Canon MD120 de handleiding

Categorie
Camcorders
Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

Digitale Video Camcorder
Gebruiksaanwijzing
Nederlands
PAL
Inleiding
Voorbereidingen
Basisfuncties
Geavanceerde
functies
Externe
aansluitingen
Aanvullende
informatie
CANON INC.
Canon Europa N.V.
P.O. Box 2262
1180 EG Amstelveen
The Netherlands
Nederland:
Canon Nederland N.V.
Neptunusstraat 1
2132 JA Hoofddorp
Tel: 023-567 01 23
Fax: 023-567 01 24
www.canon.nl
België:
Canon België N.V./S.A.
Bessenveldstraat 7
1831 Diegem (Machelen)
Tel: (02)-7220411
Fax: (02)-7213274
0026X108
1206CEL/CDDS7.0 © CANON INC. 2007 PRINTED IN THE EU
Dit is gedrukt op 70% gerecycled papier.
Nederlands
Mini
Digital
Video
Cassette
CEL-SG3HA280
De informatie van deze gebruikshandleiding is bekrachtigd per 1 januari 2007.
2
Inleiding
De videokoppen reinigen
Digitale videocamcorders nemen op een band videosignalen op in zeer dunne lijnen
(zo dun als 1/8 van de breedte van een haar). Als de videokoppen ook maar een
beetje vuil worden, kunnen zich de hieronder genoemde symptomen voordoen.
Tijdens het afspelen verschijnen op het beeld mozekachtige
of andere blokvormige abnormaliteiten (afb. 1) of banden (afb.
2).
• Het geluid raakt vervormd of er is tijdens het afspelen geen
geluid hoorbaar.
• Het bericht “HEADS DIRTY, USE CLEANING CASSETTE
verschijnt.
Als zich dergelijke symptomen voordoen, reinig dan de
videokoppen met de Canon DVM-CL Digital Video Head
Cleaning Cassette* of een in de winkel verkrijgbare droog
reinigende cassette.
Als de symptomen zich kort na reiniging voordoen, dan is de
videocassette mogelijk defect. Gebruik de cassette dan niet langer.
* Verkrijgbaarheid verschilt per gebied.
Videokoppen kunnen vuil worden onder de volgende omstandigheden:
Bij gebruik van de camcorder op vochtige of hete plaatsen.
• Bij gebruik van cassettes met een beschadigde of vuile band.
• Bij gebruik van de camcorder op stoffige plaatsen.
• Als u de videokoppen lang hebt gebruikt zonder deze te reinigen.
OPMERKINGEN
Reinig eerst de videokoppen en maak een testopname voordat u belangrijke opnamen gaat
maken. Het verdient ook aanbeveling de videokoppen na gebruik te reinigen voordat u de
camcorder opbergt.
Gebruik geen nat reinigende cassettes, omdat deze de camcorder kunnen beschadigen.
Zelfs nadat u de videokoppen hebt gereinigd, kan het gebeuren dat banden die zijn opgenomen
met vuile videokoppen, niet correct worden afgespeeld.
Afb. 1
Afb. 2
Inleiding
NL
3
Belangrijke gebruiksinstructies
WAARSCHUWING!
VOORKOM ELEKTRISCHE SCHOKKEN. VERWIJDER DAAROM DE AFDEKKING
(OF ACHTERZIJDE) NIET. IN HET APPARAAT BEVINDEN ZICH GEEN
ONDERDELEN DIE DE GEBRUIKER ZELF MAG OF KAN REPAREREN. LAAT
DIT DOEN DOOR GEKWALIFICEERD ONDERHOUDSPERSONEEL.
WAARSCHUWING!
VOORKOM BRAND OF ELEKTRISCHE SCHOKKEN. STEL DIT PRODUCT
DAAROM NIET BLOOT AAN REGEN OF VOCHT.
VOORZICHTIG:
VOORKOM ELEKTRISCHE SCHOKKEN EN STORENDE INTERFERENTIES.
GEBRUIK DAAROM ALLEEN DE AANBEVOLEN ACCESSOIRES.
VOORZICHTIG:
HAAL HET NETSNOER UIT HET STOPCONTACT ALS U HET APPARAAT NIET GEBRUIKT.
De stekker moet u gebruiken om het apparaat uit te schakelen. U moet de stekker direct kunnen
bereiken als zich een ongeval voordoet.
Als de compacte netadapter ingeschakeld is, mag u deze niet in een doek wikkelen of met een
doek afdekken, of in een besloten, te krappe ruimte leggen. Doet u dat wel, dan kan de compacte
netadapter te heet worden of de plastic behuizing vervormd raken, waardoor u mogelijk bloot
komt te staan aan elektrische schokken of brand kan optreden.
Het identificatieplaatje CA-590E bevindt zich aan de onderzijde.
De camcorder kan beschadigd raken als een ander apparaat dan de compacte
netadapter CA-590E wordt gebruikt.
Alleen Europese Unie (en EER).
Dit symbool geeft aan dat dit product in overeenstemming met de AEEA-richtlijn (2002/
96/EG) en de nationale wetgeving niet mag worden meegegeven met het huishoudelijk
afval. Dit product moet worden ingeleverd bij een aangewezen, geautoriseerd
inzamelpunt, bijvoorbeeld wanneer u een nieuw gelijksoortig product aanschaft, of bij
een geautoriseerd inzamelpunt voor hergebruik van elektrische en elektronische
apparatuur (EEA). Als u dit type afval op onjuiste wijze afdankt, kan dit leiden tot negatieve
effecten voor het milieu en de volksgezondheid vanwege de gevaarlijke stoffen die vaak
aanwezig zijn in elektrische en elektronische apparatuur (EEA). Door dit product op de juiste
wijze af te danken, werkt u bovendien mee aan een effectief gebruik van natuurlijke
hulpbronnen. Voor meer informatie over waar u uw afgedankte apparatuur kunt inleveren voor
recycling kunt u contact opnemen met het gemeentehuis in uw woonplaats, de reinigingsdienst
of het afvalverwerkingsbedrijf. U kunt ook de richtlijn Afgedankte elektrische en elektronische
apparatuur (AEEA) raadplegen. Ga voor meer informatie over het inzamelen en recyclen van
afgedankte elektrische en elektronische apparatuur naar
www.canon-europe.com/environment
.
(EER: Noorwegen, IJsland en Liechtenstein)
4
Inleiding
Wat u moet weten over deze handleiding ....................................................... 6
Kennismaking met de camcorder
Bijgeleverde accessoires ................................................................................ 8
Overzicht van bedieningselementen............................................................... 9
Cameragegevens op het scherm.................................................................. 11
Voorbereidingen
Beginnen
De accu opladen ........................................................................................... 13
De ondersteuningsbatterij plaatsen .............................................................. 14
Een band plaatsen en verwijderen................................................................ 15
De camcorder voorbereiden ......................................................................... 16
Het LCD-scherm bijstellen ............................................................................ 16
Gebruik van de menu's
Een optie selecteren in het menu FUNC. ..................................................... 17
Een optie selecteren in de instellingsmenus ................................................ 18
Eerste instellingen
De taal wijzigen............................................................................................. 19
De tijdzone wijzigen ...................................................................................... 19
De datum en tijd instellen.............................................................................. 20
Basisfuncties
Opnemen
Films opnemen ............................................................................................. 21
Zoomen......................................................................................................... 22
Afspelen
Films afspelen............................................................................................... 23
Het einde van de laatste sne lokaliseren .................................................. 24
Het afspeel- of weergavebeeld vergroten ..................................................... 24
Geavanceerde functies
Menu-opties - Overzicht
Menu FUNC.................................................................................................. 25
Instellingsmenu's........................................................................................... 25
Camera-instellingen (digitale zoom, beeldstabilisator, etc.)................ 25
Camcorderinstelling (opnamemodus, TV-type, etc.)........................... 27
Audio-instellingen (audiostand, windscherm, etc.) ............................. 27
Display-instelling (LCD-helderheid, taal, etc.)..................................... 28
Systeeminstelling (pieptoon, etc.)....................................................... 29
Datum/tijd instellen ............................................................................. 29
Opnameprogramma's
De opnameprogramma‘s gebruiken.............................................................. 30
: De sluitertijd wijzigen en een speciaal opnameprogramma selecteren .. 31
Het beeld instellen: Belichting, scherpstelling en kleur
Handmatige instelling van de belichting........................................................ 32
Handmatige scherpstelling............................................................................ 33
Witbalans ...................................................................................................... 34
Inhoudsopgave
5
Inleiding
NL
Beeldeffecten.................................................................................................35
Audio opnemen en afspelen
Audio-opnamestand ......................................................................................35
Audio-afspeelstand........................................................................................36
Overige functies
Datacodering .................................................................................................37
Zelfontspanner...............................................................................................37
Digitale effecten.............................................................................................38
Externe aansluitingen
De camcorder aansluiten op een TV of videorecorder
Aansluitschema's...........................................................................................40
Opnamen afspelen/weergeven op een TV-scherm .......................................42
Opnamen kopiëren naar een videorecorder of Digitale Video Recorder.......42
Digitale video dubben.......................................................................43
De camcorder aansluiten op een computer
Aansluitschema's voor een PC......................................................................45
Video-opnamen overzenden .........................................................................46
Aanvullende informatie
Problemen?
Problemen oplossen......................................................................................47
Overzicht van berichten.................................................................................49
Wat u wel en niet moet doen
Hoe u de camcorder moet behandelen .........................................................51
Onderhoud/overig..........................................................................................53
De camcorder gebruiken in het buitenland....................................................55
Algemene informatie
Systeemschema (Beschikbaarheid verschilt van gebied tot gebied) ............56
Optionele accessoires ...................................................................................57
Specificaties...................................................................................................59
Index..............................................................................................................61
6
Bedankt dat u hebt gekozen voor de Canon MD120/MD111/MD110/MD101. Neem deze
handleiding zorgvuldig door voordat u de camcorder in gebruik neemt en bewaar de handleiding
op een gemakkelijk bereikbare plaats, zodat u deze later altijd kunt raadplegen. Mocht uw
camcorder niet goed functioneren, raadpleeg dan de tabel Problemen oplossen ( 47).
Conventies die in deze handleiding worden toegepast
BELANGRIJK: Onder BELANGRIJK in deze handleiding wordt een beschrijving gegeven
van de voorzorgsmaatregelen die betrekking hebben op de bediening van de camcorder.
OPMERKINGEN: Onder OPMERKINGEN in deze handleiding wordt een
beschrijving gegeven van de overige functies die de basisbediening van de camcorder
complementeren.
WAAR U OP MOET LETTEN: Onder WAAR U OP MOET LETTEN in deze
handleiding wordt een beschrijving gegeven van de beperkingen die van toepassing zijn als
de beschreven functie niet in alle bedieningsstanden beschikbaar is (u krijgt dan informatie
over welke bedieningsstand u moet kiezen, etc.).
: Nummer van pagina waarnaar wordt verwezen.
: Optie of functie die alleen van toepassing is op een specifiek model.
Scherm” heeft betrekking op het LCD-scherm en het zoekerscherm.
De foto's in deze handleiding zijn gesimuleerde foto's die zijn gemaakt met een
fotocamera. De afbeeldingen in deze handleiding hebben, tenzij anders aangegeven,
betrekking op model .
Wat u moet weten over de joystick en joystickaanduiding
Met de mini-joystick kunt u een groot aantal camcorderfuncties regelen en in de
camcordermenu’s keuzes maken en wijzigingen aanbrengen
.
Wat u moet weten over deze handleiding
Druk de joystick omhoog, omlaag, naar links of rechts ( , )
om een onderdeel te selecteren of instellingen te wijzigen.
Druk op de joystick zelf ( ) om de instellingen op te slaan of een
actie te bevestigen. Op menuschermen wordt dit aangegeven
door het joystickpictogram .
De taal wijzigen
U kunt de taal wijzigen van de termen op
het schermdisplay en de menu-
onderdelen. Welke talen beschikbaar zijn,
hangt af van de regio waar u uw
camcorder hebt gekocht.
Standaardwaarde
1 Druk op .
2 Selecteer met ( ) het pictogram
en druk op ( ) om de
instellingsmenu’s te openen.
3 Selecteer met ( ) de optie
[DISPLAY SETUP/ ] en druk op
().
4 Selecteer met ( ) de optie
[LANGUAGE] en druk op ( ).
5 Selecteer met ( ) de gewenste
optie en druk op ( ).
6 Druk op om het menu te
sluiten.
Eerste instellingen
DISPLAY SETUP/
LANGUAGE
ENGLISH
FUNC.
(19)
Taalcombinatie A
Engels, Duits, Spaans, Frans, Italiaans, Pools,
Roemeens, Turks, Russisch, Oekraïens, Arabisch
en Perzisch.
Taalcombinatie B
Engels, Vereenvoudigd Chinees, Traditioneel
Chinees en Thai.
FUNC.
FUNC.
Vierkante haakjes [ ] en hoofdletters worden gebruikt voor
menu-opties zoals die op het scherm worden weergegeven.
Een menu-optie in een vet lettertype geeft aan dat het de
standaardinstelling betreft (bijvoorbeeld [ON/AAN], [OFF/UIT]).
Toetsen en schakelaars die moeten worden gebruikt
Menu-onderdeel zoals weergegeven in de standaardinstelling
Namen van toetsen en schakelaars worden, behalve die van de joystick,
aangegeven binnen een “toets”-kader (bijvoorbeeld ).
FUNC.
7
Inleiding
NL
Welke functies aan de joystick zijn toegewezen, hangt af van de bedieningsstand. U kunt de
joystickaanduiding op het scherm weergeven, zodat u weet welke functies in de betreffende
bedieningsstand kunnen worden uitgevoerd.
Wat u moet weten over de bedieningsstanden
De bedieningsstand van de camcorder wordt bepaald door de stand van de -
schakelaar. In de handleiding wordt met aangegeven dat een functie beschikbaar is in
de getoonde bedieningsstand en wordt met aangegeven dat de functie niet
beschikbaar is. Als geen bedieningsstandsymbolen worden getoond, dan is de functie in alle
bedieningsstanden beschikbaar.
Informatie over handelsmerken
is een handelsmerk.
Windows
®
is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de Verenigde
Staten en/of andere landen.
Macintosh en Mac OS zijn handelsmerken van Apple Computer, Inc., gedeponeerd in de
Verenigde Staten en andere landen.
Overige namen en producten die hierboven niet zijn vermeld, kunnen handelsmerken of
gedeponeerde handelsmerken zijn van de betreffende ondernemingen.
Opnemen: Afspelen:
Bedieningsstand
-
schakelaar
Weergegeven
pict ogr am
Functie
CAMERA
Op een band films opnemen
21
PLAY
Op een band films afspelen
23
EXP
FOCUS
8
Kennismaking met de camcorder
K ennisma ki ng me t de ca mcor der
Bijgeleverde accessoires
Compacte netadapter
CA-590E
(incl. netsnoer)
Accu BP-2L5 Lithiumknoopbatterij
CR1616
(ondersteuningsbatterij)
Stereovideokabel STV-
250N
Kennismaking met de camcorder
9
Inleiding
NL
Namen van toetsen en schakelaars worden,
behalve die van de joystick, aangegeven binnen
een
toets-kader (bijvoorbeeld ).
Overzicht van bedieningselementen
Aanzicht linkerzijde
Vooraanzicht
Aanzicht
rechterzijde
Lensafdekkingsschakelaar ( 21)
( = open, = gesloten)
Oplaadindicator (CHARGE) ( 13)
Luidspreker
AV-aansluitpunt ( 40)
MIC-aansluitpunt (microfoon) ( 36)
DV-aansluitpunt ( 40 45)
Afdekplaatje aansluitpunten
Handgreepriem ( 16)
Bevestigingspunt riem (
58)
Vergrendelingstoets
-schakelaar ( 7)
Stereomicrofoon
FUNC.
Kennismaking met de camcorder
10
Namen van toetsen en schakelaars worden,
behalve die van de joystick, aangegeven binnen
een
toets-kader (bijvoorbeeld ).
Achteraanzicht
Bovenaanzicht
Onderaanzicht
Zoeker ( 16)
Oogcorrectieregelaar ( 16)
Ontgrendelingstoets accu (BATT. ) ( 13)
LCD-scherm ( 16)
Compartiment voor ondersteuningsbatterij
(14)
Start/stop-toets ( 21)
Serienummer, aansluitgedeelte voor accu
(13)
DC-ingang (DC IN) ( 13)
Toets digitale effecten (D.EFFECTS)
(38)
Functietoets (FUNC.) ( 17 25)
Joystick ( 6 )
Zoomregelaar ( 22)
Programmakeuzeschakelaar ( 30)
Gemakkelijk opnemen
Opnameprogramma's
Cassettecompartiment
( 15)
Open/uitwerpschakelaar (OPEN/EJECT)
(15)
Afdekking cassettecompartiment
(15)
Aansluitpunt statief
(22)
FUNC.
11
Kennismaking met de camcorder
Inleiding
NL
Cameragegevens op het scherm
Opnemen
Zoom ( 22), Belichting ( 32)
Opnameprogramma ( 30)
Witbalans ( 34)
Beeldeffect ( 35)
Digitale effecten ( 38)
Condenswaarschuwing ( 54)
Sluitertijd ( 31)
Zelfontspanner ( 37)
Belichting aanpassen ( 32)
Handmatige scherpstelling ( 33)
Beeldstabilisator ( 26)
Afspelen
Opnamemodus ( 27)
Cassettebediening
Tijdcode (uren : minuten : seconden)
Resterende bandtijd
Resterende accucapaciteit
Breedbeeldstand 16:9 ( 26)
Windscherm uitgeschakeld ( 27)
Audio-opnamestand ( 35)
Waarschuwing ondersteuningsbatterij
Niveaumarkering ( 28)
Opnameherinnering
Bedieningsstand ( 7)
Audio-afspeelstand ( 36)
Zoekfunctiedisplay
Einde zoeken (END SEARCH) ( 24)
Afspeelduur
(uren : minuten : seconden : beeldjes
Joystickaanduiding ( 6)
Datacodering ( 37)
Kennismaking met de camcorder
12
Cassettebediening
Opnemen, Opnamepauze,
Stoppen, Uitwerpen,
Vooruitspoelen, Terugspoelen,
Afspelen, Afspeelpauze,
Versneld afspelen,
Versneld achteruit afspelen
Resterende bandtijd
Geeft de resterende tijdsduur van de band
aan. Tijdens het opnemen beweegt ”.
Als de band het eind heeft bereikt,
verandert het display in “ END”.
Wanneer de resterende duur minder is
dan 15 seconden, is het mogelijk dat de
resterende duur niet meer wordt
weergegeven.
Afhankelijk van bandtype kan het
gebeuren dat de resterende tijd niet
correct wordt weergegeven. In ieder
geval kunt u op de band het aantal
minuten afspelen dat op het label van de
videocassette staat vermeld (bijvoorbeeld
85 minuten).
Resterende accucapaciteit
Vervang de accu door een volledig
opgeladen accu als “ in een rode kleur
gaat knipperen.
Als u een lege accu aansluit, wordt
mogelijk de stroom uitgeschakeld zonder
dat “ wordt weergegeven.
Mogelijk wordt de resterende
accucapaciteit niet nauwkeurig
aangegeven. Dit hangt af van de
omstandigheden waaronder de camcorder
en accu worden gebruikt.
Waarschuwing ondersteuningsbatterij
knippert in een rode kleur wanneer de
lithiumknoopbatterij niet aanwezig is of
wanneer deze moet worden vervangen.
Opnameherinnering
De camcorder telt van 1 tot 10 seconden
wanneer u begint op te nemen. Dit komt
van pas om scènes te vermijden die te kort
zijn.
Beginnen
Voorbereidingen
13
NL
Voo rberei dinge n
Be ginnen
De accu opladen
De camcorder kan van stroom worden
voorzien met een accu of rechtstreeks
met de compacte netadapter. Laad de
accu vóór gebruik op.
1 Zet de camcorder uit.
2 Plaats de accu in de camcorder.
• Oefen lichte druk uit op de accu en
schuif deze naar beneden totdat de
accu vast klikt.
3 Sluit het netsnoer aan op de
compacte netadapter.
4 Steek de stekker van het netsnoer in
een stopcontact.
Beginnen
Verwijder de afdekplaat
van de accu voordat u de
accu aansluit
Accuschakelaar
(BATT.)
Oplaadindicator
(CHARGE)
DC-ingang
(DC IN)
Oplaad-, opname- en afspeelduur
De tijden in de tabel hieronder zijn bij benadering gegeven en variëren al naargelang
de feitelijke oplaad-, opname- of afspeelomstandigheden.
* Tijdsduur bij benadering voor opnamen met herhaalde bedieningshandelingen zoals starten/stoppen,
zoomen, stroombron in/uitschakelen.
Accu BP-2L5 NB-2L NB-2LH BP-2L12 BP - 2L 1 4
Oplaadduur 145 min. 150 min. 160 min. 240 min. 285 min.
Maximale opnameduur
Zoeker 105 min. 120 min. 145 min. 250 min. 305 min.
LCD [NORMAL/NORMAAL] 100 min. 120 min. 145 min. 245 min. 300 min.
LCD [BRIGHT/HELDER] 95 min. 110 min. 135 min. 230 min. 280 min.
Typische opnameduur*
Zoeker 60 min. 65 min. 80 min. 135 min. 165 min.
LCD [NORMAL/NORMAAL] 55 min. 65 min. 80 min. 130 min. 165 min.
LCD [BRIGHT/HELDER] 50 min. 60 min. 75 min. 125 min. 155 min.
Afspeelduur 110 min. 125 min. 150 min. 265 min. 320 min.
Beginnen
14
5 Sluit de compacte netadapter aan
op de DC-ingang (DC IN) van de
camcorder.
• De oplaadindicator begint te
knipperen. De oplaadindicator blijft
branden als de accu is opgeladen.
De compacte netadapter kunt u ook
gebruiken zonder dat er in camcorder
een accu is geplaatst.
• Als de compacte netadapter
aangesloten is en ook de accu is
geplaatst, dan zal de accu geen
stroom verbruiken.
Z
ODRA
DE
ACCU
VOLLEDIG
OPGELADEN
IS
1 Haal de compacte netadapter uit de
camcorder.
2 Haal het netsnoer uit het
stopcontact en de compacte
netadapter.
D
E
ACCU
VERWIJDEREN
Druk op om de accu te
ontgrendelen. Trek de accu omhoog
en naar buiten.
BELANGRIJK
Tijdens gebruik kan de compacte netadapter
enig lawaai produceren. Dit is normaal en duidt
niet op een storing.
Het verdient aanbeveling de accu op te laden
bij temperaturen tussen 10 ºC en 30 ºC. De
accu wordt niet opgeladen als de temperatuur
lager is dan 0 ºC of hoger dan 40 ºC.
Sluit op de DC-ingang (DC IN) van de
camcorder of de compacte netadapter geen
elektrische apparatuur aan die niet uitdrukkelijk
is aanbevolen voor gebruik met deze
camcorder.
Sluit de bijgeleverde compacte netadapter niet
aan op spanningsomzetters bij reizen naar
andere continenten of op speciale
stroombronnen zoals die in vliegtuigen en
schepen, DC-AC-omzetters, etc. Het apparaat
kan anders defect raken of te heet worden.
OPMERKINGEN
De oplaadindicator (CHARGE) geeft ook bij
benadering aan in hoeverre de accu nog
opgeladen is.
Brandt continu: Accu is volledig opgeladen.
Knippert circa tweemaal per seconde:
Resterende accucapaciteit is meer dan 50%.
Knippert circa eenmaal per seconde:
Resterende accucapaciteit is minder dan 50%.
De oplaadduur is afhankelijk van de
omgevingstemperatuur en de aanvankelijke
laadtoestand van de accu. Op koude plaatsen
zal de effectieve gebruiksduur van de accu
afnemen.
Wij raden u aan twee- tot driemaal zoveel
opgeladen accu's bij de hand te houden dan u
nodig denkt te hebben.
De ondersteuningsbatterij plaatsen
De ondersteuningsbatterij
(lithiumknoopbatterij CR1616) stelt de
camcorder in staat de datum, tijd (
19) en
andere camcorderinstellingen te onthouden
als de stroombron niet aangesloten is. Sluit
de camcorder aan op een stroombron als u
de ondersteuningsbatterij vervangt. U
behoudt daarmee de eerder ingevoerde
instellingen.
BATT.
Beginnen
Voorbereidingen
15
NL
1 Als er een accu op de camcorder
aangesloten is, verwijder die dan
eerst.
2 Open het afdekplaatje van de
ondersteuningsbatterij.
3 Plaats de ondersteuningsbatterij
met de + zijde naar buiten gericht.
4 Sluit het afdekplaatje.
OPMERKINGEN
De ondersteuningsbatterij heeft een levensduur
van circa 1 jaar. Als de ondersteuningsbatterij
moet worden vervangen, dan knippert in
rood.
Een band plaatsen en verwijderen
Gebruik alleen videocassettes met het
logo .
1 Schuif volledig in de
richting van de pijl en open de
afdekking van het
cassettecompartiment.
Het cassettecompartiment gaat
automatisch open.
2 Plaats de cassette.
Plaats de cassette met het venster
naar de handgreepriem gericht.
Als u een cassette wilt verwijderen, trek
deze dan recht naar buiten.
3 Druk op het cassettecompartiment
op de markering totdat het
compartiment vast klikt.
4 Wacht totdat het
cassettecompartiment zich
automatisch intrekt en sluit de
afdekking hiervan.
BELANGRIJK
Belemmer het cassettecompartiment niet
wanneer dit automatisch wordt geopend of
gesloten. Probeer de afdekking ook niet te
sluiten voordat het cassettecompartiment zich
volledig ingetrokken heeft.
Let erop dat uw vingers niet bekneld raken in
de afdekking van het cassettecompartiment.
OPMERKINGEN
Als de camcorder aangesloten is op een
stroombron, kunt u cassettes ook plaatsen of
verwijderen als de -schakelaar op
staat.
OPEN/EJECT
Beginnen
16
De camcorder voorbereiden
1 Schakel de camcorder in.
2 Zet de lensafdekkingsschakelaar
omlaag naar om de
lensafdekking te openen.
3 Stel de zoeker bij.
Houd het LCD-paneel gesloten om de
zoeker te gebruiken en stel de
oogcorrectieregelaar voor zover nodig
bij.
4 Maak de handgreepriem vast.
Stel de handgreepriem zo af dat uw
wijsvinger de zoomregelaar en uw
duim de start/stop-toets kan bereiken.
Het LCD-scherm bijstellen
Het LCD-paneel draaien
Open het LCD-paneel tot een hoek van
90 graden.
U kunt het paneel 90 graden naar
beneden draaien.
U kunt het paneel 180 graden naar de
lens draaien (zodat het onderwerp het
LCD-scherm kan bekijken terwijl u de
zoeker gebruikt). Het paneel 180 graden
draaien komt ook van pas als u uzelf wilt
opnemen met de zelfontspanner.
180°
90°
Het onderwerp kan het LCD-
scherm bekijken
Gebruik van de menu's
Voorbereidingen
17
NL
LCD-achtergrondverlichting
U kunt de helderheid van het LCD-
scherm instellen op normaal of helder.
1 Druk op .
2 Selecteer met ( ) het pictogram
en druk op ( ) om de
instellingsmenu’s te openen.
3 Selecteer met ( ) de optie [
DISPLAY SETUP/INSTELLING
DISPLAY/ ] en druk op ( ).
4 Selecteer met ( ) de optie
[BACKLIGHT/
ACHTERGR.VERLICHT.] en druk op
().
5 Selecteer met ( ) de gewenste
optie en druk op ( ).
6 Druk op om het menu te
sluiten.
OPMERKINGEN
Deze instelling is niet van invloed op de
helderheid van de opname of het
zoekerscherm.
Gebruik van de optie [BRIGHT/HELDER]
bekort de effectieve gebruiksduur van de accu.
G ebru ik van de menu 's
Veel camcorderfuncties kunnen worden
ingesteld met de menu's die u kunt
openen door de FUNC-toets ( ) in te
drukken.
Raadpleeg Menu-opties - Overzicht
( 25) voor meer bijzonderheden over
de beschikbare menu-opties en
instellingen.
Een optie selecteren in het menu FUNC.
1 Druk op .
2 Selecteer met ( ) in de kolom aan
de linkerzijde het pictogram van de
functie die u wilt wijzigen.
3 Selecteer met ( ) in de balk aan
de onderzijde uit de beschikbare
opties de gewenste instelling.
De geselecteerde instelling wordt
geaccentueerd in een lichtblauwe
kleur. Menu-onderdelen die niet
beschikbaar zijn, worden gedimd
weergegeven.
FUNC.
( 17)
FUNC.
FUNC.
Gebruik van de menu's
FUNC.
FUNC.
Gebruik van de menu's
18
4 Druk op om de instellingen
op te slaan en het menu te sluiten.
• U kunt op elk gewenst moment op
drukken om het menu te sluiten.
Bij sommige instellingen is het nodig
om op ( ) te drukken en verdere
keuzes te maken. Volg de extra
bedieningsaanduidingen die op het
scherm verschijnen (zoals het
joystickpictogram , kleine pijlen,
etc.).
Een optie selecteren in de
instellingsmenus
1 Druk op .
2 Selecteer met ( ) het pictogram
en druk op ( ) om de
instellingsmenu’s te openen.
U kunt ook langer dan 2
seconden ingedrukt houden om het
scherm van de instellingsmenu’s
direct te openen.
3 Selecteer met ( ) in de kolom aan
de linkerzijde het gewenste menu
en druk op ( ).
Dit titel van het geselecteerde menu
verschijnt aan de bovenzijde van het
scherm en daaronder ziet u de lijst
met opties.
4 Selecteer met( ) de instelling die
u wilt wijzigen en druk op .
Een oranje kader geeft het menu-
onderdeel aan dat momenteel is
geselecteerd. Menu-onderdelen die
niet beschikbaar zijn, worden gedimd
weergegeven.
Selecteer met ( ) de optie
[ RETURN] en druk op ( ) als u
terug wilt keren naar het
menukeuzescherm.
5 Selecteer met ( ) de gewenste
optie en druk op ( ) om de
instelling op te slaan.
6 Druk op .
U kunt op elk gewenst moment op
drukken om het menu te
sluiten.
FUNC.
FUNC.
FUNC.
FUNC.
FUNC.
FUNC.
Eerste instellingen
Voorbereidingen
19
NL
Ee rs te in stel lingen
De taal wi jzi gen
U kunt de taal wijzigen van de termen op
het schermdisplay en de menu-
onderdelen. Welke talen beschikbaar zijn,
hangt af van de regio waar u uw
camcorder hebt gekocht.
Standaardwaarde
1 Druk op .
2 Selecteer met ( ) het pictogram
en druk op ( ) om de
instellingsmenu’s te openen.
3 Selecteer met ( ) de optie
[DISPLAY SETUP/INSTELLING
DISPLAY/ ] en druk op ( ).
4 Selecteer met ( ) de optie
[LANGUAGE/TAAL] en druk op
().
5 Selecteer met ( ) de gewenste
optie en druk op ( ).
6 Druk op om het menu te
sluiten.
OPMERKINGEN
Als u de taal per abuis hebt gewijzigd, volg
dan de markering naast het menu-
onderdeel om de instelling te wijzigen.
De tijdzone wijzigen
Standaardwaarde
1 Druk op .
2 Selecteer met ( ) het pictogram
en druk op ( ) om de
instellingsmenu’s te openen.
3 Selecteer met ( ) de optie [DATE/
TIME SETUP/DATUM/TIJD
INSTELLEN] en druk op ( ).
4 Selecteer met ( ) de optie
[T.ZONE/DST/TIJDZONE/
ZOMERTIJD] en druk op ( ).
De tijdzone-instelling verschijnt. De
standaardinstelling is Paris of
Singapore (afhankelijk van de regio
waar u de camcorder hebt gekocht).
5 Selecteer met ( ) uw tijdzone en
druk op ( ).
Als u de tijd wilt aanpassen aan de
zomertijd, selecteer dan de tijdzone
met de markering naast het gebied.
6 Druk op om het menu te
sluiten.
Tijdzones
Zodra u de tijdzone, datum en tijd hebt
ingesteld, hoeft u de klok niet opnieuw in
te stellen als u naar een andere tijdzone
reist. U hoeft dan alleen maar de tijdzone
te selecteren, waarna de tijd op het
scherm wordt aangepast.
Eerste instellingen
DISPLAY SETUP/
LANGUAGE
ENGLISH
FUNC.
( 17)
Taalcombinatie A
Engels, Duits, Spaans, Frans, Italiaans, Pools,
Roemeens, Turks, Russisch, Oekraïens, Arabisch
en Perzisch.
Taalcombinatie B
Engels, Vereenvoudigd Chinees, Traditioneel
Chinees en Thai.
FUNC.
FUNC.
DATE/TIME SETUP
T. ZO NE /D ST
PARIS
FUNC.
( 17)
FUNC.
FUNC.
Eerste instellingen
20
De datum en tijd instellen
1 Druk op .
2 Selecteer met ( ) het pictogram
en druk op ( ) om de
instellingsmenu’s te openen.
3 Selecteer met ( ) de optie [DATE/
TIME SETUP/DATUM/TIJD
INSTELLEN] en druk op ( ).
4 Selecteer met ( ) de optie [DATE/
TIME] en druk op ( ).
Rondom het eerste veld van de datum
worden knipperende pijlen
weergegeven.
5 Wijzig met ( ) van de joystick elk
veld van de datum en tijd en ga met
( ) naar het volgende veld.
6 Druk op ( ) om de klok te starten.
7 Druk op om het menu te
sluiten.
OPMERKINGEN
U kunt ook de datumnotatie wijzigen ( 29).
DATE/TIME SETUP
DATE/TIME
1.JAN.2007 12:00 AM
FUNC.
(17)
FUNC.
FUNC.
Opnemen
Basisfuncties
21
NL
Ba sisf uncties
Opne men
Films opnemen
1 Zet de lensafdekkingsschakelaar
omlaag naar om de
lensafdekking te openen.
2 Houd de vergrendelingstoets
ingedrukt en zet de -
schakelaar op CAMERA.
3 Druk op om met opnemen
te beginnen.
Druk nogmaals op als u een
pauze wilt inlassen.
D
E
LAATST
OPGENOMEN
SCÈNE
BEKIJKEN
1 Zet de programmakeuzeschakelaar
op .
2 Als de joystickaanduiding niet op
het scherm wordt weergegeven,
druk dan op ( ) om deze op te
roepen.
3 Druk ( ) op de joystick kortstondig
naar en laat de toets los.
De camcorder speelt een paar
seconden van de laatst opgenomen
scène af en keert terug naar de
opnamepauzestand.
U kunt ook ( ) op de joystick
ingedrukt houden naar of ( )
ingedrukt houden naar om de band
(achteruit respectievelijk vooruit) af te
spelen om het punt te lokaliseren waar
u met opnemen wilt beginnen.
A
LS
U
KLAAR
BENT
MET
OPNEMEN
1
Sluit de lensafdekking en het LCD-
paneel.
2 Zet de camcorder uit.
3 Verwijder de band.
4 Haal de stekker uit het stopcontact
en verwijder de accu.
OPMERKINGEN
Wat u moet weten over de opnameduur
: U kunt de
videokwaliteit wijzigen door de opnamemodus
Opnemen
Voordat u met opnemen begint
Controleer eerst of de camcorder goed
werkt. Maak daarom een testopname
voordat u met opnemen begint. Maak,
indien nodig, de videokoppen schoon
(2).
(7)
Start/Stop
Start/Stop
EXP
FOCUS
Opnemen
22
te wijzigen. Hierdoor zal ook de opnameduur
veranderen ( 27).
Vorige opnamen die zijn overschreven door
een nieuwe opname, kunnen niet worden
hersteld. Zoek eerst het einde van de laatste
opname voordat u begint met opnemen
( 24).
De camcorder wordt in de stopstand ( )
gezet als u deze 4 minuten en 30 seconden in
de opnamepauzestand ( ) laat staan. Dit
wordt gedaan om de band en videokoppen te
beschermen. Druk op om het
opnemen te hervatten.
Als u opnamen maakt op plaatsen met veel
lawaai (zoals vuurwerkshows of concerten), kan
het geluid vervormd raken of wordt het niet
opgenomen op het feitelijke niveau. Dit is
normaal en duidt niet op een storing.
Wat u moet weten over de stroombesparingsstand
:
Bij gebruik van de accu schakelt de camcorder
zichzelf automatisch uit als er vijf minuten lang
geen bedieningshandelingen zijn verricht. Dit
wordt gedaan om stroom te besparen ( 29).
De stroom herstelt u door de camcorder uit en
weer in te schakelen.
Wat u moet weten over het LCD- en zoekerscherm
:
De schermen zijn gefabriceerd met uiterst
verfijnde technieken. Meer dan 99,99% van de
pixels functioneert correct. Minder dan 0,01%
van de pixels kan af en toe mislukken of wordt
weergegeven als zwarte, rode, blauwe of
groene punten. Dit heeft geen invloed op het
opgenomen beeld en betekent niet dat er
problemen zijn.
Bij gebruik van een statief
: Laat
de zoeker niet blootgesteld
staan aan direct zonlicht, omdat
de lens (vanwege de hoge
lichtconcentratie) anders kan
inbranden. Gebruik geen
statieven met borgschroeven
die langer zijn dan 5,5 mm
omdat deze schade kunnen toebrengen aan de
camcorder.
Probeer bij het opnemen van films een kalm,
stabiel beeld te krijgen.
Als u tijdens het opnemen
de camcorder te veel beweegt en vaak snel
zoomt en panoramisch filmt, kan dit tot onrustige
scènes leiden. In extreme gevallen kan het
afspelen van dergelijke scènes tot gevolg
hebben dat door de visuele waarneming
bewegingsziekte wordt veroorzaakt. Als een
dergelijke reactie optreedt, stop dan onmiddellijk
met afspelen en wacht een tijdje totdat u
verdergaat.
Zoomen
WAAR U OP MOET LETTEN
: Naast de optische zoom is
ook digitale zoom ( 26)
( tot 1000x,
tot 800x) beschikbaar.
Optische zoom
( 35x, 30x )
Verplaats de zoomregelaar naar W om
uit te zoomen (groothoek). Verplaats
de zoomregelaar naar T om in te
zoomen (telefoto).
U kunt ook de zoomsnelheid wijzigen
( 26). U kunt een keus maken uit drie
vaste zoomsnelheden of een variabele
snelheid kiezen die afhangt van de wijze
waarop u de zoomregelaar bedient: Druk
licht voor een langzame zoom; druk
harder voor een snellere zoom.
OPMERKINGEN
De zoomsnelheid is sneller in de
opnamepauzestand als u de zoomsnelheid
instelt op [VARIABLE/VARIABEL].
Houd tot het onderwerp een afstand van ten
minste 1 meter aan. Bij groothoekopnamen
kunt u tot wel 1 cm op een onderwerp scherp
stellen.
Start/Stop
(7)
Uitzoomen
Inzoomen
Afspelen
Basisfuncties
23
NL
Af spelen
Films afspelen
Speel de band af op het LCD-scherm of
sluit het LCD-paneel om de zoeker te
gebruiken. U kunt het LCD-paneel ook
verdraaien en dit sluiten met het scherm
naar buiten gericht.
1 Houd de vergrendelingstoets
ingedrukt en zet de -
schakelaar op PLAY.
2 Als de joystickaanduiding niet op
het scherm wordt weergegeven,
druk dan op ( ) om deze op te
roepen.
3 Lokaliseer het punt waar u met
afspelen wilt beginnen.
Druk ( ) op de joystick naar om
de band terug te spoelen of ( ) naar
om de band vooruit te spoelen.
4 Druk ( ) op de joystick naar /
om met afspelen te beginnen.
T
IJDENS
HET
AFSPELEN
5 Druk ( ) op de joystick opnieuw
naar / om tijdens het afspelen
een pauze in te lassen.
6 Druk ( ) op de joystick naar om
het afspelen stop te zetten.
H
ET
VOLUME
INSTELLEN
1 Druk op .
2 Selecteer met ( ) de optie [
SPEAKER VOLUME/
LUIDSPREKERVOLUME] en stel met
( ) het volume bij.
Het geluid uit de ingebouwde
luidspreker wordt onderdrukt als u het
LCD-paneel sluit of terwijl op het AV-
aansluitpunt de stereovideokabel
STV-250N aangesloten is.
• Het pictogram verandert in als u
het volume volledig uitschakelt.
3 Druk op om het menu te
sluiten.
S
PECIALE
AFSPEELSTANDEN
Tijdens de speciale afspeelstanden is
geen geluid mogelijk.
Versneld afspelen:
Druk ( ) op de
joystick naar of ( ) naar . Houd
de joystick naar beneden ingedrukt als u
tijdens het afspelen de band terug of
vooruit wilt spoelen.
OPMERKINGEN
U kunt de datum en tijd van de opname
weergeven ( 37).
Tijdens sommige speciale afspeelstanden
ziet u in het afspeelbeeld mogelijk
videoproblemen (blokken, strepen, etc.).
De camcorder wordt in de stopstand ( )
gezet als u deze 4 minuten en 30 seconden in
de afspeelpauzestand ( ) laat staan. Dit
wordt gedaan om de band en videokoppen te
beschermen. Druk ( ) op de joystick naar /
als u het afspelen wilt hervatten.
Afspelen
(7)
FUNC.
FUNC.
A
fspelen
24
Het einde van de laatste scène
lokaliseren
Gebruik deze functie na het afspelen van
een band om het einde van de laatst
opgenomen scène te lokaliseren en vanaf
dat punt verder te gaan met opnemen.
WAAR U OP MOET LETTEN
Stop met afspelen voordat u deze functie
gebruikt.
1 Druk op .
2 Selecteer met ( ) de optie [
END SEARCH/EINDE ZOEKEN] en
druk op ( ).
3 Selecteer met ( ) de optie
[EXECUTE/UITVOEREN] en druk op
().
• Op het scherm verschijnt “END
SEARCH.
De camcorder spoelt de band terug
of vooruit, speelt de laatste paar
seconden van de opname af en stopt
de band.
Druk ( ) op de joystick naar als
u het zoeken wilt annuleren.
OPMERKINGEN
Einde zoeken” kan niet worden gebruikt
zodra u de cassette hebt verwijderd.
“Einde zoeken werkt mogelijk niet correct als
er lege gedeelten tussen de opnamen zijn.
Het afspeel- of weergavebeeld vergroten
Films en foto's kunnen tijdens het afspelen/
weergeven hiervan tot 5x worden vergroot.
U kunt ook het gebied selecteren dat u wilt
vergroten.
1 Verplaats de zoomregelaar naar T.
De foto wordt tweemaal zo groot
weergegeven en er verschijnt een kader
dat de positie van het vergrote gebied
aanduidt.
Verplaats de zoomregelaar naar
T
als
u het beeld verder wilt vergroten.
Verplaats de zoomregelaar naar
W
als u
de vergroting wilt reduceren.
verschijnt bij foto's die niet kunnen
worden vergroot.
2
Selecteer met ( , ) op de
joystick het vergrote gebied van het
beeld.
Als u de vergroting wilt annuleren,
verplaats de zoomregelaar dan naar
W
totdat het kader verdwijnt.
BELANGRIJK
Terwijl het vergrotingspositiekader wordt
weergegeven, vervangt dit de joystickaanduiding.
Annuleer de vergroting als u terug wilt keren naar
normaal afspelen/weergeven.
FUNC.
(17)
FUNC.
(7)
Menu-opties - Overzicht
Geavanceerde functies
25
NL
Geava nc eerde f un cties
Men u-op ties - Ove rzicht
Menu-onderdelen die niet beschikbaar
zijn, worden gedimd weergegeven.
Raadpleeg Gebruik van de menu's
( 17) voor bijzonderheden over hoe u
een onderdeel selecteert.
Menu FUNC.
Programmakeuzeschakelaar:
[ PROGRAM AE/AE-PROGRAMMA]
,
[ PORTRAIT/PORTRET], [ SPORTS],
[ NIGHT/NACHT] , [ SNOW/SNEEUW],
[ BEACH/STRAND], [ SUNSET/
ZONSONDERGANG], [ SPOTLIGHT],
[ FIREWORKS/VUURWERK]
Programmakeuzeschakelaar:
[ AUTO], [ DAYLIGHT/
ZOMERTIJD], [ TUNGSTEN/
WOLFRAAM], [ SET/INSTELLEN]
Programmakeuzeschakelaar:
[ IMAGE EFFECT OFF/
BEELDEFFECT UIT], [ VIVID/
LEVENDIG], [ NEUTRAL/
NEUTRAAL], [ SOFT SKIN DETAIL/
ZACHT HUIDDETAIL]
Programmakeuzeschakelaar:
[ D.EFFECT OFF/D.EFFECT UIT],
[FADER], [EFFECT]
Stel met ( ) op de joystick het volume bij.
Druk op ( ) om naar de
opnamepauzestand te gaan.
Druk op ( ) om te zoeken.
Instellingsmenu's
Ca mera -instelling en (digitale zoom, be eldstabilisator, etc.)
CAMERA SETUP
Programmakeuzeschakelaar:
Opnameprogramma: [ PROGRAM AE/
AE-PROGRAMMA]
[ AUTO], [1/50], [1/120], [1/250],
[1/500], [1/1000], [1/2000]
[ ON/AAN], [ OFF/UIT]
De camcorder gebruikt automatisch lange
sluitertijden om op plaatsen met
onvoldoende verlichting heldere
opnamen te maken.
De camcorder maakt gebruik van
sluitertijden tot minimaal 1/25.
Menu-opties - Overzicht
Recording programs
( 30)
White balance
( 34)
Image effect
( 35)
Digital effects
( 38)
SPEAKER VOLUME
(23)
REC PAUSE
(43)
END SEARCH
(24)
SHUTTER
(31)
A.SL SHUTTER
Menu-opties - Overzicht
26
Zet de lange sluiter op [ OFF/UIT]
als een nabeeld met sporen verschijnt.
[ OFF/UIT], [ 105X], [
1000X]
[ OFF/UIT], [ 90X], [ 800X]
Bepaalt de werking van de digitale zoom.
Indien digitale zoom is geactiveerd, gaat
de camcorder automatisch over op digitale
zoom als u verder inzoomt dan het optische
zoombereik.
Met de digitale zoom wordt het beeld
digitaal verwerkt. De beeldresolutie zal
daarom verslechteren naarmate u meer
inzoomt.
De indicator van de digitale zoom
verschijnt in lichtblauw van 30x t/m 105x
(bij alleen 90x) en donkerblauw
van 105x (bij alleen 90x) t/m
1000x (bij alleen 800x).
De digitale zoom kan niet worden
gebruikt met het opnameprogramma [
NIGHT/NACHT].
[ VARIABLE/VARIABEL],
[ SPEED 3], [ SPEED 2],
[ SPEED 1]
Indien de zoomsnelheid is ingesteld op
[ VARIABLE/VARIABEL], hangt de
zoomsnelheid af van hoe u de
zoomregelaar bedient: Druk licht voor een
langzame zoom; druk harder voor een
snellere zoom.
De snelste zoomsnelheid kan worden
bereikt met [ VARIABLE/VARIABEL].
Van de vaste zoomsnelheden is [
SPEED 3/SNELHEID 3] de snelste en
[ SPEED 1/SNELHEID 1] de
langzaamste.
Programmakeuzeschakelaar:
[ ON/AAN]
, [ OFF/UIT]
De beeldstabilisator biedt compensatie voor
camcordertrillingen, ook bij de volledige
telepositie.
De beeldstabilisator is ontworpen om
compensatie te bieden voor normale
camcordertrillingen.
De beeldstabilisator is mogelijk niet effectief
als u opnamen maakt op donkere plaatsen
met het opnameprogramma [ NIGHT/NACHT].
De beeldstabilisator kan niet worden
uitgeschakeld als de
programmakeuzeschakelaar op staat.
Het verdient aanbeveling bij gebruik van
een statief de beeldstabilisator op [ OFF/
UIT] te zetten.
[ ON/AAN] , [ OFF/UIT]
De camcorder maakt gebruik van de volledige
breedte van de CCD voor een 16:9 opname
met hoge resolutie.
Aangezien de beelden op de camcorder een
hoogte/breedte-verhouding van 16:9 hebben,
worden opnamen met een hoogte/breedte-
verhouding van 4:3 in het midden van het
scherm weergegeven met zwarte balken aan
de zijkant.
Een breedbeeldopname afspelen:
Bij
gebruik van TV's die compatibel zijn met het
systeem Video ID-1 wordt automatisch
overgegaan op de breedbeeldstand (16:9). In
andere gevallen moet u de hoogte/breedte-
verhouding van uw TV handmatig wijzigen. Als
u opnamen wilt afspelen op een TV met een
normale hoogte/breedte-verhouding (4:3),
verander dan dienovereenkomstig de optie
[TV TYPE/TV-TYPE] ( 27).
[ON/AAN], [ OFF/UIT]
D.ZOOM
ZOOM SPEED
IMG STAB
WIDESCREEN
SEL F TI MER
( 37)
Menu-opties - Overzicht
Geavanceerde functies
27
NL
Camcor der in stell ing ( opnam emo dus, T V-t ype, et c.)
VCR SETUP
[ STD PLAY/STANDAARD
AFSPELEN], [ LONG PLAY]
Als u voor uw opnamen de LP-modus
kiest, verlengt u de beschikbare
opnameduur op de band met een factor
1,5.
Afhankelijk van de kwaliteit van de
band (lang gebruik, onvolkomenheden,
etc.) is het mogelijk dat er in het
afspeelbeeld videoproblemen optreden
(blokken, strepen, etc.) als u films
afspeelt die zijn opgenomen in de LP-
modus. Wij raden u aan voor belangrijke
opnamen de SP-modus te gebruiken.
Als u op dezelfde band films opneemt in
zowel de SP- als LP-modus, kunnen er
tijdens het afspelen in het beeld
videoproblemen optreden op het punt
waar de opnamemodus verandert.
Als u op deze camcorder banden
afspeelt waarop met andere apparaten
films zijn gemaakt in de LP-modus, of
vice versa, kunnen er problemen
optreden in het afspeelbeeld of kan het
geluid kortdurend uitvallen.
[ NORMAL TV/NORMALE TV],
[
WIDE TV/BREEDBEELD-TV]
Als u het beeld volledig en in de juiste
hoogte/breedte-verhouding wilt
weergeven, moet u de instelling
selecteren op basis van het televisietype
waarop u de camcorder aansluit.
[NORMAL TV/NORMALE TV]: TV's met
een hoogte/breedte-verhouding van 4:3.
[WIDE TV/BREEDBEELD-TV]: TV's met
een hoogte/breedte-verhouding van 16:9.
Aud io -instelling en (audiostan d, windscherm, etc.)
AUDIO SETUP
[ L/R], [ L/L], [ R/R]
Programmakeuzeschakelaar:
[AUTO], [ OFF/UIT ]
De camcorder reduceert bij
buitenopnamen automatisch het
achtergrondgeluid van de wind.
Het windscherm kan niet worden
uitgeschakeld als de
programmakeuzeschakelaar op
staat.
[ STEREO1], [ STEREO2],
[ MIX/FIXED/MIX/VAST], [ MIX/
VAR./MIX/VAR.]
Als u [12bit AUDIO] hebt ingesteld op
[ MIX/VAR./MIX/VAR.], stel dan met
( ) op de joystick de geluidsbalans af.
De camcorder onthoudt de instelling
van de audiobalans. Als u de camcorder
uitschakelt, wordt de optie [12bit AUDIO]
echter gereset naar [ STEREO1].
[ 16bit], [ 12bit]
REC MODE
TV TYPE
OUTPUT CH
(36)
WIND SCREEN
12bit AUDIO
(36)
MIX BALANCE
(36)
AUDIO MODE
Menu-opties - Overzicht
28
Di splay-i nst ell in g (L CD -hel der heid, taal , et c.)
DISPLAY SETUP
Stel met ( ) op de joystick de
helderheid van het LCD-display af.
Verandering van de helderheid van het
LCD-display heeft geen invloed op de
helderheid van de zoeker of opnamen.
[ NORMAL/NORMAAL]*, [
BRIGHT/HELDER]
* De standaardinstelling is [ BRIGHT/
HELDER] als u de camcorder met de
compacte netadapter van stroom
voorziet.
[ [ON/AAN], [ OFF/UIT]
[ [ON/AAN], [ OFF/UIT]
Als deze optie op [ ON/AAN] is
ingesteld, verschijnen de
cameragegevens (pictogrammen, etc.)
die worden weergegeven op het
camcorderscherm, ook op het scherm
van een aangesloten TV of monitor.
Als de datum en tijd op het scherm van de
camcorder worden weergegeven,
verschijnen deze ook op een aangesloten
TV, ongeacht de instelling van de optie
[TV SCREEN/TV-SCHERM]. U kunt de
datum/tijdweergave uitschakelen met de
optie [DATA CODE/DATACODERING]
( 29).
[ OFF/UIT], [ LEVEL(WHT)/
NIVEAU (WIT)], [ LEVEL(GRY)/
NIVEAU (GRIJS)], [ GRID(WHT)/
RASTER (WIT)], [ GRID(GRY)/
RASTER (GRIJS)]
U kunt in het midden van het scherm een
raster of een horizontale lijn weergeven.
De markeringen zijn beschikbaar in wit of
grijs. Gebruik de markeringen als
referentie om ervoor te zorgen dat uw
onderwerp juist wordt ingekaderd
(verticaal en/of horizontaal).
Gebruik van de markeringen heeft geen
invloed op de opnamen op de band.
[ [ON/AAN], [ OFF<PLAYBK>/
UIT<AFSP.>]
U kunt de cameragegevens zo verbergen
dat op het volledige scherm alleen het
afspeel/weergavebeeld wordt getoond.
Het banddisplay verschijnt 2 seconden.
Ook als deze optie op [
OFF<PLAYBK>/UIT<AFSP.>] is
ingesteld, verschijnen
waarschuwingsberichten en de
datacodering (indien geactiveerd).
Alle cameragegevens worden
weergegeven terwijl een afspeel- of
weergavebeeld wordt vergroot of een
digitaal effect is geactiveerd.
[ [ON/AAN], [ OFF/UIT]
Als u een band begint af te spelen of de
datum van de opname verandert, worden
de datum en tijd 6 seconden lang
weergegeven.
BRIGHTNESS
BACKLIGHT
( 17)
TV SCREEN
MARKERS
DISPLAYS
6SEC.DATE
Menu-opties - Overzicht
Geavanceerde functies
29
NL
[ OFF/UIT], [ DATE/DATUM],
[ TIME/TIJD], [ DATE & TIME/
DATUM & TIJD]
Welke talen beschikbaar zijn, hangt af
van de regio waar u uw camcorder hebt
gekocht.
Taalcombinatie A:
[DEUTSCH], [ENGLISH], [ESPAÑOL],
[FRANÇAIS], [ITALIANO], [POLSKI],
[ ], [TÜRE], [ ],
[ ], [], []
Taalcombinatie B:
[ENGLISH], [ ], [ ], [ ]
[ [ON/AAN], [ OFF/UIT]
Met de demonstratiefunctie kunt u de
belangrijkste functies van de camcorder
bekijken. Deze functie wordt automatisch
gestart als de camcorder van stroom
wordt voorzien met de netadapter en u de
camcorder langer dan 5 minuten
ingeschakeld laat staan zonder een
opnamemedium te plaatsen.
Als u de demonstratie wilt stopzetten
zodra deze is gestart, kunt u op een toets
drukken, de camcorder uitschakelen of
een videocassette plaatsen.
Syst eemins t ellin g (p ie ptoon , etc. )
SYSTEM SETUP
[ HIGH VOLUME/HOOG VOLUME],
[ LOW VOLUME/LAAG VOLUME],
[ OFF/UIT]
Bepaalde bedieningshandelingen, zoals
het aanzetten van de camcorder, het
aftellen van de zelfontspanner, etc., gaan
vergezeld van een pieptoon. Ook dient
deze functie als waarschuwingspieptoon
indien zich ongebruikelijke
omstandigheden voordoen.
[ [ON/AAN], [ OFF/UIT]
Bij gebruik van de accu schakelt de
camcorder zichzelf automatisch uit als er
vijf minuten lang geen
bedieningshandelingen zijn verricht. Dit
wordt gedaan om stroom te besparen.
Circa 30 seconden voordat de camcorder
wordt uitgeschakeld, verschijnt het
bericht “ AUTO POWER OFF”.
Da tum/tijd in stellen
DATE/TIME SETUP
[Y.M.D (2007.1.1 AM 12:00)/J.M.D.
(2007.1.1 12.00 AM)],
[M.D.Y (JAN. 1,2007 12:00 AM)/M.D.J.
(JAN. 1 2007 12.00 AM)],
[D.M.Y (1, JAN.2007 12:00 AM)/D.M.J.
(1 JAN. 2007 12.00 AM)]
Met deze optie wijzigt u de datumnotatie
voor weergave op het scherm.
DATA CODE
( 37)
LANGUAGE
( 19)
DEMO MODE
BEEP
POWER SAVE
T.ZONE/DST
( 19)
DATE/TIME
( 20)
DATE FORMAT
Opnamepr ogramma's
30
Opn amep rogr amm a's
De opnameprogramma‘s gebruiken
Gemakkelijk opnemen
De camcorder verzorgt automatisch
de scherpstelling, belichting en
andere instellingen. U hoeft alleen
maar de camera op uw onderwerp te
:
Opnameprogramma’s ( 31)
[ PROGRAM AE/AE-
PROGRAMMA]
De camcorder stelt het
diafragma en de sluitertijd
in.
[ NIGHT/NACHT]
Gebruik deze stand om
opnamen te maken bij
weinig licht.
[ SUNSET/ZONSONDERGANG]
Gebruik dit programma
om in felle kleuren
opnamen te maken van
zonsondergangen.
[ PORTRAIT/PORTRET]
De camcorder maakt
gebruik van een groot
diafragma. Details die de
aandacht afleiden, worden
tijdens de scherpstelling
van het onderwerp waziger.
[ SNOW/SNEEUW]
Gebruik deze stand om
opnamen te maken op
heldere skipistes.
Hiermee voorkomt u dat
het onderwerp
onderbelicht wordt.
[SPOTLIGHT]
Gebruik deze stand om
opnamen te maken van
scènes onder spotlights.
[SPORTS]
Gebruik deze stand om
sportscènes zoals tennis of
golf op te nemen.
[ BEACH/STRAND]
Gebruik deze stand om
opnamen te maken op
een zonnig strand.
Hiermee voorkomt u dat
het onderwerp
onderbelicht wordt.
[FIREWORKS/
VUURWERK]
Gebruik deze stand om
vuurwerk op te nemen.
Opnameprogramma's
Geavanceerde functies
31
NL
: De sluitertijd wijzigen en een
speciaal opnameprogramma selecteren
Gebruik het programma met
automatische belichting (AE) om de
sluitertijd in te stellen of selecteer een van
de speciale opnameprogramma’s.
WAAR U OP MOET LETTEN
Programmakeuzeschakelaar
:
D
E
SLUITERTIJD
INSTELLEN
IN
HET
OPNAMEPROGRAMMA
[ PROGRAM AE/AE-
PROGRAMMA]
Richtlijnen voor sluitertijden
Merk op dat op het scherm alleen de
noemer wordt weergegeven – “ 250”
geeft een sluitertijd aan van 1/250, etc.
OPMERKINGEN
Wijzig tijdens het opnemen de stand van de
programmakeuzeschakelaar niet. De
helderheid van het beeld kan anders abrupt
veranderen.
[ PROGRAM AE/AE-PROGRAMMA]
- Bij het instellen van de sluitertijd gaat het
weergegeven getal knipperen als de
geselecteerde waarde voor de
opnameomstandigheden niet geschikt is.
Selecteer in dat geval een andere waarde.
- Als u op donkere plaatsen een lange sluitertijd
gebruikt, kunt u een helderder beeld krijgen,
maar kan de beeldkwaliteit minder zijn, en werkt
de automatische scherpstelling mogelijk niet
goed.
- Het beeld kan flikkeren wanneer u opneemt
met hoge sluitertijden.
- De sluitertijd keert terug naar [ AUTO] als
u de programmakeuzeschakelaar op zet
of een ander opnameprogramma kiest.
[ PORTRAIT/PORTRET]/[ SPORTS]/
[ BEACH/STRAND]/[ SNOW/SNEEUW]
- Tijdens het afspelen wordt het beeld mogelijk
niet vloeiend weergegeven.
[ PORTRAIT/PORTRET]
- Het wazige effect van de achtergrond neemt
toe als u meer inzoomt (
T
).
(7)
FUNC.
( 17)
Pictogram van het momenteel
geselecteerde
Opnameprogramma
Gewenste optie
MENU
CAMERA SETUP
SHUTTER
Gewenste optie
FUNC.
FUNC.
FUNC.
FUNC.
1/50
Voor algemene opnamen.
1/120
Voor het opnemen van sportscènes in een
zaal.
1/250, 1/500, 1/1000
Voor het maken van opnamen vanuit een
auto of trein, of voor het opnemen van
bewegende objecten zoals achtbanen.
1/2000
Voor het maken van opnamen van
buitensporten zoals golf of tennis op
zonnige dagen.
Het beeld instellen: Belichting, scherpstelling en kleur
32
[ NIGHT/NACHT]
- Bewegende onderwerpen kunnen een
nabeeld met sporen achterlaten.
- De beeldkwaliteit is mogelijk niet zo goed als
bij de andere programma's.
- Op het scherm kunnen witte punten
verschijnen.
- Automatische scherpstelling werkt mogelij k
niet zo goed als bij andere programma's. In dat
geval moet u handmatig scherp stellen.
[ SNOW/SNEEUW]/[ BEACH/STRAND]
- Het onderwerp kan overbelicht raken op
bewolkte dagen of op beschaduwde plaatsen.
Controleer het beeld op het scherm.
[ FIREWORKS/VUURWERK]
Om camcordertrillingen te voorkomen, raden wij
u aan gebruik te maken van een statief.
He t bee ld instel len: Be lic h ting, sc he rpste lli ng en kleu r
Handmatige instelling van de belichting
Soms kunnen onderwerpen met
achtergrondverlichting te donker overkomen
(onderbelicht) of kunnen onderwerpen onder
zeer sterke lichtbronnen te helder of
verblindend overkomen (overbelicht). U kunt
handmatig de belichting aanpassen om dit te
corrigeren.
WAAR U OP MOET LETTEN
Programmakeuzeschakelaar:
(behalve bij gebruik van het
opnameprogramma [ FIREWORKS/
VUURWERK].
1
Als de joystickaanduiding niet op het
scherm wordt weergegeven, druk dan
op ( ) om deze op te roepen.
2 Druk ( ) op de joystick naar [EXP/
BELICHTING].
Op de joystickaanduiding verandert
[EXP/BELICHTING] in lichtblauw en op het
scherm verschijnen de indicator van de
belichtingsinstelling en de neutrale
waarde “±0”.
Als u tijdens belichtingsvergrendeling de
zoom bedient, kan de helderheid van het
beeld veranderen.
3 Stel, indien nodig, met ( ) de
helderheid van het beeld bij.
Het afstelbereik en de lengte van de
belichtingsinstellingsindicator hangen af
van de aanvankelijke helderheid van het
beeld.
Door ( ) op de joystick weer naar [EXP/
BELICHTING] te drukken, keert de
camcorder terug naar automatische
belichting.
Het beeld instellen: Belichting,
scherpstelling en kleur
(7)
EXP
BACK
Het beeld instellen: Belichting, scherpst elling en kleur
Geavanceerde functies
33
NL
4 Druk ( ) op de joystick naar [BACK
/TERUG] om de
belichtingsinstelling op te slaan.
Handmatige scherpstelling
Automatische scherpstelling werkt
mogelijk niet goed bij de onderwerpen
hieronder. Stel in een dergelijk geval
handmatig scherp.
Reflecterende oppervlakken
Onderwerpen met weinig
contrast of zonder verticale
lijnen
Snel bewegende onderwerpen
Opnamen via natte ramen
Nachtopnamen
WAAR U OP MOET LETTEN
Programmakeuzeschakelaar:
1 Stel de zoom in.
2 Als de joystickaanduiding niet op
het scherm wordt weergegeven,
druk dan op ( ) om deze op te
roepen.
3 Druk ( ) op de joystick naar
[FOCUS/SCHERPSTELLING] om de
handmatige scherpstelling te
activeren.
Op de joystickaanduiding wordt
[FOCUS/SCHERPSTELLING]
weergegeven in lichtblauw en op het
scherm verschijnt “MF”.
4 Stel, indien nodig, met ( )
scherp.
Druk ( ) op de joystick naar voor
een langere brandpuntsafstand of druk
( ) naar voor een kortere
brandpuntsafstand.
Door ( ) op de joystick opnieuw
naar [FOCUS/SCHERPSTELLING] te
drukken, keert de camcorder terug
naar automatische scherpstelling.
5 Druk ( ) op de joystick naar [BACK
/TERUG] om de scherpstelling op te
slaan.
OPMERKINGEN
De camcorder keert automatisch terug naar
automatische scherpstelling als u de
programmakeuzeschakelaar op zet.
Oneindige scherpstelling
Gebruik deze functie als u wilt scherp
stellen op verafgelegen onderwerpen
zoals bergen of vuurwerk.
1 Stel de zoom in.
2 Houd ( ) op de joystick langer dan
2 seconden ingedrukt naar [FOCUS/
SCHERPSTELLING].
Op het scherm verschijnt .
Door ( ) op de joystick opnieuw
naar [FOCUS/SCHERPSTELLING] te
drukken, keert de camcorder terug
naar automatische scherpstelling.
• Als u de zoom of ( ) op de
joystick gebruikt, keert de camcorder
terug naar handmatige scherpstelling.
3 Druk ( ) op de joystick naar [BACK
/TERUG] om de scherpstelling op te
slaan.
(7)
BACK
FOCUS
BACK
FOCUS
Het beeld instellen: Belichting, scherpstelling en kleur
34
Witbalans
De witbalansfunctie helpt u bij het
nauwkeurig reproduceren van kleuren
onder verschillende lichtomstandigheden,
zodat witte objecten in uw opnamen altijd
echt wit overkomen.
WAAR U OP MOET LETTEN
Programmakeuzeschakelaar:
Opties
Standaardwaarde
* Als u [ SET/INSTELLEN] selecteert, druk
dan niet op en ga in plaats hiervan
verder met de procedure hieronder.
H
ANDM ATI G
EEN
WITBALANS
INSTELLEN
1 Richt de camcorder op een wit
object, zoom in totdat het gehele
scherm wordt gevuld en druk op
().
Als de instelling is voltooid, stopt het
pictogram met knipperen en blijft
dit branden. De camcorder onthoudt
de handmatig ingestelde witbalans
ook als u de camcorder uitzet.
2 Druk op om de instelling op
te slaan en het menu te sluiten.
OPMERKINGEN
Als u de witbalans handmatig wilt instellen
[ SET/INSTELLEN]:
- Stel de witbalans in op een plaats met
voldoende licht.
- Zet [D.ZOOM] op [ OFF/UIT] ( 26).
- Stel de witbalans opnieuw in als de
lichtomstandigheden veranderen.
- Het kan in zeer zeldzame gevallen en
afhankelijk van de lichtbron gebeuren dat
blijft knipperen en niet continu gaat branden.
Zelfs in dat geval zal de witbalans goed worden
ingesteld en het resultaat beter zijn dan met
[ AUTO].
Een handmatig ingestelde witbalans geeft
mogelijk een beter resultaat onder de volgende
omstandigheden:
- Veranderende lichtomstandigheden
- Close-ups
- Onderwerpen met één kleur (lucht, zee of
bos)
- Onder kwiklampen en bepaalde typen TL-
verlichting
(7)
[ AUTO]
Instellingen worden automatisch verricht
door de camcorder. Gebruik deze instelling
voor snes buitenshuis.
[DAYLIGHT/ZOMERTIJD]
Voor het maken van buitenshuisopnamen
op een heldere dag.
[ TUNGSTEN/WOLFRAAM]
Voor het maken van opnamen onder
wolfraamverlichting en TL-buizen van het
wolfraamtype (drie -golflengten).
[ SET/INSTELLEN]
Gebruik de handmatige witbalansinstelling
voor speciale omstandigheden die niet
door de andere opties worden bestreken.
De handmatige witbalans zorgt ervoor dat
witte onderwerpen onder verschillende
lichtomstandigheden er wit uitzien.
FUNC.
(17)
Pictogram van de momenteel
geselecteerde
Witbalans
Gewenste optie*
FUNC.
FUNC.
FUNC.
FUNC.
Audio opnemen en afspelen
Geavanceerde functies
35
NL
Beeldef fecten
U kunt de beeldeffecten gebruiken om de
kleurverzadiging en het contrast te
wijzigen, zodat verschillende resultaten
mogelijk zijn.
WAAR U OP MOET LETTEN
Programmakeuzeschakelaar:
Opties
Standaardwaarde
A ud io opne men en afsp elen
Audio-opnamestand
U kunt de kwaliteit van de audio-opname
wijzigen.
WAAR U OP MOET LETTEN
Opties
Standaardwaarde
W
AT
U
MOET
WETEN
OVER
HET
WINDSCHERM
Bij gebruik van de ingebouwde microfoon
reduceert de camcorder automatisch het
achtergrondgeluid van wind, maar u kunt
het windscherm uitzetten als u wilt dat de
microfoon zo gevoelig mogelijk is ( 27).
(7)
[ IMAGE EFFECT OFF/BEELDEFFECT
UIT]
Hiermee maakt u opnamen zonder
beeldverbeterende effecten.
[ VIVID/LEVENDIG]
Hiermee benadrukt u het contrast en de
kleurverzadiging.
[ NEUTRAL/NEUTRAAL]
Hiermee verzacht u het contrast en de
kleurverzadiging.
[ SOFT SKIN DETAIL/ZACHT
HUIDDETAIL]
Hiermee verzacht u de details van de huid
om het onderwerp een complimenteuzer
uiterlijk te geven.
FUNC.
( 17)
Pictogram van het momenteel
geselecteerde
Beeldeffect
Gewenste optie
FUNC.
FUNC.
Audio opnemen en afspelen
(7)
[ 16bit]
Neemt audio op met de hoogste kwaliteit.
[ 12bit]
Neemt audio op 2 kanelen (Stereo 1)
op, waarbij 2 kanalen (Stereo 2) vrij
blijven voor het toevoegen (dubben) van
audio of Audio dubben kan niet met
deze camcorder worden uitgevoerd.
FUNC.
( 17)
MENU
AUDIO SETUP
AUDIO MODE
Gewenste optie
FUNC.
FUNC.
A
udio opnemen en afspelen
36
G
EBRUIK
VAN
EEN
EXTERNE
MICROFOON
Sluit de externe microfoon aan op het
aansluitpunt MIC. Gebruik een in de
winkel verkrijgbare condensatormicrofoon
met een eigen voeding en een kabel die
niet langer is dan 3 meter. U kunt vrijwel
elke microfoon met een stekker van 3,5
mm aansluiten, maar het audio-
opnameniveau kan verschillend zijn.
Audio-afspeelstand
Het audiokanaal selecteren
U kunt selecteren welk audiokanaal u wilt
afspelen als u een band afspeelt met
audio die op twee kanalen opgenomen is
(stereogeluid of tweetalige
audiosignalen).
WAAR U OP MOET LETTEN
Opties
Standaardwaarde
Het audiospoor selecteren op een band met
toegevoegde audio
U kunt selecteren welk audiospoor moet
worden afgespeeld als u een band
afspeelt waarop, behalve de originele
opgenomen audio (Stereo 1), ook een
toegevoegd audiospoor (Stereo 2)
aanwezig is.
WAAR U OP MOET LETTEN
Opties
Standaardwaarde
(7)
[L/R]
Linker- en rechterkanaal (stereo) / hoofd-
en subsignalen (tweetalig).
[L/L]
Alleen linkerkanaal (stereo) / alleen
hoofdsignaal (tweetalig).
[R/R]
Alleen rechterkanaal (stereo) / alleen
subsignaal (tweetalig).
FUNC.
( 17)
MENU
AUDIO SETUP
OUTPUT CH
Gewenste optie
(7)
[STEREO1]
Alleen origineel geluid.
[STEREO2]
Alleen toegevoegde (gedubde) audio.
[ MIX/FIXED/MIX/VAST]
Gemengde audio, met het originele geluid
en de toegevoegde audio op hetzelfde
niveau.
[ MIX/VAR./MIX/VAR.]
Gemengde audio, waarbij u de balans
tussen het originele geluid ( ) en de
toegevoegde audio ( ) kunt afstellen.
FUNC.
FUNC.
Overige functies
Geavanceerde functies
37
NL
* Als u [ MIX/VAR./MIX/VAR.] selecteert,
stel de mengbalans dan af met de optie [MIX
BALANCE/MENGBALANS] ( 27).
O v erige functies
Datacodering
De camcorder houdt een datacodering
bij. Deze bevat de opnamedatum en
opnametijd. U kunt selecteren welke
gegevens moeten worden weergegeven.
Opties
Standaardwaarde
Zelfontspanner
WAAR U OP MOET LETTEN
Zet de camcorder in de
opnamepauzestand.
FUNC.
( 17)
MENU
AUDIO SETUP
12bit AUDIO
Gewenste optie*
FUNC.
FUNC.
Overige functies
[ OFF/UIT]
Geen weergave van de datacodering
[ DATE/DATUM], [ TIME]
Toont de datum of tijd waarop de scène
werd opgenomen of de foto werd gemaakt.
[ DATE & TIME/DATUM & TIJD]
Toont zowel de datum als tijd van de
opname.
FUNC.
( 17)
MENU
DISPLAY SETUP/
DATA CODE
Gewenste optie
(7)
FUNC.
FUNC.
Overige functies
38
Verschijnt.
Zet de optie [SELF TIMER/
ZELFONTSPANNER] op [ OFF/UIT]
om de zelfontspanner te annuleren.
Druk op .
Nadat 10 seconden is afgeteld, begint de
camcorder met opnemen. Op het scherm
ziet u dat wordt afgeteld.
OPMERKINGEN
Zodra het aftellen is begonnen, kunt u ook op
om de zelfontspanner te annuleren.
De zelfontspanner wordt ook geannuleerd als u
de camcorder uitzet.
Digitale effecten
[ FADER] Faders
Begin of eindig scènes met een fade
(overgang) vanaf of naar zwart. Op het
display kunt u een preview van het effect
bekijken.
[ EFFECT] Effecten
Geef uw opnamen iets extra's. Geluid
wordt normaal opgenomen. Op het
display kunt u een preview van het effect
bekijken.
WAAR U OP MOET LETTEN
Programmakeuzeschakelaar:
Standaardwaarde
Instelling
* U kunt het effect op het scherm vooraf
bekijken voordat u op ( ) drukt.
** Het pictogram van het geselecteerde effect
verschijnt.
FUNC.
(17)
MENU
CAMERA SETUP
SELF TIMER
ON
[FADE-T/FADE-
START]
[WIPE/
SCHUIVEN]
[CORNER/
VANUIT HOEKEN]
[JUMP/SPRONG]
[FLIP/ZWAAI] [PUZZLE/
PUZZEL]
[ZIGZAG] [BEAM/BALK]
[TIDE/GETIJDE]
FUNC.
FUNC.
Start/Stop
Start/Stop
[BLK&WHT/
ZWART-WIT]
[SEPIA]
[ART/ARTISTIEK
][MOSAIC/
MOZAÏEK]
[BALL/BAL] [CUBE/KUBUS]
[WAVE/GOLF] [COLOR M/
KLEURENMASKER.]
[MIRROR/
GESPIEGELD]
(7)
D.EFFECT OFF
FUNC.
( 17)
Pictogram van het
momenteel geselecteerde
Digitale ef f ect
FADER
of
EFFECT
**
Gewenst(e) fader/effect*
FUNC.
FUNC.
Overige functies
Geavanceerde functies
39
NL
Toepassen
1 Druk op om de fader of
het effect te activeren.
Het pictogram van het geselecteerde
effect wordt groen.
Druk nogmaals op als u
de fader of het effect wilt deactiveren.
I
NFADEN
Druk op ...
: ...in de opnamepauzestand,
en druk vervolgens op om met
een inkomende fader te beginnen met
opnemen.
: ...in de afspeelpauzestand, en
druk vervolgens ( ) op de joystick naar
/ om in te faden en het afspelen te
starten.
U
ITFADEN
Druk op ...
: ...tijdens het opnemen, en
druk vervolgens op om uit te
faden en een pauze in te lassen.
: ...in de afspeelpauzestand, en
druk vervolgens ( ) op de joystick naar
/ om uit te faden en een pauze in te
lassen.
E
EN
EFFECT
ACTIVEREN
Druk op ...
: ...tijdens het opnemen of in de
opnamepauzestand.
: ...tijdens het afspelen.
OPMERKINGEN
Selecteer [ D.EFFECT OFF/D.EFFECT
UIT] als u het digitale effect niet gebruikt.
Ook als u de digitale effecten uitschakelt of
het opnameprogramma wijzigt, onthoudt de
camcorder de door u laatst geselecteerde
instelling.
De digitale effecten zijn niet beschikbaar als
[TV TYPE/TV-TYPE] op [NORMAL TV/
NORMALE TV] ingesteld is en de
stereovideokabel op het AV-aansluitpunt
aangesloten is.
D.EFFECTS
D.EFFECTS
D.EFFECTS
Start/Stop
D.EFFECTS
Start/Stop
D.EFFECTS
De camcorder aansluiten op een TV of videorecorder
40
E xterne aanslu it in gen De c amc o rder aans lu it en op een T V of video recor der
Aansluitschema's
Zet alle apparaten uit voordat u de aansluitingen verricht en raadpleeg ook de
handleiding van het aangesloten apparaat.
De camcorder aansluiten op een TV of videorecorder
Open het afdekplaatje van de
aansluitpunten zodat u de
aansluitingen kunt verrichten.
AV-aansluitpunt
DV-aansluitpunt
Controleer het type en de
indeling van het aansluitpunt en
zorg ervoor dat u de DV-kabel
juist aansluit.
Gebruik de optionele DV-kabel
CV-150F
(4 pennen aan de ene en 4
pennen aan de andere zijde) of
CV-250F
(4 pennen aan de ene en 6
pennen aan de andere zijde).
Aansluitpunt op de camcorder Verbindingskabel
Aansluitpunt op aangesloten
apparaat
1
VIDEO
AUDIO
R
L
Uitgangsverbinding (signaalstroom ) naar een TV of videorecorder met AV-
aansluitpunten.
Stereovideokabel STV-250N
(bijgeleverd)
Geel
Wit
Rood
De camcorder aansluiten op een TV of videorecorder
Externe aansluitingen
41
NL
Aansluitpunt op de camcorder Verbindingskabel
Aansluitpunt op aangesloten
apparaat
2
Uitgangsverbinding (signaalstroom ) op een HDTV met een DV (IEEE1394)-
aansluitpunt.
Ingangsverbinding (signaalstroom ) vanaf een TV of andere digitale
videobron met een DV (IEEE1394)-uitgang.
DV-kabel CV-150F/CV-250F
(optioneel)
4-pennen
6-pennen*
* Let erop dat u de stekker met de 6 pennen op correcte wijze in het DV-aansluitpunt steekt. De
camcorder kan beschadigd raken als u de stekker verkeerd om aansluit.
3
Uitgangsverbinding (signaalstroom ) naar een TV of videorecorder met SCART-
aansluitpunt.
U moet eerst een in de winkel verkrijgbare SCART-adapter aansluiten op het SCART-
aansluitpunt van de TV of videorecorder en vervolgens de stereovideokabel STV-250N
aansluiten op de adapter.
Stereovideokabel STV-250N
(bijgeleverd)
Geel
Wit
Rood
SCART-adapter
(in de winkel verkrijgbaar)
De camcorder aansluiten op een TV of videorecorder
42
Opnamen afspelen/weergeven op een TV-
scherm
De kwaliteit van het afspeel/
weergavebeeld hangt af van de
aangesloten TV en het aansluittype.
Voordat u de aansluitingen verricht, moet
u eerst de optie [TV TYPE/TV-TYPE]
instellen op basis van het TV-toestel
waarop u de camcorder aansluit ( 27).
Aansluiten
Sluit de camcorder aan op de TV aan de
hand van een van de aansluitschema's
die staan beschreven in het vorige
gedeelte Aansluitschema's ( 40).
Afspelen/weergeven
1 Zet de camcorder en de
aangesloten TV of videorecorder
aan.
Op een TV: Zet de
ingangskeuzeschakelaar op VIDEO.
Op een videorecorder: Zet de
ingangskeuzeschakelaar op LINE
(IN).
2 Begin met het afspelen van de films
( 23).
OPMERKINGEN
Schakel alle apparaten uit voordat u de
aansluitingen verricht.
Het verdient aanbeveling de camcorder van
stroom te voorzien via de compacte netadapter.
Opnamen kopiëren naar een
videorecorder of Digitale Video Recorder
U kunt uw opnamen kopiëren vanaf uw
camcorder naar een videorecorder of een
digitaal videoapparaat. Als u opnamen
kopieert naar een Digitale Video
Recorder via het aansluitpunt DV, kunt u
opnamen kopiëren zonder dat de video-
en geluidskwaliteit merkbaar afneemt.
Sluit de camcorder aan op het externe
apparaat aan de hand van de
aansluitschema's die staan beschreven in
het vorige gedeelte Aansluitschem a's
( 40).
Aansluiten
Sluit de camcorder aan op een
videorecorder of ander analoog apparaat
met gebruik van aansluittype of , of op
een DVD-recorder of ander digitaal
opnameapparaat met gebruik van
aansluittype , zoals beschreven in het
vorige gedeelte Aansluitschema’s (40).
Kopiëren
1 Deze camcorder: Plaats een
cassette met opnamen.
2 Aangesloten apparaat: Plaats een
lege cassette of schijf en zet het
apparaat in de opnamepauzestand.
3 Deze camcorder: Lokaliseer de
scène die u wilt kopiëren en zet de
camcorder net voor de scène in de
afspeelpauzestand.
4 Deze camcorder: Speel de film
verder af.
Als u een analoge verbinding gebruikt,
kunt u in de kopie ook de datum en tijd
van de originele opname meenemen
( 37).
5 Aangesloten apparaat: Begin op te
nemen wanneer de scène verschijnt
die u wilt kopiëren. Stop met
opnemen wanneer het kopiëren
voltooid is.
6 Deze camcorder: Stop met afspelen.
OPMERKINGEN
Het verdient aanbeveling de camcorder van
stroom te voorzien via de compacte netadapter.
Als u opnamen kopieert naar een
videorecorder met gebruik van een analoge
verbinding –aansluittype of ( 40)–, kan
(7)
(7)
1 3
2
1 3
De camcorder aansluiten op een TV of videorecorder
Externe aansluitingen
43
NL
de bewerkte band van mindere kwaliteit zijn
dan het origineel.
Als u opnamen kopieert naar een digitale
videorecorder met gebruik van het DV-
aansluitpunt –aansluittype ( 40)–:
- Als het beeld niet verschijnt, verwijder dan de
DV-kabel en herstel de verbinding na korte tijd
of zet de camcorder uit en weer aan.
- Er kan niet worden gegarandeerd dat
bovenstaande goed zal functioneren op alle
digitale apparaten die met een DV-aansluitpunt
zijn uitgerust. Gebruik anders het AV-
aansluitpunt.
Digitale video dubben
U kunt video invoeren vanaf andere
digitale videoapparaten en de ingevoerde
video opnemen op de band in de
camcorder.
Aansluiten
Sluit de camcorder aan op de video-
invoerbron met gebruik van de digitale
verbinding –aansluittype ( 40)–
zoals beschreven in het vorige gedeelte
Aansluitschema’s.
Dubben
1 Plaats een lege cassette in deze
camcorder.
2 Aangesloten apparaat: Plaats de
cassette of schijf waarop de
opnamen staan.
3 Druk op , selecteer met ( )
de optie [ REC PAUSE/
OPNAMEPAUZE] en druk op ( ).
4 Selecteer met ( ) de optie
[EXECUTE/UITVOEREN] en druk op
().
5 Aangesloten apparaat: Begin met
afspelen.
In de opnamepauzestand en tijdens
het opnemen kunt u op het
camcorderscherm het beeld
controleren.
6
Als de scène verschijnt die u wilt
opnemen, druk dan ( ) op de joystick
naar / om met opnemen te
beginnen.
Het opnemen begint.
7 Druk tijdens het opnemen ( ) op de
joystick naar / als u een pauze
wilt inlassen.
Druk tijdens de opnamepauzestand
( ) op de joystick weer naar /
als u het opnemen wilt hervatten.
8 Druk ( ) op de joystick naar om
te stoppen met opnemen.
9 Aangesloten apparaat: Stop met
afspelen.
BELANGRIJK
Lege gedeelten worden mogelijk opgenomen
als een abnormaal beeld.
Als het beeld niet verschijnt, verwijder dan de
DV-kabel en herstel de verbinding na korte tijd
of zet de camcorder uit en weer aan.
U kunt vanaf apparaten met het logo
alleen videosignalen opnemen in de DV-
standaard (Standard Definition, SP- of LP-
modus). Merk op dat signalen vanaf identiek
gevormde DV (IEEE1394)-aansluitingen
signalen kunnen zijn waarvan de
videostandaard verschillend is.
OPMERKINGEN
Het verdient aanbeveling de camcorder van
stroom te voorzien via de compacte netadapter.
Betreffende auteursrechten
Bescherming van auteursrechten
Op bepaalde voorbespeelde videobanden,
films en andere materialen, evenals
sommige televisieprogramma's, rusten
(7)
FUNC.
( 17)
2
2
FUNC.
De camcorder aansluiten op een TV of videorecorder
44
auteursrechten. Onbevoegd opnemen van
deze materialen kan inbreuk maken op
wetten die auteursrechten beschermen.
Auteursrechtsignalen
Tijdens afspelen: Als u een band probeert af
te spelen die auteursrechtsignalen bevat ter
bescherming van software, dan verschijnt
gedurende enkele seconden het bericht
“COPYRIGHT PROTECTED PLAYBACK IS
RESTRICTED” en laat de camcorder een
leeg blauw scherm zien. De inhoud van de
band kan dan niet worden bekeken.
Tijdens opnemen: Als u een opname
probeert te maken vanaf software waarop
auteursrechtsignalen staan ter bescherming
van de software, verschijnt het bericht
“COPYRIGHT PROTECTED DUBBING
RESTRICTED”. De inhoud van de software
kan dan niet worden opgenomen.
Met deze camcorder kunt u signalen voor
bescherming van auteursrechten niet op een
band opnemen.
De camcorder aansluiten op een computer
Externe aansluitingen
45
NL
De c amc orde r aan s luiten o p een c ompu ter
Aansluitschema's voor een PC
De camcorder aansluiten op een computer
DV-aansluitpunt
• Controleer het type en de
indeling van het aansluitpunt en
zorg ervoor dat u de DV-kabel
juist aansluit.
• Gebruik de optionele DV-kabel
CV-150F (4 pennen aan de ene
en 4 pennen aan de andere
zijde) of CV-250F
(4 pennen aan de ene en 6
pennen aan de andere zijde).
Aansluitpunt op de camcorder Verbindingskabel
Aansluitpunt op aangesloten
apparaat
1
Uitgangsverbinding (signaalstroom ) naar een computer met een DV (IEEE1394)-
aansluitpunt of een DV-capture board.
DV-kabel CV-150F/CV-250F
(optioneel)
4-pennen
6-pennen*
* Let erop dat u de stekker met de 6 pennen op correcte wijze in het DV-aansluitpunt steekt. De
camcorder kan beschadigd raken als u de stekker verkeerd om aansluit.
De camcorder aansluiten op een comput er
46
Video-opnamen overzenden
U kunt opnamen overzenden naar een
computer via het DV-aansluitpunt.
Benodigde apparatuur en systeemvereisten
Een computer die uitgerust is met een
IEEE1394 (DV)-aansluitpunt of een
IEEE1394 (DV)-capturing board.
Een DV-kabel (gebruik de optionele DV-
kabel CV-150F [4 pennen aan elke zijde]
of CV-250F [4 pennen aan de ene en 6
pennen aan de andere zijde]).
Videobewerkingssoftware.
Het juiste stuurprogramma
Op Windows-besturingssystemen later
dan Windows 98 Second Edition en op
Mac-besturingssystemen later dan Mac
OS 9 is al een stuurprogramma aanwezig
dat automatisch wordt geïnstalleerd.
Aansluiten
1 Start de computer.
2 Zet de camcorder in de stand
.
3 Sluit de camcorder aan op de
computer met gebruik van de
digitale verbinding –aansluittype
( 45)– zoals beschreven in het
vorige gedeelte Aansluitschema’s
voor een PC.
4 Start de videobewerkingssoftware.
Raadpleeg de handleiding van de
bewerkingssoftware.
BELANGRIJK
Afhankelijk van de software en de
specificaties en instellingen van uw computer
wordt het overzenden van de videobeelden
mogelijk niet goed uitgevoerd.
Als de computer bevriest terwijl de camcorder
op de computer aangesloten is, verwijder dan
de DV-kabel en zet de camcorder en computer
uit. Zet beide apparaten na korte tijd weer aan,
zet de camcorder in de stand en
herstel de verbinding.
Voordat u de camcorder op de computer
aansluit met een DV-kabel, moet u controleren
dat geen ander IEEE1394-apparaat op de
computer aangesloten is.
Afhankelijk van de videobewerkingssoftware
moet u de -schakelaar van de
camcorder mogelijk in een andere stand zetten
dan PLAY. Raadpleeg de handleiding van de
bewerkingssoftware.
OPMERKINGEN
Het verdient aanbeveling de camcorder van
stroom te voorzien via de compacte netadapter.
Raadpleeg ook de handleiding van de
computer.
1
Problemen?
47
Aanvullende informatie
NL
Aa nvullend e i nfor matie
Probl em en?
Loop eerst door de lijst hieronder wanneer u problemen ondervindt bij het gebruik van
uw camcorder. Neem contact op met uw dealer of een Canon Service Center als het
probleem aanhoudt.
Stroombron
Opnemen/afspelen
Problemen oplossen
Probleem Oplossing
De camcorder wil niet
aangaan.
De camcorder schakelt
zichzelf uit.
De afdekking van het
cassettecompartiment gaat
niet open.
Het cassettecompartiment is
tijdens het plaatsen of
verwijderen van een band
De accu is vrijwel leeg. Vervang de accu of laad deze op. 13
Plaats de accu op de juiste wijze in de camcorder.
Gebruik de compacte netadapter.
De accu laadt niet op. Laad de accu op bij een temperatuur tussen 0 °C en 40 °C.
Accu's kunnen tijdens gebruik heet worden en kunnen dan
mogelijk niet worden opgeladen. De oplaadindicator gaat
onregelmatig knipperen als de temperatuur van de accu hoger
of lager is dan het voorgeschreven temperatuurbereik. Het
opladen wordt gestart zodra de accutemperatuur lager wordt
dan 40 °C.
De accu is beschadigd. Gebruik een andere accu.
Als u een defecte netadapter of defecte accu aansluit, gaat de
oplaadindicator circa tweemaal per seconde knipperen en wordt
het opladen stopgezet.
Controleer of de compacte netadapter op de juiste wijze op de
camcorder aangesloten is.
Probleem Oplossing
De toetsen werken niet. Schakel de camcorder in.
Plaats een cassette. 15
Op het scherm verschijnen
abnormale karakters. De
camcorder werkt niet naar
behoren.
Ontkoppel de stroombron en sluit deze na enige tijd weer aan.
Verwijder alle stroombronnen (inclusief de accu en
ondersteuningsbatterij) als het probleem aanhoudt. Hierdoor
worden alle camcorderinstellingen gereset.
” knippert op het scherm. Plaats een cassette. 15
” knippert op het scherm. De accu is vrijwel leeg. Vervang de accu of laad deze op. 13
” knippert op het scherm. Er is condens gesignaleerd. Zie de betreffende pagina. 54
Op het scherm verschijnt
REMOVE THE CASSETTE”.
Verwijder de cassette en plaats deze weer terug. 15
Op het scherm verschijnt
videoruis.
Als u de camcorder gebruikt in een kamer waar een plasma-TV
staat, houd dan tussen de camcorder en de plasma-TV
voldoende afstand aan.
48
Problemen?
Opnemen
Afspelen
Op het TV-scherm verschijnt
videoruis.
Als u de camcorder gebruikt in een kamer waar een TV staat,
houd dan tussen de netadapter en het netsnoer of de
antennekabel van de TV voldoende afstand aan.
De band stopt tijdens
opnamepauze of afspeelpauze.
De camcorder wordt in de stopstand ( ) gezet als u de
camcorder 4 minuten en 30 seconden in de afspeelpauzestand
( ) of opnamepauzestand ( ) laat staan. Dit wordt
gedaan om de band en videokoppen te beschermen. Als u het
gebruik van de camcorder wilt hervatten, druk dan op
(als u opneemt) of druk ( ) op de joystick naar / (als u
afspeelt).
Probleem Oplossing
Het beeld verschijnt niet op het
scherm.
Zet de camcorder op . 21
Op het scherm verschijntSET
THE TIME ZONE, DATE AND
TIME”.
Stel de tijdzone, datum en tijd in. 19
Vervang de ondersteuningsbatterij en stel de tijdzone, datum en
tijd in.
14
De camcorder neemt niet op
als ik op de start/stop-toets
druk.
Zet de camcorder op . 21
Plaats een cassette. 15
De band heeft het eind bereikt (Op het scherm verschijnt
END”). Spoel de band terug of vervang de cassette.
15
De cassette is beveiligd (op het scherm knippert ). Wijzig
de stand van het wisbeveiligingsschuifje.
52
De camcorder stelt niet scherp. De automatische scherpstelling werkt niet op het onderwerp.
Stel handmatig scherp.
33
Als u de zoeker gebruikt, stel deze dan bij met de
oogcorrectieregelaar.
16
De lens is vuil. Maak de lens schoon met een zacht
lensreinigingsdoekje. Gebruik nooit tissuepapier om de lens te
reinigen.
53
Geluid wordt vervormd
weergegeven.
Als dicht in de buurt van harde geluiden (bijvoorbeeld vuurwerk
of concerten) opnamen worden gemaakt, dan kan het geluid
vervormd raken.
Het beeld in de zoeker is vaag. Stel de zoeker af met de oogcorrectieregelaar. 16
Probleem Oplossing
Tijdens het afspelen doet zich
videoruis voor.
De videokoppen zijn vuil. Reinig de videokoppen. 2
De band speelt niet af als ik op
de afspeeltoets druk.
Plaats een cassette. 15
Zet de camcorder op . 23
De band heeft het eind bereikt (op het scherm verschijnt
END”). Spoel de band terug.
15
Probleem Oplossing
Start/Stop
Problemen?
49
Aanvullende informatie
NL
Videobeelden bewerken
Overzicht van berichten
De ingebouwde luidspreker
produceert geen geluid.
Open het LCD-paneel.
Het luidsprekervolume staat uit. Stel het volume bij met de optie
[SPEAKER VOLUME/LUIDSPREKERVOLUME].
23
Op het TV-scherm verschijnt
geen beeld.
Controleer opnieuw of de camcorder op de juiste wijze op de TV
aangesloten is.
40
De band loopt, maar op het TV-
scherm verschijnt geen beeld.
De TV/VIDEO-keuzeschakelaar op de TV is niet op VIDEO
ingesteld. Zet de keuzeschakelaar op VIDEO.
42
De videokoppen zijn vuil. Reinig de videokoppen. 2
U hebt geprobeerd een band af te spelen of te kopiëren die
beveiligd is met auteursrechtsignalen. Stop met afspelen/
kopiëren.
43
Probleem Oplossing
Ik kan met deze camcorder
geen video-invoer opnemen
vanaf een extern
videoapparaat dat via een DV-
kabel aangesloten is.
Verkeerde signaalstandaard. Raadpleeg ook de
bedieningshandleiding van het aangesloten apparaat.
Bericht Beschrijving en oplossing
SET THE TIME ZONE,
DATE AND TIME
U hebt de tijdzone, datum en tijd niet ingesteld. Verschijnt telkens
wanneer u de stroom inschakelt totdat u de tijdzone, datum en tijd
instelt.
19
CHANGE THE BATTERY
PA CK
De accu is vrijwel leeg. Vervang de accu of laad deze op. 13
THE TAPE IS SET FOR
ERASURE PREVENTION
De cassette is wisbeveiligd. Vervang de cassette of wijzig de stand
van het wisbeveiligingsschuifje.
52
REMOVE THE CASSETTE De camcorder is gestopt om de band te beschermen. Verwijder de
cassette en plaats deze weer terug.
15
CHECK THE INPUT
De DV-kabel is niet op de juiste wijze aangesloten op het DV-
aansluitpunt, of het aangesloten digitale apparaat staat uit.
40
Het video-invoersignaal is van een afwijkend televisiesysteem
(NTSC).
CONDENSATION HAS
BEEN DETECTED
In de camcorder is condens ontdekt. 54
CONDENSATION HAS
BEEN DETECTED
REMOVE THE CASSETTE
In de camcorder is condens ontdekt. Verwijder de cassette. 54
TAPE END De band heeft het einde bereikt. Spoel de band terug of vervang de
cassette.
INCORRECT TAPE
SPECIFICATION
U hebt geprobeerd een band af te spelen die opgenomen is in een
afwijkend televisiesysteem (NTSC) of in een opnamestandaard die
door deze camcorder niet wordt ondersteund.
Probleem Oplossing
50
Problemen?
INPUT SIGNAL NOT
SUPPORTED
Het via de DV-kabel aangesloten apparaat is niet compatibel met
de camcorder.
HEADS DIRTY, USE
CLEANING CASSETTE
De videokoppen zijn vuil. Reinig de videokoppen. 2
COPYRIGHT PROTECTED
PLAYBACK IS
RESTRICTED
U hebt geprobeerd een auteursrechtelijk beveiligde band af te
spelen.
43
COPYRIGHT PROTECTED
DUBBING RESTRICTED
U hebt geprobeerd een auteursrechtelijk beveiligde band te
kopiëren. Dit bericht verschijnt mogelijk ook als tijdens het
opnemen via de analoge ingang een abnormaal signaal wordt
ontvangen.
43
Bericht Beschrijving en oplossing
Wat u wel en niet moet doen
51
Aanvullende informatie
NL
Wa t u wel e n ni et m oet d oen
Camcorder
Houd de camcorder niet vast aan het
LCD-paneel als u de camcorder met u
meedraagt. Wees voorzichtig als u het
LCD-paneel sluit.
Laat de camcorder niet achter op
plaatsen met hoge temperaturen (zoals in
een auto of onder direct zonlicht) of hoge
vochtigheid.
Gebruik de camcorder niet in de buurt
van sterke elektrische of magnetische
velden zoals boven een TV, in de buurt
van plasma-TV's of mobiele telefoons.
Richt de lens of zoeker niet op sterke
lichtbronnen. Laat de camcorder niet
gericht op een helder onderwerp.
Gebruik en bewaar de camcorder niet
op stoffige of zanderige plaatsen. De
camcorder is niet waterdicht – vermijd
daarom ook water, modder of zout. De
camcorder en/of lens kan beschadigd
raken als dergelijke substanties de
camcorder binnendringen.
Let op hitte die door
verlichtingsapparatuur wordt afgegeven.
Demonteer de camcorder niet. Als de
camcorder niet naar behoren werkt, neem
dan contact op met een deskundige
reparateur.
Ga voorzichtig met de camcorder om.
Stel de camcorder niet bloot aan
schokken of trillingen, omdat hierdoor
schade kan ontstaan.
Accu
Opgeladen accu's ontladen zich op
natuurlijke wijze. Zorg er daarom voor dat u
de accu op de dag van gebruik, of de dag
ervoor, oplaadt. U bent dan verzekerd van
een volle accu.
Bevestig het afdekplaatje wanneer een
accu niet wordt gebruikt. Contact met
metalen objecten kan leiden tot kortsluiting
en schade toebrengen aan de accu.
Vuile polen kunnen tot gevolg hebben dat
het contact tussen de accu en de
camcorder niet goed is. Veeg de polen
schoon met een zachte, droge doek.
Als een opgeladen accu langere tijd (circa
1 jaar) wordt opgeborgen, kan de
levensduur afnemen of de prestatie
achteruitgaan. Daarom verdient het
aanbeveling om de accu volledig te
ontladen en deze daarna te bewaren op een
droge plaats bij temperaturen die niet hoger
worden dan 30
°
C. Als u de accu langere
periodes niet gebruikt, dan bevelen wij aan
om de accu ten minste eenmaal per jaar
volledig op te laden en te ontladen. Doe dit
tegelijkertijd ook met andere accu's als u
meer dan één accu hebt.
Hoewel de accu kan worden gebruikt bij
temperaturen tussen 0
°
C en 40
°
C, is een
temperatuur tussen 10
°
C en 30
°
C. het
optimale bereik. Bij koude
temperaturen
zal de prestatie tij
delijk achteruitgaan.
Verwarm de accu eerst in uw zak voordat u
deze gebruikt.
Hoe u de camcorder moet
behandelen
GEVAAR!
Behandel de accu met de nodige
voorzichtigheid.
Houd de accu uit de buurt van open
vuur (de accu kan exploderen).
Stel de accu niet bloot aan
temperaturen die hoger zijn dan 60 °C.
Laat de accu niet liggen in de buurt van
een kachel of in een auto bij heet weer.
Probeer de accu niet uit elkaar te
halen of er aan te knutselen.
Laat de accu niet vallen en stoot er
niet tegen aan.
Laat de accu niet nat worden.
Wat u wel en niet moet doen
52
Als de accu volledig opgeladen is, maar
de gebruikstijd bij normale temperaturen
toch aanzienlijk korter wordt, vervang de
accu dan.
Wat u moet weten over het afdekplaatje
van de accu
Het afdekplaatje van de accu heeft een
[ ]-gevormde opening. Dit komt van
pas wanneer u onderscheid wilt maken
tussen accu´s die zijn opgeladen en
accu´s die niet zijn opgeladen.
Achterzijde van de accu
Afdekplaatje aangesloten
Opgeladen
Niet opgeladen
Cassette
Spoel na gebruik de band terug. Een
slappe of beschadigde band kan tijdens het
afspelen leiden tot videoproblemen en/of
vervorming van audio.
Berg cassettes in de doos op en bewaar
deze rechtop. Spoel banden van tijd tot tijd
terug als ze lange tijd zijn opgeborgen.
Laat na gebruik de cassette niet in de
camcorder achter.
Gebruik geen gespleten banden of
andere cassettes dan standaardcassettes,
omdat gebruik hiervan de camcorder kan
beschadigen.
Gebruik geen banden die vastgelopen
zijn geweest, omdat de videokoppen
hierdoor vuil kunnen worden.
Steek geen voorwerpen in de kleine
openingen van de cassette en dek deze niet
af met folie.
Ga voorzichtig met cassettes om. Laat
cassettes niet vallen en stel ze niet bloot
aan schokken. Dit kan tot beschadiging van
de cassettes leiden.
Bij cassettes die zijn uitgerust met een
geheugenfunctie kunnen de met metaal
beklede contactpunten tijdens gebruik vuil
worden. Maak de aansluitpunten schoon
met een wattenstaafje nadat u de cassette
circa tien keer hebt verwijderd en
teruggeplaatst. De geheugenfunctie wordt
door de camcorder niet ondersteund.
Banden zodanig beveiligen dat beelden niet
per abuis kunnen worden gewist
Schuif het wisbeveiligingsschuifje op de
cassette naar SAVE of ERASE OFF om te
voorkomen dat uw opnamen per abuis
worden gewist.
Lithiumknoopbatterij
Pak de batterij niet vast met een pincet
of ander metalen gereedschap, omdat
hierdoor kortsluiting kan ontstaan.
WAARSCHUWING!
Verkeerde behandeling van de bij dit
toestel gebruikte batterij kan leiden tot
brandgevaar of chemische
brandwonden. De batterij mag u niet
opladen, demonteren, verhitten boven
100 °C of doen ontbranden.
Vervang de batterij door een CR1616 van
Panasonic, Hitachi Maxell, Sony,
Toshiba, Varta of Renata. Gebruik van
andere batterijen kan brand of een
explosie tot gevolg hebben.
De gebruikte batterij moet aan de
leverancier teruggegeven worden voor
een veilige verwerking.
SAVE
REC
SAVE
REC
Wat u wel en niet moet doen
53
Aanvullende informatie
NL
Veeg de batterij schoon met een
schone, droge doek om ervoor te zorgen
dat met de camcorder goed contact wordt
gemaakt.
Houd de batterij buiten bereik van
kinderen. Als de batterij wordt ingeslikt,
moet onmiddellijk medische hulp worden
ingeroepen. De batterijhuls kan breken,
met als gevolg dat organen door de
batterijvloeistof aangetast kunnen
worden.
Demonteer of verhit de batterij niet, en
dompel de batterij niet onder in water.
Anders bestaat explosiegevaar.
De camcorder reinigen
Camcorderhuis
Gebruik een zachte, droge doek om het
camcorderhuis te reinigen. Gebruik nooit
met chemicaliën behandelde doeken of
vluchtige oplosmiddelen zoals
verfverdunner.
Lens en zoeker
De automatische scherpstelling werkt
mogelijk niet correct als het lensoppervlak
vuil is.
Verwijder stof of vuildeeltjes met een
blaaskwastje (geen spuitbus gebruiken).
Gebruik een schoon, zacht
lensreinigingsdoekje om de lens of
zoeker schoon te maken. Doe dit
voorzichtig. Gebruik nooit tissuepapier.
LCD-scherm
Reinig het LCD-scherm met een
schoon, zacht lensreinigingsdoekje.
Bij plotselinge
temperatuurschommelingen kan zich op
het oppervlak van het scherm condens
voordoen. Veeg het vocht weg met een
zachte, droge doek.
Opbergen
Als u verwacht de camcorder langere
tijd niet te gebruiken, bewaar deze dan op
een stofvrije plaats die niet vochtig is en
bij een temperatuur die niet hoger wordt
dan 30 °C.
Onderhoud/overig
Wat u wel en niet moet doen
54
Condens
Als u de camcorder snel verplaatst van
een gebied met warme temperaturen
naar een gebied met koude temperaturen
of omgekeerd, dan kan er op de interne
oppervlakken condens (waterdruppeltjes)
ontstaan. Gebruik de camcorder niet als
condens is gesignaleerd. Als u de
camcorder blijft gebruiken, kan deze
beschadigd raken.
Condens kan zich in de volgende situaties
voordoen:
Wanneer de camcorder vanuit een kamer
met actieve airconditioning wordt
meegenomen naar een warme, vochtige
plaats
Wanneer u de camcorder van een koude
plaats meeneemt naar een warme kamer
Wanneer de camcorder wordt
achtergelaten in een vochtige kamer
Wanneer een koude kamer snel wordt
verwarmd
C
ON DEN SVORMING
VOORKOMEN
Stel de camcorder niet bloot aan
plotselinge of extreme
temperatuurveranderingen.
Verwijder de cassette, plaats de
camcorder in een luchtdichte, plastic zak
en laat de camcorder langzaam wennen
aan de temperatuurveranderingen
voordat u de camcorder weer uit de zak
haalt.
A
LS
CONDENS
WO R DT
ONTDEKT
De camcorder wordt automatisch
uitgeschakeld, het waarschuwingsbericht
CONDENSATION HAS BEEN
DETECTED” wordt circa 4 seconden lang
weergegeven en begint te knipperen.
Als een cassette geplaatst is, verschijnt
het waarschuwingsbericht “REMOVE
THE CASSETTE” en begint te
knipperen. Verwijder de cassette
onmiddellijk en laat het
cassettecompartiment openstaan. Als u
de cassette in de camcorder laat zitten,
kan de band beschadigd raken.
Er kan geen cassette worden geplaatst
wanneer condens gedetecteerd is.
G
EBRUIK
HERVATTEN
Hoe lang het precies duurt voordat de
waterdruppeltjes zijn verdampt, hangt af
van de locatie en weersomstandigheden.
Als de condenswaarschuwing met
knipperen stopt, wacht dan nóg een uur
voordat u de camcorder weer gaat
gebruiken.
Wat u wel en niet moet doen
55
Aanvullende informatie
NL
De camcorder gebruiken in het
buitenland
Stroombronnen
U kunt de compacte netadapter in elk
land met een netvoeding tussen 100 en
240 V wisselstroom, 50/60 Hz gebruiken
om de camcorder te bedienen en de accu
op te laden. Raadpleeg het Canon
Service Center voor informatie over
stekkeradapters voor gebruik in het
buitenland.
Afspelen op een TV-scherm
U kunt uw opnamen alleen afspelen op
TV's die compatibel zijn met het PAL-
systeem. Het PAL-systeem wordt in de
volgende landen gebruikt:
Algerije, Australië, Bangladesh, België,
Brunei, China, Denemarken, Duitsland,
Finland, Hong Kong Special
Administrative Region, Ierland, IJsland,
India, Indonesië, Irak, Iran, Israël, Italië,
Jemen, Jordanië, Kenia, Koeweit,
Kroatië, Liberia, Maleisië, Malta,
Montenegro, Mozambique, Nederland,
Nieuw-Zeeland, Noord-Korea,
Noorwegen, Oeganda, Oekraïne, Oman,
Oostenrijk, Pakistan, Polen, Portugal,
Qatar, Roemenië, Servië, Sierra Leone,
Singapore, Slovenië, Slowakije, Spanje,
Sri Lanka, Swaziland, Tanzania,
Thailand, Tsjechië, Turkije, Verenigd
Koninkrijk, Verenigde Arabische
Emiraten, Zambia, Zuid-Afrika, Zweden,
Zwitserland.
56
A
lgemene informat ie
Algemene informatie
* De BP-2L5 is niet los verkrijgbaar.
Systeemschema
(Beschikbaarheid ver schilt van gebied tot gebied)
Auto-acculader
CBC-NB2
Stereo-videokabel
STV-250N
Compacte
netadapter CA-
590E
DV-kabel CV-150F/
CV-250F
Zachte draagtas
SC-2000
Polsriem WS-20
Schouderriem
SS600/SS650
TV
Videorecorder
DVD-recorder/digitaal
apparaat met DV-
aansluitpunt
MiniDV-
videocassette
SCART-adapter
Accu NB-2L, NB-2LH,
BP-2L5*, BP-2L12,
BP-2L14
Acculader
CB-2LWE
Accu NB-2L, NB-2LH,
BP-2L5, BP-2L12,
BP-2L14
Algemene informatie
57
Aanvullende informatie
NL
Accu's
Als u extra accu's nodig hebt, maak dan een
keuze uit een van de volgende modellen:
NB-2LH, BP-2L14.
Acculader CB-2LWE
Gebruik de acculader om accu's op te laden.
* De oplaadduur varieert al naargelang de oplaadomstandigheden.
Auto-acculader CBC-NB2
Gebruik de auto-acculader om onderweg accu's
op te laden. De auto-accukabel moet in de auto
op het contactpunt van de sigarettenaansteker
worden aangesloten en werkt op een 12-24 V
negatief-geaarde accu.
Optionele accessoires
Gebr uik van originele Canon-accessoires wordt aanbevolen.
Dit product is ontworpen om een uitstekende prestatie neer te zetten wanneer het wordt
gebruikt in combinatie met Canon-accessoires. Canon kan niet aansprakelijk worden
gehouden voor schade aan dit product en/of ongelukken zoals brand, etc. als gevolg van
defecten in niet-originele Canon-accessoires (zoals lekkage en/of explosie van een accu).
Let erop dat deze garantie niet geldt voor reparaties die het gevolg zijn van defecten in
niet-originele Canon-accessoires, hoewel u dergelijke reparaties wel tegen betaling kunt
laten verrichten.
Accu Oplaadduur*
BP-2L5 70 min.
NB-2LH 105 min.
BP-2L14 195 min.
58
A
lgemene informat ie
Schouderriem
U kunt een schouderriem bevestigen voor
meer stevigheid en betere hanteerbaarheid.
Haal de uiteinden door het
riembevestigingspunt en stel de lengte van
de riem bij.
Polsriem WS-20
Gebruik deze riem voor extra aanvullende
bescherming tijdens het opnemen.
Zachte draagtas SC-2000
Een handige camcordertas met gevoerde
vakjes en genoeg ruimte voor accessoires.
Dit merkteken is het symbool van originele Canon-videoaccessoires.
Als u gebruik maakt van Canon-videoapparatuur, dan raden wij u ten
zeerste aan om gebruik te maken van accessoires of producten van
Canon met hetzelfde merkteken.
Algemene informatie
59
Aanvullende informatie
NL
MD120/MD111/MD110/MD101
Specificaties
Systeem
Video-opnamesysteem 2 roterende koppen, spiraalvormig DV-scansysteem (VCR SD systeem
voor de consument), digitale componentregistratie
Audio-opnamesysteem Digitaal PCM-geluid: 16 bit (48 kHz/2 kanalen); 12 bit (32 kHz)
Televisiesysteem PAL-kleurensignaal in CCIR-standaard (625 lijnen, 50 velden)
Beeldsensor CCD van 1/6 inch, circa 800.000 pixels
Effectief aantal pixels
16:9 films (beeldstabilisator [ON/AAN]) circa 440.000 pixels
16:9 films (beeldstabilisator [OFF/UIT]) circa 540.000 pixels
4:3 films circa 400.000 pixels
Compatibele banden Videocassettes met de markering
Bandsnelheid SP: 18,83 mm/s, LP: 12,57 mm/s
Maximale opnameduur
(band van 60 min.)
SP: 60 minuten; LP: 90 minuten
LCD-scherm 6,86 cm breed, TFT-kleur, circa 112.000 pixels
Zoeker 8,89 mm breed, TFT-kleur, circa 114.000 pixels
Microfoon Electreet condensator stereo-microfoon
Lens
f=2,6-91 mm, F/2,0-5,0, 35x aangedreven zoom
35 mm equivalent:
16:9 films (beeldstabilisator [ON/AAN]) 45,3–1586
16:9 films (beeldstabilisator [OFF/UIT]) 40,8–1428
4:3 films 49,8–1743
f=2,6–78 mm, F/2,0–4,4, 30x aangedreven zoom
35 mm equivalent:
16:9 films (beeldstabilisator [ON/AAN]) 45,3–1359
16:9 films (beeldstabilisator [OFF/UIT]) 40,8–1224
4:3 films 49,8–14 94
Lenssamenstelling 10 elementen in 8 groepen
AF-systeem TTL autofocus (automatische scherpstelling via de lens), handmatige
scherpstelling mogelijk
Minimale scherpstelafstand 1 m; 1 cm bij maximale groothoek
Witbalans Automatische witbalans, voorkeuze (DAYLIGHT, TUNGSTEN) of handmatig
ingestelde witbalans
Minimale verlichting 2 lx (opnameprogramma [NIGHT/NACHT], sluitertijd op 1/6)
8 lx (stand voor gemakkelijk opnemen, automatisch lange sluitertijd [ON/
AAN], sluitertijd ingesteld op 1/25)
Aanbevolen verlichting Meer dan 100 lx
Beeldstabilisatie Elektronisch
Ingangen/uitgangen
AV-aansluitpunt mini-jack van 3,5 mm, alleen uitvoer
Video: 1 Vp-p/75 ohm asymmetrisch
Audio: -10 dBV (47 Kohm belasting/3 Kohm of minder)
DV-aansluitpunt 4-pens (IEEE1394-standaard), : invoer/uitvoer);
: alleen uitvoer
MIC-aansluitpunt stereo-mini-jack van 3,5 mm
–57 dBV (met 600 ohm mic)/5 Kohm of meer
60
A
lgemene informat ie
Compacte netadapter CA-590E
Accu BP-2L5
Gewicht en afmetingen zijn bij benadering. Fouten en omissies voorbehouden.
Specificaties kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd.
Voeding/overig
Voeding (nominaal) 7,4 V DC (accu), 8,4 V DC (compacte netadapter)
Opgenomen vermogen
(AF ingeschakeld)
2,1 W
Gebruikstemperatuur 0 – 40 °C
Afmetingen (B x H x D) 57 x 92 x 119 mm exclusief de handgreepriem
Gewicht (alleen camcorderhuis) 375 g
Voedingsinvoer 100 – 240 V AC, 50/60 Hz, 0,14 – 0,08 A
Nominale uitgangsspanning 8,4 V DC, 0,6 A
Gebruikstemperatuur 0 – 40 °C
Afmetingen 46 x 26 x 70 mm
Gewicht 93 g
Accutype Oplaadbare lithium-ion accu
Nominale spanning 7,4 V DC
Gebruikstemperatuur 0 – 40 °C
Capaciteit accu 530 mAh
Afmetingen 33,3 x 16,2 x 45,2 mm
Gewicht 40 g
Algemene informatie
61
Aanvullende informatie
NL
6-second auto date . . . . . . . . . . . . . . . 28
A
Aansluiting op een computer . . . . . . . . 45
Aansluiting op een TV/videorecorder . . 40
Accu opladen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Accu, resterende capaciteit . . . . . . . . . 12
Afspelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
AUDIO-stand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35
Audio-uitgangskanaal . . . . . . . . . . . . . . 36
Automatische lange sluitertijd . . . . . . . 25
AV-aansluitpunt . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
B
Beeldeffecten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35
Beep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29
Buitenland, gebruik van de camcorder . 55
C
Cameragegevens op het scherm . . . . . 11
Compacte netadapter . . . . . . . . . . . . . . 13
Condens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 54
D
Datacodering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37
Datum en tijd . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
Digitale effecten . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38
Digitale video-invoer (DV-dubben)* . . . 43
Digitale zoom . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
DV-aansluitpunt . . . . . . . . . . . . . . . 40, 45
E
Effecten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38
Einde zoeken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
F
Faders . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38
Foutberichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49
FUNC., menu . . . . . . . . . . . . . . . . . 17, 25
G
Gemakkelijk opnemen
(opnameprogramma) . . . . . . . . . . . . . 30
Groothoek . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
H
Handgreepriem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
Handmatige instelling van de belichting 32
I
Image stabilizer . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
Indicator resterende bandtijd . . . . . . . . 12
Instellingsmenu's . . . . . . . . . . . . . . . . . 18
J
Joystick . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
Joystickaanduiding . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
L
LCD-achtergrondverlichting . . . . . . . . . 17
LCD-scherm . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
LP mode . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
M
Microfoon . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35
N
Nacht (opnameprogramma) . . . . . . . . . 30
Normal TV (4:3) . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
O
Onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 53
Ondersteuningsbatterij . . . . . . . . . . . . . 14
Opname bekijken . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
Opnameherinnering . . . . . . . . . . . . . . . 12
Opnameprogramma's . . . . . . . . . . . . . . 30
Opnemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
P
P (opnameprogramma) . . . . . . . . . . . . 31
Portret (opnameprogramma) . . . . . . . . 30
Power save . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29
Problemen oplossen . . . . . . . . . . . . . . . 47
Programmakeuzeschakelaar . . . . . . . . 30
R
Recording mode . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
Index
62
A
lgemene informat ie
S
Scherpstelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33
Schouderriem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58
Screen markers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28
Selecteren welke gegevens op het
scherm moeten worden weergegeven 37
Serienummer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
Sluitertijd . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31
Sneeuw (opnameprogramma) . . . . . . . 30
SP mode . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
Sport (opnameprogramma) . . . . . . . . . . 30
Spotlight (opnameprogramma) . . . . . . . 30
Statief . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
Strand (opnameprogramma) . . . . . . . . . 30
T
Taal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Telepositie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
Tijdzone . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
V
Vergroten van het afspeel- of
weergavebeeld . . . . . . . . . . . . . . . . . .24
Videocassettes . . . . . . . . . . . . . . . .15, 52
Videokoppen reinigen . . . . . . . . . . . . . . .2
Volume . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .23
Vuurwerk (opnameprogramma) . . . . . . .30
W
Wide TV (16:9) . . . . . . . . . . . . . . . . . . .27
Widescreen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .26
Wind screen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .27
Witbalans . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .34
Z
Zelfontspanner . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .37
Zoeker, oogcorrectie . . . . . . . . . . . . . . .16
Zomertijd . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .19
Zonsondergang (opnameprogramma) .30
Zoom . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .22
Zoom speed . . . . . . . . . . . . . . . . . .22, 26
* alleen.
Digitale Video Camcorder
Gebruiksaanwijzing
Nederlands
PAL
Inleiding
Voorbereidingen
Basisfuncties
Geavanceerde
functies
Externe
aansluitingen
Aanvullende
informatie
CANON INC.
Canon Europa N.V.
P.O. Box 2262
1180 EG Amstelveen
The Netherlands
Nederland:
Canon Nederland N.V.
Neptunusstraat 1
2132 JA Hoofddorp
Tel: 023-567 01 23
Fax: 023-567 01 24
www.canon.nl
België:
Canon België N.V./S.A.
Bessenveldstraat 7
1831 Diegem (Machelen)
Tel: (02)-7220411
Fax: (02)-7213274
0026X108
1206CEL/CDDS7.0 © CANON INC. 2007 PRINTED IN THE EU
Dit is gedrukt op 70% gerecycled papier.
Nederlands
Mini
Digital
Video
Cassette
CEL-SG3HA280
De informatie van deze gebruikshandleiding is bekrachtigd per 1 januari 2007.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63

Canon MD120 de handleiding

Categorie
Camcorders
Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor