Yamaha R-N602 de handleiding

Categorie
Auto media-ontvangers
Type
de handleiding
LET OP: LEES HET VOLGENDE VOOR U DIT TOESTEL IN GEBRUIK NEEMT.
i Nl
1 Om er zeker van te kunnen zijn dat u de optimale prestaties uit
uw toestel haalt, dient u deze handleiding zorgvuldig door te
lezen. Bewaar de handleiding op een veilige plek zodat u er
later nog eens iets in kunt opzoeken.
2 Installeer dit toestel op een goed geventileerde, koele, droge,
schone plek – uit direct zonlicht, uit de buurt van
warmtebronnen, trillingen, stof, vocht en/of kou. Zorg, ten
behoeve van voldoende ventilatie, minimaal voor de volgende
vrije ruimte.
Boven: 30 cm
Achter: 20 cm
Zijkanten: 20 cm
3 Plaats dit toestel uit de buurt van andere elektrische
apparatuur, motoren of transformatoren om storend gebrom te
voorkomen.
4 Stel dit toestel niet bloot aan plotselinge
temperatuurswisselingen van koud naar warm en plaats het
toestel niet in een omgeving met een hoge vochtigheidsgraad
(bijv. in een ruimte met een luchtbevochtiger) om te
voorkomen dat zich binnenin het toestel condens vormt, wat
zou kunnen leiden tot elektrische schokken, brand, schade aan
dit toestel en/of persoonlijk letsel.
5 Vermijd plekken waar andere voorwerpen op het toestel
kunnen vallen, of waar het toestel bloot staat aan druppelende
of spattende vloeistoffen. Plaats de volgende dingen niet
bovenop dit toestel:
Andere componenten, daar deze schade kunnen
veroorzaken en/of de afwerking van dit toestel kunnen
doen verkleuren.
Brandende voorwerpen (bijv. kaarsen), daar deze brand,
schade aan dit toestel en/of persoonlijk letsel kunnen
veroorzaken.
Voorwerpen met vloeistoffen, daar deze elektrische
schokken voor de gebruiker en/of schade aan dit toestel
kunnen veroorzaken wanneer de vloeistof daaruit in het
toestel terecht komt.
6 Dek het toestel niet af met een krant, tafellaken, gordijn enz.
zodat de koeling niet belemmerd wordt. Als de temperatuur
binnenin het toestel te hoog wordt, kan dit leiden tot brand,
schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel.
7 Steek de stekker van dit toestel pas in het stopcontact als alle
aansluitingen gemaakt zijn.
8
Gebruik het toestel niet wanneer het ondersteboven is geplaatst.
Het kan hierdoor oververhit raken wat kan leiden tot schade.
9 Gebruik geen overdreven kracht op de schakelaars, knoppen
en/of snoeren.
10 Wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u aan de
stekker zelf trekken, niet aan het snoer.
11 Maak dit toestel niet schoon met chemische oplosmiddelen;
dit kan de afwerking beschadigen. Gebruik alleen een schone,
droge doek.
12 Gebruik alleen het op dit toestel aangegeven voltage. Gebruik
van dit toestel bij een hoger voltage dan aangegeven is
gevaarlijk en kan leiden tot brand, schade aan het toestel en/of
persoonlijk letsel. Yamaha aanvaardt geen aansprakelijkheid
voor enige schade veroorzaakt door gebruik van dit toestel
met een ander voltage dan hetgeen aangegeven staat.
13 Om schade als gevolg van blikseminslag te voorkomen, dient
u de stekker uit het stopcontact te halen wanneer het onweert.
14 Probeer niet zelf wijzigingen in dit toestel aan te brengen of
het te repareren. Neem contact op met erkend Yamaha
servicepersoneel wanneer u vermoedt dat het toestel reparatie
behoeft. Probeer in geen geval de behuizing open te maken.
15 Wanneer u dit toestel voor langere tijd niet zult gebruiken
(bijv. vakantie), dient u de stekker uit het stopcontact te halen.
16 Lees het hoofdstuk “Foutopsporing” in de handleiding over
veel voorkomende vergissingen bij de bediening voor u de
conclusie trekt dat het toestel een storing of defect vertoont.
17 Voor u dit toestel verplaatst, dient u A naar beneden te
drukken om dit toestel uit te schakelen, waarna u de stekker
uit het stopcontact dient te halen.
18 Er zal zich condens vormen wanneer de
omgevingstemperatuur plotseling verandert. Haal de stekker
uit het stopcontact en laat het toestel met rust.
19 Wanneer het toestel langere tijd achter elkaar gebruikt wordt,
kan het warm worden. Schakel het toestel uit en laat het
afkoelen.
20 Installeer dit toestel in de buurt van een stopcontact op een
plek waar u de stekker gemakkelijk kunt bereiken.
21 De batterijen mogen niet worden blootgesteld aan hitte, zoals
door direct zonlicht, vuur of iets dergelijks. Gooi de batterijen
weg volgens de in uw regio geldende regelgeving.
22 Een te hoge geluidsdruk (volume) van een oortelefoon of
hoofdtelefoon kan leiden tot gehoorschade.
Dit etiket moet op het product worden aangebracht wanneer de
bovenkant heet kan worden tijdens gebruik.
Let op: Lees het volgende voor u dit toestel in gebruik neemt.
De stroomvoorziening van dit toestel is niet afgesloten zolang de
stekker in het stopcontact zit, ook al is het toestel zelf uitgeschakeld
met A. Dit is de zogenaamde standby-stand. In deze toestand is het
toestel ontworpen een zeer kleine hoeveelheid stroom te
verbruiken.
WAARSCHUWING
OM DE RISICO’S VOOR BRAND OF ELEKTRISCHE
SCHOKKEN TE VERMINDEREN, MAG U DIT TOESTEL IN
GEEN GEVAL BLOOTSTELLEN AAN VOCHT OF REGEN.
Gebruik dit toestel niet binnen een afstand van 22 cm van personen
met geïmplanteerde hartpacemaker of defibrillator.
Nederlands
LET OP: LEES HET VOLGENDE VOOR U DIT TOESTEL IN GEBRUIK NEEMT.
ii Nl
Nederlands
Opmerkingen over de
afstandsbediening en batterijen
Mors geen water of andere vloeistoffen op de
afstandsbediening.
Laat de afstandsbediening niet vallen.
Laat de afstandsbediening niet liggen en bewaar hem niet op
de volgende plaatsen:
zeer vochtige plaatsen, bijvoorbeeld bij een bad
zeer warme plekken, zoals bij een kachel of fornuis
zeer koude plaatsen
stoffige plaatsen
Plaats de batterijen in overeenstemming met de
polariteitsmarkeringen (+ en -).
Vervang alle batterijen als u merkt dat het werkingsbereik van
de afstandsbediening kleiner wordt.
Als de batterijen leeg raken, haal ze dan onmiddellijk uit de
afstandsbediening om ontploffing of zuurlekkage te
voorkomen.
Als u lekkende batterijen vindt, doe de batterijen dan
onmiddellijk weg waarbij u ervoor zorgt dat u het weggelekte
materiaal niet aanraakt. Als het weggelekte materiaal in
contact komt met uw huid, uw ogen of uw mond, spoel het
dan onmiddellijk weg en raadpleeg een arts. Maak het
batterijvak goed schoon voordat u nieuwe batterijen plaatst.
Gebruik geen oude en nieuwe batterijen door elkaar. Hierdoor
kan de levensduur van de nieuwe batterijen verkort worden of
kunnen de oude batterijen gaan lekken.
Gebruik geen verschillende types batterijen door elkaar (zoals
alkaline- en mangaanbatterijen). Lees de verpakking
aandachtig omdat deze verschillende types batterijen dezelfde
vorm en kleur kunnen hebben.
Voordat u nieuwe batterijen plaatst, dient u het batterijvak
schoon te vegen.
Bewaar de batterijen op een locatie buiten bereik van
kinderen. Batterijen kunnen gevaarlijk zijn als een kind ze in
zijn of haar mond stopt.
Als de batterijen verouderen, zal het effectieve werkbereik
van de afstandsbediening aanzienlijk verminderen. Als dit
gebeurt, dient u de batterijen zo spoedig mogelijk door
nieuwe vervangen.
Als u van plan bent het toestel niet te gebruiken gedurende
een lange periode, dient u de batterijen uit het toestel te
verwijderen. Anders zullen de batterijen verslijten wat
mogelijk resulteert in lekkage van batterijvloeistof waardoor
het toestel beschadigd kan raken.
De batterijen niet met algemeen huishoudelijk afval
wegwerpen. Werp ze juist weg, volgens de lokale
reguleringen.
Bluetooth
Bluetooth is een technologie voor draadloze communicatie
tussen apparaten binnen een gebied van 10 meter. Deze maakt
gebruik van de 2,4 GHz-frequentieband, een band die zonder
licentie kan worden gebruikt.
Bluetooth-communicatiebeheer
De 2,4 GHz-band die door Bluetooth-apparaten wordt
gebruikt, is een radioband die met vele soorten apparatuur
wordt gedeeld. Hoewel Bluetooth-apparaten een technologie
gebruiken die de invloed van andere componenten op dezelfde
radioband minimaliseert, kan die invloed de snelheid of de
afstand van de communicatie beïnvloeden en in sommige
gevallen de communicatie verbreken.
De snelheid van de signaaloverdracht en de afstand
waarbinnen communicatie mogelijk is, verschillen in functie
van de afstand tussen de communicatieapparaten, de
aanwezigheid van obstakels, de toestand van de radiogolven
en het soort apparatuur.
Yamaha biedt geen garantie voor alle draadloze verbindingen
tussen dit toestel en apparaten die compatibel zijn met de
Bluetooth-functie.
Informatie voor gebruikers over inzameling en
verwijdering van oude apparaten en gebruikte
batterijen
Deze tekens op de producten, verpakkingen en/of
bijgaande documenten betekenen dat gebruikte
elektrische en elektronische producten en batterijen niet
mogen worden gemengd met algemeen huishoudelijk
afval.
Breng alstublieft voor de juiste behandeling,
herwinning en hergebruik van oude producten en
gebruikte batterijen deze naar daarvoor bestemde
verzamelpunten, in overeenstemming met uw
nationale wetgeving en de instructies 2002/96/EC en
2006/66/EC.
Door deze producten en batterijen correct te
verwijderen, helpt u natuurlijke rijkdommen te
beschermen en voorkomt u mogelijke negatieve
effecten op de menselijke gezondheid en de omgeving,
die zich zouden kunnen voordoen door ongepaste
afvalverwerking.
Voor meer informatie over het inzamelen en
hergebruik van oude producten en batterijen kunt u
contact opnemen met uw plaatselijke
gemeentebestuur, uw afvalverwerkingsbedrijf of het
verkooppunt waar u de artikelen heeft gekocht.
[Informatie over verwijdering in andere
landen buiten de Europese Unie]
Deze symbolen zijn alleen geldig in de Europese Unie.
Mocht u artikelen weg willen gooien, neem dan
alstublieft contact op met uw plaatselijke
overheidsinstantie of dealer en vraag naar de juiste
manier van verwijderen.
Opmerking bij het batterijteken (onderste
twee voorbeelden):
Dit teken wordt mogelijk gebruikt in combinatie met
een scheikundig symbool. In dat geval voldoet het
aan de eis en de richtlijn, die is opgesteld voor het
betreffende chemisch product.
Wij, Yamaha Music Europe GmbH, verklaren hierbij dat dit toestel
voldoet aan de essentiële vereisten en andere relevante bepalingen
van Richtlijn 1999/5/EC.
Yamaha Music Europe GmbH
Siemensstr. 22-34 25462 Rellingen, Germany
Tel: +49-4101-303-0
1 Nl
VOORBEREIDINGEN
INLEIDING
BASISBEDIENING
AANVULLENDE
INFORMATIE
GEAVANCEERDE
BEDIENING
Nederlands
INLEIDING
Wat u kunt doen met dit toestel ................................ 2
Bronnen die op dit toestel afgespeeld kunnen worden ... 2
Handige apps bedienen (MusicCast CONTROLLER)... 3
Bijgeleverde accessoires ............................................. 4
Bedieningselementen en functies............................... 5
Voorpaneel..................................................................... 5
Display voorpaneel ........................................................ 7
Achterpaneel.................................................................. 8
Afstandsbediening ......................................................... 9
VOORBEREIDINGEN
Aansluitingen ............................................................ 11
De luidsprekers aansluiten........................................... 12
De FM- en AM-antennes aansluiten............................ 13
De netwerkkabel aansluiten......................................... 14
Een draadloze antenne voorbereiden ........................... 14
Het netsnoer aansluiten................................................ 14
Op een netwerk aansluiten ...................................... 15
De iOS-apparaatinstelling delen .................................. 16
De WPS-drukknopconfiguratie gebruiken .................. 17
De draadloze netwerkverbinding handmatig instellen
... 18
Een mobiel apparaat direct met het toestel verbinden
(Wireless Direct) ..................................................... 19
De netwerkverbindingsstatus controleren.................... 20
BASISBEDIENING
Afspelen ..................................................................... 21
Een bron afspelen ........................................................ 21
De slaaptimer gebruiken.............................................. 23
Luisteren naar FM/AM-radio ................................. 24
FM/AM afstemmen ..................................................... 24
Automatische voorkeuze-afstemming
(alleen FM-stations) ................................................ 24
Handmatige voorkeuze voor afstemming.................... 25
Een voorkeuzestation terugroepen............................... 26
Een voorkeuzestation wissen....................................... 26
Radio Data System afstemmen.................................... 27
Muziek weergeven via Bluetooth ............................. 28
Verbinding maken met een Bluetooth-apparaat
(koppelen)................................................................ 28
Inhoud van het Bluetooth-apparaat weergeven............ 28
Verbreken van een Bluetooth-verbinding.................... 29
Muziek afspelen van mediaservers (pc´s/NAS)...... 30
Het delen van muziekbestanden via media instellen ... 30
Afspelen pc-muziekinhoud.......................................... 31
Luisteren naar internetradio................................... 33
Favoriete internetradiostations registreren
(bookmarks)............................................................. 34
Afspelen van iPod/iTunes-muziek via een netwerk
(AirPlay).................................................................35
iPod/iTunes-muziekinhoud afspelen ........................... 35
Muziek afspelen van een USB-opslagapparaat ......37
Een USB-opslagapparaat aansluiten............................ 37
Weergeven van de inhoud van een
USB-opslagapparaat ................................................ 37
iPod-muziek weergeven ............................................39
Een iPod aansluiten ..................................................... 39
iPod-inhoud afspelen ................................................... 39
Informatie wisselen op de display van het
voorpaneel..............................................................41
Het huidige nummer/de huidige zender
registreren (voorkeuzefunctie).............................42
Een voorkeuze registreren ........................................... 42
Een voorkeuze terugroepen ......................................... 42
GEAVANCEERDE BEDIENING
Afspeelinstellingen configureren voor
verschillende afspeelbronnen (menu Option).....43
Onderdelen van het menu Option................................ 43
Verschillende functies configureren
(menu Setup)..........................................................44
Onderdelen van het menu Setup.................................. 44
Network ....................................................................... 45
Bluetooth ..................................................................... 46
Max Volume ................................................................ 47
Initial Volume.............................................................. 47
AutoPowerStdby (Auto Power Standby)..................... 47
ECO Mode................................................................... 47
De systeeminstellingen configureren
(menu ADVANCED SETUP)...............................48
Onderdelen van het menu ADVANCED SETUP ....... 48
De instelling van de luidsprekerimpedantie (SP IMP.)
wijzigen ................................................................... 48
De afstandsbedienings-ID selecteren
(REMOTE ID)......................................................... 48
De standaardinstellingen herstellen (INIT) ................. 48
De firmware bijwerken (UPDATE)............................. 49
De versie van de firmware controleren (VERSION)... 49
De firmware van het toestel bijwerken via het
netwerk...................................................................50
AANVULLENDE INFORMATIE
Foutopsporing............................................................51
Foutindicaties op display voorpaneel ......................57
Handelsmerken..........................................................58
Technische gegevens..................................................59
Index...........................................................................60
Inhoud
“Opmerking” wijst op voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van het product en op functiebeperkingen. y wijst op aanvullende
uitleg voor een beter gebruik.
In deze handleiding wordt de bediening met de meegeleverde afstandsbediening uitgelegd.
In deze handleiding worden de “iPod” en “iPhone” allemaal aangeduid met “iPod”. “iPod” verwijst naar “iPod” als naar “iPhone”,
tenzij anderszins wordt aangegeven.
In deze handleiding worden mobiele iOS- en Android-apparaten collectief aangeduid als “mobiele apparaten”. Het specifieke type
mobiel apparaat wordt waar nodig vermeld in de uitleg.
2 Nl
INLEIDING
Dit toestel is een netwerkontanger die compatibel is met een netwerkbron, zoals een mediaserver en een mobiel apparaat.
Het toestel ondersteunt niet alleen afspelen van analoge bronnen zoals een cd-speler, maar ook Bluetooth-apparaten en
netwerkdevices and netwerk streamingservices.
*
U hebt een in de handel verkrijgbare draadloze router (toegangspunt) nodig als u een mobiel apparaat gebruikt.
1 Internetradio afspelen (p. 33)
2 De streamingservice afspelen
(zie de aanvulling voor elke service.)
3 Muziekbestanden die opgeslagen zijn op uw
pc afspelen (p. 30)
4 Muziekbestanden die opgeslagen zijn op uw
NAS afspelen (p. 30)
5 Muziekbestanden die opgeslagen zijn op uw
iPod/iTunes afspelen met AirPlay (p. 35)
6 Audio-inhoud van Bluetooth-apparaten
afspelen (p. 28)
7 Muziekbestanden die opgeslagen zijn op uw
iPoad afspelen (p. 39)
8 Muziekbestanden die opgeslagen zijn op uw
USB-apparaat afspelen (p. 37)
9 Uw externe component afspelen (p. 11)
0 Luisteren naar FM/AM-radio (p. 24)
y
Raadpleeg “Aansluitingen” (p. 11) voor meer informatie over het aansluiten van externe apparaten.
Wat u kunt doen met dit toestel
Bronnen die op dit toestel afgespeeld kunnen worden
FM/AMFM/AM
VOLUME
PURE DIRECT
RETURN
CONNECT
PUSH - ENTER
TUNINGPRESET
BAND
MEMORY CLEAR
BASSINPUT
5V
1A
BALANCE
LR
TREBLE
LOUDNESS
FLAT
-30dB
DIMMER
DISPLAY
SELECT
PHONES
SPEAKERS
AB
MODE
Dit toestel
1 Internet
2 Streamingservice
Modem
Router*
3 Pc
5 AirPlay (iTunes)
4 NAS
7 iPod
0
5 AirPlay (iPod)
6 Bluetooth
8 USB-
apparaat
9 Cd-speler, enz.
Mobiel
apparaat
Wat u kunt doen met dit toestel
3 Nl
INLEIDING
Nederlands
U kunt het toestel bedienen en programmeren, of streamingservices afspelen via dit toestel. U doet dit middels de
installatie van de gratis MusicCast CONTROLLER-app op een mobiel apparaat. Zoek voor details naar “MusicCast
CONTROLLER” in de App Store of op Google Play.
Mogelijkheden van MusicCast CONTROLLER
De standaardwerking van het toestel (aanzetten/stand-by, volume aanpassen en ingang selecteren)
Nummers die zijn opgeslagen op computers (servers) afspelen
Een internet-radiozender selecteren
Muziek afspelen op mobiele apparaten
Muziek afspelen op een streamingservice
Audio verspreiden en ontvangen tussen het toestel en andere apparaten die Yamaha MusicCast ondersteunen
Raadpleeg MusicCast Installatiehandleiding voor de details.
Handige apps bedienen (MusicCast CONTROLLER)
4 Nl
Controleer of de volgende accessoires bij het product zijn geleverd.
Bijgeleverde accessoires
LINE 1
OPT 1 OPT 2 CD
COAX 1 COAX 2
BLUETOOTH
NET USB
LINE 2 LINE 3
TUNER
PRESET
TUNING
BAND
MEMORY
SETUP
HOME
MUTENOW PLAYING
VOLUME
RETURN
ENTER
REPEAT
SHUFFLE
SLEEP
PHONO
B
A
SPEAKERS
OPTION
Afstandsbediening
FM-antenneAM-antenne
Batterijen (x2)
(AA, R6, UM-3)
MusicCast Installatiehandleiding
Bedieningselementen en functies
5 Nl
INLEIDING
Nederlands
1 A (aan/uit)
Hiermee zet u het toestel aan/uit (stand-by).
2 STANDBY/ON-lampje
Brandt als volgt:
Helder brandend: toestel staat aan
Gedempt: stand-bymodus
In de stand-bymodus verbruikt dit toestel een kleine hoeveelheid
voeding om van de afstandsbediening infraroodsignalen te
ontvangen.
3 Afstandsbedieningssensor
Deze ontvangt de signalen van de afstandsbediening.
4 DIMMER
Wijzigt het helderheidsniveau van het voorpaneelscherm.
Kies de helderheid uit 5 niveaus door herhaaldelijk op
deze toets te drukken.
5 DISPLAY
Selecteert de informatie die wordt weergegeven op de
display op het voorpaneel (p. 41).
6 MODE
Stelt de FM-bandontvangstmodus in op automatische
stereo of mono-ontvangst (p. 24).
Schakelt tussen de iPod-bedieningsmodi (p. 40).
7 MEMORY
Registreert het huidige FM/AM-station als voorkeuze op
als TUNER als signaalbron wordt geselecteerd (p. 25).
Registreert het huidige nummer dat wordt afgespeeld of
de streamingzender als een voorkeuze wanneer NET, USB
(met uitzondering van iPod) zijn geselecteerd als
signaalbron (p. 42).
8 CLEAR
Wist een FM/AM-voorkeuzestation als TUNER als de
signaalbron is geselecteerd (p. 26).
9 BAND
Schakelt tussen FM en AM (p. 24).
0 Display voorpaneel
Geeft informatie weer over de bedrijfsstatus van het
toestel.
A PRESET j / i
Roept een vooraf ingestelde FM/AM-zender (p. 26) of
nummer/streamingzender op (p. 42).
B TUNING jj / ii
Selecteert de afstemmingsfrequentie als TUNER als de
signaalbron is geselecteerd (p. 24).
C PURE DIRECT en indicator
Hiermee kunt u naar een bron luisteren met het zuiverst
mogelijke geluid (p. 21). De indicator erboven licht op en
de display op het voorpaneel wordt uitgeschakeld als deze
functie is ingeschakeld.
Bedieningselementen en functies
Voorpaneel
VOLUME
PURE DIRECT
RETURN
CONNECT
PUSH - ENTER
TUNINGPRESET
BAND
MEMORY CLEAR
BASSINPUT
5V
1A
BALANCE
LR
TREBLE
LOUDNESS
FLAT
-30dB
DIMMER MODE
DISPLAY
SELECT
PHONES
SPEAKERS
AB
12 3 4 5 6 7 8 9: B CA
Opmerking
Bedieningselementen en functies
6 Nl
D PHONES-aansluiting
Voert audio uit naar uw hoofdtelefoon zodat u privé kunt
luisteren.
E SPEAKERS A/B
Schakelt, elke keer dat de overeenkomende toets wordt
ingedrukt, de luidsprekerset in of uit die is aangesloten op
de aansluitingen SPEAKERS A en/of SPEAKERS B op
het achterpaneel.
F USB-aansluiting
Voor het aansluiten van een USB-opslagapparaat (p. 37)
of een iPod (p. 39).
G INPUT-selector
Hiermee kiest u de signaalbron waar u naar wilt luisteren.
H BASS +/–-bediening
Verhoogt of verlaagt de versterking van de lage tonen. De
middelste stand levert een vlakke klank op (p. 22).
I TREBLE +/–-bediening
Verhoogt of verlaagt de versterking van de hoge tonen. De
middelste stand levert een vlakke klank op (p. 22).
J BALANCE-bediening
Stelt de geluidsbalans van de linker- en
rechterluidsprekers af om onevenwichtig geluid te
compenseren dat wordt veroorzaakt door de plaatsing van
de luidsprekers of door omstandigheden in de kamer waar
er wordt geluisterd (p. 22).
K LOUDNESS-bediening
Behoudt de volledige toonreeks op alle volumeniveaus om
te compenseren voor het verminderd menselijk gehoor op
het gebied van hoge en lage frequentiereeksen op een laag
volume (p. 22).
L SELECT/ENTER (stapsgewijze keuzeknop)
Draai de keuzeknop om een numerieke waarde of
instelling te selecteren en druk vervolgens op de
keuzeknop om te bevestigen.
M RETURN
Keert terug naar de vorige indicatie op het
voorpaneelscherm.
CONNECT
Gebruiken om het toestel te bedienen via de MusicCast
CONTROLLER-app voor mobiele apparaten. Raadpleeg
MusicCast Installatiehandleiding voor de details.
N VOLUME-bediening
Verhoogt of verlaagt het geluidsniveau.
VOLUME
PURE DIRECT
RETURN
CONNECT
PUSH - ENTER
TUNINGPRESET
BAND
MEMORY CLEAR
BASSINPUT
5V
1A
BALANCE
LR
TREBLE
LOUDNESS
FLAT
-30dB
DIMMER MODE
DISPLAY
SELECT
PHONES
SPEAKERS
AB
NIHGED J KLMF
Bedieningselementen en functies
7 Nl
INLEIDING
Nederlands
y
Indien er geen netwerkverbinding is ingesteld, zet u het toestel AAN om “WAC” (Wireless Accessory Configuration - configuratie
draadloos accessoire) op het voorpaneel weer te geven en het toestel automatisch te laten zoeken naar een iOS-apparaat. Zie “De iOS-
apparaatinstelling delen” (p. 16) voor informatie over het verbinden met een iOS-apparaat en netwerk.
1 Informatieweergave
Geeft de huidige status weer (zoals naam van ingang).
U kunt de weergegeven informatie wisselen als u op
DISPLAY drukt op het voorpaneel (p. 41).
2 STEREO
Gaat branden als het toestel een stereo FM-radiosignaal
ontvangt.
3 TUNED
Gaat branden als het toestel een signaal van een FM/AM-
station ontvangt.
4 Signaalsterkte-indicator
Brandt als het toestel verbinding maakt met een draadloos
netwerk of als toegangspunt werkt. De sterkte van het
draadloze signaal kan worden geverifieerd aan de hand
van de indicatorstatus.
5 Bluetooth-indicator
Gaat branden als het toestel verbinding maakt met een
Bluetooth-apparaat.
6 Luidsprekerindicators
“A” gaat branden als de SPEAKERS A-uitgang is
ingeschakeld en “B” brandt als de SPEAKERS B-uitgang
is ingeschakeld.
7 SLEEP
Gaat branden als de slaaptimer is ingeschakeld.
8 MUTE
Knippert als de audio is gedempt.
9 Volume-indicator
Geeft het huidige volume aan.
0 Cursorindicators
Geeft aan welke cursortoetsen op de afstandsbediening
momenteel bediend worden.
y
U kunt het helderheidsniveau van de display op het voorpaneel
wijzigen door op het voorpaneel op DIMMER te drukken (p. 5).
Display voorpaneel
VOL.
MUTE
TUNEDSTEREO
A
SLEEP
B
1 9
6
: :
2
3 7 854
Bedieningselementen en functies
8 Nl
1 PHONO-aansluitingen
Voor het aansluiten op een draaitafel (p. 11).
2 OPTICAL 1/2 aansluitingen
Voor de aansluiting op audiocomponenten die van
optische digitale uitgangen zijn voorzien (p. 11).
3 ANTENNA-aansluitingen
Voor de aansluiting op FM- en AM-antennes (p. 13).
4 COAXIAL 1/2 aansluitingen
Voor de aansluiting op audiocomponenten die van
coaxiale digitale uitgangen zijn voorzien (p. 11).
5 SPEAKERS-aansluitingen
Gebruikt om luidsprekers aan te sluiten (p. 12).
6 NETWORK-aansluiting
Voor de aansluiting op een netwerk met een netwerkkabel
(p. 14).
7 Draadloze antenne
Voor het draadloos verbinding maken met een
netwerkapparaat (p. 14).
8 Netsnoer
Voor de aansluiting op een stopcontact (p. 14).
9 LINE 1-3 aansluitingen
Voor de aansluiting op analoge audiocomponenten (
p. 11
).
0 CD-aansluitingen
Voor de aansluiting op een cd-speler (p. 11).
A SUBWOOFER PRE OUT-aansluiting
Voor de aansluiting op een subwoofer met ingebouwde
versterker (p. 11).
Achterpaneel
A
B
SPEAKERS
NETWORK
COAXIAL
OPTICAL
FM AM
75Ω
ANTENNA
SUBWOOFER
PRE OUT
PHONO
IN
1
IN
OUT
2
1
2
1
2
IN
CD
LINE
OUT
3
SIGNAL
GND
3 5 68
A
1 2 4 7
9 :
Bedieningselementen en functies
9 Nl
INLEIDING
Nederlands
1 Infraroodsignaalzender
Verzendt infrarode signalen.
2 SPEAKERS A/B
Schakelt de luidsprekers in en uit die zijn aangesloten op de
aansluitingen SPEAKERS A en/of SPEAKERS B op het
achterpaneel van het toestel wanneer u op de betreffende toets
drukt.
3 Signaalkeuzetoetsen
Hiermee selecteert u een signaalbron voor weergave.
PHONO PHONO-aansluitingen
COAX 1/2 COAXIAAL 1/2-aansluitingen
BLUETOOTH Bluetooth-aansluiting
OPT 1/2 OPTISCHE 1/2-aansluitingen
CD Cd-aansluitingen
LINE 1-3 LINE 1-3-aansluitingen
TUNER FM/AM-tuner
NET Netwerkbronn (druk hier herhaaldelijk op om
de gewenste netwerkbron te selecteren)
USB USB-aansluiting (op het voorpaneel)
4 Radiotoetsen
De FM/AM-radio bedienen (p. 24).
BAND Schakelt tussen FM en AM.
TUNING jj/ii Selecteert de radiofrequentie.
5 Voorkeuzetoetsen
MEMORY Registreert het huidige FM/AM-station als
voorkeuze als TUNER is geselecteerd als de
signaalbron (p. 25).
Registreert het huidige nummer dat wordt
afgespeeld of de streamingzender als een
voorkeuze wanneer NET, USB (met
uitzondering van iPod) zijn geselecteerd als
signaalbron (p. 42).
PRESET j/i Roept een vooraf ingestelde FM/AM-zender
(p. 26) of nummer/streamingzender op (p. 42).
6 Menutoetsen
Cursortoetsen Hiermee selecteert u een menu of parameter.
(B/C/D/E)
ENTER Hiermee bevestigt u een geselecteerd item.
RETURN Keert terug naar de vorige status.
7 HOME
Keert terug naar het bovenste niveau bij het selecteren van
muziekbestanden, mappen, etc.
8 SETUP
Geeft het menu “Setup” weer (p. 44).
9 NOW PLAYING
Geeft muziekgegevens weer bij het selecteren van
muziekbestanden, mappen, etc.
0 VOLUME +/-
Hiermee past u het volume aan.
A Afspeeltoetsen
Laten u afspelen en andere handelingen uitvoeren voor
netwerkbronnen, Bluetooth- en USB-apparaten.
Afstandsbediening
LINE 1
OPT 1 OPT 2 CD
COAX 1 COAX 2
BLUETOOTH
NET USB
LINE 2 LINE 3
TUNER
PRESET
TUNING
BAND
MEMORY
SETUP
HOME
MUTENOW PLAYING
VOLUME
RETURN
ENTER
REPEAT
SHUFFLE
SLEEP
PHONO
B
A
SPEAKERS
OPTION
1
3
6
7
0
8
9
2
4
5
A
Bedieningselementen en functies
10 Nl
B A (aan/uit)
Hiermee zet u het toestel aan/uit (stand-by).
C SLEEP
Stelt de slaaptimer in (p. 23).
D OPTION
Geeft het menu “Option” weer (p. 43).
E MUTE
Dempt de audioweergave.
Batterijen plaatsen
Verander alle batterijen indien het operatiebereik van de
afstandsbediening verkleint.
Voordat u nieuwe batterijen plaatst, veeg het compartiment
schoon.
Werkingsbereik
De afstandsbediening zendt een gerichte infraroodstraal
uit.
Zorg dat u de afstandsbediening rechtstreeks op de
afstandsbedieningssensor op het voorpaneel van dit toestel
richt.
LINE 1
OPT 1 OPT 2 CD
COAX 1 COAX 2
BLUETOOTH
NET USB
LINE 2 LINE 3
TUNER
PRESET
TUNING
BAND
MEMORY
SETUP
HOME
MUTENOW PLAYING
VOLUME
RETURN
ENTER
REPEAT
SHUFFLE
SLEEP
PHONO
B
A
SPEAKERS
OPTION
B
C
D
E
Opmerkingen
2
13
11 Nl
Nederlands
VOORBEREIDINGEN
VOORBEREIDINGEN
Sluit dit toestel of andere componenten pas op het lichtnet aan nadat alle aansluitingen tussen componenten zijn
voltooid.
Alle aansluitingen moeten correct zijn: L (links) naar L, R (rechts) naar R, “+” naar “+” en “–” naar “–”. Als de
aansluitingen niet kloppen, wordt er geen geluid weergegeven via de luidsprekers en als de polariteit van de
luidsprekeraansluitingen niet correct is, klinkt de weergave onnatuurlijk met te weinig lage tonen. Raadpleeg de
gebruikershandleiding van elk van uw componenten.
Laat blootliggende luidsprekerdraden niet met elkaar of met metalen onderdelen van het toestel in contact komen. Hierdoor
kunnen het toestel en/of de luidsprekers beschadigd raken.
Zorg ervoor dat u RCA-kabels, optische kabels, gebruikt om audiocomponenten aan te sluiten.
y
De PHONO-aansluitingen zijn ontworpen voor het verbinden van een draaitafel met een MM-cartridge.
Sluit uw draaitafel aan op de GND-aansluiting van het toestel om de ruis in het signaal te verminderen. Bij bepaalde draaitafels hoort
u echter minder ruis zonder de GND-aansluiting.
Om te voorkomen dat het audiosignaal in een lus terechtkomt wanneer een audio-opnameapparaat wordt aangesloten, komt er geen
geluid via de LINE 2 (OUT)-aansluitingen als LINE 2 is geselecteerd. Op een vergelijkbare manier komt er geen geluid uit de LINE 3
(OUT)-aansluitingen wanneer LINE 3 is geselecteerd.
Bundel de audiokabels en luidsprekerkabels niet samen met de voedingskabel. Dit kan ruis veroorzaken.
Aansluitingen
LET OP
Alleen PCM-signalen kunnen naar de digitale (OPTICAL/COAXIAL)-aansluitingen van dit toestel worden verzonden.
Opmerkingen
A
B
SPEAKERS
NETWORK
COAXIAL
OPTICAL
FM AM
75Ω
ANTENNA
SUBWOOFER
PRE OUT
PHONO
IN
1
IN
OUT
2
1
2
1
2
IN
CD
LINE
OUT
3
SIGNAL
GND
O C
Audio-
ingang
Audio-
uitgang
Luidsprekers B
Draaitafel
Audio-
uitgang
Dvd-speler, enz.
GND
Audio-uitgang
(digitaal coaxiaal)
Audio-uitgang
(digitaal optisch)
Cd-speler, enz.
Audio-
uitgang
Cd-speler
Subwoofer
Cd-recorder, enz.
Luidsprekers A
12 Nl
Aansluitingen
De luidsprekerkabels aansluiten
Luidsprekerkabels zijn voorzien van twee draadjes. Het
ene draadje dient voor de verbinding met de negatieve (–)-
aansluiting van het toestel en de luidspreker, het andere
dient voor de positieve (+)-aansluiting. Als de draden zijn
voorzien van kleurmarkering om verwarring te
voorkomen, verbindt u het zwarte draden met de negatieve
aansluiting en het andere draden met de positieve
aansluiting.
a
Verwijder ongeveer 10 mm van de isolatie van de uiteinden van de
luidsprekerkabel en draai de blootliggende draden van de kabel stevig
in elkaar.
b Maak de luidsprekeraansluiting los.
c Steek de blootliggende draadjes van de kabel in de opening aan de
zijkant (bovenaan rechts of onderaan links) van de aansluiting.
d Maak de aansluiting vast.
Dubbel bedrade aansuiting
Een dubbel bedrade aansluiting scheidt de woofer
(lagetonenluidspreker) van het gecombineerde deel voor de
middentonen en de tweeters (hogetonenluidsprekers). Een
luidsprekerkast voor dubbele bedrading heeft vier
klemaansluitingen. Door twee sets van aansluitingen is de
luidsprekerkast in twee onafhankelijke delen gesplitst. Met
deze verbindingen wordt de reproductie van de midden- en
hoge tonen via de ene set aansluitingen geleid en die van de
lage tonen via een andere set aansluitingen.
Sluit de andere luidspreker op dezelfde manier aan op de
andere set aansluitingen.
Bij het maken van dubbel bedrade aansluitingen dient u de
kortsluitbruggen of kabels van de luidspreker te verwijderen.
Raadpleeg de handleidingen van de luidsprekers voor meer
informatie.
y
Om dubbel bedrade aansluitingen te gebruiken, drukt u op
SPEAKERS A en SPEAKERS B op het voorpaneel of op de
afstandsbediening zodat beide luidsprekerindicators (“A” en “B”)
branden op de display op het voorpaneel.
De luidsprekers aansluiten
aa
b
b
d
d
c
c
Opmerking
A
B
SPEAK
VOLUME
PURE DIRECT
RETURN
CONNECT
PUSH - ENTER
TUNINGPRESET
BAND
MEMORY CLEAR
BASSINPUT
5V
1A
BALANCE
LR
TREBLE
LOUDNESS
FLAT
-30dB
DIMMER MODE
DISPLAY
SELECT
PHONES
SPEAKERS
AB
OPT 1 OPT 2 CD
COAX 1 COAX 2
BLUETOOTH
SLEEP
PHONO
B
A
SPEAKERS
13 Nl
Aansluitingen
Nederlands
VOORBEREIDINGEN
Bij dit toestel zijn antennes meegeleverd voor FM- en AM-uitzendingen. Over het algemeen zouden deze antennes
voldoende signaalsterkte moeten leveren. Sluit de antennes aan op de daarvoor bedoelde aansluitingen.
Als u last heeft van een slechte ontvangst, kunt u een buitenantenne installeren. Vraag bij uw dichtstbijzijnde erkende Yamaha-verkoper
of -servicecentrum naar de mogelijkheden met buitenantennes.
De meegeleverde AM-antenne monteren De draden van de AM-antenne
aansluiten
De FM- en AM-antennes aansluiten
Opmerking
COAXIAL
OPTICAL
FM AM
75Ω
ANTENNA
SUBWOOFER
PRE OUT
PHONO
IN
1
IN
OUT
2
1
2
1
2
IN
CD
LINE
OUT
3
SIGNAL
GND
FM-antenne
(meegeleverd)
AM-buitenantenne
Gebruik 5 tot 10 meter met plastic geïsoleerd
draad dat u uit een raam naar buiten spant.
FM-
buitenantenne
De AM-antenne moet altijd aangesloten blijven, zelfs als er een
AM-buitenantenne op dit toestel is aangesloten.
De AM-antenne meot van dit toestel af worden geplaatst.
AM-antenne (meegeleverd)
of
14 Nl
Aansluitingen
Sluit het toestel aan op de router met een in de handel verkrijgbare STP-netwerkkabel (rechte kabel van CAT-5 of hoger).
Als u het toestel draadloos aansluit, dient u de draadloze
antenne uit te klappen. Voor informatie over het aansluiten
van het toestel op een draadloos netwerk, raadpleegt u
“Op een netwerk aansluiten” (p. 15).
Oefen niet te veel kracht uit op de draadloze antenne. Daarmee
beschadigt u mogelijk de antenne.
Als u alle aansluitingen hebt uitgevoerd, sluit u het
netsnoer aan.
De netwerkkabel aansluiten
A
B
SPEAKERS
NETWORK
COAXIAL
OPTICAL
FM AM
75Ω
ANTENNA
SUBWOOFER
PRE OUT
PHONO
IN
1
IN
OUT
2
1
2
1
2
IN
CD
LINE
OUT
3
SIGNAL
GND
LAN
WAN
Network Attached Storage
(NAS)
Internet
Modem
Router
Netwerkkabel
PC
Dit toestel (achterzijde)
Mobiel apparaat
(zoals iPhone)
Een draadloze antenne
voorbereiden
Opmerking
WIRELESS
WORK
Het netsnoer aansluiten
Op een netwerk aansluiten
15 Nl
Nederlands
VOORBEREIDINGEN
Er zijn verschillende methoden om het toestel verbinding te laten maken met een netwerk. Selecteer een
verbindingsmethode in overeenstemming met uw omgeving.
Bepaalde beveiligingssoftware die op uw pc is geïnstalleerd of de firewallinstellingen van netwerkapparaten (bijvoorbeeld een router)
kunnen de toegang van het toestel tot de netwerkapparaten of internet blokkeren. In deze gevallen dient u de instellingen van de
beveiligingssoftware of firewall op de juiste wijze te configureren.
Elke server moet zijn aangesloten op hetzelfde subnetwerk als het toestel.
Als u de service via internet wilt gebruiken, wordt een breedbandverbinding ten zeerste aanbevolen.
Met de MusicCast CONTROLLER-app verbinding maken
Raadpleeg MusicCast Installatiehandleiding voor de details.
Met de bekabelde router verbinding maken
Met een draadloze router (toegangspunt) verbinding maken
Maak verbinding met het netwerk met de hieronder genoemde methode die overeenkomt met uw omgeving.
Zonder een bekabelde router of draadloze router (toegangspunt) verbinding maken
Als het toestel met Wireless Direct op het netwerk is aangesloten, kan het geen verbinding maken met een andere draadloze router
(toegangspunt). Om inhoud van het internet af te spelen, sluit u dit toestel met een bekabelde of draadloze router (toegangspunt) aan op
een netwerk.
Op een netwerk aansluiten
Opmerkingen
Als u een audiosingaal met hoge resolutie afspeelt via het netwerk, raden we u aan verbinding te maken met een bekabelde router
voor stabiele weergave.
Opmerking
Met de DHCP-serverfunctie van de router
verbinding maken
U kunt verbinding maken met het
netwerk door een bekabelde
verbinding te maken (p. 14)
Met de Wi-Fi-instelling van het iOS-apparaat
(iPhone / iPod touch) verbinding maken
De Wi-Fi-instelling van het iOS-
apparaat delen (p. 16)
Met de WPS drukknopconfiguratie op de
draadloze router (of toegangspunt) verbinding
maken
De WPS-drukknopconfiguratie
gebruiken (p. 17)
Met een draadloze router (toegangspunt) zonder
WPS-drukknopconfiguratie verbinding maken
De netwerkverbinding handmatig
instellen (p. 18)
Draadloos verbinding maken met een mobiel
apparaat (Wireless Direct)
Draadloos verbinding maken met
Wireless Direct (p. 19)
16 Nl
Op een netwerk aansluiten
U kunt simpel een draadloze verbinding configureren door
de verbindingsinstellingen op iOS-apparaten (iPhone/iPod
touch) toe te passen.
Voordat u verder gaat, bevestigt u dat uw iOS-apparaat is
verbonden met een draadloze router (toegangspunt).
1 Druk op A om dit toestel in te schakelen.
2 Druk op SETUP.
3 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om
“Network” te selecteren en druk op ENTER.
y
Druk op RETURN om terug te gaan naar het vorige scherm.
4 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om
“Connection” te selecteren en druk op
ENTER.
5 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om
“Wireless” te selecteren en druk op ENTER.
6 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om “Share
Setting” te selecteren en druk op ENTER.
7 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om de
gewenste verbindingsmethode te selecteren
en druk op ENTER.
De volgende verbindingsmethoden zijn beschikbaar.
Als u “Wireless (WAC)” selecteert als de verbindingsmthode,
worden alle netwerkinstellingen geïnitialiseerd.
De instelling van het iOS-apparaat
draadloos delen
Als u “Wireless (WAC)” selecteert als de
verbindingsmethode, voer dan de bewerking om de
netwerkinstelling te delen op uw iOS-apparaat uit. (De
volgende procedure is een instelvoorbeeld voor iOS 8.)
1 Selecteer op het iOS-apparaat het toestel als
de AirPlay-luidspreker op het Wi-Fi-scherm.
2 Controleer het momenteel geselecteerde
netwerk en tik op “Next”.
De iOS-apparaatinstelling delen
Indien er geen netwerkverbinding is ingesteld, wordt
“WAC” (Wireless Accessory Configuration -
configuratie draadloos accessoire) op de display op het
voorpaneel weergeven als u het toestel aan zet en de
instelling iOS-apparaat kunnen worden gedeeld.
Om de instelling van uw iOS-apparaat te delen, moet u
de handeling om de netwerkinstelling te delen op uw
iOS-apparaat uitvoeren.
R-N602 XXXXXX
WAC
PRESET
MEMORY
SETUP
HOME
MUTENOW PLAYING
VOLUME
RETURN
ENTER
OPTION
RETURN
SETUP
ENTER
WPS
WIRELESS
Wireless
(WAC)
U kunt de verbindingsinstellingen op het iOS-
apparaat toepassen op het toestel met een draadloze
verbinding. Raadpleeg voor de details “De instelling
van het iOS-apparaat draadloos delen”. (U hebt een
iOS-apparaat met iOS 7 of hoger nodig.)
USB
Cable
U kunt de verbindingsinstellingen op het iOS-apparaat
toepassen op het toestel met een USB-kabel.
Raadpleeg voor de details “De instelling van het iOS-
apparaat draadloos delen met een USB-kabel”. (U
hebt een iOS-apparaat met iOS 5 of hoger nodig.)
Opmerking
Wireless(WAC)
SHARE
17 Nl
Op een netwerk aansluiten
Nederlands
VOORBEREIDINGEN
Als het deelproces is afgerond, wordt het toestel
automatisch verbonden met het geselecteerde
netwerk (toegangspunt).
Als het instellen is afgerond, dient u te controleren of
het toestel is verbonden met een draadloos netwerk
(p. 20).
De instelling van het iOS-apparaat delen
via een USB-kabel
Als u “USB Cable” selecteert als de verbindingsmethode,
volgt u de onderstaande procedure om de instelling van
het iOS-apparaat te delen met het toestel.
1 Sluit het iOS-apparaat aan op de USB-
aansluiting en schakel de
schermvergrendeling uit op het iOS-
apparaat.
2 Druk op ENTER.
3 Tik op “Allow” in het bericht dat is
verschenen op het iOS-apparaat.
Als het verbindingsproces is afgerond, verschijnt
“Completed” op de display van het voorpaneel.
Als het instellen is afgerond, dient u te controleren of
het toestel is verbonden met een draadloos netwerk
(p. 20).
4 Druk op SETUP om het menu af te sluiten.
U kunt heel simpel een draadloze verbinding configureren
met één druk op de WPS-knop.
Deze configuratie werkt niet als de beveiligingsmethode van uw
draadloze router (toegangspunt) WEP is. Gebruik in dat geval een
andere verbindingsmethode.
1 Druk op A om dit toestel in te schakelen.
2 Druk op SETUP.
3 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om
“Network” te selecteren en druk op ENTER.
y
Druk op RETURN om terug te gaan naar het vorige scherm.
4 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om
“Connection” te selecteren en druk op
ENTER.
5 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om
“Wireless” te selecteren en druk op ENTER.
6 Druk tweemaal op ENTER.
“Connecting” verschijnt op de display van het
voorpaneel.
7 Druk op de WPS-knop op de draadloze router
(toegangspunt).
Als het verbindingsproces is afgerond, verschijnt
“Completed” op de display van het voorpaneel. Als het
instellen is afgerond, dient u te controleren of het
toestel is verbonden met een draadloos netwerk (p. 20).
Als “Not connected” verschijnt, herhaalt u de
procedure vanaf Stap 1 of probeert u een andere
verbindingsmethode.
8 Druk op SETUP om het menu af te sluiten.
De WPS-drukknopconfiguratie
gebruiken
Opmerking
MEMORY CLEAR
BASSINPUT
5V
1A
TREBLE
DIMMER MODE
DISPLAY
PHONES
SPEAKERS
AB
Info over WPS
WPS (Wi-Fi Protected Setup) is een standaard die is
ontwikkeld door de Wi-Fi Alliance, waarmee een draadloos
thuisnetwerk makkelijk te maken is.
PRESET
MEMORY
SETUP
HOME
MUTENOW PLAYING
VOLUME
RETURN
ENTER
OPTION
RETURN
SETUP
ENTER
WPS
WIRELESS
18 Nl
Op een netwerk aansluiten
Voordat u de volgende procedure uitvoert, controleert u de
beveiligingsmethod en de beveiligingssleutel op de
draadloze router (toegangspunt).
1 Druk op A om dit toestel in te schakelen.
2 Druk op SETUP.
3 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om
“Network” te selecteren en druk op ENTER.
y
Druk op RETURN om terug te gaan naar het vorige scherm.
4 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om
“Connection” te selecteren en druk op
ENTER.
5 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om
“Wireless” te selecteren en druk op ENTER.
6 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om “Manual
Setting” te selecteren en druk op ENTER.
7 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om “SSID”
te selecteren en druk op ENTER.
8 Gebruik de cursortoetsen om de SSID op de
draadloze router (toegangspunt) in te voeren
en druk op RETURN voor het vorige scherm.
Gebruik de cursortoetsen (D/E) om de
bewerkingspositie te verplaatsen en de cursortoetsen
(B/C) om een teken te selecteren.
9 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om
“Security” te selecteren en druk op ENTER.
10 Gebruik de cursortoetsen (D/E) om de
gewenste beveiligingsmethode te selecteren
en druk op RETURN.
Instellingen
None, WEP, WPA2-PSK (AES), Mixed Mode
Als u “None” selecteert, kan de verbinding onveilig zijn omdat de
communicatie niet versleuteld is.
11 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om
“Security Key” te selecteren en druk op
ENTER.
12 Gebruik de cursortoetsen om de
beveiligingssleutel op de draadloze router
(toegangspunt) in te voeren en druk op
RETURN voor het vorige scherm.
Als u “WEP” selecteert bij stap 10, moet u een
tekenreeks van 5 t/m 13 tekens of van 10 t/m 26
hexadecimale cijfers invoeren.
Als u “WPA2-PSK (AES)” of “Mixed Mode”
selecteert bij stap 10, moet u een tekenreeks van 8 t/m
63 tekens of 64 hexadecimale cijfers invoeren.
Gebruik de cursortoetsen (D/E) om de
bewerkingspositie te verplaatsen en de cursortoetsen
(B/C) om een teken te selecteren.
U kunt een teken invoeren/verwijderen door te
drukken op PRESET i (invoeren) of PRESET j
(verwijderen).
13 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om
“Connect[ENTER]” te selecteren en druk op
ENTER om de instelling op te slaan.
Als “ERROR” wordt weergegeven, controleert u de
SSID en beveiligingssleutel op de draadloze router
(toegangspunt) en herhaalt u vanaf stap 7.
Als “ERROR” niet wordt weergegeven, is de
verbinding gemaakt. Controleer of het toestel is
verbonden met een draadloos netwerk (p. 20).
14 Druk op SETUP om het menu af te sluiten.
De draadloze netwerkverbinding
handmatig instellen
PRESET
MEMORY
SETUP
HOME
MUTENOW PLAYING
VOLUME
RETURN
ENTER
OPTION
RETURN
SETUP
ENTER
SSID
MANUAL
SSID
Opmerking
WPA2-PSK(AES)
SECURITY
KEY
19 Nl
Op een netwerk aansluiten
Nederlands
VOORBEREIDINGEN
Door Wireless Direct te gebruiken, kan dit toestel als een
draadloos toeganspunt voor het netwerk fungeren waar
mobiele toestellen rechtstreeks kunnen aansluiten.
Als het toestel met Wireless Direct op het netwerk is aangesloten,
kan het geen verbinding maken met een andere draadloze router
(toegangspunt). Om inhoud van het internet af te spelen, sluit u
dit toestel met een bekabelde of draadloze router (toegangspunt)
aan op een netwerk.
1 Druk op A om dit toestel in te schakelen.
2 Druk op SETUP.
3 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om
“Network” te selecteren en druk op ENTER.
y
Druk op RETURN om terug te gaan naar het vorige scherm.
4 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om
“Connection” te selecteren en druk op
ENTER.
5 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om
“WirelesDirect” te selecteren en druk op
ENTER.
6 Druk op ENTER om de SSID op dit toestel te
controleren en druk op RETURN voor het
vorige scherm.
7 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om
“Security” te selecteren en druk op ENTER.
8 Gebruik de cursortoetsen (D/E) om de
gewenste beveiligingsmethode te selecteren
en druk op RETURN.
Instellingen
None, WPA2-PSK (AES)
Als u “None” selecteert, kan de verbinding onveilig zijn omdat de
communicatie niet versleuteld is.
9 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om
“Security Key” te selecteren en druk op
ENTER.
10 Gebruik de cursortoetsen om de
beveiligingssleutel op dit toestel in te voeren
en druk op RETURN voor het vorige scherm.
Voer een tekenreeks van 8 t/m 63 tekens of 64
hexadecimale cijfers in.
Gebruik de cursortoetsen (D/E) om de
bewerkingspositie te verplaatsen en de cursortoetsen
(B/C) om een teken te selecteren.
U kunt een teken invoeren/verwijderen door te
drukken op PRESET i (invoeren) of PRESET j
(verwijderen).
11 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om
“Connect[Enter]” te selecteren en druk op
ENTER om de instelling op te slaan.
De informatie over SSID en beveiligingssleutel is
vereist voor configuratie van een mobiel apparaat.
Als u de “SSID” selecteert bij stap 6, kunt u de
geconfigureerde SSID op dit toestel controleren. U
kunt de SSID van dit toestel wijzigen met de
cursortoetsen (B / C / D / E).
Een mobiel apparaat direct met
het toestel verbinden (Wireless
Direct)
Opmerking
PRESET
MEMORY
SETUP
HOME
MUTENOW PLAYING
VOLUME
RETURN
ENTER
OPTION
RETURN
SETUP
ENTER
SSID
W DIRECT
Opmerking
WPA2-PSK(AES)
W DIRECT
KEY
20 Nl
Op een netwerk aansluiten
12 Configureer de Wi-Fi-instellingen van een
mobiel apparaat.
Raadpleeg de handleiding van het mobiele apparaat
voor meer informatie over instellingen van uw
mobiele apparaat.
(1) Schakel de Wi-Fi-functie in op het mobiele
apparaat.
(2) Selecteer de SSID van dit toestel in de lijst van
beschikbare toegangspunten.
(3) Voer de beveiligingssleutel die werd
weergegeven tijdens Stap 10 in als u wordt
gevraagd om een wachtwoord.
Als “ERROR” verschijnt, controleert u de
beveiligingssleutel op dit toestel en herhaalt u stap 12.
Als “ERROR” niet wordt weergegeven, is de
verbinding gemaakt. Controleer of het toestel is
verbonden met een draadloos netwerk (p. 20).
13 Druk op SETUP om het menu af te sluiten.
Voer de volgende procedure uit om de verbinding van het
toestel met een netwerk te controleren.
1 Druk op SETUP.
2 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om
“Network” te selecteren en druk op ENTER.
y
Druk op RETURN om terug te gaan naar het vorige scherm.
3 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om
“Information” te selecteren en druk op
ENTER.
4 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om
“STATUS” te selecteren.
Als “Connect” wordt weergegeven, is het toestel
verbonden met een netwerk. Als “Disconnect” wordt
weergegeven, moet u de verbinding resetten.
5 Druk op SETUP om het menu af te sluiten.
De netwerkverbindingsstatus
controleren
PRESET
MEMORY
SETUP
HOME
MUTENOW PLAYING
VOLUME
RETURN
ENTER
OPTION
RETURN
SETUP
ENTER
Connect
STATUS
21 Nl
Nederlands
BASISBEDIENING
BASISBEDIENING
1 Druk op A (aan/uit) om dit toestel in te
schakelen.
2 Draai aan de INPUT -keuzeknop op het
voorpaneel (of druk op een van de
signaalkeuzetoetsen op de
afstandsbediening) om de signaalbron te
kiezen waarnaar u wilt luisteren.
3 Druk op SPEAKERS A en/of SPEAKERS B op
het voorpaneel of op de afstandsbediening
om luidsprekers A en/of B te kiezen.
Als luidsprekerset A of luidsprekerset B is
ingeschakeld, wordt overeenkomstig op de display
van het voorpaneel “A” of “B” weergegeven (p. 7).
Als één luidsprekerset met dubbel bedrade verbindingen is
aangesloten, of als gelijktijdig twee luidsprekersets (A en B)
worden gebruikt, dient u ervoor te zorgen dat op de display van
het voorpaneel “A” en “B” worden weergegeven.
Wanneer u luistert met een hoofdtelefoon, zet dan de
luidsprekers uit.
4 Speel de bron af.
5 Draai aan de VOLUME-regelaar op het
voorpaneel (of druk op VOLUME +/– op de
afstandsbediening) om het
geluidsuitvoerniveau te regelen.
y
U kunt de geluidskwaliteit aanpassen met de regelaars BASS,
TREBLE, BALANCE en LOUDNESS of via de PURE DIRECT-
schakelaar op het voorpaneel.
6 Als u klaar bent met het gebruik, drukt u op A
(aan/uit) op het voorpaneel om het toestel uit
te schakelen.
Als u op A (aan/uit) op de afstandsbediening drukt,
wordt dit toestel in stand-by gezet.
Genieten van high-fidelity
geluidsweergave (Pure Direct)
Als de PURE DIRECT-schakelaar is ingeschakeld, wordt
de invoer van uw signaalbronnen zo doorgevoerd, dat de
signalen BASS, TREBLE, BALANCE en LOUDNESS
omzeilen. U elimineert daarmee alle aanpassingen aan
geluidssignalen en kunt genieten van het zuiverst
mogelijke geluid.
De PURE DIRECT-indicator licht op en de display op het
voorpaneel wordt na een paar seconden uitgeschakeld.
Als de PURE DIRECT-schakelaar is ingeschakeld, wordt de
display op het voorpaneel uitgeschakeld.
BASS, TREBLE, BALANCE en LOUDNESS-bedieningen
controls werken niet als de PURE DIRECT-schakelaar is
ingeschakeld.
Afspelen
Een bron afspelen
Opmerkingen
VOLUME
PURE DIRECT
RETURN
CONNECT
PUSH - ENTER
TUNINGPRESET
BAND
MEMORY CLEAR
BASSINPUT
5V
1A
BALANCE
LR
TREBLE
LOUDNESS
FLAT
-30dB
DIMMER MODE
DISPLAY
SELECT
PHONES
SPEAKERS
AB
LINE 1
OPT 1 OPT 2 CD
COAX 1 COAX 2
BLUETOOTH
NET USB
LINE 2 LINE 3
TUNER
TUNING
BAND
SLEEP
PHONO
B
A
SPEAKERS
SETUP
HOME
MUTENOW PLAYING
VOLUME
RETURN
OPTION
Opmerkingen
VOLUME
PURE DIRECT
RETURN
CONNECT
PUSH - ENTER
TUNINGPRESET
BAND
MEMORY CLEAR
BASSINPUT
5V
1A
BALANCE
LR
TREBLE
LOUDNESS
FLAT
-30dB
DIMMER MODE
DISPLAY
SELECT
PHONES
SPEAKERS
AB
22 Nl
Afspelen
De regelaars voor BASS en TREBLE
afstellen
De regelaarsBASS en TREBLE stellen de hoge en lage
frequentieresponses af.
De middelste stand levert een vlakke klank op.
BASS-bediening
Wanneer u vindt dat er niet genoeg bas (geluid met lage
frequenties) is, draait u met de klok mee om te boosten.
Wanneer u vindt dat er teveel bas is, draait u tegen de klok
in om te onderdrukken.
Bedieningsbereik: –10 dB to +10 dB (20 Hz)
TREBLE-bediening
Wanneer u vindt dat er niet genoeg treble (geluid met hoge
frequenties) is, draait u met de klok mee om te boosten.
Wanneer u vindt dat er teveel treble is, draait u tegen de
klok in om te onderdrukken.
Bedieningsbereik: –10 dB to +10 dB (20 kHz)
De BALANCE-bediening aanpassen
De regelaar voor BALANCE stelt de linker- en
rechterluidsprekers af om onevenwichtig geluid te
compenseren dat wordt veroorzaakt door de plaatsing van
de luidsprekers of door omstandigheden in de kamer waar
er wordt geluisterd.
De LOUDNESS-bediening aanpassen
Behoud de volledige toonreeks op alle volumeniveaus om
te compenseren voor het verminderd menselijk gehoor op
het gebied van hoge en lage frequentiereeksen op een laag
volume.
Als de PURE DIRECT-schakelaar is ingeschakeld en
LOUDNESS op een bepaald niveau is ingesteld, omzeilen
de invoersignalen LOUDNESS en krijgt u de maken met
een plotselingen toename in het geluidsuitvoerniveau. Om
te voorkomen dat uw oren of de luidsprekers beschadigd
raken, drukt u op de PURE DIRECT-schakelaar nadat u
het geluidsuitvoerniveau hebt verlaagd of nadat u hebt
gecontroleerd dat LOUDNESS goed is ingesteld.
1 Stel LOUDNESS in op FLAT.
2 Draai aan de VOLUME-knop op het
voorpaneel (of druk op VOLUME +/– op de
afstandsbediening) om het
geluidsuitvoerniveau in te stellen op het
hoogste luisterniveau waarnaar u wilt
luisteren.
3 Draai aan de LOUDNESS-knop tot het
gewenste volume.
y
Nadat u de LOUDNESS-knop hebt ingesteld, kunt u genieten van
muziek op het door u gewenste volume. Als het effect van de
instelling van de LOUDNESS-knop te sterk of te zwak is, kunt u
LOUDNESS bijstellen.
VOLUME
PURE DIRECT
RETURN
CONNECT
PUSH - ENTER
TUNINGPRESET
BAND
MEMORY CLEAR
BASSINPUT
5V
1A
BALANCE
LR
TREBLE
LOUDNESS
FLAT
-30dB
DIMMER MODE
DISPLAY
SELECT
PHONES
SPEAKERS
AB
VOLUME
PURE DIRECT
RETURN
CONNECT
PUSH - ENTER
TUNINGPRESET
BAND
MEMORY CLEAR
BASSINPUT
5V
1A
BALANCE
LR
TREBLE
LOUDNESS
FLAT
-30dB
DIMMER MODE
DISPLAY
SELECT
PHONES
SPEAKERS
AB
LET OP
VOLUME
PURE DIRECT
RETURN
CONNECT
PUSH - ENTER
TUNINGPRESET
BAND
MEMORY CLEAR
BASSINPUT
5V
1A
BALANCE
LR
TREBLE
LOUDNESS
FLAT
-30dB
DIMMER MODE
DISPLAY
SELECT
PHONES
SPEAKERS
AB
SETUP
HOME
MUTENOW PLAYING
VOLUME
RETURN
OPTION
23 Nl
Afspelen
Nederlands
BASISBEDIENING
Gebruik deze functie om het toestel na een bepaalde
tijdsduur automatisch in stand-bymodus te zetten. De
slaaptimer is nuttig als u gaat slapen terwijl het toestel een
bron afspeelt of opneemt.
De slaaptimer kan alleen met de afstandsbediening worden
ingesteld.
1 Druk herhaaldelijk op SLEEP om de tijdsduur
in te stellen voordat het toestel in stand-
bymodus gaat.
Elke keer dat u op SLEEP drukt, wijzigt de display op
het voorpaneel zoals hieronder wordt getoond.
De SLEEP-indicator knippert terwijl u de tijdsduur
voor de slaaptimer instelt.
Als de slaaptimer is ingesteld, zal de SLEEP-
indicator op de display op het voorpaneel branden.
y
Selecteer “Sleep Off” om de slaaptimer uit te schakelen.
De instelling van de slaaptimer kan ook worden geannuleerd
door op A (aan/uit) te drukken om dit toestel in stand-bymodus
in te stellen.
De slaaptimer gebruiken
Opmerking
LINE 1
OPT 1 OPT 2 CD
COAX 1 COAX 2
BLUETOOTH
LINE 2 LINE 3
SLEEP
PHONO
B
A
SPEAKERS
A
SLEEP
VOL.
A
Sleep 120min.
SLEEP
24 Nl
1 Druk op TUNER om “TUNER” als de
signaalbron te selecteren.
2 Druk herhaaldelijk op BAND om de
ontvangstband (FM of AM) te selecteren.
3 Houd TUNING jj / ii langer dan 1 seconde
ingedrukt om afstemmen te starten.
Druk op ii om naar een hogere frequentie af te
stemmen.
Druk op jj om naar een lagere frequentie af te
stemmen.
De frequentie van de ontvangen zender wordt op het
voorpaneel getoond.
Als een uitzending wordt ontvangen, brandt de
“TUNED”-indicator op de display op het voorpaneel.
Als een stereo-uitzending wordt ontvangen, brandt
ook de “STEREO”-lamp.
y
Als de zendersignalen zwak zijn, stop de afstemmende
zoekopdracht niet bij de gewenste zender.
Als de signaalontvangst voor een FM-radiozender niet stabiel
is, kan het helpen om over te schakelen naar Mono.
FM-ontvangst verbeteren (FM Mode)
Als het signaal van het station zwak is en de
geluidskwaliteit is niet goed, stel dan de FM-radio-
ontvangstmodus in op mono om de ontvangst te
verbeteren.
1 Druk herhaaldelijk op MODE om “Stereo”
(automatische stereomodus) of “Mono”
(mono-modus) te selecteren als dit toestel op
een FM-radiostation is afgestemd.
Wanneer u Mono selecteert, worden FM-
uitzendingen weergegeven in mono.
De STEREO-indiator gaat branden op het voorpaneel als u naar
een station in stereomodus luistert.
U kunt de automatische voorkeuze-afstemfunctie
gebruiken om automatisch FM-stations als
voorkeuzestations te registreren. Met deze functie kan het
toestel automatisch afstemmen op FM-stations met een
sterk signaal en 40 van dergelijke stations in volgorde
registreren. U kunt dan gemakkelijk zo’n
voorkeuzestation terugroepen door het voorkeuzenummer
te selecteren.
Als u een station naar een voorkeuzenummer registreert waarop
al een station is geregistreerd, wordt het eerder geregistreerde
station overgeschreven.
Als het station dat u wilt opslaan een zwak signaal heeft,
probeer dan de handmatige voorkeuze-afstemmethode.
y
FM-stations die met de automatische voorkeuzeregistratie als
voorkeuzestations zijn geregistreerd, klinken in stereo.
Alleen stations die met het Radio Data System worden
uitgezonden, worden automatisch door de functie Auto Preset
(automatische voorkeuze) geregistreerd.
Luisteren naar FM/AM-radio
FM/AM afstemmen
TUNING jj / ii
TUNER
BAND
LINE 1
OPT 1 OPT 2 CD
COAX 1 COAX 2
BLUETOOTH
NET USB
LINE 2 LINE 3
TUNER
PRESET
TUNING
BAND
MEMORY
SLEEP
PHONO
B
A
SPEAKERS
VOL.
TUNEDSTEREO
A
FM 98.50MHz
Opmerking
Automatische voorkeuze-
afstemming (alleen FM-stations)
Opmerkingen
VOLUME
PURE DIRECT
RETURN
CONNECT
PUSH - ENTER
TUNINGPRESET
BAND
MEMORY CLEAR
BASSINPUT
5V
1A
BALANCE
LR
TREBLE
LOUDNESS
FLAT
-30dB
DIMMER MODE
DISPLAY
SELECT
PHONES
SPEAKERS
AB
25 Nl
Luisteren naar FM/AM-radio
Nederlands
BASISBEDIENING
1 Druk op TUNER om “TUNER” als de
signaalbron te selecteren.
2 Druk op de afstandsbediening op OPTION.
Het menu “Option” wordt weergegeven (p. 43).
3 Druk op B / C om “Auto Preset” te selecteren
en druk daarna op ENTER.
Het toestel zoekt ongeveer 5 seconden later de FM-
band af vanaf de laagste frequentie omhoog.
Om het scannen onmiddellijk te starten, houdt u de
toets ENTER ingedrukt.
y
Voor dat het scannen start, kunt u het eerste voorkeuzenummer
aangeven dat moet worden gebruikt. Hiervoor drukt u op
PRESET j / i of op de cursortoets (B/C) op de
afstandsbediening.
Om het scannen te annuleren, drukt u op BAND of RETURN.
Als het scannen is voltooid, wordt “FINISH”
weergegeven en daarna keert de display terug naar de
oorspronkelijke status.
Selecteer handmatig een radiostation en registreer deze als
een voorkeuzenummer. U kunt dan gemakkelijk zo’n
voorkeuzestation terugroepen door het voorkeuzenummer
te selecteren.
1 Volg “FM/AM afstemmen” (p. 24) om op het
gewenste radiostation af te stemmen.
2
Houd MEMORY langer dan 2 seconden
ingedrukt.
Wanneer u voor het eerst een station registreert, wordt
het geselecteerde radiostation geregistreerd met het
voorkeuzenummer “01”. Daarna wordt elk
geregistreerd radiostation geregistreerd onder het
volgende lege voorkeuzenummer na het laatst
geregistreerde nummer.
y
Om voor registratie een voorkeuzenummer te selecteren, drukt u
één keer op MEMORY nadat u op het gewenste radiostation hebt
afgestemd. Druk op PRESET j / i om een voorkeuzenummer te
selecteren en druk dan opnieuw op MEMORY.
LINE 1
NET USB
LINE 2 LINE 3
TUNER
PRESET
TUNING
BAND
MEMORY
SETUP
HOME
MUTENOW PLAYING
VOLUME
RETURN
ENTER
OPTION
PRESET j / i
RETURN
OPTION
TUNER
BAND
ENTER
VOL.
A
Auto Preset
OPTION
VOL.
A
01:FM 87.50MHz
READY
Handmatige voorkeuze voor
afstemming
NET USB
TUNER
PRESET
TUNING
BAND
MEMORY
ENTER
PRESET j / i
MEMORY
VOL.
A
01:FM 98.50MHz
MEMORY
TUNEDSTEREO
VOL.
A
02:Empty
9850
TUNEDSTEREO
26 Nl
Luisteren naar FM/AM-radio
U kunt voorkeuzestations terugroepen die zijn
geregistreerd met de automatische of de handmatige
voorkeuzemethode.
1 Druk op TUNER om “TUNER” als de
signaalbron te selecteren.
2 Druk op PRESET j / i om een
voorkeuzenummer te selecteren.
y
Voorkeuzenummers waarvoor geen stations zijn geregistreerd,
worden overgeslagen.
“No Presets” wordt weergegeven als geen stations zijn
geregistreerd.
Wis radiostations die naar de voorkeuzenummers zijn
geregistreerd.
1 Druk op TUNER om “TUNER” als de
signaalbron te selecteren.
2 Druk op OPTION.
3 Gebruik de cursortoetsen om “Clear Preset”
te selecteren en druk op ENTER.
4 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om een
voorkeuzestation te selecteren dat moet
worden gewist en druk op ENTER.
Als de voorkeurzender is gewist, wordt “Cleared”
weergegeven en wordt het volgende gebruikte
voorkeuzenummer weergegeven.
5 Herhaal stap 4 tot alle gewenste
voorkeuzestations zijn gewist.
6 Druk op OPTION om het menu “Option” af te
sluiten.
y
U kunt een voorkeuzezender wissen via het voorpaneel.
(1) Druk op CLEAR op het voorpaneel.
(2) Druk op PRESET D/E om het voorkeuzestation dat u wilt
wissen te selecteren.
(3) Druk op SELECT/ENTER of CLEAR om het
voorkeuzestation te wissen.
Een voorkeuzestation terugroepen
Een voorkeuzestation wissen
LINE 1
OPT 1 OPT 2 CD
COAX 1 COAX 2
BLUETOOTH
NET USB
LINE 2 LINE 3
TUNER
PRESET
TUNING
BAND
MEMORY
SLEEP
PHONO
B
A
SPEAKERS
TUNER
PRESET j / i
LINE 1
NET USB
LINE 2 LINE 3
TUNER
PRESET
TUNING
BAND
MEMORY
SETUP
HOME
MUTENOW PLAYING
VOLUME
RETURN
ENTER
OPTION
OPTION
ENTER
TUNER
VOL.
Clear Preset
OPTION
VOL.
A
01:FM 98.50MHz
CLEAR
TUNEDSTEREO
VOL.
01:Cleard
CLEAR
A
27 Nl
Luisteren naar FM/AM-radio
Nederlands
BASISBEDIENING
Radio Data System is een systeem voor
gegevensoverdracht dat door FM-stations in een groot
aantal landen wordt gebruikt. Het toestel kan diverse
soorten Radio Data System-gegevens ontvangen, zoals
“Program Service”, “Program Type”, “Radio Text” en
“Clock Time” wanneer het toestel is afgestemd op een
Radio Data System-zender.
De Radio Data System-informatie
weergeven
1 Stem af op de gewenste Radio Data System-
zender.
y
Wij raden u aan om “Auto Preset” te gebruiken om af te stemmen
op de Radio Data System-zenders (p. 24).
2 Druk op DISPLAY.
Telkens wanneer u op de toets drukt, wordt een ander
onderdeel weergegeven.
Na 3 seconden wordt de bijbehorende informatie
voor het weergegeven onderdeel weergegeven.
“Program Service”, “Program Type”, “Radio Text” en “Clock
Time” worden niet weergegeven als het radiostation de Radio
Data System-service niet verstrekt.
Automatisch verkeersinformatie
ontvangen
Als “TUNER” als signaalbron is geselecteerd, ontvangt
het toestel automatisch verkeersinformatie. Als u deze
functie wilt inschakelen, volgt u de procedure hieronder
om het station met verkeersinformatie in te stellen.
1 Als “TUNER” als de signaalbron is
geselecteerd, drukt u op OPTION.
2 Gebruik de cursortoetsen om
“TrafficProgram” te selecteren en druk op
ENTER.
Het zoeken naar het station met verkeersinformatie
begint na ongeveer 5 seconden. Druk nogmaals op
ENTER als u direct met zoeken wilt beginnen.
y
Als u omhoog/omlaag wilt zoeken vanaf de huidige frequentie
drukt u op de cursortoetsen (q/w) terwijl “READY wordt
weergegeven.
Druk op RETURN als u het zoeken wilt annuleren.
Met tekst tussen haakjes worden indicators op de display op het
voorpaneel aangegeven.
Het volgende scherm wordt ongeveer 3 seconden
weergegeven als het zoeken is voltooid.
“TP Not Found” wordt gedurende ongeveer 3 seconden
weergegeven als er geen stations met verkeersinformatie zijn
gevonden.
Radio Data System afstemmen
Program Service Naam programmaservice
Program Type Type van het huidige programma
Radio Text Informatie over het huidige programma
Clock Time Huidige tijd
Frequency Frequentie
Opmerking
VOLUME
PURE DIRECT
RETURN
CONNECT
PUSH - ENTER
TUNINGPRESET
BAND
MEMORY CLEAR
BASSINPUT
5V
1A
BALANCE
LR
TREBLE
LOUDNESS
FLAT
-30dB
DIMMER MODE
DISPLAY
SELECT
PHONES
SPEAKERS
AB
VOL.
Program Type
INFO
A
TUNEDSTEREO
VOL.
CLASSICS
,9850
A
TUNEDSTEREO
Opmerking
LINE 1
NET USB
LINE 2 LINE 3
TUNER
PRESET
TUNING
BAND
MEMORY
SETUP
HOME
MUTENOW PLAYING
VOLUME
RETURN
ENTER
OPTION
RETURN
OPTION
TUNER
ENTER
VOL.
TP FM101.30MHz
FINISH
A
TUNEDSTEREO
28 Nl
U kunt muziekbestanden die zijn opgeslagen op een
Bluetooth-apparaat (zoals een mobiel apparaat) weergeven
op het toestel.
Raadpleeg ook de gebruikershandleiding van uw
Bluetooth-apparaat.
Als u de Bluetooth-functie wilt gebruiken, stelt u “Bluetooth”
(p. 46) in het menu “Setup” in op “On”.
•Een Bluetooth-apparaat wordt, afhankelijk van het model,
mogelijk niet gedetecteerd door het toestel of een functie is
mogelijk niet compatibel.
y
U kunt audio verzenden naar Bluetooth-luidsprekers of een
hoofdtelefoon met de MusicCast CONTROLLER-app. Om audio
te verzenden, stelt u “Audio Send” (p. 46) in het menu “Setup” in
op “On”. U kunt de audio-uitvoer alleen selecteren via de
MusicCast CONTROLLER-app.
Wanneer een
Bluetooth
-apparaat voor het eerst verbonden
wordt met het toestel, moeten de toestellen aan elkaar
gekoppeld worden (pairing). Bij het koppelen worden de
Bluetooth
-apparaten voor gebruik in elkaars geheugen
geregistreerd. Wanneer het koppelen voltooid is, kunnen de
toestellen in het vervolg gemakkelijk met elkaar worden
verbonden, ook wanneer de
Bluetooth
-verbinding is verbroken.
1 Druk op BLUETOOTH om “Bluetooth” als de
signaalbron te selecteren.
Als er al een ander Bluetooth-apparaat met het toestel
is verbonden, moet u de bestaande Bluetooth-
verbinding verbreken voor u het nieuwe apparaat gaat
koppelen.
2 Schakel de Bluetooth functie van het
Bluetooth-apparaat in.
3 Selecteer op het Bluetooth-apparaat het
toestel in de lijst met beschikbare apparaten.
Nadat het koppelen is voltooid en het toestel is
verbonden met het Bluetooth-apparaat, zal de
melding “Connected” op de display op het
voorpaneel verschijnen en de Bluetooth-indicator
gaan branden.
y
Als de wachtwoordsleutel vereist is, voert u het nummer “0000” in.
U moet de koppelprocedure binnen 5 minuten voltooien.
Als er geen Bluetooth apparaten worden gevonden, zal de
melding “Not found” verschijnen.
Maak verbinding met een gekoppeld Bluetooth-apparaat
en begin het afspelen. Controleer het volgende van
tevoren:
Het koppelen is voltooid.
•De Bluetooth-functie van het Bluetooth-apparaat is
ingeschakeld.
1 Druk op BLUETOOTH om “Bluetooth” als de
signaalbron te selecteren.
y
Als het toestel het Bluetooth-apparaat dat eerder werd verbonden
detecteert, maakt het toestel automatisch verbinding met het
Bluetooth-apparaat na Stap 1. Om een andere Bluetooth-
verbinding tot stand te brengen, moet u eerst de huidige
Bluetooth-verbinding beëindigen.
Muziek weergeven via Bluetooth
Opmerkingen
Verbinding maken met een
Bluetooth-apparaat (koppelen)
OPT 1 OPT 2 CD
COAX 1 COAX 2
BLUETOOTH
SLEEP
PHONO
B
A
SPEAKERS
Inhoud van het Bluetooth-apparaat
weergeven
Connected
BLUETOOTH
A
VOL.
OPT 1 OPT 2 CD
COAX 1 COAX 2
BLUETOOTH
SLEEP
PHONO
B
A
SPEAKERS
REPEAT
SHUFFLE
29 Nl
Muziek weergeven via Bluetooth
Nederlands
BASISBEDIENING
2 Bedien het Bluetooth-apparaat en breng de
Bluetooth-verbinding tot stand.
Selecteer de modelnaam van het toestel in de lijst met
Bluetooth-apparaten op uw apparaat.
Zodra een verbinding tot stand is gebracht, gaat de
Bluetooth-indicator op de display op het voorpaneel
branden.
y
Als u geen verbinding kunt krijgen met het Bluetooth-apparaat,
moet u het koppelen opnieuw uitvoeren.
3 Bedien het Bluetooth-apparaat om muziek
weer te geven.
y
U kunt de toetten op de afstandsbediening gebruiken om het
afspelen te bedienen.
Volg een van de procedures hieronder om een Bluetooth-
verbinding te verbreken.
Schakel de Bluetooth-functie van het Bluetooth-
apparaat uit.
Houd BLUETOOTH op de afstandsbediening ten
minste 3 seconden ingedrukt.
Selecteer “Disconnect” in “Audio Receive” (p. 46) in
het menu “Setup” en druk vervolgens op ENTER.
Selecteer op het toestel een andere signaalbron dan
“Bluetooth”.
Verbreken van een Bluetooth-
verbinding
30 Nl
U kunt muziekbestanden die zijn opgeslagen op uw pc of met DLNA compatibele NAS afspelen op het toestel.
Om deze functie te gebruiken, moeten het toestel en uw PC/NAS op dezelfde router zijn aangesloten (p. 14). In “Information” (p. 45)
in het menu “Setup” kunt u controleren of de netwerkparameters (zoals het IP-adres) goed aan het toestel zijn toegewezen.
Het toestel ondersteunt het afspelen van WAV- (alleen PCM-indeling), AIFF, MP3-, WMA-, MPEG-4 AAC-, FLAC, ALAC- en DSD-
bestanden.
Het toestel is compatibel met samplefrequenties tot 192 kHz voor WAV-, AIFF- en FLAC-bestanden, 96 kHz voor ALAC-bestanden
en 48 kHz voor andere bestanden.
Het toestel is compatibel met 2,8 MHz/5,6 MHz (1 bits) DSD-bestanden.
Digital Rights Management-inhoud (DRM) kan niet worden afgespeeld.
Om muziekbestanden af te spelen, moet de server-software op de PC/NAS de indelingen van de muziekbestanden ondersteunen die u
wilt afspelen.
y
Je kunt maximaal 16 mediaservers aansluiten op dit toestel.
Om met dit toestel muziekbestanden in uw computer af te
spelen, moet u tussen het toestel en de computer delen van
media instellen (Windows Media Player 11 of later). Hier
wordt het instellen van Windows Media Player in
Windows 7 as voorbeeld genomen.
Bij gebruik van Windows Media Player 12
1 Start Windows Media Player 12 op uw pc.
2 Selecteer “Stream” en vervolgens “Turn on
media streaming...”.
Het venster van configuratiescherm van uw pc wordt
weergegeven.
3 Klik op “Turn on media streaming”.
Muziek afspelen van mediaservers (pc´s/NAS)
Opmerkingen
PC
NAS
Dit toestel
Het delen van muziekbestanden
via media instellen
31 Nl
Muziek afspelen van mediaservers (pc´s/NAS)
Nederlands
BASISBEDIENING
4 Selecteer “Allowed” in de vervolgkeuzelijst
naast de modelnaam van het toestel.
5 Klik op “OK” om af te sluiten.
Bij gebruik van Windows Media Player 11
1 Start Windows Media Player 11 op uw pc.
2 Selecteer eerst “Library” en vervolgens
“Media Sharing”.
3 Selecteer het vakje “Share my media to”,
selecteer het pictogram van het toestel en
klik op “Allow”.
4 Klik op “OK” om af te sluiten.
Bij gebruik van een pc of een NAS
waarop andere DLNA-serversoftware is
geïnstalleerd
Raadpleeg de handleiding voor het apparaat of de
software en configureer de instellingen voor het delen van
media.
Volg de procedure hieronder om de muziek inhoud van de
pc te bedienen en het afspelen te starten.
“_” (onderstreepteken) wordt weergegeven voor tekens die het
toestel niet ondersteunt.
1 Druk herhaaldelijk op NET om “Server” als
signaalbron te selecteren.
2
Gebruik de cursortoetsen (
B
/
C
) om een
muziekserver te selecteren en druk op ENTER.
3 Gebruik de cursortoetsen om een onderdeel
te selecteren en druk op ENTER.
Als er een nummer is geselecteerd, wordt het afspelen
gestart en wordt de afspeelinformatie weergegeven.
y
Als er op uw pc een muziekbestand wordt afgespeeld dat vanaf het
toestel is geselecteerd, wordt de afspeelinformatie weergegeven.
U kunt het nummer dat wordt weergegeven registreren als een
voorkeuze (p. 42).
Als u herhaaldelijk op DISPLAY drukt op het voorpaneel, kunt u
op de display op het voorpaneel afspeelinformatie wisselen (p. 41).
Afspelen pc-muziekinhoud
Opmerking
NET USB
TUNER
PRESET
TUNING
BAND
MEMORY
SETUP
HOME
MUTENOW PLAYING
VOLUME
RETURN
ENTER
REPEAT
SHUFFLE
OPTION
RETURN
OPTION
NOW PLAYING
HOME
ENTER
NET
NAS A
SERVER
A
Song A
SERVER
A
32 Nl
Muziek afspelen van mediaservers (pc´s/NAS)
Gebruik de volgende toetsen op de afstandsbediening om
het afspelen te besturen.
y
U kunt ook een DLNA-compatibele Digital Media Controller
(DMC) gebruiken voor het bedienen van het afspelen. Zie “DMC
Control” (p. 45) voor details.
Instellingen voor herhalen/shuffle
U kunt de instellingen voor herhalen/shuffle voor het
afspelen van de muziekinhoud van de pc configureren.
1 Als de signaalbron “Server” is, drukt u
herhaaldelijk op REPEAT of op SHUFFLE om
de afspeelmethode te selecteren.
Toetsen Functie
Cursortoetsen
Selecteer een muziekbestand of
map.
ENTER
Start het afspelen wanneer
ingedrukt terwijl de inhoud is
geselecteerd. Gaat één niveau
lager wanneer ingedrukt terwijl
een map is geselecteerd.
RETURN
Gaat één niveau omhoog.
Afspeel-
toetsen
p/ e
Stopt/hervat het afspelen.
s
Stopt het afspelen.
b / w
Gaat vooruit/terug.
(indien ingedrukt) Zoekt vooruit/
achteruit.
f / a
HOME
Geeft de hoofdmap van de
muziekserver weer.
NOW PLAYING
Geeft informatie weer of het
nummer dat wordt afgespeeld.
Afspeel-
toetsen
Instelling Functie
REPEAT
Off Zet de functie herhalen uit.
One
Speelt het huidige nummer
herhaaldelijk af.
All
Speelt alle nummers in het huidige
album (map) herhaaldelijk af.
SHUFFLE
Off
Zet de functie afspelen in willekeurige
volgorde uit.
On
Speelt nummers in het huidige album
(map) in willekeurige volgorde af.
33 Nl
Nederlands
BASISBEDIENING
U kunt luisteren naar internetradiostations uit de hele wereld.
Om deze functie te gebruiken, moet het toestel verbinding
hebben met internet (p. 14). In “Information” (p. 45) in het
menu “Setup” kunt u controleren of de netwerkparameters
(zoals het IP-adres) goed aan het toestel zijn toegewezen.
U kunt sommige internetradiostations mogelijk niet ontvangen.
Het toestel gebruikt de vTuner-databaseservice voor
internetradiostations.
Deze service kan zonder kennisgeving worden gestopt.
1 Druk herhaaldelijk op NET om “Net Radio”
als signaalbron te selecteren.
De stationlijst verschijnt op de display op het
voorpaneel.
2 Gebruik de cursortoetsen om een onderdeel
te selecteren en druk op ENTER.
Als er een internetradiostation is geselecteerd, wordt
het afspelen gestart en wordt de afspeelinformatie
weergegeven.
Gebruik de volgende toetsen op de afstandsbediening
om het afspelen te besturen.
y
U kunt het huidige station registreren als een voorkeuze (p. 42).
Als u herhaaldelijk op DISPLAY drukt op het voorpaneel, kunt
u op de display op het voorpaneel afspeelinformatie wisselen
(p. 41).
Sommige informatie is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijke
van het station.
Luisteren naar internetradio
Opmerkingen
LINE 1
NET USB
LINE 2 LINE 3
TUNER
PRESET
TUNING
BAND
MEMORY
SETUP
HOME
MUTENOW PLAYING
VOLUME
RETURN
ENTER
OPTION
RETURN
NOW PLAYING
HOME
ENTER
NET
Bookmarks
NET RADIO
A
Toetsen Functie
Cursortoetsen
Selecteer het internet-radiostation
of de categorie, zoals het genre.
ENTER
Start het afspelen wanneer
ingedrukt terwijl een internet-
radiostation is geselecteerd. Gaat
één niveau lager wanneer
ingedrukt terwijl een categorie is
geselecteerd.
RETURN
Gaat één niveau omhoog.
Afspeeltoetse
n
s
Stopt het afspelen.
HOME
Geeft de topcategorieën weer
wanneer tijdens het afspelen
ingedrukt.
NOW PLAYING
Geeft de afspeelgegevens weer
voor het internet-radiostation.
JazzST
NET RADIO
A
34 Nl
Luisteren naar internetradio
Door uw favoriete internetradiostations te registreren in
“Bookmarks”, kunt u snel toegang tot ze verkrijgen vanuit
de map “Bookmarks” op de display op het voorpaneel.
1 Selecteer een van de internetradiostations
op het toestel.
Deze handeling is nodig om het radiostation voor de
eerste keer te registreren.
2 Controleer de vTuner-id van het toestel.
U kunt de vTuner-id (MAC-adres van het toestel)
vinden in “Information” (p. 45) in het menu “Setup”.
3 Ga naar de vTuner-website
(http://yradio.vtuner.com/) met de
webbrowser op uw pc en voer de vTuner-ID
in.
y
Om deze functie te gebruiken, moet u een persoonlijk account
aanmaken. Maak uw account aan met uw e-mailadres.
4 Registreer uw favoriete radiostations.
Klik op het pictogram “Add” (+) naast de naam van
het radiostation.
y
Om het radiostation uit de map “Bookmarks” te verwijderen,
selecteert u “Bookmarks” in het beginscherm en klikt u
vervolgens op het pictogram “Remove” (–) naast de naam van
het station.
Favoriete internetradiostations
registreren (bookmarks)
35 Nl
Nederlands
BASISBEDIENING
Met de functie AirPlay kunt u iPod/iTunes-muziek via het
netwerk weergeven op het toestel.
Om deze functie te gebruiken, moeten het toestel en uw pc of
iPod op dezelfde router zijn aangesloten (p. 14). In “Information”
(p. 45) in het menu “Setup” kunt u controleren of de
netwerkparameters (zoals het IP-adres) goed aan het toestel zijn
toegewezen.
Volg de procedure hieronder om iPod/iTunes-
muziekinhoud weer te geven op het toestel.
1 Schakel het toestel in en start iTunes op de pc
of geef het afspeelscherm weer op de iPod.
Als de iPod/iTunes het toestel herkent, wordt het
pictogram AirPlay ( ) weergegeven.
y
Voor iPods met iOS 7/8 wordt AirPlay weergegeven in het
Control Center. Ga naar het Control Center door omhoog te vegen
vanaf de onderkant van het scherm.
Als het pictogram niet wordt weergegeven, controleert u of het
toestel en pc/iPod goed op de router zijn aangesloten.
2 Klik (tik) op de iPod/iTunes op het pictogram
AirPlay en selecteer het toestel
(netwerknaam van het toestel) als het
audioweergaveapparaat.
3 Selecteer een nummer en start het afspelen
Het toestel selecteert automatisch “AirPlay” als de
signaalbron en start het afspelen. De afspeelinformatie
wordt op het voorpaneel weergegeven.
y
Als u herhaaldelijk op DISPLAY drukt op het voorpaneel, kunt
u op de display op het voorpaneel afspeelinformatie wisselen
(p. 41).
U kunt het toestel automatisch inschakelen bij het starten van
het afspelen op iTunes of iPod door “Standby (Network
Standby)” (p. 45) in het menu “Setup” in te stellen op “On”.
U kunt de netwerknaam (de naam van het toestel op het
netwerk) die op iPod/iTunes wordt weergegeven bewerken in
“Network Name” (p. 46) in het menu “Setup”.
U kunt het volume van het toestel tijdens het afspelen aanpassen
vanaf de iPod/iTunes.
Als u de iPod/iTunes-bediening gebruikt om het volume te
regelen, kan het volume onverwachts hard klinken.
Hierdoor kunnen het toestel of de luidsprekers beschadigd
raken. Als het volume plotseling toeneemt tijdens het
afspelen, stopt u onmiddellijk het afspelen op de iPod/
iTunes.
Afspelen van iPod/iTunes-muziek via een netwerk (AirPlay)
Opmerking
AirPlay werkt met iPhone, iPad en iPod touch met iOS 4.3.3
of later, Mac met OS X Mountain Lion of later, en Mac en pc
met iTunes 10.2.2 of later.
(vanaf augustus 2015)
iPod/iTunes-muziekinhoud afspelen
Opmerking
LET OP
36 Nl
Afspelen van iPod/iTunes-muziek via een netwerk (AirPlay)
Gebruik de volgende toetsen op de afstandsbediening om
het afspelen te besturen.
Als u het iTunes-afspelen wilt bedienen met de afstandsbediening
van het toestel, moet u vooraf de iTunes-voorkeuren zodanig
configureren dat iTunes-besturing vanaf externe luidsprekers is
ingeschakeld.
Toetsen Functies
Afspeel-
toetsen
p/ e
Stopt/hervat het afspelen.
s
Stopt het afspelen.
b / w
Gaat vooruit/terug.
f / a
REPEAT
Wijzigt de instellingen voor
Herhalen.
SHUFFLE
Wijzigt de instellingen voor
Shuffle.
Opmerking
37 Nl
Nederlands
BASISBEDIENING
U kunt muziekbestanden die zijn opgeslagen op een USB-opslagapparaat weergeven op het toestel. Raadpleeg de
bedieningsinstructies voor het USB-opslagapparaat voor meer informatie.
Het toestel ondersteunt USB-apparaten voor massaopslag (bijv. flashgeheugens of draagbare audiospelers) die de FAT16- of FAT32-
indeling gebruiken.
Het toestel ondersteunt WAV- (alleen PCM-indeling), AIFF, MP3-, WMA-, MPEG-4 AAC-, FLAC, ALAC- en DSD-bestanden.
Het toestel is compatibel met samplefrequenties tot 192 kHz voor WAV-, AIFF- en FLAC-bestanden, 96 kHz voor ALAC-bestanden
en 48 kHz voor andere bestanden.
Het toestel is compatibel met 2,8 MHz/5,6 MHz (1 bits) DSD-bestanden.
Sluit alleen USB-apparaten voor massaopslag (zoals USB-acculaders of USB-hubs), pc's, kaartlezers en externe HDD enz. aan en
geen andere apparaten.
USB-apparaten met versleuteling kunnen niet worden gebruikt.
Digital Rights Management-inhoud (DRM) kan niet worden afgespeeld.
Afhankelijk van het model of de fabrikant van het USB-opslagapparaat is het mogelijk dat sommige functies niet compatibel zijn.
1 Sluit het USB-opslagapparaat aan op de
USB-aansluiting.
y
Als een USB-opslagapparaat veel gegevensbestanden bevat, kan
het laden ervan lang duren. In dit geval wordt “Loading...” op de
display op het voorpaneel weergegeven.
Koppel het USB-opslagapparaat los van de USB-aansluiting
wanneer deze niet wordt gebruikt.
Stop het afspelen van het USB-opslagapparaat voordat u het
loskoppelt van de USB-aansluiting.
U kunt de pc niet aansluiten op de USB-aansluiting van het
toestel.
Volg de procedure hieronder om de inhoud van het USB-
opslagapparaat te bedienen en het afspelen te starten.
“_” (onderstreepteken) wordt weergegeven voor tekens die het
toestel niet ondersteunt.
1
Druk op USB om “USB” als de signaalbron te
selecteren.
Muziek afspelen van een USB-opslagapparaat
Opmerkingen
Een USB-opslagapparaat
aansluiten
Opmerkingen
BASSINPUT
5V
1A
PHONES
SPEAKERS
AB
Connected
USB
A
VOL.
Weergeven van de inhoud van een
USB-opslagapparaat
Opmerking
LINE 1
NET USB
LINE 2 LINE 3
TUNER
PRESET
TUNING
BAND
MEMORY
SETUP
HOME
MUTENOW PLAYING
VOLUME
RETURN
ENTER
REPEAT
SHUFFLE
OPTION
RETURN
USB
NOW PLAYING
HOME
ENTER
Bluse
USB
A
VOL.
38 Nl
Muziek afspelen van een USB-opslagapparaat
2 Gebruik de cursortoetsen om een onderdeel
te selecteren en druk op ENTER.
Als er een nummer is geselecteerd, wordt het afspelen
gestart en wordt de afspeelinformatie weergegeven.
y
U kunt het nummer dat wordt weergegeven registreren als een
voorkeuze (p. 42).
Als u herhaaldelijk op DISPLAY drukt op het voorpaneel, kunt
u op de display op het voorpaneel afspeelinformatie wisselen
(p. 41).
Gebruik de volgende toetsen op de afstandsbediening om
het afspelen te besturen.
Instellingen voor herhalen/shuffle
U kunt de instellingen voor herhalen/shuffle voor afspelen
van de inhoud van een USB-opslagapparaat configureren.
1 Als de signaalbron “USB” is, drukt u
herhaaldelijk op REPEAT of op SHUFFLE op
de toetsen voor het afspelen om de
afspeelmethode te selecteren.
Toetsen Functie
Cursortoetsen
Selecteer een muziekbestand of
map.
ENTER
Start het afspelen wanneer
ingedrukt terwijl een
muziekbestand is geselecteerd. Gaat
één niveau lager wanneer ingedrukt
terwijl een map is geselecteerd.
RETURN
Gaat één niveau omhoog.
Afspeel-
toetsen
p/ e
Stopt/hervat het afspelen.
s
Stopt het afspelen.
b / w
Gaat vooruit/terug.
f / a
HOME
Geeft de hoofdmap weer van het
USB-apparaat.
NOW PLAYING
Geeft informatie weer of het
nummer dat wordt afgespeeld.
Track #3
USB
A
Afspeel-
toetsen
Instelling Functie
REPEAT
Off Zet de functie herhalen uit.
One
Speelt het huidige nummer
herhaaldelijk af.
All
Speelt alle nummers in het huidige
album (map) herhaaldelijk af.
SHUFFLE
Off
Zet de functie afspelen in
willekeurige volgorde uit.
On
Speelt nummers in het huidige album
(map) in willekeurige volgorde af.
39 Nl
Nederlands
BASISBEDIENING
U kunt iPod-muziek op het toestel weergeven met een USB-kabel die bij de iPod is geleverd.
Afhankelijk van het model of de softwareversie van de iPod is het
mogelijk dat een iPod door het toestel niet wordt gedetecteerd of
dat sommige functies niet compatibel zijn.
Sluit uw iPod op het toestel aan met de USB-kabel die bij
de iPod is geleverd.
1 Sluit de USB-kabel aan op de iPod.
2 Sluit de USB-kabel aan op de USB-
aansluiting.
y
Als “Standby (Network Standby)” (p. 45) in het menu “Setup” is
ingesteld op “Off” (Uit), blijft de iPod opladen tot maximaal 4
uur zodra het toestel in stand-by gaat terwijl de iPod oplaadt.
Koppel de iPod los van de USB-aansluiting wanneer de iPod niet
wordt gebruikt.
Volg de procedure hieronder om de inhoud van de iPod te
bedienen en het afspelen te starten.
“_” (onderstreepteken) wordt weergegeven voor tekens die het
toestel niet ondersteunt.
1 Druk op USB om “USB” als de signaalbron te
selecteren.
2 Gebruik de cursortoetsen om een onderdeel
te selecteren en druk op ENTER.
Als er een nummer is geselecteerd, wordt het afspelen
gestart en wordt de afspeelinformatie weergegeven.
y
Als u herhaaldelijk op DISPLAY drukt op het voorpaneel, kunt
u op de display op het voorpaneel afspeelinformatie wisselen
(p. 41).
Als u de iPod handmatig wilt bedienen om inhoud te selecteren
of het weergeven te bedienen, schakelt u naar de modus voor
eenvoudig afspelen (p. 40).
iPod-muziek weergeven
Opmerking
Made for
iPod touch (2nd, 3rd, 4th and 5th generation)
iPod nano (2nd, 3rd, 4th, 5th, 6th and 7th generation)
iPhone 6, iPhone 6 Plus, iPhone 5s, iPhone 5c, iPhone 5,
iPhone 4S, iPhone 4, iPhone 3GS, iPhone 3G
(vanaf augustus 2015)
Een iPod aansluiten
Opmerking
BASSINPUT
5V
1A
DIMMER MO
DISPLAY
PHONES
SPEAKERS
AB
Connected
USB
A
VOL.
iPod-inhoud afspelen
Opmerking
LINE 1
NET USB
LINE 2 LINE 3
TUNER
PRESET
TUNING
BAND
MEMORY
SETUP
HOME
MUTENOW PLAYING
VOLUME
RETURN
ENTER
REPEAT
SHUFFLE
OPTION
RETURN
USB
NOW PLAYING
HOME
ENTER
Music
USB
A
VOL.
Track #1
USB
A
VOL.
40 Nl
iPod-muziek weergeven
Gebruik de volgende toetsen op de afstandsbediening om
het afspelen te besturen.
De iPod zelf of de afstandsbediening
bedienen (eenvoudig afspelen)
1 Druk op MODE op het voorpanee om naar de
modus voor eenvoudig afspelen te
schakelen.
In de modus voor eenvoudig afspelen wordt alleen de
naam van de ingang weergegeven op het voorpaneel.
Als u de afspeelgegevens bevestigt, ziet u het iPod-
scherm.
y
Als u de modus voor eenvoudig afspelen wilt verlaten, drukt u
nogmaals op MODE.
2 Bedien de iPod zelf of de afstandsbediening
om het afspelen te starten.
Gebruik de volgende toetsen op de afstandsbediening
om het afspelen van de modus voor eenvoudig
afspelen te besturen.
Instellingen voor herhalen/shuffle
U kunt de instellingen voor herhalen/shuffle van uw iPod
configureren.
1 Als de signaalbron “USB” is, drukt u
herhaaldelijk op REPEAT of op SHUFFLE op
de toetsen voor het afspelen om de
afspeelmethode te selecteren.
y
De werking of weergave van herhalen/shuffle kan afwijken,
afhankelijk van het type of de softwareversie van de gebruikte
iPod.
Toetsen Functie
Cursortoetsen
Selecteer een muziekbestand,
album of genre.
ENTER
Start het afspelen wanneer
ingedrukt terwijl een
muziekbestand is geselecteerd. Gaat
één niveau lager wanneer ingedrukt
terwijl een album of genre is
geselecteerd.
RETURN
Gaat één niveau omhoog.
Afspeel-
toetsen
p/ e
Stopt/hervat het afspelen.
s
Stopt het afspelen.
b / w
Gaat vooruit/terug.
(indien ingedrukt) Zoekt vooruit/
achteruit.
f / a
HOME
Geeft het bovenste menu van de
iPod weer.
NOW PLAYING
Geeft informatie weer of het
nummer dat wordt afgespeeld.
Werkende toetsen op
de afstandsbediening
Functie
Cursortoetsen
Selecteer een item.
ENTER
Bevestig de selectie.
RETURN
Keert terug naar de vorige status.
Afspeel-
toetsen
p/ e
Start of stopt tijdelijk het afspelen.
s
Stopt het afspelen.
b / w
Gaat vooruit/terug.
(indien ingedrukt) Zoekt vooruit/
achteruit.
f / a
Afspeel-
toetsen
Instelling Functie
REPEAT
Off Zet de functie herhalen uit.
One
Speelt het huidige nummer
herhaaldelijk af.
All Speelt alle nummers herhaaldelijk af.
SHUFFLE
Off
Zet de functie afspelen in
willekeurige volgorde uit.
Songs
Speelt nummers in willekeurige
volgorde af.
Albums
Speelt albums in willekeurige
volgorde af.
41 Nl
Nederlands
BASISBEDIENING
Als u een netwerkbron of USB als de signaalbron selecteert, kunt u op de display op het voorpaneel ook
afspeelinformatie wisselen.
1 Druk op DISPLAY.
Telkens wanneer u op de toets drukt, wordt een ander
onderdeel weergegeven.
Na 3 seconden wordt de bijbehorende informatie
voor het weergegeven onderdeel weergegeven.
Informatie wisselen op de display van het voorpaneel
Signaalbron Item
Bluetooth
Server
AirPlay
USB
(inclusief iPod)
Track (titel van nummer), Artist (naam
artiest), Album (naam album), Time
Net Radio
Track (titel van nummer), Album (naam
album), Time, Station (naam zender)
VOLUME
PURE DIRECT
RETURN
CONNECT
PUSH - ENTER
TUNINGPRESET
BAND
MEMORY CLEAR
BASSINPUT
5V
1A
BALANCE
LR
TREBLE
LOUDNESS
FLAT
-30dB
DIMMER MODE
DISPLAY
SELECT
PHONES
SPEAKERS
AB
Track
INFO
A
Track #1
SERVER
A
42 Nl
Als u netwerkbronnen en USB als signaalbron selecteert, kunt u het huidige nummer of de streamingzender registreren
als een voorkeuze, tot maximaal 40.
U kunt dan gemakkelijk zo’n voorkeuzenummer/-station terugroepen door het voorkeuzenummer te selecteren.
U kunt de volgende signaalbronnen instellen als voorkeuze.
Server, Net Radio, USB (met uitzondering van iPod) en streamingservices.
1 Geef een nummer of een streamingzender
die u wilt registreren weer.
2 Houd MEMORY langer dan 3 seconden
ingedrukt.
Wanneer u voor het eerst een nummer/zender
registreert, wordt het geselecteerde nummer/de
zender geregistreerd met het voorkeuzenummer “01”.
Daarna wordt elk nummer/elke zender die u
selecteert geregistreerd onder het volgende lege
voorkeuzenummer na het laatst geregistreerde
nummer.
y
Om een vooraf ingesteld nummer te selecteren voor registratie,
drukt u op PRESET j / i of de cursortoetsen (D/E).
3 Druk nogmaals op MEMORY om de
voorkeuze te registreren.
1 Selecteer de signaalbron waarvoor u de
voorkeuze wilt terugroepen.
2 Druk op PRESET j / i om een
voorkeuzenummer te selecteren.
3 Druk op ENTER om de voorkeuze terug te
roepen.
Het huidige nummer/de huidige zender registreren
(voorkeuzefunctie)
Een voorkeuze registreren
NET USB
TUNER
PRESET
TUNING
BAND
MEMORY
ENTER
PRESET j / i
MEMORY
ENTER
01:Empty
MEMORY
A
Een voorkeuze terugroepen
43 Nl
Nederlands
GEAVANCEERDE
BEDIENING
GEAVANCEERDE BEDIENING
U kunt afzonderlijke afspeelinstellingen configureren voor verschillende afspeelbronnen. Met dit menu kunt u tijdens het
afspelen gemakkelijk instellingen configureren.
1 Druk op OPTION.
2 Gebruik de cursortoetsen om een onderdeel
te selecteren en druk op ENTER.
y
Druk tijdens menuhandelingen op RETURN als u wilt terugkeren
naar de vorige status.
3 Gebruik de cursortoetsen (D / E) om een
instelling te selecteren.
4 Druk op OPTION om het menu af te sluiten.
y
Welke onderdelen beschikbaar zijn, is afhankelijk van de
geselecteerde signaalbron.
Volume Trim
Corrigeert volumeverschillen tussen signaalbronnen. Als
u hinder ondervindt van volumeverschillen bij het
schakelen tussen signaalbronnen, gebruikt u deze functie
om dat te corrigeren.
y
Deze instelling wordt afzonderlijk op elke signaalbron toegepast.
Instelbereik
-10,0 dB tot 0,0 dB tot +10,0 dB (stappen van 0,5 dB)
Standaard
0,0 dB
Signal Info.
Geeft informatie weer over audiosignalen.
Keuzes
y
Druk herhaaldelijk op de cursortoetsen (B / C) om de informatie
op het display op het voorpaneel te wisselen.
Vol.Interlock (Volume interlock)
Schakelt volumeknoppen in/uit vanaf iTunes/iPod via
AirPlay.
Instellingen
Afspeelinstellingen configureren voor verschillende
afspeelbronnen (menu Option)
Onderdelen van het menu Option
Item Functie
Pagina
Volume Trim
Corrigeert volumeverschillen tussen
signaalbronnen.
43
Signal Info.
Geeft informatie weer over het
audiosignaal.
43
Auto Preset
Registreert automatisch FM-
radiostations met sterke signalen als
voorkeuzestations.
24
Clear Preset
Wist radiostations die naar
voorkeuzenummers zijn geregistreerd.
26
TrafficProgram
Zoekt automatisch naar een station met
verkeersinformatie.
27
Vol.Interlock
(Volume interlock)
Schakelt volumeknoppen in/uit vanaf
iTunes/iPod via AirPlay.
43
PRESET
MEMORY
SETUP
HOME
MUTENOW PLAYING
VOLUME
RETURN
ENTER
OPTION
RETURN
OPTION
ENTER
VOL.
A
Volume Trim
OPTION
FORMAT De audio-indeling van het ingangssignaal.
SAMPLING
Het aantal samples per seconde van het digitale
ingangssignaal.
Off Schakelt volumeknoppen uit vanaf iTunes/iPod.
Ltd
(standaard)
Schakelt volumeknoppen in/uit vanaf iTunes/iPod
binnen het beperkte bereik (-80,0 dB tot -20,0 dB
en gedempt).
Full
Schakelt volumeknoppen in/uit vanaf iTunes/iPod
binnen het volledige bereik (-80,0 dB tot +16,5 dB
en gedempt).
44 Nl
U kunt de verschillende functies van het toestel configureren.
1 Druk op SETUP.
2 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om een
menu te selecteren.
3 Druk op ENTER.
4 Gebruik de cursortoetsen (D/E) om een
instelling te selecteren en druk op ENTER.
y
Druk tijdens menuhandelingen op RETURN als u wilt terugkeren
naar de vorige status.
5 Druk op SETUP om het menu af te sluiten.
Verschillende functies configureren (menu Setup)
PRESET
MEMORY
SETUP
HOME
MUTENOW PLAYING
VOLUME
RETURN
ENTER
OPTION
RETURN
SETUP
ENTER
Network
SETUP
A
Max Volume
SETUP
A
+16.5dB
MAX VOL
A
Onderdelen van het menu Setup
Menu-item Functie
Pagina
Network
Connection
Selecteert de
netwerkverbindingsmethode.
45
Information
Geeft de netwerkinformatie
van het toestel weer.
45
IP Address
Configureert de
netwerkparameters (zoals IP-
adres).
45
DMC
Control
Bepaalt of een DLNA-
compatibele Digital Media
Controller (DMC) het
afspelen mag besturen.
45
Standby
(Network
Standby)
Bepaalt of de functie die het
toestel inschakelt vanaf
andere netwerkapparaten
moet worden ingeschakeld/
uitgeschakeld.
45
Network
Name
Bewerkt de netwerknaam (de
naam van het toestel op het
netwerk) die andere
netwerkapparaten wordt
weergegeven.
46
Update
(Network
Update)
Werkt de firmware bij via het
netwerk.
46
Bluetooth
On/Off
Schakelt de Bluetooth-
functies in/uit.
46
Standby
(Bluetooth
Standby)
Bepaalt of de functie die het
toestel inschakelt vanaf
andere Bluetooth-apparaten,
moet worden ingeschakeld/
uitgeschakeld (Bluetooth-
stand-by).
46
Audio
Receive
Ontvangt audioinstellingen
van het Bluetooth-apparaat.
46
Audio Send
Verzend audio van het toestel
naar Bluetooth-luidsprekers
of een hoofdtelefoon.
46
Max Volume
Stelt het maximale volume in
om een extreem
geluidsvolume te voorkomen.
47
Initial Volume
Stelt het eerste volume in op
het moment dat het toestel
wordt ingeschakeld.
47
AutoPowerStdby
(Auto Power Standby)
Stelt de hoeveelheid tijd in
voor de automatische stand-
byfunctie.
47
ECO Mode
Schakelt de eco-modus
(energiebesparingsmodus) in
of uit.
47
45 Nl
Verschillende functies configureren (menu Setup)
Nederlands
GEAVANCEERDE
BEDIENING
Configureert de netwerkinstellingen.
Connection
Selecteert de netwerkverbindingsmethode.
Information
Geeft de netwerkinformatie van het toestel weer.
IP Address
Configureert de netwerkparameters (zoals IP-adres).
DHCP
Bepaalt of een DHCP-server wordt gebruikt.
Handmatige netwerkinstellingen
1 Stel “DHCP” in op “Off”.
2 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om een
parametertype te selecteren.
3 Gebruik de cursortoetsen (D / E) om de
bewerkingspositie te selecteren.
(Voorbeeld: IP-adresinstelling)
Gebruik de cursortoetsen (D / E) om tussen
segmenten (Address1, Address2...) van het adres te
schakelen.
4 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om een
waarde te wijzigen.
5 Druk op SETUP om het menu af te sluiten.
DMC Control
Bepaalt of een DLNA-compatibele Digital Media
Controller (DMC) het afspelen mag besturen.
y
Een Digital Media Controller (DMC) is een apparaat dat via het
netwerk andere netwerkapparaten kan bedienen. Als deze functie
is ingeschakeld, kunt u het afspelen van het toestel bedienen met
DMC’s (zoals Windiow Media Player 12) op hetzelfde netwerk.
Standby (Network Standby)
Bepaalt of het toestel kan worden ingeschakeld vanaf
andere apparaten in het netwerk (netwerk stand-by).
Network
Wired
Selecteer deze optie als u het toestel wilt
aansluiten op een netwerk met een in de
handel verkrijgbare netwerkkabel (p. 15).
Wireless
Selecteer deze optie als u het toestel wilt
aansluiten op een netwerk via de draadloze
router of het toegangspunt (p. 16, 17, 18).
WirelessDirect
Selecteer deze optie als u een mobiel apparaat
direct op het toestel aan wilt sluiten. Voor
details over de instellingen, raadpleegt u “Een
mobiel apparaat rechtstreeks aansluiten op het
toestel (Wireless Direct)” (p. 19).
Extend
Geeft de verbindingsmethode weer van het
MusicCast-netwerk.
NEW FW
Available
Verschijnt als voor de firmware van dit toestel
een update beschikbaar is (p. 50).
STATUS De verbindingsstatus van het netwerk.
MC NET
Status van het MusicCast-netwerk. Als
“Ready” verschijnt, kunt u de MusicCast
CONTROLLER-app gebruiken.
MAC
Geeft het MAC-adres weer van het toestel.
Afhankelijk van de verbindingsmethode
(bekabelde LAN-verbinding of draadloze
LAN / Wireless Direct -verbinding), kan het
MAC-adres verschillen.
SSID
(Bij gebruik van een draadloze LAN-
verbinding of Wireless Direct) De SSID van
dit toestel op het draadloze netwerk.
IP IP address (IP-adres)
SUBNET Subnet mask (subnetmasker)
GATEWAY Het IP-adres van de standaardgateway
DNS P Het IP-adres van de primaire DNS-server
DNS S Het IP-adres van de secundaire DNS-server
VTUNER Het id van de internetradio (vTuner)
Off
Er wordt geen DHCP-server gebruikt. U moet de
netwerkparameters handmatig configureren. Zie
“Handmatige netwerkinstellingen” voor meer
informatie.
On
(standaard)
Er wordt een DHCP-server gebruikt om de
netwerkparameters (zoals IP-adres) van het toestel
automatisch te bepalen.
IP Hierin kunt u een IP-adres opgeven.
SUBNET Hierin kunt u een subnetmasker opgeven.
GATEWAY Geeft het IP-adres aan van de standaardgateway.
DNS P
Hierin kunt u het IP-adres van de primaire DNS-
server opgeven.
DNS S
Hierin kunt u het IP-adres van de secundaire
DNS-server opgeven.
Disable Weergave kan niet worden bediend met DMC’s.
Enable
(standaard)
Weergave kan worden bediend met DMC’s.
Off Schakelt de netwerk stand-byfunctie uit.
On
Schakelt de netwerk stand-byfunctie in. (Het
toestel verbruikt meer stroom dan wanneer “Off
is geselecteerd.)
Auto
(standaard)
Schakelt de netwerk stand-byfunctie in. Als de
eenheid van het netwerk is verwijderd, wordt de
eenheid ingesteld op de stroombesparingsmodus.
Address1•••192
NETWORK
A
46 Nl
Verschillende functies configureren (menu Setup)
Network Name
Bewerkt de netwerknaam (de naam van het toestel op het
netwerk) die andere netwerkapparaten wordt
weergegeven.
1 Selecteer “Network Name”.
2 Druk tweemaal op ENTER om de weergave
voor naambewerking te openen.
3 Gebruik de cursortoetsen (D/E) om de
bewerkingspositie te verplaatsen en de
cursortoetsen (B/C) om een teken te
selecteren.
U kunt een teken invoeren/verwijderen door te
drukken op PRESET i (invoeren) of PRESET j
(verwijderen).
4 Druk op ENTER om de nieuwe naam te
bevestigen.
5 Druk op SETUP om het menu af te sluiten.
Update (Network Update)
Werkt de firmware bij via het netwerk.
Configureert de Bluetooth-instellingen.
On/Off
Schakelt de Bluetooth-functie in/uit (p. 28).
Standby (Bluetooth Standby)
Bepaalt of de functie die het toestel inschakelt vanaf
andere Bluetooth-apparaten, moet worden ingeschakeld/
uitgeschakeld (Bluetooth-stand-by). Als deze functie is
ingesteld op “On”, wordt het toestel automatisch
ingeschakeld als een verbindingsbewerking wordt
uitgevoerd op het Bluetooth-apparaat.
y
Deze instelling is niet beschikbaar als “Standby (Network
Standby)” (p. 45) is ingesteld op “Off”.
Audio Receive
Ontvangt audioinstellingen van het Bluetooth-apparaat.
Audio Send
Verzend audio van het toestel naar Bluetooth-luidsprekers
of een hoofdtelefoon.
Perform
Update
Start het proces voor het bijwerken van de
firmware van het toestel. Zie “De firmware van
het toestel bijwerken via het netwerk” (p. 50)
voor details.
Version
Geeft de versie weer van de firmware die op het
toestel is geïnstalleerd.
ID Geeft het systeem-id-nummer weer.
Network Name
NETWORK
A
R-N602 XXXXXX
NAME
A
R-N602 XXXXXX
NAME
A
Bluetooth
Off Schakelt de Bluetooth-functie uit.
On
(standaard)
Schakelt de Bluetooth-functie in. Onmiddellijk
na het selecteren van de “On”, wordt de uitvoer
van de netwerkbron gepauzeerd.
Off Schakelt de Bluetooth-stand-byfunctie uit.
On
(standaard)
Schakelt de Bluetooth-stand-byfunctie in. (Het
toestel verbruikt meer stroom dan wanneer “Off”
is geselecteerd.)
Disconnect
Verbreekt de verbinding met het aangesloten
Bluetooth-apparaat. Om het Bluetooth-apparaat
te ontkoppelen, drukt u op ENTER op de
afstandsbediening.
Off
(standaard)
Audio kan niet worden verzonden.
On
Audiotransmissie wordt ingeschakeld.
Specificeer de instellingen voor audiotransmissie
die worden gebruikt voor de MusicCast
CONTROLLER-app voor mobiele apparaten.
47 Nl
Verschillende functies configureren (menu Setup)
Nederlands
GEAVANCEERDE
BEDIENING
Stelt het maximale volume in om een extreem
geluidsvolume te voorkomen.
Instelbereik
-30 dB tot +15,0 dB / +16,5 dB (stappen van 5 dB)
Standaard
+16,5 dB
Stelt het eerste volume in wanneer de ontvanger wordt
ingeschakeld.
Instelbereik
Off, Mute, -80,0 dB tot +16,5 dB (stappen van 0,5 dB)
Standaard
Off
Schakelt de auto-stand-by-functie in/uit. Als u het toestel
niet gebruikt gedurende een opgegeven tijd, wordt het
toestel automatisch in de stand-bymodus gezet.
y
Net voordat de stand-bymodus op het toestel wordt geactiveerd,
wordt “AutoPowerStdby” weergegeven en begint het aftellen op
de display op het voorpaneel.
Schakelt de eco-modus (energiebesparing) in of uit. Als de
eco-modus is ingeschakeld, kunt u het stroomverbruik van
het toestel verminderen.
De nieuwe instelling wordt van kracht nadat het toestel
opnieuw is gestart. Zorg dat u op ENTER drukt om het
toestel opnieuw te starten nadat u een instelling hebt
geselecteerd.
Als “ECO Mode” is ingesteld op “On”, kan de display van het
voorpaneel donker worden.
Max Volume
Initial Volume
AutoPowerStdby
(Auto Power Standby)
Off
Het toestel wordt niet automatisch in de stand-
bymodus gezet.
On
(standaard)
Zet het toestel automatisch in de stand-bymodus.
Als NET, BLUETOOTH of USB als signaalbron
is geselecteerd, schakelt het toestel over naar de
stand-bymodus van de geselecteerde bron als u
niet binnen 20 minuten begint met afspelen.
Alle signaalbronnen schakelen naar de stand-
bymodus wanneer gedurende 8 uur niet gebruikt.
ECO Mode
Off
(standaard)
Schakelt de eco-modus uit.
On Schakelt de eco-modus in.
Opmerking
48 Nl
Configureer de systeeminstellingen van het toestel via het display op het voorpaneel.
1 Schakel het toestel uit.
2
Houd RETURN op het voorpaneel ingedrukt en
druk op
A (aan/uit).
3 Draai SELECT/ENTER om een onderdeel te
selecteren.
4 Druk op SELECT/ENTER om een instelling te
selecteren.
5 Druk op A (aan/uit) om het toestel uit te
schakelen en daarna weer in te schakelen.
De nieuwe instellingen worden van kracht.
Wijzig de instellingen van de luidsprekerimpedantie van
het toestel overeenkomstig de impedantie van de
aangesloten luidsprekers.
Instellingen
Wanneer meerdere ontvangers in dezelfde ruimte worden
gebruikt, kan het instellen van het ID van de
afstandsbediening van dit toestel op ID1 (en de andere
ontvanger ingesteld naar een andere dan ID1) storing
vermijden van andere afstandsbedieningen.
Instellingen
ID1, AUTO (standaard)
Herstelt de standaardinstellingen van het toestel.
Keuzes
De systeeminstellingen configureren (menu ADVANCED SETUP)
Onderdelen van het menu
ADVANCED SETUP
Item Functie
Pagina
SP IMP.
Wijzigt de instelling van de
luidsprekerimpedantie.
48
REMOTE ID
Selecteert de afstandsbedienings-ID
van het toestel.
48
INIT Herstelt de standaardinstellingen. 48
UPDATE Werkt de firmware bij. 49
VERSION
Controleert de versie van de firmware
die momenteel is geïnstalleerd op het
toestel.
49
VOLUME
PURE DIRECT
RETURN
CONNECT
PUSH - ENTER
TUNINGPRESET
BAND
MEMORY CLEAR
BASSINPUT
5V
1A
BALANCE
LR
TREBLE
LOUDNESS
FLAT
-30dB
DIMMER MODE
DISPLAY
SELECT
PHONES
SPEAKERS
AB
De instelling van de
luidsprekerimpedantie wijzigen
(SP IMP.)
4 MIN
Selecteer deze optie als u luidsprekers van 4 - 8 ohm
wilt aansluiten op het toestel.
8 MIN
(Standaard)
Selecteer deze optie als u luidsprekers van 8 ohm
of meer wilt aansluiten op het toestel.
De afstandsbedienings-ID
selecteren (REMOTE ID)
De standaardinstellingen
herstellen (INIT)
ALL Herstelt de standaardinstellingen van het toestel.
NETWORK
Alle netwerk- Bluetooth- en USB-instellingen
starten Bij het uitvoeren van de initialisatie wordt
de voorkeuze (p. 42) die is geregistreerd voor
NET/USB gewist.
CANCEL Er wordt geen initialisatie uitgevoerd.
SP IMP.••8¬MIN
REMOTE ID•AUTO
INIT••••CANCEL
49 Nl
De systeeminstellingen configureren (menu ADVANCED SETUP)
Nederlands
GEAVANCEERDE
BEDIENING
Wanneer dit nodig, is verschijnt er nieuwe firmware die
extra eigenschappen of productverbeteringen bevat. Als
het toestel is aangesloten op het internet, kunt u de
firmware bijwerken via het netwerk. Raadpleeg de
bijbehorende informatie bij de updates voor details.
Firmware updateprocedure
Voer deze procedure niet uit tenzij een update van de
firmware noodzakelijk is. Lees de bijbehorende informatie
bij de updates voordat u de firmware bijwerkt.
1 Druk herhaaldelijk op SELECT/ENTER om
“USB” of “NETWORK” te selecteren en druk
op DISPLAY om de update van de firmware te
starten.
Keuzes
y
Als het toestel via het netwerk nieuwere firmware detecteert,
verschijnt “NEW FW Available” als het “Information”-menu-
item in “Network”. In dit geval kunt u ook de firmware van het
toestel bijwerken door de procedure te volgen in “De firmware
van het toestel bijwerken via het netwerk” (p. 50).
Controleer de versie van de firmware die momenteel is
geïnstalleerd op het toestel.
y
U kunt de versie van de firmware eveneens controleren in
“Update (Network Update)” (p. 46) in het menu “Setup”.
Het kan enige tijd duren voordat de firmwareversie wordt
weergegeven.
De firmware bijwerken (UPDATE)
USB
De firmware bijwerken met een USB-
geheugenapparaat.
NETWORK De firmware bijwerken via het netwerk.
UPDATE•NETWORK
De versie van de firmware
controleren (VERSION)
VERSION••xx.xx
50 Nl
Wanneer dit nodig, is verschijnt er nieuwe firmware die extra eigenschappen of productverbeteringen bevat. Als het
toestel is aangesloten op het internet, kunt u de firmware downloaden en bijwerken via het netwerk.
y
U kunt de firmware eveneens bijwerken met behulp van een
USB-geheugenapparaat via het menu “ADVANCED SETUP”
(p. 49).
1 Druk op SETUP.
2 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om
“Network” te selecteren en druk op ENTER.
3 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om
“Information” te selecteren en druk op
ENTER.
Als nieuwe firmware beschikbaar is, verschijnt
“NEW FW Available” op de display van het
voorpaneel.
4 Druk op RETURN om naar de vorige status
terug te keren.
5 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om
“Update” te selecteren en druk op ENTER.
6 Druk op ENTER om de update van de
firmware te starten.
Het toestel start opnieuw en de update van de
firmware start.
y
Als u de bewerking wilt annuleren zonder de firmware bij te
werken, drukt u op SETUP.
7 Als “UPDATE SUCCESS” wordt weergegeven
op de display op het voorpaneel, drukt u op
A (aan/uit) op het voorpaneel.
De update van de firmware is voltooid.
De firmware van het toestel bijwerken via het netwerk
Gebruik het toestel niet en koppel het netsnoer en de netwerkkabel niet los wanneer de firmware wordt bijgewerkt. Het bijwerken
van de firmware duurt ongeveer 20 minuten of meer (afhankelijk van de snelheid van uw internetverbinding).
Als het toestel is aangesloten op het draadloze netwerk via een draadloze netwerkadapter, kunnen netwerkupdates mogelijk niet
worden uitgevoerd, afhankelijk van de kwaliteit van de draadloze verbinding. Werk de firmware in dat geval bij met het USB-
geheugenapparaat (p. 49).
Opmerkingen
PRESET
MEMORY
SETUP
HOME
MUTENOW PLAYING
VOLUME
RETURN
ENTER
OPTION
RETURN
SETUP
ENTER
Available
NEW FW
Perform Update
UPDATE
51 Nl
Nederlands
AANVULLENDE
INFORMATIE
AANVULLENDE INFORMATIE
Raadpleeg de tabel hieronder indien dit toestel niet naar behoren functioneert. Als het probleem dat u ervaart, niet
hieronder in de lijst voorkomt, of als de instructies hieronder niet helpen, stelt u dit toestel in op de stand-bymodus,
verwijdert u het netsnoer en neemt u contact op met de dichtstbijzijnde bevoegde Yamaha-dealer of -servicecentrum.
Algemeen
Foutopsporing
Probleem Oorzaak Oplossing
Zie
pagina
De stroom gaat niet
aan.
Het veiligheidscircuit werd 3 keer achter
elkaar geactiveerd. Als het toestel zich in
deze toestand bevindt, knippert de stand-
byindicator op het toestel als u probeert
het toestel in te schakelen.
Uit veiligheidsoverwegingen kan de stroom van dit
toestel niet worden ingeschakeld. Neem contact op
met uw dichtstbijzijnde Yamaha-dealer of -
servicecentrum om een reparatie aan te vragen.
Het netsnoer of de stekker is niet of niet
goed aangesloten.
Sluit het netsnoer stevig aan.
De beveiliging is in werking getreden
door een kortsluiting, enz.
Controleer of de luidsprekerdraden elkaar niet raken
en zet dan het toestel opnieuw aan.
12
De interne microcomputer blijft hangen
door een externe elektrische schok
(bijvoorbeeld blikseminslag en ontlading
van statische elektriciteit) of door een
daling van het voltage van de
stroomvoorziening.
Schakel de A (stroom) uit op het voorpaneel en zet
weer AAN na ten minste 15 seconden. (Als het
probleem zich blijft voordoen, koppelt u het netsnoer
los van het stopcontact en sluit u het netsnoer
opnieuw aan.)
De stroom gaat niet
uit.
De interne microcomputer blijft hangen
door een externe elektrische schok
(bijvoorbeeld blikseminslag en ontlading
van statische elektriciteit) of door een
daling van het voltage van de
stroomvoorziening.
Schakel de A (stroom) uit op het voorpaneel en zet
weer AAN na ten minste 15 seconden. (Als het
probleem zich blijft voordoen, koppelt u het netsnoer
los van het stopcontact en sluit u het netsnoer
opnieuw aan.)
Geen geluid. Invoer- of uitvoerkabels verkeerd
aangesloten.
Verbind de kabels correct. Als het probleem
aanhoudt, is het mogelijk dat er iets mis is met de
kabels.
11
Er is geen geschikte ingangsbron
geselecteerd.
Selecteer een geschikte signaalbron met de INPUT-
selector op het voorpaneel (of een van de
signaalkeuzetoetsen op de afstandbediening).
21
De SPEAKERS A/B-schakelaars zijn niet
correct ingesteld.
Zet de overeenkomende SPEAKERS A of
SPEAKERS B aan.
21
De luidsprekeraansluitingen zitten niet
goed vast.
Zet de aansluitingen goed vast.
11
Uitvoer is uitgeschakeld. Schakel de dempen uit.
9
De Max volume- of Initial volume-
instelling is te laag.
Controleer de instellingen voor “Max Volume” en
“Initial Volume” in het menu “Setup”.
47
Het component die overeenkomt met de
geselecteerde signaalbron is
uitgeschakeldof speelt niet af.
Zet de component aan en zorg ervoor dat hij afspeelt.
De audio-uitgang van een apparaat dat op
een digitale audio-ingang (COAXIAL/
OPTICAL-aansluitingen) is aangesloten,
is op iets anders dan PCM ingesteld.
Stel de audio-uitgang van het aangesloten apparaat in
op PCM,
52 Nl
Foutopsporing
Het geluid valt
plotseling weg.
De beveiliging is in werking getreden
door een kortsluiting, enz.
Stel de luidsprekerimpedantie in in overeenstemming
met de luidsprekers.
48
Controleer of de luidsprekerdraden elkaar niet raken
en zet dan het toestel opnieuw aan.
12
Het toestel is te warm geworden. Let erop dat de openingen in het bovenpaneel niet
worden geblokkeerd.
De functie voor automatische stand-by
heeft dit toestel uitgeschakeld.
Wijzig de automatische stand-by (“AutoPowerStdby”
in het menu “Setup”), naar uit.
47
Er komt slechts aan
één kant geluid uit de
luidspreker.
Bedrading niet op de juiste manier
aangesloten.
Verbind de kabels correct. Als het probleem
aanhoudt, is het mogelijk dat er iets mis is met de
kabels.
11
Onjuiste instelling voor de
luidsprekerbalans.
Stel BALANCE in op de betreffende positie.
22
De lage tonen klinken
te zwak en de
weergave is
sfeerloos.
De +- en –-kabels zijn verkeerd om
aangesloten op de versterker of de
luidsprekers.
Sluit de luidsprekerkabels aan op de juiste fase + en –.
12
Er wordt een
“zoemend” geluid
gehoord.
Bedrading niet op de juiste manier
aangesloten.
Sluit de audiostekkers stevig aan. Als het probleem
aanhoudt, is het mogelijk dat er iets mis is met de
kabels.
11
De platenspeler is niet verbonden met de
GND-aansluiting.
Verbind de platenspeler met de GND-aansluiting van
dit toestel.
11
Het volumeniveau is
laag bij afspelen van
een langspeelplaat.
De langspeelplaat wordt weergegeven op
een draaitafel met een MC-cartridge.
De draaitafel dient aangesloten te zijn op dit toestel
via een MC-hoofdversterker.
Het geluid is van
mindere kwaliteit
wanneer u luistert
met een
hoofdtelefoon
verbonden met de cd-
speler of het
cassettedeck die op
dit toestel zijn
aangesloten.
De stroom van het toestel is uitgeschakeld
of het toestel is in de stand-bymodus
ingesteld.
Schakel het toestel in.
Het geluidsniveau is
laag.
De Loudness-functie is actief. Draai het volume omlaag, stel LOUDNESS in op
FLAT en pas vervolgens het volume weer aan.
22
Probleem Oorzaak Oplossing
Zie
pagina
53 Nl
Foutopsporing
Nederlands
AANVULLENDE
INFORMATIE
Tuner
Probleem Oorzaak Oplossing
Zie
pagina
FM
Er is veel ruis in de
FM stereo-ontvangst.
De bijzondere eigenschppen van de
ontvangen FM-stereo-uitzendingen kan
dit probleem veroorzaken als het station te
ver af staat of het ontvangstsignaal dat
binnenkomt via de antenne niet sterk
genoeg is.
Controleer de aansluitingen van de antenne.
Probeer een hoogwaardige richtingsgevoelige
FM-antenne te gebruiken.
13
Schakel over op mono.
24
Er is vervorming en
ook een betere FM-
antenne zorgt niet
voor een betere
ontvangst.
U ondervindt interferentie doordat
hetzelfde signaal op verschillende
manieren wordt ontvangen.
Verander de opstelling van de antenne zodat u
van deze interferentie geen last meer hebt.
Er kan niet
automatisch worden
afgestemd op het
gewenste station.
Het signaal is te zwak. Probeer een hoogwaardige richtingsgevoelige
FM-antenne te gebruiken.
13
Stem handmatig af.
24
FM/
AM
NO PRESETS wordt
weergegeven.
Er zijn geen voorkeuzestations
geregistreerd.
Registreer stations waarnaar u wilt luisteren als
voorkeuzestations.
24
AM
Er kan niet
automatisch worden
afgestemd op het
gewenste station.
Het signaal is te zwak of de antenne-
aansluitingen zitten los.
Zet de AM-antenne-aansluitingen vast en richt
het zodat het de beste ontvangst levert.
Stem handmatig af.
24
Automatische
voorkeuzestation
werkt niet.
Automatische voorkeuzestations zijn niet
beschikbaar voor AM.
Gebruik handmatige voorkeuzestations.
25
U hoort doorlopend
gekraak en gesis.
Deze geluiden kunnen het gevolg zijn van
bliksem, tl-verlichting, motoren,
thermostaten en andere elektrische
apparatuur.
Probeer een buitenantenne en een goede
aarding te gebruiken.
Dit kan in sommige gevallen helpen, maar het
blijft moeilijk om alle storingsbronnen te
elimineren.
U hoort gezoem en
gefluit.
Er wordt in de buurt van het toestel een tv
gebruikt.
Zet het toestel verder bij de tv vandaan.
54 Nl
Foutopsporing
Bluetooth
Probleem Oorzaak Oplossing
Zie
pagina
Een Bluetooth-
verbinding kan niet
tot stand worden
gebracht.
De Bluetooth-functie van het toestel is
uitgeschakeld.
Schakel de Bluetooth-functie in via het menu
“Setup”.
46
Een ander Bluetooth-apparaat is al
verbonden met het toestel.
Beëindig de huidige Bluetooth-verbinding en breng
dan een nieuwe verbinding tot stand.
46
Het toestel en het Bluetooth-apparaat zijn
te ver van elkaar verwijderd.
Plaats het Bluetooth-apparaat dichter bij het toestel.
Er is in de buurt een apparaat (zoals een
magnetronoven en draadloze LAN) dat
signalen uitzendt in de 2,4GHz-
frequentieband.
Zet het toestel uit de buurt van het apparaat.
Het Bluetooth-apparaat ondersteunt A2DP
niet.
Gebruik een Bluetooth-apparaat dat A2DP
ondersteunt.
Aangezien dit toestel met meer dan 20
Bluetooth-apparaten is gekoppeld, zijn de
koppelingsgegevens verwijderd.
Probeer opnieuw te koppelen.
U kunt dit toestel koppelen met maximaal 20
Bluetooth-apparaten voor ontvangst en verzending.
Zodra het 21e apparaat wordt geregistreerd, worden
de laatst gebruikte koppelingsgegevens verwijderd.
28
Er wordt geen geluid
geproduceerd of het
geluid wordt
onderbroken tijdens
het afspelen.
Het volume van het Bluetooth-apparaat is
te laag ingesteld.
Zet het volume van het Bluetooth-apparaat hoger.
Het Bluetooth-apparaat is niet ingesteld
om audiosignalen naar het toestel te
verzenden.
Wijzig de audio-uitvoer van het Bluetooth-apparaat
naar het toestel.
De Bluetooth-verbinding is beëindigd. Breng opnieuw een Bluetooth-verbinding tot stand
tussen het Bluetooth-apparaat en het toestel.
28
Het toestel en het Bluetooth-apparaat zijn
te ver van elkaar verwijderd.
Plaats het Bluetooth-apparaat dichter bij het toestel.
Er is in de buurt een apparaat (zoals een
magnetronoven en draadloze LAN) dat
signalen uitzendt in de 2,4GHz-
frequentieband.
Zet het toestel uit de buurt van het apparaat.
55 Nl
Foutopsporing
Nederlands
AANVULLENDE
INFORMATIE
USB en netwerk
Probleem Oorzaak Oplossing
Zie
pagina
Het toestel detecteert
het USB-apparaat
niet.
Het USB-apparaat is niet goed
aangesloten op de USB-aansluiting.
Zet het toestel uit, sluit het USB-apparaat opnieuw
aan en zet het toestel weer aan.
Het bestandssysteem van het USB-
apparaat is niet FAT16 of FAT32.
Gebruik een USB-apparaat met de FAT16- of FAT32-
indeling.
Mappen en bestanden
op het USB-apparaat
kunnen niet worden
weergegeven.
De gegevens op het USB-apparaat zijn
beveiligd met de codering.
Gebruik een USB-apparaat zonder coderingsfunctie.
De netwerkfunctie
werkt niet.
De netwerkparameters (IP-adres) zijn niet
correct verkregen.
Schakel de DHCP-serverfunctie in op uw router en
stel “DHCP” in het menu “Setup” in op “On” op het
toestel. Als u de netwerkparameters handmatig wilt
configureren, dient u na te gaan of u een IP-adres
gebruikt dat niet door andere netwerkapparaten in het
netwerk wordt gebruikt.
45
Het toestel kan geen
verbinding maken
met het internet via
een draadloze router
(toegangspunt).
De draadloze router (toegangspunt) is
uitgeschakeld.
Schakel de draadloze router (toegangspunt) in.
Het toestel en de draadloze router
(toegangspunt) staan te ver uit elkaar.
Plaats het toestel en de draadloze router
(toegangspunt) dichter bij elkaar.
Er is een obstakel tussen het toestel en de
draadloze router (toegangspunt).
Verplaats het toestel en de draadloze router
(toegangspunt) naar een locatie waar er geen
obstakels tussen ze zijn.
Draadloze netwerk is
niet gevonden.
Magnetronovens of andere draadloze
apparaten in uw omgeving kunnen de
draadloze communicatie verstoren.
Zet deze apparaten uit.
De toegang tot het netwerk wordt beperkt
door de firewallinstellingen van de
draadloze router (toegangspunt).
Controleer de firewallinstelling van de draadloze
router (toegangspunt).
Het toestel detecteert
de pc niet.
De instelling voor het delen van media is
onjuist.
Configureer de instelling voor delen en selecteer het
toestel als een apparaat waarmee muziekinhoud
wordt gedeeld.
30
Bepaalde beveiligingssoftware op uw pc
blokkeert de toegang van het toestel tot de
pc.
Controleer de instellingen van de
beveiligingssoftware op uw pc.
Het toestel en de pc bevinden zich niet in
hetzelfde netwerk.
Controleer de netwerkverbindingen en de instellingen
van uw router en verbind vervolgens het toestel en de
pc met hetzelfde netwerk.
14
De bestanden op de
mediaserver (PC’s/
NAS) kunnen niet
worden weergegeven
of geopend.
De bestanden worden niet ondersteund
door het toestel of de mediaserver.
Gebruik een bestandsindeling die wordt ondersteund
door het toestel en de mediaserver. Raadpleeg
“Muziek afspelen van mediaservers (pc´s/NAS)”
voor meer informatie over de bestandsindelingen die
door het toestel worden ondersteund.
30
De internetradio kan
niet worden
afgespeeld.
Het geselecteerde internetradiostation is
momenteel niet beschikbaar.
Mogelijk is er een probleem met het radiostation of is
de dienst afgeschaft. Probeer het station later of
selecteer een andere.
Het geselecteerde internetradiostation
zendt momenteel stilte uit.
Sommige internetradiostations zenden op bepaalde
tijdstippen van de dag stilte uit. Probeer het station
later of selecteer een andere.
De toegang tot het netwerk wordt
verhinderd door de firewallinstellingen
van uw netwerkapparaten (zoals de
router).
Controleer de firewallinstellingen van de
netwerkapparaten. De internetradio kan alleen
afgespeeld worden via de poort die toegewezen wordt
door elk radiostation. Het poortnummer varieert
afhankelijk van het radiostation.
56 Nl
Foutopsporing
Afstandsbediening
De iPod herkent het
toestel niet als
AirPlay wordt
gebruikt.
Het toestel is aangesloten op een
meervoudige-SSID-router.
Toegang tot de router kan zijn beperkt door de
netwerkscheidingsfunctie op de router. Sluit de iPod
aan op de SSID die toegang kan verkrijgen tot het
toestel.
De update van de
firmware via het
netwerk is mislukt.
Afhankelijk van de toestand van het
netwerk, is het misschien niet mogelijk.
Probeer de firmware opnieuw bij te werken via het
netwerk of gebruik een USB-geheugenapparaat.
49
Probleem Oorzaak Oplossing
Zie
pagina
De afstandsbediening
werkt niet correct.
Verkeerde afstand of hoek. De afstandbediening werkt binnen een maximaal
bereik van 6 m en binnen een hoek van 30 graden ten
opzichte van het voorpaneel.
10
Direct zonlicht of sterke verlichting (van
fluorescentielampen met een
voorschakelapparaat, enz.) valt op de
afstandsbedieningssensor van dit toestel.
Verplaats het toestel.
De batterijen raken leeg. Vervang alle batterijen.
Probleem Oorzaak Oplossing
Zie
pagina
57 Nl
Nederlands
AANVULLENDE
INFORMATIE
Foutindicaties op display voorpaneel
Bericht Oorzaak Oplossing
Access denied Toegang tot de pc is niet toegestaan. Configureer de instelling voor delen en selecteer het toestel als een
apparaat waarmee muziekinhoud wordt gedeeld (p. 30).
Access error Het toestel heeft geen toegang tot het
USB-apparaat.
Zet het toestel uit en sluit het USB-apparaat opnieuw aan. Als dit
het probleem niet verhelpt, probeer dan een ander USB-apparaat.
Het toestel heeft geen toegang tot de iPod. Schakel de iPod uit en opnieuw in.
De aangesloten iPod wordt niet
ondersteund door het toestel.
Gebruik een iPod die door het toestel wordt ondersteund (p. 39).
Er is een probleem met het signaalpad van
het netwerk naar het toestel.
Controleer of de router en modem zijn ingeschakeld.
Controleer de verbinding tussen het toestel en de router (of hub)
(p. 14).
Check SP Wires De luidsprekerkabels geven kortsluiting. Draai de blootliggende draden van de kabels stevig in elkaar en
sluit ze correct aan op het toestel en de luidsprekers.
No content De geselecteerde map bevat geen
afspeelbare bestanden.
Selecteer een map met bestanden die door het toestel worden
ondersteund.
Please wait Het toestel bereidt zich voor op
verbinding met het netwerk.
Wacht tot het bericht verdwijnt. Als het bericht langer dan 3
minuten blijft, schakelt u het toestel uit en weer in.
Unable to play Het toestel kan om onbekende reden de op
uw iPod opgeslagen nummers niet
weergeven.
Controleer de nummergegevens. Als de nummergegevens niet
kunnen worden weergegeven op de iPod, is het mogelijk dat de
nummergegevens of de opslagplaats defect zijn.
Het toestel kan om bepaalde redenen de
nummers die op de pc zijn opgeslagen niet
afspelen.
Controleer of de bestandsindeling van de bestanden die u probeert
af te spelen door het toestel wordt ondersteund. Zie “Muziek
afspelen van mediaservers (pc´s/NAS)” (p. 30) voor informatie
over de indelingen die door het toestel worden ondersteund. Als
het toestel de bestandsindeling ondersteunt maar er toch helemaal
geen bestanden kunnen worden afgespeeld, is het mogelijk dat het
netwerk overbelast is door zwaar verkeer.
Version error Update firmware is mislukt. Werk de firmware opnieuw bij.
58 Nl
“Made for iPod” en “Made for iPhone” betekenen dat een
elektronisch accessoire specifiek is ontwikkeld voor
aansluiting op respectievelijk iPod of iPhone en door de
ontwikkelaar is gecertificeerd en voldoet aan de
prestatienormen van Apple.
Apple is niet verantwoordelijk voor de werking van dit
apparaat of voor het voldoen aan veiligheidseisen en
wettelijke normen.
Het gebruik van dit accessoire met iPod of iPhone kan de
prestatie van draadloze functies beïnvloeden.
AirPlay, iPhone, iPod, iPod nano, iPod touch en iTunes
zijn handelsmerken van Apple Inc., geregistreerd in de
V.S. en andere landen.
DLNA™ en DLNA CERTIFIED™ zijn handelsmerken of
gedeponeerde handelsmerken van Digital Living Network
Alliance. Alle rechten voorbehouden. Ongeautoriseerd
gebruik is streng verboden.
Windows™
Windows is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft
Corporation in de V.S. en andere landen.
Internet Explorer, Windows Media Audio en Windows
Media Player zijn handelsmerken of geregistreerde
handelsmerken van Microsoft Corporation in de
Verenigde Staten en/of andere landen.
Android™
Android en Google Play zijn handelsmerken van Google
Inc.
Het Wi-Fi CERTIFIED Logo is een keurmerk van Wi-Fi
Alliance.
Het Wi-Fi Protected Setup Identifier Mark is een merl van
de Wi-Fi Alliance.
Wi-Fi, Wi-Fi Alliance, Wi-Fi CERTIFIED, Wi-Fi
Protected Setup, WPA en WPA2 zijn handelsmerken of
geregistreerde handelsmerken van Wi-Fi Alliance.
Het Bluetooth® woordmerk en logo’s zijn gedeponeerde
handelsmerken die eigendom zijn van Bluetooth, Inc. en
worden door Yamaha Corporation onder licentie gebruikt.
Bluetooth protocol stack (Blue SDK)
Copyright 1999-2014 OpenSynergy GmbH
Alle rechten voorbehouden. Alle ongepubliceerde rechten
voorbehouden.
Uitleg over GPL
Dit product gebruikt in sommige gedeelten GPL-/LGPL-
opensourcesoftware. U hebt alleen het recht om deze
opensourcecode te bemachtigen, dupliceren, wijzigen en
opnieuw te verdelen. Raadpleeg voor informatie over
GPL-/LGPL-opensourcesoftware, over hoe deze te
bemachtigen is en over de GPL/LGPL-licentie de Yamaha
Corporation-website
(http://download.yamaha.com/sourcecodes/musiccast/).
MusicCast is een handelsmerk of geregistreerd
handelsmerk van Yamaha Corporation.
Handelsmerken
59 Nl
Nederlands
AANVULLENDE
INFORMATIE
Netwerk
Ingang: NETWORK x 1 (100Base-TX/10Base-T)
PC Client Function
Compatibel met DLNA ver. 1.5
AirPlay ondersteund
Internetradio
Streamingservice
•Wi-Fi-functie
Geschikt voor WPS
Geschikt voor delen met iOS-apparaten door draadloze verbinding
en USB-verbinding
Geschikt voor directe verbinding met mobiel apparaat
Beschikbare beveiligingsmethode: WEP, WPA2-PSK (AES),
Mixed Mode
Radiofrequentieband: 2,4 GHz
Draadloosnetwerkstandaard: IEEE 802.11 b/g/n
Bluetooth
Bronfunctie
Dit toestel naar sink-apparaat (bijv. Bluetooth-hoofdtelefoon)
Ondersteunde codec.................................................................... SBC
Sink-functie
Bronapparaat naar dit toestel (bijv. smartphone/tablet)
Ondersteunede codec........................................................SBC, AAC
Mogelijkheid tot afspelen/stoppen vanaf sink-apparaat
Bluetooth-versie........................................................... Ver. 2.1+EDR
Ondersteund profiel ................................................... A2DP, AVRCP
Draadloos uitgangssignaal .................................. Bluetooth klasse 2
Maximale communicatieafstand.........................10 m zonder storing
USB
Ingang: USB x 1 (USB2.0)
Geschikt voor iPod, Mass Storage Class USB Memory
Huidige opslagcapaciteit: 1,0 A
Audio
Minimaal RMS-uitvoervermogen
(20 Hz tot 20 kHz, 0,04% THD, 8 ) ......................80 W + 80 W
Dynamisch vermogen per kanaal (IHF) (8/6/4/2 )
............................................................................105/125/150/178 W
Maximaal vermogen per kanaal (1 kHz, 0,7% THD, 4 )
[Modellen uit V.K. en Europa] .............................................105 W
IEC-vermogen (1 kHz, 0,04% THD, 8 )
[Modellen uit V.K. en Europa] ...............................................84 W
Stroombandbreedte (main L/R)
(0,06 % THD 40,0 W, 8)................................... 10 Hz tot 50 kHz
Dempfactor (SPEAKERS A)
1 kHz, 8 .................................................................... 150 of meer
Maximaal effectief uitgangsvermogen (JEITA)
(1 kHz, 10% THD, 8 )
[Modellen voor Azië en algemene modellen] ...................... 115 W
Ingangsgevoeligheid/ingangsimpedantie
PHONO (MM)..........................................................3,5 mV/47 k
CD, etc. .................................................................. 200 mV/47 k
Maximaal ingangssignaal
PHONO (MM) (1 kHz, 0,003% THD)................... 60 mV of meer
CD, etc. (1 kHz, 0,5% THD) .................................... 2,2 V of meer
Uitgangsniveau/uitgangsimpedantie
CD, etc. (ingang 1 kHz, 200 mV)
OUT.................................................................... 200 mV/1,1 k
SUBWOOFER PRE OUT .....................................4,0 V / 1,2 k
(cut-off frequency) .............................................................90 Hz
PHONES (8 load) ............................................ 410 mV/470
Frequentierespons
CD, etc. (20 Hz tot 20 kHz) ...........................................0 ± 0,5 dB
CD, etc. (10 Hz tot 100 kHz, PURE DIRECT on) ........0 ± 1,0 dB
RIAA equalizatie-afwijking
PHONO (MM)...................................................................± 0,5 dB
Totale harmonische vervorming
PHONO (MM) naar OUT
(20 Hz tot 20 kHz, 3 V)................................... 0,025% of minder
CD, etc. tot SPEAKERS
(20 Hz toT 20 kHz, 40,0 W, 8 ) ................... 0,015% of minder
Signaal-ruis-verhouding (IHF-A-netwerk)
PHONO (MM) (ingang kortgesloten, 5 mV)........... 87 dB of meer
CD, etc. (ingang kortgesloten, 200 mV) ................ 100 dB of meer
Overblijvende ruis (IHF-A-netwerk) ...................................... 30 µV
Kanaalscheiding
Cd, enz. (5,1 k ingang kortgesloten, 1/10 kHz)
.......................................................................... 65/50 dB of meer
Toonregelingskarakteristieken
BASS
Boost/cut (20 Hz) ........................................................... ± 10 dB
Turnover frequency ...........................................................350 Hz
TREBLE
Boost/cut (20 kHz) ......................................................... ± 10 dB
Turnover frequency ..........................................................3,5 kHz
Continuous loudness-bediening
Attenuation 1 kHz ................................................................ -30 dB
Gain tracking error (+16,5 tot -80 dB) ....................0,5 dB of minder
Digitale ingang (OPTICAL/COAXIAL)
Ondersteunde audio samplerate..... 32/44,1/48/88,2/96/176,4/192 kHz
FM
Afstembereik
[Modellen voor de VS en Canada] ..................87,5 tot 107,9 MHz
[Model voor Azië en algemeen model]
.................................................87,5/87,50 tot 108,0/108,00 MHz
[Modellen voor VK, Europa, Korea, Australië]
...................................................................87,50 tot 108,00 MHz
50 dB dempingsgevoeligheid (IHF, 1 kHz, 100% MOD.)
Mono ................................................................. 3,0 µV (20,8 dBf)
Signaal-ruisverhouding (IHF)
Mono/stereo ................................................................65 dB/64 dB
Harmonische vervorming (1 kHz)
Mono/stereo .................................................................. 0,5%/0,6%
Antenne-aansluiting ..........................................75 W onevenwichtig
AM
Afstembereik
[Modellen voor de VS en Canada] ..................... 530 tot 1710 kHz
[Model voor Azië en algemeen model]
.......................................................... 530/531 tot 1710/1611 kHz
[Modellen voor VK, Europa, Korea, Australië] .... 531 tot 1611 kHz
Algemeen
Voeding
[Modellen voor de VS en Canada]....... 120 V, 60 Hz wisselstroom
[Algemeen model]..... 110-120/220-240 V, 50/60 Hz wisselstroom
[Modellen voor Korea]......................... 220 V, 60 Hz wisselstroom
[Model voor Australië]......................... 240 V, 50 Hz wisselstroom
[Modellen voor het VK en Europa] .... 230 V, 50 Hz wisselstroom
[Model voor Azië]................... 220-240 V, 50/60 Hz wisselstroom
Stroomverbruik ....................................................................... 190 W
Uit-modus................................................................................. 0,1 W
Stand-by-stroomverbruik (referentiegegevens)........................ 0,1 W
Network Standby aan
Bekabeld................................................................................ 1,7 W
Draadloos (Wi-Fi/Wireless Direct/
Bluetooth
).... 1,8 W/1,9 W/1,6 W
Maximaal stroomverbruik (1 kHz, 8 , 10% THD)
[Modellen voor VK, Australië, Azië en algemene modellen]
........................................................................................... 380 W
Afmetingen (B H D) ...................................435 151 392 mm
Gewicht .................................................................................... 9,8 kg
* Technische gegevens kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd.
Technische gegevens
Index
60 Nl
A
Aansluiting audioapparaten........................................... 11
Aansluiting luidsprekerkabel......................................... 12
Aansluiting luidsprekers................................................ 12
Aansluiting netsnoer...................................................... 14
Achterpaneel (bediening en functies).............................. 8
Afspelen (AirPlay)......................................................... 35
Afspelen (FM/AM-radio) .............................................. 24
Afspelen (iPod).............................................................. 39
Afspelen (pc/NAS) ........................................................ 30
Afspelen (USB) ............................................................. 37
Afspelen herhalen (iPod)............................................... 40
Afspelen herhalen (pc/NAS) ......................................... 32
Afspelen herhalen (USB) .............................................. 38
Afstandsbediening (bediening en functies) ..................... 9
Afstandsbediening-ID.................................................... 48
AirPlay........................................................................... 35
AM-antenne-aansluiting................................................ 13
AM-radio luisteren ........................................................ 24
ANTENNA-aansluitingen ............................................. 13
Audio Receive (Bluetooth, menu Setup)....................... 46
Audio Send (Bluetooth, menu Setup)............................ 46
Audiobestandsindeling (pc/NAS).................................. 30
Audiobestandsindeling (USB)....................................... 37
Audio-ontvangst (Bluetooth)......................................... 46
Audioverzending (Bluetooth)........................................ 46
Auto Power Standby...................................................... 47
Auto Preset (FM-radio) ................................................. 24
Auto Preset (menu Option)............................................ 24
AutoPowerStdby (menu Setup)..................................... 47
B
BALANCE-bediening ................................................... 22
Basisafspeling................................................................ 21
BASS-bediening ............................................................ 22
Batterijen ....................................................................... 10
Bekabelde aansluiting (netwerk) ................................... 14
Bluetooth ....................................................................... 28
Bluetooth (menu Setup)................................................. 46
Bluetooth Standby ......................................................... 46
Bluetooth-indicator.......................................................... 7
Bookmark (internetradio).............................................. 34
C
CD-aansluitingen........................................................... 11
CD-ingangen.................................................................... 8
Clear Preset (menu Option)........................................... 26
Clock Time (Radio Data System).................................. 27
COAXIAL-aansluitingen .......................................... 8, 11
Connection (Network, menu Setup).............................. 45
D
DHCP (Network, menu Setup)...................................... 45
Digital Media Controller ............................................... 45
DIMMER......................................................................... 5
DISPLAY ...................................................................... 41
DLNA ............................................................................ 30
DMC Control (Network, menu Setup) .......................... 45
Draadloze accessoireconfiguratie .................................. 16
Draadloze antenne............................................................ 8
Draadloze antenne (Wi-Fi) ............................................ 14
Draadloze verbinding (Buetooth) .................................. 28
Draadloze verbinding (netwerk) .................. 16, 17, 18, 19
Draadloze Wi-Fi-verbindinginstelling delen
(iOS-apparaat)................................................................ 16
Dubbel bedrade.............................................................. 12
E
ECO Mode (menu Setup) .............................................. 47
Energiebesparende modus ............................................. 47
F
Firmware bijwerken........................................... 46, 49, 50
Firmware-versie....................................................... 46, 49
FM Mode ....................................................................... 24
FM-antenne-aansluiting................................................. 13
FM-radio luisteren ......................................................... 24
Foutindicatie56 .............................................................. 57
H
Handmatige netwerkinstelling ....................................... 18
hoofdtelefoon................................................................... 6
I
Informatiewisseling (display voorpaneel) ..................... 41
Information (Network, menu Setup).............................. 45
INIT (menu ADVANCED SETUP) .............................. 48
Initial Volume (menu Setup) ......................................... 47
Initial volume-instelling................................................. 47
Initialiseren .................................................................... 48
INPUT-selector.............................................................. 21
Instelling media delen.................................................... 30
Internetradio (vTuner).................................................... 33
IP Address (Network, menu Setup) ............................... 45
IP-adresinstelling ........................................................... 45
iPod-inhoud weergeven (AirPlay) ................................. 35
iPod-inhoud weergeven (USB)...................................... 39
iTunes-inhoud weergeven (AirPlay).............................. 35
K
Koppelen (Bluetooth) .................................................... 28
L
LINE-aansluitingen.................................................... 8, 11
LOUDNESS-bediening ................................................. 22
Luidsprekerbalans.......................................................... 22
Luidsprekerimpedantie .................................................. 48
Luidsprekerindicators7 .................................................... 7
Luidsprekerselectie ........................................................ 21
M
MANUAL (Wireless, menu Setup) ............................... 18
Max Volume (menu Setup)............................................ 47
Index

Documenttranscriptie

Nederlands LET OP: LEES HET VOLGENDE VOOR U DIT TOESTEL IN GEBRUIK NEEMT. Let op: Lees het volgende voor u dit toestel in gebruik neemt. 1 Om er zeker van te kunnen zijn dat u de optimale prestaties uit uw toestel haalt, dient u deze handleiding zorgvuldig door te lezen. Bewaar de handleiding op een veilige plek zodat u er later nog eens iets in kunt opzoeken. 2 Installeer dit toestel op een goed geventileerde, koele, droge, schone plek – uit direct zonlicht, uit de buurt van warmtebronnen, trillingen, stof, vocht en/of kou. Zorg, ten behoeve van voldoende ventilatie, minimaal voor de volgende vrije ruimte. Boven: 30 cm Achter: 20 cm Zijkanten: 20 cm 3 Plaats dit toestel uit de buurt van andere elektrische apparatuur, motoren of transformatoren om storend gebrom te voorkomen. 4 Stel dit toestel niet bloot aan plotselinge temperatuurswisselingen van koud naar warm en plaats het toestel niet in een omgeving met een hoge vochtigheidsgraad (bijv. in een ruimte met een luchtbevochtiger) om te voorkomen dat zich binnenin het toestel condens vormt, wat zou kunnen leiden tot elektrische schokken, brand, schade aan dit toestel en/of persoonlijk letsel. 5 Vermijd plekken waar andere voorwerpen op het toestel kunnen vallen, of waar het toestel bloot staat aan druppelende of spattende vloeistoffen. Plaats de volgende dingen niet bovenop dit toestel: – Andere componenten, daar deze schade kunnen veroorzaken en/of de afwerking van dit toestel kunnen doen verkleuren. – Brandende voorwerpen (bijv. kaarsen), daar deze brand, schade aan dit toestel en/of persoonlijk letsel kunnen veroorzaken. – Voorwerpen met vloeistoffen, daar deze elektrische schokken voor de gebruiker en/of schade aan dit toestel kunnen veroorzaken wanneer de vloeistof daaruit in het toestel terecht komt. 6 Dek het toestel niet af met een krant, tafellaken, gordijn enz. zodat de koeling niet belemmerd wordt. Als de temperatuur binnenin het toestel te hoog wordt, kan dit leiden tot brand, schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel. 7 Steek de stekker van dit toestel pas in het stopcontact als alle aansluitingen gemaakt zijn. 8 Gebruik het toestel niet wanneer het ondersteboven is geplaatst. Het kan hierdoor oververhit raken wat kan leiden tot schade. 9 Gebruik geen overdreven kracht op de schakelaars, knoppen en/of snoeren. 10 Wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u aan de stekker zelf trekken, niet aan het snoer. 11 Maak dit toestel niet schoon met chemische oplosmiddelen; dit kan de afwerking beschadigen. Gebruik alleen een schone, droge doek. 12 Gebruik alleen het op dit toestel aangegeven voltage. Gebruik van dit toestel bij een hoger voltage dan aangegeven is gevaarlijk en kan leiden tot brand, schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel. Yamaha aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige schade veroorzaakt door gebruik van dit toestel met een ander voltage dan hetgeen aangegeven staat. 13 Om schade als gevolg van blikseminslag te voorkomen, dient u de stekker uit het stopcontact te halen wanneer het onweert. i Nl 14 Probeer niet zelf wijzigingen in dit toestel aan te brengen of het te repareren. Neem contact op met erkend Yamaha servicepersoneel wanneer u vermoedt dat het toestel reparatie behoeft. Probeer in geen geval de behuizing open te maken. 15 Wanneer u dit toestel voor langere tijd niet zult gebruiken (bijv. vakantie), dient u de stekker uit het stopcontact te halen. 16 Lees het hoofdstuk “Foutopsporing” in de handleiding over veel voorkomende vergissingen bij de bediening voor u de conclusie trekt dat het toestel een storing of defect vertoont. 17 Voor u dit toestel verplaatst, dient u A naar beneden te drukken om dit toestel uit te schakelen, waarna u de stekker uit het stopcontact dient te halen. 18 Er zal zich condens vormen wanneer de omgevingstemperatuur plotseling verandert. Haal de stekker uit het stopcontact en laat het toestel met rust. 19 Wanneer het toestel langere tijd achter elkaar gebruikt wordt, kan het warm worden. Schakel het toestel uit en laat het afkoelen. 20 Installeer dit toestel in de buurt van een stopcontact op een plek waar u de stekker gemakkelijk kunt bereiken. 21 De batterijen mogen niet worden blootgesteld aan hitte, zoals door direct zonlicht, vuur of iets dergelijks. Gooi de batterijen weg volgens de in uw regio geldende regelgeving. 22 Een te hoge geluidsdruk (volume) van een oortelefoon of hoofdtelefoon kan leiden tot gehoorschade. De stroomvoorziening van dit toestel is niet afgesloten zolang de stekker in het stopcontact zit, ook al is het toestel zelf uitgeschakeld met A. Dit is de zogenaamde standby-stand. In deze toestand is het toestel ontworpen een zeer kleine hoeveelheid stroom te verbruiken. WAARSCHUWING OM DE RISICO’S VOOR BRAND OF ELEKTRISCHE SCHOKKEN TE VERMINDEREN, MAG U DIT TOESTEL IN GEEN GEVAL BLOOTSTELLEN AAN VOCHT OF REGEN. Gebruik dit toestel niet binnen een afstand van 22 cm van personen met geïmplanteerde hartpacemaker of defibrillator. Dit etiket moet op het product worden aangebracht wanneer de bovenkant heet kan worden tijdens gebruik. LET OP: LEES HET VOLGENDE VOOR U DIT TOESTEL IN GEBRUIK NEEMT. ■ Opmerkingen over de afstandsbediening en batterijen • • • • • • • • • • • • • • Mors geen water of andere vloeistoffen op de afstandsbediening. Laat de afstandsbediening niet vallen. Laat de afstandsbediening niet liggen en bewaar hem niet op de volgende plaatsen: – zeer vochtige plaatsen, bijvoorbeeld bij een bad – zeer warme plekken, zoals bij een kachel of fornuis – zeer koude plaatsen – stoffige plaatsen Plaats de batterijen in overeenstemming met de polariteitsmarkeringen (+ en -). Vervang alle batterijen als u merkt dat het werkingsbereik van de afstandsbediening kleiner wordt. Als de batterijen leeg raken, haal ze dan onmiddellijk uit de afstandsbediening om ontploffing of zuurlekkage te voorkomen. Als u lekkende batterijen vindt, doe de batterijen dan onmiddellijk weg waarbij u ervoor zorgt dat u het weggelekte materiaal niet aanraakt. Als het weggelekte materiaal in contact komt met uw huid, uw ogen of uw mond, spoel het dan onmiddellijk weg en raadpleeg een arts. Maak het batterijvak goed schoon voordat u nieuwe batterijen plaatst. Gebruik geen oude en nieuwe batterijen door elkaar. Hierdoor kan de levensduur van de nieuwe batterijen verkort worden of kunnen de oude batterijen gaan lekken. Gebruik geen verschillende types batterijen door elkaar (zoals alkaline- en mangaanbatterijen). Lees de verpakking aandachtig omdat deze verschillende types batterijen dezelfde vorm en kleur kunnen hebben. Voordat u nieuwe batterijen plaatst, dient u het batterijvak schoon te vegen. Bewaar de batterijen op een locatie buiten bereik van kinderen. Batterijen kunnen gevaarlijk zijn als een kind ze in zijn of haar mond stopt. Als de batterijen verouderen, zal het effectieve werkbereik van de afstandsbediening aanzienlijk verminderen. Als dit gebeurt, dient u de batterijen zo spoedig mogelijk door nieuwe vervangen. Als u van plan bent het toestel niet te gebruiken gedurende een lange periode, dient u de batterijen uit het toestel te verwijderen. Anders zullen de batterijen verslijten wat mogelijk resulteert in lekkage van batterijvloeistof waardoor het toestel beschadigd kan raken. De batterijen niet met algemeen huishoudelijk afval wegwerpen. Werp ze juist weg, volgens de lokale reguleringen. Informatie voor gebruikers over inzameling en verwijdering van oude apparaten en gebruikte batterijen Deze tekens op de producten, verpakkingen en/of bijgaande documenten betekenen dat gebruikte elektrische en elektronische producten en batterijen niet mogen worden gemengd met algemeen huishoudelijk afval. Breng alstublieft voor de juiste behandeling, herwinning en hergebruik van oude producten en gebruikte batterijen deze naar daarvoor bestemde verzamelpunten, in overeenstemming met uw nationale wetgeving en de instructies 2002/96/EC en 2006/66/EC. Door deze producten en batterijen correct te verwijderen, helpt u natuurlijke rijkdommen te beschermen en voorkomt u mogelijke negatieve effecten op de menselijke gezondheid en de omgeving, die zich zouden kunnen voordoen door ongepaste afvalverwerking. Voor meer informatie over het inzamelen en hergebruik van oude producten en batterijen kunt u contact opnemen met uw plaatselijke gemeentebestuur, uw afvalverwerkingsbedrijf of het verkooppunt waar u de artikelen heeft gekocht. [Informatie over verwijdering in andere landen buiten de Europese Unie] Deze symbolen zijn alleen geldig in de Europese Unie. Mocht u artikelen weg willen gooien, neem dan alstublieft contact op met uw plaatselijke overheidsinstantie of dealer en vraag naar de juiste manier van verwijderen. Opmerking bij het batterijteken (onderste twee voorbeelden): Dit teken wordt mogelijk gebruikt in combinatie met een scheikundig symbool. In dat geval voldoet het aan de eis en de richtlijn, die is opgesteld voor het betreffende chemisch product. Wij, Yamaha Music Europe GmbH, verklaren hierbij dat dit toestel voldoet aan de essentiële vereisten en andere relevante bepalingen van Richtlijn 1999/5/EC. Yamaha Music Europe GmbH Siemensstr. 22-34 25462 Rellingen, Germany Tel: +49-4101-303-0 Bluetooth • Bluetooth is een technologie voor draadloze communicatie tussen apparaten binnen een gebied van 10 meter. Deze maakt gebruik van de 2,4 GHz-frequentieband, een band die zonder licentie kan worden gebruikt. ii Nl Nederlands Bluetooth-communicatiebeheer • De 2,4 GHz-band die door Bluetooth-apparaten wordt gebruikt, is een radioband die met vele soorten apparatuur wordt gedeeld. Hoewel Bluetooth-apparaten een technologie gebruiken die de invloed van andere componenten op dezelfde radioband minimaliseert, kan die invloed de snelheid of de afstand van de communicatie beïnvloeden en in sommige gevallen de communicatie verbreken. • De snelheid van de signaaloverdracht en de afstand waarbinnen communicatie mogelijk is, verschillen in functie van de afstand tussen de communicatieapparaten, de aanwezigheid van obstakels, de toestand van de radiogolven en het soort apparatuur. • Yamaha biedt geen garantie voor alle draadloze verbindingen tussen dit toestel en apparaten die compatibel zijn met de Bluetooth-functie. Inhoud INLEIDING Bronnen die op dit toestel afgespeeld kunnen worden ... 2 Handige apps bedienen (MusicCast CONTROLLER)... 3 Bijgeleverde accessoires ............................................. 4 Bedieningselementen en functies............................... 5 VOORBEREIDINGEN Aansluitingen ............................................................ 11 Op een netwerk aansluiten ...................................... 15 De iOS-apparaatinstelling delen .................................. 16 De WPS-drukknopconfiguratie gebruiken .................. 17 De draadloze netwerkverbinding handmatig instellen ... 18 Een mobiel apparaat direct met het toestel verbinden (Wireless Direct) ..................................................... 19 De netwerkverbindingsstatus controleren.................... 20 iPod-muziek weergeven ............................................39 Een iPod aansluiten ..................................................... 39 iPod-inhoud afspelen ................................................... 39 Informatie wisselen op de display van het voorpaneel..............................................................41 Het huidige nummer/de huidige zender registreren (voorkeuzefunctie) .............................42 Een voorkeuze registreren ........................................... 42 Een voorkeuze terugroepen ......................................... 42 GEAVANCEERDE BEDIENING Afspeelinstellingen configureren voor verschillende afspeelbronnen (menu Option).....43 Onderdelen van het menu Option ................................ 43 Verschillende functies configureren (menu Setup)..........................................................44 Een bron afspelen ........................................................ 21 De slaaptimer gebruiken .............................................. 23 De systeeminstellingen configureren (menu ADVANCED SETUP)...............................48 BASISBEDIENING Luisteren naar FM/AM-radio ................................. 24 Muziek weergeven via Bluetooth ............................. 28 Verbinding maken met een Bluetooth-apparaat (koppelen)................................................................ 28 Inhoud van het Bluetooth-apparaat weergeven............ 28 Verbreken van een Bluetooth-verbinding.................... 29 Muziek afspelen van mediaservers (pc´s/NAS)...... 30 Het delen van muziekbestanden via media instellen ... 30 Afspelen pc-muziekinhoud.......................................... 31 Luisteren naar internetradio ................................... 33 Favoriete internetradiostations registreren (bookmarks)............................................................. 34 Onderdelen van het menu ADVANCED SETUP ....... 48 De instelling van de luidsprekerimpedantie (SP IMP.) wijzigen ................................................................... 48 De afstandsbedienings-ID selecteren (REMOTE ID)......................................................... 48 De standaardinstellingen herstellen (INIT) ................. 48 De firmware bijwerken (UPDATE)............................. 49 De versie van de firmware controleren (VERSION)... 49 De firmware van het toestel bijwerken via het netwerk...................................................................50 AANVULLENDE INFORMATIE FM/AM afstemmen ..................................................... 24 Automatische voorkeuze-afstemming (alleen FM-stations) ................................................ 24 Handmatige voorkeuze voor afstemming.................... 25 Een voorkeuzestation terugroepen............................... 26 Een voorkeuzestation wissen....................................... 26 Radio Data System afstemmen.................................... 27 GEAVANCEERDE BEDIENING Afspelen ..................................................................... 21 Onderdelen van het menu Setup .................................. 44 Network ....................................................................... 45 Bluetooth ..................................................................... 46 Max Volume ................................................................ 47 Initial Volume.............................................................. 47 AutoPowerStdby (Auto Power Standby)..................... 47 ECO Mode ................................................................... 47 BASISBEDIENING De luidsprekers aansluiten........................................... 12 De FM- en AM-antennes aansluiten............................ 13 De netwerkkabel aansluiten......................................... 14 Een draadloze antenne voorbereiden ........................... 14 Het netsnoer aansluiten................................................ 14 Een USB-opslagapparaat aansluiten............................ 37 Weergeven van de inhoud van een USB-opslagapparaat ................................................ 37 VOORBEREIDINGEN Voorpaneel..................................................................... 5 Display voorpaneel ........................................................ 7 Achterpaneel .................................................................. 8 Afstandsbediening ......................................................... 9 iPod/iTunes-muziekinhoud afspelen ........................... 35 Muziek afspelen van een USB-opslagapparaat ......37 INLEIDING Wat u kunt doen met dit toestel ................................ 2 Afspelen van iPod/iTunes-muziek via een netwerk (AirPlay).................................................................35 AANVULLENDE INFORMATIE Foutopsporing............................................................51 Foutindicaties op display voorpaneel ......................57 Handelsmerken..........................................................58 Technische gegevens..................................................59 Index ...........................................................................60 1 Nl Nederlands • “Opmerking” wijst op voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van het product en op functiebeperkingen. y wijst op aanvullende uitleg voor een beter gebruik. • In deze handleiding wordt de bediening met de meegeleverde afstandsbediening uitgelegd. • In deze handleiding worden de “iPod” en “iPhone” allemaal aangeduid met “iPod”. “iPod” verwijst naar “iPod” als naar “iPhone”, tenzij anderszins wordt aangegeven. • In deze handleiding worden mobiele iOS- en Android-apparaten collectief aangeduid als “mobiele apparaten”. Het specifieke type mobiel apparaat wordt waar nodig vermeld in de uitleg. INLEIDING Wat u kunt doen met dit toestel Dit toestel is een netwerkontanger die compatibel is met een netwerkbron, zoals een mediaserver en een mobiel apparaat. Het toestel ondersteunt niet alleen afspelen van analoge bronnen zoals een cd-speler, maar ook Bluetooth-apparaten en netwerkdevices and netwerk streamingservices. Bronnen die op dit toestel afgespeeld kunnen worden 0 FM/AM 1 Internet 2 Streamingservice Modem PURE DIRECT DIMMER DISPLAY MODE MEMORY CLEAR BAND PRESET TUNING VOLUME INPUT PHONES BASS BALANCE TREBLE LOUDNESS SELECT PUSH - ENTER FLAT SPEAKERS -30dB Router* A B RETURN 5V CONNECT 1A L R 3 Pc 5 AirPlay (iTunes) Dit toestel Mobiel apparaat 4 NAS 5 AirPlay (iPod) 6 Bluetooth * 7 iPod 8 USB- 9 Cd-speler, enz. apparaat U hebt een in de handel verkrijgbare draadloze router (toegangspunt) nodig als u een mobiel apparaat gebruikt. 1 Internetradio afspelen (p. 33) 2 De streamingservice afspelen (zie de aanvulling voor elke service.) 3 Muziekbestanden die opgeslagen zijn op uw pc afspelen (p. 30) 4 Muziekbestanden die opgeslagen zijn op uw NAS afspelen (p. 30) 5 Muziekbestanden die opgeslagen zijn op uw iPod/iTunes afspelen met AirPlay (p. 35) 6 Audio-inhoud van Bluetooth-apparaten afspelen (p. 28) 7 Muziekbestanden die opgeslagen zijn op uw iPoad afspelen (p. 39) 8 Muziekbestanden die opgeslagen zijn op uw USB-apparaat afspelen (p. 37) 9 Uw externe component afspelen (p. 11) 0 Luisteren naar FM/AM-radio (p. 24) y Raadpleeg “Aansluitingen” (p. 11) voor meer informatie over het aansluiten van externe apparaten. 2 Nl Wat u kunt doen met dit toestel Handige apps bedienen (MusicCast CONTROLLER) ■ Mogelijkheden van MusicCast CONTROLLER • • • • • • De standaardwerking van het toestel (aanzetten/stand-by, volume aanpassen en ingang selecteren) Nummers die zijn opgeslagen op computers (servers) afspelen Een internet-radiozender selecteren Muziek afspelen op mobiele apparaten Muziek afspelen op een streamingservice Audio verspreiden en ontvangen tussen het toestel en andere apparaten die Yamaha MusicCast ondersteunen INLEIDING U kunt het toestel bedienen en programmeren, of streamingservices afspelen via dit toestel. U doet dit middels de installatie van de gratis MusicCast CONTROLLER-app op een mobiel apparaat. Zoek voor details naar “MusicCast CONTROLLER” in de App Store of op Google Play. Raadpleeg MusicCast Installatiehandleiding voor de details. Nederlands 3 Nl Bijgeleverde accessoires Controleer of de volgende accessoires bij het product zijn geleverd. Afstandsbediening AM-antenne SPEAKERS A B PHONO SLEEP COAX 1 COAX 2 BLUETOOTH OPT 1 OPT 2 CD LINE 1 LINE 2 LINE 3 TUNER NET USB BAND TUNING MEMORY MusicCast Installatiehandleiding PRESET ENTER HOME RETURN SETUP OPTION VOLUME 4 Nl NOW PLAYING MUTE REPEAT SHUFFLE FM-antenne Batterijen (x2) (AA, R6, UM-3) Bedieningselementen en functies Bedieningselementen en functies 12 3 4 5 6 7 8 9 : A B INLEIDING Voorpaneel C PURE DIRECT DIMMER DISPLAY MODE MEMORY CLEAR BAND PRESET TUNING VOLUME INPUT PHONES BASS BALANCE TREBLE LOUDNESS SELECT PUSH - ENTER FLAT SPEAKERS -30dB A B RETURN 5V CONNECT 1A L 1 A (aan/uit) Hiermee zet u het toestel aan/uit (stand-by). 2 STANDBY/ON-lampje Brandt als volgt: Helder brandend: toestel staat aan Gedempt: stand-bymodus Opmerking In de stand-bymodus verbruikt dit toestel een kleine hoeveelheid voeding om van de afstandsbediening infraroodsignalen te ontvangen. 3 Afstandsbedieningssensor Deze ontvangt de signalen van de afstandsbediening. 4 DIMMER Wijzigt het helderheidsniveau van het voorpaneelscherm. Kies de helderheid uit 5 niveaus door herhaaldelijk op deze toets te drukken. 5 DISPLAY Selecteert de informatie die wordt weergegeven op de display op het voorpaneel (p. 41). 6 MODE Stelt de FM-bandontvangstmodus in op automatische stereo of mono-ontvangst (p. 24). Schakelt tussen de iPod-bedieningsmodi (p. 40). R 7 MEMORY Registreert het huidige FM/AM-station als voorkeuze op als TUNER als signaalbron wordt geselecteerd (p. 25). Registreert het huidige nummer dat wordt afgespeeld of de streamingzender als een voorkeuze wanneer NET, USB (met uitzondering van iPod) zijn geselecteerd als signaalbron (p. 42). 8 CLEAR Wist een FM/AM-voorkeuzestation als TUNER als de signaalbron is geselecteerd (p. 26). 9 BAND Schakelt tussen FM en AM (p. 24). 0 Display voorpaneel Geeft informatie weer over de bedrijfsstatus van het toestel. A PRESET j / i Roept een vooraf ingestelde FM/AM-zender (p. 26) of nummer/streamingzender op (p. 42). B TUNING jj / ii Selecteert de afstemmingsfrequentie als TUNER als de signaalbron is geselecteerd (p. 24). 5 Nl Nederlands C PURE DIRECT en indicator Hiermee kunt u naar een bron luisteren met het zuiverst mogelijke geluid (p. 21). De indicator erboven licht op en de display op het voorpaneel wordt uitgeschakeld als deze functie is ingeschakeld. Bedieningselementen en functies PURE DIRECT DIMMER DISPLAY MODE MEMORY CLEAR BAND PRESET TUNING VOLUME INPUT PHONES BASS BALANCE TREBLE LOUDNESS SELECT PUSH - ENTER FLAT SPEAKERS -30dB A B RETURN 5V CONNECT 1A L D E F G H I D PHONES-aansluiting Voert audio uit naar uw hoofdtelefoon zodat u privé kunt luisteren. E SPEAKERS A/B Schakelt, elke keer dat de overeenkomende toets wordt ingedrukt, de luidsprekerset in of uit die is aangesloten op de aansluitingen SPEAKERS A en/of SPEAKERS B op het achterpaneel. F USB-aansluiting Voor het aansluiten van een USB-opslagapparaat (p. 37) of een iPod (p. 39). G INPUT-selector Hiermee kiest u de signaalbron waar u naar wilt luisteren. H BASS +/–-bediening Verhoogt of verlaagt de versterking van de lage tonen. De middelste stand levert een vlakke klank op (p. 22). I TREBLE +/–-bediening Verhoogt of verlaagt de versterking van de hoge tonen. De middelste stand levert een vlakke klank op (p. 22). J BALANCE-bediening Stelt de geluidsbalans van de linker- en rechterluidsprekers af om onevenwichtig geluid te compenseren dat wordt veroorzaakt door de plaatsing van de luidsprekers of door omstandigheden in de kamer waar er wordt geluisterd (p. 22). 6 Nl R J K L M N K LOUDNESS-bediening Behoudt de volledige toonreeks op alle volumeniveaus om te compenseren voor het verminderd menselijk gehoor op het gebied van hoge en lage frequentiereeksen op een laag volume (p. 22). L SELECT/ENTER (stapsgewijze keuzeknop) Draai de keuzeknop om een numerieke waarde of instelling te selecteren en druk vervolgens op de keuzeknop om te bevestigen. M RETURN Keert terug naar de vorige indicatie op het voorpaneelscherm. CONNECT Gebruiken om het toestel te bedienen via de MusicCast CONTROLLER-app voor mobiele apparaten. Raadpleeg MusicCast Installatiehandleiding voor de details. N VOLUME-bediening Verhoogt of verlaagt het geluidsniveau. Bedieningselementen en functies Display voorpaneel 2 1 3 45 6 7 8 9 INLEIDING SLEEP MUTE STEREO TUNED A B VOL. : : y Indien er geen netwerkverbinding is ingesteld, zet u het toestel AAN om “WAC” (Wireless Accessory Configuration - configuratie draadloos accessoire) op het voorpaneel weer te geven en het toestel automatisch te laten zoeken naar een iOS-apparaat. Zie “De iOSapparaatinstelling delen” (p. 16) voor informatie over het verbinden met een iOS-apparaat en netwerk. 1 Informatieweergave Geeft de huidige status weer (zoals naam van ingang). U kunt de weergegeven informatie wisselen als u op DISPLAY drukt op het voorpaneel (p. 41). 7 SLEEP Gaat branden als de slaaptimer is ingeschakeld. 8 MUTE Knippert als de audio is gedempt. 2 STEREO Gaat branden als het toestel een stereo FM-radiosignaal ontvangt. 9 Volume-indicator Geeft het huidige volume aan. 3 TUNED Gaat branden als het toestel een signaal van een FM/AMstation ontvangt. 0 Cursorindicators Geeft aan welke cursortoetsen op de afstandsbediening momenteel bediend worden. 4 Signaalsterkte-indicator Brandt als het toestel verbinding maakt met een draadloos netwerk of als toegangspunt werkt. De sterkte van het draadloze signaal kan worden geverifieerd aan de hand van de indicatorstatus. y U kunt het helderheidsniveau van de display op het voorpaneel wijzigen door op het voorpaneel op DIMMER te drukken (p. 5). 5 Bluetooth-indicator Gaat branden als het toestel verbinding maakt met een Bluetooth-apparaat. 6 Luidsprekerindicators “A” gaat branden als de SPEAKERS A-uitgang is ingeschakeld en “B” brandt als de SPEAKERS B-uitgang is ingeschakeld. Nederlands 7 Nl Bedieningselementen en functies Achterpaneel 1 2 3 4 5 6 7 8 NETWORK PHONO SIGNAL GND ANTENNA IN FM AM 1 1 OPTICAL SPEAKERS IN 2 75Ω 2 A 1 OUT COAXIAL IN SUBWOOFER PRE OUT 2 3 B CD OUT LINE 9 : A 1 PHONO-aansluitingen Voor het aansluiten op een draaitafel (p. 11). 8 Netsnoer Voor de aansluiting op een stopcontact (p. 14). 2 OPTICAL 1/2 aansluitingen Voor de aansluiting op audiocomponenten die van optische digitale uitgangen zijn voorzien (p. 11). 9 LINE 1-3 aansluitingen Voor de aansluiting op analoge audiocomponenten (p. 11). 3 ANTENNA-aansluitingen Voor de aansluiting op FM- en AM-antennes (p. 13). 4 COAXIAL 1/2 aansluitingen Voor de aansluiting op audiocomponenten die van coaxiale digitale uitgangen zijn voorzien (p. 11). 5 SPEAKERS-aansluitingen Gebruikt om luidsprekers aan te sluiten (p. 12). 6 NETWORK-aansluiting Voor de aansluiting op een netwerk met een netwerkkabel (p. 14). 7 Draadloze antenne Voor het draadloos verbinding maken met een netwerkapparaat (p. 14). 8 Nl 0 CD-aansluitingen Voor de aansluiting op een cd-speler (p. 11). A SUBWOOFER PRE OUT-aansluiting Voor de aansluiting op een subwoofer met ingebouwde versterker (p. 11). Bedieningselementen en functies Afstandsbediening 1 Infraroodsignaalzender 1 Verzendt infrarode signalen. 2 A B PHONO SLEEP COAX 1 COAX 2 Schakelt de luidsprekers in en uit die zijn aangesloten op de aansluitingen SPEAKERS A en/of SPEAKERS B op het achterpaneel van het toestel wanneer u op de betreffende toets drukt. INLEIDING 2 SPEAKERS A/B SPEAKERS BLUETOOTH 3 Signaalkeuzetoetsen 3 OPT 1 OPT 2 CD LINE 1 LINE 2 LINE 3 TUNER NET USB 4 BAND 5 MEMORY TUNING PRESET Hiermee selecteert u een signaalbron voor weergave. PHONO PHONO-aansluitingen COAX 1/2 COAXIAAL 1/2-aansluitingen BLUETOOTH Bluetooth-aansluiting OPT 1/2 OPTISCHE 1/2-aansluitingen CD Cd-aansluitingen LINE 1-3 LINE 1-3-aansluitingen TUNER FM/AM-tuner NET Netwerkbronn (druk hier herhaaldelijk op om de gewenste netwerkbron te selecteren) USB USB-aansluiting (op het voorpaneel) 4 Radiotoetsen 6 7 8 9 De FM/AM-radio bedienen (p. 24). BAND Schakelt tussen FM en AM. TUNING jj/ii Selecteert de radiofrequentie. ENTER HOME RETURN 5 Voorkeuzetoetsen MEMORY SETUP OPTION VOLUME NOW PLAYING MUTE REPEAT SHUFFLE 0 A PRESET j/i Registreert het huidige FM/AM-station als voorkeuze als TUNER is geselecteerd als de signaalbron (p. 25). Registreert het huidige nummer dat wordt afgespeeld of de streamingzender als een voorkeuze wanneer NET, USB (met uitzondering van iPod) zijn geselecteerd als signaalbron (p. 42). Roept een vooraf ingestelde FM/AM-zender (p. 26) of nummer/streamingzender op (p. 42). 6 Menutoetsen Cursortoetsen (B/C/D/E) ENTER RETURN Hiermee selecteert u een menu of parameter. Hiermee bevestigt u een geselecteerd item. Keert terug naar de vorige status. 7 HOME Keert terug naar het bovenste niveau bij het selecteren van muziekbestanden, mappen, etc. 8 SETUP Geeft het menu “Setup” weer (p. 44). 9 NOW PLAYING Geeft muziekgegevens weer bij het selecteren van muziekbestanden, mappen, etc. 0 VOLUME +/Nederlands Hiermee past u het volume aan. A Afspeeltoetsen Laten u afspelen en andere handelingen uitvoeren voor netwerkbronnen, Bluetooth- en USB-apparaten. 9 Nl Bedieningselementen en functies B A (aan/uit) Hiermee zet u het toestel aan/uit (stand-by). C SLEEP SPEAKERS A B B PHONO SLEEP COAX 1 COAX 2 C Stelt de slaaptimer in (p. 23). D OPTION Geeft het menu “Option” weer (p. 43). BLUETOOTH E MUTE OPT 1 OPT 2 CD LINE 1 LINE 2 LINE 3 TUNER NET USB BAND Dempt de audioweergave. ■ Batterijen plaatsen 1 3 TUNING MEMORY PRESET 2 ENTER HOME Opmerkingen RETURN SETUP OPTION VOLUME NOW PLAYING REPEAT • Verander alle batterijen indien het operatiebereik van de afstandsbediening verkleint. • Voordat u nieuwe batterijen plaatst, veeg het compartiment schoon. MUTE SHUFFLE D E ■ Werkingsbereik De afstandsbediening zendt een gerichte infraroodstraal uit. Zorg dat u de afstandsbediening rechtstreeks op de afstandsbedieningssensor op het voorpaneel van dit toestel richt. Ongeveer 6m 30° 30° Afstandsbediening 10 Nl VOORBEREIDINGEN Aansluitingen LET OP Dvd-speler, enz. Draaitafel O Audiouitgang Cd-speler, enz. Audio-uitgang (digitaal optisch) C Audio-uitgang (digitaal coaxiaal) VOORBEREIDINGEN • Sluit dit toestel of andere componenten pas op het lichtnet aan nadat alle aansluitingen tussen componenten zijn voltooid. • Alle aansluitingen moeten correct zijn: L (links) naar L, R (rechts) naar R, “+” naar “+” en “–” naar “–”. Als de aansluitingen niet kloppen, wordt er geen geluid weergegeven via de luidsprekers en als de polariteit van de luidsprekeraansluitingen niet correct is, klinkt de weergave onnatuurlijk met te weinig lage tonen. Raadpleeg de gebruikershandleiding van elk van uw componenten. • Laat blootliggende luidsprekerdraden niet met elkaar of met metalen onderdelen van het toestel in contact komen. Hierdoor kunnen het toestel en/of de luidsprekers beschadigd raken. • Zorg ervoor dat u RCA-kabels, optische kabels, gebruikt om audiocomponenten aan te sluiten. GND NETWORK PHONO SIGNAL GND ANTENNA IN FM AM 1 1 OPTICAL SPEAKERS IN 2 75Ω 2 A 1 OUT COAXIAL IN SUBWOOFER PRE OUT 2 3 B CD OUT LINE Audiouitgang Audioingang Cd-recorder, enz. Audiouitgang Cd-speler Subwoofer Luidsprekers A Luidsprekers B Alleen PCM-signalen kunnen naar de digitale (OPTICAL/COAXIAL)-aansluitingen van dit toestel worden verzonden. y • De PHONO-aansluitingen zijn ontworpen voor het verbinden van een draaitafel met een MM-cartridge. • Sluit uw draaitafel aan op de GND-aansluiting van het toestel om de ruis in het signaal te verminderen. Bij bepaalde draaitafels hoort u echter minder ruis zonder de GND-aansluiting. Opmerkingen 11 Nl Nederlands • Om te voorkomen dat het audiosignaal in een lus terechtkomt wanneer een audio-opnameapparaat wordt aangesloten, komt er geen geluid via de LINE 2 (OUT)-aansluitingen als LINE 2 is geselecteerd. Op een vergelijkbare manier komt er geen geluid uit de LINE 3 (OUT)-aansluitingen wanneer LINE 3 is geselecteerd. • Bundel de audiokabels en luidsprekerkabels niet samen met de voedingskabel. Dit kan ruis veroorzaken. Aansluitingen De luidsprekers aansluiten ■ De luidsprekerkabels aansluiten Luidsprekerkabels zijn voorzien van twee draadjes. Het ene draadje dient voor de verbinding met de negatieve (–)aansluiting van het toestel en de luidspreker, het andere dient voor de positieve (+)-aansluiting. Als de draden zijn voorzien van kleurmarkering om verwarring te voorkomen, verbindt u het zwarte draden met de negatieve aansluiting en het andere draden met de positieve aansluiting. a Verwijder ongeveer 10 mm van de isolatie van de uiteinden van de luidsprekerkabel en draai de blootliggende draden van de kabel stevig in elkaar. ■ Dubbel bedrade aansuiting Een dubbel bedrade aansluiting scheidt de woofer (lagetonenluidspreker) van het gecombineerde deel voor de middentonen en de tweeters (hogetonenluidsprekers). Een luidsprekerkast voor dubbele bedrading heeft vier klemaansluitingen. Door twee sets van aansluitingen is de luidsprekerkast in twee onafhankelijke delen gesplitst. Met deze verbindingen wordt de reproductie van de midden- en hoge tonen via de ene set aansluitingen geleid en die van de lage tonen via een andere set aansluitingen. Dit toestel SPEAK Luidspreker A b Maak de luidsprekeraansluiting los. c Steek de blootliggende draadjes van de kabel in de opening aan de zijkant (bovenaan rechts of onderaan links) van de aansluiting. B d Maak de aansluiting vast. 10 mm a b c d Sluit de andere luidspreker op dezelfde manier aan op de andere set aansluitingen. Opmerking Bij het maken van dubbel bedrade aansluitingen dient u de kortsluitbruggen of kabels van de luidspreker te verwijderen. Raadpleeg de handleidingen van de luidsprekers voor meer informatie. y Om dubbel bedrade aansluitingen te gebruiken, drukt u op SPEAKERS A en SPEAKERS B op het voorpaneel of op de afstandsbediening zodat beide luidsprekerindicators (“A” en “B”) branden op de display op het voorpaneel. PURE DIRECT DIMMER DISPLAY MODE MEMORY CLEAR BAND PRESET TUNING VOLUME INPUT PHONES BASS BALANCE TREBLE LOUDNESS SELECT PUSH - ENTER FLAT SPEAKERS -30dB A B RETURN 5V CONNECT 1A L R SPEAKERS A/B SPEAKERS A/B SPEAKERS A B PHONO SLEEP COAX 1 COAX 2 OPT 1 12 Nl OPT 2 BLUETOOTH CD Aansluitingen De FM- en AM-antennes aansluiten Bij dit toestel zijn antennes meegeleverd voor FM- en AM-uitzendingen. Over het algemeen zouden deze antennes voldoende signaalsterkte moeten leveren. Sluit de antennes aan op de daarvoor bedoelde aansluitingen. Opmerking Als u last heeft van een slechte ontvangst, kunt u een buitenantenne installeren. Vraag bij uw dichtstbijzijnde erkende Yamaha-verkoper of -servicecentrum naar de mogelijkheden met buitenantennes. FM-antenne of (meegeleverd) FMbuitenantenne AM-buitenantenne Gebruik 5 tot 10 meter met plastic geïsoleerd draad dat u uit een raam naar buiten spant. VOORBEREIDINGEN AM-antenne (meegeleverd) • De AM-antenne moet altijd aangesloten blijven, zelfs als er een AM-buitenantenne op dit toestel is aangesloten. • De AM-antenne meot van dit toestel af worden geplaatst. PHONO SIGNAL GND ANTENNA IN FM AM 1 1 OPTICAL IN 2 75Ω 2 1 OUT COAXIAL IN SUBWOOFER PRE OUT 2 3 CD OUT LINE ■ De meegeleverde AM-antenne monteren ■ De draden van de AM-antenne aansluiten 2 Inbrengen 1 Omlaag houden Nederlands 13 Nl Aansluitingen De netwerkkabel aansluiten Sluit het toestel aan op de router met een in de handel verkrijgbare STP-netwerkkabel (rechte kabel van CAT-5 of hoger). Network Attached Storage (NAS) Internet WAN LAN Modem PC Router Netwerkkabel Mobiel apparaat (zoals iPhone) NETWORK PHONO SIGNAL GND ANTENNA IN FM AM 1 1 OPTICAL SPEAKERS IN 2 75Ω 2 A 1 OUT COAXIAL IN SUBWOOFER PRE OUT 2 3 B CD OUT LINE Dit toestel (achterzijde) Een draadloze antenne voorbereiden Als u het toestel draadloos aansluit, dient u de draadloze antenne uit te klappen. Voor informatie over het aansluiten van het toestel op een draadloos netwerk, raadpleegt u “Op een netwerk aansluiten” (p. 15). LESS WIRE WORK Opmerking Oefen niet te veel kracht uit op de draadloze antenne. Daarmee beschadigt u mogelijk de antenne. 14 Nl Het netsnoer aansluiten Als u alle aansluitingen hebt uitgevoerd, sluit u het netsnoer aan. Op een wandstopcontact Op een netwerk aansluiten Op een netwerk aansluiten Er zijn verschillende methoden om het toestel verbinding te laten maken met een netwerk. Selecteer een verbindingsmethode in overeenstemming met uw omgeving. Opmerkingen • Bepaalde beveiligingssoftware die op uw pc is geïnstalleerd of de firewallinstellingen van netwerkapparaten (bijvoorbeeld een router) kunnen de toegang van het toestel tot de netwerkapparaten of internet blokkeren. In deze gevallen dient u de instellingen van de beveiligingssoftware of firewall op de juiste wijze te configureren. • Elke server moet zijn aangesloten op hetzelfde subnetwerk als het toestel. • Als u de service via internet wilt gebruiken, wordt een breedbandverbinding ten zeerste aanbevolen. ■ Met de MusicCast CONTROLLER-app verbinding maken Raadpleeg MusicCast Installatiehandleiding voor de details. VOORBEREIDINGEN Als u een audiosingaal met hoge resolutie afspeelt via het netwerk, raden we u aan verbinding te maken met een bekabelde router voor stabiele weergave. ■ Met de bekabelde router verbinding maken Met de DHCP-serverfunctie van de router verbinding maken U kunt verbinding maken met het netwerk door een bekabelde verbinding te maken (p. 14) ■ Met een draadloze router (toegangspunt) verbinding maken Maak verbinding met het netwerk met de hieronder genoemde methode die overeenkomt met uw omgeving. Met de Wi-Fi-instelling van het iOS-apparaat (iPhone / iPod touch) verbinding maken De Wi-Fi-instelling van het iOSapparaat delen (p. 16) Met de WPS drukknopconfiguratie op de draadloze router (of toegangspunt) verbinding maken De WPS-drukknopconfiguratie gebruiken (p. 17) Met een draadloze router (toegangspunt) zonder WPS-drukknopconfiguratie verbinding maken De netwerkverbinding handmatig instellen (p. 18) ■ Zonder een bekabelde router of draadloze router (toegangspunt) verbinding maken Draadloos verbinding maken met een mobiel apparaat (Wireless Direct) Draadloos verbinding maken met Wireless Direct (p. 19) Als het toestel met Wireless Direct op het netwerk is aangesloten, kan het geen verbinding maken met een andere draadloze router (toegangspunt). Om inhoud van het internet af te spelen, sluit u dit toestel met een bekabelde of draadloze router (toegangspunt) aan op een netwerk. 15 Nl Nederlands Opmerking Op een netwerk aansluiten De iOS-apparaatinstelling delen 6 U kunt simpel een draadloze verbinding configureren door de verbindingsinstellingen op iOS-apparaten (iPhone/iPod touch) toe te passen. Voordat u verder gaat, bevestigt u dat uw iOS-apparaat is verbonden met een draadloze router (toegangspunt). Indien er geen netwerkverbinding is ingesteld, wordt “WAC” (Wireless Accessory Configuration configuratie draadloos accessoire) op de display op het voorpaneel weergeven als u het toestel aan zet en de instelling iOS-apparaat kunnen worden gedeeld. WAC R-N602 XXXXXX Om de instelling van uw iOS-apparaat te delen, moet u de handeling om de netwerkinstelling te delen op uw iOS-apparaat uitvoeren. MEMORY Gebruik de cursortoetsen (B / C) om “Share Setting” te selecteren en druk op ENTER. SHARE Wireless(WAC) 7 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om de gewenste verbindingsmethode te selecteren en druk op ENTER. De volgende verbindingsmethoden zijn beschikbaar. Wireless (WAC) U kunt de verbindingsinstellingen op het iOSapparaat toepassen op het toestel met een draadloze verbinding. Raadpleeg voor de details “De instelling van het iOS-apparaat draadloos delen”. (U hebt een iOS-apparaat met iOS 7 of hoger nodig.) USB Cable U kunt de verbindingsinstellingen op het iOS-apparaat toepassen op het toestel met een USB-kabel. Raadpleeg voor de details “De instelling van het iOSapparaat draadloos delen met een USB-kabel”. (U hebt een iOS-apparaat met iOS 5 of hoger nodig.) PRESET Opmerking Cursortoetsen B / C ENTER Als u “Wireless (WAC)” selecteert als de verbindingsmthode, worden alle netwerkinstellingen geïnitialiseerd. ENTER HOME RETURN RETURN SETUP SETUP OPTION VOLUME NOW PLAYING MUTE 1 Druk op A om dit toestel in te schakelen. 2 Druk op SETUP. 3 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om “Network” te selecteren en druk op ENTER. ■ De instelling van het iOS-apparaat draadloos delen Als u “Wireless (WAC)” selecteert als de verbindingsmethode, voer dan de bewerking om de netwerkinstelling te delen op uw iOS-apparaat uit. (De volgende procedure is een instelvoorbeeld voor iOS 8.) 1 Selecteer op het iOS-apparaat het toestel als de AirPlay-luidspreker op het Wi-Fi-scherm. y Druk op RETURN om terug te gaan naar het vorige scherm. 4 5 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om “Connection” te selecteren en druk op ENTER. Gebruik de cursortoetsen (B / C) om “Wireless” te selecteren en druk op ENTER. WIRELESS WPS 16 Nl De naam van dit toestel 2 Controleer het momenteel geselecteerde netwerk en tik op “Next”. Tik hierop om het instellen te starten Het momenteel geselecteerde netwerk Op een netwerk aansluiten Als het deelproces is afgerond, wordt het toestel automatisch verbonden met het geselecteerde netwerk (toegangspunt). Als het instellen is afgerond, dient u te controleren of het toestel is verbonden met een draadloos netwerk (p. 20). MEMORY Cursortoetsen B / C ENTER ■ De instelling van het iOS-apparaat delen via een USB-kabel Als u “USB Cable” selecteert als de verbindingsmethode, volgt u de onderstaande procedure om de instelling van het iOS-apparaat te delen met het toestel. Sluit het iOS-apparaat aan op de USBaansluiting en schakel de schermvergrendeling uit op het iOSapparaat. DIMMER INPUT DISPLAY BASS MODE MEMORY CLEAR TREBLE SPEAKERS A RETURN OPTION SETUP VOLUME NOW PLAYING MUTE 1 Druk op A om dit toestel in te schakelen. 2 Druk op SETUP. 3 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om “Network” te selecteren en druk op ENTER. y Druk op RETURN om terug te gaan naar het vorige scherm. B 5V 1A 2 Druk op ENTER. 3 Tik op “Allow” in het bericht dat is verschenen op het iOS-apparaat. Als het verbindingsproces is afgerond, verschijnt “Completed” op de display van het voorpaneel. Als het instellen is afgerond, dient u te controleren of het toestel is verbonden met een draadloos netwerk (p. 20). 4 HOME SETUP RETURN Dit toestel (voorzijde) PHONES ENTER VOORBEREIDINGEN 1 PRESET Druk op SETUP om het menu af te sluiten. 4 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om “Connection” te selecteren en druk op ENTER. 5 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om “Wireless” te selecteren en druk op ENTER. WIRELESS WPS 6 Druk tweemaal op ENTER. “Connecting” verschijnt op de display van het voorpaneel. 7 Druk op de WPS-knop op de draadloze router (toegangspunt). Als het verbindingsproces is afgerond, verschijnt “Completed” op de display van het voorpaneel. Als het instellen is afgerond, dient u te controleren of het toestel is verbonden met een draadloos netwerk (p. 20). Als “Not connected” verschijnt, herhaalt u de procedure vanaf Stap 1 of probeert u een andere verbindingsmethode. 8 Druk op SETUP om het menu af te sluiten. De WPS-drukknopconfiguratie gebruiken U kunt heel simpel een draadloze verbinding configureren met één druk op de WPS-knop. Opmerking Deze configuratie werkt niet als de beveiligingsmethode van uw draadloze router (toegangspunt) WEP is. Gebruik in dat geval een andere verbindingsmethode. Info over WPS 17 Nl Nederlands WPS (Wi-Fi Protected Setup) is een standaard die is ontwikkeld door de Wi-Fi Alliance, waarmee een draadloos thuisnetwerk makkelijk te maken is. Op een netwerk aansluiten De draadloze netwerkverbinding handmatig instellen 9 Voordat u de volgende procedure uitvoert, controleert u de beveiligingsmethod en de beveiligingssleutel op de draadloze router (toegangspunt). MEMORY Cursortoetsen B/C/D/E ENTER PRESET SECURITY WPA2-PSK(AES) 10 ENTER HOME RETURN RETURN SETUP SETUP Gebruik de cursortoetsen (D/E) om de gewenste beveiligingsmethode te selecteren en druk op RETURN. Instellingen None, WEP, WPA2-PSK (AES), Mixed Mode OPTION Opmerking VOLUME NOW PLAYING Gebruik de cursortoetsen (B / C) om “Security” te selecteren en druk op ENTER. MUTE 1 Druk op A om dit toestel in te schakelen. 2 Druk op SETUP. 3 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om “Network” te selecteren en druk op ENTER. Als u “None” selecteert, kan de verbinding onveilig zijn omdat de communicatie niet versleuteld is. 11 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om “Security Key” te selecteren en druk op ENTER. KEY y Druk op RETURN om terug te gaan naar het vorige scherm. 4 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om “Connection” te selecteren en druk op ENTER. 5 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om “Wireless” te selecteren en druk op ENTER. 6 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om “Manual Setting” te selecteren en druk op ENTER. 12 Gebruik de cursortoetsen om de beveiligingssleutel op de draadloze router (toegangspunt) in te voeren en druk op RETURN voor het vorige scherm. Als u “WEP” selecteert bij stap 10, moet u een tekenreeks van 5 t/m 13 tekens of van 10 t/m 26 hexadecimale cijfers invoeren. Als u “WPA2-PSK (AES)” of “Mixed Mode” selecteert bij stap 10, moet u een tekenreeks van 8 t/m 63 tekens of 64 hexadecimale cijfers invoeren. Gebruik de cursortoetsen (D/E) om de bewerkingspositie te verplaatsen en de cursortoetsen (B/C) om een teken te selecteren. U kunt een teken invoeren/verwijderen door te drukken op PRESET i (invoeren) of PRESET j (verwijderen). 13 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om “Connect[ENTER]” te selecteren en druk op ENTER om de instelling op te slaan. Als “ERROR” wordt weergegeven, controleert u de SSID en beveiligingssleutel op de draadloze router (toegangspunt) en herhaalt u vanaf stap 7. Als “ERROR” niet wordt weergegeven, is de verbinding gemaakt. Controleer of het toestel is verbonden met een draadloos netwerk (p. 20). 14 Druk op SETUP om het menu af te sluiten. MANUAL SSID 7 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om “SSID” te selecteren en druk op ENTER. SSID 8 Gebruik de cursortoetsen om de SSID op de draadloze router (toegangspunt) in te voeren en druk op RETURN voor het vorige scherm. Gebruik de cursortoetsen (D/E) om de bewerkingspositie te verplaatsen en de cursortoetsen (B/C) om een teken te selecteren. 18 Nl Op een netwerk aansluiten Een mobiel apparaat direct met het toestel verbinden (Wireless Direct) 7 W DIRECT Door Wireless Direct te gebruiken, kan dit toestel als een draadloos toeganspunt voor het netwerk fungeren waar mobiele toestellen rechtstreeks kunnen aansluiten. WPA2-PSK(AES) 8 MEMORY PRESET Instellingen None, WPA2-PSK (AES) ENTER HOME RETURN SETUP OPTION RETURN SETUP VOLUME NOW PLAYING MUTE Opmerking Opmerking Als u “None” selecteert, kan de verbinding onveilig zijn omdat de communicatie niet versleuteld is. 9 Als het toestel met Wireless Direct op het netwerk is aangesloten, kan het geen verbinding maken met een andere draadloze router (toegangspunt). Om inhoud van het internet af te spelen, sluit u dit toestel met een bekabelde of draadloze router (toegangspunt) aan op een netwerk. 1 Druk op A om dit toestel in te schakelen. 2 Druk op SETUP. 3 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om “Network” te selecteren en druk op ENTER. 10 Gebruik de cursortoetsen om de beveiligingssleutel op dit toestel in te voeren en druk op RETURN voor het vorige scherm. Voer een tekenreeks van 8 t/m 63 tekens of 64 hexadecimale cijfers in. Gebruik de cursortoetsen (D/E) om de bewerkingspositie te verplaatsen en de cursortoetsen (B/C) om een teken te selecteren. U kunt een teken invoeren/verwijderen door te drukken op PRESET i (invoeren) of PRESET j (verwijderen). 11 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om “Connect[Enter]” te selecteren en druk op ENTER om de instelling op te slaan. De informatie over SSID en beveiligingssleutel is vereist voor configuratie van een mobiel apparaat. Als u de “SSID” selecteert bij stap 6, kunt u de geconfigureerde SSID op dit toestel controleren. U kunt de SSID van dit toestel wijzigen met de cursortoetsen (B / C / D / E). Druk op RETURN om terug te gaan naar het vorige scherm. 5 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om “Connection” te selecteren en druk op ENTER. Gebruik de cursortoetsen (B / C) om “WirelesDirect” te selecteren en druk op ENTER. W DIRECT SSID 6 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om “Security Key” te selecteren en druk op ENTER. KEY y 4 Gebruik de cursortoetsen (D/E) om de gewenste beveiligingsmethode te selecteren en druk op RETURN. VOORBEREIDINGEN Cursortoetsen B/C/D/E ENTER Gebruik de cursortoetsen (B / C) om “Security” te selecteren en druk op ENTER. Nederlands Druk op ENTER om de SSID op dit toestel te controleren en druk op RETURN voor het vorige scherm. 19 Nl Op een netwerk aansluiten 12 Configureer de Wi-Fi-instellingen van een mobiel apparaat. Raadpleeg de handleiding van het mobiele apparaat voor meer informatie over instellingen van uw mobiele apparaat. (1) Schakel de Wi-Fi-functie in op het mobiele apparaat. (2) Selecteer de SSID van dit toestel in de lijst van beschikbare toegangspunten. (3) Voer de beveiligingssleutel die werd weergegeven tijdens Stap 10 in als u wordt gevraagd om een wachtwoord. 13 De netwerkverbindingsstatus controleren Voer de volgende procedure uit om de verbinding van het toestel met een netwerk te controleren. MEMORY Cursortoetsen B / C ENTER PRESET ENTER HOME RETURN RETURN Als “ERROR” verschijnt, controleert u de beveiligingssleutel op dit toestel en herhaalt u stap 12. Als “ERROR” niet wordt weergegeven, is de verbinding gemaakt. Controleer of het toestel is verbonden met een draadloos netwerk (p. 20). 1 Druk op SETUP. Druk op SETUP om het menu af te sluiten. 2 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om “Network” te selecteren en druk op ENTER. SETUP SETUP OPTION VOLUME NOW PLAYING MUTE y Druk op RETURN om terug te gaan naar het vorige scherm. 3 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om “Information” te selecteren en druk op ENTER. 4 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om “STATUS” te selecteren. STATUS Connect Als “Connect” wordt weergegeven, is het toestel verbonden met een netwerk. Als “Disconnect” wordt weergegeven, moet u de verbinding resetten. 5 20 Nl Druk op SETUP om het menu af te sluiten. BASISBEDIENING Afspelen Een bron afspelen A (aan/uit) 4 Speel de bron af. 5 Draai aan de VOLUME-regelaar op het voorpaneel (of druk op VOLUME +/– op de afstandsbediening) om het geluidsuitvoerniveau te regelen. PURE DIRECT DIMMER DISPLAY MODE MEMORY CLEAR BAND PRESET TUNING VOLUME INPUT PHONES BASS BALANCE TREBLE LOUDNESS SELECT PUSH - ENTER FLAT SPEAKERS -30dB A B RETURN 5V CONNECT 1A L R SPEAKERS A/B VOLUME-bediening y U kunt de geluidskwaliteit aanpassen met de regelaars BASS, TREBLE, BALANCE en LOUDNESS of via de PURE DIRECTschakelaar op het voorpaneel. INPUT-selector 6 SPEAKERS A/B SPEAKERS A A (aan/uit) B SLEEP COAX 1 COAX 2 BLUETOOTH OPT 1 OPT 2 CD LINE 1 LINE 2 LINE 3 TUNER NET USB BAND TUNING HOME RETURN SETUP OPTION VOLUME NOW PLAYING Signaalkeuzetoetsen VOLUME MUTE 1 Druk op A (aan/uit) om dit toestel in te schakelen. 2 Draai aan de INPUT -keuzeknop op het voorpaneel (of druk op een van de signaalkeuzetoetsen op de afstandsbediening) om de signaalbron te kiezen waarnaar u wilt luisteren. 3 ■ Genieten van high-fidelity geluidsweergave (Pure Direct) Als de PURE DIRECT-schakelaar is ingeschakeld, wordt de invoer van uw signaalbronnen zo doorgevoerd, dat de signalen BASS, TREBLE, BALANCE en LOUDNESS omzeilen. U elimineert daarmee alle aanpassingen aan geluidssignalen en kunt genieten van het zuiverst mogelijke geluid. De PURE DIRECT-indicator licht op en de display op het voorpaneel wordt na een paar seconden uitgeschakeld. BASISBEDIENING PHONO Als u klaar bent met het gebruik, drukt u op A (aan/uit) op het voorpaneel om het toestel uit te schakelen. Als u op A (aan/uit) op de afstandsbediening drukt, wordt dit toestel in stand-by gezet. PURE DIRECT-schakelaar PURE DIRECT Druk op SPEAKERS A en/of SPEAKERS B op het voorpaneel of op de afstandsbediening om luidsprekers A en/of B te kiezen. Als luidsprekerset A of luidsprekerset B is ingeschakeld, wordt overeenkomstig op de display van het voorpaneel “A” of “B” weergegeven (p. 7). DIMMER DISPLAY MODE MEMORY CLEAR BAND PRESET TUNING VOLUME INPUT PHONES BASS BALANCE TREBLE LOUDNESS SELECT PUSH - ENTER FLAT SPEAKERS -30dB A B RETURN 5V CONNECT 1A L R Opmerkingen • Als de PURE DIRECT-schakelaar is ingeschakeld, wordt de display op het voorpaneel uitgeschakeld. • BASS, TREBLE, BALANCE en LOUDNESS-bedieningen controls werken niet als de PURE DIRECT-schakelaar is ingeschakeld. Opmerkingen Nederlands • Als één luidsprekerset met dubbel bedrade verbindingen is aangesloten, of als gelijktijdig twee luidsprekersets (A en B) worden gebruikt, dient u ervoor te zorgen dat op de display van het voorpaneel “A” en “B” worden weergegeven. • Wanneer u luistert met een hoofdtelefoon, zet dan de luidsprekers uit. 21 Nl Afspelen ■ De regelaars voor BASS en TREBLE afstellen ■ De LOUDNESS-bediening aanpassen PURE DIRECT DIMMER DISPLAY MODE MEMORY CLEAR BAND PRESET TUNING PURE DIRECT VOLUME INPUT PHONES DIMMER DISPLAY MODE MEMORY CLEAR BAND PRESET BASS BALANCE TREBLE LOUDNESS SELECT PUSH - ENTER FLAT SPEAKERS TUNING -30dB A B RETURN VOLUME INPUT PHONES BASS BALANCE TREBLE LOUDNESS SELECT 5V 1A PUSH - ENTER FLAT SPEAKERS CONNECT L -30dB A B R RETURN 5V CONNECT 1A L R LOUDNESS BASS VOLUME TREBLE HOME De regelaarsBASS en TREBLE stellen de hoge en lage frequentieresponses af. De middelste stand levert een vlakke klank op. BASS-bediening Wanneer u vindt dat er niet genoeg bas (geluid met lage frequenties) is, draait u met de klok mee om te boosten. Wanneer u vindt dat er teveel bas is, draait u tegen de klok in om te onderdrukken. Bedieningsbereik: –10 dB to +10 dB (20 Hz) TREBLE-bediening Wanneer u vindt dat er niet genoeg treble (geluid met hoge frequenties) is, draait u met de klok mee om te boosten. Wanneer u vindt dat er teveel treble is, draait u tegen de klok in om te onderdrukken. Bedieningsbereik: –10 dB to +10 dB (20 kHz) RETURN SETUP OPTION VOLUME +/– VOLUME NOW PLAYING MUTE Behoud de volledige toonreeks op alle volumeniveaus om te compenseren voor het verminderd menselijk gehoor op het gebied van hoge en lage frequentiereeksen op een laag volume. LET OP Als de PURE DIRECT-schakelaar is ingeschakeld en LOUDNESS op een bepaald niveau is ingesteld, omzeilen de invoersignalen LOUDNESS en krijgt u de maken met een plotselingen toename in het geluidsuitvoerniveau. Om te voorkomen dat uw oren of de luidsprekers beschadigd raken, drukt u op de PURE DIRECT-schakelaar nadat u het geluidsuitvoerniveau hebt verlaagd of nadat u hebt gecontroleerd dat LOUDNESS goed is ingesteld. 1 Stel LOUDNESS in op FLAT. 2 Draai aan de VOLUME-knop op het voorpaneel (of druk op VOLUME +/– op de afstandsbediening) om het geluidsuitvoerniveau in te stellen op het hoogste luisterniveau waarnaar u wilt luisteren. 3 Draai aan de LOUDNESS-knop tot het gewenste volume. ■ De BALANCE-bediening aanpassen PURE DIRECT DIMMER DISPLAY MODE MEMORY CLEAR BAND PRESET TUNING VOLUME INPUT PHONES BASS BALANCE TREBLE LOUDNESS SELECT PUSH - ENTER FLAT SPEAKERS -30dB A B RETURN 5V CONNECT 1A L R BALANCE De regelaar voor BALANCE stelt de linker- en rechterluidsprekers af om onevenwichtig geluid te compenseren dat wordt veroorzaakt door de plaatsing van de luidsprekers of door omstandigheden in de kamer waar er wordt geluisterd. y Nadat u de LOUDNESS-knop hebt ingesteld, kunt u genieten van muziek op het door u gewenste volume. Als het effect van de instelling van de LOUDNESS-knop te sterk of te zwak is, kunt u LOUDNESS bijstellen. 22 Nl Afspelen De slaaptimer gebruiken Gebruik deze functie om het toestel na een bepaalde tijdsduur automatisch in stand-bymodus te zetten. De slaaptimer is nuttig als u gaat slapen terwijl het toestel een bron afspeelt of opneemt. SPEAKERS A A (aan/uit) B PHONO SLEEP SLEEP COAX 1 COAX 2 BLUETOOTH OPT 1 OPT 2 CD LINE 1 LINE 2 LINE 3 Opmerking De slaaptimer kan alleen met de afstandsbediening worden ingesteld. BASISBEDIENING 1 Druk herhaaldelijk op SLEEP om de tijdsduur in te stellen voordat het toestel in standbymodus gaat. Elke keer dat u op SLEEP drukt, wijzigt de display op het voorpaneel zoals hieronder wordt getoond. De SLEEP-indicator knippert terwijl u de tijdsduur voor de slaaptimer instelt. SLEEP A VOL. Sleep 120min. Als de slaaptimer is ingesteld, zal de SLEEPindicator op de display op het voorpaneel branden. y • Selecteer “Sleep Off” om de slaaptimer uit te schakelen. • De instelling van de slaaptimer kan ook worden geannuleerd door op A (aan/uit) te drukken om dit toestel in stand-bymodus in te stellen. Nederlands 23 Nl Luisteren naar FM/AM-radio ■ FM-ontvangst verbeteren (FM Mode) FM/AM afstemmen Als het signaal van het station zwak is en de geluidskwaliteit is niet goed, stel dan de FM-radioontvangstmodus in op mono om de ontvangst te verbeteren. SPEAKERS B A PHONO SLEEP COAX 1 COAX 2 BLUETOOTH PURE DIRECT DIMMER OPT 1 OPT 2 DISPLAY MODE MEMORY CLEAR BAND PRESET TUNING VOLUME CD INPUT PHONES BASS BALANCE TREBLE LOUDNESS SELECT PUSH - ENTER FLAT SPEAKERS -30dB A B RETURN 5V LINE 1 LINE 2 LINE 3 TUNER NET USB CONNECT 1A L R TUNER BAND BAND MEMORY MODE TUNING jj / ii TUNING PRESET 1 1 Druk op TUNER om “TUNER” als de signaalbron te selecteren. 2 Druk herhaaldelijk op BAND om de ontvangstband (FM of AM) te selecteren. 3 Houd TUNING jj / ii langer dan 1 seconde ingedrukt om afstemmen te starten. Druk op ii om naar een hogere frequentie af te stemmen. Druk op jj om naar een lagere frequentie af te stemmen. De frequentie van de ontvangen zender wordt op het voorpaneel getoond. Als een uitzending wordt ontvangen, brandt de “TUNED”-indicator op de display op het voorpaneel. Als een stereo-uitzending wordt ontvangen, brandt ook de “STEREO”-lamp. STEREO TUNED A Opmerking De STEREO-indiator gaat branden op het voorpaneel als u naar een station in stereomodus luistert. Automatische voorkeuzeafstemming (alleen FM-stations) U kunt de automatische voorkeuze-afstemfunctie gebruiken om automatisch FM-stations als voorkeuzestations te registreren. Met deze functie kan het toestel automatisch afstemmen op FM-stations met een sterk signaal en 40 van dergelijke stations in volgorde registreren. U kunt dan gemakkelijk zo’n voorkeuzestation terugroepen door het voorkeuzenummer te selecteren. VOL. FM 98.50MHz Frequentie y • Als de zendersignalen zwak zijn, stop de afstemmende zoekopdracht niet bij de gewenste zender. • Als de signaalontvangst voor een FM-radiozender niet stabiel is, kan het helpen om over te schakelen naar Mono. 24 Nl Druk herhaaldelijk op MODE om “Stereo” (automatische stereomodus) of “Mono” (mono-modus) te selecteren als dit toestel op een FM-radiostation is afgestemd. Wanneer u Mono selecteert, worden FMuitzendingen weergegeven in mono. Opmerkingen • Als u een station naar een voorkeuzenummer registreert waarop al een station is geregistreerd, wordt het eerder geregistreerde station overgeschreven. • Als het station dat u wilt opslaan een zwak signaal heeft, probeer dan de handmatige voorkeuze-afstemmethode. y • FM-stations die met de automatische voorkeuzeregistratie als voorkeuzestations zijn geregistreerd, klinken in stereo. • Alleen stations die met het Radio Data System worden uitgezonden, worden automatisch door de functie Auto Preset (automatische voorkeuze) geregistreerd. Luisteren naar FM/AM-radio LINE 1 LINE 2 LINE 3 TUNER NET USB Handmatige voorkeuze voor afstemming TUNER BAND TUNING BAND MEMORY Cursortoetsen B / C ENTER PRESET j / i PRESET Selecteer handmatig een radiostation en registreer deze als een voorkeuzenummer. U kunt dan gemakkelijk zo’n voorkeuzestation terugroepen door het voorkeuzenummer te selecteren. ENTER TUNER HOME RETURN SETUP OPTION NET BAND TUNING RETURN MEMORY OPTION VOLUME NOW PLAYING USB PRESET j / i PRESET MEMORY MUTE ENTER Druk op TUNER om “TUNER” als de signaalbron te selecteren. 2 Druk op de afstandsbediening op OPTION. Het menu “Option” wordt weergegeven (p. 43). 3 Druk op B / C om “Auto Preset” te selecteren en druk daarna op ENTER. OPTION A VOL. A VOL. 1 Volg “FM/AM afstemmen” (p. 24) om op het gewenste radiostation af te stemmen. 2 Houd MEMORY langer dan 2 seconden ingedrukt. Wanneer u voor het eerst een station registreert, wordt het geselecteerde radiostation geregistreerd met het voorkeuzenummer “01”. Daarna wordt elk geregistreerd radiostation geregistreerd onder het volgende lege voorkeuzenummer na het laatst geregistreerde nummer. Auto Preset READY 01:FM 87.50MHz Voorkeuzenummer MEMORY y • Voor dat het scannen start, kunt u het eerste voorkeuzenummer aangeven dat moet worden gebruikt. Hiervoor drukt u op PRESET j / i of op de cursortoets (B/C) op de afstandsbediening. • Om het scannen te annuleren, drukt u op BAND of RETURN. Als het scannen is voltooid, wordt “FINISH” weergegeven en daarna keert de display terug naar de oorspronkelijke status. STEREO TUNED A VOL. 01:FM 98.50MHz Frequentie Het toestel zoekt ongeveer 5 seconden later de FMband af vanaf de laagste frequentie omhoog. Om het scannen onmiddellijk te starten, houdt u de toets ENTER ingedrukt. BASISBEDIENING 1 Voorkeuzenummer y Om voor registratie een voorkeuzenummer te selecteren, drukt u één keer op MEMORY nadat u op het gewenste radiostation hebt afgestemd. Druk op PRESET j / i om een voorkeuzenummer te selecteren en druk dan opnieuw op MEMORY. 9850 STEREO TUNED A VOL. 02:Empty “Empty” (niet in gebruik) of de huidig geregistreerde frequentie Nederlands 25 Nl Luisteren naar FM/AM-radio Een voorkeuzestation terugroepen 3 U kunt voorkeuzestations terugroepen die zijn geregistreerd met de automatische of de handmatige voorkeuzemethode. Gebruik de cursortoetsen om “Clear Preset” te selecteren en druk op ENTER. OPTION VOL. Clear Preset SPEAKERS A B PHONO 4 SLEEP COAX 1 COAX 2 BLUETOOTH OPT 1 OPT 2 CD LINE 1 LINE 2 LINE 3 TUNER NET USB CLEAR TUNING MEMORY 1 2 STEREO TUNED A VOL. 01:FM 98.50MHz TUNER BAND Gebruik de cursortoetsen (B / C) om een voorkeuzestation te selecteren dat moet worden gewist en druk op ENTER. Voorkeuzestation dat u wilt wissen PRESET PRESET j / i Als de voorkeurzender is gewist, wordt “Cleared” weergegeven en wordt het volgende gebruikte voorkeuzenummer weergegeven. Druk op TUNER om “TUNER” als de signaalbron te selecteren. Druk op PRESET j / i om een voorkeuzenummer te selecteren. CLEAR VOL. 01:Cleard 5 Herhaal stap 4 tot alle gewenste voorkeuzestations zijn gewist. 6 Druk op OPTION om het menu “Option” af te sluiten. y • Voorkeuzenummers waarvoor geen stations zijn geregistreerd, worden overgeslagen. • “No Presets” wordt weergegeven als geen stations zijn geregistreerd. A y Een voorkeuzestation wissen Wis radiostations die naar de voorkeuzenummers zijn geregistreerd. LINE 1 LINE 2 LINE 3 TUNER NET USB TUNER BAND TUNING MEMORY Cursortoetsen B / C ENTER PRESET ENTER HOME RETURN SETUP OPTION OPTION VOLUME NOW PLAYING MUTE 1 Druk op TUNER om “TUNER” als de signaalbron te selecteren. 2 Druk op OPTION. 26 Nl U kunt een voorkeuzezender wissen via het voorpaneel. (1) Druk op CLEAR op het voorpaneel. (2) Druk op PRESET D/E om het voorkeuzestation dat u wilt wissen te selecteren. (3) Druk op SELECT/ENTER of CLEAR om het voorkeuzestation te wissen. Luisteren naar FM/AM-radio Radio Data System afstemmen Radio Data System is een systeem voor gegevensoverdracht dat door FM-stations in een groot aantal landen wordt gebruikt. Het toestel kan diverse soorten Radio Data System-gegevens ontvangen, zoals “Program Service”, “Program Type”, “Radio Text” en “Clock Time” wanneer het toestel is afgestemd op een Radio Data System-zender. ■ Automatisch verkeersinformatie ontvangen Als “TUNER” als signaalbron is geselecteerd, ontvangt het toestel automatisch verkeersinformatie. Als u deze functie wilt inschakelen, volgt u de procedure hieronder om het station met verkeersinformatie in te stellen. MODE MEMORY CLEAR BAND PRESET LINE 3 NET USB BAND TUNING MEMORY PURE DIRECT DISPLAY LINE 2 TUNER ■ De Radio Data System-informatie weergeven DIMMER LINE 1 TUNER TUNING Cursortoetsen B / C ENTER PRESET ENTER VOLUME INPUT PHONES BASS BALANCE TREBLE LOUDNESS SELECT PUSH - ENTER FLAT SPEAKERS -30dB A B RETURN 5V HOME RETURN SETUP OPTION RETURN CONNECT 1A L R OPTION VOLUME NOW PLAYING MUTE 1 Stem af op de gewenste Radio Data Systemzender. y Wij raden u aan om “Auto Preset” te gebruiken om af te stemmen op de Radio Data System-zenders (p. 24). 2 1 Als “TUNER” als de signaalbron is geselecteerd, drukt u op OPTION. 2 Gebruik de cursortoetsen om “TrafficProgram” te selecteren en druk op ENTER. Het zoeken naar het station met verkeersinformatie begint na ongeveer 5 seconden. Druk nogmaals op ENTER als u direct met zoeken wilt beginnen. Druk op DISPLAY. Telkens wanneer u op de toets drukt, wordt een ander onderdeel weergegeven. BASISBEDIENING DISPLAY y INFO STEREO TUNED A VOL. Program Type Naam onderdeel Na 3 seconden wordt de bijbehorende informatie voor het weergegeven onderdeel weergegeven. ,9850 • Als u omhoog/omlaag wilt zoeken vanaf de huidige frequentie drukt u op de cursortoetsen (q/w) terwijl “READY wordt weergegeven. • Druk op RETURN als u het zoeken wilt annuleren. • Met tekst tussen haakjes worden indicators op de display op het voorpaneel aangegeven. Het volgende scherm wordt ongeveer 3 seconden weergegeven als het zoeken is voltooid. STEREO TUNED A VOL. CLASSICS Informatie FINISH STEREO TUNED A VOL. TP FM101.30MHz Station met verkeersinformatie (frequentie) Program Service Naam programmaservice Program Type Type van het huidige programma Radio Text Informatie over het huidige programma Clock Time Huidige tijd Frequency Frequentie Opmerking “TP Not Found” wordt gedurende ongeveer 3 seconden weergegeven als er geen stations met verkeersinformatie zijn gevonden. Nederlands Opmerking “Program Service”, “Program Type”, “Radio Text” en “Clock Time” worden niet weergegeven als het radiostation de Radio Data System-service niet verstrekt. 27 Nl Muziek weergeven via Bluetooth U kunt muziekbestanden die zijn opgeslagen op een Bluetooth-apparaat (zoals een mobiel apparaat) weergeven op het toestel. Raadpleeg ook de gebruikershandleiding van uw Bluetooth-apparaat. Dit toestel 3 BLUETOOTH Bluetooth-apparaat (zoals een mobiel apparaat) A VOL. Connected Opmerkingen • Als u de Bluetooth-functie wilt gebruiken, stelt u “Bluetooth” (p. 46) in het menu “Setup” in op “On”. • Een Bluetooth-apparaat wordt, afhankelijk van het model, mogelijk niet gedetecteerd door het toestel of een functie is mogelijk niet compatibel. Selecteer op het Bluetooth-apparaat het toestel in de lijst met beschikbare apparaten. Nadat het koppelen is voltooid en het toestel is verbonden met het Bluetooth-apparaat, zal de melding “Connected” op de display op het voorpaneel verschijnen en de Bluetooth-indicator gaan branden. y • Als de wachtwoordsleutel vereist is, voert u het nummer “0000” in. • U moet de koppelprocedure binnen 5 minuten voltooien. • Als er geen Bluetooth apparaten worden gevonden, zal de melding “Not found” verschijnen. y U kunt audio verzenden naar Bluetooth-luidsprekers of een hoofdtelefoon met de MusicCast CONTROLLER-app. Om audio te verzenden, stelt u “Audio Send” (p. 46) in het menu “Setup” in op “On”. U kunt de audio-uitvoer alleen selecteren via de MusicCast CONTROLLER-app. Verbinding maken met een Bluetooth-apparaat (koppelen) Inhoud van het Bluetooth-apparaat weergeven Maak verbinding met een gekoppeld Bluetooth-apparaat en begin het afspelen. Controleer het volgende van tevoren: • Het koppelen is voltooid. • De Bluetooth-functie van het Bluetooth-apparaat is ingeschakeld. Wanneer een Bluetooth-apparaat voor het eerst verbonden wordt met het toestel, moeten de toestellen aan elkaar gekoppeld worden (pairing). Bij het koppelen worden de Bluetooth-apparaten voor gebruik in elkaars geheugen geregistreerd. Wanneer het koppelen voltooid is, kunnen de toestellen in het vervolg gemakkelijk met elkaar worden verbonden, ook wanneer de Bluetooth-verbinding is verbroken. SPEAKERS A SLEEP COAX 1 COAX 2 BLUETOOTH BLUETOOTH OPT 1 SPEAKERS A B PHONO REPEAT OPT 2 CD SHUFFLE B PHONO SLEEP Afspeeltoetsen COAX 1 COAX 2 BLUETOOTH BLUETOOTH OPT 1 1 2 OPT 2 CD Druk op BLUETOOTH om “Bluetooth” als de signaalbron te selecteren. Als er al een ander Bluetooth-apparaat met het toestel is verbonden, moet u de bestaande Bluetoothverbinding verbreken voor u het nieuwe apparaat gaat koppelen. Schakel de Bluetooth functie van het Bluetooth-apparaat in. 28 Nl 1 Druk op BLUETOOTH om “Bluetooth” als de signaalbron te selecteren. y Als het toestel het Bluetooth-apparaat dat eerder werd verbonden detecteert, maakt het toestel automatisch verbinding met het Bluetooth-apparaat na Stap 1. Om een andere Bluetoothverbinding tot stand te brengen, moet u eerst de huidige Bluetooth-verbinding beëindigen. Muziek weergeven via Bluetooth 2 Bedien het Bluetooth-apparaat en breng de Bluetooth-verbinding tot stand. Selecteer de modelnaam van het toestel in de lijst met Bluetooth-apparaten op uw apparaat. Zodra een verbinding tot stand is gebracht, gaat de Bluetooth-indicator op de display op het voorpaneel branden. y Als u geen verbinding kunt krijgen met het Bluetooth-apparaat, moet u het koppelen opnieuw uitvoeren. 3 Bedien het Bluetooth-apparaat om muziek weer te geven. y U kunt de toetten op de afstandsbediening gebruiken om het afspelen te bedienen. BASISBEDIENING Verbreken van een Bluetoothverbinding Volg een van de procedures hieronder om een Bluetoothverbinding te verbreken. • Schakel de Bluetooth-functie van het Bluetoothapparaat uit. • Houd BLUETOOTH op de afstandsbediening ten minste 3 seconden ingedrukt. • Selecteer “Disconnect” in “Audio Receive” (p. 46) in het menu “Setup” en druk vervolgens op ENTER. • Selecteer op het toestel een andere signaalbron dan “Bluetooth”. Nederlands 29 Nl Muziek afspelen van mediaservers (pc´s/NAS) U kunt muziekbestanden die zijn opgeslagen op uw pc of met DLNA compatibele NAS afspelen op het toestel. NAS Dit toestel PC Opmerkingen • Om deze functie te gebruiken, moeten het toestel en uw PC/NAS op dezelfde router zijn aangesloten (p. 14). In “Information” (p. 45) in het menu “Setup” kunt u controleren of de netwerkparameters (zoals het IP-adres) goed aan het toestel zijn toegewezen. • Het toestel ondersteunt het afspelen van WAV- (alleen PCM-indeling), AIFF, MP3-, WMA-, MPEG-4 AAC-, FLAC, ALAC- en DSDbestanden. • Het toestel is compatibel met samplefrequenties tot 192 kHz voor WAV-, AIFF- en FLAC-bestanden, 96 kHz voor ALAC-bestanden en 48 kHz voor andere bestanden. • Het toestel is compatibel met 2,8 MHz/5,6 MHz (1 bits) DSD-bestanden. • Digital Rights Management-inhoud (DRM) kan niet worden afgespeeld. • Om muziekbestanden af te spelen, moet de server-software op de PC/NAS de indelingen van de muziekbestanden ondersteunen die u wilt afspelen. y Je kunt maximaal 16 mediaservers aansluiten op dit toestel. Het delen van muziekbestanden via media instellen Om met dit toestel muziekbestanden in uw computer af te spelen, moet u tussen het toestel en de computer delen van media instellen (Windows Media Player 11 of later). Hier wordt het instellen van Windows Media Player in Windows 7 as voorbeeld genomen. ■ Bij gebruik van Windows Media Player 12 1 Start Windows Media Player 12 op uw pc. 2 Selecteer “Stream” en vervolgens “Turn on media streaming...”. Het venster van configuratiescherm van uw pc wordt weergegeven. (Voorbeeld van Engelse versie) 30 Nl 3 Klik op “Turn on media streaming”. Muziek afspelen van mediaservers (pc´s/NAS) 4 Selecteer “Allowed” in de vervolgkeuzelijst naast de modelnaam van het toestel. Afspelen pc-muziekinhoud Volg de procedure hieronder om de muziek inhoud van de pc te bedienen en het afspelen te starten. Opmerking “_” (onderstreepteken) wordt weergegeven voor tekens die het toestel niet ondersteunt. TUNER NET BAND NET TUNING MEMORY Cursortoetsen B/C/D/E ENTER USB PRESET ENTER HOME RETURN RETURN HOME Klik op “OK” om af te sluiten. Start Windows Media Player 11 op uw pc. 2 Selecteer eerst “Library” en vervolgens “Media Sharing”. 3 4 ■ Bij gebruik van een pc of een NAS waarop andere DLNA-serversoftware is geïnstalleerd Raadpleeg de handleiding voor het apparaat of de software en configureer de instellingen voor het delen van media. MUTE REPEAT SHUFFLE Afspeeltoetsen 1 Selecteer het vakje “Share my media to”, selecteer het pictogram van het toestel en klik op “Allow”. Klik op “OK” om af te sluiten. OPTION NOW PLAYING NOW PLAYING ■ Bij gebruik van Windows Media Player 11 1 OPTION VOLUME BASISBEDIENING 5 SETUP Druk herhaaldelijk op NET om “Server” als signaalbron te selecteren. SERVER A NAS A 2 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om een muziekserver te selecteren en druk op ENTER. 3 Gebruik de cursortoetsen om een onderdeel te selecteren en druk op ENTER. Als er een nummer is geselecteerd, wordt het afspelen gestart en wordt de afspeelinformatie weergegeven. SERVER A Song A y • Als er op uw pc een muziekbestand wordt afgespeeld dat vanaf het toestel is geselecteerd, wordt de afspeelinformatie weergegeven. • U kunt het nummer dat wordt weergegeven registreren als een voorkeuze (p. 42). • Als u herhaaldelijk op DISPLAY drukt op het voorpaneel, kunt u op de display op het voorpaneel afspeelinformatie wisselen (p. 41). Nederlands 31 Nl Muziek afspelen van mediaservers (pc´s/NAS) Gebruik de volgende toetsen op de afstandsbediening om het afspelen te besturen. Toetsen Functie Cursortoetsen Selecteer een muziekbestand of map. ENTER Start het afspelen wanneer ingedrukt terwijl de inhoud is geselecteerd. Gaat één niveau lager wanneer ingedrukt terwijl een map is geselecteerd. RETURN Gaat één niveau omhoog. p/ e Afspeeltoetsen s Stopt/hervat het afspelen. Stopt het afspelen. b / w Gaat vooruit/terug. (indien ingedrukt) Zoekt vooruit/ f / a achteruit. HOME Geeft de hoofdmap van de muziekserver weer. NOW PLAYING Geeft informatie weer of het nummer dat wordt afgespeeld. y U kunt ook een DLNA-compatibele Digital Media Controller (DMC) gebruiken voor het bedienen van het afspelen. Zie “DMC Control” (p. 45) voor details. ■ Instellingen voor herhalen/shuffle U kunt de instellingen voor herhalen/shuffle voor het afspelen van de muziekinhoud van de pc configureren. 1 Als de signaalbron “Server” is, drukt u herhaaldelijk op REPEAT of op SHUFFLE om de afspeelmethode te selecteren. Afspeeltoetsen REPEAT Instelling Off Zet de functie herhalen uit. One Speelt het huidige nummer herhaaldelijk af. All Speelt alle nummers in het huidige album (map) herhaaldelijk af. Off Zet de functie afspelen in willekeurige volgorde uit. On Speelt nummers in het huidige album (map) in willekeurige volgorde af. SHUFFLE 32 Nl Functie Luisteren naar internetradio U kunt luisteren naar internetradiostations uit de hele wereld. Opmerkingen • Om deze functie te gebruiken, moet het toestel verbinding hebben met internet (p. 14). In “Information” (p. 45) in het menu “Setup” kunt u controleren of de netwerkparameters (zoals het IP-adres) goed aan het toestel zijn toegewezen. • U kunt sommige internetradiostations mogelijk niet ontvangen. • Het toestel gebruikt de vTuner-databaseservice voor internetradiostations. • Deze service kan zonder kennisgeving worden gestopt. LINE 1 LINE 2 LINE 3 TUNER NET USB BAND 2 Gebruik de cursortoetsen om een onderdeel te selecteren en druk op ENTER. Als er een internetradiostation is geselecteerd, wordt het afspelen gestart en wordt de afspeelinformatie weergegeven. NET RADIO JazzST Gebruik de volgende toetsen op de afstandsbediening om het afspelen te besturen. NET TUNING Toetsen MEMORY Functie PRESET Cursortoetsen Selecteer het internet-radiostation of de categorie, zoals het genre. ENTER Start het afspelen wanneer ingedrukt terwijl een internetradiostation is geselecteerd. Gaat één niveau lager wanneer ingedrukt terwijl een categorie is geselecteerd. RETURN Gaat één niveau omhoog. ENTER HOME RETURN RETURN HOME SETUP OPTION VOLUME NOW PLAYING MUTE NOW PLAYING 1 Druk herhaaldelijk op NET om “Net Radio” als signaalbron te selecteren. De stationlijst verschijnt op de display op het voorpaneel. NET RADIO Bookmarks Afspeeltoetse n s BASISBEDIENING Cursortoetsen B/C/D/E ENTER A Stopt het afspelen. HOME Geeft de topcategorieën weer wanneer tijdens het afspelen ingedrukt. NOW PLAYING Geeft de afspeelgegevens weer voor het internet-radiostation. A y • U kunt het huidige station registreren als een voorkeuze (p. 42). • Als u herhaaldelijk op DISPLAY drukt op het voorpaneel, kunt u op de display op het voorpaneel afspeelinformatie wisselen (p. 41). • Sommige informatie is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijke van het station. Nederlands 33 Nl Luisteren naar internetradio Favoriete internetradiostations registreren (bookmarks) Door uw favoriete internetradiostations te registreren in “Bookmarks”, kunt u snel toegang tot ze verkrijgen vanuit de map “Bookmarks” op de display op het voorpaneel. 1 Selecteer een van de internetradiostations op het toestel. Deze handeling is nodig om het radiostation voor de eerste keer te registreren. 2 Controleer de vTuner-id van het toestel. U kunt de vTuner-id (MAC-adres van het toestel) vinden in “Information” (p. 45) in het menu “Setup”. 3 Ga naar de vTuner-website (http://yradio.vtuner.com/) met de webbrowser op uw pc en voer de vTuner-ID in. U kunt de taal wijzigen. Voer hier de vTuner-id in. y Om deze functie te gebruiken, moet u een persoonlijk account aanmaken. Maak uw account aan met uw e-mailadres. 4 Registreer uw favoriete radiostations. Klik op het pictogram “Add” (❤+) naast de naam van het radiostation. y Om het radiostation uit de map “Bookmarks” te verwijderen, selecteert u “Bookmarks” in het beginscherm en klikt u vervolgens op het pictogram “Remove” (❤–) naast de naam van het station. 34 Nl Afspelen van iPod/iTunes-muziek via een netwerk (AirPlay) Met de functie AirPlay kunt u iPod/iTunes-muziek via het netwerk weergeven op het toestel. 2 PC iTunes Dit toestel Klik (tik) op de iPod/iTunes op het pictogram AirPlay en selecteer het toestel (netwerknaam van het toestel) als het audioweergaveapparaat. iTunes (voorbeeld) iPod (voorbeeld) Start afspelen op iTunes of iPod Router Het afspelen wordt gestart Netwerknaam van het toestel iPod Opmerking AirPlay werkt met iPhone, iPad en iPod touch met iOS 4.3.3 of later, Mac met OS X Mountain Lion of later, en Mac en pc met iTunes 10.2.2 of later. (vanaf augustus 2015) iPod/iTunes-muziekinhoud afspelen Volg de procedure hieronder om iPod/iTunesmuziekinhoud weer te geven op het toestel. 1 Schakel het toestel in en start iTunes op de pc of geef het afspeelscherm weer op de iPod. Als de iPod/iTunes het toestel herkent, wordt het pictogram AirPlay ( ) weergegeven. y y • Als u herhaaldelijk op DISPLAY drukt op het voorpaneel, kunt u op de display op het voorpaneel afspeelinformatie wisselen (p. 41). • U kunt het toestel automatisch inschakelen bij het starten van het afspelen op iTunes of iPod door “Standby (Network Standby)” (p. 45) in het menu “Setup” in te stellen op “On”. • U kunt de netwerknaam (de naam van het toestel op het netwerk) die op iPod/iTunes wordt weergegeven bewerken in “Network Name” (p. 46) in het menu “Setup”. • U kunt het volume van het toestel tijdens het afspelen aanpassen vanaf de iPod/iTunes. BASISBEDIENING Om deze functie te gebruiken, moeten het toestel en uw pc of iPod op dezelfde router zijn aangesloten (p. 14). In “Information” (p. 45) in het menu “Setup” kunt u controleren of de netwerkparameters (zoals het IP-adres) goed aan het toestel zijn toegewezen. 3 Selecteer een nummer en start het afspelen Het toestel selecteert automatisch “AirPlay” als de signaalbron en start het afspelen. De afspeelinformatie wordt op het voorpaneel weergegeven. LET OP Als u de iPod/iTunes-bediening gebruikt om het volume te regelen, kan het volume onverwachts hard klinken. Hierdoor kunnen het toestel of de luidsprekers beschadigd raken. Als het volume plotseling toeneemt tijdens het afspelen, stopt u onmiddellijk het afspelen op de iPod/ iTunes. Voor iPods met iOS 7/8 wordt AirPlay weergegeven in het Control Center. Ga naar het Control Center door omhoog te vegen vanaf de onderkant van het scherm. iTunes (voorbeeld) iPod iOS6 (voorbeeld) iPod iOS7/iOS8 (voorbeeld) Nederlands Opmerking Als het pictogram niet wordt weergegeven, controleert u of het toestel en pc/iPod goed op de router zijn aangesloten. 35 Nl Afspelen van iPod/iTunes-muziek via een netwerk (AirPlay) Gebruik de volgende toetsen op de afstandsbediening om het afspelen te besturen. Toetsen Functies p/ e s b/w Afspeeltoetsen f/a Stopt/hervat het afspelen. Stopt het afspelen. Gaat vooruit/terug. REPEAT Wijzigt de instellingen voor Herhalen. SHUFFLE Wijzigt de instellingen voor Shuffle. Opmerking Als u het iTunes-afspelen wilt bedienen met de afstandsbediening van het toestel, moet u vooraf de iTunes-voorkeuren zodanig configureren dat iTunes-besturing vanaf externe luidsprekers is ingeschakeld. iTunes (voorbeeld van Engelse versie) Schakel dit vakje in 36 Nl Muziek afspelen van een USB-opslagapparaat U kunt muziekbestanden die zijn opgeslagen op een USB-opslagapparaat weergeven op het toestel. Raadpleeg de bedieningsinstructies voor het USB-opslagapparaat voor meer informatie. Opmerkingen • Het toestel ondersteunt USB-apparaten voor massaopslag (bijv. flashgeheugens of draagbare audiospelers) die de FAT16- of FAT32indeling gebruiken. • Het toestel ondersteunt WAV- (alleen PCM-indeling), AIFF, MP3-, WMA-, MPEG-4 AAC-, FLAC, ALAC- en DSD-bestanden. • Het toestel is compatibel met samplefrequenties tot 192 kHz voor WAV-, AIFF- en FLAC-bestanden, 96 kHz voor ALAC-bestanden en 48 kHz voor andere bestanden. • Het toestel is compatibel met 2,8 MHz/5,6 MHz (1 bits) DSD-bestanden. • Sluit alleen USB-apparaten voor massaopslag (zoals USB-acculaders of USB-hubs), pc's, kaartlezers en externe HDD enz. aan en geen andere apparaten. • USB-apparaten met versleuteling kunnen niet worden gebruikt. • Digital Rights Management-inhoud (DRM) kan niet worden afgespeeld. • Afhankelijk van het model of de fabrikant van het USB-opslagapparaat is het mogelijk dat sommige functies niet compatibel zijn. 1 Weergeven van de inhoud van een USB-opslagapparaat Sluit het USB-opslagapparaat aan op de USB-aansluiting. Dit toestel (voorzijde) INPUT PHONES BASS SPEAKERS A Volg de procedure hieronder om de inhoud van het USBopslagapparaat te bedienen en het afspelen te starten. Opmerking “_” (onderstreepteken) wordt weergegeven voor tekens die het toestel niet ondersteunt. BASISBEDIENING Een USB-opslagapparaat aansluiten B 5V LINE 1 LINE 2 LINE 3 TUNER NET USB 1A USB BAND TUNING MEMORY Cursortoetsen B/C/D/E ENTER USB-opslagapparaat PRESET ENTER HOME RETURN SETUP OPTION RETURN HOME VOLUME USB A VOL. NOW PLAYING MUTE REPEAT SHUFFLE NOW PLAYING Connected y Afspeeltoetsen Als een USB-opslagapparaat veel gegevensbestanden bevat, kan het laden ervan lang duren. In dit geval wordt “Loading...” op de display op het voorpaneel weergegeven. Opmerkingen 1 Druk op USB om “USB” als de signaalbron te selecteren. USB A VOL. Bluse Nederlands • Koppel het USB-opslagapparaat los van de USB-aansluiting wanneer deze niet wordt gebruikt. • Stop het afspelen van het USB-opslagapparaat voordat u het loskoppelt van de USB-aansluiting. • U kunt de pc niet aansluiten op de USB-aansluiting van het toestel. 37 Nl Muziek afspelen van een USB-opslagapparaat 2 ■ Instellingen voor herhalen/shuffle Gebruik de cursortoetsen om een onderdeel te selecteren en druk op ENTER. Als er een nummer is geselecteerd, wordt het afspelen gestart en wordt de afspeelinformatie weergegeven. USB A Track #3 y • U kunt het nummer dat wordt weergegeven registreren als een voorkeuze (p. 42). • Als u herhaaldelijk op DISPLAY drukt op het voorpaneel, kunt u op de display op het voorpaneel afspeelinformatie wisselen (p. 41). U kunt de instellingen voor herhalen/shuffle voor afspelen van de inhoud van een USB-opslagapparaat configureren. 1 Als de signaalbron “USB” is, drukt u herhaaldelijk op REPEAT of op SHUFFLE op de toetsen voor het afspelen om de afspeelmethode te selecteren. Afspeeltoetsen REPEAT Gebruik de volgende toetsen op de afstandsbediening om het afspelen te besturen. Toetsen Functie Cursortoetsen Selecteer een muziekbestand of map. ENTER Start het afspelen wanneer ingedrukt terwijl een muziekbestand is geselecteerd. Gaat één niveau lager wanneer ingedrukt terwijl een map is geselecteerd. RETURN Gaat één niveau omhoog. p/ e Afspeeltoetsen s b/w f/a Stopt/hervat het afspelen. Stopt het afspelen. Gaat vooruit/terug. HOME Geeft de hoofdmap weer van het USB-apparaat. NOW PLAYING Geeft informatie weer of het nummer dat wordt afgespeeld. 38 Nl Instelling Functie Off Zet de functie herhalen uit. One Speelt het huidige nummer herhaaldelijk af. All Speelt alle nummers in het huidige album (map) herhaaldelijk af. Off Zet de functie afspelen in willekeurige volgorde uit. On Speelt nummers in het huidige album (map) in willekeurige volgorde af. SHUFFLE iPod-muziek weergeven U kunt iPod-muziek op het toestel weergeven met een USB-kabel die bij de iPod is geleverd. Opmerking Afhankelijk van het model of de softwareversie van de iPod is het mogelijk dat een iPod door het toestel niet wordt gedetecteerd of dat sommige functies niet compatibel zijn. iPod-inhoud afspelen Volg de procedure hieronder om de inhoud van de iPod te bedienen en het afspelen te starten. Made for Opmerking • iPod touch (2nd, 3rd, 4th and 5th generation) • iPod nano (2nd, 3rd, 4th, 5th, 6th and 7th generation) • iPhone 6, iPhone 6 Plus, iPhone 5s, iPhone 5c, iPhone 5, iPhone 4S, iPhone 4, iPhone 3GS, iPhone 3G (vanaf augustus 2015) “_” (onderstreepteken) wordt weergegeven voor tekens die het toestel niet ondersteunt. LINE 1 LINE 2 LINE 3 TUNER NET USB USB BAND Een iPod aansluiten MEMORY Cursortoetsen B/C/D/E ENTER Sluit de USB-kabel aan op de iPod. PRESET ENTER HOME RETURN SETUP OPTION RETURN HOME 2 Sluit de USB-kabel aan op de USBaansluiting. BASISBEDIENING Sluit uw iPod op het toestel aan met de USB-kabel die bij de iPod is geleverd. 1 TUNING VOLUME NOW PLAYING MUTE REPEAT SHUFFLE NOW PLAYING Dit toestel (voorzijde) DIMMER DISPLAY MO Afspeeltoetsen INPUT PHONES BASS SPEAKERS A B 5V 1A 1 Druk op USB om “USB” als de signaalbron te selecteren. USB USB A VOL. Music A VOL. Connected 2 y Als “Standby (Network Standby)” (p. 45) in het menu “Setup” is ingesteld op “Off” (Uit), blijft de iPod opladen tot maximaal 4 uur zodra het toestel in stand-by gaat terwijl de iPod oplaadt. USB Opmerking Koppel de iPod los van de USB-aansluiting wanneer de iPod niet wordt gebruikt. Gebruik de cursortoetsen om een onderdeel te selecteren en druk op ENTER. Als er een nummer is geselecteerd, wordt het afspelen gestart en wordt de afspeelinformatie weergegeven. A VOL. Track #1 y 39 Nl Nederlands • Als u herhaaldelijk op DISPLAY drukt op het voorpaneel, kunt u op de display op het voorpaneel afspeelinformatie wisselen (p. 41). • Als u de iPod handmatig wilt bedienen om inhoud te selecteren of het weergeven te bedienen, schakelt u naar de modus voor eenvoudig afspelen (p. 40). iPod-muziek weergeven Gebruik de volgende toetsen op de afstandsbediening om het afspelen te besturen. Toetsen Functie Cursortoetsen Selecteer een muziekbestand, album of genre. ENTER Start het afspelen wanneer ingedrukt terwijl een muziekbestand is geselecteerd. Gaat één niveau lager wanneer ingedrukt terwijl een album of genre is geselecteerd. p/ e s b/w f/a Stopt/hervat het afspelen. NOW PLAYING y Als u de modus voor eenvoudig afspelen wilt verlaten, drukt u nogmaals op MODE. Bedien de iPod zelf of de afstandsbediening om het afspelen te starten. Gebruik de volgende toetsen op de afstandsbediening om het afspelen van de modus voor eenvoudig afspelen te besturen. Werkende toetsen op de afstandsbediening Functie Cursortoetsen Selecteer een item. ENTER Bevestig de selectie. RETURN Keert terug naar de vorige status. p/ e s b/w f/a 40 Nl Afspeeltoetsen REPEAT SHUFFLE Geeft informatie weer of het nummer dat wordt afgespeeld. Druk op MODE op het voorpanee om naar de modus voor eenvoudig afspelen te schakelen. In de modus voor eenvoudig afspelen wordt alleen de naam van de ingang weergegeven op het voorpaneel. Als u de afspeelgegevens bevestigt, ziet u het iPodscherm. Afspeeltoetsen Als de signaalbron “USB” is, drukt u herhaaldelijk op REPEAT of op SHUFFLE op de toetsen voor het afspelen om de afspeelmethode te selecteren. Gaat vooruit/terug. (indien ingedrukt) Zoekt vooruit/ achteruit. ■ De iPod zelf of de afstandsbediening bedienen (eenvoudig afspelen) 2 1 Stopt het afspelen. Geeft het bovenste menu van de iPod weer. HOME 1 U kunt de instellingen voor herhalen/shuffle van uw iPod configureren. Gaat één niveau omhoog. RETURN Afspeeltoetsen ■ Instellingen voor herhalen/shuffle Start of stopt tijdelijk het afspelen. Stopt het afspelen. Gaat vooruit/terug. (indien ingedrukt) Zoekt vooruit/ achteruit. Instelling Functie Off Zet de functie herhalen uit. One Speelt het huidige nummer herhaaldelijk af. All Speelt alle nummers herhaaldelijk af. Off Zet de functie afspelen in willekeurige volgorde uit. Songs Albums Speelt nummers in willekeurige volgorde af. Speelt albums in willekeurige volgorde af. y De werking of weergave van herhalen/shuffle kan afwijken, afhankelijk van het type of de softwareversie van de gebruikte iPod. Informatie wisselen op de display van het voorpaneel Als u een netwerkbron of USB als de signaalbron selecteert, kunt u op de display op het voorpaneel ook afspeelinformatie wisselen. PURE DIRECT DIMMER DISPLAY MODE MEMORY CLEAR BAND PRESET TUNING VOLUME INPUT PHONES BASS BALANCE TREBLE LOUDNESS SELECT PUSH - ENTER FLAT SPEAKERS -30dB A B RETURN 5V CONNECT 1A L R DISPLAY 1 Druk op DISPLAY. Telkens wanneer u op de toets drukt, wordt een ander onderdeel weergegeven. INFO A BASISBEDIENING Track Na 3 seconden wordt de bijbehorende informatie voor het weergegeven onderdeel weergegeven. SERVER A Track #1 Signaalbron Item Bluetooth Server AirPlay USB (inclusief iPod) Track (titel van nummer), Artist (naam artiest), Album (naam album), Time Net Radio Track (titel van nummer), Album (naam album), Time, Station (naam zender) Nederlands 41 Nl Het huidige nummer/de huidige zender registreren (voorkeuzefunctie) Als u netwerkbronnen en USB als signaalbron selecteert, kunt u het huidige nummer of de streamingzender registreren als een voorkeuze, tot maximaal 40. U kunt dan gemakkelijk zo’n voorkeuzenummer/-station terugroepen door het voorkeuzenummer te selecteren. U kunt de volgende signaalbronnen instellen als voorkeuze. Server, Net Radio, USB (met uitzondering van iPod) en streamingservices. TUNER NET BAND TUNING MEMORY PRESET MEMORY ENTER Een voorkeuze terugroepen USB PRESET j / i 1 Geef een nummer of een streamingzender die u wilt registreren weer. 2 Houd MEMORY langer dan 3 seconden ingedrukt. Wanneer u voor het eerst een nummer/zender registreert, wordt het geselecteerde nummer/de zender geregistreerd met het voorkeuzenummer “01”. Daarna wordt elk nummer/elke zender die u selecteert geregistreerd onder het volgende lege voorkeuzenummer na het laatst geregistreerde nummer. A 01:Empty Voorkeuzenummer y Om een vooraf ingesteld nummer te selecteren voor registratie, drukt u op PRESET j / i of de cursortoetsen (D/E). 3 Druk nogmaals op MEMORY om de voorkeuze te registreren. 42 Nl Selecteer de signaalbron waarvoor u de voorkeuze wilt terugroepen. 2 Druk op PRESET j / i om een voorkeuzenummer te selecteren. 3 Druk op ENTER om de voorkeuze terug te roepen. ENTER Een voorkeuze registreren MEMORY 1 GEAVANCEERDE BEDIENING Afspeelinstellingen configureren voor verschillende afspeelbronnen (menu Option) U kunt afzonderlijke afspeelinstellingen configureren voor verschillende afspeelbronnen. Met dit menu kunt u tijdens het afspelen gemakkelijk instellingen configureren. MEMORY Cursortoetsen B/C/D/E ENTER ■ Volume Trim PRESET Corrigeert volumeverschillen tussen signaalbronnen. Als u hinder ondervindt van volumeverschillen bij het schakelen tussen signaalbronnen, gebruikt u deze functie om dat te corrigeren. ENTER HOME SETUP 1 RETURN Deze instelling wordt afzonderlijk op elke signaalbron toegepast. OPTION Instelbereik -10,0 dB tot 0,0 dB tot +10,0 dB (stappen van 0,5 dB) OPTION VOLUME NOW PLAYING y RETURN MUTE Standaard 0,0 dB Druk op OPTION. OPTION A ■ Signal Info. VOL. Geeft informatie weer over audiosignalen. Volume Trim 2 Keuzes Gebruik de cursortoetsen om een onderdeel te selecteren en druk op ENTER. FORMAT De audio-indeling van het ingangssignaal. SAMPLING Het aantal samples per seconde van het digitale ingangssignaal. Druk tijdens menuhandelingen op RETURN als u wilt terugkeren naar de vorige status. 3 4 Gebruik de cursortoetsen (D / E) om een instelling te selecteren. Schakelt volumeknoppen in/uit vanaf iTunes/iPod via AirPlay. Onderdelen van het menu Option y Welke onderdelen beschikbaar zijn, is afhankelijk van de geselecteerde signaalbron. Functie Pagina 43 Signal Info. Geeft informatie weer over het audiosignaal. 43 Auto Preset Registreert automatisch FMradiostations met sterke signalen als voorkeuzestations. 24 Clear Preset Wist radiostations die naar voorkeuzenummers zijn geregistreerd. 26 TrafficProgram Zoekt automatisch naar een station met verkeersinformatie. 27 Instellingen Off Schakelt volumeknoppen uit vanaf iTunes/iPod. Ltd (standaard) Schakelt volumeknoppen in/uit vanaf iTunes/iPod binnen het beperkte bereik (-80,0 dB tot -20,0 dB en gedempt). Full Schakelt volumeknoppen in/uit vanaf iTunes/iPod binnen het volledige bereik (-80,0 dB tot +16,5 dB en gedempt). Nederlands Volume Trim Corrigeert volumeverschillen tussen signaalbronnen. Vol.Interlock Schakelt volumeknoppen in/uit vanaf (Volume interlock) iTunes/iPod via AirPlay. Druk herhaaldelijk op de cursortoetsen (B / C) om de informatie op het display op het voorpaneel te wisselen. ■ Vol.Interlock (Volume interlock) Druk op OPTION om het menu af te sluiten. Item y GEAVANCEERDE BEDIENING y 43 43 Nl Verschillende functies configureren (menu Setup) U kunt de verschillende functies van het toestel configureren. MEMORY Onderdelen van het menu Setup PRESET Menu-item Cursortoetsen B/C/D/E ENTER Functie Pagina Connection Selecteert de netwerkverbindingsmethode. 45 Information Geeft de netwerkinformatie van het toestel weer. 45 IP Address Configureert de netwerkparameters (zoals IPadres). 45 DMC Control Bepaalt of een DLNAcompatibele Digital Media Controller (DMC) het afspelen mag besturen. 45 Standby (Network Standby) Bepaalt of de functie die het toestel inschakelt vanaf andere netwerkapparaten moet worden ingeschakeld/ uitgeschakeld. 45 Network Name Bewerkt de netwerknaam (de naam van het toestel op het netwerk) die andere netwerkapparaten wordt weergegeven. 46 Update (Network Update) Werkt de firmware bij via het netwerk. 46 On/Off Schakelt de Bluetoothfuncties in/uit. 46 Standby (Bluetooth Standby) Bepaalt of de functie die het toestel inschakelt vanaf andere Bluetooth-apparaten, moet worden ingeschakeld/ uitgeschakeld (Bluetoothstand-by). 46 Audio Receive Ontvangt audioinstellingen van het Bluetooth-apparaat. 46 Audio Send Verzend audio van het toestel naar Bluetooth-luidsprekers of een hoofdtelefoon. 46 Max Volume Stelt het maximale volume in om een extreem geluidsvolume te voorkomen. 47 Initial Volume Stelt het eerste volume in op het moment dat het toestel wordt ingeschakeld. 47 AutoPowerStdby (Auto Power Standby) Stelt de hoeveelheid tijd in voor de automatische standbyfunctie. 47 ECO Mode Schakelt de eco-modus (energiebesparingsmodus) in of uit. 47 ENTER HOME RETURN RETURN SETUP SETUP OPTION VOLUME NOW PLAYING 1 MUTE Druk op SETUP. SETUP A Network 2 Network Gebruik de cursortoetsen (B / C) om een menu te selecteren. SETUP A Max Volume 3 Druk op ENTER. MAX VOL A +16.5dB 4 Gebruik de cursortoetsen (D/E) om een instelling te selecteren en druk op ENTER. y Bluetooth Druk tijdens menuhandelingen op RETURN als u wilt terugkeren naar de vorige status. 5 Druk op SETUP om het menu af te sluiten. 44 Nl Verschillende functies configureren (menu Setup) Handmatige netwerkinstellingen Network Configureert de netwerkinstellingen. 1 Stel “DHCP” in op “Off”. ■ Connection 2 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om een parametertype te selecteren. Selecteert de netwerkverbindingsmethode. Selecteer deze optie als u het toestel wilt aansluiten op een netwerk met een in de handel verkrijgbare netwerkkabel (p. 15). Wired Selecteer deze optie als u het toestel wilt aansluiten op een netwerk via de draadloze router of het toegangspunt (p. 16, 17, 18). Wireless WirelessDirect Selecteer deze optie als u een mobiel apparaat direct op het toestel aan wilt sluiten. Voor details over de instellingen, raadpleegt u “Een mobiel apparaat rechtstreeks aansluiten op het toestel (Wireless Direct)” (p. 19). Extend Geeft de verbindingsmethode weer van het MusicCast-netwerk. IP Hierin kunt u een IP-adres opgeven. SUBNET Hierin kunt u een subnetmasker opgeven. GATEWAY Geeft het IP-adres aan van de standaardgateway. DNS P Hierin kunt u het IP-adres van de primaire DNSserver opgeven. DNS S Hierin kunt u het IP-adres van de secundaire DNS-server opgeven. 3 Gebruik de cursortoetsen (D / E) om de bewerkingspositie te selecteren. ■ Information NETWORK Geeft de netwerkinformatie van het toestel weer. Verschijnt als voor de firmware van dit toestel een update beschikbaar is (p. 50). STATUS De verbindingsstatus van het netwerk. MC NET Status van het MusicCast-netwerk. Als “Ready” verschijnt, kunt u de MusicCast CONTROLLER-app gebruiken. MAC Geeft het MAC-adres weer van het toestel. Afhankelijk van de verbindingsmethode (bekabelde LAN-verbinding of draadloze LAN / Wireless Direct -verbinding), kan het MAC-adres verschillen. Address1•••192 (Voorbeeld: IP-adresinstelling) Gebruik de cursortoetsen (D / E) om tussen segmenten (Address1, Address2...) van het adres te schakelen. 4 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om een waarde te wijzigen. 5 Druk op SETUP om het menu af te sluiten. SSID (Bij gebruik van een draadloze LANverbinding of Wireless Direct) De SSID van dit toestel op het draadloze netwerk. IP IP address (IP-adres) SUBNET Subnet mask (subnetmasker) Disable Weergave kan niet worden bediend met DMC’s. GATEWAY Het IP-adres van de standaardgateway Het IP-adres van de primaire DNS-server Enable (standaard) Weergave kan worden bediend met DMC’s. DNS P DNS S Het IP-adres van de secundaire DNS-server VTUNER Het id van de internetradio (vTuner) ■ IP Address Configureert de netwerkparameters (zoals IP-adres). DHCP Bepaalt of een DHCP-server wordt gebruikt. Off Er wordt een DHCP-server gebruikt om de netwerkparameters (zoals IP-adres) van het toestel automatisch te bepalen. Bepaalt of een DLNA-compatibele Digital Media Controller (DMC) het afspelen mag besturen. y Een Digital Media Controller (DMC) is een apparaat dat via het netwerk andere netwerkapparaten kan bedienen. Als deze functie is ingeschakeld, kunt u het afspelen van het toestel bedienen met DMC’s (zoals Windiow Media Player 12) op hetzelfde netwerk. ■ Standby (Network Standby) Bepaalt of het toestel kan worden ingeschakeld vanaf andere apparaten in het netwerk (netwerk stand-by). Off Schakelt de netwerk stand-byfunctie uit. On Schakelt de netwerk stand-byfunctie in. (Het toestel verbruikt meer stroom dan wanneer “Off” is geselecteerd.) Auto (standaard) Schakelt de netwerk stand-byfunctie in. Als de eenheid van het netwerk is verwijderd, wordt de eenheid ingesteld op de stroombesparingsmodus. 45 Nl Nederlands On (standaard) Er wordt geen DHCP-server gebruikt. U moet de netwerkparameters handmatig configureren. Zie “Handmatige netwerkinstellingen” voor meer informatie. ■ DMC Control GEAVANCEERDE BEDIENING NEW FW Available A Verschillende functies configureren (menu Setup) ■ Network Name Bewerkt de netwerknaam (de naam van het toestel op het netwerk) die andere netwerkapparaten wordt weergegeven. 1 Schakelt de Bluetooth-functie in/uit (p. 28). Druk tweemaal op ENTER om de weergave voor naambewerking te openen. NAME A R-N602 XXXXXX Gebruik de cursortoetsen (D/E) om de bewerkingspositie te verplaatsen en de cursortoetsen (B/C) om een teken te selecteren. NAME Off Schakelt de Bluetooth-functie uit. On (standaard) Schakelt de Bluetooth-functie in. Onmiddellijk na het selecteren van de “On”, wordt de uitvoer van de netwerkbron gepauzeerd. A Network Name 3 Configureert de Bluetooth-instellingen. ■ On/Off Selecteer “Network Name”. NETWORK 2 Bluetooth A R-N602 XXXXXX U kunt een teken invoeren/verwijderen door te drukken op PRESET i (invoeren) of PRESET j (verwijderen). ■ Standby (Bluetooth Standby) Bepaalt of de functie die het toestel inschakelt vanaf andere Bluetooth-apparaten, moet worden ingeschakeld/ uitgeschakeld (Bluetooth-stand-by). Als deze functie is ingesteld op “On”, wordt het toestel automatisch ingeschakeld als een verbindingsbewerking wordt uitgevoerd op het Bluetooth-apparaat. Off Schakelt de Bluetooth-stand-byfunctie uit. On (standaard) Schakelt de Bluetooth-stand-byfunctie in. (Het toestel verbruikt meer stroom dan wanneer “Off” is geselecteerd.) y Deze instelling is niet beschikbaar als “Standby (Network Standby)” (p. 45) is ingesteld op “Off”. ■ Audio Receive Ontvangt audioinstellingen van het Bluetooth-apparaat. Disconnect 4 Druk op ENTER om de nieuwe naam te bevestigen. 5 Druk op SETUP om het menu af te sluiten. Verbreekt de verbinding met het aangesloten Bluetooth-apparaat. Om het Bluetooth-apparaat te ontkoppelen, drukt u op ENTER op de afstandsbediening. ■ Audio Send ■ Update (Network Update) Werkt de firmware bij via het netwerk. Perform Update Start het proces voor het bijwerken van de firmware van het toestel. Zie “De firmware van het toestel bijwerken via het netwerk” (p. 50) voor details. Version Geeft de versie weer van de firmware die op het toestel is geïnstalleerd. ID Geeft het systeem-id-nummer weer. 46 Nl Verzend audio van het toestel naar Bluetooth-luidsprekers of een hoofdtelefoon. Off (standaard) Audio kan niet worden verzonden. On Audiotransmissie wordt ingeschakeld. Specificeer de instellingen voor audiotransmissie die worden gebruikt voor de MusicCast CONTROLLER-app voor mobiele apparaten. Verschillende functies configureren (menu Setup) Max Volume Stelt het maximale volume in om een extreem geluidsvolume te voorkomen. Instelbereik -30 dB tot +15,0 dB / +16,5 dB (stappen van 5 dB) Standaard +16,5 dB Initial Volume Stelt het eerste volume in wanneer de ontvanger wordt ingeschakeld. Instelbereik Off, Mute, -80,0 dB tot +16,5 dB (stappen van 0,5 dB) ECO Mode Schakelt de eco-modus (energiebesparing) in of uit. Als de eco-modus is ingeschakeld, kunt u het stroomverbruik van het toestel verminderen. De nieuwe instelling wordt van kracht nadat het toestel opnieuw is gestart. Zorg dat u op ENTER drukt om het toestel opnieuw te starten nadat u een instelling hebt geselecteerd. Off (standaard) Schakelt de eco-modus uit. On Schakelt de eco-modus in. Opmerking Als “ECO Mode” is ingesteld op “On”, kan de display van het voorpaneel donker worden. Standaard Off AutoPowerStdby (Auto Power Standby) Off Het toestel wordt niet automatisch in de standbymodus gezet. On (standaard) Zet het toestel automatisch in de stand-bymodus. Als NET, BLUETOOTH of USB als signaalbron is geselecteerd, schakelt het toestel over naar de stand-bymodus van de geselecteerde bron als u niet binnen 20 minuten begint met afspelen. Alle signaalbronnen schakelen naar de standbymodus wanneer gedurende 8 uur niet gebruikt. GEAVANCEERDE BEDIENING Schakelt de auto-stand-by-functie in/uit. Als u het toestel niet gebruikt gedurende een opgegeven tijd, wordt het toestel automatisch in de stand-bymodus gezet. y Net voordat de stand-bymodus op het toestel wordt geactiveerd, wordt “AutoPowerStdby” weergegeven en begint het aftellen op de display op het voorpaneel. Nederlands 47 Nl De systeeminstellingen configureren (menu ADVANCED SETUP) Configureer de systeeminstellingen van het toestel via het display op het voorpaneel. 1 Schakel het toestel uit. 2 Houd RETURN op het voorpaneel ingedrukt en druk op A (aan/uit). A (aan/uit) De instelling van de luidsprekerimpedantie wijzigen (SP IMP.) RETURN SP IMP.••8¬MIN Wijzig de instellingen van de luidsprekerimpedantie van het toestel overeenkomstig de impedantie van de aangesloten luidsprekers. PURE DIRECT DIMMER DISPLAY MODE MEMORY CLEAR BAND PRESET TUNING VOLUME INPUT PHONES BASS BALANCE TREBLE LOUDNESS SELECT PUSH - ENTER FLAT SPEAKERS -30dB A B RETURN 5V CONNECT 1A L R Instellingen DISPLAY SELECT/ENTER 4  MIN Selecteer deze optie als u luidsprekers van 4 - 8 ohm wilt aansluiten op het toestel. Selecteer deze optie als u luidsprekers van 8 ohm of meer wilt aansluiten op het toestel. 3 Draai SELECT/ENTER om een onderdeel te selecteren. 8  MIN (Standaard) 4 Druk op SELECT/ENTER om een instelling te selecteren. De afstandsbedienings-ID selecteren (REMOTE ID) 5 Druk op A (aan/uit) om het toestel uit te schakelen en daarna weer in te schakelen. De nieuwe instellingen worden van kracht. Wanneer meerdere ontvangers in dezelfde ruimte worden gebruikt, kan het instellen van het ID van de afstandsbediening van dit toestel op ID1 (en de andere ontvanger ingesteld naar een andere dan ID1) storing vermijden van andere afstandsbedieningen. Onderdelen van het menu ADVANCED SETUP Item Functie REMOTE ID•AUTO Pagina SP IMP. Wijzigt de instelling van de luidsprekerimpedantie. 48 REMOTE ID Selecteert de afstandsbedienings-ID van het toestel. 48 INIT Herstelt de standaardinstellingen. 48 UPDATE Werkt de firmware bij. 49 VERSION Controleert de versie van de firmware die momenteel is geïnstalleerd op het toestel. 49 Instellingen ID1, AUTO (standaard) De standaardinstellingen herstellen (INIT) INIT••••CANCEL Herstelt de standaardinstellingen van het toestel. Keuzes 48 Nl ALL Herstelt de standaardinstellingen van het toestel. NETWORK Alle netwerk- Bluetooth- en USB-instellingen starten Bij het uitvoeren van de initialisatie wordt de voorkeuze (p. 42) die is geregistreerd voor NET/USB gewist. CANCEL Er wordt geen initialisatie uitgevoerd. De systeeminstellingen configureren (menu ADVANCED SETUP) De firmware bijwerken (UPDATE) De versie van de firmware controleren (VERSION) UPDATE•NETWORK Wanneer dit nodig, is verschijnt er nieuwe firmware die extra eigenschappen of productverbeteringen bevat. Als het toestel is aangesloten op het internet, kunt u de firmware bijwerken via het netwerk. Raadpleeg de bijbehorende informatie bij de updates voor details. ■ Firmware updateprocedure Voer deze procedure niet uit tenzij een update van de firmware noodzakelijk is. Lees de bijbehorende informatie bij de updates voordat u de firmware bijwerkt. 1 VERSION••xx.xx Controleer de versie van de firmware die momenteel is geïnstalleerd op het toestel. y • U kunt de versie van de firmware eveneens controleren in “Update (Network Update)” (p. 46) in het menu “Setup”. • Het kan enige tijd duren voordat de firmwareversie wordt weergegeven. Druk herhaaldelijk op SELECT/ENTER om “USB” of “NETWORK” te selecteren en druk op DISPLAY om de update van de firmware te starten. Keuzes USB De firmware bijwerken met een USBgeheugenapparaat. NETWORK De firmware bijwerken via het netwerk. GEAVANCEERDE BEDIENING y Als het toestel via het netwerk nieuwere firmware detecteert, verschijnt “NEW FW Available” als het “Information”-menuitem in “Network”. In dit geval kunt u ook de firmware van het toestel bijwerken door de procedure te volgen in “De firmware van het toestel bijwerken via het netwerk” (p. 50). Nederlands 49 Nl De firmware van het toestel bijwerken via het netwerk Wanneer dit nodig, is verschijnt er nieuwe firmware die extra eigenschappen of productverbeteringen bevat. Als het toestel is aangesloten op het internet, kunt u de firmware downloaden en bijwerken via het netwerk. Opmerkingen • Gebruik het toestel niet en koppel het netsnoer en de netwerkkabel niet los wanneer de firmware wordt bijgewerkt. Het bijwerken van de firmware duurt ongeveer 20 minuten of meer (afhankelijk van de snelheid van uw internetverbinding). • Als het toestel is aangesloten op het draadloze netwerk via een draadloze netwerkadapter, kunnen netwerkupdates mogelijk niet worden uitgevoerd, afhankelijk van de kwaliteit van de draadloze verbinding. Werk de firmware in dat geval bij met het USBgeheugenapparaat (p. 49). y U kunt de firmware eveneens bijwerken met behulp van een USB-geheugenapparaat via het menu “ADVANCED SETUP” (p. 49). MEMORY 6 PRESET Druk op ENTER om de update van de firmware te starten. Het toestel start opnieuw en de update van de firmware start. y Cursortoetsen B/C ENTER Als u de bewerking wilt annuleren zonder de firmware bij te werken, drukt u op SETUP. ENTER HOME RETURN RETURN SETUP SETUP OPTION VOLUME NOW PLAYING 7 Als “UPDATE SUCCESS” wordt weergegeven op de display op het voorpaneel, drukt u op A (aan/uit) op het voorpaneel. MUTE De update van de firmware is voltooid. 1 Druk op SETUP. 2 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om “Network” te selecteren en druk op ENTER. 3 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om “Information” te selecteren en druk op ENTER. Als nieuwe firmware beschikbaar is, verschijnt “NEW FW Available” op de display van het voorpaneel. NEW FW Available 4 Druk op RETURN om naar de vorige status terug te keren. 5 Gebruik de cursortoetsen (B / C) om “Update” te selecteren en druk op ENTER. UPDATE Perform Update 50 Nl AANVULLENDE INFORMATIE Foutopsporing Raadpleeg de tabel hieronder indien dit toestel niet naar behoren functioneert. Als het probleem dat u ervaart, niet hieronder in de lijst voorkomt, of als de instructies hieronder niet helpen, stelt u dit toestel in op de stand-bymodus, verwijdert u het netsnoer en neemt u contact op met de dichtstbijzijnde bevoegde Yamaha-dealer of -servicecentrum. ■ Algemeen Probleem De stroom gaat niet aan. De stroom gaat niet uit. Geen geluid. Oorzaak Oplossing Zie pagina Het veiligheidscircuit werd 3 keer achter elkaar geactiveerd. Als het toestel zich in deze toestand bevindt, knippert de standbyindicator op het toestel als u probeert het toestel in te schakelen. Uit veiligheidsoverwegingen kan de stroom van dit toestel niet worden ingeschakeld. Neem contact op met uw dichtstbijzijnde Yamaha-dealer of servicecentrum om een reparatie aan te vragen. Het netsnoer of de stekker is niet of niet goed aangesloten. Sluit het netsnoer stevig aan. De beveiliging is in werking getreden door een kortsluiting, enz. Controleer of de luidsprekerdraden elkaar niet raken en zet dan het toestel opnieuw aan. De interne microcomputer blijft hangen door een externe elektrische schok (bijvoorbeeld blikseminslag en ontlading van statische elektriciteit) of door een daling van het voltage van de stroomvoorziening. Schakel de A (stroom) uit op het voorpaneel en zet weer AAN na ten minste 15 seconden. (Als het probleem zich blijft voordoen, koppelt u het netsnoer los van het stopcontact en sluit u het netsnoer opnieuw aan.) De interne microcomputer blijft hangen door een externe elektrische schok (bijvoorbeeld blikseminslag en ontlading van statische elektriciteit) of door een daling van het voltage van de stroomvoorziening. Schakel de A (stroom) uit op het voorpaneel en zet weer AAN na ten minste 15 seconden. (Als het probleem zich blijft voordoen, koppelt u het netsnoer los van het stopcontact en sluit u het netsnoer opnieuw aan.) Invoer- of uitvoerkabels verkeerd aangesloten. Verbind de kabels correct. Als het probleem aanhoudt, is het mogelijk dat er iets mis is met de kabels. 11 Er is geen geschikte ingangsbron geselecteerd. Selecteer een geschikte signaalbron met de INPUTselector op het voorpaneel (of een van de signaalkeuzetoetsen op de afstandbediening). 21 De SPEAKERS A/B-schakelaars zijn niet correct ingesteld. Zet de overeenkomende SPEAKERS A of SPEAKERS B aan. 21 De luidsprekeraansluitingen zitten niet goed vast. Zet de aansluitingen goed vast. Uitvoer is uitgeschakeld. Schakel de dempen uit. 9 De Max volume- of Initial volumeinstelling is te laag. Controleer de instellingen voor “Max Volume” en “Initial Volume” in het menu “Setup”. 47 Het component die overeenkomt met de geselecteerde signaalbron is uitgeschakeldof speelt niet af. Zet de component aan en zorg ervoor dat hij afspeelt. De audio-uitgang van een apparaat dat op een digitale audio-ingang (COAXIAL/ OPTICAL-aansluitingen) is aangesloten, is op iets anders dan PCM ingesteld. Stel de audio-uitgang van het aangesloten apparaat in op PCM, — — 12 — — AANVULLENDE INFORMATIE 11 — — Nederlands 51 Nl Foutopsporing Oplossing Zie pagina Stel de luidsprekerimpedantie in in overeenstemming met de luidsprekers. 48 Controleer of de luidsprekerdraden elkaar niet raken en zet dan het toestel opnieuw aan. 12 Het toestel is te warm geworden. Let erop dat de openingen in het bovenpaneel niet worden geblokkeerd. — De functie voor automatische stand-by heeft dit toestel uitgeschakeld. Wijzig de automatische stand-by (“AutoPowerStdby” in het menu “Setup”), naar uit. 47 Bedrading niet op de juiste manier aangesloten. Verbind de kabels correct. Als het probleem aanhoudt, is het mogelijk dat er iets mis is met de kabels. 11 Onjuiste instelling voor de luidsprekerbalans. Stel BALANCE in op de betreffende positie. De lage tonen klinken te zwak en de weergave is sfeerloos. De +- en –-kabels zijn verkeerd om aangesloten op de versterker of de luidsprekers. Sluit de luidsprekerkabels aan op de juiste fase + en –. Er wordt een “zoemend” geluid gehoord. Bedrading niet op de juiste manier aangesloten. Sluit de audiostekkers stevig aan. Als het probleem aanhoudt, is het mogelijk dat er iets mis is met de kabels. 11 De platenspeler is niet verbonden met de GND-aansluiting. Verbind de platenspeler met de GND-aansluiting van dit toestel. 11 Het volumeniveau is laag bij afspelen van een langspeelplaat. De langspeelplaat wordt weergegeven op een draaitafel met een MC-cartridge. De draaitafel dient aangesloten te zijn op dit toestel via een MC-hoofdversterker. Het geluid is van mindere kwaliteit wanneer u luistert met een hoofdtelefoon verbonden met de cdspeler of het cassettedeck die op dit toestel zijn aangesloten. De stroom van het toestel is uitgeschakeld of het toestel is in de stand-bymodus ingesteld. Schakel het toestel in. Het geluidsniveau is laag. De Loudness-functie is actief. Probleem Het geluid valt plotseling weg. Er komt slechts aan één kant geluid uit de luidspreker. 52 Nl Oorzaak De beveiliging is in werking getreden door een kortsluiting, enz. 22 12 — — Draai het volume omlaag, stel LOUDNESS in op FLAT en pas vervolgens het volume weer aan. 22 Foutopsporing ■ Tuner Oorzaak Oplossing Zie pagina De bijzondere eigenschppen van de ontvangen FM-stereo-uitzendingen kan dit probleem veroorzaken als het station te ver af staat of het ontvangstsignaal dat binnenkomt via de antenne niet sterk genoeg is. Controleer de aansluitingen van de antenne. Probeer een hoogwaardige richtingsgevoelige FM-antenne te gebruiken. 13 Er is vervorming en ook een betere FMantenne zorgt niet voor een betere ontvangst. U ondervindt interferentie doordat hetzelfde signaal op verschillende manieren wordt ontvangen. Verander de opstelling van de antenne zodat u van deze interferentie geen last meer hebt. Er kan niet automatisch worden afgestemd op het gewenste station. Het signaal is te zwak. Probeer een hoogwaardige richtingsgevoelige FM-antenne te gebruiken. 13 Stem handmatig af. 24 NO PRESETS wordt weergegeven. Er zijn geen voorkeuzestations geregistreerd. Registreer stations waarnaar u wilt luisteren als voorkeuzestations. 24 Er kan niet automatisch worden afgestemd op het gewenste station. Het signaal is te zwak of de antenneaansluitingen zitten los. Zet de AM-antenne-aansluitingen vast en richt het zodat het de beste ontvangst levert. — Stem handmatig af. 24 Automatische voorkeuzestation werkt niet. Automatische voorkeuzestations zijn niet beschikbaar voor AM. Gebruik handmatige voorkeuzestations. U hoort doorlopend gekraak en gesis. Deze geluiden kunnen het gevolg zijn van bliksem, tl-verlichting, motoren, thermostaten en andere elektrische apparatuur. Probeer een buitenantenne en een goede aarding te gebruiken. Dit kan in sommige gevallen helpen, maar het blijft moeilijk om alle storingsbronnen te elimineren. Er wordt in de buurt van het toestel een tv gebruikt. Zet het toestel verder bij de tv vandaan. Probleem Er is veel ruis in de FM stereo-ontvangst. FM FM/ AM AM U hoort gezoem en gefluit. Schakel over op mono. 24 — 25 — — AANVULLENDE INFORMATIE Nederlands 53 Nl Foutopsporing ■ Bluetooth Probleem Een Bluetoothverbinding kan niet tot stand worden gebracht. Er wordt geen geluid geproduceerd of het geluid wordt onderbroken tijdens het afspelen. 54 Nl Oorzaak Oplossing Zie pagina De Bluetooth-functie van het toestel is uitgeschakeld. Schakel de Bluetooth-functie in via het menu “Setup”. 46 Een ander Bluetooth-apparaat is al verbonden met het toestel. Beëindig de huidige Bluetooth-verbinding en breng dan een nieuwe verbinding tot stand. 46 Het toestel en het Bluetooth-apparaat zijn te ver van elkaar verwijderd. Plaats het Bluetooth-apparaat dichter bij het toestel. Er is in de buurt een apparaat (zoals een magnetronoven en draadloze LAN) dat signalen uitzendt in de 2,4GHzfrequentieband. Zet het toestel uit de buurt van het apparaat. Het Bluetooth-apparaat ondersteunt A2DP niet. Gebruik een Bluetooth-apparaat dat A2DP ondersteunt. — Aangezien dit toestel met meer dan 20 Bluetooth-apparaten is gekoppeld, zijn de koppelingsgegevens verwijderd. Probeer opnieuw te koppelen. U kunt dit toestel koppelen met maximaal 20 Bluetooth-apparaten voor ontvangst en verzending. Zodra het 21e apparaat wordt geregistreerd, worden de laatst gebruikte koppelingsgegevens verwijderd. 28 Het volume van het Bluetooth-apparaat is te laag ingesteld. Zet het volume van het Bluetooth-apparaat hoger. Het Bluetooth-apparaat is niet ingesteld om audiosignalen naar het toestel te verzenden. Wijzig de audio-uitvoer van het Bluetooth-apparaat naar het toestel. De Bluetooth-verbinding is beëindigd. Breng opnieuw een Bluetooth-verbinding tot stand tussen het Bluetooth-apparaat en het toestel. Het toestel en het Bluetooth-apparaat zijn te ver van elkaar verwijderd. Plaats het Bluetooth-apparaat dichter bij het toestel. Er is in de buurt een apparaat (zoals een magnetronoven en draadloze LAN) dat signalen uitzendt in de 2,4GHzfrequentieband. Zet het toestel uit de buurt van het apparaat. — — — — 28 — — Foutopsporing ■ USB en netwerk Probleem Oorzaak Oplossing Zie pagina Het USB-apparaat is niet goed aangesloten op de USB-aansluiting. Zet het toestel uit, sluit het USB-apparaat opnieuw aan en zet het toestel weer aan. — Het bestandssysteem van het USBapparaat is niet FAT16 of FAT32. Gebruik een USB-apparaat met de FAT16- of FAT32indeling. — Mappen en bestanden op het USB-apparaat kunnen niet worden weergegeven. De gegevens op het USB-apparaat zijn beveiligd met de codering. Gebruik een USB-apparaat zonder coderingsfunctie. De netwerkfunctie werkt niet. De netwerkparameters (IP-adres) zijn niet correct verkregen. Schakel de DHCP-serverfunctie in op uw router en stel “DHCP” in het menu “Setup” in op “On” op het toestel. Als u de netwerkparameters handmatig wilt configureren, dient u na te gaan of u een IP-adres gebruikt dat niet door andere netwerkapparaten in het netwerk wordt gebruikt. Het toestel detecteert het USB-apparaat niet. — 45 De draadloze router (toegangspunt) is uitgeschakeld. Schakel de draadloze router (toegangspunt) in. Het toestel en de draadloze router (toegangspunt) staan te ver uit elkaar. Plaats het toestel en de draadloze router (toegangspunt) dichter bij elkaar. — Er is een obstakel tussen het toestel en de draadloze router (toegangspunt). Verplaats het toestel en de draadloze router (toegangspunt) naar een locatie waar er geen obstakels tussen ze zijn. — Magnetronovens of andere draadloze apparaten in uw omgeving kunnen de draadloze communicatie verstoren. Zet deze apparaten uit. De toegang tot het netwerk wordt beperkt door de firewallinstellingen van de draadloze router (toegangspunt). Controleer de firewallinstelling van de draadloze router (toegangspunt). De instelling voor het delen van media is onjuist. Configureer de instelling voor delen en selecteer het toestel als een apparaat waarmee muziekinhoud wordt gedeeld. Bepaalde beveiligingssoftware op uw pc blokkeert de toegang van het toestel tot de pc. Controleer de instellingen van de beveiligingssoftware op uw pc. Het toestel en de pc bevinden zich niet in hetzelfde netwerk. Controleer de netwerkverbindingen en de instellingen van uw router en verbind vervolgens het toestel en de pc met hetzelfde netwerk. 14 De bestanden op de mediaserver (PC’s/ NAS) kunnen niet worden weergegeven of geopend. De bestanden worden niet ondersteund door het toestel of de mediaserver. Gebruik een bestandsindeling die wordt ondersteund door het toestel en de mediaserver. Raadpleeg “Muziek afspelen van mediaservers (pc´s/NAS)” voor meer informatie over de bestandsindelingen die door het toestel worden ondersteund. 30 De internetradio kan niet worden afgespeeld. Het geselecteerde internetradiostation is momenteel niet beschikbaar. Mogelijk is er een probleem met het radiostation of is de dienst afgeschaft. Probeer het station later of selecteer een andere. — Het geselecteerde internetradiostation zendt momenteel stilte uit. Sommige internetradiostations zenden op bepaalde tijdstippen van de dag stilte uit. Probeer het station later of selecteer een andere. — De toegang tot het netwerk wordt verhinderd door de firewallinstellingen van uw netwerkapparaten (zoals de router). Controleer de firewallinstellingen van de netwerkapparaten. De internetradio kan alleen afgespeeld worden via de poort die toegewezen wordt door elk radiostation. Het poortnummer varieert afhankelijk van het radiostation. — Het toestel kan geen verbinding maken met het internet via een draadloze router (toegangspunt). Draadloze netwerk is niet gevonden. Het toestel detecteert de pc niet. — — — 30 — AANVULLENDE INFORMATIE Nederlands 55 Nl Foutopsporing Probleem Oorzaak Oplossing Zie pagina — De iPod herkent het toestel niet als AirPlay wordt gebruikt. Het toestel is aangesloten op een meervoudige-SSID-router. Toegang tot de router kan zijn beperkt door de netwerkscheidingsfunctie op de router. Sluit de iPod aan op de SSID die toegang kan verkrijgen tot het toestel. De update van de firmware via het netwerk is mislukt. Afhankelijk van de toestand van het netwerk, is het misschien niet mogelijk. Probeer de firmware opnieuw bij te werken via het netwerk of gebruik een USB-geheugenapparaat. 49 ■ Afstandsbediening Probleem De afstandsbediening werkt niet correct. 56 Nl Oorzaak Verkeerde afstand of hoek. Oplossing Zie pagina De afstandbediening werkt binnen een maximaal bereik van 6 m en binnen een hoek van 30 graden ten opzichte van het voorpaneel. 10 Direct zonlicht of sterke verlichting (van fluorescentielampen met een voorschakelapparaat, enz.) valt op de afstandsbedieningssensor van dit toestel. Verplaats het toestel. De batterijen raken leeg. Vervang alle batterijen. — — Foutindicaties op display voorpaneel Bericht Oorzaak Oplossing Access denied Toegang tot de pc is niet toegestaan. Configureer de instelling voor delen en selecteer het toestel als een apparaat waarmee muziekinhoud wordt gedeeld (p. 30). Access error Het toestel heeft geen toegang tot het USB-apparaat. Zet het toestel uit en sluit het USB-apparaat opnieuw aan. Als dit het probleem niet verhelpt, probeer dan een ander USB-apparaat. Het toestel heeft geen toegang tot de iPod. Schakel de iPod uit en opnieuw in. De aangesloten iPod wordt niet ondersteund door het toestel. Gebruik een iPod die door het toestel wordt ondersteund (p. 39). Er is een probleem met het signaalpad van het netwerk naar het toestel. Controleer of de router en modem zijn ingeschakeld. Check SP Wires De luidsprekerkabels geven kortsluiting. Draai de blootliggende draden van de kabels stevig in elkaar en sluit ze correct aan op het toestel en de luidsprekers. No content De geselecteerde map bevat geen afspeelbare bestanden. Selecteer een map met bestanden die door het toestel worden ondersteund. Please wait Het toestel bereidt zich voor op verbinding met het netwerk. Wacht tot het bericht verdwijnt. Als het bericht langer dan 3 minuten blijft, schakelt u het toestel uit en weer in. Unable to play Het toestel kan om onbekende reden de op uw iPod opgeslagen nummers niet weergeven. Controleer de nummergegevens. Als de nummergegevens niet kunnen worden weergegeven op de iPod, is het mogelijk dat de nummergegevens of de opslagplaats defect zijn. Het toestel kan om bepaalde redenen de nummers die op de pc zijn opgeslagen niet afspelen. Controleer of de bestandsindeling van de bestanden die u probeert af te spelen door het toestel wordt ondersteund. Zie “Muziek afspelen van mediaservers (pc´s/NAS)” (p. 30) voor informatie over de indelingen die door het toestel worden ondersteund. Als het toestel de bestandsindeling ondersteunt maar er toch helemaal geen bestanden kunnen worden afgespeeld, is het mogelijk dat het netwerk overbelast is door zwaar verkeer. Update firmware is mislukt. Werk de firmware opnieuw bij. Version error Controleer de verbinding tussen het toestel en de router (of hub) (p. 14). AANVULLENDE INFORMATIE Nederlands 57 Nl Handelsmerken “Made for iPod” en “Made for iPhone” betekenen dat een elektronisch accessoire specifiek is ontwikkeld voor aansluiting op respectievelijk iPod of iPhone en door de ontwikkelaar is gecertificeerd en voldoet aan de prestatienormen van Apple. Apple is niet verantwoordelijk voor de werking van dit apparaat of voor het voldoen aan veiligheidseisen en wettelijke normen. Het gebruik van dit accessoire met iPod of iPhone kan de prestatie van draadloze functies beïnvloeden. AirPlay, iPhone, iPod, iPod nano, iPod touch en iTunes zijn handelsmerken van Apple Inc., geregistreerd in de V.S. en andere landen. DLNA™ en DLNA CERTIFIED™ zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Digital Living Network Alliance. Alle rechten voorbehouden. Ongeautoriseerd gebruik is streng verboden. Windows™ Windows is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de V.S. en andere landen. Internet Explorer, Windows Media Audio en Windows Media Player zijn handelsmerken of geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen. Android™ Android en Google Play zijn handelsmerken van Google Inc. 58 Nl Het Wi-Fi CERTIFIED Logo is een keurmerk van Wi-Fi Alliance. Het Wi-Fi Protected Setup Identifier Mark is een merl van de Wi-Fi Alliance. Wi-Fi, Wi-Fi Alliance, Wi-Fi CERTIFIED, Wi-Fi Protected Setup, WPA en WPA2 zijn handelsmerken of geregistreerde handelsmerken van Wi-Fi Alliance. Het Bluetooth® woordmerk en logo’s zijn gedeponeerde handelsmerken die eigendom zijn van Bluetooth, Inc. en worden door Yamaha Corporation onder licentie gebruikt. Bluetooth protocol stack (Blue SDK) Copyright 1999-2014 OpenSynergy GmbH Alle rechten voorbehouden. Alle ongepubliceerde rechten voorbehouden. Uitleg over GPL Dit product gebruikt in sommige gedeelten GPL-/LGPLopensourcesoftware. U hebt alleen het recht om deze opensourcecode te bemachtigen, dupliceren, wijzigen en opnieuw te verdelen. Raadpleeg voor informatie over GPL-/LGPL-opensourcesoftware, over hoe deze te bemachtigen is en over de GPL/LGPL-licentie de Yamaha Corporation-website (http://download.yamaha.com/sourcecodes/musiccast/). MusicCast is een handelsmerk of geregistreerd handelsmerk van Yamaha Corporation. Technische gegevens Netwerk • • • • • • • Ingang: NETWORK x 1 (100Base-TX/10Base-T) PC Client Function Compatibel met DLNA ver. 1.5 AirPlay ondersteund Internetradio Streamingservice Wi-Fi-functie Geschikt voor WPS Geschikt voor delen met iOS-apparaten door draadloze verbinding en USB-verbinding Geschikt voor directe verbinding met mobiel apparaat Beschikbare beveiligingsmethode: WEP, WPA2-PSK (AES), Mixed Mode Radiofrequentieband: 2,4 GHz Draadloosnetwerkstandaard: IEEE 802.11 b/g/n Bluetooth • Bronfunctie Dit toestel naar sink-apparaat (bijv. Bluetooth-hoofdtelefoon) Ondersteunde codec.................................................................... SBC • Sink-functie Bronapparaat naar dit toestel (bijv. smartphone/tablet) Ondersteunede codec ........................................................SBC, AAC • Mogelijkheid tot afspelen/stoppen vanaf sink-apparaat • Bluetooth-versie........................................................... Ver. 2.1+EDR • Ondersteund profiel ................................................... A2DP, AVRCP • Draadloos uitgangssignaal .................................. Bluetooth klasse 2 • Maximale communicatieafstand.........................10 m zonder storing USB • Ingang: USB x 1 (USB2.0) • Geschikt voor iPod, Mass Storage Class USB Memory • Huidige opslagcapaciteit: 1,0 A Audio FM • Afstembereik [Modellen voor de VS en Canada] ..................87,5 tot 107,9 MHz [Model voor Azië en algemeen model] .................................................87,5/87,50 tot 108,0/108,00 MHz [Modellen voor VK, Europa, Korea, Australië] ...................................................................87,50 tot 108,00 MHz • 50 dB dempingsgevoeligheid (IHF, 1 kHz, 100% MOD.) Mono ................................................................. 3,0 µV (20,8 dBf) • Signaal-ruisverhouding (IHF) Mono/stereo ................................................................65 dB/64 dB • Harmonische vervorming (1 kHz) Mono/stereo .................................................................. 0,5%/0,6% • Antenne-aansluiting ..........................................75 W onevenwichtig AM • Afstembereik [Modellen voor de VS en Canada] ..................... 530 tot 1710 kHz [Model voor Azië en algemeen model] .......................................................... 530/531 tot 1710/1611 kHz [Modellen voor VK, Europa, Korea, Australië] .... 531 tot 1611 kHz Algemeen * Technische gegevens kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd. 59 Nl Nederlands • Voeding [Modellen voor de VS en Canada]....... 120 V, 60 Hz wisselstroom [Algemeen model]..... 110-120/220-240 V, 50/60 Hz wisselstroom [Modellen voor Korea]......................... 220 V, 60 Hz wisselstroom [Model voor Australië]......................... 240 V, 50 Hz wisselstroom [Modellen voor het VK en Europa] .... 230 V, 50 Hz wisselstroom [Model voor Azië]................... 220-240 V, 50/60 Hz wisselstroom • Stroomverbruik ....................................................................... 190 W • Uit-modus................................................................................. 0,1 W • Stand-by-stroomverbruik (referentiegegevens)........................ 0,1 W • Network Standby aan Bekabeld................................................................................ 1,7 W Draadloos (Wi-Fi/Wireless Direct/Bluetooth).... 1,8 W/1,9 W/1,6 W • Maximaal stroomverbruik (1 kHz, 8 Ω, 10% THD) [Modellen voor VK, Australië, Azië en algemene modellen] ........................................................................................... 380 W • Afmetingen (B  H  D) ...................................435  151  392 mm • Gewicht .................................................................................... 9,8 kg AANVULLENDE INFORMATIE • Minimaal RMS-uitvoervermogen (20 Hz tot 20 kHz, 0,04% THD, 8 ) ......................80 W + 80 W • Dynamisch vermogen per kanaal (IHF) (8/6/4/2 ) ............................................................................105/125/150/178 W • Maximaal vermogen per kanaal (1 kHz, 0,7% THD, 4 Ω) [Modellen uit V.K. en Europa] .............................................105 W • IEC-vermogen (1 kHz, 0,04% THD, 8 Ω) [Modellen uit V.K. en Europa] ...............................................84 W • Stroombandbreedte (main L/R) (0,06 % THD 40,0 W, 8Ω)................................... 10 Hz tot 50 kHz • Dempfactor (SPEAKERS A) 1 kHz, 8 .................................................................... 150 of meer • Maximaal effectief uitgangsvermogen (JEITA) (1 kHz, 10% THD, 8 ) [Modellen voor Azië en algemene modellen] ...................... 115 W • Ingangsgevoeligheid/ingangsimpedantie PHONO (MM)..........................................................3,5 mV/47 kΩ CD, etc. .................................................................. 200 mV/47 k • Maximaal ingangssignaal PHONO (MM) (1 kHz, 0,003% THD)................... 60 mV of meer CD, etc. (1 kHz, 0,5% THD) .................................... 2,2 V of meer • Uitgangsniveau/uitgangsimpedantie CD, etc. (ingang 1 kHz, 200 mV) OUT .................................................................... 200 mV/1,1 k SUBWOOFER PRE OUT .....................................4,0 V / 1,2 kΩ (cut-off frequency) ............................................................. 90 Hz PHONES (8  load) ............................................ 410 mV/470  • Frequentierespons CD, etc. (20 Hz tot 20 kHz) ...........................................0 ± 0,5 dB CD, etc. (10 Hz tot 100 kHz, PURE DIRECT on) ........0 ± 1,0 dB • RIAA equalizatie-afwijking PHONO (MM)...................................................................± 0,5 dB • Totale harmonische vervorming PHONO (MM) naar OUT (20 Hz tot 20 kHz, 3 V)................................... 0,025% of minder CD, etc. tot SPEAKERS (20 Hz toT 20 kHz, 40,0 W, 8 ) ................... 0,015% of minder • Signaal-ruis-verhouding (IHF-A-netwerk) PHONO (MM) (ingang kortgesloten, 5 mV)........... 87 dB of meer CD, etc. (ingang kortgesloten, 200 mV) ................ 100 dB of meer • Overblijvende ruis (IHF-A-netwerk) ...................................... 30 µV • Kanaalscheiding Cd, enz. (5,1 k ingang kortgesloten, 1/10 kHz) .......................................................................... 65/50 dB of meer • Toonregelingskarakteristieken BASS Boost/cut (20 Hz) ........................................................... ± 10 dB Turnover frequency ...........................................................350 Hz TREBLE Boost/cut (20 kHz) ......................................................... ± 10 dB Turnover frequency ..........................................................3,5 kHz • Continuous loudness-bediening Attenuation 1 kHz ................................................................ -30 dB • Gain tracking error (+16,5 tot -80 dB) ....................0,5 dB of minder • Digitale ingang (OPTICAL/COAXIAL) Ondersteunde audio samplerate..... 32/44,1/48/88,2/96/176,4/192 kHz Index Index A Aansluiting audioapparaten ........................................... 11 Aansluiting luidsprekerkabel......................................... 12 Aansluiting luidsprekers................................................ 12 Aansluiting netsnoer...................................................... 14 Achterpaneel (bediening en functies).............................. 8 Afspelen (AirPlay)......................................................... 35 Afspelen (FM/AM-radio) .............................................. 24 Afspelen (iPod).............................................................. 39 Afspelen (pc/NAS) ........................................................ 30 Afspelen (USB) ............................................................. 37 Afspelen herhalen (iPod)............................................... 40 Afspelen herhalen (pc/NAS) ......................................... 32 Afspelen herhalen (USB) .............................................. 38 Afstandsbediening (bediening en functies) ..................... 9 Afstandsbediening-ID.................................................... 48 AirPlay........................................................................... 35 AM-antenne-aansluiting ................................................ 13 AM-radio luisteren ........................................................ 24 ANTENNA-aansluitingen ............................................. 13 Audio Receive (Bluetooth, menu Setup)....................... 46 Audio Send (Bluetooth, menu Setup)............................ 46 Audiobestandsindeling (pc/NAS).................................. 30 Audiobestandsindeling (USB)....................................... 37 Audio-ontvangst (Bluetooth)......................................... 46 Audioverzending (Bluetooth)........................................ 46 Auto Power Standby...................................................... 47 Auto Preset (FM-radio) ................................................. 24 Auto Preset (menu Option)............................................ 24 AutoPowerStdby (menu Setup)..................................... 47 B BALANCE-bediening ................................................... 22 Basisafspeling................................................................ 21 BASS-bediening ............................................................ 22 Batterijen ....................................................................... 10 Bekabelde aansluiting (netwerk) ................................... 14 Bluetooth ....................................................................... 28 Bluetooth (menu Setup)................................................. 46 Bluetooth Standby ......................................................... 46 Bluetooth-indicator.......................................................... 7 Bookmark (internetradio) .............................................. 34 C CD-aansluitingen........................................................... 11 CD-ingangen.................................................................... 8 Clear Preset (menu Option) ........................................... 26 Clock Time (Radio Data System).................................. 27 COAXIAL-aansluitingen .......................................... 8, 11 Connection (Network, menu Setup) .............................. 45 D DHCP (Network, menu Setup)...................................... 45 Digital Media Controller ............................................... 45 DIMMER......................................................................... 5 DISPLAY ...................................................................... 41 60 Nl DLNA ............................................................................ 30 DMC Control (Network, menu Setup) .......................... 45 Draadloze accessoireconfiguratie .................................. 16 Draadloze antenne............................................................ 8 Draadloze antenne (Wi-Fi) ............................................ 14 Draadloze verbinding (Buetooth) .................................. 28 Draadloze verbinding (netwerk) .................. 16, 17, 18, 19 Draadloze Wi-Fi-verbindinginstelling delen (iOS-apparaat)................................................................ 16 Dubbel bedrade .............................................................. 12 E ECO Mode (menu Setup) .............................................. 47 Energiebesparende modus ............................................. 47 F Firmware bijwerken........................................... 46, 49, 50 Firmware-versie ....................................................... 46, 49 FM Mode ....................................................................... 24 FM-antenne-aansluiting ................................................. 13 FM-radio luisteren ......................................................... 24 Foutindicatie56 .............................................................. 57 H Handmatige netwerkinstelling ....................................... 18 hoofdtelefoon ................................................................... 6 I Informatiewisseling (display voorpaneel) ..................... Information (Network, menu Setup).............................. INIT (menu ADVANCED SETUP) .............................. Initial Volume (menu Setup) ......................................... Initial volume-instelling................................................. Initialiseren .................................................................... INPUT-selector.............................................................. Instelling media delen.................................................... Internetradio (vTuner).................................................... IP Address (Network, menu Setup) ............................... IP-adresinstelling ........................................................... iPod-inhoud weergeven (AirPlay) ................................. iPod-inhoud weergeven (USB)...................................... iTunes-inhoud weergeven (AirPlay).............................. 41 45 48 47 47 48 21 30 33 45 45 35 39 35 K Koppelen (Bluetooth) .................................................... 28 L LINE-aansluitingen.................................................... 8, 11 LOUDNESS-bediening ................................................. 22 Luidsprekerbalans.......................................................... 22 Luidsprekerimpedantie .................................................. 48 Luidsprekerindicators7 .................................................... 7 Luidsprekerselectie ........................................................ 21 M MANUAL (Wireless, menu Setup) ............................... 18 Max Volume (menu Setup)............................................ 47
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171
  • Page 172 172
  • Page 173 173
  • Page 174 174
  • Page 175 175
  • Page 176 176
  • Page 177 177
  • Page 178 178
  • Page 179 179
  • Page 180 180
  • Page 181 181
  • Page 182 182
  • Page 183 183
  • Page 184 184
  • Page 185 185
  • Page 186 186
  • Page 187 187
  • Page 188 188
  • Page 189 189
  • Page 190 190
  • Page 191 191
  • Page 192 192
  • Page 193 193
  • Page 194 194
  • Page 195 195
  • Page 196 196
  • Page 197 197
  • Page 198 198
  • Page 199 199
  • Page 200 200
  • Page 201 201
  • Page 202 202
  • Page 203 203
  • Page 204 204
  • Page 205 205
  • Page 206 206
  • Page 207 207
  • Page 208 208
  • Page 209 209
  • Page 210 210
  • Page 211 211
  • Page 212 212
  • Page 213 213
  • Page 214 214
  • Page 215 215
  • Page 216 216
  • Page 217 217
  • Page 218 218
  • Page 219 219
  • Page 220 220
  • Page 221 221
  • Page 222 222
  • Page 223 223
  • Page 224 224
  • Page 225 225
  • Page 226 226
  • Page 227 227
  • Page 228 228
  • Page 229 229
  • Page 230 230
  • Page 231 231
  • Page 232 232
  • Page 233 233
  • Page 234 234
  • Page 235 235
  • Page 236 236
  • Page 237 237
  • Page 238 238
  • Page 239 239
  • Page 240 240
  • Page 241 241
  • Page 242 242
  • Page 243 243
  • Page 244 244
  • Page 245 245
  • Page 246 246
  • Page 247 247
  • Page 248 248
  • Page 249 249
  • Page 250 250
  • Page 251 251
  • Page 252 252
  • Page 253 253
  • Page 254 254
  • Page 255 255
  • Page 256 256
  • Page 257 257
  • Page 258 258
  • Page 259 259
  • Page 260 260
  • Page 261 261
  • Page 262 262
  • Page 263 263
  • Page 264 264
  • Page 265 265
  • Page 266 266
  • Page 267 267
  • Page 268 268
  • Page 269 269
  • Page 270 270
  • Page 271 271
  • Page 272 272
  • Page 273 273
  • Page 274 274
  • Page 275 275
  • Page 276 276
  • Page 277 277
  • Page 278 278
  • Page 279 279
  • Page 280 280
  • Page 281 281
  • Page 282 282
  • Page 283 283
  • Page 284 284
  • Page 285 285
  • Page 286 286
  • Page 287 287
  • Page 288 288
  • Page 289 289
  • Page 290 290
  • Page 291 291
  • Page 292 292
  • Page 293 293
  • Page 294 294
  • Page 295 295
  • Page 296 296
  • Page 297 297
  • Page 298 298
  • Page 299 299
  • Page 300 300
  • Page 301 301
  • Page 302 302
  • Page 303 303
  • Page 304 304
  • Page 305 305
  • Page 306 306
  • Page 307 307
  • Page 308 308
  • Page 309 309
  • Page 310 310
  • Page 311 311
  • Page 312 312
  • Page 313 313
  • Page 314 314
  • Page 315 315
  • Page 316 316
  • Page 317 317
  • Page 318 318
  • Page 319 319
  • Page 320 320
  • Page 321 321
  • Page 322 322
  • Page 323 323
  • Page 324 324
  • Page 325 325
  • Page 326 326
  • Page 327 327
  • Page 328 328
  • Page 329 329
  • Page 330 330
  • Page 331 331
  • Page 332 332
  • Page 333 333
  • Page 334 334
  • Page 335 335
  • Page 336 336
  • Page 337 337
  • Page 338 338
  • Page 339 339
  • Page 340 340
  • Page 341 341
  • Page 342 342
  • Page 343 343
  • Page 344 344
  • Page 345 345
  • Page 346 346
  • Page 347 347
  • Page 348 348
  • Page 349 349
  • Page 350 350
  • Page 351 351
  • Page 352 352
  • Page 353 353
  • Page 354 354
  • Page 355 355
  • Page 356 356
  • Page 357 357
  • Page 358 358
  • Page 359 359
  • Page 360 360
  • Page 361 361
  • Page 362 362
  • Page 363 363
  • Page 364 364
  • Page 365 365
  • Page 366 366
  • Page 367 367
  • Page 368 368
  • Page 369 369
  • Page 370 370
  • Page 371 371
  • Page 372 372
  • Page 373 373
  • Page 374 374
  • Page 375 375
  • Page 376 376
  • Page 377 377
  • Page 378 378
  • Page 379 379
  • Page 380 380
  • Page 381 381
  • Page 382 382
  • Page 383 383
  • Page 384 384
  • Page 385 385
  • Page 386 386
  • Page 387 387
  • Page 388 388
  • Page 389 389
  • Page 390 390
  • Page 391 391
  • Page 392 392
  • Page 393 393
  • Page 394 394
  • Page 395 395
  • Page 396 396
  • Page 397 397
  • Page 398 398
  • Page 399 399
  • Page 400 400
  • Page 401 401
  • Page 402 402
  • Page 403 403
  • Page 404 404
  • Page 405 405
  • Page 406 406
  • Page 407 407
  • Page 408 408
  • Page 409 409
  • Page 410 410
  • Page 411 411
  • Page 412 412
  • Page 413 413
  • Page 414 414
  • Page 415 415
  • Page 416 416
  • Page 417 417
  • Page 418 418
  • Page 419 419
  • Page 420 420
  • Page 421 421
  • Page 422 422
  • Page 423 423
  • Page 424 424
  • Page 425 425
  • Page 426 426
  • Page 427 427
  • Page 428 428
  • Page 429 429
  • Page 430 430
  • Page 431 431
  • Page 432 432
  • Page 433 433
  • Page 434 434
  • Page 435 435
  • Page 436 436
  • Page 437 437
  • Page 438 438
  • Page 439 439
  • Page 440 440
  • Page 441 441
  • Page 442 442
  • Page 443 443
  • Page 444 444
  • Page 445 445
  • Page 446 446
  • Page 447 447
  • Page 448 448
  • Page 449 449
  • Page 450 450
  • Page 451 451
  • Page 452 452
  • Page 453 453
  • Page 454 454
  • Page 455 455
  • Page 456 456
  • Page 457 457
  • Page 458 458
  • Page 459 459
  • Page 460 460
  • Page 461 461
  • Page 462 462
  • Page 463 463
  • Page 464 464
  • Page 465 465
  • Page 466 466
  • Page 467 467
  • Page 468 468
  • Page 469 469
  • Page 470 470
  • Page 471 471
  • Page 472 472
  • Page 473 473
  • Page 474 474
  • Page 475 475
  • Page 476 476
  • Page 477 477
  • Page 478 478
  • Page 479 479
  • Page 480 480
  • Page 481 481
  • Page 482 482
  • Page 483 483
  • Page 484 484
  • Page 485 485
  • Page 486 486
  • Page 487 487
  • Page 488 488
  • Page 489 489
  • Page 490 490
  • Page 491 491
  • Page 492 492
  • Page 493 493
  • Page 494 494
  • Page 495 495
  • Page 496 496
  • Page 497 497
  • Page 498 498
  • Page 499 499
  • Page 500 500
  • Page 501 501
  • Page 502 502
  • Page 503 503
  • Page 504 504
  • Page 505 505
  • Page 506 506
  • Page 507 507

Yamaha R-N602 de handleiding

Categorie
Auto media-ontvangers
Type
de handleiding