Miller MB240520U de handleiding

Categorie
Lassysteem
Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

OM-246 011B/dut 201106
Beschrijving
Onder poederdek lassen
(SAW)
Lasstroombron
Subarc AC/DC 1000/1250
CE
www.MillerWelds.com
File: Submerged (SAW)
HANDLEIDING
Processen
Miller Electric maakt een complete lijn
lasapparaten en aanverwante
lasproducten. Wilt u meer informatie
over de andere kwaliteitsproducten van Miller, neem dan contact op met uw
Miller-leverancier. Hij heeft de nieuwste overzichtscatalogus en afzonderlijke
productleaflets voor u.
Bedankt en gefeliciteerd dat u voor Miller hebt gekozen. Nu kunt u aan de
slag en alles meteen goed doen. Wij weten dat u geen tijd heeft om het an-
ders dan meteen goed te doen.
Om die reden zorgde Niels Miller, toen hij in 1929 voor het eerst met het
bouwen van booglasapparatuur begon, er dan ook voor dat zijn producten
lang meegingen en van superieure kwaliteit waren. Net als u nu konden
zijn klanten toen zich geen mindere kwaliteit veroorloven. De producten
van Miller moesten het beste van het beste zijn. Zij moesten gewoon het
allerbeste zijn dat er te koop was.
Tegenwoordig zetten de mensen die Miller-producten bouwen en verkopen
die traditie voort. Ook zij zijn vastbesloten om apparatuur en service te
bieden die voldoet aan de hoge kwaliteits- en prestatiestandaards die in
1929 zijn vastgelegd.
Deze handleiding voor de eigenaar is gemaakt om u optimaal gebruik te
kunnen laten maken van uw Miller-producten. Neem even de tijd om de
veiligheidsvoorschriften door te lezen. Ze helpen u om uzelf te beschermen
tegen mogelijke gevaren op de werkplek. We hebben ervoor gezorgd, dat u
de apparatuur snel en gemakkelijk kunt installeren. Bij Miller kunt u reke-
nen op jarenlange betrouwbare service en goed
onderhoud. En mocht uw apparatuur om wat
voor reden dan ook ooit moeten worden gerepa-
reerd, dan kunt u in het hoofdstuk Onderhoud &
Storingen precies nagaan wat het probleem is.
Aan de hand van de onderdelenlijst kunt u bepa-
len welk onderdeel u precies nodig hebt om het
probleem te verhelpen. Ook vindt u de garantie
en de onderhoudsinformatie voor uw specifieke
model bijgesloten.
Miller was de allereerste
fabrikant van lasapparatuur in
de VS die het ISO 9001
kwaliteitscertificaat behaal-
de.
Elke krachtbron van Miller
gaat vergezeld de meest
probleemloze garantie in
onze bedrijfstak u werkt er
hard genoeg voor.
Van Miller voor u
i
INHOUDSOPGAVE
HOOFDSTUK 1 VEILIGHEIDSMAATREGELEN LEES DIT VÓÓR GEBRUIK 1....................
1-1. De betekenis van de symbolen 1.........................................................
1-2. De risico’s van het booglassen 1.........................................................
1-3. Aanvullende symbolen voor installatie, bediening en onderhoud 3.............................
1-4. Californië-voorstel 65, waarschuwingen 4..................................................
1-5. Belangrijkste Veiligheidsvoorschriften 5...................................................
1-6. Informatie over elektrische en magnetische velden (EMV -informatie) 5.........................
HOOFDSTUK 2 DEFINITIES 7...............................................................
2-1. Definities voor de waarschuwingslabels 7..................................................
2-2. Definities van de symbolen 8............................................................
2-3. WEEE–label (voor producten die binnen de EU worden verkocht) 8............................
HOOFDSTUK 3 INSTALLATIE 9..............................................................
3-1. Belangrijke informatie betreffende CE–producten (voor verkoop binnen de EU) 9.................
3-2. Locatie van typeplaatje met serienummer en aansluitgegevens 9..............................
3-3. Technische gegevens 9.................................................................
3-4. Inschakelduur en oververhitting 10........................................................
3-5. Afmetingen en gewicht 10................................................................
3-6. Een locatie kiezen 11....................................................................
3-7. Laskabelaansluitingen en het kiezen van de kabelafmetingen 12...............................
3-8. De lasstroomkabels aansluiten 13.........................................................
3-9. Informatie over de klemmenstrip TE1, TE2 en de 14–pens afstandsstekkerdoos RC7 14...........
3-10. Onderpoederdek lassen (SAW–lassen) 15..................................................
3-11. 115 Volt AC Stekkerdoos en automatische zekering van 460 Volt modellen 18....................
3-12. 230 Volt AC stekkerdoos en automatische zekeringen (modellen met 400 Volt ingaande spanning) 18
3-13. Leidraad voor elektrotechnisch onderhoud 19...............................................
3-14. Het aansluiten van de netvoeding 20.......................................................
3-15. Overeenkomstige primaire leidingen L1, L2, en L3 bij gebruik van meerdere AC units 21...........
HOOFDSTUK 4 DE UITGAANDE LASAANSLUITINGEN MAKEN 22...............................
4-1. Werkstuk–en elektrodekabelaansluitingen voor enkele DC of AC bogen 22.......................
4-2. Meerdere units aansluiten 23.............................................................
4-3. Aansluitingen op de AC–lasbogen klemmenstrook TE1 gebruiken 24............................
HOOFDSTUK 5 BEDIENING 25...............................................................
5-1. Regelfuncties op het voorpaneel voor niet–CE–modellen 25...................................
5-2. Bedieningsfuncties op voorpaneel CE–modellen 26..........................................
HOOFDSTUK 6 ONDERHOUD EN STORINGEN VERHELPEN 27.................................
6-1. Routineonderhoud 27...................................................................
6-2. Zekering F1 28.........................................................................
6-3. Roegang tot het gebied met de aanvullende beveiligingen 28..................................
6-4. Storingen 29...........................................................................
HOOFDSTUK 7 ELECTRISCH SCHEMA 30.....................................................
HOOFDSTUK 8 ONDERDELENLIJST 34.......................................................
GARANTIE
DECLARATION OF CONFORMITY
for European Community (CE marked) products.
MILLER Electric Mfg. Co., 1635 Spencer Street, Appleton, WI 54914 U.S.A. declares that the
product(s) identified in this declaration conform to the essential requirements and provisions of
the stated Council Directive(s) and Standard(s).
Product/Apparatus Identification:
Product
Stock Number
Subarc AC/DC 1250 907456
Council Directives:
2006/95/EC Low Voltage
2004/108/EC Electromagnetic Compatibility
Standards:
IEC 609741:2005 Arc welding equipment – Part 1: Welding power sources
IEC 6097410:2007 Arc Welding Equipment – Part 10: Electromagnetic compatibility (EMC) requirements
EN 50445:2008 Product family standard to demonstrate compliance of equipment for resistance welding, arc
welding and allied processes with the basic restrictions related to human exposure to electromagnetic fields
(0 Hz – 300Hz)
Signatory:
_____________________________________
___________________________________________
David A. Werba
Date of Declaration
MANAGER, PRODUCT DESIGN COMPLIANCE
June 22, 2011
246165A
OM-246 011 Pagina 1
HOOFDSTUK 1 VEILIGHEIDSMAATREGELEN LEES DIT VÓÓR
GEBRUIK
dut_som_201101
7
Bescherm uzelf en anderen tegen letsel; lees deze voorzorgsmaatregelen en volg ze op.
1-1. De betekenis van de symbolen
GEVAAR! Duidt op een gevaarlijke situatie die moet
worden vermeden omdat hij anders leidt tot ernstig of
dodelijk letsel. De mogelijke gevaren worden getoond
met bijbehorende symbolen of uitgelegd in de tekst.
Duidt op een gevaarlijke situatie die moet worden ver-
meden omdat hij anders kan leiden tot ernstig of dode-
lijk letsel. De mogelijke gevaren worden getoond met
bijbehorende symbolen of uitgelegd in de tekst.
OPGELET Aanduiding voor mededelingen die niet zijn gerelateerd
aan persoonlijk letsel.
. Aanduiding voor speciale instructies.
Deze groep symbolen duidt op Waarschuwing! Kijk uit! Gevaar voor/
van mogelijke ELEKTRISCHE SCHOK, BEWEGENDE ONDERDE-
LEN en HETE ONDERDELEN. Raadpleeg de symbolen en de bijbe-
horende instructies om deze risico’s te vermijden.
1-2. De risico’s van het booglassen
Onderstaande symbolen worden in de hele handleiding ge-
bruikt om u ergens op te attenderen en om mogelijke risico’s
aan te geven. Als u een dergelijk symbool ziet, wees dan voor-
zichtig en volg de bijbehorende instructies op om problemen
te voorkomen. De veiligheidsinformatie hieronder is slechts
een samenvatting van de veiligheidsvoorschriften in Sectie
{+}. Lees en volg alle veiligheidsvoorschriften.
Alleen bevoegde personen moeten dit onderdeel installeren,
bedienen, onderhouden en repareren.
Zorg dat iedereen, en vooral kinderen, uit de buurt blijven tij-
dens het gebruik van dit apparaat.
Een ELEKTRISCHE SCHOK kan do-
delijk zijn
Het aanraken van onder stroom staande onderdelen
kan fatale schokken en ernstige brandwonden
veroorzaken. De elektrode en het werkstuk staan
onder stroom als de machine ingeschakeld is. Het
voedingsgedeelte en de interne circuits van de
machine staan eveneens onder stroom als het
apparaat aan staat. Bij semi-automatisch of au-
tomatisch draadlassen staat het draad, de spoel, de
ruimte waar het lasdraad zich in de machine bevindt
en alle metalen onderdelen die in aanraking zijn met
de lasdraad onder stroom. Verkeerd geïnstalleerde
of onvoldoende geaarde installaties kunnen geva-
ren opleveren.
D Raak onderdelen die onder stroom staan niet aan
D Draag droge, isolerende handschoenen en lichaamsbescherming
zonder gaten
D Isoleer u zelf van het werkstuk en de grond door droge isolatiema-
tjes of kleden te gebruiken die groot genoeg zijn om elk contact met
de grond of het werkstuk te voorkomen
D Gebruik geen wissel(AC) uitgangsspanning in een vochtige om-
geving, als u beperkte bewegingsvrijheid hebt of als het gevaar
bestaat dat u kunt vallen
D Gebruik ALLEEN wissel (AC) uitgangsspanning als het laspro-
ces dit vereist.
D Als er wissel (AC) uitgangsspanning is vereist, gebruik dan de af-
standsbediening als die op het apparaat aanwezig is.
D Er zijn extra veiligheidsmaatregelen nodig als zich een van de vol-
gende elektrisch gevaarlijke omstandigheden voordoet: op
vochtige locaties of als u natte kleding draagt; op metalen con-
structies zoals vloeren, roosters of steigers; in een verkrampte
lichaamshouding bijvoorbeeld als u zit, knielt of ligt; of wanneer het
risico van onvermijdelijk of toevallig contact met het werkstuk of de
aarde groot is. Gebruik onder deze omstandigheden de volgende
apparatuur in de aangegeven volgorde: 1) een semiautomatisch
gelijkstroom (draad) lasapparaat met constante spanning, 2) een
handbediend gelijkstroom (elektrode) lasapparaat, of 3) een wis-
selstroom lasapparaat met een lagere spanning en open circuit. In
de meeste gevallen wordt het gebruik van een gelijkstroom lasap-
paraat met lagere spanning aanbevolen. En werk niet alleen!
D Als er wissel (AC) uitgangsspanning is vereist, gebruik dan de af-
standsbediening als die op het apparaat aanwezig is.
D Zet de hoofdstroom uit of stop de motor voordat u deze installatie
installeert of nakijkt. Zet de stroom uit volgens OSHA 29 CFR
1910.147 (zie de Veiligheidsvoorschriften)
D Installeer en aard deze installatie volgens de Handleiding voor ge-
bruikers en nationale of locale codes.
D Controleer altijd de aarding van de voeding en wees er zeker van
dat de aardingsgeleider van de voedingskabel goed aangesloten
is op de aansluitklem van het apparaat en dat de stekker van de
kabel aangesloten is op een correct geaarde contactdoos.
D Als u het apparaat aansluit op het net, verbind dan eerst de aar-
dingsgeleider en controleer de aansluitingen grondig.
D Houd snoeren droog, vrij van olie en vet en bescherm deze tegen
heet metaal en vonken.
D Controleer de kabel regelmatig op beschadigingen of openlig-
gende bedrading en vervang de kabel onmiddellijk als deze
beschadigd is openliggende bedrading kan dodelijk zijn.
D Zet alles af als het apparaat niet gebruikt wordt.
D Gebruik geen versleten, beschadigde, te korte of slecht verbon-
den kabels.
D Draag de kabels niet op uw lichaam.
D Als het werkstuk geaard moet worden, doe dit dan met een aparte
kabel- gebruik niet de massaklem of massakabel.
D Raak de elektrode niet aan als u in contact staat met het werkstuk,
de grond of een andere elektrode van een ander apparaat.
D Gebruik alleen goed onderhouden installaties. Repareer of ver-
vang beschadigde onderdelen onmiddellijk. Onderhoud het
apparaat zoals beschreven staat in de handleiding.
D Draag een veiligheidsharnas als u boven grond-niveau werkt
D Houd alle panelen en afdekplaten veilig op hun plaats.
D Klem de massakabel zo dicht mogelijk bij de las met een goed me-
taal-op-metaalcontact op het werkstuk of werktafel.
D Isoleer de massaklem wanneer deze niet is aangesloten op het
werkstuk om contact met een metalen object te voorkomen
D Sluit niet meer dan één elektrode of massakabel aan op één enke-
le lasbron.
OM-246 011 Pagina 2
Er staat ook NA het afsluiten van de voedingsspan-
ning nog een AANZIENLIJKE GELIJKSPANNING
op het voedingsgedeelte van de inverter lasstroom-
bronnen.
D Zet de gelijkstroom-wisselstroomomzetter uit, maak de voedings-
stekker los en ontlaad de invoercondensatoren overenkomstig de
aanwijzingen in de Sectie Onderhoud, voordat u enig onderdeeel
aanraakt.
Door HETE ONDERDELEN kunnen
brandwonden ontstaan.
D Hete onderdelen niet met blote handen aan-
raken
D Laat apparatuur altijd afkoelen, voor u eraan gaat werken.
D Gebruik de juiste gereedschappen om hete onderdelen beet te
pakken en/of draag zware geïsoleerde lashandschoenen en
kleding om brandwonden te voorkomen.
ROOK EN GASSEN kunnen gevaarlijk
zijn.
Tijdens het lassen komen rook en gassen vrij. Het
inademen hiervan kan gevaarlijk zijn voor uw
gezondheid.
D Zorg ervoor dat u niet in de rook staat. Adem de rook niet in.
D Als u binnen last, ventileer de ruimte dan goed en/of zorg dat las-
rook en gassen afgezogen worden.
D Als er een slechte ventilatie is, gebruik dan een goedgekeurd gas-
masker.
D Lees de Materiaalveiligheids informatiebladen en de instructies
van de fabrikant voor metalen, elektroden, elektrodebekledingen,
schoonmaakmiddelen en ontvetters.
D Werk alleen in een beslotenruimte als deze goed geventileerd
wordt. Of als u een beademingsapparaat draagt. Zorg ervoor dat
er altijd een ervaren persoon toekijkt. Lasdampen en gassen kun-
nen lucht verdringen en het zuurstofgehalte verlagen, wat
schadelijke invloed heeft op u lichaam en zelfs dodelijk kan zijn.
Zorg voor veilige ademlucht.
D Las niet in ruimtes waar dingen worden ontvet, schoongemaakt of
waar wordt gesproeid. De hitte en stralen van de boog kunnen rea-
geren met dampen en op deze manier zwaar vergiftigde en
irriterende gassen vormen
D Las geen beklede metalen zoals gegalvaniseerd of met lood-of
cadmium bedekt staal, tenzij de bekleding verwijderd wordt van
het gedeelte dat gelast moet worden, de ruimte goed geventileerd
wordt en u, indien nodig, een gasmasker draagt. De belkedingen
en metalen die deze elementen bevatten kunnen giftige dampen
produceren als ze gelast worden.
De STRALEN UIT DE BOOG kunnen
ogen en huid verbranden
Boogstralen van het lasproces produceren zichbare
en onzichtbare (ultraviolette en infrarood) stralen die
uw ogen en huid kunnen verbranden. Tijdens het
lassen vliegen lasspatten en vonken in het rond.
D Draag tijdens het lassen of toekijken tijdens het lassen een las-
helm voorzien van een lasglas met de juiste tint om uw gezicht en
ogen tegen boogstralen en vonken te beschermen. (zie ANSI
Z49.1 en Z87.1 in de Veiligheidsvoorschriften).
D Draag een goedgekeurde veiligheidsbril met zijschermen onder
uw helm
D Gebruik beschermende lasgordijnen of schermen om anderen te-
gen flitsen en verblindend licht te beschermen ; waarschuw
anderen om niet in de boog te kijken.
D Draag beschermende kleding, gemaakt van duurzaam, brandwe-
rend materiaal (leer en wol) en beschermend schoeisel
LASSEN kan brand of explosies ver-
oorzaken
Als er gelast wordt aan gesloten vaten zoals tanks,
trommels of pijpen, kunnen deze opgeblazen
worden Er kunnen vonken van de lasboog afvliegen.
De rondvliegende vonken, de temperatuur van het
werkstuk en van het gereedschap kunnen brand en brandwonden
veroorzaken. Toevallig contact van een elektrode met metalen
voorwerpen kan vonken, explosies, oververhitting of brand ver-
oorzaken. Controleer eerst of de omgeving veilig is voordat u gaat
lassen.
D Verwijder alle brandbare materialen in een straal van 10 meter van
de lasboog. Als dit niet mogelijk is, dek ze dan goed af met brand-
werende materialen.
D Las niet op plaatsen waar rondvliegende vonken brandbaar mate-
riaal kunnen raken.
D Bescherm uzelf en anderen tegen rondvliegende vonken en heet
metaal.
D Wees erop attent dat vonken en hete materialen van het laswerk
gemakkelijk door kleine hoeken en gaten naar naastliggende ruim-
tes kunnen vliegen.
D Kijk goed uit voor brand en houd een brandblusser in de buurt
D Wees erop bedacht dat bij het lassen van plafonds, vloeren, schei-
dingswanden of tussenschotten brand kan ontstaan aan de
tegenovergestelde zijde
D Las niet aan gesloten vaten zoals tanks, trommels of pijpen, tenzij
ze voldoende voorbereid zijn volgens AWS F4.1 (zie veiligheids-
voorschriften)
D Niet lassen op plaatsen waar de omgevingslucht brandbaar stof,
gas of vloeistofdampen (bijv. van benzine) kan bevatten.
D Verbind de massakabel met het werkstuk zo dicht mogelijk bij de
plaats waar gelast moet worden, zodat de lasstroom een direkte
en korte weg aflegt en elektrische schokken en brandrisico’s ver-
meden kunnen worden
D Gebruik een lasapparaat niet om bevroren pijpen te ontdooien.
D Haal de elektrode uit de elektrodehouder of knip de lasdraad af aan
de contactbuis als niet gelast wordt.
D Draag olie-vrije beschermende kleding zoals leren handschoenen
leren schort, broek zonder omslag, hoge schoenen en een helm.
D Zorg ervoor dat u geen brandbare voorwerpen zoals aanstekers of
lucifers bij u draagt als u gaat lassen.
D Inspecteer de omgeving als u klaar bent met uw werk om er zeker
van te zijn dat er geen vonken, gloeiende sintels en vlammen zijn.
D Alleen de juiste zekeringen of contactverbrekers gebruiken; geen
zwaardere nemen of deze doorverbinden.
D Volg de vereisten in OSHA 1910.252 (a) (2) (iv) en NFPA 51B voor
werken met hoge temperaturen, zorg dat er een brandmelder aan-
wezig is en dat u een blusapparaat onder handbereik hebt.
RONDVLIEGEND METAAL of STOF
kan de ogen verwonden.
D Door lassen, bikken, het gebruik van draadbor-
stels en slijpen kunnen vonken en rodvliegen-
de metaal-schilfers ontstaan. Als lasrupsen af-
koelen, kunnen er slakresten rondvliegen.
D Draag een goedgekeurde veiligheidsbril met zijschermen, zelfs
onder uw lashelm.
GASVORMING kan schadelijk voor
de gezondheid of zelfs dodelijk zijn
D Draai de persgastoevoer dicht, wanneer u
geen gas gebruikt.
D Zorg altijd voor ventilatie in enge ruimtes of ge-
bruik goedgekeurde beademingsapparatuur
OM-246 011 Pagina 3
ELEKTRISCHE EN MAGNETISCHE VELDEN
kunnen van invloed zijn op geïmplanteerde
medische apparatuur.
D Mensen die een pacemaker of een ander
geïmplanteerd medisch apparaat dragen,
moeten uit de buurt blijven.
D Mensen die een geïmplanteerd medisch apparaat dragen,
moeten hun arts en de fabrikant van het apparaat raadplegen
voordat ze in de buurt komen van werkzaamheden met
booglassen, puntlassen, gutsen, plasmaboogsnijden of
inductieverwarmen.
LAWAAI kan het gehoor aantasten
Lawaai van bepaalde werkzaamheden of appara-
tuur kan uw gehoor aantasten
D Draag goedgekeurde gehoorbescherming als
het geluidsniveau te hoog is
GASFLESSEN kunnen exploderen
als ze beschadigd worden
Persgasflessen bevatten gas dat onder hoge druk
staat. Als een gasfles beschadigd wordt, kan deze
exploderen. Aangezien gasflessen normaal ge-
sproken een onderdeel uitmaken van het van het
lasproces moet u er voorzichtig mee omgaan.
D Bescherm gasflessen tegen hoge temperaturen, mechanische
schokken, slak, open vuur, vonken en vlambogen.
D Plaats de gasflessen rechtop in een rek of in de laskar zodat ze niet
kunnen vallen of omkantelen.
D Houd de flessen uit de buurt van alle las- of andere stroomkringen
D Hang nooit een elektrodehouder over een gasfles.
D Laat nooit een laselektrode in aanraking komen met een gasfles.
D Las nooit op een gasfles onder druk; een explosie zal het gevolg
zijn.
D Gebruik het juiste beschermgas, reduceerventielen, slangen en
hulpstukken die speciaal bedoeld zijn voor een bepaalde toepas-
sing; onderhoud deze en bijhorende onderdelen goed.
D Draai bij het openen van de gasfles uw gezicht weg van het redu-
ceerventiel.
D Laat de beschermende kap over het ventiel over het ventiel zitten
behalve als de fles gebruikt wordt of aangesloten is voor gebruik.
D Gebruik de juiste apparatuur, de juiste procedures en een voldoen-
de aantal personen om gasflessen te tillen en verplaatsen
D Lees en volg de instructies op de flessen met gecomprimeerd gas,
bijbehorend materiaal en de CGA publikatie die in de Veiligheids-
voorschriften staat.
1-3. Aanvullende symbolen voor installatie, bediening en onderhoud
BRAND- EN EXPLOSIEGEVAAR
D Installeer of plaats het apparaat niet op, boven
of vlakbij ontbrandbare oppervlakken.
D Het apparaat niet in de buurt van brandbare
stoffen installeren.
D Overbelast de bedrading van het gebouw niet- controleer of het
voedingsnet sterk genoeg is, goed beschermd is en dit apparaat
aan kan.
TE LANGDURIG GEBRUIK kan leiden
tot OVERVERHITTING.
D Laat het apparaat goed afkoelen; houd u aan
de nominale inschakelduur.
D Verminder de stroomsterkte of de inschakel-
duur voordat u opnieuw begint met lassen.
D Blokkeer of filter de luchtaanvoer naar het apparaat niet.
VALLENDE APPARATUUR kan letsel
veroorzaken.
D Gebruik alleen het hijsoog om het apparaat op
te tillen, en NIET de laskar, gasflessen of ande-
re accessoires.
D Gebruik gereedschap met voldoende capaci-
teit om het apparaat op te tillen en te ondersteu-
nen.
D Als u hefvorken gebruikt om het apparaat te verplaatsen, zorg er
dan voor dat de vorken zo lang zijn, dat ze aan de andere kant on-
der het apparaat uitsteken.
D Let er bij het werken in de open lucht op dat kabels en snoeren niet
in aanraking kunnen komen met rijdende voertuigen.
D Volg bij het handmatig optillen van zware onderdelen of apparatuur
de Amerikaanse ARBOrichtlijn getiteld Applications Manual for
the Revised NIOSH Lifting Equation (Publication No. 94–110).
RONDVLIEGENDE LASSPATTEN
kunnen letsel veroorzaken.
D Draag gezichtsbescherming om de ogen en
het gezicht te beschermen.
D Slijp de wolfraam elektrode alleen met een slijper die voorzien is
van de juiste beschermkast en op een veilige locatie. Draag hier-
bij de juiste gezichts-, hand- en lichaamsbescherming.
D Vonken kunnen brand veroorzaken brandbare stoffen uit de
buurt houden.
STATISCHE ELEKTRICITEIT kan PC-
kaarten beschadigen
D Doe een geaarde polsband om VOORDAT u
printplaten of onderdelen aanraakt.
D Gebruik goede anti-statische zakken of dozen
voor het opslaan, verplaatsen of transporteren
van PC-printplaten.
BEWEGENDE ONDERDELEN kunnen
letsel veroorzaken.
D Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen
D Blijf uit de buurt van afknijppunten zoals aan-
drijfrollen.
OM-246 011 Pagina 4
LASDRAAD kan letsel veroorzaken
D Bedien de toortsschakelaar pas als u de aan-
wijzing krijgt om dat te doen.
D Richt het pistool niet op enig lichaamsdeel, an-
dere mensen of op enig materiaal als de draad
wordt ingevoerd.
BEWEGENDE ONDERDELEN kunnen
letsel veroorzaken
D Blijf uit de buurt van bewegende delen zoals
ventilatoren.
D Laat deuren, panelen, deksels en
beschermplaten alleen verwijderen door
bevoegd personeel indien nodig voor
onderhoud en storingzoeken.
D Laat deuren, panelen, deksels en beschermplaten alleen ver-
wijderen door bevoegd personeel indien nodig voor onderhoud
en storingzoeken.
D Breng eerst deuren, panelen, deksels en beschermplaten weer
aan na afloop van het onderhoud en sluit pas dan de voeding
weer aan.
RONDVLIEGENDE LASSPATTEN
kunnen letsel veroorzaken.
D Draag gezichtsbescherming voor ogen en ge-
zicht te beschermen.
D Slijp de wolfraam elektrode alleen met een slijper die voorzien is
van de juiste beschermkast en die op een veilige locatie staat.
Draag tijdens het slijpen de nodige gezichts-, hand- en lichaams-
bescherming.
D Vonken kunnen brand veroorzaken brandbare stoffen uit de
buurt houden.
LEES DE INSTRUCTIES.
D Lees nauwkeurig de gebruikershandleiding en
alle waarschuwingslabels, voordat u de
machine installeert, gebruikt of er onderhoud
aan pleegt, en volg de aanwijzingen steeds op.
Lees de veiligheidsinformatie aan het begin
van de handleiding en in elk hoofdstuk.
D Gebruik alleen originele vervangingsonderdelen van de fabri-
kant.
D Voer onderhoud en service uit zoals vermeld in de Handleidin-
gen, de industriële normen en de landelijke en ter plekke gelden-
de regelgeving.
H.F. STRALING kan storingen veroor-
zaken
D Hoog-frequente straling kan storing ver-
oorzaken bij radio-navigatie, veiligheidsdien-
sten, computers en communicatie-apparatuur.
D Laat alleen bevoegde personen die bekend zijn met elektronische
apparatuur deze installatie uitvoeren.
D De gebruiker is verantwoordelijk voor onmiddellijk herstel door
een bevoegd elektricien bij storingsproblemen als gevolg van de
installatie
D Als u van overheidswege klachten krijgt over storingen, stop dan
onmiddellijk met het gebruik van de apparatuur.
D Laat de installatie regelmatig nakijken en onderhouden.
D Houd deuren en panelen van hoogfrequentbronnen stevig dicht,
houd de elektrodeafstand op de juiste instelling en zorg voor aar-
ding en afscherming om de mogelijkheid van storingen tot een
minimum te beperken.
BOOGLASSEN kan interferentie
veroorzaken.
D Elektromagnetische energie kan interferentie
veroorzaken bij gevoelige elektronische
apparatuur zoals computers en
computergestuurde apparatuur zoals robots.
D Zorg ervoor dat alle apparatuur in het lasgebied elektromagnetisch
compatibel is.
D Om mogelijke interferentie te verminderen moet u de laskabels zo
kort mogelijk houden, dicht bij elkaar en laag, bijvoorbeeld op de
vloer.
D Voer de laswerkzaamheden uit op 100 meter afstand van
gevoelige elektronische apparatuur.
D Zorg ervoor dat dit lasapparaat conform de aanwijzingen in deze
handleiding wordt geïnstalleerd en geaard.
D Als er dan nog steeds interferentie optreedt, dient de gebruiker
extra maatregelen te nemen, zoals verplaatsing van het
lasapparaat, gebruik van afgeschermde kabels, gebruik van
lijnfilters of afscherming van het werkterrein.
1-4. Californië-voorstel 65, waarschuwingen
Las- en snijapparatuur produceert dampen of gassen die che-
micaliën bevatten waarvan het de Staat Californië bekend is
dat ze geboorteafwijkingen en, in sommige gevallen, kanker
veroorzaken. (California Health & Safety Code, sectie 25249.5
en volgend.)
Accupolen, -klemmen en soortgelijke accessoires bevatten
lood en loodverbindingen, chemicaliën waarvan het de Staat
Califorrnië bekend is dat ze kanker en geboorteafwijkingen of
andere voortplantingsproblemen veroorzaken. Was uw han-
den na aanraking.
Dit product bevat chemicaliën, waaronder lood waarvan het
de Staat Californië bekend is dat het kanker, geboorteafwij-
kingen of andere voortplantingsproblemen veroorzaakt. Was
na gebruik uw handen.
Benzinemotoren:
Uitlaatgassen van motoren bevatten chemicaliën waarvan
het de Staat Califorrnië bekend is dat ze kanker, geboorteaf-
wijkingen of andere voortplantingsproblemen veroorzaken.
Dieselmotoren:
Van uitlaatgassen van dieselmotoren en bepaalde bestand-
delen ervan is het de Staat Califorrnië bekend dat ze kanker,
geboorteafwijkingen en andere voortplantings problemen
veroorzaken.
OM-246 011 Pagina 5
1-5. Belangrijkste Veiligheidsvoorschriften
Safety in Welding, Cutting, and Allied Processes, ANSI Standard Z49.1,
from Global Engineering Documents (phone: 1-877-413-5184, website:
www.global.ihs.com).
Safe Practices for the Preparation of Containers and Piping for Welding
and Cutting, American Welding Society Standard AWS F4.1, from Glob-
al Engineering Documents (phone: 1-877-413-5184, website:
www.global.ihs.com).
National Electrical Code, NFPA Standard 70, from National Fire Protec-
tion Association, Quincy, MA 02269 (phone: 1-800-344-3555, website:
www.nfpa.org and www. sparky.org).
Safe Handling of Compressed Gases in Cylinders, CGA Pamphlet P-1,
from Compressed Gas Association, 4221 Walney Road, 5th Floor,
Chantilly, VA 20151 (phone: 703-788-2700, website:www.cganet.com).
Safety in Welding, Cutting, and Allied Processes, CSA Standard
W117.2, from Canadian Standards Association, Standards Sales, 5060
Spectrum Way, Suite 100, Ontario, Canada L4W 5NS (phone:
800-463-6727, website: www.csa-international.org).
Safe Practice For Occupational And Educational Eye And Face Protec-
tion, ANSI Standard Z87.1, from American National Standards Institute,
25 West 43rd Street, New York, NY 10036 (phone: 212-642-4900, web-
site: www.ansi.org).
Standard for Fire Prevention During Welding, Cutting, and Other Hot
Work, NFPA Standard 51B, from National Fire Protection Association,
Quincy, MA 02269 (phone: 1-800-344-3555, website: www.nfpa.org.
OSHA, Occupational Safety and Health Standards for General Indus-
try, Title 29, Code of Federal Regulations (CFR), Part 1910, Subpart Q,
and Part 1926, Subpart J, from U.S. Government Printing Office, Super-
intendent of Documents, P.O. Box 371954, Pittsburgh, PA 15250-7954
(phone: 1-866-512-1800) (there are 10 OSHA Regional Offices—
phone for Region 5, Chicago, is 312-353-2220, website:
www.osha.gov).
U.S. Consumer Product Safety Commission (CPSC), 4330 East West
Highway, Bethesda, MD 20814 (phone: 301-504-7923, website:
www.cpsc.gov).
Applications Manual for the Revised NIOSH Lifting Equation, The Na-
tional Institute for Occupational Safety and Health (NIOSH), 1600
Clifton Rd, Atlanta, GA 30333 (phone: 1-800-232-4636, website:
www.cdc.gov/NIOSH).
1-6. Informatie over elektrische en magnetische velden (EMV -informatie)
Elektrische stroom die door een draad stroomt veroorzaakt plaatselijk
elektrische en magnetische velden (EMV). Lasstroom veroorzaakt een
elektromagnetischveld rond de lasstroomkring en de lasapparatuur.
Elektromagnetischevelden kunnen interferentie veroorzaken bij
bepaalde medische implantaten zoals pacemakers. Voor personen die
medische implantaten hebben moeten beschermende maatregelen
worden genomen, bijv. toegangsbeperking voor passanten of een
risicoanalyse voor iedere afzonderlijke lasser. Alle lassers moeten de
volgende procedures naleven om zo blootstelling aan
elektromagnetischevelden van de lasstroomkring tot een minimum te
beperken:
1. Houd kabels dicht bij elkaar door ze in elkaar te twisten of vast te
plakken of gebruik kabelbescherming.
2. Kom niet met uw lichaam tussen de laskabels. Leg de kabel aan
één kant en weg van de gebruiker.
3. Rol of hang de kabels niet rond of op uw lichaam.
4. Houd hoofd en romp zo ver mogelijk verwijderd van de
apparatuur in de lasstroomkring.
5. Monteer de massaklem aan het werkstuk zo dicht mogelijk bij de
las.
6. Niet direct naast de lasstroombron werken, er niet op gaan zitten
en er niet op leunen.
7. Niet lassen terwijl u de lasstroombron of het
draadaanvoersysteem draagt.
Over geïmplanteerde medische apparatuur:
Mensen die een geïmplanteerd medisch apparaat dragen, moeten hun
arts en de fabrikant van het apparaat raadplegen voordat ze in de buurt
komen van werkzaamheden met booglassen, puntlassen, gutsen, pla-
smaboogsnijden of inductieverhitting. Bij toestemming van de arts
wordt geadviseerd om bovenstaande procedures te volgen.
OM-246 011 Pagina 6
OM-246 011 Pagina 7
HOOFDSTUK 2 DEFINITIES
2-1. Definities voor de waarschuwingslabels
1
3
2
?
V
?
A
3
252157-A
3
1 Waarschuwing! Pas op! Kans
op gevaar (zie de symbolen).
2 Een elektrische schok van
de bedrading kan dodelijk zijn.
3 Intensief gebruik kan
oververhitting veroorzaken.
Houdt u aan de nominale
inschakelduur.
4 Haal de stekker van de
machine uit het stopcontact,
voordat u aan de machine
gaat werken.
5 Zorg dat u geoefend raakt en
lees de aanwijzingen, voordat
u aan de machine gaat
werken.
6 Sluit eerst de groene of
groengele aardedraad aan
op de aarde aansluiting.
7 Sluit de ingaande geleiders
(L1, L2 en L3) aan op de
lijnklemmen.
12
4
5
3
6
7
194557-B
V
Waarschuwing! Pas op! Kans
op gevaar (zie de symbolen).
1 Een elektrische schok van
de bedrading kan dodelijk zijn.
2 Haal de stekker van de
machine uit het stopcontact,
voordat u aan de machine
gaat werken.
3 Zet de hoofdschakelaar op uit
voordat u de machine aansluit
op het 115V stopcontact.
4 Lees de gebruiksaanwijzing.
OM-246 011 Pagina 8
2-2. Definities van de symbolen
. Bepaalde symbolen worden alleen aangetroffen op CE–producten.
A
Stroomsterkte
V
Spanning
Hz
Hertz Gelijkstroom (DC)
Wisselstroom (AC) Paneel/ter plekke Lijnverbinding Driefasen
Uitgangsspanning Aan Ingangsspanning Uit
Onder poederdek
lassen (SAW)
Lees de instructies Afstandbediening
X
Inschakelduur
Percent
U
0
Nominale
nullastspanning
(gemiddeld)
U
1
Nominale
voedingsspanning
Automatische
zekering (extra
bescherming)
U
2
Conventionele
belastingsspanning
I
2
Nominale
lasstroom
Beschermende
aarde (massa)
I
1max
Maximale nominale
voedingsstroom
I
1eff
Maximale
effectieve
voedingsstroom
3fasen
stroombron met
AC/DC
uitgangsspanning
Temperatuur
Ventilator voor
ventilatie en
luchtcirculatie
Verhogen/verlagen
IP
Beschermings-
graad
Positief Negatief
Zekering Monofase Voorzichtig Werkaansluiting
Elektrodeaan-
sluiting
Frame of Chassis
TE
Aansluitstrip
2-3. WEEE–label (voor producten die binnen de EU worden verkocht)
Het product niet meegeven met het
gewone afval (waar van
toepassing).
Hergebruik of recycle elektrische
en elektronische apparatuur die
niet langer wordt gebruikt (WEEE).
voer het af naar een daartoe
ingerichte innamefaciliteit.
Neem contact op met uw
plaatselijke hergebruikautoriteiten
of uw lokale dealer voor nadere
informatie.
OM-246 011 Pagina 9
HOOFDSTUK 3 INSTALLATIE
3-1. Belangrijke informatie betreffende CE–producten (voor verkoop binnen de EU)
A. Informatie over Elektromagnetische Velden (EMF)
! Deze apparatuur mag niet worden gebruikt door het algemene publiek aangezien de EMV–grenzen voor het algemene publiek mo-
gelijk kunnen worden overschreden tijdens het lassen.
Deze apparatuur is gebouwd conform EN 609741 en is louter bedoeld voor beroepsmatig gebruik (waar het algemene publiek geen toegang
heeft of waar toegang zodanig is geregeld dat deze gelijk is aan beroepsmatig gebruik) en alleen door een deskundig gebruiker of iemand die
hiertoe is opgeleid.
Draadaanvoersystemen en aanvullende apparatuur (zoals toortsen, vloeistofkoelsystemen en lasboog–en stabilisatieapparatuur) die onderdeel
uitmaken van het lascircuit mogen geen belangrijke bijdrage leveren aan het EMV. Zie de gebruikershandleidingen van alle onderdelen van de
lasstroomkring voor meer informatie over EMV–blootstelling.
S De meting van de EMV voor deze apparatuur vond plaats op een afstand van 0,5 meter.
S Op een afstand van 1 meter waren de waarden van de EMV–blootstelling minder dan 20% van de toegestane waarden.
B. Informatie over Elektromagnetische Compatibiliteit (EMC)
! Deze Klasse A apparatuur is niet bedoeld voor gebruik op plaatsen in woongebieden waar de elektrische stroom afkomstig is van
het openbaar laagspanningsnetwerk. Op dergelijke plaatsen ontstaan er mogelijk problemen met de elektromagnetische compat-
ibiliteit als gevolg van storingen door geleiding en straling.
IEC/TS 6100034 kan als richtlijn worden gebruikt door de betrokken partijen bij de installatie van booglasapparatuur met een stroomopname
van meer dan 75 ampère in een laagspanningsnetwerk.
ce-emc 5 2010-10
3-2. Locatie van typeplaatje met serienummer en aansluitgegevens
De aansluitinformatie voor de stroombron bevindt zich aan de voorkant of de achterkant op de machine. Bepaal de ingaande stroomvereisten en de
nominale uitgangsspanning aan de hand van het typeplaatje. Het serienummer bevindt zich op de voorkant van de machine; schrijf voor latere
referentiedoeleinden, het serienummer op in de ruimte die hiervoor is gereserveerd op de achterzijde van deze handleiding.
3-3. Technische gegevens
AC of DC Nominale
uitgangsspanning
Spannings-
bereik in de
CV–functie
Bereik
stroomsterkte
in de
CC–functie
(constante
stroom)
Max. nullast-
spanning
RMS Ampere netstroom bij nominale
uitgangsstroom: 3–fasen bij
NEMA–lastspanningen en Klasse I
KVA KW
IP
graad
380 V
(50 Hz)
400 V
(50 Hz)
460 V
(60 Hz)
1000 A bij 44V,
100% inschakelduur
2544 V 3001250 A 71 V
IP21
140 (3*) 141 (3*) 122 (3*)
98
(2,37*)
53
(0,95*)
1250 A bij 44V, 60%
inschakelduur
2544 V 3001250 A 71 V
179 (3*) 176 (3*) 158 (3*) 122
(2,37*)
67
(0,95*)
*In stationaire toestand
OM-246 011 Pagina 10
3-4. Inschakelduur en oververhitting
De inschakelduur is het percentage van 10 minuten dat
het apparaat kan lassen op nominale belasting zonder
oververhit te raken.
Als het apparaat oververhit raakt, gaan
de indicatielampjes voor hoge temperatuur branden, een
thermostaat schakelt de uitgangsspanning uit en de
koelventilator gaat draaien. Wacht vijftien minuten om
het apparaat af te laten koelen. Verlaag de stroomsterkte
of de inschakelduur voor u verder gaat lassen.
OPGELET Het overschrijden van de inschakelduur
kan het apparaat beschadigen en de garantie vervalt dan.
Oververhitting
0
15
A/V
OF verlaag de
inschakelduur
Minuten
duty1 4/95 181 560
Ononderbroken lassen
100% Inschakelduur bij 1000 ampère
3-5. Afmetingen en gewicht
Afmetingen
1180 lbs (535 kg)
A
B
C
E
D
Gewicht
Voorzijde
Hoogte* 1118 mm (44 in.)
Breedte* 271/4 inch (692 mm)
Lengte* 46 inch (1168 mm)
A 17/8 inch (48 mm)
B 441/8 inch (1120 mm)
C 11/16 inch (17 mm)
D 261/16 inch (662 mm)
E 4 gaten: diameter 6,5 mm
* Inclusief hijsoog, hendels, bevestigingsmateriaal, enz.
OM-246 011 Pagina 11
3-6. Een locatie kiezen
247 475-B
1 Hefoog
2 Hefvorken
Gebruik hefvorken of het liftoog om
het apparaat te verplaatsen.
Indien hefvorken gebruikt worden,
gebruik hefvorken om het apparaat
te verplaatsen.
3 Netschakelaar
Plaats het apparaat in de buurt
van een juiste netaansluiting.
! Mogelijk is een speciale in-
stallatie nodig, wanneer er
benzine of vluchtige vloeis-
toffen aanwezig zijn zie
NEC artikel 511 of CEC hoof-
dstuk 20.
1
2
3
Verplaatsing
Plaats
OF
18 inch (460 mm)
18 inch (460 mm)
OM-246 011 Pagina 12
3-7. Laskabelaansluitingen en het kiezen van de kabelafmetingen*
OPGELET De totale kabellengte in de lasstroomkring (zie onderstaande tabel) is de lengte van beide laskabels tezamen. Als bijvoorbeeld de
stroombron 30 meter van het laswerkstuk is, dan is de totale kabellengte in de lasstroomkring 60 meter (2 kabels x 30 meter). Neem de 60 m–kolom
voor het bepalen van de kabel doorsnede.
! Schakel de voeding
uit voordat u de
laskabels aansluit op
de laskoppelingen.
! Gebruik geen vers-
leten, beschadigde,
te dunne of slecht
verbonden kabels.
Koppelingen van
lasuitgangen
Laskabelformaat** en totale lengte van de kabel (koper) in de lasstroomkring
Niet groter dan***
30 m (100 ft) of minder
45 m
(150 ft)
60 m
(200 ft)
70 m
(250 ft)
90 m
(300 ft)
105 m
(350 ft)
120 m
(400 ft)
Las-
stroom
10 60%
inschakeld-
uur
mm
2
(AWG)
60 100%
inschakeld-
uur
mm
2
(AWG)
10 100% inschakelduur
mm
2
(AWG)
Koppelingen
van de
lasuitgangen
voor het
werkstuk
Koppelingen
van
lasuitgangen
voor de
elektrode
Vereist
kabelaansluitingen met
gaten met een diameter
van 13 mm (1/2 inch).
3/4 inch.
100 20 (4) 20 (4) 20 (4) 30 (3) 35 (2) 50 (1) 60 (1/0) 60 (1/0)
150 30 (3) 30 (3) 35 (2) 50 (1) 60 (1/0) 70 (2/0) 95 (3/0) 95 (3/0)
200 30 (3) 35 (2) 50 (1) 60 (1/0) 70 (2/0) 95 (3/0) 120 (4/0) 120 (4/0)
250 35 (2) 50 (1) 60 (1/0) 70 (2/0) 95 (3/0) 120 (4/0)
2x70
(2 st. 2/0)
2x70
(2 st. 2/0)
300 50 (1) 60 (1/0) 70 (2/0) 95 (3/0) 120 (4/0)
2x70
(2 st. 2/0)
2x95
(2 st. 3/0)
2x95
(2 st. 3/0)
350 60 (1/0) 70 (2/0) 95 (3/0) 120 (4/0)
2x70
(2 st. 2/0)
2x95
(2 st. 3/0)
2x95
(2 st. 3/0)
2x120
(2 st. 4/0)
400 60 (1/0) 70 (2/0) 95 (3/0) 120 (4/0)
2x70
(2 st. 2/0)
2x95
(2 st. 3/0)
2x120
(2 st. 4/0)
2x120
(2 st. 4/0)
500 70 (2/0) 95 (3/0) 120 (4/0)
2x70
(2 st. 2/0)
2x95
(2 st. 3/0)
2x120
(2 st. 4/0)
3x95
(3 st. 3/0)
3x95
(3 st. 3/0)
600 95 (3/0) 120 (4/0)
2x70
(2 st. 2/0)
2x95
(2 st. 3/0)
2x120
(2 st. 4/0)
3x95
(3 st. 3/0)
3x120
(3 st. 4/0)
3x120
(3 st. 4/0)
700 120 (4/0)
2x70
(2 st. 2/0)
2x95
(2 st. 3/0)
2x120
(2 st. 4/0)
3x95
(3 st. 3/0)
3x120
(3 st. 4/0)
3x120
(3 st. 4/0)
4x120
(4 st. 4/0)
800 120 (4/0)
2x70
(2 st. 2/0)
2x95
(2 st. 3/0)
2x120
(2 st. 4/0)
3x120
(3 st. 4/0)
3x120
(3 st. 4/0)
4x120
(4 st. 4/0)
4x120
(4 st. 4/0)
900
2x70
(2 st. 2/0)
2x95
(2 st. 3/0)
2x120
(2 st. 4/0)
3x95
(3 st. 3/0)
1000
2x70
(2 st. 2/0)
2x95
(2 st. 3/0)
2x120
(2 st. 4/0)
3x95
(3 st. 3/0)
1250
2x95
(2 st. 3/0)
2x120
(2 st. 4/0)
3x95
(3 st. 3/0)
4x95
(4 st. 3/0)
1500 300 (600) 400 (750)
500
(1000)
2x400
(2 st.
750)
* Dit schema is een algemene richtlijn en is mogelijk niet geschikt voor alle toepassingen. Als de kabel oververhit raakt, gebruik dan een kabel
die één maat dikker is.
**Het laskabelformaat is gebaseerd op een spanningsval van 4 volt of minder of een stroomdichtheid van maximaal 6 ampère per mm
2
.
(300 circular mils per ampere)
***Raadpleeg voor afstanden die langer zijn dan de afstanden in deze gids een vertegenwoordiger van de fabriek. Milan Ref. S-0007-G 200908
OM-246 011 Pagina 13
3-8. De lasstroomkabels aansluiten
803 778-B
! Schakel de voeding uit voordat u de
laskabels aansluit op de laskop-
pelingen.
! Als u de laskabels niet goed
aansluit, kan dat uitzonderlijk sterke
verhitting en brand veroorzaken of
uw machine beschadigen.
1 Klem lasuitgangsspanning
2 Meegeleverde moer voor de
aansluitklem voor de laskabel
3 Laskabelklem
4 Koperen staaf
Verwijder de meegeleverde moer van
de aansluitklem voor de laskabel. Schuif de
klem van de laskabel op de aansluitklem en
zet hem zodanig met de moer vast dat de
laskabelklem strak tegen de koperen staaf
zit. Niets tussen de aansluitklem van de
laskabel en de koperen staaf plaatsen.
Zorg dat de oppervlakken van de laska-
belklem en de koperen staaf schoon
zijn.
Benodigde gereedschappen:
4
2
3
Juiste installatie
Onjuiste installatie
1
Niets tussen
de aansluitklem van
de laskabel en de
koperen staaf
plaatsen.
3/4 in. (19 mm)
OM-246 011 Pagina 14
3-9. Informatie over de klemmenstrip TE1, TE2 en de 14–pens afstandsstekkerdoos RC7
Contact-
stekker
op RC7
Klem
op TE2
Klem
op TE1
Pininformatie
24 VOLT AC
UITGANG
(CONTACTOR)
A 24 volt, 12 ampère AC. Beveiligd door automatische zekering CB2.
B Het sluiten van het contact naar A maakt het 24 V AC contactor-
stuurcircuit volledig en zorgt dat er uitgangsspanning mogelijk is.
AFSTANDSBEDIENDE
UITGANGSSPANNING
C Referentiespanning; +10 volts DC.
D Gemeenschappelijke van het afstandsbedieningscircuit.
E 0 tot +10 V/DC inkomend stuursignaal vanaf de afstandsbediening.
115 VOLT AC
UITGANG
(CONTACTOR)
I 115 volt, 12 ampère AC. Beveiligd door automatische zekering CB1.
J Het sluiten van het contact naar I maakt het 115 V/AC
contactorstuurcircuit en zorgt dat er uitgangsspanning mogelijk is.
GND
K
G
Gemeenschappelijk chassis.
Gemeenschappelijke voor 24 V en 115 V AC circuits.
A/V STROOMSTERKTE
(AMPERAGE) SPANNING
(VOLTAGE)
F Stroomterugkoppeling; +1 volt DC per 100 ampère.
H Terugkoppeling spanning; +1 V gelijkstroom per 10 volt
uitgangsspanning op de klem.
VOLTAGEMETING VAN
OP AFSTAND
* N Voltage terugkoppeling van werkstuk–lasuitgang.
* P Voltage terugkoppeling van elektrode–lasuitgang.
TP Testpunt
A Wordt gebruik om meerdere AC bogen te synchroniseren.
C Wordt gebruik om meerdere AC bogen te synchroniseren.
E Wordt gebruik om meerdere AC bogen te synchroniseren.
* Niet in gebruik, Niet van toepassing
2
AJ
B
K
I
C
L
NH
D
M
G
E
F
1
5
! Zet de lasstroombron uit voordat
u de toegangsdeur opent.
1 Toegangsdeur
2 14–pens contrastekker voor de
afstandsbediening (aangebracht binnen
het toegangsgebied)
3 Stripaansluiting TE2
4 Stripaansluiting TE1
5 Afstandsbediening
Sluit de afstandsbediening aan op de 14–pens
contrastekker voor de afstandsbediening.
34
247 476-C
OM-246 011 Pagina 15
3-10. Onderpoederdek lassen (SAW–lassen)
. De klant moet zelf zorgen voor het volgende: stroombron, besturingskabel voor stroombron, draadaanvoersysteem, voedingskabel voor
draadaanvoersysteem, aandrijfrollen, toorts, lasdraad, laskabels, bedrading voor spanningssensoren en een fluxpoedersysteem voor de
gewenste toepassing.
A. Aansluitingen voor onderpoederdek lasapparatuur
! Zet de stroombron en de lasbesturingsunit uit vóór u de aansluitingen maakt.
. Gebruik spanningsensor draden voor alle toepassingen.
. De aanbevolen draaddikte voor de meetdraad is minimaal 1,5 mm
2
. Sluit de laskabels en de spanningssensordraden aan zoals aangegeven voor alle polariteiten.
. Als u een RMS–meter gebruikt om de huidige boogspanning (X) te meten, meet dan eerst de AC
spanning (V), vervolgens de DC Spanning (V) en bereken dan X op basis van
Laskabels
HDC–regelunit
Fluxpoeder-
systeem
Lasobject
Sub Arc AC/DC 1000/1250
247 480
X= VAC
2
+ VDC
2
Alleen een Amprobe ACDC/3400 IND,
Fluke 345, of Fluke 355 meter
gebruiken
247 476-C
14–pens
besturingskabel
van de
lasstroombron
Flux-
poeder
ventiel
10–pens
motorbesturingskabel
Draad-
aanvoer-
systeem
Van klem N van
klemmenstrook TE2
Van klem P van
klemmenstrook TE2
OM-246 011 Pagina 16
B. Richtlijnen voor het aanbrengen van de spanningsensor draden bij een enkele lasboog (vereist)
Ref. 804 108-A
BEST
De sensordraden liggen buiten het
stroomgebied.
De sensordraden meten de boog-
spanning nauwkeurig.
De beste start, lasboog en meest
betrouwbare resultaat.
SLECHT
De sensordraad wordt beïnvloed
door lasstroom.
Als gevolg van een spanningsval
over het werkstuk kan de span-
ning te laag zijn, waardoor moet
worden afgeweken van de
standaard procedures.
Werkstukklem
Aansluiting voor spanning
Sensordraden
Werkstukklem
Aansluiting voor spanning
Sensordraden
Lasstroombron
Lasstroombron
OM-246 011 Pagina 17
C. Richtlijnen voor het aanbrengen van de spanningsensor draden bij meerdere lasbogen
Ref. 804 108-A
BEST
Beide sensordraden liggen buiten
het stroomgebied.
Beide sensordraden meten de
boogspanning nauwkeurig.
Geen spanningsval tussen de
primaire en secundaire sensoren.
De beste start, lasboog en meest
betrouwbare resultaat.
BETER
De primaire sensordraad wordt
alleen beïnvloed door de
lasstroom van de primaire boog.
De secundaire sensordraad
wordt alleen beïnvloed door de
lasstroom van de secundaire
boog.
Als gevolg van een spanningsval
over het werkstuk kan de span-
ning te laag zijn, waardoor moet
worden afgeweken van de st-
andaard procedures.
SLECHT
De stroom van de primaire draad
beïnvloedt de sensor van de
secundaire.
De stroom van de secundaire
draad beïnvloedt de sensor van
de primaire.
Geen van beide sensordraden re-
gistreert de juiste werkspanning
waardoor het starten en de las-
boog onstabiel zijn.
Draad
Secundaire boog
Draad
Secundaire boog
Draad
Secundaire boog
Secundaire
boog
Secundaire boog
Draad
Draad
Werkstuk-
klem
Secundaire boog
Draad
Werkstukklem
Secundaire boog
Draad
Secundaire
boog
Draad
Secundaire boog
Draad
Aansluiting voor
spanning
Sensordraden
Aansluiting voor spanning
Sensordraden
Spanningsensor draden
Spanningsensor draden
Lasstroombron
Lasstroombron
Lasstroombron
Lasstroombron
Lasstroombron
Lasstroombron
Aansluiting voor
spanning
Sensordraden
Aansluiting voor
spanning
Sensordraden
Werk-
stukklem
Werkstukklem
OM-246 011 Pagina 18
3-11. 115 Volt AC Stekkerdoos en automatische zekering van 460 Volt modellen
1 115V 15A AC contrastekker
De stroom wordt gedeeld door de duplex stekkerdoos
en de 115 volt uitgaande aansluiting en de 14–pens
connector voor de afstandsbediening (zie Hoofdstuk
3-9).
2 Beveiligingsautomaat CB1
CB1 beveiligt de duplex stekkerdoos en de 115 volt
uitgaande aansluiting en de 14–pens connector voor
de afstandsbediening tegen overbelasting.
1
Ref. 175 086 / 247 477-C
2
115 VAC 15A
3-12. 230 Volt AC stekkerdoos en automatische zekeringen (modellen met 400 Volt
ingaande spanning)
1 230 V 16A AC contrastekker
2 Beveiligingsautomaat CB1
CB1 beschermt de 14–pens connector voor de af-
standsbediening tegen overbelasting.
3 Beveiligingsautomaat CB3
CB3 beschermt de 230–volt AC stekkerdoos tegen
overbelasting.
1
Ref. 175 086 / 247 478-C
3
2
OM-246 011 Pagina 19
3-13. Leidraad voor elektrotechnisch onderhoud
A. 1000 modellen
Als u deze adviezen voor elektrische service niet opvolgt, kan dit leiden tot elektrische schokken en brandgevaar. Deze adviezen zijn
voor een afzonderlijk (eigen) circuit dat het vermogen heeft voor de nominale uitgangsspanning en inschakelduur van de
lasstroombron.
Driefasen, 60 Hz
Voedingsspanning (V) 460
Stroomopname (A) bij nominaal uitgangsvermogen 158
Max. aanbevolen standaard zekering in ampères
1
Vertraagde zekeringen
2
175
Normaal werkende zekeringen
3
225
Min. afmeting invoerconductor in AWG
4
1
Max. aanbevolen lengte invoerconductor in meters 379 (115)
Min. afmeting aardingsconductor in AWG
4
4
Referentie: Amerikaanse National Electrical Code (NEC) voor 2011 (met inbegrip van artikel 630)
1 Als er een automatische zekering wordt gebruikt in plaats van een smeltzekering, gebruik dan een automatische zekering met een
tijd/stroomkromme die vergelijkbaar is met de aanbevolen smeltzekering.
2 De “trage” zekeringen zijn van klasse UL “RK5”. Zie UL 248.
3 De “normale” zekeringen zijn van klasse UL “K5” (t/m 60A), en UL “H” (65 A en meer).
4 De kabel gegevens in deze hoofdstuk geven de doorsnede aan van de geleider (m.u.v. flexibel snoer of kabel) tussen de zekeringkast en de
apparatuur conform NEC Tabel 310.15(B)(16). Als er een flexibel snoer of kabel wordt gebruikt, moet de minimumdoorsnede van de geleider
mogelijk groter zijn Zie NEC–tabel 400.5(A) voor de vereisten bij een snoer of kabel.
B. 1250 modellen
Als u deze adviezen voor elektrische service niet opvolgt, kan dit leiden tot elektrische schokken en brandgevaar. Deze adviezen zijn
voor een afzonderlijk (eigen) circuit dat het vermogen heeft voor de nominale uitgangsspanning en inschakelduur van de
lasstroombron.
Driefasen, 50 Hz
Voedingsspanning (V) 380 400
Stroomopname (A) bij nominaal uitgangsvermogen 179 176
Max. aanbevolen standaard zekering in ampères
1
Vertraagde zekeringen
2
200 200
Normaal werkende zekeringen
3
250 250
Min. afmeting invoerconductor in AWG
4
1/0 1/0
Max. aanbevolen lengte invoerconductor in meters 323 (98) 352 (107)
Min. afmeting aardingsconductor in AWG
4
4 4
Referentie: Amerikaanse National Electrical Code (NEC) voor 2011 (met inbegrip van artikel 630)
1 Als er een automatische zekering wordt gebruikt in plaats van een smeltzekering, gebruik dan een automatische zekering met een
tijd/stroomkromme die vergelijkbaar is met de aanbevolen smeltzekering.
2 De “trage” zekeringen zijn van klasse UL “RK5”. Zie UL 248.
3 De “normale” zekeringen zijn van klasse UL “K5” (t/m 60 A), en UL “H” (65 A en meer).
4 De kabel gegevens in deze hoofdstuk geven de doorsnede aan van de geleider (m.u.v. flexibel snoer of kabel) tussen de zekeringkast en de
apparatuur conform NEC Tabel 310.15(B)(16). Als er een flexibel snoer of kabel wordt gebruikt, moet de minimumdoorsnede van de geleider
mogelijk groter zijn Zie NEC–tabel 400.5(A) voor de vereisten bij een snoer of kabel.
OM-246 011 Pagina 20
3-14. Het aansluiten van de netvoeding
Ref. 247479-B / 803 766-C
Benodigde gereedschappen:
7/16 in.
3/16 in.
1
2
4
L3 (W)
L1 (U)
L2 (V)
6
9
7
3
8
5
! De installatie moet voldoen aan alle na-
tionale en lokale regels en voorschriften
alleen daartoe bevoegde personen mogen
deze installatie uitvoeren.
! Ontkoppel en blokkeer de stroom-
voorziening voordat u de ingaande
draden van de stroombron aansluit.
! Maak eerst de ingaande stroomver-
bindingen naar de lasstroombron.
! Sluit altijd eerst de groene of groengele
draad aan op een massaklem en nooit op
een netaansluitklem.
! Bij gebruik van meerdere systemen die
zijn verbonden met behulp van de syn-
chroniserende klemmenstrook TE1 moet
u ervoor zorgen dat de primaire ingaande
stroomgeleiders in dezelfde volgorde op
elk systeem worden aangesloten (L1 op
L1, L2 op L2, en L3 op L3.)
. Zie Hoofdstuk 3-15 voor informatie over het
testen van de juiste volgorde van de primaire
fase.
Kijk op het label op het apparaat voor de
stroomvereisten en controleer de invoerspanning
die op de werkplek beschikbaar is.
Open de toegangsdeur aan de achterzijde.
1 Ingaande stroomgeleiders (snoer geleverd
door klant)
Bepaal de afmeting en de lengte van de geleiders
aan de hand van Hoofdstuk 3-13. De geleiders mo-
eten voldoen aan de nationale en lokale regels en
voorschriften met betrekking tot elektriciteit.
Gebruik indien nodig aansluitpunten met het juiste
stroomvermogen en de juiste gatafmetingen.
Ingaande stroomaansluitingen van las-
stroombron
2 Aardingsklem van de machine
3 Groene of groengele aarddraad
Sluit eerst de groene of groengele aardegeleider
aan op de aardingsklem van de lasstroombron.
4 Lijnklemmen voor de lasstroombron
5 Ingaande geleiders L1 (U), L2 (V) en L3 (W)
Sluit de ingaande geleiders L1 (U), L2 (V)
en L3 (W) aan op de lijnklemmen voor
de lasstroombron
De toegangsdeur achter sluiten
en vastschroeven.
Ontkoppel de aansluitpunten voor
de ingaande stroom op het apparaat
6 Ontkoppel het apparaat (de schakelaar
staat afgebeeld in de OFF–stand)
7 Ontkoppel de aardingsklem (voeding) van
het apparaat
Sluit eerst de groene of groengele aarddraad aan
op de losgeschroefde massaklem van
de werkschakelaar.
8 Schroef de netaansluitklemmen van de
werkschakelaar los
Sluit de ingaande geleiders L1 (U), L2 (V)
en L3 (W) aan op de ontkoppelde lijnklemmen
van het apparaat.
9 Overbelastingsbeveiliging
Bepaal het type en de maat van
de overbelastingsbeveiliging aan de hand van
Hoofdstuk 3-13 (afgebeeld: gezekerde ontkop-
pelingsschakelaar).
Sluit de toegangsdeur van het lijnscheidings-
mechanisme en vergrendel hem. Verwijder de
blokkering en zet de schakelaar in de ON–stand.
= GND/PE aarding
3
5
Klemmenblok
=
GND/PE–aarding
3/8 in.
OM-246 011 Pagina 21
Unit B
(tweede unit)
3-15. Overeenkomstige primaire leidingen L1, L2, en L3 bij gebruik van meerdere AC units
Ingesteld op AC Volt schaal
Meterpolariteit is niet van belang
247 476-C / 247 479-B
Unit A
(eerste unit)
Aansluitstrip
TE2
Aansluitstrip
TE2
! Alleen bevoegde personen
moeten dit onderdeel in-
stalleren, bedienen, onder-
houden en repareren.
Deze test moet worden uitgevoerd bij
de units die onderling worden ver-
bonden met behulp van testpunt (TP)
op aansluitstrip TE2. Dit betreft de
aansluiting van meerdere units zoals
aangegeven in Hoofdstuk 4-2.
Schakel de stroom in op beide
units. Meet de spanning tussen
klem TP op aansluitstrip TE2 op
beide units met behulp van een volt-
meter zoals aangegeven.
Als de gemeten spanning ongeveer
0 (nul) volt is, dan zijn de primaire
leidingen correct in fase
aangesloten.
! Schakel de lasstroombron uit,
ontkoppel en vergrendel de
ingaande spanning voordat u
de de primaire ingaande
aansluiting verandert.
Als de gemeten spanning ongeveer
53 volt is, wissel dan de ingaande
aansluitingen naar L1 en L3 om op
de primaire ingaande aansluiting
van unit B.
Als de gemeten spanning ongeveer
46 volt is, wissel dan L1 and L2 op
de primaire ingaande aansluiting
van unit B om. De meter geeft dan
circa 53 volt of circa 26 volt aan. Als
de meter circa 53 volt aangeeft,
wissel dan L1 en L3 om. Als de
meter circa 26 volt aangeeft, wissel
dan L2 en L3 om.
Als de gemeten spanning ongeveer
26 volt is, wissel dan L1 and L2 op
de primaire ingaande aansluiting
van unit B om. De meter geeft dan
circa 0 (nul) volt of circa 46 volt aan.
Als de meter circa 0 volt aangeeft,
dan zijn de primaire leidingen cor-
rect in fase aangesloten. Als de
meter circa 46 volt aangeeft, wissel
dan L1 en L2 weer om en wissel
vervolgens L2 en L3.
Wanneer de faseringssequentie
van de primaire leiding van de
tweede unit overeenkomt met de
eerste unit, test dan de primaire
fasering tussen de derde unit (indi-
en van toepassing) en de tweede
unit. Test altijd (en herstel altijd) de
fasevolgorde tussen de volgende
unit en die ervoor.
L3 (W)
L1 (U)
L2 (V)
Klemmenblok
OM-246 011 Pagina 22
HOOFDSTUK 4 DE UITGAANDE LASAANSLUITINGEN
MAKEN
4-1. Werkstuk–en elektrodekabelaansluitingen voor enkele DC of AC bogen
! Zet de lasstroombron uit voordat
u de toegangsdeur opent.
OPGELET Als er vragen bestaan met
betrekking tot deze procedure, neem
dan contact op met de fabriek vóór u de
unit aansluit.
Voor AC uitgangsvermogen:
Sluit het juiste aantal en de juiste maat
uitgaande laskabels (zie Hoofdstuk 3-7)
aan op een of meerdere elektrodeklem-
men van de lasstroombron.
Sluit het juiste aantal en de juiste maat
massakabels aan op een of meerdere
werkstukklemmen van de lasstroombron.
Aansluitingen
247 476-C
Naar de elektrode
Naar het werkstuk
OM-246 011 Pagina 23
4-2. Meerdere units aansluiten
! Zet de lasstroombron uit
voordat u de toegangsdeur
opent.
OPGELET Deze procedure dient
niet voor parallelle aansluiting. Zie
onderstaande aansluiting voor de
procedures voor parallelle
aansluiting. Als de units niet op de
juiste manier zijn aangesloten voor
parallelle bediening, kan ernstige
schade optreden.
Om twee of meer AC–lasbogen
te gebruiken met afzonderlijke
elektrodes, moet u de aansluitingen
maken als aangegeven.
Stel de uitgaande AC–units in con-
form Hoofdstuk 4-3.
Naar AC of DC uitgaand
Elektrode #1
Aansluitingen
eerste unit
Aansluitingen tweede
(en volgende) units
Naar AC uitgaand
Elektrode #2
Nietparallelle aansluitingen
247 476-C
Afgeschermde kabel
naar klemmenstrook TE1
Naar volgende
AC Unit
Naar
werkobject
Naar
werkobject
Aansluitingen
eerste unit
Aansluitingen tweede
(en volgende) units
Naar
Elektrode
Parallelle aansluitingen
Afgeschermde kabel naar
klemmenstrook TE1
Naar volgende
AC Unit
Naar
werkobject
Naar
werkobject
! Zet de lasstroombron uit
voordat u de toegangsdeur
opent.
OPGELET Als er vragen bestaan
met betrekking tot deze procedure,
neem dan contact op met de fabriek
ór u de units aansluit. Als de units
niet op de juiste manier zijn
aangesloten voor parallelle bediening,
kan ernstige schade optreden.
Om twee of meer units te gebruiken
met één elektrode, moet u de
aansluitingen maken als
aangegeven.
Stel de uitgaande AC–units in con-
form Hoofdstuk 4-3.
. De eerste unit regelt de
spanning. Alle overige units
leveren de extra stroom.
1 Stroom/balansregeling
OPGELET Alle units die parallel
aangesloten worden, moeten op
dezelfde balans worden ingesteld
(zie Hoofdstuk 5).
2 CC/CV–schakelaar
OPGELET Alle units die parallel
aangesloten worden, moeten op de
stand CC staan (zie Hoofdstuk 5).
. Wanneer u meerdere units
parallel gebruikt, moet u Parallel
Controller (Miller artikelnummer
194711) gebruiken. Installeer de
controller conform de instructies
die bij het apparaat zitten.
. Hoewel alle units zijn ingesteld
op de CC–stand loopt het
parallel proces op constante
spanning.
1
2
CC
(constante
stroom)
CV
(constante
spanning)
2
CC
(constante
stroom)
CV
(constante
spanning)
OM-246 011 Pagina 24
4-3. Aansluitingen op de AC–lasbogen klemmenstrook TE1 gebruiken
! Zet de lasstroombron uit
voordat u de toegangsdeur
opent.
. Units met uitgaande DC hoeven
niet te worden gesynchroniseerd
met units met uitgaande AC.
OPGELET Alle units moeten op
dezelfde balans worden ingesteld
(zie Hoofdstuk 5) als er meerdere
units worden aangesloten in AC.
OPGELET Als er vragen bestaan
met betrekking tot deze procedure,
neem dan contact op met de fabriek
vóór u de units aansluit. Als de units
niet op de juiste manier zijn
aangesloten voor parallelle bediening,
kan ernstige schade optreden.
1 Stripaansluiting TE1
Met deze procedure kunt u ervoor
zorgen dat de golfvorm van de uit-
gaande AC van twee of meer units de
juiste fasewisseling hebben. Maak
de aansluiting tussen klemmen-
stroom TE1 op de betreffende uit-
gaande AC–units zoals op de af-
beelding te zien is.
. Niets veranderen aa de
fabrieksaansluitingen op
klemmenstrook TE1.
! Zorg dat de aansluitingen van
de primaire ingaande stroom
in dezelfde volgorde op elk
systeem worden aangesloten
(L1 op L1, L2 op L2, en L3 op
L3.). Zie Hoofdstuk 3-14 voor
informatie over het aansluiten
van de ingaande voeding. Zie
Hoofdstuk 3-15 voor inform-
atie over het testen van de
juiste volgorde van de
primaire fase.
2 Draad wordt verbonden aan TE1
Strip 3/8 in. (10 mm) isolatie van het
uiteinde van de draad af. Druk het
tabje in de sleuf met een schro-
evendraaier of soortgelijk gereed-
schap in en steek het uiteinde van de
draad in de juiste locatie op TE1, laat
het tabje los.
De toegangsdeur sluiten en vasts-
chroeven.
Benodigde gereedschappen:
1
Aansluiting op klemmenstrook TE1 For voor meerdere AC–lasbogen
AC golfvormen
Golfvorm 1
Golfvorm 2
Faseverschuifing
Aansluitingen van de eerste op de
tweede lasstroombron: klem A
naar klem E, klem C naar klem C
TE1 op de eerste
lasstroombron
TE1 op de tweede
lasstroombron
TE1 op de derde
lasstroombron
Herhaal dezelfde aansluitingsvolgorde op de volgende lasstroombronnen
Aansluitingen van de tweede op
de derde lasstroombron: klem A
naar klem E, klem C naar klem C
Aansluitingen van de derde op
de vierde lasstroombron: klem A
naar klem E, klem C naar klem C
Ref. 247 476-C
2
1
3/8 in
(10 mm)
. Gebruik een afgeschermde dubbelaansluiting
(draaddoorsnede 1–1,5 mm
2
) met niet–geïsoleerde aarding
voor het maken van de TE1–aansluitingen. Sluit de
niet–geïsoleerde aardingsdraad aan op klem C TE1.
OM-246 011 Pagina 25
HOOFDSTUK 5 BEDIENING
5-1. Regelfuncties op het voorpaneel voor niet–CE–modellen
1 Bedieningsschakelaar voor
uitgangsspanning
Set de schakelaar op de Aan–stand voor uit-
gaande lasspanning. Voor uitgangsspanning
voor de afstandsbediening moet u de aansluitin-
gen maken naar de 14–pens contrastekker voor
de afstandsbediening (zie Hoofdstuk 3-9) en de
schakelaar op de afstandsbedieningsstand
zetten.
2 LED uitgangsspanning aan
! De uitgangsspanning is aan en de ta-
peinden voor de lasuitgangsspanning
staan onder spanning als de LED
brandt.
3 A/V
(stroomsterkte/spanning)schakelaar
Voor bediening via het voorpaneel moet u de
schakelaar op de paneelstand zetten en de
A/V–stelknop gebruiken.
! De machine afzetten vooraleer de af-
standsbediening aan te sluiten.
Voor afstandbediening moet u de afstandbedi-
ening aansluiten op de14–pens contrastekker
voor de afstandsbediening en de schakelaar op
de afstandbedieningsstand zetten. De afstand-
bediening biedt het volledige bereik van de uit-
gangsspanning van de unit, ongeacht de in-
stelling van de A/V–stelknop.
4 A/V–stelknop (stroomsterkte/spanning)
Gebruik deze knop om de lasspanning te
kiezen als de CC/CV–schakelaar op de
CV–stand staat of de stroomsterkte als de
CC/CV–schakelaar op de CC–stand staat.
De knop kan worden bijgesteld tijdens het
lassen. De cijfers op de schaal zijn alleen ter
referentie.
5 Klem TE1
Om één machine in de CC–stand te laten
draaien moet klem A met klem E worden ver-
bonden (jumper) op TE1.
6 Stroom/balansregeling
Gebruik de knop om Gelijkstroom Elektrode
positief (DCEP EP) of Gelijkstroom
Elektrode negatief (DCEP EN) te kiezen, of
een van de volgende combinaties voor Wis-
selstroom AC–balans/frequentie: 80/2018
Hz, 70/3018 Hz, 67/3360 Hz, 60/4018 Hz,
50/5090 Hz, 50/5010 Hz, 40/6018 Hz,
33/6760 Hz, 30/7018 Hz, of 20/8018 Hz.
7 Aan/uit–schakelaar met indicatielampje
8 Oververhittingslampje
Zie hoofdstuk 3-4.
. De motor van de ventilator wordt
thermostatisch bestuurd en draait alleen
wanneer er afkoeling nodig is.
9 CC/CV–schakelaar
De schakelaar is aangebracht in de
aansluitkast op de voorzijde.
! Schakel de stroombron uit en ontkop-
pel de voedingsstekker uit de wand-
contactdoos voordat u de kap ver-
wijdert om de schakelaarstand te ver-
anderen.
Zet de schakelaar in de gewenste stand en in-
stalleer de kap.
Ref. 246 002-D / 248 485-B / Ref. 247 476-C
1
6
8
7
CC (constante
stroom)
CV (constante
spanning)
9
3
4
2
5
OM-246 011 Pagina 26
5-2. Bedieningsfuncties op voorpaneel CE–modellen
1 Bedieningsschakelaar voor
uitgangsspanning
Set de schakelaar op de Aan–stand voor uit-
gaande lasspanning. Voor uitgangsspanning
voor de afstandsbediening moet u de aansluitin-
gen maken naar de 14–pens contrastekker voor
de afstandsbediening (zie Hoofdstuk 3-9) en de
schakelaar op de afstandsbedieningsstand
zetten.
2 LED uitgangsspanning aan
! De uitgangsspanning is aan en de ta-
peinden voor de lasuitgangsspanning
staan onder spanning als de LED
brandt.
3 A/V
(stroomsterkte/spanning)schakelaar
Voor bediening via het voorpaneel moet u de
schakelaar op de paneelstand zetten en de
A/V–stelknop gebruiken.
! De machine afzetten vooraleer
de afstandsbediening aan te sluiten.
Voor afstandbediening moet u de afstandbedi-
ening aansluiten op de14–pens contrastekker
voor de afstandsbediening en de schakelaar op
de afstandbedieningsstand zetten. De afstand-
bediening biedt het volledige bereik van de uit-
gangsspanning van de unit, ongeacht de in-
stelling van de A/V–stelknop.
4 A/V–stelknop (stroomsterkte/spanning)
Gebruik deze knop om de lasspanning te kiezen
als de CC/CV–schakelaar op de CV–stand
staat of de stroomsterkte als de CC/
CV–schakelaar op de CC–stand staat. De knop
kan worden bijgesteld tijdens het lassen. De
cijfers op de schaal zijn alleen ter referentie.
5 Klem TE1
Om één machine in de CC–stand te laten
draaien moet klem A met klem E worden ver-
bonden (jumper) op TE1.
6 Stroom/balansregeling
Gebruik de knop om Gelijkstroom Elektrode
positief (DCEP EP) of Gelijkstroom
Elektrode negatief (DCEP EN) te kiezen, of
een van de volgende combinaties voor Wis-
selstroom AC–balans/frequentie: 80/2015
Hz, 70/3015 Hz, 67/3350 Hz, 60/4015 Hz,
50/5075 Hz, 50/508 Hz, 40/6015 Hz,
33/6750 Hz, 30/7015 Hz of 20/8015 Hz.
7 Aan/uit–schakelaar met indicatielampje
8 Oververhittingslampje
Zie hoofdstuk 3-4.
. De motor van de ventilator wordt
thermostatisch bestuurd en draait alleen
wanneer er afkoeling nodig is.
9 CC/CV–schakelaar
De schakelaar is aangebracht in de
aansluitkast op de voorzijde.
! Schakel de stroombron uit en ontkop-
pel de voedingsstekker uit de wand-
contactdoos voordat u de kap ver-
wijdert om de schakelaarstand te ver-
anderen.
Zet de schakelaar in de gewenste stand en in-
stalleer de kap.
Ref. 246 334-E / 248 443-C / Ref. 247 476-C
1
6
8
7
3
4
CC (constante
stroom)
CV (constante
spanning)
9
2
5
OM-246 011 Pagina 27
HOOFDSTUK 6 ONDERHOUD EN STORINGEN
VERHELPEN
. Geef vaker een
onderhoudsbeurt als het
apparaat zwaar belast wordt.
6-1. Routineonderhoud
! Haal het apparaat van de voed-
ing vóór begin van het onder-
houd.
n = Controleren Z = Verversen ~ = Reinigen Δ = Repareren l = Vervangen
* Moet worden verricht door een door de fabriek erkend servicebedrijf
Elke 3
maan-
den
Δ l Kabels met barsten of scheurtjes
nl Labels l Onderdelen met barsten of
scheurtjes
Elke 3
maan-
den
nΔ lKabels en snoeren
Elke 3
maan-
den
~:Lasklemmen
Elke 6
maan-
den
~:De binnenzijde schoonblazen
OM-246 011 Pagina 28
6-2. Zekering F1
247 479-B
! Zet de stroombron en de las-
besturingsunit Uit en ontkoppel
de voedingsstekker uit de wand-
contactdoos voordat u vóór de
zekering controleert.
Zekering F1 beschermt de 115 volt AC
wikkeling van transformator T2. Als
zekering F1 open gaat, stopt de
lasstroombron.
Open het achterpaneel om bij de zekerin-
gen te komen.
1 Zekering F1
Controleer F1 en vervang hem zonodig,
en neem daarvoor een zekering met
dezelfde elektrische waarde.
De toegangsdeur achter sluiten en vast-
schroeven.
Benodigde gereedschappen:
1
3/8 in.
6-3. Roegang tot het gebied met de aanvullende beveiligingen
! Zet de lasstroombron uit
voordat u de automatische
zekeringen controleert.
1 Extra beveiliging CB2
CB2 beschermt het 24 VAC
gedeelte van de 14–pins contras-
tekker voor de afstandsbediening.
Druk op de knop om de zekering
terug te stellen.
247 476-C
1
CB2
OM-246 011 Pagina 29
6-4. Storingen
Probleem Oplossing
Geen uitgangsspanning voor het
lassen; het apparaat werkt totaal niet.
Zet de werkschakelaar aan (zie Hoofdstuk 3-14).
Controleer zekering F1 en vervang hem indien nodig (zie Hoofdstuk 6-2).
Controleer de netzekering(en) en vervang ze indien noodzakelijk; of reset de automatische zekering
(zie Hoofdstuk 3-14).
Controleer of de voeding goed is aangesloten (zie Hoofdstuk 3-14).
Geen lasspanning; indicatielampje
brandt.
Kijk de afstandsbediening na, repareer hem of vervang hem.
Het apparaat is oververhit. Laat het apparaat afkoelen met de ventilator aan (zie Hoofdstuk 3-4).
Laat een door de fabriek erkende servicemonteur print PC1 nazien.
Onregelmatige of onjuiste
lasuitgangsspanning.
Gebruik een laskabel van het juiste formaat en type (zie Hoofdstuk 3-7).
Reinig alle laskoppelingen en draai ze vast.
Wanneer u gebruik maakt van meerdere units, zorg dan dat alle units die zijn aangesloten met
klemmenstrook TE1 ingeschakeld zijn.
Laat een door de fabriek erkende servicemonteur print PC1 nazien.
Geen 115 V AC uitgangsspanning
op de optionele duplex contrastekker
en de 14–pens contrastekker.
Reset extra beveiliging CB1 (zie Hoofdstuk 3-11).
Geen 230 V AC uitgangsspanning bij
de duplex contrastekker.
Reset extra beveiliging CB3 (zie Hoofdstuk 3-12).
Geen 24 volt AC uitgangsspanning bij
de 14–pens contrastekker voor de
afstandsbediening.
Reset extra beveiliging CB2 (zie Hoofdstuk 6-3).
OM-246 011 Pagina 30
HOOFDSTUK 7 ELECTRISCH SCHEMA
Afbeelding 7-1. Circuit Diagram For Sub Arc AC/DC 1000 (460 V Input) Model
OM-246 011 Pagina 31
244 959-C
OM-246 011 Pagina 32
Afbeelding 7-2. Circuit Diagram For Sub Arc AC/DC 1250 (400 V Input) Model
OM-246 011 Pagina 33
247 290-D
OM-246 011 Pagina 34
HOOFDSTUK 8 ONDERDELENLIJST
247 435-D
. De bevestigingsmaterialen zijn algemeen gangbaar en alleen te bestellen als ze op de lijst staan.
1
2
3
4
11
10
12
9
8
7
6
5
15
14
13
16
. 1000 Model Illustrated
Afbeelding 8-1. Main Assembly
OM-246 011 Pagina 35
Description
Part
No.
Dia.
Mkgs.
Item
No.
Afbeelding 8-1. Main Assembly
Quantity
1 246960 Panel, Side 2.. ........... .. ........................................................
2 +245938 Cover,Top 1.. .......... .. .........................................................
3 217136 Label, Warning Electric Shock(Eng/Fr) 1.. ........... .. ................................
3 176254 Label, General Precautionary Wordless Intl 1.. ........... .. ............................
4 184340 Channel, Upright 4.. ........... .. ...................................................
5 026627 Gasket, Lift Eye 1.. ........... .. ....................................................
6 184344 Stop, Cover 1.. ........... .. ........................................................
7 184342 Lift Eye 1.. ........... .. ............................................................
8 184341 Bar, Cross Lift Eye 2.. ........... .. ..................................................
9 Fig.8-3 Panel, Rear 1.. ............ .. ........................................................
10 Z1 184350 Stabilizer 1.. ... ... .. ..........................................................
11 184359 Bracket, Mtg Terminal Assy 2.. .......... .. ..........................................
12 T1 246546 Xfmr Assy, Power Main 460 V Model 1.. ... ... .. ..................................
12 T1 246550 Xfmr Assy, Power Main 400 V Model 1.. ... ... .. ..................................
13 246874 Base, 1.. .......... .. .............................................................
14 184345 Bracket, Rectifier 1.. .......... .. ...................................................
15 SR1 246263 Rectifier, SCR Main 1.. .. .. .. .................................................
16 Fig. 8-2 Panel, Front 1.. .......... .. ........................................................
+When ordering a component originally displaying a precautionary label, the label should also be ordered.
To maintain the factory original performance of your equipment, use only Manufacturers Suggested
Replacement Parts. Model and serial number required when ordering parts from your local distributor.
OM-246 011 Pagina 36
247 433-D
. 1000 Model Illustrated
12
1
2
3
4
5
6
8
10
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
28
28
29
16
30
32
33
3435
36
38
39
40
41
42
43
44
11
37
7
27
31
9
. De bevestigingsmaterialen zijn algemeen gangbaar en alleen te
bestellen als ze op de lijst staan.
Afbeelding 8-2. Front Panel Assembly
OM-246 011 Pagina 37
Description
Part
No.
Dia.
Mkgs.
Item
No.
Afbeelding 8-2. Front Panel Assembly (Afbeelding 8-1 Item 16)
Quantity
1 245321 Cover, Receptacle Weatherproof Duplex Rcpt 1... .............. .. .......................
2 248445 Strip, Polycarbonate Clear .250 X 6.000 X 12.500 1... .............. .. ...................
3 248446 Latch, Cam 1... .............. .. .....................................................
4 Nameplate, (Order By Model And Serial Number) 1... ........................ ....................
5 248467 Panel, Front 1... .............. .. ....................................................
6 RC1 604176 Rcpt, Str Dx Grd 2p3W 15A 125V *515r (460 V Models) 1... .... .... .. .............
6 RC1 176355 Rcpt, Str 2p3W 16A 220V Flange Mtg (400 V Models) 1... .... .... .. ................
7 PL3 249340 LED Assy, Blue w/Terminals 1... ..... .... .. ......................................
8 S2 248658 Switch, Rocker SPST 15/10A 125/250VAC OnNoneOn Spd Term Blk 1... ..... ..... ..
9 S4 252263 Switch, Rocker 2PDT 15/10A 125/250VAC OnNoneOn 1... ..... ..... .. .............
10 171007 Knob, Pointer 1.670 Dia X .250 ID W/Set Screwplstc 1... .............. .. .................
11 174991 Knob, Pointer 1.250 Dia X .250 ID W/Spring Clip.21 1... .............. .. ................
12 Nameplate, Recessed (Order By Model And Serial Number) 1... ........................ ..........
13 S5 246169 Switch, Rotary Multideck 12posn 1/4Amp PC Mtg 1... ..... ..... .. ..................
14 R5 030109 Pot, Cp Std Slot 1t 2. W 5k Linear 1... ..... ..... .. .................................
15 248442 Panel, Recessed 1... .............. .. ................................................
16 CB1-2 093995 Supplementary Pro,Man Reset 1p 15A 250VAC Frict (460 V Models) 2... ... ... .. ...
16 CB1-3 093995 Supplementary Pro,Man Reset 1p 15A 250VAC Frict (400 V Models) 3... ... ... .. ...
17 246369 Bracket, Mtg Receptacle (115V) (460 V Models) 1... .............. .. .....................
17 246370 Bracket, Mtg Receptacle (230V) (400 V Models) 1... .............. .. .....................
18 170647 Bushing, SnapIn Nyl 1.312 ID X 1.500 Mtg Hole 3... .............. .. ....................
19 PC1 244419 Circuit Card Assy, Control W/Program 1... .... .... .. ..............................
PLG11 163467 Housing Plug+Skts, (Service Kit) 1......... ... .. ..................................
PLG12,13,15 152249 Housing Plug Pins+Skts, (Service Kit) 3...... .. .............................
PLG14 115094 Housing Plug+Skts, (Service Kit) 1......... ... .. ..................................
20 098691 Standoff, No 632 X .500 Lg .250 Hex Stl M&F 4... .............. .. .....................
21 244732 Baffle, Electronics 1... .............. .. ...............................................
22 HD2 244958 Transducer, Current 1000A Module Supply V +/ 15V 1... .... .... .. ...............
23 245940 Bracket, Mtg LEM 1... .............. .. ...............................................
24 CR1 000174 Relay, Encl 24VAC 3PDT 10A/120VAC 11Pin Flange Mtg 1... .... .... .. .............
25 R3,4 136076 Resistor, WW FXD 30W 200 Ohm Faston Te 2... .... .... .. ........................
26 C19, 20 249477 Capacitor Assy 2... ... ... .. ..................................................
27 RC7 134735 Conn, Circ MS/CPC 14Skt Size 20 Rcpt Panel Pushin 1... .... .... .. ................
28 C9, 10 246168 Capacitor Assy 2... ... ... .. ..................................................
29 190960 Terminal Assy, Power Output (Includes) 2... .............. .. ............................
601840 Nut, 50013 .88hex .32h Brs 4.................... .... ....................................
191137 Bus Bar, Terminal Power Output 1.................... .... .................................
191138 Terminal Board, Power Output 1.................... .... ...................................
601839 Nut, 50013 .75hex .44h Brs 2.................... .... ....................................
038900 Stud, Brs .50013 X 2.250 2.................... .... ......................................
602247 Washer, Flat .531ID x 1.062OD x .095t Stl Pld ANSI.500 2.................... .... ............
605787 Washer,Tooth.512 ID x 0.900 OD x .045 T Stl Pld Int.500 A 2.................... .... .........
30 010546 Bushing, SnapIn Nyl .375 ID X .500 Mtg Hole 2... .............. .. ......................
31 S3 011609 Switch, Tgl Spdt 15A 125VAC Onnoneon Spd Term Chr 1... ..... ..... .. ............
32 246099 Bracket, Mtg Term Assy 1... .............. .. ..........................................
33 005107 Bolt, Crg Stl .25020 X .750 Gr5 Pld 8... .............. .. ...............................
34 TE2 246951 Block, Term 20 Amp 3 Pole Quick Conn 2012AWG Wire Labeled 1... .... .... .. ....
35 TE1 246950 Block, Term 20 Amp 3 Pole Quick Conn 2012AWG Wire Labeled 1... .... .... .. ....
36 246170 Nameplate, SUBARC AC/DC 1000/1250 Lower 1... .............. .. .....................
37 161303 Spring, CPRSN .600 OD X .072 Wire X 1.500 Pld 3... .............. .. ...................
38 +172587 Cover, Output Stud Generic 1... ............. .. ......................................
39 160935 Clip, Spring 3... .............. .. ....................................................
40 217861 Label, Warning Electric Shock Can Kill Etc (FR) (460 V Model) 1... .............. .. ........
40 194557 Label, Warning Electric Shock Can Kill Etc Wordless (400 V Models) 1... .............. .. ..
41 S1 248654 Switch, Rocker SPST 15/10A 125/250VAC 28V Wht Lamp... ..... ..... ..
OffNoneOn Spd Term Blk 1.............................. ......................................
OM-246 011 Pagina 38
Description
Part
No.
Dia.
Mkgs.
Item
No.
Afbeelding 8-2. Front Panel Assembly (Afbeelding 8-1 Item 16) (vervolg)
Quantity
42 PL2 247090 LED Assy, Yellow W/Terminals 1... ..... .... .. ....................................
43 168343 Hinge, Cont Polypropylene Copolymer 2.000 L W/.125 2... .............. .. ...............
44 248450 Latch, Lock w/Key (Wing Style) 1... .............. .. ...................................
+When ordering a component originally displaying a precautionary label, the label should also be ordered.
To maintain the factory original performance of your equipment, use only Manufacturers Suggested
Replacement Parts. Model and serial number required when ordering parts from your local distributor.
OM-246 011 Pagina 39
247 434-C
1
2
3
4
5
6
7
9
10
14
17
18
19
21
20
4
8
11
12
13
15
16
. De bevestigingsmaterialen zijn algemeen gangbaar en alleen te bestellen als ze op de lijst staan.
Afbeelding 8-3. Rear Panel Assembly
Description
Part
No.
Dia.
Mkgs.
Item
No.
Afbeelding 8-3. Rear Panel Assembly (Afbeelding 8-1 Item 9)
Quantity
1 FM 032605 Motor, Cap Perm SP 1/4HP 230VAC 1625RPM 1... ..... ..... .. .....................
2 CR2 006393 Relay, Encl 24VAC DPDT 10A/120VAC 8Pin Flange Mtg 1... .... .... .. .............
3 222352 Windtunnel, 20 in 1... .............. .. ................................................
4 R1,2 097459 Resistor, WW FXD 375 W 20 Ohm 2... .... .... .. ................................
5 222347 Blade, Fan 20.000 3WG 13DEG .500 Bore CW AL 1... .............. .. ..................
6 +245936 Panel, Rear 1... ............. .. ....................................................
7 218280 Hinge, Cont Polyolefin Copolymer 2.000 L W/.125H 3... .............. .. ..................
8 245937 Door, Primary Access 1... .............. .. ............................................
9 217860 Label, Warning Electric Shock And Input Pwr (FR) 1... .............. .. ..................
9 194466 Label, Warning Electric Shock And Input Power (CE) 1... .............. .. ................
10 W 252348 Contactor, Size S3 3P AC 140 Amp 24V 50/60 Hz 1... ..... ..... .. .................
W1 213446 Interlock, Cntor No Size 31/2 1........... ..... .. ....................................
11 252264 Spacer 2... .............. .. .........................................................
12 252349 Rail, Din 1... .............. .. ........................................................
13 252265 Block, Power Splice 3P 175 Amp 600V AC/DC 1... .............. .. ......................
14 159034 Holder, Fuse Mintr 10.3mm X 33.3 To 38.1mm Panel Mt 1... .............. .. ..............
15 156065 Fuse, Crtg .5 Amp 600V Time Delay 1... .............. .. ...............................
16 030170 Bushing, Snap-in Nyl .750 ID X 1.000 Mtg Hole 1... .............. .. .............
17 246208 Bracket, Mtg Contactor 1... .............. .. ...........................................
18 T2 246003 Xfmr, Control 100VA 24V 460V Pri 60Hz (460 V Models) 1... ..... ..... .. .............
18 T2 246602 Xfmr, Control 100VA 24V 400V Pri 50Hz (400 V Models) 1... ..... ..... .. .............
19 188403 Bracket, Mtg LEM 1... .............. .. ...............................................
20 HD1 148417 Transducer, Current 1000A Module Supply V +/ 24V 1... .... .... .. ................
21 134201 StandOff Support, PC Card .312/.375W/Post & Lock .43 4... .............. .. ............
+When ordering a component originally displaying a precautionary label, the label should also be ordered.
To maintain the factory original performance of your equipment, use only Manufacturers Suggested
Replacement Parts. Model and serial number required when ordering parts from your local distributor.
Aantekeningen
Aantekeningen
Aantekeningen
Geldig vanaf 1 januari 2011
(Installaties waarvan het serienummer begint met “MB” of nieuwer)
Deze beperkte garantie vervangt alle vorige Miller garanties en is exclusief zonder andere expliciete of impliciete
waarborgen of garanties.
BEPERKTE GARANTIE Afhankelijk van de onderstaande bepa-
lingen en voorwaarden garandeert Miller Electric Mfg. Co., Apple-
ton, Wisconsin, zijn erkende verdeler dat nieuwe Miller installaties
die verkocht zijn na de geldende datum van deze beperkte garantie
geen materiaal- en/of fabricagefouten hebben. DEZE GARANTIE
VERVANGT UITDRUKKELIJK ALLE ANDERE GARANTIES, EX-
PLICIET OF IMPLICIET, VAN VERKOOPBAARHEID EN
GESCHIKTHEID.
Binnen de onderstaande garantieperioden zal Miller alle onderde-
len of componenten die niet meer functioneren door dergelijke fa-
bricage- en materiaalfouten met garantie repareren of vervangen.
Miller moet binnen dertig (30) dagen schriftelijk op de hoogte wor-
den gebracht van een dergelijke fout of storing, waarop Miller in-
structies zal geven over de garantieclaim-procedure die hierop
volgt.
In het geval van een dergelijke storing binnen de garantieperiode
zal Miller garantieclaims toestaan op installaties met garantie die
hieronder zijn vermeld. Alle garantieperioden gelden vanaf de dag
dat de installatie geleverd werd aan de erkende verdeler, of acht-
tien maanden nadat de installatie naar een internationale distribu-
teur gezonden is.
1. 5 jaar op onderdelen — 3 jaar op arbeidsloon
* Bij originele hoofdstroomgelijkrichters alleen de thyristo-
ren (SCR’s), de diodes en de afzonderlijke gelijkrichter-
modules
2. 3 jaar — op onderdelen en arbeidsloon
* Lasaggregaten met aandrijfmotor
(OPMERKING: Motoren vallen onder een aparte
garantie, bij de fabrikant van de motor.)
* Inverter stroombronnen (tenzij anders aangegeven)
* Stroombronnen plasmasnijders
* Procesbeheersingsapparatuur
* Semiautomatische en automatische draadaanvoereen-
heden
* De Flowregelaar en Flowmeter uit de Smith 30 Serie
(geen arbeidsloon)
* Transformator/gelijkrichter stroombronnen
* Waterkoelingsystemen (geïntegreerd)
3. 2 jaar — op onderdelen
* Automatisch verduisterende helmlenzen
(geen arbeidsloon)
4. 1 jaar — op onderdelen en arbeidsloon tenzij anders
aangegeven
* Automatisch bewegende apparatuur
* CoolBelt en CoolBandventilatorunit (geen arbeidsloon)
* Externe controleapparatuur en sensoren
* Opties van onderdelen achteraf ingebouwd
(OPMERKING: Opties van onderdelen die achteraf zijn
ingebouwd zijn gedekt voor de resterende garantieperi-
ode van het product waarin ze in zijn geïnstalleerd of
voor een minimum van één jaar — afhankelijk van welke
van de twee het langste duurt.)
* Flowregelaars en Flowmeters (geen arbeidsloon)
* RFCS voetbedieningen (m.u.v. RFCSRJ45)
* Rookgasafzuigers
* HF Units
* ICE plasmasnijtoortsen (geen arbeidsloon)
* Stroombronnen voor inductieverwarming, koelers en
elektronische regelapparatuur/recorders
* Elektrische belastingsbanken
* Motoraangedreven laspistolen
(m.u.v. de Spoolmate laspistolen)
* PAPRventilatorunit (geen arbeidsloon)
* Positionerings en regelapparatuur
* Rekken
* Laskarren/trailers
* Puntlasapparaten
* Onderpoederdekdraadaanvoersystemen
* Waterkoelsystemen (nietgeïntegreerd)
* Weldcraft TIG toortsen (geen arbeidsloon)
* Draadloze voet- en handafstandsbedieningen met
ontvangers
* Werkstations/Lastafels (geen arbeidsloon)
5. 6 maanden — op onderdelen
* Accu’s
* Bernard pistolen (geen arbeidsloon)
* Tregaskiss pistolen (geen arbeidsloon)
6. 90 dagen — op onderdelen
* Toebehoren (sets)
* Beschermzeilen
* Inductieverwarmingsspoelen en dekens, kabels en niet
elektronische regelapparatuur
*Mpistolen
* MIG pistolen en onderpoederdek (SAW) pistolen
* Afstandsbedieningen en RFCSRJ45
* Vervangende onderdelen (geen arbeidsloon)
* Roughneckpistolen
* Spoolmate pistolen
Millers True Blue® beperkte garantie geldt niet voor:
1. Slijtonderdelen zoals contacttips, snijmondstukken,
magneetschakelaars, koolborstels, relais, bovenbladen
van werkstations en lasgordijnen of andere onderdelen
die niet meer goed werken als gevolg van normale
slijtage. (Uitzondering: borstels en relais zijn wel gedekt
bij alle motoraangedreven producten.)
2. Onderdelen geleverd door Miller maar geproduceerd door an-
deren, zoals motoren of handelsaccessoires. Deze onderde-
len vallen onder de eventuele garanties door de fabrikanten.
3. Installaties die veranderingen hebben ondergaan door andere
partijen dan Miller, of installaties die onjuist geïnstalleerd of
verkeerd gebruikt zijn volgens industrierichtlijnen, of installa-
ties die geen redelijk en noodzakelijk onderhoud hebben ge-
had, of installaties die gebruikt zijn voor andere dan de
aangegeven toepassingen voor de installatie.
MILLER PRODUKTEN ZIJN BEDOELD VOOR VERKOOP EN
GEBRUIK DOOR COMMERCIËLE/INDUSTRIËLE GEBRUI-
KERS EN PERSONEN DIE OPGELEID ZIJN EN ERVARING
HEBBEN MET HET GEBRUIK EN ONDERHOUD VAN LASIN-
STALLATIES.
In het geval van een garantieclaim gedekt door deze garantie,
zullen de exclusieve Miller-oplossingen zijn: (1) repareren; of (2)
vervangen; of, als dit schriftelijk door Miller is toegestaan in
bepaalde gevallen, (3) de redelijke kosten van repareren of
vervangen bij een goedgekeurd Miller onderhoudsbedrijf; of (4)
krediet of betaling van de aankoopprijs (redelijke
waardevermindering op basis van het eigenlijke gebruik) bij het
retourneren van de goederen op risico en kosten van de klant.
Miller’s optie van repareren of vervangen zal f.o.b. zijn (met
inbegrip van vervoerskosten tot in de boot), naar de fabriek in
Appleton, Wisconsin of f.o.b. naar een door Miller goedgekeurd
onderhoudsbedrijf zoals bepaald is door Miller. Daarom zal er geen
compensatie of terugbetaling voor transportkosten worden
toegestaan.
VOOR ZOVER DE WET DIT TOESTAAT, STAAN ER GEEN AN-
DERE VERHAALSMOGELIJKHEDEN OPEN DAN DEGENE DIE
HIER VOORZIEN ZIJN. IN GEEN GEVAL ZAL MILLER CON-
TRACTUEEL, UIT ONRECHTMATIGE DAAD, OF ANDERSZINS,
AANSPRAKELIJK ZIJN VOOR RECHTSTREEKSE, ON-
RECHTSTREEKSE, BIJZONDERE, INCIDENTELE, OF GE-
VOLGSCHADE (HIERIN BEGREPEN GEDERFDE WINST).
MILLER VERWERPT EN SLUIT, M.B.T. ALLE GEREEDSCHAP
DAT DOOR HAAR GELEVERD WORDT, ELKE
UITDRUKKELIJKE GARANTIE DIE HIER NIET VOORZIEN IS,
EN ELKE GEÏMPLICEERDE GARANTIE OF VERKLARING
M.B.T. PRESTATIE, EN ELK VERHAAL OP GROND VAN
CONTRACTUELE WANPRESTATIE, UIT ONRECHTMATIGE
DAAD, OF DAT, WARE DEZE BEPALING NIET OPGENOMEN,
IMPLICIET, VAN RECHTSWEGE, NAAR HANDELSGEWOONTE
OF NAAR AANLEIDING VAN DE CONCRETE
OMSTANDIGHEDEN VAN DE TRANSACTIE ZOU
VOORTVLOEIEN UIT GELIJK WELKE ANDERE
RECHTSTHEORIE, HIERIN BEGREPEN ELKE
GEÏMPLICEERDE GARANTIE M.B.T. VERKOOPBAARHEID OF
GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD GEBRUIK, UIT.
Sommige staten in de V.S. staan geen beperkingen toe met betrek-
king tot de duur van de garantie, noch uitsluiting van bijkomende
schade, indirecte schade, speciale schade of gevolgschade, dus
bovenstaande beperking kan mogelijk niet van toepassing zijn
voor u. Deze garantie biedt specifieke wettelijke rechten en er kun-
nen eventueel ook andere rechten van toepassing zijn; deze kun-
nen echter per staat verschillen.
In Canada biedt de wetgeving in enkele provincies bepaalde extra
garanties of oplossingen die afwijken van de bepalingen die hierin
zijn opgenomen, en bovenstaande beperkingen en uitsluitingen
zijn mogelijk niet van toepassing, voorzover er niet van mag wor-
den afgezien. Deze Beperkte Garantie biedt specifieke wettelijke
rechten en er kunnen eventueel ook andere rechten zijn; deze kun-
nen echter per provincie verschillen.
miller warr_dut 201101
Vertaling van de originele instructies UITGEGEVEN IN DE VS. © 2011 Miller Electric Mfg. Co 2011-01
Miller Electric Mfg. Co.
An Illinois Tool Works Company
1635 West Spencer Street
Appleton, WI 54914 USA
International HeadquartersUSA
USA Phone: 920-735-4505 Auto-attended
USA & Canada FAX: 920-735-4134
International FAX: 920-735-4125
Voor internationale vestigingen bezoek
website: www.MillerWelds.com
Naam van het model Serie-/typenumber
Aankoopdatum (datum waarop de apparatuur bij de oorspronkelijke klant werd bezorgd.)
Leverancier
Adres
Plaats
Staat Postcode
S.v.p. volledig invullen en goed bewaren.
Vermeld altijd de naam van het model en het serie-/typenummer
Ga naar uw leverancier voor: Toebehoren en elektroden
Optionele apparatuur en accessoires
Persoonlijke beschermingsmiddelen
Service en reparaties
Vervangende onderdelen
Trainingen en opleidingen (scholen, videos,
boeken)
Technische handboeken (onderhoudsinformatie
en onderdelen)
Stroomkringschema’s
Handboeken over lasprocessen
Neem contact op met het
vervoersbedrijf:
Neem contact op met de transportafdeling van uw
distributeur en/of de fabrikant van de apparatuur
voor hulp bij het indienen en afhandelen van scha-
declaims.
Service
Papieren van de eigenaar
Om een schadeclaim in te dienen bij verlies of
beschadiging tijdens verscheping,
Contacteer een verdeler of een service bureau
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48

Miller MB240520U de handleiding

Categorie
Lassysteem
Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor