Electrolux ERN1300FEW Handleiding

Type
Handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

INHOUD
1. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3
2. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
3. BEDIENING . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
4. HET EERSTE GEBRUIK . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
5. DAGELIJKS GEBRUIK . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
6. NUTTIGE AANWIJZINGEN EN TIPS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
7. ONDERHOUD EN REINIGING . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
8.
PROBLEMEN OPLOSSEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
9. MONTAGE . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
10.
GELUIDEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
11. TECHNISCHE GEGEVENS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
WE DENKEN AAN U
Bedankt om een Electrolux-apparaat te kopen. U koos voor een product dat jaren professionele
ervaring en innovatie bevat. Ingenieus en stijlvol, het werd ontworpen met u in het achterhoofd.
Wanneer u het gebruikt, kunt u er op vertrouwen dat u keer op keer fantastische resultaten zult
krijgen.
Welkom bij Electrolux.
Ga naar onze website voor:
Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen en onderhoudsinformatie:
www.electrolux.com
Registreer uw product voor een betere service:
www.RegisterElectrolux.com
Koop accessoires, verbruiksartikelen en originele reserveonderdelen voor uw apparaat:
www.electrolux.com/shop
KLANTENSERVICE
Wij raden altijd het gebruik van originele onderdelen aan.
Zorg er als u contact opneemt met de klantenservice voor dat u de volgende gegevens bij de
hand hebt.
De informatie staat op het typeplaatje. model, productnummer, serienummer.
Waarschuwing - Belangrijke veiligheidsinformatie.
Algemene informatie en tips
Milieu-informatie
Wijzigingen voorbehouden.
2
www.electrolux.com
1.
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
In het belang van uw veiligheid en om een
correct gebruik te kunnen waarborgen is
het van belang dat u, alvorens het appa-
raat te installeren en in gebruik te nemen,
deze gebruiksaanwijzing, inclusief de tips
en waarschuwingen, grondig doorleest.
Om onnodige vergissingen en ongevallen
te voorkomen is het belangrijk ervoor te
zorgen dat alle mensen die het apparaat
gebruiken, volledig bekend zijn met de
werking ervan en de veiligheidsvoorzienin-
gen. Bewaar deze instructies en zorg er-
voor dat zij bij het apparaat blijven als het
wordt verplaatst of verkocht, zodat ieder-
een die het apparaat gedurende zijn hele
levensduur gebruikt, naar behoren is geïn-
formeerd over het gebruik en de veiligheid
van het apparaat.
Voor de veiligheid van mensen en eigen-
dommen dient u zich aan de voorzorgs-
maatregelen uit dit instructieboekje te
houden, de fabrikant is niet verantwoor-
delijk voor schade die door het niet opvol-
gen van de aanwijzingen veroorzaakt is.
1.1 Veiligheid van kinderen en
kwetsbare mensen
• Dit apparaat is niet bedoeld voor ge-
bruik door personen (waaronder begre-
pen kinderen) met verminderde fysieke,
zintuiglijke vermogens of een gebrek
aan ervaring en kennis, tenzij dit onder
toezicht gebeurt van een voor hun vei-
ligheid verantwoordelijke persoon of
tenzij zij van een dergelijke persoon in-
structie hebben ontvangen over het ge-
bruik van het apparaat.
Houd kinderen uit de buurt om te voor-
komen dat ze met het apparaat gaan
spelen.
• Houd alle verpakkingsmateriaal buiten
het bereik van kinderen. Gevaar voor
verstikking.
• Als u het apparaat afdankt trek dan de
stekker uit het stopcontact, snij de voe-
dingskabel door (zo dicht mogelijk bij
het apparaat) en verwijder de deur om
te voorkomen dat kinderen een elektri-
sche schok krijgen of zichzelf in het ap-
paraat opsluiten.
• Als dit apparaat, dat voorzien is van een
magnetische deursluiting, een ouder
apparaat vervangt, dat voorzien is van
een veerslot (slot) op de deur of het
deksel, zorg er dan voor dat u het slot
onbruikbaar maakt voordat u het oude
apparaat weggooit. Dit voorkomt dat
kinderen er in opgesloten kunnen ra-
ken.
1.2 Algemene veiligheid
WAARSCHUWING!
Houd de ventilatieopeningen altijd vrij van
obstructies; dit geldt zowel voor losstaan-
de als ingebouwde modellen.
• Dit apparaat is bedoeld voor het bewa-
ren van levensmiddelen en/of dranken
in een gewoon huishouden en gelijkaar-
dig gebruik zoals:
– personeelskeukens in winkels, kanto-
ren of andere werkomgevingen;
– door gasten in hotels, motels en an-
dere residentiële omgevingen;
– bed-and-breakfast-accommodatie;
– catering en gelijkaardige niet-com-
mercieel gebruik.
• Gebruik geen mechanische hulpmidde-
len of kunstgrepen om het ontdooipro-
ces te versnellen.
• Gebruik geen andere elektrische appa-
raten (bijvoorbeeld ijsmachines) in koel-
kasten, tenzij ze voor dit doel goedge-
keurd zijn door de fabrikant.
• Let op dat u het koelcircuit niet bescha-
digt.
• Het koelmiddel isobutaan (R600a) be-
vindt zich in het koelcircuit van het ap-
paraat, dit is een natuurlijk gas dat wel-
iswaar milieuvriendelijk is, maar ook ui-
terst ontvlambaar.
Controleer of de onderdelen van het
koelcircuit tijdens transport en installatie
van het apparaat niet beschadigd zijn
geraakt.
Indien het koelcircuit beschadigd is:
– open vuur en ontstekingsbronnen
vermijden
– de ruimte waar het apparaat zich be-
vindt grondig ventileren
NEDERLANDS 3
• Het is gevaarlijk om wijzigingen aan te
brengen in de specificaties of dit pro-
duct op enigerlei wijze te modificeren.
Een beschadigd netsnoer kan kortslui-
ting, brand en/of een elektrische schok
veroorzaken.
WAARSCHUWING!
Alle elektrische onderdelen (net-
snoer, stekker, compressor) mo-
gen om gevaar te voorkomen uit-
sluitend worden vervangen door
een erkende onderhoudsdienst of
gekwalificeerd onderhoudsperso-
neel.
1.
Het netsnoer mag niet verlengd
worden.
2.
Verzeker u ervan dat de stekker
niet platgedrukt of beschadigd
wordt door de achterkant van het
apparaat. Een platgedrukte of be-
schadigde stekker kan oververhit
raken en brand veroorzaken.
3.
Verzeker u ervan dat u de stekker
van het apparaat kunt bereiken.
4.
Trek niet aan het snoer.
5.
Als de stekker los zit, steek hem
dan niet in het stopcontact. Dan
bestaat er een risico op een elektri-
sche schok of brand.
6.
U mag het apparaat niet gebruiken
zonder het afdekkapje (indien van
toepassing) van het lampje.
• Dit apparaat is zwaar. Wees voorzichtig
als u het apparaat verplaatst.
• Haal geen artikelen uit het vriesvak en
raak ze niet aan als uw handen vochtig/
nat zijn, dit kan uw huid beschadigen of
vrieswonden veroorzaken.
• Stel het apparaat niet langdurig bloot
aan direct zonlicht.
• De eventuele gloeilampen in dit appa-
raat zijn speciaal geselecteerd en uit-
sluitend bedoeld voor gebruik in huis-
houdelijke apparaten. De lampjes zijn
niet geschikt voor de verlichting van
ruimtes.
1.3 Dagelijks gebruik
• Zet geen hete potten op de kunststof
onderdelen in het apparaat.
• Bewaar geen brandbare gassen of
vloeistoffen in het apparaat, deze kun-
nen ontploffen.
• Zet geen levensmiddelen direct tegen
de luchtopening in de achterwand. (Als
het apparaat rijpvrij is)
• Diepgevroren voedsel mag niet op-
nieuw worden ingevroren als het een-
maal ontdooid is.
• Bewaar voorverpakte diepvriesproduc-
ten volgens de aanwijzingen van de fa-
brikant.
• U dient zich strikt te houden aan de
aanbevelingen van de fabrikant van het
apparaat met betrekking tot het bewa-
ren van voedsel. Raadpleeg de betref-
fende aanwijzingen.
• Leg geen koolzuurhoudende of mous-
serende dranken in de vriezer, deze
veroorzaken druk op de fles die daar-
door kan ontploffen, dit kan schade
toebrengen aan het apparaat.
• IJslollies kunnen vrieswonden veroorza-
ken als ze rechtstreeks vanuit het appa-
raat geconsumeerd worden.
1.4 Onderhoud en reiniging
• Schakel het apparaat uit en trek de
stekker uit het stopcontact voordat u
onderhoudshandelingen verricht.
• Maak het apparaat niet schoon met
metalen voorwerpen.
• Gebruik geen scherpe voorwerpen om
ijs van het apparaat te krabben. Ge-
bruik een kunststof schraper.
• Controleer de afvoer in de koelkast re-
gelmatig op dooiwater. Maak de afvoer,
indien nodig, schoon. Als de afvoer ver-
stopt is, zal er water op de bodem van
het apparaat liggen.
1.5 Installatie
Voor de aansluiting van elektriciteit
dienen de instructies in de desbe-
treffende paragrafen nauwgezet te
worden opgevolgd.
• Pak het apparaat uit en controleer of er
beschadigingen zijn. Sluit het apparaat
niet aan als het beschadigd is. Meld
mogelijke beschadigingen onmiddellijk
bij de winkel waar u het apparaat ge-
kocht heeft. Gooi in dat geval de ver-
pakking niet weg.
• Wij adviseren u om 4 uur te wachten
voordat u het apparaat aansluit, dan
4
www.electrolux.com
kan de olie terugvloeien in de compres-
sor.
• Rond het apparaat dient adequate
luchtcirculatie te zijn, anders kan dit tot
oververhitting leiden. Om voldoende
ventilatie te verkrijgen de instructies met
betrekking tot de installatie opvolgen.
• De achterkant dient zo mogelijk tegen
een muur geplaatst te worden, teneinde
te voorkomen dat hete onderdelen
(compressor, condensator) aangeraakt
kunnen worden en brandwonden ver-
oorzaken.
• Het apparaat mag niet vlakbij radiatoren
of kooktoestellen geplaatst worden.
• Verzeker u ervan dat de stekker bereik-
baar is nadat het apparaat geïnstalleerd
is.
• Aansluiten op de drinkwatervoorziening
(indien voorzien van een wateraanslui-
ting).
1.6 Onderhoud
• Alle elektrotechnische werkzaamheden
die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren
van onderhoud aan het apparaat, die-
nen uitgevoerd te worden door een ge-
kwalificeerd elektricien of competent
persoon.
• Dit product mag alleen worden onder-
houden door een erkend onderhouds-
centrum en er dient alleen gebruik te
worden gemaakt van originele reser-
veonderdelen.
1.7 Bescherming van het milieu
Dit apparaat bevat geen gassen
die de ozonlaag kunnen beschadi-
gen, niet in het koelcircuit en
evenmin in de isolatiematerialen.
Het apparaat mag niet worden
weggegooid bij het normale huis-
houdelijke afval. Het isolatie-
schuim bevat ontvlambare gas-
sen: het apparaat moet wegge-
gooid worden conform de van
toepassing zijnde regels die u bij
de lokale overheidsinstanties kunt
verkrijgen. Voorkom beschadiging
aan de koeleenheid, vooral aan de
achterkant bij de warmtewisse-
laar. De materialen die gebruikt
zijn voor dit apparaat en die voor-
zien zijn van het symbool
zijn
recyclebaar.
2. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT
1 2 3 4 5 6 7
891011
1
Legplateau
2
Legplateau
3
Legplateau
4
Vriesruimte
5
Thermostaatknop en binnenverlich-
ting
6
Boter en kaasvak met deksel
7
Deurrooster
8
Variabel bewaarvak
9
Flessenrek
10
Fruit en groentelade
11
Typeplaatje (binnenkant)
NEDERLANDS 5
3. BEDIENING
3.1 Inschakelen
Steek de stekker in het stopcontact.
Draai de thermostaatknop op een gemid-
delde stand.
3.2 Uitschakelen
Draai de thermostaatknop op de stand
"O" om het apparaat uit te schakelen.
3.3 Temperatuurregeling
De temperatuur wordt automatisch gere-
geld.
Ga als volgt te werk om het apparaat in
werking te stellen:
• draai de thermostaatknop op een lage-
re stand om de minimale koude te ver-
krijgen.
• draai de thermostaatknop op een hoge-
re stand om de maximale koude te ver-
krijgen.
Een gemiddelde instelling is over
het algemeen het meest geschikt.
De exacte instelling moet echter gekozen
worden rekening houdend met het feit dat
de temperatuur in het apparaat afhankelijk
is van:
• de omgevingstemperatuur
• hoe vaak de deur geopend wordt
• de hoeveelheid voedsel die bewaard
wordt
• plaatsing van het apparaat.
Als de omgevingstemperatuur
hoog is of als het apparaat volle-
dig gevuld is en de thermostaat-
knop op de koudste instelling
staat, kan het apparaat continu
werken waardoor er ijs op de ach-
terwand gevormd wordt. In dat
geval moet de knop op een hoge-
re temperatuur gezet worden om
automatische ontdooiing mogelijk
te maken en zodoende het ener-
gieverbruik te beperken.
4. HET EERSTE GEBRUIK
4.1 De binnenkant
schoonmaken
Voordat u het apparaat voor de eerste
keer gebruikt, wast u de binnenkant en de
interne accessoires met lauwwarm water
en een beetje neutrale zeep om de typi-
sche geur van een nieuw product weg te
nemen. Droog daarna grondig af.
Gebruik geen oplosmiddelen of
schuurmiddelen. Deze beschadi-
gen de lak.
5. DAGELIJKS GEBRUIK
5.1 Vers voedsel invriezen
Het vriesvak is geschikt voor het invriezen
van vers voedsel en voor het voor een
lange periode bewaren van ingevroren en
diepgevroren voedsel.
Om vers voedsel in te vriezen moet de ge-
middelde instelling veranderd worden.
Om het invriezen sneller te laten verlopen
moet u de thermostaatknop echter op
een hogere stand instellen om de maxi-
male koude te kunnen verkrijgen.
In deze omstandigheden kan de
temperatuur in de koelkast tot on-
der de 0°C dalen. Als dat gebeurt
de thermostaatknop op een war-
mere stand instellen.
6
www.electrolux.com
5.2 Het bewaren van ingevroren
voedsel
Als u het apparaat voor het eerst of na
een periode dat het niet gebruikt is in-
schakelt, dient u het apparaat minstens 2
uur op een hoge instelling te laten werken
voordat u er producten in plaatst.
In het geval van onbedoelde ont-
dooiing, bijvoorbeeld als de
stroom langer is uitgevallen dan
de duur die op de kaart met tech-
nische kenmerken onder "tijds-
duur" is vermeld, moet het ont-
dooide voedsel snel geconsu-
meerd worden of onmiddellijk be-
reid worden en dan weer worden
ingevroren (nadat het afgekoeld
is).
5.3 Ontdooien
Diepgevroren of ingevroren voedsel kunt,
voordat het gebruikt wordt, in het koelvak
of op kamertemperatuur laten ontdooien,
afhankelijk van de hoeveelheid tijd die
hiervoor nodig is.
Kleine stukken kunnen zelfs rechtstreeks
vanuit de vriezer gekookt worden als ze
nog bevroren zijn: in dat geval zal de be-
reiding iets langer duren.
5.4 Verplaatsbare schappen
De wanden van de koelkast zijn voorzien
van een aantal glijschoenen zodat de le-
grekken op de gewenste plaats gezet
kunnen worden.
Verwijder de glasplaat boven de
groentela en het flessenrek niet
om een goede luchtcirculatie te
garanderen.
5.5 Het plaatsen van de deurplateaus
Om het bewaren van voedselpakketten
van verschillende afmetingen mogelijk te
maken, kunnen de schappen op verschil-
lende hoogtes worden geplaatst.
Om deze aanpassingen uit te voeren,
gaat u als volgt te werk: trek het schap
geleidelijk in de richting van de pijlen tot-
dat het los komt en plaats het schap op
een andere gewenste hoogte terug.
NEDERLANDS 7
6. NUTTIGE AANWIJZINGEN EN TIPS
6.1 Normale bedrijfsgeluiden
• U kunt een zwak gorgelend en borre-
lend geluid horen wanneer het koelmid-
del door leidingen wordt gepompt. Dat
is normaal.
• Als de compressor aan staat, wordt het
koelmiddel rondgepompt en dan zult u
een zoemend en kloppend geluid van
de compressor horen. Dat is normaal.
• De thermische uitzetting kan een plot-
seling krakend geluid veroorzaken. Dit
is een natuurlijk, niet gevaarlijk fysisch
verschijnsel. Dat is normaal.
• Als de compressor in- of uitgeschakeld
wordt, zult u een zacht "klikje" van de
thermostaat horen. Dat is normaal.
6.2 Tips voor energiebesparing
• De deur niet vaker openen of open la-
ten staan dan strikt noodzakelijk.
• Als de omgevingstemperatuur hoog is,
de thermostaatknop op een lage tem-
peratuur staat en het apparaat volledig
gevuld is, kan de compressor continu
aan staan waardoor er ijs op de ver-
damper ontstaat. Als dit gebeurt, zet u
de thermostaatknop naar een warmere
instelling om de koelkast automatisch
te laten ontdooien en zo elektriciteits-
verbruik te besparen.
6.3 Tips voor het koelen van
vers voedsel
Om de beste prestatie te verkrijgen:
• Zet geen warm voedsel of verdampen-
de vloeistoffen in de koelkast
• dek het voedsel af of verpak het, in het
bijzonder als het een sterke geur heeft
• plaats het voedsel zodanig dat de lucht
er vrijelijk omheen kan circuleren
6.4 Nuttige tips voor het koelen
Nuttige tips:
Vlees (alle soorten) in plastic zakken ver-
pakken en op het glazen schap leggen,
boven de groentelade.
Bewaar het, voor de veiligheid, slechts
een of maximaal twee dagen op deze ma-
nier.
Gekookt voedsel, koude schotels, enz:
deze moeten afgedekt worden en mogen
op willekeurig welk schap gezet worden.
Fruit en groente: deze moeten zorgvuldig
schoongemaakt worden en in de speciaal
daarvoor bedoelde lade(n) geplaatst wor-
den. Citroensap kan de plastic delen van
de koelkast verkleuren. Daarom wordt
aangeraden om citrusvruchten in aparte
bakjes te bewaren.
Boter en kaas: dit moet in speciale lucht-
dichte bakjes gelegd of in aluminiumfolie
of plastic zakjes gewikkeld worden om
zoveel mogelijk lucht buiten te sluiten.
Flessen: deze moeten een afdekdop heb-
ben en opgeslagen worden in het flessen-
rek in de deur.
Bananen, aardappelen, uien en knoflook,
indien niet verpakt, mogen niet in de koel-
kast bewaard worden.
6.5 Tips voor het invriezen
Om u te helpen om het beste van het in-
vriesproces te maken, volgen hier een
paar belangrijke tips:
• de maximale hoeveelheid voedsel die in
24 uur ingevroren kan worden. is ver-
meld op het typeplaatje;
• het invriesproces duurt 24 uur. Voeg
gedurende deze periode niet meer in te
vriezen voedsel toe;
• vries alleen vers en grondig schoonge-
maakte levensmiddelen van uitstekende
kwaliteit in;
• bereid het voedsel in kleine porties
voor, zo kan het snel en volledig wor-
den ingevroren en zo kunt u later alleen
die hoeveelheid laten ontdooien die u
nodig heeft;
• wikkel het voedsel in aluminiumfolie of
plastic en zorg ervoor dat de pakjes
luchtdicht zijn;
• leg vers, nog niet ingevroren voedsel
niet tegen het al ingevroren voedsel, om
te voorkomen dat dit laatste warm
wordt;
• smalle pakjes zijn makkelijker op te ber-
gen dan dikke; zout maakt voedsel
minder lang houdbaar;
• water bevriest, als dit rechtstreeks uit
het vriesvak geconsumeerd wordt, kan
het aan de huid vastvriezen;
8
www.electrolux.com
• het is aan te bevelen de invriesdatum
op elk pakje te vermelden, dan kunt u
zien hoe lang het al bewaard is;
6.6 Tips voor het bewaren van
ingevroren voedsel
Om de beste resultaten van dit apparaat
te verkrijgen, dient u:
• verzeker u ervan dat de commercieel
ingevroren levensmiddelen op geschik-
te wijze door de detailhandelaar werden
opgeslagen;
• zorg ervoor dat de ingevroren levens-
middelen zo snel mogelijk van de winkel
naar uw vriezer gebracht worden;
• de deur niet vaker te openen of open te
laten staan dan strikt noodzakelijk
• als voedsel eenmaal ontdooid is, be-
derft het snel en kan het niet opnieuw
worden ingevroren;
• bewaar het voedsel niet langer dan de
door de fabrikant aangegeven bewaar-
periode.
7. ONDERHOUD EN REINIGING
LET OP!
Voordat u welke onderhoudshan-
deling dan ook verricht, de stekker
uit het stopcontact trekken.
Het koelcircuit van dit apparaat
bevat koolwaterstoffen; onder-
houd en herladen mag alleen uit-
gevoerd worden door bevoegde
technici.
7.1 Periodieke reiniging
Het apparaat moet regelmatig worden
schoongemaakt:
• maak de binnenkant en de accessoires
schoon met lauw water en wat neutrale
zeep.
• controleer de afdichtingen regelmatig
en wrijf ze schoon om u ervan te verze-
keren dat ze schoon zijn en vrij van res-
tjes zijn.
• spoel ze af en maak ze grondig droog.
Trek niet aan leidingen en/of ka-
bels aan de binnenkant van de
kast en verplaats of beschadig ze
niet.
Gebruik nooit schoonmaakmidde-
len, schuurpoeders, erg geparfu-
meerde reinigingsproducten en
waspolijstmiddelen om de binnen-
kant schoon te maken, aangezien
deze het oppervlak beschadigen
en een sterke geur achterlaten.
Maak de condensor (zwart rooster) en de
compressor op de achterkant van het ap-
paraat schoon met een borstel of stofzui-
ger. Deze handeling zal de prestatie van
het apparaat verbeteren en het elektrici-
teitsverbruik besparen.
Zorg ervoor dat u het koelsysteem
niet beschadigt.
Veel normaal verkrijgbare keukenreinigers
bevatten chemicaliën die de kunststoffen
die in dit apparaat gebruikt zijn kunnen
aantasten/beschadigen. Daarom wordt
het aanbevolen de buitenkant van dit ap-
paraat alleen schoon te maken met warm
water met een beetje afwasmiddel.
Steek, na het schoonmaken van het ap-
paraat, de stekker weer in het stopcon-
tact.
7.2 Het ontdooien van de
koelkast
Rijp wordt elke keer als de compressor-
motor tijdens normale werking stopt, au-
tomatisch van de verdamper van het koel-
vak verwijderd. Het dooiwater loopt via
een gootje in een speciale opvangbak aan
NEDERLANDS 9
de achterkant van het apparaat, boven de
compressormotor, waar het verdampt.
Het is belangrijk om het afvoergaatje van
het dooiwater in het midden van het koel-
vak regelmatig schoon te maken om te
voorkomen dat het water overloopt en op
het voedsel in de koelkast gaat druppe-
len. Gebruik daarvoor de speciale reiniger,
die al in het afvoergaatje zit.
7.3 De vriezer ontdooien
Een zekere hoeveelheid rijp zal
zich altijd vormen op de schappen
van de vriezer en rond het boven-
ste vak.
Ontdooi de vriezer wanneer de
rijplaag een dikte van ongeveer
3-5 mm bereikt heeft.
Volg onderstaande aanwijzingen om de
rijp te verwijderen:
1.
Schakel het apparaat uit.
2.
Verwijder al het ingevroren voedsel,
wikkel het in een paar lagen kranten-
papier en leg het op een koele plaats.
3.
Laat de deur open staan.
4.
Na afloop van het ontdooien de bin-
nenkant grondig droog maken en de
dop terugzetten.
5.
Schakel het apparaat in.
6.
Zet de thermostaatknop op de maxi-
male koude en laat het apparaat twee
tot drie uur in deze instelling werken.
7.
Zet het eerder verwijderde voedsel te-
rug in het vriesvak.
Gebruik nooit scherpe metalen
om de rijp van de verdamper te
krabben, deze zou beschadigd
kunnen raken. Gebruik geen me-
chanische of kunstmatige midde-
len om het ontdooiproces te ver-
snellen, behalve die middelen die
door de fabrikant zijn aanbevolen.
Een temperatuurstijging tijdens
het ontdooien van de ingevroren
levensmiddelen, kan de veilige be-
waartijd verkorten.
7.4 Periodes dat het apparaat
niet gebruikt wordt
Als het apparaat gedurende lange tijd niet
gebruikt wordt, neem dan de volgende
voorzorgsmaatregelen:
• trek de stekker uit het stopcontact
• verwijder al het voedsel,
• Ontdooi het apparaat (indien nodig) en
toebehoren en maak alles schoon
• laat de deur/deuren op een kier staan
om de vorming van onaangename
luchtjes te voorkomen.
Als uw apparaat aan blijft staan, vraag
dan iemand om het zo nu en dan te con-
troleren, om te voorkomen dat het be-
waarde voedsel bederft, als de stroom
uitvalt.
8. PROBLEMEN OPLOSSEN
WAARSCHUWING!
Voordat u problemen opspoort,
moet u eerst de stekker uit het
stopcontact trekken.
Het opsporen van storingen die
niet in deze handleiding vermeld
zijn, dient te worden verricht door
een gekwalificeerd technicus of
deskundig persoon.
Er zijn tijdens de normale werking
geluiden te horen (compressor,
koelcircuit).
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
Het apparaat maakt
lawaai
Het apparaat wordt niet
goed ondersteund
Controleer of het apparaat
stabiel staat (alle vier de
voetjes moeten op de vloer
staan)
10
www.electrolux.com
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
Het apparaat werkt
niet. Het lampje
brandt niet.
Het apparaat is uitgescha-
keld.
Schakel het apparaat in.
De stekker zit niet goed in
het stopcontact.
Steek de stekker goed in
het stopcontact.
Het apparaat krijgt geen
stroom. Er staat geen
spanning op het stopcon-
tact.
Sluit een ander elektrisch
apparaat aan op het stop-
contact.
Neem contact op met een
gekwalificeerd elektricien.
Het lampje werkt
niet.
Het lampje staat in stand-
by.
Sluit en open de deur.
Het lampje is stuk. Zie 'Het lampje vervangen'.
De compressor
werkt continu.
De temperatuur is niet
goed ingesteld.
Stel een hogere tempera-
tuur in.
De deur is niet goed ge-
sloten.
Zie 'De deur sluiten'.
De deur is te vaak geo-
pend.
Laat de deur niet langer
dan nodig openstaan.
De temperatuur van het
product is te hoog.
Laat het product afkoelen
tot kamertemperatuur voor-
dat u het opbergt.
De kamertemperatuur is te
hoog.
Verlaag de kamertempera-
tuur.
Er loopt water over
de achterkant van
de koelkast.
Tijdens het automatische
ontdooiproces ontdooit de
rijp tegen de achterwand.
Dit is normaal.
Er loopt water in de
koelkast.
De waterafvoer is verstopt. Reinig de waterafvoer.
Producten verhinderen dat
water in de wateropvang-
bak kan stromen.
Zorg ervoor dat de produc-
ten de achterwand niet ra-
ken.
Er loopt water over
de vloer.
De dooiwaterafvoer loopt
niet in de verdamperbak
boven de compressor.
Maak de dooiwaterafvoer
vast op de verdamperbak.
De temperatuur in
het apparaat is te
laag.
De thermostaatknop is niet
goed ingesteld.
Stel een hogere tempera-
tuur in.
De temperatuur in
het apparaat is te
hoog.
De thermostaatknop is niet
goed ingesteld.
Stel een lagere temperatuur
in.
De deur is niet goed ge-
sloten.
Zie 'De deur sluiten'.
NEDERLANDS 11
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
De temperatuur van het
product is te hoog.
Laat het product afkoelen
tot kamertemperatuur voor-
dat u het opbergt.
Er zijn veel producten te-
gelijk opgeborgen.
Berg minder producten te-
gelijk op.
De temperatuur in
de koelkast is te
hoog.
Er is geen koude luchtcir-
culatie in het apparaat.
Zorg ervoor dat er koude
luchtcirculatie in het appa-
raat is.
De temperatuur in
het vriesvak is te
hoog.
Producten zijn te dicht
opelkaar geplaatst.
Berg de producten zo op
dat er een koude luchtcir-
culatie is.
Er is te veel rijp.
Het product is niet goed
verpakt.
Verpak het op de juiste ma-
nier.
De deur is niet goed ge-
sloten.
Zie 'De deur sluiten'.
De thermostaatknop is niet
goed ingesteld.
Stel een hogere tempera-
tuur in.
8.1 Het lampje vervangen
LET OP!
Trek de stekker uit het stopcon-
tact.
1
1
2
1.
Op hetzelfde moment, beweeg met de
vingers het doorschijnend deksel omh-
oog en omlaag, en verwijder het in de
richting van de pijlen.
2.
Vervang het kapotte lampje door een
nieuw lampje met hetzelfde vermogen
en vorm dat specifiek bedoeld is voor
huishoudelijke apparaten. (het maximale
vermogen wordt getoond op de afdek-
king van het lampje).
3.
Plaats de afdekking van het lampje te-
rug.
4.
Steek de stekker in het stopcontact.
5.
Open de deur. Controleer of het lampje
gaat branden.
8.2 De deur sluiten
1.
Maak de afdichtingen van de deur
schoon.
2.
Stel de deur, indien nodig, af. Raad-
pleeg "Montage".
3.
Vervang, indien nodig, de defecte
deurafdichtingen. Neem contact met
de service-afdeling.
12
www.electrolux.com
9. MONTAGE
WAARSCHUWING!
Lees voor uw eigen veiligheid en
correcte werking van het apparaat
eerst de "veiligheidsinformatie"
aandachtig door, alvorens het ap-
paraat te installeren.
9.1 Veiligheid van kinderen en
kwetsbare mensen
Het apparaat moet geïnstalleerd worden
op een droge, goed geventileerde plaats
binnen waar de omgevingstemperatuur
overeenkomt met de klimaatklasse die
vermeld is op het typeplaatje van het ap-
paraat:
Kli-
maat-
klasse
Omgevingstemperatuur
SN +10°C tot + 32°C
N +16°C tot + 32°C
ST +16°C tot + 38°C
T +16°C tot + 43°C
Bij bepaalde modeltypes kunnen er functi-
onele problemen ontstaan als deze tem-
peraturen niet worden gerespecteerd. De
juiste werking van het apparaat kan enkel
gegarandeerd worden als het opgegeven
temperatuurbereik wordt gerespecteerd.
Als u vragen hebt m.b.t. de montageloca-
tie van het apparaat, raadpleeg dan de
dealer, uw klantenservice of de dichtstbij-
zijnde technische dienst
9.2 Aansluiting op het
elektriciteitsnet
Zorg er vóór het aansluiten voor dat het
voltage en de frequentie op het typepla-
tje overeenkomen met de stroomtoevoer
in uw huis.
Dit apparaat moet worden aangesloten
op een geaard stopcontact. De netsnoer-
stekker is voorzien van een contact voor
dit doel Als het stopcontact niet geaard is,
sluit het apparaat dan aan op een afzon-
derlijk aardepunt, in overeenstemming
met de geldende regels, raadpleeg hier-
voor een gekwalificeerd elektricien
De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld
worden als bovenstaande veiligheidsvoor-
schriften niet opgevolgd worden.
Dit apparaat voldoet aan de EU-richtlijnen.
10. GELUIDEN
Tijdens normaal gebruik hoort u geluiden
(compressor, koelmiddelcirculatie).
BRRR!
HISSS!
CLICK!
BLUBB!
CRACK!
SSSRR
R!
OK
NEDERLANDS 13
11. TECHNISCHE GEGEVENS
Afmetingen van de uit-
sparing
Hoogte 873 mm
Breedte 540 mm
Diepte 549 mm
Tijdsduur 12 h
Spanning 230 V
Frequentie 50 Hz
De technische gegevens staan op het ty-
peplaatje aan de linker binnenkant in het
apparaat en op het energielabel.
12. MILIEUBESCHERMING
Recycle de materialen met het symbool
. Gooi de verpakking in een geschikte
verzamelcontainer om het te recyclen.
Help om het milieu en de
volksgezondheid te beschermen en
recycle het afval van elektrische en
elektronische apparaten. Gooi apparaten
gemarkeerd met het symbool
niet weg
met het huishoudelijk afval. Breng het
product naar het milieustation bij u in de
buurt of neem contact op met de
gemeente.
NEDERLANDS 15

Documenttranscriptie

2 www.electrolux.com INHOUD 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3 BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 BEDIENING . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 HET EERSTE GEBRUIK . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 DAGELIJKS GEBRUIK . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 NUTTIGE AANWIJZINGEN EN TIPS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 ONDERHOUD EN REINIGING . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9 PROBLEMEN OPLOSSEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10 MONTAGE . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 GELUIDEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 TECHNISCHE GEGEVENS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15 WE DENKEN AAN U Bedankt om een Electrolux-apparaat te kopen. U koos voor een product dat jaren professionele ervaring en innovatie bevat. Ingenieus en stijlvol, het werd ontworpen met u in het achterhoofd. Wanneer u het gebruikt, kunt u er op vertrouwen dat u keer op keer fantastische resultaten zult krijgen. Welkom bij Electrolux. Ga naar onze website voor: Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen en onderhoudsinformatie: www.electrolux.com Registreer uw product voor een betere service: www.RegisterElectrolux.com Koop accessoires, verbruiksartikelen en originele reserveonderdelen voor uw apparaat: www.electrolux.com/shop KLANTENSERVICE Wij raden altijd het gebruik van originele onderdelen aan. Zorg er als u contact opneemt met de klantenservice voor dat u de volgende gegevens bij de hand hebt. De informatie staat op het typeplaatje. model, productnummer, serienummer. Waarschuwing - Belangrijke veiligheidsinformatie. Algemene informatie en tips Milieu-informatie Wijzigingen voorbehouden. NEDERLANDS 1. 3 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN In het belang van uw veiligheid en om een correct gebruik te kunnen waarborgen is het van belang dat u, alvorens het apparaat te installeren en in gebruik te nemen, deze gebruiksaanwijzing, inclusief de tips en waarschuwingen, grondig doorleest. Om onnodige vergissingen en ongevallen te voorkomen is het belangrijk ervoor te zorgen dat alle mensen die het apparaat gebruiken, volledig bekend zijn met de werking ervan en de veiligheidsvoorzieningen. Bewaar deze instructies en zorg ervoor dat zij bij het apparaat blijven als het wordt verplaatst of verkocht, zodat iedereen die het apparaat gedurende zijn hele levensduur gebruikt, naar behoren is geïnformeerd over het gebruik en de veiligheid van het apparaat. Voor de veiligheid van mensen en eigendommen dient u zich aan de voorzorgsmaatregelen uit dit instructieboekje te houden, de fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die door het niet opvolgen van de aanwijzingen veroorzaakt is. 1.1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare mensen • Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (waaronder begrepen kinderen) met verminderde fysieke, zintuiglijke vermogens of een gebrek aan ervaring en kennis, tenzij dit onder toezicht gebeurt van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon of tenzij zij van een dergelijke persoon instructie hebben ontvangen over het gebruik van het apparaat. Houd kinderen uit de buurt om te voorkomen dat ze met het apparaat gaan spelen. • Houd alle verpakkingsmateriaal buiten het bereik van kinderen. Gevaar voor verstikking. • Als u het apparaat afdankt trek dan de stekker uit het stopcontact, snij de voedingskabel door (zo dicht mogelijk bij het apparaat) en verwijder de deur om te voorkomen dat kinderen een elektrische schok krijgen of zichzelf in het apparaat opsluiten. • Als dit apparaat, dat voorzien is van een magnetische deursluiting, een ouder apparaat vervangt, dat voorzien is van een veerslot (slot) op de deur of het deksel, zorg er dan voor dat u het slot onbruikbaar maakt voordat u het oude apparaat weggooit. Dit voorkomt dat kinderen er in opgesloten kunnen raken. 1.2 Algemene veiligheid WAARSCHUWING! Houd de ventilatieopeningen altijd vrij van obstructies; dit geldt zowel voor losstaande als ingebouwde modellen. • Dit apparaat is bedoeld voor het bewaren van levensmiddelen en/of dranken in een gewoon huishouden en gelijkaardig gebruik zoals: – personeelskeukens in winkels, kantoren of andere werkomgevingen; – door gasten in hotels, motels en andere residentiële omgevingen; – bed-and-breakfast-accommodatie; – catering en gelijkaardige niet-commercieel gebruik. • Gebruik geen mechanische hulpmiddelen of kunstgrepen om het ontdooiproces te versnellen. • Gebruik geen andere elektrische apparaten (bijvoorbeeld ijsmachines) in koelkasten, tenzij ze voor dit doel goedgekeurd zijn door de fabrikant. • Let op dat u het koelcircuit niet beschadigt. • Het koelmiddel isobutaan (R600a) bevindt zich in het koelcircuit van het apparaat, dit is een natuurlijk gas dat weliswaar milieuvriendelijk is, maar ook uiterst ontvlambaar. Controleer of de onderdelen van het koelcircuit tijdens transport en installatie van het apparaat niet beschadigd zijn geraakt. Indien het koelcircuit beschadigd is: – open vuur en ontstekingsbronnen vermijden – de ruimte waar het apparaat zich bevindt grondig ventileren 4 www.electrolux.com • Het is gevaarlijk om wijzigingen aan te brengen in de specificaties of dit product op enigerlei wijze te modificeren. Een beschadigd netsnoer kan kortsluiting, brand en/of een elektrische schok veroorzaken. WAARSCHUWING! Alle elektrische onderdelen (netsnoer, stekker, compressor) mogen om gevaar te voorkomen uitsluitend worden vervangen door een erkende onderhoudsdienst of gekwalificeerd onderhoudspersoneel. 1. • • • • Het netsnoer mag niet verlengd worden. 2. Verzeker u ervan dat de stekker niet platgedrukt of beschadigd wordt door de achterkant van het apparaat. Een platgedrukte of beschadigde stekker kan oververhit raken en brand veroorzaken. 3. Verzeker u ervan dat u de stekker van het apparaat kunt bereiken. 4. Trek niet aan het snoer. 5. Als de stekker los zit, steek hem dan niet in het stopcontact. Dan bestaat er een risico op een elektrische schok of brand. 6. U mag het apparaat niet gebruiken zonder het afdekkapje (indien van toepassing) van het lampje. Dit apparaat is zwaar. Wees voorzichtig als u het apparaat verplaatst. Haal geen artikelen uit het vriesvak en raak ze niet aan als uw handen vochtig/ nat zijn, dit kan uw huid beschadigen of vrieswonden veroorzaken. Stel het apparaat niet langdurig bloot aan direct zonlicht. De eventuele gloeilampen in dit apparaat zijn speciaal geselecteerd en uitsluitend bedoeld voor gebruik in huishoudelijke apparaten. De lampjes zijn niet geschikt voor de verlichting van ruimtes. 1.3 Dagelijks gebruik • Zet geen hete potten op de kunststof onderdelen in het apparaat. • Bewaar geen brandbare gassen of vloeistoffen in het apparaat, deze kunnen ontploffen. • Zet geen levensmiddelen direct tegen de luchtopening in de achterwand. (Als het apparaat rijpvrij is) • Diepgevroren voedsel mag niet opnieuw worden ingevroren als het eenmaal ontdooid is. • Bewaar voorverpakte diepvriesproducten volgens de aanwijzingen van de fabrikant. • U dient zich strikt te houden aan de aanbevelingen van de fabrikant van het apparaat met betrekking tot het bewaren van voedsel. Raadpleeg de betreffende aanwijzingen. • Leg geen koolzuurhoudende of mousserende dranken in de vriezer, deze veroorzaken druk op de fles die daardoor kan ontploffen, dit kan schade toebrengen aan het apparaat. • IJslollies kunnen vrieswonden veroorzaken als ze rechtstreeks vanuit het apparaat geconsumeerd worden. 1.4 Onderhoud en reiniging • Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat u onderhoudshandelingen verricht. • Maak het apparaat niet schoon met metalen voorwerpen. • Gebruik geen scherpe voorwerpen om ijs van het apparaat te krabben. Gebruik een kunststof schraper. • Controleer de afvoer in de koelkast regelmatig op dooiwater. Maak de afvoer, indien nodig, schoon. Als de afvoer verstopt is, zal er water op de bodem van het apparaat liggen. 1.5 Installatie Voor de aansluiting van elektriciteit dienen de instructies in de desbetreffende paragrafen nauwgezet te worden opgevolgd. • Pak het apparaat uit en controleer of er beschadigingen zijn. Sluit het apparaat niet aan als het beschadigd is. Meld mogelijke beschadigingen onmiddellijk bij de winkel waar u het apparaat gekocht heeft. Gooi in dat geval de verpakking niet weg. • Wij adviseren u om 4 uur te wachten voordat u het apparaat aansluit, dan NEDERLANDS • • • • • kan de olie terugvloeien in de compressor. Rond het apparaat dient adequate luchtcirculatie te zijn, anders kan dit tot oververhitting leiden. Om voldoende ventilatie te verkrijgen de instructies met betrekking tot de installatie opvolgen. De achterkant dient zo mogelijk tegen een muur geplaatst te worden, teneinde te voorkomen dat hete onderdelen (compressor, condensator) aangeraakt kunnen worden en brandwonden veroorzaken. Het apparaat mag niet vlakbij radiatoren of kooktoestellen geplaatst worden. Verzeker u ervan dat de stekker bereikbaar is nadat het apparaat geïnstalleerd is. Aansluiten op de drinkwatervoorziening (indien voorzien van een wateraansluiting). 1.6 Onderhoud • Alle elektrotechnische werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van onderhoud aan het apparaat, dienen uitgevoerd te worden door een ge- kwalificeerd elektricien of competent persoon. • Dit product mag alleen worden onderhouden door een erkend onderhoudscentrum en er dient alleen gebruik te worden gemaakt van originele reserveonderdelen. 1.7 Bescherming van het milieu Dit apparaat bevat geen gassen die de ozonlaag kunnen beschadigen, niet in het koelcircuit en evenmin in de isolatiematerialen. Het apparaat mag niet worden weggegooid bij het normale huishoudelijke afval. Het isolatieschuim bevat ontvlambare gassen: het apparaat moet weggegooid worden conform de van toepassing zijnde regels die u bij de lokale overheidsinstanties kunt verkrijgen. Voorkom beschadiging aan de koeleenheid, vooral aan de achterkant bij de warmtewisselaar. De materialen die gebruikt zijn voor dit apparaat en die voorzijn zien zijn van het symbool recyclebaar. 2. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT 1 2 3 4 5 6 7 1 Legplateau 2 Legplateau 3 Legplateau 4 Vriesruimte 5 Thermostaatknop en binnenverlich- ting 6 Boter en kaasvak met deksel 7 Deurrooster 8 Variabel bewaarvak 9 Flessenrek 10 Fruit en groentelade 11 10 9 8 5 11 Typeplaatje (binnenkant) 6 www.electrolux.com 3. BEDIENING 3.1 Inschakelen Steek de stekker in het stopcontact. Draai de thermostaatknop op een gemiddelde stand. 3.2 Uitschakelen Draai de thermostaatknop op de stand "O" om het apparaat uit te schakelen. 3.3 Temperatuurregeling De temperatuur wordt automatisch geregeld. Ga als volgt te werk om het apparaat in werking te stellen: • draai de thermostaatknop op een lagere stand om de minimale koude te verkrijgen. • draai de thermostaatknop op een hogere stand om de maximale koude te verkrijgen. De exacte instelling moet echter gekozen worden rekening houdend met het feit dat de temperatuur in het apparaat afhankelijk is van: • de omgevingstemperatuur • hoe vaak de deur geopend wordt • de hoeveelheid voedsel die bewaard wordt • plaatsing van het apparaat. Als de omgevingstemperatuur hoog is of als het apparaat volledig gevuld is en de thermostaatknop op de koudste instelling staat, kan het apparaat continu werken waardoor er ijs op de achterwand gevormd wordt. In dat geval moet de knop op een hogere temperatuur gezet worden om automatische ontdooiing mogelijk te maken en zodoende het energieverbruik te beperken. Een gemiddelde instelling is over het algemeen het meest geschikt. 4. HET EERSTE GEBRUIK 4.1 De binnenkant schoonmaken Voordat u het apparaat voor de eerste keer gebruikt, wast u de binnenkant en de interne accessoires met lauwwarm water en een beetje neutrale zeep om de typi- sche geur van een nieuw product weg te nemen. Droog daarna grondig af. Gebruik geen oplosmiddelen of schuurmiddelen. Deze beschadigen de lak. 5. DAGELIJKS GEBRUIK 5.1 Vers voedsel invriezen Het vriesvak is geschikt voor het invriezen van vers voedsel en voor het voor een lange periode bewaren van ingevroren en diepgevroren voedsel. Om vers voedsel in te vriezen moet de gemiddelde instelling veranderd worden. Om het invriezen sneller te laten verlopen moet u de thermostaatknop echter op een hogere stand instellen om de maximale koude te kunnen verkrijgen. In deze omstandigheden kan de temperatuur in de koelkast tot onder de 0°C dalen. Als dat gebeurt de thermostaatknop op een warmere stand instellen. NEDERLANDS 5.2 Het bewaren van ingevroren voedsel Als u het apparaat voor het eerst of na een periode dat het niet gebruikt is inschakelt, dient u het apparaat minstens 2 uur op een hoge instelling te laten werken voordat u er producten in plaatst. In het geval van onbedoelde ontdooiing, bijvoorbeeld als de stroom langer is uitgevallen dan de duur die op de kaart met technische kenmerken onder "tijdsduur" is vermeld, moet het ontdooide voedsel snel geconsumeerd worden of onmiddellijk bereid worden en dan weer worden ingevroren (nadat het afgekoeld is). 7 5.3 Ontdooien Diepgevroren of ingevroren voedsel kunt, voordat het gebruikt wordt, in het koelvak of op kamertemperatuur laten ontdooien, afhankelijk van de hoeveelheid tijd die hiervoor nodig is. Kleine stukken kunnen zelfs rechtstreeks vanuit de vriezer gekookt worden als ze nog bevroren zijn: in dat geval zal de bereiding iets langer duren. 5.4 Verplaatsbare schappen De wanden van de koelkast zijn voorzien van een aantal glijschoenen zodat de legrekken op de gewenste plaats gezet kunnen worden. Verwijder de glasplaat boven de groentela en het flessenrek niet om een goede luchtcirculatie te garanderen. 5.5 Het plaatsen van de deurplateaus Om het bewaren van voedselpakketten van verschillende afmetingen mogelijk te maken, kunnen de schappen op verschillende hoogtes worden geplaatst. Om deze aanpassingen uit te voeren, gaat u als volgt te werk: trek het schap geleidelijk in de richting van de pijlen totdat het los komt en plaats het schap op een andere gewenste hoogte terug. 8 www.electrolux.com 6. NUTTIGE AANWIJZINGEN EN TIPS 6.1 Normale bedrijfsgeluiden • U kunt een zwak gorgelend en borrelend geluid horen wanneer het koelmiddel door leidingen wordt gepompt. Dat is normaal. • Als de compressor aan staat, wordt het koelmiddel rondgepompt en dan zult u een zoemend en kloppend geluid van de compressor horen. Dat is normaal. • De thermische uitzetting kan een plotseling krakend geluid veroorzaken. Dit is een natuurlijk, niet gevaarlijk fysisch verschijnsel. Dat is normaal. • Als de compressor in- of uitgeschakeld wordt, zult u een zacht "klikje" van de thermostaat horen. Dat is normaal. 6.2 Tips voor energiebesparing • De deur niet vaker openen of open laten staan dan strikt noodzakelijk. • Als de omgevingstemperatuur hoog is, de thermostaatknop op een lage temperatuur staat en het apparaat volledig gevuld is, kan de compressor continu aan staan waardoor er ijs op de verdamper ontstaat. Als dit gebeurt, zet u de thermostaatknop naar een warmere instelling om de koelkast automatisch te laten ontdooien en zo elektriciteitsverbruik te besparen. 6.3 Tips voor het koelen van vers voedsel Om de beste prestatie te verkrijgen: • Zet geen warm voedsel of verdampende vloeistoffen in de koelkast • dek het voedsel af of verpak het, in het bijzonder als het een sterke geur heeft • plaats het voedsel zodanig dat de lucht er vrijelijk omheen kan circuleren 6.4 Nuttige tips voor het koelen Nuttige tips: Vlees (alle soorten) in plastic zakken verpakken en op het glazen schap leggen, boven de groentelade. Bewaar het, voor de veiligheid, slechts een of maximaal twee dagen op deze manier. Gekookt voedsel, koude schotels, enz: deze moeten afgedekt worden en mogen op willekeurig welk schap gezet worden. Fruit en groente: deze moeten zorgvuldig schoongemaakt worden en in de speciaal daarvoor bedoelde lade(n) geplaatst worden. Citroensap kan de plastic delen van de koelkast verkleuren. Daarom wordt aangeraden om citrusvruchten in aparte bakjes te bewaren. Boter en kaas: dit moet in speciale luchtdichte bakjes gelegd of in aluminiumfolie of plastic zakjes gewikkeld worden om zoveel mogelijk lucht buiten te sluiten. Flessen: deze moeten een afdekdop hebben en opgeslagen worden in het flessenrek in de deur. Bananen, aardappelen, uien en knoflook, indien niet verpakt, mogen niet in de koelkast bewaard worden. 6.5 Tips voor het invriezen Om u te helpen om het beste van het invriesproces te maken, volgen hier een paar belangrijke tips: • de maximale hoeveelheid voedsel die in 24 uur ingevroren kan worden. is vermeld op het typeplaatje; • het invriesproces duurt 24 uur. Voeg gedurende deze periode niet meer in te vriezen voedsel toe; • vries alleen vers en grondig schoongemaakte levensmiddelen van uitstekende kwaliteit in; • bereid het voedsel in kleine porties voor, zo kan het snel en volledig worden ingevroren en zo kunt u later alleen die hoeveelheid laten ontdooien die u nodig heeft; • wikkel het voedsel in aluminiumfolie of plastic en zorg ervoor dat de pakjes luchtdicht zijn; • leg vers, nog niet ingevroren voedsel niet tegen het al ingevroren voedsel, om te voorkomen dat dit laatste warm wordt; • smalle pakjes zijn makkelijker op te bergen dan dikke; zout maakt voedsel minder lang houdbaar; • water bevriest, als dit rechtstreeks uit het vriesvak geconsumeerd wordt, kan het aan de huid vastvriezen; NEDERLANDS • het is aan te bevelen de invriesdatum op elk pakje te vermelden, dan kunt u zien hoe lang het al bewaard is; 6.6 Tips voor het bewaren van ingevroren voedsel Om de beste resultaten van dit apparaat te verkrijgen, dient u: • verzeker u ervan dat de commercieel ingevroren levensmiddelen op geschikte wijze door de detailhandelaar werden opgeslagen; 9 • zorg ervoor dat de ingevroren levensmiddelen zo snel mogelijk van de winkel naar uw vriezer gebracht worden; • de deur niet vaker te openen of open te laten staan dan strikt noodzakelijk • als voedsel eenmaal ontdooid is, bederft het snel en kan het niet opnieuw worden ingevroren; • bewaar het voedsel niet langer dan de door de fabrikant aangegeven bewaarperiode. 7. ONDERHOUD EN REINIGING LET OP! Voordat u welke onderhoudshandeling dan ook verricht, de stekker uit het stopcontact trekken. Het koelcircuit van dit apparaat bevat koolwaterstoffen; onderhoud en herladen mag alleen uitgevoerd worden door bevoegde technici. 7.1 Periodieke reiniging Het apparaat moet regelmatig worden schoongemaakt: • maak de binnenkant en de accessoires schoon met lauw water en wat neutrale zeep. • controleer de afdichtingen regelmatig en wrijf ze schoon om u ervan te verzekeren dat ze schoon zijn en vrij van restjes zijn. • spoel ze af en maak ze grondig droog. Trek niet aan leidingen en/of kabels aan de binnenkant van de kast en verplaats of beschadig ze niet. Gebruik nooit schoonmaakmiddelen, schuurpoeders, erg geparfumeerde reinigingsproducten en waspolijstmiddelen om de binnenkant schoon te maken, aangezien deze het oppervlak beschadigen en een sterke geur achterlaten. Maak de condensor (zwart rooster) en de compressor op de achterkant van het ap- paraat schoon met een borstel of stofzuiger. Deze handeling zal de prestatie van het apparaat verbeteren en het elektriciteitsverbruik besparen. Zorg ervoor dat u het koelsysteem niet beschadigt. Veel normaal verkrijgbare keukenreinigers bevatten chemicaliën die de kunststoffen die in dit apparaat gebruikt zijn kunnen aantasten/beschadigen. Daarom wordt het aanbevolen de buitenkant van dit apparaat alleen schoon te maken met warm water met een beetje afwasmiddel. Steek, na het schoonmaken van het apparaat, de stekker weer in het stopcontact. 7.2 Het ontdooien van de koelkast Rijp wordt elke keer als de compressormotor tijdens normale werking stopt, automatisch van de verdamper van het koelvak verwijderd. Het dooiwater loopt via een gootje in een speciale opvangbak aan 10 www.electrolux.com de achterkant van het apparaat, boven de compressormotor, waar het verdampt. Het is belangrijk om het afvoergaatje van het dooiwater in het midden van het koelvak regelmatig schoon te maken om te voorkomen dat het water overloopt en op het voedsel in de koelkast gaat druppelen. Gebruik daarvoor de speciale reiniger, die al in het afvoergaatje zit. 7. Zet het eerder verwijderde voedsel terug in het vriesvak. Gebruik nooit scherpe metalen om de rijp van de verdamper te krabben, deze zou beschadigd kunnen raken. Gebruik geen mechanische of kunstmatige middelen om het ontdooiproces te versnellen, behalve die middelen die door de fabrikant zijn aanbevolen. Een temperatuurstijging tijdens het ontdooien van de ingevroren levensmiddelen, kan de veilige bewaartijd verkorten. 7.3 De vriezer ontdooien Een zekere hoeveelheid rijp zal zich altijd vormen op de schappen van de vriezer en rond het bovenste vak. Ontdooi de vriezer wanneer de rijplaag een dikte van ongeveer 3-5 mm bereikt heeft. Volg onderstaande aanwijzingen om de rijp te verwijderen: 1. Schakel het apparaat uit. 2. Verwijder al het ingevroren voedsel, wikkel het in een paar lagen krantenpapier en leg het op een koele plaats. 3. Laat de deur open staan. 4. Na afloop van het ontdooien de binnenkant grondig droog maken en de dop terugzetten. 5. Schakel het apparaat in. 6. Zet de thermostaatknop op de maximale koude en laat het apparaat twee tot drie uur in deze instelling werken. 7.4 Periodes dat het apparaat niet gebruikt wordt Als het apparaat gedurende lange tijd niet gebruikt wordt, neem dan de volgende voorzorgsmaatregelen: • trek de stekker uit het stopcontact • verwijder al het voedsel, • Ontdooi het apparaat (indien nodig) en toebehoren en maak alles schoon • laat de deur/deuren op een kier staan om de vorming van onaangename luchtjes te voorkomen. Als uw apparaat aan blijft staan, vraag dan iemand om het zo nu en dan te controleren, om te voorkomen dat het bewaarde voedsel bederft, als de stroom uitvalt. 8. PROBLEMEN OPLOSSEN WAARSCHUWING! Voordat u problemen opspoort, moet u eerst de stekker uit het stopcontact trekken. Het opsporen van storingen die niet in deze handleiding vermeld zijn, dient te worden verricht door een gekwalificeerd technicus of deskundig persoon. Er zijn tijdens de normale werking geluiden te horen (compressor, koelcircuit). Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Het apparaat maakt lawaai Het apparaat wordt niet goed ondersteund Controleer of het apparaat stabiel staat (alle vier de voetjes moeten op de vloer staan) NEDERLANDS Probleem Mogelijke oorzaak Het apparaat werkt niet. Het lampje brandt niet. Het apparaat is uitgescha- Schakel het apparaat in. keld. Het lampje werkt niet. De compressor werkt continu. 11 Oplossing De stekker zit niet goed in het stopcontact. Steek de stekker goed in het stopcontact. Het apparaat krijgt geen stroom. Er staat geen spanning op het stopcontact. Sluit een ander elektrisch apparaat aan op het stopcontact. Neem contact op met een gekwalificeerd elektricien. Het lampje staat in standby. Sluit en open de deur. Het lampje is stuk. Zie 'Het lampje vervangen'. De temperatuur is niet goed ingesteld. Stel een hogere temperatuur in. De deur is niet goed gesloten. Zie 'De deur sluiten'. De deur is te vaak geopend. Laat de deur niet langer dan nodig openstaan. De temperatuur van het product is te hoog. Laat het product afkoelen tot kamertemperatuur voordat u het opbergt. De kamertemperatuur is te Verlaag de kamertemperahoog. tuur. Er loopt water over de achterkant van de koelkast. Tijdens het automatische Dit is normaal. ontdooiproces ontdooit de rijp tegen de achterwand. Er loopt water in de koelkast. De waterafvoer is verstopt. Reinig de waterafvoer. Producten verhinderen dat Zorg ervoor dat de producwater in de wateropvang- ten de achterwand niet rabak kan stromen. ken. Er loopt water over de vloer. De dooiwaterafvoer loopt niet in de verdamperbak boven de compressor. De temperatuur in het apparaat is te laag. De thermostaatknop is niet Stel een hogere temperagoed ingesteld. tuur in. De temperatuur in het apparaat is te hoog. De thermostaatknop is niet Stel een lagere temperatuur goed ingesteld. in. De deur is niet goed gesloten. Maak de dooiwaterafvoer vast op de verdamperbak. Zie 'De deur sluiten'. 12 www.electrolux.com Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing De temperatuur van het product is te hoog. Laat het product afkoelen tot kamertemperatuur voordat u het opbergt. Er zijn veel producten tegelijk opgeborgen. Berg minder producten tegelijk op. De temperatuur in de koelkast is te hoog. Er is geen koude luchtcirculatie in het apparaat. Zorg ervoor dat er koude luchtcirculatie in het apparaat is. De temperatuur in het vriesvak is te hoog. Producten zijn te dicht opelkaar geplaatst. Berg de producten zo op dat er een koude luchtcirculatie is. Er is te veel rijp. Het product is niet goed verpakt. Verpak het op de juiste manier. De deur is niet goed gesloten. Zie 'De deur sluiten'. De thermostaatknop is niet Stel een hogere temperagoed ingesteld. tuur in. 8.1 Het lampje vervangen LET OP! Trek de stekker uit het stopcontact. 1. 1 2. 2 1 3. 4. 5. 8.2 De deur sluiten 1. 2. Maak de afdichtingen van de deur schoon. Stel de deur, indien nodig, af. Raadpleeg "Montage". Op hetzelfde moment, beweeg met de vingers het doorschijnend deksel omhoog en omlaag, en verwijder het in de richting van de pijlen. Vervang het kapotte lampje door een nieuw lampje met hetzelfde vermogen en vorm dat specifiek bedoeld is voor huishoudelijke apparaten. (het maximale vermogen wordt getoond op de afdekking van het lampje). Plaats de afdekking van het lampje terug. Steek de stekker in het stopcontact. Open de deur. Controleer of het lampje gaat branden. 3. Vervang, indien nodig, de defecte deurafdichtingen. Neem contact met de service-afdeling. NEDERLANDS 13 9. MONTAGE WAARSCHUWING! Lees voor uw eigen veiligheid en correcte werking van het apparaat eerst de "veiligheidsinformatie" aandachtig door, alvorens het apparaat te installeren. 9.1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare mensen Het apparaat moet geïnstalleerd worden op een droge, goed geventileerde plaats binnen waar de omgevingstemperatuur overeenkomt met de klimaatklasse die vermeld is op het typeplaatje van het apparaat: Klimaatklasse Omgevingstemperatuur SN +10°C tot + 32°C N +16°C tot + 32°C ST +16°C tot + 38°C T +16°C tot + 43°C Bij bepaalde modeltypes kunnen er functionele problemen ontstaan als deze tem- peraturen niet worden gerespecteerd. De juiste werking van het apparaat kan enkel gegarandeerd worden als het opgegeven temperatuurbereik wordt gerespecteerd. Als u vragen hebt m.b.t. de montagelocatie van het apparaat, raadpleeg dan de dealer, uw klantenservice of de dichtstbijzijnde technische dienst 9.2 Aansluiting op het elektriciteitsnet Zorg er vóór het aansluiten voor dat het voltage en de frequentie op het typeplatje overeenkomen met de stroomtoevoer in uw huis. Dit apparaat moet worden aangesloten op een geaard stopcontact. De netsnoerstekker is voorzien van een contact voor dit doel Als het stopcontact niet geaard is, sluit het apparaat dan aan op een afzonderlijk aardepunt, in overeenstemming met de geldende regels, raadpleeg hiervoor een gekwalificeerd elektricien De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden als bovenstaande veiligheidsvoorschriften niet opgevolgd worden. Dit apparaat voldoet aan de EU-richtlijnen. 10. GELUIDEN Tijdens normaal gebruik hoort u geluiden (compressor, koelmiddelcirculatie). SSS RRR ! HISSS! OK U BL BB CL ICK ! BRRR! ! CR AC K! NEDERLANDS 15 11. TECHNISCHE GEGEVENS Afmetingen van de uitsparing Hoogte 873 mm Breedte 540 mm Diepte 549 mm Tijdsduur 12 h Spanning 230 V Frequentie 50 Hz De technische gegevens staan op het typeplaatje aan de linker binnenkant in het apparaat en op het energielabel. 12. MILIEUBESCHERMING Recycle de materialen met het symbool . Gooi de verpakking in een geschikte elektronische apparaten. Gooi apparaten niet weg gemarkeerd met het symbool verzamelcontainer om het te recyclen. Help om het milieu en de volksgezondheid te beschermen en recycle het afval van elektrische en met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64

Electrolux ERN1300FEW Handleiding

Type
Handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor