Canon PIXMA MX725 Handleiding

Type
Handleiding
MX720 series
Online handleiding
Afdrukken
Kopiëren
Nederlands (Dutch)
Afdrukken
Afdrukken vanaf een computer
Afdrukken met een toepassing die u gebruikt (printerstuurprogramma)
Afdrukken met het bedieningspaneel van het apparaat
Fotogegevens afdrukken
Sjabloonformulieren zoals gelinieerd papier of grafiekpapier afdrukken
Documenten (PDF-bestanden) afdrukken die zijn opgeslagen op een USB-flashstation
Afdrukken met een webservice
Kennisgeving over het afdrukken met een webservice
Foto's in een online fotoalbum afdrukken
Sjabloonformulieren downloaden en afdrukken
Instellingen voor de webservice
Afdrukken met Google Cloud Print
Afdrukken met Google Cloud Print voorbereiden
Afdrukken vanaf een computer of smartphone met Google Cloud Print
Afdrukken vanaf een digitale camera
Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een PictBridge-compatibel apparaat
Informatie over PictBridge-afdrukinstellingen
Afdrukken vanaf een Bluetooth-compatibel apparaat
Afdrukken vanaf een mobiele telefoon via Bluetooth-communicatie
Over Bluetooth-communicatie
Voorzorgsmaatregelen voor transport
Voorbereiding op het gebruik van de Bluetooth-eenheid
Gegevens afdrukken via Bluetooth-communicatie
Basisprocedure voor afdrukken via Bluetooth-communicatie
Bluetooth-instellingen
Specificaties
2
Afdrukken vanaf een computer
Afdrukken met een toepassing die u gebruikt (printerstuurprogramma)
3
Afdrukken met het bedieningspaneel van het apparaat
Fotogegevens afdrukken
Sjabloonformulieren zoals gelinieerd papier of grafiekpapier afdrukken
Documenten (PDF-bestanden) afdrukken die zijn opgeslagen op een USB-flashstation
4
Afdrukken met een webservice
Kennisgeving over het afdrukken met een webservice
Foto's in een online fotoalbum afdrukken
Sjabloonformulieren downloaden en afdrukken
Instellingen voor de webservice
5
Over Bluetooth-communicatie
Voorzorgsmaatregelen voor transport
Voorbereiding op het gebruik van de Bluetooth-eenheid
Gegevens afdrukken via Bluetooth-communicatie
Basisprocedure voor afdrukken via Bluetooth-communicatie
Bluetooth-instellingen
Specificaties
6
Kopiëren
Kopieën maken Basis
Voorbeeldweergave weergeven
Items instellen
Kopieën verkleinen of vergroten
Dubbelzijdig kopiëren
Overige kopieerfuncties
Twee pagina’s kopiëren op één pagina
Vier pagina’s kopiëren op één pagina
Dikke originelen, zoals boeken, kopiëren
Kopiëren zonder marges
Gesorteerd kopiëren
Foto's kopiëren
7
Afdrukken met een toepassing die u gebruikt
(printerstuurprogramma)
Afdrukken met de basisinstellingen Basis
Verschillende afdrukmethoden
De afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren
Overzicht van het printerstuurprogramma
Het printerbesturingsbestand bijwerken
8
Afdrukken met de basisinstellingen
U kunt de volgende eenvoudige instelprocedure gebruiken om op de juiste manier af te drukken met dit
apparaat:
1.
Controleer of het apparaat is ingeschakeld
Controleer of de printer is ingeschakeld
2.
Plaats papier in het apparaat
Papier plaatsen
3.
Selecteer de printer
Selecteer uw model in de lijst Printer in het dialoogvenster Afdrukken.
Dialoogvenster Afdrukken
Opmerking
Klik op Details tonen (Show Details) ( (openvouwdriehoekje)) als u wilt overschakelen naar
de gedetailleerde weergave van het venster.
4.
Selecteer het papierformaat
Selecteer bij Papierformaat (Paper Size) het papierformaat dat u wilt gebruiken.
Stel indien nodig het aantal exemplaren, de pagina's die moeten worden afgedrukt en de afdrukstand
in.
9
5.
Selecteer Kwaliteit en media (Quality & Media) in het pop-upmenu
6.
Selecteer het mediumtype
Selecteer bij Mediumtype (Media Type) de papiersoort die in het apparaat is geplaatst.
10
7. Controleer de papierbron
Controleer of Papierbron (Paper Source) is ingesteld op Cassette.
Belangrijk
Het hangt van het papierformaat af of de bovenste of onderste cassette wordt gebruikt. De
cassette die moet worden gebruikt, wordt weergegeven onder Papierbron (Paper Source).
8.
Selecteer de afdrukkwaliteit
Selecteer bij Afdrukkwaliteit (Print Quality), Hoog (High), Standaard (Standard) of Snel (Fast),
afhankelijk van het gewenste afdrukresultaat.
11
Belangrijk
De beschikbare instellingen voor de afdrukkwaliteit zijn afhankelijk van het afdrukprofiel.
9. Voltooi de configuratie
Klik op Druk af (Print).
Het document wordt afgedrukt in overeenstemming met het mediumtype en -formaat dat wordt
gebruikt.
Belangrijk
Klik in het gedeelte Instellingen (Presets) op Huidige instellingen opslaan... (Save Current
Settings as Preset...) (Opslaan als... (Save As...)) om de opgegeven instellingen op te slaan.
Een gewijzigd afdrukprofiel registreren
12
Het mediumtype instellen met het printerstuurprogramma
Wanneer u dit apparaat gebruikt, krijgt u het beste afdrukresultaat wanneer u een mediumtype selecteert
dat overeenkomt met het soort afdruk.
U kunt de volgende mediatypen gebruiken met dit apparaat.
Verkrijgbare papiersoorten
Mediumnaam Mediumtype (Media Type) in het printerstuurprogramma
Normaal papier (inclusief gerecycled papier) Normaal papier (Plain Paper)
Enveloppen Envelop (Envelope)
Origineel Canon-papier (foto's afdrukken)
Mediumnaam <Modelnummer> Mediumtype (Media Type) in het printerstuurprogramma
Professioneel Foto Platinum <PT-101> Professioneel Foto Platinum (Photo Paper Pro Platinum)
Glanzend Fotopapier 'voor frequent
gebruik' <GP-501>
Foto Glans Papier (Glossy Photo Paper)
Foto Glans Papier <GP-502> Foto Glans Papier (Glossy Photo Paper)
Glossy Foto Papier Extra II <PP-201> Glossy Foto Papier Extra II (Photo Paper Plus Glossy II)
Professioneel Fotopapier Luster
<LU-101>
Professioneel Fotopapier Luster (Photo Paper Pro Luster)
Photo Paper Plus Halfglans <SG-201>
Photo Paper Plus Halfglans (Photo Paper Plus Semi-
gloss)
Matglans Foto Papier <MP-101> Matglans Foto Papier (Matte Photo Paper)
Canon-papier (zakelijke documenten afdrukken)
Mediumnaam <Modelnummer> Mediumtype (Media Type) in het printerstuurprogramma
High Resolution Paper <HR-101N> High Resolution Paper
Canon-papier (originele producten)
Mediumnaam <Modelnummer> Mediumtype (Media Type) in het printerstuurprogramma
T-Shirt Transfers <TR-301> T-Shirt Transfers
Fotostickers <PS-101> Foto Glans Papier (Glossy Photo Paper)
13
Verschillende afdrukmethoden
Instellingen voor aantal en afdrukvolgorde opgeven
De nietmarge instellen
Afdrukken zonder marges starten
Het formaat van de afdruk aanpassen aan het papierformaat
Afdrukken op schaal
Pagina-indeling afdrukken
Dubbelzijdig afdrukken
Afdrukken op briefkaarten
Afdrukresultaten weergeven vóór het afdrukken
Papierformaat instellen (aangepast formaat)
14
Instellingen voor aantal en afdrukvolgorde opgeven
Pagina's sorteren (Collate pages) +
Omgekeerd (Reverse)
Pagina's sorteren (Collate pages) +
Normaal (Normal)
Omgekeerd (Reverse)
U geeft als volgt het aantal afdrukken en de afdrukvolgorde op:
1.
Geef het aantal exemplaren op dat u wilt afdrukken
Geef het aantal afdrukken op bij Aantal (Copies) in het Dialoogvenster Afdrukken.
2.
Selecteer Papierafhandeling (Paper Handling) in het pop-upmenu
3. Schakel het selectievakje Pagina's sorteren (Collate pages) in als u meerdere
exemplaren opgeeft in het vak Aantal (Copies).
Schakel het selectievakje Pagina's sorteren (Collate pages) in als u alle pagina's van een exemplaar
tegelijk wilt afdrukken.
Selecteer deze optie niet als u het document zo wilt afdrukken dat alle pagina's met hetzelfde nummer
bij elkaar worden gegroepeerd.
4.
Geef de afdrukvolgorde op
Schakel Paginavolgorde (Page Order) in.
Als u Automatisch (Automatic) of Omgekeerd (Reverse) selecteert, begint het afdrukken bij de
laatste pagina.
Als u Normaal (Normal) selecteert, begint het afdrukken bij de eerste pagina.
15
5.
Voltooi de configuratie
Klik op Druk af (Print).
Het opgegeven aantal exemplaren wordt in de gekozen volgorde afgedrukt.
Belangrijk
Als de toepassing waarmee het document is gemaakt dezelfde functie heeft, geeft u de instellingen
op in het printerstuurprogramma. Als de afdrukresultaten echter niet naar wens zijn, geeft u de functie-
instellingen op in de toepassing. Als u het aantal exemplaren en de afdrukvolgorde in zowel de
toepassing als dit stuurprogramma opgeeft, is het mogelijk dat de waarden van deze twee instellingen
voor het aantal exemplaren worden vermenigvuldigd of dat de opgegeven afdrukvolgorde niet wordt
ingeschakeld.
16
De nietmarge instellen
De procedure voor het instellen van de nietzijde en de breedte van de marge is als volgt:
1.
Selecteer Marge (Margin) in het pop-upmenu van het Dialoogvenster Afdrukken
2. Stel de nietmarge en de breedte van de marge in
Selecteer een nietpositie in de lijst Nietmarge (Stapling Side) en stel zo nodig de breedte van de
Marge (Margin) in.
Opmerking
Het afdrukgebied wordt automatisch door de printer verkleind, afhankelijk van de positie van de
nietmarge.
Naar gelang de instelling voor Dubbelzijdig (Two-Sided) in het pop-upvenster Indeling
(Layout) kan de selectie voor Nietmarge (Stapling Side) afwijken.
3.
Voltooi de configuratie
Klik op Druk af (Print).
Wanneer u een document afdrukt, worden de opgegeven nietzijde en breedte van de marge
toegepast.
Belangrijk
Als afdrukken zonder marges is geselecteerd, zijn Nietmarge (Stapling Side) en Marge (Margin)
niet beschikbaar.
17
Afdrukken zonder marges starten
Met de functie voor afdrukken zonder marges kunt u gegevens randloos afdrukken door de gegevens te
vergroten, zodat ze net buiten de randen van het papier vallen. Standaard blijven de randen rondom het
document leeg. Wanneer u echter de functie voor afdrukken zonder marges gebruikt, wordt het document
zonder marges afgedrukt. Als u gegevens, zoals een foto, zonder lege rand eromheen wilt afdrukken, kiest
u Afdrukken zonder marges.
De procedure voor het afdrukken zonder marges is als volgt:
Afdrukken zonder marges instellen
1. Selecteer het formaat van het papier dat u gebruikt voor afdrukken zonder marges
Selecteer 'XXX (geen randen)' bij Papierformaat (Paper Size) in het Dialoogvenster Afdrukken.
2.
Selecteer Afdrukken zonder marges (Borderless Printing) in het pop-upmenu
3.
Pas de hoeveelheid uitbreiding van het papier aan
Pas indien nodig met de schuifregelaar Hoeveelheid uitbreiding (Amount of Extension) de
hoeveelheid uitbreiding aan.
Wanneer u de schuifregelaar naar rechts schuift, wordt de hoeveelheid die buiten het papier valt groter
en wanneer u hem naar links schuift wordt de hoeveelheid kleiner.
De tweede positie van rechts is geschikt voor de meeste situaties.
18
Belangrijk
Als u de schuifregelaar Hoeveelheid uitbreiding (Amount of Extension) helemaal naar rechts
verplaatst, komen er mogelijk vegen op de achterzijde van het papier terecht.
4. Voltooi de configuratie
Klik op Druk af (Print).
De gegevens worden zonder marges op het papier afgedrukt.
Belangrijk
Voor Afdrukken zonder marges worden alleen bepaalde papierformaten ondersteund. Selecteer een
papierformaat met de toevoeging '(geen randen)' bij Papierformaat (Paper Size).
Als afdrukken zonder marges is ingeschakeld, zijn Envelop (Envelope), High Resolution Paper en
T-Shirt Transfers niet beschikbaar voor selectie in de lijst Mediumtype (Media Type) bij Kwaliteit en
media (Quality & Media) in het pop-upmenu in het dialoogvenster Afdrukken.
Het is mogelijk dat de kwaliteit van de afdruk afneemt of het papier aan de boven- en onderkant
vlekken bevat, afhankelijk van het gebruikte soort papier.
Wanneer de hoogte-breedteverhouding afwijkt van de afbeeldingsgegevens, is het mogelijk dat een
gedeelte niet wordt afgedrukt, afhankelijk van het formaat van het medium.
In dit geval verkleint u de afbeeldingsgegevens in de toepassingssoftware, zodat deze op het
papierformaat passen.
Wanneer afdrukken op schaal of pagina-indeling afdrukken is ingeschakeld, kunt u niet zonder
marges afdrukken.
Opmerking
Als Normaal papier (Plain Paper) is geselecteerd in het menu Mediumtype (Media Type) van
Kwaliteit en media (Quality & Media), kunt u het beste niet afdrukken zonder marges.
Het bereik van het af te drukken document vergroten
Als u een grote hoeveelheid uitbreiding opgeeft, kunt u probleemloos afdrukken zonder marges. Het
gedeelte van het document dat echter van het papier afloopt, wordt niet afgedrukt en daarom wordt een
foto mogelijk niet volledig afgedrukt.
Maak eerst een proefafdruk zonder marges. Als u niet tevreden bent met het resultaat, vermindert u de
hoeveelheid uitbreiding. De hoeveelheid uitbreiding wordt kleiner wanneer u de schuifregelaar
Hoeveelheid uitbreiding (Amount of Extension) naar links schuift.
Belangrijk
Als de hoeveelheid uitbreiding wordt verminderd, kan een onverwachte marge ontstaan, afhankelijk
van het papierformaat.
Opmerking
Als de schuifregelaar Hoeveelheid uitbreiding (Amount of Extension) helemaal naar links is
geschoven, worden de afbeeldingsgegevens volledig afgedrukt. Als u dit instelt wanneer u afdrukt op
de adreszijde van een ansichtkaart, wordt de postcode van de afzender afgedrukt op de juiste positie.
19
Het formaat van de afdruk aanpassen aan het papierformaat
De procedure voor het afdrukken van een document dat automatisch is verkleind of vergroot in
overeenstemming met het paginaformaat, is als volgt:
1.
Controleer het papierformaat
Controleer of de instelling voor Papierformaat (Paper Size) in het Dialoogvenster Afdrukken gelijk is
aan het papierformaat dat u hebt ingesteld in de toepassing.
2.
Selecteer Papierafhandeling (Paper Handling) in het pop-upmenu
3.
Stel het papierformaat in
Schakel het selectievakje Pas aan papierformaat aan (Scale to fit paper size) in. Selecteer
vervolgens in het pop-upmenu Doelpapierformaat (Destination Paper Size) het papierformaat dat in
het apparaat is geplaatst.
4.
Schakel zo nodig het selectievakje Alleen verkleinen (Scale down only) in
Als u dit selectievakje inschakelt, wordt het document verkleind, zodat dit op het paginaformaat past
indien het documentformaat groter is dan het paginaformaat. Het document wordt afgedrukt op het
oorspronkelijke formaat als het documentformaat kleiner is dan het paginaformaat.
5.
Voltooi de configuratie
Klik op Druk af (Print).
Het document wordt bij het afdrukken vergroot of verkleind, zodat dit op het paginaformaat past.
20
Afdrukken op schaal
De procedure voor het afdrukken van een document met pagina's die zijn vergroot of verkleind is als volgt:
1.
Selecteer de printer
Selecteer uw modelnaam in de lijst Stel in voor (Format For) in het Dialoogvenster Pagina-instelling.
2. Stel afdrukken op schaal in
Geef de schaalfactor op bij Vergroot/verklein (Scale) en klik op OK.
Opmerking
Als u Mac OS X v10.7 gebruikt, kunt u Vergroot/verklein (Scale) instellen op een percentage
tussen 1 en 999%.
Als u Mac OS X v10.6 gebruikt, kunt u een percentage instellen tussen 1 en 10000%. Als u een
andere waarde invoert, wordt er een foutbericht weergegeven.
3.
Voltooi de configuratie
Klik in het Dialoogvenster Afdrukken op Afdrukken (Print).
De afbeelding wordt met de opgegeven schaal afgedrukt.
Belangrijk
Als de toepassing waarin u het origineel hebt gemaakt een functie heeft voor afdrukken op schaal,
geeft u de instelling in deze toepassing op. U hoeft deze instelling in dat geval niet in te stellen in het
dialoogvenster Pagina-instelling.
21
Pagina-indeling afdrukken
U kunt met de functie voor het afdrukken van een pagina-indeling meer dan een paginabeeld op een enkel
vel papier afdrukken.
De procedure voor het afdrukken van een pagina-indeling is als volgt:
1.
Selecteer Indeling (Layout) in het pop-upmenu in het Dialoogvenster Afdrukken
2.
Geef bij Pagina's per vel het aantal pagina's op dat u per vel wilt afdrukken
Geef bij Pagina's per vel (Pages per Sheet) het aantal pagina's op dat u per vel wilt afdrukken.
3.
Stel desgewenst een van de volgende items in
Indelingrichting (Layout Direction)
Selecteer een pictogram uit de lijst om de plaatsing van de pagina's te wijzigen.
Marge (Border)
Selecteer een type paginarand om elke documentpagina van een rand voorzien.
Keer paginarichting om (Reverse page orientation)
Schakel dit selectievakje in om de afdrukstand te wijzigen.
Spiegel horizontaal (Flip horizontally)
Schakel dit selectievakje in wanneer u de linker- en de rechterkant van het document wilt omwisselen.
4.
Voltooi de configuratie
Klik op Druk af (Print).
Als u het afdrukken start, wordt het opgegeven aantal pagina's in de opgegeven volgorde op elk vel
papier gerangschikt.
22
Dubbelzijdig afdrukken
De procedure voor het afdrukken van gegevens op beide zijden van een vel papier is als volgt:
1.
Stel dubbelzijdig afdrukken in
Schakel het selectievakje Dubbelzijdig (Two-Sided) in het Dialoogvenster Afdrukken in.
2. Selecteer Indeling (Layout) in het pop-upmenu van het dialoogvenster Afdrukken.
3.
Stel de nietmarge in
Voor Dubbelzijdig (Two-Sided) kiest u Lange kant binden (Long-Edge binding) of Korte kant
binden (Short-Edge binding).
23
4. Selecteer Marge (Margin) in het pop-upmenu van het dialoogvenster Afdrukken.
5.
Stel de nietmarge in
Stel indien nodig de Marge (Margin)breedte in. Als u de Nietmarge (Stapling Side) wilt wijzigen,
kiest u een instelling in de lijst.
Opmerking
Naar gelang de instelling voor Dubbelzijdig (Two-Sided) in het pop-upvenster Indeling
(Layout) kan de selectie voor Nietmarge (Stapling Side) afwijken.
6. Voltooi de configuratie
Klik op Druk af (Print).
Wanneer u het afdrukken start, wordt het dubbelzijdig afdrukken gestart.
Belangrijk
Wanneer een ander mediumtype dan Normaal papier (Plain Paper), Hagaki A of Hagaki is
geselecteerd in het menu Mediumtype (Media Type) van Kwaliteit en media (Quality & Media), kan
niet dubbelzijdig worden afgedrukt.
Dubbelzijdig afdrukken is niet beschikbaar als u afdrukt zonder marges.
Dubbelzijdig afdrukken kan alleen worden toegepast als een van de volgende papierformaten is
geselecteerd voor Papierformaat (Paper Size).
US Letter, A5, A4, JIS B5 (B5 JIS), Ansichtkaart (Postcard)
Nadat de voorzijde is afgedrukt, wordt gewacht met de achterzijde totdat de inkt droog is (het
afdrukken wordt tijdelijk onderbroken). Raak het papier niet aan. U kunt de droogtijd verkorten via
Aangepaste instellingen (Custom Settings) in Canon IJ Printer Utility.
Wanneer u de functie voor automatisch dubbelzijdig afdrukken gebruikt om een briefkaart af te
drukken, drukt u eerst de adreszijde af en vervolgens de berichtzijde.
Opmerking
Als bij dubbelzijdig afdrukken vegen ontstaan op de achterzijde van het papier, geeft u het pop-
upmenu van Canon IJ Printer Utilityweer, selecteert u Reiniging (Cleaning) in het menu en voert u
Reiniging onderste plaat (Bottom Plate Cleaning) uit.
Wanneer u dubbelzijdig afdrukken gebruikt, is het afdrukgebied iets kleiner dan het normale
afdrukgebied.
Verwante onderwerpen
De binnenkant van het apparaat reinigen
De bedieningsmodus van het apparaat wijzigen
24
Afdrukken op briefkaarten
Zie 'Papier plaatsen' voor meer informatie over het plaatsen van briefkaarten in het apparaat.
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u een briefkaart afdrukt.
1.
Selecteer het papierformaat in het Dialoogvenster Afdrukken
Selecteer Ansichtkaart (Postcard) of Briefkaart - dubbel (Postcard Double) in het menu
Papierformaat (Paper Size).
Belangrijk
Antwoordkaarten kunnen alleen worden gebruikt wanneer u ze afdrukt vanaf een computer.
Wanneer u een antwoordkaart afdrukt, dient u het papierformaat altijd in te stellen op Briefkaart
- dubbel (Postcard Double) via de toepassing of het printerstuurprogramma.
Vouw de antwoordkaart niet. Als de kaart een vouw heeft, kan het apparaat de kaart niet correct
invoeren wat leidt tot verschuivingen of papierstoringen.
Bij antwoordkaarten kan afdrukken zonder marges niet worden gebruikt.
2.
Selecteer Kwaliteit en media (Quality & Media) in het pop-upmenu
3.
Selecteer het mediumtype
Selecteer bij Mediumtype (Media Type) de papiersoort die in het apparaat is geplaatst.
Belangrijk
Dit apparaat kan niet afdrukken op briefkaarten waarop foto's of stickers zijn geplakt.
Wanneer u de functie voor dubbelzijdig afdrukken gebruikt om een briefkaart af te drukken,
drukt u eerst de adreszijde af en vervolgens de berichtzijde.
Als u beide zijden van een briefkaart afzonderlijk afdrukt, krijgt u een betere afdruk als u eerst de
berichtzijde afdrukt en vervolgens de adreszijde.
4. Voltooi de configuratie
Klik op Druk af (Print).
Wanneer u het afdrukken start, worden de gegevens op de briefkaart afgedrukt.
25
Afdrukresultaten weergeven vóór het afdrukken
Als u Mac OS X v10.6 gebruikt, kunt u de afdrukresultaten vóór het afdrukken bekijken en controleren.
Als u de afdrukresultaten wilt weergegeven voordat u gaat afdrukken, klikt u op Voorbeeld (Preview) in
het Dialoogvenster Afdrukken.
Opmerking
Wanneer u klikt op de knop (openvouwdriehoekje) in het dialoogvenster Afdrukken en
overschakelt naar de gedetailleerde weergave, wordt Voorbeeld (Preview) niet weergegeven.
Voor een gedetailleerde weergave verschijnt er een voorbeeld aan de linkerkant van het
dialoogvenster Afdrukken.
26
Papierformaat instellen (aangepast formaat)
U kunt de hoogte en breedte van het papier opgeven als u het formaat niet kunt selecteren in het menu
Papierformaat (Paper Size). Een dergelijk papierformaat wordt een 'aangepast formaat' genoemd.
De procedure voor het opgeven van een aangepast papierformaat is als volgt:
1. Een nieuw aangepast papierformaat maken
Kies Aangepaste formaten... (Manage Custom Sizes...) bij Papierformaat (Paper Size) in het
Dialoogvenster Afdrukken.
Klik in het dialoogvenster Aangepaste papierformaten (Custom Paper Sizes) op +.
Naamloos (Untitled) wordt aan de lijst toegevoegd.
2. Details voor het aangepaste papierformaat instellen
Dubbelklik op Naamloos (Untitled), voer de naam in voor het papierformaat dat u wilt registreren en
geef de Breedte (Width) en de Hoogte (Height) van het papier op bij Paginaformaat (Paper Size).
Selecteer Door gebruiker gedefinieerd (User Defined) of het printermodel bij Geen afdrukgebied
(Non-Printable Area) en voer de marges in.
3. Het aangepaste papierformaat registreren
Klik op OK.
Het aangepaste formaat is geregistreerd.
Belangrijk
Als de toepassing waarmee het document is gemaakt een functie heeft voor het opgeven van de
hoogte en breedte, geeft u de waarden op met de toepassing. Als de toepassing deze functie niet
heeft of als het document niet correct wordt afgedrukt, voert u bovenstaande procedure van het
printerstuurprogramma uit om de waarden in te stellen.
Opmerking
U dupliceert een geregistreerd papierformaat door dit te selecteren in de lijst Aangepaste
papierformaten (Custom Paper Sizes) en te klikken op Dupliceer (Duplicate).
U verwijdert een geregistreerd papierformaat door dit te selecteren in de lijst Aangepaste
papierformaten (Custom Paper Sizes) en te klikken op -.
27
De afdrukkwaliteit wijzigen en afbeeldingsgegevens corrigeren
De Afdrukkwaliteit instellen (Aangepast)
Een kleurendocument monochroom afdrukken
Kleurcorrectie opgeven
Een optimale foto van afbeeldingsgegevens afdrukken
De kleuren aanpassen met het printerstuurprogramma
Afdrukken met ICC-profielen (Een ICC-profiel opgeven in de toepassingssoftware)
Afdrukken met ICC-profielen (Een ICC-profiel opgeven in het printerbesturingsbestand)
Het ICC-profiel interpreteren
De kleurbalans aanpassen
De helderheid aanpassen
De intensiteit aanpassen
Het contrast aanpassen
28
De Afdrukkwaliteit instellen (Aangepast)
U kunt de afdrukkwaliteit instellen via Aangepast (Custom).
De procedure voor het instellen van een afdrukkwaliteit is als volgt:
1.
Selecteer Kwaliteit en media (Quality & Media) in het pop-upmenu van het
Dialoogvenster Afdrukken
2.
Selecteer de afdrukkwaliteit
Selecteer Aangepast (Custom) voor Afdrukkwaliteit (Print Quality).
3. Stel de afdrukkwaliteit in
Verplaats de schuifregelaar Kwaliteit (Quality) naar de gewenste afdrukkwaliteit.
4. Voltooi de configuratie
Klik op Druk af (Print).
Wanneer u de gegevens afdrukt, wordt de geselecteerde afdrukkwaliteit gebruikt.
Belangrijk
Bepaalde niveaus voor afdrukkwaliteit kunnen niet worden geselecteerd bij bepaalde instellingen
voor Mediumtype (Media Type).
Verwante onderwerpen
Kleurcorrectie opgeven
De kleurbalans aanpassen
De helderheid aanpassen
De intensiteit aanpassen
Het contrast aanpassen
29
Een kleurendocument monochroom afdrukken
De procedure voor het monochroom afdrukken van een kleurendocument is als volgt:
1.
Selecteer Kwaliteit en media (Quality & Media) in het pop-upmenu van het
Dialoogvenster Afdrukken
2.
Stel afdrukken in grijstinten in
Schakel het selectievakje Afdrukken in grijstinten (Grayscale Printing) in.
3.
Voltooi de configuratie
Klik op Druk af (Print).
Wanneer u de afdruk uitvoert, wordt het document geconverteerd naar grijstinten. Hierdoor kunt u het
kleurendocument monochroom afdrukken.
Opmerking
Bij Afdrukken in grijstinten (Grayscale Printing) kan zowel kleureninkt als zwarte inkt worden
gebruikt.
30
Kleurcorrectie opgeven
U kunt de methode voor kleurcorrectie aanpassen aan het type document dat u wilt afdrukken.
Normaal gesproken worden de kleuren aangepast met behulp van Canon Digital Photo Color, zodat de
gegevens worden afgedrukt met kleurtinten waaraan de meeste mensen de voorkeur geven.
Als u bij het afdrukken de kleurruimte (Adobe RGB of sRGB) van de beeldgegevens effectief wilt gebruiken
of een ICC-afdrukprofiel wilt opgeven via de toepassing, selecteert u ColorSync. Als u de kleuren wilt laten
corrigeren door het printerstuurprogramma, selecteert u Canon kleurevenaring (Canon Color Matching).
De procedure voor het opgeven van de kleurcorrectie is als volgt:
1.
Selecteer Kleurafstemming (Color Matching) in het pop-upmenu van het
Dialoogvenster Afdrukken
2. Selecteer de kleurcorrectie
Selecteer hieronder het item dat overeenkomt met uw doel.
ColorSync
ColorSync wordt gebruikt om kleuren te corrigeren.
Canon kleurevenaring (Canon Color Matching)
Met Canon Digital Photo Color kunt u afdrukken met kleurtinten waaraan de meeste mensen de
voorkeur geven.
3.
Voltooi de configuratie
Klik op Druk af (Print).
De opgegeven kleurcorrectie wordt bij het afdrukken gebruikt.
Belangrijk
Afhankelijk van de toepassing kan Canon kleurevenaring (Canon Color Matching) niet worden
geselecteerd als een ICC-afdrukprofiel wordt opgegeven vanuit die toepassing. In dat geval wordt
ColorSync automatisch geselecteerd.
De instelling Kwaliteit en media (Quality & Media) is vereist, zelfs als ColorSync of Canon
kleurevenaring (Canon Color Matching) is geselecteerd.
Verwante onderwerpen
Een optimale foto van afbeeldingsgegevens afdrukken
De kleuren aanpassen met het printerstuurprogramma
Afdrukken met ICC-profielen (Een ICC-profiel opgeven in de toepassingssoftware)
Afdrukken met ICC-profielen (Een ICC-profiel opgeven in het printerbesturingsbestand)
Het ICC-profiel interpreteren
31
Een optimale foto van afbeeldingsgegevens afdrukken
Wanneer mensen foto's afdrukken die met een digitale camera zijn gemaakt, krijgen zij soms het gevoel
dat de afgedrukte kleuren anders zijn dan de kleuren in de oorspronkelijke foto of de kleuren op het
scherm.
Om een afdruk te krijgen die de gewenste kleurtinten zo dicht mogelijk benadert, moet u een
afdrukmethode kiezen die geschikt is voor de gebruikte software of het doel van de afdruk.
Kleurbeheer
Digitale camera's, scanners, beeldschermen en printers verwerken kleuren niet op dezelfde manier. Met
kleurbeheer (kleurafstemming) kunnen 'kleuren' van verschillende apparaten via een gemeenschappelijke
kleurruimte worden verwerkt.
Mac OS heeft een ingebouwd kleurbeheersysteem, 'ColorSync'.
Adobe RGB en sRGB zijn veelgebruikte kleurruimten. Adobe RGB is een bredere kleurruimte dan sRGB.
Met ICC-profielen kunnen de 'kleuren' van verschillende apparaten naar een gemeenschappelijke
kleurruimte worden geconverteerd. Door gebruik te maken van een ICC-profiel en kleurbeheer kunt u de
kleurruimte van beeldgegevens afstemmen op het kleurreproductiegebied dat de printer kan produceren.
Een afdrukmethode kiezen die geschikt is voor de afbeeldingsgegevens
De aanbevolen afdrukmethode is afhankelijk van de kleurruimte (Adobe RGB of sRGB) van de
beeldgegevens of de toepassing die wordt gebruikt.
Er zijn twee afdrukmethoden die vaak worden gebruikt.
Controleer de kleurruimte (Adobe RGB of sRGB) van de beeldgegevens en de toepassing die wordt
gebruikt, en selecteer vervolgens de geschikte afdrukmethode.
De kleuren aanpassen met het printerstuurprogramma
In dit gedeelte wordt de afdrukprocedure beschreven bij gebruik van de kleurcorrectiefunctie van het
printerstuurprogramma.
•
Afdrukken met Canon Digital Photo Color
De printer drukt gegevens af in kleurtinten waaraan veel mensen de voorkeur geven; de originele kleuren
van de afbeelding worden weergegeven en driedimensionale effecten en hoge, scherpe contrasten
worden gegenereerd.
•
Afdrukken door de bewerkingen en verbeteringen van een toepassing rechtstreeks toe te passen
Wanneer de gegevens worden afgedrukt, benadrukt de printer subtiele kleurverschillen tussen donkere
en lichte delen, waarbij de donkerste en lichtste gebieden intact blijven.
Wanneer de gegevens worden afgedrukt, past de printer het resultaat toe van gedetailleerde
aanpassingen die zijn aangebracht met een toepassing, zoals aanpassingen in de helderheid.
Afdrukken met ICC-profielen (Een ICC-profiel opgeven in de toepassingssoftware)
In dit gedeelte wordt de procedure beschreven voor het afdrukken door effectief gebruik te maken van de
kleurruimte van Adobe RGB of sRGB.
U kunt afdrukken met een gemeenschappelijke kleurruimte door de toepassing en het
printerbesturingsbestand zo in te stellen dat het kleurbeheer overeenkomt met het ICC-invoerprofiel van de
afbeeldingsgegevens.
De methode voor het instellen van het printerbesturingsbestand verschilt, afhankelijk van de toepassing die
wordt gebruikt.
Verwant onderwerp
Het ICC-profiel interpreteren
32
De kleuren aanpassen met het printerstuurprogramma
U kunt de functie voor kleurcorrectie van het printerstuurprogramma zo instellen dat wordt afgedrukt met
kleurtinten waaraan de meeste mensen de voorkeur geven door gebruik te maken van Canon Digital Photo
Color.
Als u afdrukt vanuit een toepassing die ICC-profielen kan identificeren en waarvoor u deze kunt opgeven,
gebruikt u een ICC-profiel voor afdrukken in de toepassing en selecteert u instellingen voor kleurbeheer.
De procedure voor het aanpassen van kleuren met het printerstuurprogramma is als volgt:
1.
Selecteer Kleurafstemming (Color Matching) in het pop-upmenu van het
Dialoogvenster Afdrukken
2. Selecteer de kleurcorrectie
Selecteer Canon kleurevenaring (Canon Color Matching).
3. Stel de andere items in
Selecteer Kleuropties (Color Options) in het pop-upmenu. Pas zo nodig de kleurbalans (Cyaan
(Cyan), Magenta, Geel (Yellow)) en de instellingen voor Helderheid (Brightness), Intensiteit
(Intensity) en Contrast aan.
4. Voltooi de configuratie
Klik op Druk af (Print).
De kleuren van de gegevens worden bij het afdrukken aangepast.
Verwante onderwerpen
De Afdrukkwaliteit instellen (Aangepast)
Kleurcorrectie opgeven
De kleurbalans aanpassen
De helderheid aanpassen
De intensiteit aanpassen
Het contrast aanpassen
33
Afdrukken met ICC-profielen (Een ICC-profiel opgeven in de
toepassingssoftware)
Wanneer u afdrukt vanuit Adobe Photoshop, Canon Digital Photo Professional of een andere toepassing
die ICC-invoerprofielen kan identificeren en waarin u deze profielen kunt opgeven, gebruikt de printer bij
het afdrukken het ingebouwde kleurbeheersysteem van Mac OS, ColorSync. De bewerkingen en
verbeteringen die zijn gemaakt in een toepassing worden door de printer afgedrukt, waarbij effectief
gebruik wordt gemaakt van de kleurruimte van het ICC-invoerprofiel dat in de beeldgegevens is
opgegeven.
Als u deze afdrukmethode wilt gebruiken, moet u eerst met de toepassingopties voor kleurbeheer
selecteren en een ICC-invoerprofiel en een ICC-afdrukprofiel opgeven voor de afbeeldingsgegevens.
Ook als u afdrukt met een ICC-afdrukprofiel dat u zelf hebt gemaakt of een profiel voor speciaal Canon-
papier, moet u de opties voor kleurbeheer selecteren in de toepassing.
Raadpleeg de gebruikershandleiding bij de toepassing voor instructies over het opgeven van een ICC-
profiel.
1.
Selecteer Kleurafstemming (Color Matching) in het pop-upmenu van het
Dialoogvenster Afdrukken
2. Selecteer de kleurcorrectie
Selecteer ColorSync.
U kunt Profiel (Profile) ingesteld laten staan op Automatisch (Automatic).
Belangrijk
Afhankelijk van de gebruikte toepassing kunt u mogelijk geen andere items instellen dan
ColorSync.
Als u voor Profiel (Profile) een andere instelling kiest dan Automatisch (Automatic) of een
ICC-afdrukprofiel voor afdrukpapier, kan het apparaat niet met de correcte kleuren afdrukken.
3.
Voltooi de configuratie
Klik op Druk af (Print).
Wanneer u afdrukt, wordt de kleurruimte van de beeldgegevens door het apparaat gebruikt.
Verwante onderwerpen
De Afdrukkwaliteit instellen (Aangepast)
Kleurcorrectie opgeven
De kleurbalans aanpassen
De helderheid aanpassen
De intensiteit aanpassen
Het contrast aanpassen
34
Afdrukken met ICC-profielen (Een ICC-profiel opgeven in het
printerbesturingsbestand)
Vanuit een toepassing die geen ICC-invoerprofielen kan identificeren of waarin u geen ICC-profiel kunt
opgeven, kunt u afdrukken met de kleurruimte van het ICC-invoerprofiel (sRGB) van de gegevens.
1. Selecteer Kleurafstemming (Color Matching) in het pop-upmenu van het
Dialoogvenster Afdrukken
2. Selecteer de kleurcorrectie
Selecteer ColorSync.
U kunt Profiel (Profile) ingesteld laten staan op Automatisch (Automatic).
Belangrijk
Als u voor Profiel (Profile) een andere instelling kiest dan Automatisch (Automatic) of een
ICC-afdrukprofiel voor afdrukpapier, kan het apparaat niet met de correcte kleuren afdrukken.
3.
Voltooi de configuratie
Klik op Druk af (Print).
Wanneer u afdrukt, wordt de kleurruimte van de beeldgegevens door het apparaat gebruikt.
Belangrijk
U kunt geen ICC-invoerprofiel opgeven in het printerbesturingsbestand.
Verwante onderwerpen
De Afdrukkwaliteit instellen (Aangepast)
Kleurcorrectie opgeven
De kleurbalans aanpassen
De helderheid aanpassen
De intensiteit aanpassen
Het contrast aanpassen
35
Het ICC-profiel interpreteren
Als u het apparaatprofiel moet opgeven, selecteert u het ICC-profiel voor het papier waarop u gaat
afdrukken.
Het ICC-profiel dat voor dit apparaat is geïnstalleerd, ziet er als volgt uit.
•
(1) is de modelnaam van de printer.
•
(2) is het mediumtype. Deze notatie komt overeen met de volgende mediumtypen:
GL: Glossy Foto Papier Extra II
PT: Professioneel Foto Platinum
SG/LU: Photo Paper Plus Halfglans / Professioneel Fotopapier Luster
MP: Matglans Foto Papier
•
(3) is de afdrukkwaliteit.
De afdrukkwaliteit is verdeeld over vijf niveaus, uiteenlopend van hoge snelheid tot hoge kwaliteit.
Naarmate de waarde toeneemt, wordt de afdrukkwaliteit hoger. Deze waarde komt overeen met de
schuifregelaar Kwaliteit (Quality) die wordt weergegeven als u Kwaliteit en media (Quality & Media)
selecteert in het pop-upmenu van het Dialoogvenster Afdrukken en vervolgens Aangepast (Custom)
selecteert voor Afdrukkwaliteit (Print Quality).
36
De kleurbalans aanpassen
U kunt de kleurtinten tijdens het afdrukken aanpassen.
Aangezien deze functie de kleurbalans van de afdruk aanpast door de inktverhoudingen van elke kleur te
wijzigen, wordt de gehele kleurbalans van het document gewijzigd. Gebruik de toepassing als u uitgebreide
wijzigingen wilt aanbrengen in de kleurbalans. Gebruik het printerstuurprogramma alleen als u kleine
wijzigingen in de kleurbalans wilt aanbrengen.
In het volgende voorbeeld ziet u hoe de kleurbalans wordt gebruikt om de intensiteit van cyaan te verhogen
en die van geel te verlagen zodat de kleuren beter op elkaar zijn afgestemd.
Geen aanpassing Pas de kleurbalans aan
De procedure voor het aanpassen van de kleurbalans is als volgt:
1. Selecteer Kleuropties (Color Options) in het pop-upmenu van het Dialoogvenster
Afdrukken
2. Pas de kleurbalans aan
Er zijn afzonderlijke schuifregelaars voor Cyaan (Cyan), Magenta en Geel (Yellow). Elke kleur wordt
krachtiger wanneer u de bijbehorende schuifregelaar naar rechts schuift en zwakker wanneer u de
schuifregelaar naar links schuift. Als bijvoorbeeld cyaan zwakker wordt, wordt de kleur rood sterker.
U kunt ook rechtstreeks een waarde invoeren voor de schuifregelaar. Voer een waarde in tussen -50
en 50. De huidige instellingen worden weergegeven in het instellingenvoorbeeld aan de linkerkant van
het printerstuurprogramma.
Belangrijk
Verschuif de schuifregelaar langzaam.
3.
Voltooi de configuratie
37
Klik op Druk af (Print).
Wanneer u het document afdrukt, wordt de aangepaste kleurbalans gebruikt.
Belangrijk
Wanneer het selectievakje Afdrukken in grijstinten (Grayscale Printing) is geselecteerd bij
Kwaliteit en media (Quality & Media), zijn de opties voor kleurbalans (Cyaan (Cyan), Magenta en
Geel (Yellow)) niet beschikbaar.
Als u ColorSync selecteert voor Kleurenevenaring (Color Matching), dan is de kleurbalans
(Cyaan (Cyan), Magenta en Geel (Yellow)) niet beschikbaar voor selectie.
Verwante onderwerpen
De Afdrukkwaliteit instellen (Aangepast)
Kleurcorrectie opgeven
De helderheid aanpassen
De intensiteit aanpassen
Het contrast aanpassen
38
De helderheid aanpassen
U kunt de helderheid van afbeeldingsgegevens tijdens het afdrukken aanpassen.
Puur wit en zwart worden niet veranderd, maar de helderheid van de tussenliggende kleuren wordt wel
veranderd.
Het volgende voorbeeld toont het afdrukresultaat wanneer de helderheid is aangepast.
Licht (Light) is geselecteerd Normaal (Normal) is geselecteerd Donker (Dark) is geselecteerd
De procedure voor het aanpassen van de helderheid is als volgt:
1.
Selecteer Kleuropties (Color Options) in het pop-upmenu van het Dialoogvenster
Afdrukken
2.
Geef de helderheid op
Selecteer Licht (Light), Normaal (Normal) of Donker (Dark) voor Helderheid (Brightness). De
huidige instellingen worden weergegeven in het instellingenvoorbeeld aan de linkerkant van het
printerstuurprogramma.
3.
Voltooi de configuratie
Klik op Druk af (Print).
De opgegeven helderheid wordt bij het afdrukken gebruikt.
Belangrijk
Als u ColorSync selecteert voor Kleurenevenaring (Color Matching), is de optie Helderheid
(Brightness) niet beschikbaar voor selectie.
Verwante onderwerpen
De Afdrukkwaliteit instellen (Aangepast)
Kleurcorrectie opgeven
De kleurbalans aanpassen
39
De intensiteit aanpassen
Het contrast aanpassen
40
De intensiteit aanpassen
U kunt de kleuren van de beeldgegevens helderder of donkerder maken tijdens het afdrukken.
Het volgende voorbeeld laat zien wat er gebeurt wanneer de intensiteit wordt verhoogd: de kleuren van de
afbeeldingsgegevens worden donkerder afgedrukt.
Geen aanpassing Hogere intensiteit
De procedure voor het aanpassen van de intensiteit is als volgt:
1.
Selecteer Kleuropties (Color Options) in het pop-upmenu van het Dialoogvenster
Afdrukken
2.
Pas de intensiteit aan
Wanneer u de schuifregelaar Intensiteit (Intensity) naar rechts verplaatst, worden de kleuren
donkerder en wanneer u de schuifregelaar naar links verplaatst, worden de kleuren helderder.
U kunt ook rechtstreeks een waarde invoeren voor de schuifregelaar. Voer een waarde in tussen -50
en 50. De huidige instellingen worden weergegeven in het instellingenvoorbeeld aan de linkerkant van
het printerstuurprogramma.
Belangrijk
Verschuif de schuifregelaar langzaam.
3.
Voltooi de configuratie
Klik op Druk af (Print).
Wanneer u het document afdrukt, wordt de aangepaste intensiteit gebruikt.
Belangrijk
Als u ColorSync selecteert voor Kleurenevenaring (Color Matching), is de optie Intensiteit
(Intensity) niet beschikbaar voor selectie.
41
Verwante onderwerpen
De Afdrukkwaliteit instellen (Aangepast)
Kleurcorrectie opgeven
De kleurbalans aanpassen
De helderheid aanpassen
Het contrast aanpassen
42
Het contrast aanpassen
U kunt het beeldcontrast tijdens het afdrukken aanpassen.
Wanneer u de verschillen tussen de lichte en donkere gebieden van afbeeldingen groter en duidelijker wilt
maken, verhoogt u het contrast. Wanneer u echter de verschillen tussen de lichte en donkere gebieden van
afbeeldingen kleiner en minder duidelijk wilt maken, verlaagt u het contrast.
Geen aanpassing Pas het contrast aan
De procedure voor het aanpassen van het contrast is als volgt:
1.
Selecteer Kleuropties (Color Options) in het pop-upmenu van het Dialoogvenster
Afdrukken
2.
Pas het contrast aan
Wanneer u de schuifregelaar Contrast naar rechts schuift, wordt het contrast groter en wanneer u de
schuifregelaar naar links schuift, wordt het contrast kleiner.
U kunt ook rechtstreeks een waarde invoeren voor de schuifregelaar. Voer een waarde in tussen -50
en 50. De huidige instellingen worden weergegeven in het instellingenvoorbeeld aan de linkerkant van
het printerstuurprogramma.
Belangrijk
Verschuif de schuifregelaar langzaam.
3.
Voltooi de configuratie
Klik op Druk af (Print).
Bij het afdrukken wordt het aangepaste contrast gebruikt.
Belangrijk
Als u ColorSync selecteert voor Kleurenevenaring (Color Matching), is de optie Contrast niet
beschikbaar voor selectie.
43
Verwante onderwerpen
De Afdrukkwaliteit instellen (Aangepast)
Kleurcorrectie opgeven
De kleurbalans aanpassen
De helderheid aanpassen
De intensiteit aanpassen
44
Overzicht van het printerstuurprogramma
Canon IJ-printerstuurprogramma
Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma openen
Dialoogvenster Pagina-instelling
Dialoogvenster Afdrukken
Kwaliteit en media
Kleuropties
Afdrukken zonder marges
Marge
Canon IJ Printer Utility
De Canon IJ Printer Utility openen
Onderhoud van dit apparaat
Het scherm met de afdrukstatus weergeven
Een ongewenste afdruktaak verwijderen
Instructies voor gebruik (printerstuurprogramma)
45
Canon IJ-printerstuurprogramma
Het Canon IJ-printerstuurprogramma (hierna het printerstuurprogramma genoemd) is software die op uw
computer wordt geïnstalleerd voor het afdrukken van gegevens met dit apparaat.
Het printerstuurprogramma converteert de afdrukgegevens die in de toepassing zijn gemaakt, naar
gegevens die de printer begrijpt en stuurt de geconverteerde gegevens naar de printer.
Aangezien de ondersteunde indeling van de afdrukgegevens per model verschilt, moet u een
printerstuurprogramma gebruiken dat geschikt is voor het model dat u gebruikt.
De Help van het printerbesturingsbestand gebruiken
U kunt de Help-functie weergeven via het Dialoogvenster Afdrukken.
Selecteer een installatie-item in het pop-upmenu van het dialoogvenster Afdrukken. Klik vervolgens op de
linksonder in het scherm voor een toelichting van het item.
Help voor het printerbesturingsbestand wordt weergegeven wanneer u het volgende onderdeel in het pop-
upmenu selecteert:
•
Kwaliteit en media (Quality & Media)
•
Kleuropties (Color Options)
•
Afdrukken zonder marges (Borderless Printing)
• Marge (Margin)
46
Het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma
openen
U kunt het eigenschappenvenster van het printerstuurprogramma weergeven vanuit de toepassing die u
gebruikt.
Het dialoogvenster Pagina-instelling openen
Gebruik deze procedure als u de pagina-instellingen (papierinstellingen) wilt opgeven voordat u gaat
afdrukken.
1.
Selecteer Pagina-instelling... (Page Setup...) in het menu Bestand (File) van de
toepassing
Het Dialoogvenster Pagina-instelling wordt geopend.
Het dialoogvenster Afdrukken openen
Gebruik deze procedure als u de afdrukinstellingen wilt opgeven voordat u gaat afdrukken.
1.
Selecteer Afdrukken... (Print...) in het menu Bestand (File) van de toepassing
Het Dialoogvenster Afdrukken wordt geopend.
47
Dialoogvenster Pagina-instelling
U kunt in het dialoogvenster Pagina-instelling de basisinstellingen voor het afdrukken opgeven, zoals de
schaalfactor of het formaat van het papier in het apparaat.
U opent het dialoogvenster Pagina-instelling door Pagina-instelling... (Page Setup...) te selecteren in het
menu Bestand (File) van uw toepassing.
Instellingen (Settings)
Klik op het pop-upmenu en selecteer de volgende items:
Paginakenmerken (Page Attributes)
Hiermee stelt u het papierformaat of het afdrukken op schaal in.
Bewaar als standaard (Save as Default)
U kunt de kenmerken van de weergegeven pagina opslaan als de standaardinstellingen.
Stel in voor (Format For)
Selecteer de naam van het model dat u gebruikt.
Papierformaat (Paper Size)
Selecteer het formaat van het papier dat u gebruikt.
Als u een niet-standaardformaat wilt instellen, selecteert u Aangepaste formaten... (Manage Custom
Sizes...).
Afdrukstand (Orientation)
Selecteer een afdrukstand.
Schaal (Scale)
Geef een schalingspercentage op.
U kunt ervoor zorgen dat het document bij het afdrukken wordt vergroot of verkleind.
48
Dialoogvenster Afdrukken
U kunt in het dialoogvenster Afdrukken de papiersoort en de afdrukkwaliteit instellen.
U opent het dialoogvenster Afdrukken door Afdrukken... (Print...) te selecteren in het menu Bestand
(File) van de toepassing.
Printer
Selecteer de naam van het model dat u gebruikt.
Wanneer u op Printer toevoegen... (Add Printer...) klikt, wordt er een dialoogvenster weergegeven
waarin u een printer kunt opgeven.
Instellingen (Presets)
U kunt de instellingen van het dialoogvenster Afdrukken opslaan of verwijderen.
Opmerking
Als u Mac OS X v10.7 gebruikt, kunt u Instellingen tonen... (Show Presets...) selecteren om de
afdrukinstellingen te controleren die zijn ingesteld in het dialoogvenster Afdrukken.
Aantal (Copies)
Hiermee kunt u het aantal af te drukken exemplaren instellen.
Opmerking
Als u Mac OS X v10.6 gebruikt, kunt u ook gesorteerd afdrukken instellen.
Als u Mac OS X v10.7 gebruikt, kunt u gesorteerd afdrukken instellen door in het pop-upmenu
Papierafhandeling (Paper Handling) te kiezen.
Dubbelzijdig (Two-Sided)
U kunt dubbelzijdig afdrukken.
Pagina's (Pages)
U kunt het bereik van de pagina's die moeten worden afgedrukt instellen.
Papierformaat (Paper Size)
Selecteer het formaat van het papier dat u gebruikt.
Als u een niet-standaardformaat wilt instellen, selecteert u Aangepaste formaten... (Manage Custom
Sizes...).
Afdrukstand (Orientation)
Selecteer een afdrukstand.
Pop-upmenu
Via het pop-upmenu kunt u schakelen tussen de pagina's in het dialoogvenster Afdrukken. Het eerste
menu dat wordt weergegeven verschilt, afhankelijk van de toepassing waarmee het dialoogvenster
Afdrukken werd geopend.
U kunt in het pop-upmenu de volgende items selecteren.
Indeling (Layout)
U kunt de pagina's in een bepaalde lay-out afdrukken.
Gebruik de optie Keer paginarichting om (Reverse page orientation) om de afdrukstand te wijzigen
49
en gebruik de optie Spiegel horizontaal (Flip horizontally) om het document in spiegelbeeld af te
drukken. U kunt ook dubbelzijdig afdrukken.
Kleurafstemming (Color Matching)
Selecteer de methode voor kleurcorrectie.
Papierafhandeling (Paper Handling)
U kunt de pagina's die u wilt afdrukken en de afdrukvolgorde opgeven.
Voorblad (Cover Page)
U kunt een voorblad vóór en achter een document afdrukken.
Planner (Scheduler)
U kunt de starttijd voor het afdrukken en de afdrukprioriteiten instellen.
Kwaliteit en media (Quality & Media)
U kunt basisinstellingen opgeven die overeenkomen met het apparaat.
Kleuropties (Color Options)
U kunt de kleuren voor een afdruk naar wens aanpassen.
Afdrukken zonder marges (Borderless Printing)
U kunt aanpassen hoeveel van het document van het papier kan aflopen bij het afdrukken zonder
marges.
Marge (Margin)
U kunt de nietmarge en de breedte van de nietmarge instellen.
Status toebehoren (Supply Levels)
Het resterende inktniveau wordt bij benadering weergegeven.
Overzicht (Summary)
De items die u in het dialoogvenster Afdrukken hebt geselecteerd, worden weergegeven.
Belangrijk
Als u Mac OS X v10.7 gebruikt, kunt u Planner (Scheduler) en Overzicht (Summary) niet
gebruiken.
PDF
U kunt een document opslaan in de PDF-indeling (Portable Document Format).
Voorbeeld (Preview)
Als u Mac OS X v10.6 gebruikt, wordt Voorbeeld (Preview) weergegeven wanneer u klikt op
(openvouwdriehoekje) naast Printer en overschakelt naar de eenvoudige weergave.
Met deze knop kunt u afdrukresultaten op het scherm controleren voordat er geprint wordt.
50
Kwaliteit en media
In dit dialoogvenster kunt u basisafdrukinstellingen opgeven in overeenstemming met de papiersoort. Voor
een normale afdruktaak volstaat het instellingen in dit dialoogvenster op te geven.
Mediumtype (Media Type)
Selecteer het mediumtype dat u wilt gebruiken.
Selecteer het type medium dat in het apparaat is geplaatst. Hierdoor kan de printer het type afdruk maken
dat geschikt is voor het afdrukmateriaal.
Papierbron (Paper Source)
De bron waarvan het papier wordt ingevoerd wordt weergegeven.
Belangrijk
Het hangt van het papierformaat af of de bovenste of onderste cassette wordt gebruikt. De cassette
die moet worden gebruikt, wordt weergegeven onder Papierbron (Paper Source).
Afdrukkwaliteit (Print Quality)
Selecteer de optie die het oorspronkelijke documenttype en het doel het dichtste benadert.
Als u een van deze keuzerondjes selecteert, wordt automatisch de juiste kwaliteit ingesteld.
Hoog (High)
Hiermee krijgt afdrukkwaliteit prioriteit over afdruksnelheid.
Standaard (Standard)
Hiermee kunt u afdrukken met gemiddelde snelheid en kwaliteit.
Snel (Fast)
Hiermee krijgt afdruksnelheid prioriteit over afdrukkwaliteit.
Aangepast (Custom)
Selecteer dit keuzerondje om een kwaliteit op te geven.
Kwaliteit (Quality)
Als u Aangepast (Custom) selecteert bij Afdrukkwaliteit (Print Quality), kunt u het niveau van de
afdrukkwaliteit aanpassen.
Wanneer u de schuifregelaar naar rechts schuift, verbetert u de afdrukkwaliteit en wanneer u deze
naar links schuift, verhoogt u de afdruksnelheid.
Afdrukken in grijstinten (Grayscale Printing)
Stel afdrukken in grijstinten in. Bij deze functie wordt het document in de printer geconverteerd naar
grijswaarden en in zwart-wit afgedrukt.
Wanneer u dit selectievakje inschakelt, worden zowel monochrome als kleurendocumenten in zwart-wit
afgedrukt. Wanneer u een kleurendocument in kleur wilt afdrukken, moet u het selectievakje uitschakelen.
51
Verwante functies
De Afdrukkwaliteit instellen (Aangepast)
Een kleurendocument monochroom afdrukken
52
Kleuropties
In dit dialoogvenster kunt u de afdrukkleur naar wens aanpassen. Als de kleuren van de afgedrukte
afbeelding niet naar wens zijn, past u de eigenschappen in het dialoogvenster aan en drukt u opnieuw af.
In tegenstelling tot speciale software voor beeldverwerking hebben de aanpassingen die u hier opgeeft,
geen invloed op de kleuren van de oorspronkelijke afdrukgegevens. In dit dialoogvenster kunt u verfijnde
aanpassingen aanbrengen.
Voorbeeld
Geeft het effect van kleuraanpassing weer.
Terwijl u een item aanpast, zijn de effecten zichtbaar in de kleur en de helderheid. U kunt de
kleuraanpassingen gemakkelijk controleren.
Type voorbeeld (Sample Type)
Selecteer een afbeelding die u als voorbeeld wilt weergeven.
U kunt er zo nodig een uit Standaard (Standard), Portret (Portrait), Landschap (Landscape) of
Afbeeldingen (Graphics) selecteren die het beste bij de afdrukresultaten past.
Klrptr. weerg. (View Color Pattern)
Geeft een controlepatroon weer voor kleurveranderingen door kleuraanpassing.
Schakel dit selectievakje in als u een voorbeeldafbeelding wilt weergegeven met een kleurenpatroon.
Schakel dit selectievakje uit als u de voorbeeldafbeelding wilt weergegeven met een afbeelding die u hebt
geselecteerd met Type voorbeeld (Sample Type).
Opmerking
De voorbeeldafbeelding wordt monochroom weergegeven als het selectievakje Afdrukken in
grijstinten (Grayscale Printing) is ingeschakeld bij Kwaliteit en media (Quality & Media).
Kleurbalans (Cyaan (Cyan), Magenta, Geel (Yellow))
Pas indien nodig de sterkte van elke kleur aan. Als u een kleur wilt versterken, sleept u de schuifregelaar
naar rechts. Als u een kleur zwakker wilt maken, sleept u de schuifregelaar naar links.
U kunt ook rechtstreeks een waarde invoeren voor de schuifregelaar. Voer een waarde in tussen -50 en
50.
Door het aanpassen van de kleurbalans ontstaan er variaties in de balans tussen de volumes van de
afzonderlijke kleurinkten en dus in de tinten van een document als geheel.
Gebruik het printerbesturingsbestand alleen als u kleine wijzigingen in de kleurbalans wilt aanbrengen.
Gebruik de toepassing als u de kleurbalans ingrijpend wilt wijzigen.
Helderheid (Brightness)
Selecteer de helderheid voor de afgedrukte afbeeldingen.
U kunt het niveau van puur wit en zwart niet wijzigen. U kunt wel het contrast van de kleuren tussen wit en
zwart wijzigen.
53
Intensiteit (Intensity)
Selecteer deze methode om de algehele dichtheid van een afdruk aan te passen.
Sleep de schuifregelaar naar rechts om de intensiteit te verhogen. Sleep de schuifregelaar naar links om
de intensiteit te verlagen.
U kunt ook rechtstreeks een waarde invoeren voor de schuifregelaar. Voer een waarde in tussen -50 en
50.
Contrast
De functie Contrast verandert tijdens het afdrukken de verschillen tussen licht en donker in afbeeldingen.
Wanneer u de verschillen tussen de lichte en donkere gebieden van afbeeldingen groter en duidelijker wilt
maken, verhoogt u het contrast. Wanneer u echter de verschillen tussen de lichte en donkere gebieden van
afbeeldingen kleiner en minder duidelijk wilt maken, verlaagt u het contrast.
U kunt ook rechtstreeks een waarde invoeren voor de schuifregelaar. Voer een waarde in tussen -50 en
50.
Belangrijk
Wanneer het selectievakje Afdrukken in grijstinten (Grayscale Printing) is geselecteerd bij
Kwaliteit en media (Quality & Media), zijn de opties voor kleurbalans (Cyaan (Cyan), Magenta en
Geel (Yellow)) niet beschikbaar.
Als u ColorSync selecteert voor Kleurafstemming (Color Matching), dan zijn de kleurbalans
(Cyaan (Cyan), Magenta, Geel (Yellow)), Helderheid (Brightness), Intensiteit (Intensity) en
Contrast niet beschikbaar voor selectie.
Verwante functies
Kleurcorrectie opgeven
De kleurbalans aanpassen
De helderheid aanpassen
De intensiteit aanpassen
Het contrast aanpassen
54
Afdrukken zonder marges
In dit dialoogvenster kunt u aanpassen hoeveel van het document buiten het papier valt bij afdrukken
zonder marges.
Hoeveelheid uitbreiding (Amount of Extension)
Met de schuifregelaar Hoeveelheid uitbreiding (Amount of Extension) geeft u aan hoeveel van het
document buiten het papier valt.
Wanneer u de schuifregelaar naar rechts schuift, wordt de hoeveelheid groter en wanneer u hem naar links
schuift wordt de hoeveelheid kleiner.
Verwant kenmerk
Afdrukken zonder marges starten
55
Marge
In dit dialoogvenster geeft u op aan welke kant u wilt nieten en hoe groot de marge voor het nieten van
meerdere vellen papier moet zijn.
Marge (Margin)
Geef de grootte van de nietmarge van het papier op. Voer een waarde in tussen 0 mm (0 inch) en 30 mm
(1,2 inch).
Nietmarge (Stapling Side)
Geef op aan welke zijde van het papier u wilt nieten.
Nieten in de lengte (links) (Long-side stapling (Left)) / Nieten in de lengte (rechts) (Long-side
stapling (Right))
Selecteer deze optie om aan de lange zijde van het papier te nieten.
Kies links of rechts.
Nieten in de breedte (boven) (Short-side stapling (Top)) / Nieten in de breedte (onder) (Short-
side stapling (Bottom))
Selecteer deze optie om aan de korte zijde van het papier te nieten.
Kies boven of onder.
Verwante functies
De nietmarge instellen
Dubbelzijdig afdrukken
56
Canon IJ Printer Utility
Met Canon IJ Printer Utility kunt u onderhoudswerkzaamheden uitvoeren aan het apparaat of de
instellingen van het apparaat wijzigen.
De mogelijkheden van Canon IJ Printer Utility
Via het pop-upmenu kunt u schakelen tussen de pagina's in Canon IJ Printer Utility. U kunt in het pop-
upmenu de volgende items selecteren.
Reiniging (Cleaning)
Hiermee kunt u de printer reinigen om afdrukvegen te voorkomen en de spuitopening van printkop vrij te
maken.
Testafdruk (Test Print)
Hiermee maakt u een testafdruk om de conditie van de spuitopening van printkop te controleren en de
positie van de printkop aan te passen.
Stroomvoorzieningsinstellingen (Power Settings)
U kunt de stroomvoorziening van het apparaat regelen vanuit het printerstuurprogramma.
Informatie inktniveau (Ink Level Information)
Hiermee kunt u het resterende inktniveau weergeven.
Stille instellingen (Quiet Settings)
U kunt het geluid van het apparaat verminderen.
Aangepaste instellingen (Custom Settings)
Hiermee kunt u de instellingen van dit apparaat wijzigen.
Opmerking
Als u Canon IJ Printer Utility wilt gebruiken, moet u eerst het apparaat inschakelen.
Afhankelijk van de geselecteerde items communiceert de computer met het apparaat om gegevens
op te halen. Als de computer niet kan communiceren met het apparaat, wordt er een foutbericht
weergegeven.
Als dit gebeurt, klikt u op Annuleer (Cancel) om de meest recente instellingen op de computer weer te
geven.
Verwante onderwerpen
De printkoppen reinigen vanaf de computer
De binnenkant van het apparaat reinigen
De papierinvoerrollen reinigen vanaf de computer
De computer gebruiken om een controleraster voor de spuitopeningen af te drukken
57
De positie van de printkop uitlijnen vanaf de computer
De inktstatus controleren vanaf uw computer
De stroomvoorziening van het apparaat beheren
Het geluidsvolume van het apparaat verlagen
De bedieningsmodus van het apparaat wijzigen
58
De Canon IJ Printer Utility openen
U opent Canon IJ Printer Utility door de onderstaande stappen uit te voeren.
1. Open Systeemvoorkeuren (System Preferences) en selecteer Afdrukken en
scannen (Print & Scan) (Afdrukken en faxen (Print & Fax))
2. Start Canon IJ Printer Utility
Selecteer uw model in de lijst met printers en klik op Opties en toebehoren... (Options &
Supplies...).
Klik op Open printerhulpprogramma (Open Printer Utility) op het tabblad Hulpprogramma
(Utility).
Canon IJ Printer Utility wordt gestart.
59
Onderhoud van dit apparaat
De printkoppen reinigen vanaf de computer
De binnenkant van het apparaat reinigen
De papierinvoerrollen reinigen vanaf de computer
De computer gebruiken om een controleraster voor de spuitopeningen af te drukken
De positie van de printkop uitlijnen vanaf de computer
De inktstatus controleren vanaf uw computer
De stroomvoorziening van het apparaat beheren
Het geluidsvolume van het apparaat verlagen
De bedieningsmodus van het apparaat wijzigen
60
Het scherm met de afdrukstatus weergeven
U kunt als volgt de voortgang van het afdrukken controleren:
1. Open het scherm met de afdrukstatus
• Als de afdrukgegevens naar het apparaat zijn gestuurd
Het scherm met de afdrukstatus wordt automatisch geopend. Als u het scherm met de afdrukstatus
wilt weergeven, klikt u op (het printerpictogram) dat wordt weergegeven in het Dock.
•
Als de afdrukgegevens niet naar het apparaat zijn gestuurd
Open Systeemvoorkeuren (System Preferences) en selecteer Afdrukken en scannen (Print &
Scan) (Afdrukken en faxen (Print & Fax)).
Als u het scherm met de printerstatus wilt weergeven, selecteert u de naam van uw printermodel in
de lijst met printers en klikt u vervolgens op Open afdrukwachtrij... (Open Print Queue...).
2.
De afdrukstatus controleren
U kunt hier controleren welk bestand wordt afgedrukt of in de wachtrij staat.
Hiermee verwijdert u de opgegeven afdruktaak.
Hiermee stopt u het afdrukken van het gespecificeerde document.
Hiermee hervat u het afdrukken van het gespecificeerde document.
Hiermee geeft u informatie over de afdruktaak weer.
Hiermee stopt u het afdrukken van alle documenten.
Wordt alleen weergegeven wanneer het afdrukken van alle documenten wordt stopgezet.
Hiermee kunt u het afdrukken van alle documenten hervatten.
61
Een ongewenste afdruktaak verwijderen
Als de printer niet start met afdrukken, is het mogelijk dat geannuleerde of niet-uitgevoerde afdruktaken in
de wachtrij blijven staan.
Verwijder onnodige afdruktaken uit het scherm voor afdrukstatus.
1.
Open Systeemvoorkeuren (System Preferences) en selecteer Afdrukken en
scannen (Print & Scan) (Afdrukken en faxen (Print & Fax))
2.
Selecteer uw model en klik op Open afdrukwachtrij... (Open Print Queue...)
Het venster Afdrukstatus verschijnt.
3.
Selecteer de overbodige afdruktaak en klik op Verwijderen (Delete)
De geselecteerde afdruktaken worden verwijderd.
62
Instructies voor gebruik (printerstuurprogramma)
Voor deze versie van het printerstuurprogramma gelden de volgende beperkingen. Houd bij het gebruik
van het printerstuurprogramma rekening met het volgende.
Beperkingen van het printerstuurprogramma
• Als u het dialoogvenster Pagina-instelling instelt, moet u eerst het model dat u gebruikt selecteren in
de lijst Stel in voor (Format For). Als u een andere printer selecteert, is het mogelijk dat het
afdrukken niet goed verloopt.
•
Als in Canon IJ Printer Utility het resterende inktniveau niet wordt weergegeven bij Informatie
inktniveau (Ink Level Information), controleert u of de printkop en de inkttank correct zijn
geïnstalleerd.
•
Wanneer Informatie inktniveau (Ink Level Information) wordt weergegeven in Canon IJ Printer
Utility, sluit u de inktklep van het apparaat.
•
De volgende functies kunnen niet op Mac OS-computers worden gebruikt. Zij kunnen echter wel op
Windows-computers worden gebruikt.
•
Dubbelzijdig afdrukken (handmatig)
• Boekje afdrukken
• Tegels/poster afdrukken
• Afhankelijk van de software die u gebruikt, wordt er wellicht geen voorbeeld weergegeven aan de
linkerkant van het dialoogvenster Afdrukken.
•
Start Canon IJ Network Tool niet tijdens het afdrukken.
• Druk niet af terwijl Canon IJ Network Tool actief is.
• Als u dit apparaat en AirPort met een USB-kabel aansluit om af te drukken, moet de nieuwste AirPort-
firmware zijn geïnstalleerd.
Opmerkingen bij het toevoegen van een printer
• Als u het Canon printerstuurprogramma op Mac OS X wilt installeren en de printer wilt gebruiken via
een netwerkverbinding, kunt u Bonjour of Canon IJ Network selecteren in het dialoogvenster Printer
toevoegen (Add Printer).
Canon beveelt u aan om Canon IJ Network te gebruiken voor het afdrukken.
Als Bonjour is geselecteerd, kunnen berichten over de resterende inktniveaus verschillen van de door
Canon IJ Network vermelde berichten.
63
Het printerbesturingsbestand bijwerken
Het nieuwste printerstuurprogramma ophalen
De onnodige Canon IJ-printer uit de printerlijst verwijderen
Voordat u het printerstuurprogramma installeert
Het printerstuurprogramma installeren
64
Het nieuwste printerstuurprogramma ophalen
Door het printerstuurprogramma bij te werken naar de nieuwste versie, kunt u onopgeloste problemen
mogelijk verhelpen.
Het printerbesturingsbestand ophalen
U kunt vanaf onze website het nieuwste printerbesturingsbestand voor uw model downloaden.
Belangrijk
U kunt het printerstuurprogramma gratis downloaden, maar de kosten van de internetverbinding zijn
voor uw eigen rekening.
Verwante onderwerpen
Voordat u het printerstuurprogramma installeert
Het printerstuurprogramma installeren
65
De onnodige Canon IJ-printer uit de printerlijst verwijderen
Een Canon IJ-printer die u niet meer nodig hebt, kunt u uit de printerlijst verwijderen.
Voordat u de Canon IJ-printer verwijdert, moet u de kabel waarmee het apparaat op de computer is
aangesloten loskoppelen.
De procedure voor het verwijderen van de overbodige Canon IJ-printer uit de printerlijst is als volgt:
U kunt de Canon IJ-printer niet verwijderen, tenzij u bent aangemeld als gebruiker met beheerdersrechten.
Raadpleeg de gebruikershandleiding bij de Mac OS voor meer informatie over beheerdersrechten.
1.
Open Systeemvoorkeuren (System Preferences) en selecteer Afdrukken en
scannen (Print & Scan) (Afdrukken en faxen (Print & Fax))
2.
Verwijder de Canon IJ-printer uit de printerlijst
Selecteer de Canon IJ-printer die u wilt verwijderen in de printerlijst en klik op -.
Opmerking
Zelfs nadat een Canon IJ-printer uit de printerlijst is verwijderd, kunt u deze opnieuw automatisch
registeren door het apparaat aan te sluiten op uw computer.
66
Voordat u het printerstuurprogramma installeert
Hier leest u wat u moet controleren voordat u het printerstuurprogramma gaat installeren. U moet dit
gedeelte ook raadplegen als het printerstuurprogramma niet kan worden geïnstalleerd.
De instellingen van de computer controleren
• Sluit alle actieve toepassingen.
• Meld u aan als beheerder van de computer. Het installatieprogramma vraagt u om de naam en het
wachtwoord van de beheerder. Als meerdere gebruikers Mac OS X gebruiken, meldt u zich aan met
de account van de beheerder die zich als eerste heeft geregistreerd.
Belangrijk
Als u een upgrade uitvoert van Mac OS X v10.6 naar Mac OS X v10.7, worden alle geïnstalleerde
printerstuurprogramma's verwijderd.
Als u dit apparaat wilt blijven gebruiken, installeert u het nieuwste printerstuurprogramma opnieuw.
Verwante onderwerpen
Het nieuwste printerstuurprogramma ophalen
Het printerstuurprogramma installeren
67
Het printerstuurprogramma installeren
U kunt vanaf onze website het nieuwste printerstuurprogramma voor uw model downloaden.
De procedure voor het installeren van het printerstuurprogramma is als volgt:
1.
Activeer de schijf
Dubbelklik op het schijfimage-bestand dat u hebt gedownload.
Het bestand wordt uitgepakt en de schijf wordt geactiveerd.
2.
Start het installatieprogramma
Dubbelklik op 'PrinterDriver_XXX_YYY.pkg' (waarbij 'XXX' de naam van uw model is en 'YYY' de
versie) op de schijf.
3.
Start de installatie
Installeer het printerbesturingsbestand volgens de berichten op het venster.
Wanneer de softwarelicentieovereenkomst wordt weergegeven, leest u deze en klikt u op Doorgaan
(Continue). Als u niet akkoord gaat met de voorwaarden van de softwarelicentieovereenkomst, kunt u
deze software niet installeren.
4.
Selecteer de bestemming van de installatie
Selecteer zo nodig de locatie waar u het printerstuurprogramma wilt installeren en klik op Doorgaan
(Continue).
5.
Voer de installatie uit
Klik op Installeren (Install).
Voer de naam en het wachtwoord van de beheerder in wanneer het verificatievenster wordt
weergegeven en klik vervolgens op Software installeren (Install Software).
6. Voltooi de installatie
Wanneer het bericht verschijnt dat de installatie is voltooid, klikt u op Sluiten (Close).
De installatie van het printerbesturingsbestand is geslaagd.
Belangrijk
Als het installatiebestand niet correct werkt, kiest u Stop Installatieprogramma (Quit Installer) in
het menu Installatieprogramma (Installer) van de Finder om het installatieprogramma af te sluiten.
Start vervolgens het Installatieprogramma opnieuw.
U kunt het printerbesturingsbestand gratis downloaden, maar de kosten van de internetverbinding
zijn voor uw eigen rekening.
Verwante onderwerpen
Het nieuwste printerstuurprogramma ophalen
De onnodige Canon IJ-printer uit de printerlijst verwijderen
Voordat u het printerstuurprogramma installeert
68
Afdrukken met het bedieningspaneel van het apparaat
Fotogegevens afdrukken
Sjabloonformulieren zoals gelinieerd papier of grafiekpapier afdrukken
Documenten (PDF-bestanden) afdrukken die zijn opgeslagen op een USB-flashstation
69
Fotogegevens afdrukken
Foto's op een USB-flashstation afdrukken
Items instellen
Handige weergavefuncties gebruiken
70
Foto's op een USB-flashstation afdrukken
U kunt foto's die op een USB-flashstation zijn opgeslagen gemakkelijk afdrukken.
1. Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
Controleer of de printer is ingeschakeld
2.
Plaats fotopapier.
Papier plaatsen
3.
Plaats het USB-flashstation in de poort van het USB-flashstation.
Het USB-flashstation plaatsen
Belangrijk
Als u het USB-flashstation al hebt geplaatst om de ontvangen faxen automatisch op te slaan,
kunt u de foto's niet afdrukken, zelfs niet als het USB-flashstation met de fotogegevens is
ingesteld.
Stel in dat geval de optie Instellingen automatisch opslaan (Auto save setting) bij FAX-
instellingen (FAX settings) in op UIT (OFF) en verwijder het USB-flashstation voor het opslaan
van faxen. Plaats vervolgens het USB-flashstation met de fotogegevens.
4. Druk op de knop MENU.
Het menuscherm wordt weergegeven.
5.
Selecteer Geavanc. afdrukken (Advanced print) en druk op de knop OK.
6.
Selecteer Afdrkkn van USB-flashstat. (Print from USB flash drive) en
druk daarna op de knop OK.
71
Het selectiescherm voor foto's wordt weergegeven.
Opmerking
Als er foto's en PDF-bestanden op het USB-flashstation zijn opgeslagen, wordt u in het
bevestigingsscherm gevraagd welk bestand u wilt afdrukken. Selecteer Foto's afdrukken (Print
photos) in het weergegeven scherm en druk op OK.
Als er geen afdrukbare fotogegevens zijn opgeslagen op het USB-flashstation, wordt het bericht
Gegevens van ondersteunde typen niet opgeslagen (Data of supported types are not
saved.) weergegeven op het LCD-scherm.
Als er meer dan 2.000 foto's op het USB-flashstation zijn opgeslagen, worden de foto's
automatisch per groep van 2.000 foto's in omgekeerde chronologische volgorde (datum laatste
wijziging) opgesplitst. Controleer het bericht dat op het LCD-scherm wordt weergegeven en druk
op de knop OK.
7. Geef de gewenste instellingen op.
1.
Aantal kopieën
Geef dit op met de knop + of -.
2.
Foto selecteren
Selecteer de foto die u wilt afdrukken met de knop .
3.
Afdrukinstell. (Print settings)
Wanneer u op de rechter Functie (Function)-knop drukt, wordt het bevestigingsscherm met
afdrukinstellingen weergegeven.
Op het bevestigingsscherm met afdrukinstellingen kunt u de instellingen voor het paginaformaat,
het mediumtype, de afdrukkwaliteit, enzovoort, wijzigen.
72
Items instellen
4. Datum opgeven
Als u op de middelste Functie (Function)-knop drukt, kunt u een foto selecteren en de datum
opgeven (datum waarop gegevens voor het laatst zijn gewijzigd).
Handige weergavefuncties gebruiken
5. Weerg. wijz. (Change view)
U kunt de weergavemethode wijzigen door op de linker Functie (Function)-knop te drukken.
Handige weergavefuncties gebruiken
Opmerking
Als u het aantal kopieën voor elke foto opgeeft, gebruikt u de knop om de foto weer te
geven die u wilt afdrukken en gebruikt u de knop + of - om het aantal kopieën op te geven
wanneer de gewenste foto wordt weergegeven.
U kunt het scherm ook weergeven om het aantal kopieën op te geven: druk op OK wanneer de
gewenste foto wordt weergegeven. Wanneer het scherm voor het opgeven van het aantal
exemplaren wordt weergegeven, geeft u het aantal op met de knoppen + of -. Druk op OK om de
foto in het fotoselectiescherm weer te geven.
8.
Druk op de knop Kleur (Color).
Het apparaat begint af te drukken.
Opmerking
Als u het afdrukken wilt annuleren, drukt u op de knop Stoppen (Stop).
U kunt de afdruktaak toevoegen door tijdens het afdrukken op de rechter Functie (Function)-
knop te drukken.
De afdruktaak toevoegen
De afdruktaak toevoegen
U kunt de afdruktaak toevoegen (fotoafdruk reserveren) terwijl foto's worden afgedrukt.
Volg de onderstaande procedure om de afdruktaak toe te voegen.
1.
Druk op de rechter Functie (Function)-knop wanneer het scherm met de voortgang van de afdruk
wordt weergegeven.
Het selectiescherm voor foto's wordt weergegeven.
2.
Selecteer de volgende foto die u wilt afdrukken.
Opmerking
Terwijl het fotoselectiescherm wordt weergegeven, drukt het apparaat de gereserveerde foto's
af.
Het pictogram voor de gereserveerde foto wordt weergegeven op de foto die in de
afdruktaak staat.
3.
Geef het aantal afdrukken voor elke foto op.
Opmerking
73
Tijdens het afdrukken kunt u de instelling voor Pg.form. (Page size) of Type op het
bevestigingsscherm voor afdrukinstellingen niet wijzigen. De instelling is gelijk aan de instelling
voor de foto die in de afdruktaak staat.
4.
Druk op de knop Kleur (Color).
De gereserveerde foto wordt afgedrukt naast de foto waarvan het afdrukken al is gestart.
Als u meer foto´s wilt afdrukken, begint u weer vanaf stap 1.
Opmerking
Tijdens het afdrukken, kunt u niet overschakelen naar de andere modus, niet het afdrukmenu
wijzigen en niet afdrukken vanaf de computer of andere apparaten.
De foto in de andere groep is tijdens het afdrukken niet geselecteerd.
Als u op de knop Stoppen (Stop) drukt tijdens het afdrukken, wordt het scherm voor het selecteren
van een methode om het reserveren te annuleren weergegeven. Als u Alle reserveringen annuleren
(Cancel all reservations) selecteert en vervolgens op de knop OK drukt, kunt u het afdrukken van
alle foto´s annuleren. Als u De laatste reservering annuleren (Cancel the last reservation)
selecteert en vervolgens op OK drukt, kunt u de laatste afdruktaak annuleren.
Als er veel afdruktaken zijn, wordt mogelijk het bericht Kan niet meer afdruktaken reserveren.
Wacht even en voer de bewerking opnieuw uit. (Cannot reserve more print jobs. Please wait a
while and redo the operation.) weergegeven op het LCD-scherm. Wacht even in dit geval en voeg
daarna de afdruktaak toe.
74
Items instellen
U kunt het paginaformaat, het mediumtype, fotocorrectie en dergelijke instellen voor het afdrukken van
foto's die zijn opgeslagen op het USB-flashstation.
Selecteer de gewenste instelling met de knoppen
en wijzig de instelling met de knoppen .
Opmerking
Sommige instellingen kunnen niet worden opgegeven in combinatie met andere instellingen. Als de
instelling die niet kan worden opgegeven is geselecteerd, wordt Foutdetails (Error details)
weergegeven op het LCD-scherm. In dit geval drukt u op de linker Functie (Function)-knop om het
bericht te bevestigen en wijzigt u de instelling.
1. Pg.form. (Page size)
Selecteer het paginaformaat van het geplaatste papier.
2. Type (Mediumtype)
Selecteer het mediumtype van het geplaatste papier.
3. Afdr.kwl. (Print qlty) (Afdrukkwaliteit)
Selecteer de afdrukkwaliteit op basis van de foto.
4.
Marge (Border) (Met of zonder marge afdrukken)
Hiermee selecteert u afdrukken met of zonder rand.
5. Fotocorr. (Photo fix)
Als Automat. fotocorr. (Auto photo fix) is geselecteerd, wordt het onderwerp of het gezicht van een
persoon op een foto geanalyseerd en wordt de meest geschikte correctie voor elke foto automatisch
toegepast. Een donker gezicht als gevolg van tegenlicht wordt lichter gemaakt bij het afdrukken. De
functie herkent bijvoorbeeld ook landschappen, nachtopnames, personen, enzovoort en corrigeert
automatisch elke foto door de meest geschikte kleur, helderheid of contrast toe te passen voordat de
foto wordt afgedrukt.
Opmerking
Standaard wordt automatische correctie toegepast als foto's op het USB-flashstation worden
afgedrukt.
Als Geen corr. (No correction) is geselecteerd, worden foto's zonder correctie afgedrukt.
6.
Corr. rode ogen (Red-EyeCorrection)
Hiermee worden rode ogen in portretfoto's gecorrigeerd die worden veroorzaakt door fotograferen met
flitser.
Afhankelijk van het type foto worden rode ogen mogelijk niet gecorrigeerd of worden andere delen dan
de ogen gecorrigeerd.
7.
Datum afdrukken (Print date)
Hiermee wordt de afdruk van de datum (opnamedatum) op de foto in- of uitgeschakeld.
Opmerking
De opnamedatum wordt afgedrukt volgens de instellingen van Indeling datumweergave (Date
display format) bij Gebruikersinstellingen apparaat (Device user settings) onder
Apparaatinstellingen (Device settings) onder Instellen (Setup).
Gebruikersinstellingen apparaat
75
Handige weergavefuncties gebruiken
U kunt de methode wijzigen die wordt gebruikt om foto's op het USB-flashstation weer te geven en de
datum (waarop gegevens voor het laatst zijn gewijzigd) opgeven om foto's te selecteren.
De weergavemethode wijzigen
Een datum opgeven om een foto te selecteren
De weergavemethode wijzigen
Als u op de linker Functie (Function)-knop op het fotoselectiescherm drukt, wordt het selectiescherm voor
een weergavemethode geopend.
Gebruik de knop
om de weergavemethode te selecteren en druk op de knop OK.
U kunt de volgende methoden selecteren.
•
Standaardweergave (Standard view):
De foto's worden een voor een weergegeven. Als u de foto wilt selecteren, gebruikt u de knop
.
•
Lijstweergave (x9) (List view (x9)):
Er worden negen foto's tegelijk weergegeven. Als u de foto wilt selecteren, gebruikt u de knop
.
Opmerking
U kunt voor elke foto die u wilt afdrukken met de knop + of - het aantal exemplaren opgeven.
• Lijstweergave (x45) (List view (x45)):
Er worden 45 foto's tegelijk weergegeven. Als u de foto wilt selecteren, gebruikt u de knop .
Een datum opgeven om een foto te selecteren
Het volgende scherm wordt weergegeven wanneer u op de middelste Functie (Function)-knop op het
fotoselectiescherm drukt.
Selecteer de datum (datum waarop gegevens voor het laatst zijn gewijzigd) met de knop en druk op
de knop OK.
De foto's op de opgegeven datum worden weergegeven.
Opmerking
De datum wordt weergegeven volgens de instellingen van Indeling datumweergave (Date display
format) bij Gebruikersinstellingen apparaat (Device user settings) onder Apparaatinstellingen
(Device settings) onder Instellen (Setup).
Gebruikersinstellingen apparaat
76
Sjabloonformulieren zoals gelinieerd papier of grafiekpapier
afdrukken
U kunt een sjabloonformulier, zoals gelinieerd papier, grafiekpapier of een controlelijst, afdrukken op
normaal papier van A4-, B5- of Letter-formaat.
Afdrukbare sjabloonformulieren
Sjabloonformulieren afdrukken
Opmerking
U gebruikt de webservice om het sjabloonformulier te downloaden en af te drukken.
Sjabloonformulieren downloaden en afdrukken
Afdrukbare sjabloonformulieren
De volgende sjablonen zijn beschikbaar:
• Gelinieerd papier
U kunt drie indelingen voor de regelafstand selecteren.
Instellen op het LCD-scherm:
• Gelinieerd papier 1 (Notebook paper 1): 8-mm spatiëring (8
mm spacing)
•
Gelinieerd papier 2 (Notebook paper 2): 7-mm spatiëring (7
mm spacing)
•
Gelinieerd papier 3 (Notebook paper 3): 6-mm spatiëring (6
mm spacing)
Opmerking
U kunt gelinieerd papier niet afdrukken op papier van B5-
formaat.
•
Grafiekpapier
U kunt twee groottes voor de vierkantjes selecteren.
Instellen op het LCD-scherm:
•
Grafiekpapier 1 (Graph paper 1): Grafiek 5 mm (Graph 5 mm)
• Grafiekpapier 2 (Graph paper 2): Grafiek 3 mm (Graph 3 mm)
Opmerking
U kunt grafiekpapier afdrukken op papier van B5-formaat.
• Controlelijst
U kunt een notitieblok met selectievakjes afdrukken.
Instellen op het LCD-scherm:
Controlelijst (Checklist)
• Muziekpapier
77
U kunt muziekpapier met 10 of 12 notenbalken afdrukken.
Instellen op het LCD-scherm:
• Muziekpapier 1 (Staff paper 1): Muziekpapier m. 10
notenbalken (Staff paper 10 staves)
•
Muziekpapier 2 (Staff paper 2): Muziekpapier m. 12
notenbalken (Staff paper 12 staves)
• Handschriftpapier
U kunt handschriftpapier afdrukken.
Instellen op het LCD-scherm:
Handschriftpapier (Handwriting paper)
• Weekschema
U kunt een formulier voor een weekschema afdrukken.
Instellen op het LCD-scherm:
Weekschema (Weekly schedule)
• Maandschema
U kunt een formulier voor een maandschema afdrukken.
Instellen op het LCD-scherm:
Maandschema (Monthly schedule)
Sjabloonformulieren afdrukken
Druk het sjabloonformulier af met behulp van de volgende procedure.
1.
Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
Controleer of de printer is ingeschakeld
2.
Plaats gewoon papier van A4-, B5- of Letter-formaat in de cassette.
Papier plaatsen
3.
Druk op de knop MENU.
Het menuscherm wordt weergegeven.
4.
Selecteer Sjabloonafdruk (Template print) en druk op de knop OK.
78
5.
Selecteer Sjabloonafdruk (Template print) en druk daarna op de knop OK.
6.
Selecteer met de knoppen de sjabloon die u wilt afdrukken en druk op de knop OK.
Afdrukbare sjabloonformulieren
7. Geef de gewenste instellingen op.
1.
Aantal kopieën
Gebruik de knop + of - om het aantal exemplaren op te geven.
2.
Pg.form. (Page size)
Selecteer het paginaformaat op basis van het geplaatste papier.
Opmerking
Sommige instellingen voor het paginaformaat kunnen niet worden opgegeven, afhankelijk
van het formulier. Als de instelling wordt geselecteerd, wordt Foutdetails (Error details)
weergegeven op het LCD-scherm. In dit geval drukt u op de linker Functie (Function)-knop
om het bericht te bevestigen en wijzigt u de instelling.
3.
Type (Mediumtype)
Het type papier is ingesteld op Normaal papier (Plain paper).
4. Dub.zijdigInst.afdr. (2-sidedPrintSetting)
Selecteer dubbelzijdig of enkelzijdig afdrukken.
8. Start het afdrukken.
Druk op de knop Kleur (Color) om de volgende formulieren af te drukken.
Gelinieerd papier 1 (Notebook paper 1)/Gelinieerd papier 2 (Notebook paper 2)/Gelinieerd
papier 3 (Notebook paper 3)/Grafiekpapier 1 (Graph paper 1)/Grafiekpapier 2 (Graph paper 2)/
Handschriftpapier (Handwriting paper)
Druk op de knop Zwart (Black) om de volgende formulieren af te drukken.
Controlelijst (Checklist)/Muziekpapier 1 (Staff paper 1)/Muziekpapier 2 (Staff paper 2)/
Weekschema (Weekly schedule)/Maandschema (Monthly schedule)
79
Documenten (PDF-bestanden) afdrukken die zijn opgeslagen op
een USB-flashstation
U kunt u PDF-bestanden die zijn gescand met het bedieningspaneel van het apparaat, PDF-bestanden die
zijn opgeslagen op het USB-flashstation tijdens de ontvangst van faxen of PDF-bestanden die zijn gemaakt
met Canon IJ Scan Utility of My Image Garden (software die compatibel is met het apparaat) afdrukken
vanaf het USB-flashstation.
Opmerking
U kunt PDF-bestanden vanaf een USB-flashstation afdrukken als deze aan de volgende voorwaarden
voldoen. Andere bestanden dan de volgende PDF-bestanden kunnen niet worden afgedrukt, al staan
deze mogelijk in de lijst met documenten.
PDF-bestanden die zijn gescand met het bedieningspaneel van het apparaat en die zijn
opgeslagen op een USB-flashstation waarbij Indeling (Format) is ingesteld op PDF of
Compacte PDF (Compact PDF) (Extensie: .pdf)
Meer informatie over scannen met het bedieningspaneel van het apparaat:
Gescande gegevens op het USB-flashstation opslaan vanaf het bedieningspaneel van het
apparaat
PDF-bestanden die op een USB-flashstation zijn opgeslagen tijdens de ontvangst van faxen
(Extensie: .pdf)
Voor meer informatie over het opslaan van ontvangen faxen op een USB-flashstation:
Een document in het apparaatgeheugen opslaan op een USB-flashstation
Ontvangen faxen automatisch opslaan op een USB-flashstation
PDF-bestanden die zijn gemaakt met Canon IJ Scan Utility of My Image Garden (software die
compatibel is met het apparaat) (Extensie: .pdf)
Met uitzondering van de volgende gegevens:
-Versleutelde gegevens
-Meer dan 2 GB aan gegevens
-Gegevens zoals afbeeldingen die gescand zijn met 9601 of meer pixels in verticale en
horizontale richting niet opslaan
Raadpleeg het volgende voor meer informatie over het maken van PDF-bestanden met My
Image Garden (software die compatibel is met het apparaat):
PDF-bestanden maken/bewerken
Raadpleeg het volgende voor meer informatie over het maken van PDF-bestanden met Canon IJ
Scan Utility (software die compatibel is met het apparaat):
Documenten scannen
1.
Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
Controleer of de printer is ingeschakeld
2.
Plaats normaal papier van A4- of Letter-formaat.
Papier plaatsen
3.
Plaats het USB-flashstation in de poort van het USB-flashstation.
Het USB-flashstation plaatsen
Belangrijk
Als u het USB-flashstation al hebt geplaatst om de ontvangen faxen automatisch op te slaan,
kunt u de documenten niet afdrukken, zelfs niet als het USB-flashstation met de
documentgegevens is ingesteld.
Stel in dat geval de optie Instellingen automatisch opslaan (Auto save setting) bij FAX-
instellingen (FAX settings) in op UIT (OFF) en verwijder het USB-flashstation voor het opslaan
van faxen. Plaats vervolgens het USB-flashstation met de documentgegevens.
4.
Druk op de knop MENU.
Het menuscherm wordt weergegeven.
5.
Selecteer Geavanc. afdrukken (Advanced print) en druk op de knop OK.
80
6. Selecteer Afdrkkn van USB-flashstat. (Print from USB flash drive) en
druk daarna op de knop OK.
De lijst met documenten wordt weergegeven.
Opmerking
Als er foto's en PDF-bestanden op het USB-flashstation zijn opgeslagen, wordt u in het
bevestigingsscherm gevraagd welk bestand u wilt afdrukken. Selecteer Documenten afdrukken
(Print documents) in het weergegeven scherm en druk op OK.
Als er geen afdrukbaar document (PDF-bestand) is opgeslagen op het USB-flashstation, wordt
het bericht Gegevens van ondersteunde typen niet opgeslagen (Data of supported types are
not saved.) weergegeven op het LCD-scherm.
7.
Selecteer het document dat u wilt afdrukken en druk op OK.
Gebruik de knop om het document dat u wilt afdrukken te selecteren in de lijst en gebruik de
knop om in de voorbeeldweergave het document dat u wilt afdrukken te selecteren.
Opmerking
Bestandsnamen worden mogelijk niet correct weergegeven in de lijst met documenten als de
bestandsnaam lang is of incompatibele tekens bevat.
Wanneer de lijst met documenten wordt weergegeven, kunt u op de linker Functie (Function)-
knop drukken om het voorbeeldscherm weer te geven. Op het voorbeeldscherm wordt de eerste
pagina van elk PDF-bestand weergegeven op het LCD-scherm. Liggende documenten worden
bovendien 90 graden gedraaid.
Bij sommige PDF-bestanden duurt het mogelijk langer om het voorbeeld weer te geven of kan
een deel van het voorbeeld worden bijgesneden.
De naam van de PDF-bestanden wordt weergegeven, hoewel de PDF-bestanden niet kunnen
worden afgedrukt met het bedieningspaneel van het apparaat. PDF-bestanden waarop een van
de volgende voorwaarden van toepassing is, kunnen niet worden afgedrukt.
PDF-bestanden die zijn opgeslagen met een andere toepassing dan Canon IJ Scan Utility
en My Image Garden (software die compatibel is met het apparaat)
PDF-bestanden waarvoor het voorbeeldscherm niet beschikbaar is ('?' wordt weergegeven
op het voorbeeldscherm.)
Het wordt aanbevolen te controleren of een PDF-bestand kan worden afgedrukt. Wanneer de
lijst met documenten wordt weergegeven, kunt u op de rechterknop Functie (Function) drukken
om het scherm Details weer te geven. Een PDF-bestand waarop een van de volgende
voorwaarden van toepassing is, kan niet worden afgedrukt.
Gegevens in het scherm Details kunnen niet worden weergegeven.
Andere tekens dan de naam van het apparaat, IJ Scan Utility of My Image Garden
worden weergegeven bij Gemaakt met (Created with).
De PDF-bestanden die zijn gemaakt met andere software dan Canon IJ Scan Utility en My
Image Garden (software die compatibel is met het apparaat), kunnen niet worden afgedrukt, ook
al zijn deze opgeslagen met Canon IJ Scan Utility of My Image Garden.
8.
Geef de gewenste instellingen op.
Selecteer het gewenste instellingsitem met de knoppen en wijzig de instelling met de knoppen
.
1.
Aantal kopieën
Gebruik de knop + of - om het aantal exemplaren op te geven.
2.
Pg.form. (Page size)
81
Selecteer het paginaformaat op basis van het geplaatste papier.
3. Type (Mediumtype)
Het type papier is ingesteld op Normaal papier (Plain paper).
4. Afdr.kwl. (Print qlty) (Afdrukkwaliteit)
Geef de afdrukkwaliteit op.
5. Dub.zijdigInst.afdr. (2-sidedPrintSetting)
Selecteer dubbelzijdig of enkelzijdig afdrukken.
Als Dub.zijdig (2-sided) is geselecteerd, kunt u de afdrukstand en de nietmarge van het papier
selecteren door op de rechter Functie (Function)-knop te drukken.
Opmerking
Als de naam van het apparaat, IJ Scan Utility of My Image Garden wordt weergegeven bij
Gemaakt met (Created with) op het scherm Details, kunt u Dub.zijdig (2-sided) selecteren
om op beide zijden van één vel papier af te drukken.
9.
Druk op de knop Kleur (Color).
Het apparaat begint af te drukken.
Opmerking
U kunt maximaal 250 pagina's tegelijk afdrukken. Als u probeert meer dan 250 pagina's van een
PDF-bestand af te drukken, wordt het bericht Opgegeven PDF-bestand bevat te veel pagina's.
Pagina's boven het aantal afdrukbare pagina's worden niet afgedrukt. Doorgaan? (The
specified PDF file contains too many pages. The pages exceeding the number of printable
pages will not be printed. Continue?) weergegeven op het LCD-scherm. Als u het afdrukken wilt
staten, selecteert u Ja (Yes) en drukt u op de knop OK. Als u meer dan 250 pagina's van een PDF-
bestand wilt afdrukken, drukt u deze af vanaf een computer.
Afhankelijk van het PDF-bestand, kunt u het 90 graden draaien.
Als het document groter is dan het paginaformaat dat op het apparaat is opgegeven, wordt het
document met een kleiner formaat afgedrukt. In dit geval worden dunne lijnen in het document
mogelijk niet afgedrukt of worden afbeeldingen niet goed uitgelijnd.
Bij sommige PDF-bestanden kan een foutbericht worden weergegeven voordat het afdrukken begint
of tijdens het afdrukken.
Zie Een bericht verschijnt op het scherm voor meer informatie.
82
Afdrukken met een webservice
Kennisgeving over het afdrukken met een webservice
Foto's in een online fotoalbum afdrukken
Sjabloonformulieren downloaden en afdrukken
Instellingen voor de webservice
83
Kennisgeving over het afdrukken met een webservice
Wanneer u een webservice gebruikt
• Canon geeft geen garantie voor de continuïteit en de betrouwbaarheid van de geleverde webservices,
de beschikbaarheid van de toegang tot de site of de toestemming om de materialen te downloaden.
• Canon kan op elk gewenst moment de informatie die wordt aangeboden via de webservice bijwerken,
wijzigen of verwijderen, of de service zonder voorafgaande kennisgeving onderbreken of opheffen.
Canon is niet verantwoordelijk voor eventuele schade die uit dergelijke acties voortvloeit.
• In geen enkel geval is Canon aansprakelijk voor schade die het gevolg is van het gebruik van de
webservices, in welke vorm dan ook.
•
Gebruikers moeten zich registreren voordat zij de fotodeelsite kunnen gebruiken.
Wanneer u de fotodeelsite gebruikt, dient u zich te houden aan de gebruiksvoorwaarden van de site
en de service op eigen verantwoordelijkheid te gebruiken.
•
De webservice is mogelijk deels of geheel niet beschikbaar, afhankelijk van het land of de regio waarin
u woont.
•
Afhankelijk van uw netwerkomgeving zijn bepaalde functies van de webservice niet beschikbaar. Zelfs
als ze beschikbaar zijn, kan het enige tijd duren voordat de inhoud wordt afgedrukt of weergegeven, of
kan de communicatie worden onderbroken terwijl de bewerking wordt uitgevoerd.
•
Wanneer u de webservice gebruikt, worden de naam van uw apparaat, de gegevens van uw regio of
land, de geselecteerde taal en het type service dat u gebruikt (bijvoorbeeld de fotodeelsite) naar de
server verzonden en op de server opgeslagen. Canon kan op basis van deze gegevens geen
specifieke klanten identificeren.
• Uw aanmeldingsnaam en wachtwoord voor de fotodeelsite worden opgeslagen in het geheugen van
het apparaat (onversleuteld).
Voordat u het apparaat aan iemand anders geeft of het weggooit, verwijdert u eerst uw
aanmeldingsnaam en wachtwoord uit het geheugen van het apparaat.
• De accountgegevens worden verzonden naar de server van Canon Inc. (in Japan) en daarna
doorgestuurd naar de server van de serviceaanbieder.
• Canon gaat als volgt om met uw accountgegevens:
- Uw accountgegevens worden gebruikt tijdens het persoonlijke identificatieproces van de
geselecteerde service.
- Canon verstrekt uw gegevens niet zonder uw toestemming aan derden, behalve om ze naar de
serviceaanbieder te sturen of indien dit in overeenstemming is met de wet- en regelgeving.
- Nadat de geheimhoudingsverklaring is gesloten, kan Canon uw accountgegevens onderbrengen bij
de contractant in overeenstemming met het gebruiksdoel.
- Canon probeert de veiligheid van uw accountgegevens zo goed mogelijk te waarborgen.
- U bepaalt zelf of u uw accountgegevens invoert en verzendt. Een service waarvoor u uw
accountgegevens moet invoeren is echter pas beschikbaar nadat u de gegevens hebt ingevoerd en
verzonden.
- Uw accountgegevens blijven niet op de server van Canon Inc. staan. De gegevens worden uiterlijk
verwijderd wanneer u de printer loskoppelt van het LAN.
- Voor meer informatie neemt u contact op met een door Canon gemachtigde vertegenwoordiger in het
land of de regio waar u woont.
Auteursrechten en openbaarmakingsrechten
Wanneer u afdrukt vanaf de fotodeelsite:
•
Houd u aan de gebruiksvoorwaarden van de fotodeelsite wanneer u foto´s op de site gebruikt.
•
Het is onwettig om auteursrechtelijk beschermd werk van anderen te reproduceren of te bewerken
zonder toestemming van de houder van het auteursrecht, behalve voor persoonlijk gebruik, gebruik
binnenshuis of ander gebruik binnen het beperkte bereik dat wordt gespecificeerd in het auteursrecht.
Bovenden kan het reproduceren of bewerken van foto's van mensen inbreuk maken op
openbaarmakingsrechten.
Wanneer u sjabloonformulieren downloadt en afdrukt:
1.
Het auteursrecht van elk materiaal (foto´s, illustraties, logo´s of documenten, hierna ´de materialen´
genaamd) die afkomstig zijn van de afdrukservice voor websjablonen, berust bij de respectieve
eigenaren. Er kunnen problemen met betrekking tot het openbaarmakingsrecht ontstaan wanneer u
personen of karakters gebruikt die door de afdrukservice van websjablonen worden weergegeven.
Tenzij uitdrukkelijk toegestaan (zie hieronder artikel 2) is het kopiëren, wijzigen of distribueren van een
deel van de materialen of van alle materialen van de afdrukservices voor websjablonen ten strengste
verboden zonder toestemming van de respectieve eigenaar van de rechten (auteurs- en
openbaarmakingsrechten).
2.
Alle materialen van de afdrukservices voor websjablonen kunnen vrij worden gebruikt voor
persoonlijke en niet-commerciële doeleinden.
84
Foto's in een online fotoalbum afdrukken
U kunt via het bedieningspaneel van het apparaat toegang krijgen tot de fotodeelsite op internet en de foto
in een online fotoalbum afdrukken (foto's die vanaf apparaten zoals computers zijn geüpload).
Raadpleeg de gebruiksvoorwaarden voordat u de webservice gebruikt.
Kennisgeving over het afdrukken met een webservice
Voor toegang tot de fotodeelsite vanaf het apparaat moet u het account op de fotodeelsite registreren op
het apparaat. Raadpleeg de volgende gegevens en registreer het account.
Het account op de fotodeelsite registreren
Belangrijk
Voor het gebruik van deze functie hebt u een LAN-verbinding met het apparaat en een
internetverbinding nodig.
Voordat u deze functie gebruikt, moet u een account maken op de fotodeelsite. Raadpleeg de
fotodeelsite voor het maken van een account.
Afhankelijk van het type foto wordt deze mogelijk niet weergegeven op het LCD of afgedrukt.
1. Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
Controleer of de printer is ingeschakeld
2. Plaats fotopapier van 10 x 15 cm / 4 x 6 inch.
Papier plaatsen
3. Druk op de knop MENU.
Het menuscherm wordt weergegeven.
4.
Selecteer Foto (Photo) en druk daarna op de knop OK.
5.
Selecteer Online album afdrukken (Online Album print)en druk daarna op
de knop OK.
6.
Selecteer de fotosite die u wilt gebruiken met de knop en druk op de knop OK.
Het apparaat gaat naar de fotodeelsite. Vervolgens worden de online albums op het LCD
weergegeven.
Opmerking
Als u het account op de fotodeelsite nog niet hebt geregistreerd op het apparaat, wordt het
bevestigingsscherm voor de registratie van het account weergegeven.
Gebruik de knoppen om Ja (Yes) te selecteren en druk op de knop OK om het account te
registreren.
85
Zie Het account op de fotodeelsite registreren voor meer informatie over het registreren
van het account.
Nadat uw account is geregistreerd, wordt het bevestigingsscherm voor de opslag van de
aanmeldnaam of het e-mailadres en het wachtwoord weergegeven. Selecteer de instelling
met de knop
en druk vervolgens op de knop OK. Als u de aanmeldnaam of het e-
mailadres en het wachtwoord niet op het apparaat wilt opslaan, selecteert u Niet opslaan
(Do not save) en drukt u op de knop OK.
Als er veel online albums zijn geüpload naar de fotodeelsite of als de communicatie slecht is,
worden de online albums mogelijk niet correct op het LCD weergegeven.
De weergave van de datum waarop het online album is gemaakt, kan op het LCD van het
apparaat afwijken van de computer. Bovendien kan de weergavevolgorde verschillen.
7.
Gebruik de knop om het online album te selecteren en druk op de knop OK.
De foto van het online album wordt weergegeven.
Opmerking
Als er veel online albums zijn geüpload naar de fotodeelsite of als de communicatie slecht is,
wordt de foto mogelijk niet correct op het LCD weergegeven.
De weergavevolgorde van foto´ in het online album kan op het LCD van het apparaat afwijken
van de weergave van computer.
8.
Geef de gewenste instellingen op.
1. Aantal kopieën
Geef dit op met de knop + of -.
Opmerking
Als u het aantal kopieën voor elke foto opgeeft, gebruikt u de knop om de foto weer te
geven die u wilt afdrukken en gebruikt u de knop + of - om het aantal kopieën op te geven
wanneer de gewenste foto wordt weergegeven.
U kunt het scherm ook weergeven om het aantal kopieën op te geven: druk op OK wanneer
de gewenste foto wordt weergegeven. Wanneer het scherm voor het opgeven van het aantal
exemplaren wordt weergegeven, geeft u het aantal op met de knoppen + of -. Druk op OK
om de foto in het fotoselectiescherm weer te geven.
2.
Foto selecteren
Selecteer de foto die u wilt afdrukken met de knop .
3.
Afdrukinstell. (Print settings)
Wanneer u op de rechter Functie (Function)-knop drukt, wordt het bevestigingsscherm met
afdrukinstellingen weergegeven.
Gebruik de knop om het instellingsitem te wijzigen, gebruik de knop om de instelling te
wijzigen en bevestig de selectie vervolgens met de knop OK.
86
A.
Pg.form. (Page size)
Het paginaformaat is ingesteld op 10x15cm(4"x6") (4"x6"(10x15cm)).
B.
Type (Mediumtype)
Selecteer het mediumtype van het geplaatste papier.
C.
Afdr.kwl. (Print qlty) (Afdrukkwaliteit)
Selecteer de afdrukkwaliteit op basis van de foto.
D.
Marge (Border) (Met of zonder marge afdrukken)
Hiermee selecteert u afdrukken met of zonder rand.
E.
Fotocorr. (Photo fix)
Als Automat. fotocorr. (Auto photo fix) is geselecteerd, wordt het onderwerp of het gezicht
van een persoon op een foto geanalyseerd en wordt de meest geschikte correctie voor elke
foto automatisch toegepast. Een donker gezicht als gevolg van tegenlicht wordt lichter
gemaakt bij het afdrukken. De functie herkent bijvoorbeeld ook landschappen,
nachtopnames, personen, enzovoort en corrigeert automatisch elke foto door de meest
geschikte kleur, helderheid of contrast toe te passen voordat de foto wordt afgedrukt.
Afhankelijk van het type foto wordt deze mogelijk niet gecorrigeerd.
Opmerking
Standaard wordt automatische correctie toegepast wanneer foto´s op de fotodeelsite
worden afgedrukt.
Als Geen corr. (No correction) is geselecteerd, worden foto's zonder correctie
afgedrukt.
F. Corr. rode ogen (Red-EyeCorrection)
Hiermee worden rode ogen in portretfoto's gecorrigeerd die worden veroorzaakt door
fotograferen met flitser.
Afhankelijk van het type foto worden rode ogen mogelijk niet gecorrigeerd of worden andere
delen dan de ogen gecorrigeerd.
G. Datum afdrukken (Print date)
Deze instelling is niet beschikbaar.
9.
Druk op de knop Kleur (Color).
Het apparaat begint af te drukken.
87
Sjabloonformulieren downloaden en afdrukken
U kunt de sjabloonformulier die u wilt afdrukken, downloaden van de webservice.
Raadpleeg de gebruiksvoorwaarden voordat u de webservice gebruikt.
Kennisgeving over het afdrukken met een webservice
Belangrijk
Voor het gebruik van deze functie hebt u een LAN-verbinding met het apparaat en een
internetverbinding nodig.
1.
Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
Controleer of de printer is ingeschakeld
2.
Druk op de knop MENU.
Het menuscherm wordt weergegeven.
3.
Selecteer Sjabloonafdruk (Template print) en druk op de knop OK.
4. Selecteer Websjabloon afdruk. (Web template print) en druk daarna op de
knop OK.
De categoriemappen van het sjabloonformulier worden weergegeven op het LCD.
5. Selecteer de categoriemap van het sjabloonformulier met de knop en druk op
de knop OK.
De sjabloonformulieren in de categoriemap worden weergegeven op het LCD.
6. Selecteer met de knoppen het sjabloonformulier dat u wilt afdrukken en druk
op de knop OK.
7.
Controleer het bericht dat wordt weergegeven en druk op OK.
8. Controleer de afdrukinstellingen.
De afdrukinstellingen worden automatisch vastgesteld op basis van het opgegeven sjabloonformulier.
Als u de afdrukinstelling wilt wijzigen, gebruikt u de knop om de instelling te selecteren en
gebruikt u de knop om de instellingen te wijzigen.
Opmerking
Dub.zijdigInst.afdr. (2-sidedPrintSetting) is ingesteld op Enk.zijd (1-sided).
Sommige afdrukinstellingen kunnen niet worden opgegeven, afhankelijk van het
sjabloonformulier. Als de instelling wordt geselecteerd, wordt Foutdetails (Error details)
weergegeven op het LCD-scherm. In dit geval drukt u op de linker Functie (Function)-knop om
het bericht te bevestigen en wijzigt u de instelling.
9.
Plaats papier op basis van de afdrukinstellingen.
Papier plaatsen
10.
Druk op de knop Kleur (Color).
Het apparaat begint af te drukken.
88
Instellingen voor de webservice
In dit gedeelte worden de instellingen van het apparaat voor de webservice beschreven.
Het account op de fotodeelsite registreren
De instellingen van de webservice herstellen
Raadpleeg de gebruiksvoorwaarden voordat u de webservice gebruikt.
Kennisgeving over het afdrukken met een webservice
Het account op de fotodeelsite registreren
Registreer het account op de fotodeelsite op het apparaat volgens de onderstaande procedure.
Belangrijk
Voor het gebruik van deze functie hebt u een LAN-verbinding met het apparaat en een
internetverbinding nodig.
Voordat u het account registreert op het apparaat, moet u een account maken op de fotodeelsite.
Raadpleeg de fotodeelsite voor het maken van een account.
U kunt een aanmeldingsnaam of e-mailadres van maximaal 256 tekens en een wachtwoord van
maximaal 80 tekens registreren. Wanneer u het account op de fotodeelsite maakt, stelt u een
aanmeldingsnaam of e-mailadres van maximaal 256 tekens en een wachtwoord van maximaal 80
tekens in.
Stel de aanmeldingsnaam, het e-mailadres en het wachtwoord in met cijfers en letters, die u op het
LCD van het apparaat kunt invoeren.
1. Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
Controleer of de printer is ingeschakeld
2. Druk op de knop MENU.
Het menuscherm wordt weergegeven.
3. Selecteer Webservice (Web service) en druk op de knop OK.
4. Selecteer Webservice instellen (Web service setup) en druk daarna op de knop OK.
5.
Gebruik de knoppen om Verbind. met online album instell. (Online Album connection setup)
te selecteren en druk op de knop OK.
6.
Gebruik de knoppen om Account registreren (Register account) te selecteren en druk daarna
op de knop OK.
Opmerking
Wanneer u het account verwijdert, selecteert u Account verwijderen (Delete account) en drukt
u daarna op de knop OK. Nadat u de fotodeelsite hebt geselecteerd om het account te
verwijderen en op de knop OK drukt, wordt het bevestigingsscherm voor het verwijderen van het
account weergegeven. Selecteer Ja (Yes) en druk op de knop OK om het account te verwijderen.
7.
Selecteer de fotosite waarop u het account wilt selecteren met de knop en druk op de knop OK.
Er wordt een bericht met accountgegevens weergegeven.
8.
Controleer het bericht en druk op de knop OK.
9.
Wanneer het bevestigingsbericht voor accountbeheer wordt weergegeven, drukt u op de linker
Functie (Function)-knop.
89
Opmerking
U kunt het bericht voor het accountbeheerbeleid weergeven door op de knop OK te drukken.
10. Geef de aanmeldingsnaam of het e-mailadres op en druk op de knop OK.
Opmerking
Als u het account al hebt geregistreerd, wordt de aanmeldingsnaam of het e-mailadres op het
scherm weergegeven.
11. Voer het wachtwoord in.
Opmerking
Afhankelijk van de instelling op de fotodeelsite hoeft u mogelijk geen wachtwoord op te geven.
12. Druk op de knop OK.
Het apparaat gaat naar de fotodeelsite. Vervolgens wordt uw account bevestigd.
Nadat uw account is bevestigd, wordt het bevestigingsscherm voor de opslag van de
aanmeldingsnaam of het e-mailadres en het wachtwoord weergegeven.
13.
Selecteer de instelling met de knop en druk vervolgens op de knop OK.
De accountregistratie is voltooid.
De instellingen van de webservice herstellen
Met deze functies worden de standaardwaarden van alle webservice-instellingen hersteld.
Stel de webservice-instellingen opnieuw in volgens de onderstaande procedure.
1.
Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
Controleer of de printer is ingeschakeld
2.
Druk op de knop MENU.
Het menuscherm wordt weergegeven.
90
3.
Selecteer Webservice (Web service) en druk op de knop OK.
4.
Selecteer Webservice instellen (Web service setup) en druk daarna op de knop OK.
5. Gebruik de knoppen om Webservice herstellen (Reset Web service setup) te selecteren en
druk op de knop OK.
Het bevestigingsscherm wordt weergegeven.
6.
Gebruik de knop om Ja (Yes) te selecteren en druk op OK.
De instellingen van de webservice zijn hersteld.
91
Afdrukken met Google Cloud Print
Het apparaat is compatibel met Google Cloud Printâ„¢ (Google Cloud Print is een service die wordt
aangeboden door Google Inc.).
Met Google Cloud Print kunt u vanaf elke locatie afdrukken met toepassingen of services die Google Cloud
Print ondersteunen.
1.
Afdrukken met Google Cloud Print voorbereiden
2.
Afdrukken vanaf een computer of smartphone met Google Cloud Print
Belangrijk
Een LAN-verbinding met het apparaat en een internetverbinding zijn vereist om het apparaat te
registreren en om af te drukken met Google Cloud Print. Aan de internetverbinding zijn de
gebruikelijke kosten verbonden.
Deze functie is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van het land of de regio waar u woont.
92
Afdrukken met Google Cloud Print voorbereiden
Als u wilt afdrukken met Google Cloud Print, hebt u een Google-account nodig en moet u het apparaat
eerst registreren bij Google Cloud Print.
Een Google-account maken
Als u al een Google-account hebt, moet u het apparaat registreren.
Het apparaat registreren bij Google Cloud Print
Een Google-account maken
Zorg eerst dat u een Google-account hebt zodat u het apparaat kunt registreren bij Google Cloud Print.
Ga naar Google Cloud Print met de webbrowser op een computer of het mobiele apparaat en geef de
gevraagde gegevens op.
* Het bovenstaande scherm kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Het apparaat registreren bij Google Cloud Print
Registreer het apparaat bij Google Cloud Print.
De verificatieprocedure via een webbrowser op een computer of een mobiel apparaat is vereist tijdens de
registratie. Aangezien de verificatie-URL wordt afgedrukt door het apparaat terwijl het verificatieproces
wordt uitgevoerd, moet u een vel normaal papier van A4- of Letter-formaat voorbereiden.
Belangrijk
Een LAN-verbinding met het apparaat en een internetverbinding zijn vereist om het apparaat te
registreren en om af te drukken met Google Cloud Print. Aan de internetverbinding zijn de
gebruikelijke kosten verbonden.
Als de eigenaar van het apparaat verandert, verwijdert u het apparaat uit Google Cloud Print.
Het apparaat verwijderen uit Google Cloud Print
1.
Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
Controleer of de printer is ingeschakeld
2.
Druk op de knop MENU.
Het menuscherm wordt weergegeven.
3.
Kies Webservice (Web service) en druk op de knop OK.
LCD en bedieningspaneel
4.
Kies Webservice instellen (Web service setup) en druk op de knop OK.
93
5. Gebruik de knop om Cloudinstellingen (Cloud settings) te selecteren en druk
op de knop OK.
6. Kies Google Cloud Print instellen (Google Cloud Print setup) en druk op de
knop OK.
7. Gebruik de knop om Registreren bij Google Cloud Print (Register with
Google Cloud Print) te selecteren en druk op de knop OK.
Opmerking
Als u het apparaat al hebt geregistreerd bij Google Cloud Print, wordt een bevestigingbericht
weergegeven waarin u wordt gevraagd het apparaat opnieuw te registreren.
8.
Wanneer het bevestigingsscherm voor het registreren van het apparaat wordt
weergegeven, gebruikt u de knop om Ja (Yes) te selecteren en drukt u op de
knop OK.
9.
Selecteer een weergavetaal met de knoppen in het scherm met
afdrukinstellingen van Google Cloud Print en druk vervolgens op de knop OK.
Het bevestigingsbericht over het afdrukken van de verificatie-URL wordt weergegeven.
10. Plaats normaal papier van A4- of Letter-formaat.
Papier plaatsen
11. Druk op de knop OK.
De verificatie-URL wordt afgedrukt.
12. Controleer of de verificatie-URL is afgedrukt, gebruik de knoppen om Ja (Yes)
te selecteren en druk op de knop OK.
13.
Voer het verificatieproces uit met een webbrowser op een computer of een mobiel
apparaat.
Ga naar de URL met een webbrowser op een computer of een mobiel apparaat en voer het
verificatieproces uit aan de hand van de instructies op het scherm.
Opmerking
Voer het verificatieproces uit met het Google-account dat u van tevoren hebt aangemaakt.
14.
Wanneer met een bericht op het LCD-scherm van het apparaat wordt aangegeven
dat de registratie is voltooid, drukt u op de knop OK.
Als het verificatieproces correct is voltooid, worden de registratie-items weergegeven. Nadat het
verificatieproces correct is voltooid, kunt u gegevens afdrukken met Google Cloud Print.
Afdrukken vanaf een computer of smartphone met Google Cloud Print
Wanneer het verificatieproces niet correct is afgerond en het foutbericht wordt weergegeven, drukt u
op de knop OK. Als het bevestigingsbericht over het afdrukken van de verificatie-URL wordt
weergegeven, drukt u de verificatie-URL af en voert u vervolgens het verificatieproces opnieuw uit op
de computer.
Het apparaat verwijderen uit Google Cloud Print
Als de eigenaar van het apparaat verandert of als u het apparaat opnieuw wilt registreren, verwijdert u het
apparaat uit Google Cloud Print door de onderstaande procedure te volgen.
1.
Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
Controleer of de printer is ingeschakeld
94
2. Druk op de knop MENU.
Het menuscherm wordt weergegeven.
3. Kies Webservice (Web service) en druk op de knop OK.
LCD en bedieningspaneel
4.
Kies Webservice instellen (Web service setup) en druk op de knop OK.
5.
Gebruik de knop om Cloudinstellingen (Cloud settings) te selecteren en druk
op de knop OK.
6.
Kies Google Cloud Print instellen (Google Cloud Print setup) en druk op de
knop OK.
7. Gebruik de knop om Verwijder uit Google Cloud Print (Delete from Google
Cloud Print) te selecteren en druk op de knop OK.
8. Wanneer het bevestigingsscherm voor het verwijderen van het apparaat wordt
weergegeven, gebruikt u de knoppen om Ja (Yes) te selecteren en drukt u op
de knop OK.
95
Afdrukken vanaf een computer of smartphone met Google
Cloud Print
Wanneer u afrukgegevens verzendt met Google Cloud Print, ontvangt het apparaat deze gegevens en
worden ze automatisch afgedrukt als het apparaat is ingeschakeld.
Wanneer u afdrukt vanaf een computer, smartphone of ander apparaat met Google Cloud Print, moet u
tevoren papier plaatsen in het apparaat.
De afdrukgegevens verzenden met Google Cloud Print
1.
Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
Controleer of de printer is ingeschakeld
Opmerking
Als u de afdrukgegevens wilt verzenden vanaf een externe locatie, schakelt u het apparaat van
tevoren in.
2.
Druk af vanaf de computer of smartphone.
De onderstaande afbeelding toont een voorbeeld van afdrukken vanuit een webbrowser die
communiceert met Google Cloud Print. Het uiterlijk van het scherm hangt af van de toepassingen of
services die Google Cloud Print ondersteunen.
Wanneer de voorbereiding voor het afdrukken met Google Cloud Print is voltooid en het apparaat is
ingeschakeld, ontvangt het apparaat de afdrukgegevens en worden deze automatisch afgedrukt.
Opmerking
Afhankelijk van de communicatiestatus kan het enige tijd duren om de afdrukgegevens af te drukken
of ontvangt het apparaat de afdrukgegevens mogelijk niet.
Wanneer u afdrukt met Google Cloud Print, kan het afdrukken worden geannuleerd, afhankelijk van
de status van het apparaat, bijvoorbeeld wanneer het apparaat in gebruik is of wanneer er een fout
optreedt. Als u wilt doorgaan met afdrukken, controleert u de status van het apparaat en drukt u
vervolgens nogmaals af met Google Cloud Print.
Voor afdrukinstellingen:
Als u een ander mediumtype dan normaal papier selecteert of als u een ander papierformaat
dan A4/Letter/B5/A5 selecteert, worden de afdrukgegevens enkelzijdig afgedrukt, ook al hebt u
dubbelzijdig afdrukken geselecteerd.
Als u normaal papier hebt geselecteerd als mediumtype of B5/A5 als papierformaat, worden de
afdrukgegevens afgedrukt met een marge, ook al hebt u afdrukken zonder marges geselecteerd.
De afdruk kan afwijken van het afdrukvoorbeeld, afhankelijk van de afdrukgegevens.
Afhankelijk van het apparaat dat de afdrukgegevens verzendt, kunt u mogelijk geen
afdrukinstellingen selecteren wanneer u de afdrukgegevens verzendt met Google Cloud Print.
96
Als u rechtstreeks wilt afdrukken vanuit Google Cloud Print
Als het apparaat de afdrukgegevens niet kan ontvangen of als u direct wilt beginnen met afdrukken, kunt u
controleren of er een afdruktaak in Google Cloud Print aanwezig is en het afdrukken handmatig starten.
Voer de volgende stappen uit.
1. Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
Controleer of de printer is ingeschakeld
2.
Druk op de knop MENU.
Het menuscherm wordt weergegeven.
3.
Kies Webservice (Web service) en druk op de knop OK.
LCD en bedieningspaneel
4.
Kies Afdrukken via cloud starten (Start Cloud print) en druk op de knop
OK.
Opmerking
Als u het apparaat niet bij Google Cloud Print hebt geregistreerd, wordt het pictogram
Afdrukken via cloud starten (Start Cloud print) niet weergegeven.
Registreer het apparaat bij Google Cloud Print.
Het apparaat registreren bij Google Cloud Print
5. Kies Afdrukken bij Google Cloud Print (Print from Google Cloud Print) en druk
op de knop OK.
Er wordt een bevestigingsvenster ter controle weergegeven.
6.
Gebruik de knoppen om Ja (Yes) te selecteren en druk op de knop OK.
Als de afrukgegevens aanwezig zijn, ontvangt het apparaat deze gegevens en worden ze afgedrukt.
97
Afdrukken vanaf een digitale camera
Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een PictBridge-compatibel apparaat
Informatie over PictBridge-afdrukinstellingen
98
Foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een PictBridge-compatibel
apparaat
U kunt een PictBridge-compatibel apparaat, zoals een digitale camera, een camcorder of een mobiele
telefoon, met het apparaat verbinden via een LAN, zodat u opgeslagen foto's rechtstreeks kunt afdrukken
zonder daarbij een computer te gebruiken.
Apparaten die u kunt aansluiten:
PictBridge-compatibel apparaat dat kan worden verbonden met een LAN
Indeling afdrukbare beeldgegevens:
Dit apparaat accepteert PNG-bestanden en afbeeldingen* die zijn gemaakt met een digitale camera die
voldoet aan het Design rule for Camera File system.
* Compatibel met Exif 2.2/2.21/2.3
Belangrijk
Voor het gebruik van deze functie is een LAN-verbinding met het apparaat vereist.
U kunt niet afdrukken, ook al is het apparaat met een USB-kabel aangesloten op het PictBridge-
compatibele apparaat.
Opmerking
PictBridge is de standaard voor het rechtstreeks afdrukken van uw foto's zonder daarbij een
computer te gebruiken. U kunt bijvoorbeeld een digitale camera, camcorder of mobiele telefoon met
camera aansluiten.
(PictBridge): Een PictBridge-compatibel apparaat is voorzien van deze markering.
Wanneer u foto's afdrukt terwijl het PictBridge-compatibele apparaat is aangesloten op het apparaat,
raden we u aan de netspanningsadapter te gebruiken die bij het apparaat is geleverd. Als u de accu
van het apparaat gebruikt, moet die volledig zijn opgeladen.
Afhankelijk van het merk en het type van het apparaat moet u mogelijk een afdrukmodus selecteren
die compatibel is met PictBridge voordat u het apparaat aansluit. U moet het apparaat mogelijk ook
handmatig inschakelen of de afspeelmodus selecteren nadat u het apparaat hebt aangesloten.
Voer de benodigde handelingen uit op het PictBridge-compatibele apparaat voordat u het aansluit op
dit apparaat. Raadpleeg hiervoor de instructiehandleiding van het apparaat.
1.
Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
Controleer of de printer is ingeschakeld
2.
Plaats papier.
Papier plaatsen
3.
Verbind het PictBridge-compatibele apparaat met het apparaat.
Detecteer het apparaat met het PictBridge-compatibele apparaat en verbind het PictBridge-compatible
apparaat met het apparaat via een LAN.
Opmerking
Raadpleeg de handleiding van het PictBridge-compatibele apparaat voor informatie over het
detecteren van het apparaat.
4.
Geef de afdrukinstellingen zoals de papiersoort en indeling op.
U kunt instellingen opgeven via het menu op het LCD-scherm van het PictBridge-compatibele
apparaat. Selecteer het papierformaat en de papiersoort die u in het apparaat hebt geplaatst.
Instellingen op een PictBridge-compatibel apparaat
Als het PictBridge-compatibele apparaat geen menu voor instellingen heeft, wijzigt u de instelling
vanaf het apparaat.
Instellingen op de printer
Opmerking
Wanneer u afdrukt vanaf een PictBridge-compatibel apparaat, stelt u de afdrukkwaliteit in met
het bedieningspaneel op het apparaat. U kunt de afdrukkwaliteit niet instellen op het PictBridge-
compatibele apparaat.
99
5. Begin met afdrukken vanaf uw PictBridge-compatibele apparaat.
100
Informatie over PictBridge-afdrukinstellingen
Instellingen op een PictBridge-compatibel apparaat
Instellingen op de printer
Instellingen op een PictBridge-compatibel apparaat
In dit gedeelte wordt de PictBridge-functie van het apparaat beschreven. Raadpleeg de
instructiehandleiding van het PictBridge-compatibele apparaat voor informatie over de afdrukinstellingen
van het apparaat.
Opmerking
In de volgende beschrijving worden de namen van instellingen gebruikt van PictBridge-compatibele
apparaten van het merk Canon. De namen van de instellingen kunnen afwijken, afhankelijk van het
merk of model van uw apparaat.
Mogelijk zijn niet alle hieronder beschreven instellingen beschikbaar op bepaalde apparaten. In dat
geval worden de instellingen van het apparaat gebruikt. Wanneer sommige instellingen op een
PictBridge-compatibel apparaat zijn ingesteld op Standaard (Default), worden voor deze instellingen
eveneens de instellingen op het apparaat gebruikt.
PictBridge-afdrukinstellingen
U kunt de volgende instellingen gebruiken wanneer u afdrukt vanaf een PictBridge-compatibel apparaat.
Papierformaat
10 x 15 cm / 4 x 6 inch, 5 x 7 inch*1, 20 x 25 cm / 8 x 10 inch, A4, 8,5 x 11 inch
(Letter)
* Kan alleen worden geselecteerd op bepaalde PictBridge-compatibele apparaten
van het merk Canon. (Kan mogelijk niet worden geselecteerd, afhankelijk van het
apparaat.)
Papiersoort
• Standaard (selectie op basis van de apparaatinstelling)
• Foto:
Glossy Foto Papier Extra II PP-201/Fotostickers*
* Als u afdrukt op stickervellen, selecteert u 10x15cm/4"x6" (4"x6"/10x15cm) bij
Papierformaat (Paper size). Stel Indeling (Layout) niet in op Zonder marges
(Borderless).
•
Snelle foto:
Professioneel Foto Platinum PT-101
• Gewoon:
A4/Letter
Als Papiersoort (Paper type) is ingesteld op Gewoon (Plain), is afdrukken
zonder marges uitgeschakeld, ook al is Indeling (Layout) ingesteld op Zonder
marges (Borderless).
Indeling
Standaard (selectie op basis van de apparaatinstelling), index, met marges, zonder
marges, N-up (2, 4, 9, 16)*1, 20-up*2, 35-up*3
*1 Indeling compatibel met papier van A4- of Letter-formaat en bovenstaande Canon-
stickers.
A4/Letter: 4-up
Fotostickers: 2-up, 4-up, 9-up, 16-up.
*2 Als u met een PictBridge-compatibel apparaat van het merk Canon items
selecteert met de markering 'i', kunt u opnamegegevens (Exif Data) afdrukken in een
lijstindeling (20-up) of op de marges van de geselecteerde gegevens (1-up). (Deze
functie is mogelijk niet beschikbaar met sommige PictBridge-compatibele apparaten
van Canon.)
*3 Afgedrukt in 35 mm filmindeling (indeling afdrukken). Alleen beschikbaar met een
PictBridge-compatibel apparaat van Canon. (Deze functie is mogelijk niet
beschikbaar met sommige PictBridge-compatibele apparaten van Canon.)
Afdrukdatum en
bestandsnummer
Standaard (Uit: Niet afdrukken), Datum, Bestandsnummer, Beide, Uit
Afbeelding
optimaliseren
Standaard (selectie op basis van de apparaatinstelling), Aan (Automat. fotocorr.)*1 ,
Uit, Rode ogen*2
*1 Het onderwerp of het gezicht van een persoon op een foto wordt geanalyseerd en
de meest geschikte correctie voor elke foto wordt automatisch toegepast. Een donker
gezicht als gevolg van tegenlicht wordt lichter gemaakt bij het afdrukken. De functie
herkent bijvoorbeeld ook landschappen, nachtopnames, personen, enzovoort en
corrigeert automatisch elke foto door de meest geschikte kleur, helderheid of contrast
toe te passen voordat de foto wordt afgedrukt.
101
*2 Kan alleen worden geselecteerd op bepaalde PictBridge-compatibele apparaten
van het merk Canon. (Kan mogelijk niet worden geselecteerd, afhankelijk van het
apparaat.)
Bijsnijden Standaard (Uit: niet bijsnijden), Aan (instellingen van camera volgen), Uit
Instellingen op de printer
U kunt de PictBridge-afdrukinstellingen wijzigen op het scherm PictBridge-afdrukinstellingen
(PictBridge print settings). Stel de afdrukinstellingen op het PictBridge-compatibele apparaat in op
Standaard (Default) als u wilt afdrukken met de instellingen op het apparaat.
In dit gedeelte wordt de procedure beschreven om het scherm PictBridge-afdrukinstellingen (PictBridge
print settings) weer te geven.
1.
Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
Controleer of de printer is ingeschakeld
2.
Druk op de knop MENU.
Het menuscherm wordt weergegeven.
3. Selecteer Instellen (Setup) en druk daarna op de knop OK.
4. Selecteer Apparaatinstellingen (Device settings) en druk daarna op de knop OK.
5. Gebruik de knoppen om PictBridge-afdrukinstellingen (PictBridge print settings) te
selecteren en druk vervolgens op de knop OK.
6. Controleer het bericht dat wordt weergegeven en druk op OK.
Het scherm PictBridge-afdrukinstellingen (PictBridge print settings) wordt weergegeven.
Meer informatie over de instellingsitems:
PictBridge-afdrukinstellingen
102
Afdrukken vanaf een Bluetooth-compatibel apparaat
Afdrukken vanaf een mobiele telefoon via Bluetooth-communicatie
103
Afdrukken vanaf een mobiele telefoon via Bluetooth-
communicatie
In dit gedeelte wordt de procedure beschreven om foto's via Bluetooth-communicatie vanaf een mobiele
telefoon af te drukken met de optionele Bluetooth-eenheid BU-30.
Wanneer u afdrukt vanaf een mobiele telefoon via Bluetooth-communicatie, moet u ook de
instructiehandleiding van uw mobiele telefoon raadplegen.
Raadpleeg Over Bluetooth-communicatie voor de procedure voor afdrukken vanaf de computer via
Bluetooth-communicatie.
Opmerking
Mobiele telefoons, PDA's en digitale camera's die OPP (Object Push Profile) of BIP (Basic Imaging
Profile) ondersteunen, kunnen worden gebruikt om foto's af te drukken.
Afhankelijk van uw mobiele telefoon kunt u mogelijk niet afdrukken, ook niet wanneer uw mobiele
telefoon de bovenstaande profielen ondersteunt. Raadpleeg de instructiehandleiding bij uw mobiele
telefoon voor informatie over de profielen die uw telefoon ondersteunt.
1.
Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
Controleer of de printer is ingeschakeld
2. Plaats papier.
Papier plaatsen
3. Sluit de optionele Bluetooth-eenheid BU-30 aan.
Plaats de Bluetooth-eenheid BU-30 in de poort voor USB-flashstation.
4. Druk op de knop MENU.
Het menuscherm wordt weergegeven.
5.
Selecteer Foto (Photo) en druk daarna op de knop OK.
6.
Selecteer Afdrukken via mobiele tel. (Print from mobile phone) en druk
daarna op de knop OK.
Het stand-byscherm voor afdrukken wordt weergegeven.
Opmerking
U kunt de afdrukinstellingen wijzigen door op de rechter Functie (Function)-knop te drukken.
Afdrukinstellingen mob. telefoon
7.
Begin met afdrukken vanaf een mobiele telefoon.
104
• Als apparaatnaam kiest u de standaardwaarde "Canon XXX-1" (waarbij "XXX" de naam van uw
apparaat is).
• Als u een wachtwoord moet invoeren, voert u de standaardwaarde 0000 in.
U kunt de naam van het apparaat, het wachtwoord en dergelijke wijzigen in het scherm
Bluetooth-instellingen (Bluetooth settings).
Afdrukken via Bluetooth instellen
Opmerking
Communicatie is mogelijk tot een afstand van circa 10 meter / 33 voet, afhankelijk van de
onderstaande omstandigheden. De afdruksnelheid kan variëren als gevolg van de volgende
omstandigheden:
De aanwezigheid van obstakels tussen de communicatieapparatuur en omstandigheden die van
invloed zijn op radiogolven.
De aanwezigheid van magnetische velden, statische elektriciteit of elektromagnetische
interferentie.
De gevoeligheid van de ontvanger en de prestaties van de antenne van de
communicatieapparatuur.
Videobestanden kunnen niet worden afgedrukt.
Afhankelijk van uw mobiele telefoon kunnen gegevens die zijn opgeslagen op een
geheugenkaart mogelijk niet worden afgedrukt.
Informatie over verzendbare gegevens
Vanwege beveiligingsinstellingen op de mobiele telefoon kunnen inhoud en foto's die u
hebt gedownload van een URL die aan een e-mail is toegevoegd, niet worden afgedrukt.
Afhankelijk van het formaat van een foto kan het enige tijd duren voordat het apparaat
begint met afdrukken nadat de draadloze communicatie is gestart.
De afdrukkwaliteit en afdrukstand (staand of liggend) worden automatisch bepaald op basis
van het formaat van de opgenomen foto.
Afhankelijk van het formaat van de opgenomen foto op de mobiele telefoon, kunnen de
randen van de afbeelding worden bijgesneden wanneer u afdrukt zonder marges. De grootte
van de marges kan veranderen wanneer u met marges afdrukt.
Als het fotobestand groter is dan 1,8 MB, is het wellicht niet mogelijk het bestand te
verzenden.
105
Over Bluetooth-communicatie
Voorzorgsmaatregelen voor transport
Voorbereiding op het gebruik van de Bluetooth-eenheid
Gegevens afdrukken via Bluetooth-communicatie
Basisprocedure voor afdrukken via Bluetooth-communicatie
Bluetooth-instellingen
Specificaties
106
Voorzorgsmaatregelen voor transport
De Bluetooth-eenheid verzenden
107
De Bluetooth-eenheid verzenden
De Bluetooth-eenheid mag vanwege lokale wetgeving niet worden gebruikt in andere landen en regio's dan
het land of de regio waar het werd aangeschaft. Denk eraan dat het gebruik van de Bluetooth-eenheid in
dergelijke landen of regio's verboden en strafbaar is en dat Canon niet aansprakelijk mag worden
gehouden voor dergelijke straffen.
108
Voorbereiding op het gebruik van de Bluetooth-eenheid
Bluetooth-eenheid
Aansluiten op en loskoppelen van de printer
109
Bluetooth-eenheid
De Bluetooth-eenheid BU-30 (hierna de Bluetooth-eenheid genoemd) is een adapter die kan worden
gebruikt met een Canon IJ-printer met Bluetooth-interface.
Als u een Bluetooth-eenheid aansluit op een Canon IJ printer met Bluetooth-interface is draadloos
afdrukken mogelijk via een Bluetooth-apparaat, zoals een computer of mobiele telefoon.
Opmerking
Communicatie is mogelijk tot een afstand van circa 10 meter / 33 voet, afhankelijk van de
onderstaande omstandigheden. De afdruksnelheid kan variëren als gevolg van de volgende
omstandigheden:
De aanwezigheid van obstakels tussen de communicatieapparatuur en omstandigheden die van
invloed zijn op radiogolven.
De aanwezigheid van magnetische velden, statische elektriciteit of elektromagnetische
interferentie.
Te gebruiken software en besturingssysteem.
De gevoeligheid van de ontvanger en de prestaties van de antenne van de
communicatieapparatuur.
110
Aansluiten op en loskoppelen van de printer
De Bluetooth-eenheid aansluiten op de printer
De Bluetooth-eenheid loskoppelen van de printer
De Bluetooth-eenheid aansluiten op de printer
Sluit de Bluetooth-eenheid aan op het USB-flashstation van de printer volgens de onderstaande procedure.
Raadpleeg Vooraanzicht voor de locatie van het USB-flashstation.
1. Zorg dat de printer is ingeschakeld.
Controleer of de printer is ingeschakeld
2.
Plaats de Bluetooth-eenheid in de USB-flashstationpoort van de printer.
Haal het kapje van de Bluetooth-eenheid. Bewaar het kapje op een veilige plek.
Opmerking
Als de Bluetooth-eenheid op de juiste wijze is aangesloten op de printer, wordt het bericht op het
LCD-scherm weergegeven.
De Bluetooth-eenheid loskoppelen van de printer
Verwijder de Bluetooth-eenheid uit de USB-flashstationpoort van de printer volgens onderstaande
procedure.
1.
Verwijder de Bluetooth-eenheid uit de USB-flashstationpoort van de printer.
Belangrijk
Controleer of het lampje op de Bluetooth-eenheid niet brandt of knippert voordat u de Bluetooth-
eenheid loskoppelt.
111
Belangrijk
Bewaar de Bluetooth-eenheid met het kapje bevestigd.
112
Gegevens afdrukken via Bluetooth-communicatie
Voorbereiding
MP Drivers installeren
De apparaatnaam van de printer controleren
De printer registreren
113
Voorbereiding
Als u wilt afdrukken via Bluetooth-communicatie met een Macintosh, moet aan de volgende
systeemvereisten worden voldaan.
• Computer
Macintosh met de interne Apple Bluetooth-module
Op Macintosh aangesloten D-LINK DBT-120 USB Bluetooth rev.B
•
Besturingssysteem
Mac OS X v.10.7.x of Mac OS X v.10.6.8
Als u de Bluetooth-eenheid wilt aansluiten en via Bluetooth-communicatie wilt afdrukken, zijn de volgende
stappen nodig.
1.
Controleer of de Bluetooth-eenheid goed op de printer is aangesloten.
Raadpleeg Aansluiten op en loskoppelen van de printer.
2.
Installeer MP Drivers.
Raadpleeg MP Drivers installeren.
3.
Controleer de apparaatnaam van de printer met behulp van het LCD-scherm.
Raadpleeg De apparaatnaam van de printer controleren.
4.
Registreer de printer voor afdrukken via Bluetooth.
Raadpleeg De printer registreren.
114
MP Drivers installeren
Opmerking
Als u de printer gekoppeld aan een computer gebruikt, zijn de MP Drivers al geïnstalleerd. Ga in dit
geval door naar de volgende stap.
De apparaatnaam van de printer controleren
Voordat u de Bluetooth-eenheid op de printer aansluit om draadloos af te drukken, installeert u de MP
Drivers op uw computer.
Als u de MP Drivers opnieuw installeert, installeert u de MP Drivers vanaf de Installatie-cd-rom.
115
De apparaatnaam van de printer controleren
In dit gedeelte worden de procedures beschreven voor het controleren van de instellingen van de
Bluetooth-eenheid op het LCD-scherm van de printer ter voorbereiding voor het afdrukken via Bluetooth.
Canon IJ-printers met een Bluetooth-interface kunnen worden onderverdeeld in twee typen: het ene is
uitgerust met een grafisch LCD-scherm, het andere heeft een tekst-LCD-scherm.
Raadpleeg Afdrukken via Bluetooth instellen voor meer informatie over de Bluetooth-instellingen.
1.
Zorg dat de printer is ingeschakeld.
Controleer of de printer is ingeschakeld
2.
Sluit de Bluetooth-eenheid aan.
Raadpleeg Aansluiten op en loskoppelen van de printer voor informatie over het aansluiten van de
Bluetooth-eenheid.
3.
Geef het scherm Bluetooth-instellingen (Bluetooth settings) (grafisch LCD)/
Bluetooth-instell. (Bluetooth settings) (tekst-LCD) weer op het LCD-scherm.
Raadpleeg De apparaatinstellingen wijzigen op het LCD-scherm voor informatie over het weergeven
van het scherm Bluetooth-instellingen (Bluetooth settings) (grafisch LCD)/Bluetooth-instell.
(Bluetooth settings) (tekst-LCD).
Grafisch LCD-scherm
Tekst-LCD-scherm
Opmerking
Als het scherm Bluetooth-instellingen (Bluetooth settings) (grafisch LCD)/Bluetooth-instell.
(Bluetooth settings) (tekst-LCD) niet wordt weergegeven op het LCD-scherm, is de Bluetooth-
eenheid mogelijk niet goed aangesloten. Koppel de Bluetooth-eenheid los van de printer en sluit
deze opnieuw aan.
Raadpleeg Aansluiten op en loskoppelen van de printer voor meer informatie.
Als het scherm Bluetooth-instellingen (Bluetooth settings) (grafisch LCD)/Bluetooth-instell.
(Bluetooth settings) (tekst-LCD) nog niet wordt weergegeven, is de Bluetooth-eenheid mogelijk
defect. Neem in dat geval contact op met het servicecentrum.
4.
Selecteer Apparaatnaam selecteren (Select device name) (grafisch LCD)/
Apparaatnaam (Device name) (tekst-LCD).
Het scherm Apparaatnaam selecteren (Select device name) (grafisch LCD)/Apparaatnaam
(Device name) (tekst-LCD) wordt weergegeven.
116
Grafisch LCD-scherm
Tekst-LCD-scherm
5.
Controleer de apparaatnaam.
De apparaatnaam is nodig om de printer als een Bluetooth-apparaat te registreren. Zorg ervoor dat u
de apparaatnaam noteert.
Opmerking
Als meerdere printers met dezelfde modelnaam op het systeem zijn aangesloten, raden we u
aan om elke printer een andere apparaatnaam te geven zodat u de printer die u gaat gebruiken
sneller kunt identificeren. Raadpleeg Het scherm Apparaatnaam selecteren (Select device
name) (grafisch LCD)/Apparaatnaam (Device name) (tekst-LCD).
Om de instelling te voltooien, drukt u op de printer op OK nadat u de apparaatnaam hebt
gecontroleerd.
Registreer de printer op uw computer via het LCD-scherm nadat u de Bluetooth-instellingen hebt
gecontroleerd.
De printer registreren
117
De printer registreren
Volg de hieronder beschreven procedure voor het registeren van de printer als een Bluetooth-apparaat.
1. Selecteer Systeemvoorkeuren (System Preferences) in het Apple-menu.
2. Klik op Printen en scannen (Print & Scan).
Klik in Mac OS X v.10.6.8 op Afdrukken en faxen (Print & Fax).
3.
Klik op de knop +.
4.
Selecteer de apparaatnaam van de printer.
•
In Mac OS X v.10.7.x:
1.
Klik op Andere printer of scanner toevoegen (Add Other Printer or Scanner) en
selecteer vervolgens de apparaatnaam van de printer in Printer toevoegen (Add Printer).
2.
Selecteer de apparaatnaam van de printer met Bluetooth op Soort (Kind).
•
In Mac OS X v.10.6.8:
1.
Selecteer de apparaatnaam van de printer in Printer toevoegen (Add Printer).
2. Selecteer de apparaatnaam van de printer met Bluetooth op Soort (Kind).
5. Klik op Toevoegen (Add).
Opmerking
Als u een wachtwoord op de printer hebt ingesteld, geeft u het wachtwoord op dat u hebt ingesteld in
Het scherm Wachtwoord wijzigen (Change passkey) (grafisch LCD)/Wachtwoord (Passkey) (tekst-
LCD) en klikt u op Koppel (Pair).
Raadpleeg het Scherm Bluetooth-instellingen voor meer informatie over wachtwoorden.
Als er meerdere printers met dezelfde naam zijn geregistreerd, behoudt u één printer en verwijdert u
de rest.
Als u de zojuist geregistreerde printer wilt instellen als de standaardprinter als er meerdere printers
zijn geregistreerd, selecteert u de printer in Standaardprinter (Default Printer). De printer wordt nu
geselecteerd als u het dialoogvenster Druk af opent.
De instellingen voor afdrukken via Bluetooth-communicatie zijn nu gereed.
118
Basisprocedure voor afdrukken via Bluetooth-communicatie
Afdrukken vanaf computers
Afdrukken met andere Bluetooth-compatibele apparaten dan een computer
119
Afdrukken vanaf computers
Raadpleeg ook de instructiehandleiding van de computer als u Bluetooth-communicatie gebruikt.
Wanneer u afdrukt vanaf een Bluetooth-compatibel apparaat dat geen computer is, raadpleegt u Afdrukken
met andere Bluetooth-compatibele apparaten dan een computer.
Opmerking
Afhankelijk van uw toepassing kunnen bewerkingen afwijken. Raadpleeg de instructiehandleiding van
uw toepassing voor meer informatie.
Afstand Bluetooth-communicatie: ongeveer 10 meter / 33 feet in een normale omgeving.
De afstand kan verschillen, afhankelijk van omstandigheden die van invloed zijn op radiogolven, of de
communicatieapparatuur.
1.
Zorg dat de printer is ingeschakeld.
Controleer of de printer is ingeschakeld
2.
Sluit de Bluetooth-eenheid aan.
Raadpleeg Aansluiten op en loskoppelen van de printer voor informatie over het aansluiten van de
Bluetooth-eenheid.
3.
Plaats papier.
Papier plaatsen
4.
Maak een document of open een bestand met behulp van een geschikte
toepassing.
5. Selecteer het paginaformaat.
1. Selecteer Pagina-instelling (Page Setup) in het menu Bestand (File) van de toepassing.
Het dialoogvenster Pagina-instelling wordt geopend.
2. Selecteer de printer waarop u de Bluetooth-eenheid hebt aangesloten, zoals "Canon XXX-X" in
Stel in voor (Format for).
3. Selecteer het paginaformaat van het geplaatste papier in Papierformaat (Paper Size).
4. Klik op OK.
Opmerking
De geregistreerde printer wordt weergegeven als "Canon XXX-X".
"X" is een apparaatnaam of een getal. Het aantal cijfers kan verschillen, afhankelijk van de
printer.
Raadpleeg Verschillende afdrukmethoden voor meer informatie over het gebruik van de
functies van MP Drivers.
6.
Geef de vereiste instellingen op.
120
1. Selecteer Afdrukken (Print) in het menu Bestand (File) van de toepassing.
Het dialoogvenster Afdrukken wordt geopend.
2. Selecteer de printer waarop u de Bluetooth-eenheid hebt aangesloten, zoals "Canon XXX-X" in
Printer.
3.
Selecteer Kwaliteit en media (Quality & Media) in het pop-upmenu.
4. Selecteer het mediumtype van het geplaatste papier in Mediumtype (Media Type).
5.
Selecteer de afdrukmodus die geschikt is voor uw document in Afdrukkwaliteit (Print Quality).
7. Klik op Druk af (Print) om het document af te drukken.
Het afdrukken wordt gestart.
Opmerking
Klik op het printerpictogram in het Dock om een lijst met actieve afdruktaken weer te geven.
Als u een actieve afdruktaak wilt annuleren, selecteert u het betreffende document in de lijst
Naam (Name) en klikt u op Verwijder (Delete). Als u een actieve afdruktaak tijdelijk wilt
annuleren, klikt u op Stel uit (Hold). Klik op Afdrukken onderbreken (Pause Printer) als u alle
taken in de lijst tijdelijk wilt stoppen.
Nadat een afdruktaak is geannuleerd, wordt er mogelijk nog een vel papier uitgevoerd zonder
afdrukresultaat.
121
Afdrukken met andere Bluetooth-compatibele apparaten dan
een computer
In het LCD-scherm van de printer kunt u instellingen configureren voor afdrukken met andere Bluetooth-
compatibele apparaten dan een computer.
Raadpleeg ook de instructiehandleiding van het apparaat als u met een van deze apparaten afdrukt.
Als u vanaf een computer afdrukt, raadpleegt u Afdrukken vanaf computers.
Opmerking
Met mobiele telefoons, PDA's en digitale camera's die OPP (Object Push Profile) of BIP (Basic
Imaging Profile) ondersteunen, kunnen foto's worden afgedrukt.
Afhankelijk van het apparaat kunt u mogelijk niet afdrukken, ook niet wanneer het apparaat de
bovenstaande profielen ondersteunt. Raadpleeg voor meer informatie over profielen de
instructiehandleiding bij het apparaat.
1.
Zorg dat de printer is ingeschakeld.
Controleer of de printer is ingeschakeld
2.
Sluit de Bluetooth-eenheid aan.
Raadpleeg Aansluiten op en loskoppelen van de printer voor informatie over het aansluiten van de
Bluetooth-eenheid.
3. Plaats papier.
Papier plaatsen
4. Geef het scherm Afdrukinstellingen mob. telefoon (Mobile phone print
settings) (grafisch LCD)/Inst. mob. telefoon (Mob. phone settings) (tekst-LCD)
weer op het LCD-scherm en stel het mediumtype en het papierformaat in.
Raadpleeg De apparaatinstellingen wijzigen op het LCD-scherm voor informatie over het weergeven
van het scherm Afdrukinstellingen mob. telefoon (Mobile phone print settings) (grafisch LCD)/
Inst. mob. telefoon (Mob. phone settings) (tekst-LCD).
5. Begin met afdrukken vanaf het Bluetooth-compatibele apparaat.
Bij het selecteren van de apparaatnaam kiest u de beginwaarde van de printer "Canon XXX-1"
(waarbij "XXX" de naam van uw printer is).
Als u een wachtwoord moet invoeren, voert u de beginwaarde "0000" in.
U kunt de apparaatnaam van de printer of het wachtwoord wijzigen in het scherm Bluetooth-
instellingen (Bluetooth settings) (grafisch LCD)/Bluetooth-instell. (Bluetooth settings) (tekst-
LCD) op het LCD-scherm.
Afdrukken via Bluetooth instellen
122
Bluetooth-instellingen
Afdrukken via Bluetooth instellen
Scherm Bluetooth-instellingen
123
Afdrukken via Bluetooth instellen
1. Zorg dat de printer is ingeschakeld.
Controleer of de printer is ingeschakeld
2. Sluit de Bluetooth-eenheid aan.
Raadpleeg Aansluiten op en loskoppelen van de printer voor informatie over het aansluiten van de
Bluetooth-eenheid.
Opmerking
Als de Bluetooth-eenheid op de juiste wijze is aangesloten op de printer, wordt het bericht op het
LCD-scherm weergegeven.
3.
Geef het scherm Bluetooth-instellingen (Bluetooth settings) (grafisch LCD)/
Bluetooth-instell. (Bluetooth settings) (tekst-LCD) weer op het LCD-scherm.
Raadpleeg De apparaatinstellingen wijzigen op het LCD-scherm voor informatie over het weergeven
van het scherm Bluetooth-instellingen (Bluetooth settings) (grafisch LCD)/Bluetooth-instell.
(Bluetooth settings) (tekst-LCD).
4.
Selecteer de inhoud die u op het LCD-scherm wilt instellen.
Scherm Bluetooth-instellingen
Opmerking
Raadpleeg De apparaatinstellingen wijzigen op het LCD-scherm voor meer informatie over het
instellen van een mediumtype en een papierformaat wanneer u afdrukt vanaf een mobiele
telefoon.
124
Scherm Bluetooth-instellingen
• Grafisch LCD-scherm
• Tekst-LCD-scherm
1. Apparaatnaam selecteren (Select device name) (grafisch LCD)/Apparaatnaam
(Device name) (tekst-LCD)
Hiermee wordt de apparaatnaam van de printer weergegeven waarop de Bluetooth-eenheid is
aangesloten.
Het scherm Apparaatnaam selecteren (Select device name) (grafisch LCD)/Apparaatnaam
(Device name) (tekst-LCD)
2.
Weigering toegang instell. (Access refusal setting) (grafisch LCD)/Weigering
toegang (Access refusal) (tekst-LCD)
Als u AAN (ON) (grafisch LCD)/AAN (ON) (tekst-LCD) selecteert, wordt deze printer uitgesloten van
zoekacties vanaf Bluetooth-compatibele apparaten.
Het scherm Weigering toegang instell. (Access refusal setting) (grafisch LCD)/Weigering
toegang (Access refusal) (tekst-LCD)
3.
Beveiligingsinstellingen (Security settings) (grafisch LCD)/Beveiligingsinst.
(Security settings) (tekst-LCD)
Selecteer Inschakelen (Enable) (grafisch LCD)/Inschakelen (Enable) (tekst-LCD) en geef
vervolgens de beveiligingsmodus op om het wachtwoord te activeren dat u hebt ingesteld in het
scherm Wachtwoord wijzigen (Change passkey) (grafisch LCD)/Wachtwoord (Passkey) (tekst-
LCD).
Het scherm Beveiligingsinstellingen (Security settings) (grafisch LCD)/Beveiligingsinst.
(Security settings) (tekst-LCD)
4.
Wachtwoord wijzigen (Change passkey) (grafisch LCD)/Wachtwoord (Passkey)
(tekst-LCD)
125
U kunt het wachtwoord wijzigen. Het wachtwoord verwijst naar een identificatienummer dat moet
worden vastgesteld. Dit wordt gebruikt om ongewenste toegang vanaf andere Bluetooth-apparaten te
voorkomen. De beginwaarde is ingesteld op "0000".
Het scherm Wachtwoord wijzigen (Change passkey) (grafisch LCD)/Wachtwoord (Passkey)
(tekst-LCD)
Het scherm Apparaatnaam selecteren (Select device name) (grafisch LCD)/
Apparaatnaam (Device name) (tekst-LCD)
Hiermee kunt u de apparaatnaam van de printer op een Bluetooth-apparaat instellen.
In het voorbeeld dat voor deze toelichting wordt gebruikt, is de modelnaam ingesteld op 'MX520 series'.
Wanneer een ander model dan de 'MX520 series' wordt gebruikt, ziet u in plaats van 'MX520' de naam van
het gebruikte model.
Voorbeeld:
Als u MX520 series-2 selecteert, wordt Canon MX520 series-2 weergegeven als printernaam op het
Bluetooth-apparaat.
De beginwaarde is ingesteld op MX520 series-1.
•
Grafisch LCD-scherm
•
Tekst-LCD-scherm
Het scherm Weigering toegang instell. (Access refusal setting) (grafisch LCD)/
Weigering toegang (Access refusal) (tekst-LCD)
Als u een zoekactie uitvoert vanaf een Bluetooth-apparaat, kunt u de weergave van de printernaam in- of
uitschakelen.
• AAN (ON) (grafisch LCD)/AAN (ON) (tekst-LCD)
Hiermee worden zoekacties vanaf een Bluetooth-apparaat uitgeschakeld.
•
UIT (OFF) (grafisch LCD)/UIT (OFF) (tekst-LCD) (standaardinstelling)
Hiermee worden zoek- en afdrukacties vanaf een Bluetooth-apparaat ingeschakeld.
Het scherm Beveiligingsinstellingen (Security settings) (grafisch LCD)/
Beveiligingsinst. (Security settings) (tekst-LCD)
• Inschakelen (Enable) (grafisch LCD)/Inschakelen (Enable) (tekst-LCD)
Als u Inschakelen (Enable) (grafisch LCD)/Inschakelen (Enable) (tekst-LCD) selecteert, kunt u een
van de onderstaande beveiligingsmodi kiezen.
•
Modus 3 (aanbevolen) (Mode 3(recommended)) (grafisch LCD)/Modus 3 (aanbev.) (Mode 3
(recommend)) (tekst-LCD)
Deze modus wordt geactiveerd bij beveiliging op koppelingsniveau.
Het wachtwoord is vereist als een Bluetooth-apparaat met de printer communiceert. Meestal kiest
u deze modus.
•
Modus 2 (Mode 2) (grafisch LCD)/Modus 2 (Mode 2) (tekst-LCD)
126
Deze modus wordt geactiveerd bij beveiliging op serviceniveau.
Het wachtwoord is vereist als u afdrukt via Bluetooth-communicatie.
Nadat u de beveiligingsmodus hebt ingesteld, kunt u het beste een proefafdruk via Bluetooth-
communicatie maken. Als het afdrukken niet wordt gestart, wijzigt u de beveiligingsmodus en probeert
u het opnieuw.
Het instellen van een wachtwoord helpt ongewenste toegang vanaf andere Bluetooth-apparaten
voorkomen. U kunt het wachtwoord wijzigen in het scherm Wachtwoord wijzigen (Change passkey)
(grafisch LCD)/Wachtwoord (Passkey) (tekst-LCD).
• Uitschakelen (Disable) (grafisch LCD)/Uitschakelen (Disable) (tekst-LCD)
(standaardinstelling)
Bij het registreren van de printer hoeft u geen wachtwoord in te voeren.
Het scherm Wachtwoord wijzigen (Change passkey) (grafisch LCD)/Wachtwoord
(Passkey) (tekst-LCD)
Als u Inschakelen (Enable) (grafisch LCD)/Inschakelen (Enable) (tekst-LCD) selecteert in het scherm
Beveiligingsinstellingen (Security settings) (grafisch LCD)/Beveiligingsinst. (Security settings) (tekst-
LCD), moet u een wachtwoord instellen om de printer op andere Bluetooth-apparaten te registreren.
Nadat u het wachtwoord hebt gewijzigd, wordt u mogelijk gevraagd om het wachtwoord in te voeren op de
Bluetooth-apparaten waarmee u kon afdrukken voordat het wachtwoord werd gewijzigd. Voer in dit geval
het nieuwe wachtwoord in.
• Grafisch LCD-scherm
• Tekst-LCD-scherm
127
Specificaties
Communicatiemethode Bluetooth v2.0
Maximumsnelheid 1,44 Mbps
Uitvoer Bluetooth Power Class 2
Communicatieafstand
Gezichtsveldafstand: ongeveer 10 meter / 33 feet*
* De afstand kan verschillen, afhankelijk van factoren zoals de
aanwezigheid van obstakels tussen de communicatieapparatuur en
radiogolven, de aanwezigheid van magnetische velden rond magnetrons
en locaties waar elektrostatische of radiostoringen optreden, de typen
software en besturingssystemen die worden gebruikt, en de gevoeligheid
van de ontvanger en de antenneprestaties van de
communicatieapparatuur.
Profiel
SPP (Serial Port Profile/Serial Port-profiel)
OPP (Object Push Profile/Object Push-profiel)
BIP (Basic Imaging Profile/Basic Imaging-profiel)
HCRP (Hardcopy Cable Replacement Profile/Hardcopy Cable
Replacement-profiel)
Compatibele pc's
Macintosh met de interne Apple Bluetooth-module
Op Macintosh aangesloten D-LINK DBT-120 USB Bluetooth rev.B
Besturingssysteem: Mac OS X v.10.7.x of Mac OS X v.10.6.8
Frequentieband 2,4 GHz-band (2,400 GHz tot 2,4835 GHz)
Stroomvoorziening Geleverd via de USB-flashstationpoort op de printer, DC 4,4 V tot 5,25 V
Maximaal stroomverbruik 500 mW (MAX)
Gebruikstemperatuur 5 tot 35°C (41 tot 95°F)
Gebruiksvochtigheid 10 tot 90% relatieve vochtigheid (geen condensatie)
Afmetingen (Breedte x
Diepte x Hoogte)
18,5 (B) x 47,5 (D) x 8,7 (H) mm (met kapje bevestigd)
0,73 (B) x 1,87 (D) x 0,35 (H) inch
Gewicht Ongeveer 7g (0,25 oz)
128
Kopiëren
Kopieën maken Basis
Voorbeeldweergave weergeven
Items instellen
Kopieën verkleinen of vergroten
Dubbelzijdig kopiëren
Overige kopieerfuncties
Twee pagina’s kopiëren op één pagina
Vier pagina’s kopiëren op één pagina
Dikke originelen, zoals boeken, kopiëren
Kopiëren zonder marges
Gesorteerd kopiëren
Foto's kopiëren
129
Kopieën maken
Het origineel plaatsen om te kopiëren.
In dit gedeelte wordt de procedure beschreven voor het kopiëren met Standaardkopie (Standard copy).
1.
Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
Controleer of de printer is ingeschakeld
2.
Druk op de knop KOPIËREN (COPY).
Het stand-byscherm voor kopiëren wordt weergegeven.
3.
Plaats papier.
Papier plaatsen
4.
Plaats het originele document op de glasplaat of in de ADF.
Originelen plaatsen
5.
Geef de gewenste instellingen op.
1.
Aantal kopieën
Geef dit op met de knop + of -.
2. Afdrukinstell. (Print settings)
Wanneer u op de rechter Functie (Function)-knop drukt, wordt het scherm met afdrukinstellingen
weergegeven.
Op het scherm met afdrukinstellingen kunt u de instellingen voor het paginaformaat, het
mediumtype, de afdrukkwaliteit, enzovoort, wijzigen.
Items instellen
3.
Voorbeeld (Preview)
Wanneer u op de linker Functie (Function)-knop drukt, kunt u een voorbeeld van de afdruk
weergeven op het voorbeeldscherm.
Voorbeeldweergave weergeven
6.
Druk op de knop Kleur (Color) als u in kleur wilt kopiëren of op de knop Zwart
(Black) als u in zwart-wit wilt kopiëren.
Het apparaat begint met kopiëren.
Verwijder het origineel van de glasplaat of uit de documentuitvoersleuf nadat het kopiëren is voltooid.
Belangrijk
Als u het origineel op de glasplaat legt, opent u de documentklep niet of verwijdert u het origineel
niet terwijl Document wordt gescand... (Scanning document...) op het scherm wordt
weergegeven.
Als u het origineel in de ADF plaatst, verplaatst u het origineel niet totdat het kopiëren is voltooid.
Opmerking
130
Druk op de knop Stoppen (Stop) om het kopiëren te annuleren.
Als u het origineel op de glasplaat legt, kunt u tijdens het afdrukken de kopieertaak toevoegen.
De kopieertaak toevoegen (reservekopie)
De kopieertaak toevoegen (reservekopie)
Als u het origineel op de glasplaat legt, kunt u tijdens het afdrukken de kopieertaak toevoegen
(reservekopie).
Het onderstaande scherm wordt weergegeven wanneer u de kopieertaak toevoegt.
Leg het origineel op de glasplaat en druk op de dezelfde knop (de knop Kleur (Color) of op de knop Zwart
(Black)) als de knop waarop u eerder had gedrukt.
Belangrijk
Wanneer u het origineel op de glasplaat legt, verplaatst u de documentklep voorzichtig.
Opmerking
Wanneer Afdr.kwl. (Print qlty) (afdrukkwaliteit) is ingesteld op Hoog (High) of wanneer u het
origineel in de ADF plaatst, kunt u geen kopieertaak toevoegen.
Wanneer u de kopieertaak toevoegt, kunt u het aantal exemplaren of de instellingen zoals
paginaformaat of mediumtype niet wijzigen.
Als u op de knop Stoppen (Stop) drukt terwijl reservekopieën worden gemaakt, wordt het scherm
voor het selecteren van de methode om het kopiëren te annuleren weergegeven. Als u Alle
reserveringen annuleren (Cancel all reservations) selecteert en vervolgens op de knop OK drukt,
kunt u het kopiëren van alle gescande gegevens annuleren. Als u De laatste reservering annuleren
(Cancel the last reservation) selecteert en vervolgens op de knop OK drukt, kunt u de laatste
kopieertaak annuleren.
Als u een document met te veel pagina's toevoegt aan de kopieertaak, wordt mogelijk het bericht Kan
niet meer kopieertaken toevoegen. Wacht even en voer de bewerking opnieuw uit. (Cannot add
more copy jobs. Please wait a while and redo the operation.) weergegeven op het LCD-scherm.
Druk op de knop OK, wacht teven en probeer vervolgens opnieuw te kopiëren.
Als het bericht Reservering van de kopieertaak mislukt. Begin opnieuw. (Failed to reserve the
copy job. Start over from the beginning.) tijdens het scannen op het LCD-scherm wordt
weergegeven, drukt u op de knop OK en op de knop Stoppen (Stop) om het kopiëren te annuleren.
Kopieer hierna de documenten die nog niet zijn voltooid.
131
Voorbeeldweergave weergeven
Wanneer u het origineel op de glasplaat plaatst en Standaardkopie (Standard copy) of Kop. kader
wissen (Frame erase copy) in Geavanc. afdrukken (Advanced print) selecteert, kunt u op een Functie
(Function)-knop drukken om een voorbeeld van de afdruk weer te geven op het voorbeeldscherm.
Wanneer Standaardkopie (Standard copy) is geselecteerd, drukt u op de linkerknop Functie (Function)
in het standby-scherm voor kopiëren.
Wanneer Kop. kader wissen (Frame erase copy) is geselecteerd, drukt u op de rechterknop Functie
(Function) op het scherm met afdrukinstellingen.
Belangrijk
Het voorbeeldscherm is niet beschikbaar als u het origineel in de ADF plaatst.
In de volgende gevallen kunt u de linker Functie (Function)-knop niet gebruiken wanneer het
standby-scherm voor kopiëren wordt weergegeven.
Dub.zijdig (2-sided) is geselecteerd voor Dub.zijdigInst.afdr. (2-sidedPrintSetting).
2 op 1 kopie (2-on-1 copy) of 4 op 1 kopie (4-on-1 copy) is geselecteerd voor Indeling
(Layout).
AAN (ON) is geselecteerd voor Sorteren (Collate).
Wanneer Dub.zijdig (2-sided), 2 op 1 kopie (2-on-1 copy) of 4 op 1 kopie (4-on-1 copy) is
geselecteerd en het origineel op de glasplaat wordt geplaatst, kunt u opgeven dat het
voorbeeldscherm moet worden weergegeven nadat het scannen van het origineel is voltooid.
Dubbelzijdig kopiëren
Twee pagina’s kopiëren op één pagina
Vier pagina’s kopiëren op één pagina
Gesorteerd kopiëren
Het origineel wordt gescand voor de voorbeeldweergave. Open de documentklep daarom niet totdat
het voorbeeldscherm wordt weergegeven.
Originelen worden opnieuw gescand nadat de voorbeeldweergave is weergegeven en voordat het
kopiëren begint. Open de documentklep daarom niet en laat het origineel op de glasplaat liggen terwijl
Document wordt gescand... (Scanning document...) wordt weergegeven.
1. Voorbeeld van het origineel
Het origineel op de glasplaat wordt weergegeven. Zie Originelen plaatsen als de weergegeven
afbeelding scheef is en plaats het origineel op de correcte manier. Geef vervolgens opnieuw de
voorbeeldweergave weer en bekijk het afdrukvoorbeeld van het origineel.
2.
Paginaformaat
Er wordt een kader met het geselecteerde paginaformaat over de afbeelding geplaatst. Het gedeelte
binnen in het kader wordt afgedrukt.
3.
Vergroting
De vergrotingsinstelling die is ingesteld tijdens weergave van het voorbeeld wordt weergegeven. Als
een andere instelling dan Passend (Fit to page) is geselecteerd, kunt u de vergrotingsinstelling
wijzigen met de knoppen .
132
Items instellen
U kunt de kopieerinstellingen, zoals vergroting en intensiteit, wijzigen.
Het scherm Afdrukinstellingen
Opmerking
Zie Foto's kopiëren voor meer informatie over het scherm met afdrukinstellingen of de instellingen
voor Foto kopiëren (Photo copy).
De manier waarop u het scherm voor de afdrukinstellingen weergeeft, varieert naar gelang het
kopieermenu.
•
In Standaardkopie (Standard copy):
Het volgende scherm wordt weergegeven wanneer u op de rechterknop Functie (Function) op het
stand-byscherm voor kopiëren drukt.
•
In Kopie zonder marges (Borderless copy) of Kop. kader wissen (Frame erase copy):
Het volgende scherm wordt weergegeven voordat wordt gekopieerd.
Items instellen
U kunt de volgende instellingsitems opgeven.
Selecteer de gewenste instelling met de knoppen en wijzig de instelling met de knoppen .
133
Opmerking
Sommige instellingen kunnen niet worden geselecteerd, afhankelijk van het kopieermenu. In dit
gedeelte worden de instellingen van Standaardkopie (Standard copy) beschreven.
Als een instelling niet kan worden geselecteerd, wordt deze grijs weergegeven.
Zie Foto's kopiëren voor meer informatie over de instellingen voor Foto kopiëren (Photo copy).
Sommige instellingen kunnen niet worden opgegeven in combinatie met de instelling van andere
instellingsitems of het kopieermenu. Als de instelling die niet kan worden opgegeven is geselecteerd,
wordt Foutdetails (Error details) weergegeven op het LCD-scherm. In dit geval drukt u op de linker
Functie (Function)-knop om het bericht te bevestigen en wijzigt u de instelling.
De instellingen voor paginaformaat, mediumtype, enzovoort blijven behouden ook als het apparaat
wordt uitgeschakeld.
Wanneer het kopiëren wordt gestart in het kopieermenu dat met de opgegeven instelling niet
beschikbaar is, wordt het bericht Opgegeven functie niet beschikb. met huidige instellingen. (The
specified function is not available with current settings.) weergegeven op het LCD-scherm. Wijzig
de instelling volgens de aanwijzingen op het scherm.
1. Vergrot. (Magnif.) (Vergroting)
Geef de methode voor vergroten/verkleinen op.
Kopieën verkleinen of vergroten
2.
Intensit. (Intensity)
Geef de intensiteit op. Wanneer Auto is geselecteerd, wordt de intensiteit automatisch aangepast
volgens de originelen die op de glasplaat zijn geplaatst. Op het stand-byscherm voor kopiëren wordt
Auto weergegeven.
Opmerking
134
Wanneer Auto is geselecteerd, plaatst u het origineel op de glasplaat.
3.
Pg.form. (Page size)
Selecteer het paginaformaat van het geplaatste papier.
4. Type (Mediumtype)
Selecteer het mediumtype van het geplaatste papier.
5.
Afdr.kwl. (Print qlty) (Afdrukkwaliteit)
Pas de afdrukkwaliteit aan op basis van het origineel.
Belangrijk
Als u Snel (Fast) selecteert terwijl het Type is ingesteld op Normaal papier (Plain paper) en de
kwaliteit niet naar wens is, selecteert u Standaard (Standard) of Hoog (High) voor Afdr.kwl.
(Print qlty) en probeert u opnieuw te kopiëren.
Selecteer Hoog (High) voor Afdr.kwl. (Print qlty) om te kopiëren in grijstinten. Bij grijstinten
wordt een reeks grijstinten gebruikt in plaats van alleen zwart en wit.
6.
Indeling (Layout)
Selecteer de indeling.
Twee pagina’s kopiëren op één pagina
Vier pagina’s kopiëren op één pagina
7. ADF dubb.scannen (ADF duplex scan)
Selecteer of u dubbelzijdig scannen wilt uitvoeren vanaf de ADF.
Dubbelzijdig kopiëren
8. Dub.zijdigInst.afdr. (2-sidedPrintSetting)
Selecteer of u dubbelzijdig kopiëren wilt uitvoeren.
Dubbelzijdig kopiëren
9. Sorteren (Collate)
Kies of u gesorteerde afdrukken wilt maken wanneer u meerdere kopieën maakt van een origineel met
meerdere pagina's.
Gesorteerd kopiëren
135
Kopieën verkleinen of vergroten
U kunt de vergroting optioneel opgeven of een kopie met een vooraf ingestelde verhouding of een kopie
passend op het papierformaat selecteren.
Het onderstaande LCD-scherm wordt weergegeven wanneer u in het standby-scherm voor kopiëren op de
rechter Functie (Function)-knop drukt. Selecteer de methode voor vergroten/verkleinen bij Vergrot.
(Magnif.).
Opmerking
Sommige verkleinings-/vergrotingsmethoden zijn niet beschikbaar; dit is afhankelijk van het
kopieermenu.
•
Passend
Het apparaat vergroot of verkleint de afbeelding automatisch tot het paginaformaat.
De instelling in Vergrot. (Magnif.): Passend (Fit to page)
Opmerking
Wanneer Passend (Fit to page) is geselecteerd, plaatst u het origineel op de glasplaat.
Als u Passend (Fit to page) selecteert, wordt de paginagrootte mogelijk niet bij alle originelen
goed herkend. In dat geval selecteert u een andere instelling dan Passend (Fit to page).
•
Vaste schaal
U kunt een van de vaste schalen selecteren om een kopie te verkleinen of te vergroten.
Selecteer de juiste verhouding voor de grootte van het origineel en het paginaformaat.
De instelling in Vergrot. (Magnif.): 70% A4->A5/86% A4->B5/94% A4->LTR/115% B5->A4/141% A5-
>A4/156% 5x7->LTR/183% 4x6->LTR
Opmerking
Sommige vooraf ingestelde verhoudingen zijn niet beschikbaar; dit is afhankelijk van het land of
de regio van aankoop.
•
Kopiëren met een opgegeven percentage
U kunt de kopieerschaal opgeven als een percentage om kopieën te vergroten of te verkleinen.
136
Als u een andere optie selecteert dan Passend (Fit to page) en op de rechterknop Functie
(Function) drukt, wordt het scherm Vergroting (Magnification) weergegeven. Gebruik de knop
om de vergroting op te geven.
Opmerking
Max. 400% (400% MAX) (maximale kopieerverhouding) en Min. 25% (25% MIN) (minimale
kopieerverhouding) kunnen worden geselecteerd.
Als u een kopie maakt met hetzelfde formaat als het origineel, selecteert u Zelfde vergroting (Same
size).
137
Dubbelzijdig kopiëren
Wanneer u Dub.zijdig (2-sided) voor Dub.zijdigInst.afdr. (2-sidedPrintSetting) selecteert bij
Standaardkopie (Standard copy), kunt u twee originele pagina's kopiëren naar de twee zijden van één
vel papier.
Wanneer u Dubbelz. (Duplex) selecteert voor ADF dubb.scannen (ADF duplex scan), kunt u ook
dubbelzijdig scannen.
Geef de plaats voor het plaatsen van originelen of de kopieerinstellingen op volgens de methode voor
dubbelzijdig kopiëren.
•
Van enkelzijdig naar dubbelzijdig
Plaats voor het plaatsen van het origineel: glasplaat of ADF
ADF dubb.scannen (ADF duplex scan): Enkelz. (Simplex)
Dub.zijdigInst.afdr. (2-sidedPrintSetting): Dub.zijdig (2-sided)
Opmerking
Wanneer u Dub.zijdig (2-sided) selecteert voor Dub.zijdigInst.afdr. (2-sidedPrintSetting),
wordt Geavanceerd (Advanced) weergegeven op het LCD-scherm. U kunt de afdrukstand en de
nietmarge van het papier selecteren door op de rechter Functie (Function)-knop te drukken. U
kunt ook selecteren of u het voorbeeldscherm wilt weergeven wanneer u het origineel op de
glasplaat plaatst.
• Wanneer u Staand (Portrait) selecteert voor Afdrukstand (Orientation) en Nieten in de lengte
(Long-side stapling) voor Nietmarge van afdrukpapier (Stapling side of print paper):
•
Wanneer u Staand (Portrait) selecteert voor Afdrukstand (Orientation) en Nieten in de
breedte (Short-side stapling) voor Nietmarge van afdrukpapier (Stapling side of print
paper):
•
Wanneer u Liggend (Landscp.) selecteert voor Afdrukstand (Orientation) en Nieten in de
lengte (Long-side stapling) voor Nietmarge van afdrukpapier (Stapling side of print paper):
•
Wanneer u Liggend (Landscp.) selecteert voor Afdrukstand (Orientation) en Nieten in de
breedte (Short-side stapling) voor Nietmarge van afdrukpapier (Stapling side of print
paper):
138
•
Van dubbelzijdig naar enkelzijdig
Plaats voor het plaatsen van het origineel: ADF
ADF dubb.scannen (ADF duplex scan): Dubbelz. (Duplex)
Dub.zijdigInst.afdr. (2-sidedPrintSetting): Enk.zijd (1-sided)
Opmerking
Wanneer u Dubbelz. (Duplex) selecteert voor ADF dubb.scannen (ADF duplex scan), wordt
Geavanceerd (Advanced) weergegeven op het LCD-scherm. U kunt de afdrukstand en de
nietmarge van het origineel selecteren door op de rechter Functie (Function)-knop te drukken.
•
Wanneer u Staand (Portrait) selecteert voor Afdrukstand (Orientation) en Nieten in de lengte
(Long-side stapling) voor Nietmarge van afdrukpapier (Stapling side of print paper):
•
Wanneer u Staand (Portrait) selecteert voor Afdrukstand (Orientation) en Nieten in de
breedte (Short-side stapling) voor Nietmarge van afdrukpapier (Stapling side of print
paper):
• Wanneer u Liggend (Landscp.) selecteert voor Afdrukstand (Orientation) en Nieten in de
lengte (Long-side stapling) voor Nietmarge van afdrukpapier (Stapling side of print paper):
•
Wanneer u Liggend (Landscp.) selecteert voor Afdrukstand (Orientation) en Nieten in de
breedte (Short-side stapling) voor Nietmarge van afdrukpapier (Stapling side of print
paper):
•
Van dubbelzijdig naar dubbelzijdig
Plaats voor het plaatsen van het origineel: ADF
ADF dubb.scannen (ADF duplex scan): Dubbelz. (Duplex)
Dub.zijdigInst.afdr. (2-sidedPrintSetting): Dub.zijdig (2-sided)
Opmerking
Wanneer u Dubbelz. (Duplex) selecteert voor ADF dubb.scannen (ADF duplex scan) en op
de rechter Functie (Function)-knop drukt, kunt u de afdrukstand en de nietmarge van het
origineel selecteren. Wanneer u Dub.zijdig (2-sided) selecteert voor Dub.zijdigInst.afdr. (2-
sidedPrintSetting) en op de rechter Functie (Function)-knop drukt, kunt u de afdrukstand en de
nietmarge van het papier selecteren.
Selecteer dezelfde nietmarge voor het origineel en het papier.
139
• Wanneer u Staand (Portrait) voor de afdrukstand en Nieten in de lengte (Long-side stapling)
voor de nietmarge selecteert:
•
Wanneer u Staand (Portrait) voor de afdrukstand en Nieten in de breedte (Short-side stapling)
voor de nietmarge selecteert:
•
Wanneer u Liggend (Landscp.) voor de afdrukstand en Nieten in de lengte (Long-side
stapling) voor de nietmarge selecteert:
• Wanneer u Liggend (Landscp.) voor de afdrukstand en Nieten in de breedte (Short-side
stapling) voor de nietmarge selecteert:
Nadat u de nietmarge hebt gekozen en op de knop OK hebt gedrukt, kunt u selecteren of u het
voorbeeldscherm wilt gebruiken. Als u AAN (ON) selecteert, wordt het voorbeeldscherm weergegeven,
waarin u de afdrukstand kunt controleren.
Opmerking
Als tijdens het scannen het bericht Apparaatgeheugen is vol. Proces kan niet worden voortgezet.
(Device memory is full. Cannot continue process.) wordt weergegeven op het LCD-scherm, stelt u
de afdrukkwaliteit in op Standaard (Standard) en probeert u opnieuw te kopiëren. Als het probleem
zich blijft voordoen, stelt u de afdrukkwaliteit in op Snel (Fast) en probeert u opnieuw te kopiëren.
De instelling voor een dubbelzijdige kopie kan worden gebruikt in combinatie met 2 op 1 kopie (2-
on-1 copy) of 4 op 1 kopie (4-on-1 copy) wanneer Standaardkopie (Standard copy) is
geselecteerd. Daarnaast is dubbelzijdig afdrukken ook beschikbaar als AAN (ON) is geselecteerd voor
Sorteren (Collate).
Twee pagina’s kopiëren op één pagina
Vier pagina’s kopiëren op één pagina
Gesorteerd kopiëren
Als u kopieert in zwart-wit kan de afdrukintensiteit van de dubbelzijdige kopie afwijken van die van
een enkelzijdige kopie.
Wanneer het origineel op de glasplaat wordt geplaatst:
• Voordat u gaat scannen:
Wanneer u Dub.zijdig (2-sided) selecteert voor Dub.zijdigInst.afdr. (2-sidedPrintSetting) en de
voorbeeldfunctie wordt geactiveerd, begint het apparaat met een voorlopige scan voordat het origineel
wordt gescand. Wanneer de voorlopige scan is voltooid, wordt het onderstaande scherm
(voorbeeldscherm) weergegeven op het LCD-scherm.
140
1. Roteren (Rotate)
Als u op de rechter Functie (Function)-knop drukt, draait het origineel 180 graden.
2.
Opn. scannen (Rescan)
Als u het origineel opnieuw wilt scannen, drukt u op de linker Functie (Function)-knop.
Druk op de knop OK om te beginnen met scannen.
• Na het scannen:
Na het scannen van elk origineel, wordt het scherm Documenten plaatsen (plaat) (Placing
documents (platen)) weergegeven op het LCD-scherm.
Verwijder na het scannen het origineel van de glasplaat, plaats de volgende pagina op de glasplaat en
druk op de knop OK.
Opmerking
Als u niets meer wilt scannen, drukt u op de linker Functie (Function)-knop. Het apparaat begint
met kopiëren.
U kunt de kopieertaak toevoegen tijdens het afdrukken.
De kopieertaak toevoegen (reservekopie)
141
Overige kopieerfuncties
U kunt de volgende kopieerfuncties selecteren.
Kopie zonder marges (Borderless copy)
U kunt afbeeldingen zo kopiëren dat deze de hele pagina vullen zonder marges.
Kopiëren zonder marges
Kop. kader wissen (Frame erase copy)
Wanneer u een dik origineel zoals een boek kopieert, kunt u kopiëren zonder zwarte marges
rondom het beeld en schaduwen van rugmarges.
Dikke originelen, zoals boeken, kopiëren
Foto kopiëren (Photo copy)
U kunt alle gescande foto's kopiëren.
Foto's kopiëren
142
Twee pagina’s kopiëren op één pagina
Wanneer u 2 op 1 kopie (2-on-1 copy) selecteert voor Indeling (Layout) in Standaardkopie (Standard
copy) kunt u twee originele pagina's op één vel papier kopiëren door de afbeeldingen te verkleinen.
Druk op de rechterknop Functie (Function) op het standby-scherm voor kopiëren om het scherm voor
afdrukinstellingen weer te geven en selecteer 2 op 1 kopie (2-on-1 copy) voor Indeling (Layout).
Druk op de rechter Functie (Function)-knop om de afdrukstand en de geavanceerde indeling op te geven.
•
Wanneer u Staand (Portrait) selecteert voor Afdrukstand (Orientation) en Links naar rechts (Left
to right) voor Kopie met 2 op 1 indeling (2-on-1 copy layout):
• Wanneer u Staand (Portrait) selecteert voor Afdrukstand (Orientation) en Rechts naar links (Right
to left) voor Kopie met 2 op 1 indeling (2-on-1 copy layout):
• Wanneer u Liggend (Landscp.) selecteert voor Afdrukstand (Orientation) en Boven naar onder
(Top to bottom) voor Kopie met 2 op 1 indeling (2-on-1 copy layout):
•
Wanneer u Liggend (Landscp.) selecteert voor Afdrukstand (Orientation) en Onder naar boven
(Bottom to top) voor Kopie met 2 op 1 indeling (2-on-1 copy layout):
Nadat u de indeling hebt gekozen en op de knop OK hebt gedrukt, kunt u selecteren of u het
voorbeeldscherm wilt gebruiken. Als u AAN (ON) selecteert, wordt het voorbeeldscherm weergegeven,
waarin u de afdrukstand kunt controleren.
Opmerking
Als tijdens het scannen het bericht Apparaatgeheugen is vol. Proces kan niet worden voortgezet.
(Device memory is full. Cannot continue process.) wordt weergegeven op het LCD-scherm, stelt u
de afdrukkwaliteit in op Standaard (Standard) en probeert u opnieuw te kopiëren. Als het probleem
zich blijft voordoen, stelt u de afdrukkwaliteit in op Snel (Fast) en probeert u opnieuw te kopiëren.
U kunt deze functie gebruiken in combinatie met dubbelzijdig kopiëren.
Als u deze functie in combinatie gebruikt, kunt u vier originele pagina's op één vel papier kopiëren. In
dit geval worden twee originele pagina's op elke zijde van het papier gekopieerd.
Als u deze functie in combinatie gebruikt, selecteert u de instelling voor een dubbelzijdige kopie voor
ADF dubb.scannen (ADF duplex scan) en Dub.zijdigInst.afdr. (2-sidedPrintSetting) en de
nietmarge van het afdrukpapier in het scherm Afdrukinstellingen.
Voor meer informatie over de functie voor dubbelzijdig kopiëren:
143
Dubbelzijdig kopiëren
Wanneer het origineel op de glasplaat wordt geplaatst:
• Voordat u gaat scannen:
Wanneer de voorbeeldfunctie is geactiveerd, begint het apparaat met een voorlopige scan voordat het
origineel wordt gescand. Wanneer de voorlopige scan is voltooid, wordt het onderstaande scherm
(voorbeeldscherm) weergegeven op het LCD-scherm.
1. Roteren (Rotate)
Als u op de rechter Functie (Function)-knop drukt, draait het origineel 180 graden.
2. Opn. scannen (Rescan)
Als u het origineel opnieuw wilt scannen, drukt u op de linker Functie (Function)-knop.
Druk op de knop OK om te beginnen met scannen.
• Na het scannen:
Na het scannen van elk origineel, wordt het scherm Documenten plaatsen (plaat) (Placing
documents (platen)) weergegeven op het LCD-scherm.
Verwijder na het scannen het origineel van de glasplaat, plaats de volgende pagina op de glasplaat en
druk op de knop OK.
Opmerking
Als u niets meer wilt scannen, drukt u op de linker Functie (Function)-knop. Het apparaat begint
met kopiëren.
U kunt de kopieertaak toevoegen tijdens het afdrukken.
De kopieertaak toevoegen (reservekopie)
144
Vier pagina’s kopiëren op één pagina
Wanneer u 4 op 1 kopie (4-on-1 copy) selecteert bij Indeling (Layout) in Standaardkopie (Standard
copy), kunt u vier originele pagina's op één vel papier kopiëren door de afbeeldingen te verkleinen. Er zijn
vier verschillende indelingen beschikbaar.
Druk op de rechterknop Functie (Function) op het standby-scherm voor kopiëren om het scherm voor
afdrukinstellingen weer te geven en selecteer 4 op 1 kopie (4-on-1 copy) voor Indeling (Layout).
Druk op de rechter
Functie (Function)-knop om de afdrukstand en de geavanceerde indeling op te geven.
Opmerking
De indeling is hetzelfde, ongeacht de afdrukstand.
•
Wanneer u Linksboven naar rechts (Upper-left to right) selecteert voor Kopie met 4 op 1 indeling
(4-on-1 copy layout):
• Wanneer u Rechtsboven naar links (Upper-right to left) selecteert voor Kopie met 4 op 1 indeling
(4-on-1 copy layout):
•
Wanneer u Linksboven naar onder (Upper-left to bottom) selecteert voor Kopie met 4 op 1
indeling (4-on-1 copy layout):
•
Wanneer u Rechtsboven nr onder (Upper-right to bottom) selecteert voor Kopie met 4 op 1
indeling (4-on-1 copy layout):
145
Nadat u de indeling hebt gekozen en op de knop OK hebt gedrukt, kunt u selecteren of u het
voorbeeldscherm wilt gebruiken. Als u AAN (ON) selecteert, wordt het voorbeeldscherm weergegeven,
waarin u de afdrukstand kunt controleren.
Opmerking
Als tijdens het scannen het bericht Apparaatgeheugen is vol. Proces kan niet worden voortgezet.
(Device memory is full. Cannot continue process.) wordt weergegeven op het LCD-scherm, stelt u
de afdrukkwaliteit in op Standaard (Standard) en probeert u opnieuw te kopiëren. Als het probleem
zich blijft voordoen, stelt u de afdrukkwaliteit in op Snel (Fast) en probeert u opnieuw te kopiëren.
U kunt deze functie gebruiken in combinatie met dubbelzijdig kopiëren.
Als u deze functie in combinatie gebruikt, kunt u acht originele pagina's op één vel papier kopiëren. In
dit geval worden vier originele pagina's op elke zijde van het papier gekopieerd.
Als u deze functie in combinatie gebruikt, selecteert u de instelling voor een dubbelzijdige kopie voor
ADF dubb.scannen (ADF duplex scan) en Dub.zijdigInst.afdr. (2-sidedPrintSetting) en de
nietmarge van het afdrukpapier in het scherm Afdrukinstellingen.
Voor meer informatie over de functie voor dubbelzijdig kopiëren:
Dubbelzijdig kopiëren
Wanneer het origineel op de glasplaat wordt geplaatst:
• Voordat u gaat scannen:
Wanneer de voorbeeldfunctie is geactiveerd, begint het apparaat met een voorlopige scan voordat het
origineel wordt gescand. Wanneer de voorlopige scan is voltooid, wordt het onderstaande scherm
(voorbeeldscherm) weergegeven op het LCD-scherm.
1.
Roteren (Rotate)
Als u op de rechter Functie (Function)-knop drukt, draait het origineel 180 graden.
2.
Opn. scannen (Rescan)
Als u het origineel opnieuw wilt scannen, drukt u op de linker Functie (Function)-knop.
Druk op de knop OK om te beginnen met scannen.
•
Na het scannen:
Na het scannen van elk origineel, wordt het scherm Documenten plaatsen (plaat) (Placing
documents (platen)) weergegeven op het LCD-scherm.
146
Verwijder na het scannen het origineel van de glasplaat, plaats de volgende pagina op de glasplaat en
druk op de knop OK.
Opmerking
Als u niets meer wilt scannen, drukt u op de linker Functie (Function)-knop. Het apparaat begint
met kopiëren.
U kunt de kopieertaak toevoegen tijdens het afdrukken.
De kopieertaak toevoegen (reservekopie)
147
Dikke originelen, zoals boeken, kopiëren
Wanneer u een dik origineel zoals een boek kopieert, kunt u kopiëren zonder zwarte marges rondom het
beeld en schaduwen van rugmarges. Met deze functie vermindert u onnodig inktverbruik.
1.
Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
Controleer of de printer is ingeschakeld
2.
Plaats papier.
Papier plaatsen
3.
Druk op de knop MENU.
Het menuscherm wordt weergegeven.
4. Selecteer Geavanc. afdrukken (Advanced print) en druk op de knop OK.
5. Selecteer Kop. kader wissen (Frame erase copy) en druk daarna op de
knop OK.
6.
Plaats het origineel op de glasplaat.
Originelen plaatsen
Opmerking
Plaats het origineel op de glasplaat wanneer u deze functie gebruikt.
7.
Gebruik de knop + of - om het aantal kopieën op te geven.
U kunt de afdrukinstellingen naar wens aanpassen.
Items instellen
Opmerking
Wanneer het standby-scherm voor kopiëren wordt weergegeven, kunt u op de rechterknop
Functie (Function) drukken om een voorbeeld van de afdruk weer te geven op het
voorbeeldscherm.
Voorbeeldweergave weergeven
8.
Druk op de knop Kleur (Color) als u in kleur wilt kopiëren of op de knop Zwart
(Black) als u in zwart-wit wilt kopiëren.
Het apparaat begint met kopiëren.
Opmerking
Sluit de documentklep.
Er kan een smalle zwarte marge rondom het beeld verschijnen. Met deze functie worden alleen de
donkere marges verwijderd. Als een gescand boek te dun is of als het apparaat dicht bij een raam of in
een fel verlichte omgeving wordt gebruikt, kan er toch een vaag zwart kader overblijven. Als het
origineel een donkere kleur heeft, kan het apparaat bovendien de documentkleur niet onderscheiden
148
van de schaduw, waardoor het document mogelijk enigszins wordt bijgesneden of een schaduw in de
vouw wordt weergegeven.
149
Kopiëren zonder marges
U kunt afbeeldingen zo kopiëren dat deze de hele pagina vullen zonder marges.
1.
Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
Controleer of de printer is ingeschakeld
2.
Plaats het fotopapier.
Papier plaatsen
3.
Druk op de knop MENU.
Het menuscherm wordt weergegeven.
4.
Selecteer Foto (Photo) en druk daarna op de knop OK.
5.
Selecteer Kopie zonder marges (Borderless copy) en druk daarna op de
knop OK.
6. Plaats het origineel op de glasplaat.
Originelen plaatsen
Opmerking
Plaats het origineel op de glasplaat wanneer u deze functie gebruikt.
7. Gebruik de knop + of - om het aantal kopieën op te geven.
U kunt de afdrukinstellingen naar wens aanpassen.
Items instellen
8.
Druk op de knop Kleur (Color) als u in kleur wilt kopiëren of op de knop Zwart
(Black) als u in zwart-wit wilt kopiëren.
Het apparaat begint met kopiëren.
Opmerking
De afbeelding kan aan de randen enigszins worden afgekapt omdat de gekopieerde afbeelding wordt
vergroot om de hele pagina te vullen. Zo nodig kunt u instellen tot welke breedte de randen van de
originele afbeelding worden bijgesneden. Het uitgesneden gedeelte zal echter groter zijn als de
hoeveelheid uitbreiding groot is.
Voor meer informatie:
Uitbreiding kopiehoeveelheid (Extended copy amount)
Voor meer informatie over het papierformaat en het mediumtype die beschikbaar zijn voor kopiëren
zonder marges:
Afdrukgebied
150
Gesorteerd kopiëren
Wanneer u AAN (ON) selecteert voor Sorteren (Collate) bij Standaardkopie (Standard copy), kunt u
gesorteerde afdrukken maken wanneer u meerdere kopieën maakt van een origineel met meerdere
pagina's. Daarnaast kunt u originelen kopiëren op beide zijden van het papier.
•
Als AAN (ON) is geselecteerd:
• Als UIT (OFF) is geselecteerd:
Opmerking
Plaats het origineel in de ADF wanneer u deze functie gebruikt.
U kunt deze functie gebruiken in combinatie met dubbelzijdig kopiëren.
Als u deze functie in combinatie gebruikt, selecteert u de instelling voor een dubbelzijdige kopie voor
ADF dubb.scannen (ADF duplex scan) en Dub.zijdigInst.afdr. (2-sidedPrintSetting) en de
nietmarge van het afdrukpapier in het scherm Afdrukinstellingen.
Voor meer informatie over de functie voor dubbelzijdig kopiëren:
Dubbelzijdig kopiëren
Het aantal pagina's dat het apparaat kan lezen, hangt af van het document. Als tijdens het scannen
het bericht Apparaatgeheugen is vol. Proces kan niet worden voortgezet. (Device memory is full.
Cannot continue process.) wordt weergegeven op het LCD-scherm, verlaagt u het aantal
documentpagina's dat moet worden gescand en probeert u opnieuw te kopiëren.
151
Foto's kopiëren
U kunt afgedrukte foto's scannen en allemaal tegelijk afdrukken.
1. Zorg dat het apparaat is ingeschakeld.
Controleer of de printer is ingeschakeld
2.
Plaats het fotopapier.
Papier plaatsen
3.
Druk op de knop MENU.
Het menuscherm wordt weergegeven.
4.
Selecteer Foto (Photo) en druk daarna op de knop OK.
5.
Selecteer Foto kopiëren (Photo copy) en druk daarna op de knop OK.
6.
Bevestig de instructies op het scherm en druk op de knop OK.
7. Plaats de afgedrukte foto op de glasplaat volgens de instructies op het scherm en
druk op de knop OK.
Opmerking
Meer informatie over het plaatsen van foto´s op de glasplaat:
Originelen plaatsen
Wanneer het scannen is voltooid, wordt het bevestigingsscherm voor de afdrukinstellingen
weergegeven.
8.
Geef de gewenste instellingen op.
Selecteer de gewenste instelling met de knoppen en wijzig de instelling met de knoppen .
Opmerking
Afhankelijk van het instellingsitem kunnen sommige instellingen niet worden opgegeven in
combinatie met de instelling van het andere instellingsitems. Als de instelling die niet kan worden
opgegeven is geselecteerd, wordt Foutdetails (Error details) weergegeven op het LCD-scherm.
In dit geval drukt u op de linker Functie (Function)-knop om het bericht te bevestigen en wijzigt u
de instelling.
1.
Pg.form. (Page size)
Selecteer het paginaformaat van het geplaatste papier.
2.
Type (Mediumtype)
Selecteer het mediumtype van het geplaatste papier.
152
3. Afdr.kwl. (Print qlty) (Afdrukkwaliteit)
Selecteer de afdrukkwaliteit op basis van het origineel.
4. Marge (Border) (Met of zonder marge afdrukken)
Hiermee selecteert u afdrukken met of zonder rand.
5. Fotocorr. (Photo fix)
Selecteer Geen corr. (No correction), Automat. fotocorr. (Auto photo fix) of Vervagingscorr.
(Fade restoration).
Opmerking
Wanneer Geen corr. (No correction) is geselecteerd, drukt het apparaat de gescande
afbeelding zonder correctie af.
Wanneer Automat. fotocorr. (Auto photo fix) is geselecteerd, corrigeert het apparaat de
gescande afbeelding automatisch.
Wanneer Vervagingscorr. (Fade restoration) is geselecteerd, corrigeert het apparaat de
gescande afbeelding die in de loop van de tijd is vervaagd.
9.
Gebruik de knop + of - om het aantal kopieën op te geven.
Opmerking
Wanneer u op de rechterknop Functie (Function) drukt, kunt u een voorbeeld van de afdruk
weergeven op het voorbeeldscherm. Gebruik de knop om de weergave te wijzigen.
Als wordt weergegeven op de foto, wordt de afgedrukte foto mogelijk niet correct
gescand. Scan de afgedrukte foto opnieuw.
10. Druk op de knop Kleur (Color) als u in kleur wilt afdrukken of op de knop Zwart
(Black) als u in zwart-wit wilt afdrukken.
Het apparaat begint af te drukken.
Opmerking
Als de afgedrukte foto niet correct is gescand, wordt een bevestigingsscherm weergegeven
waarin wordt gevraagd of u wilt doorgaan met afdrukken. Als u Ja (Yes), selecteert, begint het
apparaat met afdrukken. Als u de foto opnieuw scant, selecteert u Nee (No) en scant u de foto
opnieuw.
153
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153

Canon PIXMA MX725 Handleiding

Type
Handleiding