Aeg-Electrolux F35020VI Handleiding

Type
Handleiding
FAVORIT 35020 VI
Gebruiksaanwijzing
Manual de
instrucciones
Afwasmachine
Lavavajillas
Wij danken u voor uw keuze voor een van onze producten van hoogwaardige
kwaliteit.
Lees deze gebruiksaanwijzing alstublieft zorgvuldig door, zo kunt u zeker zijn van
optimale en professionele prestaties van uw apparaat. De handleiding zal u in staat
stellen om alle processen perfect en op de meest efficiënte wijze te laten verlopen.
Wij adviseren u deze handleiding op een veilige plaats te bewaren, dan kunt u hem
te allen tijde raadplegen. Geef deze handleiding ook aan een eventuele toekomstige
eigenaar van het apparaat.
Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe apparaat.
Inhoud
Bedieningshandleiding 3
Veiligheidsinformatie 3
Correct gebruik 3
Algemene veiligheid 3
De veiligheid van kinderen 4
Installatie 4
Beschrijving van het product 5
Bedieningspaneel 6
Instelmodus 6
Geluidssignalen 7
Het eerste gebruik 7
De waterontharder instellen 8
Handmatig instellen 8
Elektronisch instellen 8
Gebruik van zout voor de vaatwasser 9
Gebruik van glansspoelmiddel 10
De glansmiddeldosering in te stellen 11
Dagelijks gebruik 11
De vaatwasser inruimen 11
Het onderrek 12
De bestekmand 13
Bovenrek 13
De hoogte van het bovenrek aanpassen
14
Gebruik van vaatwasmiddelen 15
Afwasmiddel doseren 15
Gebruik van gecombineerde
afwasmiddeltabletten 16
Afwasprogramma's 17
Een wasprogramma selecteren en starten
18
De uitgestelde start van een
afwasprogramma instellen en annuleren
18
De vaatwasser uitruimen 19
Onderhoud en reiniging 19
De filters reinigen 19
De sproeiarmen reinigen 20
Buitenkant 20
De binnenkant van de machine reinigen
21
Als de afwasmachine langere tijd niet wordt
gebruikt 21
Voorzorgsmaatregelen bij vorst 21
De machine verplaatsen 21
Problemen oplossen 21
Technische gegevens 23
Aanwijzingen voor testinstituten 23
Montage-instructies 24
Montage 24
Bevestigen aan de aangrenzende
keukenmeubelen 25
Waterpas installatie 25
Aansluiting aan de waterleiding 25
Wateraansluitingen 25
Watertoevoerslang met veiligheidsklep
26
Aansluiting waterafvoerslang 26
Aansluiting aan het elektriciteitsnet 28
Milieubescherming 28
Verpakkingsmateriaal 28
2
Inhoud
Wijzigingen voorbehouden
Bedieningshandleiding
Veiligheidsinformatie
In het belang van uw veiligheid en om een correct gebruik te kunnen waarborgen is het
van belang dat u, alvorens het apparaat te installeren en in gebruik te nemen, deze ge-
bruiksaanwijzing, inclusief de tips en waarschuwingen, grondig doorleest. Om onnodige
vergissingen en ongevallen te voorkomen is het belangrijk te waarborgen dat alle mensen
die het apparaat gebruiken, volledig bekend zijn met de werking ervan en de veiligheids-
voorzieningen. Bewaar deze instructies en zorg ervoor dat zij bij het apparaat blijven als
het wordt verplaatst of verkocht, zodat iedereen die het apparaat gedurende zijn hele
levensduur gebruikt, naar behoren is geïnformeerd over het gebruik en de veiligheid van
het apparaat.
Correct gebruik
• Deze afwasmachine is uitsluitend bedoeld voor het reinigen van huishoudelijke ge-
bruiksvoorwerpen die geschikt zijn voor reiniging in een afwasmachine.
• Doe geen oplosmiddelen in de afwasmachine. Dit kan een explosie veroorzaken.
• Messen en andere voorwerpen met scherpe punten moeten met de punt naar beneden
in de bestekmand worden geplaatst of horizontaal in het bovenrek worden gelegd.
• Gebruik alleen producten (afwasmiddel, zout en glansmiddel) die geschikt zijn voor af-
wasmachines.
• Open de deur niet als het apparaat in werking is; er kan hete stoom ontsnappen.
• Neem geen serviesgoed uit de afwasmachine voordat het afwasprogramma is afgelopen.
• Trek na het gebruik de stekker uit het stopcontact en draai de waterkraan dicht.
• Dit product mag alleen worden onderhouden door een daartoe bevoegde servicemonteur
en er dient alleen gebruik te worden gemaakt van originele reserveonderdelen.
• Onder geen voorwaarde moet u proberen de afwasmachine zelf te repareren. Reparaties
die worden uitgevoerd door onervaren personen veroorzaken letsel of storingen. Raad-
pleeg ELECTROLUX Service. Sta te allen tijde op het gebruik van originele reserveonder-
delen.
Algemene veiligheid
• Afwasmiddelen kunnen chemische brandwonden veroorzaken aan de ogen, de mond en
de keel. Deze kunnen levensbedreigend zijn! Houd u aan de veiligheidsinstructies van de
afwasmiddelfabrikant.
• Het water in uw afwasmachine is geen drinkwater. Resten van afwasmiddel kunnen nog
in de machine aanwezig zijn.
• Zorg ervoor dat de deur van de afwasmachine altijd gesloten is als het apparaat niet
wordt in- of uitgeruimd. Zo voorkomt u dat iemand over de open deur struikelt en zich
bezeert.
• Ga niet op de open deur zitten of staan.
Veiligheidsinformatie
3
De veiligheid van kinderen
• Dit apparaat is bestemd voor gebruik door volwassenen. Laat kinderen de afwasmachine
niet zonder toezicht gebruiken.
• Houd alle verpakkingsmateriaal buiten het bereik van kinderen. Gevaar voor verstikking.
• Bewaar alle afwasmiddelen op een veilige plaats buiten het bereik van kinderen.
• Houd kinderen uit de buurt van de afwasmachine als de deur open staat.
Installatie
• Controleer uw afwasmachine op eventuele transportschade. Sluit nooit een beschadigde
machine aan. Neem contact op met uw leverancier als de machine beschadigd is.
• Alle verpakkingsmaterialen moeten verwijderd worden voordat u het apparaat in gebruik
neemt.
• Alle elektrische en loodgieterswerkzaamheden die nodig zijn voor de installatie van dit
apparaat moeten worden uitgevoerd door een gekwalificeerd en competent persoon.
• Om veiligheidsredenen is het gevaarlijk wijzigingen aan te brengen in de specificaties of
dit product op enigerlei wijze te modificeren.
• Gebruik de afwasmachine nooit als het aansluitsnoer of de waterslangen beschadigd
zijn; of als het bedieningspaneel, het werkblad of de plint zodanig beschadigd zijn dat
het inwendige van de machine vrij toegankelijk is. Raadpleeg ELECTROLUX Service om
gevaarlijke situaties te voorkomen.
• In de behuizing van de afwasmachine mogen geen gaten worden geboord ter voorko-
ming van schade aan hydraulische en elektrische onderdelen.
WAARSCHUWING!
Voor de aansluiting van elektriciteit en water dienen de instructies in de desbetreffende
paragrafen nauwgezet te worden opgevolgd.
4
Veiligheidsinformatie
Beschrijving van het product
1 Het bovenrek
2 Aanpassen van de instelling van de waterhardheid
3 Zoutreservoir
4 Afwasmiddeldoseerbakje
5 Glansmiddeldoseerbakje
6 Typeplaatje
7 Filters
8 Onderste sproeiarm
9 Bovenste sproeiarm
Beschrijving van het product
5
Bedieningspaneel
1 2 3
A B
45
1
Aan/uittoets
2
Toets uitgestelde start
3
Programmakeuze/ RESET-toets
4
Controlelampjes
5
Lampjes wasprogramma
Controlelampjes
Einde programma Gaat branden als een afwasprogramma is afge-
lopen. Heeft ook andere visuele signalerings-
functies zoals:
– het instellen van de waterontharder,
–in- of uitschakelen van de geluidssignalen,
– melding van een alarm als gevolg van storing
van de machine.
Glansmiddel
Gaat branden als het glansmiddel op is.
1)
Zout
Gaat branden als het speciale zout op is.
1)
1) De controlelampjes voor zout en glansmiddel branden nooit als een afwasprogramma bezig is, zelfs niet als
bijvullen van zout en/of glansmiddel noodzakelijk is.
Instelmodus
Het apparaat staat in de instelmodus als alle programmalampjes uit zijn en het lampje
Einde programma knippert.
Vergeet nooit dat bij het uitvoeren van handelingen zoals:
• het selecteren van een afwasprogramma
• het instellen van de waterontharder
•in- of uitschakelen van de geluidssignalen
6
Bedieningspaneel
dat het apparaat in de instelmodus MOET staan.
Als er een programmalampje brandt en het lampje van Einde programma continu brandt,
dan is het laatst uitgevoerde programma nog ingesteld.
In dat geval moet het programma geannuleerd worden:
1.
Druk op de toets Programmakeuze/ RESET tot het lampje van het lopende programma
uit gaat en het lampje van het Einde programma begint te knipperen.
2.
Laat de toets Programmakeuze/ RESET los.
Geluidssignalen
De geluidssignalen zijn bedoeld om aan te geven welke handelingen het apparaat aan het
uitvoeren is:
• einde van het afwasprogramma
• melden van een alarm als gevolg van een storing.
Fabrieksinstelling: geluidssignalen ingeschakeld.
De geluidssignalen kunnen worden uitgeschakeld met de toets Programmakeuze/RE-
SET.
In- en uitschakelen van de geluidssignalen
1.
Druk op de Aan-/uittoets. Het apparaat moet in de instelmodus staan.
2.
Druk op de toets Programmakeuze/ RESET en houd deze ingedrukt tot het program-
malampje A gaat knipperen en het programmalampje B continu blijft branden.
3.
Druk nogmaals op de toets Programmakeuze RESET: programmalampje A gaat
continu branden en programmalampje B begint te knipperen.
4. Na een paar seconden:
–
gaat programmalampje A uit
–
programmalampje B blijft knipperen
–
Het lampje Einde programma gaat continu branden, om aan te geven dat de ge-
luidssignalen actief zijn.
5.
Om de geluidssignalen uit te schakelen nogmaals op de toets Programmakeuze/ RE-
SET drukken: het lampje Einde programma gaat uit om aan te geven dat de geluids-
signalen uitgeschakeld zijn.
6. Om de handeling in het geheugen op te slaan, de afwasmachine uitschakelen.
7. Om de geluidssignalen weer in te schakelen hoeft u alleen maar de bovenstaande in-
structies op te volgen totdat het indicatielampje Einde programma gaat branden.
Het eerste gebruik
Voordat u uw afwasmachine in gebruik neemt:
• Zorg ervoor dat de elektrische aansluiting en de wateraansluiting voldoen aan de in-
stallatie-instructies
• Verwijder alle verpakkingsmaterialen uit de binnenkant van het apparaat
• De waterontharder instellen
• Giet 1 liter water in het zoutreservoir en vul het reservoir vervolgens met regenereerzout
• Vul het glansmiddeldoseerbakje
Als u gebruik wilt maken van gecombineerde afwasmiddeltabletten ("3 in 1", "4 in 1", "5 in
1" etc... ) volg dan de instructies in "Gebruik van afwasmiddel" op.
Het eerste gebruik
7
De waterontharder instellen
De afwasmachine is uitgerust met een waterontharder die is ontworpen om mineralen en
zouten uit het leidingwater te verwijderen die een schadelijk of negatief effect zouden
hebben op de werking van het apparaat.
Hoe hoger het gehalte van deze mineralen en zouten is, des te harder is het water. De
hardheid van water wordt gemeten in equivalente eenheden, Duitse hardheid (°dH), Franse
hardheid (°TH) en mmol/l (millimol per liter - internationale eenheid voor de hardheid van
water).
De ontharder moet worden ingesteld in overeenstemming met de hardheid van het water
in uw omgeving. Uw waterleidingbedrijf kan u informeren over de hardheid van het water
in uw woonplaats.
De waterontharder moet op beide manieren worden ingesteld: handmatig, met behulp van
de waterhardheidstoets en elektronisch.
Waterhardheid Aanpassen van de waterhard-
heidsinstelling
Gebruik van
zout
°dH °TH mmol/l handmatig elektronisch
51 - 70 91 - 125 9,1 - 12,5 2 niveau 10 ja
43 - 50 76 - 90 7,6 - 8,9 2 niveau 9 ja
37 - 42 65 - 75 6,51 - 7,5 2 niveau 8 ja
29 - 36 51 - 64 5,1 - 6,4 2 niveau 7 ja
23 - 28 40 - 50 4,0 - 5,0 2 niveau 6 ja
19 - 22 33 - 39 3,3 - 3,9 2 niveau 5 ja
15 - 18 26 - 32 2,61 - 3,2 1 niveau 4 ja
11 - 14 19 - 25 1,9 - 2,5 1 niveau 3 ja
4 - 10 7 - 18 0,71 - 1,8 1 niveau 2 ja
< 4 < 7 < 0,7 1 niveau 1 nee
Handmatig instellen
De afwasmachine wordt in de fabriek ingesteld op stand 2.
1. Open de deur van de afwasmachine.
2. Neem het onderrek uit de afwasmachine.
3. Zet de waterhardheidsknop in stand 1 of 2
(zie tabel).
4. Plaats het onderrek terug.
Elektronisch instellen
De afwasmachine is in de fabriek ingesteld op stand 5.
8
De waterontharder instellen
1. Druk op de Aan-/uit-toets. De afwasmachine moet in de instelmodus staan.
2.
Druk op de toets Programmakeuze/ RESET en houd deze ingedrukt tot het program-
malampje A gaat knipperen en het programmalampje B continu blijft branden.
3. Wacht tot:
–
het programmalampje B uit gaat
–
het programmalampje A blijft knipperen
–
het lampje einde programma begint te knipperen: het aantal keren knipperen geeft
het huidige niveau aan. Het knipperen wordt om de paar seconden herhaald. Voor-
beelden: 5 keer knipperen, pauze, 5 keer knipperen, pauze, enz... = niveau 5.
4.
Druk op de toets Programmakeuze/ RESET om het niveau te wijzigen. Elke keer dat
deze toets wordt ingedrukt, wordt het niveau verhoogd (niveau 1 volgt op niveau 10).
Het lampje einde programma geeft de nieuwe instelling aan.
5. Schakel om de bewerking vast te leggen de afwasmachine uit door op de aan/uit toets
te drukken.
Gebruik van zout voor de vaatwasser
WAARSCHUWING!
Gebruik alleen zout dat specifiek is bestemd voor gebruik in afwasmachines. Alle andere
soorten zout die niet specifiek zijn ontwikkeld voor gebruik in een afwasmachine, in het
bijzonder tafelzout, zullen schade toebrengen aan de waterontharder. Vul alleen zout bij
vlak voordat u een van de volledige afwasprogramma's gaat starten. Hiermee wordt voor-
komen dat gemorste zoutkorrels of zout water enige tijd op de bodem van de machine
achterblijven, hetgeen corrosie kan veroorzaken.
Vullen:
1. Open de deur, neem het onderrek uit de machine en schroef het deksel van het zout-
reservoir los door het tegen de wijzers van de klok in te draaien.
2.
Giet 1 liter water in het reservoir (dit is alleen nodig als de machine de eerste keer
met zout wordt gevuld) .
3. Giet met behulp van de bijgeleverde
trechter zout in het reservoir totdat het
vol is.
4. Plaats het deksel terug en zorg er voor dat
er geen zoutresten achterblijven op de
schroefdraad of op de pakking.
5. Draai het deksel goed vast door het met
de klok mee te draaien tot de aanslag (u
hoort een klik).
Maak u geen zorgen als er bij het vullen met
zout water uit de vulopening stroomt, dit is
heel normaal.
Gebruik van zout voor de vaatwasser
9
Het zoutcontrolelampje op het bedieningspaneel kan 2-6 uur blijven branden nadat het
zout is bijgevuld, ervan uitgaande dat de afwasmachine ingeschakeld blijft. Als u gebruik
maakt van zout dat minder snel oplost, kan dit nog langer duren. De werking van de machine
wordt hierdoor niet beïnvloed.
Gebruik van glansspoelmiddel
WAARSCHUWING!
Gebruik alleen merkglansmiddelen voor afwasmachines.
Vul het glansmiddeldoseerbakje nooit met andere middelen (bijv. afwasmachinereinigings-
middel, vloeibaar afwasmiddel). Dit zou het apparaat beschadigen.
Glansmiddel zorgt ervoor dat het serviesgoed grondig wordt gespoeld en vrij van vlekken
en strepen opdroogt.
Glansmiddel wordt tijdens de laatste keer spoelen automatisch gedoseerd.
1. Open het reservoir door op de ontgren-
delknop (A) te drukken.
2. Giet glansmiddel in het reservoir. Het
maximale vulniveau wordt aangegeven
door "max".
Het doseerbakje bevat ongeveer 110 ml
glansmiddel, voldoende voor tussen de 16
en 40 afwascycli, afhankelijk van de inge-
stelde dosering.
3. Zorg ervoor dat het deksel na het vullen
goed wordt gesloten.
Neem eventueel bij het vullen gemorst glans-
middel op met een absorberende doek om de
volgende keer als u een programma draait bui-
tensporige schuimvorming te voorkomen.
10
Gebruik van glansspoelmiddel
De glansmiddeldosering in te stellen
Stel de dosering van het glansmiddel in overeenstemming met de bereikte eind- en droog-
resultaten in met behulp van de 6-standenschakelaar (stand 1 minimumdosering, stand 6
maximumdosering).
De dosering wordt in de fabriek ingesteld op stand 4.
Verhoog de dosering als er na afloop van het pro-
gramma waterdruppels of kalkvlekken op het ser-
viesgoed achterblijven.
Verlaag de dosering als er kleverige witachtige
strepen op het serviesgoed achterblijven of een
blauwzweem op glaswerk of op de lemmeten van
messen.
Dagelijks gebruik
• Controleer of het nodig is regenereerzout of glansmiddel bij te vullen.
• Plaats bestek en serviesgoed in de afwasmachine.
• Afwasmiddel doseren.
• Selecteer een programma dat geschikt is voor het bestek en het serviesgoed.
• Start het afwasprogramma.
De vaatwasser inruimen
Sponzen, huishoudtextiel en voorwerpen die water kunnen absorberen mogen niet in de
afwasmachine worden gereinigd.
• Voordat u het serviesgoed in de machine plaatst, dient u:
– alle etensresten en vuil te verwijderen.
– Laat aangebakken etensresten in pannen eerst inweken
• Let bij het plaatsen van serviesgoed en bestek op de volgende punten:
– Borden en bestek mogen de draaibeweging van de sproeiarmen niet belemmeren.
– Plaats holle voorwerpen zoals kopjes, glazen, pannen, enz. met de opening naar be-
neden zodat ze niet vol water lopen.
– Borden en bestek mogen niet in elkaar liggen of elkaar bedekken.
– Zorg er ter voorkoming van schade aan glaswerk voor dat glazen elkaar niet raken.
– Leg kleine voorwerpen in de bestekmand.
• Voorwerpen van kunststof en pannen met teflon hebben de neiging waterdruppels vast
te houden; deze voorwerpen drogen niet zo goed als voorwerpen van porselein en staal.
Dagelijks gebruik
11
• Lichte voorwerpen (kunststofbakjes enz.) moeten in het bovenrek worden geplaatst en
zo worden neergezet dat ze niet kunnen bewegen.
Het volgende serviesgoed en bestek is voor reiniging in de afwasmachine
niet geschikt: in beperkte mate geschikt:
• bestek met houten, hoornen, porseleinen of
parelmoeren handgrepen.
• voorwerpen van kunststof die niet hittebe-
stendig zijn.
• ouder bestek met gelijmde onderdelen die
niet hittebestendig zijn.
• gelijmd bestek of gelijmde borden.
• tinnen of koperen voorwerpen.
• glaswerk van loodkristal.
• gemakkelijk roestende stalen voorwerpen.
•houten schotels.
• voorwerpen gemaakt van synthetische vezels.
• Reinig aardewerk alleen in de afwasmachine
als het door de fabrikant specifiek wordt ge-
kenmerkt als afwasmachinebestendig.
• Geglazuurde dessins kunnen vervagen als ze
vaak in de afwasmachine gewassen worden.
• Zilveren en aluminium hebben de neiging om
tijdens het reinigen te verkleuren: etensres-
ten, bijv. eiwit, eidooier en mosterd, veroor-
zaken op zilver vaak verkleuring en vlekken.
Verwijder etensresten dan ook onmiddellijk
van zilver, als dit niet meteen na gebruik
wordt afgewassen.
Open de deur en schuif de rekken naar buiten om het serviesgoed te plaatsen.
Het onderrek
Het onderrek is geschikt voor steelpannen, deksels,
borden, slakommen, bestek, enz.
Dekschalen en grote deksels moeten langs de rand
van het rek worden gerangschikt om te garande-
ren dat de sproeiarmen vrij kunnen draaien.
12
De vaatwasser inruimen
De bestekmand
WAARSCHUWING!
Rechtop geplaatste lange messen zijn een potentieel gevaar. Lang en/of scherp snijgereed-
schap zoals bijvoorbeeld vleesmessen moeten horizontaal in het bovenrek worden gelegd.
Pas op bij het plaatsen of uitnemen van scherpe voorwerpen zoals messen.
Opdat alle bestekdelen in de bestekmand door water worden omspoeld, moet u:
1. de roosterinzet op de bestekmand plaat-
sen.
2. vorken en lepels met de greep naar onder-
en in de bestekmand plaatsen.
Voor groter kookgerei, zoals gardes, een
helft van het bestekrooster weghalen.
Bovenrek
Het bovenrek is geschikt voor borden (dessertbordjes, schotels, etensborden met een dia-
meter tot 24 cm), slakommen, kopjes en glazen
Plaats voorwerpen zo op en onder de kopjesrekken dat het water alle oppervlakken kan
bereiken.
Glazen met een lange voet kunnen ondersteboven in de kopjesrekken worden geplaatst.
Voor hogere voorwerpen kunnen de kopjesrekken worden opgeklapt.
Glazen met een lange voet kunnen ondersteboven in de kopjesrekken worden geplaatst.
Voor hogere voorwerpen kunnen de kopjesrekken worden opgeklapt.
Lichte voorwerpen (kunststofbakjes enz.) moeten in het bovenrek worden geplaatst en zo
worden neergezet dat ze niet kunnen bewegen.
De vaatwasser inruimen
13
In het geval dat borden in het bovenrek worden geplaatst, moet u ze van achteren naar
voren in het rek plaatsen, ze iets voorover zetten en er voor zorgen dat de voorkant van
het laatste bord de deur raakt.
Controleer alvorens de deur te sluiten dat
de sproeiarmen vrij kunnen ronddraaien.
De hoogte van het bovenrek aanpassen
Als er zeer grote borden moeten worden afgewassen, kunt u deze in het onderrek plaatsen
nadat u het bovenrek in zijn hoogste positie hebt geplaatst.
Maximale hoogte van borden in:
het bovenrek Onderrek
Met bovenrek in hoogste stand 20 cm 31 cm
Met bovenrek in laagste stand 24 cm 27 cm
Ga als volgt te werk om het bovenrek in zijn hoogste stand te zetten:
14
De vaatwasser inruimen
1. Trek de voorste vergrendelingen (A) van
het bovenrek naar buiten en schuif het rek
er uit.
2. Zet het rek terug in de hogere stand en zet
de vergrendelingen (A) weer in hun oor-
spronkelijke stand.
Als het rek in de hoogste stand staat, kunt u
geen gebruik maken van de kopjesrekken.
WAARSCHUWING!
Sluit na het vullen van het apparaat altijd de
deur, want een open deur kan gevaarlijk zijn.
Gebruik van vaatwasmiddelen
Gebruik uitsluitend afwasmiddelen die specifiek zijn bedoeld voor gebruik in afwasmachi-
nes.
Neem de aanbevelingen van de fabrikant voor dosering en bewaren op de verpakking van
het afwasmiddel in acht.
Het gebruik van niet meer dan de juiste hoeveelheid afwasmiddel draagt bij aan minder
milieuverontreiniging.
Afwasmiddel doseren
1. Open het deksel.
Gebruik van vaatwasmiddelen
15
2. Vul het afwasmiddelbakje (1) met afwas-
middel. De markering geeft de doseerni-
veaus aan:
20 = ca. 20 g afwasmiddel
30 = ca. 30 g afwasmiddel.
3. Alle programma's met voorwas hebben
een extra dosering afwasmiddel nodig
(5/10 g) dat in het afwasmiddelbakje voor
de voorwas (2) moet worden gedaan.
Deze dosering wordt gebruikt tijdens de
voorwasfase.
4. Bij gebruik van afwasmiddeltabletten, het
tablet in vakje (1) leggen
5. Sluit het deksel en druk totdat het op zijn
plaats klikt.
Afwasmiddeltabletten
Afwasmiddeltabletten van verschillende fabri-
kanten lossen niet allemaal even snel op. Daar-
om bereiken bepaalde afwasmiddeltabletten
tijdens korte programma's niet hun volledige
reinigingswerking. Kies daarom bij het gebruik
van afwasmiddeltabletten lange programma's,
om ervoor te zorgen dat tabletresten volledig
worden verwijderd.
Gebruik van gecombineerde afwasmiddeltabletten
Dit zijn producten met een gecombineerde reinigings-, glans- en zoutfunctie. Ook kunnen
zij verschillende andere middelen bevatten afhankelijk van de soort tabletten die u kiest ("3
in 1", "4 in 1", "5 in 1" etc...).
1. Controleer of deze producten geschikt zijn voor uw waterhardheid. Zie de instructies
van de fabrikant.
2. Kies de laagste instelling voor de waterhardheid en de dosering van het glansmiddel.
3. Alvorens het afwasprogramma te starten eerst het afwasmiddeltablet in het afwas-
middelbakje leggen.
Het zoutreservoir en de het glansmiddeldoseerbakje hoeven dan niet meer bijgevuld te
worden. In dit geval gaat het controlelampje voor het glansmiddel altijd branden wanneer
de machine wordt ingeschakeld (niet alle modellen zijn voorzien van een controlelampje
voor het glansmiddel).
Als de droogresultaten niet bevredigend zijn, adviseren wij u:
1. het glansmiddeldoseerbakje te vullen met glansmiddel.
2. de dosering van het glansmiddel in te stellen op stand 2.
16
Gebruik van vaatwasmiddelen
Als u besluit weer over te gaan op het gebruik van de standaardafwasmiddelen
adviseren wij u:
1. Vul het zoutreservoir en het glansmiddeldoseerbakje opnieuw.
2. Stel de waterhardheid in op de hoogste stand en laat een normaal afwasprogramma,
zonder serviesgoed, draaien.
3. de waterhardheid in te stellen in overeenstemming met de hardheid van het water in
uw omgeving.
4. De glansmiddeldosering in te stellen.
Afwasprogramma's
Programma Mate van
vervuiling
Soort servies-
goed
Beschrijving programma
Verbruikswaarden
1)
Voorwas
Hoofdwas
Tussentijdse spoelgang
Laatste spoelgang
Drogen
Duur (minuten)
Energie (kWh)
Water (liter)
INTENSIV CA-
RE 70°
Sterk ver-
vuild
Serviesgoed,
bestek, pot-
ten en pan-
nen
120 - 130
1,8 -2,0
22 - 24
30 MIN
2)
Licht ver-
vuild
Serviesgoed
en bestek
30
0,9
9
NORMAL 65° Normaal
vervuild
Serviesgoed
en bestek
105 - 115
1,5 - 1,7
23 - 25
ECO 50°
3)
Normaal
vervuild
Serviesgoed
en bestek
130 - 140
1,0 - 1,2
14 - 16
Voorwas Alles Gedeeltelijke
lading (later
op de dag
verder te vul-
len)
4)
12
0,1
5
1) De verbruikswaarden zijn bedoeld als richtlijn en zijn afhankelijk van de druk en de temperatuur van het water,
maar ook van de variaties in de netspanning en de hoeveelheid serviesgoed.
2) Ideaal voor gebruik bij een gedeeltelijk gevulde afwasmachine. Dit is het perfecte dagelijkse programma, speciaal
bedoeld voor een gezin bestaande uit 4 personen om alleen het serviesgoed van het ontbijt en het avondeten
af te wassen.
3) Testprogramma voor testinstanties.
4) Voor dit programma hoeft geen afwasmiddel gebruikt te worden
Afwasprogramma's
17
Een wasprogramma selecteren en starten
Selecteer het afwasprogramma en de uitgestelde start met de deur enigszins geopend. De
start van het programma of het aftellen voor de uitgestelde start begint pas nadat de deur
is gesloten. Tot dat moment kunnen de instellingen nog worden gewijzigd.
1. Controleer of de rekken juist zijn geladen en of de sproeiarmen vrij kunnen draaien.
2. Controleer of de waterkraan is geopend.
3. Druk op de Aan-/uittoets. De afwasmachine moet in de instelmodus staan. (het lampje
einde programma knippert).
4.
Druk op de toets Programmakeuze/ RESET tot het lampje van het gewenste afwas-
programma gaat branden (zie tabel "Afwasprogramma's").
5. Sluit de deur van de afwasmachine, het programma start automatisch.
De uitgestelde start van een afwasprogramma instellen en annuleren
U kunt de start van een afwasprogramma tot 3 uur uitstellen.
1. Druk op de Aan-/uittoets.
2. Druk op de toets uitgestelde start. Het lampje van de uitgestelde start gaat branden.
3. Een afwasprogramma selecteren. Het lampje van het geselecteerde programma gaat
branden.
4. Sluit de deur. Het afwasprogramma start automatisch nadat er drie uur zijn verstreken.
De "uitgestelde start" annuleren
Druk op de toets uitgestelde start. Het lampje van de uitgestelde start gaat uit. Het gese-
lecteerde programma begint direct te draaien, zodra de deur is gesloten.
Onderbreek of annuleer een lopend afwasprogramma ALLEEN als het absoluut noodzakelijk
is.
Let op! Als de deur wordt geopend kan hete stoom vrijkomen. Open de deur voorzichtig.
Een lopend afwasprogramma onderbreken:
• Open de deur van de afwasmachine; het programma stopt. Sluit de deur; het programma
gaat verder waar het was onderbroken.
Het lopende programma annuleren
• Open de deur van de afwasmachine; druk gedurende ongeveer 3 seconden op de toets
Programmakeuze/ RESET, tot het lampje van het lopende programma uit gaat en het
lampje einde programma gaat knipperen. Het afwasprogramma is geannuleerd en het
apparaat staat nu in de instelmodus.
• Als er een nieuw afwasprogramma moet worden gekozen, controleer dan of er afwas-
middel in het doseerbakje zit.
Einde van het afwasprogramma
• De afwasmachine stopt automatisch en een geluidssignaal laat u weten dat het pro-
gramma is afgelopen.
• Open de deur van de afwasmachine.
•
Het lampje einde programma brandt.
• Het controlelampje van het zojuist beëindigde programma blijft branden.
1. Schakel de afwasmachine uit door op de aan-/uittoets te drukken.
18
Een wasprogramma selecteren en starten
2. Laat de deur van de afwasmachine op een kier staan en wacht een paar minuten voordat
u het serviesgoed uit de machine haalt; dit zal dan al enigszins zijn afgekoeld en ook
beter zijn gedroogd.
De vaatwasser uitruimen
• Hete borden zijn gevoelig voor stoten.
Het is daarom raadzaam het serviesgoed eerst te laten afkoelen alvorens de machine uit
te ruimen.
• Ruim eerst het onderrek en dan het bovenrek uit; hiermee voorkomt u dat er water van
het bovenrek op het serviesgoed in het onderrek druppelt.
• Er kan water op de zijkanten en de deur van de afwasmachine ontstaan omdat roestvrij
staal uiteindelijk koeler zal worden dan het serviesgoed.
LET OP!
Als het afwasprogramma is afgelopen is het raadzaam de stekker uit het stopcontact te
trekken en de kraan dicht te draaien.
Onderhoud en reiniging
De filters reinigen
De filters moeten van tijd tot tijd worden gecontroleerd en gereinigd. Vuile filters beïn-
vloeden het afwasresultaat negatief.
WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat de machine is uitgeschakeld voordat de filters worden schoongemaakt.
1. Open de deur, neem het onderrek uit de machine.
2. Het filtersysteem van de afwasmachine
omvat een grof filter (A), een microfilter
(B) en een platte filter. Ontgrendel het fil-
tersysteem met behulp van de hendel op
het microfilter.
De vaatwasser uitruimen
19
3. Draai de greep ongeveer een kwartslag
naar links en verwijder het filtersysteem.
4.
Pak het grof filter (A) beet bij de greep en
verwijder het microfilter (B).
5. Maak alle filters onder stromend water
grondig schoon.
6. Verwijder het platte filter uit de bodem
van het afwascompartiment en reinig het
filter grondig aan beide kanten.
7. Zet het platte filter terug in de bodem van
de machine en controleer of het precies
onder de twee geleiders (C) zit.
8.
Plaats het grof filter (A) in het microfilter
(B) en druk ze tegen elkaar.
9. Breng de filtercombinatie terug op zijn
plaats en vergrendel het geheel door de
hendel tot de aanslag met de wijzers van
de klok mee te draaien. Let er bij deze pro-
cedure op dat het platte filter niet boven
de bodem van het afwascompartiment
uitsteekt.
WAARSCHUWING!
Gebruik de afwasmachine NOOIT zonder fil-
ters. Een onjuiste terugplaatsing en bevesti-
ging van de filters heeft slechtere afwasresul-
taten tot gevolg en kan resulteren in schade aan het apparaat.
De sproeiarmen reinigen
Probeer NOOIT de sproeiarmen te verwijderen.
Als etensresten de openingen in de sproeiarmen hebben verstopt, verwijder deze dan met
een cocktailprikker.
Buitenkant
Reinig de buitenoppervlakken van de machine en het bedieningspaneel met een vochtige
zachte doek. Gebruik - indien nodig - alleen neutrale reinigingsmiddelen. Gebruik nooit
schurende producten, schuursponsjes of oplosmiddelen (aceton, trichlooretheen, enz.).
20
Onderhoud en reiniging
De binnenkant van de machine reinigen
Zorg ervoor dat de afdichtingsrubbers rondom de deur en het afwasmiddelbakje en glans-
middeldoseerbakje regelmatig met een vochtige doek worden gereinigd.
Wij adviseren eenmaal per 3 maanden een afwasprogramma voor ernstig vervuild servies-
goed te draaien met afwasmiddel, maar zonder serviesgoed.
Als de afwasmachine langere tijd niet wordt gebruikt
Als u de afwasmachine gedurende langere tijd niet gebruikt, adviseren wij u:
1. de stekker uit het stopcontact te trekken en de kraan dicht te draaien.
2. de deur op een kier te zetten om de vorming van onaangename geurtjes te voorkomen.
3. het inwendige van de machine leeg en schoon te houden.
Voorzorgsmaatregelen bij vorst
Zet de machine niet op een plaats waar de temperatuur lager is dan 0°C. Als het toch niet
anders kan, maak de machine leeg, sluit de deur, ontkoppel de watertoevoerleiding en laat
deze leeglopen.
De machine verplaatsen
Als u de machine moet verplaatsen (bij verhuizing, enz.):
1. trek de stekker uit het stopcontact.
2. draai de waterkraan dicht.
3. verwijder de watertoevoer- en -afvoerslang.
4. trek de machine samen met de slangen naar voren.
Vermijd kantelen van de machine tijdens het vervoer.
Problemen oplossen
De afwasmachine start niet of stopt als hij bezig is. Bepaalde problemen zijn het gevolg van
een gebrek aan eenvoudig onderhoud of onoplettendheid en kunnen zonder de inschake-
ling van een monteur worden opgelost met behulp van de in de tabel hieronder beschreven
aanwijzingen.
Zet de afwasmachine uit en voer de volgende voorgestelde corrigerende handelingen uit.
Storingscode en storing Mogelijke oorzaak en oplossing
• Voortdurend knipperen van het controle-
lampje programma bezig,
• 1 onderbroken geluidssignaal
•
1 keer knipperen van het controlelampje ein-
de programma,
De afwasmachine wordt niet gevuld met water.
• De waterkraan is verstopt of aangezet met
kalkaanslag.
Maak de waterkraan schoon.
• De waterkraan is dicht. Draai de waterkraan
open.
• Het filter (indien aanwezig) in de schroeffit-
ting van de slang bij de waterinlaatklep is ver-
stopt.
Reinig het filter in de schroeffitting.
• De watertoevoerslang is niet juist geplaatst of
is gebogen of geknikt.
Controleer de aansluiting van de wateraf-
voerslang.
Problemen oplossen
21
Storingscode en storing Mogelijke oorzaak en oplossing
• Voortdurend knipperen van het controle-
lampje programma bezig,
• 2 intermitterende geluidssignalen
•
2 keer knipperen van het controlelampje ein-
de programma,
Het afwaswater wordt niet afgevoerd.
• De gootsteenafvoer is geblokkeerd.
Ontstop de gootsteenafvoer.
• De waterafvoerslang is niet juist geplaatst of
is gebogen of geknikt.
Controleer de aansluiting van de wateraf-
voerslang.
• Voortdurend knipperen van het controle-
lampje programma bezig,
• 3 intermitterende geluidssignalen
•
3 keer knipperen van het controlelampje ein-
de programma,
Anti-overstromingsinrichting is geactiveerd.
• Draai de waterkraan dicht en neem contact
op met onze service-afdeling.
Het programma begint niet. • De deur van de afwasmachine is niet goed
gesloten. Sluit de deur.
• De stekker zit niet in het stopcontact. Steek
de stekker in het stopcontact.
• De zekering in de meterkast is doorgebrand.
Vervang de zekering.
• Uitgestelde start is ingesteld.
Annuleer de uitgestelde start als het servies-
goed direct moet worden afgewassen.
Nadat u deze controles hebt uitgevoerd, schakelt u het apparaat in: Het programma gaat
verder op het punt waar het was onderbroken.
Als de storing of storingscode zich opnieuw voordoet, dient u contact op te nemen met
onze service-afdeling.
Voor andere, niet in de bovenstaande tabel beschreven storingscodes dient u ook contact
op te nemen met ELECTROLUX Service, onder vermelding van het model (Mod.), product-
nummer (PNC) en serienummer (S.N.).
Deze informatie is te vinden op het typeplaatje aan de zijkant van de deur van de afwas-
machine.
Wij adviseren u deze nummers hier te noteren zodat u ze altijd bij de hand hebt:
Model. : . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Productnummer :. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Serienummer. : . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
22
Problemen oplossen
Het afwasresultaat is niet bevredigend
De borden zijn niet schoon • Het verkeerde afwasprogramma is geselec-
teerd.
• Het serviesgoed is zo geplaatst dat het water
niet alle delen van het oppervlak kan bereiken.
De rekken moeten niet te vol worden geladen.
• De sproeiarmen kunnen niet vrij draaien als
gevolg van een onjuiste plaatsing van het ser-
viesgoed.
• De filters in de bodem van het afwascompar-
timent zijn vuil of onjuist geplaatst.
• Er is te weinig of geen afwasmiddel gebruikt.
• Als er kalkresten op het serviesgoed achter-
blijven; het zoutreservoir is leeg of de water-
ontharder is op het onjuiste niveau ingesteld.
• De afvoerslang is niet correct aangesloten.
• Het deksel van het zoutreservoir is niet goed
gesloten.
Het serviesgoed is nat en dof • Er is geen glansmiddel gebruikt.
• Het glansmiddeldoseerbakje is leeg.
De glazen en borden vertonen strepen, melk-
achtige vlekken of een blauwzweem
• Verlaag de dosering van het glansmiddel.
Opgedroogde waterdruppels op glazen en bor-
den
• Verhoog de dosering van het glansmiddel.
• Het afwasmiddel kan de oorzaak zijn. Neem
contact op met de consumentenlijn van de
afwasmiddellenfabrikant.
Als het probleem na al deze controles aanhoudt, neem dan contact op met onze service-
afdeling.
Technische gegevens
Afmetingen Breedte x Hoogte x Diepte (cm) 59,6 x 81,8-87,8 x 55,5
Elektrische aansluiting - Volta-
ge - Totale vermogen - Zeke-
ring
Informatie over de elektrische aansluiting is te vinden op het ty-
peplaatje op de binnenrand van de deur van de afwasmachine
Leidingwaterdruk Minimaal - Maximaal (MPa) 0,05 - 0,8
Capaciteit Couverts 12
Aanwijzingen voor testinstituten
Het testen in overeenstemming met EN 60704 moet uitgevoerd worden met een volledig
geladen apparaat en met gebruik van het testprogramma (zie "Wasprogramma's")
Het testen in overeenstemming met EN 50242 moet worden uitgevoerd nadat het zout-
reservoir en het glansmiddeldoseerbakje gevuld zijn met respectievelijk zout en glansmiddel
en met gebruik van het testprogramma (zie "Wasprogramma's")
Technische gegevens
23
Volledige belading: 12 standaardcouverts
Hoeveelheid benodigd afwasmiddel: 5 g + 25 g(type B)
Instelling glansmiddel: stand 4 (type III)
Voorbeelden voor het inruimen van de afwasmachine:
Bovenrek
Kopjesrekken: stand A
Onderrek met bestekmand Bestekmandje
Montage-instructies
Montage
WAARSCHUWING!
Alle elektrotechnische en/of loodgieterswerkzaamheden die nodig zijn voor de installatie
van het apparaat dienen te worden uitgevoerd door een erkend installateur.
24
Montage
Verwijder alle verpakkingsmaterialen alvorens de machine te plaatsen.
Plaats de machine indien mogelijk naast een waterkraan en een afvoer.
Deze afwasmachine is ontworpen voor installatie onder een keukenblad of werkoppervlak.
Let op! Volg nauwgezet de instructies op de bijgeleverde mal voor de inbouw van de af-
wasmachine en plaatsing van het meubelpaneel.
Er zijn geen verdere openingen voor de ontluchting van de afwasmachine vereist, maar
alleen om de watertoevoer- en afvoerslang en het aansluitsnoer door te laten.
De afwasmachine is voorzien van stelvoetjes voor het instellen van de hoogte.
Tijdens alle werkzaamheden waarbij interne onderdelen toegankelijk zijn, dient de stekker
uit het stopcontact te worden getrokken.
Zorg er bij het op zijn plaats schuiven van de machine voor dat de watertoevoerslang, de
afvoerslang en het aansluitsnoer niet zijn geknikt of worden platgedrukt.
Bevestigen aan de aangrenzende keukenmeubelen
De afwasmachine moet beveiligd worden tegen kantelen.
Zorg er daarom voor dat het aanrecht waaronder de machine geplaatst wordt, stevig be-
vestigd is aan een vaste structuur (aangrenzende keukenunits, kasten, muur).
Waterpas installatie
Een machine die goed waterpas staat is essentieel voor een goede sluiting en afdichting
van de deur. Als het apparaat goed waterpas staat, raakt de deur aan geen van de kanten
de behuizing. Als de deur niet goed sluit, draai dan de stelvoetjes in of uit totdat de machine
perfect waterpas staat.
Aansluiting aan de waterleiding
Wateraansluitingen
Dit apparaat kan worden aangesloten aan een heet (max. 60°) of koud water kraan.
Als de aansluiting is gemaakt op een heetwaterkraan, vermindert het energieverbruik aan-
zienlijk. Dit hangt echter af van hoe het hete water geproduceerd wordt. (We raden alter-
natieve energiebronnen aan die milieuvriendelijker zijn zoals bijv. zonne- en fotovoltaïsche
panelen en eolische panelen).
Voor het tot stand brengen van de aansluiting zelf is de wartelmoer die aan de waterslang
van de machine is bevestigd, geschikt voor montage op een leidinguiteinde van 3/4" gas-
draad of op een speciale kraan met snelkoppeling zoals de Press-block.
De waterdruk moet zich binnen de grenzen bevinden zoals vermeld in de "Technische spe-
cificaties". Uw waterleidingbedrijf kan u informeren over de gemiddelde leidingwaterdruk
in uw omgeving.
De watertoevoerslang mag tijdens het aansluiten niet zijn geknikt, worden platgedrukt of
in de knoop zitten.
De afwasmachine is voorzien van een vul- en afvoerslang die afhankelijk van de installatie
door middel van de sluitmoer naar links of naar rechts kunnen worden gedraaid.
De sluitmoer moet goed worden bevestigd om waterlekkage te voorkomen.
(Let op! NIET alle modellen afwasmachines hebben vul- en afvoerslangen die zijn uitgerust
met een sluitmoer. In dit geval is deze voorziening niet mogelijk). Als de machine wordt
Aansluiting aan de waterleiding
25
aangesloten op nieuwe leidingen of op leidingen die lang niet zijn gebruikt, dient u het
water enkele minuten te laten doorlopen alvorens de toevoerslang aan te sluiten.
Gebruik GEEN aansluitslangen die eerder voor een oude machine zijn gebruikt.
Dit apparaat is uitgerust met veiligheidsvoorzieningen die voorkomen dat het in de machine
gebruikte water terugkeert in het drinkwatersysteem. Dit apparaat voldoet aan de van
toepassing zijnde regelgeving voor loodgieterswerk.
Watertoevoerslang met veiligheidsklep
Na aansluiting van de dubbelwandige watertoevoerslang bevindt de veiligheidsklep zich bij
de kraan. Daarom bevindt de watertoevoerslang zich alleen onder druk als het water loopt.
Als de watertoevoerslang dan begint te lekken, sluit de veiligheidsklep het stromende water
af.
Pas op als u de watertoevoerslang installeert:
• de elektriciteitskabel voor de veiligheidsklep bevindt zich in de dubbelwandige water-
toevoerslang. Dompel de watertoevoerslang of de veiligheidsklep niet in water.
• Ais de watertoevoerslang of de veiligheidsklep beschadigd raken, trek dan direct de
stekker uit het stopcontact.
• Een watertoevoerslang met veiligheidsklep mag alleen worden vervangen door een spe-
cialist of door ELECTROLUX Service.
WAARSCHUWING!
Waarschuwing! Gevaarlijke spanning.
Aansluiting waterafvoerslang
Het uiteinde van de afvoerslang kan op de volgende manieren worden aangesloten:
1. Aan de gootsteenafvoer, met bevestiging tegen de onderkant van het werkoppervlak.
Hiermee wordt voorkomen dat gootsteenwater de machine inloopt.
2. Aan een standpijp voorzien van een ventilatieopening, minimale binnendiameter 4 cm.
26
Aansluiting aan de waterleiding
De afvalwateraansluiting moet zich op een hoogte
bevinden van tussen de 30 cm (minimum) en 100
cm (maximum) vanaf de bodem van de afwasma-
chine.
De afvoerslang kan vanaf de afwasmachine naar
links of naar rechts lopen.
Verzeker u ervan dat de slang niet gebogen is of
platgedrukt wordt, aangezien dit de afvoer van
water kan vertragen of in de weg staan.
De stop mag niet in de afvoer zitten als de machine
water aan het afvoeren is, aangezien het water
dan weer in de machine terug kan lopen.
Als u voor de afvoerslang een verlengstuk gebruikt, mag dit niet langer zijn dan 2 meter en
de binnendiameter mag niet kleiner zijn dan de diameter van de meegeleverde slang.
Evenmin mag de binnendiameter van de voor de aansluitingen aan de afvoer gebruikte
koppelingen kleiner zijn dan de diameter van de bijgeleverde slang.
Bij het aansluiten van de afvoerslang op een sifon
onder de gootsteen moet het gehele plastic
membraan (A) verwijderd worden. Indien niet
het gehele membraan wordt verwijderd zullen
zich op den duur voedseldeeltjes verzamelen die
de afvoerslang van de afwasmachine kunnen ver-
stoppen.
Onze apparaten worden geleverd met een veilig-
heidsvoorziening die ervoor zorgt dat vuil water
niet terug kan lopen in de machine. Als uw goot-
steenafvoer is voorzien van een geïntegreerde terugslagklep kan dit een goede waterafvoer
van uw afwasmachine in de weg staan. Wij adviseren u dan ook de terugslagklep te ver-
wijderen.
Om te voorkomen dat er lekkage optreedt na de installatie, moet u ervoor zorgen dat de
waterkoppelingen stevig vast zitten.
Aansluiting aan de waterleiding
27
Aansluiting aan het elektriciteitsnet
WAARSCHUWING!
Het apparaat moet volgens de veiligheidsvoorschriften worden geaard.
Alvorens het apparaat in gebruik te nemen dient u zich ervan te verzekeren dat de nominale
spanning en het spanningstype op het typeplaatje in overeenstemming zijn met de net-
spanning waarop de machine aangesloten gaat worden.
Ook de waarde van de zekering is te vinden op het typeplaatje.
Steek de stekker altijd in een correct geïnstalleerd schokbestendig stopcontact. Gebruik
geen meervoudige stekkers, verloopstekkers en verlengkabels.
Hierdoor kan brandgevaar door oververhitting ontstaan.
Laat indien nodig de wandcontactdoos van de huisinstallatie verplaatsen. Neem contact
op met onze service-afdeling als het aansluitsnoer moet worden vervangen.
De stekker moet na de installatie van het apparaat toegankelijk zijn.
Trek de stekker nooit aan het snoer uit het stopcontact. Trek altijd aan de stekker zelf.
De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden als boven genoemde veiligheidsmaat-
regelen niet in acht worden genomen.
Milieubescherming
Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als
huishoudafval mag worden behandeld, maar moet worden afgegeven bij een verzamelpunt
waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit
product op de juiste manier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijke negatieve gevolgen
voor mens en milieu die zich zouden kunnen voordoen in geval van verkeerde
afvalverwerking. Voor gedetailleerdere informatie over het recyclen van dit product, kunt
u contact opnemen met de gemeente, de gemeentereiniging of de winkel waar u het
product hebt gekocht.
Verpakkingsmateriaal
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden gerecycled. De kunst-
stofonderdelen zijn gemarkeerd, bijv. >PE<, >PS <, enz. Gooi het verpakkingsmateriaal in
de daarvoor bedoelde container bij uw plaatselijke afvaldienst.
WAARSCHUWING!
Als u het apparaat afdankt:
• trek de stekker uit het stopcontact.
• snijd het aansluitsnoer met de stekker af en gooi het weg.
• Verwijder het slot van de deur. Zo voorkomt u dat kinderen zichzelf insluiten en hun
leven in gevaar brengen.
28
Aansluiting aan het elektriciteitsnet

Documenttranscriptie

FAVORIT 35020 VI Gebruiksaanwijzing Manual de instrucciones Afwasmachine Lavavajillas 2 Inhoud Wij danken u voor uw keuze voor een van onze producten van hoogwaardige kwaliteit. Lees deze gebruiksaanwijzing alstublieft zorgvuldig door, zo kunt u zeker zijn van optimale en professionele prestaties van uw apparaat. De handleiding zal u in staat stellen om alle processen perfect en op de meest efficiënte wijze te laten verlopen. Wij adviseren u deze handleiding op een veilige plaats te bewaren, dan kunt u hem te allen tijde raadplegen. Geef deze handleiding ook aan een eventuele toekomstige eigenaar van het apparaat. Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe apparaat. Inhoud Bedieningshandleiding 3 Veiligheidsinformatie Correct gebruik Algemene veiligheid De veiligheid van kinderen Installatie Beschrijving van het product 3 3 3 4 4 5 Bedieningspaneel Instelmodus Geluidssignalen Het eerste gebruik De waterontharder instellen Handmatig instellen Elektronisch instellen Gebruik van zout voor de vaatwasser Gebruik van glansspoelmiddel De glansmiddeldosering in te stellen Dagelijks gebruik 6 6 7 7 8 8 8 9 10 11 11 De vaatwasser inruimen Het onderrek De bestekmand Bovenrek De hoogte van het bovenrek aanpassen 11 12 13 13 Gebruik van vaatwasmiddelen Afwasmiddel doseren Gebruik van gecombineerde afwasmiddeltabletten Afwasprogramma's Een wasprogramma selecteren en starten 14 15 15 16 17 18 De uitgestelde start van een afwasprogramma instellen en annuleren De vaatwasser uitruimen 18 19 Onderhoud en reiniging De filters reinigen De sproeiarmen reinigen Buitenkant De binnenkant van de machine reinigen 19 19 20 20 Aanwijzingen voor testinstituten Montage-instructies 23 24 Montage Bevestigen aan de aangrenzende keukenmeubelen Waterpas installatie Aansluiting aan de waterleiding Wateraansluitingen Watertoevoerslang met veiligheidsklep 24 21 Als de afwasmachine langere tijd niet wordt gebruikt 21 Voorzorgsmaatregelen bij vorst 21 De machine verplaatsen 21 Problemen oplossen 21 Technische gegevens 23 25 25 25 25 Aansluiting waterafvoerslang Aansluiting aan het elektriciteitsnet 26 26 28 Milieubescherming Verpakkingsmateriaal 28 28 Veiligheidsinformatie 3 Wijzigingen voorbehouden Bedieningshandleiding Veiligheidsinformatie In het belang van uw veiligheid en om een correct gebruik te kunnen waarborgen is het van belang dat u, alvorens het apparaat te installeren en in gebruik te nemen, deze gebruiksaanwijzing, inclusief de tips en waarschuwingen, grondig doorleest. Om onnodige vergissingen en ongevallen te voorkomen is het belangrijk te waarborgen dat alle mensen die het apparaat gebruiken, volledig bekend zijn met de werking ervan en de veiligheidsvoorzieningen. Bewaar deze instructies en zorg ervoor dat zij bij het apparaat blijven als het wordt verplaatst of verkocht, zodat iedereen die het apparaat gedurende zijn hele levensduur gebruikt, naar behoren is geïnformeerd over het gebruik en de veiligheid van het apparaat. Correct gebruik • Deze afwasmachine is uitsluitend bedoeld voor het reinigen van huishoudelijke gebruiksvoorwerpen die geschikt zijn voor reiniging in een afwasmachine. • Doe geen oplosmiddelen in de afwasmachine. Dit kan een explosie veroorzaken. • Messen en andere voorwerpen met scherpe punten moeten met de punt naar beneden in de bestekmand worden geplaatst of horizontaal in het bovenrek worden gelegd. • Gebruik alleen producten (afwasmiddel, zout en glansmiddel) die geschikt zijn voor afwasmachines. • Open de deur niet als het apparaat in werking is; er kan hete stoom ontsnappen. • Neem geen serviesgoed uit de afwasmachine voordat het afwasprogramma is afgelopen. • Trek na het gebruik de stekker uit het stopcontact en draai de waterkraan dicht. • Dit product mag alleen worden onderhouden door een daartoe bevoegde servicemonteur en er dient alleen gebruik te worden gemaakt van originele reserveonderdelen. • Onder geen voorwaarde moet u proberen de afwasmachine zelf te repareren. Reparaties die worden uitgevoerd door onervaren personen veroorzaken letsel of storingen. Raadpleeg ELECTROLUX Service. Sta te allen tijde op het gebruik van originele reserveonderdelen. Algemene veiligheid • Afwasmiddelen kunnen chemische brandwonden veroorzaken aan de ogen, de mond en de keel. Deze kunnen levensbedreigend zijn! Houd u aan de veiligheidsinstructies van de afwasmiddelfabrikant. • Het water in uw afwasmachine is geen drinkwater. Resten van afwasmiddel kunnen nog in de machine aanwezig zijn. • Zorg ervoor dat de deur van de afwasmachine altijd gesloten is als het apparaat niet wordt in- of uitgeruimd. Zo voorkomt u dat iemand over de open deur struikelt en zich bezeert. • Ga niet op de open deur zitten of staan. 4 Veiligheidsinformatie De veiligheid van kinderen • Dit apparaat is bestemd voor gebruik door volwassenen. Laat kinderen de afwasmachine niet zonder toezicht gebruiken. • Houd alle verpakkingsmateriaal buiten het bereik van kinderen. Gevaar voor verstikking. • Bewaar alle afwasmiddelen op een veilige plaats buiten het bereik van kinderen. • Houd kinderen uit de buurt van de afwasmachine als de deur open staat. Installatie • Controleer uw afwasmachine op eventuele transportschade. Sluit nooit een beschadigde machine aan. Neem contact op met uw leverancier als de machine beschadigd is. • Alle verpakkingsmaterialen moeten verwijderd worden voordat u het apparaat in gebruik neemt. • Alle elektrische en loodgieterswerkzaamheden die nodig zijn voor de installatie van dit apparaat moeten worden uitgevoerd door een gekwalificeerd en competent persoon. • Om veiligheidsredenen is het gevaarlijk wijzigingen aan te brengen in de specificaties of dit product op enigerlei wijze te modificeren. • Gebruik de afwasmachine nooit als het aansluitsnoer of de waterslangen beschadigd zijn; of als het bedieningspaneel, het werkblad of de plint zodanig beschadigd zijn dat het inwendige van de machine vrij toegankelijk is. Raadpleeg ELECTROLUX Service om gevaarlijke situaties te voorkomen. • In de behuizing van de afwasmachine mogen geen gaten worden geboord ter voorkoming van schade aan hydraulische en elektrische onderdelen. WAARSCHUWING! Voor de aansluiting van elektriciteit en water dienen de instructies in de desbetreffende paragrafen nauwgezet te worden opgevolgd. Beschrijving van het product Beschrijving van het product 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Het bovenrek Aanpassen van de instelling van de waterhardheid Zoutreservoir Afwasmiddeldoseerbakje Glansmiddeldoseerbakje Typeplaatje Filters Onderste sproeiarm Bovenste sproeiarm 5 6 Bedieningspaneel Bedieningspaneel 5 1 2 3 A 1 2 3 4 5 4 B Aan/uittoets Toets uitgestelde start Programmakeuze/ RESET-toets Controlelampjes Lampjes wasprogramma Controlelampjes Einde programma Gaat branden als een afwasprogramma is afgelopen. Heeft ook andere visuele signaleringsfuncties zoals: – het instellen van de waterontharder, – in- of uitschakelen van de geluidssignalen, – melding van een alarm als gevolg van storing van de machine. Glansmiddel Gaat branden als het glansmiddel op is. 1) Zout Gaat branden als het speciale zout op is. 1) 1) De controlelampjes voor zout en glansmiddel branden nooit als een afwasprogramma bezig is, zelfs niet als bijvullen van zout en/of glansmiddel noodzakelijk is. Instelmodus Het apparaat staat in de instelmodus als alle programmalampjes uit zijn en het lampje Einde programma knippert. Vergeet nooit dat bij het uitvoeren van handelingen zoals: • het selecteren van een afwasprogramma • het instellen van de waterontharder • in- of uitschakelen van de geluidssignalen Het eerste gebruik 7 dat het apparaat in de instelmodus MOET staan. Als er een programmalampje brandt en het lampje van Einde programma continu brandt, dan is het laatst uitgevoerde programma nog ingesteld. In dat geval moet het programma geannuleerd worden: 1. Druk op de toets Programmakeuze/ RESET tot het lampje van het lopende programma uit gaat en het lampje van het Einde programma begint te knipperen. 2. Laat de toets Programmakeuze/ RESET los. Geluidssignalen De geluidssignalen zijn bedoeld om aan te geven welke handelingen het apparaat aan het uitvoeren is: • einde van het afwasprogramma • melden van een alarm als gevolg van een storing. Fabrieksinstelling: geluidssignalen ingeschakeld. De geluidssignalen kunnen worden uitgeschakeld met de toets Programmakeuze/RESET. In- en uitschakelen van de geluidssignalen 1. Druk op de Aan-/uittoets. Het apparaat moet in de instelmodus staan. 2. Druk op de toets Programmakeuze/ RESET en houd deze ingedrukt tot het programmalampje A gaat knipperen en het programmalampje B continu blijft branden. 3. Druk nogmaals op de toets Programmakeuze RESET: programmalampje A gaat continu branden en programmalampje B begint te knipperen. 4. Na een paar seconden: – gaat programmalampje A uit – programmalampje B blijft knipperen – Het lampje Einde programma gaat continu branden, om aan te geven dat de geluidssignalen actief zijn. 5. Om de geluidssignalen uit te schakelen nogmaals op de toets Programmakeuze/ RESET drukken: het lampje Einde programma gaat uit om aan te geven dat de geluidssignalen uitgeschakeld zijn. 6. Om de handeling in het geheugen op te slaan, de afwasmachine uitschakelen. 7. Om de geluidssignalen weer in te schakelen hoeft u alleen maar de bovenstaande instructies op te volgen totdat het indicatielampje Einde programma gaat branden. Het eerste gebruik Voordat u uw afwasmachine in gebruik neemt: • Zorg ervoor dat de elektrische aansluiting en de wateraansluiting voldoen aan de installatie-instructies • Verwijder alle verpakkingsmaterialen uit de binnenkant van het apparaat • De waterontharder instellen • Giet 1 liter water in het zoutreservoir en vul het reservoir vervolgens met regenereerzout • Vul het glansmiddeldoseerbakje Als u gebruik wilt maken van gecombineerde afwasmiddeltabletten ("3 in 1", "4 in 1", "5 in 1" etc... ) volg dan de instructies in "Gebruik van afwasmiddel" op. 8 De waterontharder instellen De waterontharder instellen De afwasmachine is uitgerust met een waterontharder die is ontworpen om mineralen en zouten uit het leidingwater te verwijderen die een schadelijk of negatief effect zouden hebben op de werking van het apparaat. Hoe hoger het gehalte van deze mineralen en zouten is, des te harder is het water. De hardheid van water wordt gemeten in equivalente eenheden, Duitse hardheid (°dH), Franse hardheid (°TH) en mmol/l (millimol per liter - internationale eenheid voor de hardheid van water). De ontharder moet worden ingesteld in overeenstemming met de hardheid van het water in uw omgeving. Uw waterleidingbedrijf kan u informeren over de hardheid van het water in uw woonplaats. De waterontharder moet op beide manieren worden ingesteld: handmatig, met behulp van de waterhardheidstoets en elektronisch. Waterhardheid Aanpassen van de waterhardheidsinstelling Gebruik van zout °dH °TH mmol/l handmatig elektronisch 51 - 70 91 - 125 9,1 - 12,5 2 niveau 10 ja 43 - 50 76 - 90 7,6 - 8,9 2 niveau 9 ja 37 - 42 65 - 75 6,51 - 7,5 2 niveau 8 ja 29 - 36 51 - 64 5,1 - 6,4 2 niveau 7 ja 23 - 28 40 - 50 4,0 - 5,0 2 niveau 6 ja 19 - 22 33 - 39 3,3 - 3,9 2 niveau 5 ja 15 - 18 26 - 32 2,61 - 3,2 1 niveau 4 ja 11 - 14 19 - 25 1,9 - 2,5 1 niveau 3 ja 4 - 10 7 - 18 0,71 - 1,8 1 niveau 2 ja <4 <7 < 0,7 1 niveau 1 nee Handmatig instellen De afwasmachine wordt in de fabriek ingesteld op stand 2. 1. Open de deur van de afwasmachine. 2. Neem het onderrek uit de afwasmachine. 3. Zet de waterhardheidsknop in stand 1 of 2 (zie tabel). 4. Plaats het onderrek terug. Elektronisch instellen De afwasmachine is in de fabriek ingesteld op stand 5. Gebruik van zout voor de vaatwasser 9 1. Druk op de Aan-/uit-toets. De afwasmachine moet in de instelmodus staan. 2. Druk op de toets Programmakeuze/ RESET en houd deze ingedrukt tot het programmalampje A gaat knipperen en het programmalampje B continu blijft branden. 3. Wacht tot: – het programmalampje B uit gaat – het programmalampje A blijft knipperen – het lampje einde programma begint te knipperen: het aantal keren knipperen geeft het huidige niveau aan. Het knipperen wordt om de paar seconden herhaald. Voorbeelden: 5 keer knipperen, pauze, 5 keer knipperen, pauze, enz... = niveau 5. 4. Druk op de toets Programmakeuze/ RESET om het niveau te wijzigen. Elke keer dat deze toets wordt ingedrukt, wordt het niveau verhoogd (niveau 1 volgt op niveau 10). Het lampje einde programma geeft de nieuwe instelling aan. 5. Schakel om de bewerking vast te leggen de afwasmachine uit door op de aan/uit toets te drukken. Gebruik van zout voor de vaatwasser WAARSCHUWING! Gebruik alleen zout dat specifiek is bestemd voor gebruik in afwasmachines. Alle andere soorten zout die niet specifiek zijn ontwikkeld voor gebruik in een afwasmachine, in het bijzonder tafelzout, zullen schade toebrengen aan de waterontharder. Vul alleen zout bij vlak voordat u een van de volledige afwasprogramma's gaat starten. Hiermee wordt voorkomen dat gemorste zoutkorrels of zout water enige tijd op de bodem van de machine achterblijven, hetgeen corrosie kan veroorzaken. Vullen: 1. Open de deur, neem het onderrek uit de machine en schroef het deksel van het zoutreservoir los door het tegen de wijzers van de klok in te draaien. 2. Giet 1 liter water in het reservoir (dit is alleen nodig als de machine de eerste keer met zout wordt gevuld) . 3. Giet met behulp van de bijgeleverde trechter zout in het reservoir totdat het vol is. 4. Plaats het deksel terug en zorg er voor dat er geen zoutresten achterblijven op de schroefdraad of op de pakking. 5. Draai het deksel goed vast door het met de klok mee te draaien tot de aanslag (u hoort een klik). Maak u geen zorgen als er bij het vullen met zout water uit de vulopening stroomt, dit is heel normaal. 10 Gebruik van glansspoelmiddel Het zoutcontrolelampje op het bedieningspaneel kan 2-6 uur blijven branden nadat het zout is bijgevuld, ervan uitgaande dat de afwasmachine ingeschakeld blijft. Als u gebruik maakt van zout dat minder snel oplost, kan dit nog langer duren. De werking van de machine wordt hierdoor niet beïnvloed. Gebruik van glansspoelmiddel WAARSCHUWING! Gebruik alleen merkglansmiddelen voor afwasmachines. Vul het glansmiddeldoseerbakje nooit met andere middelen (bijv. afwasmachinereinigingsmiddel, vloeibaar afwasmiddel). Dit zou het apparaat beschadigen. Glansmiddel zorgt ervoor dat het serviesgoed grondig wordt gespoeld en vrij van vlekken en strepen opdroogt. Glansmiddel wordt tijdens de laatste keer spoelen automatisch gedoseerd. 1. Open het reservoir door op de ontgrendelknop (A) te drukken. 2. Giet glansmiddel in het reservoir. Het maximale vulniveau wordt aangegeven door "max". Het doseerbakje bevat ongeveer 110 ml glansmiddel, voldoende voor tussen de 16 en 40 afwascycli, afhankelijk van de ingestelde dosering. 3. Zorg ervoor dat het deksel na het vullen goed wordt gesloten. Neem eventueel bij het vullen gemorst glansmiddel op met een absorberende doek om de volgende keer als u een programma draait buitensporige schuimvorming te voorkomen. Dagelijks gebruik 11 De glansmiddeldosering in te stellen Stel de dosering van het glansmiddel in overeenstemming met de bereikte eind- en droogresultaten in met behulp van de 6-standenschakelaar (stand 1 minimumdosering, stand 6 maximumdosering). De dosering wordt in de fabriek ingesteld op stand 4. Verhoog de dosering als er na afloop van het programma waterdruppels of kalkvlekken op het serviesgoed achterblijven. Verlaag de dosering als er kleverige witachtige strepen op het serviesgoed achterblijven of een blauwzweem op glaswerk of op de lemmeten van messen. Dagelijks gebruik • • • • • Controleer of het nodig is regenereerzout of glansmiddel bij te vullen. Plaats bestek en serviesgoed in de afwasmachine. Afwasmiddel doseren. Selecteer een programma dat geschikt is voor het bestek en het serviesgoed. Start het afwasprogramma. De vaatwasser inruimen Sponzen, huishoudtextiel en voorwerpen die water kunnen absorberen mogen niet in de afwasmachine worden gereinigd. • Voordat u het serviesgoed in de machine plaatst, dient u: – alle etensresten en vuil te verwijderen. – Laat aangebakken etensresten in pannen eerst inweken • Let bij het plaatsen van serviesgoed en bestek op de volgende punten: – Borden en bestek mogen de draaibeweging van de sproeiarmen niet belemmeren. – Plaats holle voorwerpen zoals kopjes, glazen, pannen, enz. met de opening naar beneden zodat ze niet vol water lopen. – Borden en bestek mogen niet in elkaar liggen of elkaar bedekken. – Zorg er ter voorkoming van schade aan glaswerk voor dat glazen elkaar niet raken. – Leg kleine voorwerpen in de bestekmand. • Voorwerpen van kunststof en pannen met teflon hebben de neiging waterdruppels vast te houden; deze voorwerpen drogen niet zo goed als voorwerpen van porselein en staal. 12 De vaatwasser inruimen • Lichte voorwerpen (kunststofbakjes enz.) moeten in het bovenrek worden geplaatst en zo worden neergezet dat ze niet kunnen bewegen. Het volgende serviesgoed en bestek is voor reiniging in de afwasmachine niet geschikt: in beperkte mate geschikt: • bestek met houten, hoornen, porseleinen of • Reinig aardewerk alleen in de afwasmachine parelmoeren handgrepen. als het door de fabrikant specifiek wordt ge• voorwerpen van kunststof die niet hittebekenmerkt als afwasmachinebestendig. stendig zijn. • Geglazuurde dessins kunnen vervagen als ze • ouder bestek met gelijmde onderdelen die vaak in de afwasmachine gewassen worden. niet hittebestendig zijn. • Zilveren en aluminium hebben de neiging om • gelijmd bestek of gelijmde borden. tijdens het reinigen te verkleuren: etensres• tinnen of koperen voorwerpen. ten, bijv. eiwit, eidooier en mosterd, veroor• glaswerk van loodkristal. zaken op zilver vaak verkleuring en vlekken. • gemakkelijk roestende stalen voorwerpen. Verwijder etensresten dan ook onmiddellijk • houten schotels. van zilver, als dit niet meteen na gebruik • voorwerpen gemaakt van synthetische vezels. wordt afgewassen. Open de deur en schuif de rekken naar buiten om het serviesgoed te plaatsen. Het onderrek Het onderrek is geschikt voor steelpannen, deksels, borden, slakommen, bestek, enz. Dekschalen en grote deksels moeten langs de rand van het rek worden gerangschikt om te garanderen dat de sproeiarmen vrij kunnen draaien. De vaatwasser inruimen 13 De bestekmand WAARSCHUWING! Rechtop geplaatste lange messen zijn een potentieel gevaar. Lang en/of scherp snijgereedschap zoals bijvoorbeeld vleesmessen moeten horizontaal in het bovenrek worden gelegd. Pas op bij het plaatsen of uitnemen van scherpe voorwerpen zoals messen. Opdat alle bestekdelen in de bestekmand door water worden omspoeld, moet u: 1. de roosterinzet op de bestekmand plaatsen. 2. vorken en lepels met de greep naar onderen in de bestekmand plaatsen. Voor groter kookgerei, zoals gardes, een helft van het bestekrooster weghalen. Bovenrek Het bovenrek is geschikt voor borden (dessertbordjes, schotels, etensborden met een diameter tot 24 cm), slakommen, kopjes en glazen Plaats voorwerpen zo op en onder de kopjesrekken dat het water alle oppervlakken kan bereiken. Glazen met een lange voet kunnen ondersteboven in de kopjesrekken worden geplaatst. Voor hogere voorwerpen kunnen de kopjesrekken worden opgeklapt. Glazen met een lange voet kunnen ondersteboven in de kopjesrekken worden geplaatst. Voor hogere voorwerpen kunnen de kopjesrekken worden opgeklapt. Lichte voorwerpen (kunststofbakjes enz.) moeten in het bovenrek worden geplaatst en zo worden neergezet dat ze niet kunnen bewegen. 14 De vaatwasser inruimen In het geval dat borden in het bovenrek worden geplaatst, moet u ze van achteren naar voren in het rek plaatsen, ze iets voorover zetten en er voor zorgen dat de voorkant van het laatste bord de deur raakt. Controleer alvorens de deur te sluiten dat de sproeiarmen vrij kunnen ronddraaien. De hoogte van het bovenrek aanpassen Als er zeer grote borden moeten worden afgewassen, kunt u deze in het onderrek plaatsen nadat u het bovenrek in zijn hoogste positie hebt geplaatst. Maximale hoogte van borden in: het bovenrek Onderrek Met bovenrek in hoogste stand 20 cm 31 cm Met bovenrek in laagste stand 27 cm 24 cm Ga als volgt te werk om het bovenrek in zijn hoogste stand te zetten: Gebruik van vaatwasmiddelen 15 1. Trek de voorste vergrendelingen (A) van het bovenrek naar buiten en schuif het rek er uit. 2. Zet het rek terug in de hogere stand en zet de vergrendelingen (A) weer in hun oorspronkelijke stand. Als het rek in de hoogste stand staat, kunt u geen gebruik maken van de kopjesrekken. WAARSCHUWING! Sluit na het vullen van het apparaat altijd de deur, want een open deur kan gevaarlijk zijn. Gebruik van vaatwasmiddelen Gebruik uitsluitend afwasmiddelen die specifiek zijn bedoeld voor gebruik in afwasmachines. Neem de aanbevelingen van de fabrikant voor dosering en bewaren op de verpakking van het afwasmiddel in acht. Het gebruik van niet meer dan de juiste hoeveelheid afwasmiddel draagt bij aan minder milieuverontreiniging. Afwasmiddel doseren 1. Open het deksel. 16 Gebruik van vaatwasmiddelen 2. Vul het afwasmiddelbakje (1) met afwasmiddel. De markering geeft de doseerniveaus aan: 20 = ca. 20 g afwasmiddel 30 = ca. 30 g afwasmiddel. 3. Alle programma's met voorwas hebben een extra dosering afwasmiddel nodig (5/10 g) dat in het afwasmiddelbakje voor de voorwas (2) moet worden gedaan. Deze dosering wordt gebruikt tijdens de voorwasfase. 4. Bij gebruik van afwasmiddeltabletten, het tablet in vakje (1) leggen 5. Sluit het deksel en druk totdat het op zijn plaats klikt. Afwasmiddeltabletten Afwasmiddeltabletten van verschillende fabrikanten lossen niet allemaal even snel op. Daarom bereiken bepaalde afwasmiddeltabletten tijdens korte programma's niet hun volledige reinigingswerking. Kies daarom bij het gebruik van afwasmiddeltabletten lange programma's, om ervoor te zorgen dat tabletresten volledig worden verwijderd. Gebruik van gecombineerde afwasmiddeltabletten Dit zijn producten met een gecombineerde reinigings-, glans- en zoutfunctie. Ook kunnen zij verschillende andere middelen bevatten afhankelijk van de soort tabletten die u kiest ("3 in 1", "4 in 1", "5 in 1" etc...). 1. Controleer of deze producten geschikt zijn voor uw waterhardheid. Zie de instructies van de fabrikant. 2. Kies de laagste instelling voor de waterhardheid en de dosering van het glansmiddel. 3. Alvorens het afwasprogramma te starten eerst het afwasmiddeltablet in het afwasmiddelbakje leggen. Het zoutreservoir en de het glansmiddeldoseerbakje hoeven dan niet meer bijgevuld te worden. In dit geval gaat het controlelampje voor het glansmiddel altijd branden wanneer de machine wordt ingeschakeld (niet alle modellen zijn voorzien van een controlelampje voor het glansmiddel). Als de droogresultaten niet bevredigend zijn, adviseren wij u: 1. het glansmiddeldoseerbakje te vullen met glansmiddel. 2. de dosering van het glansmiddel in te stellen op stand 2. Afwasprogramma's 17 Als u besluit weer over te gaan op het gebruik van de standaardafwasmiddelen adviseren wij u: 1. Vul het zoutreservoir en het glansmiddeldoseerbakje opnieuw. 2. Stel de waterhardheid in op de hoogste stand en laat een normaal afwasprogramma, zonder serviesgoed, draaien. 3. de waterhardheid in te stellen in overeenstemming met de hardheid van het water in uw omgeving. 4. De glansmiddeldosering in te stellen. Sterk vervuild Serviesgoed, bestek, potten en pannen 30 MIN 2) Licht vervuild Serviesgoed en bestek NORMAL 65° Normaal vervuild Serviesgoed en bestek ECO 50° 3) Normaal vervuild Serviesgoed en bestek 130 - 140 1,0 - 1,2 14 - 16 Voorwas Alles Gedeeltelijke lading (later op de dag verder te vullen) 4) 0,1 5 Water (liter) 22 - 24 9 23 - 25 Energie (kWh) 1,8 -2,0 0,9 1,5 - 1,7 30 120 - 130 Duur (minuten) Verbruikswaarden 1) 105 - 115 Drogen INTENSIV CARE 70° Laatste spoelgang Beschrijving programma Tussentijdse spoelgang Soort serviesgoed Hoofdwas Mate van vervuiling Voorwas Programma 12 Afwasprogramma's 1) De verbruikswaarden zijn bedoeld als richtlijn en zijn afhankelijk van de druk en de temperatuur van het water, maar ook van de variaties in de netspanning en de hoeveelheid serviesgoed. 2) Ideaal voor gebruik bij een gedeeltelijk gevulde afwasmachine. Dit is het perfecte dagelijkse programma, speciaal bedoeld voor een gezin bestaande uit 4 personen om alleen het serviesgoed van het ontbijt en het avondeten af te wassen. 3) Testprogramma voor testinstanties. 4) Voor dit programma hoeft geen afwasmiddel gebruikt te worden 18 Een wasprogramma selecteren en starten Een wasprogramma selecteren en starten Selecteer het afwasprogramma en de uitgestelde start met de deur enigszins geopend. De start van het programma of het aftellen voor de uitgestelde start begint pas nadat de deur is gesloten. Tot dat moment kunnen de instellingen nog worden gewijzigd. 1. Controleer of de rekken juist zijn geladen en of de sproeiarmen vrij kunnen draaien. 2. Controleer of de waterkraan is geopend. 3. Druk op de Aan-/uittoets. De afwasmachine moet in de instelmodus staan. (het lampje einde programma knippert). 4. Druk op de toets Programmakeuze/ RESET tot het lampje van het gewenste afwasprogramma gaat branden (zie tabel "Afwasprogramma's"). 5. Sluit de deur van de afwasmachine, het programma start automatisch. De uitgestelde start van een afwasprogramma instellen en annuleren U kunt de start van een afwasprogramma tot 3 uur uitstellen. 1. Druk op de Aan-/uittoets. 2. Druk op de toets uitgestelde start. Het lampje van de uitgestelde start gaat branden. 3. Een afwasprogramma selecteren. Het lampje van het geselecteerde programma gaat branden. 4. Sluit de deur. Het afwasprogramma start automatisch nadat er drie uur zijn verstreken. De "uitgestelde start" annuleren Druk op de toets uitgestelde start. Het lampje van de uitgestelde start gaat uit. Het geselecteerde programma begint direct te draaien, zodra de deur is gesloten. Onderbreek of annuleer een lopend afwasprogramma ALLEEN als het absoluut noodzakelijk is. Let op! Als de deur wordt geopend kan hete stoom vrijkomen. Open de deur voorzichtig. Een lopend afwasprogramma onderbreken: • Open de deur van de afwasmachine; het programma stopt. Sluit de deur; het programma gaat verder waar het was onderbroken. Het lopende programma annuleren • Open de deur van de afwasmachine; druk gedurende ongeveer 3 seconden op de toets Programmakeuze/ RESET, tot het lampje van het lopende programma uit gaat en het lampje einde programma gaat knipperen. Het afwasprogramma is geannuleerd en het apparaat staat nu in de instelmodus. • Als er een nieuw afwasprogramma moet worden gekozen, controleer dan of er afwasmiddel in het doseerbakje zit. Einde van het afwasprogramma • De afwasmachine stopt automatisch en een geluidssignaal laat u weten dat het programma is afgelopen. • Open de deur van de afwasmachine. • Het lampje einde programma brandt. • Het controlelampje van het zojuist beëindigde programma blijft branden. 1. Schakel de afwasmachine uit door op de aan-/uittoets te drukken. De vaatwasser uitruimen 19 2. Laat de deur van de afwasmachine op een kier staan en wacht een paar minuten voordat u het serviesgoed uit de machine haalt; dit zal dan al enigszins zijn afgekoeld en ook beter zijn gedroogd. De vaatwasser uitruimen • Hete borden zijn gevoelig voor stoten. Het is daarom raadzaam het serviesgoed eerst te laten afkoelen alvorens de machine uit te ruimen. • Ruim eerst het onderrek en dan het bovenrek uit; hiermee voorkomt u dat er water van het bovenrek op het serviesgoed in het onderrek druppelt. • Er kan water op de zijkanten en de deur van de afwasmachine ontstaan omdat roestvrij staal uiteindelijk koeler zal worden dan het serviesgoed. LET OP! Als het afwasprogramma is afgelopen is het raadzaam de stekker uit het stopcontact te trekken en de kraan dicht te draaien. Onderhoud en reiniging De filters reinigen De filters moeten van tijd tot tijd worden gecontroleerd en gereinigd. Vuile filters beïnvloeden het afwasresultaat negatief. WAARSCHUWING! Zorg ervoor dat de machine is uitgeschakeld voordat de filters worden schoongemaakt. 1. Open de deur, neem het onderrek uit de machine. 2. Het filtersysteem van de afwasmachine omvat een grof filter (A), een microfilter (B) en een platte filter. Ontgrendel het filtersysteem met behulp van de hendel op het microfilter. 20 Onderhoud en reiniging 3. Draai de greep ongeveer een kwartslag naar links en verwijder het filtersysteem. 4. Pak het grof filter (A) beet bij de greep en verwijder het microfilter (B). 5. Maak alle filters onder stromend water grondig schoon. 6. Verwijder het platte filter uit de bodem van het afwascompartiment en reinig het filter grondig aan beide kanten. 7. Zet het platte filter terug in de bodem van de machine en controleer of het precies onder de twee geleiders (C) zit. 8. Plaats het grof filter (A) in het microfilter (B) en druk ze tegen elkaar. 9. Breng de filtercombinatie terug op zijn plaats en vergrendel het geheel door de hendel tot de aanslag met de wijzers van de klok mee te draaien. Let er bij deze procedure op dat het platte filter niet boven de bodem van het afwascompartiment uitsteekt. WAARSCHUWING! Gebruik de afwasmachine NOOIT zonder filters. Een onjuiste terugplaatsing en bevestiging van de filters heeft slechtere afwasresultaten tot gevolg en kan resulteren in schade aan het apparaat. De sproeiarmen reinigen Probeer NOOIT de sproeiarmen te verwijderen. Als etensresten de openingen in de sproeiarmen hebben verstopt, verwijder deze dan met een cocktailprikker. Buitenkant Reinig de buitenoppervlakken van de machine en het bedieningspaneel met een vochtige zachte doek. Gebruik - indien nodig - alleen neutrale reinigingsmiddelen. Gebruik nooit schurende producten, schuursponsjes of oplosmiddelen (aceton, trichlooretheen, enz.). Problemen oplossen 21 De binnenkant van de machine reinigen Zorg ervoor dat de afdichtingsrubbers rondom de deur en het afwasmiddelbakje en glansmiddeldoseerbakje regelmatig met een vochtige doek worden gereinigd. Wij adviseren eenmaal per 3 maanden een afwasprogramma voor ernstig vervuild serviesgoed te draaien met afwasmiddel, maar zonder serviesgoed. Als de afwasmachine langere tijd niet wordt gebruikt Als u de afwasmachine gedurende langere tijd niet gebruikt, adviseren wij u: 1. de stekker uit het stopcontact te trekken en de kraan dicht te draaien. 2. de deur op een kier te zetten om de vorming van onaangename geurtjes te voorkomen. 3. het inwendige van de machine leeg en schoon te houden. Voorzorgsmaatregelen bij vorst Zet de machine niet op een plaats waar de temperatuur lager is dan 0°C. Als het toch niet anders kan, maak de machine leeg, sluit de deur, ontkoppel de watertoevoerleiding en laat deze leeglopen. De machine verplaatsen Als u de machine moet verplaatsen (bij verhuizing, enz.): 1. trek de stekker uit het stopcontact. 2. draai de waterkraan dicht. 3. verwijder de watertoevoer- en -afvoerslang. 4. trek de machine samen met de slangen naar voren. Vermijd kantelen van de machine tijdens het vervoer. Problemen oplossen De afwasmachine start niet of stopt als hij bezig is. Bepaalde problemen zijn het gevolg van een gebrek aan eenvoudig onderhoud of onoplettendheid en kunnen zonder de inschakeling van een monteur worden opgelost met behulp van de in de tabel hieronder beschreven aanwijzingen. Zet de afwasmachine uit en voer de volgende voorgestelde corrigerende handelingen uit. Storingscode en storing Mogelijke oorzaak en oplossing • Voortdurend knipperen van het controle• De waterkraan is verstopt of aangezet met lampje programma bezig, kalkaanslag. • 1 onderbroken geluidssignaal Maak de waterkraan schoon. • 1 keer knipperen van het controlelampje ein- • De waterkraan is dicht. Draai de waterkraan de programma, open. De afwasmachine wordt niet gevuld met water. • Het filter (indien aanwezig) in de schroeffitting van de slang bij de waterinlaatklep is verstopt. Reinig het filter in de schroeffitting. • De watertoevoerslang is niet juist geplaatst of is gebogen of geknikt. Controleer de aansluiting van de waterafvoerslang. 22 Problemen oplossen Storingscode en storing Mogelijke oorzaak en oplossing • Voortdurend knipperen van het controle• De gootsteenafvoer is geblokkeerd. lampje programma bezig, Ontstop de gootsteenafvoer. • 2 intermitterende geluidssignalen • De waterafvoerslang is niet juist geplaatst of • 2 keer knipperen van het controlelampje einis gebogen of geknikt. de programma, Controleer de aansluiting van de waterafHet afwaswater wordt niet afgevoerd. voerslang. • Voortdurend knipperen van het controle• Draai de waterkraan dicht en neem contact lampje programma bezig, op met onze service-afdeling. • 3 intermitterende geluidssignalen • 3 keer knipperen van het controlelampje einde programma, Anti-overstromingsinrichting is geactiveerd. Het programma begint niet. • De deur van de afwasmachine is niet goed gesloten. Sluit de deur. • De stekker zit niet in het stopcontact. Steek de stekker in het stopcontact. • De zekering in de meterkast is doorgebrand. Vervang de zekering. • Uitgestelde start is ingesteld. Annuleer de uitgestelde start als het serviesgoed direct moet worden afgewassen. Nadat u deze controles hebt uitgevoerd, schakelt u het apparaat in: Het programma gaat verder op het punt waar het was onderbroken. Als de storing of storingscode zich opnieuw voordoet, dient u contact op te nemen met onze service-afdeling. Voor andere, niet in de bovenstaande tabel beschreven storingscodes dient u ook contact op te nemen met ELECTROLUX Service, onder vermelding van het model (Mod.), productnummer (PNC) en serienummer (S.N.). Deze informatie is te vinden op het typeplaatje aan de zijkant van de deur van de afwasmachine. Wij adviseren u deze nummers hier te noteren zodat u ze altijd bij de hand hebt: Model. : . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Productnummer :. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Serienummer. : . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Technische gegevens 23 Het afwasresultaat is niet bevredigend De borden zijn niet schoon • Het verkeerde afwasprogramma is geselecteerd. • Het serviesgoed is zo geplaatst dat het water niet alle delen van het oppervlak kan bereiken. De rekken moeten niet te vol worden geladen. • De sproeiarmen kunnen niet vrij draaien als gevolg van een onjuiste plaatsing van het serviesgoed. • De filters in de bodem van het afwascompartiment zijn vuil of onjuist geplaatst. • Er is te weinig of geen afwasmiddel gebruikt. • Als er kalkresten op het serviesgoed achterblijven; het zoutreservoir is leeg of de waterontharder is op het onjuiste niveau ingesteld. • De afvoerslang is niet correct aangesloten. • Het deksel van het zoutreservoir is niet goed gesloten. Het serviesgoed is nat en dof • Er is geen glansmiddel gebruikt. • Het glansmiddeldoseerbakje is leeg. De glazen en borden vertonen strepen, melkachtige vlekken of een blauwzweem • Verlaag de dosering van het glansmiddel. Opgedroogde waterdruppels op glazen en borden • Verhoog de dosering van het glansmiddel. • Het afwasmiddel kan de oorzaak zijn. Neem contact op met de consumentenlijn van de afwasmiddellenfabrikant. Als het probleem na al deze controles aanhoudt, neem dan contact op met onze serviceafdeling. Technische gegevens Afmetingen Breedte x Hoogte x Diepte (cm) 59,6 x 81,8-87,8 x 55,5 Elektrische aansluiting - Volta- Informatie over de elektrische aansluiting is te vinden op het tyge - Totale vermogen - Zeke- peplaatje op de binnenrand van de deur van de afwasmachine ring Leidingwaterdruk Minimaal - Maximaal (MPa) 0,05 - 0,8 Capaciteit Couverts 12 Aanwijzingen voor testinstituten Het testen in overeenstemming met EN 60704 moet uitgevoerd worden met een volledig geladen apparaat en met gebruik van het testprogramma (zie "Wasprogramma's") Het testen in overeenstemming met EN 50242 moet worden uitgevoerd nadat het zoutreservoir en het glansmiddeldoseerbakje gevuld zijn met respectievelijk zout en glansmiddel en met gebruik van het testprogramma (zie "Wasprogramma's") 24 Montage Volledige belading: 12 standaardcouverts Hoeveelheid benodigd afwasmiddel: 5 g + 25 g(type B) Instelling glansmiddel: stand 4 (type III) Voorbeelden voor het inruimen van de afwasmachine: Bovenrek Kopjesrekken: stand A Onderrek met bestekmand Bestekmandje Montage-instructies Montage WAARSCHUWING! Alle elektrotechnische en/of loodgieterswerkzaamheden die nodig zijn voor de installatie van het apparaat dienen te worden uitgevoerd door een erkend installateur. Aansluiting aan de waterleiding 25 Verwijder alle verpakkingsmaterialen alvorens de machine te plaatsen. Plaats de machine indien mogelijk naast een waterkraan en een afvoer. Deze afwasmachine is ontworpen voor installatie onder een keukenblad of werkoppervlak. Let op! Volg nauwgezet de instructies op de bijgeleverde mal voor de inbouw van de afwasmachine en plaatsing van het meubelpaneel. Er zijn geen verdere openingen voor de ontluchting van de afwasmachine vereist, maar alleen om de watertoevoer- en afvoerslang en het aansluitsnoer door te laten. De afwasmachine is voorzien van stelvoetjes voor het instellen van de hoogte. Tijdens alle werkzaamheden waarbij interne onderdelen toegankelijk zijn, dient de stekker uit het stopcontact te worden getrokken. Zorg er bij het op zijn plaats schuiven van de machine voor dat de watertoevoerslang, de afvoerslang en het aansluitsnoer niet zijn geknikt of worden platgedrukt. Bevestigen aan de aangrenzende keukenmeubelen De afwasmachine moet beveiligd worden tegen kantelen. Zorg er daarom voor dat het aanrecht waaronder de machine geplaatst wordt, stevig bevestigd is aan een vaste structuur (aangrenzende keukenunits, kasten, muur). Waterpas installatie Een machine die goed waterpas staat is essentieel voor een goede sluiting en afdichting van de deur. Als het apparaat goed waterpas staat, raakt de deur aan geen van de kanten de behuizing. Als de deur niet goed sluit, draai dan de stelvoetjes in of uit totdat de machine perfect waterpas staat. Aansluiting aan de waterleiding Wateraansluitingen Dit apparaat kan worden aangesloten aan een heet (max. 60°) of koud water kraan. Als de aansluiting is gemaakt op een heetwaterkraan, vermindert het energieverbruik aanzienlijk. Dit hangt echter af van hoe het hete water geproduceerd wordt. (We raden alternatieve energiebronnen aan die milieuvriendelijker zijn zoals bijv. zonne- en fotovoltaïsche panelen en eolische panelen). Voor het tot stand brengen van de aansluiting zelf is de wartelmoer die aan de waterslang van de machine is bevestigd, geschikt voor montage op een leidinguiteinde van 3/4" gasdraad of op een speciale kraan met snelkoppeling zoals de Press-block. De waterdruk moet zich binnen de grenzen bevinden zoals vermeld in de "Technische specificaties". Uw waterleidingbedrijf kan u informeren over de gemiddelde leidingwaterdruk in uw omgeving. De watertoevoerslang mag tijdens het aansluiten niet zijn geknikt, worden platgedrukt of in de knoop zitten. De afwasmachine is voorzien van een vul- en afvoerslang die afhankelijk van de installatie door middel van de sluitmoer naar links of naar rechts kunnen worden gedraaid. De sluitmoer moet goed worden bevestigd om waterlekkage te voorkomen. (Let op! NIET alle modellen afwasmachines hebben vul- en afvoerslangen die zijn uitgerust met een sluitmoer. In dit geval is deze voorziening niet mogelijk). Als de machine wordt 26 Aansluiting aan de waterleiding aangesloten op nieuwe leidingen of op leidingen die lang niet zijn gebruikt, dient u het water enkele minuten te laten doorlopen alvorens de toevoerslang aan te sluiten. Gebruik GEEN aansluitslangen die eerder voor een oude machine zijn gebruikt. Dit apparaat is uitgerust met veiligheidsvoorzieningen die voorkomen dat het in de machine gebruikte water terugkeert in het drinkwatersysteem. Dit apparaat voldoet aan de van toepassing zijnde regelgeving voor loodgieterswerk. Watertoevoerslang met veiligheidsklep Na aansluiting van de dubbelwandige watertoevoerslang bevindt de veiligheidsklep zich bij de kraan. Daarom bevindt de watertoevoerslang zich alleen onder druk als het water loopt. Als de watertoevoerslang dan begint te lekken, sluit de veiligheidsklep het stromende water af. Pas op als u de watertoevoerslang installeert: • de elektriciteitskabel voor de veiligheidsklep bevindt zich in de dubbelwandige watertoevoerslang. Dompel de watertoevoerslang of de veiligheidsklep niet in water. • Ais de watertoevoerslang of de veiligheidsklep beschadigd raken, trek dan direct de stekker uit het stopcontact. • Een watertoevoerslang met veiligheidsklep mag alleen worden vervangen door een specialist of door ELECTROLUX Service. WAARSCHUWING! Waarschuwing! Gevaarlijke spanning. Aansluiting waterafvoerslang Het uiteinde van de afvoerslang kan op de volgende manieren worden aangesloten: 1. Aan de gootsteenafvoer, met bevestiging tegen de onderkant van het werkoppervlak. Hiermee wordt voorkomen dat gootsteenwater de machine inloopt. 2. Aan een standpijp voorzien van een ventilatieopening, minimale binnendiameter 4 cm. Aansluiting aan de waterleiding 27 De afvalwateraansluiting moet zich op een hoogte bevinden van tussen de 30 cm (minimum) en 100 cm (maximum) vanaf de bodem van de afwasmachine. De afvoerslang kan vanaf de afwasmachine naar links of naar rechts lopen. Verzeker u ervan dat de slang niet gebogen is of platgedrukt wordt, aangezien dit de afvoer van water kan vertragen of in de weg staan. De stop mag niet in de afvoer zitten als de machine water aan het afvoeren is, aangezien het water dan weer in de machine terug kan lopen. Als u voor de afvoerslang een verlengstuk gebruikt, mag dit niet langer zijn dan 2 meter en de binnendiameter mag niet kleiner zijn dan de diameter van de meegeleverde slang. Evenmin mag de binnendiameter van de voor de aansluitingen aan de afvoer gebruikte koppelingen kleiner zijn dan de diameter van de bijgeleverde slang. Bij het aansluiten van de afvoerslang op een sifon onder de gootsteen moet het gehele plastic membraan (A) verwijderd worden. Indien niet het gehele membraan wordt verwijderd zullen zich op den duur voedseldeeltjes verzamelen die de afvoerslang van de afwasmachine kunnen verstoppen. Onze apparaten worden geleverd met een veiligheidsvoorziening die ervoor zorgt dat vuil water niet terug kan lopen in de machine. Als uw gootsteenafvoer is voorzien van een geïntegreerde terugslagklep kan dit een goede waterafvoer van uw afwasmachine in de weg staan. Wij adviseren u dan ook de terugslagklep te verwijderen. Om te voorkomen dat er lekkage optreedt na de installatie, moet u ervoor zorgen dat de waterkoppelingen stevig vast zitten. 28 Aansluiting aan het elektriciteitsnet Aansluiting aan het elektriciteitsnet WAARSCHUWING! Het apparaat moet volgens de veiligheidsvoorschriften worden geaard. Alvorens het apparaat in gebruik te nemen dient u zich ervan te verzekeren dat de nominale spanning en het spanningstype op het typeplaatje in overeenstemming zijn met de netspanning waarop de machine aangesloten gaat worden. Ook de waarde van de zekering is te vinden op het typeplaatje. Steek de stekker altijd in een correct geïnstalleerd schokbestendig stopcontact. Gebruik geen meervoudige stekkers, verloopstekkers en verlengkabels. Hierdoor kan brandgevaar door oververhitting ontstaan. Laat indien nodig de wandcontactdoos van de huisinstallatie verplaatsen. Neem contact op met onze service-afdeling als het aansluitsnoer moet worden vervangen. De stekker moet na de installatie van het apparaat toegankelijk zijn. Trek de stekker nooit aan het snoer uit het stopcontact. Trek altijd aan de stekker zelf. De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden als boven genoemde veiligheidsmaatregelen niet in acht worden genomen. Milieubescherming Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudafval mag worden behandeld, maar moet worden afgegeven bij een verzamelpunt waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de juiste manier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijke negatieve gevolgen voor mens en milieu die zich zouden kunnen voordoen in geval van verkeerde afvalverwerking. Voor gedetailleerdere informatie over het recyclen van dit product, kunt u contact opnemen met de gemeente, de gemeentereiniging of de winkel waar u het product hebt gekocht. Verpakkingsmateriaal De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden gerecycled. De kunststofonderdelen zijn gemarkeerd, bijv. >PE<, >PS <, enz. Gooi het verpakkingsmateriaal in de daarvoor bedoelde container bij uw plaatselijke afvaldienst. WAARSCHUWING! Als u het apparaat afdankt: • trek de stekker uit het stopcontact. • snijd het aansluitsnoer met de stekker af en gooi het weg. • Verwijder het slot van de deur. Zo voorkomt u dat kinderen zichzelf insluiten en hun leven in gevaar brengen.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56

Aeg-Electrolux F35020VI Handleiding

Type
Handleiding

in andere talen