Kaysun Amazon Indoor Units Handleiding

Type
Handleiding
Dank voor het kopen van deze airconditioner.
Lees alvorens uw toestel te gebruiken deze handleiding zorgvuldig door en bewaar
ze om later te kunnen raadplegen.
GEBRUIKERSHANDLEIDING
VRF DC Binnentoestellen
KCOF-22 DN4.0
KCOF-36 DN4.0
KCOF-71 DN4.0
KCIF-17 DN4.0
KCIF-22 DN4.0
KCIF-28 DN4.0
KCIF-36 DN4.0
KCIF-45 DN4.0
KCIF-52 DN4.0
KCIBF-56 DN4.0
KCIBF-71 DN4.0
KCIBF-80 DN4.0
KCIBF-100 DN4.0
KCIBF-112 DN4.0
KCIBF-140 DN4.0
KPDF-17 DN4.0
KPDF-22 DN4.0
KPDF-28 DN4.0
KPDF-36 DN4.0
KPDF-45 DN4.0
KPDF-56 DN4.0
KPDF-71 DN4.0
KPDF-80 DN4.0
KPDF-90 DN4.0
KPDF-112 DN4.0
KPDF-140 DN4.0
KPDHF-71 DN4.0
KPDHF-90 DN4.0
KPDHF-112 DN4.0
KPDHF-140 DN4.0
KPDHF-160 DN4.0
KPDHF-200 DN4.0
KPDHF-250 DN4.0
KPDHF-280 DN4.0
KPDHF-400 DN4.0
KPDHF-450 DN4.0
KPDHF-560 DN4.0
KPCF-56 DN4.0
KPCF-90 DN4.0
KPCF-140 DN4.0
KAYF-17 DN4.0
KAYF-22 DN4.0
KAYF-28 DN4.0
KAYF-36 DN4.0
KAYF-45 DN4.0
KAYF-56 DN4.0
KAYF-80 DN4.0
KSDF-28 DN4.0
KSDF-36 DN4.0
KSDF-45 DN4.0
KS(E)F-56 DN4.0
KS(E)F-71 DN4.0
1
INHOUD PAGINA
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINFORMATIE ..................................1
ONDERDELEN ................................................................................3
WERKING EN PRESTATIES VAN UW AIRCONDITIONER ........... 5
RICHTEN VAN DE LUCHTSTROOM ..............................................6
ONDERHOUD .................................................................................. 9
SYMPTOMEN DIE GEEN FOUTEN ZIJN ...................................... 11
PROBLEMEN OPLOSSEN ............................................................ 11
1 BELANGRIJKE
VEILIGHEIDSINFORMATIE
1.1 Soorten voorzorgsmaatregelen
1.2 Algemene voorzorgsmaatregelen
Om optimaal te profiteren van de functies van het toestel, en
defecten te voorkomen die voortkomen uit onjuiste handelingen,
raden wij u aan deze handleiding zorgvuldig te lezen voor gebruik.
De voorzorgsmaatregelen die hierin beschreven staan zijn
geclassiceerd als WAARSCHUWING of LET OP. Beide bevatten
belangrijke informatie met betrekking tot uw veiligheid. Volg ze
zorgvuldig op.
Het niet opvolgen van deze instructies kan leiden tot
letsel of zelfs overlijden.
Gebruik dit toestel niet wanneer er open vuur aanwezig kan
zijn. Als ontvlambaar gas in contact komt met het toestel kan
er brand ontstaan, en dit kan leiden tot ernstig letsel.
Als dit toestel abnormaal gedrag vertoont (zoals het
uitstoten van rook), dan is er gevaar voor ernstig letsel.
Koppel het toestel af van de stroomtoevoer en neem contact
op met uw leverancier of onderhoudstechnicus.
Het koelmiddel in dit toestel is veilig en zou niet mogen
lekken als het systeem juist ontworpen en geïnstalleerd is.
Als er in een kamer echter veel koelmiddel lekt, wordt het
zuurstofgehalte snel verlaagd en dit kan leiden tot ernstig
letsel. Het koelmiddel in dit toestel is zwaarder dan lucht,
dus is het gevaar is groter in kelders of andere ruimtes onder
de grond. In het geval van lekkend koelmiddel, schakel alle
apparaten die open vuur bevatten en alle verwarmende
apparaten uit, ventileer de kamer en neem direct contact op
met uw leverancier of onderhoudstechnicus.
Er kan zich giftige rook ontwikkelen als het koelmiddel in
dit toestel in contact komt met open vuur (zoals van een
verwarming, gasoven/haard, of elektrische apparaten).
Als dit toestel wordt gebruikt in dezelfde ruimte als een
fornuis, oven, kookplaat of haard moet er voldoende
frisse lucht aanwezig zijn voor ventilatie, anders daalt het
zuurstofgehalte en dit kan tot letsel leiden.
Gooi de verpakking van dit toestel zorgvuldig weg zodat
kinderen er niet mee kunnen spelen. Verpakking, en in
het bijzonder de plastic verpakking, kan gevaarlijk zijn en
kan leiden tot ernstig letsel. Schroeven, nietjes en andere
metalen onderdelen van de verpakking kunnen scherp zijn
en moeten zorgvuldig worden weggegooid om letsel te
voorkomen.
Pleeg nooit zelf inspectie of onderhoud aan uw toestel.
Alleen een professionele technicus voor airconditioners
dient reparaties en onderhoud aan het toestel te plegen.
Onjuiste reparatie of onderhoud kan leiden tot elektrische
schokken, brand of waterlekken.
Het toestel kan alleen worden verplaatst of opnieuw worden
geïnstalleerd door een professionele technicus. Onjuiste
installatie kan leiden tot elektrische schokken, brand of
waterlekken. De installatie en aarding van elektrische
apparatuur dient te worden uitgevoerd door bevoegde
deskundigen. Vraag uw leverancier of installatietechnicus
om meer informatie.
Zorg ervoor dat het toestel of de afstandsbediening niet
in contact komt met water, dit kan leiden tot elektrische
schokken of brand.
Gebruik geen verf, vernis, haarlak of andere ontvlambare
sprays of vloeistoffen die ontvlambare rook/dampen kunnen
produceren naast het toestel, dit kan leiden tot brand.
Wanneer u een zekering vervangt, zorg er dan voor dat de
zekering volledig voldoet aan de vereisten.
Open of verwijder het paneel van het toestel niet wanneer
het toestel aan staat. Het aanraken van de interne
onderdelen van het toestel als deze aanstaat kan leiden tot
elektrische schokken of letsel dat veroorzaakt wordt door
bewegende onderdelen zoals de ventilator.
Koppel het toestel los van de elektrische stroomtoevoer
voor het toepassen van reparatie of onderhoud.
Raak het toestel of de afstandsbediening niet aan met natte
handen, dit kan leiden tot elektrische schokken.
Laat kinderen niet naast het toestel spelen, dit verhoogt het
risico op letsel.
Steek geen vingers of andere objecten in de luchtinlaat
of -uitlaat van het toestel, dit kan leiden tot letsel of
beschadiging aan het toestel.
Spuit geen vloeistoffen op het toestel en voorkom dat er
vloeistoffen in het toestel druppelen.
Plaats geen vazen of andere vloeistofhoudende objecten
op het toestel of op plaatsen waar vloeistof in het toestel
kan druppelen. Water of andere vloeistoffen die in contact
komen met het toestel kan leiden tot elektrische schokken
of brand.
Verwijder niet het voor- of achterpaneel van de
afstandsbediening en raak niet de interne onderdelen van
de afstandsbediening aan, dit kan leiden tot letsel. Neem
contact op met uw leverancier of onderhoudstechnicus als
de afstandsbediening niet meer werkt.
Het niet opvolgen aan deze instructies kan leiden tot
ernstige schade aan het toestel of letsel.
WAARSCHUWING
LET OP
WAARSCHUWING
2
Zorg ervoor dat het toestel goed geaard is, anders kan
dit leiden tot elektrische schokken of brand. Elektrische
overlading (zoals die veroorzaakt wordt door bliksem) kan
schade toebrengen aan het systeem. Zorg ervoor dat er
geschikte overspanningsafleiders en stroomonderbrekers
zijn geïnstalleerd om elektrische schokken en brand te
voorkomen.
Gooit dit toestel op de juiste wijze weg volgens de
regelgeving. Indien huishoudelijke apparaten in een vuilstort
worden achtergelaten, kunnen schadelijke stoffen in het
grondwater lekken en in de voedselketen belanden.
Gebruik het toestel niet totdat een bevoegd technicus
aangeeft dat het veilig is het toestel te gebruiken.
Plaats geen apparaten die open vuur produceren in het pad
van de luchtstroom van het toestel. De luchtstroom van
het toestel kan ontbranding stimuleren, wat kan leiden tot
brand of ernstig letsel. Ook kan de luchtstroom incomplete
ontbranding veroorzaken, wat kan leiden tot gereduceerde
zuurstofconcentratie in de kamer en tot ernstig letsel.
Gooi dit toestel niet bij het
ongesorteerd gemeentelijk afval. Het dient
gescheiden te worden weggegooid en
verwerkt. Leef alle toepasselijke wetgeving
met betrekking tot de verwerking van
koelmiddel, olie en andere materialen
na. Neem contact op met uw plaatselijke
afvalverwerkingsbedrijf voor informatie over
de procedures voor verwerking.
Voorkom schade aan de afstandsbediening door er zorgvuldig
mee om te gaan en de batterijen te vervangen. Plaats er geen
objecten op.
Plaats geen apparaten op die open vuur produceren onder of
naast het toestel, omdat de hitte van het apparaat het toestel
kan beschadigen.
Plaats de afstandsbediening van het toestel niet in
direct zonlicht. Direct zonlicht kan het display van de
afstandsbediening beschadigen.
Gebruik geen chemische reinigingsmiddelen om het toestel
schoon te maken, dit kan het display en andere oppervlakken
beschadigen. Als het toestel vies of stofg is, gebruik dan een
vochtige doek met opgelost en zacht reinigingsmiddel om het
toestel af te nemen. Droog het daarna met een droge doek.
Gebruik dit toestel alleen in goed geventileerde ruimtes en
zorg ervoor dat er geen obstakels zijn die de luchtstroom in
en uit het toestel kunnen belemmeren. Gebruik het toestel niet
op de volgende plaatsen:
a. Plaatsten met dampen van minerale olie of snijolie.
b. Locaties met een zoute omgeving, zoals aan de kust.
c. Locaties met een zwavelhoudende omgeving, zoals bij
industrieterreinen.
d. Plaatsen met hoogspanningselektriciteit, zoals op bepaalde
industrieterreinen.
e. Op voer- of vaartuigen, zoals vrachtwagens of ferry’s.
f. Plaatsen met zeer vettige of vochtige lucht, zoals keukens.
g. Dichtbij bronnen van elektromagnetische radiatie, zoals
hoogfrequente zenders of andere sterke radiatie-apparaten.
h. Plaatsen met blootstelling aan corrosieve of schadelijke
gassen, zoals zuur- of alkalinegas.
Om overmatig geluid of vibratie te voorkomen dient het toestel
te worden geïnstalleerd in een positie die het gewicht van
het toestel kan dragen en waar overmatig geluid en vibratie
voorkomen wordt als het toestel in werking is. Wanneer er
sprake is van overmatig geluid of vibratie wanneer het toestel
in werking is, neem dat contact op met uw leverancier of
onderhoudstechnicus.
Zorg ervoor dat de afvoerleiding correct werkt. Als de
afvoerleiding geblokkeerd raakt door vuil of stof, kan er water
gaan lekken wanneer het toestel in de koelingsmodus staat.
Als dit gebeurt, zet het toestel dan uit en neem contact op met
uw leverancier of onderhoudstechnicus.
Het toestel mag niet worden bediend door personen, inclusief
kinderen, met beperkte fysieke, sensorische en mentale
vermogens, of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij zij onder
toezicht staan en zijn geïnstrueerd.
Kinderen mogen niet spelen met dit apparaat, ook niet onder
toezicht.
(Dit toestel mag worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en
door mensen met beperkte fysieke, sensorische en mentale
vermogens, of gebrek aan ervaring en kennis, mits zij onder
toezicht staan en zijn geïnstrueerd hoe het systeem veilig te
gebruiken en de gevaren ervan begrijpen.
Kinderen mogen niet spelen met dit apparaat.
Kinderen mogen het apparaat niet zonder toezicht reinigen en
onderhouden.)
Gebruik de airconditioner alleen voor het voorgeschreven
doel. Dit toestel mag niet worden gebruikt voor het
bevriezen of koelen van voedsel, planten, dieren, machines,
apparaten of kunst.
Schakel voor het reinigen het toestel uit om elektrische
schokken te voorkomen. Dit voorkomt elektrische ontlading
en verwondingen.
Installeer een aardlekschakelaar om elektrische ontlading
en brand te vermijden.
De lamellen op de warmtewisselaar van het toestel zijn
scherp en kunnen letsel toebrengen bij aanraking. Om
letsel te voorkomen tijdens het gebruik van het toestel
dienen handschoenen te worden gebruikt of dient de
warmtewisselaar te worden bedekt.
Plaats geen voorwerpen onder het toestel die door
vochtvorming kunnen beschadigen. Wanneer de
vochtigheid meer dan 80% is, of als de afvoerleiding
geblokkeerd is of het luchtfilter is vies, kan er water uit
het toestel druppelen en de objecten onder het toestel
beschadigen.
Zorg ervoor dat de afvoerleiding correct werkt. Als de
afvoerleiding geblokkeerd is door vuil of stof, kan er water
gaan lekken wanneer het toestel in de koelingsmodus
staat. Als dit gebeurt, zet het toestel dan uit en neem
contact op met uw leverancier of onderhoudstechnicus.
Raak nooit het binnenste van de afstandsbediening
aan. Verwijder het rooster aan de voorzijde niet.
Sommige interne onderdelen kunnen verwondingen of
beschadigingen veroorzaken.
Zorg ervoor dat kinderen, planten en dieren niet direct
blootgesteld worden aan de luchtstroom van het toestel.
Bij het spuiten van insectenverdelger of andere
chemicaliën, bedek het toestel en zet het niet aan. Als u dit
niet doet, kunnen er chemicaliën in het toestel komen en
later worden uitgeblazen van het toestel als het in werking
is, waardoor de gezondheid van de aanwezigen in de kamer
in gevaar komt.
LET OP
3
2. BENAMING ONDERDELEN
■ Vierzijdig casettemodel
■ Plafond-/vloermodel
De afbeelding hierboven dient slechts ter illustratie en
kan licht afwijken van het werkelijke product.
Luchtuitlaatlamelle (verstelbaar)
Neem contact op met de plaatselijke leverancier
voor afstelling in drie richtingen of twee richtingen.
Bevestigingsschroef
(in de schakelkast)
Vergrendeling
(om het luchtrooster te
sluiten)
Luchtinlaat
Luchtlter
Horizontale luchtuitlaatlamelle
Luchtinlaat
Luchtlter (binnenkant)
Fig.2-1.
Fig.2-2.
■ Eenzijdig casettemodel
Kabeldoorvoer
Elektrische schakelkast
Luchtinlaat
Waterstop (voor onderhoud)
Luchtuitlaat
Fig.2-6.
■ Buismodel met middelstatische druk
Luchtinlaat
Elektrische
schakelkast
Luchtuitlaat
Warmtewisselaar
Fig.2-9.
4
■ Wandmodel
Luchtinlaat
Luchtlter
(binnenkant) Luchtuitlaat
Horizontale
luchtuitlaatlamelle
Fig.2-7.
■ Buismodel met hoogstatische druk
Luchtinlaat
Luchtuitlaat
Elektrische schakelkast
Fig.2-8.
■ Console-model
Installatie-onderdeel
Display
Luchtuitlaatlamelle
Luchtinlaat
Luchtuitlaatlamelle Afvoerpijp
Fig.2-10.
■ Staand vloermodel
● F4 luchtinlaat voor (versie I)
Verticaal toestel met behuizing Luchtinlaat voor en luchtuitlaat
boven. Kan op de vloer of aan de muur worden gemonteerd.
Luchtuitlaatlamelle
Luchtinlaat
Fig.2-11.
5
● F5 luchtinlaat onder (versie II)
Verticaal toestel met behuizing Luchtinlaat onder en luchtuitlaat
boven. Kan op de vloer of aan de muur worden gemonteerd.
● F3B ingebouwd (versie III)
Verticaal toestel zonder behuizing. Luchtinlaat onder en
luchtuitlaat boven. Geschikt voor ingebouwde installatie.
Luchtuitlaatlamelle
Voet
Tabel 3-1
Luchtlter
Luchtinlaat onderkant
Luchtuitlaat
Elektrische
schakelkast
Luchtinlaat
Luchtlter
Fig.2-12.
Fig.2-13.
3. WERKING EN PRESTATIES VAN
DE AIRCONDITIONER
Het temperatuurbereik waarbinnen het toestel stabiel werkt, is
weergegeven in tabel 3-1.
Temperatuur
Modus Binnentemperatuur
Koelingsmodus
17°C~32°C.
Als de vochtigheid binnenshuis boven de
80% is, kan er condensatie ontstaan op
het oppervlak van het toestel.
Verwarmingsmodus
(indien aanwezig) ≤27°C
OPMERKING:
Het toestel presteert stabiel binnen het temperatuurbereik
dat is weergegeven in tabel 3-1. Als de binnentemperatuur
zich buiten het normale temperatuurbereik van het toestel
bevindt, kan het zijn dat het stopt met werken en een
foutcode aangeeft.
Verwarmingsmodus is alleen beschikbaar wanneer het
toestel verbonden is met een systeem dat warmte kan
leveren.
Om de gewenste temperatuur efciënt te bereiken moeten:
- alle ramen en deuren gesloten zijn
- de luchtstroomrichting zijn afgesteld in de werkende stand
- het luchtlter schoon zijn.
Merk op hoe u het beste energie kunt
besparen en het beste koeling/verwarming
kunt bereiken.
Maak de luchtlters aan de binnenkant van de
binnentoestellen regelmatig schoon.
controleer
regelmatig
6
Tijdens het verwarmen zal de horizontale luchtstroom
een onevenredige distributie van de kamertemperatuur
verergeren.
De richting van de lamellen:
Horizontale luchtstroom wordt aanbevolen voor koelen.
Let op: neergaande luchtstroom veroorzaakt condens op de
luchtuitlaat en het oppervlak van de lamellen.
Druk op de SWING-knop en de lamellen bewegen
automatisch op en neer.
Stel de lamellen bij om het koelings- of verwarmingseffect
te optimaliseren.
Stel de lamellen horizontaal bij
Stel de lamellen naar beneden bij
Druk op de SWING-knop en de lamellen bewegen
automatisch op en neer.
Stel de lamellen bij om het koelings- of
verwarmingseffect te optimaliseren.
Voorkom dat er teveel buitenlucht in de ruimtes
met airconditioning binnendringt.
Merk op dat de uitlaatlucht koeler of warmer is
dan de ingestelde kamertemperatuur.
Zorg voor een goede luchtdistributie.
Sluit ramen en deuren.
Voorkom directe blootstelling aan de uitlaatlucht, deze kan erg
koud of warm zijn.
Dit geldt voornamelijk voor kinderen, ouderen en mensen met
een beperking.
Uitlaatlamellen dienen te worden gebruikt om de richting van
de uitlaatluchtstroom af te stellen, hierdoor zal het toestel
efciënter werken.
Omdat warme lucht stijgt en koele lucht daalt kan de
distributie van de verwarmde/gekoelde lucht in een
kamer worden verbeterd door de lamellen van het
toestel positioneren. De hoek van de lamelle kan worden
afgesteld door te drukken op de SWING-knop op de
afstandsbediening.
Stel de
temperatuur
niet te laag in
4. RICHTEN VAN DE LUCHTSTROOM
OPMERKING:
Vierzijdig casettemodel
Richt de luchtstroom naar boven en beneden
Richt de luchtstroom naar boven en beneden
Eenzijdig casettemodel
Auto-zwaai
Handmatig bewegen
Tijdens het koelen
Tijdens het verwarmen
Auto-zwaai
Handmatig bewegen
Fig.4-1.
Fig.4-2.
Fig.4-3.
Maximaal
luchtcirculatiegebied
7
Stel de lamellen horizontaal bij
Stel de lamellen naar beneden bij
Stel de lamellen bij om het koelings- of verwarmingseffect te
optimaliseren.
Stel de lamellen horizontaal bij.
Stel de lamellen naar beneden bij (verticaal).
Druk op de SWING-knop en de lamellen bewegen automatisch
op en neer.
Stel de lamellen bij om het koelings- of verwarmingseffect te
optimaliseren.
Stel de lamellen horizontaal bij.
Stel de lamellen naar beneden bij (verticaal).
Tijdens het koelen
Tijdens het verwarmen
Handmatig bewegen
Tijdens het koelen
Tijdens het verwarmen
Auto-zwaai
Handmatig bewegen
Tijdens het koelen
Tijdens het verwarmen
Fig.4-4.
Fig.4-9.
Fig.4-10.
Fig.4-11.
Fig.4-12.
Fig.4-5.
Fig.4-6.
Fig.4-7.
Fig.4-8.
■ Wandmodel
■ Plafond-/vloermodel
Richt de luchtstroom naar boven en beneden
LET OP
Er kan water druppelen uit het toestel als de richting van de
luchtuitlaat tijdens het koelen naar beneden is gericht.
De onevenredige distributie van de binnentemperatuur wordt
verergerd als de richting van de uitlaatlucht horizontaal is
tijdens het verwarmen.
Beweeg de horizontale lamelle niet met de hand, dit kan
leiden tot slecht functioneren. De positie van de horizontale
lamelle moet worden afgesteld met de SWING-knop op de
wandbediening.
Druk op de SWING-knop en de lamellen bewegen automatisch
op en neer (naar links en rechts).
Auto-zwaai
■ Console-model
Richt de luchtstroom naar boven en beneden
Druk op de SWING-knop en de lamellen bewegen automatisch
op en neer.
Druk op Luchtstroomrichting om de lamellen in de juiste hoek
bij te stellen. De lamellen bewegen naar boven en beneden bij
iedere keer drukken.
Auto-zwaai
Handmatig bewegen
8
Fig.4-15.
Richt de luchtstroom naar links en rechts
■ Staand vloermodel
■ Tweezijdig casettemodel
Kiezen van de luchtstroom
Stel de lamellen horizontaal bij. (Zie Fig.4-13)
Stel de lamellen naar beneden bij (verticaal). (Zie Fig.4-14)
Tijdens het koelen
Tijdens het verwarmen
Fig.4-13. Fig.4-14.
LET OP
LET OP
Stel de lamellen niet met de hand bij, dit kan leiden tot slecht
functioneren.
Stel de linker- en rechterlamellen bij om de richting naar links
of naar rechts te veranderen.
Open het rooster aan de voorzijde
(Voor informatie over hoe het rooster te openen zie g. 5-6).
Koppel vóór het openen van het rooster aan de voorzijde het
toestel los van de stroomtoevoer en zet de stroombreker op
UIT.
Raak de metalen onderdelen aan de binnenzijde van het
binnentoestel niet aan. U kunt zich verwonden.
Selecteer de gewenste luchtstroom.
Als u de luchtstroomschakelaar instelt op kiest de
airconditioner automatisch het blaaspatroon voor de gekozen
modus en de situatie.
Tabel 4-1
Stand koelingsmodus verwarmingsmodus
Situatie
De kamer is koel
na een uur met de
airconditioner aan.
Aan het begin
van de operatie
of wanneer de
kamer nog niet is
afgekoeld.
Op momenten
anders dan
hieronder
aangegeven.
(normale tijd.)
Aan het begin
of wanneer de
luchttemperatuur
laag is.
Blaaspatroon
Lucht wordt via
de bovenste
luchtuitlaat
geblazen om de
kamertemperatuur
gelijk te houden
en om niet direct
op de mensen te
blazen.
Lucht wordt via
de bovenste en
onderste uitlaten
geblazen in de
snelkoelingsmodus
voor koeling en in de
verwarmingsmodus
voor verwarming.
Lucht wordt via
de bovenste
luchtuitlaat
geblazen om
niet direct op
de mensen te
blazen.
Om de luchtstroom in te stellen, schakelt u naar .
In alle standen wordt lucht uitgeblazen uit de bovenste
luchtuitlaat.
Gebruik de schakelaar wanneer u de onderste luchtuitlaat wilt
sluiten (bv. wanneer u gaat slapen).
LET OP
Om te schakelen tussen de automatische en de handmatige
modus van de onderste luchtuitlaat, moet u het toestel
uitschakelen en opnieuw opstarten om te nieuwe modus te
starten.
Stel de lamellen bij om het koelings- of verwarmingseffect te
optimaliseren.
Fig.4-16.
Fig.4-17.
Druk op de SWING-knop en de lamellen bewegen automatisch op
en neer.
Auto-zwaai
9
Stel de lamellen bij om het koelings- of verwarmingseffect te
optimaliseren.
Stel de lamellen horizontaal bij.
Stel de lamellen naar beneden bij (verticaal).
Handmatig bewegen
Tijdens het koelen
Tijdens het verwarmen
g.4-18.
Fig.4-19.
LET OP
LET OP
Beweeg de horizontale lamelle niet met de hand, dit kan
leiden tot slecht functioneren. De positie van de horizontale
lamelle moet worden afgesteld met de SWING-knop op de
wandbediening.
Controleer of het toestel is afgesloten van de stroom voordat
u begint met schoonmaken.
Controleer of de bedrading niet beschadigd is en
aangesloten op het toestel.
Veeg het binnentoestel en de afstandsbediening schoon met
een droge doek.
Als het binnentoestel bijzonder vuil is, mag een vochtige
doek gebruikt worden.
Gebruik nooit een vochtige doek voor de afstandsbediening.
Gebruik geen doek met chemische middelen op het toestel,
of laat dit soort schoonmaakmiddelen niet op het toestel
achter, dit kan de afwerking beschadigen.
Gebruik geen benzine, verfverdunner, polijstpoeder of
andere oplosmiddelen voor het reinigen van het toestel.
Dit kan het kunststof oppervlak doen scheuren of
vervormen.
De kabels van de schakelkast die verbonden zijn met
de elektrische terminals van het toestel moeten worden
verwijderd, zoals hierboven aangegeven.
5. ONDERHOUD
Hoe het luchtlter schoon te maken
Het lter verhindert dat stof en andere jne deeltjes het toestel
binnendringen. Als het filter geblokkeerd is, werkt het toestel
niet goed. Maak het filter bij regelmatig gebruik elke twee
weken schoon.
Reinig het lter vaker als de airconditioner in een stofge ruimte
is geïnstalleerd.
Vervang het lter als deze te stofg is om schoon te maken (het
vervangbare luchtlter is een optioneel onderdeel).
1 Neem het luchttoevoerrooster uit.
Voor het vierzijdige casettemodel
Schuif de knoppen van het rooster tegelijkertijd zoals
aangegeven in fig. 5-1. Neem het luchttoevoerrooster uit
(samen met het lter, zoals aangegeven in g. 5-2). Trek het
rooster naar beneden in een hoek van 45º en til hem eruit.
Fig.5-1.
Fig.5-2.
LET OP
10
Voer onderhoud uit als het toestel voor
langere tijd niet gebruikt zal worden
(bijv. aan het eind van het seizoen)
Laat het binnentoestel ongeveer een halve dag draaien in de
ventilatiemodus om het binnenwerk te drogen.
Reinigen van het luchtfilter en de behuizing van het
binnentoestel.
Raadpleeg “Het luchtfilter reinigen” voor meer informatie.
Installeer de gereinigde luchtfilters terug in hun originele
positie.
Zet het toestel uit met de AAN/UIT-knop van de
afstandsbediening en schakel de stroomtoevoer uit.
Fig.5-3.
Fig.5-4.
Fig.5-5.
Fig.5-6.
Selectieschakelaar
luchtuitlaat
Fig.5-7.
Verwijder het luchttoevoerrooster, houd de vergrendeling van
het luchtrooster met twee handen vast en open het rooster
naar beneden. Druk het rooster naar binnen en druk op de
vergrendeling van het lter om het rooster te verwijderen.
Houd het frame bij de knoppen vast en draai de vier beugels
weg. (Het speciale lter kan worden schoongemaakt door het
een keer per zes maanden met water te wassen. Wij raden aan
deze elke drie jaar te vervangen.)
Schuif de knoppen van het rooster in de aangegeven richting.
Open dan het luchttoevoerrooster naar beneden. Druk de
beugels aan weerszijden van het luchtlter lichtjes naar binnen
en druk ze naar boven.
Voor het eenzijdige casettemodel
Voor het console model
Luchtlter
Speciale functie lter
Fig.5-8.
Het lter bevindt zich in het onderste deel van het toestel in
versies II en III omdat de lucht van onder of van de achterkant
binnenstroomt. Ga als volgt te werk om het lter van versies II en
III te verwijderen.
Het lter bevindt zich in het voorste paneel in versie I om de lucht
aan de voorkant naar binnen te laten stromen.
Ga als volgt te werk om het lter van versie I te verwijderen.
Staand vloermodel
Fig.5-9.
Fig.5-10.
11
Onderhoud na een periode zonder
gebruik
Controleer de luchtinlaat en -uitlaat van binnen- en
buitentoestel en verwijder blokkerende voorwerpen.
Reinig de behuizing van het toestel en het luchtfilter.
Raadpleeg [Het luchtlter reinigen] en “Het luchtlter reinigen”
voor instructies. Plaats het filter terug voordat u het toestel
aanzet.
Schakel de stroomtoevoer ten minste 12 uur voor gebruik
aan zodat het toestel goed werkt. Zodra de stroomtoevoer
is ingeschakeld, licht het informatiepaneel van de
afstandsbediening op.
De volgende symptomen kunnen worden ervaren tijdens
normale werking van het toestel en zijn geen fouten.
Opmerking: Als u er niet zeker van bent of er zich een fout
heeft voorgedaan, neem dan onmiddellijk contact op met uw
leverancier of onderhoudstechnicus.
Symptoom: Wanneer de AAN/UIT-knop van de
afstandsbediening wordt ingedrukt, gaat het toestel niet direct
aan.
Oorzaak: Om bepaalde onderdelen van het systeem te
beschermen wordt het opstarten of heropstarten uitgesteld
met 12 minuten bij sommige bedrijfsomstandigheden. Als het
IN BEDRIJF-lampje op het paneel van het toestel opgelicht is,
werkt het systeem normaal en zal het toestel opstarten nadat
de uitsteltijd in verlopen.
De verwarmingsmodus staat aan wanneer de volgende
lampjes op het paneel verlicht zijn: IN BEDRIJF-lampje en
het “ONTD./VENT”-lampje (koelings- en verwarmingsmodel)
of Alleen ventileren- lampje (alleen koelingsmodel).
Als de airconditioner start, maar de compressor niet, zal
het binnentoestel beschermde acties uitvoeren voor de
uitlaattemperatuur.
Er vormt zich een witte mist en deze wordt uitgeblazen
wanneer het toestel opstart in een zeer vochtige omgeving.
Dit fenomeen stopt zodra de vochtigheid in de kamer tot een
normaal niveau is gedaald.
Het toestel blaast soms witte mist uit in de
verwarmingsmodus. Dit gebeurt wanneer het systeem de
periodieke ontdooiing beëindigt. Vocht dat zich kan ophopen
op de warmtewisselaarsspiraal van het toestel tijdens
het ontdooiingsproces wordt omgezet in mist en wordt
uitgeblazen door het toestel.
6. SYMPTOMEN DIE GEEN FOUTEN
ZIJN
Symptoom 1: Het toestel gaat niet aan
Symptoom 2: Er komt witte mist uit het toestel
Een continu geluid (anders dan het geluid van de ventilator
van het toestel) is te horen als het toestel in de koelingsmodus
werkt. Dit wordt veroorzaakt door de afvoerpomp van het
toestel (op toestellen die een afvoerpomp hebben).
Er is een piepend geluid te horen wanneer het systeem
stopt na verwarmen. Dit wordt veroorzaakt doordat kunststof
onderdelen van het toestel krimpen bij het afkoelen van het
toestel.
Wanneer het systeem in werking is, klinkt een zacht sissend
geluid. Dit is het geluid van het koelmiddel dat door het toestel
en de pijpen die het toestel met de rest van het systeem
verbindt stroomt. Dit geluid is luider wanneer het toestel start/
stopt en het stromen van het koelmiddel begint/stopt.
Dit kan voorkomen als het toestel voor de eerste keer wordt
aangeschakeld na een langere tijd van stilstand.
Als er sterke luchtjes, zoals etens- of tabakslucht, in de kamer
aanwezig zijn, kunnen deze in het toestel terechtkomen en
resten achterlaten op de interne onderdelen van het toestel om
later door het toestel te worden uitgeblazen.
Secties 7.2 en 7.3 beschrijven een aantal stappen die u kunt
ondernemen als er zich fouten voordoen. Als deze stappen
het probleem niet oplossen, neem dan contact op met een
professionele technicus om het probleem te onderzoeken.
Probeer niet zelf de oorzaak en een oplossing te vinden.
Als er zich een van de volgende fouten voordoet, koppel dan
het toestel los van de stroomtoevoer, neem contact op met een
professioneel technicus en probeer niet zelf het probleem op te
lossen:
- Zekeringen en/of de aardlekschakelaar slaan voortdurend
door.
- Er is een voorwerp of water het toestel gevallen.
- Er lekt water uit het toestel.
Symptoom 3: Het toestel maakt geluid.
Symptoom 4: Er komt stof uit het apparaat
Symptoom 5: Het toestel verspreidt een
vreemde geur
7. PROBLEMEN OPLOSSEN
7.1 Algemeen
12
WAARSCHUWING
Pleeg nooit zelf inspectie of onderhoud aan uw toestel. Neem contact op met een bevoegde technicus om reparatie en
onderhoud uit te voeren.
7.2 Problemen oplossen: toestel
Tabel 7-1
Symptoom Mogelijke oorzaken Te ondernemen stappen
Het toestel start niet op
- Er heeft zich een stroomonderbreking
voorgedaan (de stroomtoevoer naar de
bedrijfsruimte is afgesloten).
- Het toestel is uitgeschakeld.
- Zekering stroomschakelaar mogelijk
doorgebrand.
- De batterijen van de
afstandsbediening zijn op.
- Wacht tot de stroom weer is
ingeschakeld.
- Zet het toestel aan. Dit
binnentoestel maakt deel uit van een
airconditionersysteem met meerdere
binnentoestellen die onderling
verbonden zijn. De binnentoestellen
kunnen niet individueel worden
aangeschakeld - zij zijn alle verbonden
aan één stroomschakelaar. Vraag een
professionele technicus om advies
over veilige stroomtoevoer naar de
toestellen.
- Vervang de zekering.
- Vervang de batterijen.
Luchtstroom is normaal,
maar koelt niet
- De temperatuurinstelling is niet
correct.
- Stel de gewenste temperatuur in op
de afstandsbediening.
Het toestel slaat voortdurend
aan en af
Vraag een professionele technicus het volgende te controleren:
- Er zit teveel of juist te weinig koelmiddel in het systeem.
- Er is geen gas in het koelmiddelcircuit.
- De compressoren van het buitentoestel werkt niet goed.
- De stroomspanning is te hoog of te laag.
- De leidingen zijn geblokkeerd.
Onvoldoende koeling
- Deuren en ramen staan open.
- Direct zonlicht op het toestel.
De kamer bevat meerdere
verwarmingsbronnen zoals computers
of koelkasten.
- Het luchtlter van het toestel is vies.
- De buitentemperatuur is
ongebruikelijk hoog.
- Sluit ramen en deuren.
- Sluit gordijnen/luiken om het toestel te
beschermen tegen direct zonlicht.
- Zet een aantal computers uit op de
warmste momenten van de dag.
- Reinig het luchtlter.
- De koelingscapaciteit van het systeem
vermindert als de buitentemperatuur
stijgt en het kan zijn dat het systeem
niet voldoende koelt als de plaatselijke
klimaatomstandigheden niet in
overweging zijn genomen bij het
selecteren van de buitentoestellen van
het systeem.
Neem een professionele airconditioningtechnicus in de arm om het volgende te
controleren:
- De warmtewisselaar van toestel is vuil.
- De luchtinlaat- of luchtuitlaat is geblokkeerd.
- Er heeft zich een koelmiddellek voorgedaan.
Onvoldoende verwarming
- Deuren en ramen zijn niet geheel
gesloten. - Sluit ramen en deuren.
Vraag een professionele technicus het volgende te controleren:
- Er heeft zich een koelmiddellek voorgedaan.
13
7.3 Problemen oplossen: afstandsbediening
WAARSCHUWING
Sommige stappen die een professionele technicus moet uitvoeren in geval van een probleem zijn in deze handleiding
slechts als referentie opgenomen. Probeer deze stappen niet zelf uit te voeren - neem contact op met een professionele
technicus om het probleem te onderzoeken.
Als er zich een van de volgende fouten voordoet, koppel dan het toestel los van de stroomtoevoer en neem direct contact op met
een professioneel technicus. Probeer niet zelf het probleem op te lossen:
- Zekeringen en/of de aardlekschakelaar slaan voortdurend door.
- Er is een voorwerp of water het toestel gevallen.
- Er lekt water uit het toestel.
Tabel 7-2
Symptoom Mogelijke oorzaken Te ondernemen stappen
De ventilatorsnelheid kan niet
worden bijgesteld
- Kijk of de MODUS op het scherm
op “AUTO” staat.
- In de automatische modus zal de
airconditioner zelf de ventilatorsnelheid
reguleren.
- Kijk of de MODUS op het scherm
op “DROGEN” staat.
- Indien de droogmodus is gekozen,
zal de airconditioner zelf de
ventilatorsnelheid reguleren. (De
ventilatorsnelheid kan worden
ingesteld tijdens “KOELEN”, “ALLEEN
VENTILEREN” en “VERWARMEN”.)
De afstandsbediening zendt
geen signaal uit, zelfs niet
nadat de AAN/UIT-knop is
ingedrukt
- Er heeft zich een
stroomonderbreking voorgedaan
(de stroomtoevoer naar de
bedrijfsruimte is afgesloten).
- De batterijen van de
afstandsbediening zijn op.
- Wacht tot de stroom weer is
ingeschakeld.
- Vervang de batterijen.
De informatie op het scherm
verdwijnt na een poosje
- Controleer of de timerinstelling
voltooid is en of de mededeling
TIIMER UIT op het scherm
verschijnt.
- De airconditioner is uitgeschakeld tot
aan de ingestelde tijd.
De mededeling TIMER AAN
verdwijnt na een poosje
- Controleer of de timerinstelling
voltooid is en of de mededeling
TIIMER UIT op het scherm
verschijnt.
- Op het ingestelde moment zal de
airconditioner automatisch opstarten en
de betreffende indicator zal uit gaan.
Er komt geen geluid uit het
binnentoestel nadat de AAN/
UIT-knop is ingedrukt
- Verzeker u ervan dat
de signaalzender van de
afstandsbediening is gericht
op de signaalontvanger op het
binnentoestel wanneer u de AAN/
UIT-knop indrukt.
- Richt de signaalzender van de
afstandsbediening naar de infrarode
signaalontvanger van het binnentoestel,
en druk dan tweemaal op de AAN/UIT-
knop.
14
7.4 Foutcodes
Neem contact op met uw leverancier of onderhoudstechnicus als een van de foutcodes in tabel 7-3, met uitzondering
van een modusconict, op het display van het toestel wordt aangegeven. Als de modusconictfout wordt aangegeven en
aanhoudt, neem dan ook contact op met uw leverancier of onderhoudstechnicus. Deze fouten dienen alleen te worden
onderzocht door een professionele technicus. De beschrijvingen hiervan worden slechts gegeven in deze handleiding ter
referentie.
Table.7-3. Foutmeldingscode
NR. Inhoud
Display
Mogelijke oorzaken
LED-scherm Digitale
display
1Probleem met gekozen instelling DEF/FAN-lampje knippert snel E0
De bedrijfsmodus van het
binnentoestel is in conict met
die van de buitentoestellen.
2Communicatiestoornis tussen
binnen- en buitentoestellen TIMER-lampje knippert snel E1
Communicatiekabels tussen
binnen- en buitentoestellen zijn
niet goed aangesloten.
Interferentie van
hoogspanningskabels
of andere bronnen van
elektromagnetische radiatie.
Communicatiekabel is te lang.
Hoofdprintplaat is beschadigd.
3
Fout in
omgevingstemperatuursensor
binnen
BEDRIJFS-lampje knippert snel E2
Temperatuursensor is niet goed
aangesloten of werkt niet goed.
Hoofdprintplaat is beschadigd.
4
Fout in middelpunt
temperatuursensor
warmtewisselaar binnen
BEDRIJFS-lampje knippert snel E3
5Fout in uitlaattemperatuursensor
warmtewisselaar binnen BEDRIJFS-lampje knippert snel E4
6 Fout in ventilator. TIMER-lampje knippert snel E6
Ventilator zit vast of is
geblokkeerd.
Ventilatormotor is niet goed
aangesloten of werkt niet goed.
Abnormale stroomtoevoer.
Hoofdprintplaat is beschadigd.
7Foute EEPROM-combinatie DEF/FAN-lampje knippert snel E7
Hoofdprintplaat is beschadigd.
8 Fout in EEV / Eb
Lijn zit los of is kapot.
Het elektronisch
expansieventiel zit vast.
Hoofdprintplaat is beschadigd.
9 Fout in buitentoestel ALARM-lampje knippert
langzaam Ed
Fout in buitentoestel.
10 Fout waterniveau ALARM-lampje knippert
langzaam EE
Waterniveauvlotter zit vast.
Waterniveauschakelaar is niet
goed aangesloten.
Hoofdprintplaat is beschadigd.
Afvoerpomp werkt niet goed.
11 Het binnentoestel heeft geen
adres toegekend gekregen BEDRIJFS-lampje knippert snel FE
Het binnentoestel heeft geen
adres toegekend gekregen.
Opmerking:
Snel knipperen betekent dat het lampje twee keer per seconde knippert; langzaam knipperen betekent één keer per
seconde.
16126000003108 V1.0
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20

Kaysun Amazon Indoor Units Handleiding

Type
Handleiding