Jonsered GC 2236 de handleiding

Type
de handleiding
Ger
man
5
W
AS IST
W
AS?
W
as ist was am Freischneider?
32
31
30
23
23
25
26
27
28
24
29
1
Trimmerkopf
2 Einfüllöffnung für Schmiermittel, winkelgetriebe
3 Winkelgetriebe
4 Schutz für die Schneidausrüstung
5 Führungsrohr
6 Handgriffeinstellung
7 Loophandgriff
8 Aufhängöse
9 Stoppschalter
10 Gashebelsperre
11 Gashebel
12 Zündkappe und Zündkerze
13 Zylinderdeckel
14 Starthandgriff
15 Kraftstofftank
16 Luftfiltergehäuse
17 Choke
18 Kraftstoffpumpe
19 Gegenmutter
20 Stützflansch
21 Stützkappe
22 Klinge
23 Mitnehmer
24 Transportschutz
25 Schlüssel für Klingenmutter
26 Sperrstift
27 Schlüssel für die Klingenmutter
28 Inbusschlüssel
29 Schutzabdeckung
30 Tragegurt
31 Bedienungsanweisung
VERKLARING VAN DE SYMBOLEN
56 – Dutch
Symbolen
WAARSCHUWING! Motorzeisen,
bosmaaiers en trimmers kunnen
gevaarlijk zijn! Slordig of onjuist
gebruik kan resulteren in ernstig letsel
of overlijden van de gebruiker of
anderen. Het is uiterst belangrijk dat u
de inhoud van de gebruikshandleiding
doorleest en begrijpt.
Neem de gebruiksaanwijzing grondig
door en gebruik de machine niet voor
u alles duidelijk heeft begrepen.
Draag altijd:
Een veiligheidshelm bij kans op
vallende voorwerpen
Goedgekeurde gehoorbeschermers
Een goedgekeurde oogbescherming
Maximum toerental van uitgaande
as, tpm
Dit product voldoet aan de geldende CE-
richtlijnen.
Waarschuwing voor weggeslingerde en
afgeketste voorwerpen.
Gebruikers van de machine moeten
erop toezien dat er tijdens het werk
geen mensen of dieren dichter dan 15
meter bij de machine komen.
Machines die zijn uitgerust met
zaagbladen of grasmessen kunnen met
enorme kracht opzij geworpen worden,
wanneer het mes in contact komt met
een vast voorwerp. Dit wordt terugslag
genoemd. Het mes kan een arm of
been amputeren. Hou mensen en dieren altijd ten minste
15 meter bij de machine vandaan.
Pijltekens die de grenzen voor het plaatsen
van de handvatbevestiging aangeven.
Gebruik altijd goedgekeurde
veiligheidshandschoenen.
Gebruik stevige antisliplaarzen.
Alleen bedoeld voor niet-metalen
flexibele snijuitrusting, d.w.z.
trimmerkop met trimmerdraad.
Geluidsemissie naar de omgeving
volgens de richtlijnen van de
Europese Gemeenschap. De emissie
van de machine wordt aangegeven in
het hoofdstuk Technische gegevens
en op plaatjes.
Startinstructie
Overige op de machine aangegeven symbolen/
plaatjes verwijzen naar specifieke eisen aan
certificering op bepaalde markten.
De motor wordt uitgezet door de
stopschakelaar naar stopstand te
schuiven. N.B.! De stopschakelaar
gaat automatisch terug naar
startstand. Om een ongewenste start
te voorkomen, moet de bougiekap
altijd van de bougie worden gehaald bij montage, controle
en/of onderhoud.
Gebruik altijd goedgekeurde
veiligheidshandschoenen.
Moet regelmatig schoongemaakt
worden.
Controleer met het blote oog.
Gebruik van goedgekeurde
oogbescherming verplicht.
50FT
15 m
50FT
1
5
m
1.
2.
3.
4.
INHOUD
Dutch 57
Inhoud Voor het starten moet u rekening
houden met de volgende punten:
Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig.
VERKLARING VAN DE SYMBOLEN
Symbolen ............................................................. 56
INHOUD
Inhoud .................................................................. 57
Voor het starten moet u rekening houden met de
volgende punten: ..................................................
57
INLEIDING
Beste klant! ........................................................... 58
WAT IS WAT?
Wat is wat op de motorzeis? ................................ 59
ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Belangrijk .............................................................. 60
Persoonlijke veiligheidsuitrusting .......................... 60
Veiligheidsuitrusting van de machine ................... 61
Snijuitrusting ......................................................... 64
MONTEREN
J-handvat monteren ............................................. 66
Montage van snijuitrusting .................................... 66
Bescherming monteren ........................................ 67
Monteren van bladbeschermkap, maaiblad en
maaimes ...............................................................
67
Monteren van overige bescherm-kappen en
snijuitrustingen .....................................................
68
BRANDSTOFHANTERING
Brandstofveiligheid ............................................... 69
Brandstof .............................................................. 69
Tanken .................................................................. 70
STARTEN EN STOPPEN
Controle voor het starten ...................................... 71
Starten en stoppen ............................................... 71
ARBEIDSTECHNIEK
Algemene werkinstructies .................................... 73
ONDERHOUD
Carburateur .......................................................... 76
Geluiddemper ....................................................... 78
Koelsysteem ......................................................... 78
Hoekoverbrenging ................................................ 78
Luchtfilter .............................................................. 79
Bougie .................................................................. 79
Onderhoudsschema ............................................. 80
TECHNISCHE GEGEVENS
Technische gegevens ........................................... 81
EG-verklaring van overeenstemming ................... 82
!
WAARSCHUWING! Langdurige
blootstelling aan lawaai kan leiden tot
permanente gehoorbeschadiging.
Gebruik daarom altijd goedgekeurde
gehoorbescherming.
!
WAARSCHUWING! De oorspronkelijke
vormgeving van de machine mag in geen
enkel geval gewijzigd worden zonder
toestemming van de fabrikant. Men moet
altijd originele onderdelen gebruiken.
Niet goedgekeurde wijzigingen en/of
niet-originele onderdelen kunnen tot
ernstige verwondingen of de dood van
zowel gebruiker als omstanders leiden.
!
WAARSCHUWING! Een motorzeis,
bosmaaier of trimmer kan bij onjuist of
slordig gebruik een gevaarlijk
gereedschap zijn, dat ernstig letsel of het
overlijden van de gebruiker of anderen
kan veroorzaken. Het is van het grootste
belang dat u de inhoud van deze
gebruiksaanwijzing doorleest en
begrijpt.
58 – Dutch
INLEIDING
Beste klant!
Gefeliciteerd met de aankoop van een Jonsered-product!
We zijn ervan overtuigd dat u de kwaliteit en prestaties van ons product gedurende een lange periode naar volle
tevredenheid zult waarderen. Door de aankoop van één van onze producten krijgt u de beschikking over professionele
hulp bij reparaties en service mocht er toch iets gebeuren. Wanneer u de machine niet heeft gekocht bij een van onze
erkende dealers, kunt u hen vragen naar de dichtstbijzijnde servicewerkplaats.
Wij hopen dat u tevreden zult zijn met uw machine en dat deze u gedurende lange tijd zal vergezellen. Denk erom dat
deze gebruiksaanwijzing een waardevol document is. Door de inhoud (gebruik, service, onderhoud enz.) te volgen kunt
u de levensduur van uw machine én de tweedehands waarde aanzienlijk verlengen. Mocht u uw machine verkopen moet
u ervoor zorgen de gebruiksaanwijzing aan de nieuwe eigenaar over te dragen.
Succes met het gebruik van uw Jonsered-product!
Jonsered werkt voortdurend aan het verder ontwikkelen van haar producten en houdt zich dan ook het recht voor om
zonder aankondiging vooraf wijzigingen in o.a. vorm en uiterlijk door te voeren.
Dutch – 59
WAT IS WAT?
Wat is wat op de motorzeis?
32
31
30
23
23
25
26
27
28
24
29
1 Trimmerkop
2 Bijvulopening smeermiddel, hoekoverbrenging
3 Hoekoverbrenging
4 Beschermkap voor snijuitrusting
5 Steel
6 Handvatinstelling
7 Loophandvat
8 Ophanghaak
9 Stopschakelaar
10 Gashendelvergrendeling
11 Gashendel
12 Bougiekap en bougie
13 Cilinderkap
14 Starthendel
15 Brandstoftank
16 Luchtfilterdeksel
17 Chokehendel
18 Brandstofpomp
19 Borgmoer
20 Steunflens
21 Steunkop
22 Blad
23 Meenemer
24 Transportbescherming
25 Bougiesleutel
26 Borgpen
27 Bladmoersleutel
28 Inbussleutel
29 Bescherming
30 Draagstel
31 Gebruiksaanwijzing
ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
60 – Dutch
Belangrijk
Persoonlijke veiligheidsuitrusting
HELM
Een veiligheidshelm bij kans op vallende voorwerpen
GEHOORBESCHERMING
U moet gehoorbescherming met voldoende
dempvermogen dragen.
OOGBESCHERMING
Gebruik altijd goedgekeurde oogbescherming. Wanneer
u een vizier gebruikt moet u ook een goedgekeurde
veiligheidsbril gebruiken. Met een goedgekeurde
veiligheidsbril wordt een bril bedoeld die voldoet aan
BELANGRIJK!
De machine is uitsluitend bedoeld voor het maaien van
gras.
De enige accessoires waarvoor u de motoreenheid als
aandrijfeenheid mag gebruiken zijn de snijuitrustingen
die aanbevolen worden in het hoofdstuk Technische
gegevens.
Gebruik de machine nooit als u moe bent, alcohol heeft
gedronken of medicijnen heeft ingenomen die uw
gezichtsvermogen, beoordelingsvermogen of
coördinatievermogen negatief beïnvloeden.
Draag altijd persoonlijke veiligheidsuitrusting. Zie
instructies in het hoofdstuk Persoonlijke
veiligheidsuitrusting.
Gebruik nooit een machine die zo gewijzigd is dat ze
niet langer overeenkomt met de originele uitvoering.
Gebruik nooit een machine die defect is. Volg de
onderhouds-, controle- en service-instructies van deze
gebruiksaanwijzing. Bepaalde onderhouds- en
servicemaatregelen moeten uitgevoerd worden door
opgeleide en gekwalificeerde specialisten. Zie
instructies in het hoofdstuk Onderhoud.
Alle deksels, beschermingen en hendels moeten
aangebracht zijn voor u start. Verzeker u ervan dat de
bougiedop en ontstekingskabel onbeschadigd zijn om
het risico van een elektrische schok te voorkomen.
Gebruikers van de machine moeten erop toezien dat er
geen mensen of dieren tijdens het werk dichter dan 15
meter bij de machine komen. Indien meerdere
gebruikers op dezelfde werkplek werken, moet de
veiligheidsafstand in ieder geval de dubbele
boomlengte bedragen, maar altijd minimaal 15 meter.
!
WAARSCHUWING! Het
ontstekingssysteem van deze machine
produceert tijdens bedrijf een
elektromagnetisch veld. Dit veld kan
onder bepaalde omstandigheden
pacemakers storen. Om het risico van
ernstig of fataal letsel te verminderen,
raden wij aan dat personen met een
pacemaker contact opnemen met hun
arts en de fabrikant van de pacemaker
voor ze deze machine gaan bedienen.
!
WAARSCHUWING! Een motor laten
lopen in een afgesloten of slecht
geventileerde ruimte kan dodelijke
ongelukken veroorzaken door
verstikking of koolmonoxidevergiftiging.
!
WAARSCHUWING! Sta nooit toe dat
kinderen de machine gebruiken of in de
buurt van de machine zijn. Omdat de
machine is uitgerust met een
terugverende stopschakelaar en kan
worden gestart op lage snelheid en met
weinig kracht op de starthandgreep,
kunnen zelfs kleine kinderen onder
bepaalde omstandigheden de kracht
hebben, die nodig is om de machine te
starten. Dat kan een risico van ernstig
persoonlijk letsel inhouden. Verwijder
daarom de bougiekap wanneer de
machine niet onder toezicht staat.
BELANGRIJK!
Een motorzeis, bosmaaier of trimmer kan bij onjuist of
slordig gebruik een gevaarlijk gereedschap zijn, dat
ernstig letsel of het overlijden van de gebruiker of
anderen kan veroorzaken. Het is van het grootste
belang dat u de inhoud van deze gebruiksaanwijzing
doorleest en begrijpt.
Bij al het gebruik van de machine moet goedgekeurde
persoonlijke beschermingsuitrusting gebruikt worden.
Persoonlijke beschermingsuitrusting elimineert de
risico’s niet, maar vermindert het schadelijk effect in
geval van een ongeval. Vraag uw dealer om raad
wanneer u uw uitrusting koopt.
!
WAARSCHUWING! Wees altijd bedacht
op waarschuwingssignalen of geroep
wanneer u gehoorbescherming gebruikt.
Doe de gehoorbescherming altijd af
zodra de motor is gestopt.
ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Dutch 61
norm ANSI Z87.1 voor de VS en EN 166 voor de EU-
landen.
HANDSCHOENEN
Draag handschoenen indien nodig, b.v. wanneer u de
snijuitrusting monteert.
LAARZEN
Gebruik laarzen met stalen neus en anti-slip zool.
KLEDING
Draag kleding van stevige stof en draag geen loszittende
kleding die gemakkelijk vast kan haken in takken en
struikgewas. Draag altijd een stevige lange broek. Draag
geen sieraden, korte broek of sandalen en loop niet op
blote voeten. Zorg ervoor dat uw haar niet lager dan uw
schouders hangt.
EHBO-KIT
U moet altijd een EHBO-kit bij de hand hebben.
Veiligheidsuitrusting van de
machine
In dit hoofdstuk wordt verklaard wat de
veiligheidsonderdelen van de machine zijn, welke functie
ze hebben en hoe de controle en het onderhoud moeten
uitgevoerd worden om hun goede werking veilig te stellen.
Bekijk het hoofdstuk Wat is wat? om te zien waar deze
onderdelen zich bevinden op uw machine.
De levensduur van de machine kan worden verkort en het
risico van ongelukken kan toenemen wanneer het
onderhoud aan de machine niet op de juiste manier wordt
uitgevoerd en wanneer service en/of reparaties niet
vakkundig worden gedaan. Indien u meer informatie
nodig heeft, verzoeken wij u contact op te nemen met de
dichtstbijzijnde servicewerkplaats.
Gashendelvergrendeling
De gashendelvergrendeling is geconstrueerd om
onopzettelijke activering van de gashendel te voorkomen.
Wanneer de vergrendeling (A) in het handvat wordt
gedrukt (= wanneer men het handvat vasthoudt) wordt de
gashendel ontkoppeld (B). Wanneer men het handvat
loslaat, gaan zowel de gashendel als de
gashendelvergrendeling terug naar hun respectievelijke
beginposities. Dit gebeurt via twee van elkaar
onafhankelijke terugspringveersystemen. Deze positie
houdt in dat de gashendel automatisch vergrendeld wordt
op stationair draaien.
Controleer of de gashendel vergrendeld is in de
stationaire stand wanneer de gashendelvergrendeling in
de oorspronkelijke stand staat.
BELANGRIJK! Om service en reparaties aan de
machine uit te voeren, moet u een speciale opleiding
hebben. Dit geldt vooral voor de veiligheidsuitrusting
van de machine. Als de machine één van de volgende
controles niet goed doorstaat, moet u ermee naar uw
servicewerkplaats gaan. Als u één van onze producten
koopt, garandeert dit dat de reparaties en service door
een vakman kunnen worden uitgevoerd. Als u uw
machine heeft gekocht bij één van onze dealers die
geen servicewerkplaats heeft, vraag hem dan waar de
dichtstbijzijnde erkende werkplaats is.
!
WAARSCHUWING! Gebruik de machine
nooit wanneer de veiligheidsuitrusting
defect is. De veiligheidsuitrusting van de
machine moet gecontrolleerd en
onderhouden worden zoals beschreven
in dit hofdstuk. Als uw machine niet door
alle controles komt, moet u ermee naar
uw servicewerkplaats voor reparatie.
A
B
ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
62 – Dutch
Druk de gashendelvergrendeling in en controleer of ze
teruggaat naar de oorspronkelijke positie wanneer u haar
loslaat.
Controleer of de gashendel en de
gashendelvergrendeling vlot lopen en of hun
terugspringveersystemen werken.
Zie instructies in het hoofdstuk Start. Start de machine en
geef vol gas. Laat de gashendel los en controleer of de
snijuitrusting stopt en stil blijft staan. Als de snijuitrusting
roteert wanneer de gashendel in de stationaire stand
staat, moet de stationairstand van de carburateur
gecontroleerd worden. Zie instructies in het hoofdstuk
Onderhoud.
Stopschakelaar
De stopschakelaar moet gebruikt worden om de motor uit
te schakelen.
Start de motor en controleer of de motor wordt
uitgeschakeld wanneer de stopschakelaar in de
stopstand wordt gezet.
Beschermkap voor snijuitrusting
Deze beschermkap voorkomt dat losse voorwerpen in de
richting van de gebruiker worden geslingerd. De
beschermkap voorkomt tevens dat de gebruiker in
aanraking komt met de snijuitrusting.
Controleer of de beschermkap niet beschadigd is en geen
barsten vertoont. Vervang de beschermkap als ze
gebarsten is of slagen te verduren gehad heeft.
Gebruik altijd de aanbevolen beschermkap voor die
specifieke snijuitrusting. Zie het hoofdstuk Technische
gegevens.
!
WAARSCHUWING! Onder geen beding
mag snijuitrusting worden gebruikt
zonder dat een goedgekeurde
beschermkap is gemonteerd. Zie het
hoofdstuk Technische gegevens. Indien
een verkeerde of defecte beschermkap
wordt gemonteerd, kan dit ernstige
verwondingen veroorzaken.
ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Dutch 63
Trillingdempingssysteem
Uw machine is uitgerust met een trillingdempingssysteem
dat geconstrueerd is om zo trillingvrij en comfortabel
mogelijk met de zaag te kunnen werken.
Het gebruik van een verkeerd gewikkelde draad of niet
scherpe, foutieve snijuitrusting (verkeerd type of verkeerd
gevijlde, zie aanwijzingen in het hoofdstuk Vijlen van het
maaiblad) verhoogt het trillingsniveau.
Het trillingdempingssysteem van de machine reduceert
het overbrengen van de trillingen van de motoreenheid/
snijuitrusting op de handvateenheid van de machine.
Controleer het trillingdempingselement regelmatig op
materiaalbarsten en vervormingen.
Controleer of de trillingdempingselementen heel zijn en
goed vast zitten.
Geluiddemper
De geluiddemper werd ontworpen om het geluidsniveau
zo laag mogelijk te houden, en om de uitlaatgassen weg
te richten van de gebruiker. Geluiddempers uitgerust met
katalysator zijn ook ontworpen om schadelijke stoffen in
de uitlaatgassen te reduceren.
In landen met een warm en droog klimaat is het risico op
brand erg groot. Wij hebben daarom de geluiddempers
uitgerust met een zogenaamd vonkenopvangnet.
Controleer of de geluiddemper van uw machine uitgerust
is met zo’n net.
Voor geluiddempers is het erg belangrijk dat de controle-
, onderhouds- en service-instructies gevolgd worden.
Gebruik de machine nooit wanneer de geluiddemper
defect is.
Controleer regelmatig of de geluiddemper vastzit in de
machine.
Als de geluidddemper van uw machine uitgerust is met
een vonkenopvangnet, moet dit regelmatig
schoongemaakt worden. Een verstopt net leidt tot
!
WAARSCHUWING! Als men teveel wordt
blootgesteld aan trillingen, kan dit tot
bloedvat- en zenuwbeschadigingen
leiden bij personen die een slechte
bloedcirculatie hebben. Consulteer uw
dokter wanneer u symptomen heeft die
gekoppeld kunnen worden aan te grote
blootstelling aan trillingen. Zulke
symptomen zijn: slapen, geen gevoel,
”kriebels” , ”speldeprikken”, pijn, geen
of vermindering van kracht,
huidverkleuringen of veranderingen van
het huidoppervlak. Deze symptomen
hebben meestal betrekking op vingers,
handen of polsen. De risico’s kunnen bij
lage temperaturen toenemen.
ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
64 – Dutch
oververhitting van de motor wat tot ernstige
beschadigingen van de motor leidt.
Borgmoer
Voor een bepaald type snijuitrusting worden borgmoeren
gebruikt bij het vastzetten.
Bij montage draait u de moer tegen de rotatierichting van
de snijuitrusting in. Bij verwijderen draait u de moer los in
de rotatierichting van de snijuitrusting. (N.B.! De moer
heeft links schroefdraad.) Haal de moer aan met de
moersleutel.
De nylon borging van de borgmoer mag niet zo versleten
zijn dat ze met de vingers vast- of losgeschroefd kan
worden. De borging moet ten minste 1,5 Nm houden. De
moer moet vervangen worden nadat ze ca. 10 keer los en
vast is geschroefd.
Snijuitrusting
In dit hoofdstuk wordt behandeld hoe u door het juiste
onderhoud en door het juiste type snijuitrusting te
gebruiken:
Het terugslagrisico van uw machine reduceert.
Een maximum zaagprestatie krijgt.
De levensduur van de snijuitrusting verlengt.
!
WAARSCHUWING! Tijdens het gebruik
en een tijdje daarna is de geluiddemper
met katalysator erg warm. Dit geldt ook
bij stationair draaien. Aanraking kan
brandwonden aan de huid veroorzaken.
Denk om het brandgevaar!
!
WAARSCHUWING! De binnenkant van de
geluiddemper bevat chemicaliën die
kankerverwekkend kunnen zijn. Vermijd
contact met deze elementen wanneer de
carburateur is beschadigd.
!
WAARSCHUWING! Denk erom dat: De
uitlaatgassen van de motor zijn heet en
kunnen vonken bevatten die brand
kunnen veroorzaken. Start de machine
daarom nooit binnenshuis of in de buurt
van licht ontvlambaar materiaal!
BELANGRIJK!
Gebruik een snijuitrusting alleen samen met de door
ons aanbevolen beschermkap! Zie het hoofdstuk
Technische gegevens.
Zie instructies voor snijuitrusting voor het correct
invoeren van de draad en de keuze van de juiste
draaddiameter.
Houd de snijtanden van het blad goed en juist geslepen!
Volg daarvoor onze aanbevelingen op. Zie ook de
instructie op de verpakking van het blad.
!
WAARSCHUWING! Schakel altijd de
motor uit voor u aan de snijuitrusting
begint te werken. De snijuitrusting blijft
roteren nadat u de gashendel heeft
losgelaten. Controleer of de
snijuitrusting volledig stilstaat en
demonteer de kabel van de bougie voor u
aan de snijuitrusting begint te werken.
!
WAARSCHUWING! Een defecte
snijuitrusting of een verkeerd gevijld
blad verhogen het risico op terugslag.
ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Dutch 65
Snijuitrusting
Grasmaaiblad en grasmes zijn bedoeld om te worden
gebruikt voor het maaien van dikker gras.
Een trimmerkop is bedoeld voor het trimmen van gras.
Basisregels
Gebruik een snijuitrusting alleen samen met de door ons
aanbevolen beschermkap! Zie het hoofdstuk Technische
gegevens.
Hou de tanden van het blad in goede staat en zorg dat ze
scherp zijn! Volg onze instructies en gebruik de
aanbevolen vijlmal. Een verkeerd geslepen of beschadigd
blad verhoogt het risico op ongelukken.
Controleer de snijuitrusting op beschadigingen en
barsten. Een beschadigde snijuitrusting moet altijd
vervangen worden.
Vijlen van grasmes en grasmaaiblad
Zie de verpakking van de snijuitrusting voor vijlen op
de juiste wijze. Het blad en mes moeten met een
platte vijl met enkele kapping gevijld worden.
Vijl alle sneden evenveel bij om de balans te bewaren.
Trimmerkop
Gebruik uitsluitend de door ons aanbevolen
trimmerkoppen en trimmerdraden. Ze zijn door de
producent getest om bij een bepaalde motorgrootte te
passen. Dit is vooral erg belangrijk wanneer men een
volautomatische trimmerkop gebruikt. Gebruik
uitsluitend aanbevolen snijuitrusting. Zie hoofdstuk
Technische gegevens.
In het algemeen heeft een kleinere machine kleine
trimmerkoppen nodig en omgekeerd. Dit omdat bij
maaien met een draad, de motor de draad radiaal van
de trimmerkop moet toevoeren en bovendien bestand
moet zijn tegen de weerstand van het gras dat
gemaaid wordt.
De lengte van de draad is eveneens belangrijk. Een
langere draad vereist een groter motorvermogen dan
een korte, ook al is de diameter van de draad even
groot.
Zorg ervoor dat het mes dat op de
trimmerbeschermkap zit, niet beschadigd is. Het
wordt gebruikt om de draad op de juiste lengte af te
snijden.
Om de levensduur van de draad te verlengen, kunt u
hem een paar dagen in water leggen. De draad wordt
dan taaier en gaat langer mee.
!
WAARSCHUWING! Gooi een verbogen,
scheef, gebarsten, gebroken of op
andere wijze beschadigd blad altijd weg.
Probeer een scheef blad nooit te stellen
om dit opnieuw te gebruiken. Gebruik
uitsluitend originele bladen van het
voorgeschreven type.
BELANGRIJK!
Denk er altijd om dat de trimmerdraad stevig en
gelijkmatig rond de trommel wordt gewikkeld, anders
ontstaan er schadelijke trillingen in de machine.
MONTEREN
66 – Dutch
J-handvat monteren
Druk het loophandvat op de steel. Let op dat het
loophandvat tussen de pijlsymbolen op de steel moet
worden gemonteerd.
Schuif de afstandhouder in de gleuf in het
loophandvat.
Zet de moer, de knop en de bout vast. Niet te strak
aandraaien.
Het J-handvat wordt op het loophandvat bevestigd
met de drie schroeven, zoals op de afbeelding te zien
is.
Maak nu een fijnafstelling zodat de trimmer u een
comfortabele werkhouding geeft. Draai de schroef/de
knop aan.
Montage van snijuitrusting
!
WAARSCHUWING! Bij het monteren van
het J-handvat mogen alleen
grasmaaibladen/grasmessen of
trimmerkoppen/kunststof messen
worden gebruikt. Een zaagblad mag
nooit samen met een J-handvat worden
gebruikt.
!
WAARSCHUWING! Bij het monteren van
de snijuitrusting is het zeer belangrijk
dat de geleidepen van de meenemer/
steunflens op de juiste manier in de
centrumopening van de snijuitrusting
terecht komt. Verkeerd gemonteerde
snijuitrusting kan ernstige en/of
dodelijke verwondingen veroorzaken.
!
WAARSCHUWING! Onder geen beding
mag snijuitrusting worden gebruikt
zonder dat een goedgekeurde
beschermkap is gemonteerd. Zie het
hoofdstuk Technische gegevens. Indien
een verkeerde of defecte beschermkap
wordt gemonteerd, kan dit ernstige
verwondingen veroorzaken.
BELANGRIJK! Om een zaag- of maaiblad te mogen
gebruiken, moet de machine zijn uitgerust met het juiste
stuur, bladbeschermkap en draagstel.
MONTEREN
Dutch 67
Bescherming monteren
N.B.! Bij gebruik van trimmerkop/kunststof messen en
combibeschermkap, moet de bescherming altijd
gemonteerd zijn. Als grasmaaiblad en
combibeschermkap worden gebruikt, moet de
bescherming zijn gedemonteerd.
Plaats de beschermingsgeleider in de gleuf op de
combibeschermkap. Zet de bescherming vervolgens met
de vier snelsluitingen vast op de beschermkap.
De bescherming kan het eenvoudigst worden
gedemonteerd met behulp van de bougiesleutel (zie
afbeelding).
Monteren van bladbeschermkap,
maaiblad en maaimes
De bladbeschermkap/combibeschermkap (A) wordt
vastgehaakt in de bevestiging op de steel en met een
schroef vastgezet.
N.B.! Let op dat de bescherming
gedemonteerd is.
Gebruik de aanbevolen bladbeschermkap. Zie
hoofdstuk Technische gegevens.
Monteer de meenemer (B) op de uitgaande as.
Draai de bladas rond tot één van de openingen van de
meenemer samenvalt met de overeenkomstige
opening in het transmissiehuis.
Duw de borgpin (C) in de opening zodat de as
vergrendeld wordt.
Plaats blad (D), steunkop (E) en steunflens (F) op de
uitgaande as.
Monteer de moer (G). De moer moet met een moment
van 35-50 Nm (3,5-5 kpm) vast gedraaid worden.
Gebruik de dopsleutel uit het gereedschapsset. Hou
de steel van de dopsleutel zo dicht mogelijk bij de
bladbeschermkap vast. De moer wordt vastgedraaid
wanneer de sleutel tegen de rotatierichting in wordt
gedraaid (NB! links schroefdraad).
G
F
D
B
C
A
E
A
MONTEREN
68 – Dutch
Monteren van overige bescherm-
kappen en snijuitrustingen
Monteer de trimmerbeschermkap/
combibeschermkap (A) voor het werken met een
trimmerkop/kunststof messen.
N.B.! Let op dat de
bescherming gemonteerd is.
Haak de trimmerbeschermkap/combibeschermkap
(A) op de beide haken van de plaathouder (M). Draai
de beschermkap rond de steel en zet hem vast met de
bout (L) aan de tegenoverliggende zijde van de steel.
Gebruik de borgpen (C). Leg de borgpen in de groef
op de kop van de bout en zet vast. Zie afbeelding.
Monteer de meenemer (B) op de uitgaande as.
Draai de bladas rond tot één van de openingen van de
meenemer samenvalt met de overeenkomstige
opening in het transmissiehuis.
Duw de borgpin (C) in de opening zodat de as
vergrendeld wordt.
Schroef de trimmerkop/kunststof messen (H) tegen
de rotatierichting in op zijn plaats.
Ga voor het demonteren in omgekeerde volgorde
tewerk.
A
L
C
M
B
A
M
L
H
BRANDSTOFHANTERING
Dutch 69
Brandstofveiligheid
Start de machine nooit:
1 Als u er brandstof op gemorst heeft. Neem alle
gemorste brandstof af en laat de benzineresten
verdampen.
2 Als u brandstof op uzelf of op uw kleding gemorst
heeft, trek schone kleding aan. Was de lichaamsdelen
die in contact zijn geweest met brandstof. Gebruik
water en zeep.
3 Als de machine brandstof lekt. Controleer de tankdop
en de brandstofleidingen regelmatig op lekkage.
Transport en opbergen
Bewaar en vervoer de machine en brandstof zo, dat
eventuele lekkage en dampen niet in contact kunnen
komen met vonken of open vuur, bijvoorbeeld van
elektrische machines, elektrische motoren,
stopcontacten/schakelaars, verwarmingsketels e.d.
Bij opslag en vervoer van brandstof moeten altijd
speciaal voor dat doel bestemde en goedgekeurde
tanks worden gebruikt.
Als de machine gedurende lange tijd niet gebruikt zal
worden, moet de brandstoftank leeggemaakt worden.
Vraag bij uw tankstation of bij de gemeente waar u de
afgetapte brandstof kwijt kan.
Zorg ervoor dat de machine goed is schoongemaakt
en dat een volledige servicebeurt is gegeven voor een
lange periode van stalling.
De transportbescherming van de snijuitrusting moet
tijdens vervoer of opslag van de machine altijd
aangebracht zijn.
Om een ongewenste start van de motor te
voorkomen, moet de bougiekap altijd worden
verwijderd wanner de machine voor lange tijd wordt
opgeborgen, wanneer de machine niet onder toezicht
staat en bij alle voorkomende servicemaatregelen.
Brandstof
N.B.! Uw machine is uitgerust met een twee-takt motor;
gebruik steeds met twee-takt motorolie vermengde
benzine. Om zeker te zijn van de juiste mengverhouding,
is het erg belangrijk dat u de oliehoeveelheid steeds
nauwkeurig afmeet. Als u kleine brandstofhoeveelheden
mengt, hebben zelfs kleine afwijkingen van de juiste
oliehoeveelheid een grote invloed op de
mengverhouding.
Benzine
N.B.! Gebruik altijd met olie gemengde kwaliteitsbenzine
van minimaal 90 octaan (RON). Indien uw machine is
uitgerust met een katalysator (zie hoofdstuk Technische
gegevens) moet altijd een loodvrije met olie gemengde
kwaliteitsbenzine worden gebruikt. Gelode benzine
beschadigt de katalysator.
Waar milieuvriendelijke benzine, de zog. alkylaatbenzine,
verkrijgbaar is, moet deze gebruikt worden.
Het aanbevolen laagste octaangehalte is 90 (RON).
Indien u de motor laat lopen op benzine met een lager
octaangehalte dan 90, kan het zogenaamde kloppen
optreden. Hierdoor stijgt de motortemperatuur wat tot
zware motorbeschadigingen kan leiden.
Als men voortdurend met een hoog toerental werkt, is
het aan te raden een hoger octaangehalte te
gebruiken.
Tweetaktolie
Voor de beste resultaten en prestaties, moet u
JONSERED tweetaktolie gebruiken, die speciaal
wordt gemaakt voor onze luchtgekoelde
tweetaktmotoren.
Gebruik nooit tweetaktolie die bedoeld is voor
watergekoelde buitenboordmotoren, zogenaamde
outboardoil (aangeduid met TCW).
Gebruik nooit olie bedoeld voor vier-takt motoren.
Een lage oliekwaliteit of een te rijk olie/
brandstofmengsel kan de functie van de katalysator
op het spel zetten en de levensduur verminderen.
!
WAARSCHUWING! Wees voorzichtig bij
het hanteren van brandstof. Denk aan de
brand-, explosie- en inademingsrisico’s.
!
WAARSCHUWING! Brandstof en
brandstofdampen zijn zeer
brandgevaarlijk en kunnen leiden tot
ernstig letsel bij inademing en contact
met de huid. Wees daarom voorzichtig
wanneer u met brandstof werkt en zorg
voor goede luchtventilatie bij de
brandstofhantering.
BRANDSTOFHANTERING
70 – Dutch
Mengverhouding
1:50 (2%) met JONSERED tweetaktolie.
1:33 (3%) met andere olie, gemaakt voor
luchtgekoelede tweetaktmotoren, geklassificeerd
voor JASO FB/ISO EGB.
Mengen
Meng de benzine en olie altijd in een schone jerrycan
die goedgekeurd is voor benzine.
Begin altijd met de helft van de benzine die gemengd
moet worden erin te gieten. Giet er daarna de gehele
oliehoeveelheid bij. Meng (schud) het
brandstofmengsel. Giet er de resterende hoeveelheid
benzine bij.
Meng (schud) de brandstofhoeveelheid goed voor u
de brandstoftank van de machine vult.
Meng niet meer brandstof dan voor max. 1 maand
nodig is.
Als u de machine gedurende een langere tijd niet
gebruikt, moet u de brandstoftank leeg maken en hem
schoonmaken.
Tanken
Gebruik een benzinetank met overvulbescherming.
Maak de omgeving rond de tankdop schoon.
Verontreinigingen in de tank kunnen defecten
veroorzaken.
Zorg ervoor dat de brandstof goed gemengd is door
de jerrycan te schudden voor u de tank vult.
Benzine, liter
Tweetaktolie, liter
2% (1:50) 3% (1:33)
5 0,10 0,15
10 0,20 0,30
15 0,30 0,45
20 0,40 0,60
!
WAARSCHUWING! De
katalysatorgeluiddemper wordt erg heet,
zowel tijdens het gebruik als na het
stoppen. Dit geldt ook voor stationair
draaien. Verlies het brandgevaar niet uit
het oog vooral wanneer u in de buurt
bent van brandgevaarlijke stoffen en/of
gassen.
!
WAARSCHUWING! Om het risico op
brand te verminderen, moet u de
volgende voorzorgsmaatregelen nemen:
Rook niet of plaats geen warme
voorwerpen in de buurt van de brandstof.
Tank nooit terwijl de motor draait.
Stop de motor en laat hem voor het
tanken enkele minuten afkoelen.
Open de dop van de tank voorzichtig
wanneer u wilt tanken zodat eventuele
overdruk langzaam verdwijnt.
Draai de dop van de tank goed vast na
het tanken.
Verwijder de machine steeds van de
tankplaats, voor u de motorzaag start.
STARTEN EN STOPPEN
Dutch 71
Controle voor het starten
Controleer het blad op barsten bij het centergat en bij
de tandbodems. De barsten ontstaan meestal doordat
er tijdens het vijlen scherpe hoeken ontstaan zijn in de
tandbodems of doordat men het blad gebruikt heeft
met botte tanden. Als het blad barsten vertoont, moet
het onmiddellijk vervangen worden.
Controleer de steunflens op barsten die het gevolg
kunnen zijn van materiaalmoeheid of te hard
aanhalen. De steunflens moet vervangen worden als
hij barsten vertoont.
Let erop dat de borgmoer zijn borgkracht niet verliest.
De borging van de moer moet een borgmoment van
ten minste 1,5 Nm hebben. Het aanhaalmoment van
de borgmoer moet 35-50 Nm zijn.
Controleer de bladbeschermkap op beschadigingen
en barsten. Vervang de bladbeschermkap indien deze
terugslag te verduren heeft gehad of barsten vertoont.
Controleer de trimmerkop en de
trimmerbeschermkap op beschadigingen en barsten.
Vervang de trimmerkop of de trimmerbeschermkap
indien deze terugslag te verduren hebben gehad of
barsten vertonen.
Gebruik de machine nooit zonder beschermkap of
een defecte beschermkap.
Alle kappen moeten juist gemonteerd zijn en zonder
gebreken voor de machine wordt gestart.
Starten en stoppen
Starten
Brandstofpomp: Druk een aantal malen op de rubberen
balg van de brandstofpomp totdat er brandstof in de balg
komt. De balg hoeft niet helemaal gevuld te worden.
!
WAARSCHUWING! Start de machine
nooit voor het complete koppelingdeksel
met steel gemonteerd zijn, anders kan de
koppeling losraken en persoonlijke
verwondingen veroorzaken.
Verwijder de machine steeds van de
tankplaats, voor u de motorzaag start.
Plaats de machine op een vaste
ondergrond. Let erop dat de
snijuitrusting geen voorwerp kan raken.
Zorg ervoor dat zich geen onbevoegden
binnen het werkgebied bevinden, anders
bestaat er risico voor ernstige
verwondingen. De veiligheidsafstand
bedraagt 15 meter.
STARTEN EN STOPPEN
72 – Dutch
Choke: Zet de choke-hendel in de choke-positie.
Druk het machinelichaam met uw linkerhand tegen de
grond (N.B.! Niet met uw voet!). Pak de starthendel beet,
trek met uw rechterhand het starterkoord langzaam uit tot
u weerstand voelt (de starthaken grijpen in) en maak
vervolgens snelle en krachtige trekbewegingen.
Wikkel
het startkoord nooit rond uw hand.
Zet de chokehendel onmiddellijk nadat de motor
ontsteekt terug en doe hernieuwde startpogingen tot de
motor start. Wanneer de motor start, geef snel vol gas en
het startgas wordt automatisch uitgezet.
N.B.! Trek het starterkoord niet volledig uit en laat de
starthendel niet zomaar los wanneer het volledig
uitgetrokken is. Dit kan tot beschadigingen van de
machine leiden.
N.B.! Plaats geen enkel lichaamsdeel op het
gemarkeerde vlak. Contact kan leiden tot brandwonden
aan de huid of een elektrische schok wanneer het
ontstekingsmechanisme kapot is. Gebruik altijd
handschoenen. Gebruik nooit een machine met een
kapot ontstekingsmechanisme.
Stoppen
Stop de motor door de ontsteking af te zetten.
N.B.! De stopschakelaar gaat automatisch terug naar
startstand. Om een ongewenste start te voorkomen, moet
de bougiekap altijd van de bougie worden gehaald bij
montage, controle en/of onderhoud.
!
WAARSCHUWING! Wanneer de motor
wordt gestart met de chokehendel in de
choke- of startgasstand begint de
snijuitrusting direct te draaien.
ARBEIDSTECHNIEK
Dutch 73
Algemene werkinstructies
Basisveiligheidsregels
1 Controleer de omgeving:
Om ervoor te zorgen dat u de controle over uw
machine niet kunt verliezen vanwege omstanders,
dieren of een andere reden.
Om te voorkomen dat mensen, dieren en overigen
niet in contact komen met de snijuitrusting of geraakt
worden door losse voorwerpen die weggeslingerd
worden door de snijuitrusting.
N.B.! Gebruik de machine nooit zonder de
mogelijkheid hulp in te roepen in geval van nood.
2 Controleer het werkgebied. Verwijder alle losse
voorwerpen, zoals stenen, gebroken glas, spijkers,
ijzerdraad, touw en dergelijke, die weggeslingerd
kunnen worden of vast kunnen komen zitten in de
zaaguitrusting.
3 Gebruik de motorkettingzaag niet in ongunstige
weersomstandigheden. B.v. bij dichte mist, hevige
regen, harde wind, hevige koude enz. Werken in
slechte weersomstandigheden is vermoeiend en kan
tot gevaarlijke situaties leiden, zo kan de grond glad
zijn, de wind de valrichting van de boom beïnvloeden
enz.
4 Zorg ervoor dat u veilig kunt gaan en staan.
Controleer of er eventuele hindernissen zijn als u
onverwacht snel moet kunnen wegkomen (wortels,
stenen, takken, kuilen, greppels enz.). Wees extra
voorzichtig wanneer u op hellend terrein werkt.
5 Zorg voor een goede balans en een stabiele houding.
6 Gebruik altijd beide handen om de machine vast te
houden. Hou de machine aan de rechterkant van uw
lichaam.
7 De zaaguitrusting moet onder taillehoogte blijven
8 Wanneer u zich verplaatst moet de motor
uitgeschakeld worden. Als het om een langere
verplaatsing en vervoer gaat, moet u de
transportbescherming gebruiken.
9 Wanneer de motor loopt, mag u de machine alleen
neerzetten als u er een wakend oogje kunt op houden.
BELANGRIJK!
In dit hoofdstuk nemen we de basisveiligheidsregels
voor het werken met een motorzeis en trimmer door.
Wanneer u in een situatie belandt waarin u niet goed
weet hoe u verder te werk moet gaan, moet u een expert
raadplegen. Wend u tot uw dealer of uw
servicewerkplaats.
Gebruik de machine nooit voor taken waarvoor u niet
voldoende gekwalificeerd bent.
Voordat u de machine gaat gebruiken, moet u begrijpen
wat het verschil is tussen bos maaien, gras maaien en
gras trimmen.
!
WAARSCHUWING! Noch de gebruiker
van de machine noch iemand anders
mag proberen het afgezaagde materiaal
weg te trekken wanneer de motor of de
snijuitrusting draait, omdat dit tot ernstig
letsel kan leiden.
Stop de motor en de snijuitrusting
voordat u materiaal verwijdert dat rond
de as van het zaagblad is gewikkeld,
omdat anders risico van letsel bestaat.
De hoekoverbrenging kan geruime tijd na
gebruik nog warm zijn. Bij contact
bestaat risico van brandwonden.
ARBEIDSTECHNIEK
74 – Dutch
Basistechniek
Laat na elke stap van het werkproces de motor stationair
draaien. Als de motor langdurig op volle toeren draait
zonder dat hij belast wordt kan dit tot ernstige
beschadigingen van de motor leiden.
Gras maaien met grasmaaiblad
Grasmaaibladen en grasmessen mogen niet gebruikt
worden bij houtachtige stammen.
Voor alle soorten hoog of sterk gras wordt een
grasmaaiblad gebruikt.
Het gras wordt neergehaald met pendelende
bewegingen naar de zijkanten, waarbij de beweging
van rechts naar links het maaimoment is en de
beweging van links naar rechts de retourbeweging.
Laat de linkerkant van het blad werken (tussen 8 en
12 uur).
Indien het blad tijdens het gras maaien een ietsje
schuin naar links wordt gehouden, wordt het gras in
een streng gelegd, hetgeen het verzamelen
makkelijker maakt bijv. bij harken.
Probeer om ritmisch te werken. Sta stevig met uw
voeten uit elkaar. Beweeg na de retourbeweging naar
voren en sta vervolgens weer stevig stil.
Laat de steunkop licht op de grond rusten. Deze is
speciaal bedoeld om te voorkomen dat het blad in de
grond snijdt.
Verklein het risico dat het materiaal rond het blad
wordt gewonden door de volgende regels op te
volgen:
1Werk altijd met vol gas.
2Vermijd tijdens de retourbeweging het pasgemaaide
materiaal.
Schakel de motor uit, maak het draagstel los en zet de
machine op de grond voordat u het gemaaide
materiaal verzamelt.
!
WAARSCHUWING! Waarschuwing voor
weggeslingerde voorwerpen. Gebruik
altijd goedgekeurde oogbescherming.
Buig nooit over de beschermkap van de
snijuitrusting heen. Stenen, vuil e.d.
kunnen omhoog geworpen worden in uw
ogen en blindheid of ernstig letsel
veroorzaken.
Houd onbevoegden op afstand.
Kinderen, dieren, toeschouwers en
medewerkers moeten zich buiten de
veiligheidszone van 15 m bevinden.
Schakel de machine onmiddellijk uit
indien iemand dichterbij komt. Draai de
machine nooit rond zonder eerst te
controleren of er achter u niet iemand
zich in de veiligheidszode bevindt.
!
WAARSCHUWING! Soms raken takken of
gras bekneld tussen de beschermkap en
de snijuitrusting. Stop altijd eerst de
motor voordat u deze verwijdert.
!
WAARSCHUWING! Machines die zijn
uitgerust met zaagbladen of grasmessen
kunnen met enorme kracht opzij
geworpen worden, wanneer het mes in
contact komt met een vast voorwerp. Dit
wordt terugslag genoemd. Terugslag kan
zo heftig zijn dat de machine en/of de
operator in een richting geduwd worden
en mogelijk de controle over de machine
verliest. Terugslag kan zonder
waarschuwing vooraf optreden wanneer
de machine blijft haken, afslaat of
vastloopt. De kans op terugslag is groter
in gebieden waar het moeilijk is om te
zien wat u maait.
Probeer om niet te zagen in het gebied
tussen 12 en 3 uur van het blad. Vanwege
de rotatiesnelheid van het blad kan
terugslag precies in dit gebied optreden
wanneer men in grovere stammen zaagt.
ARBEIDSTECHNIEK
Dutch 75
Gras trimmen met trimmerkop
Trimmen
Hou de trimmerkop vlak boven de grond en hoe hem
schuin. Het werk wordt gedaan door het uiteinde van
de draad. Laat de draad in zijn eigen tempo werken.
Duw de draad nooit in het materiaal dat u wilt maaien.
De draad verwijdert zonder problemen gras en
onkruid naast muren, omheiningen, bomen en
bloemperken, maar kan ook het tere schors van
bomen en struiken en de paaltjes van omheiningen
beschadigen.
Verminder het risico van beschadiging van gewassen
door de draad in te korten tot 10-12 cm en het
moetertoerental te verminderen.
Schoonschrapen
Met de schraaptechniek kan men alle ongewenste
begroeiing verwijderen. Hou de trimmerkop vlak
boven de grond en een ietsje scheef. Laat het uiteinde
van de draad tegen de grond slaan naast bomen,
palen, standbeelden e.d. N.B.! Deze techniek
veroorzaakt grotere slijtage van de draad.
De draad verslijt vlugger en moet vaker aangevoerd
worden wanneer men tegen stenen, bakstenen,
beton, metalen omheiningen enz. werkt dan wanneer
men in contact komt met bomen en houten
omheiningen.
Bij het trimmen en schoonschrapen mag u niet vol gas
geven zodat de draad langer meegaat en de
trimmerkop minder slijt.
Maaien
De trimmer is ideaal voor het maaien van gras op
plaatsen waar men met een gewone gazonmaaier
moeilijk bij komt. Hou tijdens het maaien de draad
parallel met grond. Duw de trimmerkop niet tegen de
grond omdat dit het gazon en het gereedschap kan
beschadigen.
Tijdens normaal maaien mag de trimmerkop niet
voortdurend in contact komen met de grond. Een
dergelijk voortdurend contact kan tot beschadigingen
en slijtage van de trimmerkop leiden.
Vegen
Het ventilatoreffect van de roterende draad kan
gebruikt worden om snel en gemakkelijk schoon te
maken. Hou de draad parallel met en boven de
oppervlakken die schoongeveegd moeten worden en
beweeg het gereedschap heen en weer.
Bij het maaien en vegen moet u vol gas geven om een
goed resultaat te krijgen.
ONDERHOUD
76 – Dutch
Carburateur
Uw Jonsered-product is geconstrueerd en gemaakt
volgens specificaties, die de schadelijke uitlaatgassen
reduceren. Als de motor 8-10 tanks brandstof heeft
verbruikt, is hij ingereden. Om ervoor te zorgen dat de
motor optimaal functioneert en zo min mogelijk
schadelijke uitlaatgassen uitstoot na de inrijperiode, dient
uw dealer/servicewerkplaats (die over een toerenteller
beschikt) de carburateur af te stellen.
Werking
Via de gasklepbediening stuurt de carburateur het
toerental van de motor. In de carburateur worden
brandstof en lucht vermengd. Dit mengsel (brandstof/
lucht) kan worden afgesteld. Om het maximum
vermogen van de machine te kunnen benutten, moet
de afstelling correct zijn.
Afstellen van de carburateur houdt in dat de motor
wordt aangepast aan plaatselijke omstandigheden,
b.v. klimaat, hoogte, benzine en soort 2-taktolie.
De carburateur heeft drie afstelposities:
L = Lage toeren-naald
H = Hoge toeren-naald
T = Stelschroef voor stationair draaien
Met de L- en de H-naalden wordt de gewenste
brandstofhoeveelheid afgesteld in functie van de
luchtstroom die de opening van de gasklepbediening
toelaat. Door de schroeven met de klok mee te
draaien wordt het lucht/brandstofmengsel armer
(minder brandstof) en door ze tegen de klok in te
draaien, wordt het lucht/brandstofmengsel rijker
(meer brandstof). Een armer mengsel geeft een hoger
toerental en een rijker mengsel een lager toerental.
De T-schroef regelt de positie van de
gasklepbediening bij stationair draaien. Als de T-
schroef met de klok mee wordt gedraaid, krijgt men
een hoger stationair toerental en als ze tegen de klok
in wordt gedraaid, een lager stationair toerental.
Basisafstelling
Tijdens het testen in de fabriek wordt de
basisafstelling van de carburateur uitgevoerd. De
basisafstelling is rijker dan de optimale afstelling en
moet tijdens de eerste uren dat de machine in werking
is, in stand worden gehouden. Daarna moet de
fijnafstelling van de carburateur plaatsvinden. Dit
moet gebeuren door een gekwalificeerd deskundig
persoon.
N.B.! Als de snijuitrusting roteert bij stationair toerental,
moet de T-schroef tegen de klok in gedraaid worden tot de
snijuitrusting stopt.
Aanbevolen stationair toerental: Zie hoofdstuk
Technische gegevens.
Aanbevolen vollasttoerental: Zie hoofdstuk Technische
gegevens.
Fijnafstelling
Wanneer de machine ”ingereden” is, moet de
fijnafstelling van de carburateur uitgevoerd worden.
Ze moet uitgevoerd worden door een gekwalificeerd
deskundig persoon. Eerst wordt de L-naald, dan de T-
schroef voor het stationair toerental en tenslotte de H-
naald afgesteld.
Voorwaarden
Voor met het afstellen wordt begonnen, moet het
luchtfilter schoon zijn en het luchtfilterdeksel
gemonteerd zijn. Als de carburateur afgesteld wordt
wanneer het luchtfilter vuil is, krijgt men een te arm
brandstofmengsel wanneer het luchtfilter wordt
schoongemaakt. Dit kan tot ernstige beschadigingen
van de motor leiden.
Draai de twee L- en H-naalden voorzichtig naar het
middelste punt, tussen volledig ingeschroefd en
volledig uitgeschroefd.
Probeer de naalden L en H niet voorbij de stoppen af
te stellen, want dit kan tot beschadigingen leiden.
Start de machine volgens de startinstructies en laat
hem gedurende 10 minuten warmdraaien.
N.B.! Als de snijuitrusting roteert bij stationair
toerental, moet de T-schroef tegen de klok in gedraaid
worden tot de snijuitrusting stopt.
!
WAARSCHUWING! Start de machine
nooit voor het complete koppelingdeksel
met steel gemonteerd zijn, anders kan de
koppeling losraken en persoonlijke
verwondingen veroorzaken.
H
L
T
!
WAARSCHUWING! Als het stationair
toerental niet zo kan worden afgesteld
dat de snijuitrusting stilstaat, dient u uw
dealer/servicewerkplaats te raadplegen.
Gebruik de machine nooit voor deze
correct is afgesteld of gerepareerd.
ONDERHOUD
Dutch 77
Laag toerental-naald L
Zoek het hoogste stationair toerental door de lage
toerental-naald langzaam met de klok mee of tegen de
klok in te draaien. Wanneer u het hoogste toerental
gevonden heeft, moet u de L-naald 1/4-toer tegen de klok
in draaien.
N.B.! Als de snijuitrusting roteert bij stationair toerental,
moet de T-schroef tegen de klok in gedraaid worden tot de
snijuitrusting stopt.
Fijnafstelling van het stationair toerental
T
Het stationair toerental wordt afgesteld met de
stationairschroef T als opnieuw afstellen noodzakelijk is.
Draai de T-schroef eerst met de klok mee tot de
snijuitrusting begint te roteren. Draai daarna de schroef
tegen de klok in tot de snijuitrusting stilstaat. Het
stationair toerental is correct afgesteld als de motor in alle
posities gelijkmatig draait. Er moet een goede marge zijn
tot het toerental waarbij de snijuitrusting begint te draaien.
Hoge toeren-naald H
De hoge-toerennaald H beïnvloedt het vermogen, het
toerental, de temperatuur en het brandstofverbruik van de
motor. Een te arm afgestelde hoge-toerennaald (te veel
ingeschroefd) veroorzaakt een te hoog toerental en
beschadigt de motor. Laat de motor niet meer dan 10
seconden op vollast-toeren draaien.
Let op dat de motor belast moet zijn wanneer u de hoge
toerennaald H afstelt. Monteer daarom trimmerkop T35
(2,7 mm draad) voordat u de hoge toerennaald gaat
afstellen. De lengte van de draad moet standaard zijn,
d.w.z. tot het mes op de trimmerbeschermkap.
Geef vol gas en draai de hoge-toerennaald H zeer
langzaam met de klok mee totdat de motorsnelheid
afneemt. Draai vervolgens de hoge-toerennaald H zeer
langzaam tegen de klok in totdat de motor ongelijkmatig
loopt. De hoge-toerennaald H wordt vervolgens zacht iets
met de klok meegedraaid tot de motor weer gelijkmatig
loopt.
N.B.! Voor een optimale afstelling van de carburateur
moet u een beroep doen op een gekwalificeerde dealer/
servicewerkplaats, die over een toerenteller beschikt.
Correct afgestelde carburateur
Een correct afgestelde carburateur houdt in dat de
machine zonder enige aarzeling accelereert en de
machine enigszins als een 4-taktmotor loopt bij de
maximumsnelheid. Verder mag de snijuitrusting niet
roteren bij stationair draaien. Een te arm afgestelde lage-
toerennaald L kan tot startmoeilijkheden en slecht
accelereren leiden.
Een te arm afgestelde hoge-toerennaald H leidt tot een
lager vermogen = minder capaciteit, slechte acceleratie
en/of beschadiging van de motor.
Een te rijke afstelling van de twee naalden L en H leidt tot
acceleratieproblemen of een te laag werktoerental.
!
WAARSCHUWING! Als het stationair
toerental niet zo kan worden afgesteld
dat de snijuitrusting stilstaat, dient u uw
dealer/servicewerkplaats te raadplegen.
Gebruik de machine nooit voor deze
correct is afgesteld of gerepareerd.
H
L
L
H
L
T
T
H
L
H
T
H
ONDERHOUD
78 – Dutch
Geluiddemper
N.B.! Bepaalde geluiddempers zijn voorzien van een
katalysator. Zie het hoofdstuk Technische gegevens om te
checken of uw machine voorzien is van een katalysator.
De geluiddemper is ontworpen om het geluid van de
machine te reduceren, en om de uitlaatgassen van de
gebruiker weg te richten. De uitlaatgassen zijn zeer heet
en bevatten vonken die droge en ontvlambare materialen
in brand kunnen steken.
Bepaalde geluiddempers zijn voorzien van een speciaal
vonkenopvangnet. Indien uw machine uitgerust is met
zo’n geluiddemper, moet u het net minstens één keer per
week schoonmaken. Gebruik bij voorkeur een stalen
borstel. Op geluiddempers zonder katalysator moet het
net één keer per week worden schoongemaakt en
eventueel worden vervangen. Op geluiddempers met
katalysator moet het net één keer per maand worden
gecontroleerd en eventueel schoongemaakt.
Bij evt.
beschadigingen aan het net moet dit vervangen
worden.
Indien het net vaak verstopt is, kan dit erop
duiden dat de functie van de katalysator is afgenomen.
Neem contact op met uw dealer voor controle. Met een
verstopt net raakt de machine oververhit met
beschadigingen aan cilinder en zuiger tot gevolg.
N.B.! Gebruik de machine nooit als de geluiddemper in
slechte staat is.
Koelsysteem
Om de werktemperatuur zo laag mogelijk te houden, is de
machine uitgerust met een koelsysteem.
Het koelsysteem bestaat uit:
1 Luchtinlaat in de starter.
2 Koelflenzen op de cilinder.
3 Cilinderkap (leidt de koellucht naar de cilinder).
Maak het koelsysteem één keer per week schoon met
een borstel; dit moet vaker gebeuren wanneer u in
moeilijke omstandigheden werkt. Een vuil of verstopt
koelsysteem leidt tot oververhitting van de machine
waardoor de cilinder en zuiger beschadigd kunnen
worden.
Hoekoverbrenging
De haakse overbrenging is af fabriek gevuld met een
geschikte hoeveelheid vet. Voor u de machine in gebruik
neemt, moet u controleren of de overbrenging voor 3/4
gevuld is met vet. Gebruik JONSERED speciaalvet.
Het smeermiddel in het transmissiehuis moet normaal
gezien alleen vervangen worden in geval van een
reparatie.
!
WAARSCHUWING! Tijdens het gebruik
en een tijdje daarna is de geluiddemper
met katalysator erg warm. Dit geldt ook
bij stationair draaien. Aanraking kan
brandwonden aan de huid veroorzaken.
Denk om het brandgevaar!
H
L
T
1
2
3
ONDERHOUD
Dutch 79
Luchtfilter
Het luchtfilter dient regelmatig te worden schoongemaakt
(stof en vuil verwijderen) om de volgende problemen te
vermijden:
Storingen van de carburateur
Moeilijkheden bij het starten
Vermogensverlies
Onnodige slijtage van de motoronderdelen.
Abnormaal hoog brandstofverbruik
Maak het filter na 25 werkuren schoon of vaker wanneer
u in abnormaal stoffige omstandigheden werkt.
Luchtfilter schoonmaken
Demonteer het cilinderdeksel en verwijder het filter. Maak
het schoon in een warm sopje van water en zeep.
Controleer of het filter droog is voor u het terugplaatst.
Na een lange gebruiksperiode kan het luchtfilter niet meer
worden gereinigd. Daarom moet het filter regelmatig
vervangen worden.
Een beschadigd luchtfilter moet
altijd vervangen worden.
Wordt de machine onder stoffige omstandigheden
gebruikt, moet het luchtfilter geolied worden. Zie de
aanwijzingen in het hoofdstuk Luchtfilter oliën.
Luchtfilter oliën
Gebruik altijd speciale filterolie. De filterolie bevat een
oplosmiddel zodat het eenvoudig gelijkmatig in het filter
kan worden verdeeld. Vermijd daarom contact met de
huid.
Doe het filter in een plastic zak en giet de filterolie erbij.
Kneed de plastic zak om de olie te verdelen. Knijp het
filter in de plastic zak uit en giet de overgebleven olie weg
voordat het filter op de machine wordt gemonteerd.
Gebruik nooit gewone motorolie. Deze zakt zeer snel
door het filter naar beneden en blijft dan op de bodem
liggen.
Bougie
De volgende factoren zijn van invloed op de conditie van
de bougie:
Een incorrecte afstelling van de carburateur.
Een verkeerd oliemengsel in de brandstof (te veel of
verkeerde olie).
Een vuil luchtfilter.
Deze factoren veroorzaken afzettingen op de elektroden
van de bougie, wat tot motordefecten en
startmoeilijkheden kan leiden.
Wanneer de machine te weinig vermogen heeft, moeilijk
start of onregelmatig onbelast draait, dient u altijd eerst
de bougie te controleren voor u andere maatregelen
neemt. Maak de bougie schoon als ze verstopt is en
controleer of de afstand tussen de elektroden 0,5 mm
bedraagt. De bougie moet na een maand gebruik, of
eerder indien nodig, vervangen worden.
N.B.! Gebruik steeds het correcte bougietype! Andere
types kunnen de zuiger/cilinder beschadigen. Zorg ervoor
dat de bougie zog. radio-ontstoring heeft.
80 – Dutch
ONDERHOUD
Onderhoudsschema
Hieronder volgt een lijst van het onderhoud dat aan de machine moet worden uitgevoerd. De meeste punten staan
beschreven in het hoofdstuk Onderhoud. De gebruiker mag alleen die onderhouds- en servicewerkzaamheden
uitvoeren die in deze gebruiksaanwijzing worden beschreven. Meer ingrijpende maatregelen moeten door een erkende
servicewerkplaats worden uitgevoerd.
Onderhoud
Dagelijks
onderhoud
Wekelijks
onderhoud
Maandelijks
onderhoud
Maak de machine uitwendig schoon. X
Controleer of het draagstel niet beschadigd is. X
Controleer of het ophangoog niet beschadigd is. X
Controleer of de gashendelvergrendeling en de gashendel goed
werken uit veiligheidsoogpunt.
X
Controleer of de stopschakelaar werkt. X
Controleer of de snijuitrusting niet roteert bij stationair draaien. X
Maak het luchtfilter schoon. Vervang het indien nodig. X
Controleer of de beschermkap niet beschadigd is en geen barsten
vertoont. Vervang de beschermkap als ze gebarsten is of slagen te
verduren gehad heeft.
X
Controleer of het blad goed gecentreerd is, scherp is en geen barsten
vertoont. Een slecht gecentreerd blad veroorzaakt trillingen die de
machine kunnen beschadigen.
X
Controleer of de trimmerkop onbeschadigd is en geen barsten
vertoont. Vervang de trimmerkop indien nodig.
X
Controleer of de borgmoer van de snij-uitrusting goed is vastgedraaid. X
Controleer of de bouten en moeren en vastgedraaid zijn. X
Controleer of er brandstof lekt uit motor, tank of brandstofleidingen. X
Controleer of de transportbeschermkap van het blad niet beschadigd
is en of ze goed kan vastgezet worden.
X
Controleer de starter en het starterkoord. X
Controleer of de trillingsdempingselementen niet beschadigd zijn. X
Maak de bougie uitwendig schoon. Verwijder hem en controleer de
afstand tussen de elektroden. Stel de afstand in op 0,5 mm of vervang
de bougie. Zorg ervoor dat de bougie zog. radio-ontstoring heeft.
X
Maak het koelsysteem van de machine schoon. X
Maak het vonkenopvangnet van de geluiddemper schoon of vervang
het (geldt alleen bij geluiddempers zonder katalysator).
X
Maak de buitenkant van de carburateur en de directe omgeving van
de carburateur schoon.
X
Controleer of de haakse overbrenging voor 3/4 gevuld is met
smeermiddel. Vul indien nodig bij met speciaal vet.
X
Controleer of het brandstoffilter niet is verontreinigd en of de
brandstofleiding geen barsten of andere defecten vertoont. Vervang
indien dit noodzakelijk is.
X
Controleer alle kabels en aansluitingen. X
Controleer de koppeling, de koppelingsveren en koppelingstrommel
op slijtage. Laat indien nodig bij een erkende servicewerkplaats
vervangen.
X
Vervang de bougie. Zorg ervoor dat de bougie zog. radio-ontstoring
heeft.
X
Controleer het vonkenopvangnet van de geluiddemper en maak het
eventueel schoon (geldt alleen bij geluiddempers met katalysator).
X
Dutch – 81
TECHNISCHE GEGEVENS
Technische gegevens
Opm.1: Emissie van geluid naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L
WA
) volgens EG-richtlijn 2000/14/EG.
Opm. 2: Equivalent geluidsdrukniveau wordt berekend als de tijdsgewogen energiesom van de geluidsdrukniveaus in
verschillende werkomstandigheden, met de volgende tijdsindeling: 1/2 nullast en 1/2 maximum snelheid.
NB! De geluidsdruk bij het oor van de gebruiker en trilling van de hendels zijn gemeten terwijl alle goedgekeurde
snijuitrusting voor de machine was aangebracht. De tabel geeft de hoogste en laagste waarden aan.
Technische gegevens GC 2236
Motor
Cilinderinhoud, cm
3
34,6
Cilinderdiameter, mm 38,0
Slaglengte, mm 30,5
Stationair toerental, t/min 2900
Aanbevolen max. overtoeren, t/min 11500
Toerental van uitgaan as, tpm 8920
Max. motorvermogen volgens ISO 8893, kW/ omw./min. 1,6/8400
Geluiddemper met katalysator Nee
Een toerentalgeregeld ontstekingssysteem Ja
Ontstekingssysteem
Producent/ontstekingssysteemtype Walbro MB
Bougie Champion RCJ 6Y
Elektrodenafstand, mm 0,5
Brandstof-/smeersysteem
Producent/carburateurtype Zama C1Q
Inhoud benzinetank, liter 0,6
Gewicht
Gewicht, zonder brandstof, snijuitrusting en beschermkap, kg 5,9
Lawaai-emissie
(zie opm. 1)
Geluidsvermogen, gemeten dB(A) 113
Geluidsvermogen, gegarandeerd L
WA
dB(A) 116
Geluidsniveaus
(zie opm. 2)
Equivalent geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, gemeten
volgens EN ISO 22868, dB(A), min/max:
97/98
Trillingsniveau
Trillingsniveaus in handvat, gemeten volgens EN ISO 22867, m/s
2
Bij stationair toerental, linker/rechter handvat, min: 1,3/1,0
Bij stationair toerental, linker/rechter handvat, max: 1,8/1,4
Bij vollast toerental, linker/rechter handvat, min: 3,5/5,2
Bij vollast toerental, linker/rechter handvat, max: 4,8/6,2
82 – Dutch
TECHNISCHE GEGEVENS
EG-verklaring van overeenstemming
(Alleen geldig voor Europa)
Jonsered, SE-561 82 Huskvarna, Zweden, telefoon: +46-36-146500, verklaart hierbij dat de Jonsered motorzeisen
GC 2236
met een serienummer uit 2006 en verder (het jaar met daaropvolgend het serienummer wordt duidelijk
aangegeven op het productplaatje), in overeenstemming zijn met de voorschriften in de RICHTLIJN VAN DE RAAD:
- van 22 juni 1998 ”betreffende machines” 98/37/EG, bijlage IIA.
- van 3 mei 1989 ”betreffende elektromagnetische compatibiliteit” 89/336/EEC, en thans geldende aanvullingen.
- van 8 mei 2000 ”betreffende geluidsemissie door materieel voor gebruik buitenshuis” 2000/14/EG. Beoordeling van
de overeenstemming uitgevoerd volgens Bijlage V.
Voor informatie betreffende lawaaiemissies, zie hoofdstuk Technische gegevens. De volgende normen zijn van
toepassing:
EN ISO 12100-2, CISPR 12:2005, EN ISO 11806
SMP Svensk Maskinprovning AB, Fyrisborgsgatan 3, SE-754 50 Uppsala, Zweden, heeft voor Husqvarna AB een
vrijwillige typekeuring uitgevoerd. De certificaten hebben nummer:
SEC/06/1136, 01/164/056
Huskvarna, 27 september 2006
Michael Kullberg, Business manager
Goedgekeurde accessoires Type
Beschermkap voor de
snijuitrusting, Artikelnr.
Centrumopening in bladen/messen
Ø 25,4 mm
Schroefdraad bladas M12
Grasmaaiblad/grasmes
Multi 255-3 (Ø 255 3-punts) 537 33 16-04
Grass 255-4 (Ø 255 4-punts) 537 33 16-04
Multi 275-4 (Ø 275 4-punts) 537 33 16-04
Multi 300-3 (Ø 300 3-punts) 537 33 16-04
Kunststof messen Polytrim Ø 300 537 33 16-04
Trimmerkop
Tap-N-Go 35 Spin 537 33 16-04
S35 537 33 16-04
Tap-N-Go 45 Spin 537 33 16-04
Steunkop 503 89 01-02 -
1
Poly Trim
2
3
4
5
6
7
8
<20mm
>20mm
!
B
A
6 Nm
X 10
"Clic"
1
2
3
5
6
7
10
11
8,5 m
28'
4
8
4,2 m
14'
2,4-2,7 mm
.095-.106"
10 cm
4"
6"
15 cm
S35
1
2
4
3
2,4-2,7 mm
.095-.106"
4,25 m
14'
4,25 m
14'
B
6"
15 cm
A
6"
15 cm
S35
5
Tap n’ Go 35 Spin
"Clic"
1
2
3
5
6
7
9
8,5 m
28'
4
8
4,3 m
14'
2,4-2,7 mm
.095-.106"
10 cm
4"
6"
15 cm
"Clic"
1
2
3
5
6
7
9
10 m
32'
4
8
4,3 m
14'
2,7-3,3 mm
.106-.13"
10 cm
4"
6"
15 cm
Tap n’Go 45 Spin
1151216-20
´®z+S5^¶0k¨
´®z+S5^¶0k¨
2008-05-29

Documenttranscriptie

WAS IST WAS? 32 29 23 23 30 25 26 28 24 31 27 Was ist was am Freischneider? 1 Trimmerkopf 17 Choke 2 Einfüllöffnung für Schmiermittel, winkelgetriebe 18 Kraftstoffpumpe 3 Winkelgetriebe 19 Gegenmutter 4 Schutz für die Schneidausrüstung 20 Stützflansch 5 Führungsrohr 21 Stützkappe 6 Handgriffeinstellung 22 Klinge 7 Loophandgriff 23 Mitnehmer 8 Aufhängöse 24 Transportschutz 9 Stoppschalter 25 Schlüssel für Klingenmutter 10 Gashebelsperre 26 Sperrstift 11 Gashebel 27 Schlüssel für die Klingenmutter 12 Zündkappe und Zündkerze 28 Inbusschlüssel 13 Zylinderdeckel 29 Schutzabdeckung 14 Starthandgriff 30 Tragegurt 15 Kraftstofftank 31 Bedienungsanweisung 16 Luftfiltergehäuse German – 5 VERKLARING VAN DE SYMBOLEN Symbolen WAARSCHUWING! Motorzeisen, bosmaaiers en trimmers kunnen gevaarlijk zijn! Slordig of onjuist gebruik kan resulteren in ernstig letsel of overlijden van de gebruiker of anderen. Het is uiterst belangrijk dat u de inhoud van de gebruikshandleiding doorleest en begrijpt. Neem de gebruiksaanwijzing grondig door en gebruik de machine niet voor u alles duidelijk heeft begrepen. Alleen bedoeld voor niet-metalen flexibele snijuitrusting, d.w.z. trimmerkop met trimmerdraad. Geluidsemissie naar de omgeving volgens de richtlijnen van de Europese Gemeenschap. De emissie van de machine wordt aangegeven in het hoofdstuk Technische gegevens en op plaatjes. Draag altijd: • Een veiligheidshelm bij kans op vallende voorwerpen • Goedgekeurde gehoorbeschermers • Een goedgekeurde oogbescherming 1. 2. Startinstructie 3. Maximum toerental van uitgaande as, tpm Dit product voldoet aan de geldende CErichtlijnen. Waarschuwing voor weggeslingerde en afgeketste voorwerpen. Gebruikers van de machine moeten erop toezien dat er tijdens het werk 15 m 15 m 50FT 50FT geen mensen of dieren dichter dan 15 meter bij de machine komen. Machines die zijn uitgerust met zaagbladen of grasmessen kunnen met enorme kracht opzij geworpen worden, wanneer het mes in contact komt met een vast voorwerp. Dit wordt terugslag genoemd. Het mes kan een arm of been amputeren. Hou mensen en dieren altijd ten minste 15 meter bij de machine vandaan. Pijltekens die de grenzen voor het plaatsen van de handvatbevestiging aangeven. 4. Overige op de machine aangegeven symbolen/ plaatjes verwijzen naar specifieke eisen aan certificering op bepaalde markten. De motor wordt uitgezet door de stopschakelaar naar stopstand te schuiven. N.B.! De stopschakelaar gaat automatisch terug naar startstand. Om een ongewenste start te voorkomen, moet de bougiekap altijd van de bougie worden gehaald bij montage, controle en/of onderhoud. Gebruik altijd goedgekeurde veiligheidshandschoenen. Moet regelmatig schoongemaakt worden. Gebruik altijd goedgekeurde veiligheidshandschoenen. Controleer met het blote oog. Gebruik stevige antisliplaarzen. Gebruik van goedgekeurde oogbescherming verplicht. 56 – Dutch INHOUD Inhoud VERKLARING VAN DE SYMBOLEN Symbolen ............................................................. INHOUD Inhoud .................................................................. Voor het starten moet u rekening houden met de volgende punten: .................................................. INLEIDING Beste klant! ........................................................... WAT IS WAT? Wat is wat op de motorzeis? ................................ ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Belangrijk .............................................................. Persoonlijke veiligheidsuitrusting .......................... Veiligheidsuitrusting van de machine ................... Snijuitrusting ......................................................... MONTEREN J-handvat monteren ............................................. Montage van snijuitrusting .................................... Bescherming monteren ........................................ Monteren van bladbeschermkap, maaiblad en maaimes ............................................................... Monteren van overige bescherm-kappen en snijuitrustingen ..................................................... BRANDSTOFHANTERING Brandstofveiligheid ............................................... Brandstof .............................................................. Tanken .................................................................. STARTEN EN STOPPEN Controle voor het starten ...................................... Starten en stoppen ............................................... ARBEIDSTECHNIEK Algemene werkinstructies .................................... ONDERHOUD Carburateur .......................................................... Geluiddemper ....................................................... Koelsysteem ......................................................... Hoekoverbrenging ................................................ Luchtfilter .............................................................. Bougie .................................................................. Onderhoudsschema ............................................. TECHNISCHE GEGEVENS Technische gegevens ........................................... EG-verklaring van overeenstemming ................... Voor het starten moet u rekening houden met de volgende punten: 56 57 57 Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig. ! 58 59 ! 60 60 61 64 66 66 67 67 68 69 69 70 ! WAARSCHUWING! Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging. Gebruik daarom altijd goedgekeurde gehoorbescherming. WAARSCHUWING! De oorspronkelijke vormgeving van de machine mag in geen enkel geval gewijzigd worden zonder toestemming van de fabrikant. Men moet altijd originele onderdelen gebruiken. Niet goedgekeurde wijzigingen en/of niet-originele onderdelen kunnen tot ernstige verwondingen of de dood van zowel gebruiker als omstanders leiden. WAARSCHUWING! Een motorzeis, bosmaaier of trimmer kan bij onjuist of slordig gebruik een gevaarlijk gereedschap zijn, dat ernstig letsel of het overlijden van de gebruiker of anderen kan veroorzaken. Het is van het grootste belang dat u de inhoud van deze gebruiksaanwijzing doorleest en begrijpt. 71 71 73 76 78 78 78 79 79 80 81 82 Dutch – 57 INLEIDING Beste klant! Gefeliciteerd met de aankoop van een Jonsered-product! We zijn ervan overtuigd dat u de kwaliteit en prestaties van ons product gedurende een lange periode naar volle tevredenheid zult waarderen. Door de aankoop van één van onze producten krijgt u de beschikking over professionele hulp bij reparaties en service mocht er toch iets gebeuren. Wanneer u de machine niet heeft gekocht bij een van onze erkende dealers, kunt u hen vragen naar de dichtstbijzijnde servicewerkplaats. Wij hopen dat u tevreden zult zijn met uw machine en dat deze u gedurende lange tijd zal vergezellen. Denk erom dat deze gebruiksaanwijzing een waardevol document is. Door de inhoud (gebruik, service, onderhoud enz.) te volgen kunt u de levensduur van uw machine én de tweedehands waarde aanzienlijk verlengen. Mocht u uw machine verkopen moet u ervoor zorgen de gebruiksaanwijzing aan de nieuwe eigenaar over te dragen. Succes met het gebruik van uw Jonsered-product! Jonsered werkt voortdurend aan het verder ontwikkelen van haar producten en houdt zich dan ook het recht voor om zonder aankondiging vooraf wijzigingen in o.a. vorm en uiterlijk door te voeren. 58 – Dutch WAT IS WAT? 32 29 23 23 30 25 26 28 24 31 27 Wat is wat op de motorzeis? 1 Trimmerkop 17 Chokehendel 2 Bijvulopening smeermiddel, hoekoverbrenging 18 Brandstofpomp 3 Hoekoverbrenging 19 Borgmoer 4 Beschermkap voor snijuitrusting 20 Steunflens 5 Steel 21 Steunkop 6 Handvatinstelling 22 Blad 7 Loophandvat 23 Meenemer 8 Ophanghaak 24 Transportbescherming 9 Stopschakelaar 25 Bougiesleutel 10 Gashendelvergrendeling 26 Borgpen 11 Gashendel 27 Bladmoersleutel 12 Bougiekap en bougie 28 Inbussleutel 13 Cilinderkap 29 Bescherming 14 Starthendel 30 Draagstel 15 Brandstoftank 31 Gebruiksaanwijzing 16 Luchtfilterdeksel Dutch – 59 ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Belangrijk BELANGRIJK! ! De machine is uitsluitend bedoeld voor het maaien van gras. De enige accessoires waarvoor u de motoreenheid als aandrijfeenheid mag gebruiken zijn de snijuitrustingen die aanbevolen worden in het hoofdstuk Technische gegevens. Gebruik de machine nooit als u moe bent, alcohol heeft gedronken of medicijnen heeft ingenomen die uw gezichtsvermogen, beoordelingsvermogen of coördinatievermogen negatief beïnvloeden. Draag altijd persoonlijke veiligheidsuitrusting. Zie instructies in het hoofdstuk Persoonlijke veiligheidsuitrusting. Gebruik nooit een machine die zo gewijzigd is dat ze niet langer overeenkomt met de originele uitvoering. Gebruik nooit een machine die defect is. Volg de onderhouds-, controle- en service-instructies van deze gebruiksaanwijzing. Bepaalde onderhouds- en servicemaatregelen moeten uitgevoerd worden door opgeleide en gekwalificeerde specialisten. Zie instructies in het hoofdstuk Onderhoud. Alle deksels, beschermingen en hendels moeten aangebracht zijn voor u start. Verzeker u ervan dat de bougiedop en ontstekingskabel onbeschadigd zijn om het risico van een elektrische schok te voorkomen. Gebruikers van de machine moeten erop toezien dat er geen mensen of dieren tijdens het werk dichter dan 15 meter bij de machine komen. Indien meerdere gebruikers op dezelfde werkplek werken, moet de veiligheidsafstand in ieder geval de dubbele boomlengte bedragen, maar altijd minimaal 15 meter. ! ! WAARSCHUWING! Het ontstekingssysteem van deze machine produceert tijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden pacemakers storen. Om het risico van ernstig of fataal letsel te verminderen, raden wij aan dat personen met een pacemaker contact opnemen met hun arts en de fabrikant van de pacemaker voor ze deze machine gaan bedienen. WAARSCHUWING! Een motor laten lopen in een afgesloten of slecht geventileerde ruimte kan dodelijke ongelukken veroorzaken door verstikking of koolmonoxidevergiftiging. WAARSCHUWING! Sta nooit toe dat kinderen de machine gebruiken of in de buurt van de machine zijn. Omdat de machine is uitgerust met een terugverende stopschakelaar en kan worden gestart op lage snelheid en met weinig kracht op de starthandgreep, kunnen zelfs kleine kinderen onder bepaalde omstandigheden de kracht hebben, die nodig is om de machine te starten. Dat kan een risico van ernstig persoonlijk letsel inhouden. Verwijder daarom de bougiekap wanneer de machine niet onder toezicht staat. Persoonlijke veiligheidsuitrusting BELANGRIJK! Een motorzeis, bosmaaier of trimmer kan bij onjuist of slordig gebruik een gevaarlijk gereedschap zijn, dat ernstig letsel of het overlijden van de gebruiker of anderen kan veroorzaken. Het is van het grootste belang dat u de inhoud van deze gebruiksaanwijzing doorleest en begrijpt. Bij al het gebruik van de machine moet goedgekeurde persoonlijke beschermingsuitrusting gebruikt worden. Persoonlijke beschermingsuitrusting elimineert de risico’s niet, maar vermindert het schadelijk effect in geval van een ongeval. Vraag uw dealer om raad wanneer u uw uitrusting koopt. ! WAARSCHUWING! Wees altijd bedacht op waarschuwingssignalen of geroep wanneer u gehoorbescherming gebruikt. Doe de gehoorbescherming altijd af zodra de motor is gestopt. HELM Een veiligheidshelm bij kans op vallende voorwerpen GEHOORBESCHERMING U moet gehoorbescherming met voldoende dempvermogen dragen. OOGBESCHERMING Gebruik altijd goedgekeurde oogbescherming. Wanneer u een vizier gebruikt moet u ook een goedgekeurde veiligheidsbril gebruiken. Met een goedgekeurde veiligheidsbril wordt een bril bedoeld die voldoet aan 60 – Dutch ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES norm ANSI Z87.1 voor de VS en EN 166 voor de EUlanden. HANDSCHOENEN Draag handschoenen indien nodig, b.v. wanneer u de snijuitrusting monteert. LAARZEN nodig heeft, verzoeken wij u contact op te nemen met de dichtstbijzijnde servicewerkplaats. BELANGRIJK! Om service en reparaties aan de machine uit te voeren, moet u een speciale opleiding hebben. Dit geldt vooral voor de veiligheidsuitrusting van de machine. Als de machine één van de volgende controles niet goed doorstaat, moet u ermee naar uw servicewerkplaats gaan. Als u één van onze producten koopt, garandeert dit dat de reparaties en service door een vakman kunnen worden uitgevoerd. Als u uw machine heeft gekocht bij één van onze dealers die geen servicewerkplaats heeft, vraag hem dan waar de dichtstbijzijnde erkende werkplaats is. ! Gebruik laarzen met stalen neus en anti-slip zool. WAARSCHUWING! Gebruik de machine nooit wanneer de veiligheidsuitrusting defect is. De veiligheidsuitrusting van de machine moet gecontrolleerd en onderhouden worden zoals beschreven in dit hofdstuk. Als uw machine niet door alle controles komt, moet u ermee naar uw servicewerkplaats voor reparatie. Gashendelvergrendeling KLEDING Draag kleding van stevige stof en draag geen loszittende kleding die gemakkelijk vast kan haken in takken en struikgewas. Draag altijd een stevige lange broek. Draag geen sieraden, korte broek of sandalen en loop niet op blote voeten. Zorg ervoor dat uw haar niet lager dan uw schouders hangt. EHBO-KIT U moet altijd een EHBO-kit bij de hand hebben. De gashendelvergrendeling is geconstrueerd om onopzettelijke activering van de gashendel te voorkomen. Wanneer de vergrendeling (A) in het handvat wordt gedrukt (= wanneer men het handvat vasthoudt) wordt de gashendel ontkoppeld (B). Wanneer men het handvat loslaat, gaan zowel de gashendel als de gashendelvergrendeling terug naar hun respectievelijke beginposities. Dit gebeurt via twee van elkaar onafhankelijke terugspringveersystemen. Deze positie houdt in dat de gashendel automatisch vergrendeld wordt op stationair draaien. A Veiligheidsuitrusting van de machine In dit hoofdstuk wordt verklaard wat de veiligheidsonderdelen van de machine zijn, welke functie ze hebben en hoe de controle en het onderhoud moeten uitgevoerd worden om hun goede werking veilig te stellen. Bekijk het hoofdstuk Wat is wat? om te zien waar deze onderdelen zich bevinden op uw machine. B Controleer of de gashendel vergrendeld is in de stationaire stand wanneer de gashendelvergrendeling in de oorspronkelijke stand staat. De levensduur van de machine kan worden verkort en het risico van ongelukken kan toenemen wanneer het onderhoud aan de machine niet op de juiste manier wordt uitgevoerd en wanneer service en/of reparaties niet vakkundig worden gedaan. Indien u meer informatie Dutch – 61 ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Druk de gashendelvergrendeling in en controleer of ze teruggaat naar de oorspronkelijke positie wanneer u haar loslaat. Controleer of de gashendel en de gashendelvergrendeling vlot lopen en of hun terugspringveersystemen werken. Stopschakelaar De stopschakelaar moet gebruikt worden om de motor uit te schakelen. Start de motor en controleer of de motor wordt uitgeschakeld wanneer de stopschakelaar in de stopstand wordt gezet. Beschermkap voor snijuitrusting Deze beschermkap voorkomt dat losse voorwerpen in de richting van de gebruiker worden geslingerd. De beschermkap voorkomt tevens dat de gebruiker in aanraking komt met de snijuitrusting. Zie instructies in het hoofdstuk Start. Start de machine en geef vol gas. Laat de gashendel los en controleer of de snijuitrusting stopt en stil blijft staan. Als de snijuitrusting roteert wanneer de gashendel in de stationaire stand staat, moet de stationairstand van de carburateur gecontroleerd worden. Zie instructies in het hoofdstuk Onderhoud. Controleer of de beschermkap niet beschadigd is en geen barsten vertoont. Vervang de beschermkap als ze gebarsten is of slagen te verduren gehad heeft. Gebruik altijd de aanbevolen beschermkap voor die specifieke snijuitrusting. Zie het hoofdstuk Technische gegevens. ! 62 – Dutch WAARSCHUWING! Onder geen beding mag snijuitrusting worden gebruikt zonder dat een goedgekeurde beschermkap is gemonteerd. Zie het hoofdstuk Technische gegevens. Indien een verkeerde of defecte beschermkap wordt gemonteerd, kan dit ernstige verwondingen veroorzaken. ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Trillingdempingssysteem te richten van de gebruiker. Geluiddempers uitgerust met katalysator zijn ook ontworpen om schadelijke stoffen in de uitlaatgassen te reduceren. Uw machine is uitgerust met een trillingdempingssysteem dat geconstrueerd is om zo trillingvrij en comfortabel mogelijk met de zaag te kunnen werken. In landen met een warm en droog klimaat is het risico op brand erg groot. Wij hebben daarom de geluiddempers uitgerust met een zogenaamd vonkenopvangnet. Controleer of de geluiddemper van uw machine uitgerust is met zo’n net. Het gebruik van een verkeerd gewikkelde draad of niet scherpe, foutieve snijuitrusting (verkeerd type of verkeerd gevijlde, zie aanwijzingen in het hoofdstuk Vijlen van het maaiblad) verhoogt het trillingsniveau. Het trillingdempingssysteem van de machine reduceert het overbrengen van de trillingen van de motoreenheid/ snijuitrusting op de handvateenheid van de machine. Controleer het trillingdempingselement regelmatig op materiaalbarsten en vervormingen. Voor geluiddempers is het erg belangrijk dat de controle, onderhouds- en service-instructies gevolgd worden. Controleer of de trillingdempingselementen heel zijn en goed vast zitten. ! WAARSCHUWING! Als men teveel wordt blootgesteld aan trillingen, kan dit tot bloedvat- en zenuwbeschadigingen leiden bij personen die een slechte bloedcirculatie hebben. Consulteer uw dokter wanneer u symptomen heeft die gekoppeld kunnen worden aan te grote blootstelling aan trillingen. Zulke symptomen zijn: slapen, geen gevoel, ”kriebels” , ”speldeprikken”, pijn, geen of vermindering van kracht, huidverkleuringen of veranderingen van het huidoppervlak. Deze symptomen hebben meestal betrekking op vingers, handen of polsen. De risico’s kunnen bij lage temperaturen toenemen. Gebruik de machine nooit wanneer de geluiddemper defect is. Controleer regelmatig of de geluiddemper vastzit in de machine. Geluiddemper De geluiddemper werd ontworpen om het geluidsniveau zo laag mogelijk te houden, en om de uitlaatgassen weg Als de geluidddemper van uw machine uitgerust is met een vonkenopvangnet, moet dit regelmatig schoongemaakt worden. Een verstopt net leidt tot Dutch – 63 ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES oververhitting van de motor wat tot ernstige beschadigingen van de motor leidt. ! ! ! WAARSCHUWING! Tijdens het gebruik en een tijdje daarna is de geluiddemper met katalysator erg warm. Dit geldt ook bij stationair draaien. Aanraking kan brandwonden aan de huid veroorzaken. Denk om het brandgevaar! WAARSCHUWING! De binnenkant van de geluiddemper bevat chemicaliën die kankerverwekkend kunnen zijn. Vermijd contact met deze elementen wanneer de carburateur is beschadigd. WAARSCHUWING! Denk erom dat: De uitlaatgassen van de motor zijn heet en kunnen vonken bevatten die brand kunnen veroorzaken. Start de machine daarom nooit binnenshuis of in de buurt van licht ontvlambaar materiaal! Borgmoer Voor een bepaald type snijuitrusting worden borgmoeren gebruikt bij het vastzetten. heeft links schroefdraad.) Haal de moer aan met de moersleutel. De nylon borging van de borgmoer mag niet zo versleten zijn dat ze met de vingers vast- of losgeschroefd kan worden. De borging moet ten minste 1,5 Nm houden. De moer moet vervangen worden nadat ze ca. 10 keer los en vast is geschroefd. Snijuitrusting In dit hoofdstuk wordt behandeld hoe u door het juiste onderhoud en door het juiste type snijuitrusting te gebruiken: • Het terugslagrisico van uw machine reduceert. • Een maximum zaagprestatie krijgt. • De levensduur van de snijuitrusting verlengt. BELANGRIJK! Gebruik een snijuitrusting alleen samen met de door ons aanbevolen beschermkap! Zie het hoofdstuk Technische gegevens. Zie instructies voor snijuitrusting voor het correct invoeren van de draad en de keuze van de juiste draaddiameter. Houd de snijtanden van het blad goed en juist geslepen! Volg daarvoor onze aanbevelingen op. Zie ook de instructie op de verpakking van het blad. ! Bij montage draait u de moer tegen de rotatierichting van de snijuitrusting in. Bij verwijderen draait u de moer los in de rotatierichting van de snijuitrusting. (N.B.! De moer 64 – Dutch ! WAARSCHUWING! Schakel altijd de motor uit voor u aan de snijuitrusting begint te werken. De snijuitrusting blijft roteren nadat u de gashendel heeft losgelaten. Controleer of de snijuitrusting volledig stilstaat en demonteer de kabel van de bougie voor u aan de snijuitrusting begint te werken. WAARSCHUWING! Een defecte snijuitrusting of een verkeerd gevijld blad verhogen het risico op terugslag. ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Snijuitrusting • Vijl alle sneden evenveel bij om de balans te bewaren. Grasmaaiblad en grasmes zijn bedoeld om te worden gebruikt voor het maaien van dikker gras. ! Een trimmerkop is bedoeld voor het trimmen van gras. Basisregels WAARSCHUWING! Gooi een verbogen, scheef, gebarsten, gebroken of op andere wijze beschadigd blad altijd weg. Probeer een scheef blad nooit te stellen om dit opnieuw te gebruiken. Gebruik uitsluitend originele bladen van het voorgeschreven type. Trimmerkop BELANGRIJK! Denk er altijd om dat de trimmerdraad stevig en gelijkmatig rond de trommel wordt gewikkeld, anders ontstaan er schadelijke trillingen in de machine. Gebruik een snijuitrusting alleen samen met de door ons aanbevolen beschermkap! Zie het hoofdstuk Technische gegevens. • Gebruik uitsluitend de door ons aanbevolen trimmerkoppen en trimmerdraden. Ze zijn door de producent getest om bij een bepaalde motorgrootte te passen. Dit is vooral erg belangrijk wanneer men een volautomatische trimmerkop gebruikt. Gebruik uitsluitend aanbevolen snijuitrusting. Zie hoofdstuk Technische gegevens. • In het algemeen heeft een kleinere machine kleine trimmerkoppen nodig en omgekeerd. Dit omdat bij maaien met een draad, de motor de draad radiaal van de trimmerkop moet toevoeren en bovendien bestand moet zijn tegen de weerstand van het gras dat gemaaid wordt. • De lengte van de draad is eveneens belangrijk. Een langere draad vereist een groter motorvermogen dan een korte, ook al is de diameter van de draad even groot. • Zorg ervoor dat het mes dat op de trimmerbeschermkap zit, niet beschadigd is. Het wordt gebruikt om de draad op de juiste lengte af te snijden. • Om de levensduur van de draad te verlengen, kunt u hem een paar dagen in water leggen. De draad wordt dan taaier en gaat langer mee. Hou de tanden van het blad in goede staat en zorg dat ze scherp zijn! Volg onze instructies en gebruik de aanbevolen vijlmal. Een verkeerd geslepen of beschadigd blad verhoogt het risico op ongelukken. Controleer de snijuitrusting op beschadigingen en barsten. Een beschadigde snijuitrusting moet altijd vervangen worden. Vijlen van grasmes en grasmaaiblad • Zie de verpakking van de snijuitrusting voor vijlen op de juiste wijze. Het blad en mes moeten met een platte vijl met enkele kapping gevijld worden. Dutch – 65 MONTEREN J-handvat monteren • Druk het loophandvat op de steel. Let op dat het loophandvat tussen de pijlsymbolen op de steel moet worden gemonteerd. Montage van snijuitrusting ! ! • Schuif de afstandhouder in de gleuf in het loophandvat. • Zet de moer, de knop en de bout vast. Niet te strak aandraaien. • Het J-handvat wordt op het loophandvat bevestigd met de drie schroeven, zoals op de afbeelding te zien is. • Maak nu een fijnafstelling zodat de trimmer u een comfortabele werkhouding geeft. Draai de schroef/de knop aan. ! 66 – Dutch WAARSCHUWING! Bij het monteren van het J-handvat mogen alleen grasmaaibladen/grasmessen of trimmerkoppen/kunststof messen worden gebruikt. Een zaagblad mag nooit samen met een J-handvat worden gebruikt. WAARSCHUWING! Bij het monteren van de snijuitrusting is het zeer belangrijk dat de geleidepen van de meenemer/ steunflens op de juiste manier in de centrumopening van de snijuitrusting terecht komt. Verkeerd gemonteerde snijuitrusting kan ernstige en/of dodelijke verwondingen veroorzaken. WAARSCHUWING! Onder geen beding mag snijuitrusting worden gebruikt zonder dat een goedgekeurde beschermkap is gemonteerd. Zie het hoofdstuk Technische gegevens. Indien een verkeerde of defecte beschermkap wordt gemonteerd, kan dit ernstige verwondingen veroorzaken. BELANGRIJK! Om een zaag- of maaiblad te mogen gebruiken, moet de machine zijn uitgerust met het juiste stuur, bladbeschermkap en draagstel. MONTEREN Bescherming monteren N.B.! Bij gebruik van trimmerkop/kunststof messen en combibeschermkap, moet de bescherming altijd gemonteerd zijn. Als grasmaaiblad en combibeschermkap worden gebruikt, moet de bescherming zijn gedemonteerd. Monteren van bladbeschermkap, maaiblad en maaimes G Plaats de beschermingsgeleider in de gleuf op de combibeschermkap. Zet de bescherming vervolgens met de vier snelsluitingen vast op de beschermkap. F E D B C A A • De bescherming kan het eenvoudigst worden gedemonteerd met behulp van de bougiesleutel (zie afbeelding). De bladbeschermkap/combibeschermkap (A) wordt vastgehaakt in de bevestiging op de steel en met een schroef vastgezet. N.B.! Let op dat de bescherming gedemonteerd is. Gebruik de aanbevolen bladbeschermkap. Zie hoofdstuk Technische gegevens. • Monteer de meenemer (B) op de uitgaande as. • Draai de bladas rond tot één van de openingen van de meenemer samenvalt met de overeenkomstige opening in het transmissiehuis. • Duw de borgpin (C) in de opening zodat de as vergrendeld wordt. • Plaats blad (D), steunkop (E) en steunflens (F) op de uitgaande as. • Monteer de moer (G). De moer moet met een moment van 35-50 Nm (3,5-5 kpm) vast gedraaid worden. Gebruik de dopsleutel uit het gereedschapsset. Hou de steel van de dopsleutel zo dicht mogelijk bij de bladbeschermkap vast. De moer wordt vastgedraaid wanneer de sleutel tegen de rotatierichting in wordt gedraaid (NB! links schroefdraad). Dutch – 67 MONTEREN Monteren van overige beschermkappen en snijuitrustingen • Monteer de trimmerbeschermkap/ combibeschermkap (A) voor het werken met een trimmerkop/kunststof messen. N.B.! Let op dat de bescherming gemonteerd is. Haak de trimmerbeschermkap/combibeschermkap (A) op de beide haken van de plaathouder (M). Draai de beschermkap rond de steel en zet hem vast met de bout (L) aan de tegenoverliggende zijde van de steel. Gebruik de borgpen (C). Leg de borgpen in de groef op de kop van de bout en zet vast. Zie afbeelding. L M C A • Monteer de meenemer (B) op de uitgaande as. H A B M L • Draai de bladas rond tot één van de openingen van de meenemer samenvalt met de overeenkomstige opening in het transmissiehuis. • Duw de borgpin (C) in de opening zodat de as vergrendeld wordt. • Schroef de trimmerkop/kunststof messen (H) tegen de rotatierichting in op zijn plaats. • Ga voor het demonteren in omgekeerde volgorde tewerk. 68 – Dutch BRANDSTOFHANTERING Brandstofveiligheid oliehoeveelheid een grote invloed op de mengverhouding. Start de machine nooit: 1 Als u er brandstof op gemorst heeft. Neem alle gemorste brandstof af en laat de benzineresten verdampen. 2 Als u brandstof op uzelf of op uw kleding gemorst heeft, trek schone kleding aan. Was de lichaamsdelen die in contact zijn geweest met brandstof. Gebruik water en zeep. 3 Als de machine brandstof lekt. Controleer de tankdop en de brandstofleidingen regelmatig op lekkage. ! WAARSCHUWING! Brandstof en brandstofdampen zijn zeer brandgevaarlijk en kunnen leiden tot ernstig letsel bij inademing en contact met de huid. Wees daarom voorzichtig wanneer u met brandstof werkt en zorg voor goede luchtventilatie bij de brandstofhantering. Benzine Transport en opbergen • Bewaar en vervoer de machine en brandstof zo, dat eventuele lekkage en dampen niet in contact kunnen komen met vonken of open vuur, bijvoorbeeld van elektrische machines, elektrische motoren, stopcontacten/schakelaars, verwarmingsketels e.d. N.B.! Gebruik altijd met olie gemengde kwaliteitsbenzine van minimaal 90 octaan (RON). Indien uw machine is uitgerust met een katalysator (zie hoofdstuk Technische gegevens) moet altijd een loodvrije met olie gemengde kwaliteitsbenzine worden gebruikt. Gelode benzine beschadigt de katalysator. • Bij opslag en vervoer van brandstof moeten altijd speciaal voor dat doel bestemde en goedgekeurde tanks worden gebruikt. • Als de machine gedurende lange tijd niet gebruikt zal worden, moet de brandstoftank leeggemaakt worden. Vraag bij uw tankstation of bij de gemeente waar u de afgetapte brandstof kwijt kan. • Zorg ervoor dat de machine goed is schoongemaakt en dat een volledige servicebeurt is gegeven voor een lange periode van stalling. • De transportbescherming van de snijuitrusting moet tijdens vervoer of opslag van de machine altijd aangebracht zijn. • • Om een ongewenste start van de motor te voorkomen, moet de bougiekap altijd worden verwijderd wanner de machine voor lange tijd wordt opgeborgen, wanneer de machine niet onder toezicht staat en bij alle voorkomende servicemaatregelen. Het aanbevolen laagste octaangehalte is 90 (RON). Indien u de motor laat lopen op benzine met een lager octaangehalte dan 90, kan het zogenaamde kloppen optreden. Hierdoor stijgt de motortemperatuur wat tot zware motorbeschadigingen kan leiden. • Als men voortdurend met een hoog toerental werkt, is het aan te raden een hoger octaangehalte te gebruiken. ! WAARSCHUWING! Wees voorzichtig bij het hanteren van brandstof. Denk aan de brand-, explosie- en inademingsrisico’s. Brandstof N.B.! Uw machine is uitgerust met een twee-takt motor; gebruik steeds met twee-takt motorolie vermengde benzine. Om zeker te zijn van de juiste mengverhouding, is het erg belangrijk dat u de oliehoeveelheid steeds nauwkeurig afmeet. Als u kleine brandstofhoeveelheden mengt, hebben zelfs kleine afwijkingen van de juiste Waar milieuvriendelijke benzine, de zog. alkylaatbenzine, verkrijgbaar is, moet deze gebruikt worden. Tweetaktolie • Voor de beste resultaten en prestaties, moet u JONSERED tweetaktolie gebruiken, die speciaal wordt gemaakt voor onze luchtgekoelde tweetaktmotoren. • Gebruik nooit tweetaktolie die bedoeld is voor watergekoelde buitenboordmotoren, zogenaamde outboardoil (aangeduid met TCW). • Gebruik nooit olie bedoeld voor vier-takt motoren. • Een lage oliekwaliteit of een te rijk olie/ brandstofmengsel kan de functie van de katalysator op het spel zetten en de levensduur verminderen. Dutch – 69 BRANDSTOFHANTERING • Tanken Mengverhouding 1:50 (2%) met JONSERED tweetaktolie. 1:33 (3%) met andere olie, gemaakt voor luchtgekoelede tweetaktmotoren, geklassificeerd voor JASO FB/ISO EGB. Benzine, liter Tweetaktolie, liter ! 2% (1:50) 3% (1:33) 5 0,10 0,15 10 0,20 0,30 Rook niet of plaats geen warme voorwerpen in de buurt van de brandstof. 15 0,30 0,45 Tank nooit terwijl de motor draait. 20 0,40 0,60 Stop de motor en laat hem voor het tanken enkele minuten afkoelen. Mengen • Meng de benzine en olie altijd in een schone jerrycan die goedgekeurd is voor benzine. • Begin altijd met de helft van de benzine die gemengd moet worden erin te gieten. Giet er daarna de gehele oliehoeveelheid bij. Meng (schud) het brandstofmengsel. Giet er de resterende hoeveelheid benzine bij. • WAARSCHUWING! Om het risico op brand te verminderen, moet u de volgende voorzorgsmaatregelen nemen: Meng (schud) de brandstofhoeveelheid goed voor u de brandstoftank van de machine vult. • Meng niet meer brandstof dan voor max. 1 maand nodig is. • Als u de machine gedurende een langere tijd niet gebruikt, moet u de brandstoftank leeg maken en hem schoonmaken. ! 70 – Dutch WAARSCHUWING! De katalysatorgeluiddemper wordt erg heet, zowel tijdens het gebruik als na het stoppen. Dit geldt ook voor stationair draaien. Verlies het brandgevaar niet uit het oog vooral wanneer u in de buurt bent van brandgevaarlijke stoffen en/of gassen. Open de dop van de tank voorzichtig wanneer u wilt tanken zodat eventuele overdruk langzaam verdwijnt. Draai de dop van de tank goed vast na het tanken. Verwijder de machine steeds van de tankplaats, voor u de motorzaag start. • Gebruik een benzinetank met overvulbescherming. • Maak de omgeving rond de tankdop schoon. Verontreinigingen in de tank kunnen defecten veroorzaken. • Zorg ervoor dat de brandstof goed gemengd is door de jerrycan te schudden voor u de tank vult. STARTEN EN STOPPEN Controle voor het starten • indien deze terugslag te verduren hebben gehad of barsten vertonen. Controleer het blad op barsten bij het centergat en bij de tandbodems. De barsten ontstaan meestal doordat er tijdens het vijlen scherpe hoeken ontstaan zijn in de tandbodems of doordat men het blad gebruikt heeft met botte tanden. Als het blad barsten vertoont, moet het onmiddellijk vervangen worden. • Gebruik de machine nooit zonder beschermkap of een defecte beschermkap. • Alle kappen moeten juist gemonteerd zijn en zonder gebreken voor de machine wordt gestart. Starten en stoppen • Controleer de steunflens op barsten die het gevolg kunnen zijn van materiaalmoeheid of te hard aanhalen. De steunflens moet vervangen worden als hij barsten vertoont. ! • • Verwijder de machine steeds van de tankplaats, voor u de motorzaag start. Plaats de machine op een vaste ondergrond. Let erop dat de snijuitrusting geen voorwerp kan raken. Let erop dat de borgmoer zijn borgkracht niet verliest. De borging van de moer moet een borgmoment van ten minste 1,5 Nm hebben. Het aanhaalmoment van de borgmoer moet 35-50 Nm zijn. Controleer de bladbeschermkap op beschadigingen en barsten. Vervang de bladbeschermkap indien deze terugslag te verduren heeft gehad of barsten vertoont. WAARSCHUWING! Start de machine nooit voor het complete koppelingdeksel met steel gemonteerd zijn, anders kan de koppeling losraken en persoonlijke verwondingen veroorzaken. Zorg ervoor dat zich geen onbevoegden binnen het werkgebied bevinden, anders bestaat er risico voor ernstige verwondingen. De veiligheidsafstand bedraagt 15 meter. Starten Brandstofpomp: Druk een aantal malen op de rubberen balg van de brandstofpomp totdat er brandstof in de balg komt. De balg hoeft niet helemaal gevuld te worden. • Controleer de trimmerkop en de trimmerbeschermkap op beschadigingen en barsten. Vervang de trimmerkop of de trimmerbeschermkap Dutch – 71 STARTEN EN STOPPEN Choke: Zet de choke-hendel in de choke-positie. Stoppen Stop de motor door de ontsteking af te zetten. ! WAARSCHUWING! Wanneer de motor wordt gestart met de chokehendel in de choke- of startgasstand begint de snijuitrusting direct te draaien. Druk het machinelichaam met uw linkerhand tegen de grond (N.B.! Niet met uw voet!). Pak de starthendel beet, trek met uw rechterhand het starterkoord langzaam uit tot u weerstand voelt (de starthaken grijpen in) en maak vervolgens snelle en krachtige trekbewegingen. Wikkel het startkoord nooit rond uw hand. Zet de chokehendel onmiddellijk nadat de motor ontsteekt terug en doe hernieuwde startpogingen tot de motor start. Wanneer de motor start, geef snel vol gas en het startgas wordt automatisch uitgezet. N.B.! Trek het starterkoord niet volledig uit en laat de starthendel niet zomaar los wanneer het volledig uitgetrokken is. Dit kan tot beschadigingen van de machine leiden. N.B.! Plaats geen enkel lichaamsdeel op het gemarkeerde vlak. Contact kan leiden tot brandwonden aan de huid of een elektrische schok wanneer het ontstekingsmechanisme kapot is. Gebruik altijd handschoenen. Gebruik nooit een machine met een kapot ontstekingsmechanisme. 72 – Dutch N.B.! De stopschakelaar gaat automatisch terug naar startstand. Om een ongewenste start te voorkomen, moet de bougiekap altijd van de bougie worden gehaald bij montage, controle en/of onderhoud. ARBEIDSTECHNIEK Algemene werkinstructies stenen, takken, kuilen, greppels enz.). Wees extra voorzichtig wanneer u op hellend terrein werkt. BELANGRIJK! In dit hoofdstuk nemen we de basisveiligheidsregels voor het werken met een motorzeis en trimmer door. Wanneer u in een situatie belandt waarin u niet goed weet hoe u verder te werk moet gaan, moet u een expert raadplegen. Wend u tot uw dealer of uw servicewerkplaats. Gebruik de machine nooit voor taken waarvoor u niet voldoende gekwalificeerd bent. Voordat u de machine gaat gebruiken, moet u begrijpen wat het verschil is tussen bos maaien, gras maaien en gras trimmen. Basisveiligheidsregels 1 Controleer de omgeving: • Om ervoor te zorgen dat u de controle over uw machine niet kunt verliezen vanwege omstanders, dieren of een andere reden. • Om te voorkomen dat mensen, dieren en overigen niet in contact komen met de snijuitrusting of geraakt worden door losse voorwerpen die weggeslingerd worden door de snijuitrusting. • N.B.! Gebruik de machine nooit zonder de mogelijkheid hulp in te roepen in geval van nood. 2 Controleer het werkgebied. Verwijder alle losse voorwerpen, zoals stenen, gebroken glas, spijkers, ijzerdraad, touw en dergelijke, die weggeslingerd kunnen worden of vast kunnen komen zitten in de zaaguitrusting. 3 Gebruik de motorkettingzaag niet in ongunstige weersomstandigheden. B.v. bij dichte mist, hevige regen, harde wind, hevige koude enz. Werken in slechte weersomstandigheden is vermoeiend en kan tot gevaarlijke situaties leiden, zo kan de grond glad zijn, de wind de valrichting van de boom beïnvloeden enz. 4 Zorg ervoor dat u veilig kunt gaan en staan. Controleer of er eventuele hindernissen zijn als u onverwacht snel moet kunnen wegkomen (wortels, 5 Zorg voor een goede balans en een stabiele houding. 6 Gebruik altijd beide handen om de machine vast te houden. Hou de machine aan de rechterkant van uw lichaam. 7 De zaaguitrusting moet onder taillehoogte blijven 8 Wanneer u zich verplaatst moet de motor uitgeschakeld worden. Als het om een langere verplaatsing en vervoer gaat, moet u de transportbescherming gebruiken. 9 Wanneer de motor loopt, mag u de machine alleen neerzetten als u er een wakend oogje kunt op houden. ! WAARSCHUWING! Noch de gebruiker van de machine noch iemand anders mag proberen het afgezaagde materiaal weg te trekken wanneer de motor of de snijuitrusting draait, omdat dit tot ernstig letsel kan leiden. Stop de motor en de snijuitrusting voordat u materiaal verwijdert dat rond de as van het zaagblad is gewikkeld, omdat anders risico van letsel bestaat. De hoekoverbrenging kan geruime tijd na gebruik nog warm zijn. Bij contact bestaat risico van brandwonden. Dutch – 73 ARBEIDSTECHNIEK ! WAARSCHUWING! Waarschuwing voor weggeslingerde voorwerpen. Gebruik altijd goedgekeurde oogbescherming. Buig nooit over de beschermkap van de snijuitrusting heen. Stenen, vuil e.d. kunnen omhoog geworpen worden in uw ogen en blindheid of ernstig letsel veroorzaken. Houd onbevoegden op afstand. Kinderen, dieren, toeschouwers en medewerkers moeten zich buiten de veiligheidszone van 15 m bevinden. Schakel de machine onmiddellijk uit indien iemand dichterbij komt. Draai de machine nooit rond zonder eerst te controleren of er achter u niet iemand zich in de veiligheidszode bevindt. Gras maaien met grasmaaiblad • Grasmaaibladen en grasmessen mogen niet gebruikt worden bij houtachtige stammen. • Voor alle soorten hoog of sterk gras wordt een grasmaaiblad gebruikt. • Het gras wordt neergehaald met pendelende bewegingen naar de zijkanten, waarbij de beweging van rechts naar links het maaimoment is en de beweging van links naar rechts de retourbeweging. Laat de linkerkant van het blad werken (tussen 8 en 12 uur). • Indien het blad tijdens het gras maaien een ietsje schuin naar links wordt gehouden, wordt het gras in een streng gelegd, hetgeen het verzamelen makkelijker maakt bijv. bij harken. • Probeer om ritmisch te werken. Sta stevig met uw voeten uit elkaar. Beweeg na de retourbeweging naar voren en sta vervolgens weer stevig stil. • Laat de steunkop licht op de grond rusten. Deze is speciaal bedoeld om te voorkomen dat het blad in de grond snijdt. • Verklein het risico dat het materiaal rond het blad wordt gewonden door de volgende regels op te volgen: Basistechniek Laat na elke stap van het werkproces de motor stationair draaien. Als de motor langdurig op volle toeren draait zonder dat hij belast wordt kan dit tot ernstige beschadigingen van de motor leiden. ! ! WAARSCHUWING! Soms raken takken of gras bekneld tussen de beschermkap en de snijuitrusting. Stop altijd eerst de motor voordat u deze verwijdert. WAARSCHUWING! Machines die zijn uitgerust met zaagbladen of grasmessen kunnen met enorme kracht opzij geworpen worden, wanneer het mes in contact komt met een vast voorwerp. Dit wordt terugslag genoemd. Terugslag kan zo heftig zijn dat de machine en/of de operator in een richting geduwd worden en mogelijk de controle over de machine verliest. Terugslag kan zonder waarschuwing vooraf optreden wanneer de machine blijft haken, afslaat of vastloopt. De kans op terugslag is groter in gebieden waar het moeilijk is om te zien wat u maait. Probeer om niet te zagen in het gebied tussen 12 en 3 uur van het blad. Vanwege de rotatiesnelheid van het blad kan terugslag precies in dit gebied optreden wanneer men in grovere stammen zaagt. 74 – Dutch 1Werk altijd met vol gas. 2Vermijd tijdens de retourbeweging het pasgemaaide materiaal. • Schakel de motor uit, maak het draagstel los en zet de machine op de grond voordat u het gemaaide materiaal verzamelt. ARBEIDSTECHNIEK Gras trimmen met trimmerkop Trimmen • Hou de trimmerkop vlak boven de grond en hoe hem schuin. Het werk wordt gedaan door het uiteinde van de draad. Laat de draad in zijn eigen tempo werken. Duw de draad nooit in het materiaal dat u wilt maaien. • De draad verwijdert zonder problemen gras en onkruid naast muren, omheiningen, bomen en bloemperken, maar kan ook het tere schors van bomen en struiken en de paaltjes van omheiningen beschadigen. • Verminder het risico van beschadiging van gewassen door de draad in te korten tot 10-12 cm en het moetertoerental te verminderen. Maaien • De trimmer is ideaal voor het maaien van gras op plaatsen waar men met een gewone gazonmaaier moeilijk bij komt. Hou tijdens het maaien de draad parallel met grond. Duw de trimmerkop niet tegen de grond omdat dit het gazon en het gereedschap kan beschadigen. • Tijdens normaal maaien mag de trimmerkop niet voortdurend in contact komen met de grond. Een dergelijk voortdurend contact kan tot beschadigingen en slijtage van de trimmerkop leiden. Vegen • Het ventilatoreffect van de roterende draad kan gebruikt worden om snel en gemakkelijk schoon te maken. Hou de draad parallel met en boven de oppervlakken die schoongeveegd moeten worden en beweeg het gereedschap heen en weer. • Bij het maaien en vegen moet u vol gas geven om een goed resultaat te krijgen. Schoonschrapen • Met de schraaptechniek kan men alle ongewenste begroeiing verwijderen. Hou de trimmerkop vlak boven de grond en een ietsje scheef. Laat het uiteinde van de draad tegen de grond slaan naast bomen, palen, standbeelden e.d. N.B.! Deze techniek veroorzaakt grotere slijtage van de draad. • De draad verslijt vlugger en moet vaker aangevoerd worden wanneer men tegen stenen, bakstenen, beton, metalen omheiningen enz. werkt dan wanneer men in contact komt met bomen en houten omheiningen. • Bij het trimmen en schoonschrapen mag u niet vol gas geven zodat de draad langer meegaat en de trimmerkop minder slijt. Dutch – 75 ONDERHOUD Carburateur Basisafstelling Uw Jonsered-product is geconstrueerd en gemaakt volgens specificaties, die de schadelijke uitlaatgassen reduceren. Als de motor 8-10 tanks brandstof heeft verbruikt, is hij ingereden. Om ervoor te zorgen dat de motor optimaal functioneert en zo min mogelijk schadelijke uitlaatgassen uitstoot na de inrijperiode, dient uw dealer/servicewerkplaats (die over een toerenteller beschikt) de carburateur af te stellen. • ! WAARSCHUWING! Start de machine nooit voor het complete koppelingdeksel met steel gemonteerd zijn, anders kan de koppeling losraken en persoonlijke verwondingen veroorzaken. Tijdens het testen in de fabriek wordt de basisafstelling van de carburateur uitgevoerd. De basisafstelling is rijker dan de optimale afstelling en moet tijdens de eerste uren dat de machine in werking is, in stand worden gehouden. Daarna moet de fijnafstelling van de carburateur plaatsvinden. Dit moet gebeuren door een gekwalificeerd deskundig persoon. N.B.! Als de snijuitrusting roteert bij stationair toerental, moet de T-schroef tegen de klok in gedraaid worden tot de snijuitrusting stopt. Aanbevolen stationair toerental: Zie hoofdstuk Technische gegevens. Aanbevolen vollasttoerental: Zie hoofdstuk Technische gegevens. Werking ! • Via de gasklepbediening stuurt de carburateur het toerental van de motor. In de carburateur worden brandstof en lucht vermengd. Dit mengsel (brandstof/ lucht) kan worden afgesteld. Om het maximum vermogen van de machine te kunnen benutten, moet de afstelling correct zijn. • Afstellen van de carburateur houdt in dat de motor wordt aangepast aan plaatselijke omstandigheden, b.v. klimaat, hoogte, benzine en soort 2-taktolie. • De carburateur heeft drie afstelposities: Fijnafstelling • L = Lage toeren-naald Voorwaarden T = Stelschroef voor stationair draaien • Voor met het afstellen wordt begonnen, moet het luchtfilter schoon zijn en het luchtfilterdeksel gemonteerd zijn. Als de carburateur afgesteld wordt wanneer het luchtfilter vuil is, krijgt men een te arm brandstofmengsel wanneer het luchtfilter wordt schoongemaakt. Dit kan tot ernstige beschadigingen van de motor leiden. • Draai de twee L- en H-naalden voorzichtig naar het middelste punt, tussen volledig ingeschroefd en volledig uitgeschroefd. • Probeer de naalden L en H niet voorbij de stoppen af te stellen, want dit kan tot beschadigingen leiden. • Start de machine volgens de startinstructies en laat hem gedurende 10 minuten warmdraaien. H T • Wanneer de machine ”ingereden” is, moet de fijnafstelling van de carburateur uitgevoerd worden. Ze moet uitgevoerd worden door een gekwalificeerd deskundig persoon. Eerst wordt de L-naald, dan de Tschroef voor het stationair toerental en tenslotte de Hnaald afgesteld. H = Hoge toeren-naald L • WAARSCHUWING! Als het stationair toerental niet zo kan worden afgesteld dat de snijuitrusting stilstaat, dient u uw dealer/servicewerkplaats te raadplegen. Gebruik de machine nooit voor deze correct is afgesteld of gerepareerd. Met de L- en de H-naalden wordt de gewenste brandstofhoeveelheid afgesteld in functie van de luchtstroom die de opening van de gasklepbediening toelaat. Door de schroeven met de klok mee te draaien wordt het lucht/brandstofmengsel armer (minder brandstof) en door ze tegen de klok in te draaien, wordt het lucht/brandstofmengsel rijker (meer brandstof). Een armer mengsel geeft een hoger toerental en een rijker mengsel een lager toerental. De T-schroef regelt de positie van de gasklepbediening bij stationair draaien. Als de Tschroef met de klok mee wordt gedraaid, krijgt men een hoger stationair toerental en als ze tegen de klok in wordt gedraaid, een lager stationair toerental. 76 – Dutch N.B.! Als de snijuitrusting roteert bij stationair toerental, moet de T-schroef tegen de klok in gedraaid worden tot de snijuitrusting stopt. ONDERHOUD Laag toerental-naald L Hoge toeren-naald H Zoek het hoogste stationair toerental door de lage toerental-naald langzaam met de klok mee of tegen de klok in te draaien. Wanneer u het hoogste toerental gevonden heeft, moet u de L-naald 1/4-toer tegen de klok in draaien. De hoge-toerennaald H beïnvloedt het vermogen, het toerental, de temperatuur en het brandstofverbruik van de motor. Een te arm afgestelde hoge-toerennaald (te veel ingeschroefd) veroorzaakt een te hoog toerental en beschadigt de motor. Laat de motor niet meer dan 10 seconden op vollast-toeren draaien. L H H L H L T N.B.! Als de snijuitrusting roteert bij stationair toerental, moet de T-schroef tegen de klok in gedraaid worden tot de snijuitrusting stopt. Fijnafstelling van het stationair toerental T Het stationair toerental wordt afgesteld met de stationairschroef T als opnieuw afstellen noodzakelijk is. Draai de T-schroef eerst met de klok mee tot de snijuitrusting begint te roteren. Draai daarna de schroef tegen de klok in tot de snijuitrusting stilstaat. Het stationair toerental is correct afgesteld als de motor in alle posities gelijkmatig draait. Er moet een goede marge zijn tot het toerental waarbij de snijuitrusting begint te draaien. T H Let op dat de motor belast moet zijn wanneer u de hoge toerennaald H afstelt. Monteer daarom trimmerkop T35 (2,7 mm draad) voordat u de hoge toerennaald gaat afstellen. De lengte van de draad moet standaard zijn, d.w.z. tot het mes op de trimmerbeschermkap. Geef vol gas en draai de hoge-toerennaald H zeer langzaam met de klok mee totdat de motorsnelheid afneemt. Draai vervolgens de hoge-toerennaald H zeer langzaam tegen de klok in totdat de motor ongelijkmatig loopt. De hoge-toerennaald H wordt vervolgens zacht iets met de klok meegedraaid tot de motor weer gelijkmatig loopt. L T H N.B.! Voor een optimale afstelling van de carburateur moet u een beroep doen op een gekwalificeerde dealer/ servicewerkplaats, die over een toerenteller beschikt. Correct afgestelde carburateur ! WAARSCHUWING! Als het stationair toerental niet zo kan worden afgesteld dat de snijuitrusting stilstaat, dient u uw dealer/servicewerkplaats te raadplegen. Gebruik de machine nooit voor deze correct is afgesteld of gerepareerd. Een correct afgestelde carburateur houdt in dat de machine zonder enige aarzeling accelereert en de machine enigszins als een 4-taktmotor loopt bij de maximumsnelheid. Verder mag de snijuitrusting niet roteren bij stationair draaien. Een te arm afgestelde lagetoerennaald L kan tot startmoeilijkheden en slecht accelereren leiden. Een te arm afgestelde hoge-toerennaald H leidt tot een lager vermogen = minder capaciteit, slechte acceleratie en/of beschadiging van de motor. Een te rijke afstelling van de twee naalden L en H leidt tot acceleratieproblemen of een te laag werktoerental. Dutch – 77 ONDERHOUD Geluiddemper Koelsysteem N.B.! Bepaalde geluiddempers zijn voorzien van een katalysator. Zie het hoofdstuk Technische gegevens om te checken of uw machine voorzien is van een katalysator. Om de werktemperatuur zo laag mogelijk te houden, is de machine uitgerust met een koelsysteem. De geluiddemper is ontworpen om het geluid van de machine te reduceren, en om de uitlaatgassen van de gebruiker weg te richten. De uitlaatgassen zijn zeer heet en bevatten vonken die droge en ontvlambare materialen in brand kunnen steken. H 3 2 L T 1 Het koelsysteem bestaat uit: Bepaalde geluiddempers zijn voorzien van een speciaal vonkenopvangnet. Indien uw machine uitgerust is met zo’n geluiddemper, moet u het net minstens één keer per week schoonmaken. Gebruik bij voorkeur een stalen borstel. Op geluiddempers zonder katalysator moet het net één keer per week worden schoongemaakt en eventueel worden vervangen. Op geluiddempers met katalysator moet het net één keer per maand worden gecontroleerd en eventueel schoongemaakt. Bij evt. beschadigingen aan het net moet dit vervangen worden. Indien het net vaak verstopt is, kan dit erop duiden dat de functie van de katalysator is afgenomen. Neem contact op met uw dealer voor controle. Met een verstopt net raakt de machine oververhit met beschadigingen aan cilinder en zuiger tot gevolg. 1 Luchtinlaat in de starter. 2 Koelflenzen op de cilinder. 3 Cilinderkap (leidt de koellucht naar de cilinder). Maak het koelsysteem één keer per week schoon met een borstel; dit moet vaker gebeuren wanneer u in moeilijke omstandigheden werkt. Een vuil of verstopt koelsysteem leidt tot oververhitting van de machine waardoor de cilinder en zuiger beschadigd kunnen worden. Hoekoverbrenging De haakse overbrenging is af fabriek gevuld met een geschikte hoeveelheid vet. Voor u de machine in gebruik neemt, moet u controleren of de overbrenging voor 3/4 gevuld is met vet. Gebruik JONSERED speciaalvet. N.B.! Gebruik de machine nooit als de geluiddemper in slechte staat is. ! 78 – Dutch WAARSCHUWING! Tijdens het gebruik en een tijdje daarna is de geluiddemper met katalysator erg warm. Dit geldt ook bij stationair draaien. Aanraking kan brandwonden aan de huid veroorzaken. Denk om het brandgevaar! Het smeermiddel in het transmissiehuis moet normaal gezien alleen vervangen worden in geval van een reparatie. ONDERHOUD Luchtfilter Luchtfilter oliën Het luchtfilter dient regelmatig te worden schoongemaakt (stof en vuil verwijderen) om de volgende problemen te vermijden: Gebruik altijd speciale filterolie. De filterolie bevat een oplosmiddel zodat het eenvoudig gelijkmatig in het filter kan worden verdeeld. Vermijd daarom contact met de huid. • Storingen van de carburateur • Moeilijkheden bij het starten • Vermogensverlies • Onnodige slijtage van de motoronderdelen. • Abnormaal hoog brandstofverbruik Doe het filter in een plastic zak en giet de filterolie erbij. Kneed de plastic zak om de olie te verdelen. Knijp het filter in de plastic zak uit en giet de overgebleven olie weg voordat het filter op de machine wordt gemonteerd. Gebruik nooit gewone motorolie. Deze zakt zeer snel door het filter naar beneden en blijft dan op de bodem liggen. Bougie Maak het filter na 25 werkuren schoon of vaker wanneer u in abnormaal stoffige omstandigheden werkt. Luchtfilter schoonmaken Demonteer het cilinderdeksel en verwijder het filter. Maak het schoon in een warm sopje van water en zeep. Controleer of het filter droog is voor u het terugplaatst. Na een lange gebruiksperiode kan het luchtfilter niet meer worden gereinigd. Daarom moet het filter regelmatig vervangen worden. Een beschadigd luchtfilter moet altijd vervangen worden. Wordt de machine onder stoffige omstandigheden gebruikt, moet het luchtfilter geolied worden. Zie de aanwijzingen in het hoofdstuk Luchtfilter oliën. De volgende factoren zijn van invloed op de conditie van de bougie: • Een incorrecte afstelling van de carburateur. • Een verkeerd oliemengsel in de brandstof (te veel of verkeerde olie). • Een vuil luchtfilter. Deze factoren veroorzaken afzettingen op de elektroden van de bougie, wat tot motordefecten en startmoeilijkheden kan leiden. Wanneer de machine te weinig vermogen heeft, moeilijk start of onregelmatig onbelast draait, dient u altijd eerst de bougie te controleren voor u andere maatregelen neemt. Maak de bougie schoon als ze verstopt is en controleer of de afstand tussen de elektroden 0,5 mm bedraagt. De bougie moet na een maand gebruik, of eerder indien nodig, vervangen worden. N.B.! Gebruik steeds het correcte bougietype! Andere types kunnen de zuiger/cilinder beschadigen. Zorg ervoor dat de bougie zog. radio-ontstoring heeft. Dutch – 79 ONDERHOUD Onderhoudsschema Hieronder volgt een lijst van het onderhoud dat aan de machine moet worden uitgevoerd. De meeste punten staan beschreven in het hoofdstuk Onderhoud. De gebruiker mag alleen die onderhouds- en servicewerkzaamheden uitvoeren die in deze gebruiksaanwijzing worden beschreven. Meer ingrijpende maatregelen moeten door een erkende servicewerkplaats worden uitgevoerd. Onderhoud Dagelijks onderhoud Maak de machine uitwendig schoon. X Controleer of het draagstel niet beschadigd is. X Controleer of het ophangoog niet beschadigd is. X Controleer of de gashendelvergrendeling en de gashendel goed werken uit veiligheidsoogpunt. X Controleer of de stopschakelaar werkt. X Controleer of de snijuitrusting niet roteert bij stationair draaien. X Maak het luchtfilter schoon. Vervang het indien nodig. X Controleer of de beschermkap niet beschadigd is en geen barsten vertoont. Vervang de beschermkap als ze gebarsten is of slagen te verduren gehad heeft. X Controleer of het blad goed gecentreerd is, scherp is en geen barsten vertoont. Een slecht gecentreerd blad veroorzaakt trillingen die de machine kunnen beschadigen. X Controleer of de trimmerkop onbeschadigd is en geen barsten vertoont. Vervang de trimmerkop indien nodig. X Controleer of de borgmoer van de snij-uitrusting goed is vastgedraaid. X Controleer of de bouten en moeren en vastgedraaid zijn. X Controleer of er brandstof lekt uit motor, tank of brandstofleidingen. X Controleer of de transportbeschermkap van het blad niet beschadigd is en of ze goed kan vastgezet worden. X Wekelijks onderhoud Controleer de starter en het starterkoord. X Controleer of de trillingsdempingselementen niet beschadigd zijn. X Maak de bougie uitwendig schoon. Verwijder hem en controleer de afstand tussen de elektroden. Stel de afstand in op 0,5 mm of vervang de bougie. Zorg ervoor dat de bougie zog. radio-ontstoring heeft. X Maak het koelsysteem van de machine schoon. X Maak het vonkenopvangnet van de geluiddemper schoon of vervang het (geldt alleen bij geluiddempers zonder katalysator). X Maak de buitenkant van de carburateur en de directe omgeving van de carburateur schoon. X Controleer of de haakse overbrenging voor 3/4 gevuld is met smeermiddel. Vul indien nodig bij met speciaal vet. X Maandelijks onderhoud Controleer of het brandstoffilter niet is verontreinigd en of de brandstofleiding geen barsten of andere defecten vertoont. Vervang indien dit noodzakelijk is. X Controleer alle kabels en aansluitingen. X Controleer de koppeling, de koppelingsveren en koppelingstrommel op slijtage. Laat indien nodig bij een erkende servicewerkplaats vervangen. X Vervang de bougie. Zorg ervoor dat de bougie zog. radio-ontstoring heeft. X Controleer het vonkenopvangnet van de geluiddemper en maak het eventueel schoon (geldt alleen bij geluiddempers met katalysator). X 80 – Dutch TECHNISCHE GEGEVENS Technische gegevens Technische gegevens GC 2236 Motor Cilinderinhoud, cm3 34,6 Cilinderdiameter, mm 38,0 Slaglengte, mm 30,5 Stationair toerental, t/min 2900 Aanbevolen max. overtoeren, t/min 11500 Toerental van uitgaan as, tpm 8920 Max. motorvermogen volgens ISO 8893, kW/ omw./min. 1,6/8400 Geluiddemper met katalysator Nee Een toerentalgeregeld ontstekingssysteem Ja Ontstekingssysteem Producent/ontstekingssysteemtype Walbro MB Bougie Champion RCJ 6Y Elektrodenafstand, mm 0,5 Brandstof-/smeersysteem Producent/carburateurtype Zama C1Q Inhoud benzinetank, liter 0,6 Gewicht Gewicht, zonder brandstof, snijuitrusting en beschermkap, kg 5,9 Lawaai-emissie (zie opm. 1) Geluidsvermogen, gemeten dB(A) 113 Geluidsvermogen, gegarandeerd LWA dB(A) 116 Geluidsniveaus (zie opm. 2) Equivalent geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, gemeten 97/98 volgens EN ISO 22868, dB(A), min/max: Trillingsniveau Trillingsniveaus in handvat, gemeten volgens EN ISO 22867, m/s2 Bij stationair toerental, linker/rechter handvat, min: 1,3/1,0 Bij stationair toerental, linker/rechter handvat, max: 1,8/1,4 Bij vollast toerental, linker/rechter handvat, min: 3,5/5,2 Bij vollast toerental, linker/rechter handvat, max: 4,8/6,2 Opm.1: Emissie van geluid naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (LWA) volgens EG-richtlijn 2000/14/EG. Opm. 2: Equivalent geluidsdrukniveau wordt berekend als de tijdsgewogen energiesom van de geluidsdrukniveaus in verschillende werkomstandigheden, met de volgende tijdsindeling: 1/2 nullast en 1/2 maximum snelheid. NB! De geluidsdruk bij het oor van de gebruiker en trilling van de hendels zijn gemeten terwijl alle goedgekeurde snijuitrusting voor de machine was aangebracht. De tabel geeft de hoogste en laagste waarden aan. Dutch – 81 TECHNISCHE GEGEVENS Goedgekeurde accessoires Type Beschermkap voor de snijuitrusting, Artikelnr. Multi 255-3 (Ø 255 3-punts) 537 33 16-04 Centrumopening in bladen/messen Ø 25,4 mm Schroefdraad bladas M12 Grasmaaiblad/grasmes Kunststof messen Trimmerkop Steunkop Grass 255-4 (Ø 255 4-punts) 537 33 16-04 Multi 275-4 (Ø 275 4-punts) 537 33 16-04 Multi 300-3 (Ø 300 3-punts) 537 33 16-04 Polytrim Ø 300 537 33 16-04 Tap-N-Go 35 Spin 537 33 16-04 S35 537 33 16-04 Tap-N-Go 45 Spin 537 33 16-04 503 89 01-02 - EG-verklaring van overeenstemming (Alleen geldig voor Europa) Jonsered, SE-561 82 Huskvarna, Zweden, telefoon: +46-36-146500, verklaart hierbij dat de Jonsered motorzeisen GC 2236 met een serienummer uit 2006 en verder (het jaar met daaropvolgend het serienummer wordt duidelijk aangegeven op het productplaatje), in overeenstemming zijn met de voorschriften in de RICHTLIJN VAN DE RAAD: - van 22 juni 1998 ”betreffende machines” 98/37/EG, bijlage IIA. - van 3 mei 1989 ”betreffende elektromagnetische compatibiliteit” 89/336/EEC, en thans geldende aanvullingen. - van 8 mei 2000 ”betreffende geluidsemissie door materieel voor gebruik buitenshuis” 2000/14/EG. Beoordeling van de overeenstemming uitgevoerd volgens Bijlage V. Voor informatie betreffende lawaaiemissies, zie hoofdstuk Technische gegevens. De volgende normen zijn van toepassing: EN ISO 12100-2, CISPR 12:2005, EN ISO 11806 SMP Svensk Maskinprovning AB, Fyrisborgsgatan 3, SE-754 50 Uppsala, Zweden, heeft voor Husqvarna AB een vrijwillige typekeuring uitgevoerd. De certificaten hebben nummer: SEC/06/1136, 01/164/056 Huskvarna, 27 september 2006 Michael Kullberg, Business manager 82 – Dutch Poly Trim 1 B <20mm 2 A 3 4 5 >20mm 6 7 6 Nm ! 8 X 10 S35 2 3 2,4-2,7 mm .095-.106" 1 8,5 m 28' 10 cm 4" 4,2 m 14' 4 5 6 7 8 "Clic" 10 11 15 cm 6" S35 3 2 2,4-2,7 mm .095-.106" 1 4,25 m 4,25 m 14' 14' 4 5 15 cm 6" A B 15 cm 6" Tap n’ Go 35 Spin 2 3 2,4-2,7 mm .095-.106" 1 8,5 m 28' 10 cm 4" 4,3 m 14' 4 5 6 7 8 "Clic" 15 cm 6" 9 Tap n’Go 45 Spin 2 3 2,7-3,3 mm .106-.13" 1 10 m 32' 10 cm 4" 4,3 m 14' 4 5 7 6 15 cm 6" 9 8 "Clic" 1151216-20 ´®z+S5^¶0k¨ ´®z+S5^¶0k¨ 2008-05-29
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92

Jonsered GC 2236 de handleiding

Type
de handleiding