Aan) en 'OFF' (Uit).
Indien het geluid werd gedempt, verschijnt de boodschap 'AUDIO OFF' (Geluid uit) op de console als herinnering
voordat de training wordt gestart.
9. Druk op OK om in te stellen.
10. Op de console verschijnen de totale werkuren ('TOTAL RUN HOURS') van het toestel.
11. Druk op OK voor de volgende boodschap.
12. Op het consoledisplay verschijnt de code van de softwareversie.
13. Druk op OK voor de volgende boodschap.
14. Op het consoledisplay verschijnt de boodschap LOG.
15. Druk op OK voor de volgende boodschap.
16. De console keert terug naar het Opstartscherm.
42
ONDERHOUD
Lees alle onderhoudsinstructies volledig voordat u aan een reparatie begint. Sommige taken kunt u alleen met de hulp van
een tweede persoon uitvoeren.
Het toestel moet regelmatig worden geïnspecteerd om schade vast te stellen en reparaties uit te voeren. De eigenaar is
verantwoordelijk voor het regelmatig uitvoeren van onderhoud. Versleten of beschadigde onderdelen moeten onmiddel-
lijk worden gerepareerd of vervangen. Er mogen uitsluitend door de fabrikant aangeleverde onderdelen worden gebruikt
om het product te onderhouden en te repareren.
Als de waarschuwingsklevers op een gegeven moment niet meer goed kleven, onleesbaar worden of loskomen, neem
dan contact op met uw lokale verdeler om de klevers te vervangen.
!
Om het risico op een elektrische schok of het gebruik van de apparatuur zonder toezicht te beperken trekt
u altijd het best de stekker uit het stopcontact en het toestel en wacht u 5 minuten voordat u het toestel
begint schoon te maken, te onderhouden of te repareren. Bewaar het stroomsnoer op een veilige plaats.
Dagelijks:
Inspecteer het fitnesstoestel voor elk gebruik op loszittende, defecte, beschadigde of versleten
onderdelen. Gebruik het toestel niet als u een probleem vaststelt. Repareer of vervang alle on-
derdelen bij de eerste tekenen van slijtage, behalve voor het loopvlak. Het loopvlak is bestand
tegen slijtage aan weerszijden. Als slechts één zijde van het loopvlak versleten is, hoeft het
loopvlak niet te worden vervangen. Het is aanbevolen dat een erkend onderhoudstechnicus
het loopvlak omkantelt. Veeg na elke training vocht van het toestel en de console met behulp
van een vochtige doek.
Stel het volledig dichtgevouwen loopvlak beter af als een rand van de loopband nog
zichtbaar is.
Opmerking: Gebruik voor de console niet te veel water.
Wekelijks:
Controleer of de rol nog vlot draait. Veeg het toestel schoon om stof, vuil of viezigheid te ver-
wijderen.
Verwijder de afdekkap van het motorbesturingspaneel niet. Mocht u dat toch doen, dan
stelt u zich bloot aan gevaarlijke spanningen en bewegende onderdelen. Onderhoud aan
onderdelen mag alleen door erkend onderhoudspersoneel worden uitgevoerd.
Opmerking: Gebruik geen producten op basis van aardolie.
Maandelijks
of na 20 uur:
Controleer of alle bouten en schroeven zijn aangedraaid. Zet ze indien nodig beter vast.
Driemaandelijks:
Of na 25 uur - Smeer de loopband met een smeermiddel op basis van silicone.
NB: Maak het toestel niet schoon met een oplosmiddel op basis van aardolie of met een reinigingsmiddel voor auto's.
Zorg dat de console niet nat wordt.
Schoonmaken
!
Om het risico op elektrocutie te beperken moet u het stroomsnoer altijd loskoppelen en 5 minuten wachten
voor het schoonmaken of het uitvoeren van onderhoud of reparaties.
Veeg de loopband na elk gebruik af, zodat hij schoon en droog blijft. Soms kan het gebruik van een mild reinigingsmiddel
nodig zijn om al het vuil en het zout van de loopband, de gelakte delen en het display te verwijderen.
43
NB: Maak het toestel of de console niet schoon met een oplosmiddel op basis van aardolie om schade aan de afwer-
king te voorkomen. Breng niet te veel vocht op de console aan.
Afstellen van de spanning van de loopband
Als de loopband tijdens het gebruik begint weg te glijden, dan moet de spanning worden bijgesteld. Uw loopband is uitgerust
met spanningsbouten aan de achterkant van de loopband.
1. Start de loopband door op de START-toets te drukken voordat u de spanning van de band bijstelt.
Zorg dat u de loopband niet aanraakt of op het stroomsnoer stapt. Houd omstanders en kinderen te allen tijde uit de
buurt van het toestel waaraan u sleutelt.
2. Gebruik een inbussleutel van 6 mm om de stelbouten aan de rechter- en de linkerkant van de loopband een halve slag
met de klok mee te draaien, eerst één bout en vervolgens de andere bout, totdat de loopband niet meer wegglijdt.
3. Nadat u beide kanten met een halve slag hebt bijgesteld, controleert u of de loopband nog altijd wegglijdt. Als de loop-
band nog altijd wegglijdt, herhaalt u de stappen 2 en 3.
Als u één kant meer aandraait dan de andere, dan zal de band van die kant van het toestel wegglijden en moet hij mogelijk
weer worden uitgelijnd.
NB: Een te hoge spanning op de band veroorzaakt onnodige wrijving en zorgt voor slijtage van de band, de motor en de
elektronica.
4. Druk tweemaal op PAUSE/STOP om de loopband te stoppen en de Quick Start-training te beëindigen.
6mm
6mm
Uitlijnen van de loopband
De loopband moet te allen tijde op het toestel gecentreerd zijn. De loopstijl en een niet-vlakke ondergrond kunnen ertoe leiden
dat de band naar een kant wegglijdt. Kleine afstellingen aan de 2 bouten aan de achterkant van de loopband zijn nodig wan-
neer de band niet meer gecentreerd is.
De randen van de loopband moeten zich onder de opstaprails aan weerszijden van de loopband bevinden. Als een
rand van de loopband zichtbaar is, verstel de band dan totdat de randen niet meer zichtbaar zijn en zich onder de zijde-
lingse opstaprails bevinden.
1. Druk op de START-toets om de loopband te starten.
44
Zorg dat u de loopband niet aanraakt of op het stroomsnoer stapt. Houd omstanders en kinderen te allen tijde uit de
buurt van het toestel waaraan u sleutelt.
2. Ga achter de loopband staan om te zien in welke richting de band beweegt.
3. Als de band naar links beweegt, draait u de linkerstelbout een kwartslag rechtsom en de rechterstelschroef een kwartslag
linksom.
Als de band naar rechts beweegt, draait u de linkerstelbout een kwartslag linksom en de rechterstelschroef een kwartslag
rechtsom.
4. Houd de baan van de band gedurende ongeveer 2 minuten goed in het oog. Blijf de bouten verstellen totdat de loop-
band gecentreerd is.
5. Druk tweemaal op PAUSE/STOP om de loopband te stoppen en de Quick Start-training te beëindigen.
Smeren van de loopband
Uw toestel is uitgerust met een onderhoudsvriendelijk bodemvlak en loopbandsysteem. Bandwrijving kan de werking en de
levensduur van het
toestel beïnvloeden. Smeer de band om de 3 maanden of telkens na een gebruiksinterval van 25 uur, naargelang wat zich het
eerste voordoet. Zelfs wanneer het toestel niet wordt gebruikt,
verdwijnt er silicone en zal de band na verloop van tijd uitdrogen. Voor het beste resultaat smeert u het bodemvlak periodiek
met het siliconensmeermiddel dat met het toestel is meegeleverd. Volg daarbij de volgende instructies:
1. Schakel de stroom naar het toestel uit met de aan/uit-schakelaar.
2. Trek de stekker van de loopband uit het stopcontact en haal het stroomsnoer uit het toestel.
!
Om het risico op elektrocutie te beperken moet u het stroomsnoer altijd loskoppelen en 5 minuten wach-
ten voor het schoonmaken of het uitvoeren van onderhoud of reparaties. Bewaar het stroomsnoer op een
veilige plaats.
Opmerking: Zorg dat de loopband op een oppervlak staat dat gemakkelijk kan worden schoongemaakt.
3. Vouw de loopband open. Raadpleeg de procedure voor het verplaatsen van het toestel in deze handleiding. Zorg dat het
hydraulische tilmechanisme correct vergrendeld is.
Pas geschikte veiligheidsvoorzieningen en tiltechnieken toe. Roep indien nodig de hulp van een tweede persoon in.
Til het toestel niet op aan de loopband of de achterste rol. Deze onderdelen kunnen niet worden vastgezet en kunnen
dus plots bewegen. Dit zou lichamelijk letsel of schade aan het toestel kunnen veroorzaken.
45
4. Controleer of de vergrendeling is ingeschakeld. Trek het loopvlak voorzichtig naar achteren en controleer of het niet
beweegt. Blijf hierbij uit de baan van het bewegingspad in het geval dat de loopband niet vergrendeld is.
Leun niet tegen de loopband wanneer deze is opengevouwen. Plaats er geen voorwerpen op die ertoe zouden kunnen
leiden dat de loopband onstabiel wordt of valt.
Sluit het stroomsnoer niet aan of laat de loopband niet werken wanneer hij is opengevouwen.
5. Breng over de gehele breedte van de band enkele druppels van het smeermiddel aan de binnenzijde van de band aan.
Een zeer dun laagje siliconensmeermiddel op het gehele bodemvlak onder de band is aanbevolen.
NB: Gebruik altijd een smeermiddel op basis van silicone, zoals het smeermiddel dat met het toestel wordt meegeleverd.
Gebruik geen ontvetter, zoals WD-40
®
, omdat dit product de prestaties serieus kan beïnvloeden. We adviseren het
gebruik van de volgende smeermiddelen:
• 8300-siliconenspray, verkrijgbaar in de meeste ijzer- en auto-onderdelenwinkels.
Lube-N-Walk
®
Treadmill Lubrication Kit, verkrijgbaar bij uw lokale distributeur of gespecialiseerde fitnessdealer.
6. Draai de band handmatig voor de helft van de lengte van de band verder en breng opnieuw smeermiddel aan.
7. Vouw het toestel dicht. Raadpleeg de procedure voor het dichtvouwen van het toestel in deze handleiding.
Blijf uit de baan van het bewegingspad van het loopvlak. Houd het loopvlak vast tot ongeveer 2/3 van de neerwaartse
beweging. Het loopvlak kan mogelijk snel dalen op het einde van de beweging.
Als u een spray hebt gebruikt, wacht dan 5 minuten voordat u de stroom opnieuw inschakelt zodat het product kan
inwerken.
8. Sluit het stroomsnoer weer aan op het toestel en vervolgens op het stopcontact.
9. Schakel de stroom naar het toestel in met de aan/uit-schakelaar.
10. Ga aan één kant van het toestel staan en start de band op de laagste snelheid. Laat de band gedurende ongeveer 15
seconden draaien.
Zorg dat u de loopband niet aanraakt of op het stroomsnoer stapt. Houd omstanders en kinderen te allen tijde uit de
buurt van het toestel waaraan u sleutelt.
11. Schakel het toestel uit.
12. Veeg al het overtollige smeermiddel van het bodemvlak.
Zorg dat het bodemvlak vrij is van vet of olie, zodat u niet uitglijdt. Veeg overtollige olie van de oppervlakken van het
toestel af.
46
Onderhoudsonderdelen
A Consoleblok G Houder, rechts M Beschermkap handgreep, rechts
B Slot veiligheidssleutel H Kabel van rechtersteunprofiel N Verticaal steunprofiel, links
C Ventilator I Verticaal steunprofiel, rechts O Beschermkap toestelvoet, links
D Contactsensor voor
hartslagmeting
J Beschermkap toestelvoet,
rechts
P Beschermkap handgreep, links
E Consolekabel K Kabel aan toestelvoet Q Stroomsnoer
F Houder, links L Toestelvoet
Q
P
G
F
I
M
N
J
O
L
H
H
B
A
C
E
D
K
47
Onderhoudsonderdelen (Frame)
Voorkant
Achterkant
S Zekering X Steunpoot van toestelvoet CC Hellingsverstelinrichting
T Aan/uit-schakelaar Y Bodemvlakbuffers DD Asinrichting
U Voedingsingang Z Transportwiel EE Bandspanner
V Motorpaneel AA Stelpootje FF Afdekkap achterrol
W Opstaprails aan de zijkanten BB Tilcilinder GG Afdekkap motorbesturingspaneel
(MCB)
EE
BB
EE
Z
Z
X
CC
FF
FF
GG
V
V
Y
X
W
BB
AA
AA
Z
CC
DD
AA
S
T
U
48
Situatie/Probleem Te controleren Oplossing
Geen weergave/gedeelte-
lijke weergave/toestel wil
niet opstarten
Controleer het stopcontact Zorg dat het toestel is aangesloten op een werkend stopcontact.
Test het stopcontact met een toestel waarvan u weet dat het
werkt, zoals een lamp.
Controleer de aansluiting
aan de voorkant van het
toestel
De aansluiting moet veilig en onbeschadigd zijn. Vervang het
stroomsnoer of de aansluiting van een toestel als een van beide
beschadigd is.
Controleer de integriteit
van de datakabel
Alle draden in de kabel moeten intact zijn. Vervang de kabel als u
vaststelt dat er draden gekrompen of doorgesneden zijn.
Controleer de aansluitin-
gen/oriëntatie
van de datakabel
Zorg dat de kabel veilig is aangesloten en goed georiënteerd is.
De kleine kabelsluiting op de connector moet juist zijn ingevoerd
en vastklikken.
Controleer of het console-
display niet beschadigd is
Zoek naar zichtbare tekenen dat het consoledisplay gebarsten of
anderszins beschadigd is. Vervang de console, indien bescha-
digd.
Consoledisplay Als alle aansluitingen prima zijn en de console toch niet alles
behoorlijk weergeeft, dan moet u hem vervangen.
Als de bovenstaande stappen het probleem niet oplossen, neem
dan contact op met uw lokale verdeler voor verdere hulp.
Het toestel werkt, maar
de contactsensoren voor
hartslagmeting worden niet
weergegeven
Sensorgreep Zorg dat uw handen goed op de hartslagsensoren geplaatst zijn.
U moet uw handen stil houden met een relatief gelijke drukuitoe-
fening aan beide kanten.
Droge of eeltige handen Sensoren kunnen moeite hebben met uitgedroogde of eeltige
handen. Een geleidende elektrodecrème (hartslaggel) kan de
geleiding beter maken. Deze crèmes zijn verkrijgbaar op het
internet, in medische winkels of in enkele grotere fitnesscentra.
Als uit tests blijkt dat er geen andere problemen zijn, neem dan
contact op met uw lokale verdeler voor verdere hulp.
Het toestel werkt, maar de
telemetrische hartslagme-
ting wordt niet weergege-
ven
Borstband (optioneel)
De borstband moet 'POLAR
®
'-compatibel en ongecodeerd zijn.
Zorg ervoor dat de borstband direct contact maakt met de huid
en dat het contactvlak nat is.
Controleer het gebruikers-
profiel
Selecteer de optie 'Edit User Profile' (Gebruikersprofiel bewerken)
voor het gebruikersprofiel. Ga naar de instelling 'WIRELESS HR'
(Draadloze hartslagmeting) en zorg ervoor dat de huidige waarde
is ingesteld op 'ON'.
Interferentie Probeer het toestel wat verder uit de buurt van storingsbronnen
(tv, magnetron, enz.) te plaatsen.
Vervang de borstband Als de storing is verholpen en de hartslagmeting nog niet werkt,
vervang dan de borstband.
Vervang de console Als de hartslagmeting daarna nog niet werkt, neem dan contact
op met uw lokale verdeler voor verdere hulp.
Het toestel werkt, maar
de telemetrische hartslag-
meting wordt verkeerd
weergegeven
Interferentie Zorg dat de HR-ontvanger niet wordt verstoord door een per-
soonlijk elektronisch apparaat aan de linkerkant van het media-
draagblad.
Het snelheidsdisplay is
onnauwkeurig
Het display is ingesteld op
de verkeerde maateenheid.
(Engels/Metrisch)
Wijzig de instelling, zodat de juiste maten worden weergegeven.
PROBLEMEN OPLOSSEN
49
Situatie/Probleem Te controleren Oplossing
De console wordt uitge-
schakeld (slaapstand)
tijdens het gebruik
Controleer het stopcontact Zorg dat het toestel is aangesloten op een werkend stopcontact.
Test het stopcontact met een toestel waarvan u weet dat het
werkt, zoals een lamp.
Controleer de aansluiting
aan de voorkant van het
toestel
De aansluiting moet veilig en onbeschadigd zijn. Vervang de
adapter of aansluiting van een toestel als een van beide bescha-
digd is.
Controleer de integriteit
van de datakabel
Alle draden in de kabel moeten intact zijn. Vervang de kabel als u
vaststelt dat er draden gekrompen of doorgesneden zijn.
Controleer de aansluitin-
gen/oriëntatie
van de datakabel
Zorg dat de kabel veilig is aangesloten en goed georiënteerd is.
De kleine kabelsluiting op de connector moet juist zijn ingevoerd
en vastklikken.
Reset het toestel Trek de stekker uit het stopcontact gedurende 3 minuten. Steek
de stekker terug in het stopcontact.
Als de bovenstaande stappen het probleem niet oplossen, neem
dan contact op met uw lokale verdeler voor verdere hulp.
De ventilator start of stopt
niet
Reset het toestel Trek de stekker uit het stopcontact gedurende 5 minuten. Steek
de stekker terug in het stopcontact.
De ventilator start niet,
maar de console werkt
Controleer of de ventilator
niet geblokkeerd is
Trek de stekker uit het stopcontact gedurende 5 minuten. Verwij-
der materiaal van de ventilator. Maak de console indien nodig los
om dit te vergemakkelijken. Vervang de console als u niet in staat
bent om de blokkering te verhelpen.
Bonkend geluid wanneer
de band draait
Loopband De loopband moet worden gebruikt gedurende een korte inloop-
periode. Het geluid zal na de inloopperiode verdwijnen.
Het toestel schommelt/
staat niet gelijk
Controleer de afstelling van
de stelpootjes
Verstel de stelpootjes totdat het toestel waterpas staat.
Controleer de vloer onder
het toestel
Het verstellen van de stelpootjes is mogelijk niet voldoende in het
geval van een extreem oneffen vloer. Verplaats het toestel naar
een effen ruimte.
Loopband niet uitgelijnd Het toestel nivelleren Zorg dat het toestel waterpas staat. Raadpleeg de procedure
voor het nivelleren van het toestel in deze handleiding.
Bandspanning en uitlijning Zorg dat de loopband gecentreerd en correct aangespannen is.
Raadpleeg de procedures voor het aanspannen en uitlijnen van
de loopband in deze handleiding.
De motor lijkt overbelast Siliconensmeermiddel op
de loopband
Breng silicone aan de binnenkant van de loopband aan. Raad-
pleeg de procedure voor het smeren van de loopband in deze
handleiding.
De loopband hapert of
glijdt weg wanneer hij
wordt gebruikt
Bandspanning Pas de bandspanning aan de achterkant van het toestel aan.
Raadpleeg de procedure voor het aanpassen van de bandspan-
ning in deze handleiding.
Band stopt met draaien
tijdens het gebruik
Veiligheidssleutel Steek de veiligheidssleutel in de console. (Raadpleeg de nood-
stopprocedure in de sectie met belangrijke veiligheidsvoorschrif-
ten.)
Overbelasting van de
motor
Het toestel kan worden overbelast en te veel stroom nodig
hebben, waardoor de stroom wordt uitgeschakeld om de motor
te beschermen. Raadpleeg het onderhoudsschema voor het
smeren van de band. Zorg dat de bandspanning juist is en start
het toestel opnieuw op.
Als de bovenstaande stappen het probleem niet oplossen, neem
dan contact op met uw lokale verdeler voor verdere hulp.
Nautilus® Bowex® Schwinn® Fitness Universal®
8008995.090115.B
NL
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50

Schwinn 530 Assembly & Owner's Manual

Type
Assembly & Owner's Manual