Dometic SPX1200I Installatie gids

Type
Installatie gids

Documenttranscriptie

63;,,VERRN6HLWH)UHLWDJ6HSWHPEHU AIR CONDITIONERS COOLAIR DA SV NO FI RU Bagvægsfordamperenhed Monteringsvejledning . . . . . . . . . . . . . . 100 Bakväggsförångarenhet Monteringsanvisning . . . . . . . . . . . . . . . 113 Fordamperenhet for bakvegg Monteringsanvisning . . . . . . . . . . . . . . . 126 Takaseinähaihdutinyksikkö Asennusohje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 139 Блок испарителя на задней стенке Инструкция по монтажу . . . . . . . . . . . . 152 PL SPX1200I EN DE FR Rear panel evaporator unit PT Rückwandverdampfereinheit Unité d'évaporateur pour paroi arrière Evaporador para la pared trasera Instrucciones de montaje . . . . . . . . . . . . 44 Unidade de evaporação para a parede traseira Unità di evaporazione per parete posteriore Indicazioni di montaggio . . . . . . . . . . . . 72 NL Jednotka výparníka určená na zadnú stenu Návod na montáž . . . . . . . . . . . . . . . . . . 181 CS Montageanleitung . . . . . . . . . . . . . . . . . .16 Instruções de montagem . . . . . . . . . . . . 58 IT Instrukcja montażu . . . . . . . . . . . . . . . . . 167 Installation Manual . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3 Instructions de montage. . . . . . . . . . . . . 30 ES SK Jednostka parownika tylnej ścianki Achterwandverdampereenheid Montagehandleiding . . . . . . . . . . . . . . . 86 Výparníková jednotka na zadní stěně Návod k montáži. . . . . . . . . . . . . . . . . . . 194 HU Hátfalrögzítésű párologtató egység Szerelési útmutató . . . . . . . . . . . . . . . . .207 63;,,VERRN6HLWH)UHLWDJ6HSWHPEHU CoolAir SPX1200I Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing Inhoudsopgave 86 1 Symbolen en formaten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87 2 Veiligheidsaanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87 2.1 2.2 Omgang met het toestel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87 Omgang met elektrische leidingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88 3 Handleidingconventies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88 3.1 3.2 Algemene informatie over de montagehandleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88 Doelgroep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 89 4 Gebruik volgens bestemming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 89 5 Omvang van de levering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 90 6 Installatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 90 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8 Voorgeschreven installatiewijze . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 90 Aanwijzingen voor de installatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .91 Montagepositie bepalen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92 Verdampereenheid monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 93 Afdekkap afdichten en monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 94 Voedingsleidingen naar de condensatoreenheid leggen. . . . . . . . . . . . . . . . . 94 Condensatoreenheid met de verdampereenheid verbinden. . . . . . . . . . . . . . 95 Elektrische voedingsleidingen plaatsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 95 7 Configuratie van de software van de installatie . . . . . . . . . . . . . 96 7.1 7.2 7.3 7.4 Instelmodus starten en beëindigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . P.01: Onderspanningsuitschakeling. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . P.02: Weergave temperatuurbereik. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . P.05: Hoeksensor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 Technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99 96 97 97 98 NL 63;,,VERRN6HLWH)UHLWDJ6HSWHPEHU CoolAir SPX1200I 1 ! ! A I 2 Symbolen en formaten Symbolen en formaten WAARSCHUWING! Veiligheidsaanwijzing: Het niet naleven kan leiden tot overlijden of ernstig letsel. VOORZICHTIG! Veiligheidsaanwijzing: Het niet naleven kan leiden tot letsel. LET OP! Het niet naleven ervan kan leiden tot materiële schade en de werking van het product beperken. INSTRUCTIE Aanvullende informatie voor het bedienen van het product. Veiligheidsaanwijzingen De fabrikant kan in de volgende gevallen niet aansprakelijk worden gesteld voor schade: • montage- of aansluitfouten • beschadiging van het product door mechanische invloeden en verkeerde aansluitspanning • veranderingen aan het product zonder uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant • gebruik voor andere dan de in de handleiding beschreven toepassingen 2.1 Omgang met het toestel • De bewegingsvrijheid van opleggers (de buitenste randen van de oplegger bij het sturen of inknikken) en andere aangebouwde voertuigonderdelen mag niet worden beperkt. • Gebruik de airconditioning alleen voor het door de fabrikant beschreven gebruiksdoel en voer geen wijzingen aan het toestel uit of bouw hem ook niet om. • Gebruik de airconditioning enkel als de behuizing en de leidingen onbeschadigd zijn. • De installatie, het onderhoud en eventuele reparaties mogen alleen door een gespecialiseerde firma uitgevoerd worden die met de daarmee verbonden gevaren resp. de betreffende voorschriften vertrouwd is. NL 87 63;,,VERRN6HLWH)UHLWDJ6HSWHPEHU Handleidingconventies CoolAir SPX1200I • Plaats de airconditioning niet in de buurt van ontvlambare vloeistoffen of in gesloten ruimtes. • Grijp niet in ventilatieroosters of ventilatie-openingen en steek geen vreemde voorwerpen in de installatie. • In geval van brand opent u de installatie niet, maar gebruikt u blusmiddelen die zijn toegestaan. Gebruik geen water om te blussen. • Schakel de airconditioning uit, voordat u automatische wasinrichtingen (wasstraten enz.) voor de reiniging van het voertuig gebruikt. • Maak bij werkzaamheden aan het toestel alle verbindingen met de voedingsspanning los. • Voor het omklappen van de bestuurderscabine moet de installatie worden uitgeschakeld. 2.2 Omgang met elektrische leidingen • De elektrische leidingen worden eventueel door wanden met scherpe randen geleid. Gebruik daarvoor lege buizen of leidingdoorvoeren. • Plaats geen losse of scherp geknikte leidingen op elektrisch geleidend materiaal (metaal). • Trek niet aan leidingen. • Bevestig en plaats de leidingen zodanig, dat er niet over gestruikeld kan worden en beschadiging van de kabel uitgesloten is. • De elektrische aansluiting mag alleen door een gespecialiseerde firma worden uitgevoerd. • Beveilig de aansluiting aan het stroomnet in het voertuig met een zekering van 25 A. • Leg de voedingsleiding (accukabel) nooit in de buurt van signaal- of stuurleidingen. • Borg de kabel met kabelbinders, indien nodig. 3 Handleidingconventies 3.1 Algemene informatie over de montagehandleiding Deze montagehandleiding bevat belangrijke informatie en aanwijzingen voor de installatie van de airconditioning. De informatie die daarin staat is gericht op de installatie van de airconditioning. 88 NL 63;,,VERRN6HLWH)UHLWDJ6HSWHPEHU CoolAir SPX1200I Gebruik volgens bestemming De volgende aanwijzingen helpen u bij het correcte gebruik van de montagehandleiding: • De montagehandleiding is een onderdeel van de leveromvang en moet zorgvuldig bewaard worden. • De montagehandleiding bevat belangrijke aanwijzingen voor de montage en dient tegelijk als naslagwerk voor reparaties. • Bij het niet naleven van deze montagehandleiding is de fabrikant niet aansprakelijk. Alle claims zijn in dergelijke gevallen uitgesloten. 3.2 Doelgroep Informatie over installatie en configuratie in deze handleiding richt zich tot vaklieden in installatiebedrijven die met de toe te passen richtlijnen en veiligheidsmaatregelen bij de montage van toebehoren voor vrachtwagens vertrouwd zijn. 4 Gebruik volgens bestemming De standairco CoolAir SPX1200 is bestemd voor het klimatiseren van de bestuurderscabine van een vrachtwagen met gekoelde en ontvochtigde lucht. Het gebruik tijdens het rijden is mogelijk. De achterwandverdampereenheid CoolAir SPX1200I (artikelnr. 9105305612) functioneert uitsluitend in combinatie met een condensatoreenheid CoolAir SPX1200C. Deze componenten vormen samen de standairco CoolAir SPX1200. A I NL LET OP! • De standairco SPX1200 is niet geschikt voor installatie in landbouw- en bouwmachines of dergelijke werktuigen. Bij te sterke trillingen en stofinwerking is een goede werking niet gegarandeerd. • Het gebruik van de standairco SPX1200 met spanningswaarden die afwijken van de aangegeven waarden leidt tot beschadiging van het toestel. INSTRUCTIE De standairco SPX1200 is ontworpen voor een omgevingstemperatuur van max. 52 °C in de koelmodus. 89 63;,,VERRN6HLWH)UHLWDJ6HSWHPEHU Omvang van de levering 5 Omvang van de levering Pos. in afb. 1 6 A 6.1 CoolAir SPX1200I Onderdeelnaam Aantal . Verdampereenheid met verbindingsleiding 1 3 Isolatieplaat 1 $ Randbescherming Ø 13 mm 1 / Randbescherming Ø 36 mm 1 1 Ribbelbuishouder 4 4 Borgmoer M6 x 10 mm 4 2 Deksel voor ribbelbuishouder 4 ( Afdekkap voor de achterwand 1 , Plaatschroef 3,5 x 9,5 mm 4 " Kunststof afstandhouder L = 25 mm 4 0 Zeskantschroef M6 x 40 4 # Kunststof afstandhouder L = 40 mm 8 % Zeskantschroef M6 x 110 4 & Onderlegring M6 (d1 = 6,4 mm, d2 = 20 mm) 8 – Afstandsbediening (incl. batterij van het type CR2025) 1 – Montagesjabloon verdampereenheid 1 Installatie LET OP! • De installatie van de airconditioning mag alleen door daarvoor opgeleide vakkundigen uitgevoerd worden. De volgende informatie is bestemd voor vakkundigen die met de betreffende richtlijnen en veiligheidsmaatregelen vertrouwd zijn. • De verdampereenheid moet horizontaal geïnstalleerd worden (afb. 2). Voorgeschreven installatiewijze De standairco bestaat uit de volgende componenten (afb. 3): • Condensatoreenheid CoolAir SPX1200C (2) • Achterwandverdampereenheid CoolAir SPX1200I (1) met verbindingsleiding (3) De condensatoreenheid (2) wordt aan de stabiele en rechte achterwand van de bestuurderscabine of met een stabiel bevestigingsframe gemonteerd. De verdampereenheid (1) wordt van binnen aan de achterwand van de bestuurderscabine gemonteerd. 90 NL 63;,,VERRN6HLWH)UHLWDJ6HSWHPEHU CoolAir SPX1200I I 6.2 ! ! I Installatie INSTRUCTIE De verbindingsleiding (3) kan pas na de montage van de verdampereenheid en de condensatoreenheid worden geïnstalleerd. Aanwijzingen voor de installatie WAARSCHUWING! Gevaar door stroomschok! • Verbreek voor de installatie van de standairco alle verbindingen met de accu. • Voor werkzaamheden aan componenten die op elektriciteit werken, moet ervoor gezorgd worden dat deze niet meer onder spanning staan. VOORZICHTIG! Een verkeerde installatie van de standairco kan tot onherstelbare schade aan het toestel leiden en de veiligheid van de gebruiker in gevaar brengen. Als de standairco niet conform deze montagehandleiding wordt geïnstalleerd, kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld. Noch voor bedrijfsstoringen, noch voor de veiligheid van de standairco, noch voor letsel en/of materiële schade. INSTRUCTIE • De fabrikant adviseert uitdrukkelijk het gebruik van een voertuigspecifiek bevestigingsframe van voor de optimale montage van de bijbehorende condensatoreenheid SPX1200C aan de achterwand van de bestuurderscabine. • Nadat u het systeem hebt geïnstalleerd, moeten de vastgelegde parameters van de software van de installatie worden gecontroleerd (hoofdstuk „Configuratie van de software van de installatie” op pagina 96). Lees voorafgaand aan de installatie van de standairco deze montagehandleiding volledig door. Neem de volgende tips en aanwijzingen bij de installatie van de standairco in acht: • Neem voor de volgende informatie contact op met de fabrikant van het voertuig: – Is de achterwand van de bestuurderscabine geschikt voor het aanbrengen van de installatie? – Kan de opbouw het statische gewicht en de belastingen door de standairco bij een rijdend voertuig dragen? • Controleer de afmetingen van de installatie (afb. 2). • Controleer voor de installatie van het systeem of door de montage voertuigcomponenten beschadigd, vervormd of in hun werking beperkt kunnen raken. NL 91 63;,,VERRN6HLWH)UHLWDJ6HSWHPEHU Installatie CoolAir SPX1200I • Vermijd onnodige en veelvuldige mechanische belasting van de voedingsleiding tussen verdamper- en condensatoreenheid. Beschadigingen kunnen leiden tot koelmiddellekkage en tot beperking van het vermogen van de installatie. • De meegeleverde montageonderdelen mogen bij de montage niet eigenmachtig worden gewijzigd. • De ventilatieopeningen (roosters) mogen niet worden afgedekt (minimumafstand tot andere aanbouwdelen: 10 cm). • U kunt de installatie zowel via de hoofdverdeler van de vrachtwagen als direct met de accu verbinden. Hierbij dient u de voorkeur te geven aan de aansluiting via de hoofdverdeler. Bij enkele voertuigen worden grotere verbruikers bij aansluiting via de hoofdverdeler na korte tijd uitgeschakeld, wanneer de stroombehoefte te hoog is. Vraag de fabrikant van uw voertuig naar de specificaties van de hoofdverdeler. • Neem bij de installatie van het systeem en bij de elektrische aansluiting de richtlijnen van de fabrikant van de opbouw in acht. 6.3 Montagepositie bepalen De montagepositie van de installatie moet aan de volgende criteria voldoen: • Onderhoudswerkzaamheden moeten eenvoudig kunnen worden uitgevoerd. • Er moet voldoende ruimte zijn voor de koelmiddelleiding. • De lengte van de koelmiddelleiding (ca. 2,1 m) moet voldoende zijn om de condensator- en verdampereenheid te verbinden. De leiding mag niet gespannen worden gelegd (afb. 3). • Het bevestigingsoppervlak moet zo vlak mogelijk zijn. Bij oneffen oppervlakken moeten afstandshulzen worden gebruikt. Bij het gebruik van afstandshulzen moeten langere bevestigingsschroeven met voldoende trekvastheid (niet bij de montageset inbegrepen) worden gebruikt. I 92 INSTRUCTIE De meegeleverde bevestigingsschroeven M6 x 40 zijn afgestemd op het gebruik van de meegeleverde afstandshulzen l = 25 mm (bijv. MAN TGX). De meegeleverde bevestigingsschroeven M6 x 110 zijn afgestemd op het gebruik van de meegeleverde afstandshulzen l = 40 mm (bijv. Volvo FH vanaf bouwjaar 2013) (twee afstandshulzen per schroef). Door de afstandshulzen te combineren kunnen verschillende afstanden tussen de achterwand van de bestuurderscabine en de binnenbekleding worden gerealiseerd. De schroef mag niet meer dan 15 mm uit de moer steken. Indien geen of andere afstandshulzen gebruikt worden, moeten de bevestigingsschroeven worden aangepast. Anders kan de behuizing van de installatie beschadigd raken. NL 63;,,VERRN6HLWH)UHLWDJ6HSWHPEHU CoolAir SPX1200I 6.4 Installatie Verdampereenheid monteren De verdampereenheid wordt horizontaal aan de achterwand van de bestuurderscabine in de buurt van de slaapkooi geïnstalleerd. ➤ In de cabine een positie zoeken die geschikt is voor de bevestiging en die een goede luchtverdeling mogelijk maakt. A LET OP! • Let op dat de meegeleverde boorsjabloon niet ondersteboven wordt gehouden. • U kunt de boorsjabloon vanbinnen of vanbuiten tegen de bestuurderscabine houden. Let op dat u de volgende boorgaten voor de verbindingsleiding en de condenswaterleiding gebruikt: – vanbinnen: de met „Innen/Inside” aangeduide boorgaten – vanbuiten: de met „Außen/Outside” aangeduide boorgaten ➤ Gaten voor het bevestigen van de verdampereenheid boren (afb. 5). I INSTRUCTIE Bij een grotere afstand van de binnenbekleding tot de achterwand van de bestuurderscabine moet het boorgat (Ø 15 mm) voor de schuin aflopende condenswaterleiding iets lager worden geboord dan aangegeven op de sjabloon. Als de afstand van de binnenbekleding tot de achterwand van de bestuurderscabine ca. 25 mm bedraagt, moet het boorgat (Ø 15 mm) ca. 5 mm lager worden geboord, opdat het condenswater kan wegstromen. ➤ Gat voor de verbindingsleiding (Ø 30 mm) boren (afb. 6). ➤ Gat voor de condenswaterleiding (Ø 13 mm) boren (afb. 6). A LET OP! Let op dat het koppelingsdeel met de dunne capillaire buisleiding niet verdraaid of geknikt wordt. ➤ De verbindingsleiding voorzichtig afwikkelen. ➤ Verdampereenheid aanbrengen (afb. 7). ➤ Verdampereenheid van buiten bevestigen (afb. 8). NL 93 63;,,VERRN6HLWH)UHLWDJ6HSWHPEHU Installatie 6.5 A I CoolAir SPX1200I Afdekkap afdichten en monteren LET OP! Vermijd bij het buigen van de voedingsleiding een te kleine radius. Gebruik voor het buigen een geschikt rond voorwerp dat u eronder legt. Bij een te kleine radius wordt de koelmiddelleiding geknikt en is de standairco niet bedrijfsklaar. INSTRUCTIE Wanneer u nog een beschadiging van de achterwand van de bestuurderscabine (boorgat) wilt vermijden, kunt u de afdekkap ook vastplakken met een geschikte lijm. Neem de aanwijzingen van de lijmfabrikant in acht. ➤ Clip monteren (afb. 9). ➤ Afdekkap bevestigen (afb. 9). 6.6 I Voedingsleidingen naar de condensatoreenheid leggen INSTRUCTIE • Neem ook de montagehandleiding voor de condensatoreenheid SPX1200C in acht. • Monteer eerst de condensatoreenheid SPX1200C om de exacte positie van de condensatoreenheid te kennen. Daardoor wordt het herhaald buigen van de koperen leiding vermeden. • Let daarbij op de maximale lengte van de voedingsleidingen van 2,1 m. • Vermijd bij het leggen en buigen van voedingsleidingen kleine radiussen. Gebruik voor het buigen een geschikt rond voorwerp dat u eronder legt. Bij een te kleine radius wordt de koelmiddelleiding geknikt en is de standairco niet bedrijfsklaar. • Wanneer u geen extra boorgaten in de achterwand van de bestuurderscabine wilt aanbrengen, kunt u de clips ook vastplakken met een geschikte lijm. Neem de aanwijzingen van de lijmfabrikant in acht. ➤ Verkort de niet-benodigde lengte van de voedingsleiding door een bocht te buigen. ➤ Toevoerleiding met de clips bevestigen op de achterwand van de bestuurderscabine (afb. 0). 94 NL 63;,,VERRN6HLWH)UHLWDJ6HSWHPEHU CoolAir SPX1200I 6.7 Installatie Condensatoreenheid met de verdampereenheid verbinden ➤ Aansluitkabel in een bocht door de opening in de onderzijde van de condensatoreenheid naar buiten leiden. ➤ Aansluitkabel zoals afgebeeld monteren (afb. a en afb. b). 6.8 ! A I Elektrische voedingsleidingen plaatsen WAARSCHUWING! • De elektrische aansluiting mag alleen door gespecialiseerd vakpersoneel worden uitgevoerd. • Voor werkzaamheden aan elektrische componenten moet ervoor gezorgd worden dat er geen spanning is. LET OP! • Beveilig de aansluiting aan het stroomnet in het voertuig met een zekering van 25 A. • De accu moet in staat zijn om de nodige stroom en spanning (hoofdstuk „Technische gegevens” op pagina 99) te leveren. INSTRUCTIE De installatie beschikt standaard over een 4 m lange kabel met een doorsnede van 8 mm2. Indien langere kabellengtes nodig zijn, moet de kabeldiameter door een geautoriseerde werkplaats worden vergroot: Verleng de kabel in dat geval met een kabel van 16 mm². Verbind de kabel op een deskundige manier. De kabel van 16 mm² mag niet langer zijn dan 8 m. U kunt de installatie zowel via de hoofdverdeler van de vrachtwagen als direct met de accu verbinden. Hierbij dient u de voorkeur te geven aan de aansluiting via de hoofdverdeler. Vraag uw voertuigfabrikant naar de specificaties van de hoofdverdeler. ➤ Aansluitleidingen monteren. ➤ Aansluitleiding in het voertuig aansluiten (afb. c). NL 95 63;,,VERRN6HLWH)UHLWDJ6HSWHPEHU Configuratie van de software van de installatie 7 CoolAir SPX1200I Configuratie van de software van de installatie Voor de eerste ingebruikneming van de installatie kan de besturing aan de verschillende inbouwomstandigheden worden aangepast. Deze aanpassing moet door de monteur worden uitgevoerd (afb. 4). DisplayParameter weergave I 7.1 Fabrieksinstelling Betekenis P.01 Onderspanningsuitschakeling De accumonitor schakelt bij de hier 22,8 V gedefinieerde spanning de installatie uit. P.02 Weergave temperatuureenheid De temperatuur kan in °C of °F worden weergegeven. °C P.05 Hoeksensor De hoeksensor kan op een nulstand worden gekalibreerd. – INSTRUCTIE De instelmodus kan ook nog opgeroepen worden, als de onderspanningsbeveiliging de installatie heeft uitgeschakeld en er nog een restspanning beschikbaar is. Instelmodus starten en beëindigen ➤ Toets ➤ Toets indrukken en ingedrukt houden. langer dan 3 s indrukken. ✓ Het display toont het symbool . ✓ De aircoinstallatie schakelt in instelmodus. ✓ Het display toont „P.01”, en het symbool ➤ Met de toetsen of menu te selecteren. ➤ Toets ➤ Toets 96 brandt. door de menulijst schuiven om het gewenste indrukken om het gewenste menu te openen. langer dan 3 s indrukken om de instelmodus te verlaten. NL 63;,,VERRN6HLWH)UHLWDJ6HSWHPEHU CoolAir SPX1200I 7.2 Configuratie van de software van de installatie P.01: Onderspanningsuitschakeling De accumonitor beschermt de accu tegen te diepe ontlading. A LET OP! De accu heeft bij het uitschakelen door de accumonitor niet meer de volle laadcapaciteit. Vermijd meermaals starten of het gebruik van stroomverbruikers. Zorg ervoor dat de accu weer geladen wordt. Zodra de benodigde spanning weer beschikbaar is, kan de installatie weer worden gebruikt. Als voor de standairco alleen nog de hier ingestelde voedingsspanning ter beschikking staat, wordt de installatie uitgeschakeld. ➤ Instelmodus starten (hoofdstuk „Instelmodus starten en beëindigen” op pagina 96). ✓ Het display toont „P.01”, en het symbool ➤ Toets brandt. indrukken om de waarde te wijzigen. ✓ De actueel ingestelde waarde wordt weergegeven. ➤ Met de toetsen of de waarde voor de onderspanningsuitschakeling selecteren. De onderspanningsuitschakeling kan in 0,1-V-stappen van 20,0 V tot 23,5 V worden ingesteld. I INSTRUCTIE De waarde voor de onderspanningsuitschakeling mag uiterlijk zo laag worden ingesteld dat steeds voldoende spanning in de accu voorhanden is om de motor te kunnen starten. In de regel mag de waarde niet minder dan 22 V bedragen. ➤ Toets indrukken om de waarde op te slaan. ✓ De ingestelde waarde wordt opgeslagen en bij de herstart van de installatie gebruikt. ✓ U bevindt zich nu weer in de menulijst en kunt met de toetsen menu selecteren. 7.3 of een P.02: Weergave temperatuurbereik De installatie kan de ruimtetemperatuur in °C of °F weergeven. Deze parameter kan worden geconfigureerd: ➤ Instelmodus starten (hoofdstuk „Instelmodus starten en beëindigen” op pagina 96). ✓ Het display toont „P.01”, en het symbool ➤ Met de toetsen NL of brandt. het menu P.02 selecteren. 97 63;,,VERRN6HLWH)UHLWDJ6HSWHPEHU Configuratie van de software van de installatie CoolAir SPX1200I ✓ Het display toont „P.02”, en het symbool brandt. ➤ Toets indrukken om de waarde te wijzigen. ✓ Het kengetal van de actueel ingestelde waarde wordt aangegeven: – 0: °C – 1: °F ➤ Met de toetsen ➤ Toets of de gewenste temperatuureenheid selecteren. indrukken om de waarde op te slaan. ✓ De ingestelde waarde wordt opgeslagen en bij de herstart van de installatie gebruikt. ✓ U bevindt zich nu weer in de menulijst en kunt met de toetsen menu selecteren. 7.4 of een P.05: Hoeksensor Het elektrische systeem van de installatie dat de installatie wordt ingeschakeld, als het voertuig sterk hellend wordt geparkeerd. Omdat sommige voertuigen over een hellend dak beschikken, moet de hoeksensor voor gebruik op de nulstand worden gekalibreerd. ➤ Voertuig op een ander punt parkeren. ➤ Instelmodus starten (hoofdstuk „Instelmodus starten en beëindigen” op pagina 96). ✓ Het display toont „P.01”, en het symbool ➤ Met de toetsen of brandt. het menu P.05 selecteren. ✓ Het display toont „P.05”. ➤ Toets indrukken om de waarde te wijzigen. ✓ Het kengetal van de actueel ingestelde waarde wordt aangegeven. ➤ Met de toetsen ➤ Toets of de waarde „1” selecteren. indrukken om de waarde op te slaan. ✓ De ingestelde waarde wordt opgeslagen en bij de herstart van de installatie gebruikt. ✓ U bevindt zich nu weer in de menulijst en kunt met de toetsen menu selecteren. 98 of een NL 63;,,VERRN6HLWH)UHLWDJ6HSWHPEHU CoolAir SPX1200I 8 Technische gegevens Technische gegevens Standairco CoolAir SPX1200 met achterwandverdampereenheid SPX1200I Max. koelvermogen: 1200 W Nominale ingangsspanning: 24 Vg Ingangsspanningsbereik: 20 Vg – 30 Vg Bedrijfstemperatuurbereik: +5 tot +52 °C Stroomverbruik: 12 – 22 A Onderspanningsuitschakeling: Configureerbaar Afmetingen (b x h x d): condensatoreenheid 346 x 560 x 156 mm verdampereenheid 648 x 278 x 144 mm Gewicht: Verdampereenheid 15 kg (inclusief verbindingsleidingen) Condensatoreenheid 21 kg (zonder bevestigingsframe) Keurmerk/certificaat: NL 99
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171
  • Page 172 172
  • Page 173 173
  • Page 174 174
  • Page 175 175
  • Page 176 176
  • Page 177 177
  • Page 178 178
  • Page 179 179
  • Page 180 180
  • Page 181 181
  • Page 182 182
  • Page 183 183
  • Page 184 184
  • Page 185 185
  • Page 186 186
  • Page 187 187
  • Page 188 188
  • Page 189 189
  • Page 190 190
  • Page 191 191
  • Page 192 192
  • Page 193 193
  • Page 194 194
  • Page 195 195
  • Page 196 196
  • Page 197 197
  • Page 198 198
  • Page 199 199
  • Page 200 200
  • Page 201 201
  • Page 202 202
  • Page 203 203
  • Page 204 204
  • Page 205 205
  • Page 206 206
  • Page 207 207
  • Page 208 208
  • Page 209 209
  • Page 210 210
  • Page 211 211
  • Page 212 212
  • Page 213 213
  • Page 214 214
  • Page 215 215
  • Page 216 216
  • Page 217 217
  • Page 218 218
  • Page 219 219
  • Page 220 220
  • Page 221 221
  • Page 222 222

Dometic SPX1200I Installatie gids

Type
Installatie gids