AEG L76685FL Handleiding

Type
Handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

L 76485 FL
L 76685 FL
NL Gebruiksaanwijzing
INHOUD
1. VEILIGHEIDSINFORMATIE . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3
2. TECHNISCHE INFORMATIE . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
3. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
4. ACCESSOIRES . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
5. BEDIENINGSPANEEL . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
6. PROGRAMMA’S . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
7. VERBRUIKSGEGEVENS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
8. VOOR HET EERSTE GEBRUIK . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
9. BEDIENING VAN HET APPARAAT . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
10. AAN HET EINDE VAN HET PROGRAMMA . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
11. AANWIJZINGEN EN TIPS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18
12. ONDERHOUD EN REINIGING . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
13. PROBLEEMOPLOSSING . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
14. MONTAGE . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
15. MILIEUBESCHERMING . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31
VOOR PERFECTE RESULTATEN
Bedankt dat u voor dit AEG product heeft gekozen. Dit apparaat is ontworpen om vele jaren
uitstekend te presteren, met innovatieve technologieën die het leven gemakkelijker helpen
maken – functies die gewone apparaten wellicht niet hebben. Neem een paar minuten de tijd
om het door te lezen zodat u er optimaal van kunt profiteren.
Ga naar onze website voor:
Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen en
onderhoudsinformatie:
www.aeg.com
Registreer uw product voor een betere service:
www.aeg.com/productregistration
Koop accessoires, verbruiksartikelen en originele reserveonderdelen voor uw
apparaat:
www.aeg.com/shop
KLANTENSERVICE
Wij raden altijd het gebruik van originele onderdelen aan.
Zorg er als u contact opneemt met de klantenservice voor dat u de volgende gegevens bij de
hand hebt.
De informatie staat op het typeplaatje. model, productnummer, serienummer.
Waarschuwing - Belangrijke veiligheidsinformatie.
Algemene informatie en tips
Milieu-informatie
Wijzigingen voorbehouden.
2
www.aeg.com
1.
VEILIGHEIDSINFORMATIE
Lees deze handleiding aandachtig door
voordat u het apparaat installeert of ge-
bruikt:
Voor uw eigen veiligheid en de veilig-
heid van uw eigendommen
Voor het milieu
Voor de correcte werking van het ap-
paraat.
Bewaar deze instructies altijd bij het ap-
paraat, ook wanneer u het verplaatst of
aan een ander geeft.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor
schade veroorzaakt door een foutieve in-
stallatie.
1.1 Veiligheid van kinderen en
kwetsbare mensen
Mensen, met inbegrip van kinderen,
met beperkte lichamelijke, zintuiglijke
of verstandelijke vermogens of gebrek
aan ervaring en kennis, mogen dit ap-
paraat niet bedienen. Zij moeten on-
der toezicht staan of instructies krijgen
over het gebruik van dit apparaat van
iemand die verantwoordelijk is voor
hun veiligheid. Laat kinderen niet met
het apparaat spelen.
Houd alle verpakkingsmaterialen uit
de buurt van kinderen. Gevaar voor
verstikking of letsel.
Houd alle reinigingsmiddelen uit de
buurt van kinderen.
Houd kinderen en huisdieren uit de
buurt van het apparaat als de deur
open is.
Voordat u de deur van het apparaat
sluit, dient u te controleren dat er
geen kinderen of huisdieren in de
trommel zitten.
Als het apparaat is uitgerust met een
kinderbeveiliging, raden wij aan dit te
activeren.
1.2 Kinderbeveiliging
Als u deze beveiliging activeert, kunt u
de deur niet sluiten. Dit voorkomt dat
u kinderen of huisdieren in de trom-
mel opsluit. Voor het inschakelen van
de kinderbeveiliging verplaatst u het
draaigedeelte met een muntstuk
rechtsom totdat de groef horizontaal
staat. Voor het uitschakelen van de
kinderbeveiliging verplaatst u het
draaigedeelte met een muntstuk links-
om totdat de groef weer verticaal
staat.
1.3 Algemene veiligheid
Gebruik het apparaat niet voor profes-
sioneel gebruik. Dit apparaat is uitslui-
tend bestemd voor huishoudelijk ge-
bruik.
De specificaties van het apparaat mo-
gen niet worden veranderd. Risico op
letsel en beschadiging van het appa-
raat.
Plaats geen ontvlambare producten of
items die vochtig zijn door ontvlamba-
re producten in, bij of op het appa-
raat. Brand- of explosiegevaar.
Volg de veiligheidsinstructies van de
verpakking van het wasmiddel om
brandwonden aan ogen, mond en
keel te voorkomen.
Zorg dat u alle metalen onderdelen uit
het wasgoed verwijdert. Hard en
scherp materiaal kan het apparaat be-
schadigen.
Raak het glas van de deur niet aan als
een programma in gebruik is. Het glas
kan heet worden (alleen bij machines
met laaddeur vooraan).
1.4 Onderhoud en reiniging
Schakel het apparaat uit en trek de
stekker uit het stopcontact.
Gebruik het apparaat niet zonder fil-
ters. Zorg dat de filters op de juiste
wijze worden geïnstalleerd. Een on-
juiste installatie leidt tot waterlekkage.
NEDERLANDS 3
1.5 Montage
Het apparaat is zwaar, wees voorzich-
tig bij het verplaatsen van het appa-
raat.
Vervoer uw apparaat niet zonder
transportbouten, u kunt anders de in-
terne componenten beschadigen en
lekkages en defecten veroorzaken.
Installeer en sluit geen beschadigd
apparaat aan.
Zorg dat u alle verpakkingsmaterialen
en transportbouten verwijdert.
Zorg er tijdens de installatie voor dat
de stekker uit het stopcontact is ge-
haald.
Alleen een erkende persoon mag de
elektrische installatie, het loodgieters-
werk en de installatie van het apparaat
uitvoeren. Dit om het risico op structu-
rele schade of lichamelijk letsel te
voorkomen.
Installeer of gebruik het apparaat niet
op een plek waar de temperatuur on-
der de 0 °C komt.
Als u het apparaat installeert op vloer-
bedekking, dient u ervoor te zorgen
dat er luchtcirculatie is tussen het ap-
paraat en de vloerbedekking. Pas de
stelvoeten aan om de nodige ruimte
tussen het apparaat en de vloerbedek-
king te creëren.
Aansluiting aan de
waterleiding
Sluit het apparaat niet aan met oude
slangen die al gebruikt zijn. Gebruik
alleen nieuwe slangen.
Zorg dat u de waterslangen niet be-
schadigt.
Sluit het apparaat niet op nieuwe lei-
dingen aan of op leidingen die lang
niet zijn gebruikt. Laat het water enke-
le minuten stromen en sluit dan de
toevoerslang pas aan.
Let er bij het eerste gebruik op dat de
watertoevoerslangen en de koppelin-
gen niet lek zijn.
Aansluiting op het
elektriciteitsnet
Zorg ervoor dat het apparaat is ge-
aard.
Controleer of de elektrische informatie
op het typeplaatje overeenkomt met
de stroomvoorziening.
Gebruik altijd een correct geïnstal-
leerd schokvrij stopcontact.
Gebruik geen meerwegstekkers en
verlengkabels. Er kan brand ontstaan.
Vervang of verander het netsnoer niet
zelf. Neem contact op met het service-
centrum.
Zorg dat u de hoofdstekker en kabel
niet beschadigt.
Steek de stekker pas in het stopcon-
tact als de installatie is voltooid. Zorg
ervoor dat het netsnoer na installatie
bereikbaar is.
Trek niet aan het snoer om het appa-
raat los te koppelen van de netvoe-
ding. Trek altijd aan de stekker.
1.6 Het apparaat afvoeren
1.
Trek de stekker uit het stopcontact.
2.
Snij het netsnoer van het apparaat af
en gooi dit weg.
3.
Verwijder de deurvergrendeling. Dit
voorkomt dat u kinderen of huisdie-
ren in de trommel opsluit. Gevaar
voor verstikking (alleen bij machines
met laaddeur vooraan).
2. TECHNISCHE INFORMATIE
Afmeting Breedte / hoogte /
diepte
605 / 850 / 605 mm
Totale diepte 640 mm
4
www.aeg.com
Aansluiting op het elek-
triciteitsnet:
Voltage
Totale stroom
Zekering
Frequentie
230 V
2200 W
10 A
50 Hz
De beschermkap biedt bescherming tegen vaste
stoffen en vochtigheid, behalve op plaatsen waar
de laagspanningsapparatuur geen bescherming
tegen vocht biedt.
IPX4
Waterleidingdruk Minimaal 0,5 bar (0,05 MPa)
Maximaal 8 bar (0,8 MPa)
Watertoevoer
1)
Koud water
Maximale belading Katoen 8 kg
Centrifugeersnelheid Maximaal 1400 tpm (L 76485 FL)
1600 tpm (L 76685 FL)
1)
Sluit de slang aan op een kraan met 3/4”-schroefdraad.
3. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT
1 2 3 8
9
5
6
7
4
1
0
1
1
1
2
1
Bovenblad
2
Afwasmiddeldoseerbakje
3
Bedieningspaneel
4
Handgreep
5
Typeplaatje
6
Afvoerpomp
7
Stelvoetjes
8
Afvoerslang
9
Watertoevoerklep
10
Hoofdkabel
11
Transportbouten
12
Stelvoetjes
NEDERLANDS 5
4. ACCESSOIRES
1 2
34
1
Moersleutel
Om de transportbouten te verwijde-
ren.
2
Plastic dopjes
Voor het afdichten van de gaten aan
de achterzijde van het apparaat na-
dat u de transportbouten hebt ver-
wijderd.
3
Toevoerslang met geïntegreerd
beschermingssysteem tegen wa-
teroverlast
Om mogelijke wateroverlast te voor-
komen.
4
Plastic slanggeleider
Om een afvoerslang op de rand van
een gootsteen te bevestigen.
5. BEDIENINGSPANEEL
Katoen
1 2 3
45678910
1
Aan-/Uittoets (Aan/Uit)
2
Programmaschakelaar
3
Display
4
Toets Start/Pauze (Start/Pauze)
5
Toets Startuitstel (Startuitstel)
6
Toets Tijd Besparen (Tijd Besparen)
7
Toets Extra spoelen (Extra Spoelen)
8
Toets Vlekken (Vlekken)
9
Toets Kort centrifugeren (TPM)
10
Toets Temperatuur (Temp.°C)
5.1 Aan/uit-toets
1
Druk op deze toets om het apparaat in
of uit te schakelen. Er klinkt een geluid
als het apparaat wordt ingeschakeld.
De AUTO Stand-by functie schakelt het
apparaat automatisch uit om stroom te
besparen als:
Er een programma is geselecteerd,
maar na 5 minuten van de instelling
nog niet op de toets is gedrukt.
4
.
6
www.aeg.com
Alle instellingen worden geannu-
leerd
Druk op de knop
1
om het appa-
raat weer in te schakelen.
Stel het wasprogramma en alle mo-
gelijke opties
5 minuten na afloop van het waspro-
gramma. Raadpleeg 'Aan het einde
van het programma'.
5.2 Programmaschakelaar
2
Draai deze knop om een programma in
te stellen. Het bijbehorende program-
ma-indicatielampje gaat branden.
5.3 Display
3
A B C D
Op het display verschijnt:
A De maximum temperatuur van het programma.
B De standaard centrifugesnelheid van het programma.
"Niet centrifugeren"
1)
en "Spoelstop"-symbolen.
C
De displaysymbolen.
2)
Symbolen Beschrijving
Wasfase
Spoelfases
Centrifugefase
Kinderbeveiliging
U kunt de deur van het apparaat niet openen als het sym-
bool brandt.
U kunt de deur van het apparaat openen als het symbool
uit gaat.
Het symbool blijft aan, maar het programma is voltooid:
Er staat water in de trommel.
De functie 'Spoelstop' is aan.
Startuitstel
NEDERLANDS 7
D De programmatijd
Als het programma start, vermindert de tijd in stappen van 1 minuut.
De uitgestelde start
Als u op de toets startuitstel drukt, toont de display de uitstelde start-
tijd.
•Alarmcodes
Als er een storing in het apparaat optreedt, worden er alarmcodes op
de display weergegeven. Raadpleeg het hoofdstuk "Probleemoplos-
sing".
•Err
Het display toont dit bericht enkele seconden als:
U een functie instelt die niet van toepassing is voor het programma.
U het programma wijzigt als het in werking is.
Het lampje van de toets Start/Pauze
4
knippert.
Als het programma is voltooid.
1)
Alleen beschikbaar voor het programma Centrifugeren/Afpompen.
2)
De symbolen verschijnen op de display als de bijbehorende fase of functie is ingesteld.
5.4 Toets Start/Pauze
4
Druk op toets
4
om het programma te
starten of te onderbreken.
5.5 Toets startuitstel
5
Druk op toets
5
om de start van een
programma vanaf 30 minuten tot 20 uur
uit te stellen.
5.6 Toets tijdbesparing
6
Druk op de toets
6
om de programma-
tijd te verminderen.
Druk een keer om een verkort pro-
gramma in te stellen voor wasgoed
met dagelijks vuil.
Druk twee keer voor het instellen van
een extra snel programma voor was-
goed dat bijna niet vuil is.
Sommige programma's accepte-
ren uitsluitend een van de twee
functies.
5.7 Toets extra spoelen
7
Druk op toets
7
om spoelfases toe te
voegen aan het programma.
Gebruik deze functie voor personen die
allergisch zijn voor wasmiddelen en in
gebieden waar het water erg zacht is.
5.8 Toets Vlekken
8
Druk op toets
8
om de vlekkenfase toe
te voegen aan het programma.
Gebruik deze functie voor wasgoed met
vlekken die moeilijk te verwijderen zijn.
Als u deze functie instelt, doet u vlekken-
verwijderaar in het vakje
.
Deze functie verlengt de duur
van het wasprogramma.
Deze functie is niet beschikbaar
bij een temperatuur lager dan
40°C.
5.9 Toets centrifugeren
9
Druk op deze toets om:
De maximale snelheid van de centrifu-
gefase te verlagen als u een program-
ma instelt.
De display toont alleen de centri-
fugesnelheden die voor het inge-
stelde programma beschikbaar
zijn.
Schakel de centrifugefase uit.
Schakel de functie 'Spoelstop' in. Stel
deze functie in om kreukvorming in
8
www.aeg.com
stoffen te voorkomen. Het apparaat
pompt geen water af als het program-
ma is voltooid.
Centrifugefase is uit.
De functie 'Spoelstop'
is aan.
5.10 Temperatuurtoets
10
Druk op knop
10
om de standaard tem-
peratuur te wijzigen.
- - = koud water
5.11 Geluidssignalenfunctie
U hoort geluidssignalen als:
U het apparaat inschakelt.
U het apparaat uitschakelt.
U op een toets drukt.
Het programma is voltooid.
Het apparaat ondervindt een storing.
Voor het uitschakelen/inschakelen van
de geluidssignalen, drukt u tegelijkertijd
op toets
8
en toets
7
gedurende 6
seconden.
Als u de geluidssignalen uitscha-
kelt, blijven ze alleen werken als
u op de toetsen drukt en er een
storing optreedt.
5.12 Functie kinderslot
Deze functie voorkomt dat kinderen spe-
len met het bedieningspaneel.
Druk om de functie te activeren, tege-
lijkertijd op toets
10
en toets
9
tot-
dat de display het symbool
toont.
Druk om de functie te deactiveren, te-
gelijkertijd op toets
10
en toets
9
totdat het symbool uitgaat.
U kunt de volgende functie activeren:
Voordat u drukt op de toets Start/Pau-
ze
4
: kan het apparaat niet starten.
Nadat u drukt op de toets Start/Pauze
4
, worden alle toetsen en de pro-
grammaschakelaar uitgeschakeld.
5.13 Permanente extra
spoelfunctie
Met deze functie kunt u de extra spoel-
functie permanent aan laten als u een
nieuw programma instelt.
Druk om de functie te activeren, tege-
lijkertijd op toets
6
en toets
5
tot-
dat het lampje van toets
7
brandt.
Druk om de functie uit te schakelen,
tegelijkertijd op toets
6
en toets
5
totdat het lampje van toets
7
uit
gaat.
6. PROGRAMMA’S
Programma
Temperatuur
Type lading
max. gewicht van
belading
Cyclus-
beschrijving
Functies
Katoen
95° - Koud
Wit en bont katoen,
normaal vervuild.
max. 8 kg
Wassen
Spoelingen
Lang centrifuge-
ren
AANPASSEN
TOERENTAL
SPOELSTOP
VLEKKEN
EXTRA SPOELEN
TIJD BESPA-
REN
1)
NEDERLANDS 9
Programma
Temperatuur
Type lading
max. gewicht van
belading
Cyclus-
beschrijving
Functies
Katoen + Voor-
was
95° - Koud
Wit en bont katoen,
zwaar vervuild.
max. 8 kg
Voorspoelen
Wassen
Spoelingen
Lang centrifuge-
ren
AANPASSEN
TOERENTAL
SPOELSTOP
VLEKKEN
EXTRA SPOELEN
TIJD BESPA-
REN
1)
Extra Stil
95° - Koud
Wit en bont katoen,
normaal vervuild.
max. 8 kg
Stop met water in
de trommel
Spoelingen
Lang centrifuge-
ren
VLEKKEN
EXTRA SPOELEN
TIJD BESPA-
REN
1)
Synthetica
60° - Koud
Synthetische of ge-
mengde stoffen, nor-
maal vervuild.
max. 4 kg
Wassen
Spoelingen
Kort centrifuge-
ren
AANPASSEN
TOERENTAL
SPOELSTOP
VLEKKEN
EXTRA SPOELEN
TIJD BESPA-
REN
1)
Strijkvrij
2)
60° - Koud
Synthetica, normaal
vervuild.
max. 4 kg
Wassen
Spoelingen
Kort centrifuge-
ren
AANPASSEN
TOERENTAL
SPOELSTOP
EXTRA SPOELEN
TIJD BESPA-
REN
1)
Fijne Was
40° - Koud
Fijn wasgoed zoals
acryl, viscose, polyes-
ter stoffen, normaal
vervuild.
max. 4 kg
Wassen
Spoelingen
Kort centrifuge-
ren
AANPASSEN
TOERENTAL
SPOELSTOP
VLEKKEN
EXTRA SPOELEN
TIJD BESPA-
REN
1)
Wol/Zijde
40° - Koud
In de machine was-
bare wol. Met de
hand wasbare wol en
fijn wasgoed met het
symbool 'handwas'.
max. 2 kg
Wassen
Spoelingen
Kort centrifuge-
ren
AANPASSEN
TOERENTAL
SPOELSTOP
Dekbed
60° - 30°
Één synthetische de-
ken, dekbed, sprei,
enz.
max. 2 kg
Wassen
Spoelingen
Kort centrifuge-
ren
AANPASSEN
TOERENTAL
10
www.aeg.com
Programma
Temperatuur
Type lading
max. gewicht van
belading
Cyclus-
beschrijving
Functies
Centrifugeren/
Pompen
3)
Alle stoffen
De maximale bela-
ding van wasgoed is
afhankelijk van het
type wasgoed.
Afvoer van het
water
Centrifugefase
op de maximale
snelheid.
AANPASSEN
TOERENTAL
NIET CENTRIFU-
GEREN
Spoelen Handwasartikelen. Één spoeling met
nabehandelings-
middel
Lang centrifuge-
ren
AANPASSEN
TOERENTAL
SPOELSTOP
EXTRA SPOE-
LEN
4)
Jeans
60° - Koud
Alle wasgoed van
spijkerstof. Items van
jersey met hi-tech-
materialen
max. 8 kg
Wassen
Spoelingen
Kort centrifuge-
ren
AANPASSEN
TOERENTAL
SPOELSTOP
EXTRA SPOELEN
TIJD BESPA-
REN
1)
20 Min. - 3 kg
30°
Katoenen en synthe-
tische kleding met
lichte vervuiling of
slechts eenmaal ge-
dragen.
Wassen
Spoelingen
Kort centrifuge-
ren
AANPASSEN
TOERENTAL
Super Eco
5)
Koud
Gemengde stoffen
(katoen en syntheti-
sche stoffen).
max. 3 kg
Wassen
Spoelingen
Kort centrifuge-
ren
AANPASSEN
TOERENTAL
SPOELSTOP
EXTRA SPOELEN
Katoen Eco
6)
60° - 40°
Wit en bont katoen,
normaal vervuild.
max. 8 kg
Wassen
Spoelingen
Lang centrifuge-
ren
AANPASSEN
TOERENTAL
SPOELSTOP
VLEKKEN
EXTRA SPOELEN
TIJD BESPA-
REN
1)
1)
als u de functie Kort instelt, adviseren wij u de hoeveelheid belading te verminderen.
Het is mogelijk om de volledige lading te gebruiken, maar een goed wasresultaat kan
niet worden gegarandeerd.
2)
De was- en centrifugefase is zacht om te voorkomen dat het wasgoed gaat kreuken. De
wasautomaat voegt extra spoelingen toe.
3)
De standaardfase van de centrifugeersnelheid is gebaseerd op katoenen wasgoed. Stel
de centrifugeersnelheid in. Zorg ervoor dat het geschikt is voor het soort wasgoed. Voor
het uitsluitend selecteren van het programma AFPOMPEN, stelt u de functie NIET
CENTRIFUGEREN in.
4)
Stel deze functie om extra spoelingen toe te voegen. Met een lage centrifugeersnelheid
voert het apparaat delicate spoelingen uit met kort centrifugeren.
5)
Stel dit programma in om de tijd en het water- en energieverbruik te verlagen.
6)
Standaardprogramma's voor de Energielabel verbruikswaarden. Volgens de regulering
1061/2010 zijn de «Katoen Eco 60 °C» en «Katoen Eco 40 °C» respectievelijk het
«standaard 60°C katoenprogramma» en het «standaard 40°C katoenprogramma». Stel
NEDERLANDS 11
dit programma in voor een goed wasresultaat en om het stroomverbruik te verlagen.
Stel dit programma in voor een goed wasresultaat en om het stroomverbruik te
verlagen. De tijd van het wasprogramma wordt verlengd.
STOOMPROGRAMMA'S
Programma
1)
Type lading Max. lading
Opfrissen
Dit programma verwijdert
luchtjes uit het wasgoed.
Stoom verwijdert geen
dierenluchtjes.
Katoen en synthetica.
Stel het stoomprogramma niet
in voor dit type kleding:
Kleding waar op het was-
voorschrift niet staat of het
geschikt is voor de droger.
Kleding met veel ingewerk-
te stukjes plastic, metaal,
hout en dergelijke.
tot 1.5 kg
Ontkreuk
Dit programma helpt het was-
goed te ontkreuken.
tot 1.5 kg
Stoom kan worden gebruikt voor droge, gewassen of eenmaal gedra-
gen wasgoed. Deze programma's kunnen kreukels en luchtjes vermin-
deren en het wasgoed zachter maken.
Gebruik nooit een schoonmaakmiddel. Verwijder vlekken indien nodig
door te wassen of plaatselijk vlekverwijderaar te gebruiken.
Stoomprogramma's vormen geen hygiënische cyclus.
1)
Als u een stoomprogramma instelt met gedroogde was, zal de was aan het eind van de
cyclus vochtig aanvoelen. Het is beter om de kleren aan de lucht te drogen gedurende
10 minuten om de vochtigheid te laten verdampen. Het wasgoed moet zo snel mogelijk
uit de trommel worden verwijderd. Na een stoomcyclus kunt u de kleding toch nog
strijken, maar dan uiteraard met veel minder moeite!
6.1 Woolmark-certificaat
De wolwascyclus van de machine is
goedgekeurd door Woolmark voor het
wassen van Woolmark producten die in
de machine gewassen kunnen worden,
onder voorwaarde dat de kledingstuk-
ken worden gewassen volgens de in-
structies op het label in het kledingstuk
en die van de fabrikant van deze wasma-
chine Mxxxx
In het VK, Ierland, Hong Kong en India is
het Woolmark-symbool is een certifice-
ringshandelsmerk. ©The Woolmark
Company Pty Ltd.
7. VERBRUIKSGEGEVENS
The data of this table are approximate. Different causes can change the da-
ta: the quantity and type of laundry, the water and ambient temperature.
12
www.aeg.com
Programmes Load
(kg)
Energy
consump-
tion
(kWh)
Water
con-
sumpti-
on (litre)
Approxi-
mate
pro-
gramme
duration
(minu-
tes)
Remai-
ning
moistu-
re (%)
1)
L 76485
FL
Remai-
ning
moistu-
re (%)
1)
L 76685
FL
Cottons 60 °C 8 1.60 72 168 44 43
Cottons 40 °C 8 1.00 72 164 44 43
Synthetics 40
°C
4 0.60 50 110 35 35
Delicates 40
°C
4 0.70 60 91 35 35
Wool/Hand
wash 30 °C
2 0.35 57 58 30 30
Standard cotton programmes
Standard 60
°C cotton
8 0.90 59 225 44 43
Standard 60
°C cotton
4 0.76 49 170 44 43
Standard 40
°C cotton
4 0.51 49 165 44 43
1)
At the end of spin phase.
Off Mode (W) Left-On Mode (W)
0.48 0.48
The values of power consumption of the «Off-mode » and «Left-on mode» are
in compliance with the EU Commision regulation 1015/2010 implementing di-
rective 2009/125/EC.
8. VOOR HET EERSTE GEBRUIK
1.
Giet 2 liter water in het vakje voor
het hoofdwasmiddel van de wasmid-
dellade om het afvoersysteem te ac-
tiveren.
2.
Giet een klein beetje wasmiddel in
het vakje van het hoofdwasmiddel
van de wasmiddellade. Stel het pro-
gramma voor katoen in op de hoog-
ste temperatuur zonder wasgoed en
start het programma. Dit verwijdert
al het mogelijke vuil uit de trommel
en de kuip.
9. BEDIENING VAN HET APPARAAT
1.
Draai de waterkraan open.
2.
Steek de stekker in het stopcontact.
3.
Druk op toets
1
om het apparaat in
te schakelen.
NEDERLANDS 13
4.
Plaats het wasgoed in de machine.
5.
Gebruik de juiste hoeveelheid was-
middelen en toevoegingen.
6.
U dient het juiste programma in te
stellen en te starten voor het type la-
ding en de mate van vervuiling.
9.1 Wasgoed in de machine
doen
1.
Open de deur van het apparaat.
2.
Plaats het wasgoed een voor een in
de trommel. Schud de items voor u
ze in de wasautomaat plaatst. Zorg
ervoor dat u niet te veel was in de
trommel plaatst.
3.
Sluit de deur.
Zorg ervoor dat er geen wasgoed tussen
de deur blijft klemmen. Er kan waterlek-
kage of beschadigd wasgoed ontstaan.
9.2 Wasmiddelen en
toevoegingen vullen
Het wasmiddelvakje van de voorwasfase en het inweekprogram-
ma.
Voeg inweek- en voorwasmiddelen toe voordat u het program-
ma start.
Het vakje voor het wasmiddel van de wasfase.
Als u een vloeibaar wasmiddel gebruikt, dient u dit direct voor
het starten van het programma te plaatsen.
Vakje voor vloeibare nabehandelingsmiddelen (wasverzachter,
stijfsel).
Plaats het product in het vakje voordat u het programma start.
Dit is het maximale niveau voor vloeibare nabehandelingsmid-
delen.
14
www.aeg.com
Het vakje voor de vlekverwijderaar.
Plaats het product in het vakje en stel de vlekfunctie in voordat
u het programma start.
Klepje voor poeder of vloeibaar wasmiddel.
Draai het klepje (omhoog of omlaag) in de juiste stand om poe-
der of vloeibaar wasmiddel te gebruiken.
Volg altijd de instructies op de verpakking van de wasmiddelen.
De stand van de klep controleren
1.
Trek de wasmiddeldoseerlade uit tot
deze stopt.
2.
Druk de hendel in om de lade uit te
trekken.
3.
Draai de klep omhoog om poeder-
wasmiddel te gebruiken.
4.
Draai de klep omlaag om vloeibaar
wasmiddel te gebruiken.
Met de klep in de stand OM-
LAAG:
Gebruik geen gelatineachtige
of dikke vloeibare wasmidde-
len.
Giet niet meer vloeibaar was-
middel in het vakje dan de li-
miet op de klep.
Stel de voorwasfase niet in.
Stel de startuitstelfunctie niet
in.
NEDERLANDS 15
5.
Meet het wasmiddel en wasverzach-
ter af.
6.
Sluit de wasmiddeldoseerlade voor-
zichtig. Zorg bij het sluiten van de
lade dat de klep geen blokkering
veroorzaakt.
9.3 Een programma instellen
en starten
1.
Draai de programmaschakelaar. Het
bijbehorende programma-indicatie-
lampje gaat branden.
2.
Het lampje van toets
4
knippert in
het rood.
3.
Op het display verschijnt de stan-
daard temperatuur en centrifuge-
snelheid. Om de temperatuur en/of
de centrifugesnelheid te wijzigen,
drukt u op de bijbehorende toetsen.
4.
Stel de beschikbare functies in. Het
lampje van de ingestelde functie
gaat aan, of de display toont het bij-
behorende symbool.
5.
Druk op toets
4
om het program-
ma te starten. Het lampje van toets
4
is aan.
De afvoerpomp kan even werken
als het apparaat gevuld wordt
met water.
De wasmachine past de cy-
clustijd automatisch aan op
het wasgoed dat u in de
trommel hebt gedaan, voor
perfecte wasresultaten bin-
nen een minimaal benodigde
tijd. Na ongeveer 15 minuten
vanaf de start van het pro-
gramma geeft de display de
nieuwe tijdwaarde weer.
9.4 Een programma
onderbreken
1.
Als u op de toets
4
drukt: Het indi-
catielampje knippert.
2.
Als u opnieuw op toets
4
drukt.
Het wasprogramma gaat verder.
9.5 Een programma annuleren
1.
Druk op toets
1
om het program-
ma te annuleren en om het apparaat
uit te schakelen.
2.
Druk opnieuw op toets
1
om het
apparaat in te schakelen. U kunt nu
een nieuw wasprogramma kiezen.
Het apparaat pompt geen water
weg.
9.6 Een functie wijzigen
U kunt slechts enkele functies wijzigen
voordat ze gaan werken.
1.
Als u op de toets
4
drukt: Het indi-
catielampje knippert.
2.
De ingestelde functie wijzigen.
9.7 Het startuitstel instellen
1.
Druk herhaaldelijk op toets
5
tot
het aantal minuten of uren op de
display verschijnt. De bijbehorende
symbolen gaan branden.
2.
Druk op toets
4
, het apparaat be-
gint met aftellen van de uitgestelde
start.
Nadat het aftelproces voltooid is,
wordt het wasprogramma automa-
tisch gestart.
Voordat u op toets
4
drukt om
het apparaat te starten, kunt u de
instelling van de uitgestelde start
annuleren of wijzigen.
U kunt de uitgestelde start niet
instellen bij het Stoom program-
ma.
9.8 De uitgestelde start
annuleren
1.
Als u op de toets
4
drukt: Het bij-
behorende indicatielampje knippert.
2.
Druk herhaaldelijk op toets
5
tot
de display 0’ toont.
16
www.aeg.com
3.
Als u op de toets
4
drukt: Het pro-
gramma wordt gestart.
9.9 Deur openen
Als een programma of het startuitstel in
werking is, is de deur van de wasmachi-
ne vergrendeld.
De deur van het apparaat openen:
1.
Druk op toets
4
. Het deurvergren-
delingssymbool in de display gaat
uit.
2.
Open de deur van het apparaat.
3.
Sluit de deur van de machine en
druk op toets
4
. Het programma
of startuitstel gaat verder.
Als de temperatuur en het water-
peil in de trommel te hoog zijn,
blijft het symbool voor de deur-
vergrendeling aan en kunt u de
deur niet openen. U opent in dat
geval de deur als volgt:
1.
Schakel het apparaat uit.
2.
Wacht enkele minuten.
3.
Zorg ervoor dat er zich geen
water in de trommel bevindt.
Als u het apparaat uit zet, dient u
het programma opnieuw in te
stellen.
10. AAN HET EINDE VAN HET PROGRAMMA
Het apparaat stopt automatisch.
De geluidssignalen klinken.
In de display gaat het symbool
aan.
Het indicatielampje van de toets Start/
Pauze
4
gaat uit.
Het deurvergrendelingssymbool gaat
uit.
Druk op toets
1
om het apparaat uit
te schakelen. Vijf minuten na het einde
van het programma wordt het appa-
raat door de energiebesparende func-
tie automatisch uitgeschakeld.
Als u het apparaat weer inscha-
kelt, wordt het einde van het als
laatste ingestelde programma in
de display weergegeven. Draai
de programmaknop om een
nieuwe cyclus in te stellen.
Haal het wasgoed uit de wasmachine.
Zorg ervoor dat de trommel leeg is.
Laat de deur iets open staan om de
vorming van schimmel en onaangena-
me luchtjes te voorkomen.
Draai de waterkraan dicht.
Het wasprogramma is voltooid, maar
er staat water in de trommel:
De trommel draait regelmatig om
kreukvorming van het wasgoed te
voorkomen.
De deur blijft vergrendeld.
U moet het water afvoeren om de
deur te kunnen openen.
Het water wegpompen:
1.
Verlaag zo nodig de centrifugesnel-
heid.
2.
Druk op de toets Start/Pauze
4
.
Het apparaat voert het water af en
centrifugeert.
3.
Als het programma is voltooid, gaat
het deurvergrendelingssymbool uit
en kunt u de deur openen
4.
Schakel het apparaat uit.
Na ongeveer 18 uur begint het
apparaat automatisch met het af-
voeren van water en centrifuge-
ren.
NEDERLANDS 17
11. AANWIJZINGEN EN TIPS
11.1 Wasgoed sorteren
Verdeel het wasgoed in: wit, bont,
synthetisch, fijne was en wol.
Volg de wasinstructies die u op de
waslabels van het wasgoed vindt.
Was witte en bonte artikelen niet sa-
men.
Sommige bonte weefsels kunnen uit-
lopen als zij de eerste keer worden ge-
wassen. We raden daarom aan om dit
soort kleding de eerste keer dan ook
apart te wassen.
Knoop kussenslopen dicht, sluit ritsen,
haakjes en drukknopen. Maak riemen
vast.
Maak alle zakken leeg en vouw alle ar-
tikelen open.
Draai meerlagige stoffen, wollen en
kleding met geverfde opdrukken bin-
nenstebuiten.
Verwijder hardnekkige vlekken.
Was delen met zware vervuiling met
een speciaal wasmiddel.
Wees voorzichtig met de gordijnen.
Verwijder de haken of stop de gordij-
nen in een zak of kussensloop.
Niet in de machine wassen:
Wasgoed zonder zomen of met
scheuren
Beugelbeha's.
Gebruik een waszakje om kleine
stuk wasgoed te wassen.
Een zeer kleine lading kan problemen
veroorzaken bij de centrifugefase. Als
dit gebeurt, kunt u de artikelen hand-
matig verdelen in de trommel en de
centrifugefase opnieuw starten.
11.2 Hardnekkige vlekken
Voor sommige vlekken is water en was-
middel niet voldoende.
We raden u aan om deze vlekken te ver-
wijderen voordat u deze artikelen in de
machine stopt.
Er zijn speciale vlekverwijderaars ver-
krijgbaar. Gebruik een speciale vlekver-
wijderaar die geschikt is voor het type
vlek en stof.
11.3 Wasmiddelen en
nabehandelingsmiddelen
Gebruik alleen wasmiddelen en nabe-
handelingsproducten die bedoeld zijn
voor gebruik in een wasautomaat.
Vermeng geen verschillende soorten
wasmiddel met elkaar.
Gebruik niet meer dan de benodigde
hoeveelheid wasmiddel om het milieu
te beschermen.
Volg altijd de instructies die u vindt op
de verpakking van deze producten.
Gebruik de juiste producten voor het
type en de kleur stof, de programma-
temperatuur en de mate van vervui-
ling.
Stel geen voorwasfase in als u vloeiba-
re wasmiddelen gebruikt.
Als uw machine geen wasmiddellade
heeft met klepje, voeg dan het vloei-
bare wasmiddel toe met een doseer-
bal.
11.4 Waterhardheid
Als de waterhardheid in uw gebied hoog
of gemiddeld is, raden we u het gebruik
van waterverzachter voor wasautomaten
aan. In gebieden waar de waterhardheid
zacht is, is het gebruik van een waterver-
zachter niet nodig.
Neem contact op met de plaatselijke
waterautoriteit voor de waterhardheid in
uw gebied.
Volg altijd de instructies die u vindt op
de verpakking van de producten.
Gelijkwaardige eenheden meten de wa-
terhardheid:
Duitse graden (°dH).
Franse graden (°TH)
mmol/l (millimol per liter - een interna-
tionale eenheid voor de hardheid van
water).
Clarke-graden.
18
www.aeg.com
Waterhardheidstabel
Niveau Type
Waterhardheid
°dH °TH mmol/l Clarke
1 zacht 0-7 0-15 0-1.5 0-9
2 medium 8-14 16-25 1.6-2.5 10-16
3 hard 15-21 26-37 2.6-3.7 17-25
4 erg hard > 21 > 37 >3.7 >25
12. ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Haal de stekker uit het stopcontact voor-
dat u het apparaat reinigt.
12.1 Ontkalken
Het water dat wij gebruiken, bevat kalk.
Als het nodig is dient u waterverzachter
te gebruiken om deze kalk te verwijde-
ren.
Gebruik een speciaal product voor was-
automaten. Volg altijd de instructies die
u vindt op de verpakking van de produ-
cent.
Doe dit apart van het wassen van was-
goed.
12.2 Buitenkant reinigen
Het apparaat alleen schoonmaken met
zeep en warm water. Maak alle opper-
vlakken volledig droog.
LET OP!
Gebruik geen brandspiritus, op-
losmiddelen of chemische pro-
ducten.
12.3 Onderhoudswasbeurt
Bij programma's met lage temperaturen
is het mogelijk dat er wat wasmiddel
achterblijft in de trommel. Voer regelma-
tig een onderhoudswas uit. Om dit te
doen:
Haal al het wasgoed uit de trommel.
Stel het heetste wasprogramma in
voor katoen
Gebruik de juiste hoeveelheid poe-
derwasmiddel met biologische eigen-
schappen.
Houd de deur enige tijd open na elke
wasbeurt, om schimmels te voorkomen
en onprettige geurtjes te verwijderen.
12.4 Deurrubber
Controleer het deurrubber regelmatig
en verwijder voorwerpen uit de binnen-
kant.
12.5 Trommel
Controleer de trommel regelmatig om
kalk en roestdeeltjes te voorkomen.
Gebruik alleen speciale producten om
roestdeeltjes uit de trommel te verwijde-
ren.
Ga als volgt te werk:
NEDERLANDS 19
Reinig de trommel met een speciaal
product voor roestvrij staal.
Start een kort programma voor katoen
op de maximale temperatuur met een
kleine hoeveelheid wasmiddel.
12.6 Wasmiddeldoseerlade
De wasmiddeldoseerlade reinigen:
1
2
1.
Druk op de hendel.
2.
Trek de doseerlade naar buiten.
3.
Verwijder het bovenste gedeelte
van het vakje voor vloeibare nabe-
handelingsmiddelen.
4.
Maak alle onderdelen schoon met
water.
5.
Maak de ruimte van de wasmiddel-
doseerlade schoon met een borstel.
6.
Plaats de wasmiddeldoseerlade te-
rug in de ruimte.
12.7 Afvoerpomp
Controleer de afvoerpomp regel-
matig en zorg dat deze schoon
is.
De pomp schoonmaken als:
Het apparaat geen water wegpompt.
De trommel niet kan draaien.
Het apparaat een ongebruikelijk ge-
luid maakt door een blokkade in de af-
voerpomp.
De display een alarmcode weergeeft
door een probleem met de wateraf-
voer.
WAARSCHUWING!
1.
Trek de stekker uit het stop-
contact.
2.
Verwijder het filter niet als
het apparaat in gebruik is.
Reinig de afvoerpomp niet
als het water in de machine
heet is. Het water moet koud
zijn voordat u de afvoer-
pomp kunt reinigen.
20
www.aeg.com
De afvoerpomp reinigen:
1.
Open het afvoerpompdeurtje.
2.
Trek de klep naar voren om hem te
verwijderen.
3.
Plaats een bak onder de uitsparing
van de afvoerpomp om het uitstro-
mende water op te vangen.
4.
Druk de twee hendels in en trek het
afvoerkanaal naar voren om het wa-
ter eruit te laten stromen.
1
2
5.
Als de bak vol met water is, duwt u
het afvoerkanaal terug en leegt u de
bak. Herhaal stap 4 en 5 tot er geen
water meer uit de afvoerpomp
stroomt.
6.
Duw het afvoerkanaal terug en draai
het filter om het te verwijderen.
7.
Verwijder stof en voorwerpen uit de
pomp.
8.
Zorg dat het schoepenrad op de
juiste wijze kan draaien. Neem als
dit niet lukt, contact op met de klan-
tenservice.
NEDERLANDS 21
1
2
9.
Reinig het filter onder de water-
kraan en plaats het terug in de spe-
ciale geleiders van de pomp.
10.
Zorg ervoor dat het filter stevig vast-
zit om waterlekkage te voorkomen.
11.
Plaats de klep terug en sluit het af-
voerpompdeurtje.
12.8 Het filter van de
toevoerslang en het klepfilter
Het kan nodig zijn filters te reinigen als:
Het apparaat niet met water wordt ge-
vuld.
De machine langdurig water vult.
Het lampje van toets
4
knippert en
de display het bijbehorende alarm
weergeeft. Raadpleeg 'Probleemop-
lossing'.
WAARSCHUWING!
Trek de stekker uit het stopcon-
tact.
De watertoevoerfilters schoonmaken:
1.
Draai de waterkraan dicht.
2.
Verwijder de watertoevoerslang van
de kraan.
3.
Reinig het filter in de toevoerslang
met een harde borstel.
4.
Verwijder de toevoerslang achter de
machine.
5.
Reinig het filter in de klep met een
harde borstel of een handdoek.
45°
20°
6.
Installeer de watertoevoerslang op-
nieuw. Zorg ervoor dat de koppelin-
gen stevig vast zitten om lekkage te
voorkomen.
7.
Draai de waterkraan open.
12.9 Noodafvoer
Het apparaat kan geen water afvoeren
door een storing.
Als dit optreedt, voert u stap (1) tot en
met (6) van "De afvoerpomp reinigen"
uit.
Maak de pomp zo nodig schoon.
22
www.aeg.com
Plaats het afvoerkanaal terug en sluit de
afvoerpompklep.
Als u het water afvoert met de noodaf-
voerprocedure, dient u het afvoersys-
teem opnieuw te activeren:
1.
Giet 2 liter water in het vakje voor
het hoofdwasmiddel van de wasmid-
deldoseerlade.
2.
Start het programma om water af te
voeren.
12.10 Voorzorgsmaatregelen
bij vorst
Als het apparaat is geïnstalleerd in een
gebied waar de temperatuur lager is dan
0 °C, dan dient u het resterende water
uit de afvoerslang en de afvoerpomp te
verwijderen.
1.
Trek de stekker uit het stopcontact.
2.
Draai de waterkraan dicht.
3.
Verwijder de watertoevoerslang.
4.
Plaats de twee uiteinden van de toe-
voerslang in een bak en laat het wa-
ter uit de slang stromen.
5.
Leeg de afvoerpomp. Raadpleeg de
noodafvoerprocedure.
6.
Als de afvoerpomp leeg is, instal-
leert u de toevoerslang opnieuw.
WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat de temperatuur
hoger is dan 0 °C voordat u het
apparaat opnieuw gebruikt.
De fabrikant is niet verantwoor-
delijk voor schade die door lage
temperaturen is veroorzaakt.
13. PROBLEEMOPLOSSING
Het apparaat start niet of stopt tijdens
het programma.
Probeer eerst het probleem zelf op te
lossen (zie tabel). Indien dit niet lukt,
neem contact op met de service afde-
ling.
Bij sommige problemen werken de
geluidssignalen en toont de display
een alarmcode:
- Het apparaat wordt niet gevuld
met water.
- Het apparaat pompt geen wa-
ter weg.
- De deur is open of niet goed
gesloten.
- Anti-overstromingsbeveiliging
is aan.
WAARSCHUWING!
Schakel het apparaat uit voordat
u controles uitvoert.
Probleem Mogelijke oorzaak Mogelijke oplossing
Het apparaat
neemt geen wa-
ter.
De waterkraan is dicht. Draai de waterkraan open.
De watertoevoerslang is
beschadigd.
Controleer of de watertoevoers-
lang niet is beschadigd.
De filters in de water-
toevoerslang zijn ver-
stopt.
Reinig de filters Zie het hoofd-
stuk "Onderhoud en reiniging".
De waterkraan is ver-
stopt of aangezet met
kalkaanslag.
Maak de waterkraan schoon.
De aansluiting van de
watertoevoerslang is
niet correct.
Zorg dat de aansluiting altijd
correct is.
NEDERLANDS 23
Probleem Mogelijke oorzaak Mogelijke oplossing
De waterdruk is te laag. Neem contact op met het wa-
terleidingbedrijf.
Het apparaat
pompt geen water
weg.
De waterafvoerslang is
beschadigd.
Controleer of de waterafvoers-
lang niet is beschadigd.
Het filter in de afvoer-
pomp is geblokkeerd.
Reinig het filter of maak de af-
voerpomp schoon. Zie het
hoofdstuk "Onderhoud en reini-
ging".
De aansluiting van de
waterafvoerslang is niet
correct.
Zorg dat de aansluiting altijd
correct is.
Er is een wasprogram-
ma zonder afvoerfase
ingesteld.
Stel het afvoerprogramma in.
De functie 'Spoelstop' is
aan.
Stel het afpompprogramma in.
De deur is open of
niet goed geslo-
ten.
Sluit de deur goed.
Anti-overstro-
mingsbeveilliging
is aan.
Schakel het apparaat uit en
trek de stekker uit het stop-
contact.
Draai de waterkraan dicht.
Neem contact op met het ser-
vicecentrum.
Het apparaat cen-
trifugeert niet.
De centrifugafase is uit. Stel het centrifugeprogramma
in.
Het filter in de afvoer-
pomp is geblokkeerd.
Reinig het filter of maak de af-
voerpomp schoon. Zie het
hoofdstuk "Onderhoud en reini-
ging".
Balansproblemen met
de waslading.
Verdeel de artikelen handmatig
in de trommel en start de centri-
fugefase opnieuw.
Het programma
start niet.
De stekker zit niet goed
in het stopcontact.
Steek de stekker in het stopcon-
tact.
De zekering in de me-
terkast is doorgebrand.
Vervang de zekering.
U heeft niet op toets
4
gedrukt.
Als u op de toets
4
drukt:
De uitgestelde start is
ingesteld.
Annuleer de uitgestelde start
om het programma direct te
starten.
24
www.aeg.com
Probleem Mogelijke oorzaak Mogelijke oplossing
Het kinderslot is geacti-
veerd.
Het kinderslot uitschakelen.
Er ligt water op de
vloer.
Lekkages van de koppe-
lingen van de waterslan-
gen.
Zorg dat de koppelingen goed
zijn aangedraaid.
Lekkages van de afvoer-
pomp.
Zorg dat het filter van de afvoer-
pomp goed is bevestigd.
De waterafvoerslang is
beschadigd.
Verzeker u ervan dat de water-
toevoerslang niet is bescha-
digd.
U kunt de deur
van het apparaat
niet openen.
Het wasprogramma is
bezig.
Laat het wasprogramma beëin-
digen.
Er staat water in de
trommel.
Kies het programma Pompen of
Centrifugeren.
Het apparaat
maakt een abnor-
maal geluid.
Het apparaat staat niet
waterpas.
Het apparaat waterpas afstellen.
Raadpleeg "Installatie".
De verpakking en/of de
transportbouten zijn
niet verwijderd.
Verwijder de verpakking en/of
de transportbouten. Raadpleeg
"Installatie".
De lading is erg klein. Meer wasgoed in de machine
doen.
Het apparaat vult
zich met water en
pompt het direct
weer af.
Het uiteinde van de af-
voerslang is te laag.
Zorg dat de afvoerslang op de
juiste hoogte staat.
Het wasresultaat is
niet bevredigend.
Het door u gebruikte
wasmiddel was niet cor-
rect of onvoldoende.
Gebruik meer wasmiddel of ge-
bruik een ander middel.
U heeft de hardnekkige
vlekken niet voor het
wassen uit het wasgoed
gehaald.
Gebruik speciale producten om
hardnekkige vlekken te verwij-
deren.
Onjuiste temperatuur
ingesteld.
Zorg dat u de juiste tempera-
tuur instelt.
Te veel wasgoedbela-
ding.
Verminder de hoeveelheid was-
goed.
Schakel het apparaat na de controle in.
Het programma gaat verder vanaf het
punt waar het werd onderbroken.
Als het probleem opnieuw optreedt,
neem dan contact op met onze service
afdeling.
Indien het display andere alarmcodes
meldt, neem dan contact op met onze
service afdeling.
NEDERLANDS 25
14. MONTAGE
14.1 Set bevestigingsplaatjes
(4055171146)
Verkrijgbaar bij uw geautoriseerde ver-
kooppunt.
Zet het apparaat goed vast met de be-
vestigingsplaatjes als u het apparaat op
een plint plaatst.
Volg de instructies die bij de set zijn
meegeleverd.
14.2 Uitpakken
1.
Gebruik de handschoenen. De ex-
terne folie eraf trekken. Gebruik zo
nodig een mes.
2.
Verwijder de kartonnen deksel.
3.
Verwijder de piepschuim verpak-
kingsmaterialen.
4.
De interne folie eraf trekken.
26
www.aeg.com
5.
Open de deur. Verwijder het piep-
schuim blok van de deur en alle an-
dere onderdelen uit de trommel.
6.
Plaats het piepschuim verpakkings-
materiaal op de vloer achter het ap-
paraat. Plaats het apparaat met de
achterzijde voorzichtig op het kar-
tonnen deksel. Zorg dat u de slan-
gen niet beschadigt.
1
2
7.
Verwijder de piepschuim bescher-
ming van de onderkant.
8.
Zet het apparaat weer rechtop.
9.
Verwijder het aansluitsnoer en de
afvoerslang van de slanghouders.
NEDERLANDS 27
10.
Draai de drie transportbouten los.
Gebruik de bij het apparaat gelever-
de moersleutel.
11.
Trek de bouten met de plastic tus-
senstukken eruit.
12.
Doe de plastic dopjes in de gaatjes.
U vindt deze doppen in de zak van
de gebruikershandleiding.
WAARSCHUWING!
Verwijder alle transportbouten
en verpakking voordat u het ap-
paraat installeert.
Wij raden u aan om alle trans-
portbouten en verpakking te be-
waren voor als u het apparaat
gaat verplaatsen.
14.3 Plaatsing en waterpas zetten
x4
Installeer het apparaat op een vlakke
harde vloer.
Zorg ervoor dat de vloerbedekking de
luchtcirculatie onder het apparaat niet
stopt.
Zorg ervoor dat het apparaat geen
muren of andere apparaten raakt.
Gebruik de stelvoetjes om het appa-
raat waterpas te zetten. Een juiste af-
stelling van het apparaat voorkomt tril-
lingen en lawaai en het bewegen van
het apparaat als deze in bedrijf is.
28
www.aeg.com
Het apparaat moet waterpas en sta-
biel staan.
LET OP!
Plaats geen karton, hout of ver-
gelijkbare materialen onder de
voeten van het apparaat om de-
ze waterpas te stellen.
14.4 De toevoerslang
20
O
20
O
20
O
45
O
45
O
45
O
Sluit de slang aan op het apparaat.
Draai de toevoerslang alleen naar links
of rechts. Maak de ringmoer los om
hem in de juiste stand te zetten.
Sluit de watertoevoerslang aan op een
koudwaterkraan met 3/4-schroef-
draad.
LET OP!
Zorg ervoor dat de koppelingen
niet lekken.
Gebruik geen verlengslang als
de toevoerslang te kort is. Neem
contact op met de klantenservice
voor vervanging van de toevoers-
lang.
NEDERLANDS 29
Waterstop
A
De watertoevoerslang is voorzien van
een waterstop. Dit toestel voorkomt lek-
kage in de slang door natuurlijke slijta-
ge. Het rode gedeelte in het venster «A»
toont deze storing.
Als dit gebeurt, draait u de kraan dicht
en neemt u contact op met de klanten-
service om de slang te laten vervangen.
14.5 Waterafvoer
Er zijn verschillende procedures om de
afvoerslang aan te sluiten:
Met de plastic slanggeleider.
Op de rand van een gootsteen.
Zorg dat de plastic geleider niet kan
bewegen als het apparaat water af-
voert. Bevestig de geleider op de wa-
terkraan of wand.
Op een standpijp met ventilatieope-
ning.
Raadpleeg de illustratie. Rechtstreeks
in een afvoerpijp op een hoogte van
niet minder dan 60 cm en niet meer
dan 100 cm. Het einde van de afvoers-
lang moet altijd geventileerd zijn,
d.w.z. dat de binnendiameter van de
afvoerpijp groter moet zijn dan de bui-
tendiameter van de afvoerslang.
30
www.aeg.com
Zonder de plastic slanggeleider.
Op een gootsteenafvoer.
Raadpleeg de illustratie. Plaats de af-
voerslang in de gootsteenafvoer en
draai vast met een clip. Zorg dat de af-
voerslang een bocht maakt om te
voorkomen dat resterende deeltjes uit
de gootsteen in het apparaat komen.
Direct op een ingebouwde afvoer-
pomp in de kamerwand en zet vast
met een klem.
U kunt de afvoerslang maximaal
400 cm verlengen. Neem contact
op met de klantenservice voor
de andere afvoerslang en het
verlengstuk.
15. MILIEUBESCHERMING
Recycle de materialen met het
symbool
. Gooi de verpakking in
een geschikte verzamelcontainer om
het te recyclen.
Help om het milieu en de
volksgezondheid te beschermen en
recycle het afval van elektrische en
elektronische apparaten. Gooi
apparaten gemarkeerd met het
symbool
niet weg met het
huishoudelijk afval. Breng het
product naar het milieustation bij u
in de buurt of neem contact op met
de gemeente.
NEDERLANDS 31
www.aeg.com/shop
132923280-A-202012
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32

AEG L76685FL Handleiding

Type
Handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor