Panoptix
PS21-TM
FrontVü
Installatie-instructies
Belangrijke veiligheidsinformatie
WAARSCHUWING
Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
verpakking van de kaartplotter of viszoeker voor
waarschuwingen met betrekking tot het product en andere
belangrijke informatie.
U bent verantwoordelijk voor de veilige en voorzichtige besturing
van uw vaartuig. Een echolood is een hulpmiddel dat u meer
informatie geeft over het water onder uw boot. Het ontheft u
echter niet van uw verantwoordelijkheid om het water rond uw
boot in de gaten te houden tijdens het navigeren.
VOORZICHTIG
Het niet in overeenstemming met deze instructies installeren en
onderhouden van dit toestel kan leiden tot schade of letsel.
Draag altijd een veiligheidsbril, oorbeschermers en een
stofmasker tijdens het boren, zagen en schuren.
LET OP
Controleer voordat u gaat boren of zagen wat zich aan de
andere kant van het oppervlak bevindt.
Om de beste prestaties te garanderen en schade aan uw boot te
voorkomen, moet u het Garmin
®
toestel aan de hand van de
volgende instructies installeren.
Lees alle installatie-instructies zorgvuldig door voordat u met de
installatie begint. Neem contact op met Garmin Product Support
als u problemen ondervindt tijdens het installeren.
Aandachtspunten bij de montage
Deze steun kan niet worden gebruikt voor alle bootrompen.
Lees deze aandachtspunten om te bepalen of de steun
compatibel is met uw boottype. Een slechte transducerlocatie
kan resulteren in slechte werking van de transducer of de boot
moeilijk hanteerbaar maken.
De transducer moet niet worden gemonteerd op een plaats
waar deze beschadigd kan raken bij het te water laten of
binnenhalen van de boot.
Plaats de transducer niet achter planken, stijlen, beslag, de
waterinlaat of uitlaatpoort, of op plaatsen waar luchtbellen of
waterturbulenties ontstaan. Turbulent water kan de
lichtbundel van het echolood verstoren.
De transducer moet worden gemonteerd met de voorkant
onder water en naar voren gericht. De vorm van de
transducer vereist dat een groter deel ervan onder de
waterlijn ligt dan bij een gewone op de spiegel te monteren
transducer het geval is. De grote oppervlak onder water
werkt vertragend, variërend van een verwaarloosbare tot een
onacceptabele vertraging, waardoor de boot mogelijk
moeilijker te hanteren is en niet op topsnelheid kan varen.
Mogelijk moet u de trimtabs van de boot bijstellen, als de
transducer niet in het midden van de spiegel is geplaatst.
Voor een optimaal resultaat moet de transducer zo dicht
mogelijk bij de middenlijn worden bevestigd.
Terwijl de transducer door het water glijdt, ontstaan
luchtbellen achter de transducer in een V-vorm
À
. De
omvang en het oppervlak van deze V-vorm wordt beïnvloed
door factoren zoals de snelheid van de boot en de hoek
waaronder de transducer is bevestigd. U dient de transducer
te bevestigen op een locatie waar geen lucht kan
binnendringen in de baan van de schroeven
Á
. Als er lucht
komt in de schroeven, kan dit ernstige gevolgen hebben voor
de acceleratie en topsnelheid van de boot en schade
veroorzaken aan de schroeven en motoren. Bevestig de
transducer aan stuurboord en bakboord op ruime afstand van
de schroef/schroeven om dit effect te voorkomen. Dit effect
neem toe als de transducer verticaal is uitgelijnd met de baan
van de schroeven. Houd rekening met de draairadius van de
schroeven van een outboard of stern drive. Voor de meeste
installatie is het niet aan te raden om de transducer te
bevestigen tussen de motoren van een installatie met
meerdere motoren. Afbeelding van de transducer van
bovenaf.
Als de transducer verder uit het midden van de spiegel is
geplaatst, kan de grotere deadrisehoek ertoe leiden dat de
romp van de boot
À
de echoloodbundel verstoort
Á
en dat
de detectie aan de andere kant van de boot niet consistent is
Â
. Afbeelding van de transducer van achteren.
Aandachtspunten tijdens het varen
Bij snelheden boven de 12,9 km/u (8 mph), is de werking van de
transducer beperkt, de bodemreflectie is sterk verminderd en de
dieptemetingen en het alarm verstrekken mogelijk geen
waarschuwingen voor potentieel ondiepe gebieden.
U dient in ondiep water of in water waarvan u de diepte niet kent
of waar zich onder water obstakels kunnen bevinden, langzaam
te varen met uw boot.
Indien ingeschakeld, wordt in ondiep water een
waarschuwingssignaal gegeven bij het naderen van ondiepe
delen. Zwevende of smalle obstakels onder water worden
mogelijk niet herkend als bodem, zodat het alarm niet afgaat. Er
Januari 2017
Gedrukt in Taiwan 190-02073-75_0A
wordt niet gegarandeerd dat het alarm aanvaringen voorkomt. U
dient altijd op uw hoede te zijn als u er met uw boot op uitgaat.
Effectief voorwaarts bereik
De transducer heeft een effectief voorwaarts bereik van vijf tot
acht keer de diepte van het water. In water met bijvoorbeeld een
diepte van 3 m (10 ft.) is het effectief voorwaarts bereik 15 tot 24
meter (50 tot 80 ft.). De water- en bodemgesteldheid kan van
invloed zijn op het werkelijke bereik. Wees op uw hoede en let
op de waterdiepte en het voorwaartse bereik, vooral wanneer
uw toestel in de modus Handmatig voorwaarts bereik staat.
Software-update
Mogelijk moet u de toestelsoftware bijwerken wanneer u het
toestel installeert of een accessoire toevoegt aan het toestel.
De nieuwe software op een geheugenkaart laden
U moet de software-update naar een geheugenkaart kopiëren
via een computer met Windows
®
software.
OPMERKING: U kunt contact opnemen met de klantenservice
van Garmin om een vooraf geladen kaart met software-update
te bestellen als u geen computer met Windows software hebt.
1
Plaats een geheugenkaart in de kaartsleuf van de computer.
2
Ga naar www.garmin.com/support/software/marine.html.
3
Selecteer Downloaden naast de softwarebundel voor uw
kaartplotter.
OPMERKING: De softwaredownload bevat updates voor alle
met de kaartplotter verbonden toestellen. Selecteer de juiste
bundel voor het bijwerken van de kaartplotter. U kunt Bekijk
alle toestellen in deze bundel selecteren om de in de
download opgenomen toestellen te bevestigen.
4
Lees en accepteer de voorwaarden.
5
Selecteer Downloaden.
6
Selecteer zo nodig Voer uit.
7
Selecteer zo nodig het station van de geheugenkaart en
selecteer vervolgens Volgende > Voltooi.
8
Pak de bestanden uit op de geheugenkaart.
OPMERKING: De software-update op de geheugenkaart
laden kan een paar minuten duren.
De software van het toestel bijwerken
Voordat u de software kunt bijwerken, moet u beschikken over
een software-update op een geheugenkaart of de nieuwste
software zelf op een geheugenkaart laden.
1
Schakel de kaartplotter in.
2
Nadat het startscherm verschijnt, plaatst u de geheugenkaart
in de kaartsleuf.
OPMERKING: De instructies voor de software-update
verschijnen alleen als het toestel volledig is opgestart voordat
u de kaart plaatst.
3
Volg de instructies op het scherm.
4
Wacht enkele minuten totdat de software-update is voltooid.
5
Laat de geheugenkaart op zijn plaats zitten en start de
kaartplotter handmatig opnieuw op, wanneer daar om wordt
gevraagd.
6
Verwijder de geheugenkaart.
OPMERKING: Als de geheugenkaart wordt verwijderd
voordat het toestel opnieuw is opgestart, is de software-
update niet voltooid.
Het toestel registreren
Vul de onlineregistratie vandaag nog in zodat wij u beter kunnen
helpen.
Ga naar my.garmin.com.
Bewaar uw originele aankoopbewijs of een fotokopie op een
veilige plek.
Contact opnemen met Garmin Product Support
Ga naar www.garmin.com/support voor supportinformatie
voor uw land.
Bel in de VS met 913-397-8200 of 1-800-800-1020.
Bel in het VK met 0808 238 0000.
Bel in Europa met +44 (0) 870 850 1241.
Benodigd gereedschap
Boormachine
3,2 mm (
1
/
8
in.) boortje
4 mm (
5
/
32
in.) boortje
Nr. 1 kruiskopschroevendraaier
Kruiskopschroevendraaier, nr. 2
17 mm zeskantige dop en 17 mm inbussleutel
7 mm inbussleutels
Watervaste kit
Kabelbinders (optioneel)
De transducer aan de spiegel van een boot
vastmaken
De transducersteun voor spiegelbevestiging afstellen
op de boot
1
Plaats de transducersteun voor spiegelbevestiging op de
spiegel van de boot op
À
13 mm (
1
/
2
in.)
Á
van de onderkant
van de romp.
2
Steek een borgschroef
Â
in een gat in de beugelsteun, zodat
de behuizing parallel loopt aan de waterlijn
Ã
.
3
Gebruik de beugelsteun als sjabloon om de plaats van de
schroefgaten te markeren.
4
Verwijder de steun.
5
Plaats de moer op de borgschroef en draai deze aan.
OPMERKING: Het kan zijn dat borgschroef en moer na
installatie in de beugel los lijken te zitten.
6
Draai de M10 bout aan
Ä
.
OPMERKING: Het maximale draaimoment dat op de M10
bout wordt uitgeoefend mag niet groter zijn dan 51,5 N-m
(38 lb-ft.).
De transducersteun voor spiegelbevestiging
installeren op de boot
1
Als u de beugel op glasvezel installeert, bevestigt u een
stukje tape over de locatie van het voorboorgat om te
voorkomen dat scheurtjes in de gellaag ontstaan.
2
Gebruik een boortje van 4 mm (
5
/
32
in.) om de gaatjes te
boren.
3
Schuif de steun van het deflectiescherm
À
over de steun
voor bevestiging op de spiegel.
2
4
Smeer watervaste kit op de vier 5x30 schroeven en bevestig
de steun voor spiegelmontage en de steun van het
deflectiescherm op de spiegel met de 5x30 schroeven en
5 mm sluitringen.
Het deflectiescherm bevestigen
VOORZICHTIG
Stap niet op het gemonteerde deflectiescherm.
Als u op hoge snelheid vaart, kan de transducer veel water op
uw motor spuiten. U kunt het deflectiescherm plaatsen om de
hoeveelheid spuitwater te verminderen.
1
Plaats de ring
À
in de sleuf
Á
van het deflectiescherm
Â
.
2
Trek de kabel door de ring.
TIP: U kunt de ring en het gedeelte van kabel dat u er
doorheen trekt, smeren met afwasmiddel.
3
Als het deflectiescherm parallel loopt aan de bovenkant van
de behuizing van de steun
Ã
, kunt u het deflectiescherm
bevestigen aan de deflectieschermsteun
Ä
met de schroeven
Å
.
4
Leg de kabels langs de spiegel boven de waterlijn en
bevestig ze met kabelbinders (optioneel).
De transducer met de voeding en het Garmin
Marine Network verbinden
WAARSCHUWING
Verwijder bij het aansluiten van de voedingskabel niet de
geïntegreerde zekeringhouder. Om het risico van letsel of
schade aan het product door brand of oververhitting te
voorkomen, dient de juiste zekering te worden gebruikt, zoals
vermeld in de productspecificaties. Als de voedingskabel wordt
aangesloten zonder gebruik van de juiste zekering, vervalt de
garantie op het product.
Voordat u het toestel kunt verbinden met het Garmin Marine
Network en de voeding, dient u het toestel te bevestigen.
1
Leid de kabels door scheidingswanden of het dek en
bevestig deze met behulp van kabelbinders,
bevestigingsmaterialen en kit.
2
Installeer de O-ring en een borgring op de Garmin Marine
Network connector.
3
Sluit het kale uiteinde van de voedingskabel aan op een
voedingsbron van 10 tot 35 V gelijkstroom en de aarde
(Installatiediagram, pagina 3).
4
Selecteer een optie:
Sluit de netwerkkabel aan op het netwerk of de Panoptix
poort op uw kaartplotter.
Sluit de netwerkkabel aan op een poort op de GMS
10,
indien beschikbaar.
Kabeldoorvoerringen
Bij het leggen van de kabels op uw boot, moet u mogelijk gaten
boren om de kabels doorheen te leiden. U kunt
kabeldoorvoerringen gebruiken om kabelgaten af te dekken. De
ring biedt geen waterdichte afdichting. Breng na installatie indien
noodzakelijk watervaste kit aan om de ring en de kabel
waterdicht te maken. U kunt kabeldoorvoerringen kopen bij uw
Garmin dealer of rechtstreeks bij Garmin op www.garmin.com.
De borgring op de kabels installeren
U dient de kabels te leggen voordat u borgringen op de kabels
installeert.
Om het leggen van de kabels te vergemakkelijken, zijn de
borgringen apart van de kabels verpakt. Elke borgring is verpakt
in een klein zakje met een nummer op het label zodat u ze
gemakkelijk kunt identificeren.
1
Maak de twee helften van de borgring van elkaar los
À
.
2
Plaats de O-ring
Á
in het uiteinde van de connector.
3
Lijn de twee helften
Â
van de borgring op de kabel uit en klik
ze in elkaar.
Installatiediagram
+
-
Onderdeel Beschrijving
À
Kaartplotter
Á
Panoptix PS21-TM
Â
Voedingsbron (schakelaar is optioneel)
Onderhoud
De transducer schoonmaken
Vuil en aangroei kan zich snel ophopen en de prestaties van uw
toestel verminderen.
1
Verwijder het vuil met een zachte doek en milde reiniger.
2
Gebruik bij hardnekkig vuil een schuursponsje of
plamuurmes om de aangroei te verwijderen.
3
Veeg het toestel vervolgens droog.
3
Vuilafstotende verf
Breng elke zes maanden een vuilafstotende verf op waterbasis
aan op de romp van uw schip om corrosie te voorkomen en de
groei van organismen te vertragen die een negatieve invloed
hebben op de prestaties en duurzaamheid van het schip.
OPMERKING: Breng nooit vuilafstotende verf op ketonbasis
aan op uw schip, omdat keton veel soorten plastic aantast en
uw transducer kan beschadigen of kapotmaken.
Specificaties
Specificatie Afmetingen
Afmetingen (B×H×L) 32 x 118 x 84 mm (1,3 x 4,6 x 3,3 in.)
Gewicht transducer 0,39 kg (0,87 lb.)
Totaal gewicht (transducer,
steun, kabel en deflectiescherm)
2,64 kg (5,82 lb.)
Max. stroomverbruik 8 W
Bedrijfsspanning Van 10 tot 35 V gelijkstroom
Bedrijfstemperatuurbereik Van 0 tot 40°C (van 32 tot 104°F)
Bereik opslagtemperatuur Van -40 tot 70°C (van -40 tot 158°F)
Materiaal ASA kunststof
Maximumbereik* 91,4 m (300 ft.)
Frequentie 417 kHz
Zekering 4,0 A mini 32 V gelijkstroom
*Afhankelijk van plaatsing transducer, zoutgehalte, bodemsoort
en andere watercondities.
© 2017 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen
Garmin
®
en het Garmin logo zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar
dochtermaatschappijen, geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen.
Panoptix
is een handelsmerk van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen. Deze
handelsmerken mogen niet worden gebruikt zonder de uitdrukkelijke toestemming van
Garmin.
© 2017 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen
support.garmin.com
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4