Bosch dww 096650 de handleiding

Categorie
Afzuigkappen
Type
de handleiding
de Gebrauchs- und
Montageanleitung
en Operating and
installation instructions
fr Mode d’emploi et
notice de montage
nl Gebruiksaanwijzing en
montagevoorschrift
it Istruzioni d’uso
e per il montaggio
es Instrucciones de uso
y de montaje
pt Instruções de serviçio
e de montagem
48
Inhoudsopgave
Algemene Informatie .......................................................................................... 49
Milieubescherming ............................................................................................................................................ 49
Voor het eerste gebruik ................................................................................................................................... 49
Veiligheidsvoorschriften .................................................................................... 50
Gebruik volgens de voorschriften ............................................................................................................. 50
Technische veiligheid ....................................................................................................................................... 50
Speciale opmerkingen over gaskooktoestellen ............................................................................... 51
Juist gebruik ............................................................................................................................................................ 52
Juiste montage ..................................................................................................................................................... 52
Gebruikswijze ....................................................................................................... 53
Gebruik met afvoerlucht ................................................................................................................................. 53
Gebruik met circulatielucht ........................................................................................................................... 53
Bediening ............................................................................................................... 54
Reiniging en onderhoud ..................................................................................... 55
Demontage en montage van de vetlters ...................................................... 56
Metalen vetlters demonteren en monteren .................................................................................... 56
Actieve-koollters monteren en demonteren .................................................................................. 56
Lampen vervangen .............................................................................................. 57
Montageaanwijzingen ........................................................................................ 58
Buisverbinding ...................................................................................................................................................... 58
Elektrische aansluiting ...................................................................................................................................... 59
Montage ................................................................................................................. 60
Montagevoorbereiding ................................................................................................................................... 60
Bevestiging .............................................................................................................................................................. 61
MMontage van de schoorsteenafschermstukken .......................................................................... 62
49
E-nr. FD
V
OOR HET EERSTE GEBRUIK
OPMERKING: Deze gebruiksaanwijzing geldt
voor verschillende uitvoeringen van het appa-
raat. Het is mogelijk dat er kenmerken worden
beschreven die niet van toepassing zijn op uw
apparaat.
Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig voordat
u het nieuwe apparaat in gebruik neemt. Deze
bevat belangrijke informatie voor uw veiligheid
en over het gebruik en onderhoud van het
apparaat.
Bewaar de gebruiksaanwijzing en het installa-
tievoorschrift en overhandig deze als u het
apparaat doorgeeft aan derden.
MILIEUBESCHERMING
Recycling van de transportverpakking
Uw nieuwe apparaat is op weg naar u
beschermd door de verpakking. De gebruikte
materialen zijn onschadelijk voor het milieu en
geschikt voor recycling. Zorg a.u.b. voor een
milieuvriendelijke afvoer van het verpakking.
De verpakking kan gevaarlijk zijn voor
kinderen. Bewaar deze dus buiten bereik van
kinderen.
Afvoeren van het oude apparaat
Oude apparaten zijn geen waardeloos afval!
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen
waardevolle grondstoen worden
teruggewonnen.
Dit apparaat is gekenmerkt
volgens de Europese richtlijn
2002/96/EG over oude
elektrische en elektronische
apparaten (waste electrical
and electronic equipment -
WEEE).
Deze richtlijn vormt het kader voor het
terugnemen en de verwerking van oude
apparaten binnen de gehele EU.
Maak het oude apparaat onbruikbaar voordat
u het afvoert.
Doe het oude apparaat in geen geval bij het
huisvuil!
Vraag bij uw speciaalzaak of gemeente om
actuele informatie over het afvoeren van afval
en het oude apparaat.
Zorg ervoor dat het oude apparaat buiten
bereik van kinderen wordt opgeborgen
voordat het wordt afgevoerd.
Storingen
Wanneer op de indicatie een
#
of een
ã
wordt weergegeven:
Zie de paragraaf "Filters en onderhoud".
Als de afzuigkap niet kan worden bediend:
De afzuigkap uitschakelen door de
stekker uit het stopcontact te trekken of de
zekering uit te schakelen en gedurende
ca. 1 minuut uitgeschakeld laten.
Daarna opnieuw inschakelen.
Neem bij vragen en storingen contact op met
de klantenservice.
(zie de lijst met klantenserviceadressen).
Vermeld bij een telefoongesprek a.u.b. het
volgende:
Deze nummers vindt u op het typeplaatje in
de afzuigkap. Dit is zichtbaar nadat u de
vetlters hebt verwijderd.
Noteer deze nummers in de bovenstaande
vakjes.
Algemene Informatie
50
Gebruik volgens de voorschriften
Deze afzuigkap voldoet aan de
voorgeschreven veiligheidsbepalingen.
Onjuist gebruik kan persoonlijk letsel of schade
veroorzaken.
De afzuigkap is uitsluitend bedoeld voor
huishoudelijk gebruik. De fabrikant is niet
aansprakelijk voor schade die het gevolg is van
onjuist gebruik of onjuiste bediening.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor
schade die het gevolg is van niet-naleving van
de veiligheidsvoorschriften.
VERWONDINGSGEVAAR
Laat kinderen niet met de afzuigkap spelen!
Het apparaat niet zonder toezicht laten
bedienen door volwassenen en kinderen
wanneer ze daartoe lichamelijk of geestelijk
niet in staat zijn,
of wanneer zij onvoldoende kennis en
ervaring hebben om het apparaat goed en
veilig te bedienen.
Technische veiligheid
De afzuigkap heeft de fabriek in
onberispelijke toestand verlaten. Controleer het
apparaat desondanks op schade voordat u het
installeert. Als het beschadigd is, mag het niet in
gebruik worden genomen!
Als het aansluitsnoer van de afzuigkap
beschadigd raakt, moet het worden vervangen
door de fabrikant, diens klantenservice of een
andere gekwaliceerde persoon, om gevaren
te voorkomen.
Montage (inclusief elektrische aansluiting),
onderhoud en reparatie van de afzuigkap
mogen alleen worden uitgevoerd door een
vakman.
In elk geval moet de afzuigkap stroomloos
worden gemaakt door de stekker uit het
stopcontact te trekken of door de zekering uit
te schakelen!
Veiligheidsvoorschriften
Door ondeskundige montage, onderhoud
of reparatie kunnen er aanzienlijke gevaren
ontstaan voor de gebruiker, waarvoor de
fabrikant niet aansprakelijk is.
Veranderingen aan de elektrische of de
mechanische constructie zijn gevaarlijk en
mogen niet worden uitgevoerd!
Ze kunnen ook functiestoringen van de
afzuigkap veroorzaken.
Gelijktijdig gebruik van de afzuigkap en
een binnenluchtafhankelijke stookplaats
Binnenluchtafhankelijke stookplaatsen zijn
bijvoorbeeld gas-, olie-, hout- of
kolengestookte verwarmingsapparaten,
geisers, boilers, kookplaten of ovens die
verbrandingslucht uit de opstellingsruimte
betrekken en waarvan het verbrandingsgas
door een schoorsteen naar buiten wordt
afgevoerd.
VERGIFTIGINGSGEVAAR
Wanneer de afzuigkap tegelijk wordt gebruikt
met een binnenluchtafhankelijke stookplaats
bestaat er vergiftigingsgevaar door
teruggezogen verbrandingsgassen.
51
Het apparaat kan zonder gevaar worden
gebruikt wanneer de onderdruk in de
opstellingsruimte van de stookplaats niet hoger
is dan 4 Pa (0,04 mbar).
Dit kan worden bereikt wanneer de voor de
verbranding benodigde lucht kan toestromen
door niet-afsluitbare openingen, bijv. in deuren,
ramen en luchttoevoer- of luchtafvoermuur-
kasten; of door middel van andere technische
maatregelen.
Men dient dus altijd voor een afdoende
luchttoevoer te zorgen.
Gebruik van alleen een toevoerlucht-
/afvoerluchtmuurkast is onvoldoende om
binnen de grenswaarde te blijven.
OPMERKING: Bij de beoordeling moet rekening
worden gehouden met de totale
ventilatietoestand van de woning. Vraag voor
de beoordeling het advies van een
vakbekwame schoorsteenveger.
Als de afzuigkap uitsluitend wordt ingezet
met circulatielucht, kan hij onbeperkt worden
gebruikt.
Speciale opmerkingen over
gaskooktoestellen
Bij montage boven gaskooktoestellen
moeten de geldende wettelijke nationale
voorschriften (in Duitsland bijv. de "Technische
Regeln Gasinstallation TRGI") worden
nageleefd.
De geldende inbouwvoorschriften en -
aanwijzingen van de gasapparaatfabrikant
moeten worden nageleefd.
Bij de montage dient men eraan te denken
dat slechts één kant van de afzuigkap vlak naast
een hoge kast of een muur mag liggen. Anders
kan er een gevaarlijke opeenhoping van
warmte ontstaan. De afstand tot de muur of de
hoge kast moet minstens 50 mm bedragen.
RISICO VAN BRANDWONDEN
Gebruik niet meer dan twee gaskookzones
tegelijk op de hoogste stand gedurende meer
dan 15 minuten. Door de inwerking van de
hitte bestaat er risico van brandwonden bij het
aanraken van de behuizing!
Denk eraan dat een grote brander met meer
dan 5 kW (wok) overeenkomt met het
vermogen van twee gasbranders.
Door de sterke inwerking van de hitte kan
de afzuigkap beschadigd raken.
Vlammen van gaskookapparatuur moeten
altijd met een pan zijn afgedekt. Regel de vlam
zodanig dat hij niet buiten de panbodem
uitkomt.
Veiligheidsvoorschriften
52
Juist gebruik
Reinig de afzuigkap zorgvuldig voordat u
deze voor het eerst gebruikt.
Voor elke reiniging en onderhoud moet de
afzuigkap stroomloos worden gemaakt door
de stekker uit het stopcontact te trekken of de
zekering uit te schakelen.
Lampen (vooral halogeenlampen) worden
tijdens het gebruik zeer heet. Ook na
uitschakeling bestaat er nog enige tijd een
risico van brandwonden!
Voordat een lamp wordt vervangen, moet
de afzuigkap stroomloos worden gemaakt en
moeten de lampen afgekoeld zijn!
Gebruik de afzuigkap alleen met
aangebrachte lampen.
Schakel de afzuigkap altijd in wanneer er
een kookzone wordt gebruikt. Als de afzuigkap
niet is ingeschakeld, kan er condenswater
ontstaan. Dit kan roestschade aan het apparaat
veroorzaken.
Zet geen
voorwerpen op de
afzuigkap.
BRANDGEVAAR
Niet amberen onder de afzuigkap of met
onafgedekte vlam werken.
De ingeschakelde afzuigkap zuigt de vlammen
in het lter. Door afzettingen op het vetlter
bestaat er brandgevaar!
Houd toezicht op pannen en
frituurapparaten wanneer u levensmiddelen
bereidt met olie en vet, bijvoorbeeld patates
frites.
Oververhitte olie en vet vat makkelijk vlam!
Door de vetlters regelmatig te reinigen en
het actieve-koollter op tijd te vervangen,
voorkomt u brandgevaar.
Gebruik de afzuigkap nooit zonder
vetlters.
Juiste montage
Controleer aan de hand van de handleiding
van het kooktoestel of er een afzuigkap boven
mag worden gebruikt.
Voor zover de fabrikant van het kooktoestel
geen grotere veiligheidsafstanden aangeeft,
geldt er een minimumafstand
van 550 mm tussen elektrische kookplaten
en de onderkant van de afzuigkap, zie afb.1.
van 650 mm tussen gaskookplaten
(bovenkant pandragers) en de onderkant
van de afzuigkap, zie afb.1.
Bij gebruik van verschillende kooktoestellen
geldt de grootste vermelde afstand.
De breedte van de afzuigkap moet
overeenkomen met de breedte van het
kooktoestel.
Boven een stookplaats voor vaste
brandstoen waarvan een brandgevaar kan
uitgaan (bijv. vonken), mag de afzuigkap alleen
worden gemonteerd wanneer de stookplaats
een gesloten, niet-verwijderbare afscherming
heeft en de nationale voorschriften worden
nageleefd. Deze beperking geldt niet voor
gasfornuizen en gaskookplaten.
Om beschadiging van het kooktoestel te
vermijden, moet deze worden afgedekt tijdens
de montage.
Veiligheidsvoorschriften
53
Gebruikswijze
Om bij gebruik met circulatielucht de reukstof-
fen te binden, moet een actieve-koollter wor-
den ingebouwd (zie "Demontage en montage
van de vetlters").
Zowel de complete montageset als reservel-
ters zijn verkrijgbaar bij de speciaalzaak, de
klantenservice en de Online-shop. Het toebe-
horennummer vindt u achterin de gebruik-
saanwijzing.
Afmetingen circulatielucht
Omschakelen van de elektronische
besturing op circulatielucht
De afzuigkap moet aangesloten en
uitgeschakeld zijn.
Toetsen 0 en + tegelijk indrukken tot de
indicatie ã gaat branden.
Door nogmaals op de toetsen 0 en + te
drukken, wordt de elektronische besturing
weer op afvoerlucht geschakeld (indicatie #).
De afzuigkap kan worden gebruikt met
afvoerlucht en met circulatielucht. De
standaardinstelling is afvoerlucht.
Gebruik met afvoerlucht
De aangezogen lucht wordt door de vetlters
gereinigd en via een buizensysteem naar de
buitenlucht afgevoerd.
Afmetingen afvoerlucht
Gebruik met circulatielucht
De aangezogen lucht wordt door de vetlters
en een actieve-koollter gereinigd en weer
teruggeleid naar de keuken.
min.
126
min.
450
min.
400
min. 580
max 1.030
min.
126
min.
450
min. 580
max 1.030
54
Bediening
Licht
Ventilator uit
Ventilator lager
Aanduiding
ventilatorstand
Uitlopen van de
ventilator
Ventilator aan en hoger
Intensieve stand
N.B.: Wij raden u aan de ventilator in te
schakelen zodra u begint met koken en hem
pas enkele minuten na het koken weer uit te
schakelen. Zo wordt de keukendamp het
eectiefst verwijderd.
Ventilator inschakelen en
ventilatorstanden instellen
Druk op toets +. Bij zware keukendamp
drukt u nogmaals op toets +. De ventilator
schakelt telkens één stand hoger.
Om een lagere stand in te stellen drukt u op
toets .
Ventilator uitschakelen
Druk op toets 0.
De indicatie 0 gaat na korte tijd uit.
Intensief-stand
Op de intensief-stand
ç
werkt de ventilator op
zijn hoogste vermogen. Deze stand kan
worden gebruikt wanneer er kortstondig een
sterke damp- en geurvorming plaatsvindt.
Druk op toets + tot de indicatie
ç
verschijnt.
Als de intensief-stand niet handmatig wordt
uitgeschakeld, schakelt de ventilator na
10 minuten automatisch op stand 2.
Uitlopen van de ventilator
Druk op de toets .
De ventilator loopt 10 minuten in stand 1,
daarbij knippert er een punt als indicatie.
Daarna wordt de ventilator automatisch
uitgeschakeld.
Verlichting
De verlichting kan onafhankelijk van de
ventilator in- en uitgeschakeld worden.
Om de lichtsterkte in te stellen, houdt u toets
0 ingedrukt tot de gewenste lichtsterkte is
bereikt.
Verzadigingsindicaties
Wanneer het vetfilter of het actieve-
koolfilter is verzadigd, klinkt er na uitschakeling
van de ventilator gedurende 6 seconden een
signaal.
De indicatie # of C brandt.
Gebruik met afvoerlucht: #
Gebruik met circulatielucht: C
De vetfilters dienen nu gereinigd te worden of
het actieve-koolfilter dient vervangen te
worden.
Druk op toets 0 om de indicatie uit te
schakelen.
Signaal uit- en inschakelen
Bij het indrukken van een toets klinkt er ter
bevestiging een signaal.
Om het signaal uit te schakelen, drukt u
gelijktijdig ca. 3 seconden op de toetsen
0 en +.
Ter bevestiging klinkt er een signaal.
Om het signaal in te schakelen, herhaalt u
deze handeling.
55
Reiniging en onderhoud
ONDERHOUD VAN HET APPARAAT
Geschikte reinigings- en onderhouds-
middelen voor uw apparaat zijn verkrijgbaar
via de Hotline of de Online-shop (zie de
omslag).
Oppervlakken van het apparaat
OPMERKING: Lees de garantievoorwaarden in
het bijgevoegde serviceboekje.
De oppervlakken en de bedienings-
elementen van het apparaat zijn krasgevoelig.
Neem daarom de volgende reinigings-
aanwijzingen in acht:
Reinig de afzuigkap niet met droge doeken,
schuursponsjes, schuurmiddelen, zand-,
zuur- en chloorhoudende reinigings-
middelen of andere agressieve
reinigingsmiddelen.
Reinig de oppervlakken en de bedienings-
elementen van het apparaat met een
zachte vochtige doek en afwasmiddel of
een zacht glasreinigingsmiddel.
Vastgekoekt vuil niet afkrabben, maar
inweken met een vochtige doek.
Voorzichtig reinigen in de buurt van de
bedieningselementen, om te voorkomen
dat er vocht in de elektronica komt.
OPMERKING: Roestvrijstalen oppervlakken
altijd in de slijprichting reinigen!
Geen staalreiniger gebruiken op de
bedieningstoetsen!
Metalen vetlter
De aangebrachte metalen vetlters nemen
de vette bestanddelen van de keukendamp op.
De ltermatten bestaan uit onbrandbaar
metaal.
BRANDGEVAAR
Bij toenemende verzadiging met vethoudende
resten wordt de ontvlambaarheid groter.
Bovendien kan dit een nadelige invloed
hebben op de werking van de afzuigkap.
Door de metalen vetlters op tijd te
reinigen, voorkomt u brandgevaar.
Bij reiniging van de metalen vetlters de
toegankelijke delen van de behuizing ontdoen
van neergeslagen vetresten.
Reinigen van de metalen vetlters ...
Bij normaal gebruik (dagelijks 1 à 2 uur)
moeten de metalen vetlters 1x per maand
worden gereinigd.
... in de afwasautomaat
De metalen vetlters kunnen in de
afwasautomaat worden gereinigd. Hierbij
kunnen lichte verkleuringen optreden, die
echter geen invloed op de werking van de
vetlters hebben.
De lters moeten los in de afwasautomaat
liggen. Ze mogen niet worden vastgeklemd.
OPMERKING: Sterk verzadigde metalen
vetlters niet samen met serviesgoed reinigen.
... met de hand
Bij reiniging met de hand de vetlters
inweken in een heet afwassopje, afborstelen,
goed afspoelen en laten afdruipen.
Geen agressieve, zuur- of looghoudende
reinigingsmiddelen gebruiken.
Bij bijzonder hardnekkig vuil adviseren wij u
een speciale vetoplosspray te gebruiken. Deze
kunt u bestellen via de Online-shop.
56
Demontage en montage van de vetfilters
Actieve-koollters binden de reukstoen bij
gebruik met circulatielucht.
Actieve-koollters monteren en
demonteren
1. Demonteer de vetlters (zie 'Metalen
vetlters demonteren en monteren').
2. Breng het actieve-koollter aan.
3. Schuif de lip in de bevestiging.
4. Breng de vetlters weer aan (zie 'Metalen
vetlters demonteren en monteren').
Actieve-koollter vervangen
Bij normaal gebruik (dagelijks 1 à 2 uur)
moeten de actieve-koollters ongeveer 2x per
jaar worden vervangen.
Actieve-koollters zijn verkrijgbaar bij de
speciaalzaak, de klantenservice en in de
Online-shop (zie 'Extra toebehoren'). Gebruik
alleen originele lters.
Actieve-koollters bevatten geen
schadelijke stoen.
Ze kunnen worden meegegeven met het
huisvuil.
Lees beslist de aanwijzingen en
waarschuwingen in het hoofdstuk
"Veiligheidsvoorschriften" voordat u de
vetlters demonteert of monteert.
Metalen vetlters demonteren en
monteren
1. Open de vergrendeling en klap de vetlters
omlaag.
Houd daarbij uw andere hand onder de
vetlters.
(bij apparaten met randafzuiging)
2. Reinig de vetlters.
3. Breng de gereinigde vetlters weer aan.
57
Lampen vervangen
Gloeilampen vervangen
1. Til de lampafscherming iets op.
2. Duw de lampafscherming naar het midden
van het apparaat.
3. Vervang de defecte lamp door een nieuwe
lamp van hetzelfde type en met hetzelfde
vermogen (zie typeplaatje).
4. Breng de lampafscherming weer aan.
5. Schakel de stroom in door de stekker in het
stopcontact te steken of de zekering in te
schakelen.
OPMERKING: Controleer of de lampen goed
zijn aangebracht als de verlichting niet werkt.
Defecte lampen moeten direct worden
vervangen om overbelasting van de andere
lampen te voorkomen.
Lees beslist de aanwijzingen en
waarschuwingen in het hoofdstuk
"Veiligheidsvoorschriften" voordat u de lampen
vervangt.
De beschrijving van de lampvervanging
geldt voor verschillende uitvoeringen van het
apparaat.
OPMERKING: Lees de garantievoorwaarden
in het bijgevoegde serviceboekje.
Halogeenlampen vervangen
Halogeenlampen worden tijdens het gebruik
zeer heet. Ook na uitschakeling bestaat er nog
enige tijd een risico van brandwonden!
Wacht tot de halogeenlamp is afgekoeld
voordat u hem vervangt.
1. Verwijder de lampenring voorzichtig met
geschikt gereedschap.
2. Vervang de defecte lamp door een nieuwe
lamp van hetzelfde type en met hetzelfde
vermogen (zie typeplaatje).
OPMERKING: Het glas van de halogeenlamp
mag bij het aanbrengen niet worden
aangeraakt. Gebruik daarom een schone doek
bij het aanbrengen van de lamp.
3. Breng de lampafscherming weer aan.
4. Schakel de stroom in door de stekker in het
stopcontact te steken of de zekering in te
schakelen.
1
2
58
Lees voor de montage beslist de
aanwijzingen en waarschuwingen in het
hoofdstuk "Veiligheidsvoorschriften"!
Gebruik met afvoerlucht
De afvoerlucht wordt via een luchtkoker
naar boven geleid, of rechtstreeks door de
muur naar buiten.
OPMERKING: De afvoerlucht mag niet wor-
den afgevoerd via een in gebruik zijnde rook-
of afvoergasschoorsteen, noch via een schacht
die dient voor de ontluchting van ruimtes met
stookplaatsen.
Bij afvoer van afvoerlucht via een niet in
gebruik zijnde rook- of afvoergasschoorsteen,
dient u een vakbekwame schoorsteenveger te
raadplegen.
Bij de afvoer van afvoerlucht moeten de
wettelijke voorschriften worden nageleefd
(bijv. bouwverordeningen).
Indien de afvoerlucht door de buitenmuur
moet worden geleid, raden wij u aan een
telescoop-muurkast te gebruiken.
De afzuigkap werkt optimaal indien:
de afvoerluchtbuis zo kort en zo recht
mogelijk is en
een zo groot mogelijke diameter heeft.
Als buisbochten onvermijdelijk zijn, dienen
deze een zo groot mogelijke straal te hebben.
OPMERKING: Gebruik van lange, ruwe
luchtafvoerbuizen, veel buisbochten of
buisdiameters kleiner dan 150 mm vermindert
de afzuigcapaciteit en veroorzaakt bovendien
hardere geluiden.
Voor de aanleg van de luchtafvoerbuizen
mogen uitsluitend buizen of slangen van
onbrandbaar materiaal worden gebruikt.
De fabrikant van de afzuigkap is niet
aansprakelijk voor reclamaties die terug te
leiden zijn op de planning en uitvoering van
de buisleiding.
Buisverbinding
De diameter van de luchtafvoerbuizen mag
niet kleiner zijn dan 150 mm.
Ronde buizen:
Wij adviseren een inwendige diameter van
150 mm; de diameter dient echter minstens
120 mm te zijn.
Platte luchtafvoerkanalen moeten
dezelfde inwendige diameter hebben als
ronde buizen.
Ze mogen geen scherpe bochten hebben..
Ø 150 mm ca. 177 cm
2
Ø 120 mm ca. 113 cm
2
Bij afwijkende buisdiameters:
Afdichtstrips gebruiken.
Aansluiting luchtafvoerbuis Ø 150 mm
(aanbevolen diameter)
Luchtafvoerbuis
rechtstreeks op het
luchtafvoeraansluitstuk
bevestigen en goed
afdichten. Bij gebruik van een
aluminiumbuis moet het
aansluitgedeelte eerst
worden gladgemaakt.
Aansluiting luchtafvoerbuis Ø 120 mm
Verloopstuk rechtstreeks
op het luchtafvoer-
aansluitstuk bevestigen.
Luchtafvoerbuis
bevestigen aan het
verloopstuk.
Beide verbindingspunten
goed afdichten.
Montageaanwijzingen
59
Indien een vaste aansluiting
noodzakelijk is
De installatie moet zijn voorzien van een
stroomonderbreker. Als stroomonderbrekers
gelden schakelaars met een contactopening
van tenminste 3 mm en uitschakeling van alle
polen. Hiertoe behoren veiligheidsschakelaars,
zekeringen en veiligheidszekeringen.
Elektrische gegevens
De elektrische gegevens vindt u op het
typeplaatje in het apparaat. Dit is zichtbaar
nadat u de vetlters hebt verwijderd.
Lengte van de aansluitleiding: ca. 1,30 m.
Deze afzuigkap voldoet aan de EG-ontstorings-
bepalingen.
ELEKTRISCHE AANSLUITING
Lees voor de elektrische aansluiting beslist
de aanwijzingen en waarschuwingen in het
hoofdstuk "Veiligheidsvoorschriften"!
De afzuigkap mag alleen worden
aangesloten door een gekwaliceerde
elektromonteur die op de hoogte is van de
voorschriften van het verantwoordelijke
nutsbedrijf.
VERWONDINGSGEVAAR
Als het aansluitsnoer van de afzuigkap
beschadigd raakt, moet het worden vervangen
door de fabrikant, diens klantenservice of een
andere gekwaliceerde persoon, om gevaren
te voorkomen.
De afzuigkap mag alleen worden
aangesloten op een volgens de voorschriften
geïnstalleerd geaard stopcontact.
Het geaarde stopcontact zo mogelijk vlak
achter het schoorsteenafschermstuk
aanbrengen.
Het geaarde stopcontact moet worden
aangesloten op een eigen stroomkring.
Als het stopcontact na montage van de
afzuigkap niet bereikbaar is, moet er een
stroomonderbreker worden aangebracht
zoals bij een vaste aansluiting.
Montageaanwijzingen
60
Montage
De afzuigkap is bedoeld voor montage op de
muur.
Houd bij de montage rekening met
eventueel te monteren speciaal toebehoren.
Neem de minimumafstand tussen de
kookplaat en de afzuigkap in acht (zie
Veiligheidsvoorschriften”)!
Voorkom beschadiging van de gevoelige
oppervlakken!
Voorbereiden van de muur
VERWONDINGSGEVAAR,
GEVAAR VAN MATERIËLE SCHADE
Voordat u gaat boren, dient u te controleren of
er op de montageplaats elektrische of andere
installatieleidingen zijn aangelegd in de muur.
De muur moet vlak en loodrecht zijn.
De bijgevoegde schroeven en pluggen zijn
geschikt voor massieve muren.
Gebruik voor andere muurconstructies (bijv.
gipsplaat, poreus beton, poroton-stenen)
bevestigingsmiddelen die daarvoor geschikt
zijn.
Controleer of de muur voldoende
draagvermogen heeft.
Zorg ervoor dat de diepte van de
boorgaten overeenkomt met de lengte van de
schroeven.
De pluggen moeten stevig vastzitten.
Max. gewicht in kg: 40
Constructiewijzigingen in het kader van
technische ontwikkelingen voorbehouden.
Montagevoorbereiding
1. Van het plafond tot de onderkant van de
afzuigkap een middellijn op de muur
tekenen.
2. Met behulp van de bijgevoegde sjabloon
de posities voor de schroeven en de
contour van het bevestigingsgebied
aftekenen, ter vereenvoudiging van het
ophangen. De onderste rand van de
sjabloon komt overeen met de onderkant
van de afzuigkap.
3. 2 gaten (Ø 8 mm) voor het ophangen van
de afzuigkap en 2 gaten (Ø 8 mm) voor de
bevestigingshoek van de
schoorsteenafscherming boren en de
pluggen geheel in de gaten duwen.
4. De bevestigingshoek voor de
schoorsteenafscherming vastschroeven.
5. De ophangingen voor de afzuigkap
vastschroeven: handvast, max. 3 Nm.
Let op de juiste positie van de
onderlegringen en de ophangingen!
0
61
Montage
Ophangen en uitlijnen
1. Voor het monteren de beschermende folie
van de achterkant verwijderen, daarna de
rest van de folie verwijderen.
2. De afzuigkap zodanig ophangen dat deze
stevig in de ophangingen valt
.
3. De afzuigkap horizontaal uitlijnen door de
ophangingen te draaien.
Desgewenst kan de afzuigkap naar links of
rechts worden verschoven
.
Bevestigingsschroeven en doppen
1. De gaten voor de bevestigingsschroeven
aftekenen. De afzuigkap losmaken, de
gaten voor de bevestigingsschroeven boren
en de pluggen geheel in de gaten duwen.
2. De afzuigkap ophangen en de
bevestigingsschroeven vastdraaien.
3. De doppen met de pijl naar boven op de
ophangingen drukken tot ze hoorbaar
vastklikken
.
VERWONDINGSGEVAAR
Controleer of alle bevestigingsschroeven en
doppen goed zijn gemonteerd.
4. Buisverbinding aanleggen (zie
”Buisverbinding”).
5. Elektrische aansluiting tot stand brengen
(zie ”Elektrische aansluiting”).
Demontage van de doppen
Voor demontage de doppen van de
ophangingen verwijderen met geschikt
gereedschap, bijv. een platte schroevendraaier.
A
B
C
62
4. Schoorsteenafschermstukken op de
afzuigkap plaatsen. Het binnenste
schoorsteenafschermstuk omhoog
schuiven en links en rechts aan de
bevestigingshoek hangen.
5. Het binnenste schoorsteenafschermstuk
aan de zijkant met 2 schroeven bevestigen
op de bevestigingshoek.
Montage van de
schoorsteenafschermstukken
VERWONDINGSGEVAAR
De binnenzijden van de
schoorsteenafschermstukken kunnen scherpe
randen hebben. Wij raden u aan bij de
montage werkhandschoenen te dragen.
1. De schoorsteenafschermstukken losmaken.
Daartoe het plakband verwijderen.
2. De beschermfolie van beide
schoorsteenafschermstukken trekken.
3. De schoorsteenafschermstukken in elkaar
schuiven.
OPMERKING: Voorkom krassen bij het ineen-
schuiven, bijv. door de montagesjabloon over de
rand van het buitenste schoorsteenafschermstuk
te leggen!
Let op de positie van de sleuven in de
schoorsteenafscherming!
Gebruik met afvoerlucht: sleuven van het
binnenste schoorsteenafschermstuk wijzen
naar onderen.
Gebruik met circulatielucht: sleuven van
het binnenste schoorsteenafschermstuk
wijzen naar boven.
Montage

Documenttranscriptie

de Gebrauchs- und Montageanleitung en Operating and installation instructions fr Mode d’emploi et notice de montage nl Gebruiksaanwijzing en montagevoorschrift it Istruzioni d’uso e per il montaggio es Instrucciones de uso y de montaje pt Instruções de serviçio e de montagem Inhoudsopgave Algemene Informatie .......................................................................................... 49 Milieubescherming ............................................................................................................................................ 49 Voor het eerste gebruik ................................................................................................................................... 49 Veiligheidsvoorschriften .................................................................................... 50 Gebruik volgens de voorschriften ............................................................................................................. 50 Technische veiligheid ....................................................................................................................................... 50 Speciale opmerkingen over gaskooktoestellen ............................................................................... 51 Juist gebruik ............................................................................................................................................................ 52 Juiste montage ..................................................................................................................................................... 52 Gebruikswijze ....................................................................................................... 53 Gebruik met afvoerlucht ................................................................................................................................. 53 Gebruik met circulatielucht ........................................................................................................................... 53 Bediening ............................................................................................................... 54 Reiniging en onderhoud ..................................................................................... 55 Demontage en montage van de vetfilters ...................................................... 56 Metalen vetfilters demonteren en monteren .................................................................................... 56 Actieve-koolfilters monteren en demonteren .................................................................................. 56 Lampen vervangen .............................................................................................. 57 Montageaanwijzingen ........................................................................................ 58 Buisverbinding ...................................................................................................................................................... 58 Elektrische aansluiting ...................................................................................................................................... 59 Montage ................................................................................................................. 60 Montagevoorbereiding ................................................................................................................................... 60 Bevestiging .............................................................................................................................................................. 61 MMontage van de schoorsteenafschermstukken .......................................................................... 62 48 Algemene Informatie MILIEUBESCHERMING VOOR HET EERSTE GEBRUIK Recycling van de transportverpakking OPMERKING: Deze gebruiksaanwijzing geldt voor verschillende uitvoeringen van het apparaat. Het is mogelijk dat er kenmerken worden beschreven die niet van toepassing zijn op uw apparaat. Uw nieuwe apparaat is op weg naar u beschermd door de verpakking. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en geschikt voor recycling. Zorg a.u.b. voor een milieuvriendelijke afvoer van het verpakking. De verpakking kan gevaarlijk zijn voor kinderen. Bewaar deze dus buiten bereik van kinderen. Afvoeren van het oude apparaat Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen. Dit apparaat is gekenmerkt volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG over oude elektrische en elektronische apparaten (waste electrical and electronic equipment WEEE). Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig voordat u het nieuwe apparaat in gebruik neemt. Deze bevat belangrijke informatie voor uw veiligheid en over het gebruik en onderhoud van het apparaat. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift en overhandig deze als u het apparaat doorgeeft aan derden. Storingen Wanneer op de indicatie een # of een ã wordt weergegeven:  Zie de paragraaf "Filters en onderhoud". Als de afzuigkap niet kan worden bediend: Deze richtlijn vormt het kader voor het terugnemen en de verwerking van oude apparaten binnen de gehele EU.  De afzuigkap uitschakelen door de stekker uit het stopcontact te trekken of de zekering uit te schakelen en gedurende ca. 1 minuut uitgeschakeld laten. Daarna opnieuw inschakelen. Maak het oude apparaat onbruikbaar voordat u het afvoert. Neem bij vragen en storingen contact op met de klantenservice. Doe het oude apparaat in geen geval bij het huisvuil! (zie de lijst met klantenserviceadressen). Vraag bij uw speciaalzaak of gemeente om actuele informatie over het afvoeren van afval en het oude apparaat. Zorg ervoor dat het oude apparaat buiten bereik van kinderen wordt opgeborgen voordat het wordt afgevoerd. Vermeld bij een telefoongesprek a.u.b. het volgende: E-nr. FD Deze nummers vindt u op het typeplaatje in de afzuigkap. Dit is zichtbaar nadat u de vetfilters hebt verwijderd. Noteer deze nummers in de bovenstaande vakjes. 49  Veiligheidsvoorschriften Gebruik volgens de voorschriften  Deze afzuigkap voldoet aan de voorgeschreven veiligheidsbepalingen. Onjuist gebruik kan persoonlijk letsel of schade veroorzaken.  De afzuigkap is uitsluitend bedoeld voor huishoudelijk gebruik. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die het gevolg is van onjuist gebruik of onjuiste bediening.  De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die het gevolg is van niet-naleving van de veiligheidsvoorschriften.  VERWONDINGSGEVAAR Laat kinderen niet met de afzuigkap spelen! Het apparaat niet zonder toezicht laten bedienen door volwassenen en kinderen – wanneer ze daartoe lichamelijk of geestelijk niet in staat zijn, – of wanneer zij onvoldoende kennis en ervaring hebben om het apparaat goed en veilig te bedienen. Technische veiligheid  De afzuigkap heeft de fabriek in onberispelijke toestand verlaten. Controleer het apparaat desondanks op schade voordat u het installeert. Als het beschadigd is, mag het niet in gebruik worden genomen!  Als het aansluitsnoer van de afzuigkap beschadigd raakt, moet het worden vervangen door de fabrikant, diens klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon, om gevaren te voorkomen.  Montage (inclusief elektrische aansluiting), onderhoud en reparatie van de afzuigkap mogen alleen worden uitgevoerd door een vakman. In elk geval moet de afzuigkap stroomloos worden gemaakt door de stekker uit het stopcontact te trekken of door de zekering uit te schakelen! 50  Door ondeskundige montage, onderhoud of reparatie kunnen er aanzienlijke gevaren ontstaan voor de gebruiker, waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk is.  Veranderingen aan de elektrische of de mechanische constructie zijn gevaarlijk en mogen niet worden uitgevoerd! Ze kunnen ook functiestoringen van de afzuigkap veroorzaken. Gelijktijdig gebruik van de afzuigkap en een binnenluchtafhankelijke stookplaats  Binnenluchtafhankelijke stookplaatsen zijn bijvoorbeeld gas-, olie-, hout- of kolengestookte verwarmingsapparaten, geisers, boilers, kookplaten of ovens die verbrandingslucht uit de opstellingsruimte betrekken en waarvan het verbrandingsgas door een schoorsteen naar buiten wordt afgevoerd.  VERGIFTIGINGSGEVAAR Wanneer de afzuigkap tegelijk wordt gebruikt met een binnenluchtafhankelijke stookplaats bestaat er vergiftigingsgevaar door teruggezogen verbrandingsgassen.  Veiligheidsvoorschriften  Het apparaat kan zonder gevaar worden gebruikt wanneer de onderdruk in de opstellingsruimte van de stookplaats niet hoger is dan 4 Pa (0,04 mbar). Dit kan worden bereikt wanneer de voor de verbranding benodigde lucht kan toestromen door niet-afsluitbare openingen, bijv. in deuren, ramen en luchttoevoer- of luchtafvoermuurkasten; of door middel van andere technische maatregelen. Speciale opmerkingen over gaskooktoestellen  Bij montage boven gaskooktoestellen moeten de geldende wettelijke nationale voorschriften (in Duitsland bijv. de "Technische Regeln Gasinstallation TRGI") worden nageleefd.  De geldende inbouwvoorschriften en aanwijzingen van de gasapparaatfabrikant moeten worden nageleefd.  Bij de montage dient men eraan te denken dat slechts één kant van de afzuigkap vlak naast een hoge kast of een muur mag liggen. Anders kan er een gevaarlijke opeenhoping van warmte ontstaan. De afstand tot de muur of de hoge kast moet minstens 50 mm bedragen.  Men dient dus altijd voor een afdoende luchttoevoer te zorgen.  Gebruik van alleen een toevoerlucht/afvoerluchtmuurkast is onvoldoende om binnen de grenswaarde te blijven. OPMERKING: Bij de beoordeling moet rekening worden gehouden met de totale ventilatietoestand van de woning. Vraag voor de beoordeling het advies van een vakbekwame schoorsteenveger.  Als de afzuigkap uitsluitend wordt ingezet met circulatielucht, kan hij onbeperkt worden gebruikt.  RISICO VAN BRANDWONDEN Gebruik niet meer dan twee gaskookzones tegelijk op de hoogste stand gedurende meer dan 15 minuten. Door de inwerking van de hitte bestaat er risico van brandwonden bij het aanraken van de behuizing!  Denk eraan dat een grote brander met meer dan 5 kW (wok) overeenkomt met het vermogen van twee gasbranders.  Door de sterke inwerking van de hitte kan de afzuigkap beschadigd raken.  Vlammen van gaskookapparatuur moeten altijd met een pan zijn afgedekt. Regel de vlam zodanig dat hij niet buiten de panbodem uitkomt. 51  Veiligheidsvoorschriften Juist gebruik Juiste montage  Reinig de afzuigkap zorgvuldig voordat u  Controleer aan de hand van de handleiding van het kooktoestel of er een afzuigkap boven mag worden gebruikt. deze voor het eerst gebruikt.  Voor elke reiniging en onderhoud moet de afzuigkap stroomloos worden gemaakt door de stekker uit het stopcontact te trekken of de zekering uit te schakelen.  Lampen (vooral halogeenlampen) worden tijdens het gebruik zeer heet. Ook na uitschakeling bestaat er nog enige tijd een risico van brandwonden!  Voordat een lamp wordt vervangen, moet de afzuigkap stroomloos worden gemaakt en moeten de lampen afgekoeld zijn!  Gebruik de afzuigkap alleen met aangebrachte lampen.  Schakel de afzuigkap altijd in wanneer er een kookzone wordt gebruikt. Als de afzuigkap niet is ingeschakeld, kan er condenswater ontstaan. Dit kan roestschade aan het apparaat veroorzaken.  Zet geen voorwerpen op de afzuigkap.  BRANDGEVAAR Niet flamberen onder de afzuigkap of met onafgedekte vlam werken. De ingeschakelde afzuigkap zuigt de vlammen in het filter. Door afzettingen op het vetfilter bestaat er brandgevaar!  Houd toezicht op pannen en frituurapparaten wanneer u levensmiddelen bereidt met olie en vet, bijvoorbeeld patates frites. Oververhitte olie en vet vat makkelijk vlam!  Door de vetfilters regelmatig te reinigen en het actieve-koolfilter op tijd te vervangen, voorkomt u brandgevaar.  Gebruik de afzuigkap nooit zonder vetfilters. 52  Voor zover de fabrikant van het kooktoestel geen grotere veiligheidsafstanden aangeeft, geldt er een minimumafstand – van 550 mm tussen elektrische kookplaten en de onderkant van de afzuigkap, zie afb.1. – van 650 mm tussen gaskookplaten (bovenkant pandragers) en de onderkant van de afzuigkap, zie afb.1.  Bij gebruik van verschillende kooktoestellen geldt de grootste vermelde afstand.  De breedte van de afzuigkap moet overeenkomen met de breedte van het kooktoestel.  Boven een stookplaats voor vaste brandstoffen waarvan een brandgevaar kan uitgaan (bijv. vonken), mag de afzuigkap alleen worden gemonteerd wanneer de stookplaats een gesloten, niet-verwijderbare afscherming heeft en de nationale voorschriften worden nageleefd. Deze beperking geldt niet voor gasfornuizen en gaskookplaten.  Om beschadiging van het kooktoestel te vermijden, moet deze worden afgedekt tijdens de montage. Gebruikswijze  De afzuigkap kan worden gebruikt met afvoerlucht en met circulatielucht. De standaardinstelling is afvoerlucht. Gebruik met afvoerlucht Om bij gebruik met circulatielucht de reukstoffen te binden, moet een actieve-koolfilter worden ingebouwd (zie "Demontage en montage van de vetfilters"). Zowel de complete montageset als reservefilters zijn verkrijgbaar bij de speciaalzaak, de klantenservice en de Online-shop. Het toebehorennummer vindt u achterin de gebruiksaanwijzing. Afmetingen circulatielucht De aangezogen lucht wordt door de vetfilters gereinigd en via een buizensysteem naar de buitenlucht afgevoerd. min. 126 min. 580 max 1.030 Afmetingen afvoerlucht min. 126 min. 580 max 1.030 min. min. 450 400 min. 450 Omschakelen van de elektronische besturing op circulatielucht  De afzuigkap moet aangesloten en uitgeschakeld zijn. Gebruik met circulatielucht  Toetsen 0 en + tegelijk indrukken tot de indicatie ã gaat branden.  Door nogmaals op de toetsen 0 en + te drukken, wordt de elektronische besturing weer op afvoerlucht geschakeld (indicatie #). De aangezogen lucht wordt door de vetfilters en een actieve-koolfilter gereinigd en weer teruggeleid naar de keuken. 53 Bediening Licht Ventilator uit Aanduiding ventilatorstand Ventilator lager N.B.: Wij raden u aan de ventilator in te schakelen zodra u begint met koken en hem pas enkele minuten na het koken weer uit te schakelen. Zo wordt de keukendamp het effectiefst verwijderd. Ventilator aan en hoger Intensieve stand Verlichting  De verlichting kan onafhankelijk van de ventilator in- en uitgeschakeld worden.  Om de lichtsterkte in te stellen, houdt u toets 0 ingedrukt tot de gewenste lichtsterkte is Ventilator inschakelen en ventilatorstanden instellen bereikt.  Druk op toets +. Bij zware keukendamp drukt u nogmaals op toets +. De ventilator schakelt telkens één stand hoger. Verzadigingsindicaties  Om een lagere stand in te stellen drukt u op toets –. Uitlopen van de ventilator  Wanneer het vetfilter of het actievekoolfilter is verzadigd, klinkt er na uitschakeling van de ventilator gedurende 6 seconden een signaal. De indicatie # of C brandt. Ventilator uitschakelen Gebruik met afvoerlucht: #  Druk op toets 0. Gebruik met circulatielucht: C  De indicatie 0 gaat na korte tijd uit. Intensief-stand De vetfilters dienen nu gereinigd te worden of het actieve-koolfilter dient vervangen te worden. Op de intensief-stand ç werkt de ventilator op zijn hoogste vermogen. Deze stand kan worden gebruikt wanneer er kortstondig een sterke damp- en geurvorming plaatsvindt.  Druk op toets 0 om de indicatie uit te schakelen.  Druk op toets + tot de indicatie ç verschijnt.  Bij het indrukken van een toets klinkt er ter bevestiging een signaal.  Als de intensief-stand niet handmatig wordt uitgeschakeld, schakelt de ventilator na 10 minuten automatisch op stand 2. Uitlopen van de ventilator  Druk op de toets .  De ventilator loopt 10 minuten in stand 1, daarbij knippert er een punt als indicatie. Daarna wordt de ventilator automatisch uitgeschakeld. 54 Signaal uit- en inschakelen  Om het signaal uit te schakelen, drukt u gelijktijdig ca. 3 seconden op de toetsen 0 en +. Ter bevestiging klinkt er een signaal.  Om het signaal in te schakelen, herhaalt u deze handeling. Reiniging en onderhoud ONDERHOUD VAN HET APPARAAT Metalen vetfilter  Geschikte reinigings- en onderhoudsmiddelen voor uw apparaat zijn verkrijgbaar via de Hotline of de Online-shop (zie de omslag).  De aangebrachte metalen vetfilters nemen de vette bestanddelen van de keukendamp op. Oppervlakken van het apparaat  BRANDGEVAAR Bij toenemende verzadiging met vethoudende resten wordt de ontvlambaarheid groter. Bovendien kan dit een nadelige invloed hebben op de werking van de afzuigkap. OPMERKING: Lees de garantievoorwaarden in het bijgevoegde serviceboekje.  De oppervlakken en de bedieningselementen van het apparaat zijn krasgevoelig. Neem daarom de volgende reinigingsaanwijzingen in acht: – Reinig de afzuigkap niet met droge doeken, schuursponsjes, schuurmiddelen, zand-, zuur- en chloorhoudende reinigingsmiddelen of andere agressieve reinigingsmiddelen. – Reinig de oppervlakken en de bedieningselementen van het apparaat met een zachte vochtige doek en afwasmiddel of een zacht glasreinigingsmiddel. – Vastgekoekt vuil niet afkrabben, maar inweken met een vochtige doek. – Voorzichtig reinigen in de buurt van de bedieningselementen, om te voorkomen dat er vocht in de elektronica komt. OPMERKING: Roestvrijstalen oppervlakken altijd in de slijprichting reinigen! Geen staalreiniger gebruiken op de bedieningstoetsen!  De filtermatten bestaan uit onbrandbaar metaal.  Door de metalen vetfilters op tijd te reinigen, voorkomt u brandgevaar.  Bij reiniging van de metalen vetfilters de toegankelijke delen van de behuizing ontdoen van neergeslagen vetresten. Reinigen van de metalen vetfilters ...  Bij normaal gebruik (dagelijks 1 à 2 uur) moeten de metalen vetfilters 1x per maand worden gereinigd. ... in de afwasautomaat  De metalen vetfilters kunnen in de afwasautomaat worden gereinigd. Hierbij kunnen lichte verkleuringen optreden, die echter geen invloed op de werking van de vetfilters hebben.  De filters moeten los in de afwasautomaat liggen. Ze mogen niet worden vastgeklemd. OPMERKING: Sterk verzadigde metalen vetfilters niet samen met serviesgoed reinigen. ... met de hand  Bij reiniging met de hand de vetfilters inweken in een heet afwassopje, afborstelen, goed afspoelen en laten afdruipen.  Geen agressieve, zuur- of looghoudende reinigingsmiddelen gebruiken.  Bij bijzonder hardnekkig vuil adviseren wij u een speciale vetoplosspray te gebruiken. Deze kunt u bestellen via de Online-shop. 55 Demontage en montage van de vetfilters  Lees beslist de aanwijzingen en waarschuwingen in het hoofdstuk "Veiligheidsvoorschriften" voordat u de vetfilters demonteert of monteert. Metalen vetfilters demonteren en monteren 1. Open de vergrendeling en klap de vetfilters omlaag. Houd daarbij uw andere hand onder de vetfilters.  Actieve-koolfilters binden de reukstoffen bij gebruik met circulatielucht. Actieve-koolfilters monteren en demonteren 1. Demonteer de vetfilters (zie 'Metalen vetfilters demonteren en monteren'). 2. Breng het actieve-koolfilter aan. 3. Schuif de lip in de bevestiging. 4. Breng de vetfilters weer aan (zie 'Metalen vetfilters demonteren en monteren'). Actieve-koolfilter vervangen  Bij normaal gebruik (dagelijks 1 à 2 uur) moeten de actieve-koolfilters ongeveer 2x per jaar worden vervangen.  Actieve-koolfilters zijn verkrijgbaar bij de speciaalzaak, de klantenservice en in de Online-shop (zie 'Extra toebehoren'). Gebruik alleen originele filters.  Actieve-koolfilters bevatten geen schadelijke stoffen. Ze kunnen worden meegegeven met het huisvuil. (bij apparaten met randafzuiging) 2. Reinig de vetfilters. 3. Breng de gereinigde vetfilters weer aan. 56 Lampen vervangen  Lees beslist de aanwijzingen en waarschuwingen in het hoofdstuk "Veiligheidsvoorschriften" voordat u de lampen vervangt.  De beschrijving van de lampvervanging geldt voor verschillende uitvoeringen van het apparaat. OPMERKING: Lees de garantievoorwaarden in het bijgevoegde serviceboekje. Gloeilampen vervangen 1. Til de lampafscherming iets op. 2. Duw de lampafscherming naar het midden van het apparaat. 2 1 Halogeenlampen vervangen Halogeenlampen worden tijdens het gebruik zeer heet. Ook na uitschakeling bestaat er nog enige tijd een risico van brandwonden!  Wacht tot de halogeenlamp is afgekoeld voordat u hem vervangt. 1. Verwijder de lampenring voorzichtig met geschikt gereedschap. 3. Vervang de defecte lamp door een nieuwe lamp van hetzelfde type en met hetzelfde vermogen (zie typeplaatje). 4. Breng de lampafscherming weer aan. 2. Vervang de defecte lamp door een nieuwe lamp van hetzelfde type en met hetzelfde vermogen (zie typeplaatje). OPMERKING: Het glas van de halogeenlamp mag bij het aanbrengen niet worden aangeraakt. Gebruik daarom een schone doek bij het aanbrengen van de lamp. 5. Schakel de stroom in door de stekker in het stopcontact te steken of de zekering in te schakelen. OPMERKING: Controleer of de lampen goed zijn aangebracht als de verlichting niet werkt.  Defecte lampen moeten direct worden vervangen om overbelasting van de andere lampen te voorkomen. 3. Breng de lampafscherming weer aan. 4. Schakel de stroom in door de stekker in het stopcontact te steken of de zekering in te schakelen. 57 Montageaanwijzingen  Lees voor de montage beslist de aanwijzingen en waarschuwingen in het hoofdstuk "Veiligheidsvoorschriften"!  De diameter van de luchtafvoerbuizen mag niet kleiner zijn dan 150 mm. Gebruik met afvoerlucht  Ronde buizen:  De afvoerlucht wordt via een luchtkoker naar boven geleid, of rechtstreeks door de muur naar buiten. OPMERKING: De afvoerlucht mag niet worden afgevoerd via een in gebruik zijnde rookof afvoergasschoorsteen, noch via een schacht die dient voor de ontluchting van ruimtes met stookplaatsen.  Bij afvoer van afvoerlucht via een niet in gebruik zijnde rook- of afvoergasschoorsteen, dient u een vakbekwame schoorsteenveger te raadplegen.  Bij de afvoer van afvoerlucht moeten de wettelijke voorschriften worden nageleefd (bijv. bouwverordeningen).  Indien de afvoerlucht door de buitenmuur moet worden geleid, raden wij u aan een telescoop-muurkast te gebruiken. De afzuigkap werkt optimaal indien: – de afvoerluchtbuis zo kort en zo recht mogelijk is en – een zo groot mogelijke diameter heeft. Buisverbinding Wij adviseren een inwendige diameter van 150 mm; de diameter dient echter minstens 120 mm te zijn.  Platte luchtafvoerkanalen moeten dezelfde inwendige diameter hebben als ronde buizen. Ze mogen geen scherpe bochten hebben.. Ø 150 mm ca. 177 cm2 Ø 120 mm ca. 113 cm2  Bij afwijkende buisdiameters: Afdichtstrips gebruiken. Aansluiting luchtafvoerbuis Ø 150 mm (aanbevolen diameter)  Luchtafvoerbuis rechtstreeks op het luchtafvoeraansluitstuk bevestigen en goed afdichten. Bij gebruik van een aluminiumbuis moet het aansluitgedeelte eerst worden gladgemaakt.  Als buisbochten onvermijdelijk zijn, dienen deze een zo groot mogelijke straal te hebben. OPMERKING: Gebruik van lange, ruwe luchtafvoerbuizen, veel buisbochten of buisdiameters kleiner dan 150 mm vermindert de afzuigcapaciteit en veroorzaakt bovendien hardere geluiden.  Voor de aanleg van de luchtafvoerbuizen mogen uitsluitend buizen of slangen van onbrandbaar materiaal worden gebruikt.  De fabrikant van de afzuigkap is niet aansprakelijk voor reclamaties die terug te leiden zijn op de planning en uitvoering van de buisleiding. 58 Aansluiting luchtafvoerbuis Ø 120 mm  Verloopstuk rechtstreeks op het luchtafvoeraansluitstuk bevestigen.  Luchtafvoerbuis bevestigen aan het verloopstuk.  Beide verbindingspunten goed afdichten. Montageaanwijzingen ELEKTRISCHE AANSLUITING  Lees voor de elektrische aansluiting beslist de aanwijzingen en waarschuwingen in het hoofdstuk "Veiligheidsvoorschriften"!  De afzuigkap mag alleen worden aangesloten door een gekwalificeerde elektromonteur die op de hoogte is van de voorschriften van het verantwoordelijke nutsbedrijf.  VERWONDINGSGEVAAR Als het aansluitsnoer van de afzuigkap beschadigd raakt, moet het worden vervangen door de fabrikant, diens klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon, om gevaren te voorkomen. Indien een vaste aansluiting noodzakelijk is  De installatie moet zijn voorzien van een stroomonderbreker. Als stroomonderbrekers gelden schakelaars met een contactopening van tenminste 3 mm en uitschakeling van alle polen. Hiertoe behoren veiligheidsschakelaars, zekeringen en veiligheidszekeringen. Elektrische gegevens De elektrische gegevens vindt u op het typeplaatje in het apparaat. Dit is zichtbaar nadat u de vetfilters hebt verwijderd. Lengte van de aansluitleiding: ca. 1,30 m. Deze afzuigkap voldoet aan de EG-ontstoringsbepalingen.  De afzuigkap mag alleen worden aangesloten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd geaard stopcontact.  Het geaarde stopcontact zo mogelijk vlak achter het schoorsteenafschermstuk aanbrengen. – Het geaarde stopcontact moet worden aangesloten op een eigen stroomkring. – Als het stopcontact na montage van de afzuigkap niet bereikbaar is, moet er een stroomonderbreker worden aangebracht zoals bij een vaste aansluiting. 59 Montage De afzuigkap is bedoeld voor montage op de muur.  Houd bij de montage rekening met eventueel te monteren speciaal toebehoren.  Neem de minimumafstand tussen de kookplaat en de afzuigkap in acht (zie ”Veiligheidsvoorschriften”)!  Voorkom beschadiging van de gevoelige oppervlakken! Voorbereiden van de muur  VERWONDINGSGEVAAR, GEVAAR VAN MATERIËLE SCHADE Voordat u gaat boren, dient u te controleren of er op de montageplaats elektrische of andere installatieleidingen zijn aangelegd in de muur.  De muur moet vlak en loodrecht zijn.  De bijgevoegde schroeven en pluggen zijn geschikt voor massieve muren. Gebruik voor andere muurconstructies (bijv. gipsplaat, poreus beton, poroton-stenen) bevestigingsmiddelen die daarvoor geschikt zijn. Controleer of de muur voldoende draagvermogen heeft. Montagevoorbereiding 1. Van het plafond tot de onderkant van de afzuigkap een middellijn op de muur tekenen. 2. Met behulp van de bijgevoegde sjabloon de posities voor de schroeven en de contour van het bevestigingsgebied aftekenen, ter vereenvoudiging van het ophangen. De onderste rand van de sjabloon komt overeen met de onderkant van de afzuigkap. 3. 2 gaten (Ø 8 mm) voor het ophangen van de afzuigkap en 2 gaten (Ø 8 mm) voor de bevestigingshoek van de schoorsteenafscherming boren en de pluggen geheel in de gaten duwen. 4. De bevestigingshoek voor de schoorsteenafscherming vastschroeven. 0  Zorg ervoor dat de diepte van de boorgaten overeenkomt met de lengte van de schroeven.  De pluggen moeten stevig vastzitten. Max. gewicht in kg: 40 Constructiewijzigingen in het kader van technische ontwikkelingen voorbehouden. 5. De ophangingen voor de afzuigkap vastschroeven: handvast, max. 3 Nm. Let op de juiste positie van de onderlegringen en de ophangingen! 60 Montage Ophangen en uitlijnen 1. Voor het monteren de beschermende folie van de achterkant verwijderen, daarna de rest van de folie verwijderen. 2. De afzuigkap zodanig ophangen dat deze stevig in de ophangingen valt Ⓐ. 3. De afzuigkap horizontaal uitlijnen door de ophangingen te draaien. Desgewenst kan de afzuigkap naar links of rechts worden verschoven Ⓑ. A C B  VERWONDINGSGEVAAR Controleer of alle bevestigingsschroeven en doppen goed zijn gemonteerd. 4. Buisverbinding aanleggen (zie ”Buisverbinding”). 5. Elektrische aansluiting tot stand brengen (zie ”Elektrische aansluiting”). Demontage van de doppen  Voor demontage de doppen van de ophangingen verwijderen met geschikt gereedschap, bijv. een platte schroevendraaier. Bevestigingsschroeven en doppen 1. De gaten voor de bevestigingsschroeven aftekenen. De afzuigkap losmaken, de gaten voor de bevestigingsschroeven boren en de pluggen geheel in de gaten duwen. 2. De afzuigkap ophangen en de bevestigingsschroeven vastdraaien. 3. De doppen met de pijl naar boven op de ophangingen drukken tot ze hoorbaar vastklikken Ⓒ. 61 Montage Montage van de schoorsteenafschermstukken  VERWONDINGSGEVAAR De binnenzijden van de schoorsteenafschermstukken kunnen scherpe randen hebben. Wij raden u aan bij de montage werkhandschoenen te dragen. 1. De schoorsteenafschermstukken losmaken. Daartoe het plakband verwijderen. 2. De beschermfolie van beide schoorsteenafschermstukken trekken. 3. De schoorsteenafschermstukken in elkaar schuiven. 4. Schoorsteenafschermstukken op de afzuigkap plaatsen. Het binnenste schoorsteenafschermstuk omhoog schuiven en links en rechts aan de bevestigingshoek hangen. OPMERKING: Voorkom krassen bij het ineenschuiven, bijv. door de montagesjabloon over de rand van het buitenste schoorsteenafschermstuk te leggen!  Let op de positie van de sleuven in de schoorsteenafscherming! – Gebruik met afvoerlucht: sleuven van het binnenste schoorsteenafschermstuk wijzen naar onderen. – Gebruik met circulatielucht: sleuven van het binnenste schoorsteenafschermstuk wijzen naar boven. 62 5. Het binnenste schoorsteenafschermstuk aan de zijkant met 2 schroeven bevestigen op de bevestigingshoek.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108

Bosch dww 096650 de handleiding

Categorie
Afzuigkappen
Type
de handleiding