Miller MK010149G de handleiding

Categorie
Lassysteem
Type
de handleiding
Processen
Beschrijving
OM267533P/dut 201810
SubArc Systeem, digitale toebehoren
Onder poederdek lassen
(SAW)
Onderpoederdek regeling voor
automatisch lassen
Bestand: ONDER POEDERDEK (SAW)
HANDLEIDING
CE
www.MillerWelds.com
Miller Electric maakt een complete lijn
lasapparaten en aanverwante
lasproducten. Wilt u meer informatie
over de andere kwaliteitsproducten van Miller, neem dan contact op met uw
Miller-leverancier. Hij heeft de nieuwste overzichtscatalogus en afzonderlijke
productleaflets voor u.
Bedankt en gefeliciteerd dat u voor Miller hebt gekozen. Nu kunt u aan de
slag en alles meteen goed doen. Wij weten dat u geen tijd heeft om het an-
ders dan meteen goed te doen.
Om die reden zorgde Niels Miller, toen hij in 1929 voor het eerst met het
bouwen van booglasapparatuur begon, er dan ook voor dat zijn producten
lang meegingen en van superieure kwaliteit waren. Net als u nu konden
zijn klanten toen zich geen mindere kwaliteit veroorloven. De producten
van Miller moesten het beste van het beste zijn. Zij moesten gewoon het
allerbeste zijn dat er te koop was.
Tegenwoordig zetten de mensen die Miller-producten bouwen en verkopen
die traditie voort. Ook zij zijn vastbesloten om apparatuur en service te
bieden die voldoet aan de hoge kwaliteits- en prestatiestandaards die in
1929 zijn vastgelegd.
Deze handleiding voor de eigenaar is gemaakt om u optimaal gebruik te
kunnen laten maken van uw Miller-producten. Neem even de tijd om de
veiligheidsvoorschriften door te lezen. Ze helpen u om uzelf te beschermen
tegen mogelijke gevaren op de werkplek. We hebben ervoor gezorgd, dat u
de apparatuur snel en gemakkelijk kunt installeren. Bij Miller kunt u reke-
nen op jarenlange betrouwbare service en goed
onderhoud. En mocht uw apparatuur om wat
voor reden dan ook ooit moeten worden gerepa-
reerd, dan kunt u in het hoofdstuk Onderhoud &
Storingen precies nagaan wat het probleem is.
Aan de hand van de onderdelenlijst kunt u bepa-
len welk onderdeel u precies nodig hebt om het
probleem te verhelpen. Ook vindt u de garantie
en de onderhoudsinformatie voor uw specifieke
model bijgesloten.
Miller was de allereerste
fabrikant van lasapparatuur in
de VS die het ISO 9001
kwaliteitscertificaat behaal-
de.
Elke krachtbron van Miller
gaat vergezeld de meest
probleemloze garantie in
onze bedrijfstak u werkt er
hard genoeg voor.
Van Miller voor u
INHOUDSOPGAVE
HOOFDSTUK 1 VEILIGHEIDSMAATREGELEN LEES DIT VÓÓR GEBRUIK 1....................
1-1. De betekenis van de symbolen 1.........................................................
1-2. De risico’s van het booglassen 1.........................................................
1-3. Aanvullende symbolen voor installatie, bediening en onderhoud 3.............................
1-4. Californië-voorstel 65, waarschuwingen 5..................................................
1-5. Belangrijkste Veiligheidsvoorschriften 5...................................................
1-6. Informatie over elektrische en magnetische velden (EMV -informatie) 5.........................
HOOFDSTUK 2 DEFINITIES 6...............................................................
2-1. Aanvullende veiligheidssymbolen en definities 6............................................
2-2. Definities van de diverse symbolen 7.....................................................
HOOFDSTUK 3 TECHNISCHE GEGEVENS 8..................................................
3-1. Locatie van typeplaatje met serienummer en aansluitgegevens 8..............................
3-2. Technische gegevens 8.................................................................
3-3. Omstandigheden gebruik en opslag 9.....................................................
3-4. SubArc Systeemcompatibiliteit 10.........................................................
HOOFDSTUK 4 INSTALLATIE 11..............................................................
4-1. Afmetingen en gewicht 11................................................................
HOOFDSTUK 5 SYSTEEMAANSLUITINGEN 15.................................................
5-1. Aansluitingen op het linkerpaneel voor SubArc Interface Digital Motor Control Digital
en Tractor Interface Digital 15.............................................................
5-2. Aansluitingen onderpaneel voor SubArc Remote Pendant Digital 16.............................
5-3. Informatie afstandsstekkerdoos RC2informatie voor SubArc Interface Digital Motor Control Digital
en Tractor Interface Digital 16.............................................................
5-4. Informatie afstandsstekkerdoos RC1informatie voor SubArc Interface Digital Motor Control Digital
en Tractor Interface Digital 16.............................................................
5-5. Informatie afstandsstekkerdoos RC3informatie voor SubArc Interface Digital Motor Control Digital
en Tractor Interface Digital 17.............................................................
5-6. Informatie afstandsstekkerdoos RC4 voor SubArc Remote Pendant Digital
en Motor Control Digital 17...............................................................
5-7. Informatie stekkerdoos RC5 voor SubArc Tractor Interface Digital 17............................
5-8. Klemmenblok TB1 en TB2 aansluitingen voor SubArc Interface Digital en Motor Control Digital 18...
5-9. Klemmenblok TB1aansluiting Informatie voor SubArc Interface Digital en Motor Control Digital 19...
5-10. Klemmenblok TB2aansluiting Informatie voor SubArc Interface Digital en Motor Control Digital 19...
5-11. De draadgeleider en de aandrijfrol installeren 20.............................................
5-12. Aansluitingen van de stekkers voor de SubArc Interface Digital 20..............................
5-13. Aansluitingen van de stekkers voor de SubArc Tractor Interface Digital 21.......................
5-14. Aansluitingen SubArc Motor Control Digital en Remote Pendant Digital 22.......................
5-15. De lasdraad inbrengen en doorvoeren 23...................................................
5-16. De configuratie van het draadaandrijfsysteem wijzigen 23.....................................
5-17. Handmatig de hoek van de aanvoerplaat op de draadaandrijving wijzigen 24.....................
5-18. Het aansluiten van de spanningsdetectiedraad op de toorts voor DCEP of AC werking 25..........
5-19. Locatie van de toorts bij Tandem boogtoepassingen 26.......................................
5-20. Installatie en vullen van de Flux Hopper Digital Low Voltage 27.................................
5-21. Manual Flux Hopper installatie en lading 27.................................................
HOOFDSTUK 6 BEDIENING 28...............................................................
6-1. Definities lasbesturing 28................................................................
6-2. Tractor Interfacedefinities 30............................................................
6-3. Las volgorde weergaveschermen 32.......................................................
6-4. Lasvolgorde-parameters in een programma 33..............................................
6-5. Instelschermen 34......................................................................
6-6. Hulp-menuschermen 38.................................................................
6-7. Tractor displayschermen 44..............................................................
6-8. Selectie afstandsprogramma (voor SubArc Interface Digital en Motor Control Digital) 45............
INHOUDSOPGAVE
HOOFDSTUK 7 BEDIENING FLUXCONTAINER 46..............................................
7-1. Digital Flux Hopper bediening 46..........................................................
7-2. Manual Flux Hopper Fluxcontainer bediening 46.............................................
HOOFDSTUK 8 ONDERHOUD EN STORINGEN VERHELPEN 47.................................
8-1. Routine onderhoud SubArc Interface Digital, Motor Control Digital en Remote Pendant Digital 47....
8-2. Probleemoplossingstabel voor SubArc Interface Digital, Motor Control Digital
en Remote Pendant Digital 47............................................................
8-3. Routineonderhoud draadaanvoer 49.......................................................
8-4. Inspectie en vervanging van de borstel 49..................................................
8-5. Fout-opsporingstabel voor draadaanvoer 50................................................
8-6. Digital Flux Hopper en Manual Flux Hopper routine onderhoud 50.............................
8-7. Hulpcodes SubArc systeem 51...........................................................
HOOFDSTUK 9 ELECTRISCH SCHEMA 54.....................................................
GARANTIE
COMPLETE ONDERDELENLIJST - www.MillerWelds.com
VERKLARING VAN CONFORMITEIT
voor producten in de Europese Gemeenschap (gemarkeerd met EC).
MILLER Electric Mfg. Co., 1635 Spencer Street Appleton, WI 54914 VS verklaart dat het product
of de producten in deze verklaring voldoen aan de basisvereisten van de genoemde richtlijn(en)
en norm(en).
Product-/apparaatidentificatie:
Product
Serienummer
SUBARC STRIP DRIVE 100 W/BRKT 300940
SUBARC WIRE DRIVE 400 DIGITAL LOW VOLTAGE 300938
Richtlijnen:
2014/35/EU Low voltage
2014/30/EU Electromagnetic compatibility
2011/65/EU Restriction of the use of certain hazardous substances in electrical and electronic equipment
Normen:
IEC 60974-5: 2013 Arc welding equipment – Part 5: Wire feeders
IEC 60974-10: 2014 Arc welding equipment – Part 10: Electromagnetic compatibility requirements
Ondertekenaar:
_____________________________________ ___________________________________________
David A. Werba Datum van verklaring
MANAGER, PRODUCTONTWERPNALEVING
November 20, 2017
268213C
VERKLARING VAN CONFORMITEIT
voor producten in de Europese Gemeenschap (gemarkeerd met EC).
MILLER Electric Mfg. Co., 1635 Spencer Street Appleton, WI 54914 VS verklaart dat het product
of de producten in deze verklaring voldoen aan de basisvereisten van de genoemde richtlijn(en)
en norm(en).
Product-/apparaatidentificatie:
Product
Serienummer
SubArc Interface Digital 300936
SubArc Interface Analog 300937
SubArc Motor Control Digital 301425
SubArc Remote Pendant Digital 301424
SubArc Tractor Interface Digital 301423
Richtlijnen:
2014/35/EU Low Voltage
2014/30/EU Electromagnetic Compatibility
2011/65/EU Restriction of the use of certain hazardous substances in electrical and electronic equipment
Normen:
IEC 60974-5: 2013 Arc welding equipment – Part 5: Wire feeders
IEC 60974-10: 2014 Arc Welding Equipment – Part 10: Electromagnetic compatibility (EMC) requirements
Ondertekenaar:
_____________________________________ ___________________________________________
David A. Werba
Datum van verklaring
MANAGER, PRODUCTONTWERPNALEVING
March 10, 2017
268181C
OM-267533 Pagina 1
HOOFDSTUK 1 VEILIGHEIDSMAATREGELEN LEES DIT VÓÓR
GEBRUIK
som_201801_dut
7
Bescherm uzelf en anderen tegen letsel — Lees deze belangrijke veiligheidsvoorzorgsmaatregelen en bedieningsinstructies, volg ze
op en bewaar ze.
1-1. De betekenis van de symbolen
GEVAAR! Duidt op een gevaarlijke situatie die moet
worden vermeden omdat hij anders leidt tot ernstig of
dodelijk letsel. De mogelijke gevaren worden getoond
met bijbehorende symbolen of uitgelegd in de tekst.
Duidt op een gevaarlijke situatie die moet worden ver-
meden omdat hij anders kan leiden tot ernstig of dode-
lijk letsel. De mogelijke gevaren worden getoond met
bijbehorende symbolen of uitgelegd in de tekst.
LET OP Aanduiding voor mededelingen die niet zijn gerelateerd aan
persoonlijk letsel.
Aanduiding voor speciale instructies.
Deze groep symbolen duidt op Waarschuwing! Kijk uit! Gevaar voor/
van mogelijke ELEKTRISCHE SCHOK, BEWEGENDE ONDERDE-
LEN en HETE ONDERDELEN. Raadpleeg de symbolen en de bijbe-
horende instructies om deze risico’s te vermijden.
1-2. De risico’s van het booglassen
Onderstaande symbolen worden in de hele handleiding ge-
bruikt om u ergens op te attenderen en om mogelijke risico’s
aan te geven. Als u een dergelijk symbool ziet, wees dan voor-
zichtig en volg de bijbehorende instructies op om problemen
te voorkomen. De veiligheidsinformatie hieronder is slechts
een samenvatting van de veiligheidsvoorschriften in Sectie
1-5. Lees en volg alle veiligheidsvoorschriften.
Alleen bevoegde personen mogen deze apparatuur installe-
ren, bedienen, onderhouden en repareren. Een bevoegde
persoon is degene die, door middel van een erkend diploma,
certificaaat of beroepsbekwaamheid, of die door middel van
uitgebreide kennis, training en ervaring, met succes zijn/haar
vaardigheden heeft aangetoond om problemen op te lossen
met betrekking tot het onderwerp, het werk of het project en
veiligheidstraining heeft ontvangen om de bijbehorende
gevaren te herkennen en vermijden.
Zorg dat iedereen, en vooral kinderen, uit de buurt blijven
tijdens het gebruik van dit apparaat.
Een ELEKTRISCHE SCHOK kan do-
delijk zijn
Het aanraken van onder stroom staande onderdelen
kan fatale schokken en ernstige brandwonden
veroorzaken. De elektrode en het werkstuk staan
onder stroom als de machine ingeschakeld is. Het
voedingsgedeelte en de interne circuits van de
machine staan eveneens onder stroom als het
apparaat aan staat. Bij semi-automatisch of au-
tomatisch draadlassen staat het draad, de spoel, de
ruimte waar het lasdraad zich in de machine bevindt
en alle metalen onderdelen die in aanraking zijn met
de lasdraad onder stroom. Verkeerd geïnstalleerde
of onvoldoende geaarde installaties kunnen geva-
ren opleveren.
Raak onderdelen die onder stroom staan niet aan
Draag droge, isolerende handschoenen en lichaamsbescherming
zonder gaten
Isoleer u zelf van het werkstuk en de grond door droge isolatiema-
tjes of kleden te gebruiken die groot genoeg zijn om elk contact met
de grond of het werkstuk te voorkomen
Gebruik geen AClasuitgangsvermogen in een vochtige, natte of
beperkte omgeving of als het gevaar bestaat dat u kunt vallen.
Gebruik ALLEEN wissel (AC) uitgangsspanning als het laspro-
ces dit vereist.
Als er wissel (AC) uitgangsspanning is vereist, gebruik dan de af-
standsbediening als die op het apparaat aanwezig is.
Er zijn extra veiligheidsmaatregelen nodig als zich een van de vol-
gende elektrisch gevaarlijke omstandigheden voordoet: op
vochtige locaties of als u natte kleding draagt; op metalen con-
structies zoals vloeren, roosters of steigers; in een verkrampte
lichaamshouding bijvoorbeeld als u zit, knielt of ligt; of wanneer het
risico van onvermijdelijk of toevallig contact met het werkstuk of de
aarde groot is. Gebruik onder deze omstandigheden de volgende
apparatuur in de aangegeven volgorde: 1) een semiautomatisch
gelijkstroom (draad) lasapparaat met constante spanning, 2) een
handbediend gelijkstroom (elektrode) lasapparaat, of 3) een wis-
selstroom lasapparaat met een lagere spanning en open circuit. In
de meeste gevallen wordt het gebruik van een gelijkstroom lasap-
paraat met lagere spanning aanbevolen. En werk niet alleen!
Als er wissel (AC) uitgangsspanning is vereist, gebruik dan de af-
standsbediening als die op het apparaat aanwezig is.
Zet de hoofdstroom uit of stop de motor voordat u deze installatie
installeert of nakijkt. Zet de stroom uit volgens OSHA 29 CFR
1910.147 (zie de Veiligheidsvoorschriften)
Installeer, aard en bedien deze installatie in overeenstemming met
de Handleiding voor gebruikers en landelijke of lokale voor-
schriften.
Controleer altijd de aarding van de voeding en wees er zeker van
dat de aardingsgeleider van de voedingskabel goed aangesloten
is op de aansluitklem van het apparaat en dat de stekker van de
kabel aangesloten is op een correct geaarde contactdoos.
Controleer de ingaande voedingskabel en de massakabel
regelmatig op beschadigingen of blootliggende bedrading en
vervang de kabel onmiddellijk als deze beschadigd is blootlig-
gende bedrading kan dodelijk zijn.
Houd snoeren droog, vrij van olie en vet en bescherm deze tegen
heet metaal en vonken.
Controleer de kabel regelmatig op beschadigingen of openliggen-
de bedrading en vervang de kabel onmiddellijk als deze
beschadigd is openliggende bedrading kan dodelijk zijn.
Zet alles af als het apparaat niet gebruikt wordt.
Gebruik geen versleten, beschadigde, te korte of slecht verbon-
den kabels.
Draag de kabels niet op uw lichaam.
Als het werkstuk geaard moet worden, doe dit dan met een aparte
kabel- gebruik niet de massaklem of massakabel.
Raak de elektrode niet aan als u in contact staat met het werkstuk,
de grond of een andere elektrode van een ander apparaat.
Gebruik alleen goed onderhouden installaties. Repareer of ver-
vang beschadigde onderdelen onmiddellijk. Onderhoud het
apparaat zoals beschreven staat in de handleiding.
Draag een veiligheidsharnas als u boven grond-niveau werkt
Houd alle panelen en afdekplaten veilig op hun plaats.
Klem de massakabel zo dicht mogelijk bij de las met een goed me-
taal-op-metaalcontact op het werkstuk of werktafel.
OM-267533 Pagina 2
Isoleer de massaklem wanneer deze niet is aangesloten op het
werkstuk om contact met een metalen object te voorkomen
Sluit niet meer dan één elektrode of massakabel aan op één enke-
le lasbron. Haal de kabel los voor het proces dat niet wordt
gebruikt.
Maak gebruik van aardlekbescherming wanneer u hulpapparatuur
gebruikt in vochtige of natte locaties.
Er staat ook NA het afsluiten van de
voedingsspanning nog een AANZIENLIJKE
GELIJKSPANNING op het voedingsgedeelte van de
inverter lasstroombronnen.
Zet de eenheid uit, haal de stekker uit het stopcontact en ontlaad
de primaire voedingscondensatoren overeenkomstig de aan-
wijzingen in de handleiding, voordat u enig onderdeel aanraakt.
Door HETE ONDERDELEN kunnen
brandwonden ontstaan.
Hete onderdelen niet met blote handen aan-
raken
Laat apparatuur altijd afkoelen, voor u eraan
gaat werken.
Gebruik de juiste gereedschappen om hete onderdelen beet te
pakken en/of draag zware geïsoleerde lashandschoenen en
kleding om brandwonden te voorkomen.
ROOK EN GASSEN kunnen gevaarlijk
zijn.
Tijdens het lassen komen rook en gassen vrij. Het
inademen hiervan kan gevaarlijk zijn voor uw
gezondheid.
Zorg ervoor dat u niet in de rook staat. Adem de rook niet in.
Ventileer de werkruimte goed en/of zorg dat de las en snijddamp
en gassen worden afgezogen met behulp van actieve ventilatie
bij de boog. De aanbevolen manier om te bepalen of er voldoende
ventilatie is, is monsters te nemen van de dampen en gassen
waaraan het personeel wordt blootgesteld en deze te analyseren
op samenstelling en hoeveelheid.
Als er een slechte ventilatie is, gebruik dan een goedgekeurd gas-
masker.
Lees de Materiaalveiligheidsinformatiebladen en de instructies
van de fabrikant voor hechtmiddelen, coatings, schoonmaak-
middelen, slijtdelen, koelmiddelen, ontvetters, fluxpoeder en
metalen en zorg dat u alles goed begrijpt.
Werk alleen in een beslotenruimte als deze goed geventileerd
wordt. Of als u een beademingsapparaat draagt. Zorg ervoor dat
er altijd een ervaren persoon toekijkt. Lasdampen en gassen kun-
nen lucht verdringen en het zuurstofgehalte verlagen, wat
schadelijke invloed heeft op u lichaam en zelfs dodelijk kan zijn.
Zorg voor veilige ademlucht.
Las niet in ruimtes waar dingen worden ontvet, schoongemaakt of
waar wordt gesproeid. De hitte en stralen van de boog kunnen rea-
geren met dampen en op deze manier zwaar vergiftigde en
irriterende gassen vormen
Las geen beklede metalen zoals gegalvaniseerd of met lood-of
cadmium bedekt staal, tenzij de bekleding verwijderd wordt van
het gedeelte dat gelast moet worden, de ruimte goed geventileerd
wordt en u, indien nodig, een gasmasker draagt. De belkedingen
en metalen die deze elementen bevatten kunnen giftige dampen
produceren als ze gelast worden.
De STRALEN UIT DE BOOG kunnen
ogen en huid verbranden
Boogstralen van het lasproces produceren zichbare
en onzichtbare (ultraviolette en infrarood) stralen die
uw ogen en huid kunnen verbranden. Tijdens het
lassen vliegen lasspatten en vonken in het rond.
Draag tijdens het lassen of toekijken tijdens het lassen een las-
helm voorzien van een lasglas met de juiste tint om uw gezicht en
ogen tegen boogstralen en vonken te beschermen. (zie ANSI
Z49.1 en Z87.1 in de Veiligheidsvoorschriften).
Draag een goedgekeurde veiligheidsbril met zijschermen onder
uw helm
Gebruik beschermende lasgordijnen of schermen om anderen te-
gen flitsen en verblindend licht te beschermen ; waarschuw
anderen om niet in de boog te kijken.
Draag lichaamsbescherming die is gemaakt van duurzaam
vuurbestendig materiaal (leer, zware katoen, wol). Lichaamsbe-
scherming houdt ook olievrije kleding in zoals leren
handschoenen, een zwaar overhemd, een broek zonder omslag,
hoge schoenen en een pet.
LASSEN kan brand of explosies ver-
oorzaken
Als er gelast wordt aan gesloten vaten zoals tanks,
trommels of pijpen, kunnen deze opgeblazen
worden Er kunnen vonken van de lasboog afvliegen.
De rondvliegende vonken, de temperatuur van het
werkstuk en van het gereedschap kunnen brand en brandwonden
veroorzaken. Toevallig contact van een elektrode met metalen
voorwerpen kan vonken, explosies, oververhitting of brand ver-
oorzaken. Controleer eerst of de omgeving veilig is voordat u gaat
lassen.
Verwijder alle brandbare materialen in een straal van 10 meter van
de lasboog. Als dit niet mogelijk is, dek ze dan goed af met brand-
werende materialen.
Las niet op plaatsen waar rondvliegende vonken brandbaar mate-
riaal kunnen raken.
Bescherm uzelf en anderen tegen rondvliegende vonken en heet
metaal.
Wees erop attent dat vonken en hete materialen van het laswerk
gemakkelijk door kleine hoeken en gaten naar naastliggende ruim-
tes kunnen vliegen.
Kijk goed uit voor brand en houd een brandblusser in de buurt
Wees erop bedacht dat bij het lassen van plafonds, vloeren, schei-
dingswanden of tussenschotten brand kan ontstaan aan de
tegenovergestelde zijde.
Velgen of wielen mogen niet worden gesneden of gelast. Bij verhit-
ting kunnen banden exploderen. Gerepareerde velgen en wielen
kunnen defect raken. Zie OSHA 29 CFR 1910.177 in Veiligheids-
standaarden.
Las niet aan containers waarin ooit brandbare stoffen zijn opgesla-
gen of aan besloten ruimtes zoals tanks, vaten of buizen tenzij ze
voldoende voorbereid zijn conform AWS F4.1 en AWS 6.0 (zie Vei-
ligheidsvoorschriften).
Las nooit waar de lucht brandbaar stof, gas of vloeistofdamp (bij-
voorbeeld benzinedamp) kan bevatten.
Verbind de massakabel met het werkstuk zo dicht mogelijk bij de
plaats waar gelast moet worden, zodat de lasstroom een direkte
en korte weg aflegt en elektrische schokken en brandrisico’s ver-
meden kunnen worden
Gebruik een lasapparaat niet om bevroren pijpen te ontdooien.
Haal de elektrode uit de elektrodehouder of knip de lasdraad af aan
de contactbuis als niet gelast wordt.
Draag lichaamsbescherming die is gemaakt van duurzaam
vuurbestendig materiaal (leer, zware katoen, wol). Lichaamsbe-
scherming houdt ook olievrije kleding in zoals leren
handschoenen, een zwaar overhemd, een broek zonder omslag,
hoge schoenen en een pet.
Zorg ervoor dat u geen brandbare voorwerpen zoals aanstekers of
lucifers bij u draagt als u gaat lassen.
Inspecteer de omgeving als u klaar bent met uw werk om er zeker
van te zijn dat er geen vonken, gloeiende sintels en vlammen zijn.
OM-267533 Pagina 3
Alleen de juiste zekeringen of contactverbrekers gebruiken; geen
zwaardere nemen of deze doorverbinden.
Volg de vereisten in OSHA 1910.252 (a) (2) (iv) en NFPA 51B voor
werken met hoge temperaturen, zorg dat er een brandmelder aan-
wezig is en dat u een blusapparaat onder handbereik hebt.
Lees de Materiaalveiligheidsinformatiebladen en de instructies
van de fabrikant voor hechtmiddelen, coatings, schoonmaak-
middelen, slijtdelen, koelmiddelen, ontvetters, fluxpoeder en
metalen en zorg dat u alles goed begrijpt.
RONDVLIEGEND METAAL of STOF
kan de ogen verwonden.
Door lassen, bikken, het gebruik van draadbor-
stels en slijpen kunnen vonken en rodvliegen-
de metaal-schilfers ontstaan. Als lasrupsen af-
koelen, kunnen er slakresten rondvliegen.
Draag een goedgekeurde veiligheidsbril met zijschermen, zelfs
onder uw lashelm.
GASVORMING kan schadelijk voor
de gezondheid of zelfs dodelijk zijn
Draai de persgastoevoer dicht, wanneer u
geen gas gebruikt.
Zorg altijd voor ventilatie in enge ruimtes of ge-
bruik goedgekeurde beademingsapparatuur
ELEKTRISCHE EN MAGNETISCHE
VELDEN kunnen van invloed zijn op
geïmplanteerde medische apparatuur.
Mensen die een pacemaker of een ander
geïmplanteerd medisch apparaat dragen,
moeten uit de buurt blijven.
Mensen die een geïmplanteerd medisch apparaat dragen,
moeten hun arts en de fabrikant van het apparaat raadplegen
voordat ze in de buurt komen van werkzaamheden met
booglassen, puntlassen, gutsen, plasmaboogsnijden of
inductieverwarmen.
LAWAAI kan het gehoor aantasten
Lawaai van bepaalde werkzaamheden of appara-
tuur kan uw gehoor aantasten
Draag goedgekeurde gehoorbescherming als
het geluidsniveau te hoog is
GASFLESSEN kunnen exploderen
als ze beschadigd worden
Persgasflessen bevatten gas dat onder hoge druk
staat. Als een gasfles beschadigd wordt, kan deze
exploderen. Aangezien gasflessen normaal ge-
sproken een onderdeel uitmaken van het van het
lasproces moet u er voorzichtig mee omgaan.
Bescherm gasflessen tegen hoge temperaturen, mechanische
schokken, slak, open vuur, vonken en vlambogen.
Plaats de gasflessen rechtop in een rek of in de laskar zodat ze
niet kunnen vallen of omkantelen.
Houd de flessen uit de buurt van alle las- of andere stroom-
kringen
Hang nooit een elektrodehouder over een gasfles.
Laat nooit een laselektrode in aanraking komen met een gasfles.
Las nooit op een gasfles onder druk; een explosie zal het gevolg
zijn.
Gebruik het juiste beschermgas, reduceerventielen, slangen en
hulpstukken die speciaal bedoeld zijn voor een bepaalde toe-
passing; onderhoud deze en bijhorende onderdelen goed.
Draai uw gezicht weg van de uitgang van het ventiel wanneer u
het cilinderventiel opent. Niet vóór of achter de regelaar gaan
staan wanneer u het ventiel opent.
Laat de beschermende kap over het ventiel over het ventiel zit-
ten behalve als de fles gebruikt wordt of aangesloten is voor ge-
bruik.
Gebruik de juiste apparatuur, de juiste procedures en een vol-
doende aantal personen om gasflessen te tillen, verplaatsen en
vervoeren.
Lees en volg de instructies op de flessen met gecomprimeerd
gas, bijbehorend materiaal en de CGA publikatie die in de Veilig-
heidsvoorschriften staat.
1-3. Aanvullende symbolen voor installatie, bediening en onderhoud
BRAND- EN EXPLOSIEGEVAAR
Installeer of plaats het apparaat niet op, boven
of vlakbij ontbrandbare oppervlakken.
Het apparaat niet in de buurt van brandbare
stoffen installeren.
Overbelast de bedrading van het gebouw niet- controleer of het
voedingsnet sterk genoeg is, goed beschermd is en dit apparaat
aan kan.
VALLENDE APPARATUUR kan letsel
veroorzaken.
Gebruik alleen het hijsoog om het apparaat op
te tillen, en NIET de laskar, gasflessen of ande-
re accessoires.
Gebruik de juiste procedures en hijsapparatuur met voldoende
capaciteit om het apparaat op te tillen en te ondersteunen.
Als u hefvorken gebruikt om het apparaat te verplaatsen, zorg er
dan voor dat de vorken zo lang zijn, dat ze aan de andere kant
onder het apparaat uitsteken.
Let er bij het werken in de open lucht op dat kabels en snoeren
niet in aanraking kunnen komen met rijdende voertuigen.
Volg bij het handmatig optillen van zware onderdelen of
apparatuur de Amerikaanse ARBOrichtlijn getiteld
Applications Manual for the Revised NIOSH Lifting Equation
(Publication No. 94–110).
OM-267533 Pagina 4
TE LANGDURIG GEBRUIK kan leiden
tot OVERVERHITTING.
Laat het apparaat goed afkoelen; houd u aan
de nominale inschakelduur.
Verminder de stroomsterkte of de inschakel-
duur voordat u opnieuw begint met lassen.
Blokkeer of filter de luchtaanvoer naar het apparaat niet.
RONDVLIEGENDE LASSPATTEN
kunnen letsel veroorzaken.
Draag gezichtsbescherming om de ogen en
het gezicht te beschermen.
Slijp de wolfraam elektrode alleen met een slijper die voorzien is
van de juiste beschermkast en op een veilige locatie. Draag hier-
bij de juiste gezichts-, hand- en lichaamsbescherming.
Vonken kunnen brand veroorzaken brandbare stoffen uit de
buurt houden.
STATISCHE ELEKTRICITEIT kan PC-
kaarten beschadigen
Doe een geaarde polsband om VOORDAT u
printplaten of onderdelen aanraakt.
Gebruik goede anti-statische zakken of dozen
voor het opslaan, verplaatsen of transporteren
van PC-printplaten.
BEWEGENDE ONDERDELEN kunnen
letsel veroorzaken.
Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen
Blijf uit de buurt van afknijppunten zoals aan-
drijfrollen.
LASDRAAD kan letsel veroorzaken
Bedien de toortsschakelaar pas als u de aan-
wijzing krijgt om dat te doen.
Richt het pistool niet op enig lichaamsdeel, an-
dere mensen of op enig materiaal als de draad
wordt ingevoerd.
ONTPLOFFEN VAN DE ACCU kan
letsel veroorzaken.
Gebruik het lasapparaat niet om accu’s op te
laden of om voertuigen te starten tenzij het een
acculaadvoorziening heeft die hiervoor
speciaal is bedoeld.
BEWEGENDE ONDERDELEN kunnen
letsel veroorzaken
Blijf uit de buurt van bewegende delen zoals
ventilatoren.
Laat deuren, panelen, deksels en beschermplaten alleen ver-
wijderen door bevoegd personeel indien nodig voor onderhoud
en storingzoeken.
Laat deuren, panelen, deksels en beschermplaten alleen ver-
wijderen door bevoegd personeel indien nodig voor onderhoud
en storingzoeken.
Breng eerst deuren, panelen, deksels en beschermplaten weer
aan na afloop van het onderhoud en sluit pas dan de voeding
weer aan.
LEES DE INSTRUCTIES.
Lees nauwkeurig de gebruikershandleiding en
alle waarschuwingslabels, voordat u de
machine installeert, gebruikt of er onderhoud
aan pleegt, en volg de aanwijzingen steeds op.
Lees de veiligheidsinformatie aan het begin
van de handleiding en in elk hoofdstuk.
Gebruik alleen originele vervangingsonderdelen van de fabri-
kant.
Voer installatie, onderhoud en service uit in overeenstemming
met de gebruikershandleidingen, de industriële normen en de
landelijke en ter plekke geldende regelgeving.
H.F. STRALING kan storingen veroor-
zaken
Hoog-frequente straling kan storing ver-
oorzaken bij radio-navigatie, veiligheidsdien-
sten, computers en communicatie-apparatuur.
Laat alleen bevoegde personen die bekend zijn met elektroni-
sche apparatuur deze installatie uitvoeren.
De gebruiker is verantwoordelijk voor onmiddellijk herstel door
een bevoegd elektricien bij storingsproblemen als gevolg van de
installatie
Als u van overheidswege klachten krijgt over storingen, stop dan
onmiddellijk met het gebruik van de apparatuur.
Laat de installatie regelmatig nakijken en onderhouden.
Houd deuren en panelen van hoogfrequentbronnen stevig dicht,
houd de elektrodeafstand op de juiste instelling en zorg voor aar-
ding en afscherming om de mogelijkheid van storingen tot een
minimum te beperken.
BOOGLASSEN kan interferentie
veroorzaken.
Elektromagnetische energie kan interferentie
veroorzaken bij gevoelige elektronische
apparatuur zoals computers en
computergestuurde apparatuur zoals robots.
Zorg ervoor dat alle apparatuur in het lasgebied elektromagne-
tisch compatibel is.
Om mogelijke interferentie te verminderen moet u de laskabels
zo kort mogelijk houden, dicht bij elkaar en laag, bijvoorbeeld op
de vloer.
Voer de laswerkzaamheden uit op 100 meter afstand van
gevoelige elektronische apparatuur.
Zorg ervoor dat dit lasapparaat conform de aanwijzingen in deze
handleiding wordt geïnstalleerd en geaard.
Als er dan nog steeds interferentie optreedt, dient de gebruiker
extra maatregelen te nemen, zoals verplaatsing van het
lasapparaat, gebruik van afgeschermde kabels, gebruik van
lijnfilters of afscherming van het werkterrein.
OM-267533 Pagina 5
1-4. Californië-voorstel 65, waarschuwingen
WAARSCHUWING: Dit product kan u blootstellen aan chemi-
sche stoffen, zoals lood. Deze stof kan volgens de staat
Californië kanker en geboorteafwijkingen en andere repro-
ductieve schade veroorzaken.
Kijk voor meer informatie op www.P65Warnings.ca.gov.
1-5. Belangrijkste Veiligheidsvoorschriften
Safety in Welding, Cutting, and Allied Processes, ANSI Standard Z49.1,
is available as a free download from the American Welding Society at
http://www.aws.org or purchased from Global Engineering Documents
(phone: 1-877-413-5184, website: www.global.ihs.com).
Safe Practices for the Preparation of Containers and Piping for Welding
and Cutting, American Welding Society Standard AWS F4.1, from Glob-
al Engineering Documents (phone: 1-877-413-5184, website:
www.global.ihs.com).
Safe Practices for Welding and Cutting Containers that have Held Com-
bustibles, American Welding Society Standard AWS A6.0, from Global
Engineering Documents (phone: 1-877-413-5184,
website: www.global.ihs.com).
National Electrical Code, NFPA Standard 70, from National Fire Protec-
tion Association, Quincy, MA 02169 (phone: 1-800-344-3555, website:
www.nfpa.org and www. sparky.org).
Safe Handling of Compressed Gases in Cylinders, CGA Pamphlet P-1,
from Compressed Gas Association, 14501 George Carter Way, Suite
103, Chantilly, VA 20151 (phone: 703-788-2700, website:www.cga-
net.com).
Safety in Welding, Cutting, and Allied Processes, CSA Standard
W117.2, from Canadian Standards Association, Standards Sales, 5060
Spectrum Way, Suite 100, Mississauga, Ontario, Canada L4W 5NS
(phone: 800-463-6727, website: www.csagroup.org).
Safe Practice For Occupational And Educational Eye And Face Protec-
tion, ANSI Standard Z87.1, from American National Standards Institute,
25 West 43rd Street, New York, NY 10036 (phone: 212-642-4900, web-
site: www.ansi.org).
Standard for Fire Prevention During Welding, Cutting, and Other Hot
Work, NFPA Standard 51B, from National Fire Protection Association,
Quincy, MA 02169 (phone: 1-800-344-3555, website: www.nfpa.org).
OSHA, Occupational Safety and Health Standards for General Indus-
try, Title 29, Code of Federal Regulations (CFR), Part 1910.177 Subpart
N, Part 1910 Subpart Q, and Part 1926, Subpart J, from U.S. Govern-
ment Printing Office, Superintendent of Documents, P.O. Box 371954,
Pittsburgh, PA 15250-7954 (phone: 1-866-512-1800) (there are 10 OS-
HA Regional Offices—phone for Region 5, Chicago, is 312-353-2220,
website: www.osha.gov).
Applications Manual for the Revised NIOSH Lifting Equation, The Na-
tional Institute for Occupational Safety and Health (NIOSH), 1600
Clifton Rd, Atlanta, GA 30329-4027 (phone: 1-800-232-4636, website:
www.cdc.gov/NIOSH).
1-6. Informatie over elektrische en magnetische velden (EMV -informatie)
Elektrische stroom die door een draad stroomt veroorzaakt plaatselijk
elektrische en magnetische velden (EMV). De stroom bij booglassen
(en verwante processen zoals puntlassen, gutsen, plasmasnijden
en inductieverwarmingsprocessen) zorgt voor een elektromagnetisch
veld rondom het lascircuit. Elektromagnetische velden (EMV) kunnen
invloed hebben op medische implantaten, zoals pacemakers. Voor per-
sonen die medische implantaten hebben moeten beschermende
maatregelen worden genomen, bijv. toegangsbeperking voor pas-
santen of een risicoanalyse voor iedere afzonderlijke lasser. Beperk
bijvoorbeeld de toegang voor omstanders of voer afzonderlijke risico-
beoordelingen uit voor lassers. Alle lassers moeten de volgende
procedures naleven om zo blootstelling aan elektromagneti-
schevelden van de lasstroomkring tot een minimum te beperken:
1. Houd kabels dicht bij elkaar door ze in elkaar te twisten of vast te
plakken of gebruik kabelbescherming.
2. Kom niet met uw lichaam tussen de laskabels. Leg de kabel aan
één kant en weg van de gebruiker.
3. Rol of hang de kabels niet rond of op uw lichaam.
4. Houd hoofd en romp zo ver mogelijk verwijderd van de
apparatuur in de lasstroomkring.
5. Monteer de massaklem aan het werkstuk zo dicht mogelijk bij de
las.
6. Niet direct naast de lasstroombron werken, er niet op gaan zitten
en er niet op leunen.
7. Niet lassen terwijl u de lasstroombron of het
draadaanvoersysteem draagt.
Over geïmplanteerde medische apparatuur:
Mensen die een geïmplanteerd medisch apparaat dragen, moeten hun
arts en de fabrikant van het apparaat raadplegen voordat ze in de buurt
komen van werkzaamheden met booglassen, puntlassen, gutsen, pla-
smaboogsnijden of inductieverhitting. Bij toestemming van de arts
wordt geadviseerd om bovenstaande procedures te volgen.
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 12
HOOFDSTUK 2 DEFINITIES
2-1. Aanvullende veiligheidssymbolen en definities
Bepaalde symbolen worden alleen aangetroffen op CE-producten.
Waarschuwing! Pas op! Kans op gevaar (zie de symbolen).
Safe1 201205
Het product niet meegeven met het gewone afval (waar van toepassing).
Hergebruik of recycle afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA-regels). Voer de apparaten
af naar een daarvoor bestemd inleverstation.
Neem contact op met de gemeente of uw lokale dealer voor nadere informatie.
Safe37 201704
Milieubescherming Gebruiksperiode (China)
Safe123 201606
Haal de stekker van de machine uit het stopcontact, voordat u aan de machine gaat werken.
Safe5 201704
217 342-A
TB1
TB2
Safe116 201402
De handleiding lezen voor de informatie over aansluitingen op de
klemmenstrook.
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 13
2-2. Definities van de diverse symbolen
Bepaalde symbolen worden alleen aangetroffen op CE-producten.
A
Stroomsterkte
Wisselstroom (AC)
Uitgang
Onder poederdek
lassen (SAW)
Percent
U
2
Uitgangsspanning
belast
I
1eff
Maximale
effectieve
netstroom
Verhogen/verlagen
Zekering
Elektrodeaansluiting
Na-gastijd
Stop
Kratertijd
Vergrendelen
V
Spanning
Paneel/Plaatselijk
Aan
Lees de gebrui-
kershandleiding
U
0
Nominale
nullast-spanning
(OCV)
I
2
Nominale
lasstroom
3fasen
stroombron met
AC/DC
uitgangsspanning
IP
Beschermingsgraad
Enkelfase
Frame of Chassis
Timer voorloop flux
I
1
Nominale
voedings-
stroomsterkte
Programma
Hz
Hertz
Netaansluiting
Ingangsspanning
Afstandsbediening
U
1
Nominale
voedingsspanning
Aarding
Temperatuur
Positief
Voorzichtig
TE
Aansluitstrip
Starttijd
Draadaanvoer
langzaam omlaag
Flux
Gelijkstroom (DC)
Driefasen
Uit
X
Inschakelduur
Automatische
zekering (extra
bescherming)
I
1max
Maximale nominale
netstroom
Ventilator voor
ventilatie en
luchtcirculatie
Negatief
Werkstukaansluiting
Draadaanvoersnel-
heid
Start
Draadaanvoer
langzaam omhoog
Scherm-druktoets
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 8
HOOFDSTUK 3 TECHNISCHE GEGEVENS
3-1. Locatie van typeplaatje met serienummer en aansluitgegevens
A. Serienummer en locatie van de label met de technische gegevens voor SubArc Interface Digital, SubArc
Motor Control Digital en SubArc Tractor Interface Digital
Het serienummer en de technische gegevens voor de digitale regeling zijn bij dit product aan de rechter zijde te vinden. Op het plaatje met de
technische gegevens Kunt u de elektrische aansluitspanning en/of het nominale vermogen aflezen dat de apparatuur nodig heeft, en welk vermogen
het kan leveren. Wij raden aan het serienummer te noteren op de achterzijde van deze handleiding, in het daarvoor bestemde vak, zodat u dit nummer
altijd bij de hand hebt.
B. Serienummer en locatie van de label met de technische gegevens voor SubArc Remote Pendant Digital
Het serienummer en de aansluitgegevens zijn bij de afstandsbediening aan de achterzijde te vinden. Gebruik het identificatielabel om het benodigde
vermogen te bepalen. Noteer het serienummer in de ruimte op de achterkaft van deze handleiding voor later gebruik.
C. Locatie het serienummer van het plaatje met de technische gegevens voor de draadaandrijving
Het serienummer en de technische gegevens zijn bij dit product op de tandwielkast van de motor te vinden. Op het plaatje met de technische gegevens
kunt u de elektrische aansluitspanning en/of het nominaal vermogen aflezen dat de apparatuur nodig heeft, en welk vermogen het kan leveren.
Wij raden aan het serienummer te noteren op de achterzijde van deze handleiding, in het daarvoor bestemde vak, zodat u dit nummer altijd bij de hand
hebt.
D. Locatie van serienummer en identificatielabel voor Digital Flux Hopper en Manual Flux Hopper
Het serienummer en de technische gegevens zijn bij dit product op de zijkant van de fluxcontainer te vinden. Wij raden aan het serienummer te noteren
op de achterzijde van deze handleiding, in het daarvoor bestemde vak, zodat u dit nummer altijd bij de hand hebt.
3-2. Technische gegevens
A. Technische gegevens voor SubArc Interface Digital, Motor Control Digital, Remote Pendant Digital en
SubArc Tractor Interface Digital
Technische gegevens Beschrijving
SubArc Interface
Digital
SubArc Motor Control
Digital
SubArc Remote
Pendant Digital
SubArc Interface
Digital
Type stroombron Enkelfase 24 VAC,
25 Amps, 50/60 Hz
Enkelfase 24 VAC,
25 Amps, 50/60 Hz
42 VDC, 1 Amp Enkelfase 24 VAC,
25 Amps, 50/60 Hz
Algehele afmetingen
inclusief knoppen,
stekkerdozen etc.
Hoogte: 11,5 in. (292 mm)
Breedte: 12,5 in. (318 mm)
Diepte: 7,0 in. (178 mm)
Hoogte: 11,5 in. (292 mm)
Breedte: 12,5 in. (318 mm)
Diepte: 7,0 in. (178 mm)
Hoogte: 3,0 in. (76,2 mm)
Breedte: 10,6 in.
(269,2 mm)
Diepte: 3,3 in. (84 mm)
Hoogte: 11,5 in. (292 mm)
Breedte: 12,5 in. (318 mm)
Diepte: 7,0 in. (178 mm)
Gewicht Netto: 15,8 lb (7,2 kg) Netto: 12,9 lb (5,8 kg) Netto: 2,7 lb (1,2 kg) Netto: 16,0 lb (7,3 kg)
Capaciteit lasspanning en
stroomsterkte (AC of DC)
0 tot 100 Volt
0 tot 1500 Ampères
0 tot 100 Volt
0 tot 1500 Ampères
0 tot 100 Volt
0 tot 1500 Ampères
0 tot 100 Volt
0 tot 1500 Ampères
Draadaanvoersnelheids
bereik
Afhankelijk van de motor
in het systeem
Afhankelijk van de motor
in het systeem
Afhankelijk van de motor
in het systeem
Afhankelijk van de motor
in het systeem
B. Technische gegevens voor draadaanvoersystemen
Model
Snelheids-
bereik
draadtoe-
voer
Bereik
draaddiameter
Nominaal
bereik las-
parameters
Nominaal
Type
voeding
Voedings-
kabel
Gewicht
SubArc Wire Drive 400
Digital Low voltage
30 tot 400 ipm
(0,8 tot
10 mpm)
3/32 tot 3/16 in.
(2,4 tot 4,8 mm)
Maximum
spoelgewicht: 60 lb
(27 kg)
100 volt
1000 Ampère
100%
Inschakelduur
1/5 pk
85 t/min
38 V/DC
48 inch.
(1,22 m)
27 lb
(12 kg)
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 9
C. Technische gegevens voor Fluxcontainers
Model Gebruikt met
Capaciteit Flux
Hopper
Type voeding Gewicht
SubArc Flux Hopper Digital
Low Voltage
Voor automatisch ondergedompelde
boog (SAW) toortsen met geregelde
fluxstroom
25 lb
(11,3 kg)
12 VDC
(PWMsignaal van
SubArcinterface)
11 lb
5kg
SubArc Flux Hopper
Manual
Voor automatisch ondergedompelde
boog (SAW) toortsen met geregelde
fluxstroom
10 lb
(4.5 kg)
n.v.t.
9 lb
4kg
3-3. Omstandigheden gebruik en opslag
A. IP-graad voor alle apparatuur die wordt beschreven in deze handleiding
IP-graad
IP23
Deze apparatuur is ontworpen voor buitengebruik.
IP23 201702
B. Informatie over elektromagnetische compatibiliteit (EMC) voor SubArc Interface Digital, SubArc Motor
Control Digital, SubArc Remote Pendant Digital, SubArc Tractor Interface Digital, SubArc Digital Flux
Hopper en SubArc en draadaanvoersystemen die zijn beschreven in deze handleiding
! Deze Klasse A apparatuur is niet bedoeld voor gebruik op plaatsen in woongebieden waar de elektrische stroom afkomstig is van
het openbaar laagspanningsnetwerk. Op dergelijke plaatsen ontstaan er mogelijk problemen met de elektromagnetische
compatibiliteit als gevolg van storingen door geleiding en straling.
ceemc 3 2014-07
C. Temperatuurspecificaties
Bereik bedrijfstemperatuur Opslag/Transport temperatuurbereik
10 tot 40°C (14 tot 104°F)
20 tot 55°C (4 tot 131°F)
Temp_2016- 07
Aantekeningen
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 10
D. China EEP Informatie gevaarlijke substanties

China EEP Informatie gevaarlijke substanties

Naam onderdeel
()
(indien van toepassing)

Gevaarlijke substantie
Pb
Hg
Cd

Cr6

PBB

PBDE
黄铜铜部
Onderdelen van messing en
koper
X O O O O O

Koppelapparaten
X O O O O O

Schakelapparaten
O O X O O O

Kabel en kabelaccessoires
X O O O O O

Batterijen
X O O O O O
SJ/T 11364.
Deze tabel is opgesteld conform China SJ/T 11364.
O:
该部GB/T26572限量要.
geeft aan dat de concentratie van de gevaarlijke substantie in alle homogene materialen van het onderdeel lager is dan de relevante grens-
waarde China GB/T 26572.
X:
该部量超GB/T26572限量要.
geeft aan dat de concentratie van de gevaarlijke substantie in minstens één homogeen materiaal van het onderdeel hoger is dan de relevante
grenswaarde China GB/T 26572.
SJ/Z11388.
De EFUPwaarde van deze EEP is gedefinieerd conform China SJ/Z 11388.
EEP_201606
3-4. SubArc Systeemcompatibiliteit
De volgende stroombron en toebehoren modellen zijn compatibel. De interface detecteert automatisch de aangesloten stroombron en het aangesloten
type draadaanvoer.
Alleen soortgelijke stroombronmodellen kunnen parallel of tandem op kabels worden aangesloten.
Lasstroombronnen
907620 SubArc AC/DC 1000Digital
907621 SubArc AC/DC 1250Digital
907622 SubArc DC 650Digital
907923 SubArc DC 800Digital
907624 SubArc DC 1000Digital
907625 SubArc DC 1250Digital
Interfaces:
300936 SubArc Interface Digital
301423 SubArc Tractor Interface Digital
301424 SubArc Remote Pendant Digital
301425 SubArc Motor Control Digital
Draadaanvoermodellen:
300938 SubArc Wire Drive 400 Digital Low Voltage
300938002 SubArc Wire Drive 400 Digital Low Voltage voor SPWS
300940 SubArc Strip Drive 100 Digital Low Voltage met montagesteun
Fluxcontainers:
300942 SubArc Flux Hopper Digital Low Voltage
301445 SubArc Manual Flux Hopper
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 11
HOOFDSTUK 4 INSTALLATIE
4-1. Afmetingen en gewicht
A. Afmetingen en lay-out van de montagegaten van SubArc Interfaces
265 694A / 266 208A
8 in.
(203 mm)
111/2 in.
(292 mm)
103/4 in.
(273 mm)
5/16 in.
(7,9 mm)
Dia 4 gaten
101/4 in.
(260 mm)
12 in.
(305 mm)
7 in.*
(178 mm)*
* Inclusief knoppen en schakelaars op het voorpaneel
B. SubArc Tractor Interface Digital Afmetingen en layout van de montagegaten van SubArc Interfaces
279099-A
10-1/4 in
(260 mm)
7 in.*
(178 mm)
12 in.
(305 mm)
8 in.
(203 mm)
11-1/2 in.
292 mm)
10-3/4 in.
(273 mm)
5/16 in.
(7,9 mm)
Dia 4 gaten
* Inclusief knoppen en schakelaars op het voorpaneel
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 12
C. SubArc Motor Control Digital
* Inclusief knoppen en schakelaars op het voorpaneel
277879-A
10-1/4 in
.(260 mm)
7 in.*
(178 mm)
12 in.
(305 mm)
8 in.
(203 mm)
11-1/2 in.
292 mm)
5/16 in.
(7.9 mm)
Dia. 4 gaten
D. SubArc Remote Pendant Digital
5-1/2 in.
(140 mm)
9 in.
(229 mm)
2-1/4 in.
(57 mm)
10-1/2 in.
(267 mm)
6-1/2 in.
(165 mm)
9/32 in.
(7.1 mm)
Dia. 4 gaten
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 13
E. SubArc Digital Flux Hopper afmetingen
Ref. 267344-B
16 in.
(408 mm)
71/4 in.
(184 mm)
11 in.
(280 mm)
171/8 in.
(436 mm)
F. SubArc Manual Flux Hopper afmetingen
279011-A
12 in.
(306 mm)
71/4 in.
(184 mm)
6 in.
(152 mm)
147/16 in.
(366 mm)
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 14
G. Afmetingen en lay-out van de montagegaten van SubArc Interfaces
Inches Millimeters
A85/8 219
B125/8 321
C123/4 324
C
B
Ref. 254 579C
A
Motor afgebeeld
zonder afscherming
van de aanvoerrol.
B3/816 Tapped
4 Holes
A
21/2 64
B
A
A
Inches Millimeters
Aantekeningen
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 15
HOOFDSTUK 5 SYSTEEMAANSLUITINGEN
5-1. Aansluitingen op het linkerpaneel voor SubArc Interface Digital Motor Control
Digital en Tractor Interface Digital
277881-B
! Zet de lasstroombron en
lasbesturing uit en trek de
voedingsstekker uit de
wandcontactdoos voordat
men de toegangsdeur opent.
Voor het aansluiten van de
overeenkomende
verbindingskabel met een van de
stekkerdozen, laat deze
overeenkomen met het pingat en
draai de sluitmoer aan. Verbind het
overblijvende kabel met de
overeenkomende stekkerdoos op
de apparatuur.
1 Stekkerdoos
2 Pingat
3 Stekkerdoos RC3
Verbinding met fluxcontainer.
4 Stekkerdoos RC1
Verbinding met lasstroombron.
5 Stekkerdoos RC2
Verbinding met draadaandrijfmotor.
6 Stekkerdoos RC4
Verbinding met Remote Pendant
Digital.
7 Stekkerdoos RC5
Aansluiting voor SubArc Arc
Tractor.
Verbinding met fluxcontainer
Verbinding met stroombron
Verbinding met draadaandrijfmotor
Verbinding met Remote Pendant Digital
SubArc Interface Digital
Linkerkant
SubArc Motor Control Digital
Linkerkant
RC3
RC1
RC2
RC4
1
2
3
4
5
6
3
4
5
RC5
Aansluiting voor Sub-
Arc Arc Tractor.
SubArc Tractor Interface Digital
7
Linkerkant
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 16
5-2. Aansluitingen onderpaneel voor SubArc Remote Pendant Digital
277882-A
! Schakel voor het uitvoeren
van verbindingen eerst de
lasstroombron uit.
Voor het aansluiten van de
verbindingskabel met een van de
stekkerdozen, laat deze
overeenkomen met het pingat en
draai de sluitmoer aan. Verbind het
overblijvende kabel met de
overeenkomende stekkerdoos op
de SubArc Motor Control Digital.
1 Stekkerdoos RC4
Naar Motor Control Digital
2 Pingat
Aansluiting met Motor
Control Digital
SubArc Remote Pendant Digital
Aanzicht onderzijde
RC4
1
2
1
5-3. Informatie afstandsstekkerdoos RC2informatie voor SubArc Interface Digital Mo-
tor Control Digital en Tractor Interface Digital
Stroomkring Contactinformatie
Draadaandrijving
motoraansluitingen
J Positieve (+) motoraansluiting (38 V/DC motor).
A Negatieve (–) motoraansluiting (38 V/DC motor).
H Motoridentificatie (weerstand over H en B).
C Draadafscherming.
I Encoder VCC (+5 V/DC).
K Encoder kanaal A.
B Encoder massa en motoridentificatie (weerstand over H en B).
E Gereserveerd voor negatieve spanningssensor.
F Positieve spanningssensor.
5-4. Informatie afstandsstekkerdoos RC1informatie voor SubArc Interface Digital Mo-
tor Control Digital en Tractor Interface Digital
Functie Stroomkring Contactinformatie
Elektrische voeding A, B 24 VAC. Beveiligd door stroomonderbreker CB2.
C, D 24 V/AC massa.
Seriële communicatie accessoires
J +Accessoire RS–485 communicatie.
V Accessoire RS–485 communicatie.
Q Massa seriële communicatie accessoires.
Afscherming H Contact J/V draadafscherming.
Spanningssensor W + Spanningssensor.
X Gereserveerd voor negatieve spanningssensor.
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 17
5-5. Informatie afstandsstekkerdoos RC3informatie voor SubArc Interface Digital Mo-
tor Control Digital en Tractor Interface Digital
Stroomkring Contactinformatie
Aansluitingen Fluxcontainer
A 12 VDC gemiddelde PWM aandrijving voor fluxcontainer.
B Niet gebruikt.
C Massa fluxcontainer.
D Niet gebruikt.
5-6. Informatie afstandsstekkerdoos RC4 voor SubArc Remote Pendant Digital en Motor
Control Digital
Functie Stroomkring Contactinformatie
Elektrische voeding B 42 VDC massa.
D 42 VDC.
Seriële communicatie accessoires I +Accessoire RS–485 communicatie.
G Accessoire RS–485 communicatie.
H Chassis.
Drukknoppen A Stapsgewijs omhoog.
C Start.
E Stop
F COM EXT.
J Stapsgewijs omlaag.
5-7. Informatie stekkerdoos RC5 voor SubArc Tractor Interface Digital
Functie Stroomkring Contactinformatie
De motor
A Motoraansluiting fase A.
B Motoraansluiting fase B.
D Motorscherm.
Motoridentificatie
E Massa.
F Motoridentificatie (weerstand over F en E).
Motorencoder
G Encoder VCC (+5VDC).
J Encoder kanaal A.
K Massa.
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 18
5-8. Klemmenblok TB1 en TB2 aansluitingen voor SubArc Interface Digital en
Motor Control Digital
Ref. 265 695A / 267 618A
! Zet de lasstroombron en
lasbesturing uit en trek de
voedingsstekker uit de
wandcontactdoos voordat men
de toegangsdeur opent.
1 Toegangsdeur
Verwijder de schroeven en open de
toegangsdeur.
2 Klemmenblok TB2
3 Klemmenblok TB1
4 Schroef Klemmenblok
5 Gestripte draad
6 Draad die wordt aangesloten op het
klemmenblok
7 Uitsparing gebruikt voor
aansluitingen aan
klemmenblokken, fluxkleppen, etc.
Installeer de trekontlasting (geleverd
door de klant) in het gat.
Strip 6 mm isolatie van het uiteinde van
de draad a, steek het uiteinde in de juiste
aansluiting op TB1 of TB2. Draai de
schroef vast.
De toegangsdeur sluiten en
vastschroeven.
Benodigde gereedschappen:
1
1/4 in
(6 mm)
6
5
2
3
4
7
Aanzicht onderzijde
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 19
5-9. Klemmenblok TB1aansluiting Informatie voor SubArc Interface Digital en Motor
Control Digital
Klem Functie-informatie
Leeg Niet gebruikt.
Leeg Niet gebruikt.
SB1 Geopende set contacten die sluiten nadat een uitgangsspanning aanwezig is op de lasstroombron en de
eindtijd van de fluxtimer is bereikt. Bij digitale modellen is deze conditie programmeerbaar via hulpmenu’s
(zie hoofdstuk 6-6).
SB1 Massa Relais 1 massa.
SB2 Geopende set contacten * die sluiten nadat een lasboog is gemaakt. Deze contacten worden gebruikt om een
lasboom in beweging te krijgen nadat een lasboog aanwezig is.De contacten gaan weer open als de stopknop
wordt in gedrukt. Bij digitale modellen is deze conditie programmeerbaar via de hulpmenu’s (zie hoofdstuk 6-6).
SB2 Massa Relais 2 massa.
Lasdraad omhoog afstand
bediend
Wanneer verbonden met massa (van TB2), beweegt de draad omhoog.
Lasdraad omlaag afstand
bediend
Wanneer verbonden met massa (van TB2), beweegt de draad omlaag.
Kiezen Programma 1
afstand bediend
Zie hoofdstuk 6-8.
Kiezen Programma 2
afstand bediend
Zie hoofdstuk 6-8.
*Alle contacten zijn nominaal 10 ampère, 125 Volt AC.
5-10. Klemmenblok TB2aansluiting Informatie voor SubArc Interface Digital en Motor
Control Digital
Klemmen Functieinformatie
Leeg Niet gebruikt.
Leeg Niet gebruikt.
+24 Volt Hot
24 VACvoeding.
Massa 24 Volt
VFB Feedback voltage 1V/10V (geschaalde feedbackprecisie binnen ±5% van vermogen. Feedback is alleen ter
referentie.)
IFB Feedback stroom 1A/100A (geschaalde feedbackprecisie binnen ±5% van vermogen. Feedback is alleen ter
referentie.)
Stroming koelvloeistof* Verbinden met stroming koelvloeistofsensor. Stroming koelvloeistof is gedetecteerd als deze pin op massa is
aangesloten.
Massa Externe massa.
Starten afstand bediend Start de lascyclus wanneer aangesloten op Massa.
Stoppen afstand bediend Stopt de lascyclus wanneer aangesloten op Massa.
*De functie stroming koelvloeistofsensor is alleen geactiveerd als er een Strip Drive 100 op de interface is aangesloten.
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 20
5-11. De draadgeleider en de aandrijfrol installeren
254 579C
Wanneer u van draaddikte of
draadtype verandert, controleer
dan het formaat van de aandrijfrol.
1 Stelschroef draaddruk
Draai de schroef losser om de druk op
de veer te verlagen.
2 Moer aandrijfrol
3 Aandrijfrol (niet bijgeleverd)
De aandrijfrol verwijderen.
4 Drager aandrijfrol
Draai de moer één klik tot de lipjes van
de moer tegenover de lipjes van de
drager van de aandrijfrol komen te
zitten
5 Borgschroef van de
invoerdraadgeleider (verborgen)
Borgschroef van de invoerdraadgeleider
losdraaien.
6 Draadinvoergeleider
(meegeleverd in set van
draadrichter)
De draadinvoergeleider verwijderen
Installeer de aandrijfrollen en verdraai
de moer één klik.
Benodigde gereedschappen:
Motor afgebeeld zonder afscherming van de aanvoerrol.
1/4 in.
1
2
3
4
5
6
5-12. Aansluitingen van de stekkers voor de SubArc Interface Digital
1 SubArc Interface
2 Verlengkabel motor
onderdeelnr. 254 232 XXX
XXX verwijst naar de kabellengte
in voet (bijv. het achtervoegsel
010 duidt op een verlengkabel van
10 voet (3 meter)).
3 Draadaanvoersysteem
4 Fluxcontainer
5 Verlengkabel Fluxcontainer
onderdeelnr. 260 623 XXX
XXX verwijst naar de kabellengte
in voet (bijv. het achtervoegsel
010 duidt op een verlengkabel van
10 voet (3 meter)).
6 Besturingskabel stroombron
onderdeelnr. 260 622 XXX
XXX verwijst naar de kabellengte
in voet (bijv. Het achtervoegsel
030 duidt op een verlengkabel van
30 voet (9 meter)).
7 Positieve draad van de
spanningssensor
Sluit de positieve draad van de
spanningssensor aan op de toorts.
Motor afgebeeld zonder afscherming van de aanvoerrol.
5
4
6
2
7
3
1
Ref. 254593-C / Ref. 267344-B
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 21
5-13. Aansluitingen van de stekkers voor de SubArc Tractor Interface Digital
279012-A
1 SubArc Tractor Interface Digital
2 Digital Flux Hopper (optioneel)
3 Montage draadaanvoer
4 Besturingskabel fluxcontainer
5 Besturingskabel stroombron -
Onderdeel nr. 260622XXX
Het achtervoegsel voor onderdeel nr.
XXX verwijst naar de kabellengte in
feet (bijv. 020 is een kabel van 20 ft.).
6 Controlekabel tractor
7 Besturingskabel motor
8 Positieve draad van de
spanningssensor
Sluit de positieve draad van de
spanningssensor aan op de toorts.
5
6
3
Naar tractor motor
8
1
Zie hoofdstuk 5-1
voor locaties
stekkerdoos
7
OPTIONEEL:
SubArc Digital
Flux Hopper
2
4
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 22
5-14. Aansluitingen SubArc Motor Control Digital en Remote Pendant Digital
278023-B
1 SubArc Motor Control Digital
2 SubArc Remote Pendant Digital
3 Draadaanvoersysteem
4 Fluxcontainer
Het achtervoegsel voor onderdeel nr.
XXX verwijst naar de kabellengte in
feet (bijv. 020 is een kabel van 20 ft.).
5 Besturingskabel Remote Pendant -
Onderdeel nr. 263368XXX
(Continuum besturingskabel)
6 Besturingskabel stroombron -
Onderdeel nr. 260622XXX
7 Besturingskabel motor
8 Besturingskabel fluxcontainer
9 Verlengingskabel fluxcontainer -
Onderdeel nr. 262623XXX
10 Verlengingskabel motor - Onderdeel
nr. 254232XXX
11 Positieve draad van de
spanningssensor
Sluit de positieve draad van de
spanningssensor aan op de toorts.
4
8
9
1
10
2
5
3
11
7
6
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 23
5-15. De lasdraad inbrengen en doorvoeren
Ref. 153 072 / Ref. 156 798 / Ref. 265 710B
Benodigde gereedschappen:
Zet de voedingsschakelaars op de stroombron
en de interface op Aan. De schakelaar voor
activering van lasspanning op de uitgang wordt
overbrugd als de stroombron wordt
aangesloten op een systeeminterface.
Trek de draad aan en houd hem
tegen; knip het uiteinde eraf.
Druk de draad door de geleiding tot aan de aandrijfrollen; blijf de lasdraad vasthouden. Druk
op de drukknop draadaanvoer omlaag tot de aandrijfrollen de draad grijpen. Stel de spanning
zover af dat de draad niet meer slipt. De Indicator dient alleen voor referentiedoeleinden.
Snijd de draad schuin af.
Houd de draad goed vast om te
voorkomen dat hij van de spoel schiet.
Motor afgebeeld zonder
afscherming van de aanvoerrol.
1/4 inch.
DRAAD
VOORBEWEGEN
6 inch
(150 mm)
5-16. De configuratie van het draadaandrijfsysteem wijzigen
254 695C
! Het snoer van de
aandrijfmotor niet afklemmen
als men het systeem verdraait.
1 Montageschroeven motor
2 Steun motor
3 Schroeven motorsteun
Om de stand van de aanvoerkop te
wijzigen moet u de schroeven van de
motorsteun verwijderen en de motor
van de steun halen. Verwijder de
motorsteunschroeven en draai de
steun in de gewenste stand. Draai de
schroeven vast om de steun vast te
zetten. Zet de motor vast op de steun
met de schroeven die eerder werden
verwijderd.
4 Schroef motorsteun
Draai de schroef van de motorsteun
los om het geheel te roteren om de
steun heen.
5 Aanvoerplaat
6 Schroef aanvoerplaat
Draai de schroef van de
aanvoerplaat los om de aanvoerplaat
te roteren om de motoras heen.
Draai het bevestigingsmateriaal
weer aan als het geheel in de
gewenste stand zit.
Benodigde gereedschappen:
3/16, 1/4 inch.
Motor afgebeeld zonder
afscherming van de aanvoerrol.
5
1
2
3
4
6
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 24
5-17. Handmatig de hoek van de aanvoerplaat op de draadaandrijving wijzigen
254 575C
1 Stelknop
Verdraai de stelknop om de
toortshoek te wijzigen.
2 Schroef naafklem
Draai de schroef vast.
3 Schroef aanvoerplaat
Draai de schroef los.
De maximale kantelhoek van
de aanvoerplaat is ongeveer
15 graden vanuit het midden
naar beide zijden.
Benodigde gereedschappen:
1/4 in.
Motor afgebeeld
zonder afscherming
van de aanvoerrol.
Draai de knop
rechtsom
1
2
3
155
155
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 25
5-18. Het aansluiten van de spanningsdetectiedraad op de toorts voor DCEP of AC werking
266 136C
1 Laskabel
2 Toorts
3 Draadaanvoer
4 Besturingskabel motor
5 Draad van de
spanningssensor
6 Toorts-aansluitstrip
Sluit de spanningssensor-draad
afkomstig van de motor-
besturingskabel aan op de
toorts-aansluitstrip.
De draad van de
spanningssensor (onderdeel
5)bij het instellen voor werking
in DCEN op een DC
stroombron. Zie Handleiding
van de DC stroombron voor de
juiste instelling voor DCEN.
Benodigde gereedschappen:
Aansluiting op SubArc
Interface (Zie hoofdstuk
5-12)
Aansluiting op SubArc
stroombron
Op Fluxcontainer
1
5
3
4
2
6
3/4 in.
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 26
5-19. Locatie van de toorts bij Tandem boogtoepassingen
254 579C / 254 695C
Benodigde
gereedschappen:
3/16, 1/4 inch.
Motor afgebeeld zonder
afscherming van de aanvoerrol.
Volg onderstaande instructie om de toorts te wijzigen naar rechts van het midden of links
van het midden.
Samenstelling als verzonden
(met de toorts rechts van het midden)
1 Aanvoerplaat
De aanvoerplaat kan worden ingesteld met
de toorts in twee verschillende locaties
voor tandem boogtoepassingen.
De stelknop voor de kantelhoek naar
links wijzigen:
2 Schroef naafklem
Draai de klemschroef van de houder los.
3 Manipulator blokkeringsschroeven
Verwijder de blokkeringsschroeven van de
manipulator en het blokkeersysteem.
4 Schroeven van inzetstuk
Verwijder de schroeven van inzetstuk
5 Inzetstuk
Verwijder het inzetstuk
6 Houderklem
Draai de houderklem 180 graden.
Zet alles in omgekeerde volgorde weer in
elkaar.
Draai het bevestigingsmateriaal weer
aan als het geheel in de gewenste
stand zit.
De toorts naar links van het midden
verplaatsen:
7 Schroef aanvoerplaat
Draai de klemschroef van de aanvoerplaat
los.
Draai de aanvoerplaat 180 graden.
Draai de schroef van de aanvoerplaat weer
vast.
8 Invoergeleider
Verwijder de invoergeleider en installeer
hem op de juiste plaats.
Toorts rechts van het midden
Toorts links van het midden
(met de stelknop voor de kantelhoek links)
2
7
1
8
3
4
6
5
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 27
5-20. Installatie en vullen van de Flux Hopper Digital Low Voltage
! Knel de stroomaanvoerslang
niet af en zorg dat de stroom ni-
et stopt. Gebruik geen natte of
vochtige stroom en houd
vreemd materiaal uit het
stroomsysteem.
1 Fluxcontainer
2 Draadaanvoer
3 Montagesteunen
Monteer de fluxcontainer op het
draadaanvoer-systeem met behulp
van de montagesteunen die er bij zijn
geleverd.
4 Rooster
Een rooster is meegeleverd om slak
en grote deeltjes uit de gebruikte flux
te halen.
Zorg ervoor dat de flux-klep gesloten
is als er gevuld wordt. Als er een
fluxrecyclesysteem op de container
wordt geïnstalleerd, open dan het
deksel van de opvangbak om flux bij
te vullen.
530° Uitvoer voor OBT600 toorts
6 Rechte uitvoer voor OBT1200
toorts
Gebruik de juiste uitvoer voor de
toorts.
1/8 inch.
Benodigde gereedschappen:
7/16 inch.
Motor afgebeeld zonder afscherming van de aanvoerrol.
267344-B / 254579-C
1 2
3
5
6
4
5-21. Manual Flux Hopper installatie en lading
279015-A / 254579-C
! Knel de stroomaanvoerslang
niet af en zorg dat de stroom
niet stopt. Gebruik geen natte
of vochtige stroom en houd
vreemd materiaal uit het
stroomsysteem.
1 Manual Flux Hopper
2 Draadaanvoer
3 Montagesteunen
Monteer de fluxcontainer op het
draadaanvoersysteem met behulp
van de montagesteunen die er bij zijn
geleverd.
Zorg dat de stroomklep gesloten is
tijdens het laden. Als er een
stroomherstelsysteem op de
container is geïnstalleerd, open het
deksel van de herstelbox om te laden
of stroom toe te voegen.
430° Uitvoer voor OBT-600
toorts
5 Rechte uitvoer voor OBT–1200
toorts
Gebruik de juiste uitvoer voor de
toorts.
1
2
3
5
3/16 in.
Benodigd gereedschap:
7/16 in.
Motor afgebeeld zonder afscherming
van de aanvoerrol.
4
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 28
HOOFDSTUK 6 BEDIENING
6-1. Definities lasbesturing
2
5
1
4
3
7
6
19
18
21
20
22
11
10
15
16
17
13
14
12
8
9
236564-B
23 24
25
26
279013-A
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 29
Wanneer het systeeminterface wordt
ingeschakeld, detecteert deze het type
stroombron en de motor die zijn
aangesloten
1 Regelknop
Met de regelknop kunt u verschillende
parameters afstellen. Lees de handleiding
over de verschillende functies die de
regelknop heeft en wat er mee ingesteld
kan worden.
2 Bovenste scherm
De bovenste scherm toont de spanning of de
tijd. Het apparaat geeft zowel de ingestelde
als de daadwerkelijke boogspanning aan.
Tijdens het lassen wordt de daadwerkelijke
lasspanning weergegeven. Het bovenste
scherm toont de tijd van de lasvolgorde
indien de tijd-LED is ingeschakeld.
3 Toets van bovenste scherm
Druk op de toets en houd hem ingedrukt om
de lastijd in te stellen of weer te geven. Laat
de knop los om de spanning weer te geven.
4 LED van de bovenste scherm
druktoets
De LED van de bovenste scherm druktoets
licht op om aan te geven dat de getoonde
informatie kan worden gewijzigd met de
regelknop.
5 Onderste scherm
Het onderste scherm toont de
draadaanvoersnelheid of de stroomsterkte.
6 Druktoets van onderste scherm
Druk op de toets om te kiezen tussen
draadaanvoersnelheid- of stroomsterkte-
functie.
7 LED van de onderste scherm druktoets
De LED van de onderste scherm druktoets
licht op om aan te geven dat de getoonde
informatie kan worden gewijzigd met de
regelknop.
8 Spannings-LED
9 Tijd-LED
10 Draadaanvoersnelheid-LED
11 Stroomsterkte-LED
De LED’s onder elk scherm lichten op om
aan te geven welke waarde in het scherm
staat.
12 Programmaweergave
Het getal van het actieve programma wordt
hier weergegeven
13 Programma-druktoets
Druk op de Programma-druktoets om
de programmakeuze te activeren. U wijzigt
het programmanummer door op de
Programma-toets te drukken en de
regelknop te verdraaien.
14 LED van de Programma-druktoets
De LED licht op om aan te geven dat
de Programma-druktoets is geactiveerd.
Meer informatie over het instellen van de
sequentieparameters vindt u in
hoofdstuk 6-3.
15 Volgorde druktoets
Met de volgordetoets kan een keuze worden
gemaakt tussen lasvolgordes. De standaard
volgorde is Lassen en die is actief bij het
aanzetten van het apparaat. Andere
lasvolgordes moeten ingesteld worden om
een boog te ontsteken. Wanneer het
apparaat een bepaalde lassituatie heeft
bereikt, wordt de weergave van de andere
volgordes afgebroken en wordt de
lastoestand weergegeven.
16 LED Volgorde druktoets
In de weergavemodus van de lasvolgorde is
de volgorde drukknop-LED uit. Wanneer de
volgorde drukknop wordt ingedrukt, knippert
de LED en hij blijft knipperen als men
doorgaat met drukken. De LED stopt met
knipperen en is uit als het systeem terugkeert
naar de lasvolgorde wergavemodus.
17 Lasvolgorde LED’s
Drie lasvolgorde LED’s bevinden zich boven
de volgorde drukknop: starten, uitkrateren en
voorgas/nagas. De desbetreffende LED licht
op om de actieve lasvolgorde aan te geven.
De desbetreffende LED gaat knipperen als
de parameter wordt gewijzigd
18 Drukknop flux
Druk op de drukknop Flux om de fluxklep te
openen of te sluiten.
19 Flux Drukknop LED
Wanneer de LED van de flux drukknop
brandt, is de flux klep is open.
Zie hoofdstuk 6-5 voor meer informatie
over het instellen van schermen
20 Instel druktoets (Setup)
Druk op de Instel-druktoets om het
Instelmenu te tonen. Als u daarna weer op de
toets drukt loopt men door de Instelmenu’s
heen.
21 LED Insteltoets
De insteltoets LED licht op als het te tonen
Instelmenu actief is.
22 Vergrendel-LED
Het Vergrendel-LED licht op als het
vergrendelen actief is.
23 Stopschakelaar
Einde lasproces
24 Startschakelaar
Start lasproces
25 Aanuitschakelaar
Zet de schakelaar AAN voor de energietoe-
voer naar de schakelkast. Zet de schakelaar
UIT om de besturing uit te schakelen.
26 Inch Up/Inch Downdrukknoppen
Deze Inch of jogschakelaars zijn
momentane drukknopschakelaars voor de
energietoevoer van alleen de aandrijfmotor,
waardoor de spanningsloze draadaanvoer
mogelijk wordt gemaakt. De spanningsloze
draad wordt aangevoerd volgens de snelheid
die door de draadaanvoerbesturing wordt in-
gesteld Om het draad de toorts uit te voeren,
druk op de Inch Downschakelaar. Om het
draad de toorts in te voeren druk, op de Inch
Downschakelaar.
Om een volgordetijd in te stellen moet men
herhaaldelijk op de bovenste schermtoets
drukken totdat tijd [t] de actieve parameter
is. Stel de gewenste tijd in met behulp van
de regelknop. Om deze uit te schakelen
zet u de tijd op nul.
De standaard instelling van het apparaat is
het weergeven van de lasspanning als een
lasvolgorde weergavemodus als eerste
wordt ingevoerd.
Alleen voor CV modus:
Op elk moment tijdens het lassen kan de
regelknop worden gebruikt om de aan-
voersnelheid van de lasdraad te verande-
ren als de LED van de onderste scherm-
drukknop brandt. De aanvoersnelheid van
de lasdraad is op het onderste scherm te
zien. Na ongeveer één seconde, keert het
onderste scherm terug naar het weer-
geven van de vorige getoonde parameter.
Alleen voor de CV+C modus:
Op elk moment tijdens het lassen kan de
regelknop worden gebruikt om de
lasstroomsterkte te veranderen als de LED
van onderste schermdrukknop. De
lasstroomsterkte is op het onderste
scherm te zien. Na ongeveer één seconde,
keert het onderste scherm terug naar het
weergeven van de vorige getoonde
parameter.
Algemene termen:
Lasvolgorde Een gedeelte van het lasprogramma, zoals gas-voorstroom, inloop, starten, lassen, kratervulling, afbrand en
gas-nastroom.
Lasprogramma Meerdere volgordes die samen een lascyclus vormen
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 30
6-2. Tractor Interfacedefinities
1
43
26
11
10
15
16
17
13
14
12
8
9
275233-A
2
24
28
25
27
76
20
21
23
18 19
5
279014-A
33
31
30
29
32
22
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 31
Wanneer het systeeminterface wordt
ingeschakeld, detecteert deze het type
stroombron en de motor die zijn
aangesloten
1 Regelknop
Met de regelknop kunt u verschillende
parameters afstellen. Lees de handleiding
over de verschillende functies die de
regelknop heeft en wat er mee ingesteld kan
worden.
2 Bovenste scherm
De bovenste scherm toont de spanning of de
tijd. Het apparaat geeft zowel de ingestelde als
de daadwerkelijke boogspanning aan. Tijdens
het lassen wordt de daadwerkelijke
lasspanning weergegeven. Het bovenste
scherm toont de tijd van de lasvolgorde indien
de tijd-LED is ingeschakeld.
3 Toets van bovenste scherm
Druk op de toets en houd hem ingedrukt om de
lastijd in te stellen of weer te geven. Laat de
knop los om de spanning weer te geven.
4 LED van de bovenste scherm druktoets
De LED van de bovenste scherm druktoets licht
op om aan te geven dat de getoonde informatie
kan worden gewijzigd met de regelknop.
5 Onderste scherm
Het onderste scherm toont de
draadaanvoersnelheid of de stroomsterkte.
6 Druktoets van onderste scherm
Druk op de toets om te kiezen tussen
draadaanvoersnelheid- of stroomsterkte-
functie.
7 LED van de onderste scherm druktoets
De LED van de onderste scherm druktoets licht
op om aan te geven dat de getoonde informatie
kan worden gewijzigd met de regelknop.
8 Spannings-LED
9 Tijd-LED
10 Draadaanvoersnelheid-LED
11 Stroomsterkte-LED
De LED’s onder elk scherm lichten op om aan
te geven welke waarde in het scherm staat.
12 Programmaweergave
Het getal van het actieve programma wordt hier
weergegeven
13 Programma-druktoets
Druk op de Programma-druktoets om
de programmakeuze te activeren. U wijzigt het
programmanummer door op de
Programma-toets te drukken en de regelknop
te verdraaien.
14 LED van de Programma-druktoets
De LED licht op om aan te geven dat
de Programma-druktoets is geactiveerd.
Meer informatie over het instellen van de
sequentieparameters vindt u in hoofdstuk
6-3.
15 Volgorde druktoets
Met de volgordetoets kan een keuze worden
gemaakt tussen lasvolgordes. De standaard
volgorde is Lassen en die is actief bij het
aanzetten van het apparaat. Andere
lasvolgordes moeten ingesteld worden om een
boog te ontsteken. Wanneer het apparaat een
bepaalde lassituatie heeft bereikt, wordt de
weergave van de andere volgordes afgebroken
en wordt de lastoestand weergegeven.
16 LED Volgorde druktoets
In de weergavemodus van de lasvolgorde is de
volgorde drukknop-LED uit. Wanneer de
volgorde drukknop wordt ingedrukt, knippert de
LED en hij blijft knipperen als men doorgaat met
drukken. De LED stopt met knipperen en is uit
als het systeem terugkeert naar de lasvolgorde
wergavemodus.
17 Lasvolgorde LED’s
Drie lasvolgorde LED’s bevinden zich boven de
volgorde drukknop: starten, uitkrateren en
voorgas/nagas. De desbetreffende LED licht op
om de actieve lasvolgorde aan te geven. De
desbetreffende LED gaat knipperen als de
parameter wordt gewijzigd
18 Drukknop flux
Druk op de drukknop Flux om de fluxklep te
openen of te sluiten.
19 Flux Drukknop LED
Wanneer de LED van de flux drukknop brandt,
is de flux klep is open.
Zie hoofdstuk 6-5 voor meer informatie
over het instellen van schermen
20 Instel druktoets (Setup)
Druk op de Instel-druktoets om het Instelmenu
te tonen. Als u daarna weer op de toets drukt
loopt men door de Instelmenu’s heen.
21 LED Insteltoets
De insteltoets LED licht op als het te tonen
Instelmenu actief is.
22 Vergrendel-LED
Het Vergrendel-LED licht op als het
vergrendelen actief is.
23 Tractor snelheidsbesturing
De snelheidsbesturing van de tractor wordt ge-
bruikt om de rijsnelheid van de tractor aan te
passen.
24 Tractor snelheidsscherm
Het snelheidsscherm van de tractor toont de
vooraf ingestelde rijsnelheid van de tractor.
25 LEDdrukknop tractor links
De LEDdrukknop voor de rijrichting brandt om
aan te geven dat de gekozen richting actief is.
26 LEDdrukknop tractor rechts
De LEDdrukknop voor de rijrichting brandt om
aan te geven dat de gekozen richting actief is.
27 Drukknop tractor links
Druk op de knop om de tractor in de gewenste
richting te koppelen.
28 Drukknop tractor rechts
Druk op de knop om de tractor in de gewenste
richting te koppelen.
29 Stopschakelaar
Einde lasproces
30 Startschakelaar
Start lasproces
31 Aanuitschakelaar
Zet de schakelaar AAN voor de energietoevoer
naar de schakelkast. Zet de schakelaar UIT om
de besturing uit te schakelen.
32 Inch Up/Inch Downdrukknoppen
Deze Inch of jogschakelaars zijn momentane
drukknopschakelaars voor de energietoevoer
van alleen de aandrijfmotor, waardoor de
spanningsloze draadaanvoer mogelijk wordt
gemaakt. De spanningsloze draad wordt aan-
gevoerd volgens de snelheid die door de draad-
aanvoerbesturing wordt ingesteld Om het
draad de toorts uit te voeren, druk op de Inch
Downschakelaar. Om het draad de toorts in te
voeren druk, op de Inch Downschakelaar.
33 Tractor modusschakelaar
De schakelaar selecteert de bedieningsmodus
voor de tractor.
Om een volgordetijd in te stellen moet men
herhaaldelijk op de bovenste schermtoets
drukken totdat tijd [t] de actieve parameter is.
Stel de gewenste tijd in met behulp van de
regelknop. Om deze uit te schakelen zet u de
tijd op nul.
De standaard instelling van het apparaat is
het weergeven van de lasspanning als een
lasvolgorde weergavemodus als eerste
wordt ingevoerd.
Alleen voor CV modus:
Op elk moment tijdens het lassen kan de
regelknop worden gebruikt om de aanvoer-
snelheid van de lasdraad te veranderen als
de LED van de onderste schermdrukknop
brandt. De aanvoersnelheid van de lasdraad
is op het onderste scherm te zien. Na on-
geveer één seconde, keert het onderste
scherm terug naar het weergeven van de vo-
rige getoonde parameter.
Alleen voor de CV+C modus:
Op elk moment tijdens het lassen kan de
regelknop worden gebruikt om de
lasstroomsterkte te veranderen als de LED
van onderste schermdrukknop. De
lasstroomsterkte is op het onderste scherm
te zien. Na ongeveer één seconde, keert het
onderste scherm terug naar het weergeven
van de vorige getoonde parameter.
Algemene termen:
Lasvolgorde Een gedeelte van het lasprogramma, zoals gas-voorstroom, inloop, starten, lassen, kratervulling, afbrand en
gas-nastroom.
Lasprogramma Meerdere volgordes die samen een lascyclus vormen
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 32
6-3. Las volgorde weergaveschermen
=LED aan
=LED knippert
Start:
Krater:
Voor-/nastroom:
236 564B
CV modus Start- en Krater- draadaanvoersnelheid op het onderste
scherm.
CV+C modus Start- en Krater- ampères op het onderste scherm.
Alle modussen Wanneer de LED-toets op het bovenste scherm
brandt, gebruik dan de regelknop om de bijbehorende schermwaarde
te wijzigen. Wanneer de LED-toets op het bovenste scherm niet brandt,
en er zijn bijstellingen gewenst, druk dan op de bovenste schermtoets
om de LED aan te zetten. Als men opnieuw op de toets drukt gaat men
heen en weer tussen spanning en tijd. De Spanning- of Tijd-LED gaat
branden om aan te geven welke waarde wordt weergegeven.
Als de druktoets LED van het onderste scherm brandt, moet u de
regelknop gebruiken om de waarde te veranderen.
Druk op de volgorde-toets en de LED’s van de volgordetoets-LED en
Start-LED gaan knipperen. In dit geval is het apparaat in de
Start-volgordemodus en worden de parameters van Start-volgorde
weergegeven op de schermen.
Druk opnieuw op de volgorde toets, en de LED van de
volgorde-druktoets en de Kratervul-LED knipperen. De LED van de
volgorde-toets blijft branden. In dit geval bevindt het apparaat zich in
de weergave van Krater vullen en worden de parameters van het
Krater vullen weergegeven op de schermen.
Druk een derde keer op de volgorde-toets en de LED van de
volgorde-toets en de LED van de Voorgas/Nagas gaan knipperen.
Druk op de toets op het onderste scherm om te kiezen tussen
voorgas en nagas.
In de Voorgas-weergavemodus, toont het bovenste scherm de
voorgastijd en het onderste scherm laat PRE zien. Om de voorgastijd
te wijzigen moet u op de bovenste schermtoets drukken en de
regelknop verdraaien..
In de Nagas-weergavemodus, toont het bovenste scherm de
nagastijd en het onderste scherm laat POST zien. Om de nagastijd
te wijzigen moet u op de bovenste schermtoets drukken en de
regelknop verdraaien.
50
00
PRE POST
50
280
.
280
.
.
00
.
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 33
6-4. Lasvolgorde-parameters in een programma
Meer informatie over de
lasvolgorde druktoetsen, zie
hoofdstuk 6-3.
Als de tijd op nul wordt ingesteld in
de lasvolgorde, gaat het lassen
door totdat de stopknop wordt
ingedrukt.
Als een tijd van een lasvolgorde
parameter op nul wordt ingesteld in
enige tijdafhankelijke parameter
m.u.v. Lassen, wordt deze
parameter overgeslagen.
Lasvolgorde
parameters
Parameters
Volt
(CV of CV+C)
Stroomsterkte
(CV+C)
Draadsnelheid
(CV (constante
spanning))
Seconden
1. Voorgas
2. Draadinloop
(‘run-in’)
3. Start
4. Lassen
5. Krater
6. Afbrand
7. Nagas
X
X
X
X
X
X
X
X
0,010,0
0,0010,00
0,0600,0
0,0010,00
0,0010,00
0,010,0
Lastijd
Kratertijd
Nagastijd
Tijd
Starttijd
Gasvoor-
stroomtijd
Voorgas
Start-toets
Inloop Start Lassen Kratervuller
Stop-toets
Afbrand Nagas Einde lasvolgorde
Afbrandtijd
X
X
X
X
X
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 34
6-5. Instelschermen
=LED aan
=LED knippert
Jog
De JOG-snelheidskeuze, aangegeven door JOG in het
bovenste scherm, kan worden gewijzigd door de regelknop te
verdraaien. De draadaanvoersnelheid voor JOG is hetzelfde
voor alle programma’s. De draadaanvoersnelheid voor JOG
kan ook worden bijgesteld tijdens het indrukken van de
omhoog- of omlaag-toets.
Modus
Lasmodus, aangegeven met MODE in het bovenste
scherm, is ingesteld op CV voor constante spanning of
CV+C voor constante spanning plus stroomsterkte,
aangegeven in het onderste scherm. Verander van modus
met de regelknop, als de onderste scherm-LED brandt.
De instelling is programma specifiek.
Druk op de insteltoets om in de schermen Instellen te
komen. Als de parameter programma specifiek is, dan wordt
het actieve programma weergegeven op het
programmascherm. Het actieve programma kan worden
gewijzigd door op de Programmatoets te drukken en
vervolgens het gewenste programma te kiezen met de
regelknop.
JOG
MODE
CV
50
.
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 35
6-5. Instelschermen (vervolg)
Balans (alleen AC units)
De balanskeuze, aangegeven met BL.FR in het bovenste
scherm, regelt de AC balans, getoond op het onderste
scherm. De eerste twee cijfers geven de positieve
balanswaarde aan gevolgd door een decimale punt.
De twee cijfers na de decimale punt geven de frequentie
aan, De balans en de frequentie zijn afhankelijk van elkaar
en kunnen niet afzonderlijk worden gewijzigd. Wijzig deze
parameter met de regelknop als de onderste
schermtoets-LED brandt, Deze instelling is programma
specifiek (zie Tabel 61 voor een lijst met alle beschikbare
balansen en frequenties).
BLFR
DCEP
.
.
Tabel 61. Balans/ Frequentie
Balans
%Positief/%Negatief
Scherm
60 Hz netaansluiting (US) 50 Hz netaansluiting (EU)
100/0 DCEP DCEP
80/20 80,18 80,15
75/25 75,23 75,19
70/30 70,18 70,15
67/33 67,30 67,25
60/40 60,18 60,15
50/50 50,30 50,25
50/50 50,18 50,15
40/60 40,18 40,15
33/67 33,30 33,25
30/70 30,18 30,15
25/75 25,23 25,19
20/80 20,18 20,15
0/100 DCEN DCEN
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 36
6-5. Instelschermen (vervolg)
Inloop
De keuze inloop, aangegeven met RUNI in het
bovenste scherm, is ingesteld op automatische of
handmatige inloop draadsnelheid. Het onderste
scherm toont AUTO om aan te geven dat
automatische inloop actief is, Met de regelknop kan
de instelling worden gewijzigd van AUTO naar een
inloop draaisnelheidinstelling. Als een startwaarde
is ingesteld is de instelling voor inloop een
percentage van de start- draadsnelheid. Anders is
de inloop een percentage van de las draadsnelheid.
Deze instelling is programma specifiek.
Afbrand
Afbrand- spanning en tijd kan worden afgesteld als
het onderste scherm BURN weergeeft en het
bovenste scherm spanning of tijd. Met de regelknop
kan de gewenste afbrandspanning of tijd ingesteld
worden
De afbrand draadsnelheid kan worden ingesteld als
het bovenste scherm BURN toont en het onderste
scherm de instelling Burnback Men kan Burnback
uitschakelen door op de onderste schermtoets te
drukken of door de regelknop te verdraaien.
Deze instellingen zijn programma specifiek.
RUNI
AUTO
280
BURN
OFF
BURN
.
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 37
Aantekeningen
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 38
6-6. Hulp-menuschermen
Vergrendeling spanningsbereik
Vergrendeling spanningsbereik is actief wanneer LOCK wordt
weergegeven op onderste scherm en de Volt-LED brandt. De
Vergrendeling spanningsbereik is standaard uit, hetgeen
wordt bevestigd door OFF (UIT) dat staat weergegeven op het
bovenste scherm. Om een spanningsvariatie tussen 0 en 10
volt in te stellen van de voor-ingestelde spanning moet men de
bovenste schermtoets indrukken en met de regelknop de
gewenste spanning in stellen. Vergrendeling spanningsbereik
is afhankelijk van het programma en onafhankelijk van de
draadaanvoersnelheid en de stroomsterktevergrendelingen.
Voor elk programma kan een andere spanningsvariatie
worden ingesteld.
Vergrendeling stroomsterktebereik (alleen voor CV+C
modus)
Vergrendeling stroomsterktebereik wordt weergegeven met
LOCK op het bovenste scherm. Vergrendeling
stroomsterktebereik is standaard uit en OFF wordt
weergegeven op het onderste scherm. Om een
stroomsterktevariatie van 0 tot 250 ampère in te stellen
vanaf de voor-ingestelde stroomsterkte moet men de
onderste schermtoets indrukken om de onderste
schermtoets-LED te laten branden en met de regelknop kan
dan de gewenste stroomsterktevariatie worden ingesteld.
De Amp-LED gaat branden als de parameter eenmaal is
gewijzigd van uit naar een bepaalde waarde.
Er wordt een hulpmenu gegeven als zowel de volgorde- als de
Instel-toets tegelijkertijd worden ingedrukt. De LED’s van de
Instel-toets en volgorde-toets knipperen als u in het Hulp-menu
bent. Druk op de Instel-toets om vooruit te bladeren of druk op
de volgorde-toets om achteruit te bladeren door het Hulp-menu.
Om het Hulp-menu te verlaten drukt u gelijktijdig op de
volgorde- als de Instel-toets of drukt u op de knop omhoog
of omlaag.
Vergrendelingen
Als er vergrendelingen actief zijn, zijn alleen vergrendelde
programma’s toegankelijk en is de vergrendelings-LED aan.
Om de vergrendelingen voor alle programma’s snel uit te
schakelen moet men gelijktijdig op de onderste en de
bovenste schermtoetsen drukken.
Alle vergrendelingen zijn afhankelijk van het programma en
onafhankelijk van elkaar. Een andere waarde kan worden
ingesteld voor elke vergrendeling voor elk programma.
Vergrendeling voor het draadaanvoer-snelheidsbereik
(alleen voor de CV modus)
Vergrendeling voor het draadaanvoer-snelheidsbereik
wordt weergegeven met LOCK op het bovenste scherm.
De Vergrendeling voor het draadaanvoer-snelheidsbereik
is standaard uit en OFF wordt weergegeven op onderste
scherm. Om een variatie tussen 0 tot 6,3 m/min in te stellen
vanaf de voor-ingestelde draadsnelheid, druk op de
onderste schermtoets en de onderste schermtoets-LED
gaat branden. Met de regelknop kan de gewenste variatie
van de draadaanvoersnelheid worden ingesteld. De
draadaanvoersnelheid -LED gaat branden als de parameter
eenmaal is gewijzigd van uit naar een bepaalde waarde.
OFF
LOCK
LOCK
OFF
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 39
Vergrendeling vasthouden
Vergrendeling vasthouden wordt weergegeven met HOLD op
het bovenste scherm. Vergrendeling vasthouden is standaard
uit en OFF wordt weergegeven op het onderste scherm. Als
Vergrendeling vasthouden wordt gewenst, moet u op de
onderste schermtoets drukken om de onderste
schermtoets-LED te laten branden en vervolgens kan men
met de regelknop de instelling op On (AAN) te zetten.
De functie Vergrendeling vasthouden werkt alleen als
er vergrendelingen actief zijn en biedt de gebruiker de
mogelijkheid om de spanning, de stroomsterkte en de
draadaanvoersnelheid bij te stellen binnen de ingestelde
grenzen tijdens het lassen. Als het lassen stopt gaan de
aangepaste waarden voor de spanning, de stroomsterkte en
de draadaanvoersnelheid tijdens het lassen weer terug naar
de waarden die zijn vooringesteld voor de start van het lassen.
Als de functie Vergrendeling vasthouden is uitgeschakeld
worden de aanpassingen die zijn gemaakt aan de
vooringestelde waarden tijdens het lassen de nieuwe
vooringestelde waarden als het lassen stopt.
Instelling van de draadaanvoersnelheid
De instelling van de draadaanvoersnelheid wordt in het
bovenste scherm getoond door “WFS” en kan worden
ingesteld op “IPM” (inches per minuut) of ”MPM” (meters per
minuut). De instelling is afhankelijk van het geselecteerde
programma.
In de Tractor Interface Digital wijzigt de draadaanvoersnelheid
de rijsnelheidseenheden van de tractor.
Regeling fluxklep
Regeling fluxklep, wordt weergegeven met FLUX op het
bovenste scherm, is ingesteld op AUTO voor automatische
regeling of op MAN voor handmatige regeling. Als men de
fluxklepregeling op AUTO instelt wordt de fluxklep
bekrachtigd als de startknop wordt ingedrukt en sluit weer de
laatste volgordestap voltooid is De regeling van de fluxklep
kan tijdelijk worden opgeheven als de fluxknop wordt gebruikt.
Als de fluxklepregeling op MAN wordt ingesteld, moet de
gebruiker de fluxklep steeds openen en sluiten met behulp
van de fluxknop.
HOLD
OFF
FLUX
AUTO
WFS
IPM
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 40
6-6. Hulpmenuschermen (vervolg)
Aantal Programma’s
Het Aantal Programma’s wordt weergegeven met NUMB
op het bovenste scherm en PROG op het onderste scherm.
Het aantal voor de gebruiker toegestane programma’s
(1 t/m 15) wordt aangegeven op het programmascherm.
Wijzig met behulp van de regelknop het maximum aantal
programma’s waar men in kan.
Draairichting Draad-aanvoermotor veranderen
De draairichting van de draad-aanvoermotor wordt getoond
met MOTR op het bovenste scherm en CW of CCW op het
onderste scherm. Veranderen van CW en CCW of
andersom wijzigt de draairichting van de motor.
NUMB
PROG
MOTR
CW
4
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 41
Bewegingsregeling
Bewegingsregeling wordt getoond met SB1 of SB2 op het
onderste scherm en wordt gebruikt voor instellen van het
lasboomrelais. Wanneer er “BUTN” wordt getoond op de
bovenste display wordt het lasboomrelais geactiveerd als de
startknop wordt ingedrukt en de eindtijd van de fluxtimer is
bereikt. Wanneer er een positieve tijd wordt gekozen, wordt
het lasboomrelais geactiveerd als de gekozen tijd is
verstreken nadat er een boog is gevormd. Wanneer er een
negatieve tijd wordt gekozen, wordt het lasboomrelais
geactiveerd als de startknop wordt ingedrukt, maar start de
lasvolgorde pas als de gekozen tijd is verstreken.
SB1 - Voor SubArc Tractor Interface Digital - Controleert startbe-
weging van de tractor.
Programma op afstand selecteren
Programma op afstand selecteren wordt weergegeven met
PSEL op het bovenste scherm. Kies met behulp van de
regelknop AAN of UIT.(Zie hoofdstuk 6-8 Programma op
afstand selecteren voor meer informatie).
=LED aan
BUTN
SB1
00
SB2
PSEL
OFF
.
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 42
6-6. Hulpmenuschermen (vervolg)
Las-tijd
Wanneer H1 wordt getoond op het programmascherm, wordt
het totaal aantal las-uren getoond op het onderste scherm,
doorgaand naar het bovenste scherm. Het totaal aantal
las-uren kan niet worden gereset. Wanneer H2 wordt getoond
op het programmascherm wordt het totaal aantal resetbare
las-uren getoond op het onderste scherm, doorgaand naar het
bovenste scherm. De resetbare las-uren worden gereset door
tegelijkertijd op de schermtoetsen van het bovenste en het
onderste scherm te drukken. Het getal dat volgt na de
decimale punt op het onderste scherm geeft het aantal
minuten aan. Wissel tussen H1 \en H2 met behulp van de
regelknop.
Cycli
Wanneer C1 wordt getoond op het programmascherm,
wordt het totaal aantal cycli getoond op het onderste
scherm, doorgaand naar het bovenste scherm. Het totaal
aantal cycli kan niet worden gereset. Wanneer “C2” wordt
getoond in het programmascherm wordt het totaal aantal
resetbare las-cycli getoond op het onderste scherm,
doorgaand naar het bovenste scherm. Het resetbare aantal
cycli wordt gereset door gelijktijdig op de schermtoetsen
van het bovenste en het onderste scherm te drukken.
Wissel tussen C1 \en C2 met behulp van de regelknop.
=LED aan
1234
5659
1234
5678
H1
C1
.
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 43
Terugzetten op fabrieksinstellingen
Om in het reset-menu te komen en de machine terug te zetten
op de fabrieksinstellingen moet u als volgt te werk gaan: Druk
gelijktijdig op de toetsen Programma, Lasvolgorde, Bovenste
Scherm en Instellen. Op het bovenste scherm wordt WIPE
weergegeven en op het onderste scherm komt NO te staan.
Ook brandt de onderste schermtoets-LED. Verdraai de
regelknop of druk op de onderste schermtoets om het
onderste scherm van NO op Yes te zetten. Druk opnieuw
gelijktijdig op de toetsen Programma, Lasvolgorde, Bovenste
Scherm en Instellen. Alle parameters m.u.v. de las- en de
cyclus-telling worden nu teruggezet op de standaard
fabrieksinstellingen.
Als u niet wenst terug te zetten, verdraai dan de regelknop tot
het onderste scherm NO aangeeft en druk gelijktijdig op de
toetsen Programma, Lasvolgorde, Bovenste Scherm en
Instellen.
Software revisienummer
Wanneer er P.REV wordt getoond op het bovenste scherm,
wordt het revisienummer van de procesbesturingsprint
getoond op het onderste scherm.
Als D.REV in het bovenscherm wordt getoond, wordt het
revisieniveau van het displaybord of tractorbord in het
benedenscherm getoond.
Wanneer er M.REV wordt getoond op het bovenste scherm,
wordt het revisienummer van de procesbesturingsprint
getoond op het onderste scherm.
Als A.REVrevisie in het bovenscherm wordt getoond, wordt
het revisieniveau van het automaatbord in het
benedenscherm getoond.
Wissel tussen kaartrevisies met behulp van de regelknop.
Timeout voor voorgas/zijbalk/draadaanvoer
Wanneer de knop Start is ingedrukt om een las te starten, geeft
het onderste display tot vier specifieke tekens aan.
1 Geeft aan dat SB1 is bekrachtigd
2 Geeft aan dat SB2 is bekrachtigd
F Geeft aan dat de fluxklep is bekrachtigd
W Geeft aan dat de motor is begonnen met de draadaanvoer
(Run In)
De tekens worden op verschillende momenten weergegeven,
afhankelijk van of er een tijd voor voorgas is ingesteld
en of een negatieve tijd is ingesteld in het menu SB.
Het bovenste display telt af vanaf de langst ingestelde tijd of
geeft alleen nullen (0.0) weer.
PREV
100
WIPE
NO
.
.
12 FW
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 44
6-7. Tractor displayschermen
=LED aan
Ref. 275233A
Normale snelheidsbediening tractor
Scherm toont metrieke of imperiale eenheden. Lichtknop
toont rijrichting. Om de richting te wijzigen, druk op de
andere knop zodat de LED aangaat.
Functionaliteit schakelknop
Systeemconfiguratie: linkerknop dient voor rijden vooruit,
en rechterknop voor rijden achteruit. In sommige
tractorconfiguraties kan de knop door het systeem in de
tegenovergestelde richting van de werkelijke rijrichting zijn
geplaatst. Dit kan verwisseld worden, dus de rechterknop
selecteert het naar voren en de linkerknop selecteert het
naar achteren rijden van de tractor. Als het systeem
stationair draait, druk gedurende twee seconden op de
linker en rechterknoppen. Na twee seconden zal de
brandende richtingsLD naar de andere knop wijzigen om
aan te geven dat het schakelen compleet is.
De richtingsknoppen van de tractor kunnen niet worden
geschakeld tijdens het lassen.
Tractor helpcodes
Zie hoofdstuk 8-7.
123.
.
-12
123
.
123
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 45
6-8. Selectie afstandsprogramma (voor SubArc Interface Digital en Motor Control
Digital)
Er zijn twee methoden om op afstand van programma te veranderen.
Methode 1
Kiezen Programma 1 afstand bediend
Zet in het hulp-menu de optie Kies programma op afstand Uit (zie hoofdstuk 6-6 Kies programma op afstand).
Een doorverbinding van klemmenblok TB1 Program Select 1 (zie hoofdstuk 5-9) naar klemmenblok TB2 (zie hoofdstuk 5-10) zal het programma
nummer doen oplopen. Als het laatste programma eenmaal is bereikt zal het weer beginnen bij programma 1.
Voorbeeld Als het aantal programma’s is ingesteld op 4 (zie hoofdstuk 6-6, Aantal programma’s) en de vergrendelingen zijn uitgeschakeld dan zal
het herhaaldelijk doorverbinden van klemmenblok TB1 naar klemmenblok TB2 de programma’s op de volgende manier wijzigen
Programma1 >Programma 2 >Programma 3 >Programma 4 >Programma1
Kiezen Programma 2 afstand bediend
Schakel in het hulpmenu de optie Kies programma op afstand, Uit (zie hoofdstuk 6-6, Kies programma op afstand).
Een doorverbinding van klemmenblok TB1 Program Select 2 (zie hoofdstuk 5-9) naar klemmenblok TB2 (zie hoofdstuk 5-10) zal het
programmanummer doen teruglopen. Als het eerste programma eenmaal is bereikt zal het volgende weer het laatste programma zijn.
Voorbeeld Als het aantal programma’s is ingesteld op 4 (zie hoofdstuk 6-6, Aantal programma’s) en de vergrendelingen zijn uitgeschakeld
dan zal het herhaaldelijk doorverbinden van klemmenblok TB1 naar klemmenblok TB2 de programma’s op de volgende manier wijzigen:
Programma 4> Programma 3> Programma 2> Programma 1> Programma 4.
Als de vergrendelingen zijn ingeschakeld, (zie hoofdstuk 6-6, Vergrendelingen) Vergrendeling spanningsbereik of Vergrendeling stroomsterktebereik
of Vergrendeling bereik draadaanvoersnelheid) dan gaat het programma door naar het volgend vergrendelde programma.
Methode 2
Zet in het hulpmenu de optie Kies programma op afstand Aan (zie hoofdstuk 6-6 Kies programma op afstand). In dat geval kan één van de 4
programma’s worden gekozen door één van de pennen (Remote Program Select Pins) te verbinden met massa zoals getoond in de volgende tabel.
Geselecteerde programma Het selecteren van een programma op
afstand 1
Het selecteren van een programma op
afstand 2
Programma 1 Niet aangesloten Niet aangesloten
Programma 2 Aangesloten Niet aangesloten
Programma 3 Niet aangesloten Aangesloten
Programma 4 Aangesloten Aangesloten
Als de vergrendelingen zijn ingeschakeld (zie hoofdstuk 6-6 Vergrendelingen) en er wordt een niet-vergrendeld programma gekozen, wordt een
programma-keuzefout weergegeven tot er een vergrendeld programma wordt gekozen of de programmakeuze-optie op afstand wordt
uitgeschakeld.
Als methode 2 wordt gekozen, schakelt methode 2 automatisch methode 1 uit.
Ref. 267618-A
TB1
TB2
Aansluitstrip
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 46
HOOFDSTUK 7 BEDIENING FLUXCONTAINER
7-1. Digital Flux Hopper bediening
! Knel de stroomaanvoerslang
niet af en zorg dat de stroom ni-
et stopt. Gebruik geen natte of
vochtige stroom en houd
vreemd materiaal uit het
stroomsysteem.
1 Besturingsskabel
Sluit de besturingskabel aan op de
4-pens stekkerdoos van de SubArc
Interface.
2 Handmatige bedieningsknop
Schakel de knop om handmatig flux te
laten vrijkomen. Laat de knop los om
de fluxstroom te stoppen.
267344-B
1
2
7-2. Manual Flux Hopper Fluxcontainer bediening
279015-A
! Knel de stroomaanvoerslang
niet af en zorg dat de stroom niet
stopt. Gebruik geen natte of
vochtige stroom en houd
vreemd materiaal uit het
stroomsysteem.
1 Fluxstroombesturingshendel
1
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 47
HOOFDSTUK 8 ONDERHOUD EN STORINGEN VERHELPEN
8-1. Routine onderhoud SubArc Interface Digital, Motor Control Digital en Remote
Pendant Digital
! Ontkoppel de netvoeding voordat
u onderhoud uitvoert.
= Controleren = Wijzigen = Reinigen Δ = Repareren = Vervangen
* Dient door de fabriek erkende servicevertegenwoordiger te worden uitgevoerd
Elke 3
maanden
 Labels
Δ Kabels en snoeren
Elke 6
maanden
:Maandelijks reinigen bij intensief gebruik.
8-2. Probleemoplossingstabel voor SubArc Interface Digital, Motor Control Digital en
Remote Pendant Digital
Probleem Oplossing
Het apparaat werkt totaal niet. Controleer het 24 V/AC circuit.
De draad wordt niet aangevoerd tijdens
het joggen.
Zet aan/uit-schakelaar S1 op de AAN-stand.
Controleer het 24 V/AC circuit.
Jog-snelheidsregeling te laag ingesteld. Verhoog de Jog-snelheidsinstelling (zie hoofdstuk 6-5).
Controleer de draadaanvoermotor, en repareer of vervang hem indien nodig.
Controleer de schakelaars voor handmatig draad aanvoer omhoog PB3 en omlaag PB4, en vervang
ze indien nodig (zie onderdelenlijst).
Laat een door de fabrikant erkende servicemonteur stuurprint PC1 nakijken en hem indien nodig
vervangen.
De draadtoevoer gaat in de verkeerde
richting tijdens het joggen
Wijzig de instelling van draadaanvoer richting van de draadaanvoermotor in het Hulp-menu
(zie hoofdstuk 6-6).
De draad wordt alleen naar beneden
aangevoerd als de drukknoppen draad
omlaag en draad omhoog wordt
ingedrukt.
Laat een door de fabrikant erkende servicemonteur stuurprint PC1 nakijken en hem indien nodig
vervangen.
De Draad wordt niet aangevoerd nadat
de startknop wordt ingedrukt
(controleer eerst of alle jogging functies
voor de draadaanvoer correct werken
voordat u dit probleem controleert).
Kijk de startschakelaar PB1 na en vervang deze indien nodig.
Geen draadaanvoersnelheidsregeling
met de regelknop tijdens het lassen.
De draadaanvoersnelheid blijft hangen
op draadinloop functie.
De draadaanvoersnelheid kan niet rechtstreeks worden geregeld/bediend in CV+C modus.
Ga na of de spanningsdetectiedraden correct zijn aangesloten.
Laat een door de fabrikant erkende servicemonteur stuurprint PC1 nakijken en hem indien nodig
vervangen.
Een onregelmatige las en geen
controle over het uitgangsvermogen.
Controleer de polariteit van de spanningsdetectiedraad.
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 48
Probleem Oplossing
Tractor beweegt niet.
Zorg dat de koppeling volledig in de aandrijfpositie staat.
Zorg dat de motor van de tractor goed op de Tractor Interface Digital is aangesloten.
Als de AUTOmodus wordt gebruikt, zorg dat de tractormodus volledig in de AUTOpositie staat.
Controleer de tijdsconfiguratie van SB1 in het hulpmenu.
Probeer de tractormodusschakelaar te wijzigen naar de AANpositie.
Laat een door de fabrikant erkende servicemonteur het bord PC1 van de Tractor Interface nakijken
en het indien nodig vervangen.
Tractor rijdt in de ”foute” richting. Wissel de linker en rechtertractorknopppen. Zie hoofdstuk 6-7.
Tractor beweegt niet nadat de Start
knop is ingedrukt.
Controleer de tijdsconfiguratie van SB1 in het hulpmenu.
Kijk de startschakelaar PB1 na en vervang deze indien nodig.
Aantekeningen
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 49
8-3. Routineonderhoud draadaanvoer
! Verbreek de verbinding met de netvoeding voordat
u met het onderhoud begint.
= Controleren = Veranderen = Reinigen Δ = Repareren = Vervangen
* Moet worden verricht door een door de fabriek erkend servicebedrijf
Elke
drie
maan-
den
Lasklemmen
Δ Kabels, snoeren en kapotte onderdelen
 Labels
Elke
zes
maan-
den
: Reinig maandelijks bij intensief gebruik.
Aandrijfrollen
OF
8-4. Inspectie en vervanging van de borstel
Ref. 254 695C / S0816
Benodigde gereedschappen:
3/8 in. (9,5 mm)
Minimum lengte
3/4 in. (19 mm)
Nieuwe lengte
Vervang beschadigde
borstels
1 Borstelkap
2 Veer-klem
3 Borstel
Verwijder de borstelkap. Verwijder
de veer-klem en de borstel.
Vervang de borstels als deze
beschadigd of kapot zijn of als er nog
maar minder dan 9,5 mm
borstelmateriaal over is.
Installeer de borstel zo dat het
kromme oppervlak aan het einde van
de borstel overeenkomt met de
kromming van de motor. Breng de
veer-klem en de kap weer aan.
Herhaal de procedure voor de
andere borstel.
Motor afgebeeld zonder
afscherming van de aanvoerrol.
1
2
3
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 50
8-5. Fout-opsporingstabel voor draadaanvoer
Probleem Oplossing
Tijden het lassen stopt de draadaanvoer
of draad loopt onregelmatig.
Stel de weerstand van de draadhaspelhouder af en stel de druk van de aandrijfrollen opnieuw af.
Kies het juiste formaat aandrijfrol.
Reinig of vervang een vuile of versleten aandrijfrol.
Kijk na op foute afmeting of versleten draadgeleiders en vervang ze.
Vervang de contacttip of liner. Zie de Handleiding voor de Eigenaar van het pistool/de toorts.
Verwijder lasspatten of vreemde afzetting rondom de opening van het mondstuk van het pistool/de toorts.
Controleer de aansluiting van de motorstekker en zet deze vast; controleer de borstels.
Zorg dat de spanning op de draadstrek inrichting niet te hoog is.
Laat een door de fabriek geautoriseerde onderhoudsmonteur aandrijfmotor nakijken.
Motor loopt langzaam. Verminder de belasting. Verlaag de spanning op de spoelrem of die op de aandrijfrol.
Zorg dat de spanning op de draadstrek inrichting niet te hoog is.
Controleer op juiste ingangsspanning.
De motor draait op volle snelheid
ongeacht de instelling van de
draadsnelheid.
Controleer de lasbedieningsunit op de juiste werking.
De motor loopt in omgekeerde richting. Zie de desbetreffende Handleiding voor de eigenaar over veranderen van motordraairichting en juiste
bedrading.
8-6. Digital Flux Hopper en Manual Flux Hopper routine onderhoud
! Verbreek de verbinding met de netvoeding voordat u met het onderhoud begint.
= Controleren = Veranderen = Reinigen Δ = Repareren = Vervangen
* Moet worden verricht door een door de fabriek erkend servicebedrijf
Dagelijks :Fluxscherm. Δ:Fluxslang.
Maandelijks
: Reinig maandelijks
OF
Periodiek af-
hankelijk van het
gebruik
Δ:Fluxuitlaatbuis.
Elke drie maan-
den
 Onleesbare labels
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 51
8-7. Hulpcodes SubArc systeem
A. SubArcsysteem
Helpcode SubArc
HELP wordt
getoond op het
bovenste
scherm, en het
codenummer
wordt getoond
op het onderste
scherm.
Status SubArc
stroombron
/probleemlampje
Elke flitsvolgor-
de wordt gevolgd
door een pauze
van één secon-
de. De volgorde
wordt ver-
volgens her-
haald.
Probleem Beschrijving
03 3 langzaam Zie 30
04 4 langzaam Zie 40
05 5 langzaam Te hoge temperatuur
in het primaire circuit
Dit geeft aan dat de rechterzijde van het apparaat oververhit is geraakt. Het
apparaat heeft zichzelf uitgeschakeld zodat de ventilatoren de rechterkant
kunnen afkoelen. Het apparaat schakelt weer in zodra deze weer binnen het
normale temperatuurbereik is.
06 6 langzaam Zie 60
26 2 snel, 6 langzaam Knop zit vast op de
systeeminterface
van de
motorregeling
Dit geeft aan dat een van de knoppen op de onderste helft van de
SubArcinterface vastzit of Remote Start, Jog Up of Jog Down werd tijdens het
opstarten ingedrukt gehouden. Zodra de knop weer vrijkomt, verdwijnt het
probleem.
30 3 snel Vastzittende
magneetschakelaar
op de stroombron
Dit geeft aan dat een magneetschakelaar (schakelaar Vermogen aan) vastzit
op de stroombron. Wanneer de schakelaar op het paneel op afstandsbediening
wordt gezet of de magneetschakelaar vrijkomt, verdwijnt het probleem.
32 3 snel, 2 langzaam Fout in de
doorstroming van
de koelvloeistof
Geeft aan dat de ingang op TB2 in de SubArcInterface niet is aangesloten op
gemeenschappelijke aansluiting op TB2 (zie de juiste handleiding voor de
Interface).
Controleer de stroming van de koelvloeistof en gemeenschappelijke
aansluitingen.
Zorg dat de gebruikte sensor een normaal geopend contact heeft. De sensor is
alleen actief als er een Strip Drive 100 is aangesloten.
40 4 snel Tachometerfout Dit geeft een Tachometerfout aan op de motor. Controleer de behuizing van de
draadaanvoer en draadspoel op obstructies. Zorg ervoor dat de motorkabel niet
parallel loopt samen met de laskabel (als handmatig aanvoer goed werkt,
kunnen stoorsignalen het tachometersignaal verstoren). Als deze code blijft
verschijnen op het scherm, neem dan contact op met de dichtstbijzijnde door
de fabrikant erkende onderhoudsmonteur.
42 4 snel, 2 langzaam Motorfout Er is een motorfout opgetreden bij de motor. Controleer het aandrijfhuis en de
draadspoel van de linker aanvoerunit op blokkades. Blijft u deze code steeds
op het scherm zien, neem dan contact op met de dichtstbijzijnde door de
fabrikant erkende onderhoudsmonteur.
44 4 snel, 4 langzaam Te lage
motorspanning
Dit geeft aan dat de bus-spanning in de SubArc interface laag is. 24 V/AC
vanaf de stroombron kan laag zijn als de primaire netspanning te laag is of, bij
DC stroombronnen, de stroombron kan onjuist zijn aan gesloten. Verhoog de
primaire netspanning tot minstens 90% van de gespecificeerde nominale
spanning. Controleer bij DC stroombronnen op correcte verbinding. Als deze
code blijft verschijnen op de display, neem dan contact op met de
dichtstbijzijnde door de fabrikant erkende onderhoudsmonteur.
45 4 snel, 5 langzaam Knop zit vast op
scherm
Of
Tractor fout
Geeft aan dat de knop op de digitale interface vastzit als het apparaat wordt
ingeschakeld. Fout zal verdwijnen als de knop wordt losgelaten.
Of
Er is een fout van de tractor error. Het scherm van de tractorversnelling zal
een extra helpcodeaanwijzing bevatten. Zie hoofdstuk 9-7-B voor meer
gegevens in de specifieke helpcodes van de tractor.
48 4 snel, 8 langzaam Fout
toortsschakelaar
Dit geeft aan dat er geen boog werd gecreëerd in de gespecificeerde tijd (het
laagste van 8 seconden of 4 inch).
56 5 snel, 6 langzaam Fout
MODBUS-regeling
Geeft aan dat de PLC lasuitgangsvermogen of flux of draadaanvoer activeert
op basis van initiële communicatie. Verwijder alle control bits van de MODBUS
101 door een reset.
60 6 snel Fout met
geheugenkaart
De lezer kan de geheugenkaart niet lezen. Defecte geheugenkaart of kaart met
verkeerd formaat of indeling.
61 6 snel, 1 langzaam Leesfout bestand Het bestand op de geheugenkaart is beschadigd.
62 6 snel, 2 langzaam Schrijffout bestand Dit wijst op een volle of defecte geheugenkaart.
63 6 snel, 3 langzaam Ongeldig bestand Het bestand op de geheugenkaart is ongeldig. De kaartlezer kon het bestand
wel van de geheugenkaart lezen. Echter, de inhoud van het bestand deugt niet.
Verwijder de kaart of druk op een willekeurige toets om de foutmelding weg te
krijgen.
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 52
8-7. Hulpcodes SubArc Systeem (vervolg)
Helpcode SubArc
HELP wordt
getoond op het
bovenste
scherm, en het
codenummer
wordt getoond
op het onderste
scherm.
Status SubArc
stroombron
/probleemlampje
Elke flitsvolgor-
de wordt gevolgd
door een pauze
van één secon-
de. De volgorde
wordt ver-
volgens her-
haald.
Probleem Beschrijving
64 6 snel, 4 langzaam Geheugenkaart ge-
blokkeerd
Men probeert een bestand op te slaan op de geheugenkaart die beveiligd is
tegen schrijven. Dit verwijst naar een beveiligingsschakelaar op de kaart.
Deblokkeer de kaart en probeer het opnieuw. Probeer een andere
geheugenkaart. Verwijder de kaart of druk op een willekeurige toets om de
foutmelding weg te krijgen. Blijft u deze code steeds op het scherm zien, neem
dan contact op met de dichtstbijzijnde door de fabrikant erkende
onderhoudsmonteur.
65 6 snel, 5 langzaam Bestand voor ‘alleen
lezen’
Er werd geprobeerd een bestand te overschrijven dat is gemarkeerd voor
‘alleen lezen’ (read only). Stem af met de eigenaar van de geheugenkaart, of
het bestand bewust is beveiligd tegen schrijven of dat het een vergissing is.
Met behulp van een pc kan het bestand beschrijfbaar worden gemaakt. Gebruik
een andere geheugenkaart. Verwijder de kaart of druk op een willekeurige toets
om de foutmelding weg te krijgen.
66 6 snel, 6 langzaam Geen geheugen-
kaart aangetroffen
Wanneer een geheugenkaart wordt gebruikt, kon de kaartlezer niet de
aanwezigheid van een kaart detecteren. Steek een geheugenkaart in de sleuf
of druk op een willekeurige toets om de foutmelding weg te krijgen. Probeer een
andere geheugenkaart. Blijft u deze code steeds op het scherm zien, neem dan
contact op met de dichtstbijzijnde door de fabrikant erkende
onderhoudsmonteur.
67 6 snel, 7 langzaam Niet ondersteund
format geheugen-
kaart
Dit geeft aan dat het bestandssysteem niet wordt ondersteund. Het formaat van
de geheugenkaart is te klein.
71 7 snel, 1 langzaam Ongeldig modeltype Bij parallelle units, komt de firmware in de besturende stroombron niet overeen
met de firmware in de erop volgende stroombronnen. Update de firmware in
beide machines naar de nieuwste revisie. Als deze code blijft verschijnen op
het scherm, neem dan contact op met de dichtstbijzijnde door de fabrikant
erkende onderhoudsmonteur.
72 7 snel, 2 langzaam Ongeldig Motortype Dit geeft aan dat er een weerstand ontbreekt of onjuist is geïnstalleerd in de
motorkabel. Zorg ervoor dat de motor die wordt gebruikt door dit systeem wordt
ondersteund, Controleer de besturingskabelaansluiting tussen de motor en de
systeem interface en draai hem indien nodig vast (Zie hoofdstuk 510). Als
deze code blijft verschijnen op het scherm, neem dan contact op met de
dichtstbijzijnde door de fabrikant erkende onderhoudsmonteur.
73 7 snel, 3 langzaam Programma-
keuzefout
Dit geeft aan dat er een ongeldig programma is gekozen met behulp van de
programmakeuze-invoer op de klemmenstrip. De programmakeuze is niet
beschikbaar, omdat de vergrendelingen zijn ingeschakeld. Deze fout verschijnt
alleen als de programmakeuzefunctie is ingeschakeld.
92 9 snel, 2 langzaam Parallelle communi-
catie verbroken
Op een volgend apparaat geeft aan dat er geen communicatie kan worden
gemaakt met de primaire unit.
Op een primair apparaat geeft aan dat de communicatie werd verbroken
tijdens het lassen.
93 9 snel, 3 langzaam PLC communicatie
verbroken
Geeft aan dat de communicatie met de PLC werd verbroken tijdens het lassen.
94 9 snel, 4 langzaam Communicatie met
automatiseringsin-
terface verbroken
Geeft aan dat de communicatie met de automatiseringsinterface werd
verbroken tijdens het lassen.
95 9 snel, 5 langzaam Seriële communica-
tie verbroken
Geeft aan dat de communicatie tussen procesbesturingsprint en
motorbesturingsprint in de SubArc interface is verbroken.
97 9 snel, 7 langzaam Primaire communi-
catie verbroken
De procesbesturingsprint van de stroombon kan niet communiceren met de
uitgangsvermogenregeling. Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact
op met de dichtstbijzijnde door de fabrikant erkende onderhoudsmonteur.
98 9 snel, 8 langzaam Seriële communica-
tie verbroken
Dit geeft aan dat de seriële communicatie eerst wel tot stand was gekomen
maar werkt nu niet goed meer. Controleer de aansluiting tussen de kabel van
de SubArc interface en die van de stroombron. Draai de connectoren zo nodig
goed vast. Tijdens een update van de firmware kan het normaal lijken dat deze
melding verschijnt. Blijft u deze code steeds op het scherm zien, neem dan
contact op met de dichtstbijzijnde door de fabrikant erkende
onderhoudsmonteur.
99 9 snel, 9 langzaam Storing in seriële
communicatie
Geeft aan dat de seriële communicatie niet goed werkt. de aansluiting tussen
de kabel van de SubArc interface en die van de stroombron. Draai connectoren
zo nodig goed vast. Tijdens een update van de firmware kan het normaal lijken
dat deze melding verschijnt. Blijft u deze code steeds op het scherm display
zien, neem dan contact op met de dichtstbijzijnde door de fabrikant erkende
onderhoudsmonteur.
Een volledige onderdelenlijst is beschikbaar op www.MillerWelds.com
OM267533 Pagina 53
B. Tractorsysteem
Tractorhelpcode Fout Beschrijving
01 Tractor niet aangesloten Geeft aan dat er geen tractor gedetecteerd is tijdens het inschakelen van het
apparaat. Zorg dat de tractor op de interface van de tractor is aangesloten en
schakel het apparaat in en uit. Blijft u deze code steeds zien, neem dan contact
op met de dichtstbijzijnde door de fabrikant erkende serviceagent.
02 Onbekende tractor aangesloten Geeft aan dat er een onbekende tractor gedetecteerd is tijdens het inschakelen
van het apparaat. Zorg dat de juiste tractor op de interface van de tractor is
aangesloten en schakel het apparaat in en uit. Blijft u deze code steeds zien,
neem dan contact op met de dichtstbijzijnde door de fabrikant erkende
serviceagent.
11 Instantane overspaning van
tractormotor
Geeft aan dat er een plotselinge grote spanningspiek naar de motor
gedetecteerd is. Controleer dat de motor en versnellingen vrij van obstructies
zijn. Controleer dat de tractor en het rijpad van de tractorkabels vrij van
obstructies is. Druk op de knop om de fout te wissen. Blijft u deze code steeds
zien, neem dan contact op met de dichtstbijzijnde door de fabrikant erkende
serviceagent.
12 Gemiddelde overspanning van
tractormotor
Geeft aan dat er een hoger dan gemiddelde stroomafname in de tractormotor is
gedetecteerd. Controleer dat de motor en versnellingen vrij van obstructies en
gruis zijn. Controleer dat de tractor en het rijpad van de tractorkabels vrij van
obstructies of vuil is. Druk op de knop om de fout te wissen. Blijft u deze code
steeds zien, neem dan contact op met de dichtstbijzijnde door de fabrikant
erkende serviceagent.
21 Tractorencoder fout Geeft aan dat de snelheidssensor van de tractormotor geen feedback geeft.
Controleer de tractormotorkabel op schade. Druk op de knop om de fout te
wissen. Blijft u deze code steeds zien, neem dan contact op met de
dichtstbijzijnde door de fabrikant erkende serviceagent.
22 Tractor te hoge snelheid Geeft aan dat de tractor 10% of meer sneller rijdt dan het gewenste instelpunt.
Controleer dat de motor en versnellingen vrij van obstructies en gruis zijn.
Controleer dat de tractor en het rijpad van de tractorkabels vrij van obstructies of
vuil is. Als het laspad van de tractor een sterke helling omlaag is, probeer deze
helling dan te verminderen. Druk op de knop om de fout te wissen. Blijft u deze
code steeds zien, neem dan contact op met de dichtstbijzijnde door de fabrikant
erkende serviceagent.
23 Tractor te lage snelheid Geeft aan dat de tractor 10% of meer langzamer rijdt dan het gewenste
instelpunt. Controleer dat de motor en versnellingen vrij van obstructies en gruis
zijn. Controleer dat de tractor en het rijpad van de tractorkabels vrij van
obstructies of vuil is. Als het laspad van de tractor een sterke helling omhoog is,
probeer deze helling dan te verminderen. Druk op de knop om de fout te wissen.
Blijft u deze code steeds zien, neem dan contact op met de dichtstbijzijnde door
de fabrikant erkende serviceagent.
Aantekeningen
OM-267533 Pagina 54
HOOFDSTUK 9 ELECTRISCH SCHEMA
261172-C
Afbeelding 9.1. Circuit Diagram For SubArc Interface Digital
OM-267533 Pagina 55
278150-B
Afbeelding 9.2. Stroomdiagram voor SubArc Tractor Interface Digital
OM-267533 Pagina 56
277430-A
Afbeelding 9.3. Stroomdiagram voor SubArc Motor Control Digital
OM-267533 Pagina 57
277431-A
Afbeelding 9.4. Stroomdiagram voor SubArc Remote Pendant Digital
OM-267533 Pagina 58
264 068B
Afbeelding 9.5. Circuit Diagram For Wire Drives
267 345-B
Afbeelding 9.6. Circuit Diagram For Flux Hopper
Aantekeningen
Aantekeningen
Geldig vanaf 1 januari 2018 (Installaties waarvan het serienummer begint met “MJ” of nieuwer)
Deze beperkte garantie vervangt alle vorige Miller garanties en is exclusief zonder andere expliciete of impliciete waarborgen of garanties.
BEPERKTE GARANTIE Afhankelijk van de onderstaande bepalin-
gen en voorwaarden garandeert Miller Electric Mfg. LLC, Appleton,
Wisconsin, zijn erkende verdeler dat nieuwe Miller installaties die ver-
kocht zijn na de geldende datum van deze beperkte garantie geen
materiaal- en/of fabricagefouten hebben. DEZE GARANTIE VER-
VANGT UITDRUKKELIJK ALLE ANDERE GARANTIES, EXPLICIET
OF IMPLICIET, VAN VERKOOPBAARHEID EN GESCHIKTHEID.
Binnen de onderstaande garantieperioden zal Miller alle onderdelen of
componenten die niet meer functioneren door dergelijke fabricage- en
materiaalfouten met garantie repareren of vervangen. Miller moet bin-
nen dertig (30) dagen schriftelijk op de hoogte worden gebracht van
een dergelijke fout of storing, waarop Miller instructies zal geven over
de garantieclaim-procedure die hierop volgt. Wanneer een melding
wordt ingediend als een online garantieclaim, moet de claim een gede-
tailleerde omschrijving bevatten van de storing en de stappen die zijn
genomen om de defecte onderdelen en de oorzaak van het defect te
identificeren.
In het geval van een dergelijke storing binnen de garantieperiode zal
Miller garantieclaims toestaan op installaties met garantie die hieron-
der zijn vermeld. Alle garantieperioden gelden vanaf de dag dat de in-
stallatie geleverd werd aan de erkende verdeler, of 18 maanden nadat
de installatie naar een internationale distributeur gezonden is.
1. 5 jaar onderdelen — 3 jaar arbeidsloon
* Originele gelijkrichters van de hoofdvoeding alleen
thyristoren, diodes en losse gelijkrichtcellen
2. 3 jaar — Onderdelen en arbeidsloon
* Automatisch verduisterende helmlenzen (uitgezonderd de
Classic-serie) (geen arbeidsloon)
* Lasapparaten/generatoren met motor
(OPMERKING: Motoren vallen onder een aparte garantie
van de motorfabrikant.)
* Voedingsbronnen van invertermachines
* Stroombronnen plasmasnijders
* Procesregelapparatuur
* Semi-automatische en automatische draadaanvoer-
systemen
* Transformator/gelijkrichter stroombronnen
3. 2 jaar — Onderdelen en arbeidsloon
* Automatisch verduisterende helmlenzen alleen
Classic-serie (geen arbeidsloon)
* Lasmaskers met automatisch donkerfilter (geen arbeidsloon)
* Rookafzuigers Capture 5 Filtair 400 en Industrial
Collector-serie
4. 1 jaar — Onderdelen en arbeidsloon tenzij gespecificeerd
* AugmentedArc en LiveArclassystemen
* Automatisch bewegende apparatuur
* Bernard BTB luchtgekoelde MIGpistolen (geen werk)
* CoolBelt en CoolBand blaasapparaten (geen arbeidsloon)
* Luchtdroogsysteem met droogmiddel
* Externe bewakingsapparatuur en sensoren
* Inbouwopties
(OPMERKING: Field Options zijn gedekt voor de
resterende garantieperiode van het product waarin ze in
geïnstalleerd zijn, of voor een minimum van één jaar —
afhankelijk van welke van de twee het langste duurt.)
* RFCS voetbedieningen (m.u.v. RFCS-RJ45)
* Rookafzuigers Filtair 130, MWX- en SWX-serie
* HF units
* ICE/XT plasmasnijdtoortsen (geen arbeidsloon)
* Stroombronnen voor inductieverwarming, koelers
(OPMERKING: Digitale recorders vallen onder aparte
garantie van de fabrikant.)
* Belastingsbanken
* Motoraangedreven pistolen (m.u.v. de Spoolmate pistolen)
* PAPR blaasunit (geen arbeidsloon)
* Positionerings- en regelapparatuur
* Rekken
* Wielonderstellen/trailers
* Puntlasapparatuur
* Draadaanvoer systemen voor onder poederdek lassen
* TIG toortsen (geen arbeidsloon)
* Tregaskiss pistolen (geen arbeidsloon)
* Waterkoelsystemen
* Draadloze voet-/hand-afstandsbediening en ontvangers
* Werkstations/Lastafels (geen arbeidsloon)
5. 6 maanden — op onderdelen
* Accu’s
6. 90 dagen — op onderdelen
* Toebehoren (sets)
* Beschermzeilen
* Inductieverwarmingsspoelen en dekens, kabels en niet
elektronische regelapparatuur
*Mpistolen
* MIGpistolen, Subarc (SAW) toortsen en
buitenbekledingskoppen
* Afstandsbedieningen en RFCSRJ45
* Vervangende onderdelen (geen arbeidsloon)
* Spoolmate pistolen
Millers True Blue® beperkte garantie geldt niet voor:
1. Slijtonderdelen zoals contacttips, snijmondstukken, mag-
neetschakelaars, koolborstels, relais, bovenbladen van
werkstations en lasgordijnen of andere onderdelen die niet
meer goed werken als gevolg van normale slijtage. (Uitzon-
dering: borstels en relais zijn wel gedekt bij alle motoraan-
gedreven producten.)
2. Onderdelen geleverd door Miller maar geproduceerd door ande-
ren, zoals motoren of handelsaccessoires. Deze onderdelen val-
len onder de eventuele garanties door de fabrikanten.
3. Installaties die veranderingen hebben ondergaan door andere
partijen dan Miller, of installaties die onjuist geïnstalleerd of ver-
keerd gebruikt zijn volgens industrierichtlijnen, of installaties die
geen redelijk en noodzakelijk onderhoud hebben gehad, of instal-
laties die gebruikt zijn voor andere dan de aangegeven toepas-
singen voor de installatie.
DE PRODUCTEN VAN MILLER ZIJN BESTEMD VOOR COMMER-
CIËLE EN INDUSTRIËLE DOELEINDEN DOOR GEBRUIKERS DIE
OPGELEID ZIJN VOOR EN ERVARING HEBBEN IN HET GEBRUIK EN
ONDERHOUD VAN LASAPPARATUUR.
De reparaties die door deze garantie worden geboden zijn, zoals Miller
dit verkiest: (1) reparatie; of (2) vervanging; of, na schriftelijke
goedkeuring van Miller (3), de vooraf goedgekeurde kosten voor de
reparatie of vervanging bij een door Miller aangewezen
servicecentrum; of (4) de betaling van of kredietverlening voor de
aankoopprijs (minus de redelijke afschrijvingskosten op basis van het
gebruik). Producten mogen niet worden geretourneerd zonder de
goedkeuring van Miller. Retourzendingen zijn voor risico en kosten
van de klant.
Bovenstaande reparaties zijn F.O.B. Appleton, WI, of een door Miller
aangewezen servicecentrum. De klant is verantwoordelijk voor trans-
port en vrachtkosten. DE HIER GENOEMDE DOOR HET TOEPAS-
SELIJKE RECHT TOEGESTANE REPARATIES VORMEN DE
ENIGE EN EXCLUSIEVE REPARATIES ONGEACHT DE RECHTS-
THEORIE. IN GEEN GEVAL ZAL MILLER AANSPRAKELIJK ZIJN
VOOR DIRECTE, SPECIALE, INCIDENTELE OF GEVOLGSCHADE
(WAARONDER VERLIES VAN INKOMSTEN), ONGEACHT DE
RECHTSTHEORIE. ELKE HIERIN NIET GENOEMDE GARANTIE
EN ELKE IMPLICIETE GARANTIE, BORGSTELLING OF VERTE-
GENWOORDIGING, INCLUSIEF ENIGE IMPLICIETE GARANTIE
VAN VERHANDELBAARHEID OF GESCHIKTHEID VOOR EEN BE-
PAALD DOEL, IS UITGESLOTEN EN ONTKEND DOOR MILLER.
Sommige staten in de V.S. staan geen beperkingen toe met betrekking
tot de duur van de garantie, noch uitsluiting van bijkomende schade,
indirecte schade, speciale schade of gevolgschade, dus bovenstaan-
de beperking kan mogelijk niet van toepassing zijn voor u. Deze ga-
rantie biedt specifieke wettelijke rechten en er kunnen eventueel ook
andere rechten van toepassing zijn; deze kunnen echter per staat ver-
schillen.
In Canada biedt de wetgeving in enkele provincies bepaalde extra ga-
ranties of oplossingen die afwijken van de bepalingen die hierin zijn op-
genomen, en bovenstaande beperkingen en uitsluitingen zijn mogelijk
niet van toepassing, voorzover er niet van mag worden afgezien.
Deze Beperkte Garantie biedt specifieke wettelijke rechten en er kun-
nen eventueel ook andere rechten zijn; deze kunnen echter per pro-
vincie verschillen.
Deze originele garantie is in Engelse juridische begrippen ge-
schreven. Bij klachten of onenigheid heeft de betekenis van de
woorden in het Engels voorrang.
miller warr_dut 201801
Vertaling van de originele instructies UITGEGEVEN IN DE VS. © 2018 Miller Electric Mfg. LLC 2018-01
Miller Electric Mfg. LLC
An Illinois Tool Works Company
1635 West Spencer Street
Appleton, WI 54914 USA
International HeadquartersUSA
USA Phone: 920-735-4505 Auto-attended
USA & Canada FAX: 920-735-4134
International FAX: 920-735-4125
Voor internationale vestigingen bezoek
website: www.MillerWelds.com
Naam van het model Serie-/typenumber
Aankoopdatum (datum waarop de apparatuur bij de oorspronkelijke klant werd bezorgd.)
Leverancier
Adres
Plaats
Staat Postcode
Volledig invullen en goed bewaren a.u.b.
Vermeld altijd de naam van het model en het serie-/typenummer
Ga naar uw leverancier voor:
Toebehoren en elektroden
Optionele apparatuur en accessoires
Persoonlijke beschermingsmiddelen
Service en reparaties
Vervangende onderdelen
Trainingen en opleidingen (scholen, videos,
boeken)
Technische handboeken (onderhoudsinformatie
en onderdelen)
Stroomkringschema’s
Handboeken over lasprocessen
Wanneer u een dealer of servicebedrijf zoekt, ga naar
www.millerwelds.com of bel 18004AMiller
Neem contact op met het
vervoersbedrijf:
Service
Eigendomspapieren
Om een schadeclaim in te dienen bij verlies of
beschadiging tijdens transport.
Neem contact op met de transportafdeling van uw distribu-
teur en/of de fabrikant van de apparatuur voor hulp bij het
indienen en afhandelen van schadeclaims.
Neem contact op met een distributeur of servicebedrijf
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68

Miller MK010149G de handleiding

Categorie
Lassysteem
Type
de handleiding