Groupe Brandt FID-261 de handleiding

Categorie
Diepvriezers
Type
de handleiding
MANUAL DE
INSTALACIÓN Y USO
MANUAL DE
INSTALAÇÃO E USO
MANUEL
D’INSTALLATION ET D’UTILISATION
INSTALLATION
AND USER’S MANUAL
MONTAGE- UND
GEBRAUCHSANLEITUNG
GEBRUIKS- EN
MONTAGE-AANWIJZING
2
INDICE
1. INSTRUCCIONES DE INTEGRACIÓN 3
2. INFORMACIÓN SOBRE SEGURIDAD Y ADVERTENCIAS GENERALES 6
3. INSTALACIÓN 7
4. FUNCIONAMIENTO Y USO DEL APARATO 8
5. LIMPIEZA Y MANTENIMIENTO 11
6. SOLUCIÓN DE PROBLEMAS 13
7. LLAMADA AL SERVICIO DE ASISTENCIA TÉCNICA 14
Lea atentamente estas instrucciones antes de usar el aparato.
Guarde este manual para futuros usos.
3
1. INSTRUCCIONES DE INTEGRACIÓN
En caso de observar daños sufridos durante el transporte del aparato, informar inmediatamente al suministrador
antes de efectuar la instalación.
- Introducción del aparato en el mueble de integración:
Figura 1, figura 2a y Figura 2b.
- Controle que las dimensiones del hueco para la integración y del aparato sean compatibles.
Fig. 1
50
50
200 cm
2
200 cm
2
min. 550
min. 550
min. 550
560
540
540
540
540
540
540
min. 560
560
A
200 cm
2
A
200 cm
2
A
200 cm
2
200 cm
2
A
50
15
ÍNDICE
1. INSTRUÇÕES DE INTEGRAÇÃO 16
2. INFORMAÇÃO SOBRE SEGURANÇA E ADVERTÊNCIAS GERAIS 19
3. INSTALAÇÃO 20
4. FUNCIONAMENTO E USO DO CONGELADOR 21
5. LIMPEZA E MANUTENÇÃO 24
6. SOLUÇÃO DE PROBLEMAS 26
7. CHAMADA AO SERVIÇO DE ASSISTÊNCIA TÉCNICA 27
Leia atentamente estas instruções antes de usar o aparelho.
Guarde este manual para futuros usos.
16
1. INSTRUÇÕES DE INTEGRAÇÃO
Caso observe danos sofridos durante o transporte do aparelho, informe imediatamente o fornecedor antes de
efectuar a instalação.
- Introdução do aparelho no móvel de integração:
Figura 1, figura 2a e figura 2b
- Assegure-se de que as dimensões do espaço para a integração e as dimensões do aparelho são compatíveis.
Fig. 1
50
50
200 cm
2
200 cm
2
min. 550
min. 550
min. 550
560
540
540
540
540
540
540
min. 560
560
A
200 cm
2
A
200 cm
2
A
200 cm
2
200 cm
2
A
50
28
TABLE DES MATIÈRES
1. INSTRUCTIONS POUR L’ENCASTREMENT 29
2. INFORMATIONS RELATIVES À LA SÉCURITÉ ET AVERTISSEMENTS D’ORDRE GÉNÉRAL
32
3. INSTALLATION 33
4. FONCTIONNEMENT ET UTILISATION DU RÉFRIGÉRATEUR 34
5. NETTOYAGE ET ENTRETIEN 37
6. RÉSOLUTION DE PROBLÈMES 39
7. SERVICE D’ASSISTANCE TECHNIQUE 40
Avant d’utiliser l’appareil, lisez attentivement les instructions de ce manuel.
Conservez ce manuel au cas où vous en auriez besoin ultérieurement.
29
1. INSTRUCTIONS POUR L’ENCASTREMENT
Si vous observez que le réfrigérateur a été endommagé lors du transport, veuillez en informer immédiatement le
fournisseur avant de procéder à l’installation.
- Introduction du réfrigérateur dans la niche du meuble :
Figures 1, 2a et 2b.
- Vérifiez que les dimensions de la niche du meuble et du réfrigérateur sont compatibles.
Fig. 1
50
50
200 cm
2
200 cm
2
min. 550
min. 550
min. 550
560
540
540
540
540
540
540
min. 560
560
A
200 cm
2
A
200 cm
2
A
200 cm
2
200 cm
2
A
50
41
TABLE OF CONTENTS
1. INTEGRATION INSTRUCTIONS 42
2. SAFETY INFORMATION AND GENERAL ADVICE 45
3. INSTALLATION 46
4. OPERATION AND USE OF THE FREEZER 47
5. CLEANING AND MAINTENANCE 50
6. TROUBLE SHOOTING 52
7. CALLING THE TECHNICAL SUPPORT SERVICE 53
Please read these instructions carefully before using the appliance.
Keep this manual for future use.
42
1. INTEGRATION INSTRUCTIONS
If you observe any damage when the appliance is in transit, please inform the supplier immediately before carry-
ing out the installation.
- Placing the appliance in the integration unit:
Figure 1, figure 2a and figure 2b.
- Check that the dimensions of the niche for integration and of the appliance are compatible.
Fig. 1
50
50
200 cm
2
200 cm
2
min. 550
min. 550
min. 550
560
540
540
540
540
540
540
min. 560
560
A
200 cm
2
A
200 cm
2
A
200 cm
2
200 cm
2
A
50
54
INHALTSVERZEICHNIS
1. HINWEISE ZUM EINBAU 55
2. SICHERHEITS- UND WARNHINWEISE 58
3. AUFSTELLEN 59
4. BETRIEB UND BEDIENUNG DES GEFRIERGERÄTS 60
5. REINIGUNG UND PFLEGE 63
6. ABHILFE BEI STÖRUNGEN 65
7. ANRUF BEIM KUNDENDIENST 66
Lesen Sie vor Inbetriebnahme des Geräts diese Anleitung aufmerksam durch.
Bewahren Sie diese Gebrauchsanleitung für spätere Nutzung auf.
55
Abb. 1
50
50
200 cm
2
200 cm
2
min. 550
min. 550
min. 550
560
540
540
540
540
540
540
min. 560
560
A
200 cm
2
A
200 cm
2
A
200 cm
2
200 cm
2
A
50
1. HINWEISE ZUM EINBAU
Falls während des Transports des Geräts entstandene Schäden festgestellt werden, sofort den Lieferanten
benachrichtigen, bevor der Einbau vorgenommen wird.
- Einsetzen des Geräts in das Einbaumöbelstück:
Abbildung 1, Abbildung 2a und Abbildung 2b.
- Kontrollieren Sie, dass die Abmessungen der Einbaunische und des Geräts vereinbar sind.
67
INHOUDSOPGAVE
1. INBOUWINSTRUCTIES 68
2. VEILIGHEIDSINSTRUCTIES EN ALGEMENE WAARSCHUWINGEN 71
3. INSTALLATIE 72
4. WERKING EN GEBRUIK VAN DE VRIESKIST 73
5. REINIGING EN ONDERHOUD 76
6. OPLOSSING VAN PROBLEMEN 78
7. BELLEN NAAR DE TECHNISCHE DIENST 79
Lees aandachtig deze gebruiksaanwijzing voordat u het apparaat in gebruik
neemt.
Bewaar deze aanwijzing voor toekomstig gebruik.
68
1. INBOUWINSTRUCTIES
Indien er schade wordt waargenomen, die tijdens het transport van het apparaat is geleden, dient de leverancier
onmiddellijk geïnformeerd te worden alvorens met de montage te beginnen.
- Inbouwen van het apparaat in het inbouwmeubel:
Figuur 1, figuur 2a en figuur 2b.
- Controleer of de afmetingen van de inbouwnis en het apparaat gelijk zijn.
Fig. 1
50
50
200 cm
2
200 cm
2
min. 550
min. 550
min. 550
560
540
540
540
540
540
540
min. 560
560
A
200 cm
2
A
200 cm
2
A
200 cm
2
200 cm
2
A
50
69
- Monteer, als het nodig is, het plastic profiel
B
op de bovenste lijst van plaat
C
.
- Plaats het apparaat door de bovenste lijst
C
(of het plastic profiel
B
) uit te lijnen met de
hoek van het inbouwmeubel; verkort profiel
D
ter hoogte van de nis en monteer het met de
klevende zijde tegen de wand van het appa-
raat.
- Laat het apparaat tegen de wand van het
meubel glijden, zodat profile
D
samengeperst
wordt en plaats de bovenste en onderste
bevestigingsschroeven.
- Monteer de steunen voor rail
E
aan de bui-
tenkant van de deur van het apparaat (gebruik
de bestaande gaten) en bevestig, met de deu-
ren geheel geopend, de rail van deur
F
aan de
deur van het meubel.
- Stel de verbinding af tussen de deur van het
apparaat en het meubel en bedek de schroe-
ven van de rail met de bijbehorende zelfkle-
vende dopjes.
Fig. 2a
Fig. 2b
B
C
E
F
D
70
VERANDERING VAN DRAAIRICHTING
VAN DE DEUREN
Indien het nodig is om de draairichting van de deur te
veranderen, dient u het volgende te doen:
- Verwijder de dop van as R van de bovenste en
onderste scharnieren.
- Verwijder ook de overeenkomstige doppen van de
bovenkant en de onderkant van de deur en vervang ze
door de beschermkapjes die ingesloten zijn bij de set
die u bij het apparaat geleverd krijgt.
- Sluit de deur van het apparaat, maak de schroeven
aan de zijkanten S los, die de assen T blokkeren en
laat ze naar de binnenkant van de scharnieren glijden.
Let op bij het bevestigen.
- Herplaats de plastic stelringen. Let wel op de hoe-
veelheid in elke positie.
- Verwijder de schroeven aan de zijkanten, die de
assen van de scharnieren ondersteunen. Laat ze naar
de binnenkant van de beschermkapjes op de, vooraf
gemonteerde, deuren glijden.
Opmerking
:
De accessoires zijn ingesloten in een set,die zich in een zak in de groentenlade bevindt..
VERANDERING VAN DRAAIRICHTING VAN DE DEUR VAN DE VRIESRUIMTE
(Bij de modellen waar het nodig is)
- Demonteer de pin van deur
Y
, de scharniersteun
X
en haal de deur eruit..
- Haal de 4 doppen van de openingen (2 aan de rech-
terkant en 2 aan de linkerkant).
- Bevestig de pin van deur
Y
op de tegengestelde
zijde van het apparaat.
- Draai de deur en steek de deur met het handvat aan
de tegengestelde zijde weer naar binnen.
- Draai de scharniersteun
X
en monteer haar aan de
andere zijde.
- Bedek de openingen door de 4 doppen te gebruiken
die eerder verwijderd werden.
Fig. 3
Fig. 4
Y
R
X
S
T
S
71
2. VEILIGHEIDSINSTRUCTIES EN ALGEMENE WAARSCHUWINGEN
KRINGLOOP
Dit apparaat is vervaardigd met de grootste zorgvuldigheid met betrekking tot milieuaspecten.
AFGEDANKT APPARAAT
- Maak om milieuschade te voorkomen en materialen te recyclen gebruik van de gemeentelijke ophaaldienst.
- Let erop dat de buisleidingen van het apparaat niet beschadigd worden, aangezien er zich substanties in kunnen
bevinden die schadelijk zijn voor het milieu.
- Maak uw oude apparaat onbruikbaar:
1. Knip de aansluitkabel door.
2. Demonteer de deur om te voorkomen dat kinderen makkelijk toegang tot de binnenkant hebben.
VERPAKKING
- De materialen die gebruikt zijn voor de verpakking kunnen volledig gerecycled worden (Karton,
plastic, PVC…).
- Gooi de verpakking niet bij het vuilnis, selecteer de verschillende materialen volgens de lokale voor-
schriften voor verwijdering en volgens de geldende normen.
Waarschuwing:
Laat de verpakkingsmaterialen niet in de buurt van kinderen achter aangezien ze potentieel gevaarlijk zijn.
VEILIGHEID
- Dit apparaat bevat geen CFC of HFC ( de buisleidingen bevatten R600A-ISOBUTAAN).
- Isobutaan is een natuurlijk koelend gas dat niet belastend is voor het milieu. Desondanks kan het in bepaalde
gevallen een gevaar opleveren als de juiste maatregelen niet in acht genomen worden.
- Derhalve moet er gedurende het transport, installatie en gebruik voorkomen worden dat de onderdelen van het
koelsysteem beschadigd raken. Indien deze toch beschadigd raken, vermijd dan vlammen of andere gloeiende
voorwerpen.
- In geval van lekkage van koelmiddel, moeten open vuur of andere brandhaarden in de buurt van het lek verme-
den worden.
- Isobutaan (R600A) is zwaarder dan lucht, waardoor het zich op de vloer concentreert.
In geval van schade dient het vertrek waar het apparaat zich bevindt gelucht te worden.
- Het apparaat zou door twee personen geïnstalleerd moeten worden om letsel aan personen en materiële scha-
de te voorkomen.
- Dit apparaat mag uitsluitend door de Technische Dienst gerepareerd worden, waarbij gebruik gemaakt wordt van
originele onderdelen.
- Gebruik geen vuurelementen of electrische apparaten in de koelkast.
- Dit apparaat dient uitsluitend gebruikt te worden voor het huishoudelijk koelen en bewaren van levensmiddelen.
- Gebruik de sokkels, de laden, de deuren of de roosters niet als steun.
- Sta niet toe dat kinderen met het apparaat spelen.
- Manipuleer het apparaat niet met natte en/of blote handen of voeten.
- Elk rooster of elke lade kan een verdeeld gewicht dragen van 18 kg.
72
3. INSTALLATIE
EIGENSCHAPPEN VAN HET APPARAAT
- Dit apparaat is ontworpen om correct te functioneren op kamertemperatuur, volgens de klimaatklasse die staat
aangegeven op het typeplaatje aan de achterkant van dit apparaat.
PLAATSING
- Het apparaat dient op een stabiele vlakke ondergrond geïnstalleerd te worden.
- Controleer voordat u het apparaat in het meubel inbouwt, dat de aansluitkabel niet platgedrukt
wordt. Geadviseerd wordt geen verlengsnoeren of meervoudige contactdozen te gebruiken voor de
aansluiting op het electriciteitsnet.
- Tussen de achterwand van het apparaat en de muur moet een minimale afstand zijn van 20 mm en
tussen eventuele, op de muur bevestigde, kastjes van 100 mm.
- Plaats boven het apparaat geen enkel huishoudelijk apparaat dat warmte afgeeft, zoals: ovens,
magnetrons, broodroosters...
- Als het ingebouwd wordt, controleer dan of het ventilatiegedeelte in het keukenkastje 200 cm
3
bedraagt en het
ventilatiekanaal, aan de achterkant van het meubel, een diepte heeft van minimaal 50 mm. Volg de betreffende
inbouwinstructies (Hoofdstuk 1).
- Check of er vlakbij de ventilatieopeningen geen apparaten of electrische elementen geïnstalleerd zijn.
Attentie:
Het is noodzakelijk dat er makkelijk toegang tot het electriciteitsnet is, om in geval van nood de stekker eruit te
kunnen halen. Mocht dit niet mogelijk zijn, sluit het apparaat dan aan op het net door middel van het plaatsen van
een tweepolige schakelaar op een toegankelijke plek, met een afstand tussen de stekkeropeningen van minimaal
3 mm.
ELECTRISCHE AANSLUITING
- Aansluiting van het apparaat op een contactdoos met randaarde is verplicht volgens de wet.
De fabrikant kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor incidenten die zich voordoen
wegens het niet opvolgen van deze instructie.
- Verzeker u ervan dat de spanning die op het typeplaatje staat, dat aan de linker binnenzijde
is bevestigd, overeenkomt met de electriciteitsspanning in de woning.
- Gebruik geen adapters of verlengsnoeren.
- Voorkom dat de kabel in aanraking komt met de motor.
- Voorkom dat de kabel klem komt te zitten onder het apparaat.
VOOR HET INSCHAKELEN VAN HET APPARAAT
Nadat het apparaat goed geïnstalleerd is, wordt aanbevolen:
- De binnenkant te reinigen met lauwwarm water en bicarbonaat. Voorzichtig spoelen en drogen.
- Twee uur te wachten alvorens in te schakelen om er zeker van te zijn dat de smeermiddelen van de motor gesta-
biliseerd zijn.
- Stekker aan te sluiten op het electriciteitsnet.
KLIMAATKLASSE KAMERTEMPERATUUR
SN
+10°C tot +32°C
N
+16°C tot +32°C
ST
+18°C tot +38°C
T
+18°C tot +43°C
73
4. WERKING EN GEBRUIK VAN HET APPARAAT
De vrieskist die u gekozen heeft, staat de conservering van verse levensmiddelen toe. Als u een vriesvak heeft kunt
u zowel bevroren levensmiddelen bewaren als verse invriezen.. (Zie het hoofdstuk "INVRIEZEN" - pág. 9 -).
INSTELLING VAN DE TEMPERATUUR
De thermostaat biedt de mogelijkheid geleidelijk de temperatuur in te stellen.
- Positie 0 /OFF betekent onderbroken werking van het apparaat. (Als hij uitstaat, werkt de binnenverlichting niet).
- Positie 1 of MIN betekent minimale werking.
- Positie 7 of MAX betekent maximale werking.
Wij helpen u eraan herinneren dat de instellingen van de thermostaat ontvankelijk zijn voor schommelingen van de
kamertemperatuur, de hoeveelheid opgeslagen levensmiddelen, de plaatsing en de frequentie waarmee de deuren
geopend worden.
ALARMINDICATOR
De toename van temperatuur in het bewaarcompartiment kan door het volgende veroorzaakt worden:
- Vaak en lang openhouden van de deur.
- Invriezen van grote hoeveelheden levensmiddelen.
- Hoge kamertemperatuur.
- Afwijking van de werking van het koelsysteem (in dit geval contact opnemen met het dichtstbijzijnde servicepunt
van de Technische Dienst).
Attentie: Alvorens u voor de eerste keer diepvriesproducten of verse levensmiddelen in de vrieskist doet, moet u
wachten totdat de binnentemperatuur van het apparaat -18°C heeft bereikt.
Wij helpen u eraan herinneren dat de instellingen van de thermostaat kunnen variëren naar gelang de kamertem-
peratuur, de hoeveelheid opgeslagen levensmiddelen, de plaatsing en de frequentie waarmee de deuren geopend
worden.
Mettertijd zult u de optimale instelling voor uw individuele behoefte vinden.
1 Thermostaat Instelling van de temperatuur
2Groen Controlelampje Door electriciteitsspanning gevoede vrieskist.
3 Rood Controlelampje Het alarmsysteem wordt ingeschakeld als de temperatuur van
het compartiment hoger is dan –12°C.
4 Geel Controlelampje Licht op als de schakelaar op stand Super wordt gezet.
5 Schakelaar Super Moet gebruikt worden voor het invriezen van levensmiddelen.
5 4 3 2 1
5 4 3 2 121
5 4 2 1
74
BEWAREN VAN DE LEVENSMIDDELEN
In de koelkast kan de temperatuur variëren naar gelang de zone.
De koelste zones bevinden zich onmiddellijk boven de groenten- en fruitladen, vlakbij de achterwand.
In het vriesvak, waar –18C wordt bereikt, is het mogelijk om bevroren levensmiddelen gedurende enkele maan-
den te bewaren. Wij raden stand 4 of 5 aan voor het instellen van de temperatuur.
De houdbaarheidsdatum van de levensmiddelen is voornamelijk afhankelijk van welke aard ze zijn. De houdbaar-
heidsdatum van de diepvriesproducten staat meestal op de verpakking. Gebruik nooit levensmiddelen waarvan de
houdbaarheidsdatum is verlopen; het zou voedselvergiftiging kunnen veroorzaken.
Een product dat aan het ontdooien is, mag in geen enkel geval opnieuw ingevroren worden en moet zo snel moge-
lijk genuttigd worden.
Om de geuren, de versheid, etc, te behouden raden wij aan de levensmiddelen in aluminium- of huishoudfolie te
wikkelen of in afgedekte schalen te bewaren
Elk van de laden en van de koelingsplaten kan een verdeeld gewicht dragen van maximaal 20 kg..
De ruimte in de koelkast kan op verschillende manieren ingedeeld worden door middel van het verplaatsen van de
roosters en de plateaus, al naar gelang de eigen behoeften. Om de plateaus te verplaatsen, tilt u de achterkant
omhoog, trekt u ze naar voren totdat ze uit de rail komen, buigt u ze naar beneden en trekt u ze er geheel uit. Kies
de gewenste positie en leg het plateau weer op zijn plaats, door de tegengestelde procedure uit te voeren.
Attentie:
Plaats in het vriesvak geen glazen voorwerpen, aangezien
ze kunnen barsten of breken als de inhoud eenmaal bevroren is. Plaats in de koelruimte geen warme levens-
middelen.
De levensmiddelen die gemakkelijk geuren en smaken opnemen, de vloeistoffen, en dranken met hoog alcohol-
gehalte moeten hermetisch afgesloten worden en in verticale positie geplaatst worden.
INVRIEZEN
- Voorkom dat de nog niet-ingevroren producten in aanraking komen met de al bevroren producten.
- Gebruik altijd droge verpakkingen om te voorkomen dat ze tijdens het vriezen één geheel blok vormen.
- Bereid de levensmiddelen in porties om snel invriezen te vergemakkelijken.
- Als uw apparaat voorzien is van een schakelaar voor
Superfrost
, om de maximale hoeveelheid levensmiddelen
in te vriezen, die aangeduid staat op het plaatje met technische gegevens, moet u onderstaande aanwijzigingen
opvolgen:
• Schakel de Superfrost 24 uur voor het invriezen in.
• Om de levensmiddelen in te vriezen legt u ze rechtstreeks op de vriesplaat en als ze eenmaal bevroren zijn,
plaatst u ze op de plateaus in de schuifladen.
• Niet onnodig de deur openen. Mocht het nodig zijn om haar te openen, doe het dan zo snel mogelijk.
• Schakel de Superfrost 26 uur na de start van het invriezen uit.
Het gele controlelampje van Superfrost zal uitgaan en het apparaat zal zijn normale werking in energieverbruik her-
vatten.
• Kleine hoeveelheden levensmiddelen (tot 2 kg), kunnen ingevroren worden zonder de Superfrost in te schakelen,
door ze rechtstreeks in de lade te doen..
- Als uw apparaat
niet voorzien
is van een schakelaar voor
Superfrost
om de maximale hoeveelheid levens-
middelen in te vriezen, die aangeduid staat op het plaatje met technische gegevens, moet u onderstaande aan-
wijzigingen opvolgen:
• Draai de thermostaat 24 uur van te voren op stand 4 of 5.
• Verdeel de producten over het bovenste plateau en voorkom dat de deur onnodig geopend wordt.
• Plaats de thermostaat 26 uur na de start van het invriezen weer op de gewenste stand.
75
HET BEREIDEN VAN IJSKLONTJES:
- Vul de ijsbakjes voor drievierde deel met water en plaats ze in het vriesvak.
- Als het water eenmaal bevroren is, kunt u de ijsklontjes loshalen door de plateaus licht te bui-
gen.
- Indien de ijsbakjes tijdens het invriezen vastplakken aan de bodem van het compartiment,
probeer ze dan niet los te maken met scherpe of puntige voorwerpen, aangezien ze het appa-
raat kunnen beschadigen. Gebruik houten of platic spatels.
- Nuttig ijsblokjes niet meteen nadat u ze uit de diepvrieszone heeft gehaald, aangezien ze
brandwonden zouden kunnen veroorzaken.
ONTDOOIEN VAN LEVENSMIDDELEN
Niet alle levensmiddelen moeten op dezelfde manier ontdooid worden.
- Als u diepvriesproducten in de winkel heeft gekocht, volg dan de aanwijzingen op de verpakking.
- Groenten moeten direct bereid worden.
- Over het algemeen kunnen kant-en –klaar producten of voorgekookte levensmiddelen direct bereid worden.
- Vlees en vis moet gedurende enkele uren langzaam in de koelkast ontdooien.
Als u over een magnetron beschikt, kunt u het ontdooien in grote mate versnellen.
HOE CORRECT GEBRUIK TE MAKEN VAN HET APPARAAT:
ADVIEZEN
- Open niet te vaak de deur van de vrieskist om te vermijden dat de binnentemperatuur stijgt.
- Overschrijd de maximale houdbaarheidsdatum van de diepvriesproducten niet.
- De hoeveelheid in één keer in te vriezen levensmiddelen moet niet de maximale vriescapaciteit overschrijden die
op het typeplaatje aangegeven staat.
- Vries altijd levensmiddelen in die in goede staat verkeren.
- Wikkel de levensmiddelen in aluminium- of huishoudfolie om te voorkomen dat ze uitdrogen.
- Plak een etiket op de verpakking, waar de inhoud op staat en de datum van invriezen.
- Laat verse levensmiddelen niet in contact komen met bevroren levensmiddelen.
- Vries een ontdooid product nooit een tweede keer in.
- Bewaar geen koolzuurhoudende dranken of glazen flessen in de vrieskist, aangezien de flessen uit elkaar kun-
nen springen.
- Nuttig geen ijs of hele koude producten, want ze kunnen brandwonden in de mond veroorzaken.
SUGGESTIES OM ELECTRICITEIT TE BESPAREN
- Installeer het apparaat niet op plaatsen die blootstaan aan direct zonlicht of zich in de buurt van warmtebronnen
bevinden, aangezien het stroomverbruik dan hoger wordt.
- Blokkeer het ventilatierooster of de openingen voor luchtcirculatie niet. Wij raden aan één à twee keer per jaar
het stof af te nemen.
- Plaats geen warme levensmiddelen in de vrieskist.
- Open de deur van de vrieskist alleen als het nodig is.
76
5. REINIGING EN ONDERHOUD
Voor elke willekeurige handeling van reiniging of onderhoud, dient het apparaat uitgeschakeld te worden door
ofwel de stekker uit het stopcontact te halen ofwel de hoofdschakelaar van de electriciteitsinstallatie uit te scha-
kelen. Let erop dat u bij het uittrekken van de stekker niet aan de aansluitkabel trekt.
ONTDOOIEN
- Als uw koelkast geen vriesvak heeft, gebeurt de ontdooiing automatisch. Tijdens de ontdooiing glijden de water-
druppels over de achterwand. Het dooiwater loopt via een gootje in het vaatje dat zich op de compressor bevindt,
waarna het verdampt.
- Als de koelkast over een vriesvak beschikt is het aan te raden, om het energieverbruik te beperken, regelmatig
de ijslaag van de binnenkant en/of de vriesplaten te verwijderen (3 of 4 mm). Het ontdooien moet zo snel mogelijk
afgehandeld worden, omdat de houdbaarheid korter wordt naarmate de temperatuur van de levensmiddelen stijgt.
- Om het proces te versnellen kunt u gebruik maken van een plastic spatel, maar gebruik in geen geval geslepen
of puntige metalen voorwerpen (messen, vorken, metalen spatels...) aangezien ze het koelsysteem kunnen
beschadigen. Gebruik ook geen waterverdampers, verwarmingsapparaten, drogers of ontdooisprays om het pro-
ces te versnellen. Het koelsysteem zou onherstelbaar beschadigd kunnen raken en een bron van gevaar vormen
bij de apparaten die op R-600-A werken.
- Voor het ontdooien dient u op de volgende manier te werk te gaan:
1. Haal de stekker uit het stopcontact of zet de schakelaar uit.
2. Haal de levensmiddelen uit de vrieskist en bewaar ze in thermische zakken op een koele plek.
3. Draai de thermostaat op stand .
4. Laat het dooiwater in een bakje lopen.
5. Neem het dooiwater op met een spons of een doek.
6. Droog ook de wanden en/of de vriesplaten.
7. Sluit de stekker aan op het electriciteitsnet.
8. Draai de thermostaat op de gewenste stand (Zie hoofdstuk
"INSTELLING VAN DE TEMPERATUUR"
).
ONDERHOUD
- Voor elke willekeurige reinigingshandeling dient u de stekker uit het stopcontact te halen
- Om de laden te verplaatsen of eruit te halen, trekt u ze naar voren totdat de voorkant niet verder kan, draait u ze
naar boven en trekt u ze er volledig uit. Om het plateau erin te doen, volgt u de tegengestelde procedure.
- Reinig de binnenkant bij het ontdooien.
- Voor de reiniging van de binnenkant en de onderdelen raden wij aan een oplossing van water en bicarbonaat te
gebruiken.
Voorkom:
• Schuurmiddelhoudende reinigingsmiddelen, wasmiddelen of zeep.
• Schuursponzen of sponzen van plastic materiaal.
• Agressieve producten (alcohol, verdunnende middelen,... ).
- Maak regelmatig het afwateringsgootje schoon dat zich aan de achterwand bevindt; met een borstel of met een
voorwerp zonder punt (zoals een wattenstaafje).
- Spoel met helder water.
- Reinig de deurdichting met water en droog haar zorgvuldig.
- Droog zorgvuldig alle onderdelen en laat de deur gedurende enkele minuten op een kier staan.
- De levensmiddelen kunnen teruggezet worden in de koelruimte.
- Reinig de buitenkant met een zachte vochtige doek.
- Reinig het ventilatierooster van de motor en de condensator met een stofzuiger of zachte borstel. Let op, dat u
de interne aansluitingen niet beschadigd of lostrekt.
- Voor korte afwezigheid wordt aangeraden het apparaat ingeschakeld te laten.
77
Attentie:
Voor het ontdooien of schoonmaken van het apparaat moet worden afgezien van het
gebruik van een stoomreiniger. Stoom kan de onderdelen die onder spanning staan
beschadigen en kortsluiting of een electrische ontlading veroorzaken. Stoom kan het
kunststof aantasten.
Olie of vet mag niet in aanraking komen met de wanden van het apparaat, maar moet in
geschikte bakjes gedaan worden, om zodoende te voorkomen dat het kunststof aange-
tast wordt.
Een voorbeeld van deze substanties:
- Olijf – en kiemolie.
- Boter en dierlijke vetten.
- Citroen- of sinaasappelsap.
- Wasmiddelen of producten die azijnzuur bevatten.
ADVIES IN GEVAL VAN INACTIVITEIT
In geval van lange afwezigheid, raden wij aan het apparaat uit te schakelen, de stekker uit het stopcontact te trek-
ken, het apparaat te legen, de binnenkant te reinigen en de deur open te laten om te voorkomen dat er luchtjes
ontstaan.
VERWISSELEN VAN DE LAMP
- Haal de stekker uit het stopcontact of schakel de hoofdschakelaar van de huisinstallatie uit, voordat u de lamp
vervangt.
- Haal de defecte lamp eruit en vervang deze door een andere die gelijk is aan de waarde die aangegeven staat
op de lampbeschermer (bijvoorbeeld maximaal 15W).
- Als de lamp vervangen is, kan het apparaat weer ingeschakeld worden.
GEWONE GELUIDEN VAN HET APPARAAT
- Het koelmiddel kan een borrelend geluid veroorzaken tijdens het circuleren door de buisleidingen.
- De compressor kan gezoem en /of een licht geklop produceren, dat duidelijker te horen kan zijn bij de start.
- Gekraak dat veroorzaakt wordt door uitzetting en samentrekking van de gebruikte materialen.
- Het gebruikte isolatiemateriaal versterkt de geluidsniveaus.
78
De binnentempera-
tuur is niet koud
genoeg.
De binnentempera-
tuur is te koud.
Het apparaat
maakt teveel
geluid.
Het apparaat func-
tioneert niet.
Er komt water uit
het apparaat.
Controleer of:
• De deur goed sluit.
• De thermostaat in de correcte stand staat.
• De vrieskist niet in de buurt van warmtebronnen staat.
• In het vriesvak geen te dikke ijslaag zit.
Controleer of:
• De thermostaat in de correcte stand staat.
• De schakelaar niet op stand Super staat.
• Het apparaat goed vlak staat in het meubel.
• De achterkant niet tegen de achterwand aankomt.
• De laden aan de binnenkant goed geplaatst zijn.
Controleer of:
• De stand van de thermostaat niet op 0 staat.
• De stekker in het stopcontact zit.
• De aansluitkabel niet kapot is
• De stekker goed in het stopcontact zit.
Controleer of:
• Het afwateringscircuit niet verstopt zit.
• Het verdampingsvaatje van de compressor niet vol zit met restjes en
schoongemaakt moet worden.
6. OPLOSSING VAN PROBLEMEN
Het onregelmatig functioneren is niet altijd aan een defect van het apparaat te wijten, maar wordt vaak veroorzaakt
door een verkeerde installatie of ondeskundig gebruik. Om een onnodige tussenkomst van de Technische Dienst
en de daarbij behorende kosten te voorkomen, stellen we voor dat u onderstaande adviezen leest waardoor u mis-
schien zelf het probleem op kunt lossen.
Als er na het controleren van genoemde punten geen normale werking wordt verkregen, moet u zich wenden tot
de dichtstbijzijnde Technische Dienst.
PROBLEEM MOGELIJKE OPLOSSING
79
7. BELLEN NAAR DE TECHNISCHE DIENST
Lees aandachtig de gebruiksaanwijzing en als u het probleem niet heeft kunnen oplossen, bel
dan naar de Technische Dienst. Aan de binnenkant van de deur van uw vrieskist vindt u een
rood/witte sticker, waar het nummer opstaat van Technische Dienst
- Het adres en telefoonnummer van de dichtstbijzijnde vestiging staat op de lijst met service
punten van de Technische Dienst, die wij bij het apparaat verstrekken, ofwel in het telefoonboek van uw woon-
plaats.
- Om de taak van de Technische Dienst te vergemakkelijken, dient u de volgende gegevens te verstrekken:
• Model van het apparaat.
• Referentie van het apparaat.
• Aankoopdatum.
• Omschrijving van het probleem.
• Adres en telefoonnummer van uw woning.
- Elke willekeurige reparatie, inclusief de eventuele vervanging van de aansluitkabel, moet uitgevoerd
worden door de Technische Dienst of door erkende vakmensen.
Dit apparaat is vervaardigd om in contact te komen met levensmiddelen en is conform de d.l.
108 van 25/01/92 (Europese Richtlijn 89/109 CE). Dit apparaat is bedacht, geproduceerd en
in de verkoop gebracht conform:
- Richtlijn voor Lage Spanning 73/23 CE
- Richtlijn EMC 89/336 CE
- Richtlijn CE-markering 93/68/CE
- Richtlijn energieke efficiëntie 96/57 CE
Cod. 02.20.537 A
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80

Groupe Brandt FID-261 de handleiding

Categorie
Diepvriezers
Type
de handleiding