Zanussi ZOHKS8X1 Handleiding

Type
Handleiding
GETTING
STARTED?
EASY.
User Manual
ZOHKS8X1
NL Gebruiksaanwijzing
Stoomoven
GA NAAR ONZE WEBSITE VOOR:
Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, onderhouds- en reparatie-in-
formatie:
www.zanussi.com/support
VEILIGHEIDSINFORMATIE
Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie en
gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet verantwoordelijk
voor verwondingen of schade die voortvloeit uit de onjuiste
installatie of het onjuiste gebruik. Bewaar de instructies altijd op
een veilige, toegankelijke plek voor toekomstig gebruik.
DE VEILIGHEID VAN KINDEREN EN KWETSBARE
PERSONEN
Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en
ouder en door mensen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of
verstandelijke vermogens of een gebrek aan ervaring en kennis,
indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen
over het veilig gebruiken van het apparaat en indien zij de
eventuele gevaren begrijpen.
Kinderen tussen de 3 en 8 jaar oud en personen met zware en
complexe beperkingen dienen altijd uit de buurt van het
apparaat te worden gehouden, tenzij ze voortdurend onder
toezicht staan.
Kinderen jonger dan 3 jaar dienen, mits zij voortdurend onder
toezicht staan, bij het apparaat uit de buurt te worden
gehouden.
Laat kinderen niet spelen met het apparaat.
Houd alle verpakkingen uit de buurt van kinderen en verwijder
ze op gepaste wijze.
Houd kinderen en huisdieren uit de buurt van het apparaat als
het in werking is of afkoelt. Makkelijk toegankelijke onderdelen
worden heet tijdens gebruik.
Als het apparaat is voorzien van een kinderslot, dient dit te
worden geactiveerd.
Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- en
onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.
2
ALGEMENE VEILIGHEID
Alleen een erkende installatietechnicus mag het apparaat en de
kabel vervangen.
WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke
onderdelen ervan worden heet tijdens gebruik. U dient te
voorkomen de verwarmingselementen aan te raken.
Gebruik altijd ovenhandschoenen om accessoires of kookgerei
te plaatsen of verwijderen.
Voordat u welke onderhoudshandeling dan ook verricht, dient u
de stekker van het apparaat uit het stopcontact te trekken.
WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het apparaat is
uitgeschakeld voordat u de lamp vervangt om elektrische
schokken te voorkomen.
Gebruik het apparaat niet voordat u het in de ingebouwde
structuur installeert.
Gebruik geen stoomreiniger om het apparaat schoon te maken.
Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen of scherpe
metalen schrapers om de glazen deur schoon te maken, deze
kunnen krassen veroorzaken op het oppervlak, waardoor het
glas zou kunnen breken.
Als het netsnoer beschadigd is, moet de fabrikant, een erkende
serviceverlener of een gekwalificeerd persoon deze vervangen
teneinde gevaarlijke situaties te voorkomen.
Om de inschuifrails te verwijderen trekt u eerst de voorkant van
de inschuifrail en dan de achterkant uit de zijwanden. Installeer
de inschuifrails in de omgekeerde volgorde.
Gebruik alleen de vleesthermometer (kerntemperatuursensor)
die voor dit apparaat wordt aangeraden.
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
INSTALLATIE
WAARSCHUWING! Alleen een
erkende installatietechnicus mag het
apparaat installeren.
Verwijder alle verpakkingsmaterialen.
Installeer en gebruik geen beschadigd apparaat.
Volg de installatie-instructies die zijn
meegeleverd met het apparaat.
Pas altijd op bij verplaatsing van het apparaat,
want het is zwaar. Gebruik altijd
veiligheidshandschoenen en gesloten schoeisel.
Trek het apparaat nooit aan de handgreep van
zijn plaats.
Installeer het apparaat op een veilige en
geschikte plaats die aan alle installatie-eisen
voldoet.
Houd de minimumafstand naar andere
apparaten en units in acht.
3
Controleer voordat u het apparaat monteert of
de ovendeur onbelemmerd opent.
Het apparaat is uitgerust met een elektrisch
koelsysteem. Het heeft elektrische stroom
nodig.
De stevigheid van de inbouwkast moet voldoen
aan de DIN 68930.
Minimumhoogte kast
(Minimumhoogte kast
onder werkblad)
600 (600) mm
Kastbreedte 550 mm
Kastdiepte 605 (580) mm
Hoogte van de voor-
kant van het apparaat
594 mm
Hoogte van de achter-
kant van het apparaat
576 mm
Breedte van de voor-
kant van het apparaat
549 mm
Breedte van de achter-
kant van het apparaat
548 mm
Diepte van het appa-
raat
567 mm
Ingebouwde diepte
van het apparaat
546 mm
Diepte met open deur 1017 mm
Minimumgrootte venti-
latieopening. Opening
geplaatst aan de on-
derkant van de achter-
zijde
550 x 20 mm
Lengte netvoedingska-
bel. Kabel wordt in de
rechterhoek van de
achterzijde geplaatst
1500 mm
Bevestigingsschroeven 4 x 12 mm
ELEKTRISCHE AANSLUITING
WAARSCHUWING! Gevaar voor
brand en elektrische schokken.
Alle elektrische aansluitingen moeten door een
gediplomeerd elektromonteur worden gemaakt.
Dit apparaat moet worden aangesloten op een
geaard stopcontact.
Zorg ervoor dat de parameters op het
vermogensplaatje overeenkomen met
elektrische vermogen van de netstroom.
Gebruik altijd een juist geïnstalleerd
schokbestendig stopcontact.
Gebruik geen adapters met meerdere stekkers
en verlengkabels.
Zorg dat u de netstekker en het netsnoer niet
beschadigt. Indien de voedingskabel moet
worden vervangen, dan moet dit gebeuren door
onze Klantenservice.
Laat de stroomkabel niet in aanraking komen
met de deur van het apparaat of de niche onder
het apparaat, met name niet als deze werkt of
als de deur heet is.
De schokbescherming van delen onder stroom
en geïsoleerde delen moet op zo'n manier
worden bevestigd dat het niet zonder
gereedschap kan worden verplaatst.
Steek de stekker pas in het stopcontact als de
installatie is voltooid. Zorg ervoor dat het
netsnoer na installatie bereikbaar is.
Als het stopcontact los zit, mag u de stekker
niet in het stopcontact steken.
Trek niet aan het netsnoer om het apparaat los
te koppelen. Trek altijd aan de stekker.
Gebruik enkel correcte isolatievoorzieningen:
stroomonderbrekers, zekeringen
(schroefzekeringen moeten uit de houder
worden verwijderd), aardlekschakelaars en
contactgevers.
De elektrische installatie moet een
isolatieapparaat bevatten waardoor het apparaat
volledig van het lichtnet afgesloten kan worden.
Het isolatieapparaat moet een contactopening
hebben met een minimale breedte van 3 mm.
Dit apparaat wordt geleverd met stekker en
netsnoer.
GEBRUIK
WAARSCHUWING! Gevaar voor
letsel, brandwonden, elektrische
schokken of een explosie.
Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor
huishoudelijk gebruik.
De specificatie van dit apparaat niet wijzigen.
Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen niet
geblokkeerd zijn.
Laat het apparaat tijdens het gebruik niet
onbeheerd achter.
Schakel het apparaat telkens na gebruik uit.
Wees voorzichtig met het openen van de deur
van het apparaat als het apparaat aan staat. Er
kan hete lucht ontsnappen.
Bedien het apparaat niet met natte handen of
als het contact maakt met water.
Oefen geen kracht uit op een geopende deur.
Het apparaat mag niet worden gebruikt als
werkblad of aanrecht.
4
Open de deur van het apparaat voorzichtig. Als
u alcoholische toevoegingen gebruikt, kan er
alcohol-luchtmengsel ontstaan.
Houd vonken of open vlammen uit de buurt van
het apparaat bij het openen van de deur.
Plaats geen ontvlambare producten of items die
vochtig zijn door ontvlambare producten in, bij of
op het apparaat.
WAARSCHUWING! Risico op
schade aan het apparaat.
Om schade of verkleuring van het email te
voorkomen:
zet geen kookgerei of andere voorwerpen
direct op de bodem van het apparaat.
leg geen aluminiumfolie op de bodem van
de ruimte in het apparaat.
plaats geen water direct in het hete
apparaat.
haal vochthoudende schotels en eten uit
het apparaat als u klaar bent met koken.
wees voorzichtig bij het verwijderen of
bevestigen van accessoires.
Verkleuring van het email of roestvrij staal is niet
van invloed op de werking van het apparaat.
Gebruik een diepe pan voor vochtige taarten.
Fruitsappen kunnen permanente vlekken maken.
Dit apparaat is uitsluitend bestemd om mee te
koken. Het mag niet worden gebruikt voor
andere doeleinden, zoals het verwarmen van
een kamer.
Alle bereidingen moeten worden uitgevoerd met
gesloten ovendeur.
Als het apparaat achter een meubelpaneel
gemonteerd is (bijv. een deur), zorg er dan voor
dat de deur nooit gesloten is als het apparaat in
werking is. Warmte en vocht kunnen achter een
gesloten meubelpaneel ophopen en schade aan
het apparaat, de behuizing of de vloer
veroorzaken. Sluit het meubelpaneel niet tot het
apparaat volledig afgekoeld is na gebruik.
ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING! Gevaar voor
letsel, brand en schade aan het
apparaat.
Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit
het stopcontact voordat u
onderhoudshandelingen verricht.
Zorg ervoor dat het apparaat is afgekoeld. Er
bestaat een risico dat de glasplaten kunnen
breken.
Vervang direct de glazen deurpanelen als deze
beschadigd zijn. Neem contact op met een
erkend servicecentrum.
Wees voorzichtig als u de deur van het apparaat
verwijdert. De deur is zwaar!
Reinig het apparaat regelmatig om te
voorkomen dat het materiaal van het oppervlak
achteruitgaat.
Maak het apparaat schoon met een vochtige
zachte doek. Gebruik alleen neutrale
schoonmaakmiddelen. Gebruik geen
schuurmiddelen, schuursponsjes,
oplosmiddelen of metalen voorwerpen.
Volg als u een ovenspray gebruikt de
aanwijzingen op de verpakking.
BEREIDING MET STOOM
WAARSCHUWING! Gevaar voor
brandwonden en schade aan het
apparaat.
Vrijgekomen stoom kan brandwonden
veroorzaken:
Wees voorzichtig met het openen van de
deur van het apparaat als de functie is
geactiveerd. Er kan stoom vrijkomen.
De deur van het apparaat voorzichtig
openen na de bereiding met stoom.
BINNENVERLICHTING
WAARSCHUWING! Gevaar voor
elektrische schokken.
Het type gloeilampje of halogeenlampje dat voor
dit apparaat wordt gebruikt, is alleen geschikt
voor huishoudelijke apparaten. Gebruik het niet
voor de verlichting in huis.
Voordat u het lampje vervangt, dient u de
stekker van het apparaat uit het stopcontact te
halen.
Gebruik alleen lampjes met dezelfde
specificaties.
SERVICE
Neem contact op met de erkende servicedienst
voor reparatie van het apparaat.
Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen.
AFVALVERWERKING
WAARSCHUWING! Gevaar voor
letsel of verstikking.
Haal de stekker uit het stopcontact.
Snijd het netsnoer vlak bij het apparaat af en
gooi het weg.
Verwijder de deurvergrendeling om te
voorkomen dat kinderen of huisdieren binnen in
het apparaat vast komen te zitten.
5
BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT
ALGEMEEN OVERZICHT
21
10
9
5
4
3
2
1
5
4
6
7
8
3
1
Bedieningspaneel
2
Elektronische tijdschakelklok
3
Waterreservoir
4
Opening voor de voedselsensor
5
Verwarmingselement
6
Lamp
7
Ventilator
8
Pijpje ontkalken
9
Verwijderbare inschuifrail
10
Roosterhoogtes
ACCESSOIRES
Bakrooster
Voor kookgerei, bak- en braadvormen.
Bakplaat
Voor gebak en koekjes.
Braadpan
Voor braden en roosteren of als pan om vet op te
vangen
Voedselsensor
Om de temperatuur binnenin het voedsel te meten.
6
BEDIENINGSPANEEL
ELEKTRONISCHE TIJDSCHAKELKLOK
21 3 4 5 8 9 10 1176
Gebruik de tiptoetsen om het apparaat te bedienen.
Tiptoets -functie Opmerking
1
-
Display Toont de huidige instellingen van de oven.
2
AAN/UIT De oven in- en uitschakelen.
3
Verwarmingsfunc-
ties of Kook- En
Bakassistent
Druk eenmaal op de tiptoets om een verwarmingsfunctie
of het menu te kiezen: Kook- En Bakassistent. Druk weer
op de tiptoets om tussen de menu's te schakelen: Ver-
warmingsfuncties, Kook- En Bakassistent. Druk 3 secon-
den op de tiptoets om de verlichting aan of uit te zetten.
De licht kan ook gebruikt worden als de oven uit is.
4
Favoriet Voor opslag van en toegang tot uw favoriete program-
ma's.
5
Temperatuurkeuze Om de temperatuur in te stellen of om de huidige tempe-
ratuur in de oven te tonen. Druk 3 seconden op de tip-
toets om de machine aan of uit te zetten: Snel opwar-
men.
6
Toets omlaag Omlaag gaan in het menu.
7
Toets omhoog Omhoog gaan in het menu.
8
OK De selectie of instelling bevestigen.
9
Toets op de ach-
terkant
Om één niveau terug te gaan in het menu. Druk 3 secon-
den op het veld om het hoofdmenu weer te geven.
7
Tiptoets -functie Opmerking
10
Tijd en overige
functies
Verschillende functies instellen. Als een verwarmfunctie
in werking is, drukt u op de tiptoets om de timer of de
functies in te stellen: Toetsenblokkering, Favoriet, Heat
+Hold, Set + Go. U kunt ook de instellingen van de
vleesthermometer wijzigen.
11
Kookwekker Om de volgende functie in te stellen: Kookwekker.
DISPLAY
A
DE
B C
A. Verwarmingsfunctie
B. Instellen dagtijd
C. Indicatielampje bij voorverwarmen
D. Temperatuur
E. Duur of eindtijd van een functie
Andere indicaties op het display:
Symbool -functie
Kookwekker De functie werkt.
Instellen dagtijd Het display geeft de huidige tijd aan.
Duur Het display geeft de benodigde kooktijd
weer.
Eindtijd Het display geeft aan wanneer de kooktijd
voorbij is.
Temperatuur Het display toont de temperatuur.
Tijdisindicatie Er wordt weergegeven hoe lang een ver-
warmingsfunctie in werking is. Druk tege-
lijkertijd op en om de tijd te reset-
ten.
Berekening De oven berekent de bereidingsduur.
Controlelampje bij voorver-
warmen
Het display geeft de temperatuur in de
oven aan.
Snel opwarmen De functie staat aan. Het verkort de op-
warmtijd.
Per gewicht Het display geeft weer dat het automati-
sche weegsysteem aan is of dat het ge-
wicht kan worden gewijzigd.
8
Symbool -functie
Heat+Hold De functie staat aan.
VOORDAT U HET APPARAAT VOOR DE EERSTE KEER GEBRUIKT
WAARSCHUWING! Raadpleeg de
hoofdstukken Veiligheid.
EERSTE REINIGING
Stap 1 Stap 2 Stap 3
Verwijder alle accessoires en
verwijderbare inschuifrails uit
de oven.
Maak de oven en de accessoi-
res schoon met een zachte
doek, warm water en een mild
reinigingsmiddel.
Plaats de accessoires en de
verwijderbare inschuifrails in
de oven.
EERSTE AANSLUITING
Wanneer u de oven op het stopcontact aansluit of
na een stroomstoring moet u de taal, het contrast,
de helderheid en de tijd instellen.
1. Druk op of om de waarde in te stellen.
2. Druk op om te bevestigen.
EERSTE VOORVERWARMING
Warm de lege oven voor het eerste gebruik voor.
Stap 1 Verwijder alle accessoires en verwijderbare inschuifrails uit de oven.
Stap 2
Stel de maximale temperatuur in voor de functie: .
Laat de oven één uur werken.
De oven kan een vreemde geur en rook afgeven tijdens het voorverwarmen. Zorg ervoor dat de
kamer wordt verlucht.
INSTELLEN: WATERHARDHEID
Als u de stekker van de oven in het stopcontact
steekt, dan moet u het waterhardheidsniveau
instellen.
Gebruik het bij de stoomset meegeleverde
testpapier.
9
Stap 1 Stap 2 Stap 3 Stap 4
Plaats het testpapier
ongeveer 1 seconde
in het water. Plaats
het testpapier niet
onder stromend wa-
ter.
Schud met het testpa-
pier om het teveel aan
water te verwijderen.
Controleer na 1 mi-
nuut de waterhard-
heid aan de hand van
de onderstaande ta-
bel.
Het waterhardheidsni-
veau instellen in het
menu: Basisinstellin-
gen.
De kleuren van het testpapier blijven veranderen. Controleer de waterhardheid niet later dan 1 mi-
nuut na de test.
U kunt het waterhardheidsniveau wijzigen in het menu: Basisinstellingen / Waterhardheid.
Onderstaande tabel toont het waterhardheidsbereik (dH) met het bijbehorende calciumafzettingsniveau en
de waterkwaliteit. Als het waterhardheidsniveau 4 is, vult u de waterlade met flessenwater.
Waterhardheid
Testpapier
Calciumafzetting
(mmol/l)
Calciumafzet-
ting (mg/l)
Waterclassifi-
catie
Niveau dH
1 0 - 7 0 - 1,3 0 - 50 zacht
2 8 - 14 1,4 - 2,5 51 - 100 gematigd
hard
3 15 - 21 2,6 - 3,8 101 - 150 hard
4 22 - 28 3,9 - 5 151 - 200 zeer hard
DAGELIJKS GEBRUIK
WAARSCHUWING! Raadpleeg de
hoofdstukken Veiligheid.
DOOR DE MENU'S NAVIGEREN
1. Oven inschakelen.
2. Druk op
of om de menu-optie te
selecteren.
3. Druk op om naar het submenu te gaan of
de instelling te accepteren.
U kunt te allen tijde terugkeren naar
het hoofdmenu met .
EEN OVERZICHT VAN DE MENU'S
Hoofdmenu
Symbool / Menu-
item
Applicatie
Verwarmingsfunc-
ties
Bestaat uit een lijst met
verwarmingsfuncties.
Recepten
Bestaat uit een lijst met
automatische program-
ma's.
10
Symbool / Menu-
item
Applicatie
Favoriet
Bestaat uit een lijst met
favoriete bereidingspro-
gramma's die door de
gebruiker zijn gemaakt.
Reinigen
Bestaat uit een lijst met
reinigingsprogramma's.
Basis instellingen
Wordt gebruikt voor het
instellen van de appa-
raatconfiguratie.
Speciaal
Bestaat uit een lijst met
extra verwarmingsfunc-
ties.
Kook- En Bakas-
sistent
Bevat aanbevolen oven-
instellingen voor een
groot aantal gerechten.
Kies een gerecht en
start het kookproces. De
temperatuur en tijd zijn
slechts richtlijnen voor
een beter resultaat en
kunnen worden aange-
past. Deze zijn afhanke-
lijk van de recepten en
de kwaliteit en de hoe-
veelheid van de gebruik-
te ingrediënten.
Submenu voor: Basis instellingen
Symbool / Menu-
item
Beschrijving
Instellen dagtijd
Stel de dagtijd in.
Tijdisindicatie
Als het apparaat AAN
staat, geeft het display
de huidige tijd weer
wanneer u het apparaat
uitschakelt.
Snel opwarmen
Indien AAN verkort de
functie de opwarmtijd.
Set + Go
Om een functie in te
stellen en later te active-
ren door op een sym-
bool op het bedienings-
paneel te drukken.
Symbool / Menu-
item
Beschrijving
Heat+Hold
Houdt het bereide voed-
sel warm gedurende 30
minuten nadat de kook-
cyclus voltooid is.
Verleng tijd
Schakelt de functie Tijd
verlengen in en uit.
Contrast
Pas het contrast van het
display in stappen aan.
Helderheid
Pas de helderheid van
het display in stappen
aan.
Taal
Stelt de taal voor het
display in.
Geluidsvolume
Pas het volume van de
druktonen en signalen
stapsgewijs aan.
Toetsvolume
Schakelt de toon van de
aanraakvelden aan en
uit. Het geluid van de
tiptoets AAN/UIT kan
niet worden uitgescha-
keld.
Alarmtoon
Schakelt de alarmtoon in
en uit.
Waterhardheid
Omt de waterhardheid
in niveau (1 - 4) in te
stellen.
Reinigingsherin-
nering
Herinnert u eraan dat u
het apparaat moet
schoonmaken.
Demomodus
Activerings-/deactive-
ringscode: 2468.
Service
Toont de softwareversie
en -configuratie.
Fabrieksinstelling
Zet alle instellingen te-
rug op de fabrieksinstel-
ling.
11
SUBMENU VOOR: REINIGEN
Symbool Menu-item Beschrijving
Reservoir ledigen Procedure voor het verwijderen van het restwa-
ter van de waterlade na gebruik van de stoom-
functies.
Stoomreiniging Plus Procedure voor het reinigen van hardnekkig vuil
met gebruik van een ovenreiniger.
Stoomreiniging Procedure om het apparaat te reinigen als het
licht vervuild is en het vuil niet is ingebrand.
Ontkalken Procedure om kalkresten te verwijderen van de
stoomgenerator.
Spoelen Procedure voor het spoelen en reinigen van de
stoomgenerator na frequent gebruik van de
stoomfuncties.
VERWARMINGSFUNCTIES
Verwarmingsfunc-
tie
Applicatie
Hetelucht
Om op max. 3 rekstanden
tegelijk te bakken en
voedsel te drogen.Stel de
temperatuur 20 - 40°C
lager in dan voor de func-
tie: Boven- /onderwarmte.
Pizza-functie
Om gerechten op één ni-
veau te bakken met inten-
sief bruineren en een kro-
kantere korst. Stel de
temperatuur 20 - 40°C
lager in dan voor de func-
tie: Boven- /onderwarmte.
Boven- /onder-
warmte
Voor het bakken en bra-
den op één rekstand.
Bevroren ge-
rechten
Om kant-en-klaar-gerech-
ten (bijv. patat, aardappel-
partjes of loempia's) kro-
kant te maken.
Grill
Voor het roosteren van
dunne stukjes voedsel en
voor het maken van toast.
Verwarmingsfunc-
tie
Applicatie
Turbo grill
Voor het braden van gro-
tere stukken vlees of ge-
vogelte met botten op
één niveau. Voor gratine-
ren en bruinen.
Onderwarmte
Voor het bakken van taar-
ten met een knapperige
bodem en het inmaken
van voedsel.
Warmelucht
(vochtig)
Deze functie is ontworpen
om tijdens de bereiding
energie te besparen. Bij
het gebruik van deze
functie kan de tempera-
tuur in de ruimte verschil-
len van de ingestelde
temperatuur. De rest-
warmte wordt gebruikt.
Het verwarmingsvermo-
gen kan worden vermin-
derd. Raadpleeg voor
meer informatie het
hoofdstuk "Dagelijks ge-
bruik", opmerkingen op:
Warmelucht (vochtig).
12
Verwarmingsfunc-
tie
Applicatie
Lage vochtig-
heid
Voor het bakken van
brood, het braden van
grote stukken vlees of het
opwarmen van gekoelde
en bevroren maaltijden.
Hoge vochtig-
heid
Voor gerechten met hoog
vochtgehalte, custard en
terrines, en voor het po-
cheren van vis.
Stoom
Voor groenten, vis, aard-
appelen, rijst, pasta of
speciale bijgerechten.
De verlichting kan tijdens sommige
ovenfuncties automatisch uitschakelen
als de temperatuur onder de 60 °C
komt.
SPECIAAL
Verwarmingsfunc-
tie
Applicatie
Warm houden
Om het voedsel warm te
houden.
Borden warmen
Om borden voor het ser-
veren op te warmen.
Inmaken
Voor het inmaken van
groenten (bijv. augur-
ken).
Dehydrateren
Om in plakjes gesneden
fruit, groenten en cham-
pignons te drogen.
Deeg laten rijzen
Om het rijsproces van
gistdeeg te versnellen.
Het voorkomt dat het
oppervlak van het deeg
uitdroogt en houdt het
deeg elastisch.
Verwarmingsfunc-
tie
Applicatie
Lage temperatuur
garen
Voor het bereiden van
mals en sappig braad-
vlees.
Brood bakken
Gebruik deze functie
voor brood en broodjes
met bijna professioneel
resultaat qua krokant-
heid, kleur en bruine
korst.
Regenereren
Het opwarmen van
voedsel met stoom voor-
komt dat het oppervlak
uitdroogt. De warmte
wordt op behoedzaam
en gelijkmatig verdeeld
en geeft het voedsel de
smaak en het aroma als-
of het net is bereid. De-
ze functie kan gebruikt
worden om eten direct
op een bord te verwar-
men. Met verschillende
roosterhoogtes kunt u
meerdere borden tegelij-
kertijd opwarmen.
Ontdooien
Om voedsel te ontdooi-
en (groenten en fruit).
De ontdooitijd hangt af
van de hoeveelheid en
dikte van het voedsel.
Gratineren
Voor maaltijden als la-
sagne of aardappelgra-
tin. Voor gratineren en
bruinen.
TOELICHTING VAN: WARMELUCHT
(VOCHTIG)
Deze functie wordt gebruikt om te voldoen aan de
energie-efficiëntieklasse en ecodesign-vereisten
overeenkomstig EU 65/2014 en EU 66/2014.
Testen volgens EN 60350-1.
De ovendeur dient tijdens de bereiding gesloten te
zijn zodat de functie niet wordt onderbroken en de
oven werkt op de hoogst mogelijke energie-
efficiëntie.
Bij gebruik van deze functie gaat de verlichting na
30 seconden automatisch uit.
13
Zie het hoofdstuk 'Hints and tips’, Warmelucht
(vochtig) voor bereidingsinstructies. Zie voor
algemene aanbevelingen voor energiebesparing het
hoofdstuk ‘Energie-efficiëntie’, Energiebesparing.
KOOK- EN BAKASSISTENT
Voedselcategorie: Vis/Schaaldieren
Gerecht
Vis Gebakken vis
Vissticks
Dunne fillets
Dikke fillets
Visfilet, bevroren
Hele kleine vis
Hele vis, gestoomd
Hele kleine vis, ge-
grild
Hele vis, gegrild
Hele vis, gegrild
Forel
Zalm Zalmfilet
Hele zalm
Garnalen Garnalen, vers
Garnalen, bevroren
Mosselen -
Voedselcategorie: Gevogelte
Gerecht
Gevogelte, uitge-
beend
-
Gevogelte, uitge-
beend
-
Gerecht
Kip
Kippenvleugels, vers
Kippenvleugels, be-
vroren
Kippenpoten, vers
Kippenpoten, bevro-
ren
Gepocheerde kip-
penborst
Kip, 2 helften
Hele kip
Hele eend
-
Hele gans
-
Hele kalkoen
-
Voedselcategorie: Vlees
Gerecht
Rundvlees
Gekookt rundvlees
Gebraden vlees
Gehaktbrood
Rosbief
Saignant
Saignant
Medium
Medium
Bien cuit
Bien cuit
Scandinavisch rund-
vlees
Saignant
Medium
Bien cuit
14
Gerecht
Varkensvlees
Chipolataworstjes
Spare ribs
Varkensschenkel,
voorgekookt
Varkensvlees
Varkensrug
Varkensrug
Varkenslapje, gerookt
Varkenslapje, gepo-
cheerd
Varkensnek
Varkensbraadstuk
Geroosterd varkens-
vlees
Gekookte ham
Kalfsvlees
Kalfsschenkel
Kalfsrug
Geroosterd kalfs-
vlees
Lamsvlees
Lamsbout
Geroosterd lams-
vlees
Lamsrug
Lamsgebraad, medi-
um
Lamsgebraad, medi-
um
Gerecht
Wild
Haas
Hazenpoot, ha-
zenbout
Hazerug
Hazerug
Hert
Reebout, herten-
bout
Reerug, hertenrug
Geroosterd wild
Wild
Voedselcategorie: Ovenschotels
Gerecht
Lasagne -
Lasagne / Cannello-
ni, bevroren
-
Pasta -
Aardappelgratin -
Groentegratin -
Zoete gerechten -
Voedselcategorie: Pizza/Quiche
Gerecht
Pizza
Pizza, dun
Pizza, extra garnering
Pizza, bevroren
American pizza, be-
vroren
Pizza, gekoeld
Pizzasnacks, bevro-
ren
Baguettes met ge-
smolten kaas
-
15
Gerecht
Tarte flambée -
Koninginnebrood,
hartig
-
Quiche Lorraine -
Hartige taart -
Voedselcategorie: Taart/Koekjes
Gerecht
Tulband -
Appeltaart, bedekt -
Biscuitgebak -
Appeltaart -
Kwarktaart, bakblik -
Brioche -
Zandgebak -
Taart -
Koninginnebrood,
zoet
-
Amandelcake -
Muffins -
Gebak -
Deegreepjes voor op
vlaaien/taarten
-
Roomsoezen -
Klein bladerdeegge-
bak
-
Eclairs -
Makarons -
Zandkoekjes -
Kerststol -
Appelstrudel, bevro-
ren
-
Gerecht
Cake op plaat
Sponsdeeg
Gistdeeg
Kwarktaart, bakblik -
Brownies -
Koninginnenbrood
(opgerolde cake met
jam)
-
Plaatkoek -
Kruimeltaart -
Suikerkoek -
Flanbodem
Zandkoekjes taartbo-
dem
Roerdeeg biscuit
Vruchtentaart
Vruchtentaart taart-
bodem
Roerdeeg vruchten-
taart
Gistdeeg
Voedselcategorie: Brood/ontbijtkoeken
Gerecht
Broodjes
Broodjes
Ontbijtkoeken, voor-
gebakken
Broodjes, bevroren
Ciabatta -
Stokbrood
Baguettes, voorge-
bakken
Baguettes, bevroren
16
Gerecht
Brood
Broodkrans
Witbrood
Vlechtbrood
Bruin brood
Roggebrood
Volkoren brood
Ongedesemd brood
Brood/Broodjes, be-
vroren
Voedselcategorie: Groenten
Gerecht
Broccoli, roosjes -
Broccoli, heel -
Bloemkool, roosjes -
Bloemkool, heel -
Wortelen -
Courgetteplakjes -
Asperges, groen -
Asperges, wit -
Paprikareepjes -
Spinazie, vers -
Preiringen -
Sperziebonen -
Plakjes champignons -
Gepelde tomaten -
Spruitjes -
Selderij, blokjes -
Erwten -
Aubergine -
Venkel -
Artisjokken -
Gerecht
Rode bieten -
Grote schorseneer -
Koolrabireepjes -
Witte bonen -
Savooiekool -
Voedselcategorie: Pudding/terrines
Gerecht
Eiervla -
Caramelflan -
Terrine -
Eieren
Zachtgekookt ei
Middelhard gekookt
ei
Hardgekookt ei
Eieren, gebakken
Voedselcategorie: Bijgerechten
Gerecht
Frietjes, dun -
Frietjes, dik -
Frietjes, bevroren -
Kroketjes -
Aardappelschijfjes -
Rösties -
Gekookte aardap-
pels, kwartjes
-
Gekookte aardappe-
len
-
Aardappelen in de
schil
-
Aardappelballetjes -
17
Gerecht
Broodballetjes -
Deegballen, hartig -
Deegballen, zoet -
Rijst -
Verse tagliatelle -
Polenta -
Indien het noodzakelijk is het gewicht
of de kerntemperatuur van het gerecht
te wijzigen, gebruikt u of om
de nieuwe waarden in te stellen.
EEN VERWARMINGSFUNCTIE INSTELLEN
1. Schakel de oven in.
2. Selecteer het menu: Verwarmingsfuncties.
3. Druk op om te bevestigen.
4. Selecteer een ovenfunctie.
5. Druk op om te bevestigen.
6. Stel de temperatuur in.
7. Druk op om te bevestigen.
KOKEN MET
STOOMVERWARMINGSFUNCTIE
De klep van de waterlade bevindt zich in het
bedieningspaneel.
WAARSCHUWING! Gebruik
uitsluitend koud leidingwater. Gebruik
geen gefilterd (gedemineraliseerd) of
gedistilleerd water. Gebruik geen
andere vloeistoffen. Schenk geen
ontvlambare of alcoholische
vloeistoffen in het waterreservoir.
1. Druk op het deksel van de waterlade om de
lade te openen.
2. Vul de waterlade met koud water tot het
maximale niveau (ongeveer 950 ml) totdat het
signaal klinkt of het display de melding
weergeeft. De watervoorraad is voldoende voor
ca. 50 minuten. Vul de waterlade niet verder
dan zijn maximum capaciteit. Er bestaat een
risico dat er water lekt, overloopt en meubelen
beschadigt.
3. Plaats de waterlade terug op zijn
oorspronkelijke plaats.
4. Schakel de oven in.
5. Stel de stoomverwarmingsfunctie en de
temperatuur in.
6. Stel zo nodig de functie in: Duur of:
Eindtijd .
De stoom verschijnt na ca. 2 minuten. Als de
oven de ingestelde temperatuur bereikt, klinkt
er een geluidssignaal.
Als de waterlade droog komt te staan, klinkt het
geluidssignaal en moet de waterlade zoals
hierboven beschreven bijgevuld worden om het
koken voort te zetten.
Aan het einde van de kooktijd klinkt er een
geluidssignaal.
7. Schakel de oven uit.
8. Leeg de waterlade wanneer u klaar bent met
koken.
Raadpleeg de reinigingsfunctie: Reservoir
ledigen.
LET OP! De oven is heet. Er
bestaat gevaar voor brandwonden.
9. Na bereiding kan er stoom op de bodem van
de ruimte condenseren. Droog de bodem van
de ruimte altijd als de oven koud is.
Laat de oven volledig uitdrogen met de deur
geopend. Om het drogen te verspoedigen kunt u
de deur sluiten en de oven verwarmen met de
functie: Hetelucht bij een temperatuur van 150 °C
gedurende circa 15 minuten.
INDICATIELAMPJE BIJ VOORVERWARMEN
Wanneer u een verwarmingsfunctie inschakelt, gaat
het balkje op het display branden. Het balkje geeft
aan dat de oventemperatuur toeneemt. Als de
temperatuur bereikt is, zoemt de zoemer 3 maal en
knippert de balk om vervolgens te verdwijnen.
SNEL OPWARMEN
Deze functie verkort de opwarmtijd.
Leg geen voedsel in de oven wanneer
de functie Snel opwarmen is
ingeschakeld.
Als u de functie wilt activeren, houdt u 3
seconden ingedrukt. Het indicatielampje
voorverwarmen wisselt.
Deze functie is niet beschikbaar voor sommige
ovenfuncties.
RESTWARMTE
Wanneer u de oven uitschakelt, geeft het display de
restwarmte aan. U kunt de warmte gebruiken om
het eten warm te houden.
18
KLOKFUNCTIES
TABEL MET KLOKFUNCTIES
Klokfunctie Applicatie
Kookwekker
Om een afteltijd in te stel-
len (max. 2 uur en 30 mi-
nuten). Deze functie heeft
geen invloed op de werk-
ing van de oven. Ook te
gebruiken als de oven is
uitgeschakeld.
Gebruik om de functie
in te schakelen. Druk op
of om de minuten
in te stellen en op om
te starten.
Duur
Om de werkingsduur van
de oven in te stellen (max.
23 uur 59 min.).
Eindtijd
Voor het instellen van de
uitschakeltijd van een ver-
warmingsfunctie (max. 23
uur en 59 min).
Als u de tijd voor een klokfunctie instelt, begint het
aftellen van de tijd na 5 seconden.
Als u de klokfuncties: Duur, Eindtijd
gebruikt, schakelt de oven de warmte-
elementen na 90% van de ingestelde
tijd uit. De oven gebruikt de
restwarmte om het kookproces voor te
zetten totdat de tijd is verstreken (3 -
20 minuten).
DE KLOKFUNCTIES INSTELLEN
Alvorens u de volgende functies
gebruikt: Duur, Eindtijd, moet u eerst
een verwarmingsfunctie en
temperatuur instellen. De oven wordt
automatisch uitgeschakeld.
U kunt de functies: Duur en Eindtijd
tegelijkertijd gebruiken als u wilt dat de
oven op een later tijdstip wordt
geactiveerd of uitgezet.
De functies: Duur en Eindtijd werken
niet als u de voedselsensor gebruikt.
1. Stel een verwarmingsfunctie in.
2. Druk herhaaldelijk op totdat het display de
benodigde klokfunctie en het bijhorende
symbool weergeeft.
3. Druk op of om de gewenste tijd in te
stellen.
4. Druk op om te bevestigen.
Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een
geluidssignaal. De oven gaat uit. Op het display
verschijnt een melding.
5. Druk op een symbool om het signaal uit te
zetten.
HEAT+HOLD
Voorwaarden voor de functie:
De ingestelde temperatuur is hoger dan 80 °C.
De functie: Duur is ingesteld.
De functie: Heat+Hold houdt het voorbereide
gerecht gedurende 30 minuten warm op 80 °C.
Deze functie wordt ingeschakeld wanneer de bak-
of braadprocedure is geëindigd.
U kunt in het menu de functie in- of uitschakelen:
Basis instellingen.
1. Schakel de oven in.
2. Selecteer de verwarmingsfunctie.
3. Stel de temperatuur boven 80 °C in.
4. Druk herhaaldelijk op
totdat het display het
volgende toont: Heat+Hold.
5. Druk op om te bevestigen.
Wanneer de functie beëindigt, klinkt er een
geluidssignaal.
VERLENG TIJD
De functie: Verleng tijd zorgt dat de
verwarmingsfunctie door blijft gaan als de Duur is
geëindigd.
Niet van toepassing op
verwarmingsfuncties met de
voedselsensor.
1. Wanneer de bereidingstijd is verstreken, klinkt
er een geluidssignaal. Druk op een willekeurig
symbool.
Op het display wordt het bericht weergegeven.
2. Druk op om te activeren of op om te
annuleren.
3. Stel de lengte van de functie in.
4. Druk op .
19
AUTOMATISCHE PROGRAMMA'S
WAARSCHUWING! Raadpleeg de
hoofdstukken Veiligheid.
ONLINE RECEPTEN
De recepten voor de automatische programma's
vindt u op onze website. Om het receptenboek te
vinden, controleert u het PNC-nummer op het
typeplaatje op het voorste frame van de ovenholte.
AUTOMATISCHE PROGRAMMA'S
De automatische programma's zorgen voor
optimale instellingen voor elk soort voedsel.
Recepten / Per gewicht — deze functie
berekent automatisch de braadtijd. Om het te
gebruiken, voert u het gewicht van het gerecht
in.
Recepten / Voedselsensor, autom. — deze
functie berekent automatisch de braadtijd. Om
het te gebruiken voert u de kerntemperatuur in.
Wanneer het programma eindigt, klinkt er een
geluidssignaal.
Recepten / Receptenautomaat — deze functie
gebruikt voorafbepaalde waarden voor een
gerecht.
Gerechten met de functie:
Per gewicht
Hele kip
Rosbief
Geroosterd wild
Geroosterd lamsvlees
Geroosterd varkensvlees
Geroosterd kalfsvlees
Hele eend
Hele gans
Hele kalkoen
Gerechten met de functie:
Voedselsensor, autom.
Varkensrug
Rosbief
Gerechten met de functie:
Voedselsensor, autom.
Scandinavisch rundvlees
Wild
Lamsgebraad, medium
Gevogelte, uitgebeend
Hele vis
RECEPTEN MET RECEPTENAUTOMAAT
Deze oven bevat een serie recepten die u kunt
gebruiken. De recepten kunnen niet worden
gewijzigd.
1. Oven inschakelen.
2. Selecteer het menu: Recepten. Druk op
om te bevestigen.
3. Selecteer de categorie en het gerecht. Druk op
om te bevestigen.
4. Een recept selecteren. Druk op om te
bevestigen.
Bij gebruik van de functie: Handmatig,
gebruikt de oven de automatische
instellingen. U kunt ze veranderen, net
als bij andere functies.
KOOK- EN BAKASSISTENT MET PER
GEWICHT
Deze functie berekent automatisch de kooktijd. Als
u de functie wilt gebruiken, moet u het gewicht van
het gerecht instellen.
1. Schakel de oven in.
2. Selecteer het menu: Kook- En Bakassistent.
Druk op .
3. Selecteer het gerecht met de functie: Per
gewicht. Druk op .
4. Druk op of om het gewicht van het
gerecht in te stellen. Druk op .
Het automatische programma start.
5. U kunt het gewicht te allen tijde wijzigen. Druk
op of om het gewicht te wijzigen.
6. Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een
geluidssignaal. Druk op een willekeurig
symbool om het signaal uit te zetten.
20
GEBRUIK VAN DE ACCESSOIRES
WAARSCHUWING! Raadpleeg de
hoofdstukken Veiligheid.
VOEDINGSSENSOR
De voedingssensor meet de temperatuur in het
voedsel. Wanneer het voedsel de ingestelde
temperatuur heeft bereikt, wordt het apparaat
uitgeschakeld.
Er worden twee temperaturen ingesteld:
de oventemperatuur (minimum 120 °C),
de voedselkerntemperatuur.
LET OP! Gebruik alleen de
meegeleverde voedingssensor en de
originele vervangende onderdelen.
Instructies voor de beste resultaten:
Ingrediënten moeten op kamertemperatuur zijn.
De voedingssensor mag niet worden gebruikt
voor vloeibare gerechten.
Tijdens het koken met de voedingssensor in het
gerecht blijven en de stekker in de aansluiting.
Gebruik de aanbevolen instellingen voor de
vleesthermometer. Zie het hoofdstuk 'Nuttige
aanwijzingen en tips'.
Het apparaat berekent een geschatte
eindtijd van de bereidingsduur. Dit is
afhankelijk van de hoeveelheid eten,
de ingestelde ovenfunctie en de
temperatuur.
Voedselcategorieën: vlees, gevogelte en vis
1. Schakel het apparaat in.
2. Plaats de punt van de voedingssensor in het
midden van het vlees of de vis, indien mogelijk
in het dikste gedeelde. Zorg ervoor dat ten
minste 3/4 van de voedingssensor in het
gerecht zit.
3. Steek de stekker van de voedingssensor in de
aansluiting aan de voorkant van het apparaat.
Het display geeft het symbool van de
voedingssensor weer.
4. Druk binnen 5 seconden op of om de
voedselkerntemperatuur in te stellen.
5. Selecteer de verwarmfunctie en, indien nodig,
de temperatuur.
6. Om de temperatuur van de
voedselkerntemperatuur te wijzigen druk op .
Als de ingestelde temperatuur voor het gerecht is
bereikt, klinkt er een geluidssignaal. Het apparaat
wordt automatisch uitgeschakeld.
7. Druk op een symbool om het signaal uit te
zetten.
8. Haal de stekker van de voedingssensor uit het
stopcontact en haal het gerecht uit het
apparaat.
WAARSCHUWING! Er bestaat een
risico op verbrandingsgevaar
aangezien de voedingssensor heet
wordt. Wees voorzichtig wanneer u de
stekker eruit haalt en de
voedingssensor uit het gerecht haalt.
21
Voedselcategorie: ovenschotel
1. Schakel het apparaat in.
2. Plaats de helft van de ingrediënten in de
ovenschaal.
3. Steek de punt van de voedselsensor precies in
het midden van de stoofschotel. De
voedingssensor moet stevig op zijn plaats
blijven tijdens het bakproces. Gebruik een
solide ingrediënt om dat te bereiken. Gebruik
de rand van de ovenschaal om het silicone
handvat van de voedingssensor te
ondersteunen. De punt van de voedingssensor
mag de bodem van de ovenschaal niet
aanraken.
4. Bedek de voedingssensor met de resterende
ingrediënten.
5. Steek de stekker van de voedingssensor in de
aansluiting aan de voorkant van het apparaat.
Het display geeft het symbool van de
voedingssensor weer.
6. Druk binnen 5 seconden op of om de
voedselkerntemperatuur in te stellen.
7. Selecteer de verwarmfunctie en, indien nodig,
de temperatuur.
8. Om de temperatuur van de
voedselkerntemperatuur te wijzigen druk op .
Wanneer het gerecht op de ingestelde temperatuur
is, hoort u een geluidssignaal. Het apparaat wordt
automatisch uitgeschakeld.
9. Druk op een symbool om het signaal uit te
zetten.
10. Haal de stekker van de voedingssensor uit het
stopcontact en haal het gerecht uit het
apparaat.
WAARSCHUWING! Er bestaat een
risico op verbrandingsgevaar
aangezien de voedingssensor heet
wordt. Wees voorzichtig wanneer u de
stekker eruit haalt en de
voedingssensor uit het gerecht haalt.
ACCESSOIRES PLAATSEN
Een kleine inkeping bovenaan verhoogt de
veiligheid. Deze inkepingen voorkomen bovendien
omkanteling. De hoge rand rond het rooster
voorkomt dat het kookgerei van het rooster afglijdt.
22
Draadrooster:
Plaats het rooster tussen de geleidestangen
van de inschuifrail.
Bakplaat /Braadpan:
Schuif de plaat tussen de geleidestangen
van de inschuifrail.
Draadrooster, Bakplaat /Braadpan:
Plaats de plaat tussen de geleiders van de
inschuifrails en het bakrooster op de gelei-
ders erboven.
EXTRA FUNCTIES
FAVORIET
U kunt uw favoriete instellingen als duur,
temperatuur of verwarmingsfunctie opslaan. De
instellingen zijn beschikbaar in het menu: Favoriet.
U kunt 20 programma's opslaan.
Een programma opslaan
1. Oven inschakelen.
2. Stel een verwarmingsfunctie of een
automatisch programma in.
3. Druk herhaaldelijk op tot het display toont:
OPSLAAN.
4. Druk op om te bevestigen.
Het display geeft de eerste vrije geheugenpositie
weer.
5. Druk op
om te bevestigen.
6. Voer de naam van het programma in.
De eerste letter knippert.
7. Druk op of om de letter te wijzigen.
8. Druk op .
De volgende letter knippert.
9. Herhaal stap 7 indien nodig.
10. Druk op
en houdt de knop ingedrukt om op
te slaan.
U kunt een geheugenpositie overschrijven.
Wanneer het display de eerste vrije
geheugenpositie aangeeft, druk op of en
druk op om een bestaand programma te
overschrijven.
U kunt de naam van een programma wijzigen in het
menu: Wijzig programmanaam.
23
Het programma inschakelen
1. Oven inschakelen.
2. Selecteer het menu: Favoriet.
3. Druk op om te bevestigen.
4. Selecteer de naam van uw favoriete
programma.
5. Druk op
om te bevestigen.
GEBRUIK VAN HET KINDERSLOT
Als het Kinderslot aanstaat, kan de oven niet per
ongeluk worden geactiveerd.
1. Druk op om het display aan te zetten.
2. Druk tegelijkertijd op
en totdat het
display een bericht toont.
Herhaal stap 2 om het kinderslot uit te schakelen.
TOETSENBLOKKERING
Deze functie voorkomt dat een verwarmingsfunctie
per ongeluk wordt ingeschakeld. U kunt deze alleen
inschakelen als de oven in werking is.
1. Oven inschakelen.
2. Stel de verwarmingsfunctie of -instelling in.
3. Druk herhaaldelijk op tot het display toont:
Toetsenblokkering.
4. Druk op
om te bevestigen.
Druk op om de functie uit te schakelen. Op het
display verschijnt een melding. Druk herhaaldelijk
op en vervolgens op om te bevestigen.
Als u de oven uitzet, schakelt de
functie ook uit.
SET + GO
Met deze functie kunt u een verwarmingsfunctie (of
programma) instellen en later met een aanraking
van een symbool gebruiken.
1. Oven inschakelen.
2. Stel de verwarmingsfunctie in.
3. Druk herhaaldelijk op tot het display toont:
Duur.
4. Stel de tijd in.
5. Druk herhaaldelijk op tot het display toont:
Set + Go.
6. Druk op om te bevestigen.
Druk op een symbool (behalve voor ) om de
functie te starten: Set + Go. De ingestelde
verwarmingsfunctie start.
Wanneer de verwarmingsfunctie is voltooid, klinkt
er een signaal.
Toetsenblokkering is aan wanneer
de verwarmingsfunctie actief is.
Het menu: Basis instellingen laat u
de functie: Set + Go in- en
uitschakelen.
AUTOMATISCHE UITSCHAKELING
Om veiligheidsredenen schakelt de oven na
bepaalde tijd uit als er een ovenfunctie in werking is
en u geen instellingen wijzigt.
(°C) (u)
30 - 115 12,5
120 - 195 8,5
200 - 230 5,5
De automatische uitschakeling werkt niet met de
functies: Binnenverlichting, Voedselsensor,Duur,
Eindtijd.
HELDERHEID VAN HET DISPLAY
Er zijn twee standen voor de helderheid van het
display:
Helderheid 's nachts - wanneer de oven uitstaat,
is de helderheid van het display tussen 22.00
uur en 06.00 uur lager.
Helderheid overdag:
als de oven wordt ingeschakeld;
als u tijdens helderheid 's nachts een
symbool aanraakt (behalve AAN/UIT), keert
het display gedurende 10 seconden terug
naar helderheid voor overdag.
als de oven wordt uitgeschakeld en u een
functie instelt: Kookwekker. Wanneer de
functie eindigt, keert het display terug naar
helderheid voor 's nachts.
KOELVENTILATOR
Als de oven in werking is, wordt de koelventilator
automatisch ingeschakeld om de oppervlakken van
de oven koel te houden. Na het uitschakelen van de
oven blijft de ventilatie doorgaan totdat de oven is
afgekoeld.
24
TIPS EN TRICKS
WAARSCHUWING! Raadpleeg de
hoofdstukken Veiligheid.
KOOKADVIEZEN
De temperatuur en kooktijden in de tabellen zijn slechts als richtlijn bedoeld. Deze zijn afhankelijk van
de recepten en de kwaliteit en de hoeveelheid van de gebruikte ingrediënten.
Uw oven kan anders bakken of roosteren dan de oven die u tot nu toe gebruikt heeft. De onderstaande
tabellen tonen aanbevolen instellingen voor temperatuur, kooktijd en rekstand voor specifieke soorten
voedsel.
Als u voor een speciaal recept de instelling niet kunt vinden, zoek dan naar een soortgelijk recept.
BINNENZIJDE VAN DE DEUR
Aan de binnenkant van de deur vindt u het
volgende:
de nummers van de inzetniveaus.
informatie over de verwarmingsfuncties,
aanbevolen rekstanden en temperaturen voor
gerechten.
NUTTIGE TIPS VOOR SPECIALE
OPWARMFUNCTIES VAN DE OVEN
Warm houden
Met deze functie houdt u het voedsel warm. De
temperatuur wordt automatisch ingesteld op 80 °C.
Borden warmen
Met deze functie kunt u borden en schalen
verwarmen voor het opdienen. De temperatuur
wordt automatisch ingesteld op 70 °C.
Verdeel de opgestapelde borden en schalen
gelijkmatig over het ovenrek. Gebruik de eerste
rekstand. Verwissel ze halverwege de verwarmtijd
van plaats.
Ontdooien
Haal het gerecht uit de verpakking en plaats het op
een bord. Dek het voedsel niet af, want het kan
tijdens het ontdooien uitzetten. Gebruik de eerste
rekstand.
STOOM
Wees voorzichtig met het openen van de ovendeur
als de functie is geactiveerd. Er kan stoom
vrijkomen.
Sterilisatie
Met deze functie kunt u items (bijv. babyflessen)
steriliseren.
Plaats de schone items ondersteboven in het
midden van het rooster op de eerste roosterstand.
Vul de lade tot het maximale niveau en stel een
tijdsduur in van 40 minuten.
Koken
Met deze functie kunt u allerlei soorten voedsel
bereiden, vers of ingevroren. Met deze functie kunt
u groente, vlees, vis, deegwaren, rijst,
maïsgriesmeel en eieren bereiden, opwarmen,
ontdooien, pocheren of blancheren.
U kunt een maaltijd met een paar gerechten tijdens
één enkele kooksessie bereiden. Om ervoor te
zorgen dat alle gerechten tegelijk klaar zijn, begint u
met het voedsel met de langste kooktijd en voegt u
vervolgens de resterende gerechten toe op het
juiste moment, zoals aangegeven in de
kooktabellen
Voorbeeld: De totale tijd van deze kookses-
sie is 40 min. Eerst doet u Gekookte aardap-
pels, kwartjes erin, na 20 min. voegt u Zalmfi-
lets toe en dan Broccoli, roosjes na 30 min.
(min)
Gekookte aardap-
pels, kwartjes
40
25
Voorbeeld: De totale tijd van deze kookses-
sie is 40 min. Eerst doet u Gekookte aardap-
pels, kwartjes erin, na 20 min. voegt u Zalmfi-
lets toe en dan Broccoli, roosjes na 30 min.
(min)
Zalmfilets 20
Broccoli, roosjes 10
Gebruik de grootste benodigde hoeveelheid water
als u meer dan één gerecht tegelijkertijd bereidt.
Gebruik de tweede rekstand.
GROENTEN
Stel de temperatuur in op 99 °C.
(min)
8 - 10 Broccoli, roosjes, verwarm de
oven voor
10 Gepelde tomaten
10 - 15 Spinazie, vers
10 - 15 Courgette, plakjes
15 Groente, geblancheerd
15 - 20 Plakjes champignons
15 - 20 Paprikareepjes
15 - 25 Broccoli, heel
15 - 25 Asperges, groen
15 - 25 Aubergines
15 - 25 Pompoen, blokjes
GROENTEN
Stel de temperatuur in op 99 °C.
(min)
15 - 25 Tomaten
20 - 25 Bonen, geblancheerd
20 - 25 Botersla, roosjes
20 - 25 Savooiekool
20 - 30 Selderij, blokjes
20 - 30 Uien, ringen
20 - 30 Erwten
20 - 30 Peultjes / Kaiser paprika
20 - 30 Zoete aardappelen
20 - 30 Venkel
20 - 30 Wortelen
25 - 35 Asperges, wit
25 - 35 Spruitjes
25 - 35 Bloemkool, roosjes
25 - 35 Koolrabi, reepjes
25 - 35 Witte bonen
30 - 40 Maiskolf
35 - 45 Grote schorseneer
35 - 45 Bloemkool, heel
35 - 45 Sperziebonen
40 - 45 Kool, wit of rood, reepjes
50 - 60 Artisjokken
55 - 65 Gedroogde bonen, geweekt,
verhouding water/bonen 2:1
26
GROENTEN
Stel de temperatuur in op 99 °C.
(min)
60 - 90 Zuurkool
70 - 90 Rode bieten
BIJGERECHTEN
Stel de temperatuur in op 99 °C.
(min)
15 - 20 Couscous, verhouding water/
couscous 1:1
15 - 25 Verse tagliatelle
20 - 25 Griesmeelpudding, verhou-
ding melk/semolina 3,5:1
20 - 30 Linzen, rood, verhouding wa-
ter/linzen 1:1
25 - 30 Macaroni
25 - 35 Bulgur, verhouding water/
bulgur 1:1
25 - 35 Deegballen
30 - 35 Geurige rijst, verhouding wa-
ter/rijst 1:1
BIJGERECHTEN
Stel de temperatuur in op 99 °C.
(min)
30 - 40 Gekookte aardappels, kwar-
tjes
35 - 45 Broodballetjes
35 - 45 Aardappelballetjes
35 - 45 Rijst, verhouding water/rijst
1:1, de verhouding tussen wa-
ter en rijst kan veranderen af-
hankelijk van het soort rijst
40 - 50 Polenta, vloeistofverhouding
3:1
40 - 55 Rijstpudding, verhouding
melk/rijst 2,5:1
45 - 55 Ongepelde tomaten, medium
55 - 60 Linzen, bruin en groen, ver-
houding water/linzen 2:1
FRUIT
Stel de temperatuur in op 99 °C.
(min)
10 - 15 Schijfjes appel
27
FRUIT
Stel de temperatuur in op 99 °C.
(min)
10 - 15 Hete bessen
10 - 20 Chocolade smelten
20 - 25 Fruitcompote
VIS
(min) (°C)
15 -
20
Dunne visfilet 75 - 80
20 -
25
Garnalen, vers 75 - 85
20 -
30
Mosselen 100
20 -
30
Zalmfilets 85
20 -
30
Forel, 0,25 kg 85
30 -
40
Garnalen, bevroren 75 - 85
40 -
45
Zalm, forel, 1 kg 85
VLEES
(min) (°C)
15 -
20
Chipolataworstjes 80
20 -
30
Beierse kalfsworst /
Witte worst
80
20 -
30
Weense worst 80
25 -
35
Gepocheerde kippen-
borst
90
55 -
65
Gekookte ham, 1 kg 99
60 -
70
Gepocheerde kip, 1 -
1,2 kg
99
70 -
90
Casselerrib, gepo-
cheerd
90
80 -
90
Kalfsvlees / Varkens-
haas, 0,8 - 1 kg
90
110 -
120
Tafelspitz 99
EIEREN
Stel de temperatuur in op 99 °C.
(min)
10 - 11 Zachtgekookt ei
12 - 13 Middelhard gekookt ei
18 - 21 Hardgekookt ei
28
COMBINATIEFUNCTIE: TURBO GRILL +
STOOM
U kunt deze functies combineren om vlees,
groenten en bijgerechten tegelijkertijd te bereiden.
1. Stel de functie in: Turbo grill voor het braden
van vlees.
2. Voeg de bereide groenten en bijgerechten toe.
3. Laat de oven afkoelen tot een temperatuur van
ongeveer 90 °C. U kunt de ovendeur op de
eerste stand gedurende 15 minuten openen.
4. Stel de functie in: Stoom. Bereid alle gerechten
samen totdat ze gaar zijn.
Gebruik de eerste rekstand voor vlees en de derde rekstand voor groenten.
Turbo grill
Eerste stap: vlees koken
Stoom
Tweede stap: groenten toevoegen
(°C) (min) (°C) (min)
Rosbief, 1 kg /
Spruitjes, polen-
ta
180 60 - 70 99 40 - 50
Geroosterd var-
kensvlees, 1 kg /
Aardappelen /
Groenten, jus
180 60 - 70 99 30 - 40
Geroosterd
kalfsvlees, 1 kg /
Rijst / Groenten
180 50 - 60 99 30 - 40
HOGE VOCHTIGHEID
Gebruik de tweede rekstand.
(°C) (min)
Custard / Flan,
in kleine scho-
tels
90 35 - 45
Gebakken eier-
en
90 - 110 15 - 30
Terrine 90 40 - 50
Dunne visfilet 85 15 - 25
Dikke visfilet 90 25 - 35
Kleine vis, tot
0,35 kg
90 20 - 30
(°C) (min)
Hele vis, tot 1
kg
90 30 - 40
Dumplings 120 - 130 40 - 50
LAGE VOCHTIGHEID
Gebruik de tweede rekstand tenzij anders
aangegeven.
29
(°C) (min)
Afbakbroodjes 200 15 - 20
Afbakstokbroodjes,
40 - 50 g
200 15 - 20
Broodjes, 40 - 60 g 180 -
200
25 - 35
Bevroren afbakstok-
broodjes, 40 - 50 g
200 25 - 35
Gehaktbrood, rauw,
0,5 kg
180 30 - 40
Pasta gebakken 170 -
190
40 - 50
Lasagne 170 -
180
45 - 55
Brood, 0,5 - 1 kg 180 -
190
45 - 60
Aardappelgratin 160 -
170
50 - 60
Kip, 1 kg 180 -
210
50 - 60
Varkenshaas, gerookt,
0,6 - 1 kg, 2 uur we-
ken
160 -
180
60 - 70
Rosbief, 1 kg 180 -
200
60 - 90
Eend, 1,5 - 2 kg 180 70 - 90
Geroosterd kalfsvlees,
1 kg
180 80 - 90
(°C) (min)
Geroosterd varkens-
vlees, 1 kg
160 -
180
90 - 100
Gans, 3 kg, gebruik
de eerste rekstand
170 130 -
170
REGENEREREN
Gebruik de tweede rekstand.
(°C) (min)
Eénpansgerechten 110 10 - 15
Pasta 110 10 - 15
Rijst 110 10 - 15
Dumplings 110 15 - 25
BAKKEN
Gebruik voor de eerste baksessie de lagere
temperatuur.
Bij het bereiden van cake op meerdere niveaus kan
de baktijd ca. 10 - 15 minuten langer zijn.
Als de cake niet overal even hoog is, wordt de cake
niet overal even bruin. Als de cake niet overal even
bruin wordt, hoeft u de temperatuurinstelling niet te
wijzigen. De verschillen verminderen tijdens het
bakken.
Tijdens het bakken kunnen bakplaten in de oven
vervormen. Wanneer de bakplaten weer afgekoeld
zijn, verdwijnt de vervorming.
BAKTIPS
Bakresultaat Mogelijke oorzaak Oplossing
De onderkant van de ca-
ke is niet voldoende ge-
bakken.
De rekstand is incorrect. Plaats de cake op een lagere rek-
stand.
30
Bakresultaat Mogelijke oorzaak Oplossing
De cake zakt in en wordt
klef, of streperig.
De oventemperatuur is te
hoog.
Stel de volgende keer de oventem-
peratuur iets lager in.
De oventemperatuur is te
hoog en de baktijd te kort.
Stel volgende keer een langere bak-
tijd en een lagere oventemperatuur
in.
De cake is te droog. De oventemperatuur is te laag. Stel de volgende keer de oventem-
peratuur hoger in.
Te lange baktijd. Stel volgende keer een kortere bak-
tijd in.
De cake wordt ongelijk-
matig gebakken.
De oventemperatuur is te
hoog en de baktijd te kort.
Stel volgende keer een langere bak-
tijd en een lagere oventemperatuur
in.
Het cakebeslag is niet gelijk-
matig verdeeld.
Verspreid de volgende keer het ca-
kebeslag gelijkmatig over de bak-
plaat.
De cake wordt niet gaar
binnen de in het recept
aangegeven baktijd.
De oventemperatuur is te laag. Stel de volgende keer de oventem-
peratuur iets hoger in.
BAKKEN OP ÉÉN NIVEAU
BAKKEN IN BAKVORMEN
(°C) (min)
Tulband / Brioche Hetelucht 150 - 160 50 - 70 1
Zandgebak / Fruit-
gebak
Hetelucht 140 - 160 70 - 90 1
Taartbodem - zand-
taartdeeg, verwarm
de oven voor
Hetelucht 150 - 160 20 - 30 2
Taartbodem - zacht
cakedeeg
Hetelucht 150 - 170 20 - 25 2
Kwarktaart Boven- /onder-
warmte
170 - 190 60 - 90 1
31
CAKE / GEBAK / BROOD OP BAKPLATEN
Verwarm de lege oven voor, tenzij anders aangegeven.
(°C) (min)
Plaatbrood / Brood-
krans, voorverwar-
ming is niet nodig
Boven- /onder-
warmte
170 - 190 30 - 40 3
Christstollen Boven- /onder-
warmte
160 - 180 50 - 70 2
Roggebrood: Boven- /onder-
warmte
eerst: 230 20 1
dan: 160 - 180 30 - 60
Roomsoezen /
Eclairs
Boven- /onder-
warmte
190 - 210 20 - 35 3
Koninginnenbrood
(opgerolde cake
met jam),
Boven- /onder-
warmte
180 - 200 10 - 20 3
Kruimeltaart, droog,
voorverwarming is
niet nodig
Hetelucht 150 - 160 20 - 40 3
Beboterde aman-
deltaart / Suiker-
koek
Boven- /onder-
warmte
190 - 210 20 - 30 3
Vruchtentaart, voor-
verwarming is niet
nodig
Boven- /onder-
warmte
180 35 - 55 3
Plaatkoek met deli-
cate garnering (bij-
voorbeeld kwark,
room, puddingvul-
ling)
Boven- /onder-
warmte
160 - 180 40 - 60 3
32
KOEKJES EN BISCUITS
Gebruik de derde rekstand.
(°C) (min)
Zanddeeg / Schuimtaart-
mengsel
Hetelucht 150 - 160 15 - 25
Schuimgebakjes Hetelucht 80 - 100 120 - 150
Makarons Hetelucht 100 - 120 30 - 50
Gistdeegkoekjes Hetelucht 150 - 160 20 - 40
Koekjes van bladerdeeg,
verwarm de oven voor
Hetelucht 170 - 180 20 - 30
Broodjes, verwarm de
oven voor
Boven- /onderwarmte 190 - 210 10 - 25
OVENSCHOTELS EN GEGRATINEERDE GERECHTEN
Gebruik de eerste rekstand.
(°C) (min)
Pasta gebakken Boven- /onderwarmte 180 - 200 45 - 60
Lasagne Boven- /onderwarmte 180 - 200 25 - 40
Groentegratin, verwarm
de oven voor
Turbo grill 170 - 190 15 - 35
Stokbroden met gesmol-
ten kaas
Hetelucht 160 - 170 15 - 30
Melkrijst Boven- /onderwarmte 180 - 200 40 - 60
Visschotels Boven- /onderwarmte 180 - 200 30 - 60
Gevulde groente Hetelucht 160 - 170 30 - 60
33
BAKKEN OP MEERDERE NIVEAUS
Gebruik de functie: Hetelucht.
Gebruik voor 2 bakplaten de eerste en de vierde
rekstand.
CAKE / GEBAK / BROOD OP BAK-
PLATEN
(°C) (min)
Roomsoezen / Eclairs,
verwarm de oven voor
160 -
180
25 -
45
Kruimeltaart 150 -
160
30 -
45
KOEKJES EN BISCUITS
(°C) (min)
Zandkoekjes 150 -
160
20 -
40
Schuimgebakjes 80 -
100
130 -
170
KOEKJES EN BISCUITS
(°C) (min)
Makarons 100 -
120
40 -
80
Gistdeegkoekjes 160 -
170
30 -
60
Koekjes van bladerdeeg,
verwarm de oven voor
170 -
180
30 -
50
Broodjes 180 20 -
30
TIPS VOOR BRADEN
Gebruik hittebestendig kookgerei.
Geroosterd mager vlees bedekt (u kunt
aluminiumfolie gebruiken).
Braad grote vleesstukken direct in de diepe
bakplaat of op een bakrooster boven de bakplaat.
Doe wat water in de bakplaat om te voorkomen dat
druipend vet verbrandt.
Draai het braadstuk na 1/2 - 2/3 van de gaartijd.
Rooster vlees en vis in grote stukken (1 kg of
meer).
Bedruip vleesstukken meerdere malen met hun
eigen sap tijdens het roosteren.
BRADEN
Gebruik de eerste rekstand.
RUNDVLEES
(°C) (min)
Stoofvlees 1 - 1,5 kg Boven- /onder-
warmte
230 120 - 150
34
RUNDVLEES
(°C) (min)
Rosbief of ossen-
haas, rood, verwarm
de oven voor
1 cm dik Turbo grill 190 - 200 5 - 6
Rosbief of ossen-
haas, medium, ver-
warm de oven voor
1 cm dik Turbo grill 180 - 190 6 - 8
Rosbief of ossen-
haas, gaar, verwarm
de oven voor
1 cm dik Turbo grill 170 - 180 8 - 10
VARKENSVLEES
Gebruik de functie: Turbo grill.
(kg)
(°C) (min)
Schouder / Nek / Hamlap 1 - 1,5 150 - 170 90 - 120
Karbonade / Spare ribs 1 - 1,5 170 - 190 30 - 60
Gehaktbrood 0,75 - 1 160 - 170 50 - 60
Varkensschenkel, voorge-
kookt
0,75 - 1 150 - 170 90 - 120
35
KALFSVLEES
Gebruik de functie: Turbo grill.
(kg)
(°C) (min)
Geroosterd kalfsvlees 1 160 - 180 90 - 120
Kalfsschenkel 1,5 - 2 160 - 180 120 - 150
LAMSVLEES
Gebruik de functie: Turbo grill.
(kg)
(°C) (min)
Lamsbout / Geroo-
sterd lamsvlees
1 - 1,5 150 - 170 100 - 120
Lamsrugfilet 1 - 1,5 160 - 180 40 - 60
WILD
(kg)
(°C) (min)
Rug / Hazen-
poot, verwarm
de oven voor
1 Turbo grill 180 - 200 35 - 55
36
WILD
(kg)
(°C) (min)
Hert rugfilet 1,5 - 2 Boven- /onder-
warmte
180 - 200 60 - 90
Reebout, herten-
bout
1,5 - 2 Boven- /onder-
warmte
180 - 200 60 - 90
GEVOGELTE
Gebruik de functie: Turbo grill.
(kg)
(°C) (min)
Gevogelte, porties 0,2 - 0,25 200 - 220 30 - 50
Halve kip 0,4 - 0,5 190 - 210 40 - 50
Kip, haantje 1 - 1,5 190 - 210 50 - 70
Eend 1,5 - 2 180 - 200 80 - 100
Gans 3,5 - 5 160 - 180 120 - 180
Kalkoen 2,5 - 3,5 160 - 180 120 - 150
Kalkoen 4 - 6 140 - 160 150 - 240
37
VIS
(kg)
(°C) (min)
Hele vis 1 - 1,5 Turbo grill 180 - 200 30 - 50
BROOD BAKKEN
Voorverwarmen wordt niet aanbevolen.
Gebruik de tweede rekstand.
BROOD
(°C) (min)
Witbrood 170 - 190 40 - 60
Stokbrood 200 - 220 35 - 45
Brioche 180 - 200 40 - 60
Ciabatta 200 - 220 35 - 45
Roggebrood 170 - 190 50 - 70
Volkoren brood 170 - 190 50 - 70
Volkorenbrood 170 - 190 40 - 60
Broodjes 190 - 210 20 - 35
38
KNAPPERIG BAKKEN MET PIZZA-FUNCTIE
PIZZA
Gebruik de eerste rekstand.
(°C) (min)
Taarten 180 - 200 40 - 55
Spinazietaart 160 - 180 45 - 60
Quiche Lorraine / Zwitserse flan 170 - 190 45 - 55
Appeltaart, bedekt 150 - 170 50 - 60
PIZZA
Warm de lege oven voor het koken voor.
Gebruik de tweede rekstand.
(°C) (min)
Pizza, dunne korst, gebruik de
braadpan
210 - 230 15 - 25
Pizza, dikke korst 180 - 200 20 - 30
Ongedesemd brood 210 - 230 10 - 20
Bladerdeegtaart 160 - 180 45 - 55
Flammkuchen 210 - 230 15 - 25
39
PIZZA
Warm de lege oven voor het koken voor.
Gebruik de tweede rekstand.
(°C) (min)
Pierogi 180 - 200 15 - 25
Groentetaart 160 - 180 50 - 60
GRILL
Warm de lege oven voor het koken voor.
Alleen dunne stukken vlees of vis grillen.
Plaats een pan op de eerste rekstand om vet op te
vangen.
GRILLEN
(°C)
(min)
1e kant
(min)
2e kant
Rosbief 210 - 230 30 - 40 30 - 40 2
Runderfilet 230 20 - 30 20 - 30 3
Varkenshaas 210 - 230 30 - 40 30 - 40 2
Kalfsvlees 210 - 230 30 - 40 30 - 40 2
Lamsrugfilet 210 - 230 25 - 35 20 - 25 3
Hele vis, 0,5 - 1 kg 210 - 230 15 - 30 15 - 30 3 / 4
40
BEVROREN GERECHTEN
ONTDOOIEN
(°C) (min)
Pizza, bevroren 200 - 220 15 - 25 2
American pizza, bevroren 190 - 210 20 - 25 2
Pizza, gekoeld 210 - 230 13 - 25 2
Pizzasnacks, bevroren 180 - 200 15 - 30 2
Frietjes, dun 190 - 210 15 - 25 3
Frietjes, dik 190 - 210 20 - 30 3
Aardappelschijfjes / Kroketjes 190 - 210 20 - 40 3
Rösties 210 - 230 20 - 30 3
Lasagne / Cannelloni, vers 170 - 190 35 - 45 2
Lasagne / Cannelloni, bevroren 160 - 180 40 - 60 2
Gebakken kaas 170 - 190 20 - 30 3
Vleugels van kippen 180 - 200 40 - 50 2
INMAKEN
Gebruik de functie Onderwarmte.
Gebruik alleen weckpotten van dezelfde
afmetingen.
Gebruik geen weckpotten met een draai- of
bajonetsluiting en metalen bakken.
Gebruik de eerste rekstand.
Zet niet meer dan zes weckflessen van 1 liter op
het bakrooster.
Vul de glazen potten gelijkmatig en sluit ze af met
een klem.
De potten mogen elkaar niet aanraken.
Doe ongeveer 1/2 liter water in de bakplaat om
voldoende vocht in de oven te geven.
Als de vloeistof in de weckpotten begint te borrelen
(na ca. 35 - 60 minuten bij weckpotten van 1 liter),
stop de oven of verlaag de temperatuur tot 100 °C
(raadpleeg de tabel).
Stel de temperatuur in op 160 - 170 °C.
ZACHTE VRUCH-
TEN
(min)
Kooktijd tot het sud-
deren begint
Aardbeien / Bosbes-
sen / Frambozen / rij-
pe kruisbessen
35 - 45
41
STEEN-
VRUCHTEN
(min)
Kooktijd tot
het sudderen
begint
(min)
Door blijven
koken op
100 °C
Perziken /
Kweeperen /
Pruimen
35 - 45 10 - 15
GROENTEN
(min)
Kooktijd tot
het sudderen
begint
(min)
Door blijven
koken op
100 °C
Wortelen 50 - 60 5 - 10
Komkommers 50 - 60 -
Gemengde
augurken
50 - 60 5 - 10
Koolrabi /
Erwten / As-
perge
50 - 60 15 - 20
DEHYDRATEREN - HETELUCHT
Gebruik hiervoor een met boterhampapier of
bakpapier belegde plaat.
Stop de oven voor een beter resultaat halverwege
de droogtijd, open de deur en laat het één nacht
afkoelen om het drogen te voltooien.
Gebruik voor 1 bakplaat de derde rekstand.
Gebruik voor 2 bakplaten de eerste en de vierde
rekstand.
GROENTEN
(°C) (u)
Bonen 60 - 70 6 - 8
Paprika’s 60 - 70 5 - 6
Soepgroenten 60 - 70 5 - 6
Champignons 50 - 60 6 - 8
Kruiden 40 - 50 2 - 3
Stel de temperatuur in op 60 - 70 °C.
FRUIT
(u)
Pruimen 8 - 10
Abrikozen 8 - 10
Schijfjes appel 6 - 8
Peren 6 - 9
VOEDSELSENSOR
RUNDVLEES
Kerntemperatuur (°C) van voedsel
Saignant Medium Bien cuit
Rosbief 45 60 70
Entrecote 45 60 70
42
RUNDVLEES
Kerntemperatuur (°C) van voedsel
Minder Medium Meer
Gehaktbrood 80 83 86
VARKENSVLEES
Kerntemperatuur (°C) van voedsel
Minder Medium Meer
Ham / Braadstuk 80 84 88
Rugkotelet / Varkenshaas, gerookt /
Varkenshaas, gepocheerd
75 78 82
KALFSVLEES
Kerntemperatuur (°C) van voedsel
Minder Medium Meer
Geroosterd kalfsvlees 75 80 85
Kalfsschenkel 85 88 90
SCHAPENVLEES/LAMSVLEES
Kerntemperatuur (°C) van voedsel
Minder Medium Meer
Schapenbout 80 85 88
Rugfilet schapenvlees 75 80 85
Geroosterd lamsvlees / Lamsbout 65 70 75
43
WILD
Kerntemperatuur (°C) van voedsel
Minder Medium Meer
Hazenrugfilet / Hert rugfilet 65 70 75
Hazenpoot / Haas, heel / Hertenbout 70 75 80
GEVOGELTE
Kerntemperatuur (°C) van voedsel
Minder Medium Meer
Kip 80 83 86
Eend, hele/halve / Kalkoen, hele/halve 75 80 85
Eendenborst 60 65 70
VIS (ZALM, FOREL, SNOEK-
BAARS)
Kerntemperatuur (°C) van voedsel
Minder Medium Meer
Vis, hele/grote/gestoomde / Vis, hele/
grote/geroosterde
60 64 68
OVENSCHOTELS - VOORGE-
KOOKTE GROENTEN
Kerntemperatuur (°C) van voedsel
Minder Medium Meer
Ovenschotel courgette / Ovenschotel
broccoli / Ovenschotel venkel
85 88 91
44
OVENSCHOTELS - HARTIG
Kerntemperatuur (°C) van voedsel
Minder Medium Meer
Cannelloni / Lasagne / Pasta gebak-
ken
85 88 91
OVENSCHOTELS - ZOET
Kerntemperatuur (°C) van voedsel
Minder Medium Meer
Ovenschotel witbrood met/zonder
fruit / Ovenschotel rijstepap met/
zonder fruit / Ovenschotel zoete noe-
dels
80 85 90
WARMELUCHT (VOCHTIG) - AANBEVOLEN
ACCESSOIRES
Gebruik de donkere en niet-reflecterende bakjes en
schalen. Ze nemen de warmte beter op dan licht en
reflecterend servies.
Pizza pan
Ovenschotel
Ovenschaal-
tjes
Blik voor flanbodem
Donker, niet-reflecte-
rend
Diameter van 28 cm
Donker, niet-reflecterend
Diameter van 26 cm
Keramiek
8 cm diameter,
5 cm hoog
Donker, niet-reflecte-
rend
Diameter van 28 cm
WARMELUCHT (VOCHTIG)
Volg voor de beste resultaten de volgende
aanwijzingen op die hieronder in de tabel staan.
Gebruik de derde rekstand.
45
(°C) (min)
Pastagratin 200 - 220 45 - 55
Aardappelgratin 180 - 200 70 - 85
Moussaka 170 - 190 70 - 95
Lasagne 180 - 200 75 - 90
Cannelloni 180 - 200 70 - 85
Broodpudding 190 - 200 55 - 70
Rijstpudding 170 - 190 45 - 60
Appeltaart, gemaakt van zacht cakedeeg (ronde
taartvorm)
160 - 170 70 - 80
Witbrood 190 - 200 55 - 70
AANWIJZINGEN VOOR TESTINSTITUTEN
Testen in overeenstemming met: EN 60350, IEC
60350.
BAKKEN OP ÉÉN NIVEAU. Bakken in een bakblik
(°C) (min)
Biscuittaart zonder vet Hetelucht 140 - 150 35 - 50 2
Biscuittaart zonder vet Boven- /onderwarm-
te
160 35 - 50 2
Appeltaart, 2 blikken
Ø20 cm
Hetelucht 160 60 - 90 2
Appeltaart, 2 blikken
Ø20 cm
Boven- /onderwarm-
te
180 70 - 90 1
46
BAKKEN OP ÉÉN NIVEAU. Koekjes
Gebruik de derde rekstand.
(°C) (min)
Zandtaartdeeg / Deegreep-
jes voor op vlaaien/taarten
Hetelucht 140 25 - 40
Zandtaartdeeg / Deegreep-
jes voor op vlaaien/taarten,
verwarm de oven voor
Boven- /onderwarmte 160 20 - 30
Kleine cakes, 20 stuks per
bakplaat, verwarm de oven
voor
Hetelucht 150 20 - 35
Kleine cakes, 20 stuks per
bakplaat, verwarm de oven
voor
Boven- /onderwarmte 170 20 - 30
BAKKEN OP MEERDERE NIVEAUS. Koekjes
(°C) (min)
Zandtaartdeeg / Dee-
greepjes voor op vlaaien/
taarten
Hetelucht 140 25 - 45 1 / 4
Kleine cakes, 20 stuks per
bakplaat, verwarm de oven
voor
Hetelucht 150 23 - 40 1 / 4
Biscuittaart zonder vet Hetelucht 160 35 - 50 1 / 4
47
GRILLEN
Verwarm de lege oven 5 minuten voor.
Grill met de maximale temperatuurinstelling.
(min)
Geroosterd brood Grill 1 - 3 5
Biefstuk, halverwege de berei-
dingstijd omdraaien
Grill 24 - 30 4
AANWIJZINGEN VOOR TESTINSTITUTEN
Testen voor de functie: Stoom.
Testen volgens IEC 60350.
Stel de temperatuur in op 99 °C.
Container (Gas-
tronorm)
(kg)
(min)
Broccoli, ver-
warm de oven
voor
1 x 2/3 ge-
perforeerd
0,3 3 13 - 15 Plaats de bak-
plaat op het
eerste ovenni-
veau.
Broccoli, ver-
warm de oven
voor
2 x 2/3 ge-
perforeerd
2 x 0,3 2 en 4 13 - 15 Plaats de bak-
plaat op het
eerste ovenni-
veau.
Broccoli, ver-
warm de oven
voor
1 x 2/3 ge-
perforeerd
max. 3 15 - 18 Plaats de bak-
plaat op het
eerste ovenni-
veau.
48
Stel de temperatuur in op 99 °C.
Container (Gas-
tronorm)
(kg)
(min)
Erwten, be-
vroren
2 x 2/3 ge-
perforeerd
2 x 1,5 2 en 4 Totdat de
tempera-
tuur in het
koelste
gedeelte
85 °C be-
reikt.
Plaats de bak-
plaat op het
eerste ovenni-
veau.
ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING! Raadpleeg de
hoofdstukken Veiligheid.
OPMERKINGEN OVER SCHOONMAKEN
Reinigings-
middelen
Maak de voorkant van de oven schoon met een zachte doek, warm water en een
mild reinigingsmiddel.
Gebruik een reinigingsoplossing om metalen oppervlakken te reinigen.
Reinig vlekken met een mild reinigingsmiddel.
Dagelijks ge-
bruik
Reinig de uitsparing telkens na gebruik. Vetophoping of andere resten kunnen
brand veroorzaken.
Bewaar het voedsel niet langer dan 20 minuten in de oven. Droog de uitsparing na
elk gebruik met een zachte doek.
Accessoires
Reinig alle accessoires na elk gebruik en laat ze drogen. Gebruik een zachte doek
met warm water en een mild reinigingsmiddel. De accessoires niet in de afwasma-
chine reinigen.
Reinig de antiaanbakaccessoires niet met agressieve reinigingsmiddelen of scher-
pe voorwerpen.
HOE TE VERWIJDEREN: INSCHUIFRAILS/
Verwijder de inschuifrails om de oven te reinigen.
49
Stap 1 Schakel de oven uit en wacht tot deze afgekoeld is.
Stap 2 Trek de inschuifrails voorzichtig
naar boven toe uit de voorste
ophanging.
2
3
1
Stap 3 Trek de inschuifrail bij de voor-
kant uit de zijwand.
Stap 4 Trek de inschuifrails uit de ach-
terste ophanging.
Installeer de inschuifrails in de omgekeerde volgorde.
GA ALS VOLGT TE WERK VOOR GEBRUIK:
STOOMREINIGING
Voordat u begint:
Schakel de oven uit en
wacht tot deze afgekoeld
is.
Verwijder alle accessoires en ver-
wijderbare inschuifrails.
Maak de voorkant van de oven
schoon met een zachte doek,
warm water en een mild reini-
gingsmiddel.
Stap 1 Vul de waterlade tot het maximale niveau tot het geluidssignaal klinkt of het display het be-
richt toont.
Stap 2 Selecteer: Menu / Reinigen.
Functie Omschrijving Duur
Stoomreiniging Lichte reiniging 30 min
Stoomreiniging Plus Normale reiniging
Bespray de ruimte met een reinigings-
middel.
75 min
Stap 3 Schakel de functie in. Volg de instructies op het display.
Als de reiniging is voltooid klinkt er een geluidssignaal.
Stap 4 Druk op een willekeurig symbool om het signaal uit te zetten.
Wanneer deze functie werkt, is de lamp uit.
Na afloop van de reiniging:
Schakel de oven uit. Wanneer de oven koud is, droogt u
de ovenruimte met een zachte doek.
Laat de ovendeur open en
wacht tot de ovenruimte droog
is.
REINIGINGSHERINNERING
Wanneer de herinnering verschijnt, is reiniging noodzakelijk.
50
Gebruik de functie: Stoomreiniging Plus.
U kunt de herinnering in- en uitschakelen in het menu: Basis instellingen .
GA ALS VOLGT TE WERK VOOR GEBRUIK:
ONTKALKEN
Voordat u begint:
Schakel de oven uit en wacht
tot deze afgekoeld is.
Verwijder alle accessoires en
verwijderbare inschuifrails.
Controleer of de waterlade leeg
is.
Duur van het eerste deelongeveer 100 min.
Stap 1 Plaats de braadpan op het eerste ovenniveau.
Stap 2 Giet 250 ml antikalkmiddel in de waterlade.
Stap 3 Vul het resterende gedeelte van de waterlade tot het maximale niveau met water tot het
signaal klinkt of het display het bericht toont.
Stap 4 Selecteer: Menu / Reinigen.
Stap 5 Schakel de functie in en volg de instructies op het display.
Het eerste deel van het ontkalken begint.
Stap 6 Nadat het eerste deel voorbij is, maakt u de braadpan leeg en plaatst u deze terug op het
eerste ovenniveau.
Duur van het eerste deelongeveer 35 min.
Stap 7 Vul het resterende gedeelte van de waterlade tot het maximale niveau met water tot het
signaal klinkt of het display het bericht toont.
Stap 8 Wanneer de functie is afgelopen, verwijdert u de braadpan.
Wanneer deze functie werkt, is de lamp uit.
Wanneer het ontkalken eindigt:
Schakel de oven uit. Wanneer de oven koud is,
droogt u de ovenruimte met
een zachte doek.
Laat de ovendeur open en
wacht tot de ovenruimte droog
is.
Als er na het ontkalken nog wat kalksteenresten in de oven achterblijven, wordt op het display ge-
vraagd de procedure te herhalen.
ONTKALKMELDER
Er zijn twee melders die u de instructie geven om de oven te ontkalken. U kunt de ontkalkmelder niet
uitschakelen.
51
Type Omschrijving
Zachte herinnering Raadt u aan om de oven te ontkalken.
Harde herinnering Verplicht u om de oven te ontkalken. Als u de oven niet ontkalkt wanneer de
harde herinnering is ingeschakeld, zijn de stoomfuncties uitgeschakeld.
Deze herinneringen worden telkens geactiveerd wanneer u de oven uitschakelt.
GA ALS VOLGT TE WERK VOOR GEBRUIK:
SPOELEN
Voordat u begint:
Schakel de oven uit en wacht tot deze afgekoeld
is.
Verwijder alle accessoires en verwijderbare in-
schuifrails.
Stap 1 Plaats de braadpan op het eerste ovenniveau.
Stap 2 Vul de waterlade tot het maximale niveau met water tot het geluidssignaal klinkt of het dis-
play het bericht toont.
Stap 3 Selecteer: Menu / Reinigen / Spoelen.
Duur: ongeveer 30 min
Stap 4 Schakel de functie in en volg de instructies op het display.
Stap 5 Wanneer de functie is afgelopen, verwijdert u de braadpan.
Wanneer deze functie werkt, is de lamp uit.
GA ALS VOLGT TE WERK VOOR GEBRUIK:
RESERVOIR LEDIGEN
Gebruik het met de stoomverwarmingsfunctie om het resterende water uit de waterlade te verwijderen.
Voordat u begint:
Schakel de oven uit en wacht tot deze afgekoeld
is.
Verwijder alle accessoires en verwijderbare in-
schuifrails.
Stap 1 Plaats de braadpan op het eerste ovenniveau.
Stap 2 Selecteer: Menu / Reinigen / Reservoir ledigen.
Duur: 6 min
Stap 3 Schakel de functie in en volg de instructies op het display.
Stap 4 Wanneer de functie is afgelopen, verwijdert u de braadpan.
Wanneer deze functie werkt, is de lamp uit.
52
HOE TE VERWIJDEREN EN INSTALLEREN:
DEUR
U kunt de deur en de binnenste glaspanelen
verwijderen om ze schoon te maken. Het aantal
glasplaten verschilt per model.
WAARSCHUWING! De deur is
zwaar.
LET OP! Behandel het glas
voorzichtig, vooral rond de randen van
het voorpaneel. Het glas kan breken.
Stap 1 Open de deur volledig.
A
A
Stap 2 Duw de klemhendels (A) volle-
dig op de twee scharnieren.
Stap 3 Sluit de ovendeur in de eerste
openingsstand (in een hoek
van ongeveer 45°). Pak de
deur aan de zijkanten met bei-
de handen vast en trek deze
onder een opwaartse hoek
weg van de oven. Plaats de
ovendeur met de buitenkant
omlaag op een zachte en ega-
le ondergrond.
45°
Stap 4 Deurafdekking (B) aan de bo-
venkant van de deur aan beide
kanten vastpakken en naar bin-
nen drukken om de klemslui-
ting te ontgrendelen.
1
2
B
Stap 5 Trek de deurlijst naar voren om
hem te verwijderen.
Stap 6 Houd de glasplaten aan de
bovenkant vast en trek deze
een voor een omhoog uit de
geleiding.
53
Stap 7 Reinig de glasplaat met een
sopje. Droog de glasplaat
voorzichtig af. Reinig de glas-
platen niet in de vaatwasser.
Stap 8 Voer na het reinigen de boven-
staande stappen uit in de om-
gekeerde volgorde.
Stap 9 Plaats de kleinste glasplaat eerst, daarna de grotere glasplaten en de deur.
Zorg ervoor dat de glasplaten op de juiste manier worden geplaatst, anders kan het op-
pervlak van de deur oververhit raken.
HOE TE VERVANGEN: LAMP
WAARSCHUWING! Gevaar voor
elektrische schokken.
Het lampje kan heet zijn.
Voordat u de lamp vervangt:
Stap 1 Stap 2 Stap 3
Schakel de oven uit. Wacht tot
de oven afgekoeld is.
Trek de oven uit het stopcon-
tact.
Plaats een doek op de bodem
van de holte.
Bovenlamp
Stap 1 Draai de glazen afdekking om die te
verwijderen.
Stap 2 Verwijder de metalen ring en reinig de glazen afdekking.
Stap 3 Vervang de lamp door een geschikte hittebestendige lamp van 300 °C.
Stap 4 Bevestig de metalen ring aan de glazen afdekking en installeer deze.
Zijlamp
Stap 1 Verwijder de linker inschuifrail om
toegang te krijgen tot de lamp.
Stap 2 Gebruik een Torx 20-schroeven-
draaier om het deksel te verwijde-
ren.
Stap 3 Verwijder en reinig het metalen fra-
me en de afdichting.
Stap 4 Vervang de lamp door een ge-
schikte hittebestendige lamp van
300 °C.
Stap 5 Installeer het metalen frame en de
afdichting. Draai de schroeven
vast.
Stap 6 Installeer de linker inschuifrail.
54
PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING! Raadpleeg de
hoofdstukken Veiligheid.
WAT MOET U DOEN ALS...
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
U kunt de oven niet inschake-
len of bedienen.
De oven is niet aangesloten op
een stopcontact of is niet goed
geïnstalleerd.
Controleer of de oven goed is
aangesloten op het stopcon-
tact (zie het aansluitdiagram in-
dien beschikbaar).
De oven wordt niet warm. De oven staat uit. Schakel de oven in.
De oven wordt niet warm. De klok is niet ingesteld. Stel de klok in.
De oven wordt niet warm. De benodigde kookstanden
zijn niet ingesteld.
Zorg ervoor dat de instellingen
correct zijn.
De oven wordt niet warm. Automatische uitschakeling is
actief.
Raadpleeg 'Automatisch uit-
schakelen'.
De oven wordt niet warm. Het kinderslot is geactiveerd. Raadpleeg "Het kinderslot ge-
bruiken".
De oven wordt niet warm. De zekering is doorgeslagen. Ga na of de zekering de oor-
zaak van de storing is. Als de
zekeringen keer op keer door-
slaan, neemt u contact op met
een erkende installateur.
Het lampje brandt niet. Het lampje is stuk. Vervang het lampje.
De voedselthermometer werkt
niet.
De stekker van de voedselther-
mometer is niet goed in de
aansluiting gestoken.
Steek de stekker van de voed-
selthermometer zo ver mogelijk
in het stopcontact.
Op het display verschijnt F111. De stekker van de voedselther-
mometer is niet goed in de
aansluiting gestoken.
Steek de stekker van de voed-
selthermometer zo ver mogelijk
in het stopcontact.
Het display toont een foutcode
die niet in deze tabel staat.
Er is een elektrische fout. Zet de oven uit via de huis-
zekering of de veiligheids-
schakelaar in de zekering-
kast en schakel deze weer
in.
Neem contact op met de
klantenservice wanneer de
foutcode opnieuw wordt
weergegeven.
Stoom en condens slaan neer
op de gerechten en in de oven-
ruimte.
Het gerecht heeft te lang in de
oven gestaan.
Laat gerechten na het bereiden
niet langer dan 15 - 20 minu-
ten in de oven staan.
55
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
Het apparaat staat aan maar
wordt niet warm. De ventilator
werkt niet. Op het display ver-
schijnt "Demo".
De demofunctie is ingescha-
keld.
Raadpleeg 'Dagelijks gebruik',
hoofdstuk 'Basisinstellingen'.
De ontkalkprocedure wordt on-
derbroken voordat het is afge-
lopen.
Er is een stroomstoring ge-
weest.
Herhaal de procedure.
De ontkalkprocedure wordt on-
derbroken voordat het is afge-
lopen.
De functie is door de gebruiker
gestopt.
Herhaal de procedure.
De grill-/bakplaat bevat na de
ontkalkprocedure geen water.
U heeft de waterlade niet tot
het maximale niveau gevuld.
Controleer of er ontkalkings-
middel / water in de waterlade
zit.
Herhaal de procedure.
Er ligt vies water op de bodem
van de ruimte na de ontkalkcy-
clus.
De grill-/bakplaat bevindt zich
op het verkeerde ovenniveau.
Verwijder het restwater en het
ontkalkingsmiddel van de bo-
dem van de oven. Plaats de
grill-/braadslede op het onder-
ste ovenniveau.
De reinigingsfunctie wordt on-
derbroken voordat het is afge-
lopen.
Er is een stroomstoring ge-
weest.
Herhaal de procedure.
De reinigingsfunctie wordt on-
derbroken voordat het is afge-
lopen.
De functie is door de gebruiker
gestopt.
Herhaal de procedure.
Er ligt te veel water op de bo-
dem van de ruimte na de reini-
gingsfunctie.
U heeft te veel schoonmaak-
middel in het apparaat ge-
sprayed vóór het starten van
de reinigingscyclus.
Bedek alle onderdelen van de
ovenruimte met een dunne
laag schoonmaakmiddel. Spray
het schoonmaakmiddel gelijk-
matig.
Er is geen goed resultaat na de
reinigingsprocedure.
De initiële temperatuur in de
ovenruimte van de stoomreini-
gingsfunctie was te hoog.
Herhaal de cyclus. Laat de cy-
clus lopen als het apparaat is
afgekoeld.
Er is geen goed resultaat na de
reinigingsprocedure.
U hebt de zijroosters niet ver-
wijderd voor het starten van de
reinigingsprocedure. Deze kun-
nen de warmte overbrengen op
de wanden waardoor de pres-
taties afnemen.
Verwijder de zijroosters uit het
apparaat en herhaal de functie.
Er is geen goed resultaat na de
reinigingsprocedure.
U hebt de accessoires niet ver-
wijderd voor het starten van de
reinigingsprocedure. Deze kun-
nen de stoomcyclus beïnvloe-
den waardoor de prestaties af-
nemen.
Verwijder de accessoires uit
het apparaat en herhaal de
functie.
56
ONDERHOUDSGEGEVENS
Als u niet zelf het probleem kunt verhelpen, neem
dan contact op met uw verkoper ofeen erkende
serviceafdeling.
De contactgegevens van het servicecentrum staan
op het typeplaatje. Het typeplaatje bevindt zich aan
de voorkant van de binnenkant van de oven.
Verwijder het typeplaatje niet uit de ovenruimte.
Wij adviseren u om de gegevens hier te noteren:
Model (MOD.) .........................................
Productnummer (PNC) .........................................
Serienummer (S.N.) .........................................
ENERGIEZUINIGHEID
PRODUCTINFORMATIE- EN PRODUCTINFORMATIEBLAD*
Naam leverancier Zanussi
Modelidentificatie ZOHKS8X1 944182409
Energie-efficiëntie-index 81.0
Energie-efficiëntieklasse A+
Energieverbruik bij een standaardbelasting, stand boven +
onderwarmte
1.09 kWh/cyclus
Energieverbruik bij een standaardbelasting, stand hetelucht 0.68 kWh/cyclus
Aantal holtes 1
Warmtebron Elektriciteit
Volume 70 l
Soort oven Inbouwoven
Massa 35.0 kg
* Voor de Europese Unie overeenkomstig EU-verordeningen 65/2014 en 66/2014.
Voor de Republiek Belarus overeenkomstig STB 2478-2017, aanhangsel G; STB 2477-2017, bijlagen
A en B.
Voor Oekraïne overeenkomstig 568/32020.
De energie-efficiëntieklasse is niet van toepassing op Rusland.
EN 60350-1 - Elektrische huishoudelijke kookapparaten - Deel 1: Range-ovens, ovens, stoomovens
en grills - Methoden voor prestatiemeting.
ENERGIEBESPARING
Deze oven bevat functies die u helpen
energie te besparen tijdens het
dagelijks koken.
Zorg ervoor dat de ovendeur gesloten is als u de
oven in werking stelt. Open de ovendeur niet te
vaak tijdens gebruik. Houd het deurrubber schoon
en zorg ervoor dat het goed op zijn plaats vastzit.
Gebruik metalen kookgerei om meer energie te
besparen.
57
Verwarm de oven indien mogelijk niet voor het
koken voor.
Houd de onderbrekingen tussen het bakken zo kort
mogelijk als u een aantal gerechten tegelijkertijd
bereidt.
Bereiding met hete lucht
Gebruik indien mogelijk de bereidingsfuncties met
hete lucht om energie te besparen.
Restwarmte
Bij sommige ovenfuncties worden, als een
programma met tijdselectie (Duur of Einde) in
werking is en de bereidingstijd langer is dan 30
minuten, de verwarmingselementen automatisch
eerder uitgeschakeld.
De lamp en ventilator blijven wel werken. Wanneer
u de oven uitschakelt, geeft het display de
restwarmte aan. U kunt die warmte gebruiken om
het eten warm te houden.
Wanneer de kookduur langer is dan 30 minuten,
verlaag dan de oventemperatuur tot minimaal 3-10
minuten voor het einde van het koken. De
restwarmte in de oven zorgt ervoor dat het gerecht
wordt voltooid.
U kunt de restwarmte gebruiken om andere
maaltijden op te warmen.
Eten warm houden
Kies de laagst mogelijke temperatuurinstelling om
de restwarmte te gebruiken en een maaltijd warm te
houden. Het indicatielampje van de restwarmte of
temperatuur verschijnt op het display.
Koken met de verlichting uitgeschakeld
Schakel de verlichting tijdens het koken uit. Doe het
aan als u het nodig heeft.
Warmelucht (vochtig)
Functie is ontworpen om tijdens de bereiding
energie te besparen.
Wanneer u deze functie gebruikt, gaat de lamp na
30 seconden automatisch uit. U kunt de lamp weer
inschakelen, maar deze actie vermindert de
verwachte energiebesparing.
MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het symbool . Gooi
de verpakking in een geschikte afvalcontainer om
het te recycleren. Bescherm het milieu en de
volksgezondheid en recycleer op een correcte
manier het afval van elektrische en elektronische
apparaten. Gooi apparaten gemarkeerd met het
symbool niet weg met het huishoudelijk afval.
Breng het product naar het milieustation bij u in de
buurt of neem contact op met de gemeente.
58
*
WWW.ZANUSSI.COM/SHOP
867361705-B-292020
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60

Zanussi ZOHKS8X1 Handleiding

Type
Handleiding