Whirlpool ARMXXL 125 (EU)/HA Gebruikershandleiding

Type
Gebruikershandleiding
13
NL
Nederlands
Inhoud
Installatie, 14-15
Uitpakken en waterpas zetten
Hydraulische en elektrische aansluitingen
Eerste wascyclus
Technische gegevens
Beschrijving van de wasdroogmachine en
starten van een programma, 16-17
Bedieningspaneel
Controlelampjes
Een programma starten
Programmas, 18
Programmatabel
Persoonlijke instellingen, 19
Instellen van de temperatuur
Instellen van het drogen
Functies
Wasmiddelen en wasgoed, 20
Wasmiddelbakje
Bleekcyclus
Voorbereiden van het wasgoed
Bijzondere kledingstukken
Balanceersysteem van de lading
Voorzorgsmaatregelen en advies, 21
Algemene veiligheid
Afvalverwijdering
Onderhoud en verzorging, 22
Afsluiten van water en stroom
Reinigen van de wasdroogmachine
Reinigen van het wasmiddelbakje
Onderhoud van deur en trommel
Reinigen van de pomp
Controleren van de buis van de watertoevoer
Storingen en oplossingen, 23
Service, 24
NL
ARMXXL 125
Gebruiksaanwijzing
WASDROOGMACHINE
! Dit symbool herinnert u eraan om deze gebruikshandleiding te lezen.
14
NL
Installatie
Het is belangrijk deze handleiding te bewaren voor
latere raadpleging. In het geval u het apparaat
verkoopt, of u verhuist, moet het boekje bij de
wasdroogmachine blijven zodat de nieuwe gebruiker
de functies en betreffende raadgevingen kan
doornemen.
Lees de instructies aandachtig door: u vindt er
belangrijke informatie betreffende installatie, gebruik
en veiligheid.
Uitpakken en waterpas zetten
Uitpakken
1. De wasdroogmachine uitpakken.
2. Controleer of de wasdroogmachine geen schade
heeft geleden gedurende het vervoer. Indien dit wel
het geval is moet hij niet worden aangesloten en
moet u contact opnemen met de handelaar.
3. Verwijder de 4
schroeven die het
apparaat beschermen
tijdens het vervoer en de
rubberen ring met
bijbehorende
afstandsleider die zich
aan de achterkant
bevinden (zie afbeelding).
4. Sluit de openingen af met de bijgeleverde plastic
doppen.
5. Bewaar alle onderdelen: mocht de
wasdroogmachine ooit worden vervoerd, dan moeten
deze weer worden aangebracht.
Het verpakkingsmateriaal is geen speelgoed voor
kinderen.
Waterpas zetten
1. Installeer de wasdroogmachine op een rechte en
stevige vloer en laat hem niet steunen tegen een
muur, meubel of dergelijke.
2. Als de vloer niet
volledig horizontaal is
kunt u de
onregelmatigheid
opheffen door de
stelvoetjes aan de
voorkant losser of vaster
te schroeven (zie
afbeelding); de
inclinatiehoek, gemeten
ten opzichte van het
werkvlak, mag de niet overschrijden.
Een correcte nivellering geeft de machine stabiliteit en
voorkomt trillingen, lawaai en het zich verplaatsen van
de automaat tijdens de werking. In het geval van
vloerbedekking of een tapijt regelt u de stelvoetjes
zodanig dat onder de wasmachine genoeg plaats is
voor ventilatie.
Hydraulische en elektrische
aansluitingen
Aansluiting van de watertoevoerbuis
1. Sluit de toevoerbuis aan
op de koudwaterkraan
met een mondstuk met
schroefdraad van 3/4 gas
(zie afbeelding).
Voordat u de
wasdroogmachine aansluit
moet u het water laten
lopen totdat het helder is.
2. Verbind de
watertoevoerbuis aan de
wasdroogmachine door
hem op de betreffende
watertoevoer te
schroeven, rechtsboven
aan de achterkant
(zie afbeelding).
3. Let erop dat er geen knellingen of kronkels in de
buis zijn.
De waterdruk van de kraan moet zich binnen de
waarden van de tabel Technische Gegevens bevinden
(zie bladzijde hiernaast).
Als de toevoerbuis niet lang genoeg is moet u zich
wenden tot een gespecialiseerde winkel of een
bevoegde installateur.
Gebruik nooit tweedehands buizen.
Gebruik de buizen die bij het apparaat worden
geleverd.
15
NL
65 - 100 cm
Aansluiting van de afvoerbuis
Verbind de buis, zonder
hem te buigen, aan een
afvoerleiding of aan een
afvoer in de muur tussen
de 65 en 100 cm van de
grond
af of hang hem aan de
rand van een wasbak of
badkuip, en bind de
bijgeleverde steun aan
de kraan (zie afbeelding).
Het uiteinde van de
afvoerslang mag niet
onder water hangen.
Gebruik nooit verlengstukken voor de buis; indien dit
niet te vermijden is moet het verlengstuk dezelfde
doorsnede hebben als de oorspronkelijke buis en mag
hij niet langer zijn dan 150 cm.
Elektrische aansluiting
Voordat u de stekker in het stopcontact steekt moet
u zich ervan verzekeren dat:
het stopcontact geaard is en voldoet aan de
geldende normen;
het stopcontact het maximum vermogen van de
wasdroogmachine kan dragen, zoals aangegeven
in de tabel Technische Gegevens (zie hiernaast);
de spanning zich bevindt tussen de waarden die
zijn aangegeven in de tabel Technische Gegevens
(zie hiernaast);
de contactdoos geschikt is voor de stekker van de
wasdroogmachine. Indien dit niet zo is moet de
stekker of het stopcontact vervangen worden.
De wasdroogmachine mag niet buitenshuis worden
geïnstalleerd, ook niet op een beschutte plaats,
aangezien het gevaarlijk is hem aan regen en
onweer bloot te stellen.
Als de wasdroogmachine is geïnstalleerd moet het
stopcontact gemakkelijk te bereiken zijn.
Gebruik geen verlengsnoeren of dubbelstekkers.
Het snoer mag niet gebogen of samengedrukt
worden.
De voedingskabel mag alleen door een bevoegde
installateur worden vervangen.
Belangrijk! De fabrikant kan niet aansprakelijk worden
gesteld wanneer deze normen niet worden nageleefd.
Eerste wascyclus
Na de installatie en voor u de wasdroogmachine in
gebruik neemt, dient u een wascyclus uit te voeren met
wasmiddel maar zonder wasgoed, op het programma 1.
Technische gegevens
Model
ARMXXL 125
Afmetingen
breedte cm 59,5
hoogte cm 85
diepte cm 53,5
Vermogen
van 1 tot 7 kg voor het wassen
van 1 tot 5 kg voor het drogen
Elektrische
aansluitingen
zie het typeplaatje met de technische
eigenschappen dat op het apparaat
is bevestigd
Aansluiting
waterleiding
max. druk 1 MPa (10 bar)
min. druk 0,05 MPa (0,5 bar)
Inhoud trommel 52 liters
Snelheid
centrifuge
tot 1200 toeren per minuut
Controle-program-
ma's volgens de
norm EN 50229
drogen: programma 6; temperatuur
60°C; uitgevoerd met 7 kg lading.
drogen: eerste droging uitgevoerd
met 2 kg lading en de DROOG-knop
op ;
tweede droging uitgevoerd met 5 kg
lading en de DROOG-knop op .
Deze apparatuur voldoet aan de
volgende EEC voorschriften:
- 89/336/EEC van 03/05/89
(Elektromagnetische compatiabiliteit)
en successievelijke modificaties
- 2002/96/CE
- 2006/95/CE (Laagspanning)
16
NL
Wasmiddelbakje: voor wasmiddelen en
wasversterkers (zie Wasmiddelen en wasgoed).
Toets AAN/UIT: voor het in- en uitschakelen van de
wasdroogmachine.
PROGRAMMAKNOP: voor het instellen van de
programmas. Gedurende het programma blijft de
knop stilstaan.
Toetsen met controlelampje FUNCTIE: voor het
selecteren van de beschikbare functies. Het
controlelampje van de gekozen functie zal aanblijven.
TEMPERATUURKNOP: voor het instellen van de
temperatuur of koud wassen
(zie Persoonlijke Instellingen).
DROOGKNOP: voor het instellen van de gewenste
droging (zie Persoonlijke Instellingen).
Controlelampjes VOORTGANG CYCLUS/
UITGESTELDE START: voor het volgen van het
verloop van het wasprogramma.
Het controlelampje geeft de lopende fase weer.
Als de functie Uitgestelde start is ingesteld, tonen
de lampjes de tijd die resteert tot het starten van het
programma (zie pagina hiernaast).
Controlelampje DEUR GEBLOKKEERD: om te zien
of de deur kan worden geopend (zie pagina hiernaast).
Toets met controlelampje START/PAUZE: om
programmas te starten of ze tijdelijk te onderbreken.
N.B.: om de lopende wascyclus te pauzeren drukt u
op deze toets. Het oranje licht van het betreffende
controlelampje zal gaan knipperen terwijl het lampje
van de lopende fase vast aan zal blijven staan. Als het
controlelampje DEUR GEBLOKKEERD
uit is, kunt
u het deurtje openen (wacht circa 3 minuten).
Om het programma te hervatten drukt u opnieuw op
deze toets.
Stand- by modus
Deze wasdroogmachine beschikt, in overeenkomst
met de nieuwe normen betreffende de
energiebesparing, over een systeem wat het apparaat
automatisch na 30 minuten uitschakelt (stand-by)
indien men het niet gebruikt. Druk kort op de AAN/
UIT toets en wacht tot de wasdroogmachine weer
aangaat.
Beschrijving van de wasdroogmachine
en starten van een programma
TEMPERATUUR
KNOP
Wasmiddelbakje
Controlelampjes
VOORTGANG
CYCLUS/UITGESTELDE
START
Toetsen met
controlelampjes
FUNCTIE
AAN/UIT
toets
DROOGKNOP
Controlelampje
DEUR
GEBLOKKEERD
Toets met controlelampje
START/PAUZE
Bedieningspaneel
PROGRAMMAKNOP
17
NL
Controlelampjes
De controlelampjes geven belangrijke informatie.
Ze geven informatie over:
Uitgestelde start
Als de functie Uitgestelde Start is geactiveerd
(zie Persoonlijke Instellingen) zal, nadat het program-
ma is gestart, het controlelampje dat bij de
uitgestelde start hoort gaan knipperen:
Naar gelang de tijd verloopt wordt de resterende
wachttijd getoond, met het knipperen van het
betreffende controlelampje:
Als de gekozen wachttijd is afgelopen gaat het
knipperende controlelampje uit en begint het
ingestelde programma.
Controlelampjes lopende fase
Als u de gewenste wascyclus heeft geselecteerd en
gestart gaan de controlelampjes één voor één aan
om te tonen op welk punt de cyclus is:
N.B.: gedurende de fase van de Waterafvoer gaat het
controlelampje aan dat bij de fase Centrifuge hoort.
Functietoetsen en betreffende
controlelampjes
Als u een functie selecteert gaat het bijbehorende
controlelampje aan. Als de gekozen functie niet geschikt
is voor het ingestelde programma gaat het betreffende
controlelampje knipperen en zal de functie niet worden
geactiveerd. Als een functie wordt ingesteld die niet past
bij een andere, eerder ingestelde, functie, dan blijft
alleen de laatste keuze actief.
Controlelampje deur geblokkeerd:
Als het controlelampje aan is betekent het dat de
deur is geblokkeerd om te verhinderen dat hij per
ongeluk geopend wordt. Om schade te voorkomen
moet u wachten tot het controlelampje uitgaat
voordat u de deur opent (wacht circa 3 minuten).
N.B.: als de functie Uitgestelde Start actief is kunt u
de deur niet openen. Om hem toch te openen zet u
het apparaat op pauze door op de START/PAUZE
toets te drukken.
Als het controlelampje START/PAUZE (oranje) snel
knippert tegelijk met de functietoets betekent dit een
storing (zie Storingen en oplossingen).
Een programma starten
1. Schakel de machine in met de AAN/UIT knop. Alle controlelampjes gaan een paar seconden aan, en daarna blijven
de controlelampjes voor alle instellingen van het geselecteerde programma aan, en knippert het controlelampje START/
PAUZE.
2. Laad het wasgoed in en sluit de deur.
3. Stel het gewenste programma in met de PROGRAMMAKNOP.
4. Stel de wastemperatuur in (zie Persoonlijke instellingen).
5. Stel indien nodig het drogen in (zie Persoonlijke instellingen).
6. Voeg wasmiddel en wasversterkers toe (zie Wasmiddelen en wasgoed).
7. Selecteer de gewenste functies.
8. Start het programma door op de START/PAUZE toets te drukken. Het betreffende controlelampje zal een vast
groen licht vertonen. Om de ingestelde cyclus te annuleren zet u de wasdroogmachine op pauze door op de
START/PAUZE toets te drukken en een nieuwe cyclus te kiezen.
9. Aan het einde van het programma gaat het controlelampje
aan. Het controlelampje DEUR GEBLOKKEERD
gaat uit om aan te geven dat de deur kan worden geopend (wacht circa 3 minuten). Haal het wasgoed eruit en laat
de deur op een kier staan zodat de trommel kan drogen. Schakel de wasdroogmachine uit in met de AAN/UIT toets.
Hoofdwas
Spoelen
Centrifuge
Drogen
Einde hoofdwas
N.B.: zodra u een
droogniveau en -tijd heeft
ingesteld zal dit
controlelampje oplichten
om aan te geven dat de
geselecteerde wascyclus
gevolgd zal worden door
een droogfase.
18
NL
Speciale programmas
Sanitary (programma 6). Een ontsmettend programma op hoge temperaturen dat het gebruik van bleekmiddel
voorziet, op temperaturen van meer dan 60°C. Giet om te bleken het bleekmiddel, het wasmiddel en de
wasversterkers in de betreffende bakjes (zie paragraaf Wasmiddelbakje).
Welterusten (programma 7). Dit is een heel geruisloze cyclus die u s nachts kunt gebruiken als het energietarief lager
is. Het programma is geschikt voor ieder soort synthetische en katoenen stof. Aan het einde van de cyclus stopt het
apparaat met het water nog in de trommel. Om de centrifuge en de waterafvoer uit te voeren moet u op de START/
PAUZE toets drukken. Indien u dit niet doet, zal de wasdroogmachine zelf na 8 uur centrifugeren en water afvoeren.
Baby (programma 8). Programma voor het wassen van typisch kindervuil, met een totale verwijdering van het
wasmiddel om allergie te voorkomen op de tere kinderhuid. Deze cyclus is speciaal ontwikkeld om de hoeveelheid
bacteriën terug te dringen door een vergroot waterverbruik en een optimale toepassing van hygiënische
wasversterkers.
Aan het einde van de wascyclus zal de trommel langzaam ronddraaien om kreukvorming te voorkomen. Om de cyclus
te beëindigen druk u op de START/PAUZE toets.
Mix 30' (programma 4) is bedoeld voor het snel wassen van niet zo vuil wasgoed: het duurt slechts 30 minuten en
bespaart dus elektriciteit en tijd. Met het programma (4 op 30 °C) kunt u verschillende soorten stoffen samen wassen
(behalve zijde en wol) met een lading van max. 3 kg.
Mix 15' (programma 5) is bedoeld voor het snel wassen van niet zo vuil wasgoed: het duurt slechts 15 minuten en
bespaart dus elektriciteit en tijd. Met het programma (5 op 30 °C) kunt u verschillende soorten stoffen samen wassen
(behalve zijde en wol) met een lading van max. 1,5 kg.
Programmas
De gegevens in de tabel geven slechts geschatte waarden weer.
Voor alle Test Institutes:
1) Controleprogramma volgens de norm EN 50229: selecteer het programma 6 met een temperatuur van 60°C.
2) Programma katoen lang: selecteer het programma 6 met een temperatuur van 40°C.
3) Programma katoen kort: selecteer het programma 2 met een temperatuur van 40°C.
Programmatabel
Programmas
Beschrijving van het Programma
Maxi-
male
Te m p
(°C)
Maximaal
toerental
(toeren
per
minuut)
Drogen
Wasmiddel
Maxi-
male
lading
(kg)
Duur
cyclus
Bleek
-
middel
Was-
sen
Wasverza-
chter
Speciale Programma's
6
Sanitary:
Zeer vuile witte was.
90° 1200
lll l
7170
6
Sanitary (1):
Zeer vuil wit en kleurecht bont wasgoed.
60° 1200
l
-
ll
7160
6
Sanitary (2):
Niet zo vuile witte en bonte was.
40° 1200
l
-
ll
7155
7
Welterusten:
Niet zo vuile fijne bonte was.
40° 800 - -
ll
4290
8
Baby:
Zeer vuile fijne bonte was.
40° 800
l
-
ll
2120
9
Zijde/Gordijnen:
Voor zijde, viscose, lingerie.
30° 0 - -
ll
255
10
Wol:
Voor wol, kasjmier, etc.
40° 800
l
-
ll
1,5 55
Programma's voor iedere dag
1
Katoen:
Zeer vuil wit en kleurecht bont wasgoed.
60° 1200
lll l
7130
2
Bont Katoen (3):
Niet zo vuile witte en bonte was.
40° 1200
lll l
785
3
Synthetisch:
Zeer vuile kleurvaste bonte was.
60° 800
l
-
ll
385
3
Synthetisch:
Niet zo vuile kleurvaste bonte was.
40° 800
l
-
ll
370
4
Mix 30':
Voor het snel opfrissen van niet zo vuil wasgoed (niet
geschikt voor wol, zijde en handwas).
30° 800
l
-
ll
330
5
Mix 15':
Voor het snel opfrissen van niet zo vuil wasgoed (niet
geschikt voor wol, zijde en handwas).
30° 800
l
-
ll
1,5 15
Gedeeltelijke Programma's
A
Spoelen - 1200
l
- -
l
735
B
Centrifuge - 1200
l
- - - 715
C
Waterafvoer - 0 - - - - 72
Programmas Drogen
11
Drogen "Katoen" - -
l
- - - 5 -
12
Drogen "Synthetisch" - -
l
- - - 3 -
13
Drogen "Wol" - -
l
- - - 1,5 -
19
NL
Instellen van de temperatuur
Door aan de TEMPERATUURKNOP te draaien kunt u de wastemperatuur instellen (zie Programmatabel).
De temperatuur kan verlaagd worden tot aan koud wassen (
).
De machine voorkomt dat u een temperatuur instelt die hoger is dan het maximum voorzien voor dat programma.
Instellen van het drogen
Door aan de DROOGKNOP te draaien stelt u het
gewenste soort drogen in. Er zijn twee mogelijkheden:
A - Op tijdsbasis: van 40 tot 180 minuten.
B - Op basis van de vochtigheidsgraad van het
gedroogde wasgoed:
Strijkdroog
: enigszins vochtig wasgoed, makkelijk te strijken.
Hanger
: wasgoed dat droog genoeg is om te worden
opgehangen.
Kastdroog
: zeer droog wasgoed, aangeraden voor
handdoeken en badjassen.
Als in een uitzonderlijk geval de lading wasgoed voor wassen en drogen meer is dan het toegestane maximum
(zie Tabel droogtijden), dan voert u eerst het wassen uit. Aan het einde hiervan verdeelt u de lading en laadt u één
gedeelte in de trommel. Volg nu de aanwijzingen voor het uitvoeren van "Alleen drogen".
Doe hetzelfde met de rest van de lading.
Nota: aan het einde van de droogcuclus wordt een afkoeltijd ingevoerd, zelfs als de DROOGKNOP op stand
wordt gezet.
Alleen drogen
Draai de PROGRAMMAKNOP naar een van de droogstanden (11-12-13), aan de hand van het soort stof, en kies
vervolgens de gewenste droogcyclus met de DROOGKNOP.
Functies
De verschillende functies van de wasdroogmachine zorgen voor de door u gewenste schone en witte was.
Voor het activeren van de functies:
1. druk op de toets die bij de gewenste functie hoort;
2. het aangaan van het betreffende controlelampje geeft aan dat de functie actief is.
N.B.: Het snel knipperen van het lampje geeft aan dat de bijbehorende functie niet gekozen kan worden bij het
ingestelde programma.
Uitgestelde Start
Stelt de start van de wasdroogmachine tot aan 9 uur uit.
Druk meerdere malen op de toets totdat het controlelampje dat bij de gewenste vertraging hoort aangaat. Bij de
vijfde druk op de toets wordt de functie uitgeschakeld.
N.B.: Als de START/PAUZE toets eenmaal is ingedrukt kan de vertraging alleen verminderd worden.
Deze optie is bij alle programmas mogelijk.
Extra Spoelen
Door deze functie te selecteren verhoogt u het spoelresultaat en zorgt u ervoor dat elk spoor van wasmiddel
verdwijnt. Deze optie is vooral nuttig bij personen met een gevoelige huid.
Deze optie kan niet worden geactiveerd bij de programmas 4, 5, 11, 12, 13, B, C.
Super Wash
Dankzij het gebruik van een grotere hoeveelheid water in de beginfase van de cyclus en de langere tijdsduur
ervan, garandeert deze functie een zeer effectief wasresultaat.
Deze optie kan niet worden geactiveerd bij de programmas 4, 5, 6, 9, 10, 11, 12, 13, A, B, C.
1200-600
Door het drukken op deze toets vermindert de snelheid van de centrifuge.
Deze optie kan niet worden geactiveerd bij de programmas 9, C, 11, 12, 13.
Persoonlijke instellingen
Soort stof Soort lading Max.
lading
(kg)
Kast-
droog
Hanger Strijk-
droog
Katoen Wasgoed van versch.
grootte, Handdoeken
5 180 170 160
Synthetisch Lakens, overhemden,
Pyjama's, sokken enz.
3 180 170 160
Wol Truien enz.
1,5 150 140 130
Tabel droogtijden (indicatieve waarden)
20
NL
Wasmiddelen en wasgoed
Wasmiddelbakje
Een goed wasresultaat hangt ook af van de juiste
dosis wasmiddel: te veel wasmiddel maakt het
wassen niet beter. Het wasmiddel blijft aan de
binnenzijde van de wasdroogmachine zitten en zorgt
voor het vervuilen van het milieu.
Gebruik nooit wasmiddelen voor handwas aangezien
die te veel schuim vormen.
Trek het laatje naar voren
en giet het wasmiddel of
de wasversterker er als
volgt in:
bakje 1: Wasmiddel voor hoofdwas
(poeder of vloeibaar)
Het vloeibare wasmiddel moet vlak voor de start in
het bakje worden gegoten.
bakje 2: Wasversterkers (wasverzachter, enz.)
De wasverzachter mag niet boven het roostertje
uitkomen.
extra bakje 3: Bleekmiddel
Bleekcyclus
U kunt alleen bleken tijdens de programmas 1, 2, 6.
Giet het bleekmiddel in het extra bakje 3, het
wasmiddel en de wasverzachter in hun
respectievelijke bakjes en stel vervolgens een van
bovenstaande programmas in.
Alleen aangeraden voor zeer vuil katoenen wasgoed.
Voorbereiden van het wasgoed
Verdeel het wasgoed volgens:
- het soort stof / het symbool op het etiket.
- de kleuren: scheid de bonte was van de witte was.
Leeg de zakken en controleer de knopen.
Overschrijd het aangegeven gewicht, berekend
voor droog wasgoed, nooit:
Kleurechte stoffen: max 7 kg
Synthetische stoffen: max 3 kg
Fijne stoffen: max 2 kg
Wol: max 1,5 kg
MAX
1
3
2
Hoeveel weegt wasgoed?
1 laken 400-500 g.
1 sloop 150-200 g.
1 tafelkleed 400-500 g.
1 badjas 900-1200 g.
1 handdoek 150-250 g.
Bijzondere kledingstukken
Zijde: gebruik het speciale programma 9 om alle
zijden kledingstukken te wassen. We raden u aan
een speciaal wasmiddel voor fijne was te gebruiken.
Gordijnen: vouw de gordijnen nauwkeurig en doe
ze in een kussensloop of net. Gebruik het program-
ma 9.
Wol: met het programma 10 is het mogelijk alle
wollen kledingstukken in de wasautomaat te wassen,
ook die met het etiket "alleen handwas"
. Voor de
beste resultaten dient u een specifiek wasmiddel te
gebruiken en nooit de 1,5 kg wasgoed te
overschrijden.
Balanceersysteem van de lading
Om overmatige trillingen te vermijden verdeelt de
automaat de lading voor het centrifugeren op een
gelijkmatige manier. Dit gebeurt door de trommel te
laten draaien op een snelheid die iets hoger ligt dan
de wassnelheid. Als na herhaaldelijke pogingen de
lading nog steeds niet goed is gebalanceerd, zal de
wasdroogmachine de centrifuge op een lagere
snelheid uitvoeren dan die voorzien was. Als de lading
zeer uit balans is zal de wasdroogmachine een
verdeling uitvoeren in plaats van een centrifuge.
Teneinde een betere distributie van de waslading en
een juiste balancering te bereiken raden wij u aan
kleine en grote kledingstukken te mengen.
Kreukvrij
Deze functie onderbreekt het wasprogramma en
houdt het wasgoed in de week voordat het water
wordt afgevoerd.
Deze functie is alleen actief bij het programma 9
(Zijde/Gordijnen) en zorgt ervoor dat er geen kreuken
worden gevormd.
Om de cyclus te beëindigen drukt u op de toets
START/PAUZE.
21
NL
Voorzorgsmaatregelen
en advies
De wasmachine is ontworpen en geproduceerd
volgens de internationale veiligheidsnormen. Deze
aanwijzingen zijn voor uw eigen veiligheid geschreven
en moeten aandachtig worden doorgenomen.
Algemene veiligheid
Dit apparaat is uitsluitend ontworpen voor
huishoudelijk niet-professioneel gebruik.
Het apparaat mag niet worden gebruikt door personen
(kinderen inbegrepen), met beperkte lichamelijke,
sensorische of mentale vermogens of met onvoldoende
ervaring en kennis, tenzij het gebruik plaatsvindt onder
het toezicht of volgens de instructies van een persoon
die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen
moeten in de gaten worden gehouden om te
verzekeren dat ze niet met het apparaat spelen.
- Geen ongewassen kledingstukken drogen.
- Kleding die bevuild is met stoffen zoals kookolie,
aceton, alcohol, benzine, kirosine,
vlekkenverwijderaar, terpentine, was en stoffen om
was te verwijderen moet met een grotere hoeveelheid
wasmiddel in warm water gewassen worden alvorens
de kleding in de wasdroger te drogen.
- Voorwerpen zoals schuimrubber, douchemutsen,
waterdichte stoffen, artikelen met een rubberen
kant en kleding of kussens die onderdelen van
schuimrubber bevatten mogen niet in de wasdroger
gedroogd worden.
- Wasverzachter en gelijksoortige producten
moeten overeenkmostig de instructies van de
fabrikant gebruikt worden.
- Het laatste deel van een droogcyclus wordt
uitgevoerd zonder warmte (koelcyclus) om te
zorgen dat de artikelen niet beschadigd worden.
LET OP: Stop de wasdroger nooit voordat het
droogprogramma beeindigd is. In dit geval snel al
het wasgoed uit de droger halen en het wasgoed
ophangen om het snel te laten drogen.
Raak de machine niet aan als u blootsvoets bent of
met natte of vochtige handen of voeten.
Trek de stekker nooit uit het stopcontact door aan
het snoer te trekken, maar altijd door de stekker
zelf beet te pakken.
Open het wasmiddelbakje niet terwijl de machine in
werking is.
Raak het afvoerwater niet aan aangezien het zeer
heet kan zijn.
Forceer de deur nooit: het veiligheidsmechanisme
dat een ongewild openen van de deur voorkomt,
kan beschadigd worden.
Probeer in geval van storingen nooit zelf de interne
mechanismen van de wasdroogmachine te
repareren.
Zorg ervoor dat kleine kinderen niet te dicht bij de
machine komen als deze in werking is.
De deur kan tijdens het wassen zeer heet worden.
Als de machine verplaatst moet worden, doe dit
dan met twee of drie personen tegelijk en zeer
voorzichtig. Doe dit nooit alleen, want het apparaat
is erg zwaar.
Voordat u het wasgoed in de automaat laadt, moet
u controleren of hij leeg is.
Afvalverwijdering
Het wegdoen van het verpakkingsmateriaal: houdt
u aan de plaatselijke normen zodat het materiaal
hergebruikt kan worden.
De Europese Richtlijn 2002/96/EC over Vernieti
ging van Electrische en Electronische Apparatuur,
vereist dat oude huishoudelijke electrische appa
raten niet mogen vernietigd via de normale
ongesorteerde afvalstroom. Oude apparaten
moeten apart worden ingezameld om zo het
hergebruik van de gebruikte materialen te optima
liseren en de negatieve invloed op de gezondheid
en het milieu te reduceren. Het symbool op het
product van de afvalcontainer met een kruis
erdoor herinnert u aan uw verplichting, dat
wanneer u het apparaat vernietigt, het apparaat
apart moet worden ingezameld.
Consumenten moeten contact opnemen met de
locale autoriteiten voor informatie over de juiste
wijze van vernietiging van hun oude apparaat.
22
NL
Onderhoud en verzorging
Afsluiten van water en stroom
Sluit na iedere wasbeurt de kraan af. Hiermee
beperkt u slijtage van de waterinstallatie van de
wasmachine en voorkomt u lekkage.
Sluit altijd eerst de stroom af voordat u de
wasdroogmachine gaat schoonmaken en
gedurende onderhoudswerkzaamheden.
Reinigen van de wasdroogmachine
De buitenkant en de rubberen onderdelen kunnen
met een spons en een lauw sopje worden
schoongemaakt. Gebruik nooit schuurmiddelen of
oplosmiddelen.
Reinigen van het wasmiddelbakje
Verwijder het bakje door
het op te lichten en
naar voren te trekken
(zie afbeelding).
Was het onder
stromend water. Dit
moet u regelmatig
doen.
Onderhoud van deur en trommel
Laat de deur altijd op een kier staan om nare
luchtjes te vermijden.
1
2
Reinigen van de pomp
De wasautomaat is voorzien van een zelfreinigende
pomp en hoeft dus niet te worden onderhouden. Het
kan echter gebeuren dat kleine voorwerpen (muntjes,
knopen) in het voorvakje dat de pomp beschermt en
zich aan de onderkant ervan bevindt, terechtkomen.
Verzeker u ervan dat de wascyclus klaar is en haal
de stekker uit het stopcontact.
Toegang tot het voorvakje:
1. verwijder het
afdekpaneel aan de
voorkant van de
wasautomaat met behulp
van een
schroevendraaier
(zie afbeelding);
2. draai het deksel eraf,
tegen de klok in
(zie afbeelding): het is
normaal dat er een
beetje water uit komt;
3. maak de binnenkant goed schoon;
4. schroef het deksel er weer op;
5. monteer het paneel weer, met de haakjes goed
bevestigd in de juiste openingen, voordat u het paneel
tegen de machine aandrukt.
Controleren van de buis van de
watertoevoer
Controleer minstens eenmaal per jaar de slang van de
watertoevoer. Als er barstjes of scheuren in zitten
moet hij vervangen worden: gedurende het wassen
kan de hoge waterdruk onverwachts breuken
veroorzaken.
Gebruik nooit tweedehands buizen.
23
NL
Storingen en oplossingen
Het kan gebeuren dat de wasdroogmachine niet werkt. Voor u contact opneemt met de Servicedienst (zie Service)
moet u controleren of het niet een storing betreft die u zelf makkelijk kunt verhelpen met behulp van de volgende lijst.
Storingen:
De wasdroogmachine gaat niet aan.
De wascyclus start niet.
De wasdroogmachine heeft geen
watertoevoer (het
controlelampje van de eerste
wasfase knippert snel).
De wasdroogmachine blijft water
aan- en afvoeren.
De wasdroogmachine voert het
water niet af of centrifugeert niet.
De machine trilt erg tijdens het
centrifugeren.
De wasdroogmachine lekt.
Het controlelampje START/PAUZE
(oranje) en de controlelampjes
van de functies knipperen snel.
Er ontstaat teveel schuim.
De wasdroogmachine droogt
niet.
Mogelijke oorzaken / Oplossing:
De stekker zit niet in het stopcontact of niet ver genoeg om contact te maken.
Het hele huis zit zonder stroom.
De deur zit niet goed dicht.
De AAN/UIT toets is niet ingedrukt.
De START/PAUZE toets is niet ingedrukt.
De waterkraan is niet open.
De uitgestelde start is ingesteld (zie Persoonlijke Instellingen).
De watertoevoerbuis is niet aangesloten op de kraan.
De buis is gebogen.
De waterkraan is niet open.
Het hele huis zit zonder water.
Er is onvoldoende druk.
De START/PAUZE toets is niet ingedrukt.
De afvoerbuis is niet op 65 tot 100 cm afstand van de grond af
geïnstalleerd (zie Installatie).
Het uiteinde van de afvoerbuis ligt onder water (zie Installatie).
De afvoer in de muur heeft geen ontluchting.
Als na deze controles het probleem niet is opgelost, moet u de
waterkraan dichtdraaien, de wasdroogmachine uitzetten en de
Servicedienst inschakelen. Als u op een van de hoogste verdiepingen van
een flatgebouw woont kan zich een hevelingsprobleem voordoen, waarbij
de wasdroogmachine voortdurend water aan- en afvoert. Om deze
storing te verhelpen zijn er in de handel speciale beluchters te koop.
Het programma voorziet geen afvoer: bij enkele programmas moet dit
met de hand worden gestart.
De functie Kreukvrij is ingeschakeld: voor het beëindigen van het
programma drukt u op de START/PAUZE toets (Persoonlijke Instellingen).
De afvoerbuis is gebogen (zie Installatie).
De afvoerleiding is verstopt.
De trommel is bij het installeren niet op de juiste wijze gedeblokkeerd
(zie Installatie).
De wasdroogmachine staat niet goed recht (zie Installatie).
De wasdroogmachine staat te krap tussen meubels en muur (zie Installatie).
De buis van de watertoevoer is niet goed aangeschroefd (zie Installatie).
Het wasmiddelbakje is verstopt (voor reiniging zie Onderhoud en verzorging).
De afvoerbuis is niet goed aangesloten (zie Installatie).
Doe de wasdroogmachine uit en haal de stekker uit het stopcontact.
Wacht circa 1 minuut en doe hem daarna weer aan.
Als de storing voortzet, dient u de Servicedienst in te schakelen.
Het wasmiddel is niet bedoeld voor wasautomaten (er moet voor
wasdroogmachine, handwas en machinewas, of dergelijke op staan).
U heeft teveel wasmiddel gebruikt.
De stekker is niet in het stopcontact of niet ver genoeg ingestoken om
contact te maken.
Er is geen stroom.
De deur is niet goed dicht.
De uitgestelde start is ingesteld (zie Persoonlijke Instellingen).
De DROOG-knop staat op
.
24
NL
Service
Voordat u de Servicedienst inschakelt:
Controleer eerst of u het probleem zelf kunt oplossen (zie Storingen en oplossingen).
Start het programma opnieuw om te controleren of de storing is verholpen;
Als dit niet het geval is moet u contact opnemen met de erkende Technische Servicedienst via het
telefoonnummer dat op het garantiebewijs staat.
Wendt u nooit tot een niet erkende installateur.
Vermeld:
het type storing;
het model van de machine (Mod.);
het serienummer (S/N).
Deze informatie vindt u op het typeplaatje aan de achterkant van de wasdroogmachine en aan de voorzijde als
u het deurtje opendoet.

Documenttranscriptie

Gebruiksaanwijzing WASDROOGMACHINE ! NL Nederlands Dit symbool herinnert u eraan om deze gebruikshandleiding te lezen. NL Inhoud Installatie, 14-15 Uitpakken en waterpas zetten Hydraulische en elektrische aansluitingen Eerste wascyclus Technische gegevens Beschrijving van de wasdroogmachine en starten van een programma, 16-17 Bedieningspaneel Controlelampjes Een programma starten ARMXXL 125 Programma’s, 18 Programmatabel Persoonlijke instellingen, 19 Instellen van de temperatuur Instellen van het drogen Functies Wasmiddelen en wasgoed, 20 Wasmiddelbakje Bleekcyclus Voorbereiden van het wasgoed Bijzondere kledingstukken Balanceersysteem van de lading Voorzorgsmaatregelen en advies, 21 Algemene veiligheid Afvalverwijdering Onderhoud en verzorging, 22 Afsluiten van water en stroom Reinigen van de wasdroogmachine Reinigen van het wasmiddelbakje Onderhoud van deur en trommel Reinigen van de pomp Controleren van de buis van de watertoevoer Storingen en oplossingen, 23 Service, 24 13 Installatie NL  Het is belangrijk deze handleiding te bewaren voor latere raadpleging. In het geval u het apparaat verkoopt, of u verhuist, moet het boekje bij de wasdroogmachine blijven zodat de nieuwe gebruiker de functies en betreffende raadgevingen kan doornemen. Een correcte nivellering geeft de machine stabiliteit en voorkomt trillingen, lawaai en het zich verplaatsen van de automaat tijdens de werking. In het geval van vloerbedekking of een tapijt regelt u de stelvoetjes zodanig dat onder de wasmachine genoeg plaats is voor ventilatie.  Lees de instructies aandachtig door: u vindt er belangrijke informatie betreffende installatie, gebruik en veiligheid. Hydraulische en elektrische aansluitingen Uitpakken en waterpas zetten Uitpakken 1. De wasdroogmachine uitpakken. 2. Controleer of de wasdroogmachine geen schade heeft geleden gedurende het vervoer. Indien dit wel het geval is moet hij niet worden aangesloten en moet u contact opnemen met de handelaar. 3. Verwijder de 4 schroeven die het apparaat beschermen tijdens het vervoer en de rubberen ring met bijbehorende afstandsleider die zich aan de achterkant bevinden (zie afbeelding). 4. Sluit de openingen af met de bijgeleverde plastic doppen. 5. Bewaar alle onderdelen: mocht de wasdroogmachine ooit worden vervoerd, dan moeten deze weer worden aangebracht.  Het verpakkingsmateriaal is geen speelgoed voor kinderen. Waterpas zetten 1. Installeer de wasdroogmachine op een rechte en stevige vloer en laat hem niet steunen tegen een muur, meubel of dergelijke. 2. Als de vloer niet volledig horizontaal is kunt u de onregelmatigheid opheffen door de stelvoetjes aan de voorkant losser of vaster te schroeven (zie afbeelding); de inclinatiehoek, gemeten ten opzichte van het werkvlak, mag de 2° niet overschrijden. 14 Aansluiting van de watertoevoerbuis 1. Sluit de toevoerbuis aan op de koudwaterkraan met een mondstuk met schroefdraad van 3/4 gas (zie afbeelding). Voordat u de wasdroogmachine aansluit moet u het water laten lopen totdat het helder is. 2. Verbind de watertoevoerbuis aan de wasdroogmachine door hem op de betreffende watertoevoer te schroeven, rechtsboven aan de achterkant (zie afbeelding). 3. Let erop dat er geen knellingen of kronkels in de buis zijn.  De waterdruk van de kraan moet zich binnen de waarden van de tabel Technische Gegevens bevinden (zie bladzijde hiernaast).  Als de toevoerbuis niet lang genoeg is moet u zich wenden tot een gespecialiseerde winkel of een bevoegde installateur.  Gebruik nooit tweedehands buizen.  Gebruik de buizen die bij het apparaat worden geleverd. Aansluiting van de afvoerbuis 65 - 100 cm Verbind de buis, zonder hem te buigen, aan een afvoerleiding of aan een afvoer in de muur tussen de 65 en 100 cm van de grond  Gebruik geen verlengsnoeren of dubbelstekkers. NL  Het snoer mag niet gebogen of samengedrukt worden.  De voedingskabel mag alleen door een bevoegde installateur worden vervangen. Belangrijk! De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld wanneer deze normen niet worden nageleefd. af of hang hem aan de rand van een wasbak of badkuip, en bind de bijgeleverde steun aan de kraan (zie afbeelding). Het uiteinde van de afvoerslang mag niet onder water hangen.  Gebruik nooit verlengstukken voor de buis; indien dit niet te vermijden is moet het verlengstuk dezelfde doorsnede hebben als de oorspronkelijke buis en mag hij niet langer zijn dan 150 cm. Elektrische aansluiting Voordat u de stekker in het stopcontact steekt moet u zich ervan verzekeren dat: • het stopcontact geaard is en voldoet aan de geldende normen; • het stopcontact het maximum vermogen van de wasdroogmachine kan dragen, zoals aangegeven in de tabel Technische Gegevens (zie hiernaast); • de spanning zich bevindt tussen de waarden die zijn aangegeven in de tabel Technische Gegevens (zie hiernaast); • de contactdoos geschikt is voor de stekker van de wasdroogmachine. Indien dit niet zo is moet de stekker of het stopcontact vervangen worden.  De wasdroogmachine mag niet buitenshuis worden geïnstalleerd, ook niet op een beschutte plaats, aangezien het gevaarlijk is hem aan regen en onweer bloot te stellen.  Als de wasdroogmachine is geïnstalleerd moet het stopcontact gemakkelijk te bereiken zijn. Eerste wascyclus Na de installatie en voor u de wasdroogmachine in gebruik neemt, dient u een wascyclus uit te voeren met wasmiddel maar zonder wasgoed, op het programma 1. Technische gegevens Model ARMXXL 125 Afmetingen breedte cm 59,5 hoogte cm 85 diepte cm 53,5 Vermogen van 1 tot 7 kg voor het wassen van 1 tot 5 kg voor het drogen Elektrische aansluitingen zie het typeplaatje met de technische eigenschappen dat op het apparaat is bevestigd Aansluiting waterleiding max. druk 1 MPa (10 bar) min. druk 0,05 MPa (0,5 bar) Inhoud trommel 52 liters Snelheid centrifuge tot 1200 toeren per minuut Controle-programma's volgens de norm EN 50229 drogen: programma 6; temperatuur 60°C; uitgevoerd met 7 kg lading. drogen: eerste droging uitgevoerd met 2 kg lading en de DROOG-knop op ; tweede droging uitgevoerd met 5 kg lading en de DROOG-knop op . Deze apparatuur voldoet aan de volgende EEC voorschriften: - 89/336/EEC van 03/05/89 (Elektromagnetische compatiabiliteit) en successievelijke modificaties - 2002/96/CE - 2006/95/CE (Laagspanning) 15 Beschrijving van de wasdroogmachine en starten van een programma NL Bedieningspaneel Controlelampjes VOORTGANG CYCLUS/UITGESTELDE START DROOGKNOP AAN/UIT toets Wasmiddelbakje TEMPERATUUR KNOP PROGRAMMAKNOP Toetsen met controlelampjes FUNCTIE Controlelampje DEUR GEBLOKKEERD Toets met controlelampje START/PAUZE Wasmiddelbakje: voor wasmiddelen en wasversterkers (zie “Wasmiddelen en wasgoed”). Controlelampje DEUR GEBLOKKEERD: om te zien of de deur kan worden geopend (zie pagina hiernaast). Toets AAN/UIT: voor het in- en uitschakelen van de wasdroogmachine. Toets met controlelampje START/PAUZE: om programma’s te starten of ze tijdelijk te onderbreken. N.B.: om de lopende wascyclus te pauzeren drukt u op deze toets. Het oranje licht van het betreffende controlelampje zal gaan knipperen terwijl het lampje van de lopende fase vast aan zal blijven staan. Als het uit is, kunt controlelampje DEUR GEBLOKKEERD u het deurtje openen (wacht circa 3 minuten). Om het programma te hervatten drukt u opnieuw op deze toets. PROGRAMMAKNOP: voor het instellen van de programma’s. Gedurende het programma blijft de knop stilstaan. Toetsen met controlelampje FUNCTIE: voor het selecteren van de beschikbare functies. Het controlelampje van de gekozen functie zal aanblijven. TEMPERATUURKNOP: voor het instellen van de temperatuur of koud wassen (zie “Persoonlijke Instellingen”). DROOGKNOP: voor het instellen van de gewenste droging (zie “Persoonlijke Instellingen”). Controlelampjes VOORTGANG CYCLUS/ UITGESTELDE START: voor het volgen van het verloop van het wasprogramma. Het controlelampje geeft de lopende fase weer. Als de functie “Uitgestelde start” is ingesteld, tonen de lampjes de tijd die resteert tot het starten van het programma (zie pagina hiernaast). 16 Stand- by modus Deze wasdroogmachine beschikt, in overeenkomst met de nieuwe normen betreffende de energiebesparing, over een systeem wat het apparaat automatisch na 30 minuten uitschakelt (stand-by) indien men het niet gebruikt. Druk kort op de AAN/ UIT toets en wacht tot de wasdroogmachine weer aangaat. Controlelampjes De controlelampjes geven belangrijke informatie. Ze geven informatie over: Uitgestelde start Als de functie “Uitgestelde Start” is geactiveerd (zie “Persoonlijke Instellingen”) zal, nadat het programma is gestart, het controlelampje dat bij de uitgestelde start hoort gaan knipperen: Controlelampjes lopende fase Als u de gewenste wascyclus heeft geselecteerd en gestart gaan de controlelampjes één voor één aan om te tonen op welk punt de cyclus is: Hoofdwas Spoelen Centrifuge Drogen Einde hoofdwas N.B.: zodra u een droogniveau en -tijd heeft ingesteld zal dit controlelampje oplichten om aan te geven dat de geselecteerde wascyclus gevolgd zal worden door een droogfase. N.B.: gedurende de fase van de “Waterafvoer” gaat het controlelampje aan dat bij de fase “Centrifuge” hoort. Naar gelang de tijd verloopt wordt de resterende wachttijd getoond, met het knipperen van het betreffende controlelampje: Als de gekozen wachttijd is afgelopen gaat het knipperende controlelampje uit en begint het ingestelde programma. Een programma starten Functietoetsen en betreffende controlelampjes Als u een functie selecteert gaat het bijbehorende controlelampje aan. Als de gekozen functie niet geschikt is voor het ingestelde programma gaat het betreffende controlelampje knipperen en zal de functie niet worden geactiveerd. Als een functie wordt ingesteld die niet past bij een andere, eerder ingestelde, functie, dan blijft alleen de laatste keuze actief. Controlelampje deur geblokkeerd: Als het controlelampje aan is betekent het dat de deur is geblokkeerd om te verhinderen dat hij per ongeluk geopend wordt. Om schade te voorkomen moet u wachten tot het controlelampje uitgaat voordat u de deur opent (wacht circa 3 minuten). N.B.: als de functie “Uitgestelde Start” actief is kunt u de deur niet openen. Om hem toch te openen zet u het apparaat op pauze door op de START/PAUZE toets te drukken.  Als het controlelampje START/PAUZE (oranje) snel knippert tegelijk met de functietoets betekent dit een storing (zie “Storingen en oplossingen”). 1. Schakel de machine in met de AAN/UIT knop. Alle controlelampjes gaan een paar seconden aan, en daarna blijven de controlelampjes voor alle instellingen van het geselecteerde programma aan, en knippert het controlelampje START/ PAUZE. 2. Laad het wasgoed in en sluit de deur. 3. Stel het gewenste programma in met de PROGRAMMAKNOP. 4. Stel de wastemperatuur in (zie “Persoonlijke instellingen”). 5. Stel indien nodig het drogen in (zie “Persoonlijke instellingen”). 6. Voeg wasmiddel en wasversterkers toe (zie “Wasmiddelen en wasgoed”). 7. Selecteer de gewenste functies. 8. Start het programma door op de START/PAUZE toets te drukken. Het betreffende controlelampje zal een vast groen licht vertonen. Om de ingestelde cyclus te annuleren zet u de wasdroogmachine op pauze door op de START/PAUZE toets te drukken en een nieuwe cyclus te kiezen. 9. Aan het einde van het programma gaat het controlelampje aan. Het controlelampje DEUR GEBLOKKEERD gaat uit om aan te geven dat de deur kan worden geopend (wacht circa 3 minuten). Haal het wasgoed eruit en laat de deur op een kier staan zodat de trommel kan drogen. Schakel de wasdroogmachine uit in met de AAN/UIT toets. 17 NL Programma’s Programmatabel Programma’s NL Beschrijving van het Programma Maximale Temp (°C) Maximaal MaxiWasmiddel toerental male Duur (toeren Drogen Bleek- Was- Wasverza- lading cyclus per (kg) middel sen chter minuut) Speciale Programma's 6 Sanitary: Zeer vuile witte was. 6 Sanitary (1): Zeer vuil wit en kleurecht bont wasgoed. 6 Sanitary (2): Niet zo vuile witte en bonte was. 90° 1200 l l l l 7 170 60° 1200 l - l l 7 160 40° 1200 l - l l 7 155 7 Welterusten: Niet zo vuile fijne bonte was. 8 Baby: Zeer vuile fijne bonte was. 9 Zijde/Gordijnen: Voor zijde, viscose, lingerie. 40° 800 l l 4 290 800 l - 40° - l l 2 120 30° 0 l l 2 55 40° 800 l - 10 Wol: Voor wol, kasjmier, etc. - l l 1,5 55 60° 1200 l l l l 7 130 40° 1200 l l l l 7 85 60° 800 l - l l 3 85 40° 800 l - l l 3 70 30° 800 l - l l 3 30 30° 800 l - l l 1,5 15 - 1200 l - - l 7 35 Programma's voor iedere dag 1 Katoen: Zeer vuil wit en kleurecht bont wasgoed. 2 Bont Katoen (3): Niet zo vuile witte en bonte was. 3 Synthetisch: Zeer vuile kleurvaste bonte was. 3 Synthetisch: Niet zo vuile kleurvaste bonte was. Mix 30': Voor het snel opfrissen van niet zo vuil wasgoed (niet 4 geschikt voor wol, zijde en handwas). Mix 15': Voor het snel opfrissen van niet zo vuil wasgoed (niet 5 geschikt voor wol, zijde en handwas). Gedeeltelijke Programma's A Spoelen B Centrifuge - 1200 l - - - 7 15 C Waterafvoer - 0 - - - - 7 2 - - l - - - 5 - - - l - - - 3 - - l - - - 1,5 - Programma’s Drogen 11 Drogen "Katoen" 12 Drogen "Synthetisch" 13 Drogen "Wol" - De gegevens in de tabel geven slechts geschatte waarden weer. Voor alle Test Institutes: 1) Controleprogramma volgens de norm EN 50229: selecteer het programma 6 met een temperatuur van 60°C. 2) Programma katoen lang: selecteer het programma 6 met een temperatuur van 40°C. 3) Programma katoen kort: selecteer het programma 2 met een temperatuur van 40°C. Speciale programma’s Sanitary (programma 6). Een ontsmettend programma op hoge temperaturen dat het gebruik van bleekmiddel voorziet, op temperaturen van meer dan 60°C. Giet om te bleken het bleekmiddel, het wasmiddel en de wasversterkers in de betreffende bakjes (zie paragraaf “Wasmiddelbakje”). Welterusten (programma 7). Dit is een heel geruisloze cyclus die u ‘s nachts kunt gebruiken als het energietarief lager is. Het programma is geschikt voor ieder soort synthetische en katoenen stof. Aan het einde van de cyclus stopt het apparaat met het water nog in de trommel. Om de centrifuge en de waterafvoer uit te voeren moet u op de START/ PAUZE toets drukken. Indien u dit niet doet, zal de wasdroogmachine zelf na 8 uur centrifugeren en water afvoeren. Baby (programma 8). Programma voor het wassen van typisch kindervuil, met een totale verwijdering van het wasmiddel om allergie te voorkomen op de tere kinderhuid. Deze cyclus is speciaal ontwikkeld om de hoeveelheid bacteriën terug te dringen door een vergroot waterverbruik en een optimale toepassing van hygiënische wasversterkers. Aan het einde van de wascyclus zal de trommel langzaam ronddraaien om kreukvorming te voorkomen. Om de cyclus te beëindigen druk u op de START/PAUZE toets. Mix 30' (programma 4) is bedoeld voor het snel wassen van niet zo vuil wasgoed: het duurt slechts 30 minuten en bespaart dus elektriciteit en tijd. Met het programma (4 op 30 °C) kunt u verschillende soorten stoffen samen wassen (behalve zijde en wol) met een lading van max. 3 kg. Mix 15' (programma 5) is bedoeld voor het snel wassen van niet zo vuil wasgoed: het duurt slechts 15 minuten en bespaart dus elektriciteit en tijd. Met het programma (5 op 30 °C) kunt u verschillende soorten stoffen samen wassen (behalve zijde en wol) met een lading van max. 1,5 kg. 18 Persoonlijke instellingen Instellen van de temperatuur Door aan de TEMPERATUURKNOP te draaien kunt u de wastemperatuur instellen (zie Programmatabel). De temperatuur kan verlaagd worden tot aan koud wassen ( ). De machine voorkomt dat u een temperatuur instelt die hoger is dan het maximum voorzien voor dat programma. Instellen van het drogen Tabel droogtijden (indicatieve waarden) Door aan de DROOGKNOP te draaien stelt u het Soort stof Soort lading Max. Kast- Hanger Strijkgewenste soort drogen in. Er zijn twee mogelijkheden: lading droog droog (kg) A - Op tijdsbasis: van 40 tot 180 minuten. B - Op basis van de vochtigheidsgraad van het Katoen Wasgoed van versch. 5 180 170 160 gedroogde wasgoed: grootte, Handdoeken Strijkdroog : enigszins vochtig wasgoed, makkelijk te strijken. Synthetisch Lakens, overhemden, : wasgoed dat droog genoeg is om te worden Hanger 3 180 170 160 Pyjama's, sokken enz. opgehangen. Wol Truien enz. Kastdroog : zeer droog wasgoed, aangeraden voor 1,5 150 140 130 handdoeken en badjassen. Als in een uitzonderlijk geval de lading wasgoed voor wassen en drogen meer is dan het toegestane maximum (zie Tabel droogtijden), dan voert u eerst het wassen uit. Aan het einde hiervan verdeelt u de lading en laadt u één gedeelte in de trommel. Volg nu de aanwijzingen voor het uitvoeren van "Alleen drogen". Doe hetzelfde met de rest van de lading. Nota: aan het einde van de droogcuclus wordt een afkoeltijd ingevoerd, zelfs als de DROOGKNOP op stand wordt gezet. Alleen drogen Draai de PROGRAMMAKNOP naar een van de droogstanden (11-12-13), aan de hand van het soort stof, en kies vervolgens de gewenste droogcyclus met de DROOGKNOP. Functies De verschillende functies van de wasdroogmachine zorgen voor de door u gewenste schone en witte was. Voor het activeren van de functies: 1. druk op de toets die bij de gewenste functie hoort; 2. het aangaan van het betreffende controlelampje geeft aan dat de functie actief is. N.B.: Het snel knipperen van het lampje geeft aan dat de bijbehorende functie niet gekozen kan worden bij het ingestelde programma. Uitgestelde Start Stelt de start van de wasdroogmachine tot aan 9 uur uit. Druk meerdere malen op de toets totdat het controlelampje dat bij de gewenste vertraging hoort aangaat. Bij de vijfde druk op de toets wordt de functie uitgeschakeld. N.B.: Als de START/PAUZE toets eenmaal is ingedrukt kan de vertraging alleen verminderd worden.  Deze optie is bij alle programma’s mogelijk. Extra Spoelen Door deze functie te selecteren verhoogt u het spoelresultaat en zorgt u ervoor dat elk spoor van wasmiddel verdwijnt. Deze optie is vooral nuttig bij personen met een gevoelige huid.  Deze optie kan niet worden geactiveerd bij de programma’s 4, 5, 11, 12, 13, B, C. Super Wash Dankzij het gebruik van een grotere hoeveelheid water in de beginfase van de cyclus en de langere tijdsduur ervan, garandeert deze functie een zeer effectief wasresultaat.  Deze optie kan niet worden geactiveerd bij de programma’s 4, 5, 6, 9, 10, 11, 12, 13, A, B, C. 1200-600 Door het drukken op deze toets vermindert de snelheid van de centrifuge.  Deze optie kan niet worden geactiveerd bij de programma’s 9, C, 11, 12, 13. 19 NL Wasmiddelen en wasgoed NL Wasmiddelbakje Een goed wasresultaat hangt ook af van de juiste dosis wasmiddel: te veel wasmiddel maakt het wassen niet beter. Het wasmiddel blijft aan de binnenzijde van de wasdroogmachine zitten en zorgt voor het vervuilen van het milieu.  Gebruik nooit wasmiddelen voor handwas aangezien die te veel schuim vormen. Trek het laatje naar voren en giet het wasmiddel of 3 de wasversterker er als volgt in: MAX 1 2 bakje 1: Wasmiddel voor hoofdwas (poeder of vloeibaar) Het vloeibare wasmiddel moet vlak voor de start in het bakje worden gegoten. bakje 2: Wasversterkers (wasverzachter, enz.) De wasverzachter mag niet boven het roostertje uitkomen. extra bakje 3: Bleekmiddel Bleekcyclus U kunt alleen bleken tijdens de programma’s 1, 2, 6. Giet het bleekmiddel in het extra bakje 3, het wasmiddel en de wasverzachter in hun respectievelijke bakjes en stel vervolgens een van bovenstaande programma’s in. Alleen aangeraden voor zeer vuil katoenen wasgoed. Voorbereiden van het wasgoed • • • Verdeel het wasgoed volgens: het soort stof / het symbool op het etiket. de kleuren: scheid de bonte was van de witte was. Leeg de zakken en controleer de knopen. Overschrijd het aangegeven gewicht, berekend voor droog wasgoed, nooit: Kleurechte stoffen: max 7 kg Synthetische stoffen: max 3 kg Fijne stoffen: max 2 kg Wol: max 1,5 kg 20 Hoeveel weegt wasgoed? 1 1 1 1 1 laken 400-500 g. sloop 150-200 g. tafelkleed 400-500 g. badjas 900-1200 g. handdoek 150-250 g. Bijzondere kledingstukken Zijde: gebruik het speciale programma 9 om alle zijden kledingstukken te wassen. We raden u aan een speciaal wasmiddel voor fijne was te gebruiken. Gordijnen: vouw de gordijnen nauwkeurig en doe ze in een kussensloop of net. Gebruik het programma 9. Wol: met het programma 10 is het mogelijk alle wollen kledingstukken in de wasautomaat te wassen, . Voor de ook die met het etiket "alleen handwas" beste resultaten dient u een specifiek wasmiddel te gebruiken en nooit de 1,5 kg wasgoed te overschrijden. Balanceersysteem van de lading Om overmatige trillingen te vermijden verdeelt de automaat de lading voor het centrifugeren op een gelijkmatige manier. Dit gebeurt door de trommel te laten draaien op een snelheid die iets hoger ligt dan de wassnelheid. Als na herhaaldelijke pogingen de lading nog steeds niet goed is gebalanceerd, zal de wasdroogmachine de centrifuge op een lagere snelheid uitvoeren dan die voorzien was. Als de lading zeer uit balans is zal de wasdroogmachine een verdeling uitvoeren in plaats van een centrifuge. Teneinde een betere distributie van de waslading en een juiste balancering te bereiken raden wij u aan kleine en grote kledingstukken te mengen. Kreukvrij Deze functie onderbreekt het wasprogramma en houdt het wasgoed in de week voordat het water wordt afgevoerd. Deze functie is alleen actief bij het programma 9 (Zijde/Gordijnen) en zorgt ervoor dat er geen kreuken worden gevormd. Om de cyclus te beëindigen drukt u op de toets START/PAUZE. Voorzorgsmaatregelen en advies  De wasmachine is ontworpen en geproduceerd volgens de internationale veiligheidsnormen. Deze aanwijzingen zijn voor uw eigen veiligheid geschreven en moeten aandachtig worden doorgenomen. Algemene veiligheid • Dit apparaat is uitsluitend ontworpen voor huishoudelijk niet-professioneel gebruik. • Het apparaat mag niet worden gebruikt door personen (kinderen inbegrepen), met beperkte lichamelijke, sensorische of mentale vermogens of met onvoldoende ervaring en kennis, tenzij het gebruik plaatsvindt onder het toezicht of volgens de instructies van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen moeten in de gaten worden gehouden om te verzekeren dat ze niet met het apparaat spelen. - Geen ongewassen kledingstukken drogen. - Kleding die bevuild is met stoffen zoals kookolie, aceton, alcohol, benzine, kirosine, vlekkenverwijderaar, terpentine, was en stoffen om was te verwijderen moet met een grotere hoeveelheid wasmiddel in warm water gewassen worden alvorens de kleding in de wasdroger te drogen. - Voorwerpen zoals schuimrubber, douchemutsen, waterdichte stoffen, artikelen met een rubberen kant en kleding of kussens die onderdelen van schuimrubber bevatten mogen niet in de wasdroger gedroogd worden. - Wasverzachter en gelijksoortige producten moeten overeenkmostig de instructies van de fabrikant gebruikt worden. - Het laatste deel van een droogcyclus wordt uitgevoerd zonder warmte (koelcyclus) om te zorgen dat de artikelen niet beschadigd worden. LET OP: Stop de wasdroger nooit voordat het droogprogramma beeindigd is. In dit geval snel al het wasgoed uit de droger halen en het wasgoed ophangen om het snel te laten drogen. • Raak de machine niet aan als u blootsvoets bent of met natte of vochtige handen of voeten. • Trek de stekker nooit uit het stopcontact door aan het snoer te trekken, maar altijd door de stekker zelf beet te pakken. • Open het wasmiddelbakje niet terwijl de machine in werking is. • Raak het afvoerwater niet aan aangezien het zeer heet kan zijn. • Forceer de deur nooit: het veiligheidsmechanisme dat een ongewild openen van de deur voorkomt, kan beschadigd worden. • Probeer in geval van storingen nooit zelf de interne mechanismen van de wasdroogmachine te repareren. • Zorg ervoor dat kleine kinderen niet te dicht bij de machine komen als deze in werking is. • De deur kan tijdens het wassen zeer heet worden. • Als de machine verplaatst moet worden, doe dit dan met twee of drie personen tegelijk en zeer voorzichtig. Doe dit nooit alleen, want het apparaat is erg zwaar. • Voordat u het wasgoed in de automaat laadt, moet u controleren of hij leeg is. Afvalverwijdering • Het wegdoen van het verpakkingsmateriaal: houdt u aan de plaatselijke normen zodat het materiaal hergebruikt kan worden. • De Europese Richtlijn 2002/96/EC over Vernieti ging van Electrische en Electronische Apparatuur, vereist dat oude huishoudelijke electrische appa raten niet mogen vernietigd via de normale ongesorteerde afvalstroom. Oude apparaten moeten apart worden ingezameld om zo het hergebruik van de gebruikte materialen te optima liseren en de negatieve invloed op de gezondheid en het milieu te reduceren. Het symbool op het product van de “afvalcontainer met een kruis erdoor” herinnert u aan uw verplichting, dat wanneer u het apparaat vernietigt, het apparaat apart moet worden ingezameld. Consumenten moeten contact opnemen met de locale autoriteiten voor informatie over de juiste wijze van vernietiging van hun oude apparaat. 21 NL Onderhoud en verzorging NL Afsluiten van water en stroom Reinigen van de pomp • Sluit na iedere wasbeurt de kraan af. Hiermee beperkt u slijtage van de waterinstallatie van de wasmachine en voorkomt u lekkage. De wasautomaat is voorzien van een zelfreinigende pomp en hoeft dus niet te worden onderhouden. Het kan echter gebeuren dat kleine voorwerpen (muntjes, knopen) in het voorvakje dat de pomp beschermt en zich aan de onderkant ervan bevindt, terechtkomen. • Sluit altijd eerst de stroom af voordat u de wasdroogmachine gaat schoonmaken en gedurende onderhoudswerkzaamheden. Reinigen van de wasdroogmachine De buitenkant en de rubberen onderdelen kunnen met een spons en een lauw sopje worden schoongemaakt. Gebruik nooit schuurmiddelen of oplosmiddelen. Reinigen van het wasmiddelbakje Verwijder het bakje door het op te lichten en naar voren te trekken (zie afbeelding). Was het onder stromend water. Dit moet u regelmatig doen. 1 2  Verzeker u ervan dat de wascyclus klaar is en haal de stekker uit het stopcontact. Toegang tot het voorvakje: 1. verwijder het afdekpaneel aan de voorkant van de wasautomaat met behulp van een schroevendraaier (zie afbeelding); 2. draai het deksel eraf, tegen de klok in (zie afbeelding): het is normaal dat er een beetje water uit komt; Onderhoud van deur en trommel • Laat de deur altijd op een kier staan om nare luchtjes te vermijden. 3. maak de binnenkant goed schoon; 4. schroef het deksel er weer op; 5. monteer het paneel weer, met de haakjes goed bevestigd in de juiste openingen, voordat u het paneel tegen de machine aandrukt. Controleren van de buis van de watertoevoer Controleer minstens eenmaal per jaar de slang van de watertoevoer. Als er barstjes of scheuren in zitten moet hij vervangen worden: gedurende het wassen kan de hoge waterdruk onverwachts breuken veroorzaken.  Gebruik nooit tweedehands buizen. 22 Storingen en oplossingen Het kan gebeuren dat de wasdroogmachine niet werkt. Voor u contact opneemt met de Servicedienst (zie “Service”) moet u controleren of het niet een storing betreft die u zelf makkelijk kunt verhelpen met behulp van de volgende lijst. Storingen: Mogelijke oorzaken / Oplossing: De wasdroogmachine gaat niet aan. • De stekker zit niet in het stopcontact of niet ver genoeg om contact te maken. • Het hele huis zit zonder stroom. De wascyclus start niet. • • • • • De De De De De De wasdroogmachine heeft geen watertoevoer (het controlelampje van de eerste wasfase knippert snel). • • • • • • De watertoevoerbuis is niet aangesloten op de kraan. De buis is gebogen. De waterkraan is niet open. Het hele huis zit zonder water. Er is onvoldoende druk. De START/PAUZE toets is niet ingedrukt. deur zit niet goed dicht. AAN/UIT toets is niet ingedrukt. START/PAUZE toets is niet ingedrukt. waterkraan is niet open. uitgestelde start is ingesteld (zie “Persoonlijke Instellingen”). De wasdroogmachine blijft water • De afvoerbuis is niet op 65 tot 100 cm afstand van de grond af aan- en afvoeren. geïnstalleerd (zie “Installatie”). • Het uiteinde van de afvoerbuis ligt onder water (zie “Installatie”). • De afvoer in de muur heeft geen ontluchting. Als na deze controles het probleem niet is opgelost, moet u de waterkraan dichtdraaien, de wasdroogmachine uitzetten en de Servicedienst inschakelen. Als u op een van de hoogste verdiepingen van een flatgebouw woont kan zich een hevelingsprobleem voordoen, waarbij de wasdroogmachine voortdurend water aan- en afvoert. Om deze storing te verhelpen zijn er in de handel speciale beluchters te koop. De wasdroogmachine voert het • Het programma voorziet geen afvoer: bij enkele programma’s moet dit water niet af of centrifugeert niet. met de hand worden gestart. • De functie “Kreukvrij” is ingeschakeld: voor het beëindigen van het programma drukt u op de START/PAUZE toets (“Persoonlijke Instellingen). • De afvoerbuis is gebogen (zie “Installatie”). • De afvoerleiding is verstopt. De machine trilt erg tijdens het centrifugeren. • De trommel is bij het installeren niet op de juiste wijze gedeblokkeerd (zie “Installatie”). • De wasdroogmachine staat niet goed recht (zie “Installatie”). • De wasdroogmachine staat te krap tussen meubels en muur (zie “Installatie”). De wasdroogmachine lekt. • De buis van de watertoevoer is niet goed aangeschroefd (zie “Installatie”). • Het wasmiddelbakje is verstopt (voor reiniging zie “Onderhoud en verzorging”). • De afvoerbuis is niet goed aangesloten (zie “Installatie”). Het controlelampje START/PAUZE (oranje) en de controlelampjes van de functies knipperen snel. • Doe de wasdroogmachine uit en haal de stekker uit het stopcontact. Wacht circa 1 minuut en doe hem daarna weer aan. Als de storing voortzet, dient u de Servicedienst in te schakelen. Er ontstaat teveel schuim. • Het wasmiddel is niet bedoeld voor wasautomaten (er moet “voor wasdroogmachine”, “handwas en machinewas”, of dergelijke op staan). • U heeft teveel wasmiddel gebruikt. De wasdroogmachine droogt niet. • De stekker is niet in het stopcontact of niet ver genoeg ingestoken om contact te maken. • Er is geen stroom. • De deur is niet goed dicht. • De uitgestelde start is ingesteld (zie “Persoonlijke Instellingen”). . • De DROOG-knop staat op 23 NL Service Voordat u de Servicedienst inschakelt: • Controleer eerst of u het probleem zelf kunt oplossen (zie “Storingen en oplossingen”). • Start het programma opnieuw om te controleren of de storing is verholpen; • Als dit niet het geval is moet u contact opnemen met de erkende Technische Servicedienst via het telefoonnummer dat op het garantiebewijs staat. NL  Wendt u nooit tot een niet erkende installateur. Vermeld: • het type storing; • het model van de machine (Mod.); • het serienummer (S/N). Deze informatie vindt u op het typeplaatje aan de achterkant van de wasdroogmachine en aan de voorzijde als u het deurtje opendoet. 24
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36

Whirlpool ARMXXL 125 (EU)/HA Gebruikershandleiding

Type
Gebruikershandleiding