Miller XMT 304 CC/CV 400 VOLT (CE) de handleiding

Categorie
Lassysteem
Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

Processen
Multiproces Lassen
OM-233 045P/dut
2012−11
Beschrijving
Lasstroombron
XMT 304 CC/CV
(400 Volt Modellen)CE
R
HANDLEIDING
www.MillerWelds.com
Miller Electric maakt een complete lijn
lasapparaten en aanverwante
lasproducten. Wilt u meer informatie
over de andere kwaliteitsproducten van Miller, neem dan contact op met uw
Miller-leverancier. Hij heeft de nieuwste overzichtscatalogus en afzonderlijke
productleaflets voor u.
Bedankt en gefeliciteerd dat u voor Miller hebt gekozen. Nu kunt u aan de
slag en alles meteen goed doen. Wij weten dat u geen tijd heeft om het an-
ders dan meteen goed te doen.
Om die reden zorgde Niels Miller, toen hij in 1929 voor het eerst met het
bouwen van booglasapparatuur begon, er dan ook voor dat zijn producten
lang meegingen en van superieure kwaliteit waren. Net als u nu konden
zijn klanten toen zich geen mindere kwaliteit veroorloven. De producten
van Miller moesten het beste van het beste zijn. Zij moesten gewoon het
allerbeste zijn dat er te koop was.
Tegenwoordig zetten de mensen die Miller-producten bouwen en verkopen
die traditie voort. Ook zij zijn vastbesloten om apparatuur en service te
bieden die voldoet aan de hoge kwaliteits- en prestatiestandaards die in
1929 zijn vastgelegd.
Deze handleiding voor de eigenaar is gemaakt om u optimaal gebruik te
kunnen laten maken van uw Miller-producten. Neem even de tijd om de
veiligheidsvoorschriften door te lezen. Ze helpen u om uzelf te beschermen
tegen mogelijke gevaren op de werkplek. We hebben ervoor gezorgd, dat u
de apparatuur snel en gemakkelijk kunt installeren. Bij Miller kunt u reke-
nen op jarenlange betrouwbare service en goed
onderhoud. En mocht uw apparatuur om wat
voor reden dan ook ooit moeten worden gerepa-
reerd, dan kunt u in het hoofdstuk Onderhoud &
Storingen precies nagaan wat het probleem is.
Aan de hand van de onderdelenlijst kunt u bepa-
len welk onderdeel u precies nodig hebt om het
probleem te verhelpen. Ook vindt u de garantie
en de onderhoudsinformatie voor uw specifieke
model bijgesloten.
Miller was de allereerste
fabrikant van lasapparatuur in
de VS die het ISO 9001
kwaliteitscertificaat behaal-
de.
Elke krachtbron van Miller
gaat vergezeld de meest
probleemloze garantie in
onze bedrijfstak − u werkt er
hard genoeg voor.
Van Miller voor u
INHOUDSOPGAVE
HOOFDSTUK 1 − VEILIGHEIDSMAATREGELEN − LEES DIT VÓÓR GEBRUIK 1....................
1-1. De betekenis van de symbolen 1.........................................................
1-2. De risico’s van het booglassen 1.........................................................
1-3. Aanvullende symbolen voor installatie, bediening en onderhoud 3.............................
1-4. Californië-voorstel 65, waarschuwingen 4..................................................
1-5. Belangrijkste Veiligheidsvoorschriften 5...................................................
1-6. Informatie over elektrische en magnetische velden (EMV -informatie) 5.........................
HOOFDSTUK 2 − DEFINITIES 7...............................................................
2-1. Meer veiligheidssymbolen en definities 7..................................................
2-2. Diverse symbolen en definities 9.........................................................
HOOFDSTUK 3 − INSTALLATIE 10..............................................................
3-1. Belangrijke informatie betreffende CE-producten (voor verkoop binnen de EU) 10.................
3-2. Locatie van typeplaatje met serienummer en aansluitgegevens 10..............................
3-3. Technische gegevens 10.................................................................
3-4. Omstandigheden gebruik en opslag 10.....................................................
3-5. Inschakelduur en oververhitting 11........................................................
3-6. Stroom-spanning 11.....................................................................
3-7. Afmetingen en gewicht 12................................................................
3-8. Een locatie kiezen 12....................................................................
3-9. Aansluitklemmen van de laskabels en het kiezen van de kabelafmetingen 13.....................
3-10. Informatie over de 14-pin contrastekker 14..................................................
3-11. 110 Volt AC duplex contrastekker 14.......................................................
3-12. Leidraad voor elektrotechnisch onderhoud 15...............................................
3-13. Driefasen ingangsvermogen aansluiten 16..................................................
HOOFDSTUK 4 − BEDIENING 18...............................................................
4-1. Bedieningsfuncties op het voorpaneel 18...................................................
4-2. Meterfuncties 19........................................................................
4-3. Standen van de proceskeuzeschakelaar 20.................................................
4-4. Lift-Arc TIG-startprocedure 21............................................................
HOOFDSTUK 5 − ONDERHOUD EN STORINGEN VERHELPEN 22.................................
5-1. Routine-onderhoud 22...................................................................
5-2. De binnenzijde van het apparaat schoonblazen 22...........................................
5-3. Hulpscherm voltmeter/ampèremeter 23.....................................................
5-4. Hulpscherm voltmeter/ampèremeter (vervolg) 24............................................
HOOFDSTUK 6 − ELECTRISCH SCHEMA 27.....................................................
HOOFDSTUK 7 − ONDERDELENLIJST 28.......................................................
GARANTIE
DECLARATION OF CONFORMITY
for European Community (CE marked) products.
MILLER Electric Mfg. Co., 1635 Spencer Street, Appleton, WI 54914 U.S.A. declares that the
product(s) identified in this declaration conform to the essential requirements and provisions of
the stated Council Directive(s) and Standard(s).
Product/Apparatus Identification:
Product Stock Number
XMT 304 CC/CV 400V, AUX POWER, CE 907370
Council Directives:
2006/95/EC Low Voltage
2004/108/EC Electromagnetic Compatibility
2011/65/EU Restriction of the use of certain hazardous substances in electrical and electronic equipment
Standards:
IEC 609741:2005 Arc welding equipment – Part 1: Welding power sources
IEC 6097410:2007 Arc Welding Equipment – Part 10: Electromagnetic compatibility (EMC) requirements
EN 50445:2008 Product family standard to demonstrate compliance of equipment for resistance welding,
arc welding and allied processes with the basic restrictions related to human exposure to electromagnetic
fields (0 Hz – 300Hz)
Signatory:
_____________________________________ ___________________________________________
David A. Werba
Date of Declaration
MANAGER, PRODUCT DESIGN COMPLIANCE
September 28, 2012
241525D
OM-233 045 Pagina 1
HOOFDSTUK 1 − VEILIGHEIDSMAATREGELENLEES DIT VÓÓR
GEBRUIK
dut_som_2011−10
7
Bescherm uzelf en anderen tegen letsel — Lees deze belangrijke veiligheidsvoorzorgsmaatregelen en bedieningsinstructies, volg ze
op en bewaar ze.
1-1. De betekenis van de symbolen
GEVAAR! − Duidt op een gevaarlijke situatie die moet
worden vermeden omdat hij anders leidt tot ernstig of
dodelijk letsel. De mogelijke gevaren worden getoond
met bijbehorende symbolen of uitgelegd in de tekst.
Duidt op een gevaarlijke situatie die moet worden ver-
meden omdat hij anders kan leiden tot ernstig of dode-
lijk letsel. De mogelijke gevaren worden getoond met
bijbehorende symbolen of uitgelegd in de tekst.
OPGELET − Aanduiding voor mededelingen die niet zijn gerelateerd
aan persoonlijk letsel.
. Aanduiding voor speciale instructies.
Deze groep symbolen duidt op Waarschuwing! Kijk uit! Gevaar voor/
van mogelijke ELEKTRISCHE SCHOK, BEWEGENDE ONDERDE-
LEN en HETE ONDERDELEN. Raadpleeg de symbolen en de bijbe-
horende instructies om deze risico’s te vermijden.
1-2. De risico’s van het booglassen
Onderstaande symbolen worden in de hele handleiding ge-
bruikt om u ergens op te attenderen en om mogelijke risico’s
aan te geven. Als u een dergelijk symbool ziet, wees dan voor-
zichtig en volg de bijbehorende instructies op om problemen
te voorkomen. De veiligheidsinformatie hieronder is slechts
een samenvatting van de veiligheidsvoorschriften in Sectie
{+}. Lees en volg alle veiligheidsvoorschriften.
Alleen bevoegde personen moeten dit onderdeel installeren,
bedienen, onderhouden en repareren.
Zorg dat iedereen, en vooral kinderen, uit de buurt blijven tij-
dens het gebruik van dit apparaat.
Een ELEKTRISCHE SCHOK kan do-
delijk zijn
Het aanraken van onder stroom staande onderdelen
kan fatale schokken en ernstige brandwonden
veroorzaken. De elektrode en het werkstuk staan
onder stroom als de machine ingeschakeld is. Het
voedingsgedeelte en de interne circuits van de
machine staan eveneens onder stroom als het
apparaat aan staat. Bij semi-automatisch of au-
tomatisch draadlassen staat het draad, de spoel, de
ruimte waar het lasdraad zich in de machine bevindt
en alle metalen onderdelen die in aanraking zijn met
de lasdraad onder stroom. Verkeerd geïnstalleerde
of onvoldoende geaarde installaties kunnen geva-
ren opleveren.
D Raak onderdelen die onder stroom staan niet aan
D Draag droge, isolerende handschoenen en lichaamsbescherming
zonder gaten
D Isoleer u zelf van het werkstuk en de grond door droge isolatiema-
tjes of kleden te gebruiken die groot genoeg zijn om elk contact met
de grond of het werkstuk te voorkomen
D Gebruik geen wissel−(AC) uitgangsspanning in een vochtige om-
geving, als u beperkte bewegingsvrijheid hebt of als het gevaar
bestaat dat u kunt vallen
D Gebruik ALLEEN wissel− (AC) uitgangsspanning als het laspro-
ces dit vereist.
D Als er wissel− (AC) uitgangsspanning is vereist, gebruik dan de af-
standsbediening als die op het apparaat aanwezig is.
D Er zijn extra veiligheidsmaatregelen nodig als zich een van de vol-
gende elektrisch gevaarlijke omstandigheden voordoet: op
vochtige locaties of als u natte kleding draagt; op metalen con-
structies zoals vloeren, roosters of steigers; in een verkrampte
lichaamshouding bijvoorbeeld als u zit, knielt of ligt; of wanneer het
risico van onvermijdelijk of toevallig contact met het werkstuk of de
aarde groot is. Gebruik onder deze omstandigheden de volgende
apparatuur in de aangegeven volgorde: 1) een semi−automatisch
gelijkstroom (draad−) lasapparaat met constante spanning, 2) een
handbediend gelijkstroom (elektrode−) lasapparaat, of 3) een wis-
selstroom lasapparaat met een lagere spanning en open circuit. In
de meeste gevallen wordt het gebruik van een gelijkstroom lasap-
paraat met lagere spanning aanbevolen. En werk niet alleen!
D Als er wissel− (AC) uitgangsspanning is vereist, gebruik dan de af-
standsbediening als die op het apparaat aanwezig is.
D Zet de hoofdstroom uit of stop de motor voordat u deze installatie
installeert of nakijkt. Zet de stroom uit volgens OSHA 29 CFR
1910.147 (zie de Veiligheidsvoorschriften)
D Installeer, aard en bedien deze installatie in overeenstemming met
de Handleiding voor gebruikers en landelijke of lokale voor-
schriften.
D Controleer altijd de aarding van de voeding en wees er zeker van
dat de aardingsgeleider van de voedingskabel goed aangesloten
is op de aansluitklem van het apparaat en dat de stekker van de
kabel aangesloten is op een correct geaarde contactdoos.
D Als u het apparaat aansluit op het net, verbind dan eerst de aar-
dingsgeleider en controleer de aansluitingen grondig.
D Houd snoeren droog, vrij van olie en vet en bescherm deze tegen
heet metaal en vonken.
D Controleer de kabel regelmatig op beschadigingen of openlig-
gende bedrading en vervang de kabel onmiddellijk als deze
beschadigd is − openliggende bedrading kan dodelijk zijn.
D Zet alles af als het apparaat niet gebruikt wordt.
D Gebruik geen versleten, beschadigde, te korte of slecht verbon-
den kabels.
D Draag de kabels niet op uw lichaam.
D Als het werkstuk geaard moet worden, doe dit dan met een aparte
kabel- gebruik niet de massaklem of massakabel.
D Raak de elektrode niet aan als u in contact staat met het werkstuk,
de grond of een andere elektrode van een ander apparaat.
D Gebruik alleen goed onderhouden installaties. Repareer of ver-
vang beschadigde onderdelen onmiddellijk. Onderhoud het
apparaat zoals beschreven staat in de handleiding.
D Draag een veiligheidsharnas als u boven grond-niveau werkt
D Houd alle panelen en afdekplaten veilig op hun plaats.
D Klem de massakabel zo dicht mogelijk bij de las met een goed me-
taal-op-metaalcontact op het werkstuk of werktafel.
D Isoleer de massaklem wanneer deze niet is aangesloten op het
werkstuk om contact met een metalen object te voorkomen
D Sluit niet meer dan één elektrode of massakabel aan op één enke-
le lasbron. Haal de kabel los voor het proces dat niet wordt
gebruikt.
OM-233 045 Pagina 2
Er staat ook NA het afsluiten van de voedingsspan-
ning nog een AANZIENLIJKE GELIJKSPANNING
op het voedingsgedeelte van de inverter lasstroom-
bronnen.
D Zet de gelijkstroom-wisselstroomomzetter uit, maak de voedings-
stekker los en ontlaad de invoercondensatoren overenkomstig de
aanwijzingen in de Sectie Onderhoud, voordat u enig onderdeeel
aanraakt.
Door HETE ONDERDELEN kunnen
brandwonden ontstaan.
D Hete onderdelen niet met blote handen aan-
raken
D Laat apparatuur altijd afkoelen, voor u eraan gaat werken.
D Gebruik de juiste gereedschappen om hete onderdelen beet te
pakken en/of draag zware geïsoleerde lashandschoenen en
−kleding om brandwonden te voorkomen.
ROOK EN GASSEN kunnen gevaarlijk
zijn.
Tijdens het lassen komen rook en gassen vrij. Het
inademen hiervan kan gevaarlijk zijn voor uw
gezondheid.
D Zorg ervoor dat u niet in de rook staat. Adem de rook niet in.
D Als u binnen last, ventileer de ruimte dan goed en/of zorg dat las-
rook en gassen afgezogen worden.
D Als er een slechte ventilatie is, gebruik dan een goedgekeurd gas-
masker.
D Lees de Materiaalveiligheids informatiebladen en de instructies
van de fabrikant voor metalen, elektroden, elektrodebekledingen,
schoonmaakmiddelen en ontvetters.
D Werk alleen in een beslotenruimte als deze goed geventileerd
wordt. Of als u een beademingsapparaat draagt. Zorg ervoor dat
er altijd een ervaren persoon toekijkt. Lasdampen en gassen kun-
nen lucht verdringen en het zuurstofgehalte verlagen, wat
schadelijke invloed heeft op u lichaam en zelfs dodelijk kan zijn.
Zorg voor veilige ademlucht.
D Las niet in ruimtes waar dingen worden ontvet, schoongemaakt of
waar wordt gesproeid. De hitte en stralen van de boog kunnen rea-
geren met dampen en op deze manier zwaar vergiftigde en
irriterende gassen vormen
D Las geen beklede metalen zoals gegalvaniseerd of met lood-of
cadmium bedekt staal, tenzij de bekleding verwijderd wordt van
het gedeelte dat gelast moet worden, de ruimte goed geventileerd
wordt en u, indien nodig, een gasmasker draagt. De belkedingen
en metalen die deze elementen bevatten kunnen giftige dampen
produceren als ze gelast worden.
De STRALEN UIT DE BOOG kunnen
ogen en huid verbranden
Boogstralen van het lasproces produceren zichbare
en onzichtbare (ultraviolette en infrarood) stralen die
uw ogen en huid kunnen verbranden. Tijdens het
lassen vliegen lasspatten en vonken in het rond.
D Draag tijdens het lassen of toekijken tijdens het lassen een las-
helm voorzien van een lasglas met de juiste tint om uw gezicht en
ogen tegen boogstralen en vonken te beschermen. (zie ANSI
Z49.1 en Z87.1 in de Veiligheidsvoorschriften).
D Draag een goedgekeurde veiligheidsbril met zijschermen onder
uw helm
D Gebruik beschermende lasgordijnen of schermen om anderen te-
gen flitsen en verblindend licht te beschermen ; waarschuw
anderen om niet in de boog te kijken.
D Draag beschermende kleding, gemaakt van duurzaam, brandwe-
rend materiaal (leer en wol) en beschermend schoeisel
LASSEN kan brand of explosies ver-
oorzaken
Als er gelast wordt aan gesloten vaten zoals tanks,
trommels of pijpen, kunnen deze opgeblazen
worden Er kunnen vonken van de lasboog afvliegen.
De rondvliegende vonken, de temperatuur van het
werkstuk en van het gereedschap kunnen brand en brandwonden
veroorzaken. Toevallig contact van een elektrode met metalen
voorwerpen kan vonken, explosies, oververhitting of brand ver-
oorzaken. Controleer eerst of de omgeving veilig is voordat u gaat
lassen.
D Verwijder alle brandbare materialen in een straal van 10 meter van
de lasboog. Als dit niet mogelijk is, dek ze dan goed af met brand-
werende materialen.
D Las niet op plaatsen waar rondvliegende vonken brandbaar mate-
riaal kunnen raken.
D Bescherm uzelf en anderen tegen rondvliegende vonken en heet
metaal.
D Wees erop attent dat vonken en hete materialen van het laswerk
gemakkelijk door kleine hoeken en gaten naar naastliggende ruim-
tes kunnen vliegen.
D Kijk goed uit voor brand en houd een brandblusser in de buurt
D Wees erop bedacht dat bij het lassen van plafonds, vloeren, schei-
dingswanden of tussenschotten brand kan ontstaan aan de
tegenovergestelde zijde
D Las niet aan containers waarin ooit brandbare stoffen zijn opgesla-
gen of aan besloten ruimtes −zoals tanks, vaten of buizen tenzij ze
voldoende voorbereid zijn conform AWS F4.1 en AWS 6.0 (zie Vei-
ligheidsvoorschriften).
D Niet lassen op plaatsen waar de omgevingslucht brandbaar stof,
gas of vloeistofdampen (bijv. van benzine) kan bevatten.
D Verbind de massakabel met het werkstuk zo dicht mogelijk bij de
plaats waar gelast moet worden, zodat de lasstroom een direkte
en korte weg aflegt en elektrische schokken en brandrisico’s ver-
meden kunnen worden
D Gebruik een lasapparaat niet om bevroren pijpen te ontdooien.
D Haal de elektrode uit de elektrodehouder of knip de lasdraad af aan
de contactbuis als niet gelast wordt.
D Draag olie-vrije beschermende kleding zoals leren handschoenen
leren schort, broek zonder omslag, hoge schoenen en een helm.
D Zorg ervoor dat u geen brandbare voorwerpen zoals aanstekers of
lucifers bij u draagt als u gaat lassen.
D Inspecteer de omgeving als u klaar bent met uw werk om er zeker
van te zijn dat er geen vonken, gloeiende sintels en vlammen zijn.
D Alleen de juiste zekeringen of contactverbrekers gebruiken; geen
zwaardere nemen of deze doorverbinden.
D Volg de vereisten in OSHA 1910.252 (a) (2) (iv) en NFPA 51B voor
werken met hoge temperaturen, zorg dat er een brandmelder aan-
wezig is en dat u een blusapparaat onder handbereik hebt.
RONDVLIEGEND METAAL of STOF
kan de ogen verwonden.
D Door lassen, bikken, het gebruik van draadbor-
stels en slijpen kunnen vonken en rodvliegen-
de metaal-schilfers ontstaan. Als lasrupsen af-
koelen, kunnen er slakresten rondvliegen.
D Draag een goedgekeurde veiligheidsbril met zijschermen, zelfs
onder uw lashelm.
GASVORMING kan schadelijk voor
de gezondheid of zelfs dodelijk zijn
D Draai de persgastoevoer dicht, wanneer u
geen gas gebruikt.
D Zorg altijd voor ventilatie in enge ruimtes of ge-
bruik goedgekeurde beademingsapparatuur
OM-233 045 Pagina 3
ELEKTRISCHE EN MAGNETISCHE VELDEN
kunnen van invloed zijn op geïmplanteerde
medische apparatuur.
D Mensen die een pacemaker of een ander
geïmplanteerd medisch apparaat dragen,
moeten uit de buurt blijven.
D Mensen die een geïmplanteerd medisch apparaat dragen,
moeten hun arts en de fabrikant van het apparaat raadplegen
voordat ze in de buurt komen van werkzaamheden met
booglassen, puntlassen, gutsen, plasmaboogsnijden of
inductieverwarmen.
LAWAAI kan het gehoor aantasten
Lawaai van bepaalde werkzaamheden of appara-
tuur kan uw gehoor aantasten
D Draag goedgekeurde gehoorbescherming als
het geluidsniveau te hoog is
GASFLESSEN kunnen exploderen
als ze beschadigd worden
Persgasflessen bevatten gas dat onder hoge druk
staat. Als een gasfles beschadigd wordt, kan deze
exploderen. Aangezien gasflessen normaal ge-
sproken een onderdeel uitmaken van het van het
lasproces moet u er voorzichtig mee omgaan.
D Bescherm gasflessen tegen hoge temperaturen, mechanische
schokken, slak, open vuur, vonken en vlambogen.
D Plaats de gasflessen rechtop in een rek of in de laskar zodat ze niet
kunnen vallen of omkantelen.
D Houd de flessen uit de buurt van alle las- of andere stroomkringen
D Hang nooit een elektrodehouder over een gasfles.
D Laat nooit een laselektrode in aanraking komen met een gasfles.
D Las nooit op een gasfles onder druk; een explosie zal het gevolg
zijn.
D Gebruik het juiste beschermgas, reduceerventielen, slangen en
hulpstukken die speciaal bedoeld zijn voor een bepaalde toepas-
sing; onderhoud deze en bijhorende onderdelen goed.
D Draai bij het openen van de gasfles uw gezicht weg van het redu-
ceerventiel.
D Laat de beschermende kap over het ventiel over het ventiel zitten
behalve als de fles gebruikt wordt of aangesloten is voor gebruik.
D Gebruik de juiste apparatuur, de juiste procedures en een voldoen-
de aantal personen om gasflessen te tillen en verplaatsen
D Lees en volg de instructies op de flessen met gecomprimeerd gas,
bijbehorend materiaal en de CGA publikatie die in de Veiligheids-
voorschriften staat.
1-3. Aanvullende symbolen voor installatie, bediening en onderhoud
BRAND- EN EXPLOSIEGEVAAR
D Installeer of plaats het apparaat niet op, boven
of vlakbij ontbrandbare oppervlakken.
D Het apparaat niet in de buurt van brandbare
stoffen installeren.
D Overbelast de bedrading van het gebouw niet- controleer of het
voedingsnet sterk genoeg is, goed beschermd is en dit apparaat
aan kan.
TE LANGDURIG GEBRUIK kan leiden
tot OVERVERHITTING.
D Laat het apparaat goed afkoelen; houd u aan
de nominale inschakelduur.
D Verminder de stroomsterkte of de inschakel-
duur voordat u opnieuw begint met lassen.
D Blokkeer of filter de luchtaanvoer naar het apparaat niet.
VALLENDE APPARATUUR kan letsel
veroorzaken.
D Gebruik alleen het hijsoog om het apparaat op
te tillen, en NIET de laskar, gasflessen of ande-
re accessoires.
D Gebruik gereedschap met voldoende capaci-
teit om het apparaat op te tillen en te ondersteu-
nen.
D Als u hefvorken gebruikt om het apparaat te verplaatsen, zorg er
dan voor dat de vorken zo lang zijn, dat ze aan de andere kant on-
der het apparaat uitsteken.
D Let er bij het werken in de open lucht op dat kabels en snoeren niet
in aanraking kunnen komen met rijdende voertuigen.
D Volg bij het handmatig optillen van zware onderdelen of apparatuur
de Amerikaanse ARBO−richtlijn getiteld Applications Manual for
the Revised NIOSH Lifting Equation (Publication No. 94–110).
RONDVLIEGENDE LASSPATTEN
kunnen letsel veroorzaken.
D Draag gezichtsbescherming om de ogen en
het gezicht te beschermen.
D Slijp de wolfraam elektrode alleen met een slijper die voorzien is
van de juiste beschermkast en op een veilige locatie. Draag hier-
bij de juiste gezichts-, hand- en lichaamsbescherming.
D Vonken kunnen brand veroorzaken − brandbare stoffen uit de
buurt houden.
STATISCHE ELEKTRICITEIT kan PC-
kaarten beschadigen
D Doe een geaarde polsband om VOORDAT u
printplaten of onderdelen aanraakt.
D Gebruik goede anti-statische zakken of dozen
voor het opslaan, verplaatsen of transporteren
van PC-printplaten.
BEWEGENDE ONDERDELEN kunnen
letsel veroorzaken.
D Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen
D Blijf uit de buurt van afknijppunten zoals aan-
drijfrollen.
OM-233 045 Pagina 4
LASDRAAD kan letsel veroorzaken
D Bedien de toortsschakelaar pas als u de aan-
wijzing krijgt om dat te doen.
D Richt het pistool niet op enig lichaamsdeel, an-
dere mensen of op enig materiaal als de draad
wordt ingevoerd.
ONTPLOFFEN VAN DE ACCU kan
letsel veroorzaken.
D Gebruik het lasapparaat niet om accu’s op te
laden of om voertuigen te starten tenzij het een
acculaadvoorziening heeft die hiervoor
speciaal is bedoeld.
BEWEGENDE ONDERDELEN kunnen
letsel veroorzaken
D Blijf uit de buurt van bewegende delen zoals
ventilatoren.
D Laat deuren, panelen, deksels en
beschermplaten alleen verwijderen door
bevoegd personeel indien nodig voor
onderhoud en storingzoeken.
D Laat deuren, panelen, deksels en beschermplaten alleen ver-
wijderen door bevoegd personeel indien nodig voor onderhoud
en storingzoeken.
D Breng eerst deuren, panelen, deksels en beschermplaten weer
aan na afloop van het onderhoud en sluit pas dan de voeding
weer aan.
RONDVLIEGENDE LASSPATTEN
kunnen letsel veroorzaken.
D Draag gezichtsbescherming voor ogen en ge-
zicht te beschermen.
D Slijp de wolfraam elektrode alleen met een slijper die voorzien is
van de juiste beschermkast en die op een veilige locatie staat.
Draag tijdens het slijpen de nodige gezichts-, hand- en lichaams-
bescherming.
D Vonken kunnen brand veroorzaken − brandbare stoffen uit de
buurt houden.
LEES DE INSTRUCTIES.
D Lees nauwkeurig de gebruikershandleiding en
alle waarschuwingslabels, voordat u de
machine installeert, gebruikt of er onderhoud
aan pleegt, en volg de aanwijzingen steeds op.
Lees de veiligheidsinformatie aan het begin
van de handleiding en in elk hoofdstuk.
D Gebruik alleen originele vervangingsonderdelen van de fabri-
kant.
D Voer onderhoud en service uit zoals vermeld in de Handleidin-
gen, de industriële normen en de landelijke en ter plekke gelden-
de regelgeving.
H.F. STRALING kan storingen veroor-
zaken
D Hoog-frequente straling kan storing ver-
oorzaken bij radio-navigatie, veiligheidsdien-
sten, computers en communicatie-apparatuur.
D Laat alleen bevoegde personen die bekend zijn met elektronische
apparatuur deze installatie uitvoeren.
D De gebruiker is verantwoordelijk voor onmiddellijk herstel door
een bevoegd elektricien bij storingsproblemen als gevolg van de
installatie
D Als u van overheidswege klachten krijgt over storingen, stop dan
onmiddellijk met het gebruik van de apparatuur.
D Laat de installatie regelmatig nakijken en onderhouden.
D Houd deuren en panelen van hoogfrequentbronnen stevig dicht,
houd de elektrodeafstand op de juiste instelling en zorg voor aar-
ding en afscherming om de mogelijkheid van storingen tot een
minimum te beperken.
BOOGLASSEN kan interferentie
veroorzaken.
D Elektromagnetische energie kan interferentie
veroorzaken bij gevoelige elektronische
apparatuur zoals computers en
computergestuurde apparatuur zoals robots.
D Zorg ervoor dat alle apparatuur in het lasgebied elektromagnetisch
compatibel is.
D Om mogelijke interferentie te verminderen moet u de laskabels zo
kort mogelijk houden, dicht bij elkaar en laag, bijvoorbeeld op de
vloer.
D Voer de laswerkzaamheden uit op 100 meter afstand van
gevoelige elektronische apparatuur.
D Zorg ervoor dat dit lasapparaat conform de aanwijzingen in deze
handleiding wordt geïnstalleerd en geaard.
D Als er dan nog steeds interferentie optreedt, dient de gebruiker
extra maatregelen te nemen, zoals verplaatsing van het
lasapparaat, gebruik van afgeschermde kabels, gebruik van
lijnfilters of afscherming van het werkterrein.
1-4. Californië-voorstel 65, waarschuwingen
Las- en snijapparatuur produceert dampen of gassen die che-
micaliën bevatten waarvan het de Staat Californië bekend is
dat ze geboorteafwijkingen en, in sommige gevallen, kanker
veroorzaken. (California Health & Safety Code, sectie 25249.5
en volgend.)
Dit product bevat chemicaliën, waaronder lood waarvan het
de Staat Californië bekend is dat het kanker, geboorteafwij-
kingen of andere voortplantingsproblemen veroorzaakt. Was
na gebruik uw handen.
OM-233 045 Pagina 5
1-5. Belangrijkste Veiligheidsvoorschriften
Safety in Welding, Cutting, and Allied Processes, ANSI Standard Z49.1,
is available as a free download from the American Welding Society at
http://www.aws.org or purchased from Global Engineering Documents
(phone: 1-877-413-5184, website: www.global.ihs.com).
Safe Practices for the Preparation of Containers and Piping for Welding
and Cutting, American Welding Society Standard AWS F4.1, from Glob-
al Engineering Documents (phone: 1-877-413-5184, website:
www.global.ihs.com).
Safe Practices for Welding and Cutting Containers that have Held Com-
bustibles, American Welding Society Standard AWS A6.0, from Global
Engineering Documents (phone: 1-877-413-5184,
website: www.global.ihs.com).
National Electrical Code, NFPA Standard 70, from National Fire Protec-
tion Association, Quincy, MA 02269 (phone: 1-800-344-3555, website:
www.nfpa.org and www. sparky.org).
Safe Handling of Compressed Gases in Cylinders, CGA Pamphlet P-1,
from Compressed Gas Association, 14501 George Carter Way, Suite
103, Chantilly, VA 20151 (phone: 703-788-2700, website:www.cga-
net.com).
Safety in Welding, Cutting, and Allied Processes, CSA Standard
W117.2, from Canadian Standards Association, Standards Sales, 5060
Spectrum Way, Suite 100, Ontario, Canada L4W 5NS (phone:
800-463-6727, website: www.csa-international.org).
Safe Practice For Occupational And Educational Eye And Face Protec-
tion, ANSI Standard Z87.1, from American National Standards Institute,
25 West 43rd Street, New York, NY 10036 (phone: 212-642-4900, web-
site: www.ansi.org).
Standard for Fire Prevention During Welding, Cutting, and Other Hot
Work, NFPA Standard 51B, from National Fire Protection Association,
Quincy, MA 02269 (phone: 1-800-344-3555, website: www.nfpa.org.
OSHA, Occupational Safety and Health Standards for General Indus-
try, Title 29, Code of Federal Regulations (CFR), Part 1910, Subpart Q,
and Part 1926, Subpart J, from U.S. Government Printing Office, Super-
intendent of Documents, P.O. Box 371954, Pittsburgh, PA 15250-7954
(phone: 1-866-512-1800) (there are 10 OSHA Regional Offices—
phone for Region 5, Chicago, is 312-353-2220, website:
www.osha.gov).
Applications Manual for the Revised NIOSH Lifting Equation, The Na-
tional Institute for Occupational Safety and Health (NIOSH), 1600
Clifton Rd, Atlanta, GA 30333 (phone: 1-800-232-4636, website:
www.cdc.gov/NIOSH).
1-6. Informatie over elektrische en magnetische velden (EMV -informatie)
Elektrische stroom die door een draad stroomt veroorzaakt plaatselijk
elektrische en magnetische velden (EMV). Lasstroom veroorzaakt een
elektromagnetischveld rond de lasstroomkring en de lasapparatuur.
Elektromagnetischevelden kunnen interferentie veroorzaken bij
bepaalde medische implantaten zoals pacemakers. Voor personen die
medische implantaten hebben moeten beschermende maatregelen
worden genomen, bijv. toegangsbeperking voor passanten of een
risicoanalyse voor iedere afzonderlijke lasser. Beperk bijvoorbeeld de
toegang voor omstanders of voer afzonderlijke risicobeoordelingen uit
voor lassers. Alle lassers moeten de volgende procedures naleven om
zo blootstelling aan elektro−magnetischevelden van de lasstroomkring
tot een minimum te beperken:
1. Houd kabels dicht bij elkaar door ze in elkaar te twisten of vast te
plakken of gebruik kabelbescherming.
2. Kom niet met uw lichaam tussen de laskabels. Leg de kabel aan
één kant en weg van de gebruiker.
3. Rol of hang de kabels niet rond of op uw lichaam.
4. Houd hoofd en romp zo ver mogelijk verwijderd van de
apparatuur in de lasstroomkring.
5. Monteer de massaklem aan het werkstuk zo dicht mogelijk bij de
las.
6. Niet direct naast de lasstroombron werken, er niet op gaan zitten
en er niet op leunen.
7. Niet lassen terwijl u de lasstroombron of het
draadaanvoersysteem draagt.
Over geïmplanteerde medische apparatuur:
Mensen die een geïmplanteerd medisch apparaat dragen, moeten hun
arts en de fabrikant van het apparaat raadplegen voordat ze in de buurt
komen van werkzaamheden met booglassen, puntlassen, gutsen, pla-
smaboogsnijden of inductieverhitting. Bij toestemming van de arts
wordt geadviseerd om bovenstaande procedures te volgen.
OM-233 045 Pagina 6
OM-233 045 Pagina 7
HOOFDSTUK 2 − DEFINITIES
2-1. Meer veiligheidssymbolen en definities
. Bepaalde symbolen worden alleen aangetroffen op CE-producten.
Waarschuwing! Pas op! Kans op gevaar (zie de symbolen).
Safe1 2012−05
Het product niet meegeven met het gewone afval (waar van toepassing).
Hergebruik of recycle afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA-regels). Voer de apparaten
af naar een daarvoor bestemd inleverstation.
Neem contact op met de gemeente of uw lokale dealer voor nadere informatie.
Safe37 2012−05
Draag droge, geïsoleerde handschoenen. De elektrode niet met de blote hand aanraken. Geen natte of kapotte
handschoenen dragen.
Safe2 2012−05
Bescherm uzelf tegen elektrische schokken door uzelf te isoleren van het werk en de aarde.
Safe3 2012−05
Haal de stekker van de machine uit het stopcontact, voordat u aan de machine gaat werken.
Safe5 2012−05
Zorg ervoor dat u niet in de rook staat.
Safe6 2012−05
Gebruik actieve ventilatie of een afvoersysteem om de dampen van de werkplek af te voeren.
Safe8 2012−05
Gebruik een ventilator om de dampen af te voeren.
Safe10 2012−05
Houd brandbare stoffen uit de buurt van het laswerk. Niet lassen vlakbij brandbare stoffen.
Safe12 2012−05
Lasvonken kunnen brand veroorzaken. Zorg dat er een brandblusapparaat in de buurt is en zorg dat
er een toezichthouder is die klaarstaat om dit gebruiken.
Safe14 2012−05
OM-233 045 Pagina 8
Niet aan vaten of dichte containers e.d. lassen.
Safe16 2012−05
Verwijder het label niet; verf het ook niet over en dek het niet af.
Safe20 2012−05
Haal de stekker van de machine uit het stopcontact, voordat u aan de machine gaat werken.
Safe30 2012−05
Rondvliegende stukken van onderdelen kunnen letsel veroorzaken. Draag altijd een gezichtsscherm
als u onderhoud pleegt aan een apparaat.
Safe27 2012−05
Draag altijd lange mouwen en knoop uw kraag dicht, als u onderhoud pleegt aan een apparaat.
Safe28 2012−05
Nadat u de nodige voorzorgsmaatregelen hebt genomen, kunt u het apparaat aansluiten op de stroomvoorziening.
Safe29 2012−05
Het apparaat niet aan één handgreep optillen of ondersteunen.
Safe31 2012−05
?
V
?
A
Op het typeplaatje staat vermeld welke elektrische aansluitspanning en welk vermogen het apparaat nodig heeft.
Safe34 2012−05
Zorg dat u geoefend raakt en lees alle instructies en labels, voordat u aan of met de machine gaat werken.
Safe35 2012−05
Sluit eerst de groene of groen-gele aarddraad aan op de aardaansluiting. Sluit daarna de fasedraden L1,
L2 en L3 aan.
Safe36 2012−05
OM-233 045 Pagina 9
Draag een hoofddeksel en een veiligheidsbril. Bescherm uw oren
en knoop de kraag van uw overhemd dicht. Gebruik een lashelm met
de juiste filtersterkte. Draag bescherming voor uw hele lichaam.
Safe38 2012−05
Zorg dat u geoefend raakt en lees de aanwijzingen,
voordat u aan de machine gaat werken of gaat lassen.
Safe40 2012−05
V
V
V
Op de ingangscondensatoren blijft gevaarlijke elektrische spanning
aanwezig, ook nadat de elektrische voeding is uitgeschakeld.
Raak geen geladen condensatoren aan. Wacht na het uitschakelen
van de voeding eerst 5 minuten voordat u aan het apparaat gaat
werken. Of controleer eerst de spanning over de condensatoren,
zodat u zeker weet dat die vrijwel 0 is, voordat u iets aanraakt.
Safe43 2012−05
=
<
60°
Til het apparaat altijd aan beide handgrepen op en ondersteun het.
Houd de hoek van het heftoestel altijd kleiner dan 60 graden.
Gebruik een geschikte wagen om het apparaat te verplaatsen.
Safe44 2012−05
2-2. Diverse symbolen en definities
A
Ampère Paneel Wisselstroom
V
Volt
Uitgangsspanning
Automatische
zekering
Van op afstand Aan
Uit TIG−lassen Negatief Ingangsspanning
Gelijkstroom Positief Inductantie
Beschermende
aarde (massa)
Constante Stroom
Constante
Spanning
Voetbediening Lijnverbinding
Boogsterkte (Dig)
Beklede
electrode−lassen
MIG/MAG lassen
3-fasen statische
frequentie-
omzetter-transform
ator-gelijkrichter
U
0
Nominale
nullastspanning
(gemiddeld)
U
1
Primaire spanning
U
2
Conventionele be-
lastingsspanning
X
Inschakelduur
Hz
Hertz
IP
Beschermings-
graad
I
2
Nominale
lasstroom
%
Percent
Pulserend 4-takt aanraakstart Monofase Driefasen
I
1ma
x
Maximale nominale
voedingsstroom
I
1eff
Maximale
effectieve
voedingsstroom
Toename/afname Lift−Arc (TIG)
OM-233 045 Pagina 10
HOOFDSTUK 3 − INSTALLATIE
3-1. Belangrijke informatie betreffende CE-producten (voor verkoop binnen de EU)
A. Informatie over Elektromagnetische Velden (EMV)
! Deze apparatuur mag niet worden gebruikt door het algemene publiek aangezien de EMV-grenzen voor het algemene publiek
mogelijk kunnen worden overschreden tijdens het lassen.
Deze apparatuur is gebouwd conform EN 60974−1 en is louter bedoeld voor beroepsmatig gebruik (waar het algemene publiek geen toegang
heeft of waar toegang zodanig is geregeld dat deze gelijk is aan beroepsmatig gebruik) en alleen door een deskundig gebruiker of iemand die
hiertoe is opgeleid.
Draadaanvoersystemen en aanvullende apparatuur (zoals toortsen, vloeistofkoelsystemen en lasboog− en stabilisatieapparatuur) die onderdeel
uitmaken van het lascircuit mogen geen belangrijke bijdrage leveren aan het EMV. Zie de gebruikershandleidingen van alle onderdelen van de
lasstroomkring voor meer informatie over EMV-blootstelling.
S De meting van de EMV voor deze apparatuur vond plaats op een afstand van 0,5 meter.
S Op een afstand van 1 meter waren de waarden van de EMV-blootstelling minder dan 20% van de toegestane waarden.
B. Informatie over Elektromagnetische Compatibiliteit (EMC)
! Deze Klasse A apparatuur is niet bedoeld voor gebruik op plaatsen in woongebieden waar de elektrische stroom afkomstig is van
het openbare utiliteitssysteem met een laag voltage. Op dergelijke plaatsen ontstaan er mogelijk problemen met de elektromagne-
tische compatibiliteit als gevolg van storingen door geleiding en straling.
! Deze apparatuur voldoet niet aan de IEC 61000−3−12 norm. Als hij wordt aangesloten op het openbare utiliteitssysteem met laag
voltage, dan is het de verantwoordelijkheid van de installateur of de gebruiker van de apparatuur om er, eventueel in overleg met
de beheerder van het distributienetwerk, voor te zorgen dat de apparatuur mag worden aangesloten.
3-2. Locatie van typeplaatje met serienummer en aansluitgegevens
Het serienummer en de aansluitgegevens zijn bij dit product aan de voorzijde te vinden. Op het typeplaatje kunt u de elektrische spanning en het
vermogen aflezen dat de apparatuur nodig heeft, en welk vermogen het kan leveren. Wij raden aan het serienummer te noteren op de achterzijde van
deze handleiding, in het daarvoor bestemde vak, zodat u dit nummer altijd bij de hand hebt als u het in de toekomst nodig hebt.
3-3. Technische gegevens
Nominaal
lasvermogen
Spanningsbereik
Bereik
lasstroom
Maximaal
voltage DC
open
spanning
IP klasse
Ingaande stroom
bij nominale
uitgangs-
belasting, 50/60Hz
400 V KVA KW
300 A @ 32 VDC,
60% inschakelduur
10 − 35 5 − 400 90 23
17,0
(0,15*)
12,4
(0,09*)
11,5
(0,04*)
*In stationaire toestand
3-4. Omstandigheden gebruik en opslag
IP graad
IP23
Deze apparatuur is ontworpen voor gebruik buiten. Opslag is toegestaan, maar buitengebruik bij regen of andere neerslag mag alleen onder
een afdak.
OM-233 045 Pagina 11
60% inschakelduur
6 minuten lassen 4 minuten rusten
De inschakelduur is het percentage
van 10 minuten dat het apparaat
kan lassen op nominale belasting
zonder oververhit te raken.
Als het apparaat oververhit raakt, is
er geen uitgangsspanning meer,
verschijnt er een Help-melding (zie
Hoofdstuk 5-3) en gaat de koelven-
tilator draaien. Wacht vijftien minu-
ten om het apparaat te laten afkoe-
len. Verlaag de stroomsterkte, de
spanning of de inschakelduur voor
u gaat lassen.
OPGELET − Door overschrijding
van de inschakelduur kan het appa-
raat beschadigen en daarmee komt
de garantie te vervallen.
3-5. Inschakelduur en oververhitting
0
15
A
Ref. SA-178 651
% INSCHAKELDUUR
STROOM
Oververhitting
OF
Verlaag de inschakelduur
Minuten
De stroom−spanning grafieklijnen
geven de minimaal en de maximaal
mogelijke uitgangsspanning en
-stroom aan van de voedingsbron
voor het lasapparaat. De grafie-
klijnen van de andere instellingen
vallen tussen de aangegeven
krommen.
3-6. Stroom-spanning
va_curve1 4/95 − SA-178 652 / SA-178 653
C. CC Mode
D. CV Mode
ARC CONTROL
OM-233 045 Pagina 12
3-7. Afmetingen en gewicht
Plaats van bevestigingspunten
610 mm
432 mm
318 mm
804 801-A
A
D
C
B
E
G
F
A 298 mm
B 42 mm
C 400 mm
D 485 mm
E 221 mm
F 39 mm
G 1/4-20 UNC -2B thread
Gewicht
39.5 kg
1 Hefgrepen
Gebruik de hefgrepen om het appa-
raat op te tillen.
2 Handkar
Gebruik een kar of een soortgelijk
vervoermiddel om het apparaat te
verplaatsen.
3 Ljnscheidingsmechanisme
Plaats het apparaat in de buurt van
een stroombron die de juiste
voeding biedt.
! Mogelijk is een speciale in-
stallatie nodig, wanneer er
benzine of vluchtige vloei-
stoffen aanwezig zijn − zie
NEC artikel 511 of CEC
Hoofdstuk 20.
! Verplaats het apparaat niet naar en gebruik
het niet op plaatsen waar het kan omvallen.
3-8. Een locatie kiezen
Ref. ST-151 556 / 801 192
1
2
3
460 mm
460 mm
1
Verplaatsing
Luchtstroom
OM-233 045 Pagina 13
3-9. Aansluitklemmen van de laskabels en het kiezen van de kabelafmetingen*
OPGELET − De totale kabellengte in de lasstroomkring (zie onderstaande tabel) is de lengte van beide laskabels tezamen. Als bijvoorbeeld de stroom-
bron 30 meter van het laswerkstuk is, dan is de totale kabellengte in de lasstroomkring 60 meter (2 kabels x 30 meter). Neem de 60m−kolom voor
het bepalen van de kabelafmetingen.
Aansluitklemmen van
lasuitgangsspanning
! Aansluitklemmen va
n
lasuitgangsspanning
.
! Gebruik geen versle
-
ten, beschadigde, t
e
korte of slecht verbon
-
den kabels.
Laskabelformaat** en maximale totale lengte van de kabel (koper) in de las-
stroomkring net groter dan***
30 m of minder 45 m 60 m 70 m 90 m 105 m 120 m
Las-
stroom
10 − 60%
inscha-
kelduur
AWG
(mm
2
)
60 − 100%
inschakel-
duur
AWG (mm
2
)
10 − 100% inschakelduur
AWG (mm
2
)
+
Uitgangscontrastekkers
100 4 (20) 4 (20) 4 (20) 3 (30) 2 (35) 1 (50) 1/0 (60) 1/0 (60)
150 3 (30) 3 (30) 2 (35) 1 (50) 1/0 (60) 2/0 (70) 3/0 (95) 3/0 (95)
200 3 (30) 2 (35) 1 (50) 1/0 (60) 2/0 (70) 3/0 (95) 4/0 (120) 4/0 (120)
250 2 (35) 1 (50) 1/0 (60) 2/0 (70) 3/0 (95) 4/0 (120)
2x2/0
(2x70)
2x2/0
(2x70)
300 1 (50) 1/0 (60) 2/0 (70) 3/0 (95) 4/0 (120)
2x2/0
(2x70)
2x3/0
(2x95)
2x3/0
(2x95)
350 1/0 (60) 2/0 (70) 3/0 (95) 4/0 (120)
2x2/0
(2x70)
2x3/0
(2x95)
2x3/0
(2x95)
2x4/0
(2x120)
400 1/0 (60) 2/0 (70) 3/0 (95) 4/0 (120)
2x2/0
(2x70)
2x3/0
(2x95)
2x4/0
(2x120)
2x4/0
(2x120)
500 2/0 (70) 3/0 (95) 4/0 (120)
2x2/0
(2x70)
2x3/0
(2x95)
2x4/0
(2x120)
3x3/0
(3x95)
3x3/0
(3x95)
600 3/0 (95) 4/0 (120)
2x2/0
(2x70)
2x3/0
(2x95)
2x4/0
(2x120)
3x3/0
(3x95)
3x4/0
(3x120)
3x4/0
(3x120)
*Deze tabel is een algemene richtlijn en is in sommige gevallen niet aangepast. Als een kabel oververhit geraakt, gebruik dan een kabel met
grotere sektie.
**De laskabelsektie in mm
2
is gebaseerd op een spanningsval van 4 volt of minder.
***Voor afstanden die langer zijn dan de afstanden in deze gids moet u een vertegenwoordiger van de fabriek raadplegen op telefoonnr.
Ref. S-0007-J 2011−07
OM-233 045 Pagina 14
3-10. Informatie over de 14-pin contrastekker
ST-801 19
2
AJ
B
K
I
C
L
NH
D
M
G
E
F
Pin* Pininformatie
24 VOLTS AC
A 24 volt AC. Beveiligd door CB2.
B Contact met A voltooit 24 volt AC
besturingscircuit.
115 VOLTS AC
I 115 volt AC. Beveiligd door CB1.
J Contact met I voltooit 115 volt AC
besturingscircuit.
UITGANGS-
SPANNING
AFSTANDS-
BEDIENING
C Uitgaande gelijkstroomspanning van 0 tot +10V
naar afstandsbediening.
D Gemeenschappelijke afstandsbedieningscircuit
E 0 tot +10 volt DC invoercommandosignaal van
afstandsbediening.
A/V
STROOM-
STERKTE (AM-
PERAGE)
SPANNING
(VOLTAGE)
H Terugkoppeling spanning; +1V gelijkstroom per 10
V uitgangsspanning van de contrastekker.
F Stroomterugkoppeling; +1 volt DC per
100 ampère.
M CC/CV keuze
GND
G Gemeenschappelijke voor 24V en 115V AC
circuits.
K Normaal chassis.
* De overige pinnen worden niet gebruikt.
1 110 V 7A AC contrastekker
De voeding wordt verdeeld tussen
de duplex contrastekker en de
“Remote 14”-contrastekker (zie
Hoofdstuk 3-10).
2 Automatische zekering CB1
3 Automatische zekering CB2
CB1 beveiligt het 110-volt AC deel
van de duplex contrastekker en de
“Remote 14”-contrastekker tegen
overbelasting.
CB2 beveiligt het 24-volt AC deel
van de “Remote 14”-contrastekker
tegen overbelasting.
Druk op de knop om de zekering te-
rug te stellen.
3-11. 110 Volt AC duplex contrastekker
Ref. ST-801 245-A
2 3
1
OM-233 045 Pagina 15
3-12. Leidraad voor elektrotechnisch onderhoud
OPGELET − ONJUISTE VOEDING kan deze lasstroombron beschadigen. Deze lasstroombron vereist een CONTINUE aanvoer van 60 Hz (+10%)
vermogen +10% van de nominale ingangsspanning. De fase-naar-massa spanning mag niet meer bedragen dan +10% van de nominale ingangsspan-
ning. Voor de voeding van deze lasstroombron geen generator gebruiken met een automatische stationairvoorziening (die de motor stationair laat
draaien als hij geen last detecteert).
OPGELET − De voedingspanning mag niet meer dan + 10% afwijken van de aanbevolen waarde. Indien de voedingsspanning buiten dit bereik valt,
dan is mogelijk geen lasvermogen beschikbaar.
Het niet opvolgen van deze elektrische service adviezen, kan leiden tot elektrische schokken en brandgevaar. Deze adviezen zijn voor
een bepaald gedeelte van het circuit dat zorgt voor het nominale uitgangsvermogen en inschakelduur van de lasstroombron.
In bepaalde installatie circuits, staat de National Electrical Code (NEC) toe om lagere waardes voor stekkerdozen en geleiders te
gebruiken dan de waarde van de circuitbeveiliging. Alle onderdelen van het circuit moeten op elkaar zijn afgestemd. Zie NEC artikel
210.21, 630.11, en 630.12.
60 Hz driefasen
Ingaande spanning (V) 400
Ingaande stroomsterkte bij de nominale uitgangsspanning (A) 18
Max. aanbevolen standaard zekering of grenswaarde van onderbreker in ampères
1
Met vertraging
2
20
Normaal
3
25
Min. afmeting invoerconductor in mm
2
,
4
2,5
Max. aanbevolen lengte invoerconductor in meters 41
Min. afmeting aardingsconductor in mm
2
,
4
2,5
Referentie: Amerikaanse National Electrical Code (NEC) voor 2011 (bevat ook artikel 630)
1 Als er een automatische zekering wordt gebruikt in plaats van een smeltzekering, gebruik dan een automatische zekering met een tijd/stroomkrom-
me die vergelijkbaar is met de aanbevolen smeltzekering.
2 De “vertragende” zekeringen zijn van klasse UL “RK5”. Zie UL 248.
3 De normale zekeringen zijn van klasse UL “K5” (tot 60A), en UL “H” (65A en meer).
4 De geleidergegevens in deze Hoofdstuk geven de afmetingen aan van de geleider (m.u.v. snoer of kabel) tussen de paneelkaart en de apparatuur
conform NEC-tabel 310.15(B)(16). Als er een snoer of kabel wordt gebruikt, dan zijn de minimumafmetingen van de geleider mogelijk groter. Zie
NEC-tabel 400.5(A) voor de vereisten bij een snoer of kabel.
Aantekeningen
OM-233 045 Pagina 16
3-13. Driefasen ingangsvermogen aansluiten
input2 2012−05 − Ref. 803 766-C / 801 192
L1
2
1
L2
L3
3
3
4
5
6
7
Benodigde gereedschappen
= GND/PE Earth Ground
OM-233 045 Pagina 17
input2 2012−05
! De installatie moet voldoen aan alle
nationale en lokale regels en voor-
schriften − alleen daartoe bevoegde
personen mogen deze installatie uit-
voeren.
! Ontkoppel en blokkeer de stroom-
voorziening voordat u de ingaande ge-
leiders vanaf het systeem aansluit.
Volg de gangbare procedures voor
wat betreft de installatie en het ver-
wijderen van vergrendel/uitschakel-
apparaten.
! Sluit altijd eerst de groene of groenge-
le stroomgeleider aan op een
voedingsmassaklem en nooit op een
lijnklem.
Kijk op het label op het apparaat voor de
stroomvereisten en controleer de aansluit-
spanning die op de werkplek beschikbaar is.
Voor driefasen:
1 Voedingskabel.
2 Ontkoppel het apparaat (de schakelaar
staat afgebeeld in de OFF-stand)
3 Groene of groengele aardegeleider
4 Ontkoppel de aardingsklem van het
apparaat
5 Ingaande geleiders (L1, L2 en L3)
6 Ontkoppel de lijnklemmen van het
apparaat
Sluit eerst de groene of groengele
aardstroomgeleider aan op de ontkoppelde
aardingsklem van het apparaat.
Sluit de ingaande geleiders L1, L2 en L3 aan
op de ontkoppelde lijnklemmen van het
apparaat.
7 Overbelastingsbeveiliging
Bepaal het type en de maat van de overbe-
lastingsbeveiliging aan de hand van Hoofd-
stuk 3-12 (afgebeeld: gezekerde ontkoppe-
lingsschakelaar).
Sluit de toegangsdeur van het scheidings-
mechanisme en sluit hem stevig af. Volg de
vastgelegde vergrendelingsprocedures om
de eenheid in gebruik te nemen.
3-13. Driefasen ingangsvermogen aansluiten (vervolg)
OM-233 045 Pagina 18
HOOFDSTUK 4 − BEDIENING
4-1. Bedieningsfuncties op het voorpaneel
2
3
4
5
6
1
7
214 740-A
1 Hoofdschakelaar voeding
. De motor van de ventilator wordt ther-
mostatisch bestuurd en draait alleen
wanneer er afkoeling nodig is.
2 Voltmeter (zie Hoofdstuk 4-2)
3 Ampèremeter (zie Hoofdstuk 4-2)
4 Spanning−/Stroomregelknop
5 Proceskeuzeschakelaar
De positie van de keuzeschakelaar bepaald
het lasproces en de output aan/uit (zie Hoofd-
stuk 4-3). De regeling van de lasparameter
(paneel− of afstandsbediening) is bepaald
door de V/A schakelaarstand.
Voor het gutsen, de keuzeschakelaar in de
Beklede Electrode−lasstand zetten en de In-
ductantie/Boogsterkte op maximale stand re-
gelen.
6 V/A Schakelaar voor paneel− of
afstandsbediening
Voor de bediening via het frontpaneel, de
knop in de panneelstand zetten (naar boven)
en regelen met de spannings−/stroomregelk-
nop.
Voor afstandsbediening, de aansluiting op de
14-pin contrastekker maken en de schake-
laar op afstandsbediening zetten (naar ond-
er). In de meeste gevallen is de afstandsbe-
diening een percentage van de instelling op
het frontpaneel. De instelling op de lasbron is
de maximale waarde beschikbaar op de af-
standsbediening. In de MIG/MAG mode kan
de waarde over het hele gamma geregeld
worden met de afstandsbediening, onafhan-
kelijk van de ingestelde waarde op de las-
bron.
7 Inductantie/Boogsterkte regelknop
Regelt de boogsterkte in de Beklede Elec-
trode−lasstand. Indien geregeld op de mini-
mum waarde, is de kortsluitstroom bij lage
spanning gelijk aan de ingestelde stroom.
Verhoogt men de boogsterkte, dan verhoogt
de kortsluitstroom bij lage spanning om de
boogontsteking te vergemakkelijken of om
het plakken blijven tijdens het lassen te ver-
mijden (zie de Stroom−/Spanningsgrafieken
in Hoofdstuk 3-6).
De geschikte instelling kiezen voor de toe-
passing.
De knop regelt de inductantie indien de MIG/
MAG mode op de proceskeuzeschakelaar is
gekozen. De inductantie is bepalend voor de
“natheid” van het lasbad. Wanneer hij hoger
wordt gedraaid, neemt de “natheid” (vloei-
baarheid van het lasbad) toe.
Indien op de proceskeuzeschakelaar pulser-
ende MIG of een TIG proces is gekozen, is
deze regeling niet functioneel.
OM-233 045 Pagina 19
4-2. Meterfuncties
. De meters geven circa drie seconden lang nadat de boog is verbroken de werkelijke lasuitgangswaarden aan.
Keuzestand (Mode) Digitale aflezing bij leegloop
TIG aanstrijkstart
Actuele open spanning Ingestelde Amp.
VA
80.0 85
4−takt aanraakstart
VA
Leeg Ingestelde Amp.
85
TIG
Leeg Ingestelde Amp.
VA
85
MIG
Ingestelde Volt. Leeg
VA
24.5
Pulserend MIG
Pulsaanduiding Pulsaanduiding
VA
PPP PPP
Aafstandsbe-
diening BE
Leeg Ingestelde Amp.
VA
85
Beklede Electr. lassen
met paneelbediening
Actuele open spanning Ingestelde Amp.
VA
80.0 85
Draadaanvoer met
spanningsdetectie
Knippert (open spanning) Leeg
en ingestelde waarde
VA
80.0
OM-233 045 Pagina 20
4-3. Standen van de proceskeuzeschakelaar
. De beklede electrode lasprocessen (SMAW) zijn voorzien van een ”Adaptif Hot Start”. T.t.z. de uitgangsstroom verhoogt automatisch indien bij
de start of tijdens het lassen dit vereist is. Dit vermijdt het plakken blijven van de electrode.
Keuzestand (Mode) Uitgangsregeling
TIG aanstrijkstart
Kies: of Amp
Las:
4−takt aanraakstart
Kies: of Amp
Vereist: Bediening
TIG met HF−unit,
pulsgenerator of
afstandsbediening
Kies: of Amp
Vereist: Bediening
MIG
Kies: of Volt
Vereist: Draadaanvoerkast
Pulserend MIG
(Vereist een aparte
pulsgenerator)
Kies: Volt
Vereist: Draadaanvoerkast en/of
pulsgenerator
Beklede Electr. las-
sen met afstandsbe-
diening
Kies: of Amp
Vereist: Bediening
Beklede Electr. lassen
met paneelbediening
Kies: of Amp
Las
Draadaanvoer met
spanningsdetectie
Kies: of Volt
Vereist: Draadaanvoerkast
OM-233 045 Pagina 21
NIET als een lucifer aansteken!
”Aanraken” 1-2 seconden
4-4. Lift-Arc TIG-startprocedure
1 TIG-elektrode
2 Lasobject
. Procedure eist:
Startvolgorde:
Raak met de wolfraam elektrode
het werkstuk bij het beginpunt.
De toortsschakelaar tijdelijk in-
drukken.
De wolfraam elektrode lang-
zaam optillen − de vlamboog
gaat aan.
Om te stoppen, de toortsscha-
kelaar tijdelijk indrukken. De
vlamboog gaat uit.
Opmerking: Als de toortsscha-
kelaar tijdelijk ingedrukt wordt
bij het starten en er wordt geen
kontakt gemaakt tussen de wol-
fraam elektrode en het werkstuk:
Geen kontakt maken tussen
elektrode en werkstuk.
Het lasvermogen stopt na 3 se-
conden.
Einde startcyclus.
1
2
Ref. S-156 279
bediening
OM-233 045 Pagina 22
HOOFDSTUK 5 − ONDERHOUD EN STORINGEN VERHEL-
PEN
5-1. Routine-onderhoud
. Geef vaker een onderhoudsbeurt als het apparaat zwaar belast wordt.
! Ontkoppel de voeding voor u met het onderhoud begint.
3 maanden
Vervang
onleesbare
labels
Reparen of
vervangen
van kapotte
kabels
Vervang behuizing
waar scheurtjes in
zitten
Repareer of
vervang kapotte
kabels en snoeren
De lasuitgangconnecties reinigen
6 maanden
De binnenzijde
schoonblazen
! De kast niet verwijderen als u de
binnenzijde van het apparaat
schoonblaast.
Om het apparaat schoon te blazen moet
u de luchtstroom op de afgebeelde wijze
door het ventilatiekanaal blazen.
5-2. De binnenzijde van het apparaat schoonblazen
ST-801 192
OM-233 045 Pagina 23
. Alle richtingen zijn t.o.v. de
voorzijde van het apparaat. Al-
le schakelingen waarnaar
wordt verwezen bevinden zich
in het apparaat.
Hulpscherm 0
Geeft een kortsluiting aan in de
thermistor RT2 links in het appa-
raat. Als dit scherm te zien is, neem
dan contact op met een door de
fabrikant erkende service-agent.
Hulpscherm 1
Geeft een storing aan in de primaire
stroomkring. Als dit scherm te zien
is, neem dan contact op met een
door de fabrikant erkende service-
agent.
Hulpscherm 2
Geeft een storing aan in het
thermische beveiligingscircuit links
in het apparaat. Als dit scherm te
zien is, neem dan contact op met
een door de fabrikant erkende ser-
vice-agent.
Hulpscherm 3
Geeft aan dat de linkerkant van het
apparaat oververhit is. Het
apparaat is gestopt om de ventilator
de gelegenheid te geven om het af
te koelen (zie Hoofdstuk 3-5). Wan-
neer het apparaat is afgekoeld,
kunt u verder werken.
Hulpscherm 4
Geeft een storing aan in het
thermische beveiligingscircuit
rechts in het apparaat. Als dit
scherm te zien is, neem dan
contact op met een door de
fabrikant erkende service-agent.
5-3. Hulpscherm voltmeter/ampèremeter
AV
AV
AV
HE.L P−0
HE.L P−1
HE.L P−2
AV
HE.L P−3
AV
HE.L P−4
OM-233 045 Pagina 24
5-4. Hulpscherm voltmeter/ampèremeter (vervolg)
. All directions are in reference to
the front of the unit. All circuitry
referred to is located inside the
unit.
Hulpscherm 5
Geeft aan dat de rechterkant van het
apparaat oververhit is. Het apparaat
is gestopt om de ventilator de gele-
genheid te geven om het af te koelen
(zie Hoofdstuk 3-5). Wanneer het
apparaat is afgekoeld, kunt u verder
werken.
Hulpscherm 6
Geeft aan dat de ingangsspanning
te laag is en dat het apparaat
automatisch is uitgeschakeld. U
kunt verder werken als de spanning
binnen ±15% van het bedrijfsbereik
is. Als dit scherm te zien is, laat een
elektricien dan de ingangsspanning
controleren.
Hulpscherm 7
Geeft aan dat de ingangsspanning
te hoog is en dat het apparaat
automatisch is uitgeschakeld. U
kunt verder werken als de spanning
binnen ±15% van het bedrijfsbereik
is. Als dit scherm te zien is, laat een
elektricien dan de ingangsspanning
controleren. HELP 7 kan ook duiden
op een onbalans in het primaire
voedingsgedeelte.
Hulpscherm 8
Duidt op een storing in de secundai-
re stroomkring van het apparaat. Als
dit scherm te zien is, neem dan con-
tact op met een door de fabrikant er-
kende service-agent.
Hulpscherm 9
Geeft een kortsluiting aan in de ther-
mistor RT1 rechts in het apparaat.
Neem contact op met een door de
fabrikant erkende serviceagent.
AV
AV
AV
HE.L P−5
HE.L P−6
HE.L P−7
AV
HE.L P−8
AV
HE.L P−9
OM-233 045 Pagina 25
Probleem Oplossing
Geen uitgangsspanning voor het las-
sen; het apparaat werkt totaal niet.
Zet de lijnscheidingsschakelaar aan (zie Hoofdstuk 3-13).
Controleer de lijnzekering(en) en vervang ze indien noodzakelijk; of stel de stroomonderbreker weer
in (zie Hoofdstuk 3-13).
Controleer of de voeding goed is aangesloten (zie Hoofdstuk 3-13).
Geen uitgangsspanning om te lassen;
de meter staat op ON.
Indien een afstandsbediening wordt gebruikt, zich verzekeren dat de V/A−schakelaar voor de keuze
van paneel−/afstandsbediening in de juiste stand staat.
Kijk de afstandsbediening na, repareer hem of vervang hem.
Het apparaat is oververhit. Laat het apparaat afkoelen met de ventilator aan (zie Hoofdstuk 3-5).
Onregelmatige of onjuiste lasuitgangs-
spanning.
Gebruik een laskabel van het juiste formaat en type (zie Hoofdstuk 3-9).
Reinig alle laskoppelingen en draai ze vast.
Geen 110V AC uitgangsspanning bij de
duplex contrastekker, de
“Remote 14”-contrastekker.
Stel de aanvullende beschermer CB1 opnieuw in (zie Hoofdstuk 3-11).
Geen 24 volt AC uitgangsspanning bij
de “Remote 14”-contrastekker.
Stel de aanvullende beschermer CB2 opnieuw in (zie Hoofdstuk 3-11).
OM-233 045 Pagina 26
Aantekeningen
OM-233 045 Pagina 27
HOOFDSTUK 6 − ELECTRISCH SCHEMA
Waarschuwing
Gevaar voor
electrische schok
S Raak onderdelen die onder stroom staan niet aan.
S Zet de hoofdstroom uit of stop de motor voordat u
deze installatie installeert of nakijkt.
S Niet doen werken met het plaatwerk verwijderd.
S Enkel bevoegde personen de installatie, het gebruik
en het onderhoud laten doen.
239 356-B
Figuur 6-1. Stroomkringschema voor lasstroombronnen
OM-233 045 Pagina 28
HOOFDSTUK 7 − ONDERDELENLIJST
801 605-H
Afbeelding 7-1. Hoofdassemblage
OM-233 045 Pagina 29
Description
Part
No.
Dia.
Mkgs.
Item
No.
Afbeelding 7-1. Hoofdassemblage
Quanti
ty
1 +175 148 Wrapper 1... .............. .. ......................................................
175 256 Insulator, Side 2..................... .. ................................................
2 208 015 Handle 2... ............... .. .......................................................
3 179 309 Label, Caution Falling Equipment 2... ............... .. ................................
4 HD1 182 918 Transducer, Current 400A Module Supply V +/− 15V 1... ..... ..... .. ...............
5 203 342 Bus Bar, Current Sensor 1... ............... .. ........................................
6 203 341 Bus Bar, Output Rectifier 1... ............... .. .......................................
7 181 853 Insulator, Screw 4... ............... .. ...............................................
8 D1,2 201 531 Kit Diode, Power Module 2... ..... ..... .. ........................................
9 PC6 229 967 Circuit Card Assy, Input Filter 1... ..... ..... .. ....................................
187 219 Spacer, Nylon .203 Od X .375 Id X .750 Lg 1..................... .. .......................
10 187 146 Bracket, Mtg Filter Board 1... ............... .. .......................................
11 179 276 Bushing, Snap-In Nyl 1.000 Id X 1.375Mtg Hole 2... ............... .. ....................
12 C5,6 R1 232 296 Resistor/Capacitor Assy, 1... ... ... .. ........................................
13 RT1,2 173 632 Thermistor, NTC 30K Ohm 2... .... .... .. ......................................
14 185 836 Label, Warning Exploding Parts 2... ............... .. ..................................
15 +183 551 Windtunnel, LH 1... .............. .. ................................................
16 604 176 Receptacle, Str Dx Grd 2p3W 15A 125V 1... ............... .. ..........................
17 234 126 Nut, Conduit 1.000 Npt Knurled 1... ............... .. ..................................
18 CB1 161 078 Supplementary protector, Man Reset 1P 7A 250VAC 1... ..... ..... .. ...............
19 CB2 083 432 Supplementary protector, Man Reset 1P 10A 250VAC 1... ..... ..... .. ..............
20 175 147 Panel, Rear 1... ............... .. ...................................................
21 213 099 Bushing, Strain Relief 1... ............... .. ..........................................
178 563 Nut, Nylon 1.000 Npt 1..................... .. ...........................................
186 439 Ftg, Bushing 1..................... .. ..................................................
210 346 Cable, Pwr 6mm 4/C 60 1..................... .. ........................................
22 Plate, Ident Rear (Order By Model And Serial Number) 1... .......................... .............
23 217 297 Cover, Receptacle Weatherproof Duplex Rcpt 1... ............... .. .....................
24 175 138 Box, Louver 2... ............... .. ...................................................
25 192 853 Bracket, Mtg Contactor/Capacitor/PC Board 1... ............... .. .......................
26 PC1 229 959 Circuit Card Assy, Control 1... ..... ..... .. .......................................
PLG2 131 056 Connector & Sockets 1.......... .... .. ...........................................
PLG3 130 203 Connector & Sockets 1.......... .... .. ...........................................
PLG5 115 091 Connector & Sockets 1.......... .... .. ...........................................
PLG7 115 093 Connector & Sockets 1.......... .... .. ...........................................
27 RC10 166 679 Connector & Sockets 1... .... .... .. ...........................................
28 T2 195 829 Transformer, Control 200/400VAC 1... ...... ...... .. ................................
29 183 549 Bracket, Mtg Aux Transformer 1... ............... .. ...................................
30 +207 727 Windtunnel, Rh 1... .............. .. ................................................
31 153 403 Bushing, Snap-In Nyl .750 Id X 1.000Mtg 2... ............... .. .........................
32 177 547 Bushing, Snap-In Nyl 1.125Mtg 1... ............... .. ..................................
33 CT1 175 199 Transformer, Current 1... ..... ..... .. ...........................................
34 025 248 Stand-Off, Insul 2... ............... .. ................................................
35 C1 188 446 Capacitor, Polyp Film .5Uf 900VDC 1... ..... ..... .. ..............................
36 C3,4 192 935 Capacitor, Elctlt 2700Uf 450VDC 2... ..... ..... .. .................................
37 PC2 256 569 Circuit Card Assy, Interconnecting W/Cmpnts 1... ..... ..... .. ......................
PLG13 131 204 Connector & Sockets 1.......... .... .. ...........................................
PLG14,21 115 093 Connector & Sockets 2........ .. .. ...........................................
38 T3 182 108 Choke, Common Mode 1... ...... ...... .. .........................................
39 175 140 Bracket, Di/Dt 1... ............... .. .................................................
40 175 482 Coil, Di/Dt 2... ............... .. .....................................................
41 109 056 Core 2... ............... .. .........................................................
42 SR1 179 629 Kit Diode, Power Module 1... ..... ..... .. ........................................
43 PM1,2 233 043 Kit, Transistor IGBT Module 1... .... .... .. .....................................
OM-233 045 Pagina 30
Description
Part
No.
Dia.
Mkgs.
Item
No.
Afbeelding 7-1. Hoofdassemblage (vervolg)
Quanti
ty
44 Z1 173 570 Stabilizer 1... ...... ...... .. .....................................................
45 L1 173 563 Inductor, Input 1... ...... ...... .. .................................................
46 207 725 Heat Sink, Power Module 1... ............... .. .......................................
47 T1 179 616 Transformer, Hf 1... ...... ...... .. ................................................
48 207 467 Heat Sink, Rect 1... ............... .. ................................................
49 175 255 Insulator, Rectifier 1... ............... .. ..............................................
175 969 Insulator, PC Card 2..................... .. .............................................
181 197 Gasket, Di/Dt Rubber 1..................... .. ...........................................
50 229 325 Foot, Mtg Unit 4... ............... .. .................................................
51 176 736 Screw, Mtg Foot 4... ............... .. ...............................................
52 175 132 Base 1... ............... .. .........................................................
53 PC3 229 966 Circuit Card Assy, Front Panel & Display W/Program 1... ..... ..... .. ...............
PLG11 115 091 Connector & Sockets 1.......... .... .. ...........................................
54 FM 175 084 Fan, Muffin 24VDC 3000 RPM 1... ..... ..... .. ...................................
55 RC1 230 050 Receptacle, W/Leads & Plug 1... ..... ..... .. ....................................
56 178 548 Terminal, Connector Friction 2... ............... .. .....................................
57 C7,8 222 488 Capacitor, Assembly 2... ..... ..... .. ...........................................
58 185 732 Panel, Front 1... ............... .. ...................................................
59 129 525 Receptacle, Twlk Insul Fem 2... ............... .. .....................................
145 088 Kit, Connection Dinse 1..................... .. ..........................................
60 Nameplate, (Order By Model And Serial Number) 1... .......................... ..................
070 590 Tubing, Gl Acryl .325 (Order By Ft) 1ft..................... .. ...............................
61 174 992 Knob, Pointer .840 2... ............... .. .............................................
62 175 855 Door, Front 1... ............... .. ....................................................
63 174 991 Knob, Pointer 1.250 2... ............... .. ............................................
64 176 226 Insulator, Switch Power 1... ............... .. .........................................
65 S1 244 920 Switch, Tgl 3Pst 40A 600VAC Scr Term Wide Tgl 1... ...... ..... .. ..................
66 L5 241 027 Core, Toroidal .748 Id X 1.142 Od X .600 Thk 1... ...... ...... .. .....................
67 199 840 Bus Bar, Diode 2... ............... .. ................................................
68 179 310 Label, Warning General Precautionary 2... ............... .. ............................
+When ordering a component originally displaying a precautionary label, the label should also be ordered.
BE SURE TO PROVIDE MODEL AND SERIAL NUMBER WHEN ORDERING REPLACEMENT PARTS.
Geldig vanaf 1 januari 2012
(Installaties waarvan het serienummer begint met “MC” of nieuwer)
Deze beperkte garantie vervangt alle vorige Miller garanties en is exclusief zonder andere expliciete of impliciete
waarborgen of garanties.
BEPERKTE GARANTIE − Afhankelijk van de onderstaande bepa-
lingen en voorwaarden garandeert Miller Electric Mfg. Co., Apple-
ton, Wisconsin, zijn erkende verdeler dat nieuwe Miller installaties
die verkocht zijn na de geldende datum van deze beperkte garantie
geen materiaal- en/of fabricagefouten hebben. DEZE GARANTIE
VERVANGT UITDRUKKELIJK ALLE ANDERE GARANTIES, EX-
PLICIET OF IMPLICIET, VAN VERKOOPBAARHEID EN
GESCHIKTHEID.
Binnen de onderstaande garantieperioden zal Miller alle onderde-
len of componenten die niet meer functioneren door dergelijke fa-
bricage- en materiaalfouten met garantie repareren of vervangen.
Miller moet binnen dertig (30) dagen schriftelijk op de hoogte wor-
den gebracht van een dergelijke fout of storing, waarop Miller in-
structies zal geven over de garantieclaim-procedure die hierop
volgt.
In het geval van een dergelijke storing binnen de garantieperiode
zal Miller garantieclaims toestaan op installaties met garantie die
hieronder zijn vermeld. Alle garantieperioden gelden vanaf de dag
dat de installatie geleverd werd aan de erkende verdeler, of acht-
tien maanden nadat de installatie naar een internationale distribu-
teur gezonden is.
1. 5 jaar op onderdelen — 3 jaar op arbeidsloon
* Bij originele hoofdstroomgelijkrichters alleen de thyristo-
ren (SCR’s), de diodes en de afzonderlijke gelijkrichter-
modules
2. 3 jaar — op onderdelen en arbeidsloon
* Lasaggregaten met aandrijfmotor
(OPGELET: Motoren vallen onder een aparte
garantie, bij de fabrikant van de motor.)
* Inverter stroombronnen (tenzij anders aangegeven)
* Stroombronnen plasmasnijders
* Procesbeheersingsapparatuur
* Semiautomatische en automatische draadaanvoereen-
heden
* De Flowregelaar en Flowmeter uit de Smith 30 Serie
(geen arbeidsloon)
* Transformator/gelijkrichter stroombronnen
* Waterkoelingsystemen (geïntegreerd)
3. 2 jaar — op onderdelen
* Automatisch verduisterende helmlenzen
(geen arbeidsloon)
4. 1 jaar — op onderdelen en arbeidsloon tenzij anders
aangegeven
* Automatisch bewegende apparatuur
* CoolBelt− en CoolBand−ventilatorunit (geen arbeidsloon)
* Externe controleapparatuur en −sensoren
* Opties van onderdelen achteraf ingebouwd
(OPMERKING: Opties van onderdelen die achteraf zijn
ingebouwd zijn gedekt voor de resterende garantieperi-
ode van het product waarin ze in zijn geïnstalleerd of
voor een minimum van één jaar — afhankelijk van welke
van de twee het langste duurt.)
* Flowregelaars− en Flowmeters (geen arbeidsloon)
* RFCS voetbedieningen (m.u.v. RFCS−RJ45)
* Rookgasafzuigers
* HF Units
* ICE/XT plasmasnijtoortsen (geen arbeidsloon)
* Stroombronnen voor inductieverwarming, koelers
(OPGELET: Garantie van Digitale Recorders wordt
verzorgd door de fabrikant zelf.
* Elektrische belastingsbanken
* Motoraangedreven laspistolen
(m.u.v. de Spoolmate −laspistolen)
* PAPR−ventilatorunit (geen arbeidsloon)
* Positionerings− en regelapparatuur
* Rekken
* Laskarren/trailers
* Puntlasapparaten
* Onderpoederdek−draadaanvoersystemen
* Waterkoelsystemen (niet−geïntegreerd)
* Weldcraft TIG toortsen (geen arbeidsloon)
* Draadloze voet- en handafstandsbedieningen met
ontvangers
* Werkstations/Lastafels (geen arbeidsloon)
5. 6 maanden — op onderdelen
* Accu’s
* Bernard pistolen (geen arbeidsloon)
* Tregaskiss pistolen (geen arbeidsloon)
6. 90 dagen — op onderdelen
* Toebehoren (sets)
* Beschermzeilen
* Inductieverwarmingsspoelen en dekens, kabels en niet
elektronische regelapparatuur
* M−pistolen
* MIG pistolen en onderpoederdek (SAW) pistolen
* Afstandsbedieningen en RFCS−RJ45
* Vervangende onderdelen (geen arbeidsloon)
* Roughneck−pistolen
* Spoolmate pistolen
Millers True Blue® beperkte garantie geldt niet voor:
1. Slijtonderdelen zoals contacttips, snijmondstukken,
magneetschakelaars, koolborstels, relais, bovenbladen
van werkstations en lasgordijnen of andere onderdelen
die niet meer goed werken als gevolg van normale
slijtage. (Uitzondering: borstels en relais zijn wel gedekt
bij alle motoraangedreven producten.)
2. Onderdelen geleverd door Miller maar geproduceerd door an-
deren, zoals motoren of handelsaccessoires. Deze onderde-
len vallen onder de eventuele garanties door de fabrikanten.
3. Installaties die veranderingen hebben ondergaan door andere
partijen dan Miller, of installaties die onjuist geïnstalleerd of
verkeerd gebruikt zijn volgens industrierichtlijnen, of installa-
ties die geen redelijk en noodzakelijk onderhoud hebben ge-
had, of installaties die gebruikt zijn voor andere dan de
aangegeven toepassingen voor de installatie.
MILLER PRODUKTEN ZIJN BEDOELD VOOR VERKOOP EN
GEBRUIK DOOR COMMERCIËLE/INDUSTRIËLE GEBRUI-
KERS EN PERSONEN DIE OPGELEID ZIJN EN ERVARING
HEBBEN MET HET GEBRUIK EN ONDERHOUD VAN LASIN-
STALLATIES.
In het geval van een garantieclaim gedekt door deze garantie,
zullen de exclusieve Miller-oplossingen zijn: (1) repareren; of (2)
vervangen; of, als dit schriftelijk door Miller is toegestaan in
bepaalde gevallen, (3) de redelijke kosten van repareren of
vervangen bij een goedgekeurd Miller onderhoudsbedrijf; of (4)
krediet of betaling van de aankoopprijs (redelijke
waardevermindering op basis van het eigenlijke gebruik) bij het
retourneren van de goederen op risico en kosten van de klant.
Miller’s optie van repareren of vervangen zal f.o.b. zijn (met
inbegrip van vervoerskosten tot in de boot), naar de fabriek in
Appleton, Wisconsin of f.o.b. naar een door Miller goedgekeurd
onderhoudsbedrijf
zoals bepaald is door Miller. Daarom zal er geen
compensatie of terugbetaling voor transportkosten worden
toegestaan.
VOOR ZOVER DE WET DIT TOESTAAT, STAAN ER GEEN AN-
DERE VERHAALSMOGELIJKHEDEN OPEN DAN DEGENE DIE
HIER VOORZIEN ZIJN. IN GEEN GEVAL ZAL MILLER CON-
TRACTUEEL, UIT ONRECHTMATIGE DAAD, OF ANDERSZINS,
AANSPRAKELIJK ZIJN VOOR RECHTSTREEKSE, ON-
RECHTSTREEKSE, BIJZONDERE, INCIDENTELE, OF GE-
VOLGSCHADE (HIERIN BEGREPEN GEDERFDE WINST).
MILLER VERWERPT EN SLUIT, M.B.T. ALLE GEREEDSCHAP
DAT DOOR HAAR GELEVERD WORDT, ELKE
UITDRUKKELIJKE GARANTIE DIE HIER NIET VOORZIEN IS,
EN ELKE GEÏMPLICEERDE GARANTIE OF VERKLARING
M.B.T. PRESTATIE, EN ELK VERHAAL OP GROND VAN
CONTRACTUELE WANPRESTATIE, UIT ONRECHTMATIGE
DAAD, OF DAT, WARE DEZE BEPALING NIET OPGENOMEN,
IMPLICIET, VAN RECHTSWEGE, NAAR HANDELSGEWOONTE
OF NAAR AANLEIDING VAN DE CONCRETE
OMSTANDIGHEDEN VAN DE TRANSACTIE ZOU
VOORTVLOEIEN UIT GELIJK WELKE ANDERE
RECHTSTHEORIE, HIERIN BEGREPEN ELKE
GEÏMPLICEERDE GARANTIE M.B.T. VERKOOPBAARHEID OF
GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD GEBRUIK, UIT.
Sommige staten in de V.S. staan geen beperkingen toe met betrek-
king tot de duur van de garantie, noch uitsluiting van bijkomende
schade, indirecte schade, speciale schade of gevolgschade, dus
bovenstaande beperking kan mogelijk niet van toepassing zijn
voor u. Deze garantie biedt specifieke wettelijke rechten en er kun-
nen eventueel ook andere rechten van toepassing zijn; deze kun-
nen echter per staat verschillen.
In Canada biedt de wetgeving in enkele provincies bepaalde extra
garanties of oplossingen die afwijken van de bepalingen die hierin
zijn opgenomen, en bovenstaande beperkingen en uitsluitingen
zijn mogelijk niet van toepassing, voorzover er niet van mag wor-
den afgezien. Deze Beperkte Garantie biedt specifieke wettelijke
rechten en er kunnen eventueel ook andere rechten zijn; deze kun-
nen echter per provincie verschillen.
miller warr_dut 2012−01
Vertaling van de originele instructies − UITGEGEVEN IN DE VS. © 2012 Miller Electric Mfg. Co 2012-01
Miller Electric Mfg. Co.
An Illinois Tool Works Company
1635 West Spencer Street
Appleton, WI 54914 USA
International Headquarters−USA
USA Phone: 920-735-4505 Auto-attended
USA & Canada FAX: 920-735-4134
International FAX: 920-735-4125
Voor internationale vestigingen bezoek
website: www.MillerWelds.com
Naam van het model Serie-/typenumber
Aankoopdatum (datum waarop de apparatuur bij de oorspronkelijke klant werd bezorgd.)
Leverancier
Adres
Plaats
Staat Postcode
S.v.p. volledig invullen en goed bewaren.
Vermeld altijd de naam van het model en het serie-/typenummer
Ga naar uw leverancier voor: Toebehoren en elektroden
Optionele apparatuur en accessoires
Persoonlijke beschermingsmiddelen
Service en reparaties
Vervangende onderdelen
Trainingen en opleidingen (scholen, videos,
boeken)
Technische handboeken (onderhoudsinformatie
en onderdelen)
Stroomkringschema’s
Handboeken over lasprocessen
Neem contact op met het
vervoersbedrijf:
Neem contact op met de transportafdeling van uw
distributeur en/of de fabrikant van de apparatuur
voor hulp bij het indienen en afhandelen van scha-
declaims.
Service
Papieren van de eigenaar
Om een schadeclaim in te dienen bij verlies of
beschadiging tijdens verscheping,
Contacteer een verdeler of een service bureau
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36

Miller XMT 304 CC/CV 400 VOLT (CE) de handleiding

Categorie
Lassysteem
Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor