AEG KEK742220M Handleiding

Type
Handleiding
USER
MANUAL
NL Gebruiksaanwijzing
Oven
KEK742220M
INHOUDSOPGAVE
1. VEILIGHEIDSINFORMATIE.........................................................................................3
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN.................................................................................5
3. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT........................................................................8
4. BEDIENINGSPANEEL................................................................................................. 9
5. VOORDAT U HET APPARAAT VOOR DE EERSTE KEER GEBRUIKT....................11
6. DAGELIJKS GEBRUIK................................................................................................11
7. KLOKFUNCTIES.........................................................................................................15
8. AUTOMATISCHE PROGRAMMA'S..........................................................................16
9. GEBRUIK VAN DE ACCESSOIRES........................................................................... 17
10. EXTRA FUNCTIES....................................................................................................19
11. AANWIJZINGEN EN TIPS...................................................................................... 21
12. ONDERHOUD EN REINIGING...............................................................................37
13. PROBLEEMOPLOSSING.........................................................................................39
14. ENERGIEZUINIGHEID.............................................................................................41
VOOR PERFECTE RESULTATEN
Bedankt dat u voor dit AEG-product heeft gekozen. Dit apparaat is ontworpen
om vele jaren uitstekend te presteren, met innovatieve technologieën die het
leven gemakkelijker helpen maken met functies die gewone apparaten wellicht
niet hebben. Neem een paar minuten de tijd om het door te lezen zodat u er
optimaal van kunt profiteren.
Ga naar onze website voor:
Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen en
onderhoudsinformatie:
www.aeg.com/webselfservice
Registreer uw product voor een betere service:
www.registeraeg.com
Koop accessoires, verbruiksartikelen en originele reserveonderdelen voor uw
apparaat:
www.aeg.com/shop
KLANTENSERVICE
Gebruik altijd originele onderdelen.
Als u contact opneemt met de klantenservice zorg dat u de volgende gegevens
bij de hand hebt: model, productnummer, serienummer.
Deze informatie wordt vermeld op het typeplaatje.
Waarschuwing / Belangrijke veiligheidsinformatie
Algemene informatie en tips
Milieu-informatie
Wijzigingen voorbehouden.
www.aeg.com
2
1. VEILIGHEIDSINFORMATIE
Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor
installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is
niet verantwoordelijk voor verwondingen of schade die
voortvloeit uit de onjuiste installatie of het onjuiste
gebruik. Bewaar de instructies altijd op een veilige,
toegankelijke plek voor toekomstig gebruik.
1.1 De veiligheid van kinderen en kwetsbare
personen
Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8
jaar en ouder en door mensen met beperkte
lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke vermogens
of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder
toezicht staan of instructies hebben gekregen over het
veilig gebruiken van het apparaat en indien zij de
eventuele gevaren begrijpen.
Kinderen tussen de 3 en 8 jaar oud en personen met
zware en complexe beperkingen dienen altijd uit de
buurt van het apparaat te worden gehouden, tenzij ze
voortdurend onder toezicht staan.
Kinderen jonger dan 3 jaar dienen, mits zij
voortdurend onder toezicht staan, bij het apparaat uit
de buurt te worden gehouden.
Laat kinderen niet spelen met het apparaat.
Houd alle verpakkingen uit de buurt van kinderen en
verwijder ze op gepaste wijze.
Houd kinderen en huisdieren uit de buurt van het
apparaat als het in werking is of afkoelt. Makkelijk
toegankelijke onderdelen kunnen heet worden tijdens
gebruik.
Als het apparaat is voorzien van een kinderslot, dient
dit te worden geactiveerd.
Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- en
onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat
uitvoeren.
NEDERLANDS
3
1.2 Algemene veiligheid
Alleen een erkende installatietechnicus mag het
apparaat en de kabel vervangen.
WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke
onderdelen ervan worden heet tijdens gebruik. U
dient te voorkomen de verwarmingselementen aan te
raken.
Gebruik altijd ovenhandschoenen om accessoires of
kookgerei te plaatsen of verwijderen.
Voordat u welke onderhoudshandeling dan ook
verricht, de stekker van het apparaat uit het
stopcontact trekken.
WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het apparaat is
uitgeschakeld voordat u de lamp vervangt om
elektrische schokken te voorkomen.
Gebruik het apparaat niet voordat u het in de
ingebouwde structuur installeert.
Gebruik geen stoomreiniger om het apparaat schoon
te maken.
Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen of
scherpe metalen schrapers om de glazen deur schoon
te maken, deze kunnen krassen veroorzaken op het
oppervlak, waardoor het glas zou kunnen breken.
Als het netsnoer beschadigd is, moet de fabrikant,
een erkende serviceverlener of een gekwalificeerd
persoon deze vervangen teneinde gevaarlijke situaties
te voorkomen.
Om de inschuifrails te verwijderen trekt u eerst de
voorkant van de inschuifrail en dan de achterkant uit
de zijwanden. Installeer de inschuifrails in de
omgekeerde volgorde.
Gebruik alleen de vleesthermometer
(kerntemperatuursensor) die voor dit apparaat wordt
aangeraden.
www.aeg.com
4
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
2.1 Installatie
WAARSCHUWING!
Alleen een erkende
installatietechnicus mag het
apparaat installeren.
Verwijder alle verpakkingsmaterialen.
Installeer en gebruik geen
beschadigd apparaat.
Volg de installatie-instructies op die
zijn meegeleverd met het apparaat.
Pas altijd op bij verplaatsing van het
apparaat, want het is zwaar. Gebruik
altijd veiligheidshandschoenen en
gesloten schoeisel.
Trek het apparaat nooit aan de
handgreep van zijn plaats.
Houd de minimumafstand naar
andere apparaten en units in acht.
Installeer het apparaat op een veilige
en geschikte plaats die aan alle
installatie-eisen voldoet.
De stevigheid van de inbouwkast
moet voldoen aan de DIN 68930-
norm.
Minimumhoogte kast
(Minimumhoogte
kast onder werkblad)
444 (460) mm
Kastbreedte 560 mm
Kastdiepte 550 (550) mm
Hoogte van de voor-
kant van het apparaat
455 mm
Hoogte van de ach-
terkant van het appa-
raat
440 mm
Breedte van de voor-
kant van het apparaat
595 mm
Breedte van de ach-
terkant van het appa-
raat
559 mm
Diepte van het appa-
raat
567 mm
Ingebouwde diepte
van het apparaat
546 mm
Diepte met open
deur
882 mm
Minimumgrootte
ventilatieopening.
Opening geplaatst
aan de onderkant van
de achterzijde
560x20 mm
Lengte netvoedings-
kabel. Kabel wordt in
de rechterhoek van
de achterzijde ge-
plaatst
1500 mm
Bevestigingsschroe-
ven
3.5x25 mm
2.2 Elektrische aansluiting
WAARSCHUWING!
Gevaar voor brand en
elektrische schokken.
Alle elektrische aansluitingen moeten
door een gediplomeerd
elektromonteur worden gemaakt.
Dit apparaat moet worden
aangesloten op een geaard
stopcontact.
Zorg ervoor dat de parameters op het
vermogensplaatje overeenkomen met
elektrische vermogen van de
netstroom.
Gebruik altijd een juist geïnstalleerd
schokbestendig stopcontact.
Gebruik geen meerwegstekkers en
verlengsnoeren.
Zorg dat u de hoofdstekker en kabel
niet beschadigt. Indien de
voedingskabel moet worden
vervangen, dan moet dit gebeuren
door onze Klantenservice.
Laat de stroomkabel niet in aanraking
komen met de deur van het apparaat
of de niche onder het apparaat, met
name niet als deze werkt of als de
deur heet is.
De schokbescherming van delen
onder stroom en geïsoleerde delen
moet op zo'n manier worden
NEDERLANDS
5
bevestigd dat het niet zonder
gereedschap kan worden verplaatst.
Steek de stekker pas in het
stopcontact als de installatie is
voltooid. Zorg ervoor dat het
netsnoer na installatie bereikbaar is.
Sluit de stroomstekker niet aan op
een losse stroomaansluiting.
Trek niet aan het netsnoer om het
apparaat los te koppelen. Trek altijd
aan de stekker.
Gebruik enkel correcte
isolatievoorzieningen:
stroomonderbrekers, zekeringen
(schroefzekeringen moeten uit de
houder worden verwijderd),
aardlekschakelaars en contactgevers.
De elektrische installatie moet een
isolatieapparaat bevatten waardoor
het apparaat volledig van het lichtnet
afgesloten kan worden. Het
isolatieapparaat moet een
contactopening hebben met een
minimale breedte van 3 mm.
Dit apparaat wordt geleverd met
stekker en netsnoer.
2.3 Gebruik
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel,
brandwonden, elektrische
schokken of een explosie.
Dit apparaat is uitsluitend bestemd
voor huishoudelijk gebruik.
De specificatie van dit apparaat niet
wijzigen.
Zorg ervoor dat de
ventilatieopeningen niet geblokkeerd
zijn.
Laat het apparaat tijdens het gebruik
niet onbeheerd achter.
Schakel het apparaat telkens na
gebruik uit.
Wees voorzichtig met het openen van
de deur van het apparaat als het
apparaat aan staat. Er kan hete lucht
ontsnappen.
Bedien het apparaat niet met natte
handen of als het contact maakt met
water.
Oefen geen kracht uit op een
geopende deur.
Het apparaat mag niet worden
gebruikt als werkblad of aanrecht.
Open de deur van het apparaat
voorzichtig. Als u alcoholische
toevoegingen gebruikt, kan er
alcohol-luchtmengsel ontstaan.
Houd vonken of open vlammen uit de
buurt van het apparaat bij het openen
van de deur.
Plaats geen ontvlambare producten
of items die vochtig zijn door
ontvlambare producten in, bij of op
het apparaat.
WAARSCHUWING!
Risico op schade aan het
apparaat.
Om schade of verkleuring van het
email te voorkomen:
zet geen kookgerei of andere
voorwerpen direct op de bodem
van het apparaat.
leg geen aluminiumfolie op de
bodem van de ruimte in het
apparaat.
plaats geen water direct in het
hete apparaat.
haal vochthoudende schotels en
eten uit het apparaat als u klaar
bent met koken.
wees voorzichtig bij het
verwijderen of bevestigen van
accessoires.
Verkleuring van het email of roestvrij
staal is niet van invloed op de werking
van het apparaat.
Gebruik een diepe pan voor vochtige
taarten. Fruitsappen kunnen
permanente vlekken maken.
Dit apparaat is uitsluitend bestemd
om mee te koken. Het mag niet
worden gebruikt voor andere
doeleinden, zoals het verwarmen van
een kamer.
Alle bereidingen moeten worden
uitgevoerd met gesloten ovendeur.
Als het apparaat achter een
meubelpaneel gemonteerd is (bijv.
een deur), zorg er dan voor dat de
deur nooit gesloten is als het
apparaat in werking is. Warmte en
vocht kunnen achter een gesloten
meubelpaneel ophopen en schade
aan het apparaat, de behuizing of de
vloer veroorzaken. Sluit het
meubelpaneel niet tot het apparaat
volledig afgekoeld is na gebruik.
www.aeg.com
6
2.4 Onderhoud en reiniging
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel, brand en
schade aan het apparaat.
Schakel het apparaat uit en trek de
stekker uit het stopcontact voordat u
onderhoudshandelingen verricht.
Zorg ervoor dat het apparaat is
afgekoeld. Er bestaat een risico dat
de glasplaten kunnen breken.
Vervang direct de glazen deurpanelen
als deze beschadigd zijn. Neem
contact op met een erkend
servicecentrum.
Wees voorzichtig als u de deur van
het apparaat verwijdert. De deur is
zwaar!
Reinig het apparaat regelmatig om te
voorkomen dat het materiaal van het
oppervlak achteruitgaat.
Reinig het apparaat met een vochtige
zachte doek. Gebruik alleen neutrale
reinigingsmiddelen. Gebruik geen
schuurmiddelen, schuursponsjes,
oplosmiddelen of metalen
voorwerpen.
Raadpleeg, als u een ovenspray
gebruikt, eerst de aanwijzingen op de
verpakking.
Reinig niet het katalytisch email
(indien van toepassing) met een
schoonmaakmiddel.
2.5 Binnenverlichting
WAARSCHUWING!
Gevaar voor elektrische
schokken.
Het type gloeilampje of
halogeenlampje dat voor dit apparaat
wordt gebruikt, is alleen geschikt voor
huishoudelijke apparaten. Gebruik
deze niet voor andere doeleinden.
Voordat u het lampje vervangt, dient
u de stekker van het apparaat uit het
stopcontact te halen.
Gebruik alleen lampjes met dezelfde
specificaties.
2.6 Service
Neem contact op met de erkende
servicedienst voor reparatie van het
apparaat.
Gebruik uitsluitend originele
reserveonderdelen.
2.7 Verwijdering
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of
verstikking.
Haal de stekker uit het stopcontact.
Snijd het netsnoer vlak bij het
apparaat af en gooi het weg.
Verwijder de deurvergrendeling om
te voorkomen dat kinderen of
huisdieren binnen in het apparaat vast
komen te zitten.
NEDERLANDS
7
3. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT
3.1 Algemeen overzicht
1 2
4
3
5
6
7
8
1
2
3
4
1
Bedieningspaneel
2
Elektronische tijdschakelklok
3
Opening voor
kerntemperatuursensor
4
Verwarmingselement
5
Lamp
6
Ventilator
7
Verwijderbare inschuifrail
8
Roosterhoogtes
3.2 Accessoires
Bakrooster
Voor kookgerei, bak- en braadvormen.
Bakplaat
Voor gebak en koekjes.
Grill-/braadpan
Voor braden en roosteren of als pan om
vet op te vangen
Voedselsensor
Om de temperatuur binnenin het
voedsel te meten.
www.aeg.com8
4. BEDIENINGSPANEEL
4.1 Elektronische tijdschakelklok
21 3 4 5 8 9 10 1176
Gebruik de tiptoetsen om de oven te bedienen.
Tiptoets -functie Opmerking
1
- Display Toont de huidige instellingen van de oven.
2
AAN/UIT Om de oven in en uit te schakelen.
3
Verwarmingsfunc-
ties of Kook- En
Bakassistent
Druk op de tiptoets om het menu te kiezen: Kook-
En Bakassistent of Verwarmingsfuncties. Druk 3 se-
conden op de tiptoets om de verlichting aan of uit
te zetten. De licht kan ook gebruikt worden als de
oven is uitgeschakeld.
4
Favoriet Voor opslag van en toegang tot uw favoriete pro-
gramma's.
5
Temperatuurkeu-
ze
Om de temperatuur in te stellen of om de huidige
temperatuur in de oven te tonen. Druk 3 secon-
den op de tiptoets om de machine aan of uit te
zetten: Snel opwarmen.
6
Toets omlaag Omlaag gaan in het menu.
7
Toets omhoog Omhoog gaan in het menu.
8
OK De selectie of instelling bevestigen.
9
Toets op de ach-
terkant
Om één niveau terug te gaan in het menu. Druk 3
seconden op het veld om het hoofdmenu weer te
geven.
NEDERLANDS 9
Tiptoets -functie Opmerking
10
Tijd en overige
functies
Verschillende functies instellen. Als een verwarm-
functie in werking is, drukt u op de tiptoets om de
timer of de functies in te stellen: Toetsblokkering,
Favoriet, Heat+Hold, Set + Go. U kunt ook de in-
stellingen van de vleesthermometer wijzigen.
11
Kookwekker Om de volgende functie in te stellen: Kookwekker.
4.2 Display
A
DE
B C
A. Verwarmingsfunctie
B. Instellen dagtijd
C. Indicatielampje bij voorverwarmen
D. Temperatuur
E. Duur of eindtijd van een functie
Andere indicaties op het display:
Symbool -functie
Kookwekker De functie werkt.
Instellen dagtijd Het display geeft de huidige tijd aan.
Duur Het display geeft de benodigde kook-
tijd weer.
Eindtijd Het display geeft aan wanneer de
kooktijd voorbij is.
Temperatuur Het display toont de temperatuur.
Tijdisindicatie Er wordt weergegeven hoe lang een
verwarmingsfunctie in werking is. Druk
tegelijkertijd op en om de tijd
te resetten.
Berekening De oven berekent de bereidingsduur.
Controlelampje bij voor-
verwarmen
Het display geeft de temperatuur in
de oven aan.
Snel opwarmen De functie staat aan. Het verkort de
opwarmtijd.
Per gewicht Het display geeft weer dat het auto-
matische weegsysteem aan is of dat
het gewicht kan worden gewijzigd.
www.aeg.com10
Symbool -functie
Heat+Hold De functie staat aan.
5. VOORDAT U HET APPARAAT VOOR DE EERSTE
KEER GEBRUIKT
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
5.1 Eerste reiniging
Verwijder all accessoires en
verwijderbare inschuifrails uit de oven.
Zie het hoofdstuk 'Onderhoud en
reiniging'.
Reinig de oven en accessoires voor het
eerste gebruik.
Zet de accessoires en verwijderbare
inschuifrails terug in de beginstand.
5.2 Eerste aansluiting
Wanneer u de oven op het stopcontact
aansluit of na een stroomstoring moet u
de taal, het contrast, de helderheid en
de tijd instellen.
1. Druk op of om de waarde in
te stellen.
2. Druk op
om te bevestigen.
6. DAGELIJKS GEBRUIK
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
6.1 Door de menu's navigeren
1. Oven inschakelen.
2. Druk op
of om de menu-
optie te selecteren.
3. Druk op om naar het submenu te
gaan of de instelling te accepteren.
U kunt te allen tijde
terugkeren naar het
hoofdmenu met .
6.2 Een overzicht van de
menu's
Hoofdmenu
Symbool / Me-
nu-item
Applicatie
Verwarmings-
functies
Bestaat uit een lijst
met verwarmingsfunc-
ties.
Symbool / Me-
nu-item
Applicatie
Kook- En Bakas-
sistent
Bestaat uit een lijst
met automatische pro-
gramma's.
Favoriet
Bestaat uit een lijst
met favoriete berei-
dingsprogramma's die
door de gebruiker zijn
gemaakt.
Basis instellingen
Wordt gebruikt voor
het instellen van de
apparaatconfiguratie.
Speciaal
Bestaat uit een lijst
met extra verwar-
mingsfuncties.
NEDERLANDS 11
Submenu voor: Basis instellingen
Symbool / Me-
nu-item
Beschrijving
Instellen dagtijd
Stel de dagtijd in.
Tijdisindicatie
Als het apparaat AAN
staat, geeft het display
de huidige tijd weer
wanneer u het appa-
raat uitschakelt.
Snel opwarmen
Indien AAN verkort de
functie de opwarmtijd.
Set + Go
Om een functie in te
stellen en later te acti-
veren door op een
symbool op het bedie-
ningspaneel te druk-
ken.
Heat+Hold
Houdt het bereide
voedsel warm gedu-
rende 30 minuten na-
dat de kookcyclus vol-
tooid is.
Verleng tijd
Schakelt de functie
Tijd verlengen in en
uit.
Contrast
Pas het contrast van
het display in stappen
aan.
Helderheid
Pas de helderheid van
het display in stappen
aan.
Taal
Stelt de taal voor het
display in.
Geluidsvolume
Pas het volume van de
druktonen en signalen
stapsgewijs aan.
Toetsvolume
Schakelt de toon van
de aanraakvelden aan
en uit. Het geluid van
de tiptoets AAN/UIT
kan niet worden uitge-
schakeld.
Symbool / Me-
nu-item
Beschrijving
Alarmtoon
Schakelt de alarmtoon
in en uit.
Demomodus
Activerings-/deactive-
ringscode: 2468.
Service
Toont de softwarever-
sie en -configuratie.
Fabrieksinstelling
Zet alle instellingen te-
rug op de fabrieksin-
stelling.
6.3 Verwarmingsfuncties
Verwarmings-
functie
Applicatie
Hetelucht
Om op 2 rekstanden te
bakken en tegelijk
voedsel te drogen.Stel
de temperatuur 20 -
40°C lager in dan voor
de functie: Boven + on-
derwarmte.
Pizza-functie
Om gerechten op één
niveau te bakken met
intensief bruineren en
een krokantere korst.
Stel de temperatuur 20
- 40°C lager in dan voor
de functie: Boven + on-
derwarmte.
Boven + onder-
warmte
Voor het bakken en bra-
den op één ovenniveau.
Bevroren ge-
rechten
Om kant-en-klaar-ge-
rechten (bijv. patat,
aardappelpartjes of
loempia's) krokant te
maken.
www.aeg.com12
Verwarmings-
functie
Applicatie
Grillen
Om plat voedsel te gril-
len en brood te rooste-
ren.
Circulaviegrill
Voor het braden van
grotere stukken vlees of
gevogelte met botten
op één niveau. Voor
gratineren en bruinen.
Onderwarmte
Voor het bakken van
taarten met een knap-
perige bodem en het
inmaken van voedsel.
Verwarmings-
functie
Applicatie
Warmelucht
(vochtig)
Deze functie is ontwor-
pen om tijdens de be-
reiding energie te be-
sparen. Zie het hoofd-
stuk 'Hints and tips’,
Warmelucht (vochtig)
voor bereidingsinstruc-
ties. De ovendeur dient
tijdens de bereiding ge-
sloten te zijn zodat de
functie niet wordt on-
derbroken en om er-
voor te zorgen dat de
oven werkt op de
hoogst mogelijke ener-
gie-efficiëntie. Bij het
gebruik van deze func-
tie kan de temperatuur
in de ruimte verschillen
van de ingestelde tem-
peratuur. De restwarm-
te wordt gebruikt.Het
verwarmingsvermogen
kan worden vermin-
derd. Zie voor algeme-
ne aanbevelingen voor
energiebesparing het
hoofdstuk ‘Energie-effi-
ciëntie’, Energiebespa-
ring. Deze functie wordt
gebruikt om de ener-
gie-efficiëntieklasse
vast te stellen overeen-
komstig EN 60350-1. Bij
gebruik van deze func-
tie gaat de verlichting
na 30 seconden auto-
matisch uit.
De verlichting kan tijdens
sommige ovenfuncties
automatisch uitschakelen als
de temperatuur onder de 60
°C komt.
NEDERLANDS 13
6.4 Speciaal
Verwarmings-
functie
Applicatie
Warm houden
Om het voedsel warm
te houden.
Borden warmen
Om borden voor het
serveren op te war-
men.
Inmaken
Voor het inmaken van
groenten (bijv. augur-
ken).
Drogen
Om in plakjes gesne-
den fruit, groenten en
champignons te dro-
gen.
Deeg laten rijzen
Om het rijsproces van
gistdeeg te versnellen.
Het voorkomt dat het
oppervlak van het
deeg uitdroogt en
houdt het deeg elas-
tisch.
Lage tempera-
tuur garen
Voor het bereiden van
mals en sappig braad-
vlees.
Brood bakken
Gebruik deze functie
voor brood en brood-
jes met een heel goed
bijna professioneel re-
sultaat qua krokant-
heid, kleur en bruine
korst.
Verwarmings-
functie
Applicatie
Ontdooien
Om voedsel te ont-
dooien (groenten en
fruit). De ontdooitijd
hangt af van de hoe-
veelheid en dikte van
het voedsel.
6.5 Een verwarmingsfunctie
instellen
1. Schakel de oven in.
2. Selecteer het menu:
Verwarmingsfuncties.
3. Druk op om te bevestigen.
4. Selecteer een ovenfunctie.
5. Druk op
om te bevestigen.
6. Stel de temperatuur in.
7. Druk op om te bevestigen.
6.6 Indicatielampje bij
voorverwarmen
Wanneer u een verwarmingsfunctie
inschakelt, gaat het balkje op het display
branden. Het balkje geeft aan dat de
oventemperatuur toeneemt. Als de
temperatuur bereikt is, zoemt de zoemer
3 maal en knippert de balk om
vervolgens te verdwijnen.
6.7 Snel opwarmen
Deze functie verkort de opwarmtijd.
Leg geen voedsel in de oven
wanneer de functie Snel
opwarmen is ingeschakeld.
Als u de functie wilt activeren, houdt u
3 seconden ingedrukt. Het
indicatielampje voorverwarmen wisselt.
Deze functie is niet beschikbaar voor
sommige ovenfuncties.
6.8 Restwarmte
Wanneer u de oven uitschakelt, geeft het
display de restwarmte aan. U kunt de
warmte gebruiken om het eten warm te
houden.
www.aeg.com
14
7. KLOKFUNCTIES
7.1 Tabel met klokfuncties
Klokfunctie Applicatie
Kookwekker
Om een afteltijd in te
stellen (max. 2 uur en 30
minuten). Deze functie
heeft geen invloed op
de werking van de
oven. Ook te gebruiken
als de oven is uitge-
schakeld.
Gebruik om de func-
tie in te schakelen. Druk
op
of om de mi-
nuten in te stellen en op
om te starten.
Duur
Om de werkingsduur
van de oven in te stellen
(max. 23 uur 59 min.).
Eindtijd
Voor het instellen van
de uitschakeltijd van
een verwarmingsfunctie
(max. 23 uur en 59 min).
Als u de tijd voor een klokfunctie instelt,
begint het aftellen van de tijd na 5
seconden.
Als u de klokfuncties: Duur,
Eindtijd gebruikt, schakelt
de oven de warmte-
elementen na 90% van de
ingestelde tijd uit. De oven
gebruikt de restwarmte om
het kookproces voor te
zetten totdat de tijd is
verstreken (3 - 20 minuten).
7.2 De klokfuncties instellen
Alvorens u de functies: Duur,
Eindtijd gebruikt, moet u
een verwarmingsfunctie en
temperatuur instellen. De
oven wordt automatisch
uitgeschakeld
U kunt de functies: Duur en
Eindtijd tegelijkertijd
gebruiken als u wilt dat de
oven op een later tijdstip
wordt geactiveerd of juist
uitgezet.
De functies: Duur en Eindtijd
werken niet als u de
vleesthermometer gebruikt.
1. Stel de verwarmingsfunctie in.
2. Druk herhaaldelijk op totdat het
display de benodigde klokfunctie en
het bijhorende symbool weergeeft.
3. Druk op
of om de gewenste
tijd in te stellen.
4. Druk op om te bevestigen.
Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er
een geluidssignaal. De oven gaat uit. Op
het display verschijnt een melding.
5. Druk op een symbool om het signaal
uit te zetten.
7.3 Heat+Hold
Voorwaarden voor de functie:
De ingestelde temperatuur is hoger
dan 80 °C.
De functie: Duur is ingesteld.
De functie: Heat+Hold houdt het
voorbereide gerecht gedurende 30
minuten warm op 80 °C. Deze functie
wordt ingeschakeld wanneer de bak- of
braadprocedure is geëindigd.
U kunt in het menu de functie in- of
uitschakelen: Basis instellingen.
1. Schakel de oven in.
2. Selecteer de verwarmingsfunctie.
3. Stel de temperatuur boven 80 °C in.
4. Druk herhaaldelijk op
totdat het
display het volgende toont: Heat
+Hold.
NEDERLANDS
15
5. Druk op om te bevestigen.
Wanneer de functie beëindigt, klinkt er
een geluidssignaal.
7.4 Verleng tijd
De functie: Verleng tijd zorgt dat de
verwarmingsfunctie door blijft gaan als
de Duur is geëindigd.
Van toepassing op alle
verwarmingsfuncties met
Duur of Per gewicht.
Niet van toepassing op
verwarmingsfuncties met de
vleesthermometer.
1. Wanneer de bereidingstijd is
verstreken, klinkt er een
geluidssignaal. Druk op een
willekeurig symbool.
Op het display wordt het bericht
weergegeven.
2. Druk op om te activeren of om
te annuleren.
3. Stel de lengte van de functie in.
4. Druk op .
8. AUTOMATISCHE PROGRAMMA'S
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
8.1 Online recepten
De recepten voor de automatische
programma's vindt u op onze
website.Om het receptenboek te vinden,
controleert u het PNC-nummer op het
typeplaatje op het voorste frame van de
ovenholte.
8.2 Kook- En Bakassistent met
Receptenautomaat
Deze oven bevat een serie recepten die
u kunt gebruiken. De recepten kunnen
niet worden gewijzigd.
1. Oven inschakelen.
2. Selecteer het menu: Kook- En
Bakassistent. Druk op om te
bevestigen.
3. Selecteer de categorie en het
gerecht. Druk op
om te
bevestigen.
4. Een recept selecteren. Druk op
om te bevestigen.
Bij gebruik van de functie:
Handmatig, gebruikt de
oven de automatische
instellingen. U kunt ze
veranderen, net als bij
andere functies.
8.3 Kook- En Bakassistent met
Per gewicht
Deze functie berekent automatisch de
braadtijd. Als u de functie wilt gebruiken,
moet u het gewicht van het gerecht
instellen.
1. Oven inschakelen.
2. Selecteer het menu: Kook- En
Bakassistent. Druk op om te
bevestigen.
3. Selecteer de categorie en het
gerecht. Druk op om te
bevestigen.
4. Selecteer de functie: Per gewicht.
Druk op
om te bevestigen.
5. Druk op of om het gewicht
van het gerecht in te stellen. Druk op
om te bevestigen.
Het automatische programma start.
6. U kunt het gewicht te allen tijde
wijzigen. Tik op of om de
letter te wijzigen.
7. Wanneer de tijd is verstreken, klinkt
er een geluidssignaal. Druk op een
willekeurig symbool om het signaal
uit te zetten.
Bij sommige programma's
moet het voedsel na 30
minuten worden gekeerd.
Op het display verschijnt
een herinnering.
www.aeg.com16
9. GEBRUIK VAN DE ACCESSOIRES
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
9.1 Voedingssensor
De voedingssensor meet de temperatuur
in het voedsel. Wanneer het voedsel de
ingestelde temperatuur heeft bereikt,
wordt het apparaat uitgeschakeld.
Er worden twee temperaturen ingesteld:
de oventemperatuur (minimum 120
°C),
de voedselkerntemperatuur.
LET OP!
Gebruik alleen de
meegeleverde
voedingssensor en de
originele vervangende
onderdelen.
Instructies voor de beste resultaten:
Ingrediënten moeten op
kamertemperatuur zijn.
De voedingssensor mag niet worden
gebruikt voor vloeibare gerechten.
Tijdens het koken met de
voedingssensor in het gerecht blijven
en de stekker in de aansluiting.
Gebruik de aanbevolen instellingen
voor de vleesthermometer. Zie het
hoofdstuk 'Nuttige aanwijzingen en
tips'.
Het apparaat berekent een
geschatte eindtijd van de
bereidingsduur. Dit is
afhankelijk van de
hoeveelheid eten, de
ingestelde ovenfunctie en
de temperatuur.
Voedselcategorieën: vlees,
gevogelte en vis
1. Schakel het apparaat in.
2. Plaats de punt van de
voedingssensor in het midden van
het vlees of de vis, indien mogelijk in
het dikste gedeelde. Zorg ervoor dat
ten minste 3/4 van de
voedingssensor in het gerecht zit.
3. Steek de stekker van de
voedingssensor in de aansluiting aan
de voorkant van het apparaat.
Het display geeft het symbool van de
voedingssensor weer.
4. Druk binnen 5 seconden op
of
om de voedselkerntemperatuur
in te stellen.
5. Selecteer de verwarmfunctie en,
indien nodig, de temperatuur.
6. Om de temperatuur van de
voedselkerntemperatuur te wijzigen
druk op
.
Als de ingestelde temperatuur voor het
gerecht is bereikt, klinkt er een
geluidssignaal. Het apparaat wordt
automatisch uitgeschakeld.
7. Druk op een symbool om het signaal
uit te zetten.
8. Haal de stekker van de
voedingssensor uit het stopcontact
en haal het gerecht uit het apparaat.
NEDERLANDS
17
WAARSCHUWING!
Er bestaat een risico op
verbrandingsgevaar
aangezien de
voedingssensor heet wordt.
Wees voorzichtig wanneer u
de stekker eruit haalt en de
voedingssensor uit het
gerecht haalt.
Voedselcategorie: ovenschotel
1. Schakel het apparaat in.
2. Plaats de helft van de ingrediënten in
de ovenschaal.
3. Steek de punt van de voedselsensor
precies in het midden van de
stoofschotel. De voedingssensor
moet stevig op zijn plaats blijven
tijdens het bakproces. Gebruik een
solide ingrediënt om dat te bereiken.
Gebruik de rand van de ovenschaal
om het silicone handvat van de
voedingssensor te ondersteunen. De
punt van de voedingssensor mag de
bodem van de ovenschaal niet
aanraken.
4. Bedek de voedingssensor met de
resterende ingrediënten.
5. Steek de stekker van de
voedingssensor in de aansluiting aan
de voorkant van het apparaat.
Het display geeft het symbool van de
voedingssensor weer.
6. Druk binnen 5 seconden op
of
om de voedselkerntemperatuur
in te stellen.
7. Selecteer de verwarmfunctie en,
indien nodig, de temperatuur.
8. Om de temperatuur van de
voedselkerntemperatuur te wijzigen
druk op
.
Wanneer het gerecht op de ingestelde
temperatuur is, hoort u een
geluidssignaal. Het apparaat wordt
automatisch uitgeschakeld.
9. Druk op een symbool om het signaal
uit te zetten.
10. Haal de stekker van de
voedingssensor uit het stopcontact
en haal het gerecht uit het apparaat.
WAARSCHUWING!
Er bestaat een risico op
verbrandingsgevaar
aangezien de
voedingssensor heet wordt.
Wees voorzichtig wanneer u
de stekker eruit haalt en de
voedingssensor uit het
gerecht haalt.
9.2 De accessoires plaatsen
Bakrooster:
Plaats het rooster tussen de
geleidestangen van de roostersteun en
zorg ervoor dat de pootjes omlaag staan.
www.aeg.com
18
Bakplaat/ Diepe pan:
Schuif de bakplaat /diepe pan tussen de
geleidestangen van de roostersteun.
Bakrooster en bakplaat /diepe
plaatsamen:
Plaats bakplaat /diepe plaat tussen de
geleiders van de inschuifrails en het
bakrooster op de geleiders erboven.
Kleine inkepingen bovenaan
verhogen de veiligheid.
Deze inkepingen zorgen er
ook voor dat ze niet
omkantelen. De hoge rand
rond het rooster voorkomt
dat het kookgerei van het
rooster afglijdt.
10. EXTRA FUNCTIES
10.1 Favoriet
U kunt uw favoriete instellingen als duur,
temperatuur of verwarmingsfunctie
opslaan. De instellingen zijn beschikbaar
in het menu: Favoriet. U kunt 20
programma's opslaan.
Een programma opslaan
1. Oven inschakelen.
2. Stel een verwarmingsfunctie of een
automatisch programma in.
3. Druk herhaaldelijk op tot het
display toont: OPSLAAN.
4. Druk op
om te bevestigen.
Het display geeft de eerste vrije
geheugenpositie weer.
5. Druk op om te bevestigen.
6. Voer de naam van het programma in.
De eerste letter knippert.
7. Druk op
of om de letter te
wijzigen.
8. Druk op .
De volgende letter knippert.
9. Herhaal stap 7 indien nodig.
10. Druk op en houdt de knop
ingedrukt om op te slaan.
U kunt een geheugenpositie
overschrijven. Wanneer het display de
eerste vrije geheugenpositie aangeeft,
druk op of en druk op om
een bestaand programma te
overschrijven.
U kunt de naam van een programma
wijzigen in het menu: Wijzig
programmanaam.
Het programma inschakelen
1.
Oven inschakelen.
2. Selecteer het menu: Favoriet.
3. Druk op om te bevestigen.
4. Selecteer de naam van uw favoriete
programma.
5. Druk op
om te bevestigen.
NEDERLANDS
19
U kunt op drukken om rechtstreeks
naar het menu te gaan: Favoriet. Ook te
gebruiken als de oven is uitgeschakeld.
10.2 Gebruik van het
Kinderslot
Als het Kinderslot aanstaat, kan de oven
niet per ongeluk worden geactiveerd.
1. Druk op om het display aan te
zetten.
2. Druk tegelijkertijd op en totdat
het display een bericht toont.
Herhaal stap 2 om het kinderslot uit te
schakelen.
10.3 Toetsblokkering
Deze functie voorkomt dat een
verwarmingsfunctie per ongeluk wordt
ingeschakeld. U kunt deze alleen
inschakelen als de oven in werking is.
1. Oven inschakelen.
2. Stel de verwarmingsfunctie of -
instelling in.
3.
Druk herhaaldelijk op tot het
display toont: Toetsblokkering.
4. Druk op
om te bevestigen.
Druk op om de functie uit te
schakelen. Op het display verschijnt een
melding. Druk herhaaldelijk op
en
vervolgens op om te bevestigen.
Als u de oven uitzet, schakelt
de functie ook uit.
10.4 Set + Go
Met deze functie kunt u een
verwarmingsfunctie (of programma)
instellen en later met een aanraking van
een symbool gebruiken.
1. Oven inschakelen.
2. Stel de verwarmingsfunctie in.
3. Druk herhaaldelijk op tot het
display toont: Duur.
4. Stel de tijd in.
5. Druk herhaaldelijk op tot het
display toont: Set + Go.
6. Druk op
om te bevestigen.
Druk op een symbool (behalve voor )
om de functie te starten: Set + Go. De
ingestelde verwarmingsfunctie start.
Wanneer de verwarmingsfunctie is
voltooid, klinkt er een signaal.
Toetsblokkering is aan
wanneer de
verwarmingsfunctie actief
is.
Het menu: Basis
instellingen laat u de
functie: Set + Go in- en
uitschakelen.
10.5 Automatische
uitschakeling
Om veiligheidsredenen schakelt de oven
na bepaalde tijd automatisch uit als er
een ovenfunctie in werking is en u geen
instellingen wijzigt.
(°C) (u)
30 - 115 12,5
120 - 195 8,5
200 - 245 5,5
250 - maximum 3
De automatische uitschakeling werkt niet
met de functies: Binnenverlichting,
Voedselsensor,Duur, Eindtijd.
10.6 Helderheid van het
display
Er zijn twee standen voor de helderheid
van het display:
Helderheid 's nachts - wanneer de
oven uitstaat, is de helderheid van het
display tussen 22.00 uur en 06.00 uur
lager.
Helderheid overdag:
als de oven wordt ingeschakeld;
als u tijdens helderheid 's nachts
een symbool aanraakt (behalve
AAN/UIT), keert het display
gedurende 10 seconden terug
naar helderheid voor overdag.
www.aeg.com
20
als de oven wordt uitgeschakeld
en u een functie instelt:
Kookwekker. Wanneer de functie
eindigt, keert het display terug
naar helderheid voor 's nachts.
10.7 Koelventilator
Als de oven in werking is, wordt de
koelventilator automatisch ingeschakeld
om de oppervlakken van de oven koel te
houden. Na het uitschakelen van de
oven blijft de ventilatie doorgaan totdat
de oven is afgekoeld.
11. AANWIJZINGEN EN TIPS
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
De temperaturen en
baktijden in de tabellen zijn
slechts als richtlijn bedoeld.
Deze zijn afhankelijk van de
recepten en de kwaliteit en
de hoeveelheid van de
gebruikte ingrediënten.
11.1 Kookadviezen
Uw oven kan anders bakken of roosteren
dan de oven die u tot nu toe gebruikt
heeft. De onderstaande tabellen tonen
aanbevolen instellingen voor
temperatuur, kooktijd en rekstand voor
specifieke soorten voedsel.
Als u voor een speciaal recept de
instelling niet kunt vinden, zoek dan naar
een soortgelijk recept.
11.2 Nuttige tips voor speciale
opwarmfuncties van de oven
Warm houden
Met deze functie houdt u het voedsel
warm. De temperatuur wordt
automatisch ingesteld op 80 °C.
Borden warmen
Met deze functie kunt u borden en
schalen verwarmen voor het opdienen.
De temperatuur wordt automatisch
ingesteld op 70 °C.
Verdeel de opgestapelde borden en
schalen gelijkmatig over het ovenrek.
Gebruik de eerste rekstand. Verwissel ze
halverwege de verwarmtijd van plaats.
Deeg laten rijzen
Met de functie kunt u ook gistdeeg laten
rijzen. Doe het deeg in een grote schaal
en dek deze af met een natte doek of
plastic folie. Stel de functie in: Deeg
laten rijzen en de bereidingstijd.
Ontdooien
Haal het gerecht uit de verpakking en
plaats het op een bord. Dek het voedsel
niet af, want het kan tijdens het
ontdooien uitzetten. Gebruik de eerste
rekstand.
11.3 Bakken
Gebruik de eerste keer de laagste
temperatuur.
Bij het bereiden van cake op meerdere
niveaus kan de baktijd ca. 10 - 15
minuten langer zijn.
Als de cake niet overal even hoog is,
wordt de cake niet overal even bruin. Als
de cake niet overal even bruin wordt,
hoeft u de temperatuurinstelling niet te
wijzigen. De verschillen verminderen
tijdens het bakken.
Tijdens het bakken kunnen bakplaten in
de oven vervormen. Wanneer de
bakplaten afkoelen, verdwijnt de
vervorming.
NEDERLANDS
21
11.4 Baktips
Bakresultaat Mogelijke oorzaak Oplossing
De onderkant van de
cake is niet voldoende
gebakken.
De rekstand is incorrect. Plaats de cake op een lagere rek-
stand.
De cake zakt in en
wordt klef, of streperig.
De oventemperatuur is te
hoog.
Stel de volgende keer de oven-
temperatuur iets lager in.
Te korte baktijd. Stel volgende keer een langere
baktijd en een lagere oventempe-
ratuur in.
De cake is te droog. De oventemperatuur is te
laag.
Stel de volgende keer de oven-
temperatuur hoger in.
Te lange baktijd. Stel volgende keer een kortere
baktijd in.
De cake wordt ongelijk-
matig gebakken.
De oventemperatuur is te
hoog en de baktijd te kort.
De oventemperatuur lager instel-
len en de baktijd verlengen.
Het cakebeslag is niet ge-
lijkmatig verdeeld.
Verspreid de volgende keer het
cakebeslag gelijkmatig over de
bakplaat.
De cake wordt niet gaar
binnen de in het recept
aangegeven baktijd.
De oventemperatuur is te
laag.
Stel de volgende keer de oven-
temperatuur iets hoger in.
11.5 Bakken op 1 ovenniveau
BAKKEN IN BAKVORMEN
(°C) (min)
Tulband / Brioche Hetelucht 150 - 160 50 - 70 1
Zandgebak / Fruitgebak Hetelucht 140 - 160 70 - 90 1
Biscuitgebak Hetelucht 140 - 150 35 - 50 1
Biscuitgebak Boven + onder-
warmte
160 35 - 50 1
Taartbodem - zandtaart-
deeg, verwarm de oven voor
Hetelucht 170 - 180 10 - 25 2
Taartbodem - zacht cake-
deeg
Hetelucht 150 - 170 20 - 25 2
www.aeg.com22
BAKKEN IN BAKVORMEN
(°C) (min)
Appeltaart, 2 blikken Ø20
cm
Hetelucht 160 70 - 90 2
Appeltaart, 2 blikken Ø20
cm
Boven + onder-
warmte
180 70 - 90 1
Kwarktaart, gebruik een die-
pe pan
Boven + onder-
warmte
160 - 170 70 - 90 2
CAKE / GEBAK / BROOD OP BAKPLATEN
Verwarm de lege oven voor.
(°C) (min)
Plaatbrood / Broodkrans Boven + onder-
warmte
170 - 190 30 - 40 1
Christstollen Boven + onder-
warmte
160 - 180 50 - 70 1
Roggebrood Boven + onder-
warmte
eerst: 230 20 1
dan: 160 -
180
30 - 60
Roomsoezen / Eclairs Boven + onder-
warmte
190 - 210 20 - 35 2
Koninginnenbrood (opge-
rolde cake met jam)
Boven + onder-
warmte
180 - 200 10 - 20 2
Kruimeltaart, droog Hetelucht 150 - 160 20 - 40 2
Beboterde amandeltaart /
Suikerkoek
Boven + onder-
warmte
190 - 210 20 - 30 2
Vruchtentaart (gemaakt van
gistdeeg/zacht cakedeeg)
Hetelucht 150 - 160 35 - 55 2
Vruchtentaart (gemaakt van
gistdeeg/zacht cakedeeg)
Boven + onder-
warmte
170 35 - 55 2
Vruchtencake van zanddeeg Hetelucht 160 - 170 40 - 80 2
NEDERLANDS 23
CAKE / GEBAK / BROOD OP BAKPLATEN
Verwarm de lege oven voor.
(°C) (min)
Plaatkoek met delicate gar-
nering (bijvoorbeeld kwark,
room, puddingvulling)
Boven + onder-
warmte
160 - 180 40 - 80 2
KOEKJES EN BISCUITS
Gebruik de tweede rekstand.
(°C) (min)
Zandkoekjes Hetelucht 150 - 160 10 - 20
Zanddeeg / Deegreepjes voor
op vlaaien/taarten
Hetelucht 140 20 - 35
Zanddeeg / Deegreepjes voor
op vlaaien/taarten, verwarm de
oven voor
Boven + onder-
warmte
160 20 - 30
Koekjes gemaakt van spons-
deeg
Hetelucht 150 - 160 15 - 20
Eiwitgebak/schuimgebak Hetelucht 80 - 100 120 - 150
Bitterkoekjes Hetelucht 100 - 120 30 - 50
Koekjes gemaakt van gistdeeg Hetelucht 150 - 160 20 - 40
Koekjes van bladerdeeg, ver-
warm de oven voor
Hetelucht 170 - 180 20 - 30
Broodjes, verwarm de oven
voor
Hetelucht 160 10 - 25
Boven + onder-
warmte
190 - 210 10 - 25
Cakejes, verwarm de oven voor Hetelucht 160 20 - 35
Boven + onder-
warmte
170 20 - 35
www.aeg.com24
11.6 Ovenschotels en gegratineerde gerechten
Gebruik de eerste rekstand.
(°C) (min)
Pasta gebakken Boven + onderwarmte 180 - 200 45 - 60
Lasagne Boven + onderwarmte 180 - 200 25 - 40
Groentegratin, verwarm
de oven voor
Circulaviegrill 160 - 170 15 - 30
Stokbroden met ge-
smolten kaas
Hetelucht 160 - 170 15 - 30
Melkrijst Boven + onderwarmte 180 - 200 40 - 60
Visschotels Boven + onderwarmte 180 - 200 30 - 60
Gevulde groente Hetelucht 160 - 170 30 - 60
11.7 Bakken op meerdere
niveaus
Gebruik de functie: Hetelucht
Gebruik voor 2 bakplaten de eerste en
de vierde rekstand.
CAKE / GEBAK / BROOD OP
BAKPLATEN
(°C) (min)
Roomsoezen /
Eclairs, verwarm
de oven voor
160 - 180 25 - 45
Kruimeltaart 150 - 160 30 - 45
CAKE / KLEINE CAKEJES /
BROODJES OP BAKPLATEN
(°C) (min)
Zandkoekjes 150 - 160 20 - 40
Zanddeeg / Dee-
greepjes voor op
vlaaien/taarten
140 25 - 45
Koekjes gemaakt
van sponsdeeg
160 - 170 25 - 40
Eiwitgebak/schuim-
gebak / Schuimge-
bakjes
80 - 100 130 -
170
Bitterkoekjes 100 - 120 40 - 80
Koekjes gemaakt
van gistdeeg
160 - 170 30 - 60
11.8 Tips voor braden
Gebruik hittebestendig kookgerei.
Braad mager vlees afgedekt.
NEDERLANDS
25
Braad grote vleesstukken direct in de
diepe bakplaat of op een bakrooster
boven de bakplaat.
Doe wat water in de bakplaat om te
voorkomen dat druipend vet verbrandt.
Draai het braadstuk na 1/2 - 2/3 van de
gaartijd.
Rooster vlees en vis in grote stukken (1
kg of meer).
Bedruip vleesstukken meerdere malen
met hun eigen sap tijdens het roosteren.
11.9 Roostertafels
Gebruik de eerste rekstand.
RUNDVLEES
(°C) (min)
Stoofvlees 1 - 1,5 kg Boven + onder-
warmte
230 120 - 150
Rosbief of ossen-
haas, rood, ver-
warm de oven
voor
per cm dikte Circulaviegrill 190 - 200 5 - 6
Rosbief of ossen-
haas, medium
per cm dikte Circulaviegrill 180 - 190 6 - 8
Rosbief of ossen-
haas, gaar
per cm dikte Circulaviegrill 170 - 180 8 - 10
VARKENSVLEES
Gebruik de functie: Circulaviegrill.
(kg)
(°C) (min)
Schouder / Nek / Ham-
lap
1 - 1,5 160 - 180 90 - 120
Karbonade / Spare ribs 1 - 1,5 170 - 180 60 - 90
Gehaktbrood 0,75 - 1 160 - 170 50 - 60
Varkensschenkel, voor-
gekookt
0,75 - 1 150 - 170 90 - 120
www.aeg.com26
KALFSVLEES
Gebruik de functie: Circulaviegrill.
(kg)
(°C) (min)
Geroosterd kalfsvlees 1 160 - 180 120 - 150
Kalfsschenkel 1,5 - 2 160 - 180 120 - 150
LAMSVLEES
Gebruik de functie: Circulaviegrill.
(kg)
(°C) (min)
Lamsbout / Geroosterd
lamsvlees
1 - 1,5 150 - 180 100 - 120
Lamsrugfilet 1 - 1,5 160 - 180 40 - 60
WILD
(kg)
(°C) (min)
Rug / Hazenpoot,
verwarm de oven
voor
tot 1 Boven + onder-
warmte
230 30 - 40
Hert rugfilet 1,5 - 2 Boven + onder-
warmte
210 - 220 35 - 40
Reebout, herten-
bout
1,5 - 2 Boven + onder-
warmte
180 - 200 60 - 90
NEDERLANDS 27
GEVOGELTE
Gebruik de functie: Circulaviegrill.
(kg)
(°C) (min)
Kip 0,2 - 0,25 elk stuk 200 - 220 30 - 50
Halve kip 0,4 - 0,5 elk stuk 190 - 210 35 - 50
Gevogelte, porties 1 - 1,5 190 - 210 50 - 70
Eend 1,5 - 2 180 - 200 80 - 100
VIS
(kg)
(°C) (min)
Hele vis 1 - 1,5 Boven + onder-
warmte
210 - 220 45 - 60
11.10 Knapperig bakken met
Pizza-functie
PIZZA
Gebruik de eerste rekstand.
(°C) (min)
Taarten 180 - 200 40 - 55
Spinazietaart 160 - 180 45 - 60
Quiche Lorrai-
ne
170 - 190 45 - 55
Kwarktaart 140 - 160 60 - 90
Appeltaart, be-
dekt
150 - 170 50 - 60
PIZZA
Gebruik de eerste rekstand.
(°C) (min)
Groentetaart 160 - 180 50 - 60
www.aeg.com28
PIZZA
Warm de lege oven voor het ko-
ken voor.
Gebruik de tweede rekstand.
(°C) (min)
Pizza, dunne
korst
200 - 230 15 - 20
Pizza, dikke
korst, ge-
bruik een
diepe pan
180 - 200 20 - 30
Zwitserse
flan
170 - 190 45 - 55
Ongede-
semd brood
230 - 250 10 - 20
Bladerdeeg-
taart
160 - 180 45 - 55
Flammku-
chen
230 - 250 12 - 20
Pierogi 180 - 200 15 - 25
11.11 Brood bakken
Voorverwarmen wordt niet aanbevolen.
BROOD
Gebruik de tweede rekstand.
(°C) (min)
Witbrood 180 - 200 40 - 60
Baguette 200 - 220 35 - 45
Brioche 160 - 180 40 - 60
Ciabatta 200 - 220 35 - 45
Roggebrood 180 - 200 50 - 70
Volkoren brood 180 - 200 50 - 70
Volkorenbrood 170 - 190 60 - 90
11.12 Grillen
Alleen dunne stukken vlees of vis grillen.
Warm de lege oven voor het koken voor.
Plaats een pan op de eerste rekstand om
vet op te vangen.
GRILLEN
Gebruik de eerste rekstand.
(°C) (min)
1e kant 2e kant
Rosbief, medium 210 - 230 30 - 40 30 - 40
Runderfilet, medium 230 20 - 30 20 - 30
NEDERLANDS 29
GRILLEN
Gebruik de eerste rekstand.
(°C) (min)
1e kant 2e kant
Varkenshaas 210 - 230 30 - 40 30 - 40
Kalfsvlees 210 - 230 30 - 40 30 - 40
Lamsrug 210 - 230 25 - 35 20 - 35
Hele vis, 0,5 - 1 kg 210 - 230 15 - 30 15 - 30
11.13 Lage temperatuur garen
Met deze functie bereidt u vlees en vis
op magere wijze mals. De functie is niet
van toepassing op gevogelte, vet
varkensgebraad, gebraad.
Voedselsensor de temperatuur mag niet
hoger zijn dan 65 °C.
1. Bak het vlees 1 - 2 minuten aan beide
zijden aan in een pan op een hoog
vuur.
2. Plaats het vlees in de braadslede of
direct op het bakrooster. Zet een
plaat onder het rooster om vet op te
vangen.
Kook altijd zonder deksel terwijl u
deze functie gebruikt.
3. Gebruik Voedselsensor.
4. Selecteer de functie: Lage
temperatuur garen. U kunt
gedurende de eerste 10 minuten de
temperatuur instellen op een
temperatuur tussen de 80 °C en 150
°C. De standaard is 90 °C. Stel de
temperatuur in op Voedselsensor.
5. Na 10 minuten verlaagt de oven
automatisch de temperatuur tot 80
°C.
Gebruik de eerste rekstand.
(kg)
(°C) (min)
Rosbief 1 - 1,5 150 120 - 150
Runderfilet 1 - 1,5 150 90 - 110
Geroosterd kalfsvlees 1 - 1,5 150 120 - 150
Steak 0,2 - 0,3 120 20 - 40
www.aeg.com30
11.14 Bevroren gerechten
Haal het voedsel uit de verpakking. Doe
het voedsel op een bord.
Dek het voedsel niet af, want dat kan de
ontdooitijd verlengen.
ONTDOOIEN
Gebruik de tweede rekstand.
(°C) (min)
Pizza, bevroren 200 - 220 15 - 25
American pizza, bevroren 190 - 210 20 - 25
Pizza, gekoeld 210 - 230 13 - 25
Pizzasnacks, bevroren 180 - 200 15 - 30
Frietjes, dun 200 - 220 20 - 30
Frietjes, dik 200 - 220 25 - 35
Aardappelpartjes / Aardappelkroketjes 220 - 230 20 - 35
Rösties 210 - 230 20 - 30
Lasagne / Cannelloni, vers 170 - 190 35 - 45
Lasagne / Cannelloni, bevroren 160 - 180 40 - 60
Gebakken kaas 170 - 190 20 - 30
Vleugels van kippen 190 - 210 20 - 30
11.15 Ontdooien
Haal het gerecht uit de verpakking en
plaats het op een bord.
Gebruik de eerste rekstand.
Dek het voedsel niet af, want dat kan de
ontdooitijd verlengen.
(kg)
(min)
Ontdooitijd
(min)
Verdere
ontdooitijd
Kip 1 100 - 140 20 - 30 Kip op een omgedraaid schoteltje
in een groot bord leggen. Halver-
wege de bereidingstijd omdraaien.
NEDERLANDS 31
(kg)
(min)
Ontdooitijd
(min)
Verdere
ontdooitijd
Vlees 1 100 - 140 20 - 30 Halverwege de bereidingstijd om-
draaien.
Vlees 0,5 90 - 120 20 - 30 Halverwege de bereidingstijd om-
draaien.
Forel 0,15 25 - 35 10 - 15 -
Aardbeien 0,3 30 - 40 10 - 20 -
Boter 0,25 30 - 40 10 - 15 -
Room 2 x 0,2 80 - 100 10 - 15 Klop de nog licht bevroren slag-
room.
Taart 1,4 60 60 -
11.16 Inmaken
Gebruik alleen weckpotten van dezelfde
afmetingen.
Gebruik geen weckpotten met een draai-
of bajonetsluiting en metalen bakken.
Gebruik de eerste rekstand.
Zet niet meer dan zes weckflessen van 1
liter op het bakrooster.
Vul de glazen potten gelijkmatig en sluit
ze af met een klem.
De weckpotten mogen elkaar niet raken.
Vul ca. 1/2 liter water op de plaat, zodat
er voldoende vocht in de oven ontstaat.
Als de vloeistof in de weckpotten begint
te borrelen (na ca. 35 - 60 minuten bij
weckpotten van 1 liter), stop de oven of
verlaag de temperatuur tot 100 °C
(raadpleeg de tabel).
Stel de temperatuur in op 160 - 170 °C.
ZACHTE VRUCHTEN
(min)
Kooktijd tot het
sudderen begint
Aardbeien / Bosbes-
sen / Frambozen / rij-
pe kruisbessen
35 - 45
STEENVRUCHTEN
(min)
Kooktijd tot
het sudde-
ren begint
(min)
Door blij-
ven koken
op 100 °C
Perziken /
Kweeperen /
Pruimen
35 - 45 10 - 15
www.aeg.com32
GROENTEN
(min)
Kooktijd
tot het sud-
deren be-
gint
(min)
Door blij-
ven koken
op 100 °C
Wortelen 50 - 60 5 - 10
Komkom-
mers
50 - 60 -
Gemengde
augurken
50 - 60 5 - 10
GROENTEN
(min)
Kooktijd
tot het sud-
deren be-
gint
(min)
Door blij-
ven koken
op 100 °C
Koolrabi /
Erwten / As-
perge
50 - 60 15 - 20
11.17 Drogen
Gebruik de derde rekstand.
(°C) (u)
Bonen 60 - 70 6 - 8
Paprika’s 60 - 70 5 - 6
Soepgroenten 60 - 70 5 - 6
Champignons 50 - 60 6 - 8
Kruiden 40 - 50 2 - 3
Pruimen 60 - 70 8 - 10
Abrikozen 60 - 70 8 - 10
Schijfjes appel 60 - 70 6 - 8
Peren 60 - 70 6 - 9
NEDERLANDS 33
11.18 Voedselsensor
RUNDVLEES Kerntemperatuur (°C) van voedsel
Saignant Medium Bien cuit
Rosbief 45 60 70
Entrecote 45 60 70
RUNDVLEES Kerntemperatuur (°C) van voedsel
Minder Medium Meer
Gehaktbrood 80 83 86
VARKENSVLEES Kerntemperatuur (°C) van voedsel
Minder Medium Meer
Ham / Braadstuk 80 84 88
Rugkotelet / Varkenshaas, gerookt /
Varkenshaas, gepocheerd
75 78 82
KALFSVLEES Kerntemperatuur (°C) van voedsel
Minder Medium Meer
Geroosterd kalfsvlees 75 80 85
Kalfsschenkel 85 88 90
SCHAPENVLEES/LAMS-
VLEES
Kerntemperatuur (°C) van voedsel
Minder Medium Meer
Schapenbout 80 85 88
Rugfilet schapenvlees 75 80 85
Geroosterd lamsvlees / Lamsbout 65 70 75
www.aeg.com34
WILD Kerntemperatuur (°C) van voedsel
Minder Medium Meer
Hazenrugfilet / Hert rugfilet 65 70 75
Hazenpoot / Haas, heel / Herten-
bout
70 75 80
GEVOGELTE Kerntemperatuur (°C) van voedsel
Minder Medium Meer
Kip 80 83 86
Eend, hele/halve / Kalkoen, hele/
halve
75 80 85
Eendenborst 60 65 70
VIS (ZALM, FOREL,
SNOEKBAARS)
Kerntemperatuur (°C) van voedsel
Minder Medium Meer
Vis, hele/grote/gestoomde / Vis,
hele/grote/geroosterde
60 64 68
OVENSCHOTELS - VOOR-
GEKOOKTE GROENTEN
Kerntemperatuur (°C) van voedsel
Minder Medium Meer
Ovenschotel courgette / Oven-
schotel broccoli / Ovenschotel ven-
kel
85 88 91
OVENSCHOTELS - HAR-
TIG
Kerntemperatuur (°C) van voedsel
Minder Medium Meer
Cannelloni / Lasagne / Pasta ge-
bakken
85 88 91
NEDERLANDS 35
OVENSCHOTELS - ZOET Kerntemperatuur (°C) van voedsel
Minder Medium Meer
Ovenschotel witbrood met/zonder
fruit / Ovenschotel rijstepap met/
zonder fruit / Ovenschotel zoete
noedels
80 85 90
11.19 Warmelucht (vochtig) -
aanbevolen accessoires
Gebruik de donkere en niet-
reflecterende bakjes en schalen. Ze
nemen de warmte beter op dan licht en
reflecterend servies.
Pizza pan
Ovenschotel
Ovenschaal-
tjes
Blik voor flanbodem
Donker, niet-reflecte-
rend
Diameter van 28 cm
Donker, niet-reflecterend
Diameter van 26 cm
Keramiek
8 cm diameter,
5 cm hoog
Donker, niet-reflecte-
rend
Diameter van 28 cm
11.20 Warmelucht (vochtig)
Gebruik de eerste rekstand.
(°C) (min)
Pastagratin 200 - 220 45 - 60
Aardappelgra-
tin
180 - 200 70 - 85
Moussaka 180 - 200 75 - 90
Lasagne 180 - 200 70 - 90
Cannelloni 180 - 200 65 - 80
Gebruik de eerste rekstand.
(°C) (min)
Broodpudding 190 - 200 55 - 70
Rijstpudding 180 - 200 55 - 70
Appeltaart,
gemaakt van
zacht cake-
deeg (ronde
taartvorm)
160 - 170 70 - 80
Witbrood 200 - 210 55 - 70
www.aeg.com36
12. ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
12.1 Opmerkingen over schoonmaken
Reinigings-
middelen
Maak de voorkant van de oven schoon met een zachte doek, warm water
en een mild reinigingsmiddel.
Gebruik voor metalen oppervlakken een specifiek reinigingsmiddel.
Verwijder hardnekkige vlekken met een speciale ovenreiniger.
Dagelijks ge-
bruik
Reinig de uitsparing in de oven na elk gebruik. Vetophoping of andere
voedingsresten kunnen brand veroorzaken. Het gevaar is groter voor de
grillpan.
Droog de uitsparing na elk gebruik met een zachte doek.
Accessoires
Reinig alle accessoires na elk gebruik en laat ze drogen. Gebruik een
zachte doek met een warm sopje en een reinigingsmiddel. De accessoi-
res niet in de afwasmachine reinigen.
Reinig de antiaanbakaccessoires niet met agressieve middelen, scherpe
voorwerpen of in een vaatwasser.
12.2 Verwijderbare
inschuifrails
Als u de binnenkant van de oven wilt
reinigen, verwijdert u de inschuifrails.
LET OP!
Wees voorzichtig bij het
verwijderen van de
inschuifrails.
1. Trek de inschuifrail bij de voorkant uit
de zijwand.
2. Trek de geleider bij de achterkant uit
de zijwand en verwijder deze.
2
1
Installeer de verwijderde accessoires in
de omgekeerde volgorde.
NEDERLANDS 37
12.3 Plafond van de oven
WAARSCHUWING!
Schakel het apparaat uit
voordat u het
verwarmingselement
verwijdert. Zorg ervoor dat
het apparaat is afgekoeld. Er
bestaat verbrandingsgevaar.
De inschuifrail verwijderen.
Het verwarmingselement kan worden
neergeklapt om het plafond van de oven
gemakkelijker te reinigen.
1. Houd het verwarmingselement aan
de voorzijde met beide handen vast.
2. Trek het naar voren tegen de
veerdruk en uit de twee houders.
Het verwarmingselement klapt omlaag.
3. Reinig het plafond van de oven.
4. Installeer het verwarmingselement in
omgekeerde volgorde.
Installeer het
verwarmingselement correct
boven de steun aan de
binnenwand van het
apparaat.
5. Installeer de geleiders.
12.4 Verwijderen en installeren
van de deur
U kunt de deur en de binnenste
glaspanelen verwijderen om ze schoon
te maken. Het aantal glasplaten verschilt
per model.
WAARSCHUWING!
De deur is zwaar.
1. Open de deur helemaal.
2.
Duw de klemhendels (A) volledig op
de twee scharnieren.
A
A
3. Sluit de ovendeur in de eerste
openingsstand (in een hoek van
ongeveer 70°).
4. Pak de deur aan de zijkanten met
beide handen vast en trek deze
onder een opwaartse hoek weg van
de oven.
5. Plaats de ovendeur met de
buitenkant omlaag op een zachte en
egale ondergrond.
6. Deurafdekking (B) aan de bovenkant
van de deur aan beide kanten
vastpakken en naar binnen drukken
om de klemsluiting te ontgrendelen.
1
2
B
7. Trek de deur naar voren om hem te
verwijderen.
8. Houd de glasplaten aan de
bovenkant vast en trek deze een voor
een omhoog uit de geleiding.
9. Reinig de glasplaat met een sopje.
Droog de glasplaat voorzichtig af.
Voer de bovenstaande stappen in
omgekeerde volgorde uit als de
reiniging voltooid is. Plaats de kleinste
www.aeg.com
38
glasplaat eerst, daarna de grotere
glasplaten en de deur.
WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat de
glasplaten op de juiste
manier worden geplaatst,
anders kan het oppervlak
van de deur oververhit
raken.
12.5 Het lampje vervangen
WAARSCHUWING!
Gevaar voor elektrische
schokken.
Het lampje kan heet zijn.
1. Oven uitschakelen.
Wacht totdat de oven afgekoeld is.
2. Trek de oven uit het stopcontact.
3. Leg een doek op de bodem van de
ovenruimte.
Het bovenste lampje
1. Draai het afdekglas van de lamp en
verwijder het.
2. Reinig de glasafdekking.
3. Vervang de lamp door een geschikte
300°C hittebestendige lamp.
4. Plaats het afdekglas terug.
13. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
13.1 Wat moet u doen als...
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
U kunt de oven niet inscha-
kelen of bedienen.
De oven is niet aangesloten
op een stopcontact of is niet
goed geïnstalleerd.
Controleer of de oven goed
is aangesloten op het stop-
contact (zie het aansluitdia-
gram indien beschikbaar).
De oven wordt niet warm. De oven staat uit. Oven inschakelen.
De oven wordt niet warm. De klok is niet ingesteld. Stel de klok in.
De oven wordt niet warm. De benodigde kookstanden
zijn niet ingesteld.
Zorg ervoor dat de instellin-
gen correct zijn.
De oven wordt niet warm. Automatische uitschakeling
is actief.
Raadpleeg 'Automatisch uit-
schakelen'.
De oven wordt niet warm. Het kinderslot is geacti-
veerd.
Raadpleeg "Het kinderslot
gebruiken".
De oven wordt niet warm. De zekering is doorgesla-
gen.
Ga na of de zekering de oor-
zaak van de storing is. Als de
zekeringen keer op keer
doorslaan, neemt u contact
op met een erkende installa-
teur.
NEDERLANDS 39
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
Het lampje brandt niet. Het lampje is stuk. Vervang het lampje.
De vleesthermometer werkt
niet.
De stekker van de vleesther-
mometer is niet goed in de
aansluiting gestoken.
Steek de stekker van de
vleesthermometer zo ver
mogelijk in het stopcontact.
Op het display verschijnt
F111.
De stekker van de vleesther-
mometer is niet goed in de
aansluiting gestoken.
Steek de stekker van de
vleesthermometer zo ver
mogelijk in het stopcontact.
Het display toont een fout-
code die niet in deze tabel
staat.
Er is een elektrische fout. Zet de oven uit via de
huiszekering of de veilig-
heidsschakelaar in de ze-
keringkast en schakel de-
ze weer in.
Neem contact op met de
klantenservice wanneer
de foutcode opnieuw
wordt weergegeven.
Stoom en condens slaan
neer op de gerechten en in
de ovenruimte.
Het gerecht heeft te lang in
de oven gestaan.
Laat gerechten na het berei-
den niet langer dan 15 - 20
minuten in de oven staan.
Het apparaat staat aan maar
wordt niet warm. De ventila-
tor werkt niet. Op het dis-
play verschijnt "Demo".
De demofunctie is ingescha-
keld.
Raadpleeg het hoofdstuk
"Dagelijks gebruik" in "Ba-
sisinstellingen".
13.2 Onderhoudsgegevens
Als u niet zelf het probleem kunt
verhelpen, neem dan contact op met uw
verkoper ofeen erkende serviceafdeling.
De contactgegevens van het
servicecentrum staan op het typeplaatje.
Het typeplaatje bevindt zich aan de
voorkant van de binnenkant van de oven.
Verwijder het typeplaatje niet uit de
ovenruimte.
Wij adviseren u om de gegevens hier te noteren:
Model (MOD.) .........................................
Productnummer (PNC) .........................................
Serienummer (S.N.) .........................................
www.aeg.com40
14. ENERGIEZUINIGHEID
14.1 Productinformatieblad
Productinformatie volgens EU 65-66/2014
Naam leverancier AEG
Modelidentificatie KEK742220M 944066398
Energie-efficiëntie Index 80.8
Energie-efficiëntieklasse A+
Energieverbruik bij een standaardbelasting, stand
boven + onderwarmte
0.89 kWh/cyclus
Energieverbruik bij een standaardbelasting, stand
hetelucht
0.59 kWh/cyclus
Aantal ruimten 1
Warmtebron Elektriciteit
Volume 43 l
Soort oven Inbouwoven
Massa 30.8 kg
EN 60350-1 - Elektrische huishoudelijke
kookapparaten - Deel 1: Range-ovens,
ovens, stoomovens en grills - Methoden
voor prestatiemeting.
14.2 Energiebesparing
Deze oven bevat functies die
u helpen energie te
besparen tijdens het
dagelijks koken.
Zorg ervoor dat de ovendeur goed
gesloten is als u de oven in werking stelt.
De deur niet openen tijdens de
bereiding met stoom. Houd het
deurrubber schoon en zorg ervoor dat
het goed op zijn plaats vastzit.
Gebruik metalen kookgerei om meer
energie te besparen.
Verwarm de oven indien mogelijk niet
voor het koken voor.
Houd de onderbrekingen tussen het
bakken zo kort mogelijk als u een aantal
gerechten tegelijkertijd bereidt.
Bereiding met hete lucht
Gebruik indien mogelijk de
bereidingsfuncties met hete lucht om
energie te besparen.
Restwarmte
Bij sommige ovenfuncties worden, als
een programma met tijdselectie (Duur of
Einde) in werking is en de bereidingstijd
langer is dan 30 minuten, de
verwarmingselementen automatisch
eerder uitgeschakeld.
De lamp en ventilator blijven wel werken.
Wanneer u de oven uitschakelt, geeft het
display de restwarmte aan. U kunt die
warmte gebruiken om het eten warm te
houden.
Wanneer de kookduur langer is dan 30
minuten, verlaag dan de
oventemperatuur tot minimaal 3-10
minuten voor het einde van het koken.
De restwarmte in de oven zorgt ervoor
dat het gerecht wordt voltooid.
U kunt de restwarmte gebruiken om
andere maaltijden op te warmen.
NEDERLANDS
41
Eten warm houden
Kies de laagst mogelijke
temperatuurinstelling om de restwarmte
te gebruiken en een maaltijd warm te
houden. Het indicatielampje van de
restwarmte of temperatuur verschijnt op
het display.
Koken met de verlichting
uitgeschakeld
Schakel de verlichting tijdens het koken
uit. Doe het aan als u het nodig heeft.
Warmelucht (vochtig)
Functie is ontworpen om tijdens de
bereiding energie te besparen.
Als u deze functie gebruikt, gaat de
verlichting na 30 seconden automatisch
uit. U kunt de verlichting weer
inschakelen maar deze handeling
vermindert de verwachte
energiebesparingen.
15. MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het
symbool . Gooi de verpakking in een
geschikte afvalcontainer om het te
recycleren. Bescherm het milieu en de
volksgezondheid en recycleer op een
correcte manier het afval van elektrische
en elektronische apparaten. Gooi
apparaten gemarkeerd met het symbool
niet weg met het huishoudelijk afval.
Breng het product naar het milieustation
bij u in de buurt of neem contact op met
de gemeente.
*
www.aeg.com
42
NEDERLANDS 43
www.aeg.com/shop
867300591-B-262019
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44

AEG KEK742220M Handleiding

Type
Handleiding