Aeg-Electrolux L56840 Handleiding

Type
Handleiding
LAVAMAT L 56840
Gebruiksaanwijzing Wasmachine
Wij danken u voor uw keuze voor een van onze producten van hoogwaardige
kwaliteit.
Lees deze gebruiksaanwijzing alstublieft zorgvuldig door, zo kunt u zeker zijn van
optimale en professionele prestaties van uw apparaat. De handleiding zal u in staat
stellen om alle processen perfect en op de meest efficiënte wijze te laten verlopen.
Wij adviseren u deze handleiding op een veilige plaats te bewaren, dan kunt u hem
te allen tijde raadplegen. Geef deze handleiding ook aan een eventuele toekomstige
eigenaar van het apparaat.
Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe apparaat.
Inhoud
Bedieningsinstructies 3
Veiligheidsinformatie 3
Algemene veiligheid 3
Installatie 4
Gebruik 4
Veiligheid van kinderen 5
Beschrijving van het product 5
Wasmiddellade 6
Bedieningspaneel 7
Controlelampjes (7) 7
Het eerste gebruik 8
Dagelijks gebruik 8
Wasgoed in de machine doen 8
Wasmiddel en wasverzachter doseren
8
Kies het gewenste programma met de
programmakeuzeknop (1) 9
Centrifugetoerental of optie SPOELSTOP
kiezen (toets 2) 9
Programma optietoets 10
Selecteer de optie VLEKKEN (Toets 3) 10
Optie EXTRA KORT kiezen (toets 4) 10
Selecteer START/PAUZE (Toets 5) 10
Selecteer het STARTUITSTEL (Toets 6) 10
Een extra spoelgang kiezen 11
Een optie of lopend programma wijzigen
11
Een programma onderbreken 11
Een programma annuleren 11
De deur openen nadat het programma is
gestart 11
Aan het einde van het programma 11
Wasprogramma's 12
Nuttige aanwijzingen en tips 15
De was sorteren 15
Temperaturen 15
Voordat u de was in de machine doet 15
Maximale belading 16
Het gewicht van wasgoed 16
Vlekken verwijderen 16
Wasmiddelen en nabehandelingsmiddelen
17
Graden van waterhardheid 17
Onderhoud en reiniging 18
Ontkalken 18
Na elke wasbeurt 18
Onderhoudswasbeurt 18
Schoonmaken van de buitenkant 18
Wasmiddellade 18
Wastrommel 19
Deurrubber 19
Afvoerpomp 19
De watertoevoerfilters schoonmaken 21
Machine legen in geval van nood 22
Voorzorgsmaatregelen bij vorst 22
Problemen oplossen 23
Technische gegevens 26
Verbruikswaarden 27
Montage-instructies 27
Montage 27
Uitpakken 27
Plaatsing en waterpas zetten 30
Watertoevoer 30
Waterstop 31
Waterafvoer 31
Aansluiting aan het elektriciteitsnet 32
2
Inhoud
Milieubescherming 33
Verpakkingsmaterialen 33
Milieutips 33
Wijzigingen voorbehouden
Bedieningsinstructies
Veiligheidsinformatie
Zorgvuldig lezen en voor toekomstige raadpleging bewaren.
De veiligheid van uw apparaat voldoet aan de voorschriften en de wettelijke vereisten
met betrekking tot de veiligheid van apparaten Wij vinden echter dat wij, als fabrikant,
de plicht hebben u de volgende veiligheidsaanwijzingen te geven.
Het is erg belangrijk dat deze gebruiksaanwijzing bij de machine bewaard zodat u later
nog eens iets kunt nalezen. Als het apparaat aan iemand anders verkocht of geschonken
wordt, of als u verhuist en de machine achterlaat, zorg er dan voor dat de gebruiksaan-
wijzing bij het apparaat blijft zodat de nieuwe eigenaar kennis kan nemen van de werking
van het apparaat en de bijbehorende waarschuwingen.
U MOET deze gebruiksaanwijzing aandachtig doorlezen voordat u de machine te instal-
leert of in gebruik neemt.
Controleer uw machine op eventuele schade, die ontstaan kan zijn tijdens het transport,
voordat u hem in gebruik neemt. Sluit nooit een beschadigde machine aan. Als er on-
derdelen zijn beschadigd, neem dan contact op met uw leverancier.
Als de machine in de winter wordt afgeleverd, als de temperatuur onder nul is. Zet de
wasmachine 24 uur in een ruimte met kamertemperatuur voordat u hem in gebruik
neemt.
Algemene veiligheid
Het is gevaarlijk om de specificaties te wijzigen of om te proberen op enigerlei wijze
veranderingen aan te brengen aan dit apparaat.
Tijdens wasprogramma's op hoge temperatuur kan het deurglas heet worden. Niet aan-
raken!
Zorg ervoor dat kleine huisdieren niet in de trommel klimmen. Controleer om dit te
voorkomen de trommel vóór gebruik.
Voorwerpen als munten, veiligheidsspelden, spijkers, schroeven, stenen of andere harde,
scherpe materialen kunnen grote schade aan het apparaat toebrengen en mogen niet
in het apparaat terechtkomen.
Gebruik alleen de aanbevolen hoeveelheid wasverzachter en wasmiddel. Als u te veel
doseert, kunnen kledingstukken beschadigd raken. Raadpleeg de aanbevelingen van de
fabrikant met betrekking tot de hoeveelheden.
Was kleine artikelen zoals sokken, veters, wasbare ceintuurs enz. in een waszak of kus-
sensloop, omdat deze tussen de kuip en de trommel terecht kunnen komen.
Gebruik uw wasautomaat niet om artikelen met baleinen, materialen zonder zoom of
gescheurde materialen te wassen.
Veiligheidsinformatie
3
132948420- 00 - 442009
Trek na gebruik, reiniging en onderhoud van de machine altijd de stekker uit het stop-
contact en draai de kraan dicht.
Probeer in geen geval zelf de machine te repareren. Reparaties uitgevoerd door ondes-
kundigen kunnen lichamelijk letsel of ernstige schade aan de machine veroorzaken. Neem
contact op met een Klantenservice bij u in de buurt. Vraag altijd om originele vervan-
gingsonderdelen.
Installatie
Dit apparaat is zwaar. Wees voorzichtig als u het apparaat verplaatst.
Controleer bij het uitpakken van het apparaat of dit niet is beschadigd. Gebruik het
apparaat bij twijfel niet en neem contact op met de Klantenservice.
Alle verpakkingsmaterialen en transportbouten moeten vóór het gebruik worden ver-
wijderd. Als dit wordt nagelaten kan dit ernstige schade aan het product en andere
eigendommen tot gevolg hebben. Zie het desbetreffende hoofdstuk in de gebruiksaan-
wijzing.
Controleer na de installatie van het apparaat of het niet op de toevoer- en afvoerslang
staat en of het werkblad het aansluitsnoer niet platdrukt tegen de muur.
Als het apparaat op een tapijtvloer wordt geplaatst, dient de hoogte van de stelpootjes
te worden aangepast om de lucht onder het apparaat toch goed te kunnen laten circu-
leren.
Let er altijd op of er na de installatie geen water lekt uit de slangen en de aansluitingen.
Als het apparaat geïnstalleerd is op een plaats waar het kan vriezen, lees dan het hoofd-
stuk "Bevriezingsgevaren.
Eventuele voor de installatie van dit apparaat noodzakelijke loodgieterswerkzaamheden,
moeten worden uitgevoerd door een gekwalificeerde loodgieter.
Eventuele voor de installatie van het apparaat noodzakelijke elektrotechnische werk-
zaamheden, moeten worden uitgevoerd door een gekwalificeerde elektricien.
Gebruik
Dit apparaat is bestemd voor huishoudelijk gebruik. Het is niet toegestaan het apparaat
te gebruiken voor andere doeleinden dan waarvoor het is bestemd.
Was in de machine alleen textiel dat geschikt is voor machinaal wassen. Volg de in-
structies op het wasvoorschrift in de kleding.
Doe niet te veel wasgoed in de machine. Zie de "Wasprogramma"-tabel.
Voordat u gaat wassen, dient u ervoor te zorgen dat alle zakken leeg zijn en dat alle
knopen en ritsen dicht zijn. Was geen gerafelde of gescheurde artikelen. Behandel vlekken
zoals verf, inkt, roest en gras eerst voordat u artikelen met dit soort vlekken gaat wassen.
Beugelbeha's mogen NIET machinaal worden gewassen.
Kledingstukken die in aanraking zijn geweest met vluchtige petroleumproducten mogen
niet in de machine gewassen worden. Als vluchtige reinigingsvloeistoffen zijn gebruikt,
dient u ervoor te zorgen dat de vloeistof uit het kledingstuk is verwijderd voordat u het
in de wasautomaat doet.
Trek de stekker nooit aan het snoer uit het stopcontact; maar aan de stekker zelf.
Gebruik de wasmachine nooit als het aansluitsnoer, het bedieningspaneel, het werkblad
of de sokkel beschadigd zijn, waardoor de binnenkant van de wasmachine toegankelijk
is.
4
Veiligheidsinformatie
Veiligheid van kinderen
Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (met inbegrip van kinderen) met
beperkte lichamelijke of verstandelijke vermogens of een gebrek aan ervaring en kennis,
tenzij dit onder toezicht gebeurt van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon
of tenzij zij van een dergelijke persoon instructie hebben ontvangen over het gebruik
van het apparaat.
De verpakkingsmaterialen (zoals plasticfolie en polystyreen) kunnen een gevaar opleve-
ren voor kinderen - verstikkingsgevaar! Houd deze materialen buiten het bereik van
kinderen.
Berg alle wasmiddelen op een veilige plaats, buiten het bereik van kinderen, op.
Zorg ervoor dat kinderen of huisdieren niet
in de trommel kunnen klimmen. Om te voor-
komen dat kinderen of huisdieren binnen in
deze machine vast komen te zitten, heeft hij
een speciale functie. Om deze functie te ac-
tiveren draait u de knop (zonder deze in te
drukken) aan de binnenkant van de deur naar
rechts tot de groef horizontaal staat. Gebruik
zo nodig een muntstuk. Om deze functie uit
te schakelen en de mogelijkheid te herstellen
om de deur te sluiten, draait u de knop naar
links tot de groef verticaal staat.
Beschrijving van het product
Uw nieuwe apparaat voldoet aan alle moderne eisen voor een effectieve behandeling van
wasgoed met een laag verbruik van water, energie en wasmiddel.
Het spaarklepsysteem staat het totale gebruik van wasmiddel toe en vermindert het wa-
terverbruik om energie te sparen.
Beschrijving van het product
5
1
2
6
5
4
3
1 Wasmiddellade
2 Bedieningspaneel
3 Deurhandgreep
4 Typeplaatje
5 Afvoerpomp
6 Verstelbare pootjes
Wasmiddellade
Vakje voor voorwasmiddel of vlekkenverwij-
deraar.
Het voorwasmiddel wordt het begin van het was-
programma ingespoeld.
Het vlekkenzout wordt tijdens de vlekken-fase in
de hoofdwas in gespoeld.
Vakje voor waspoeder of vloeibaar wasmiddel
te gebruiken voor de hoofdwas .
Vakje voor vloeibare toevoegingen (wasver-
zachter, stijfsel).
Volg de aanbevelingen van de fabrikant op voor wat betreft de te gebruiken hoeveelheden
en overschrijd het "MAX" teken in de wasmiddellade niet. Wasverzachter of stijfsel moeten
in het vakje voor vloeibare toevoegingen worden gegoten voordat u het wasprogramma
start.
6
Beschrijving van het product
Bedieningspaneel
Hieronder is het bedieningspaneel afgebeeld. Het laat de programmakeuzeknop zien alsook
de toetsen en controlelampjes. Deze onderdelen worden weergegeven met bijbehorende
nummers op de volgende pagina's.
1
2
3
4
5
7
6
1 Programmakeuzeknop
2 Toets KORT CENTRIFUGEREN (TPM - ESSORAGE)
3 Toets VLEKKEN ( VLEKKEN - TACHES)
4 Toets EXTRA KORT ( EXTRA KORT - RAPIDE)
5 toets START/PAUZE ( START/PAUSE - DEPART/PAUSE)
6 Toets STARTUITSTEL ( ) ( STARTUITSTEL - DEPART DIFFERE)
7 Controlelampjes
Symbolen op het bedieningspaneel
= Wol
= Koud
= Spoelstop
Controlelampjes (7)
Nadat de toets 5 is ingedrukt, gaat het controle-
lampje WASSEN ( HOOFDWAS - LAVAGE)( 7.1 )
aan.
Als het controlelampje 7.1 aan gaat, betekent dit
dat de machine in werking is.
Als het programma is afgelopen, gaat het contro-
lelampje EINDE ( EINDE - FIN)( 7.2 ) branden.
Als de machine extra spoelgangen uitvoert, gaat
het lampje EXTRA SPOELEN ( EXTRA SPOELEN -
RINÇAGE PLUS)( 7.3 ) branden. Raadpleeg, voor
het toevoegen van een extra spoelgang "Een extra
spoelgang kiezen".
Bedieningspaneel
7
Het eerste gebruik
Zorg ervoor dat de elektrische aansluiting en de wateraansluiting voldoen aan de in-
stallatie-instructies.
Verwijder het polystyreenblok en evt. andere materialen uit de trommel.
Giet 2 liter water in het vakje voor het hoofdwasmiddel
van de wasmiddellade om de
SPAAR klep te activeren. Laat vervolgens het katoenprogramma op de hoogste tempe-
ratuur draaien, zonder wasgoed in de machine, zodat eventuele fabricageresten uit de
trommel en de kuip worden verwijderd. Giet een halve maatbeker wasmiddel in het vakje
voor de hoofdwas en start de machine.
Dagelijks gebruik
Wasgoed in de machine doen
1. Open de deur voorzichtig door de hand-
greep naar buiten te trekken. Doe het was-
goed stuk voor stuk in de trommel; schud
het eerst zo goed mogelijk uit.
2. Doe de deur stevig dicht. U moet bij het
sluiten een klik horen.
WAARSCHUWING!
Laat het wasgoed niet tussen de deur en de
rubber pakking terecht komen.
Wasmiddel en wasverzachter doseren
Uw nieuwe apparaat is ontworpen om te besparen op het verbruik van water, energie en
wasmiddel.
1. Trek de wasmiddellade zo ver mogelijk
naar buiten. Meet de vereiste hoeveelheid
wasmiddel af, giet het in het vak voor de
hoofdwas
. Als u een programma wilt
uitvoeren met de voorwas fase of de
vlekken functie wilt gebruiken, dient u
het wasmiddel in het vak
te gieten.
8
Het eerste gebruik
2. Giet, indien gewenst, wasverzachter in het
vakje
(de gebruikte hoeveelheid mag de
markering MAX in de lade niet overschrij-
den). Schuif de wasmiddellade er weer
voorzichtig in.
Kies het gewenste programma met de programmakeuzeknop (1)
U kunt het juiste programma voor elke soort wasgoed kiezen door de aanwijzingen in de
programmatabellen op te volgen (zie "Wasprogramma's").
Draai de programmakeuzeknop op het gewenste programma. Met de programmakeuze-
knop bepaalt u het soort wascyclus (bijv. waterpeil, beweging van de trommel, aantal
spoelgangen) en de wastemperatuur afhankelijk van het soort wasgoed.
Het controlelampje van toets 5 gaat knipperen.
De programmakeuzeknop kan met de klok mee of tegen de klok in worden gedraaid. Stand
om het programma te resetten/ De machine uit te schakelen.
Aan het einde van het programma moet de keuzeknop op stand
gedraaid worden,
om de machine uit te schakelen.
Wanneer u de programmakeuzeknop naar een ander programma draait wanneer de ma-
chine in bedrijf is, zal het gele controlelampje van toets 5 driemaal knipperen om een
onjuiste keuze aan te geven. De machine zal het nieuw gekozen programma niet uitvoeren.
Centrifugetoerental of optie SPOELSTOP kiezen (toets 2)
Wanneer het gewenste programma is gekozen, stelt uw machine automatisch het maximale
centrifugetoerental voor dat programma voor.
Druk herhaaldelijk op toets 2 om het centrifugetoerental te veranderen, als u wilt dat uw
wasgoed wordt gecentrifugeerd op een snelheid die afwijkt van de door de wasautomaat
voorgestelde toerental.
Het desbetreffende lampje licht op.
SPOELSTOP : als u deze optie kiest wordt het laatste spoelwater niet weggepompt, om te
voorkomen dat het wasgoed kreukelt. Als het programma is afgelopen gaat het controle-
lampje 7.2 branden, het lampje van toets 5 en lampje 7.1 zijn uit en de deur is vergrendeld
om aan te geven dat het water eerst moet worden afgevoerd.
Om het water weg te pompen het hoofdstuk "Aan het einde van het programma"
lezen.
Dagelijks gebruik
9
Programma optietoets
Afhankelijk van het programma, kunnen er verschillende functies gecombineerd worden.
Deze functies moeten gekozen worden nadat u het gewenste programma gekozen heeft
en voordat u op toets 5 drukt. Als deze toetsen worden ingedrukt, gaan de bijbehorende
controlelampjes branden. Als zij opnieuw worden ingedrukt, gaan de controlelampjes uit.
Als een onjuiste optie is geselecteerd, knippert het gele controlelichtje van toets 5 driemaal.
Zie voor de mogelijke combinaties van wasprogramma's en opties hoofdstuk "Waspro-
gramma's".
Selecteer de optie VLEKKEN (Toets 3)
Selecteer deze optie om sterk vervuild wasgoed of wasgoed met vlekken te behandelen met
vlekkenverwijderaar (verlengde hoofdwas met tijdgeoptimaliseerde vlekkenbehandelings-
fase). Het desbetreffende lampje licht op.
Deze optie is niet beschikbaar bij een temperatuur lager dan 40°C.
LET OP!
Als u een programma wilt laten draaien met de vlekkenoptie, giet dan vlekkenverwijderaar
in het vakje
.
Optie EXTRA KORT kiezen (toets 4)
Bij het indrukken van deze toets gaat het bijbehorende controlelampje branden en wordt
de wasduur verkort om licht vervuild wasgoed te wassen. Deze optie is geschikt voor arti-
kelen die korte tijd gebruikt of gedragen zijn.
Selecteer START/PAUZE (Toets 5)
Om het gekozen programma te starten, toets 5 indrukken; het bijbehorende rode contro-
lelampje stopt met knipperen.
Controlelampje 7.1 brandt om aan te geven dat het apparaat begint te werken en dat de
deur vergrendeld is.
Om een lopend programma te onderbreken drukt u op toets 5 : het bijbehorende rode
controlelampje gaat knipperen.
Om het programma opnieuw te starten vanaf het punt waarop het werd onderbroken drukt
u opnieuw op de toets 5 .
Als u een uitgestelde start gekozen heeft, begint de machine af te tellen.
Selecteer het STARTUITSTEL (Toets 6)
Als u de start wilt uitstellen, druk dan voordat u het programma start meerdere malen
op toets 6 om de gewenste vertraging te selecteren. Het desbetreffende lampje licht op.
Met deze toets kunt u het starten van het wasprogramma met 3, 6, en 9 uur uitstellen.
U moet deze optie kiezen nadat u het programma hebt ingesteld en voordat u toets 5
indrukt.
U kunt het startuitstel te allen tijde annuleren, voordat u toets 5 indrukt.
Als toets 5 al ingedrukt is:
zet de wasautomaat op PAUZE door op toets 5 te drukken;
druk eenmaal op toets 6 , het lampje van het gekozen startuitstel gaat uit;
druk nogmaals op toets 5 om het programma te starten.
10
Dagelijks gebruik
Belangrijk:
Het gekozen uitstel kan alleen veranderd worden nadat u het wasprogramma opnieuw
gekozen heeft.
De deur blijft gedurende het uitstel vergrendeld. Als u de deur toch wilt openen, dan
moet u de wasautomaat eerst op PAUZE zetten door op toets 5 te drukken en een paar
minuten te wachten. Druk nadat u de deur weer heeft gesloten nogmaals op toets 5 .
De functie Uitgestelde start kan niet gekozen worden bij het waterafvoerprogramma.
Een extra spoelgang kiezen
Dit apparaat is ontworpen om water te besparen. Voor mensen met een erg gevoelige huid
(allergisch voor wasmiddelen) kan het echter noodzakelijk zijn om het wasgoed met een
extra hoeveelheid water te spoelen (extra spoelgang).
Druk gedurende enkele seconden tegelijkertijd op de toetsen 2 en 3 : het lampje 7.3 gaat
branden. Deze functie blijft permanent actief. Om de functie te verwijderen nogmaals op
dezelfde toetsen drukken tot lampje 7.3 uit gaat.
Een optie of lopend programma wijzigen
Het is mogelijk om een optie te veranderen voordat het programma deze uitvoert. Voordat
u iets kunt veranderen, moet u de wasmachine laten pauzeren door op toets 5 te drukken.
U kunt een lopend programma alleen veranderen door het te resetten . Draai de pro-
grammakeuzeknop eerst op
en dan op de stand van het nieuwe programma. Start het
nieuwe programma door nogmaals op toets 5 te drukken. Het water in de kuip zal niet
worden weggepompt.
Een programma onderbreken
Druk op toets 5 om een lopend programma te onderbreken, het bijbehorende controle-
lampje gaat knipperen. Druk nogmaals op de toets om het programma opnieuw te starten.
Een programma annuleren
Draai de keuzeknop op om een lopend programma te annuleren. U kunt nu een nieuw
programma kiezen.
De deur openen nadat het programma is gestart
Zet de machine eerst op pauzeren door op toets 5 te drukken.
Enkele minuten later kan de deur geopend worden.
Indien de deur vergrendeld blijft, betekent dit dat de machine al aan het opwarmen is, dat
het waterniveau boven de bodemrand van de deur komt. In dat geval kan de deur niet
worden geopend.
Als u de deur niet kunt openen terwijl dit toch nodig is, schakelt u de machine uit door de
keuzeknop op
te draaien . Na een paar minuten kan de deur worden geopend (let op
het waterniveau en de temperatuur!) .
Nadat u de deur gesloten heeft, moet u het programma opnieuw selecteren en op de toets
5 drukken.
Aan het einde van het programma
De machine stopt automatisch. Het controlelampje van toets 5 en controlelampje 7.1 gaan
uit. Het faselampje 7.2 gaat branden.
Dagelijks gebruik
11
Als er een programma of optie gekozen wordt waarbij het water in de trommel niet wordt
weggepompt, dan blijft het bijbehorende controlelampje branden, het faselampje 7.2 gaat
branden, de deur blijft vergrendeld om aan te geven dat het water eerst moet worden
weggepompt voordat de deur geopend kan worden.
Om het water weg te pompen:
zet de programmakeuzeknop op
Kies het programma Pompen of Centrifugeren
verlaag indien nodig het centrifugetoerental met de betreffende toets
Druk op toets 5
als het programma is afgelopen gaat alleen het controlelampje 7.2 branden.
Draai de programmakeuzeknop op
om de machine uit te schakelen. Verwijder het was-
goed uit de trommel en controleer goed of de trommel helemaal leeg is.
Als u niet van plan bent om nog een was te doen, sluit dan de waterkraan. Laat de deur
open staan om de vorming van schimmel en onaangename luchtjes te voorkomen.
Stand-bymodus : zodra het programma is geëindigd, wordt na enkele minuten het ener-
giebesparingssysteem ingeschakeld. Door op een willekeurige toets te drukken haalt u het
apparaat uit de energiebesparende modus.
Wasprogramma's
Programma
Maximale en minimale temperatuur
Beschrijving van de cyclus
Maximaal centrifugetoerental
Maximale belading wasgoed
Type wasgoed
Opties Wasmiddelvakje
Katoen
KATOEN -BLANC/COULEURS
95° - 30°
Hoofdwas - Spoelgangen - Lang centrifugeren
Maximale centrifugesnelheid bij 1600 tpm
Max. belading 6 kg - gereduceerd. belading 3 kg
Wit en bont katoen (normaal vervuilde artikelen).
KORT CENTRIFUGE-
REN
SPOELSTOP
VLEKKEN
1)
EXTRA KORT
2)
EXTRA SPOELEN
KATOEN MET VOORWAS
+ VOORWAS / + PRELAVAGE
95° - 40°
Voorwas - Hoofdwas - Spoelgangen - Lang centrifu-
geren
Maximale centrifugetoerental 1600 tpm
Max. belading 6 kg - gereduceerd. belading 3 kg
Wit of bont katoen met voorwasfase (sterk vervuilde
artikelen).
KORT CENTRIFUGE-
REN
SPOELSTOP
VLEKKEN
1)
EXTRA KORT
2)
EXTRA SPOELEN
12
Programma
Maximale en minimale temperatuur
Beschrijving van de cyclus
Maximaal centrifugetoerental
Maximale belading wasgoed
Type wasgoed
Opties Wasmiddelvakje
SYNTHETISCHE STOFFEN
SYNTHETICA - SYNTHETIQUES
60°- 30°
Hoofdwas - Spoelgangen - Kort centrifugeren
Maximaal centrifugetoerental 1200 toeren
Max. belading 3 kg - gereduceerd. belading 1.5 kg
Synthetische of gemengde stoffen: ondergoed, ge-
kleurde kledingstukken, krimpvrije overhemden, blou-
ses.
KORT CENTRIFUGE-
REN
SPOELSTOP
VLEKKEN
1)
EXTRA KORT
2)
EXTRA SPOELEN
STRIJKVRIJ
STRIJKVRIJ PLUS - REPASSAGE FACILE PLUS
40°
Hoofdwas - Spoelgangen - Kort centrifugeren
Maximaal centrifugetoerental 1200 toeren
Max. belading 1 kg
Synthetische stoffen die voorzichtig gewassen en
gecentrifugeerd moeten worden. Als u dit pro-
gramma kiest wordt het wasgoed voorzichtig gewas-
sen en gecentrifugeerd om eventuele kreukels te
voorkomen. Op deze manier kunt u gemakkelijker
strijken. Bovendien zal de machine extra spoelgangen
uitvoeren.
KORT CENTRIFUGE-
REN
SPOELSTOP
EXTRA SPOELEN
FIJNE WAS
FIJNE WAS - DÉLICATS
40° - 30°
Hoofdwas - Spoelgangen - Kort centrifugeren
Maximaal centrifugetoerental 1200 tpm
Max. belading 3 kg - gereduceerd. belading 1,5 kg
Fijne was: acryl, viscose, polyester.
KORT CENTRIFUGE-
REN
SPOELSTOP
VLEKKEN
1)
EXTRA KORT
2)
EXTRA SPOELEN
WOL (HANDWAS)
WOL PLUS - LAINE PLUS
30°- Koud
Hoofdwas - Spoelgangen - Kort centrifugeren
Maximaal centrifugetoerental 1200 tpm
Max. belading 2 kg
Wasprogramma voor in de machine wasbare wol en
voor met de hand wasbare wol en fijne stoffen. Op-
merking : Een enkel of groot stuk wasgoed kan on-
balans veroorzaken. Als de machine de laatste centri-
fugefase niet uitvoert, voeg dan meer wasgoed toe,
verdeel de lading handmatig opnieuw en kies vervol-
gens het centrifugeprogramma.
KORT CENTRIFUGE-
REN
SPOELSTOP
Wasprogramma's
13
Programma
Maximale en minimale temperatuur
Beschrijving van de cyclus
Maximaal centrifugetoerental
Maximale belading wasgoed
Type wasgoed
Opties Wasmiddelvakje
BEHOEDZAAM SPOELEN
KORT SPOELEN - RINÇ. DÉLICATS
Spoelgangen - Kort centrifugeren
Maximaal centrifugetoerental 1200 tpm
Max. belading 6 kg
Met dit programma is het mogelijk om katoenen kle-
dingstukken die met de hand gewassen zijn uit te
spoelen en te centrifugeren. De machine voert 3
spoelgangen uit, gevolgd door een laatste keer cen-
trifugeren. Het centrifugetoerental kan verlaagd wor-
den met de betreffende toets.
KORT CENTRIFUGE-
REN
SPOELSTOP
EXTRA SPOELEN
POMPEN
POMPEN - VIDANGE
Afvoeren van het water
Max. belading 6 kg
Om het laatste spoelwater af te voeren in program-
ma's met de optie geselecteerd, waardoor het pro-
gramma eindigt met water in de trommel. Draai eerst
de programmakeuzeknop naar
, kies vervolgens
het programma Waterafvoer en druk op toets 5 .
CENTRIFUGEREN
CENTRIFUGEREN - ESSORAGE
Pompen en lang centrifugeren
Maximaal centrifugetoerental op maximale snelheid
Max. belading 6 kg
Aparte centrifugegang voor katoenen kledingstukken
die met de hand gewassen moeten worden en na pro-
gramma's met de optie geselecteerd, waardoor het
programma eindigt met water in de trommel. Voordat
u dit programma kiest moet de keuzeknop op
ge-
draaid zijn. U kunt het centrifugetoerental met behulp
van de betreffende toets aanpassen aan de weefsels
die gecentrifugeerd moeten worden.
KORT CENTRIFUGE-
REN
OPFRISSEN
OPFRISSEN - RAFRAÎCHIR
30°
Hoofdwas - Pompen - Kort centrifugeren
Maximaal centrifugetoerental 1200 toeren
Max. belading 3 kg
Dit programma kan gebruikt worden voor het snel
wassen van sportartikelen, of katoenen en syntheti-
sche artikelen die licht vervuild of slechts eenmaal
gedragen zijn.
KORT CENTRIFUGE-
REN
14
Wasprogramma's
Programma
Maximale en minimale temperatuur
Beschrijving van de cyclus
Maximaal centrifugetoerental
Maximale belading wasgoed
Type wasgoed
Opties Wasmiddelvakje
KATOEN ZUINIG
ECO - ECONOMIQUE
60°
Hoofdwas - Spoelgangen - Lang centrifugeren
Maximaal centrifugetoerental 1600 tpm
Max. belading 6 kg
Wit en kleurecht katoen .
Dit programma kan worden gekozen voor licht of
normaal vervuilde katoenen artikelen. De tempera-
tuur wordt verlaagd en de wasduur wordt verlengd.
Hierdoor kunt u een goede wasefficiëntie bereiken en
tegelijk energie besparen.
KORT CENTRIFUGE-
REN
SPOELSTOP
VLEKKEN
1)
EXTRA SPOELEN
/ OFF
Om het lopende programma te annuleren of om de
machine uit te schakelen. .
1) De optie Vlekken kan alleen worden geselecteerd bij een temperatuur van 40°C of hoger.
2) Als u de optie Extra kort selecteert door te drukken op toets 4 , raden we u aan de maximale belading te beperken,
zoals aangegeven. (Gered. lading = gereduceerde lading). Volledige belading is mogelijk, de wasresultaten zullen
echter minder goed zijn.
Nuttige aanwijzingen en tips
De was sorteren
Houd u aan de wassymbolen op de etiketten, waarvan elk kledingstuk voorzien is, en de
wasvoorschriften van de fabrikant. Sorteer het wasgoed als volgt: wit, bont, synthetisch,
fijne was, wol.
Temperaturen
95° of 90°
voor normaal vervuild wit katoen en linnen (bijv. theedoeken,
handdoeken, tafelkleden, lakens...)
60° - 50°
voor normaal vervuilde kleurechte kleding (bijv. overhemden,
nachthemden, pyjama's....) van linnen, katoen of synthetische
weefsels en voor licht vervuild wit katoen (bijv. ondergoed)
40°-30°- Koud
voor tere weefsels (bijv. vitrage), gemengde was inclusief synthe-
tische weefsels en wollen kledingstukken met het label "zuiver wol,
wasbaar in de machine, krimpvrij"
Voordat u de was in de machine doet
Was witte en bonte was nooit samen. Wit kan in de was zijn "witheid" verliezen.
Nieuwe bonte weefsels kunnen uitlopen als zij de eerste keer worden gewassen; was dit
soort kleding de eerste keer dan ook apart.
Nuttige aanwijzingen en tips
15
Zorg ervoor dat er geen metalen voorwerpen in het wasgoed achterblijven (bijv.
haarspeldjes, veiligheidsspelden, spelden).
Knoop kussenslopen dicht, sluit ritsen, haakjes en drukknopen. Bind ceintuurs of lange
riemen vast.
Verwijder hardnekkige vlekken vóór het wassen.
Wrijf bijzonder vervuilde delen in met een speciaal wasmiddel of reinigingspasta.
Behandel vitrage met speciale zorg. Verwijder haken of stop ze in een zak of net.
Maximale belading
De aanbevolen belading is te vinden in hoofdstuk "Wasprogramma's".
Algemene regels:
Katoen, linnen: trommel vol maar niet volgepropt;
Synthetica: trommel niet meer dan half vol;
Fijne was en wol: trommel niet meer dan een derde gevuld.
Indien u wast met een maximale belading maakt u efficiënt gebruik van water en energie.
Als de kleding sterk vervuild is, verminder dan de belading.
Het gewicht van wasgoed
De volgende gewichten zijn een indicatie:
De volgende gewichten zijn een indicatie:
badjas 1200 gram
dekbedovertrek 700 gram
herenwerkoverhemd 600 gram
laken, herenpyjama 500 gram
tafelkleed 250 gram
kussensloop, toilethanddoek, nachtjapon, herent-shirt 200 gram
theedoek, damesondergoed, zakdoek, bloes, herenonderbroek 100 gram
Vlekken verwijderen
De kans bestaat dat hardnekkige vlekken niet kunnen worden verwijderd met alleen water
en wasmiddel. Het is daarom aan te bevelen vlekken eerst te behandelen alvorens het
kledingstuk te wassen.
Bloed: behandel verse bloedvlekken met koud water. Laat opgedroogde vlekken een nacht
in water met een speciaal wasmiddel inweken; daarna de vlek met het sop uitwassen.
Verf op oliebasis: bevochtig de vlek met wasbenzine, leg het kledingstuk op een zachte
doek en dep de vlek; herhaal de behandeling enkele keren.
Opgedroogde vetvlekken: bevochtig de vlek met terpentine, leg het kledingstuk op een
zacht oppervlak en dep de vlek met de vingertoppen en een katoenen doek.
Roest: oxaalzuur opgelost in warm water of een roestverwijderingsproduct dat koud wordt
gebruikt. Wees voorzichtig met oude roestvlekken omdat de cellulosestructuur in dat geval
beschadigd zal zijn en de kans groot is dat de vlek een gat wordt.
Schimmelvlekken: behandel de vlek met bleekmiddel; goed uitspoelen (alleen witte en
kleurechte weefsels).
Gras: licht inzepen en de vlek met bleekmiddel behandelen (alleen witte en kleurechte
weefsels).
16
Nuttige aanwijzingen en tips
Balpeninkt en lijm: bevochtig met aceton
1)
, leg het kledingstuk op een zachte doek en
dep de vlek.
Lippenstift: bevochtig de vlek met aceton zoals hierboven, vervolgens de vlekken met
brandspiritus behandelen. Behandel evt. achtergebleven sporen met bleekmiddel.
Rode wijn: laten inweken in water en wasmiddel, uitspoelen en behandelen met azijnzuur
of citroenzuur, vervolgens uitspoelen. Behandel evt. achtergebleven sporen met bleekmid-
del.
Inkt: bevochtig de stof afhankelijk van het type inkt eerst met aceton
1)
en dan met azijn-
zuur; behandel evt. achtergebleven sporen op wit textiel met bleekmiddel; daarna grondig
uitspoelen.
Teervlekken: eerst behandelen met vlekkenverwijderaar, brandspiritus of wasbenzine, ver-
volgens inwrijven met reinigingspasta.
Wasmiddelen en nabehandelingsmiddelen
Een goed wasresultaat is ook afhankelijk van de keuze van het wasmiddel en het gebruik
van de juiste hoeveelheden om verspilling te voorkomen en het milieu te sparen.
Ofschoon zij biologisch afbreekbaar zijn bevatten wasmiddelen stoffen die - in grote hoe-
veelheden - de broze balans van de natuur kunnen verstoren.
De keuze van het wasmiddel hangt af van het type stof (fijne was, wol, katoen, enz.), de
kleur, wastemperatuur en de mate van vervuiling.
Alle in de handel verkrijgbare machinewasmiddelen kunnen in deze machine worden ge-
bruikt:
waspoeder voor alle soorten weefsels
waspoeder voor tere weefsels (60°C max) en wol
vloeibare wasmiddelen, bij voorkeur voor wasprogramma's op lage temperatuur (60°C
max) voor alle soorten weefsels, of speciaal voor alleen wol.
De wasmiddelen en nabehandelingsmiddelen moeten in het juiste vakje van de wasmid-
dellade worden gedaan voordat het wasprogramma wordt gestart.
Als gebruik wordt gemaakt van vloeibaar wasmiddel, dient een programma zonder voorwas
te worden gekozen.
De wasautomaat is uitgerust met een recirculatiesysteem dat een optimaal gebruik van
geconcentreerd wasmiddel mogelijk maakt.
Volg de aanbevelingen van de fabrikant op voor wat betreft de te gebruiken hoeveelheden
en overschrijd het "MAX" teken in de wasmiddellade niet .
Graden van waterhardheid
De hardheid van water wordt geclassificeerd in zogenaamde hardheidsgraden. Informatie
over de hardheid van het water in uw omgeving kan worden verkregen bij het desbetref-
fende waterleidingbedrijf.
Een waterontharder moet worden toegevoegd als het water een gemiddeld-hoge hard-
heidsgraad heeft (vanaf hardheidsgraad II). Volg de instructies van de fabrikant op. De
hoeveelheid wasmiddel kan altijd worden aangepast aan de hardheidsgraad I (=zacht).
1) gebruik geen aceton op kunstzijde
Nuttige aanwijzingen en tips
17
Graad Kenmerk
Graden van waterhardheid
Duits °dH Frans °T.H.
1 zacht 0-7 0-15
2 gemiddeld 8-14 16-25
3 hard 15-21 26-37
4 erg hard > 21 > 37
Onderhoud en reiniging
U moet het apparaat LOSKOPPELEN van de elektrische voeding, voordat u welke reinigings-
of onderhoudswerkzaamheden dan ook kunt uitvoeren.
Ontkalken
Het water dat wij gebruiken bevat gewoonlijk kalk. Het is aan te bevelen om regelmatig een
waterontharder in de machine te gebruiken. Doe dit apart van het wassen van wasgoed en
volgens de aanwijzingen van de fabrikant van de waterontharder. Hiermee voorkomt u de
vorming van kalkaanslag.
Na elke wasbeurt
Laat de deur een tijdje open staan. Dit helpt om de vorming van schimmel en onaangename
luchtjes in het apparaat te voorkomen. Door de deur een tijdje open te laten staan na een
wascyclus blijft de afdichting van de deur ook beter bewaard.
Onderhoudswasbeurt
Bij wasbeurten op lage temperaturen is het mogelijk dat er aanslag aan de binnenkant van
de trommel blijft zitten.
Wij raden u daarom aan regelmatig een onderhoudswasbeurt uit te voeren.
Om een onderhoudswasbeurt uit te voeren:
Moet de trommel leeg zijn.
Moet u het heetste wasprogramma voor katoen kiezen.
Moet u een normale hoeveelheid wasmiddel gebruiken, dit moet waspoeder zijn met
biologische eigenschappen.
Schoonmaken van de buitenkant
Maak de buitenkant van de behuizing van het apparaat alleen schoon met water en zeep,
droog het daarna grondig af.
Gebruik geen brandspiritus, oplosmiddelen of soortgelijke producten om de buitenkant van
de machine te reinigen.
Wasmiddellade
De wasmiddellade moet regelmatig worden schoongemaakt.
1. Verwijder de wasmiddellade door hem stevig naar buiten te trekken.
18
Onderhoud en reiniging
2. Verwijder het tussenschotje van de was-
verzachter uit het middelste vakje.
3. Maak alle onderdelen schoon met water.
4. Schuif het tussenschotje van de wasver-
zachter zo ver mogelijk naar binnen, zodat
het stevig op zijn plaats zit.
5. Maak het gehele inspoelbereik met een
borstel schoon, in het bijzonder de sproei-
monden in de bovenkant van inspoelvak-
jes.
6. Plaats de wasmiddellade in de geleiderails
en duw hem naar binnen.
Wastrommel
Roestaanslag in de trommel kan voorkomen vanwege roestende vreemde voorwerpen in
de was of door leidingwater dat ijzer bevat.
Maak de trommel niet schoon met zure ontkalkingsmiddelen, schuurmiddelen die chloor
bevatten of ijzer of staalwol.
1. Verwijder alle roestaanslag op de trommel met een reinigingsmiddel voor roestvrij staal.
2. Draai een wascyclus zonder was in de trommel om restanten van reinigingsmiddelen
te verwijderen.
Programma: Kort katoenprogramma op maximale temperatuur en voeg ong. een kwart
maatbeker wasmiddel toe.
Deurrubber
Controleer van tijd tot tijd het deurrubber en haal
evt. aanwezige voorwerpen weg die in de manchet
terecht zijn gekomen.
Afvoerpomp
De pomp moet regelmatig worden gecontroleerd en in het bijzonder als:
de machine niet pompt en/of niet centrifugeert
Onderhoud en reiniging
19
de machine tijdens het pompen een abnormaal geluid maakt als gevolg van veiligheids-
spelden, munten, enz. die de pomp blokkeren.
Ga als volgt te werk:
1. Schakel de wasautomaat uit en trek de stekker uit het stopcontact.
2. Wacht indien nodig tot het water is afgekoeld.
3. Open het pompdeurtje.
4. Plaats een opvangbak dichtbij de pomp om het vrijkomende water op te vangen.
5. Maak de noodafvoerslang los, hang hem in de opvangbak en verwijder de stop ervan.
6. Als er geen water meer naar buiten
komt, de pomp losschroeven en verwij-
deren. Houd altijd een oude doek bij de
hand om het eventueel gemorste water
te kunnen opvegen als u de pomp ver-
wijdert.
7. Verwijder eventuele voorwerpen uit het schoepenrad van de pomp, door dit rond te
draaien.
20
Onderhoud en reiniging
8. Plaats de dop terug op de noodafvoers-
lang en zet de slang terug op zijn plaats.
9. Schroef de pomp weer helemaal vast.
10. Sluit het pompdeurtje.
WAARSCHUWING!
Als het apparaat in werking is en afhankelijk van het gekozen programma kan er heet water
in de pomp aanwezig zijn. Verwijder het pompdeksel nooit tijdens een wascyclus, wacht
altijd tot de machine de cyclus heeft afgemaakt en u het wasgoed uit de trommel heeft
gehaald. Wanneer u het deksel weer vastschroeft dient u goed te controleren of het stevig
is vastgezet om lekkages te voorkomen en te voorkomen dat jonge kinderen het kunnen
verwijderen.
De watertoevoerfilters schoonmaken
Als het apparaat niet met water wordt gevuld, het lange tijd duurt voordat het water wordt
gevuld, de startknop geel knippert of het display (indien aanwezig) het bijbehorende alarm
toont (zie hoofdstuk "Wat te doen als..." voor meer informatie), moet u controleren of de
watertoevoerfilters niet geblokkeerd zijn.
Om de watertoevoerfilters schoon te maken:
1. Draai de waterkraan dicht.
2. Schroef de slang van de kraan.
3. Reinig het filter in de slang met een harde
borstel.
4. Schroef de waterslang weer op de kraan.
Zorg ervoor dat de aansluiting stevig vast
zit.
Onderhoud en reiniging
21
5. Schroef de slang van het apparaat. Houd
een oude doek bij de hand om eventueel
gemorst water te kunnen opvegen.
6. Maak het filter in de klep schoon met een
stevige borstel of met een doek.
7. Schroef de slang terug op de machine en
zorg dat de aansluiting stevig vast zit.
8. Draai de waterkraan open.
Machine legen in geval van nood
Ga, als het water niet wordt afgevoerd, als volgt te werk om de machine leeg te laten lopen:
1. trek de stekker uit het stopcontact;
2. draai de waterkraan dicht;
3. wacht indien nodig totdat het water is afgekoeld;
4. open het pompdeurtje;
5. zet een opvangbak op de vloer en houd het uiteinde van de noodafvoerslang in de bak.
Trek de stop eruit. Het water zou door de zwaartekracht in de opvangbak moeten lopen.
Plaats als de opvangbak vol is de stop terug op de slang. Gooi de opvangbak leeg. Herhaal
deze procedure totdat er geen water meer uit de slang komt;
6. reinig indien nodig de pomp, zoals hierboven beschreven;
7. plaats de stop terug op de noodafvoerslang en zet de slang terug op zijn plaats;
8. schroef de pomp weer vast en sluit het deurtje.
Voorzorgsmaatregelen bij vorst
Als de machine op een plaats staat waar de temperatuur tot beneden het vriespunt kan
dalen, ga dan als volgt te werk:
1. Sluit de kraan en schroef de watertoevoerslang los van de kraan;
2. Plaats het uiteinde van de noodafvoerslang en van de toevoerslang in een op de vloer
geplaatste opvangbak en laat het aanwezige water weglopen;
22
Onderhoud en reiniging
3. Schroef de watertoevoerslang weer aan de kraan en zet de noodafvoerslang weer op
zijn plaats na eerst de stop te hebben teruggeplaatst.
Daardoor wordt evt. in de machine achtergebleven water verwijderd en wordt de vorming
van ijs en daardoor beschadiging van de machine voorkomen.
Als u de machine weer wilt gebruiken, controleer dan of de omgevingstemperatuur boven
de 0°C ligt.
Elke keer als u het water afvoert met behulp van de noodafvoerslang, moet u 2 liter water
in het vakje voor het hoofdwasmiddel van de wasmiddellade gieten en daarna het pro-
gramma POMPEN laten draaien. Dit schakelt de SPAARKLEP -voorziening in, waarmee
voorkomen wordt dat een gedeelte van het wasmiddel bij de volgende wasbeurt ongebruikt
blijft.
Problemen oplossen
Bepaalde problemen zijn het gevolg van een gebrek aan eenvoudig onderhoud of van on-
oplettendheid; dergelijke problemen kunnen zonder de hulp van een monteur gemakkelijk
worden opgelost. Controleer eerst de hieronder staande checklist, voordat u contact op-
neemt met onze Klantenservice.
Tijdens de werking van de machine is het mogelijk dat het gele controlelampje van toets
5 knippert, om aan te geven dat de machine niet werkt.
Druk, nadat het probleem is verholpen, op toets 5 om het programma opnieuw te starten.
Als het probleem, na alle controles, zich nog steeds voordoet, neem dan contact op met
onze service-afdeling.
Probleem Mogelijke oorzaak/Oplossing
De wasmachine start niet:
De deur is niet goed gesloten. (Geel controle-
lampje Toets 5 knippert)
Doe de deur stevig dicht.
De stekker zit niet goed in het stopcontact.
Steek de stekker in het stopcontact.
Er staat geen spanning op het stopcontact.
Controleer de elektrische installatie in uw wo-
ning.
De hoofdzekering is doorgebrand.
Vervang de zekering.
De keuzeknop staat niet op de juiste stand en
toets 5 is niet ingedrukt.
Draai de keuzeknop en druk nogmaals op
toets 5 .
De uitgestelde start is gekozen.
Als het wasgoed meteen gewassen moet wor-
den, annuleer dan de uitgestelde start.
Problemen oplossen
23
Probleem Mogelijke oorzaak/Oplossing
De machine wordt niet met water gevuld:
De waterkraan is dicht. (Geel controlelampje
Toets 5 knippert)
Draai de waterkraan open.
De toevoerslang is bekneld of geknikt. (Geel
controlelampje Toets 5 knippert)
Controleer de aansluiting van de watertoe-
voerslang.
Het filter in de toevoerslang of het inlaatventie-
lfilter is verstopt. (Geel controlelampje Toets
5 knippert)
Reinig de wateraanvoerfilters (zie "Wateraan-
voerfilters reinigen" voor meer informatie)
De deur is niet goed gesloten. (Geel controle-
lampje Toets 5 knippert)
Doe de deur stevig dicht.
Er stroomt water in de machine en dat loopt
meteen weer weg:
Het uiteinde van de afvoerslang bevindt zich te
laag.
Zie hoofdstuk "waterafvoer".
De machine pompt het water niet weg en/of
centrifugeert niet:
De afvoerslang is bekneld of geknikt. (Geel con-
trolelampje Toets 5 knippert)
Controleer de aansluiting van de afvoerslang.
Het afvoerfilter is verstopt. (Geel controle-
lampje Toets 5 knippert)
Maak het afvoerfilter schoon.
Er is een optie of programma gekozen waarbij
het water in de trommel niet wordt wegge-
pompt of een programma dat alle spoelgangen
onderdrukt.
Kies programma POMPEN of CENTRIFUGE-
REN.
Het wasgoed is niet gelijkmatig in de trommel
verdeeld.
Verdeel het wasgoed opnieuw.
Misschien zit er te weinig wasgoed in de
trommel, voeg wat wasgoed toe, verdeel de
lading met de hand en kies dan het program-
ma centrifugeren.
24
Problemen oplossen
Probleem Mogelijke oorzaak/Oplossing
Er ligt water op de vloer:
Er is te veel of ongeschikt wasmiddel gebruikt (te
veel schuimvorming).
Verminder de hoeveelheid wasmiddel of ge-
bruik een ander middel.
Controleer of een van de koppelingen van de
toevoerslang lekkage vertoont. Dit is niet altijd
gemakkelijk te zien, omdat het water langs de
slang naar beneden loopt; controleer of de slang
vochtig is.
Controleer de aansluiting van de watertoe-
voerslang.
De watertoevoerslang is beschadigd.
Vervang deze door een nieuwe.
De dop op de noodafvoerslang is na het schoon-
maken niet teruggeplaatst of het filter is niet
goed vastgeschroefd.
Zet de dop terug op de noodafvoerslang en
draai het filter volledig aan.
Onbevredigende wasresultaten:
Er is te weinig of ongeschikt wasmiddel gebruikt.
Gebruik meer wasmiddel of gebruik een ander
middel.
Hardnekkige vlekken zijn niet vóór het wassen
behandeld.
Gebruik normaal in de handel verkrijgbare
producten om hardnekkige vlekken te behan-
delen.
De juiste temperatuur was niet gekozen.
Controleer of u de juiste temperatuur heeft
gekozen.
Te veel wasgoed in de trommel.
Stop wat minder wasgoed in de trommel.
De deur gaat niet open:
Het programma loopt nog.
Wacht tot de wascyclus is afgelopen.
De deur is niet ontgrendeld.
Wacht een paar minuten.
Er staat water in de trommel.
Kies programma Pompen of Centrifugeren.
Problemen oplossen
25
Probleem Mogelijke oorzaak/Oplossing
De machine staat te schudden of maakt la-
waai:
De transportbouten en het verpakkingsmateri-
aal zijn niet verwijderd.
Controleer of het apparaat correct geïnstal-
leerd is.
De pootjes zijn niet afgesteld.
Controleer of het apparaat goed waterpas
staat.
Het wasgoed is niet gelijkmatig in de trommel
verdeeld.
Verdeel het wasgoed opnieuw.
Misschien zit er maar heel weinig wasgoed in de
trommel.
Doe meer wasgoed in de trommel.
De machine maakt een ongebruikelijk ge-
luid:
De machine is uitgerust met een type motor die
vergeleken met andere traditionele motoren een
ongebruikelijk geluid maakt. Deze nieuwe motor
zorgt voor een soepelere start en een betere ver-
deling van het wasgoed in de trommel tijdens
het centrifugeren, en voor een betere stabiliteit
van de machine.
Er is geen water zichtbaar in de trommel:
Machines die gebaseerd zijn op moderne tech-
nologie werken erg zuinig en verbruiken weinig
water zonder dat dit van invloed is op de pres-
tatie van de machine.
Als u het probleem niet kunt vinden of oplossen,
neem dan contact op met onze Klantenservice.
Noteer alvorens te bellen het model, serienummer
en de aankoopdatum van de machine: de Klan-
tenservice zal om deze informatie vragen.
Technische gegevens
Afmetingen Breedte
Hoogte
Diepte
60 cm
85 cm
63 cm
Elektrische aansluiting
Spanning - Totale vermogen -
Zekering
Informatie over de elektrische aansluiting staat op het typeplaatje
aan de binnenkant van de deur van het apparaat.
26
Technische gegevens
Leidingwaterdruk Minimaal
Maximaal
0,05 MPa
0,8 MPa
Maximale belading Katoen 6 kg
Centrifugetoerental Maximaal 1600 Toeren per minuut
Verbruikswaarden
Programma Energieverbruik (kWh) Waterverbruik (liter) Programmaduur (Mi-
nuten)
Witte katoen 95° 2.0 61 135
Katoen 60° 1.3 58 125
Katoen ECO 60°
1)
1.02 45 150
Katoen 40° 0.7 58 120
Synthetische stoffen
40°
0.5 50 80
Fijne was 40° 0.55 60 65
Wol/Handwas 30° 0.25 53 55
1) Het programma "Katoen ECO" op 60°C met een belading van 6 kg is het referentieprogramma voor de gegevens
die op het energielabels staan, overeenkomstig de richtlijnen 92/75/EEG.
De verbruiksgegevens in deze tabel zijn slechts richtlijnen, ze kunnen variëren afhankelijk
van de hoeveelheid en soort wasgoed, de temperatuur van het aangevoerde water en de
omgevingstemperatuur.
Montage-instructies
Montage
Uitpakken
Alle transportbouten en verpakkingsmaterialen moeten worden verwijderd alvorens de
machine in gebruik te nemen.
Wij raden u aan alle transportbeveiligingen te bewaren, zodat zij kunnen worden gemon-
teerd als de machine ooit nog eens moet worden vervoerd.
Verbruikswaarden
27
1. Nadat u al het verpakkingsmateriaal ver-
wijderd heeft, de machine voorzichtig op
zijn achterkant leggen om de basis van
piepschuim van de onderkant te kunnen
verwijderen.
2. Verwijder het aansluitsnoer en de afvoers-
lang van de slanghouders op de achter-
kant van het apparaat.
3. Draai de drie bouten los met de sleutel die
bij de machine geleverd is.
28
Montage
4. Schuif de betreffende kunststof afstand-
houders naar buiten.
5. Open de vuldeur, neem de watertoevoers-
lang uit de trommel en verwijder het po-
lystyreen blokje dat op de afdichting van
de deur zit.
6. Maak het kleine gaatje aan de bovenkant
en de twee grotere gaten dicht met de
plastic doppen die in het zakje zitten van
de gebruiksaanwijzing.
7. Sluit de watertoevoerslang aan zoals be-
schreven in paragraaf "Watertoevoer".
Montage
29
Plaatsing en waterpas zetten
Installeer de machine op een vlakke harde vloer.
Zorg ervoor dat de luchtcirculatie rondom de ma-
chine niet wordt belemmerd door tapijten, vloer-
bedekking, enz.
Voordat u de machine op kleine tegels plaatst, een
rubber mat gebruiken.
Probeer nooit oneffenheden van de vloer te cor-
rigeren door houten blokjes, karton of iets derge-
lijks onder de machine te plaatsen.
Als het onvermijdelijk is om de machine naast een
gasfornuis of kolenkachel te plaatsen, moet er een
isolatieplaat bedekt met aluminiumfolie aan de
kant van het fornuis of de kachel tussen beide ap-
paraten geplaatst worden.
De machine mag niet geïnstalleerd worden in ruimtes waar de temperatuur onder 0°C kan
komen.
De watertoevoer- en afvoerslang mogen niet geknikt zijn.
Zorg ervoor dat het apparaat na installatie makkelijk bereikbaar is voor de reparateur voor
het geval er een storing moet worden verholpen.
Zet de machine zorgvuldig waterpas door de stelpootjes in of uit te draaien. Leg nooit
karton, hout of vergelijkbare materialen onder de machine om evt. oneffenheden in de
vloer op te heffen.
Watertoevoer
Een toevoerslang is meegeleverd; deze is te vinden in de trommel van de machine.
Dit apparaat moet aangesloten worden op een koud watertoevoer.
Gebruik voor aansluiting op de waterleiding niet de slang van uw vorige machine.
1. Open de vuldeur en neem de toevoerslang
uit de trommel.
2. Sluit de slang met de haakse aansluiting
op de machine aan.
Bevestig de toevoerslang niet naar bene-
den gericht. Bevestig de slang altijd onder
een hoek naar links of naar rechts, afhan-
kelijk van de plaats waar de waterkraan
zich bevindt.
30
Montage
3. Breng de slang in de juiste positie door de
ringmoer los te draaien. Als de toevoers-
lang zich in de juiste positie bevindt, draai
de ringmoer dan weer vast om lekkage te
voorkomen.
4. Sluit de slang aan op een kraan met 3/4"-
schroefdraad. Gebruik altijd de bij de ma-
chine geleverde slang.
De toevoerslang mag niet worden verlengd.
Als de slang te kort is en u de kraan niet wilt
verplaatsen, zult u een nieuwe, langere slang
moeten kopen die speciaal voor dit doel is ge-
maakt.
De installatie moet voldoen aan de vereisten
van het plaatselijke waterleidingbedrijf en de
bouwvoorschriften. Controleer de minimale
waterdruk die vereist is voor de veilige werking
van het apparaat in hoofdstuk "Technische
gegevens.
Waterstop
De toevoerslang is voorzien van een waterstop,
een beveiligingsvoorziening tegen schade veroor-
zaakt door waterlekkage die kan ontstaan door
natuurlijke slijtage van de slang. Deze storing
wordt aangegeven door een rood vlak in venster
"A" . Indien dit gebeurt, de kraan dichtdraaien en
contact opnemen met de Klantenservice om de
slang te laten vervangen.
Waterafvoer
Het uiteinde van de afvoerslang kan op drie manieren worden geplaatst:
1.
Over de rand van een gootsteen; gebruik hiervoor de bij de machine geleverde
slanggeleider van kunststof.
Zorg er in dit geval voor dat het uiteinde niet van de rand kan losschieten als de was-
automaat aan het leeglopen is.
Montage
31
U kunt de slang met een stuk touw aan de
kraan vastbinden of aan de wand beves-
tigen.
2.
In een aftakking van een gootsteen-
afvoer. De aftakking dient zich boven de
sifon te bevinden, zodat de bocht zich ten
minste 60 cm boven de grond bevindt.
3.
Rechtstreeks in een afvoerpijp op een
hoogte van niet minder dan 60 cm en niet
meer dan 90 cm.
Het einde van de afvoerslang moet altijd ge-
ventileerd zijn, d.w.z. dat de binnendiameter
van de afvoerpijp groter moet zijn dan de bui-
tendiameter van de afvoerslang.
De afvoerslang mag niet geknikt zijn.
De afvoerslang kan verlengd worden tot een maximum van 4 meter. Een extra afvoerslang
en koppelstuk is verkrijgbaar bij de Klantenservice bij u in de buurt.
Aansluiting aan het elektriciteitsnet
Informatie over de elektrische aansluiting staat op het typeplaatje aan de binnenkant van
de deur van het apparaat.
Controleer of de elektrische installatie in uw woning geschikt is voor het maximale vereiste
vermogen; houd hierbij rekening met andere apparaten die in gebruik zijn.
WAARSCHUWING!
Sluit de machine aan op een stopcontact met randaarde.
WAARSCHUWING!
De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden voor schade of letsel die voort-
komt uit het niet opvolgen van bovengenoemde veiligheidsvoorschriften.
WAARSCHUWING!
Het aansluitsnoer moet na de installatie van de machine toegankelijk zijn.
32
Aansluiting aan het elektriciteitsnet
WAARSCHUWING!
Indien de voedingskabel moet worden vervangen, dan moet dit gebeuren door onze
Klantenservice.
Milieubescherming
Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als
huishoudafval mag worden behandeld, maar moet worden afgegeven bij een verzamelpunt
waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit
product op de juiste manier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijke negatieve gevolgen
voor mens en milieu die zich zouden kunnen voordoen in geval van verkeerde
afvalverwerking. Voor gedetailleerdere informatie over het recyclen van dit product, kunt
u contact opnemen met de gemeente, de gemeentereiniging of de winkel waar u het
product hebt gekocht.
Verpakkingsmaterialen
Materialen met het symbool zijn recyclebaar.
>PE<=polyethyleen
>PS<=polystyreen
>PP<=polypropyleen
Dit betekent dat ze gerecycled kunnen worden als u ze netjes weggooit in de daarvoor
bestemde containers.
Milieutips
Om water en energie te besparen en om het milieu te helpen beschermen, raden wij u aan
de volgende tips ter harte te nemen:
Normaal vuile was kan zonder voorwas worden gewassen om wasmiddel, water en tijd
te besparen (ook het milieu wordt zo beschermd!).
De machine werkt economischer als hij volledig wordt gevuld.
Met de juiste voorbehandeling kunnen vlekken en vuil worden verwijderd; het wasgoed
kan daarna bij een lagere temperatuur worden gewassen.
Doseer het wasmiddel aan de hand van de waterhardheid, de mate van vervuiling van
het wasgoed en de hoeveelheid wasgoed.
Milieubescherming
33
34
35
www.electrolux.com
U kan toebehoren, verbruiksprodukten en onderdelen bestellen via onze webwinkel op:
www.aeg-electrolux.be
132948420- 00 - 442009
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36

Aeg-Electrolux L56840 Handleiding

Type
Handleiding