HP OFFICEJET 3830 de handleiding

Categorie
Multifunctionals
Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

www.hp.com/eu/m/OJ3830
Meer informatie
Elektronische Help: Installeer de elektronische Help door deze functie tijdens de software-installatie
te selecteren uit de lijst Aanbevolen software. Kom alles te weten over de productkenmerken, de
afdrukmogelijkheden, het opsporen van fouten en de ondersteuning. In het gedeelte Technische informatie
vindt u richtlijnen, informatie over het milieu en wettelijke informatie, waaronder de richtlijnen van de
Europese Unie en de conformiteitsverklaring.
• Windows® 8.1: Klik op de pijl omlaag in de linkerbenedenhoek van het Start-scherm, selecteer de
printernaam, klik op Help en selecteer vervolgens HP Help zoeken.
• Windows® 8: Klik op het Start-scherm met de rechtermuisknop op een leeg gebied van het scherm, klik op
Alle apps op de app-balk, klik op het pictogram met de naam van uw printer en klik vervolgens op Help.
• Windows® 7, Windows Vista® en Windows® XP: Klik op Start, selecteer Alle Programma's, selecteer HP en
selecteer vervolgens de printernaam.
• OS X: Klik op Help > Helpcenter. In het venster Helpviewer klikt u op Hulp voor al uw apps en klik
vervolgens op Help voor uw printer.
LeesMij: Bevat ondersteuningsinformatie van HP, de systeemvereisten voor het besturingssysteem en recente
printerupdates.
• Windows: Plaats de software-cd in uw computer en ga naar het bestand ReadMe.chm. Dubbelklik op
ReadMe.chm om het bestand te openen en kies vervolgens het Leesmij-bestand in uw taal.
• Mac: Open de map Documenten in het bovenste niveau van de software-installatie. Dubbelklik op
Leesmij-bestand en selecteer het Leesmij-bestand in uw taal.
Op internet: Extra hulp en informatie: www.hp.com/go/support. Registratie van de printer: www.register.hp.com.
Conformiteitsverklaring: www.hp.eu/certicates. Inktverbruik: www.hp.com/go/inkusage.
Aan de slag
1. Volg de illustraties op de instelyer om uw printer in te stellen.
2. Ga naar 123.hp.com/oj3830 om de mobiele app of HP printersoftware te installeren en verbind de printer
met uw netwerk.
Opmerking: Windows® gebruikers plaatsen de cd met printersoftware in de computer als de computer
niet met internet is verbonden. Als het installatieprogramma niet start, gaat u naar Deze computer,
dubbelklikt u op het pictogram cd-rom met het HP logo en vervolgens op setup.exe.
3. Maak online een account aan om uw printer te activeren. Nadat u de mobiele app of printersoftware heeft
geïnstalleerd wordt u door het proces geleid om een account aan te maken.
HP OiceJet 3830 All-in-One series
Scan voor meer informatie!
Mogelijk moet u standaard kosten betalen. Mogelijk niet in alle talen beschikbaar.
Nederlands
62
Veiligheidsinformatie
Neem bij gebruik van deze printer altijd voorzorgsmaatregelen om het risico op letsel door brand of elektrische
schokken te beperken.
1. Lees en begrijp alle instructies in de documentatie bij uw printer.
2. Neem alle op deze printer vermelde waarschuwingen en instructies in acht.
3. Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact voordat u deze printer reinigt.
4. Installeer en gebruik de printer niet in de nabijheid van water of wanneer u nat bent.
5. Zorg dat de printer stevig op een stabiele ondergrond staat.
6. Zet de printer op een veilige plaats waar niemand op het netsnoer kan trappen of erover kan struikelen en
waar het netsnoer niet kan worden beschadigd.
7. Als de printer niet normaal werkt, raadpleeg dan de elektronische help (die op uw computer na installatie van
de software beschikbaar is).
8. U mag zelf geen onderdelen repareren. Voor reparatie- of onderhoudswerkzaamheden dient u contact op te
nemen met een bevoegd technicus.
9. Gebruik het netsnoer en de adapter die door HP werden geleverd.
1
Aan/Uit-knop: Hiermee zet u de printer uit of aan.
2
Start-knop: Hiermee keert u terug naar het Startscherm, het scherm dat verschijnt wanneer
u de printer voor het eerst inschakelt.
3
Scherm van bedieningspaneel: Druk op het scherm om menuopties te selecteren of scroll door
de menupunten.
4
Lampje Draadloos: geeft de status van de draadloze verbinding van de printer weer.
• Een blauw lampje geeft aan dat de draadloze verbinding werd gemaakt en dat u kunt afdrukken.
• Een langzaam knipperend lampje geeft aan dat de draadloze functie is ingeschakeld, maar
de printer niet is aangesloten op een netwerk. Zorg ervoor dat uw printer binnen bereik is
van het draadloze signaal.
• Een snel knipperend lampje geeft een fout met de draadloze functie aan. Raadpleeg het
bericht op het printerbeeldscherm.
• Als draadloos is uitgeschakeld, is het lampje draadloos uit. Op het scherm verschijnt
Draadloos uit.
5
Help-knop: Toont de helpinhoud als deze beschikbaar is voor de huidige bewerking.
6
Terug-knop: Hiermee gaat u terug naar het vorige scherm.
Bedieningspaneel
Nederlands
63
Basisprocedures voor probleemoplossing
MacWindows
Als u niet kunt afdrukken:
1. Zorg ervoor dat de stroomkabels goed bevestigd zijn en dat de printer is ingeschakeld. De Aan/uit-knop zal
oplichten.
2. Controleer of de HP-printersoftware op de computer is geïnstalleerd.
3. Als uw computer via een USB-kabel is verbonden met uw printer, moet u ervoor zorgen dat de USB-verbinding
veilig is. Indien uw computer draadloos met de printer verbonden is, bevestigt u dat de draadloze verbinding werkt.
4. Bezoek de HP Diagnostic Tools website op www.hp.com/go/tools om gratis diagnostische tools te downloaden
waarmee u veel voorkomende printerproblemen kunt oplossen.
Kennisgeving
Windows XP, Windows Vista, Windows 7, Windows 8 en Windows 8.1 zijn in de VS geregistreerde handelsmerken
van Microsoft Corporation.
Mac, OS X en AirPrint zijn in de Verenigde Staten en andere landen gedeponeerde handelsmerken van Apple Inc.
Controleer of de printer is ingesteld als uw
standaardprinter:
• Windows 8.1 en Windows 8: Druk of tik op de
rechterbovenhoek van het scherm om de Charms-
balk te openen. Klik op het pictogram Instellingen
klik of tik op Conguratiescherm en klik of tik
vervolgens op Overzicht Apparaten en printers.
• Windows 7: Klik in het menu Start van Windows op
Apparaten en printers.
• Windows Vista: Klik op de taakbalk van Windows
op Start, klik op Conguratiescherm en vervolgens
op Printers.
• Windows XP: Klik op de taakbalk van Windows
op Start, klik op Conguratiescherm en klik
vervolgens op Printers en faxapparaten.
Controleer of uw printer is aangevinkt in het rondje
ernaast. Indien uw printer niet is geselecteerd als de
standaardprinter, klik dan met de rechtermuisknop
op het printerpictogram en kies Als standaardprinter
instellen uit het menu.
Als u een USB-kabel gebruikt en nog niet kunt
afdrukken of de software-installatie niet lukt:
1. Verwijder de cd uit het cd/dvd-station en koppel
vervolgens de USB-kabel los van de computer.
2. Start de computer opnieuw op.
3. Plaats de cd met printersoftware in het cd-/dvd-
station en volg de instructies op het scherm om de
printersoftware te installeren. Sluit de USB-kabel
niet aan voordat u daarom wordt gevraagd.
4. Zodra de installatie klaar is, start u de computer
opnieuw op.
Als u de draadloze functies gebruikt en nog niet kunt
afdrukken:
Ga naar het deel "Draadloos netwerk-gebruik" op de
volgende pagina voor meer informatie.
Controleer de afdrukwachtrij:
1. In Systeemvoorkeuren klikt u op Printers & Scanners
(Print & Scan in OS X v10.8 Mountain Lion).
2. Klik op Afdrukwachtrij openen.
3. Klik op een afdruktaak om deze te selecteren.
4. Gebruik de volgende knoppen om de afdruktaak te
beheren:
• Pictogram Annuleren: De geselecteerde
afdruktaak annuleren.
• Doorgaan: Een onderbroken afdruktaak hervatten.
5. Als u wijzigingen hebt doorgevoerd, probeert u
opnieuw af te drukken.
Herstarten en resetten:
1. Start de computer opnieuw op.
2. Reset de printer.
a. Schakel de printer uit en haal de stekker uit het
stopcontact.
b. Wacht een minuut en sluit het netsnoer opnieuw
aan. Schakel de printer in.
Het afdruksysteem resetten:
1. In Systeemvoorkeuren klikt u op Printers & Scanners
(Print & Scan in OS X v10.8 Mountain Lion).
2. Druk op de Ctrl-toets en houd deze ingedrukt
wanneer u op de lijst links klikt. Kies dan
Afdruksysteem resetten.
3. Voeg de printer toe die u wilt gebruiken.
Software-installatie ongedaan maken:
1. Koppel de printer los van de computer als u hem
heeft aangesloten met een USB-kabel.
2. Open de map Applications/Hewlett-Packard.
3. Dubbelklik op HP Verwijderen en volg de instructies
op het scherm.
Nederlands
64
Draadloos netwerk-gebruik
Als u er niet in bent geslaagd om de printer met het netwerk te verbinden
• Bevestig dat de functie Draadloos is ingeschakeld op uw printer.
1. Raak vanaf het Start-scherm op het printerscherm
(Draadloos) aan.
2. Indien er Draadloos uitgeschakeld staat, raak dan
(instellingen) aan en schakel de draadloze functie in.
• Controleer of uw printer is verbonden met uw netwerk.
1. Raak vanaf het Start-scherm op het printerscherm
(Draadloos) aan.
2. Raak
(Instellingen) aan.
3. Raak Printerrapporten aan en vervolgens Test draadloze functie om het testrapport van de draadloze
functie af te drukken.
4. Controleer de bovenste rapporttekst om na te gaan of er iets misging tijdens de test.
– Bekijk het gedeelte DIAGNOSTISCHE RESULTATEN van alle uitgevoerde tests en kijk of uw printer is geslaagd.
– In het gedeelte HUIDIGE CONFIGURATIE zoekt u de netwerknaam (SSID) waarmee uw printer momenteel is
verbonden. Controleer of de printer is aangesloten op een netwerk met internettoegang.
Opmerking: Indien uw printer is verbonden met een Virtual Private Network (VPN), kunt u hem tijdelijk
loskoppelen van het VPN alvorens u doorgaat met de installatie. Na de installatie moet u loskoppelen van het
VPN om toegang te krijgen tot uw printer via uw thuisnetwerk.
• Zorg ervoor dat beveiligingssoftware de communicatie via uw netwerk niet blokkeert.
Beveiligingssoftware, zoals rewalls, kan de communicatie tussen uw computer en printer blokkeren wanneer
u via een netwerk installeert. Indien uw printer niet wordt gevonden, kunt u de rewall tijdelijk uitschakelen en
controleren of het probleem verdwijnt. Voor meer hulp en tips over beveiligingssoftware kunt u surfen naar:
www.hp.com/go/wpc-rewall_nl-nl.
• Herstart de onderdelen van het draadloze netwerk.
Schakel de router en de printer uit en zet ze vervolgens weer aan in deze volgorde: eerst de router en dan
de printer. Soms wordt een netwerkcommunicatieprobleem opgelost door de apparaten uit- en weer in te
schakelen. Als u nog steeds geen verbinding kunt maken, zet u de router, de printer en uw computer uit en
zet u deze vervolgens weer aan in de volgorde: eerst de router, dan de printer en dan de computer.
Opmerking: Indien u geen draadloze verbinding tot stand kunt brengen, kan de printer ook met het netwerk
worden verbonden met behulp van een ethernetkabel.
Als u nog steeds problemen ondervindt, ga dan naar het HP Wireless Printing Center
(www.hp.com/go/wirelessprinting). Deze website bevat de meest volledige en bijgewerkte informatie over
draadloos afdrukken. Bovendien kunt u er terecht voor informatie over de voorbereiding van uw draadloos
netwerk, verbindingsproblemen oplossen bij het aansluiten van de printer op een draadloos netwerk, problemen
oplossen met beveiligingssoftware.
Opmerking: Als u een computer gebruikt onder Windows, kunt u het hulpprogramma Print and Scan
Doctor gebruiken. Dit programma helpt u bij het oplossen van mogelijke problemen met de printer. Om dit
hulpprogramma te downloaden gaat u naar www.hp.com/go/tools.
Als u uw printer met meerdere computers op uw netwerk wilt delen
Eerst installeert u uw printer in het thuisnetwerk. Als u de printer met het thuisnetwerk heeft verbonden, kunt u
hem delen met andere computers op hetzelfde netwerk. Voor elke bijkomende computer moet u enkel nog de HP-
printersoftware installeren.
Meer netwerkhulp nodig?
www.hp.com/go/wirelessprinting
Het HP Wireless Printing Center op www.hp.com/go/wirelessprinting kan u helpen om uw draadloos netwerk voor
te bereiden, uw printer te installeren of opnieuw te congureren en netwerkproblemen op te lossen.
Nederlands
65
Als u uw printer draadloos zonder een router wilt gebruiken
Gebruik Wi-Fi Direct om draadloos zonder router af te drukken vanaf uw computer, smartphone of ander draadloos
apparaat. Om Wi-Fi Direct rechtstreeks te gebruiken vanaf een computer moet de printersoftware op de computer
zijn geïnstalleerd.
1. Controleer of Wi-Fi Direct op uw printer is ingeschakeld.
a. Raak vanaf het Startscherm op het printerbeeldscherm
(Wi-Fi Direct) aan.
b. Indien de Status op Uit staat, raak dan
(Instellingen) aan en schakel Wi-Fi Direct in.
2. Schakel de Wi-Fi-verbinding in op uw mobiel apparaat. Raadpleeg voor meer informatie de documentatie bij het
mobiele apparaat of computer.
3. Doe het volgende, afhankelijk van uw apparaat:
• Mobiel apparaat dat Wi-Fi Direct ondersteunt: Selecteer een document uit een applicatie van waaruit u kunt
afdrukken en selecteer de optie om het document af te drukken. Uit de lijst beschikbare printers kiest u de Wi-Fi
Direct naam, zoals bijvoorbeeld DIRECT-**-HP OiceJet 3830 (waarbij ** unieke tekens zijn van uw printer) en
volg de instructies op het printerscherm en uw mobiele apparaat.
• Computer of mobiel apparaat dat Wi-Fi Direct niet ondersteunt: Gebruik uw normale werkwijze om een
verbinding te maken met een nieuw draadloos netwerk of een hotspot om verbinding te maken met een nieuw
netwerk. Kies de naam van Wi-Fi Direct uit de lijst van draadloze netwerken zoals DIRECT-**-HP OiceJet-3830
(waarbij ** de unieke tekens zijn om uw printer te identiceren). Voer het Wi-Fi Direct-wachtwoord in zodra daar om
wordt gevraagd. Druk vervolgens af zoals u dat gewoonlijk zou doen vanaf uw computer of mobiele apparaat.
Opmerking: Een Wi-Fi Direct-verbinding biedt geen internettoegang.
Surf naar het Wi-Fi Wireless Printing Center op www.hp.com/go/wirelessprinting voor meer informatie over Wi-Fi
Direct.
Dit product is bedoeld voor gebruik in een open omgeving (bijv. thuis en niet verbonden met het openbare internet)
waar iedereen toegang heeft tot de printer en deze mag gebruiken. Als gevolg hiervan is de instelling Wi-Fi Direct
standaard ingesteld op "Automatisch", zonder administratorwachtwoord, hierdoor kan iedereen binnen het
draadloze bereik een verbinding maken met de printer en alle functies en instellingen ervan gebruiken. Indien een
hoger beveiligingsniveau is vereist, adviseert HP de verbindingswijze van Wi-Fi Direct te wijzigen van "Automatisch"
naar "Handmatig" en een administratorwachtwoord in te stellen.
Een USB-verbinding wijzigen naar een draadloze verbinding
Zorg ervoor dat de printersoftware correct werd geïnstalleerd.
Windows
1. Dubbelklik op het printer pictogram op het bureaublad of voer het volgende uit om de printersoftware te openen:
• Windows 8.1: Klik op de pijl naar beneden in de linker onderhoek van het Start-scherm en selecteer de
printernaam.
• Windows 8: Klik met de rechtermuisknop op een leeg gebied van het Start-scherm en klik op Alle apps op
de app-balk en selecteer de printernaam.
• Windows 7, Windows Vista en Windows XP: Klik in het bureaublad op Start, selecteer Alle programma's
of Programma's, klik op HP, klik op de map van de printer en selecteer het pictogram met de printernaam.
2. Klik in de printersoftware op Hulpprogramma's.
3. Selecteer Printerinstellingen en softwareselectie.
4. Selecteer Een USB-aangesloten printer naar draadloos converteren. Volg de aanwijzingen op het scherm op.
Mac
Gebruik het HP Hulpprogramma in Toepassingen/Hewlett-Packard om de softwareverbinding te wijzigen naar
draadloos voor deze printer.
Draadloos netwerk-gebruik (verder)
Indien u wilt printen met AirPrint
Dit product is geschikt voor Apple AirPrintâ„¢. U kunt draadloos afdrukken vanaf uw iOS-apparaat of Mac.
• Uw printer en iOS-apparaat of Mac moeten met hetzelfde draadloos netwerk verbonden zijn.
• Met Apple AirPrint™ kunt u geen documenten van uw printer naar uw iOS-apparaat scannen.
Nederlands
66
Fax instellen
1. Als uw land of regio hieronder wordt vermeld, kunt u de website www.hp.com/uk/faxcong openen voor
informatie over instellingen. Anders moet u de instructies in deze handleiding volgen.
• België
• Denemarken
• Duitsland
• Finland
• Frankrijk
• Ierland
• Italië
• Nederland
• Noorwegen
• Oostenrijk
• Portugal
• Spanje
• Verenigd Koninkrijk
• Zweden
• Zwitserland
2. De telefoonlijn aansluiten
Opmerking: HP-printers zijn speciek ontworpen voor gebruik in combinatie met traditionele analoge
telefoonservices. In een digitale telefoonomgeving (zoals DSL/ADSL, PBX of ISDN) moet u eventueel digitaal-
naar-analoog lters of converters gebruiken bij het instellen van de printer voor faxen. Neem contact op met uw
telefoonbedrijf om na te gaan welke installatieopties voor u geschikt zijn.
Als de telefoonlijn uitsluitend wordt gebruikt voor fax
a. Sluit een uiteinde van het snoer aan op een wandcontactdoos voor telefoon.
b. Sluit het andere uiteinde aan op de poort met het label 1-LINE aan de achterzijde van de printer.
Opmerking: Als u een abonnement hebt op een DSL/ADSL-service, plaats dan een DSL/ADSL-lter tussen de
poort 1-LINE en de wandcontactdoos telefoon.
3. De fax-setup testen. De faxtest controleert de hardware, het type telefoonsnoer en de verbindingsstatus.
Bovendien wordt gecontroleerd of er een kiestoon is en of de telefoonlijn actief is. De test uitvoeren:
a. Raak vanaf het Start-scherm op het printerscherm Fax aan.
b. Raak Installeren aan, Installatiewizard en volg daaarna de instructies op het scherm.
1
Wandcontactdoos telefoon
2
Faxpoort (1-LINE)
Opmerking: Sluit het snoer niet aan op poort 2-EXT.
3
DSL/ADSL-lter (geleverd door uw telefoonbedrijf of
service provider)
Indien bijkomende apparaten zijn aangesloten op de telefoonlijn
Als u andere apparaten moet aansluiten, volg dan onderstaande afbeelding:
1
Wandcontactdoos telefoon
2
Parallelle splitter
3
DSL/ADSL-modem
4
Antwoordapparaat telefoon
5
Telefoon
6
ISDN-wandcontactdoos
7
Terminaladapter of ISDN-router
8
Breedbandmodem
9
DSL/ADSL-lter
10
Analoge telefoonadapter
* TAP: Antwoordapparaat telefoon
** Fax op VoIP: Fax op Voice over Internet Protocol
Tijdens de software-installatie of na de installatie kunt u de fax instellen met de softwarewizard (aanbevolen) door
de Fax Installatiewizard van de software (Windows) te gebruiken of de Basis Faxinstellingen van HP Utility (OS X), of
u kunt de onderstaande stappen volgen.
Fax op VoIP
**
Nederlands
67
Een standaardfax versturen
1. Plaats het origineel met de afdrukzijde naar beneden tegen de rechterbenedenhoek van de glasplaat of met de
afdrukzijde naar boven in de invoerlade.
2. Raak vanaf het Start-scherm op het printerscherm Fax aan.
3. Raak Nu versturen aan.
4. Raak Faxnummer invoeren aan en voer met het toetsenblok het faxnummer in, druk vervolgens op OK.
Om een pauze in het faxnummer toe te voegen, drukt u meermaals op * tot een streepje (-) verschijnt op het
beeldscherm.
5. Raak Zwart/wit of Kleur aan.
Als de printer een origineel in de documentinvoer detecteert, wordt dit document naar het ingevoerde nummer
gestuurd.
Als u van de ontvanger te horen krijgt dat de kwaliteit van de door u verzonden fax niet goed is, kunt u de resolutie
of het contrast van de fax wijzigen.
Fax gebruiken
Een fax via een extra telefoontoestel verzenden
1. Kies het nummer met behulp van het toetsenblok op de telefoon die op de printer is aangesloten.
Gebruik het toetsenblok op het bedieningspaneel van de printer niet wanneer u een fax verzendt met behulp
van deze methode.
2. Als de ontvanger de telefoon opneemt, kunt u met de ontvanger spreken voordat u de fax verzendt.
Als een faxapparaat de oproep beantwoordt, hoort u de faxtonen van het ontvangende faxapparaat.
3. Plaats het origineel met de afdrukzijde naar beneden tegen de rechterbenedenhoek van de glasplaat of met de
afdrukzijde naar boven in de invoerlade.
4. Druk op het scherm van het bedieningspaneel van de printer op Fax.
5. Raak Verzenden en ontvangen aan en vervolgens Nu verzenden.
6. Raak Zwart/wit of Kleur aan.
Als u met de ontvanger in gesprek bent, vraagt u om de ontvangst van de fax te starten zodra hij of zij de faxtonen
hoort op het faxtoestel. Zodra de printer begint te faxen, kunt u de telefoon ophangen of aan de lijn blijven.
Mogelijk hoort u de faxtonen tijdens het doorsturen niet.
Voor meer informatie over andere manieren om faxen te verzenden, zoals het verzenden van faxen vanaf een
computer, verwijzen we naar de elektronische Help.
Een fax automatisch ontvangen
Standaard beantwoordt de printer inkomende gesprekken en worden faxen ontvangen.
Om handmatig faxen te ontvangen schakelt u Automatisch antwoorden uit op het bedieningspaneel van de printer.
De printer beantwoordt oproepen na het aantal beltonen dat is opgegeven bij de instelling Aantal beltonen voor
antwoord.
Opmerking: Als er een antwoordapparaat op de printer is aangesloten, moet voor de printer een hoger aantal
beltonen voor antwoorden worden ingesteld dan voor het antwoordapparaat.
1. Controleer of de printer is ingeschakeld en of er papier in de lade aanwezig is.
2. Raak vanaf het Start-scherm op het printerscherm Fax aan.
3. Raak Instellingen aan en raak vervolgens Voorkeuren aan.
4. Schakel de optie Automatisch beantwoorden in.
Opmerking: Als u geabonneerd bent op een voicemailservice op dezelfde telefoonlijn die u voor faxen gebruikt, kunt
u niet automatisch faxen ontvangen. U moet zelf aanwezig zijn om binnenkomende faxoproepen te beantwoorden.
(Als u uw faxen liever automatisch ontvangt, moet u contact opnemen met uw telefoonbedrijf om u te abonneren op
een service voor specieke belsignalen of om een aparte telefoonlijn aan te vragen voor het faxen.)
De printer kan ontvangen faxen bewaren in het interne geheugen. Om de faxen opnieuw af te drukken raadpleegt
u "Ontvangen faxen vanuit het geheugen afdrukken" verder op de volgende pagina.
Nederlands
68
Fax gebruiken (vervolg)
Een faxbericht handmatig ontvangen
Als u in gesprek bent met een andere persoon, kunt u de faxen handmatig ontvangen zonder de telefoon op te hangen.
1. Controleer of de printer is ingeschakeld en of er papier in de lade aanwezig is.
2. Verwijder eventuele originelen uit de documentinvoerlade.
Stel Aantal beltonen voor antwoord in op een hoge waarde zodat u de binnenkomende oproepen kunt
beantwoorden voordat de printer de oproep beantwoordt. U kunt de instelling Automatisch beantwoorden ook
uitschakelen zodat de printer binnenkomende oproepen niet automatisch beantwoordt.
3. Vraag aan uw contactpersoon om de fax te verzenden.
4. Als u faxtonen hoort, raakt u vanaf het Start-scherm op het bedieningspaneel van de printer Fax aan,
vervolgens raakt u Verzenden en ontvangen aan en tot slot Nu ontvangen.
Zodra de printer de fax begint te ontvangen, kunt u de telefoon ophangen of aan de lijn blijven. Mogelijk hoort u
de faxtonen tijdens het doorsturen niet.
Ontvangen faxen vanuit het geheugen afdrukken
Als Een back-up maken van een faxontvangst is ingeschakeld, worden ontvangen faxberichten in het geheugen
bewaard, ook wanneer de printer in storing is.
Opmerking: Alle in het geheugen bewaarde faxberichten worden uit het geheugen gewist wanneer de printer wordt
uitgeschakeld.
1. Controleer of er papier in de invoerlade is geplaatst.
2. Raak vanaf het Start-scherm op het printerscherm Fax aan.
3. Raak Opnieuw afdrukken aan.
De faxen worden weergegeven in omgekeerde volgorde als die waarin ze zijn ontvangen, waarbij de meest
recent ontvangen fax het eerst wordt afgedrukt.
4. Selecteer de fax die u wilt afdrukken en druk op Afdrukken.
Een rapport of logboek afdrukken
Faxrapporten bevatten nuttige systeeminformatie over de printer.
1. Raak vanaf het Start-scherm op het printerscherm Fax aan en raak vervolgens Instellingen aan.
2. Raak Rapporten aan en selecteer het faxrapport dat u wilt afdrukken.
Tip: Als u een schriftelijke bevestiging wenst dat uw faxberichten correct werden verzonden, raak dan Faxbevestiging
aan en selecteer de gewenste optie.
Nederlands
69
Controleer de faxinstellingen op de printer
• De functie Automatisch antwoorden is
ingeschakeld om automatisch faxen te ontvangen.
• Als u bent geabonneerd op een voicemailservice
bij uw telefoonbedrijf of service provider, zorg er
dan voor dat het Aantal beltonen voor antwoord
is ingesteld op een hogere waarde dan voor het
antwoordapparaat van de telefoon. De printer
bewaakt de lijn en beslist of een inkomend gesprek
een normaal telefoongesprek is of een faxbericht.
Als het gaat om een faxbericht start de printer de
faxverbinding automatisch. Anders moet u de fax
handmatig ontvangen door Fax te selecteren op het
printerscherm.
• Indien meerdere telefoonnummers aan dezelfde
fysieke telefoonlijn zijn toegekend en de lijn al
wordt gedeeld met meerdere apparaten, zorg er
dan voor dat de printer is ingesteld op de correcte
beltoon om faxen te ontvangen.
Controleer de fysieke faxverbindingen
• Sluit het telefoonsnoer verbonden met de
poort 1-LINE aan de achterzijde van de printer
aan op de wandtelefooncontactdoos telefoon
en sluit het telefoonsnoer van de poort 2-EXT
aan de achterzijde van de printer aan op een
telefoontoestel. Gebruik deze telefoon om het
nummer op te bellen dat de fax niet kon ontvangen.
• Als u probeerde om naar een extern nummer te
faxen, zorg er dan voor om de toegangscodes of
voornummers in te toetsen voor u het netnummer
invoert. Mogelijk moet u tussen cijfers even
pauzeren om te voorkomen dat de printer het
nummer te snel tot stand brengt. Om een pauze toe
te voegen, drukt u meermaals op * tot een streepje
(-) verschijnt op het beeldscherm.
• Als u geen uitgaande oproepen tot stand kunt
brengen omdat u geen kiestoon krijgt of er te veel
ruis op de lijn zit, probeer het dan met een ander
telefoonsnoer op de 1-LINE-poort of verplaats
de printer naar een andere plaats met een
afzonderlijke telefoonlijn (indien mogelijk). Kijk dan
of u gelijkaardige problemen ondervindt.
• Als u werkt met een digitale telefoonomgeving
(zoals fax op VoIP), verlaag dan de faxsnelheid en
schakel Error Code Modulation (ECM) uit op het
bedieningspaneel van de printer. Neem indien nodig
contact op met uw telefoonbedrijf om na te gaan of
er problemen zijn met de telefoonlijn of voor meer
informatie over het telefoonnetwerk.
Faxproblemen oplossen
Als u nog steeds problemen ondervindt met uw
fax nadat u de faxtest hebt uitgevoerd, moet u de
onderstaande procedure volgen:
Kan geen faxen verzenden maar wel ontvangen
1. Voer een kopieeropdracht uit of maak een scan om
na te gaan of de printer correct werkt.
2. Controleer de fysieke faxverbindingen.
3. Controleer of andere faxapparaten werken op
hetzelfde telefoonnummer. Het ontvangende
faxapparaat kan uw telefoonnummer hebben
geblokkeerd of er zijn mogelijk technische problemen.
4. Als het probleem niet kan worden opgelost, kunt u het
faxtestrapport en faxlogboek (en indien beschikbaar
de rapporten Beller-ID en junkfaxen) afdrukken en
contact opnemen met HP voor verdere hulp.
Kan geen faxen ontvangen maar wel verzenden
1. Controleer de faxinstellingen op de printer.
2. Controleer de fysieke faxverbindingen.
3. Controleer of andere apparaten op dezelfde
telefoonlijn faxen kunnen ontvangen. De
telefoonlijn kan in storing zijn of het verzendende
faxapparaat heeft mogelijk problemen met het
verzenden van faxen. Misschien kunt u ook nagaan
of u het telefoonnummer van de afzender niet hebt
geblokkeerd.
4. Neem contact op met de afzender. Als het probleem
niet kan worden opgelost, kunt u het faxtestrapport
en faxlogboek (en indien beschikbaar de rapporten
Beller-ID en junkfaxen) afdrukken en contact
opnemen met HP voor verdere hulp.
Kan geen faxen verzenden en ook geen ontvangen
1. Voer een kopieeropdracht uit of maak een scan om
na te gaan of de printer correct werkt.
2. Controleer de fysieke faxverbindingen.
3. Controleer de faxinstellingen op de printer.
4. Controleer of andere apparaten op deze telefoonlijn
faxen kunnen verzenden of ontvangen. Er is
mogelijk een probleem met de telefoonlijn.
5. Reset de printer door deze uit te schakelen. Schakel
indien mogelijk ook de hoofdschakelaar van de
stroomvoorziening uit. Wacht enkele seconden
en schakel de stroom weer in. Probeer een fax te
verzenden of te ontvangen op de printer.
6. Als het probleem niet kan worden opgelost, kunt u het
faxtestrapport en faxlogboek (en indien beschikbaar
de rapporten Beller-ID en junkfaxen) afdrukken en
contact opnemen met HP voor verdere hulp.
Opmerking: Als u geabonneerd bent op een
voicemailservice op dezelfde telefoonlijn die u voor
faxen gebruikt, moet u de faxen handmatig ontvangen.
Nederlands
70
Beperkte garantieverklaring voor de HP-printer
A. Duur van beperkte garantie
1. Hewlett-Packard (HP) garandeert de eindgebruiker dat bovenstaande HP-producten vrij van materiaal- en
fabricagedefecten zijn gedurende de hierboven aangegeven periode, die begint op de datum van aankoop door de klant.
De klant moet een bewijs van de datum van aankoop kunnen overleggen.
2. Met betrekking tot softwareproducten is de beperkte garantie van HP uitsluitend geldig voor het niet kunnen uitvoeren van
programmeringsinstructies. HP garandeert niet dat de werking van een product ononderbroken of vrij van fouten is.
3. De beperkte garantie van HP geldt alleen voor defecten die zich voordoen als resultaat van een normaal gebruik van het
product en is niet van toepassing in de volgende gevallen:
a. onjuist of onvoldoende onderhoud of wijziging van het product;
b. software, interfaces, afdrukmateriaal, onderdelen of benodigdheden die niet door HP worden geleverd of ondersteund;
c. gebruik dat niet overeenstemt met de specificaties van het product;
d. onrechtmatige wijzigingen of verkeerd gebruik.
4. Voor HP-printerproducten is het gebruik van een cartridge die niet door HP is geleverd of een nagevulde cartridge niet van
invloed op de garantie aan de klant of een contract voor ondersteuning dat met de klant is gesloten. Als echter een defect of
beschadiging van de printer toegewezen kan worden aan het gebruik van een cartridge die niet van HP afkomstig is, een
nagevulde cartridge of een verlopen inktcartridge, brengt HP de gebruikelijke tijd- en materiaalkosten voor het repareren
van de printer voor het betreffende defect of de betreffende beschadiging in rekening.
5. Als HP tijdens de van toepassing zijnde garantieperiode kennisgeving ontvangt van een defect in een softwareproduct, in
afdrukmateriaal of in een inktproduct dat onder de garantie van HP valt, wordt het defecte product door HP vervangen. Als HP
tijdens de van toepassing zijnde garantieperiode kennisgeving ontvangt van een defect in een hardwareproduct dat onder de
garantie van HP valt, wordt naar goeddunken van HP het defecte product door HP gerepareerd of vervangen.
6. Als het defecte product niet door HP respectievelijk gerepareerd of vervangen kan worden, zal HP de aankoopprijs voor het
defecte product dat onder de garantie valt, terugbetalen binnen een redelijke termijn nadat HP kennisgeving van het defect
heeft ontvangen.
7. HP is niet verplicht tot reparatie, vervanging of terugbetaling tot de klant het defecte product aan HP geretourneerd heeft.
8. Een eventueel vervangingsproduct mag nieuw of bijna nieuw zijn, vooropgesteld dat het ten minste dezelfde functionaliteit
heeft als het product dat wordt vervangen.
9. De beperkte garantie van HP is geldig in alle landen/regio's waar het gegarandeerde product door HP wordt gedistribueerd,
met uitzondering van het Midden-Oosten, Afrika, Argentinië, Brazilië, Mexico, Venezuela en de tot Frankrijk behorende
zogenoemde "Départements d'Outre Mer". Voor de hierboven als uitzondering vermelde landen/regio's, is de garantie
uitsluitend geldig in het land/de regio van aankoop. Contracten voor extra garantieservice, zoals service op de locatie van
de klant, zijn verkrijgbaar bij elk officieel HP-servicekantoor in landen/regio's waar het product door HP of een officiële
importeur wordt gedistribueerd.
10. Er wordt geen garantie gegeven op HP-inktcartridges die zijn nagevuld, opnieuw zijn geproduceerd, zijn opgeknapt en
verkeerd zijn gebruikt of waarmee op enigerlei wijze is geknoeid.
B. Garantiebeperkingen
IN ZOVERRE DOOR HET PLAATSELIJK RECHT IS TOEGESTAAN, BIEDEN NOCH HP, NOCH LEVERANCIERS
(DERDEN) ANDERE UITDRUKKELIJKE OF STILZWIJGENDE GARANTIES OF VOORWAARDEN MET BETREKKING
TOT DE PRODUCTEN VAN HP EN WIJZEN ZIJ MET NAME DE STILZWIJGENDE GARANTIES EN VOORWAARDEN
VAN VERKOOPBAARHEID, BEVREDIGENDE KWALITEIT EN GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL AF.
C. Beperkte aansprakelijkheid
1. Voor zover bij de plaatselijke wetgeving toegestaan, zijn de verhaalsmogelijkheden in deze beperkte garantie de enige en
exclusieve verhaalsmogelijkheden voor de klant.
2. VOORZOVER DOOR HET PLAATSELIJK RECHT IS TOEGESTAAN, MET UITZONDERING VAN DE SPECIFIEKE
VERPLICHTINGEN IN DEZE GARANTIEVERKLARING, ZIJN HP EN LEVERANCIERS (DERDEN) ONDER GEEN BEDING
AANSPRAKELIJK VOOR DIRECTE, INDIRECTE, SPECIALE EN INCIDENTELE SCHADE OF GEVOLGSCHADE, OF DIT NU
GEBASEERD IS OP CONTRACT, DOOR BENADELING OF ENIGE ANDERE JURIDISCHE THEORIE, EN ONGEACHT OF HP
VAN DE MOGELIJKHEID VAN DERGELIJKE SCHADE OP DE HOOGTE IS.
D. Lokale wetgeving
1. Deze garantieverklaring verleent de klant specifieke juridische rechten. De klant kan over andere rechten beschikken die in de V.S.
van staat tot staat, in Canada van provincie tot provincie en elders van land tot land of van regio tot regio kunnen verschillen.
2. In zoverre deze garantieverklaring niet overeenstemt met de plaatselijke wetgeving, zal deze garantieverklaring als
aangepast en in overeenstemming met dergelijke plaatselijke wetgeving worden beschouwd. Krachtens een dergelijke
plaatselijke wetgeving is het mogelijk dat bepaalde afwijzingen en beperkingen in deze garantieverklaring niet op de klant
van toepassing zijn. Sommige staten in de Verenigde Staten en bepaalde overheden buiten de Verenigde Staten (inclusief
provincies in Canada) kunnen bijvoorbeeld:
a. voorkomen dat de afwijzingen en beperkingen in deze garantieverklaring de wettelijke rechten van een klant beperken
(bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk);
b. op andere wijze de mogelijkheid van een fabrikant beperken om dergelijke niet-aansprakelijkheidsverklaringen of
beperkingen af te dwingen;
c. de klant aanvullende garantierechten verlenen, de duur van de impliciete garantie bepalen waarbij het niet mogelijk is dat de
fabrikant zich niet aansprakelijk verklaart of beperkingen ten aanzien van de duur van impliciete garanties niet toestaan.
3. DE IN DEZE VERKLARING GESTELDE GARANTIEVOORWAARDEN VORMEN, BEHALVE IN DE WETTELIJK TOEGESTANE
MATE, GEEN UITSLUITING, BEPERKING OF WIJZIGING VAN, MAAR EEN AANVULLING OP DE VERPLICHTE EN WETTELIJK
VOORGESCHREVEN RECHTEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP DE VERKOOP VAN HP-PRODUCTEN.
HP Fabrieksgarantie
Als bijlage ontvangt u hierbij een lijst met daarop de naam en het adres van de HP vestiging in uw land waar u terecht kunt voor de
HP fabrieksgarantie.
Nederland: Hewlett-Packard Nederland BV, Startbaan 16, 1187 XR Amstelveen
België: Hewlett-Packard, BVBA/SPRL, P.O.
Naast deze fabrieksgarantie kunt u op basis van nationale wetgeving ten opzichte van uw verkoper rechten ontlenen aan
de verkoopovereenkomst. De HP-fabrieksgarantie laat de wettelijke rechten onder de toepasselijke nationale wetgeving ongemoeid.
HP-product Duur van beperkte garantie
Softwaremedia 90 dagen
Printer Telefonische ondersteuning: 1 jaar wereldwijd Onderdelen en
arbeidsloon: 90 dagen in de VS en Canada (buiten de VS en Canada 1
jaar of conform de lokale wetgeving)
Print- of inktcartridges Tot het HP-cartridge leeg is of de "einde garantie"-datum (vermeld op de
inktcartridge) is bereikt, afhankelijk van wat het eerst van toepassing is.
Deze garantie dekt geen HP-inktproducten die opnieuw zijn gevuld,
opnieuw zijn gefabriceerd of zijn gerepareerd, noch HP-inktproducten die
op verkeerde wijze zijn gebruikt of behandeld.
Printkoppen (geldt alleen voor producten met printkoppen 1 jaar
die door de klant kunnen worden vervangen)
Accessoires 1 jaar tenzij anders vermeld
Nederlands

Documenttranscriptie

HP OfficeJet 3830 All-in-One series Aan de slag 1. Volg de illustraties op de instelflyer om uw printer in te stellen. 2. Ga naar 123.hp.com/oj3830 om de mobiele app of HP printersoftware te installeren en verbind de printer met uw netwerk. Opmerking: Windows® gebruikers plaatsen de cd met printersoftware in de computer als de computer niet met internet is verbonden. Als het installatieprogramma niet start, gaat u naar Deze computer, dubbelklikt u op het pictogram cd-rom met het HP logo en vervolgens op setup.exe. 3. Maak online een account aan om uw printer te activeren. Nadat u de mobiele app of printersoftware heeft geïnstalleerd wordt u door het proces geleid om een account aan te maken. Meer informatie Elektronische Help: Installeer de elektronische Help door deze functie tijdens de software-installatie te selecteren uit de lijst Aanbevolen software. Kom alles te weten over de productkenmerken, de afdrukmogelijkheden, het opsporen van fouten en de ondersteuning. In het gedeelte Technische informatie vindt u richtlijnen, informatie over het milieu en wettelijke informatie, waaronder de richtlijnen van de Europese Unie en de conformiteitsverklaring. •• Windows® 8.1: Klik op de pijl omlaag in de linkerbenedenhoek van het Start-scherm, selecteer de printernaam, klik op Help en selecteer vervolgens HP Help zoeken. •• Windows® 7, Windows Vista® en Windows® XP: Klik op Start, selecteer Alle Programma's, selecteer HP en selecteer vervolgens de printernaam. •• OS X: Klik op Help > Helpcenter. In het venster Helpviewer klikt u op Hulp voor al uw apps en klik vervolgens op Help voor uw printer. LeesMij: Bevat ondersteuningsinformatie van HP, de systeemvereisten voor het besturingssysteem en recente printerupdates. •• Windows: Plaats de software-cd in uw computer en ga naar het bestand ReadMe.chm. Dubbelklik op ReadMe.chm om het bestand te openen en kies vervolgens het Leesmij-bestand in uw taal. •• Mac: Open de map Documenten in het bovenste niveau van de software-installatie. Dubbelklik op Leesmij-bestand en selecteer het Leesmij-bestand in uw taal. Op internet: Extra hulp en informatie: www.hp.com/go/support. Registratie van de printer: www.register.hp.com. Conformiteitsverklaring: www.hp.eu/certificates. Inktverbruik: www.hp.com/go/inkusage. Scan voor meer informatie! Mogelijk moet u standaard kosten betalen. Mogelijk niet in alle talen beschikbaar. www.hp.com/eu/m/OJ3830 Nederlands •• Windows® 8: Klik op het Start-scherm met de rechtermuisknop op een leeg gebied van het scherm, klik op Alle apps op de app-balk, klik op het pictogram met de naam van uw printer en klik vervolgens op Help. Bedieningspaneel Nederlands 1 Aan/Uit-knop: Hiermee zet u de printer uit of aan. 2 Start-knop: Hiermee keert u terug naar het Startscherm, het scherm dat verschijnt wanneer u de printer voor het eerst inschakelt. 3 Scherm van bedieningspaneel: Druk op het scherm om menuopties te selecteren of scroll door de menupunten. 4 Lampje Draadloos: geeft de status van de draadloze verbinding van de printer weer. •• Een blauw lampje geeft aan dat de draadloze verbinding werd gemaakt en dat u kunt afdrukken. •• Een langzaam knipperend lampje geeft aan dat de draadloze functie is ingeschakeld, maar de printer niet is aangesloten op een netwerk. Zorg ervoor dat uw printer binnen bereik is van het draadloze signaal. •• Een snel knipperend lampje geeft een fout met de draadloze functie aan. Raadpleeg het bericht op het printerbeeldscherm. •• Als draadloos is uitgeschakeld, is het lampje draadloos uit. Op het scherm verschijnt Draadloos uit. 5 6 Help-knop: Toont de helpinhoud als deze beschikbaar is voor de huidige bewerking. Terug-knop: Hiermee gaat u terug naar het vorige scherm. Veiligheidsinformatie Neem bij gebruik van deze printer altijd voorzorgsmaatregelen om het risico op letsel door brand of elektrische schokken te beperken. 1. Lees en begrijp alle instructies in de documentatie bij uw printer. 2. Neem alle op deze printer vermelde waarschuwingen en instructies in acht. 3. Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact voordat u deze printer reinigt. 4. Installeer en gebruik de printer niet in de nabijheid van water of wanneer u nat bent. 5. Zorg dat de printer stevig op een stabiele ondergrond staat. 6. Zet de printer op een veilige plaats waar niemand op het netsnoer kan trappen of erover kan struikelen en waar het netsnoer niet kan worden beschadigd. 7. Als de printer niet normaal werkt, raadpleeg dan de elektronische help (die op uw computer na installatie van de software beschikbaar is). 8. U mag zelf geen onderdelen repareren. Voor reparatie- of onderhoudswerkzaamheden dient u contact op te nemen met een bevoegd technicus. 9. Gebruik het netsnoer en de adapter die door HP werden geleverd. 62 Basisprocedures voor probleemoplossing Als u niet kunt afdrukken: 1. Zorg ervoor dat de stroomkabels goed bevestigd zijn en dat de printer is ingeschakeld. De Aan/uit-knop zal oplichten. 2. Controleer of de HP-printersoftware op de computer is geïnstalleerd. 3. Als uw computer via een USB-kabel is verbonden met uw printer, moet u ervoor zorgen dat de USB-verbinding veilig is. Indien uw computer draadloos met de printer verbonden is, bevestigt u dat de draadloze verbinding werkt. 4. Bezoek de HP Diagnostic Tools website op www.hp.com/go/tools om gratis diagnostische tools te downloaden waarmee u veel voorkomende printerproblemen kunt oplossen. Controleer of de printer is ingesteld als uw standaardprinter: •• Windows 8.1 en Windows 8: Druk of tik op de rechterbovenhoek van het scherm om de Charmsbalk te openen. Klik op het pictogram Instellingen klik of tik op Configuratiescherm en klik of tik vervolgens op Overzicht Apparaten en printers. •• Windows 7: Klik in het menu Start van Windows op Apparaten en printers. •• Windows Vista: Klik op de taakbalk van Windows op Start, klik op Configuratiescherm en vervolgens op Printers. •• Windows XP: Klik op de taakbalk van Windows op Start, klik op Configuratiescherm en klik vervolgens op Printers en faxapparaten. Controleer of uw printer is aangevinkt in het rondje ernaast. Indien uw printer niet is geselecteerd als de standaardprinter, klik dan met de rechtermuisknop op het printerpictogram en kies Als standaardprinter instellen uit het menu. Als u een USB-kabel gebruikt en nog niet kunt afdrukken of de software-installatie niet lukt: 1. Verwijder de cd uit het cd/dvd-station en koppel vervolgens de USB-kabel los van de computer. 2. Start de computer opnieuw op. 3. Plaats de cd met printersoftware in het cd-/dvdstation en volg de instructies op het scherm om de printersoftware te installeren. Sluit de USB-kabel niet aan voordat u daarom wordt gevraagd. 4. Zodra de installatie klaar is, start u de computer opnieuw op. Als u de draadloze functies gebruikt en nog niet kunt afdrukken: Ga naar het deel "Draadloos netwerk-gebruik" op de volgende pagina voor meer informatie. Mac Controleer de afdrukwachtrij: 1. In Systeemvoorkeuren klikt u op Printers & Scanners (Print & Scan in OS X v10.8 Mountain Lion). 2. Klik op Afdrukwachtrij openen. 3. Klik op een afdruktaak om deze te selecteren. 4. Gebruik de volgende knoppen om de afdruktaak te beheren: •• Pictogram Annuleren: De geselecteerde afdruktaak annuleren. •• Doorgaan: Een onderbroken afdruktaak hervatten. 5. Als u wijzigingen hebt doorgevoerd, probeert u opnieuw af te drukken. Herstarten en resetten: 1. Start de computer opnieuw op. 2. Reset de printer. a. Schakel de printer uit en haal de stekker uit het stopcontact. b. Wacht een minuut en sluit het netsnoer opnieuw aan. Schakel de printer in. Het afdruksysteem resetten: 1. In Systeemvoorkeuren klikt u op Printers & Scanners (Print & Scan in OS X v10.8 Mountain Lion). 2. Druk op de Ctrl-toets en houd deze ingedrukt wanneer u op de lijst links klikt. Kies dan Afdruksysteem resetten. 3. Voeg de printer toe die u wilt gebruiken. Software-installatie ongedaan maken: 1. Koppel de printer los van de computer als u hem heeft aangesloten met een USB-kabel. 2. Open de map Applications/Hewlett-Packard. 3. Dubbelklik op HP Verwijderen en volg de instructies op het scherm. Nederlands Windows Kennisgeving Windows XP, Windows Vista, Windows 7, Windows 8 en Windows 8.1 zijn in de VS geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation. Mac, OS X en AirPrint zijn in de Verenigde Staten en andere landen gedeponeerde handelsmerken van Apple Inc. 63 Draadloos netwerk-gebruik Meer netwerkhulp nodig? www.hp.com/go/wirelessprinting Het HP Wireless Printing Center op www.hp.com/go/wirelessprinting kan u helpen om uw draadloos netwerk voor te bereiden, uw printer te installeren of opnieuw te configureren en netwerkproblemen op te lossen. Als u er niet in bent geslaagd om de printer met het netwerk te verbinden •• Bevestig dat de functie Draadloos is ingeschakeld op uw printer. 1. Raak vanaf het Start-scherm op het printerscherm (Draadloos) aan. 2. Indien er Draadloos uitgeschakeld staat, raak dan (instellingen) aan en schakel de draadloze functie in. •• Controleer of uw printer is verbonden met uw netwerk. 1. Raak vanaf het Start-scherm op het printerscherm 2. Raak (Draadloos) aan. (Instellingen) aan. 3. Raak Printerrapporten aan en vervolgens Test draadloze functie om het testrapport van de draadloze functie af te drukken. 4. Controleer de bovenste rapporttekst om na te gaan of er iets misging tijdens de test. –– Bekijk het gedeelte DIAGNOSTISCHE RESULTATEN van alle uitgevoerde tests en kijk of uw printer is geslaagd. –– In het gedeelte HUIDIGE CONFIGURATIE zoekt u de netwerknaam (SSID) waarmee uw printer momenteel is verbonden. Controleer of de printer is aangesloten op een netwerk met internettoegang. Opmerking: Indien uw printer is verbonden met een Virtual Private Network (VPN), kunt u hem tijdelijk loskoppelen van het VPN alvorens u doorgaat met de installatie. Na de installatie moet u loskoppelen van het VPN om toegang te krijgen tot uw printer via uw thuisnetwerk. Nederlands •• Zorg ervoor dat beveiligingssoftware de communicatie via uw netwerk niet blokkeert. Beveiligingssoftware, zoals firewalls, kan de communicatie tussen uw computer en printer blokkeren wanneer u via een netwerk installeert. Indien uw printer niet wordt gevonden, kunt u de firewall tijdelijk uitschakelen en controleren of het probleem verdwijnt. Voor meer hulp en tips over beveiligingssoftware kunt u surfen naar: www.hp.com/go/wpc-firewall_nl-nl. •• Herstart de onderdelen van het draadloze netwerk. Schakel de router en de printer uit en zet ze vervolgens weer aan in deze volgorde: eerst de router en dan de printer. Soms wordt een netwerkcommunicatieprobleem opgelost door de apparaten uit- en weer in te schakelen. Als u nog steeds geen verbinding kunt maken, zet u de router, de printer en uw computer uit en zet u deze vervolgens weer aan in de volgorde: eerst de router, dan de printer en dan de computer. Opmerking: Indien u geen draadloze verbinding tot stand kunt brengen, kan de printer ook met het netwerk worden verbonden met behulp van een ethernetkabel. Als u nog steeds problemen ondervindt, ga dan naar het HP Wireless Printing Center (www.hp.com/go/wirelessprinting). Deze website bevat de meest volledige en bijgewerkte informatie over draadloos afdrukken. Bovendien kunt u er terecht voor informatie over de voorbereiding van uw draadloos netwerk, verbindingsproblemen oplossen bij het aansluiten van de printer op een draadloos netwerk, problemen oplossen met beveiligingssoftware. Opmerking: Als u een computer gebruikt onder Windows, kunt u het hulpprogramma Print and Scan Doctor gebruiken. Dit programma helpt u bij het oplossen van mogelijke problemen met de printer. Om dit hulpprogramma te downloaden gaat u naar www.hp.com/go/tools. Als u uw printer met meerdere computers op uw netwerk wilt delen Eerst installeert u uw printer in het thuisnetwerk. Als u de printer met het thuisnetwerk heeft verbonden, kunt u hem delen met andere computers op hetzelfde netwerk. Voor elke bijkomende computer moet u enkel nog de HPprintersoftware installeren. 64 Draadloos netwerk-gebruik (verder) Een USB-verbinding wijzigen naar een draadloze verbinding Zorg ervoor dat de printersoftware correct werd geïnstalleerd. Windows 1. Dubbelklik op het printer pictogram op het bureaublad of voer het volgende uit om de printersoftware te openen: •• Windows 8.1: Klik op de pijl naar beneden in de linker onderhoek van het Start-scherm en selecteer de printernaam. •• Windows 8: Klik met de rechtermuisknop op een leeg gebied van het Start-scherm en klik op Alle apps op de app-balk en selecteer de printernaam. •• Windows 7, Windows Vista en Windows XP: Klik in het bureaublad op Start, selecteer Alle programma's of Programma's, klik op HP, klik op de map van de printer en selecteer het pictogram met de printernaam. 2. Klik in de printersoftware op Hulpprogramma's. 3. Selecteer Printerinstellingen en softwareselectie. 4. Selecteer Een USB-aangesloten printer naar draadloos converteren. Volg de aanwijzingen op het scherm op. Mac Gebruik het HP Hulpprogramma in Toepassingen/Hewlett-Packard om de softwareverbinding te wijzigen naar draadloos voor deze printer. Als u uw printer draadloos zonder een router wilt gebruiken a. Raak vanaf het Startscherm op het printerbeeldscherm (Wi-Fi Direct) aan. (Instellingen) aan en schakel Wi-Fi Direct in. b. Indien de Status op Uit staat, raak dan 2. Schakel de Wi-Fi-verbinding in op uw mobiel apparaat. Raadpleeg voor meer informatie de documentatie bij het mobiele apparaat of computer. 3. Doe het volgende, afhankelijk van uw apparaat: •• Mobiel apparaat dat Wi-Fi Direct ondersteunt: Selecteer een document uit een applicatie van waaruit u kunt afdrukken en selecteer de optie om het document af te drukken. Uit de lijst beschikbare printers kiest u de Wi-Fi Direct naam, zoals bijvoorbeeld DIRECT-**-HP OfficeJet 3830 (waarbij ** unieke tekens zijn van uw printer) en volg de instructies op het printerscherm en uw mobiele apparaat. •• Computer of mobiel apparaat dat Wi-Fi Direct niet ondersteunt: Gebruik uw normale werkwijze om een verbinding te maken met een nieuw draadloos netwerk of een hotspot om verbinding te maken met een nieuw netwerk. Kies de naam van Wi-Fi Direct uit de lijst van draadloze netwerken zoals DIRECT-**-HP OfficeJet-3830 (waarbij ** de unieke tekens zijn om uw printer te identificeren). Voer het Wi-Fi Direct-wachtwoord in zodra daar om wordt gevraagd. Druk vervolgens af zoals u dat gewoonlijk zou doen vanaf uw computer of mobiele apparaat. Opmerking: Een Wi-Fi Direct-verbinding biedt geen internettoegang. Surf naar het Wi-Fi Wireless Printing Center op www.hp.com/go/wirelessprinting voor meer informatie over Wi-Fi Direct. Dit product is bedoeld voor gebruik in een open omgeving (bijv. thuis en niet verbonden met het openbare internet) waar iedereen toegang heeft tot de printer en deze mag gebruiken. Als gevolg hiervan is de instelling Wi-Fi Direct standaard ingesteld op "Automatisch", zonder administratorwachtwoord, hierdoor kan iedereen binnen het draadloze bereik een verbinding maken met de printer en alle functies en instellingen ervan gebruiken. Indien een hoger beveiligingsniveau is vereist, adviseert HP de verbindingswijze van Wi-Fi Direct te wijzigen van "Automatisch" naar "Handmatig" en een administratorwachtwoord in te stellen. Nederlands Gebruik Wi-Fi Direct om draadloos zonder router af te drukken vanaf uw computer, smartphone of ander draadloos apparaat. Om Wi-Fi Direct rechtstreeks te gebruiken vanaf een computer moet de printersoftware op de computer zijn geïnstalleerd. 1. Controleer of Wi-Fi Direct op uw printer is ingeschakeld. Indien u wilt printen met AirPrint Dit product is geschikt voor Apple AirPrint™. U kunt draadloos afdrukken vanaf uw iOS-apparaat of Mac. •• Uw printer en iOS-apparaat of Mac moeten met hetzelfde draadloos netwerk verbonden zijn. •• Met Apple AirPrint™ kunt u geen documenten van uw printer naar uw iOS-apparaat scannen. 65 Fax instellen Tijdens de software-installatie of na de installatie kunt u de fax instellen met de softwarewizard (aanbevolen) door de Fax Installatiewizard van de software (Windows) te gebruiken of de Basis Faxinstellingen van HP Utility (OS X), of u kunt de onderstaande stappen volgen. 1. Als uw land of regio hieronder wordt vermeld, kunt u de website www.hp.com/uk/faxconfig openen voor informatie over instellingen. Anders moet u de instructies in deze handleiding volgen. •• België •• Finland •• Italië •• Oostenrijk •• Verenigd Koninkrijk •• Denemarken •• Frankrijk •• Nederland •• Portugal •• Zweden •• Duitsland •• Ierland •• Noorwegen •• Spanje •• Zwitserland 2. De telefoonlijn aansluiten Opmerking: HP-printers zijn specifiek ontworpen voor gebruik in combinatie met traditionele analoge telefoonservices. In een digitale telefoonomgeving (zoals DSL/ADSL, PBX of ISDN) moet u eventueel digitaalnaar-analoog filters of converters gebruiken bij het instellen van de printer voor faxen. Neem contact op met uw telefoonbedrijf om na te gaan welke installatieopties voor u geschikt zijn. Als de telefoonlijn uitsluitend wordt gebruikt voor fax a. Sluit een uiteinde van het snoer aan op een wandcontactdoos voor telefoon. b. Sluit het andere uiteinde aan op de poort met het label 1-LINE aan de achterzijde van de printer. Opmerking: Als u een abonnement hebt op een DSL/ADSL-service, plaats dan een DSL/ADSL-filter tussen de poort 1-LINE en de wandcontactdoos telefoon. 1 2 Nederlands 3 Wandcontactdoos telefoon Faxpoort (1-LINE) Opmerking: Sluit het snoer niet aan op poort 2-EXT. DSL/ADSL-filter (geleverd door uw telefoonbedrijf of service provider) Indien bijkomende apparaten zijn aangesloten op de telefoonlijn Als u andere apparaten moet aansluiten, volg dan onderstaande afbeelding: Fax op VoIP** * TAP: Antwoordapparaat telefoon 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Wandcontactdoos telefoon Parallelle splitter DSL/ADSL-modem Antwoordapparaat telefoon Telefoon ISDN-wandcontactdoos Terminaladapter of ISDN-router Breedbandmodem DSL/ADSL-filter Analoge telefoonadapter ** Fax op VoIP: Fax op Voice over Internet Protocol 3. De fax-setup testen. De faxtest controleert de hardware, het type telefoonsnoer en de verbindingsstatus. Bovendien wordt gecontroleerd of er een kiestoon is en of de telefoonlijn actief is. De test uitvoeren: a. Raak vanaf het Start-scherm op het printerscherm Fax aan. b. Raak Installeren aan, Installatiewizard en volg daaarna de instructies op het scherm. 66 Fax gebruiken Een standaardfax versturen 1. Plaats het origineel met de afdrukzijde naar beneden tegen de rechterbenedenhoek van de glasplaat of met de afdrukzijde naar boven in de invoerlade. 2. Raak vanaf het Start-scherm op het printerscherm Fax aan. 3. Raak Nu versturen aan. 4. Raak Faxnummer invoeren aan en voer met het toetsenblok het faxnummer in, druk vervolgens op OK. Om een pauze in het faxnummer toe te voegen, drukt u meermaals op * tot een streepje (-) verschijnt op het beeldscherm. 5. Raak Zwart/wit of Kleur aan. Als de printer een origineel in de documentinvoer detecteert, wordt dit document naar het ingevoerde nummer gestuurd. Als u van de ontvanger te horen krijgt dat de kwaliteit van de door u verzonden fax niet goed is, kunt u de resolutie of het contrast van de fax wijzigen. 1. Kies het nummer met behulp van het toetsenblok op de telefoon die op de printer is aangesloten. Gebruik het toetsenblok op het bedieningspaneel van de printer niet wanneer u een fax verzendt met behulp van deze methode. 2. Als de ontvanger de telefoon opneemt, kunt u met de ontvanger spreken voordat u de fax verzendt. Als een faxapparaat de oproep beantwoordt, hoort u de faxtonen van het ontvangende faxapparaat. 3. Plaats het origineel met de afdrukzijde naar beneden tegen de rechterbenedenhoek van de glasplaat of met de afdrukzijde naar boven in de invoerlade. 4. Druk op het scherm van het bedieningspaneel van de printer op Fax. 5. Raak Verzenden en ontvangen aan en vervolgens Nu verzenden. 6. Raak Zwart/wit of Kleur aan. Als u met de ontvanger in gesprek bent, vraagt u om de ontvangst van de fax te starten zodra hij of zij de faxtonen hoort op het faxtoestel. Zodra de printer begint te faxen, kunt u de telefoon ophangen of aan de lijn blijven. Mogelijk hoort u de faxtonen tijdens het doorsturen niet. Voor meer informatie over andere manieren om faxen te verzenden, zoals het verzenden van faxen vanaf een computer, verwijzen we naar de elektronische Help. Nederlands Een fax via een extra telefoontoestel verzenden Een fax automatisch ontvangen Standaard beantwoordt de printer inkomende gesprekken en worden faxen ontvangen. Om handmatig faxen te ontvangen schakelt u Automatisch antwoorden uit op het bedieningspaneel van de printer. De printer beantwoordt oproepen na het aantal beltonen dat is opgegeven bij de instelling Aantal beltonen voor antwoord. Opmerking: Als er een antwoordapparaat op de printer is aangesloten, moet voor de printer een hoger aantal beltonen voor antwoorden worden ingesteld dan voor het antwoordapparaat. 1. Controleer of de printer is ingeschakeld en of er papier in de lade aanwezig is. 2. Raak vanaf het Start-scherm op het printerscherm Fax aan. 3. Raak Instellingen aan en raak vervolgens Voorkeuren aan. 4. Schakel de optie Automatisch beantwoorden in. Opmerking: Als u geabonneerd bent op een voicemailservice op dezelfde telefoonlijn die u voor faxen gebruikt, kunt u niet automatisch faxen ontvangen. U moet zelf aanwezig zijn om binnenkomende faxoproepen te beantwoorden. (Als u uw faxen liever automatisch ontvangt, moet u contact opnemen met uw telefoonbedrijf om u te abonneren op een service voor specifieke belsignalen of om een aparte telefoonlijn aan te vragen voor het faxen.) De printer kan ontvangen faxen bewaren in het interne geheugen. Om de faxen opnieuw af te drukken raadpleegt u "Ontvangen faxen vanuit het geheugen afdrukken" verder op de volgende pagina. 67 Fax gebruiken (vervolg) Een faxbericht handmatig ontvangen Als u in gesprek bent met een andere persoon, kunt u de faxen handmatig ontvangen zonder de telefoon op te hangen. 1. Controleer of de printer is ingeschakeld en of er papier in de lade aanwezig is. 2. Verwijder eventuele originelen uit de documentinvoerlade. Stel Aantal beltonen voor antwoord in op een hoge waarde zodat u de binnenkomende oproepen kunt beantwoorden voordat de printer de oproep beantwoordt. U kunt de instelling Automatisch beantwoorden ook uitschakelen zodat de printer binnenkomende oproepen niet automatisch beantwoordt. 3. Vraag aan uw contactpersoon om de fax te verzenden. 4. Als u faxtonen hoort, raakt u vanaf het Start-scherm op het bedieningspaneel van de printer Fax aan, vervolgens raakt u Verzenden en ontvangen aan en tot slot Nu ontvangen. Zodra de printer de fax begint te ontvangen, kunt u de telefoon ophangen of aan de lijn blijven. Mogelijk hoort u de faxtonen tijdens het doorsturen niet. Ontvangen faxen vanuit het geheugen afdrukken Als Een back-up maken van een faxontvangst is ingeschakeld, worden ontvangen faxberichten in het geheugen bewaard, ook wanneer de printer in storing is. Opmerking: Alle in het geheugen bewaarde faxberichten worden uit het geheugen gewist wanneer de printer wordt uitgeschakeld. 1. Controleer of er papier in de invoerlade is geplaatst. 2. Raak vanaf het Start-scherm op het printerscherm Fax aan. 3. Raak Opnieuw afdrukken aan. Nederlands De faxen worden weergegeven in omgekeerde volgorde als die waarin ze zijn ontvangen, waarbij de meest recent ontvangen fax het eerst wordt afgedrukt. 4. Selecteer de fax die u wilt afdrukken en druk op Afdrukken. Een rapport of logboek afdrukken Faxrapporten bevatten nuttige systeeminformatie over de printer. 1. Raak vanaf het Start-scherm op het printerscherm Fax aan en raak vervolgens Instellingen aan. 2. Raak Rapporten aan en selecteer het faxrapport dat u wilt afdrukken. Tip: Als u een schriftelijke bevestiging wenst dat uw faxberichten correct werden verzonden, raak dan Faxbevestiging aan en selecteer de gewenste optie. 68 Als u nog steeds problemen ondervindt met uw fax nadat u de faxtest hebt uitgevoerd, moet u de onderstaande procedure volgen: Kan geen faxen verzenden maar wel ontvangen 1. Voer een kopieeropdracht uit of maak een scan om na te gaan of de printer correct werkt. 2. Controleer de fysieke faxverbindingen. 3. Controleer of andere faxapparaten werken op hetzelfde telefoonnummer. Het ontvangende faxapparaat kan uw telefoonnummer hebben geblokkeerd of er zijn mogelijk technische problemen. 4. Als het probleem niet kan worden opgelost, kunt u het faxtestrapport en faxlogboek (en indien beschikbaar de rapporten Beller-ID en junkfaxen) afdrukken en contact opnemen met HP voor verdere hulp. Kan geen faxen ontvangen maar wel verzenden 1. Controleer de faxinstellingen op de printer. 2. Controleer de fysieke faxverbindingen. 3. Controleer of andere apparaten op dezelfde telefoonlijn faxen kunnen ontvangen. De telefoonlijn kan in storing zijn of het verzendende faxapparaat heeft mogelijk problemen met het verzenden van faxen. Misschien kunt u ook nagaan of u het telefoonnummer van de afzender niet hebt geblokkeerd. 4. Neem contact op met de afzender. Als het probleem niet kan worden opgelost, kunt u het faxtestrapport en faxlogboek (en indien beschikbaar de rapporten Beller-ID en junkfaxen) afdrukken en contact opnemen met HP voor verdere hulp. Kan geen faxen verzenden en ook geen ontvangen 1. Voer een kopieeropdracht uit of maak een scan om na te gaan of de printer correct werkt. 2. Controleer de fysieke faxverbindingen. 3. Controleer de faxinstellingen op de printer. 4. Controleer of andere apparaten op deze telefoonlijn faxen kunnen verzenden of ontvangen. Er is mogelijk een probleem met de telefoonlijn. 5. Reset de printer door deze uit te schakelen. Schakel indien mogelijk ook de hoofdschakelaar van de stroomvoorziening uit. Wacht enkele seconden en schakel de stroom weer in. Probeer een fax te verzenden of te ontvangen op de printer. 6. Als het probleem niet kan worden opgelost, kunt u het faxtestrapport en faxlogboek (en indien beschikbaar de rapporten Beller-ID en junkfaxen) afdrukken en contact opnemen met HP voor verdere hulp. Opmerking: Als u geabonneerd bent op een voicemailservice op dezelfde telefoonlijn die u voor faxen gebruikt, moet u de faxen handmatig ontvangen. Controleer de faxinstellingen op de printer •• De functie Automatisch antwoorden is ingeschakeld om automatisch faxen te ontvangen. •• Als u bent geabonneerd op een voicemailservice bij uw telefoonbedrijf of service provider, zorg er dan voor dat het Aantal beltonen voor antwoord is ingesteld op een hogere waarde dan voor het antwoordapparaat van de telefoon. De printer bewaakt de lijn en beslist of een inkomend gesprek een normaal telefoongesprek is of een faxbericht. Als het gaat om een faxbericht start de printer de faxverbinding automatisch. Anders moet u de fax handmatig ontvangen door Fax te selecteren op het printerscherm. •• Indien meerdere telefoonnummers aan dezelfde fysieke telefoonlijn zijn toegekend en de lijn al wordt gedeeld met meerdere apparaten, zorg er dan voor dat de printer is ingesteld op de correcte beltoon om faxen te ontvangen. Controleer de fysieke faxverbindingen •• Sluit het telefoonsnoer verbonden met de poort 1-LINE aan de achterzijde van de printer aan op de wandtelefooncontactdoos telefoon en sluit het telefoonsnoer van de poort 2-EXT aan de achterzijde van de printer aan op een telefoontoestel. Gebruik deze telefoon om het nummer op te bellen dat de fax niet kon ontvangen. •• Als u probeerde om naar een extern nummer te faxen, zorg er dan voor om de toegangscodes of voornummers in te toetsen voor u het netnummer invoert. Mogelijk moet u tussen cijfers even pauzeren om te voorkomen dat de printer het nummer te snel tot stand brengt. Om een pauze toe te voegen, drukt u meermaals op * tot een streepje (-) verschijnt op het beeldscherm. •• Als u geen uitgaande oproepen tot stand kunt brengen omdat u geen kiestoon krijgt of er te veel ruis op de lijn zit, probeer het dan met een ander telefoonsnoer op de 1-LINE-poort of verplaats de printer naar een andere plaats met een afzonderlijke telefoonlijn (indien mogelijk). Kijk dan of u gelijkaardige problemen ondervindt. •• Als u werkt met een digitale telefoonomgeving (zoals fax op VoIP), verlaag dan de faxsnelheid en schakel Error Code Modulation (ECM) uit op het bedieningspaneel van de printer. Neem indien nodig contact op met uw telefoonbedrijf om na te gaan of er problemen zijn met de telefoonlijn of voor meer informatie over het telefoonnetwerk. Nederlands Faxproblemen oplossen 69 Beperkte garantieverklaring voor de HP-printer HP-product Softwaremedia Printer Print- of inktcartridges Printkoppen (geldt alleen voor producten met printkoppen die door de klant kunnen worden vervangen) Accessoires Duur van beperkte garantie 90 dagen Telefonische ondersteuning: 1 jaar wereldwijd Onderdelen en arbeidsloon: 90 dagen in de VS en Canada (buiten de VS en Canada 1 jaar of conform de lokale wetgeving) Tot het HP-cartridge leeg is of de "einde garantie"-datum (vermeld op de inktcartridge) is bereikt, afhankelijk van wat het eerst van toepassing is. Deze garantie dekt geen HP-inktproducten die opnieuw zijn gevuld, opnieuw zijn gefabriceerd of zijn gerepareerd, noch HP-inktproducten die op verkeerde wijze zijn gebruikt of behandeld. 1 jaar 1 jaar tenzij anders vermeld Nederlands A. Duur van beperkte garantie 1. Hewlett-Packard (HP) garandeert de eindgebruiker dat bovenstaande HP-producten vrij van materiaal- en fabricagedefecten zijn gedurende de hierboven aangegeven periode, die begint op de datum van aankoop door de klant. De klant moet een bewijs van de datum van aankoop kunnen overleggen. 2. Met betrekking tot softwareproducten is de beperkte garantie van HP uitsluitend geldig voor het niet kunnen uitvoeren van programmeringsinstructies. HP garandeert niet dat de werking van een product ononderbroken of vrij van fouten is. 3. De beperkte garantie van HP geldt alleen voor defecten die zich voordoen als resultaat van een normaal gebruik van het product en is niet van toepassing in de volgende gevallen: a. onjuist of onvoldoende onderhoud of wijziging van het product; b. software, interfaces, afdrukmateriaal, onderdelen of benodigdheden die niet door HP worden geleverd of ondersteund; c. gebruik dat niet overeenstemt met de specificaties van het product; d. onrechtmatige wijzigingen of verkeerd gebruik. 4. Voor HP-printerproducten is het gebruik van een cartridge die niet door HP is geleverd of een nagevulde cartridge niet van invloed op de garantie aan de klant of een contract voor ondersteuning dat met de klant is gesloten. Als echter een defect of beschadiging van de printer toegewezen kan worden aan het gebruik van een cartridge die niet van HP afkomstig is, een nagevulde cartridge of een verlopen inktcartridge, brengt HP de gebruikelijke tijd- en materiaalkosten voor het repareren van de printer voor het betreffende defect of de betreffende beschadiging in rekening. 5. Als HP tijdens de van toepassing zijnde garantieperiode kennisgeving ontvangt van een defect in een softwareproduct, in afdrukmateriaal of in een inktproduct dat onder de garantie van HP valt, wordt het defecte product door HP vervangen. Als HP tijdens de van toepassing zijnde garantieperiode kennisgeving ontvangt van een defect in een hardwareproduct dat onder de garantie van HP valt, wordt naar goeddunken van HP het defecte product door HP gerepareerd of vervangen. 6. Als het defecte product niet door HP respectievelijk gerepareerd of vervangen kan worden, zal HP de aankoopprijs voor het defecte product dat onder de garantie valt, terugbetalen binnen een redelijke termijn nadat HP kennisgeving van het defect heeft ontvangen. 7. HP is niet verplicht tot reparatie, vervanging of terugbetaling tot de klant het defecte product aan HP geretourneerd heeft. 8. Een eventueel vervangingsproduct mag nieuw of bijna nieuw zijn, vooropgesteld dat het ten minste dezelfde functionaliteit heeft als het product dat wordt vervangen. 9. De beperkte garantie van HP is geldig in alle landen/regio's waar het gegarandeerde product door HP wordt gedistribueerd, met uitzondering van het Midden-Oosten, Afrika, Argentinië, Brazilië, Mexico, Venezuela en de tot Frankrijk behorende zogenoemde "Départements d'Outre Mer". Voor de hierboven als uitzondering vermelde landen/regio's, is de garantie uitsluitend geldig in het land/de regio van aankoop. Contracten voor extra garantieservice, zoals service op de locatie van de klant, zijn verkrijgbaar bij elk officieel HP-servicekantoor in landen/regio's waar het product door HP of een officiële importeur wordt gedistribueerd. 10. Er wordt geen garantie gegeven op HP-inktcartridges die zijn nagevuld, opnieuw zijn geproduceerd, zijn opgeknapt en verkeerd zijn gebruikt of waarmee op enigerlei wijze is geknoeid. B. Garantiebeperkingen IN ZOVERRE DOOR HET PLAATSELIJK RECHT IS TOEGESTAAN, BIEDEN NOCH HP, NOCH LEVERANCIERS (DERDEN) ANDERE UITDRUKKELIJKE OF STILZWIJGENDE GARANTIES OF VOORWAARDEN MET BETREKKING TOT DE PRODUCTEN VAN HP EN WIJZEN ZIJ MET NAME DE STILZWIJGENDE GARANTIES EN VOORWAARDEN VAN VERKOOPBAARHEID, BEVREDIGENDE KWALITEIT EN GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL AF. C. Beperkte aansprakelijkheid 1. Voor zover bij de plaatselijke wetgeving toegestaan, zijn de verhaalsmogelijkheden in deze beperkte garantie de enige en exclusieve verhaalsmogelijkheden voor de klant. 2. VOORZOVER DOOR HET PLAATSELIJK RECHT IS TOEGESTAAN, MET UITZONDERING VAN DE SPECIFIEKE VERPLICHTINGEN IN DEZE GARANTIEVERKLARING, ZIJN HP EN LEVERANCIERS (DERDEN) ONDER GEEN BEDING AANSPRAKELIJK VOOR DIRECTE, INDIRECTE, SPECIALE EN INCIDENTELE SCHADE OF GEVOLGSCHADE, OF DIT NU GEBASEERD IS OP CONTRACT, DOOR BENADELING OF ENIGE ANDERE JURIDISCHE THEORIE, EN ONGEACHT OF HP VAN DE MOGELIJKHEID VAN DERGELIJKE SCHADE OP DE HOOGTE IS. D. Lokale wetgeving 1. Deze garantieverklaring verleent de klant specifieke juridische rechten. De klant kan over andere rechten beschikken die in de V.S. van staat tot staat, in Canada van provincie tot provincie en elders van land tot land of van regio tot regio kunnen verschillen. 2. In zoverre deze garantieverklaring niet overeenstemt met de plaatselijke wetgeving, zal deze garantieverklaring als aangepast en in overeenstemming met dergelijke plaatselijke wetgeving worden beschouwd. Krachtens een dergelijke plaatselijke wetgeving is het mogelijk dat bepaalde afwijzingen en beperkingen in deze garantieverklaring niet op de klant van toepassing zijn. Sommige staten in de Verenigde Staten en bepaalde overheden buiten de Verenigde Staten (inclusief provincies in Canada) kunnen bijvoorbeeld: a. voorkomen dat de afwijzingen en beperkingen in deze garantieverklaring de wettelijke rechten van een klant beperken (bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk); b. op andere wijze de mogelijkheid van een fabrikant beperken om dergelijke niet-aansprakelijkheidsverklaringen of beperkingen af te dwingen; c. de klant aanvullende garantierechten verlenen, de duur van de impliciete garantie bepalen waarbij het niet mogelijk is dat de fabrikant zich niet aansprakelijk verklaart of beperkingen ten aanzien van de duur van impliciete garanties niet toestaan. 3. DE IN DEZE VERKLARING GESTELDE GARANTIEVOORWAARDEN VORMEN, BEHALVE IN DE WETTELIJK TOEGESTANE MATE, GEEN UITSLUITING, BEPERKING OF WIJZIGING VAN, MAAR EEN AANVULLING OP DE VERPLICHTE EN WETTELIJK VOORGESCHREVEN RECHTEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP DE VERKOOP VAN HP-PRODUCTEN. HP Fabrieksgarantie Als bijlage ontvangt u hierbij een lijst met daarop de naam en het adres van de HP vestiging in uw land waar u terecht kunt voor de HP fabrieksgarantie. Nederland: Hewlett-Packard Nederland BV, Startbaan 16, 1187 XR Amstelveen België: Hewlett-Packard, BVBA/SPRL, P.O. Naast deze fabrieksgarantie kunt u op basis van nationale wetgeving ten opzichte van uw verkoper rechten ontlenen aan de verkoopovereenkomst. De HP-fabrieksgarantie laat de wettelijke rechten onder de toepasselijke nationale wetgeving ongemoeid. 70
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70

HP OFFICEJET 3830 de handleiding

Categorie
Multifunctionals
Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor