Yamaha A-S201 Black Handleiding

Type
Handleiding
LET OP: LEES HET VOLGENDE VOOR U DIT TOESTEL IN GEBRUIK NEEMT.
i Nl
1 Om er zeker van te kunnen zijn dat u de optimale
prestaties uit uw toestel haalt, dient u deze handleiding
zorgvuldig door te lezen. Bewaar de handleiding op een
veilige plek zodat u er later nog eens iets in kunt
opzoeken.
2 Installeer dit geluidssysteem op een goed geventileerde,
koele, droge en schone plek uit de buurt van direct
zonlicht, warmtebronnen, trillingen, stof, vocht, en/of kou.
Houd de volgende minimumruimte rond het toestel aan
voor ventilatiedoeleinden.
Boven: 30 cm
Achter: 20 cm
Zijkanten: 20 cm
3 Plaats dit toestel uit de buurt van andere elektrische
apparatuur, motoren of transformatoren om storend
gebrom te voorkomen.
4 Stel dit toestel niet bloot aan plotselinge
temperatuurswisselingen van koud naar warm en plaats
het toestel niet in een omgeving met een hoge
vochtigheidsgraad (bijv. in een ruimte met een
luchtbevochtiger) om te voorkomen dat zich binnenin het
toestel condens vormt, wat zou kunnen leiden tot
elektrische schokken, brand, schade aan dit toestel en/of
persoonlijk letsel.
5 Vermijd plekken waar andere voorwerpen op het toestel
kunnen vallen, of waar het toestel blootstaat aan
druppelende of spattende vloeistoffen. Plaats de volgende
dingen niet bovenop dit toestel:
Andere componenten, daar deze schade kunnen
veroorzaken en/of de afwerking van dit toestel kunnen
doen verkleuren.
Brandende voorwerpen (bijv. kaarsen), daar deze
brand, schade aan dit toestel en/of persoonlijk letsel
kunnen veroorzaken.
Voorwerpen met vloeistoffen, daar deze elektrische
schokken voor de gebruiker en/of schade aan dit
toestel kunnen veroorzaken wanneer de vloeistof
daaruit in het toestel terecht komt.
6 Dek het toestel niet af met een krant, tafellaken, gordijn
enz. zodat de koeling niet belemmerd wordt. Als de
temperatuur binnenin het toestel te hoog wordt, kan dit
leiden tot brand, schade aan het toestel en/of persoonlijk
letsel.
7 Steek de stekker van dit toestel pas in het stopcontact als
alle aansluitingen gemaakt zijn.
8 Gebruik het toestel niet wanneer het ondersteboven is
geplaatst. Het kan hierdoor oververhit raken, wat kan
leiden tot schade.
9 Gebruik geen overdreven kracht op de schakelaars,
knoppen en/of snoeren.
10 Wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u aan
de stekker zelf trekken, niet aan het snoer.
11 Maak dit toestel niet schoon met chemische
oplosmiddelen; dit kan de afwerking beschadigen.
Gebruik alleen een schone, droge doek.
12 Gebruik alleen het op dit toestel aangegeven voltage.
Gebruik van dit toestel bij een hoger voltage dan
aangegeven is gevaarlijk en kan leiden tot brand, schade
aan het toestel en/of persoonlijk letsel. Yamaha aanvaardt
geen aansprakelijkheid voor enige schade veroorzaakt
door gebruik van dit toestel met een ander voltage dan
aangegeven staat.
13 Om schade door blikseminslag te voorkomen, dient u de
stekker uit het stopcontact te halen wanneer het onweert.
14 Probeer niet zelf wijzigingen in dit toestel aan te brengen
of het te repareren. Neem contact op met erkend Yamaha
servicepersoneel wanneer u vermoedt dat het toestel
reparatie behoeft. Probeer in geen geval de behuizing open
te maken.
15 Wanneer u dit toestel voor langere tijd niet zult gebruiken
(bijv. vakantie), dient u de stekker uit het stopcontact te
halen.
16 Lees het hoofdstuk "VERHELPEN VAN STORINGEN"
over veel voorkomende vergissingen bij de bediening
voor u de conclusie trekt dat het toestel een storing of
defect vertoont.
17 Voor u het toestel verplaatst, dient u op A (aan/uit) te
drukken om het toestel in wachtstand te zetten, en
vervolgens de stekker uit het stopcontact te halen.
18 Er zal zich condens vormen wanneer de
omgevingstemperatuur plotseling verandert. Haal de
stekker uit het stopcontact en laat het toestel met rust.
19 Wanneer het toestel langere tijd achter elkaar gebruikt
wordt, kan het warm worden. Schakel de stroom uit en
laat het toestel afkoelen.
20 Installeer dit toestel in de buurt van een stopcontact op een
plek waar u de stekker gemakkelijk kunt bereiken.
21 De batterijen mogen niet worden blootgesteld aan hitte,
zoals door direct zonlicht, vuur of iets dergelijks.
22 Een te hoge geluidsdruk (volume) van een oortelefoon of
hoofdtelefoon kan leiden tot gehoorschade.
Dit etiket moet op het product worden aangebracht
wanneer de bovenkant heet kan worden tijdens gebruik.
LET OP: LEES HET VOLGENDE VOOR U DIT TOESTEL IN GEBRUIK NEEMT.
De stroomvoorziening van dit toestel is niet afgesloten zolang de
stekker in het stopcontact zit, ook al is het toestel zelf
uitgeschakeld met A. Dit is de zogenaamde wachtstand. In deze
toestand is het toestel ontworpen een zeer kleine hoeveelheid
stroom te verbruiken.
WAARSCHUWING
OM DE RISICO’S VOOR BRAND OF ELEKTRISCHE
SCHOKKEN TE VERMINDEREN, MAG U DIT TOESTEL IN
GEEN GEVAL BLOOTSTELLEN AAN VOCHT OF REGEN.
1 Nl
VOORBEREIDINGEN
INLEIDING
BASISBEDIENING
AANVULLENDE
INFORMATIE
GEAVANCEERDE
BEDIENING
Nederlands
NUTTIGE FUNCTIES .......................................... 1
MEEGELEVERDE ACCESSOIRES................... 1
REGELAARS EN HUN FUNCTIES.................... 2
Voorpaneel................................................................. 2
Achterpaneel.............................................................. 4
Afstandsbediening ..................................................... 5
De afstandsbediening gebruiken................................ 7
AANSLUITINGEN ................................................ 8
Luidsprekers en broncomponenten aansluiten........... 8
Het netsnoer aansluiten.............................................. 9
AFSPELEN............................................................10
Een bron afspelen .................................................... 10
Genieten van puur Hi-Fi-geluid (Pure Direct)......... 11
De sluimerklok gebruiken ....................................... 11
HET OPTIEMENU INSTELLEN VOOR
INVOERBRONNEN.........................................12
Optiemenu-items ..................................................... 12
VERHELPEN VAN STORINGEN .....................13
SPECIFICATIES ..................................................15
Over deze handleiding
y geeft een bedieningstip aan.
De instructies in deze handleiding beschrijven de bediening van het toestel met de meegeleverde afstandsbediening. U kunt ook de
knoppen en regelaars op het voorpaneel gebruiken als ze dezelfde of vergelijkbare namen hebben als die op de afstandsbediening.
Met dit toestel kunt u:
Genieten van puur Hi-Fi-geluid met behulp van de
fucntie Pure Direct (zie bladzijde 11)
De afstandsbediening van dit toestel gebruiken voor
het bedienen van een Yamaha tuner en/of cd-speler
(zie bladzijde 6)
Energie besparen met de functie AUTO POWER
STANDBY (zie bladzijde 12)
Controleer of u alle volgende onderdelen ontvangen heeft.
INHOUD
INLEIDING
VOORBEREIDINGEN
BASISBEDIENING
GEAVANCEERDE BEDIENING
AANVULLENDE INFORMATIE
NUTTIGE FUNCTIES
MEEGELEVERDE ACCESSOIRES
Afstandsbediening Batterijen (x2)
(AA, R6, UM-3)
2 Nl
INLEIDING
1 A (aan/uit)
Schakelt het toestel in en uit, of activeert wachtstand.
Zelfs indien het toestel in wachtstand staat, verbruikt het nog
een kleine hoeveelheid stroom.
2 Sensor voor de afstandsbediening
Ontvangt infrarode signalen van de afstandsbediening.
3 STANDBY/ON-lampje
4 SP (SPEAKERS) A/B-lampjes
Branden afhankelijk van welke luidsprekers u hebt
geselecteerd.
Beide lampjes branden als beide luidsprekersets zijn
geselecteerd.
5 SLEEP-lampje
Brandt als de sluimerklok ingeschakeld is
(zie bladzijde 11).
6 Multi-infoscherm
Geeft gegevens weer tijdens het aanpassen of wijzigen
van instellingen.
7 PURE DIRECT-lampje
Brandt als de functie Pure Direct is ingeschakeld.
8 Voorpaneelscherm
Geeft informatie weer over de status van het toestel.
9 PURE DIRECT-knop
Geeft elke ingangsbron weer in de zuiverst mogelijke
kwaliteit. (zie bladzijde 11).
REGELAARS EN HUN FUNCTIES
Voorpaneel
Opmerking
Lampje Status
Helder
brandend
Het toestel is ingeschakeld.
Gedempt
Het toestel staat in wachtstand.
Uit
Het toestel is uitgeschakeld.
Trek de stekker van het
netsnoer uit het stopcontact om
dit toestel uit te schakelen.
REGELAARS EN HUN FUNCTIES
3 Nl
INLEIDING
Nederlands
0 PHONES-aansluiting
Voert audio uit naar uw hoofdtelefoon zodat u pri
kunt luisteren.
Druk op SPEAKERS A/B zodat de lampjes SP A/B (zie
bladzijde 2) uitgaan voordat u uw hoofdtelefoon aansluit op
de PHONES-uitgang.
A SPEAKERS A/B
Schakelt telkens als de overeenkomstige knop wordt
ingedrukt de luidsprekerset in of uit die aangesloten is
op de SPEAKERS A- en/of SPEAKERS B-
aansluitingen op het achterpaneel (zie bladzijde
10
).
B BASS –/+
Verhoogt of verlaagt de versterking van de lage tonen.
Bedieningsbereik: –10 dB tot +10 dB
C TREBLE –/+
Verhoogt of verlaagt de versterking van de hoge
tonen.
Bedieningsbereik: –10 dB tot +10 dB
D INPUT l / h
Hiermee kiest u de ingangsbron waar u naar wilt
luisteren.
E VOLUME-regelaar
Verhoogt of verlaagt het geluidsniveau.
Opmerking
REGELAARS EN HUN FUNCTIES
4 Nl
1 Netsnoer
Toestel aansluiten op een stopcontact (zie bladzijde 9).
2 GND-aansluiting
Hier sluit u een platenspeler aan (zie bladzijde 8).
3 PHONO-aansluitingen
Hier sluit u een platenspeler aan (zie bladzijde 8).
4 CD-aansluitingen
Hier sluit u een cd-speler aan (zie bladzijde 8).
5 TUNER-aansluitingen
Hier sluit u een tuner aan (zie bladzijde 8).
6 LINE 1-aansluitingen
Hier sluit u audiocomponenten aan (zie bladzijde 8).
7 LINE 2-aansluitingen
PB-aansluitingen (Afspelen)
Hier sluit u audio-uitgangen van een audiocomponent
aan.
REC-aansluitingen (Opname)
Hier sluit u audio-ingangen van een audiocomponent
aan.
8 SPEAKERS-aansluitingen
Hier sluit u luidsprekers aan (zie bladzijde 8).
9 VOLTAGE SELECTOR (alleen voor het
universele model)
Achterpaneel
REGELAARS EN HUN FUNCTIES
5 Nl
INLEIDING
Nederlands
Algemene toetsen
De volgende toetsen en onderdelen kunt u gebruiken,
ongeacht welke ingangsbron u hebt geselecteerd.
1 Infraroodsignaalzender
Verzendt infrarode signalen.
2
A (aan/uit)
Schakelt het toestel in en uit, of activeert wachtstand.
3 SLEEP
Stelt de sluimerklok in (zie bladzijde 11).
4 DIMMER
Druk meerdere malen op deze toets om één van de
3 niveaus voor helderheid van het voorpaneelscherm
te selecteren.
y
Deze instelling wordt behouden, zelfs als u dit toestel
uitschakelt.
De helderste instelling is de standaardinstelling.
5 TREBLE –/+
Verhoogt of verlaagt de versterking van de hoge
tonen.
Bedieningsbereik: –10 dB tot +10 dB
6 BASS –/+
Verhoogt of verlaagt de versterking van de lage tonen.
Bedieningsbereik: –10 dB tot +10 dB
7 B / C / D / E / ENTER
Selecteert en bevestigt onderdelen in het optiemenu
(zie bladzijde 12).
8 MENU
Schakelt het optiemenu in en uit (zie bladzijde 12).
9 VOLUME +/
Verhoogt of verlaagt het geluidsniveau.
0 Invoerkeuzetoetsen
Hiermee kiest u de ingangsbron waar u naar wilt
luisteren.
y
De namen van de ingangsbronnen stemmen overeen met de
namen van de aansluitingen op het achterpaneel.
A BALANCE L/R
Regelt de geluidsbalans van de linker- en
rechterluidsprekers om onevenwichtig geluid te
compenseren.
Bedieningsbereik:
B PURE DIRECT-knop
Geeft elke ingangsbron weer in de zuiverst mogelijke
kwaliteit (zie bladzijde 11).
C MUTE
Hiermee schakelt u de uitvoer van geluid uit. Druk
nog eens op deze toets om de geluidsweergave te
hervatten op het oorspronkelijke volumeniveau.
Afstandsbediening
(+20 dB) (midden) (+20 dB)
De uitvoer via het andere
kanaal is uitgeschakeld.
De uitvoer via het andere
kanaal is uitgeschakeld.
Vervolg op de volgende pagina.
REGELAARS EN HUN FUNCTIES
6 Nl
Yamaha tuner bedieningstoetsen
Met de volgende toetsen kunt u de functies van een
Yamaha tuner bedienen.
D TUNING jj / ii
Selecteert de afstemfrequentie.
A/B/C/D/E, PRESET j / i
Selecteert een FM/AM-voorkeuzestation.
A/B/C/D/E: selecteert de voorkeuzegroep van A tot E.
PRESET j / i: Selecteert het voorkeuzenummer.
BAND
Selecteert de ontvangstband (FM/AM).
MEMORY
Slaat het huidige FM/AM-station op als voorkeuze.
INFO
Alleen het model voor Europa:
Selecteert de informatie die op het voorpaneelscherm
moet worden weergegeven.
Ook al gebruikt u een Yamaha-tuner, toch zijn bepaalde
componenten en functies misschien niet beschikbaar. Raadpleeg
de gebruiksaanwijzing bij uw component voor nadere informatie.
Toetsen voor Yamaha cd-spelers
Met de volgende toetsen kunt u een Yamaha cd-speler
bedienen.
E Bedieningstoetsen Yamaha cd-speler
s Stopt het afspelen
e Pauzeert het afspelen
p Start het afspelen
DISC SKIP Springt naar de volgende cd in een
cd-wisselaar
b Springt terug
a Springt vooruit
Voert de schijf uit
w Spoelt terug
f Speelt versneld vooruit
Ook al gebruikt u een Yamaha cd-speler, toch zijn bepaalde
componenten en functies misschien niet beschikbaar. Raadpleeg
de gebruiksaanwijzing bij uw component voor nadere informatie.
Opmerking
Opmerking
REGELAARS EN HUN FUNCTIES
7 Nl
INLEIDING
Nederlands
Batterijen plaatsen Werkingsbereik
Richt de afstandsbediening binnen het hieronder
weergegeven bedieningsbereik op de
afstandsbedieningssensor op het toestel.
Opmerkingen over de afstandsbediening en batterijen
Er mogen zich geen grote obstakels bevinden tussen de afstandsbediening en het toestel.
Mors geen water of andere vloeistoffen op de afstandsbediening.
Laat de afstandsbediening niet vallen.
Laat de afstandsbediening niet liggen en bewaar hem niet op de volgende plaatsen:
zeer vochtige plaatsen, bijvoorbeeld bij een badkamer
zeer warme plekken, zoals bij een kachel of fornuis
zeer koude plaatsen
stoffige plaatsen
Vervang alle batterijen als u merkt dat het werkingsbereik van de afstandsbediening kleiner wordt.
Als de batterijen leeg raken, haal ze dan onmiddellijk uit de afstandsbediening om ontploffing of zuurlekkage te voorkomen.
Als u lekkende batterijen vindt, doe de batterijen dan onmiddellijk weg waarbij u ervoor zorgt dat u het weggelekte materiaal niet
aanraakt. Als het weggelekte materiaal in contact komt met uw huid, uw ogen of uw mond, spoel het dan onmiddellijk weg en
raadpleeg een arts. Maak het batterijvak goed schoon voordat u nieuwe batterijen plaatst.
Gebruik geen oude en nieuwe batterijen door elkaar. Hierdoor kan de levensduur van de nieuwe batterijen verkort worden of kunnen
de oude batterijen gaan lekken.
Gebruik geen verschillende types batterijen door elkaar (zoals alkaline- en mangaanbatterijen). Batterijen die er hetzelfde uitzien,
kunnen een verschillende specificatie hebben.
Voordat u nieuwe batterijen plaatst, dient u het batterijvak schoon te vegen.
Voer batterijen af volgens de plaatselijke wet- en regelgeving.
Berg batterijen op buiten het bereik van kinderen.
Batterijen kunnen gevaarlijk zijn als een kind ze in de mond stopt.
Haal de batterijen uit het toestel als u van plan bent het toestel gedurende langere tijd niet te gebruiken. Anders lopen de batterijen
leeg en bestaat het gevaar van lekkage van batterijvloeistof met als gevolg mogelijke beschadiging van het toestel.
De afstandsbediening gebruiken
AA, R6, UM-3-batterijen
Ongeveer
6 m
Afstandsbediening
8 Nl
VOORBEREIDINGEN
Alle aansluitingen moeten correct zijn: L (links) op L, R (rechts) op R, "+" op "+" en "–" op "–". Als de aansluitingen niet
kloppen, wordt er geen geluid weergegeven via de luidsprekers en als de polariteit van de luidspreker-aansluitingen niet
correct is, klinkt de weergave onnatuurlijk met te weinig lage tonen. Raadpleeg de gebruikershandleiding van elk van uw
componenten.
Gebruik RCA-kabels voor het aansluiten van audiocomponenten.
Sluit dit toestel of andere componenten pas op het lichtnet aan nadat alle aansluitingen tussen componenten gemaakt zijn.
Laat blootliggende luidsprekerdraden niet met elkaar of met metalen onderdelen van het toestel in contact komen.
Hierdoor kunnen het toestel en/of de luidsprekers beschadigd raken.
y
De PHONO-aansluitingen zijn bedoeld voor een platenspeler met MM-cassette.
Verbind uw platenspeler met de GND-aansluiting om ruis in het signaal te verminderen. Bij sommige platenspelers hoort u juist
minder ruis zonder de GND-aansluiting.
AANSLUITINGEN
Luidsprekers en broncomponenten aansluiten
LET OP
Cd-recorder,
enz.
Tuner
Luidsprekers A
Luidsprekers B
Dvd-speler,
enz.
Cd-speler
Platenspeler
Audio-
uitgang
Audio-
uitgang
Audio-
uitgang
Audio-
uitgang
Audio-
ingang
Audio-
uitgang
GND
LinksRechts
LinksRechts
9 Nl
AANSLUITINGEN
VOORBEREIDINGEN
Nederlands
REC-aansluitingen
De REC-aansluitingen voeren audiosignalen uit van de
geselecteerde ingangsbron (behalve als LINE 2 is
geselecteerd).
Instellingen voor volumeniveau, toonregeling, balans
en Pure Direct zijn niet van invloed op de REC-
aansluitingen.
Luidsprekerkabels aansluiten
1 Verwijder ongeveer 10 mm van de isolatie van het
einde van de luidsprekerkabels.
2 Draai de ontblote draadjes stevig in elkaar.
3 Draai de knop los.
4 Steek een ontbloot kabeleind in het gat aan de zijkant
van elke aansluiting.
5 Draai de knop aan om de kabel goed vast te maken.
Aansluiten met behulp van
banaanstekers
(Behalve bij modellen voor Azië, Groot-
Brittannië en Europa)
1 Draai de knop aan.
2 Steek de banaansteker in het uiteinde van de
betreffende aansluiting.
Stel de impedantie van de luidsprekers in als hieronder
weergegeven.
Dubbel bedrade aansluiting
Een dubbel bedrade aansluiting scheidt de woofer
(lagetonenluidspreker) van het gecombineerde deel voor
de middentonen en de tweeters (hogetonenluidsprekers).
Een luidsprekerkast voor dubbele bedrading heeft vier
aansluitklemmen. Met deze twee sets aansluitingen kan de
luidsprekerkast gesplitst worden in twee onafhankelijke delen.
Met deze verbindingen wordt de reproductie van de
middentonen en hoge tonen via de ene set aansluitingen geleid
en die van de lage tonen via een andere set aansluitingen.
Sluit de andere luidspreker op dezelfde manier aan op de
andere set aansluitingen.
Bij het maken van dubbel bedrade aansluitingen dient u de
kortsluitbruggen of kabels van de luidspreker te verwijderen.
y
Wilt u dubbel bedrade aansluitingen gebruiken, druk dan op
SPEAKERS A en SPEAKERS B op het voorpaneel, zodat SP A
en B beide gaan branden op het voorpaneelscherm.
Steek de stekker van het netsnoer in het stopcontact nadat
u alle andere aansluitingen hebt gemaakt.
Alleen voor het universele model:
Stel de VOLTAGE SELECTOR van het toestel in op het
lokale voltage voordat u het netsnoer aansluit. Bij onjuiste
instelling van de VOLTAGE SELECTOR bestaat
brandgevaar en kan schade aan het apparaat ontstaan.
LET OP
Luidsprekeraansluiting Luidsprekerimpedantie
SPEAKERS A of
SPEAKERS B
8 Ω of hoger
SPEAKERS A en
SPEAKERS B
16 Ω of hoger
(behalve het model voor
Noord-Amerika)
Dubbele bedrading
8 Ω of hoger
Rood: positief (+)
Zwart: negatief (–)
Banaansteker
Opmerking
Het netsnoer aansluiten
LET OP
Achterpaneel
Luidspreker
Naar
stopcontact met
netsnoer
10 Nl
BASISBEDIENING
1 Druk op A (aan/uit) om het toestel aan te
zetten.
2 Druk op een van de invoerkeuzetoetsen om
de gewenste ingangsbron te kiezen.
3 Druk op SPEAKERS A en/of SPEAKERS B
om de gewenste luidsprekersset(s) te kiezen.
Wanneer u één set luidsprekers hebt aangesloten met dubbele
bedrading of wanneer u twee luidsprekersets tegelijkertijd
gebruikt (A en B), let er dan op dat SP A en SP B beide worden
weergegeven op het voorpaneelscherm.
Schakel de luidsprekers uit als u met een hoofdtelefoon luistert.
4 Speel de bron af.
5 Druk op VOLUME +/– om het
geluidsuitvoerniveau te regelen.
y
U kunt de klankkwaliteit bijregelen met behulp van de
regelaars voor BASS –/+ en TREBLE –/+, en de
geluidsbalans van de linker- en rechterluidsprekers met
behulp van de regelaar BALANCE L/R (zie bladzijde 5).
6 Druk, als u stopt met luisteren, op A (aan/uit)
om het toestel in wachtstand te zetten.
Druk nogmaals op A (aan/uit) om het toestel weer in
te schakelen.
y
U kunt ook de knoppen en regelaars op het voorpaneel
gebruiken als ze dezelfde of vergelijkbare namen hebben als die
op de afstandsbediening.
Voor opname, zie bladzijde 4.
AFSPELEN
Een bron afspelen
A (aan/uit)
Invoerkeuzetoetsen
VOLUME +/
TREBLE –/+
BASS –/+
BALANCE L/R
SPEAKERS A/B
Opmerkingen
11 Nl
AFSPELEN
BASISBEDIENING
Nederlands
De functie Pure Direct function schakelt overbodige
circuits in het toestel uit om elektrische ruis te reduceren
wanneer u de geselecteerde geluidsbron afspeelt. Op die
manier kunt u van Hi-Fi-geluidskwaliteit genieten.
Het PURE DIRECT-lampje gaat branden en het
voorpaneelscherm gaat na een paar seconden uit.
De regelaars voor BASS, TREBLE en BALANCE werken niet
als de functie PURE DIRECT is ingeschakeld.
Gebruik deze functie om het toestel automatisch in
wachtstand te zetten na een bepaalde tijdsduur. De
sluimerklok is nuttig als u gaat slapen terwijl het toestel
een bron afspeelt of opneemt.
Druk herhaaldelijk op SLEEP om de tijdsduur in
te stellen voordat het toestel in wachtstand gaat.
Bij elke keer dat u op SLEEP drukt, wordt op het
voorpaneelscherm een volgende stap van de onderstaande
cyclus weergegeven.
Het SLEEP-lampje knippert terwijl u de tijdsduur
voor de sluimerklok instelt.
Als de sluimerklok is ingesteld, gaat het SLEEP-
lampje op het voorpaneelscherm branden.
y
Wilt u de sluimerklok onderbreken, kies dan een van de volgende
methoden:
Selecteer "SLEEP OFF".
Zet het toestel in wachtstand.
Genieten van puur Hi-Fi-geluid
(Pure Direct)
Opmerking
PURE DIRECT-
knop
PURE DIRECT-lampje
De sluimerklok gebruiken
A (aan/uit)
SLEEP
12 Nl
GEAVANCEERDE BEDIENING
In het optiemenu kunt u allerlei instellingen configureren voor de diverse invoerbronnen en deze instellingen automatisch
oproepen wanneer u een invoerbron selecteert.
1 Druk op een van de invoerkeuzetoetsen om
de gewenste ingangsbron te kiezen.
2 Druk op MENU.
3 Druk op B / C om het gewenste menu-item te
selecteren en druk dan op ENTER.
4 Druk op B / C om de instellingen te wijzigen.
y
Bij bepaalde menu-items moet u op ENTER drukken om
de nieuwe instelling op te slaan.
Druk op D om terug te keren naar het scherm voor het
selecteren van menu-items.
5 Druk op MENU om het optiemenu te sluiten.
y
De standaardinstellingen zijn aangegeven met "*".
HET OPTIEMENU INSTELLEN VOOR INVOERBRONNEN
Invoerkeuzetoetsen
MENU
B / C / D
ENTER
Optiemenu-items
Menu-item Beschrijving
MAX VOL Stelt het maximale volumeniveau in zodat het volume niet per ongeluk boven een bepaald
niveau kan worden ingesteld.
Instelbaar bereik: 01 tot 99, MAX*
INITIAL VOLUME (INIT VOL) Stelt het volume in dat gebruikt wordt als het toestel wordt ingeschakeld. Wanneer deze
parameter wordt ingesteld op "OFF" (uit), wordt het volumeniveau toegepast dat was ingesteld
toen het toestel in wachtstand ging.
Instelbaar bereik: OFF*, MUTE, 01 tot 99, MAX
AUTO POWER STANDBY
(AUTO STBY)
Zet het toestel automatisch in wachtstand als gedurende de ingestelde tijd geen handelingen
zijn verricht.
Keuzes: OFF/2H/4H/8H*/12H
13 Nl
AANVULLENDE
INFORMATIE
Nederlands
AANVULLENDE INFORMATIE
Raadpleeg de tabel hieronder indien dit toestel niet naar behoren functioneert. Als het probleem niet hieronder vermeld
staat, of als de aanwijzingen het probleem niet verhelpen, zet het toestel dan in wachtstand, haal de stekker uit het
stopcontact en neem contact op met uw dichtstbijzijnde Yamaha-dealer of -servicecentrum.
Algemeen
VERHELPEN VAN STORINGEN
Probleem Oorzaak Oplossing
Zie
bladzijde
Het toestel kan niet
worden ingeschakeld.
Het netsnoer is niet goed aangesloten of
de stekker is niet goed in het stopcontact
gestoken.
Sluit het netsnoer stevig aan.
De instelling voor impedantie van de
luidspreker is te laag.
Gebruik luidsprekers met de juiste impedantie.
9
De beveiliging is in werking getreden
door een kortsluiting, enz.
Controleer of de luidsprekerdraden elkaar niet raken
en zet dan het toestel opnieuw aan.
8
Het toestel heeft blootgestaan aan een
sterke, externe elektrische schok
(bijvoorbeeld een blikseminslag of een
ontlading van statische elektriciteit).
Schakel het toestel in wachtstand, koppel het netsnoer
los, sluit het weer aan na 30 seconden en gebruik het
toestel vervolgens normaal.
Geen geluid Invoer- of uitvoerkabels verkeerd
aangesloten.
Verbind de kabels correct. Als dit het probleem niet
verhelpt, zijn de kabels mogelijk defect.
8
Er is geen geschikte ingangsbron
geselecteerd.
Druk op een van de invoerkeuzetoetsen op de
afstandsbediening om een geschikte ingangsbron te
kiezen (INPUT l / h op het voorpaneel).
10
De SPEAKERS A/B-schakelaars zijn niet
correct ingesteld.
Zet de juiste luidsprekers aan (SPEAKERS A of
SPEAKERS B).
10
De luidsprekeraansluitingen zitten niet
goed vast.
Zet de aansluitingen goed vast.
8
Uitvoer is uitgeschakeld. Schakel de dempingsfunctie uit.
5
MAX VOL of INITIAL VOLUME is te
laag ingesteld.
Stel de instelling in op een hoger niveau.
12
De component die hoort bij de gekozen
invoerkeuzetoets is uitgeschakeld of
speelt niet af.
Zet de component aan en zorg ervoor dat hij afspeelt.
Het geluid valt
plotseling weg.
De beveiliging is in werking getreden
door een kortsluiting, enz.
Controleer of de luidsprekerdraden elkaar niet raken
en zet dan het toestel opnieuw aan.
8
Het toestel is te warm geworden. Let erop dat de openingen in het bovenpaneel niet
worden geblokkeerd.
De functie AUTO POWER STANDBY of
de functie SLEEP heeft het toestel in
wachtstand gezet.
Verhoog de instelling voor AUTO POWER
STANDBY of schakel de instelling uit (OFF) in het
optiemenu door op MENU te drukken.
12
Er komt slechts aan
één kant geluid uit de
luidspreker.
Bedrading niet op de juiste manier
aangesloten.
Verbind de kabels correct. Als dit het probleem niet
verhelpt, zijn de kabels mogelijk defect.
8
De BALANCE L/R-regelaar is verkeerd
ingesteld.
Stel de BALANCE L/R-regelaar in op de geschikte
stand.
5
De lage tonen klinken
te zwak en de
weergave is sfeerloos.
De kabels (+ en –) zijn verkeerd om
aangesloten op de versterker of de
luidsprekers.
Sluit de luidsprekerkabels aan op de juiste fase
(+ en –).
8
U hoort een
"gezoem".
Bedrading niet op de juiste manier
aangesloten.
Sluit de audiostekers stevig aan. Als dit het probleem
niet verhelpt, zijn de kabels mogelijk defect.
8
De platenspeler is niet verbonden met de
GND-aansluiting.
Verbind de platenspeler met de GND-aansluiting van
dit toestel.
8
14 Nl
VERHELPEN VAN STORINGEN
Het volumeniveau kan
niet verhoogd worden
of het geluid is
vervormd.
De component aangesloten op de LINE 2
PB/REC-aansluitingen van dit toestel is
uitgeschakeld.
Schakel de component in.
Het geluid is van
mindere kwaliteit
wanneer u luistert
met een
hoofdtelefoon
verbonden met de cd-
speler die op dit
toestel aangesloten
is.
Het toestel is in wachtstand gezet. Schakel het toestel in.
10
De instellingen voor
BASS, TREBLE en
BALANCE worden
niet toegepast op het
geluid.
De functie PURE DIRECT is
ingeschakeld.
Schakel de functie PURE DIRECT uit om deze
instellingen toe te passen op het geluid.
11
De afstandsbediening
werkt niet of niet
correct.
Verkeerde afstand of hoek. De afstandsbediening werkt binnen een maximaal
bereik van 6 m en binnen een hoek van 30 graden ten
opzichte van het voorpaneel.
7
Direct zonlicht of sterke verlichting (van
fluorescentielampen met een
voorschakelapparaat, enz.) valt op de
afstandsbedieningssensor van dit toestel.
Verplaats het toestel.
De batterijen zijn bijna leeg. Vervang alle batterijen.
7
U kunt de tuner en/of
cd-speler niet
bedienen met de
afstandsbediening.
De afstandsbediening ondersteunt de tuner
en/of cd-speler niet.
Raadpleeg de gebruikershandleiding van de tuner en/
of cd-speler.
"OVER HEAT" wordt
weergegeven op het
voorpaneelscherm.
Het toestel is te warm geworden. Let erop dat de openingen in het bovenpaneel niet
worden geblokkeerd.
"CHECK SP" wordt
weergegeven op het
voorpaneelscherm.
Er is kortsluiting ontstaan tussen de
luidsprekerkabels.
Draai de naakte strengen van de luidsprekerkabels
goed in elkaar en verbind ze dan goed met het toestel
en de luidsprekers.
Probleem Oorzaak Oplossing
Zie
bladzijde
15 Nl
AANVULLENDE
INFORMATIE
Nederlands
AUDIOGEDEELTE
Minimaal RMS-uitgangsvermogen
(8 Ω, 40 Hz tot 20 kHz, 0,2% THV)
[Modellen voor Korea, Australië, Groot Brittanië en Europa en
universeel model] ............................................. 100 W + 100 W
[Modellen voor China en Azië] ............................ 85 W + 85 W
Ingangsgevoeligheid/ingangsimpedantie (1 kHz, 100 W/8 Ω)
PHONO (MM) ..................................................... 10,0 mV/47 kΩ
CD, enz. ................................................................. 500 mV/47 kΩ
Uitgangsniveau/uitgangsimpedantie
CD, enz. (Invoer 1 kHz, 500 mV)
REC .................................................................. 500 mV/2,2 kΩ
CD, enz. (Invoer 1 kHz, 500 mV, 8 Ω)
PHONES ............................................................ 470 mV/470 Ω
Frequentierespons
CD, enz. (20 Hz tot 20 kHz) ......................................... 0 ± 0,5 dB
CD, enz. (10 Hz tot 100 kHz) ....................................... 0 ± 3,0 dB
RIAA-aanpassingsafwijking
PHONO (MM) ................................................................. ± 0,5 dB
Totale harmonische vervorming
PHONO (MM) tot REC (20 Hz tot 20 kHz, 2 V)
........................................................................ 0,025% of minder
CD, enz. naar SPEAKERS
(20 Hz tot 20 kHz, 50 W, 8 Ω) .............................. 0,2% of minder
Signaal-ruisverhouding (IHF-A-netwerk)
PHONO (MM) (10 mV ingang kortgesloten) ........ 75 dB of meer
CD, enz. (500 mV ingang kortgesloten) ............... 100 dB of meer
Overblijvende ruis (IHF-A-netwerk) ...................................... 70 µV
Toonregelingskarakteristieken
BASS
Versterken/verzwakken (50 Hz) .................................... ± 10 dB
TREBLE
Versterken/verzwakken (20 kHz) .................................. ± 10 dB
ALGEMEEN
Voeding
[Universeel model] .... 110-120/220-240 V wisselstroom, 50/60 Hz
[Model voor China]..............................220 V wisselstroom, 50 Hz
[Model voor Korea]..............................220 V wisselstroom, 60 Hz
[Model voor Australië] ....................... 240 V wisselstroom, 50 Hz
[Modellen voor Groot-Brittannië en Europa]
.......................................................... 230 V wisselstroom, 50 Hz
[Model voor Azië] ................. 220-240 V wisselstroom, 50/60 Hz
Stroomverbruik
[Modellen voor Korea, Australië, Groot Brittanië en Europa en
universeel model] ............................................................ 175 W
[Modellen voor China en Azië] .......................................... 140 W
Stroomverbruik in wachtstand
[Modellen voor China, Korea, Australië, Groot Brittanië, Europa
en Azië]............................................................. 0,5 W of minder
Afmetingen (B × H × D) ................................. 435 × 141 × 333 mm
Gewicht .................................................................................. 6,7 kg
* Technische gegevens kunnen zonder kennisgeving gewijzigd
worden.
SPECIFICATIES
Informatie voor gebruikers over inzameling en verwijdering van oude
apparaten en gebruikte batterijen
Deze tekens op de producten, verpakkingen en/of bijgaande documenten betekenen dat gebruikte
elektrische en elektronische producten en batterijen niet mogen worden gemengd met algemeen
huishoudelijk afval.
Breng alstublieft voor de juiste behandeling, herwinning en hergebruik van oude producten en gebruikte
batterijen deze naar daarvoor bestemde verzamelpunten, in overeenstemming met uw nationale wetgeving
en de instructies 2002/96/EC en 2006/66/EC.
Door deze producten en batterijen correct te verwijderen, helpt u natuurlijke rijkdommen te beschermen en
voorkomt u mogelijke negatieve effecten op de menselijke gezondheid en de omgeving, die zich zouden
kunnen voordoen door ongepaste afvalverwerking.
Voor meer informatie over het inzamelen en hergebruik van oude producten en batterijen kunt u contact
opnemen met uw plaatselijke gemeentebestuur, uw afvalverwerkingsbedrijf of het verkooppunt waar u de
artikelen heeft gekocht.
[Informatie over verwijdering in andere landen buiten de Europese Unie]
Deze symbolen zijn alleen geldig in de Europese Unie. Mocht u artikelen weg willen gooien, neem dan
alstublieft contact op met uw plaatselijke overheidsinstantie of dealer en vraag naar de juiste manier van
verwijderen.
Opmerking bij het batterijteken (onderste twee voorbeelden):
Dit teken wordt mogelijk gebruikt in combinatie met een scheikundig symbool. In dat geval voldoet het aan
de eis en de richtlijn, die is opgesteld voor het betreffende chemisch product.

Documenttranscriptie

LET OP: LEES HET VOLGENDE VOOR U DIT TOESTEL IN GEBRUIK NEEMT. LET OP: LEES HET VOLGENDE VOOR U DIT TOESTEL IN GEBRUIK NEEMT. 1 Om er zeker van te kunnen zijn dat u de optimale prestaties uit uw toestel haalt, dient u deze handleiding zorgvuldig door te lezen. Bewaar de handleiding op een veilige plek zodat u er later nog eens iets in kunt opzoeken. 2 Installeer dit geluidssysteem op een goed geventileerde, koele, droge en schone plek uit de buurt van direct zonlicht, warmtebronnen, trillingen, stof, vocht, en/of kou. Houd de volgende minimumruimte rond het toestel aan voor ventilatiedoeleinden. Boven: 30 cm Achter: 20 cm Zijkanten: 20 cm 3 Plaats dit toestel uit de buurt van andere elektrische apparatuur, motoren of transformatoren om storend gebrom te voorkomen. 4 Stel dit toestel niet bloot aan plotselinge temperatuurswisselingen van koud naar warm en plaats het toestel niet in een omgeving met een hoge vochtigheidsgraad (bijv. in een ruimte met een luchtbevochtiger) om te voorkomen dat zich binnenin het toestel condens vormt, wat zou kunnen leiden tot elektrische schokken, brand, schade aan dit toestel en/of persoonlijk letsel. 5 Vermijd plekken waar andere voorwerpen op het toestel kunnen vallen, of waar het toestel blootstaat aan druppelende of spattende vloeistoffen. Plaats de volgende dingen niet bovenop dit toestel: – Andere componenten, daar deze schade kunnen veroorzaken en/of de afwerking van dit toestel kunnen doen verkleuren. – Brandende voorwerpen (bijv. kaarsen), daar deze brand, schade aan dit toestel en/of persoonlijk letsel kunnen veroorzaken. – Voorwerpen met vloeistoffen, daar deze elektrische schokken voor de gebruiker en/of schade aan dit toestel kunnen veroorzaken wanneer de vloeistof daaruit in het toestel terecht komt. 6 Dek het toestel niet af met een krant, tafellaken, gordijn enz. zodat de koeling niet belemmerd wordt. Als de temperatuur binnenin het toestel te hoog wordt, kan dit leiden tot brand, schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel. 7 Steek de stekker van dit toestel pas in het stopcontact als alle aansluitingen gemaakt zijn. 8 Gebruik het toestel niet wanneer het ondersteboven is geplaatst. Het kan hierdoor oververhit raken, wat kan leiden tot schade. 9 Gebruik geen overdreven kracht op de schakelaars, knoppen en/of snoeren. 10 Wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u aan de stekker zelf trekken, niet aan het snoer. 11 Maak dit toestel niet schoon met chemische oplosmiddelen; dit kan de afwerking beschadigen. Gebruik alleen een schone, droge doek. 12 Gebruik alleen het op dit toestel aangegeven voltage. Gebruik van dit toestel bij een hoger voltage dan aangegeven is gevaarlijk en kan leiden tot brand, schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel. Yamaha aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige schade veroorzaakt door gebruik van dit toestel met een ander voltage dan aangegeven staat. i Nl 13 Om schade door blikseminslag te voorkomen, dient u de stekker uit het stopcontact te halen wanneer het onweert. 14 Probeer niet zelf wijzigingen in dit toestel aan te brengen of het te repareren. Neem contact op met erkend Yamaha servicepersoneel wanneer u vermoedt dat het toestel reparatie behoeft. Probeer in geen geval de behuizing open te maken. 15 Wanneer u dit toestel voor langere tijd niet zult gebruiken (bijv. vakantie), dient u de stekker uit het stopcontact te halen. 16 Lees het hoofdstuk "VERHELPEN VAN STORINGEN" over veel voorkomende vergissingen bij de bediening voor u de conclusie trekt dat het toestel een storing of defect vertoont. 17 Voor u het toestel verplaatst, dient u op A (aan/uit) te drukken om het toestel in wachtstand te zetten, en vervolgens de stekker uit het stopcontact te halen. 18 Er zal zich condens vormen wanneer de omgevingstemperatuur plotseling verandert. Haal de stekker uit het stopcontact en laat het toestel met rust. 19 Wanneer het toestel langere tijd achter elkaar gebruikt wordt, kan het warm worden. Schakel de stroom uit en laat het toestel afkoelen. 20 Installeer dit toestel in de buurt van een stopcontact op een plek waar u de stekker gemakkelijk kunt bereiken. 21 De batterijen mogen niet worden blootgesteld aan hitte, zoals door direct zonlicht, vuur of iets dergelijks. 22 Een te hoge geluidsdruk (volume) van een oortelefoon of hoofdtelefoon kan leiden tot gehoorschade. De stroomvoorziening van dit toestel is niet afgesloten zolang de stekker in het stopcontact zit, ook al is het toestel zelf uitgeschakeld met A. Dit is de zogenaamde wachtstand. In deze toestand is het toestel ontworpen een zeer kleine hoeveelheid stroom te verbruiken. WAARSCHUWING OM DE RISICO’S VOOR BRAND OF ELEKTRISCHE SCHOKKEN TE VERMINDEREN, MAG U DIT TOESTEL IN GEEN GEVAL BLOOTSTELLEN AAN VOCHT OF REGEN. Dit etiket moet op het product worden aangebracht wanneer de bovenkant heet kan worden tijdens gebruik. INHOUD BASISBEDIENING NUTTIGE FUNCTIES .......................................... 1 MEEGELEVERDE ACCESSOIRES................... 1 REGELAARS EN HUN FUNCTIES.................... 2 Voorpaneel................................................................. 2 Achterpaneel .............................................................. 4 Afstandsbediening ..................................................... 5 De afstandsbediening gebruiken................................ 7 AFSPELEN............................................................10 Een bron afspelen .................................................... 10 Genieten van puur Hi-Fi-geluid (Pure Direct)......... 11 De sluimerklok gebruiken ....................................... 11 GEAVANCEERDE BEDIENING Optiemenu-items ..................................................... 12 AANSLUITINGEN ................................................ 8 Luidsprekers en broncomponenten aansluiten........... 8 Het netsnoer aansluiten.............................................. 9 AANVULLENDE INFORMATIE VERHELPEN VAN STORINGEN .....................13 SPECIFICATIES ..................................................15 • y geeft een bedieningstip aan. • De instructies in deze handleiding beschrijven de bediening van het toestel met de meegeleverde afstandsbediening. U kunt ook de knoppen en regelaars op het voorpaneel gebruiken als ze dezelfde of vergelijkbare namen hebben als die op de afstandsbediening. NUTTIGE FUNCTIES GEAVANCEERDE BEDIENING Met dit toestel kunt u: ◆ Genieten van puur Hi-Fi-geluid met behulp van de fucntie Pure Direct (zie bladzijde 11) ◆ De afstandsbediening van dit toestel gebruiken voor het bedienen van een Yamaha tuner en/of cd-speler (zie bladzijde 6) BASISBEDIENING ■ Over deze handleiding VOORBEREIDINGEN HET OPTIEMENU INSTELLEN VOOR INVOERBRONNEN.........................................12 VOORBEREIDINGEN INLEIDING INLEIDING ◆ Energie besparen met de functie AUTO POWER STANDBY (zie bladzijde 12) MEEGELEVERDE ACCESSOIRES AANVULLENDE INFORMATIE Controleer of u alle volgende onderdelen ontvangen heeft. Afstandsbediening Batterijen (x2) (AA, R6, UM-3) Nederlands 1 Nl INLEIDING REGELAARS EN HUN FUNCTIES Voorpaneel 1 A (aan/uit) Schakelt het toestel in en uit, of activeert wachtstand. Opmerking Zelfs indien het toestel in wachtstand staat, verbruikt het nog een kleine hoeveelheid stroom. 2 Sensor voor de afstandsbediening Ontvangt infrarode signalen van de afstandsbediening. 3 STANDBY/ON-lampje Lampje Status Helder brandend Het toestel is ingeschakeld. Gedempt Het toestel staat in wachtstand. Uit Het toestel is uitgeschakeld. Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact om dit toestel uit te schakelen. 4 SP (SPEAKERS) A/B-lampjes Branden afhankelijk van welke luidsprekers u hebt geselecteerd. Beide lampjes branden als beide luidsprekersets zijn geselecteerd. 2 Nl 5 SLEEP-lampje Brandt als de sluimerklok ingeschakeld is (zie bladzijde 11). 6 Multi-infoscherm Geeft gegevens weer tijdens het aanpassen of wijzigen van instellingen. 7 PURE DIRECT-lampje Brandt als de functie Pure Direct is ingeschakeld. 8 Voorpaneelscherm Geeft informatie weer over de status van het toestel. 9 PURE DIRECT-knop Geeft elke ingangsbron weer in de zuiverst mogelijke kwaliteit. (zie bladzijde 11). REGELAARS EN HUN FUNCTIES INLEIDING 0 PHONES-aansluiting Voert audio uit naar uw hoofdtelefoon zodat u privé kunt luisteren. Opmerking Druk op SPEAKERS A/B zodat de lampjes SP A/B (zie bladzijde 2) uitgaan voordat u uw hoofdtelefoon aansluit op de PHONES-uitgang. A SPEAKERS A/B Schakelt telkens als de overeenkomstige knop wordt ingedrukt de luidsprekerset in of uit die aangesloten is op de SPEAKERS A- en/of SPEAKERS Baansluitingen op het achterpaneel (zie bladzijde 10). C TREBLE –/+ Verhoogt of verlaagt de versterking van de hoge tonen. Bedieningsbereik: –10 dB tot +10 dB D INPUT l / h Hiermee kiest u de ingangsbron waar u naar wilt luisteren. E VOLUME-regelaar Verhoogt of verlaagt het geluidsniveau. B BASS –/+ Verhoogt of verlaagt de versterking van de lage tonen. Bedieningsbereik: –10 dB tot +10 dB Nederlands 3 Nl REGELAARS EN HUN FUNCTIES Achterpaneel 3 PHONO-aansluitingen Hier sluit u een platenspeler aan (zie bladzijde 8). 7 LINE 2-aansluitingen PB-aansluitingen (Afspelen) Hier sluit u audio-uitgangen van een audiocomponent aan. REC-aansluitingen (Opname) Hier sluit u audio-ingangen van een audiocomponent aan. 4 CD-aansluitingen Hier sluit u een cd-speler aan (zie bladzijde 8). 8 SPEAKERS-aansluitingen Hier sluit u luidsprekers aan (zie bladzijde 8). 5 TUNER-aansluitingen Hier sluit u een tuner aan (zie bladzijde 8). 9 VOLTAGE SELECTOR (alleen voor het universele model) 1 Netsnoer Toestel aansluiten op een stopcontact (zie bladzijde 9). 2 GND-aansluiting Hier sluit u een platenspeler aan (zie bladzijde 8). 6 LINE 1-aansluitingen Hier sluit u audiocomponenten aan (zie bladzijde 8). 4 Nl REGELAARS EN HUN FUNCTIES Afstandsbediening y • Deze instelling wordt behouden, zelfs als u dit toestel uitschakelt. • De helderste instelling is de standaardinstelling. INLEIDING 4 DIMMER Druk meerdere malen op deze toets om één van de 3 niveaus voor helderheid van het voorpaneelscherm te selecteren. 5 TREBLE –/+ Verhoogt of verlaagt de versterking van de hoge tonen. Bedieningsbereik: –10 dB tot +10 dB 6 BASS –/+ Verhoogt of verlaagt de versterking van de lage tonen. Bedieningsbereik: –10 dB tot +10 dB 7 B / C / D / E / ENTER Selecteert en bevestigt onderdelen in het optiemenu (zie bladzijde 12). 8 MENU Schakelt het optiemenu in en uit (zie bladzijde 12). 9 VOLUME +/– Verhoogt of verlaagt het geluidsniveau. 0 Invoerkeuzetoetsen Hiermee kiest u de ingangsbron waar u naar wilt luisteren. y De namen van de ingangsbronnen stemmen overeen met de namen van de aansluitingen op het achterpaneel. A BALANCE L/R Regelt de geluidsbalans van de linker- en rechterluidsprekers om onevenwichtig geluid te compenseren. Bedieningsbereik: ■ Algemene toetsen De volgende toetsen en onderdelen kunt u gebruiken, ongeacht welke ingangsbron u hebt geselecteerd. 1 Infraroodsignaalzender Verzendt infrarode signalen. 2 A (aan/uit) Schakelt het toestel in en uit, of activeert wachtstand. 3 SLEEP Stelt de sluimerklok in (zie bladzijde 11). (+20 dB) (midden) (+20 dB) De uitvoer via het andere De uitvoer via het andere kanaal is uitgeschakeld. kanaal is uitgeschakeld. B PURE DIRECT-knop Geeft elke ingangsbron weer in de zuiverst mogelijke kwaliteit (zie bladzijde 11). C MUTE Hiermee schakelt u de uitvoer van geluid uit. Druk nog eens op deze toets om de geluidsweergave te hervatten op het oorspronkelijke volumeniveau. Nederlands Vervolg op de volgende pagina. 5 Nl REGELAARS EN HUN FUNCTIES ■ Yamaha tuner bedieningstoetsen ■ Toetsen voor Yamaha cd-spelers D TUNING jj / ii Selecteert de afstemfrequentie. E Bedieningstoetsen Yamaha cd-speler s Stopt het afspelen e Pauzeert het afspelen p Start het afspelen DISC SKIP Springt naar de volgende cd in een cd-wisselaar b Springt terug a Springt vooruit Voert de schijf uit w Spoelt terug f Speelt versneld vooruit Met de volgende toetsen kunt u de functies van een Yamaha tuner bedienen. A/B/C/D/E, PRESET j / i Selecteert een FM/AM-voorkeuzestation. A/B/C/D/E: selecteert de voorkeuzegroep van A tot E. PRESET j / i: Selecteert het voorkeuzenummer. BAND Selecteert de ontvangstband (FM/AM). MEMORY Slaat het huidige FM/AM-station op als voorkeuze. INFO Alleen het model voor Europa: Selecteert de informatie die op het voorpaneelscherm moet worden weergegeven. Opmerking Ook al gebruikt u een Yamaha-tuner, toch zijn bepaalde componenten en functies misschien niet beschikbaar. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij uw component voor nadere informatie. 6 Nl Met de volgende toetsen kunt u een Yamaha cd-speler bedienen. Opmerking Ook al gebruikt u een Yamaha cd-speler, toch zijn bepaalde componenten en functies misschien niet beschikbaar. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij uw component voor nadere informatie. REGELAARS EN HUN FUNCTIES De afstandsbediening gebruiken ■ Batterijen plaatsen ■ Werkingsbereik INLEIDING Richt de afstandsbediening binnen het hieronder weergegeven bedieningsbereik op de afstandsbedieningssensor op het toestel. Ongeveer 6m AA, R6, UM-3-batterijen Afstandsbediening ■ • • • • • • • • • • • • • Opmerkingen over de afstandsbediening en batterijen Er mogen zich geen grote obstakels bevinden tussen de afstandsbediening en het toestel. Mors geen water of andere vloeistoffen op de afstandsbediening. Laat de afstandsbediening niet vallen. Laat de afstandsbediening niet liggen en bewaar hem niet op de volgende plaatsen: – zeer vochtige plaatsen, bijvoorbeeld bij een badkamer – zeer warme plekken, zoals bij een kachel of fornuis – zeer koude plaatsen – stoffige plaatsen Vervang alle batterijen als u merkt dat het werkingsbereik van de afstandsbediening kleiner wordt. Als de batterijen leeg raken, haal ze dan onmiddellijk uit de afstandsbediening om ontploffing of zuurlekkage te voorkomen. Als u lekkende batterijen vindt, doe de batterijen dan onmiddellijk weg waarbij u ervoor zorgt dat u het weggelekte materiaal niet aanraakt. Als het weggelekte materiaal in contact komt met uw huid, uw ogen of uw mond, spoel het dan onmiddellijk weg en raadpleeg een arts. Maak het batterijvak goed schoon voordat u nieuwe batterijen plaatst. Gebruik geen oude en nieuwe batterijen door elkaar. Hierdoor kan de levensduur van de nieuwe batterijen verkort worden of kunnen de oude batterijen gaan lekken. Gebruik geen verschillende types batterijen door elkaar (zoals alkaline- en mangaanbatterijen). Batterijen die er hetzelfde uitzien, kunnen een verschillende specificatie hebben. Voordat u nieuwe batterijen plaatst, dient u het batterijvak schoon te vegen. Voer batterijen af volgens de plaatselijke wet- en regelgeving. Berg batterijen op buiten het bereik van kinderen. Batterijen kunnen gevaarlijk zijn als een kind ze in de mond stopt. Haal de batterijen uit het toestel als u van plan bent het toestel gedurende langere tijd niet te gebruiken. Anders lopen de batterijen leeg en bestaat het gevaar van lekkage van batterijvloeistof met als gevolg mogelijke beschadiging van het toestel. Nederlands 7 Nl VOORBEREIDINGEN AANSLUITINGEN Luidsprekers en broncomponenten aansluiten Alle aansluitingen moeten correct zijn: L (links) op L, R (rechts) op R, "+" op "+" en "–" op "–". Als de aansluitingen niet kloppen, wordt er geen geluid weergegeven via de luidsprekers en als de polariteit van de luidspreker-aansluitingen niet correct is, klinkt de weergave onnatuurlijk met te weinig lage tonen. Raadpleeg de gebruikershandleiding van elk van uw componenten. Gebruik RCA-kabels voor het aansluiten van audiocomponenten. LET OP • Sluit dit toestel of andere componenten pas op het lichtnet aan nadat alle aansluitingen tussen componenten gemaakt zijn. • Laat blootliggende luidsprekerdraden niet met elkaar of met metalen onderdelen van het toestel in contact komen. Hierdoor kunnen het toestel en/of de luidsprekers beschadigd raken. Luidsprekers A Rechts Dvd-speler, enz. Cd-speler Audiouitgang GND Links Audiouitgang Audio- Audiouitgang uitgang Tuner Audiouitgang Audioingang Cd-recorder, enz. Rechts Links Luidsprekers B Platenspeler y • De PHONO-aansluitingen zijn bedoeld voor een platenspeler met MM-cassette. • Verbind uw platenspeler met de GND-aansluiting om ruis in het signaal te verminderen. Bij sommige platenspelers hoort u juist minder ruis zonder de GND-aansluiting. 8 Nl AANSLUITINGEN ■ REC-aansluitingen • De REC-aansluitingen voeren audiosignalen uit van de geselecteerde ingangsbron (behalve als LINE 2 is geselecteerd). • Instellingen voor volumeniveau, toonregeling, balans en Pure Direct zijn niet van invloed op de RECaansluitingen. ■ Luidsprekerkabels aansluiten Een dubbel bedrade aansluiting scheidt de woofer (lagetonenluidspreker) van het gecombineerde deel voor de middentonen en de tweeters (hogetonenluidsprekers). Een luidsprekerkast voor dubbele bedrading heeft vier aansluitklemmen. Met deze twee sets aansluitingen kan de luidsprekerkast gesplitst worden in twee onafhankelijke delen. Met deze verbindingen wordt de reproductie van de middentonen en hoge tonen via de ene set aansluitingen geleid en die van de lage tonen via een andere set aansluitingen. Achterpaneel Luidspreker VOORBEREIDINGEN 1 Verwijder ongeveer 10 mm van de isolatie van het einde van de luidsprekerkabels. 2 Draai de ontblote draadjes stevig in elkaar. 3 Draai de knop los. 4 Steek een ontbloot kabeleind in het gat aan de zijkant van elke aansluiting. 5 Draai de knop aan om de kabel goed vast te maken. ■ Dubbel bedrade aansluiting Sluit de andere luidspreker op dezelfde manier aan op de andere set aansluitingen. Rood: positief (+) Zwart: negatief (–) ■ Aansluiten met behulp van banaanstekers (Behalve bij modellen voor Azië, GrootBrittannië en Europa) 1 Draai de knop aan. 2 Steek de banaansteker in het uiteinde van de betreffende aansluiting. Opmerking Bij het maken van dubbel bedrade aansluitingen dient u de kortsluitbruggen of kabels van de luidspreker te verwijderen. y Wilt u dubbel bedrade aansluitingen gebruiken, druk dan op SPEAKERS A en SPEAKERS B op het voorpaneel, zodat SP A en B beide gaan branden op het voorpaneelscherm. Het netsnoer aansluiten Steek de stekker van het netsnoer in het stopcontact nadat u alle andere aansluitingen hebt gemaakt. Banaansteker LET OP LET OP Stel de impedantie van de luidsprekers in als hieronder weergegeven. Luidsprekeraansluiting Alleen voor het universele model: Stel de VOLTAGE SELECTOR van het toestel in op het lokale voltage voordat u het netsnoer aansluit. Bij onjuiste instelling van de VOLTAGE SELECTOR bestaat brandgevaar en kan schade aan het apparaat ontstaan. Luidsprekerimpedantie 8 Ω of hoger SPEAKERS A en SPEAKERS B 16 Ω of hoger (behalve het model voor Noord-Amerika) Dubbele bedrading 8 Ω of hoger Naar stopcontact met netsnoer Nederlands SPEAKERS A of SPEAKERS B 9 Nl BASISBEDIENING AFSPELEN Een bron afspelen 1 Druk op A (aan/uit) om het toestel aan te zetten. 2 Druk op een van de invoerkeuzetoetsen om de gewenste ingangsbron te kiezen. 3 Druk op SPEAKERS A en/of SPEAKERS B om de gewenste luidsprekersset(s) te kiezen. A (aan/uit) Invoerkeuzetoetsen Opmerkingen TREBLE –/+ BASS –/+ • Wanneer u één set luidsprekers hebt aangesloten met dubbele bedrading of wanneer u twee luidsprekersets tegelijkertijd gebruikt (A en B), let er dan op dat SP A en SP B beide worden weergegeven op het voorpaneelscherm. • Schakel de luidsprekers uit als u met een hoofdtelefoon luistert. BALANCE L/R VOLUME +/– 4 Speel de bron af. 5 Druk op VOLUME +/– om het geluidsuitvoerniveau te regelen. y U kunt de klankkwaliteit bijregelen met behulp van de regelaars voor BASS –/+ en TREBLE –/+, en de geluidsbalans van de linker- en rechterluidsprekers met behulp van de regelaar BALANCE L/R (zie bladzijde 5). 6 SPEAKERS A/B Druk, als u stopt met luisteren, op A (aan/uit) om het toestel in wachtstand te zetten. Druk nogmaals op A (aan/uit) om het toestel weer in te schakelen. y • U kunt ook de knoppen en regelaars op het voorpaneel gebruiken als ze dezelfde of vergelijkbare namen hebben als die op de afstandsbediening. • Voor opname, zie bladzijde 4. 10 Nl AFSPELEN Genieten van puur Hi-Fi-geluid (Pure Direct) De functie Pure Direct function schakelt overbodige circuits in het toestel uit om elektrische ruis te reduceren wanneer u de geselecteerde geluidsbron afspeelt. Op die manier kunt u van Hi-Fi-geluidskwaliteit genieten. Het PURE DIRECT-lampje gaat branden en het voorpaneelscherm gaat na een paar seconden uit. PURE DIRECTknop De sluimerklok gebruiken Gebruik deze functie om het toestel automatisch in wachtstand te zetten na een bepaalde tijdsduur. De sluimerklok is nuttig als u gaat slapen terwijl het toestel een bron afspeelt of opneemt. SLEEP A (aan/uit) BASISBEDIENING Druk herhaaldelijk op SLEEP om de tijdsduur in te stellen voordat het toestel in wachtstand gaat. Bij elke keer dat u op SLEEP drukt, wordt op het voorpaneelscherm een volgende stap van de onderstaande cyclus weergegeven. PURE DIRECT-lampje Opmerking De regelaars voor BASS, TREBLE en BALANCE werken niet als de functie PURE DIRECT is ingeschakeld. Het SLEEP-lampje knippert terwijl u de tijdsduur voor de sluimerklok instelt. Als de sluimerklok is ingesteld, gaat het SLEEPlampje op het voorpaneelscherm branden. y Wilt u de sluimerklok onderbreken, kies dan een van de volgende methoden: – Selecteer "SLEEP OFF". – Zet het toestel in wachtstand. Nederlands 11 Nl GEAVANCEERDE BEDIENING HET OPTIEMENU INSTELLEN VOOR INVOERBRONNEN In het optiemenu kunt u allerlei instellingen configureren voor de diverse invoerbronnen en deze instellingen automatisch oproepen wanneer u een invoerbron selecteert. 1 Druk op een van de invoerkeuzetoetsen om de gewenste ingangsbron te kiezen. 2 Druk op MENU. 3 Druk op B / C om het gewenste menu-item te selecteren en druk dan op ENTER. 4 Druk op B / C om de instellingen te wijzigen. Invoerkeuzetoetsen y • Bij bepaalde menu-items moet u op ENTER drukken om de nieuwe instelling op te slaan. • Druk op D om terug te keren naar het scherm voor het selecteren van menu-items. B/C/D ENTER 5 Druk op MENU om het optiemenu te sluiten. MENU Optiemenu-items Menu-item Beschrijving MAX VOL Stelt het maximale volumeniveau in zodat het volume niet per ongeluk boven een bepaald niveau kan worden ingesteld. Instelbaar bereik: 01 tot 99, MAX* INITIAL VOLUME (INIT VOL) Stelt het volume in dat gebruikt wordt als het toestel wordt ingeschakeld. Wanneer deze parameter wordt ingesteld op "OFF" (uit), wordt het volumeniveau toegepast dat was ingesteld toen het toestel in wachtstand ging. Instelbaar bereik: OFF*, MUTE, 01 tot 99, MAX AUTO POWER STANDBY (AUTO STBY) Zet het toestel automatisch in wachtstand als gedurende de ingestelde tijd geen handelingen zijn verricht. Keuzes: OFF/2H/4H/8H*/12H y De standaardinstellingen zijn aangegeven met "*". 12 Nl AANVULLENDE INFORMATIE VERHELPEN VAN STORINGEN Raadpleeg de tabel hieronder indien dit toestel niet naar behoren functioneert. Als het probleem niet hieronder vermeld staat, of als de aanwijzingen het probleem niet verhelpen, zet het toestel dan in wachtstand, haal de stekker uit het stopcontact en neem contact op met uw dichtstbijzijnde Yamaha-dealer of -servicecentrum. ■ Algemeen Probleem Oorzaak Oplossing Zie bladzijde Het netsnoer is niet goed aangesloten of de stekker is niet goed in het stopcontact gestoken. Sluit het netsnoer stevig aan. De instelling voor impedantie van de luidspreker is te laag. Gebruik luidsprekers met de juiste impedantie. De beveiliging is in werking getreden door een kortsluiting, enz. Controleer of de luidsprekerdraden elkaar niet raken en zet dan het toestel opnieuw aan. Het toestel heeft blootgestaan aan een sterke, externe elektrische schok (bijvoorbeeld een blikseminslag of een ontlading van statische elektriciteit). Schakel het toestel in wachtstand, koppel het netsnoer los, sluit het weer aan na 30 seconden en gebruik het toestel vervolgens normaal. Invoer- of uitvoerkabels verkeerd aangesloten. Verbind de kabels correct. Als dit het probleem niet verhelpt, zijn de kabels mogelijk defect. 8 Er is geen geschikte ingangsbron geselecteerd. Druk op een van de invoerkeuzetoetsen op de afstandsbediening om een geschikte ingangsbron te kiezen (INPUT l / h op het voorpaneel). 10 De SPEAKERS A/B-schakelaars zijn niet correct ingesteld. Zet de juiste luidsprekers aan (SPEAKERS A of SPEAKERS B). 10 De luidsprekeraansluitingen zitten niet goed vast. Zet de aansluitingen goed vast. Uitvoer is uitgeschakeld. Schakel de dempingsfunctie uit. MAX VOL of INITIAL VOLUME is te laag ingesteld. Stel de instelling in op een hoger niveau. De component die hoort bij de gekozen invoerkeuzetoets is uitgeschakeld of speelt niet af. Zet de component aan en zorg ervoor dat hij afspeelt. De beveiliging is in werking getreden door een kortsluiting, enz. Controleer of de luidsprekerdraden elkaar niet raken en zet dan het toestel opnieuw aan. 8 Het toestel is te warm geworden. Let erop dat de openingen in het bovenpaneel niet worden geblokkeerd. — De functie AUTO POWER STANDBY of de functie SLEEP heeft het toestel in wachtstand gezet. Verhoog de instelling voor AUTO POWER STANDBY of schakel de instelling uit (OFF) in het optiemenu door op MENU te drukken. 12 Bedrading niet op de juiste manier aangesloten. Verbind de kabels correct. Als dit het probleem niet verhelpt, zijn de kabels mogelijk defect. 8 De BALANCE L/R-regelaar is verkeerd ingesteld. Stel de BALANCE L/R-regelaar in op de geschikte stand. 5 De lage tonen klinken te zwak en de weergave is sfeerloos. De kabels (+ en –) zijn verkeerd om aangesloten op de versterker of de luidsprekers. Sluit de luidsprekerkabels aan op de juiste fase (+ en –). U hoort een "gezoem". Bedrading niet op de juiste manier aangesloten. Sluit de audiostekers stevig aan. Als dit het probleem niet verhelpt, zijn de kabels mogelijk defect. 8 De platenspeler is niet verbonden met de GND-aansluiting. Verbind de platenspeler met de GND-aansluiting van dit toestel. 8 Het toestel kan niet worden ingeschakeld. Geen geluid Er komt slechts aan één kant geluid uit de luidspreker. 9 8 — 8 5 12 — AANVULLENDE INFORMATIE Het geluid valt plotseling weg. — 8 Nederlands 13 Nl VERHELPEN VAN STORINGEN Probleem Oorzaak Oplossing Het volumeniveau kan niet verhoogd worden of het geluid is vervormd. De component aangesloten op de LINE 2 PB/REC-aansluitingen van dit toestel is uitgeschakeld. Schakel de component in. Het geluid is van mindere kwaliteit wanneer u luistert met een hoofdtelefoon verbonden met de cdspeler die op dit toestel aangesloten is. Het toestel is in wachtstand gezet. Schakel het toestel in. De instellingen voor BASS, TREBLE en BALANCE worden niet toegepast op het geluid. De functie PURE DIRECT is ingeschakeld. De afstandsbediening werkt niet of niet correct. Verkeerde afstand of hoek. — 10 Schakel de functie PURE DIRECT uit om deze instellingen toe te passen op het geluid. 11 De afstandsbediening werkt binnen een maximaal bereik van 6 m en binnen een hoek van 30 graden ten opzichte van het voorpaneel. Direct zonlicht of sterke verlichting (van fluorescentielampen met een voorschakelapparaat, enz.) valt op de afstandsbedieningssensor van dit toestel. Verplaats het toestel. De batterijen zijn bijna leeg. Vervang alle batterijen. U kunt de tuner en/of cd-speler niet bedienen met de afstandsbediening. De afstandsbediening ondersteunt de tuner en/of cd-speler niet. Raadpleeg de gebruikershandleiding van de tuner en/ of cd-speler. "OVER HEAT" wordt weergegeven op het voorpaneelscherm. Het toestel is te warm geworden. Let erop dat de openingen in het bovenpaneel niet worden geblokkeerd. "CHECK SP" wordt weergegeven op het voorpaneelscherm. Er is kortsluiting ontstaan tussen de luidsprekerkabels. 14 Nl Zie bladzijde 7 — Draai de naakte strengen van de luidsprekerkabels goed in elkaar en verbind ze dan goed met het toestel en de luidsprekers. 7 — — — SPECIFICATIES AUDIOGEDEELTE • Minimaal RMS-uitgangsvermogen (8 Ω, 40 Hz tot 20 kHz, 0,2% THV) [Modellen voor Korea, Australië, Groot Brittanië en Europa en universeel model] ............................................. 100 W + 100 W [Modellen voor China en Azië] ............................ 85 W + 85 W • Ingangsgevoeligheid/ingangsimpedantie (1 kHz, 100 W/8 Ω) PHONO (MM) ..................................................... 10,0 mV/47 kΩ CD, enz. ................................................................. 500 mV/47 kΩ • Uitgangsniveau/uitgangsimpedantie CD, enz. (Invoer 1 kHz, 500 mV) REC .................................................................. 500 mV/2,2 kΩ CD, enz. (Invoer 1 kHz, 500 mV, 8 Ω) PHONES ............................................................ 470 mV/470 Ω • Frequentierespons CD, enz. (20 Hz tot 20 kHz) ......................................... 0 ± 0,5 dB CD, enz. (10 Hz tot 100 kHz) ....................................... 0 ± 3,0 dB • RIAA-aanpassingsafwijking PHONO (MM) ................................................................. ± 0,5 dB • Totale harmonische vervorming PHONO (MM) tot REC (20 Hz tot 20 kHz, 2 V) ........................................................................ 0,025% of minder CD, enz. naar SPEAKERS (20 Hz tot 20 kHz, 50 W, 8 Ω) .............................. 0,2% of minder • Signaal-ruisverhouding (IHF-A-netwerk) PHONO (MM) (10 mV ingang kortgesloten) ........ 75 dB of meer CD, enz. (500 mV ingang kortgesloten) ............... 100 dB of meer • Overblijvende ruis (IHF-A-netwerk) ...................................... 70 µV • Toonregelingskarakteristieken BASS Versterken/verzwakken (50 Hz) .................................... ± 10 dB TREBLE Versterken/verzwakken (20 kHz) .................................. ± 10 dB ALGEMEEN • Voeding [Universeel model] .... 110-120/220-240 V wisselstroom, 50/60 Hz [Model voor China]..............................220 V wisselstroom, 50 Hz [Model voor Korea]..............................220 V wisselstroom, 60 Hz [Model voor Australië] ....................... 240 V wisselstroom, 50 Hz [Modellen voor Groot-Brittannië en Europa] .......................................................... 230 V wisselstroom, 50 Hz [Model voor Azië] ................. 220-240 V wisselstroom, 50/60 Hz • Stroomverbruik [Modellen voor Korea, Australië, Groot Brittanië en Europa en universeel model] ............................................................ 175 W [Modellen voor China en Azië] .......................................... 140 W • Stroomverbruik in wachtstand [Modellen voor China, Korea, Australië, Groot Brittanië, Europa en Azië] ............................................................. 0,5 W of minder • Afmetingen (B × H × D) ................................. 435 × 141 × 333 mm • Gewicht .................................................................................. 6,7 kg * Technische gegevens kunnen zonder kennisgeving gewijzigd worden. Informatie voor gebruikers over inzameling en verwijdering van oude apparaten en gebruikte batterijen Door deze producten en batterijen correct te verwijderen, helpt u natuurlijke rijkdommen te beschermen en voorkomt u mogelijke negatieve effecten op de menselijke gezondheid en de omgeving, die zich zouden kunnen voordoen door ongepaste afvalverwerking. AANVULLENDE INFORMATIE Deze tekens op de producten, verpakkingen en/of bijgaande documenten betekenen dat gebruikte elektrische en elektronische producten en batterijen niet mogen worden gemengd met algemeen huishoudelijk afval. Breng alstublieft voor de juiste behandeling, herwinning en hergebruik van oude producten en gebruikte batterijen deze naar daarvoor bestemde verzamelpunten, in overeenstemming met uw nationale wetgeving en de instructies 2002/96/EC en 2006/66/EC. Voor meer informatie over het inzamelen en hergebruik van oude producten en batterijen kunt u contact opnemen met uw plaatselijke gemeentebestuur, uw afvalverwerkingsbedrijf of het verkooppunt waar u de artikelen heeft gekocht. [Informatie over verwijdering in andere landen buiten de Europese Unie] Deze symbolen zijn alleen geldig in de Europese Unie. Mocht u artikelen weg willen gooien, neem dan alstublieft contact op met uw plaatselijke overheidsinstantie of dealer en vraag naar de juiste manier van verwijderen. Opmerking bij het batterijteken (onderste twee voorbeelden): 15 Nl Nederlands Dit teken wordt mogelijk gebruikt in combinatie met een scheikundig symbool. In dat geval voldoet het aan de eis en de richtlijn, die is opgesteld voor het betreffende chemisch product.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129

Yamaha A-S201 Black Handleiding

Type
Handleiding

Gerelateerde artikelen