Bauknecht GSI 4643 BW-SW Gebruikershandleiding

Type
Gebruikershandleiding
31
INHOUD NL
VOOR DE INGEBRUIKNAME
PAGINA
32
MILIEUVRIENDELIJKE WENKEN
PAGINA
32
ALGEMENE VOORZORGSMAATREGELEN EN ADVIEZEN
PAGINA
32
ENERGIE EN WATER BESPAREN
PAGINA
32
HET ZOUTRESERVOIR VULLEN
PAGINA
33
HET DOSEERBAKJE VAN HET
SPOELGLANSMIDDEL VULLEN
PAGINA
34
HET DOSEERBAKJE VAN HET AFWASMIDDEL VULLEN
PAGINA
35
GEBRUIK VAN DE VAATWASMACHINE
PAGINA
36
AANSLUITINGEN
PAGINA
37
REINIGING EN ONDERHOUD
PAGINA
38
STORINGEN OPSPOREN
PAGINA
39
TECHNISCHE SERVICEDIENST
PAGINA
39
Wij raden u aan de gebruiksaanwijzingen aandachtig door te lezen en de programmatabel
te gebruiken, om de beste prestaties van uw vaatwasmachine te bereiken.
32
Controleer na verwijdering van de verpakking
of de vaatwasmachine geen schade heeft
geleden tijdens het transport, en of deur
perfect sluit. Wendt u zich in geval van twijfel
tot een vakman of tot de Dealer.
Het verpakkingsmateriaal (plastic zakken,
enz.) moet buiten het bereik van kinderen
gehouden worden, want het zou een bron van
gevaren kunnen vormen.
De vaatwasmachine is uitsluitend voor
huishoudelijk gebruik bedoeld; gebruik hem
alleen voor de functies waarvoor hij is
vervaardigd.
Alle aansluitingen op de waterleiding en het
elektriciteitsnet moeten worden verzorgd door
vakmensen, in overeenstemming met de
aanwijzingen van de fabrikant. Bij deze
werkzaamheden moeten alle plaatselijk
geldende veiligheidsvoorschriften in acht
genomen worden (zie ook de bijgaande
aanwijzingen voor de installatie).
1. Verpakkingsmateriaal
Het verpakkingsmateriaal is voor 100%
geschikt voor recycling, hetgeen wordt
aangeduid door het recyclingsysmbool .
2. Product
De vaatwasmachine is vervaardigd van
recyclebaar materiaal.
Voor het afvoeren van de machine dienen de
plaatselijke voorschriften voor afvalwerking te
worden gevolgd. In ieder geval moet de
vaatwasmachine onbruikbaar worden gemaakt
door de voedingskabel door te snijden.
Kinderslot
Laat kinderen niet met de vaatwasmachine
spelen.
Bewaar het vaatwasmiddel, het
spoelglansmiddel en het zout op een droge
plaats, buiten het bereik van kinderen.
Algemene wenken
Gebruik uitsluitend wasmiddelen,
spoelglansmiddel en regenereerzout die
specifiek bedoeld zijn voor vaatwasmachines.
Schakel de vaatwasmachine aan het einde van
het programma uit en draai de waterkraan dicht.
Zet het apparaat telkens voordat u hem
schoon gaat maken of onderhoud gaat plegen
uit, trek de stekker uit het stopcontact en draai
de waterkraan dicht.
Doet er zich een storing voor, schakel de
vaatwasmachine dan uit en draai de
waterkraan dicht.
De deur kan alleen het gewicht van de
uitgeschoven korf dragen, met inbegrip van
de vaat. Leun niet op de open deur en ga er
niet op zitten of staan: de vaatwasmachine
zou kunnen kantelen.
Als het nodig is moet de verbindingskabel met
het net worden vervangen door een
soortgelijk exemplaar, dat verkrijgbaar is bij
de Servicedienst. De kabel dient te worden
vervangen door een gespecialiseerd
technicus.
Alleen voor apparaten die voorzien zijn
van een aquastopsysteem:
In de watertoevoerslang en de plastic doos
zijn elektrische componenten aanwezig.
Snijd de slang dus niet door en dompel de
doos niet in water onder. Als de slang kapot
is, moet de machine onmiddellijk uitgezet
worden.
Gebruik geen oplosmiddelen in de
vaatwasmachine: explosiegevaar!
Capaciteit: 12 couverts
.
CE conformiteitsverklaring
Dit apparaat voldoet aan de volgende
Richtlijnen:
73/23/EEG
89/336/EEG
93/68/EEG
Spoel de vaat niet af onder stromend water.
Gebruik de vaatwasmachine steeds wanneer
hij vol is, of selecteer, als er slechts
een
korf
vol is, het vaatwasprogramma met halve
lading (indien beschikbaar).
Als er ecologische energiebronnen ter
beschikking staan, zoals verwarming met
zonnepanelen, warmtepompen of centrale
verwarming, dient de vaatwasmachine te
worden aangesloten op de leiding van het
warme water, tot een temperatuur van
hoogstens 60 °C. Vergewis u ervan of de
watertoevoerslang de juiste eigenschappen
heeft. Zie het hoofdstuk “Aansluitingen” in
deze aanwijzingen.
VOOR DE INGEBRUIKNAME
MILIEUVRIENDELIJKE WENKEN
ALGEMENE VOORZORGSMAATREGELEN EN ADVIEZEN
ENERGIE EN WATER BESPAREN
33
Informeer naar de hardheidsgraad van
het water in uw gebied.
U kunt hiernaar vragen bij het
waterleidingbedrijf of de laatste
waterrekening bekijken.
Stel de hardheidsgraad van het water in
door de keuzeknop (indien aanwezig) aan
de binnenkant van de deur (linksboven) te
verdraaien met behulp van een
schroevendraaier. Zet de keuzeknop op
de stand die wordt aangegeven in de
volgende tabel:
Als de waterhardheid onder categorie 1 (zacht)
valt, hoeft u geen zout te gebruiken.
Als de hardheid van het water hoger is dan
1-2 (gemiddelde hardheid) moet het
zoutreservoir voor het eerste gebruik van
de vaatwasmachine worden gevuld met
regenereerzout en meteen daarna een
afwasprogramma worden gestart, zodat
de naar buiten gekomen zoutoplossing
onmiddellijk wordt geëlimineerd en
corrosie vermeden wordt. Om dit resultaat
te bereiken is voorspoelen niet voldoende.
Controleer regelmatig het niveau van het
regenereerzout.
Let op: gebruik alleen zout voor
vaatwasmachines!
Vullen van het zoutreservoir met
ongeschikte stoffen, zoals bijvoorbeeld
afwasmiddel, heeft onherstelbare schade
voor het onthardingssysteem tot gevolg.
Om het zoutreservoir te vullen:
1.
Trek de onderste korf naar buiten.
2.
Schroef de dop los tegen de klok in.
3.
Alleen voor het eerste gebruik van de
vaatwasmachine: vul het reservoir tot de
rand met water.
4.
Vul het reservoir met zou tot aan de rand
(max. 2 kg) en roer er doorheen met het
handvat van een lepel.
5.
Schroef de dop vast met de klok mee.
Indicator van het zoutniveau
De vaatwasmachine is voorzien van een
elektrische indicator of een optische indicator
van het zoutniveau (afhankelijk van het model).
Elektrische indicator:
Het lampje op het bedieningspaneel gaat
branden wanneer het zoutreservoir moet worden
gevuld.
Optische indicator:
Wanneer het zoutreservoir voldoende gevuld is, is
de rode vlotter goed zichtbaar in het venstertje van
de dop. De vlotter daalt en is niet zichtbaar meer
wanneer het zoutreservoir moet worden gevuld.
HET ZOUTRESERVOIR VULLEN
Stand
van de
keuzeknop
Hardheidscategorie
Duitse
hardheid
°dH
Franse
hardheid
°fH
0 1 zacht 0 - 5 0 - 9
1 1 - 2 gemiddeld 6 - 10 10 - 18
2 2 gemiddeld 11 - 15 19 - 27
3 3 middel-hard 16 - 21 28 - 37
4 4 hard 22 - 28 38 - 50
5 4 zeer hard 29 - 35 51 - 63
6
4 buitengewoon
hard
36 - 60 64 - 107
34
Het spoelglansmiddel bevordert het drogen van
de vaat, doordat het het water beter laat
wegstromen, zodat er geen strepen of vlekken
achterblijven. Vul het doseerbakje voor het
eerste gebruik van de vaatwasmachine.
Controleer vervolgens regelmatig het niveau van
het spoelglansmiddel.
Gebruik uitsluitend spoelglansmiddel voor
vaatwasmachines.
1.
Schroef de dop los, druk op de toets
A
(zie tekening). Giet het spoelglansmiddel
door de opening tot aan de stippellijn
(maximum ca. 100 ml).
2. Neem gemorste spoelglansmiddel
onmiddellijk af. Zodoende wordt
vermeden dat er te veel schuimvorming
ontstaat, waardoor minder goed wordt
afgewassen.
3.
Sluit de dop.
De hoeveelheid spoelglansmiddel
instellen.
(Open het deksel en sluit het weer na de instelling
te hebben verricht).
Fabrieksinstelling: stand 3.
Als u niet tevreden bent over het vaatwas- of
droogresultaat, kunt u de instelling veranderen
(gebruik het handvat van een lepel, een munt of
dergelijke).
Als de vaat strepen vertoont, moet de
hoeveelheid spoelglansmiddel een stand lager
worden gezet. Als de vaat niet perfect droog is,
moet de hoeveelheid een stand hoger worden
gezet.
Indicator van het spoelglansniveau
(optisch of elektrisch, afhankelijk van het
model)
Elektrische indicator:
Het lampje op het bedieningspaneel gaat
branden wanneer er spoelglansmiddel moet
worden toegevoegd.
Optische indicator:
licht
= spoelglansmiddel toevoegen.
donker
= voldoende spoelglansmiddel.
HET DOSEERBAKJE VAN HET SPOELGLANSMIDDEL VULLEN
A
35
Gebruik alleen wasmiddelen voor
vaatwasmachines.
Als er wasmiddelen van de nieuwe generatie
worden gebruikt, waarin enzymen zitten,
heeft het de voorkeur de Bio-programma's te
selecteren (deze zijn ook geschikt voor alle
gewone vaatwasmiddelen).
Als er wasmiddelen in tabletten worden
gebruik, dient u zich nauwgezet te houden
aan de aanwijzingen die door de fabrikant
ervan worden gegeven.
Houdt u zich aan de op de verpakking
aanbevolen dosering. Gebruik niet méér
wasmiddel dan wordt aangegeven, om niet bij te
dragen aan milieuvervuiling. De benodigde
hoeveelheid product verschilt van merk tot merk.
De cijfers in het grotere bakje dienen als richtlijn
voor de dosering.
De hoeveelheden zijn in ml of in cm
3
.
Vul het doseerbakje van het afwasmiddel pas
voordat u een afwasprogramma start.
Normale lading:
Voor programma's met voorspoeling.
(Voorbeeld: normaal programma 65 °C,
zie Programmatabel).
Vul eerst het grootste bakje.
Vul vervolgens het kleinere bakje.
1.
giet 2/3 van de aanbevolen hoeveelheid
wasmiddel in het grootste bakje.
2.
Giet 1/3 ervan in het kleinere bakje.
Opmerking:
denk eraan het deksel van het
grootste bakje te sluiten.
Inhoud van het grootste bakje: 45 ml (tot aan
de rand)
Inhoud van het kleinere bakje: 10 ml (tot aan
de rand)
Voor programma's zonder voorspoeling:
Giet de hele hoeveelheid wasmiddel in het
grootste bakje. Als er op de verpakking
hoeveelheden wasmiddel van meer dan
45 ml staan aangegeven, moet de
resterende hoeveelheid in het kleinere bakje
worden gedaan.
Voor programma's met geactiveerde extra
functie:
Halve lading vul alleen de bovenste korf
of
alleen de onderste korf. Gebruik een kleinere
hoeveelheid afwasmiddel.
HET DOSEERBAKJE VAN HET AFWASMIDDEL VULLEN
36
Sluit de deur en draai de waterkraan open.
1.
Zet de vaatwasmachine aan en selecteer het
vaatwasprogramma. Selecteer het gewenste
programma door aan de
keuzeknop
te
draaien.
Het corresponderende lampje gaat branden.
Indien nodig,
de extra functies selecteren..
2.
Druk op de
Start
toets om het
vaatwasprogramma te starten. Het lampje
Start
gaat branden. De in het geheugen opgeslagen
gegevens kunnen niet meer worden gewijzigd
door aan de programmakeuzeknop te draaien
of de toetsen in te drukken.
Opmerking:
na het indrukken van de
Start
toets, slaat de vaatwasmachine alle
geselecteerde programma's op in het
geheugen. Deze gegevens blijven ook in het
geheugen als de stroom uitvalt.
3.
Om het geselecteerde programma te
wijzigen, moet de
Start
toets ongeveer 5
seconden ingedrukt gehouden worden,
totdat het lampje
Start
dooft. Selecteer het
nieuwe programma met de
knop van de
keuzeschakelaar
en druk op de
Start
toets.
Het einde van het programma wordt
gesignaleerd, doordat het lampje
End
(indien aanwezig) kort gaat branden en het
lampje
Start
dooft.
4.
Zet de vaatwasmachine uit door de kop van
de programmakeuzeschakelaar op de stand
0 te zetten (pas nadat het lampje
End
kort is
gaan branden en het lampje
Start
gedoofd is).
Alle lampjes gaan uit.
Opmerking:
Als de vaatwasmachine tijdens
het vaatwasprogramma wordt uitgezet,
wordt het programma hervat vanaf het punt
waarop het afgebroken is, als de machine
weer wordt aangezet.
Open de deur en laad de vaatwasmachine uit,
te beginnen met de onderste korf.
GEBRUIK VAN DE VAATWASMACHINE
3
2
1
4
37
Neem de apart geleverde installatie-
instructies in acht.
Watertoevoer en waterafvoer:
Neem de geldende voorschriften van het
waterleidingbedrijf in acht.
Controleer of de watertoevoer- en
afvoerslangen niet gevouwen of afgekneld
zijn.
Als de slangen niet lang genoeg zijn, wendt u
zich dan tot de Servicedienst of de Dealer.
De toevoerslangen moeten veilig en perfect
afgedicht op de waterkraan worden
aangesloten.
De temperatuur van het toegevoerde water is
afhankelijk van het model: toevoerslang met
de aanduiding : 25 °C max: maximum
temperatuur 25 °C.
Alle andere modellen: maximum temperatuur
60 °C.
Vergewis u er op het moment van installatie
van dat het afvoerwater zonder problemen
weg kan stromen (verwijder indien nodig ook
het netje in de sifon van de wasbak).
Bevestig de afvoerslang aan de sifon met
een klembandje, zodat hij niet los kan raken.
Alleen voor apparaten met aquastopsysteem:
als de aanwijzingen voor installatie in acht
genomen worden, is het aquastopsysteem in
staat te voorkomen dat er water uit de
machine komt, dat schade zou kunnen
aanrichten in uw woning.
Elektrische aansluiting:
Neem de geldende voorschriften van het
waterleidingbedrijf in acht.
De voedingsspanning staat vermeld op het
plaatje dat rechts op de binnenkant van deur
is aangebracht.
Aarding van de vaatwasmachine wordt door
de wet voorgeschreven.
Gebruik geen verlengingen of meervoudige
adapters.
Haal steeds de stekker uit het stopcontact,
voordat u onderhoud op de machine gaat
plegen.
Gebruik de vaatwasmachine niet als zij
beschadigd is tijdens het transport. Neem
contact op met de Servicedienst of met de
Dealer.
De voedingskabel mag uitsluitend worden
vervangen door gekwalificeerde technici.
AANSLUITINGEN
38
BA
A
B
Druk op de toets ON/OFF, alvorens reinigings- of
onderhoudswerkzaamheden te gaan verrichten.
1.
Maak de buitenkant van de vaatwasmachine
schoon met een neutraal schoonmaakmiddel.
Gebruik geen schuurmiddelen.
2.
Maak de pakking van de deur en de binnenkant
van de deur schoon met een vochtige doek, om
eventuele voedselresten te verwijderen.
Maak de sproeiarmen schoon
(Wanneer er gaatjes verstopt zitten).
Bovenste sproeiarm:
Draai de moer
A
los (tegen de klok in) en haal de
sproeiarm weg door hem omlaag te trekken
B
.
Spoel de gaatjes af.
Om de sproeiarm terug te monteren, moet hij
midden op de draaiende steun worden gezet en
worden vastgeklikt.
Draai de moer vast (met de klok mee). Controleer
of de moer goed vastgedraaid is (u dient een klik
te horen).
De sproeiarm moet ongehinderd kunnen draaien.
Onderste sproeiarm:
Druk de twee klemmen
A
, waarmee de sproeiarm
is vastgezet naar binnen en haal de arm weg door
hem op te tillen
B
.
Spoel de gaatjes af.
Monteer de onderste sproeiarm terug, door hem
midden op de pen van de rotor te zetten en vast te
klikken.
Druk de arm omlaag, totdat hij vast komt te zitten.
Controleer of de klemmen goed op hun plaats
zitten (u moet een klik horen).
De sproeiarm moet ongehinderd kunnen draaien.
Reiniging van de zeven
1.
Draai de middelste, grove zeef tegen de klok in en
haal hem weg
A
.
2.
Draai de cilindervormige zeef helemaal en haal het
uit de middelste grove zeef
B
(let op de holten in
de onderkant van de zeef).
3.
Haal de fijne zeef
C
weg.
4.
Maak alle onderdelen schoon.
5.
Hermonteren:
Breng de cilindervormige zeef aan in de middelste
grove zeef. Breng de fijne zeef aan en bevestig de
zeefgroep door hem met de klok mee te draaien.
Het is belangrijk dat de zeven op de juiste manier
worden aangebracht, om bevredigende resultaten
bij het vaatwassen te behalen.
REINIGING EN ONDERHOUD
A
B
C
39
Mocht de vaatwasmachine storingen in de werking vertonen, dan wordt u verzocht
de volgende punten na te gaan, alvorens contact op te nemen met de Servicedienst.
Houdt de storing aan, laat het programma
dan opnieuw starten vanaf het begin.
Houd de
Start
toets circa 5 seconden
ingedrukt, totdat het lampje
Start
gedoofd is.
Druk kort op de
Start
toets.
Zet de vaatwasmachine uit als de storing
desondanks aanhoudt of opnieuw verschijnt
en draai de waterkraan dicht. Neem contact
op met de Servicedienst.
De vaatwasmachine functioneert niet:
Zit de stekker wel goed in het stopcontact?
Is de stroom niet uitgevallen?
Staat de vaatwasmachine aan?
Is er op de
Start
toets gedrukt?
Is de timer voor latere start ingesteld (indien
aanwezig)?
Staat de waterkraan wel open? Is dat niet het
geval:
Draai de waterkraan open.
Controleer of de watertoevoer wordt
verhinderd door vuil.
Draai om dit te controleren de waterkraan
dicht, maak de waterslang los, maak de zeef
schoon, sluit de waterslang aan op de
waterkraan en draai deze open.
Zijn de zeven vuil?
Is de vaat op zijn kop in de vaatwasmachine
gezet?
Let erop, in het bijzonder bij grote stukken, of
het water onmiddellijk weg kan lopen van de
vaat en er niet in achterblijft.
Is de deur goed gesloten?
Is er een foutmelding?
Het lampje
Start
knippert:
Andere foutmeldingen:
afhankelijk van het model:
Als het waarschuwingslampje van de programmafase
knippert op het bedieningspaneel:
Deblokkeer de onderste sproeiarm.
Controleer of de vaat en het bestek goed
geplaatst zijn en of de onderste sproeierarm
correct gemonteerd is.
De vaat is niet perfect schoon:
Is er een verkeerd programma gekozen?
Is er te veel of te weinig afwasmiddel gebruikt?
Zijn de zeven vuil of niet goed geplaatst?
Zijn de sproeiarmen geblokkeerd of zijn de
gaatjes verstopt?
Is de dop van het zoutreservoir wel helemaal
vastgedraaid?
Is de vaat wel op de juiste manier in de
vaatwasmachine geladen? (De waterstralen
moeten alle oppervlakken van het vaatwerk
kunnen bereiken).
De vaat vertoont vlekken:
Is het doseerbakje van het zout niet goed
ingesteld?
Ontbreekt er zout in het onthardingssysteem
(zoutreservoir)?
Is er onvoldoende reinigingsmiddel gebruikt?
Glazen en bestek vertonen watervlekken:
Is er te veel spoelglansmiddel gebruikt? (Zet
het doseerbakje van het spoelglansmiddel
een stand lager).
Opmerking:
Bij enkele modellen wordt, als op de
Start
knop
wordt gedrukt, voor het eigenlijke programma
een intern voorspoelprogramma gestart, op deze
manier wordt het onthardingssysteem
geregenereerd.
Voordat u contact opneemt met de
Servicedienst:
1.
Ga na of u de storing eigenhandig kunt
verhelpen (Zie Storingen opsporen).
2.
Zet de vaatwasmachine uit en start het
programma opnieuw, om te controleren of de
storing verholpen is.
Neem contact op met de Servicedienst, als de
storing na de bovengenoemde controles
aanhoudt of terugkeert.
U dient de volgende
zaken te vermelden:
de aard van de storing,
het type en model
vaatwasmachine,
het service-nummer (dit
nummer bevindt zich na
het woord Service op de
sticker) rechts op de
binnenkant van de deur,
uw volledige adres en telefoonnummer.
STORINGEN OPSPOREN
End
TECHNISCHE SERVICEDIENST
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9

Bauknecht GSI 4643 BW-SW Gebruikershandleiding

Type
Gebruikershandleiding