Indesit HIM 506 EK.A IX de handleiding

Categorie
Ovens
Type
de handleiding
OVEN
Samenvatting
Het installeren, 24-26
Plaatsing
Elektrische aansluiting
Typeplaatje
Beschrijving van het apparaat, 27
Algemeen aanzicht
Bedieningspaneel
Starten en gebruik, 28
De oven starten
Programma’s, 29-30
Kookprogramma’s
Praktische kooktips
Kooktabel
Kookplaat, 31
Type kookplaat
Aanzetten kookplaat glaskeramiek
Praktische tips voor het gebruik van de
glaskeramische kookplaat
Voorzorgsmaatregelen en advies, 32
Algemene veiligheidsmaatregelen
Afvalverwijdering
Energiebesparing en milieubesef
Onderhoud en verzorging, 33
De elektrische stroom afsluiten
Schoonmaken van de oven
De ovendeur reinigen
Vervangen van het lampje
Service
Gebruiksaanwijzing
NL
NL
HIM 50 EK.A
HIM 50 EK.A IX
Nederlands, 23English,1
Deutsch, 34 ÅëëçíéêÜ, 45
Français, 12
FRGB
DE GR
Русский, 56
RS
24
NL
! Bewaar dit boekje zorgvuldig voor eventuele verdere
raadpleging. Wanneer u het product weggeeft,
verkoopt, of wanneer u verhuist, dient u dit boekje bij
de oven te bewaren zodat alle nodige informatie
voorhanden blijft.
! Lees de gebruiksaanwijzingen zorgvuldig: er staat
belangrijke informatie in over installatie, gebruik en
veiligheid.
Plaatsing
! Het verpakkingsmateriaal is niet bestemd voor
kinderen en dient daarom te worden weggegooid
volgens de geldende normen ( zie
Voorzorgsmaatregelen en advies).
! De installatie moet worden uitgevoerd door een
bevoegde installateur en volgens de instructies van
de fabrikant. Een verkeerde installatie kan schade
berokkenen aan personen, dieren of dingen.
Inbouw
Voor een goede werking van het apparaat moet het
keukenmeubel de juiste kenmerken hebben:
de zijkanten van de kastjes die aan de oven
grenzen moeten hittebestendig zijn;
in het bijzonder moet, in geval van meubels met
fineer, de lijm bestand zijn tegen temperaturen van
100°C;
voor het inbouwen van de oven, zowelonder het
aanrecht ( zie figuur ) alsin stapelbouw, dient het
meubel de volgende afmetingen te hebben:
! Nadat het apparaat is ingebouwd, mag er geen
contact meer mogelijk zijn met de elektrische
onderdelen.
Het energieverbruik dat staat aangegeven op het
typeplaatje is gebaseerd op dit soort installatie.
Ventilatie
Om een goede ventilatie te hebben is het noodzakelijk
de achterkant van het meubel te verwijderen. Het
verdient de voorkeur de oven op twee houten balken
te plaatsen, of eventueel op een enkele plank die een
opening heeft van tenminste 45 x 560 mm (zie
afbeeldingen).
Centreren en bevestigen
Om het apparaat aan het keukenkastje te
bevestigen: open de ovendeur en schroef de 4
houtschroeven in de 4 gaten in de zijrand.
! Alle beschermende onderdelen moeten zodanig
worden bevestigd dat ze niet kunnen worden
verwijderd zonder gereedschap te gebruiken.
595
558
min
45
min
575-585 min
560
+4 -0
480
+4 -0
547 min
555
580
500
39
15
595
23
572
543
543
545
560 mm.
45 mm.
Het installeren
25
NL
Elektrische aansluiting
De keuken moet aan het elektrische net worden
aangesloten. Deze functioneert met de
wisselstroom, de spanning en de frequentie die
aangegeven staan op het typeplaatje (zie volgende
pagina).
De kookplaat wordt aan het fornuis verbonden met
een speciale aansluiting.
INBOUWPLAAT
INBOUWFORNUIS
WIT ROOD GEELBLAUW GROEN
Slechts op
enkele modellen
aanwezig
Nadat u de kookplaat heeft aangesloten, dient u de
metalen bescherming weer op zijn plaats te doen.
Als de kookplaat wordt verwijderd moet u de rode
dop, die oorspronkelijk op de rode connector zat,
weer op zijn plaats doen.
Monteren voedingskabel
1. Licht de lipjes aan
de zijkant van het
deksel van het
klemmenbord op met
een schroevendraaier:
trek het deksel van het
klemmenbord open ( zie
afb.).
2. De voedingskabel in werking stellen: maak de
schroef van de kabelklem en de schroeven van de
contacten L-N-
los, en bevestig de draden onder
de schroeven met inachtneming van de kleuren:
Blauw (N) Bruin (L) Geel-Groen (
).
Het klemmenbord is ingesteld voor een verbinding
op een 400 V driefasenstroom (zie afbeeldingen
onder).
400V 3N~H05RR-F
5x2.5 CEI-UNEL 35363
Als de elektrische installatie andere eigenschappen
heeft (zie afbeeldingen onder), dient u de
elektrische verbinding tot stand te brengen door
middel van de verbindings-U-bouten in doos P.
230V ~H05RR-F 3x4
CEI-UNEL 35363
400V 2N~H05RR-F 4x4
CEI-UNEL 35363
3. Maak de voedingskabel vast aan de speciale
kabelklem.
4. Maak het deksel van het klemmenbord dicht.
NL1L3L2
1
3
2
4
5
N
L2
L1
L3
P
NL
1
3
2
4
5
NL1L2
1
3
2
4
5
26
NL
Het aansluiten van de voedingskabel aan het net
Gebruik voor de voedingskabel een stekker die
genormaliseerd is voor de lading aangegeven op het
typeplaatje( zie hiernaast).
Wanneer het apparaat rechtstreeks op het net wordt
aangesloten moet men tussen het apparaat en het net
een meerpolige schakelaar aanbrengen met een
afstand tussen de contacten van minstens 3mm,
aangepast aan het elektrische vermogen en voldoend
aan de geldende normen (de aarding mag niet
worden onderbroken door de schakelaar). De
voedingskabel moet zodanig geplaatst worden dat hij
nergens een temperatuur bereikt die 50°C hoger is
dan de kamertemperatuur.
! De installateur is verantwoordelijk voor de correcte
elektrische verbinding en het in acht nemen van de
geldende veiligheidsnormen.
Vóór het aansluiten moet u controleren dat:
het stopcontact geaard is en voldoet aan de
geldende normen;
het stopcontact in staat is het maximale vermogen
van het apparaat te verdragen, zoals aangegeven
op het typeplaatje ( zie onder );
de spanning zich bevindt tussen de waarden die
staan aangegeven op het typeplaatje ( zie onder);
het stopcontact en de stekker overeenkomen. Als
dat niet zo is, dient u ofwel de stekker ofwel het
stopcontact te vervangen; gebruik geen
verlengsnoeren of dubbelstekkers.
! Wanneer het apparaat geïnstalleerd is, moeten de
snoer en het stopcontact makkelijk te bereiken zijn.
! De kabel mag niet worden gebogen of
samengedrukt.
! De kabel moet van tijd tot tijd worden gecontroleerd
en mag alleen door erkende monteurs worden
vervangen ( zie Service).
! De fabrikant kan niet verantwoordelijkheid
worden gesteld als deze normen niet worden
nageleefd.
TYPEPLAATJE
Afmetingen
breedte 43,5 cm.
hoogte 32 cm.
diepte 40 cm.
Inhoud liter 56
Elektrische
aansluitingen
spanning 230V/400V~ 3N 50/60Hz
maximum vermogen 9450W
ENERGY LABEL
Richtlijn 2002/40/CE op etiket van
elektrische ovens.
Norm EN 50304
Energieverbruik convectie Hetelucht
verwarmingsfunctie:
Multikoken
Energieverbruik verklaring Klasse
convectie Natuurlijk
verwarmingsfunctie:
Traditioneel
Dit apparaat voldoet aan de volgende
EU Richtlijnen:
- 2006/95/EEG van 12/12/06
(laagspanning) en daaropvolgende
wijzigingen;
- 2004/108/EEG van 15/12/04
(elektromagnetische compatibiliteit)
en daaropvolgende wijzigingen
- 93/68/EEG van 22/07/93 en
daaropvolgende wijzigingen
- 2002/96/EC en daaropvolgende
wijzigingen
27
NL
Beschrijving van het
apparaat
Algemeen aanzicht
Bedieningspaneel
Bedieningspaneel
Rooster GRILL
Rooster LEKPLAAT
GLEUVEN om
roosters in te
schuiven
positie 5
positie 4
positie 3
positie 2
positie 1
Knop
PROGRAMMA’S
Controlelampje
KOOKPLATEN
Controlelampje
THERMOSTAAT
THERMOSTAATKNOP
Knop
KOOKPLATEN
Knop
KOOKPLATEN
DUBBELE DIAMETER
28
NL
! Wij raden u aan bij het eerste gebruik de oven
minstens een uur leeg te laten functioneren, op
maximum temperatuur en met de deur dicht. Nadat u
de oven hebt uitgedaan, opent u de ovendeur en lucht
u het vertrek. De lucht die u ruikt komt door het
verdampen van de middelen die worden gebruikt om
de oven te beschermen.
De oven starten
1. Door aan de knop PROGRAMMA’S te draaien kunt
u het gewenste kookprogramma kiezen.
2. Kies de temperatuur door aan de knop
THERMOSTAAT te draaien. Een lijst met kooktijden en
aanbevolen kooktemperaturen kunt u terugvinden in
de Kooktabel (zie Programma’s).
3. Als het controlelampje THERMOSTAAT aan is,
bevindt de oven zich in de verwarmingsfase en is
bezig de ingestelde temperatuur te bereiken.
4. Tijdens het koken kunt u nog altijd:
- het kookprogramma veranderen met behulp van de
knop PROGRAMMA’S;
- de temperatuur veranderen met behulp van de knop
THERMOSTAAT;
- het koken onderbreken door de knop
PROGRAMMA’S weer op stand “0” te zetten.
! Zet nooit voorwerpen op de bodem van de oven; u
riskeert hiermee het email te beschadigen.
! Plaats de ovenschalen altijd op bijgeleverde
roosters.
Ventilator
Teneinde de hitte aan de buitenkant van de oven te
beperken, zijn enkele modellen voorzien van een
ventilator. Hierdoor ontstaat een luchtstroom die
tussen het bedieningspaneel en de ovendeur naar
buiten komt.
! Aan het einde van de kooktijd blijft de ventilator
draaien totdat de oven voldoende is afgekoeld.
Ovenverlichting
Deze gaat werken door de knop PROGRAMMA’S op
te draaien. Ze blijft aan wanneer u een
kookprogramma selecteert.
Starten en gebruik
29
NL
Kookprogramma’s
! Per tutti i programmi è impostabile una temperatura
tra 60°C e MAX, tranne:
GRILL (hierbij is het aanbevolen alleen MAX te
gebruiken);
GRATINEREN (hierbij is het aanbevolen niet meer
dan 200°C in te stellen).
Programma TRADITIONELE OVEN
De onderste en bovenste verwarmingselementen
gaan aan. Met deze traditionele kookwijze is het beter
een enkel rooster te gebruiken: met meerdere roosters
riskeert u een slechte temperatuursverspreiding.
Programma MULTIKOKEN
Alle verwarmingselementen gaan aan (onder, boven
en cirkelvormig) en de ventilator gaat draaien.
Aangezien de warmte in de hele oven constant is,
zorgt de lucht dat de gerechten op gelijkmatige wijze
gekookt en gebakken worden. Hierbij is het mogelijk
maximaal twee roosters tegelijk te gebruiken.
Programma OVEN BOVEN
Si accende l’elemento riscaldante superiore. Deze
functies kunnen worden gebruikt voor het afmaken
van een gerecht.
Programma GRILL
Het bovenste verwarmingselement gaat aan. De hoge
en rechtstreekse hitte bruint de oppervlakten van het
vlees onmiddelijk zodat er geen vocht verloren gaat
en de binnenkant mals blijft. Het koken onder de grill
is vooral aan te raden voor gerechten die een hoge
temperatuur aan de bovenkant nodig hebben:
biefstuk, entrecôte, filet, hamburger etc... U vindt
enkele voorbeelden in de tabel “Praktische
raadgevingen voor het koken”. Kook met de ovendeur
dicht.
Programma’s
Programma GRATINEREN
Het bovenste verwarmingselement gaat aan en de
ventilator gaat draaien. Hiermee wordt de
rechtstreekse bovenhitte van de grill gecombineerd
met de circulatie van de lucht in de oven. Eventueel
verbranden van de buitenkant wordt zo vermeden; de
warmte dringt gemakkelijker door naar de binnenkant.
Kook met de ovendeur dicht.
Praktische kooktips
! Gebruik voor het koken met de heteluchtoven nooit
de standen 1 en 5: de hete lucht zou fijne gerechten
kunnen verbranden.
! Bij de functies GRILL of GRATINEREN raden wij u
aan de lekplaat op stand 1 te zetten om eventueel vet
of jus op te vangen.
MULTIKOKEN
Gebruik de standen 2 en 4, en plaats de gerechten
die meer warmte nodig hebben op stand 2.
Plaats de lekplaat op de onderste stand en de grill
op de hoogste.
GRILL
Plaats de grill op stand 3 of 4, plaats de gerechten
op het midden van de grill.
We raden u aan het energieniveau op de hoogste
stand te zetten. Het is normaal dat het bovenste
verwarmingselement niet constant aan blijft: zijn
werking wordt geregeld door een thermostaat.
PIZZA
Per una buona cottura della pizza ultilizzate il
programma MULTICOTTURA.
Gebruik een lichte aluminium ovenschaal en zet
hem op het bijgeleverde ovenrooster.
Bij gebruik van de bakplaat duurt het langer en
krijgt u waarschijnlijk geen krokante pizza.
Bij zeer gevulde pizza’s raden wij aan de
mozzarella of andere kaas pas halverwege de
kooktijd toe te voegen.
30
NL
Kooktabel
Programma's Gerechten
Gewicht
(kg)
Roosterstanden
Voorverwarming
(minuten)
Aangeraden
temperatuur
Kooktijd
(minuten)
Traditionele
oven
Eend
Braadstuk
Varkensrollade
Koekjes (kruimeldeeg)
Taarten
1
1
1
-
1
3
3
3
3
3
15
15
15
15
15
200
200
200
180
180
65-75
70-75
70-80
15-20
30-35
Multikoken
Pizza (op 2 roosters)
Lasagne
Lamsvlees
Kip + gebakken aardappels
Makreel
Plum-cake
Soesjes (op 2 roosters)
Koekjes (op 2 roosters)
Cake (op 1 rooster)
Cake (op 2 roosters)
Quiche
1
1
1
1+1
1
1
0.5
0.5
0.5
1
1.5
2 en 4
3
2
2 en 4
2
2
2 en 4
2 en 4
2
2 en 4
3
15
10
10
15
10
10
10
10
10
10
15
230
180
180
200
180
170
190
180
170
170
200
15-20
30-35
40-45
60-70
30-35
40-50
20-25
10-15
15-20
20-25
25-30
Oven Boven
Afmaken van het gerecht
- 3/4 15 220 -
Grill
Tong en inktvis
Calamari- en garnalenspiesjes
Kabeljauwfilet
Gegrilde groenten
Kalfsbiefstuk
Koteletten
Hamburgers
Makreel
Toast
1
1
1
1
1
1
1
1
n.° 4
4
4
4
3 of 4
4
4
4
4
4
5
5
5
5
5
5
5
5
5
Max
Max
Max
Max
Max
Max
Max
Max
Max
8-10
6-8
10
10-15
15-20
15-20
7-10
15-20
2-3
Gratineren
Gegrilde kip
Inktvis
1.5
1.5
2
2
5
5
200
200
55-60
30-35
31
NL
Kookplaat
C
A
A
B
B
C
A
A
A
A
Type kookplaten
Bij de oven hoort een kookplaat die
samengesteld kan zijn uit twee
verschillende verwarmingselementen:
elektrische kookplaten van gietijzer (zie
afbeelding 1) of glaskeramische
kookplaten die zowel traditioneel kunnen
zijn (zie afbeelding 2) als verlengbaar (zie
afbeelding 3).
Aanzetten kookplaat glaskeramiek
Traditioneel kookgedeelte
De traditionele straalelementen (A) zijn gemaakt van
cirkelvormige verwarmingselementen die pas zo’n tiental
seconden na ontsteking rood worden.
Ieder kookgedeelte heeft zijn eigen bedieningsknop waarmee
u 12 verschillende temperaturen kunt kiezen, met een
minimumwaarde van 1 tot een maximumwaarde van 12.
Verlengbaar kookgedeelte
De verlengbare straalelementen (B) herkent u aan het
dubbele verwarmingsgedeelte. U kunt alleen het binnenste
gedeelte aansteken of beide gedeelten.
Door middel van de bedieningsknop kunt u kiezen tussen
twee stroomsterktes; deze gaan beide van een
minimumwaarde van 1 tot een maximumwaarde van 12:
door de knop met de klok mee te draaien van 1 naar 12 stelt
u een lagere stroomsterkte in.
door de knop te draaien tot aan het einde (A), te
herkennen aan een lichte klik, stelt u de maximum
stroomsterkte in, die geregeld kan worden tussen 12 en 1
door de knop tegen de klok in te draaien. Om de minimum
stroomsterkte weer in te stellen, moet u de knop weer op
stand 0 terugbrengen.
In het geval van dubbele kookgedeeltes, zal het eerste deel
van de draaiing het kleinere (binnenste) kookgedeelte
activeren. Om zowel het binnenste als het buitenste gedeelte
te activeren moet u de knop tot aan het einde doordraaien (A)
en een stroomsterkte kiezen tussen 12 en 1.
Controlelampje resterende warmte (slechts op enkele
modellen aanwezig)
De warmtecontrolelampjes (C) geven aan dat het betreffende
kookgedeelte warmer is dan 60°C, ook nadat het
verwarmingselement is uitgeschakeld.
Aangeraden stroomsterktes voor verschillend gebruik:
Pos.
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Stralingsplaat
Uit
Boter, chocolade smelten.
Opwarmen vloeistoffen.
Vla en sausen.
Aan de kook brengen.
Braadstukken.
Groot stoofvlees.
Bakken.
Inschakeling van beide kookzones.
A
Praktische tips voor het gebruik van de
glaskeramische kookplaat
! De lijm die gebruikt is voor de afdichtingen laat wat vetvlekjes
achter op het glas. Voordat u de kookplaat gebruikt, raden wij u
aan de vlekken te verwijderen met een niet-schurend
schoonmaakmiddel. Gedurende de eerste uren van gebruik is
het mogelijk dat u een rubbergeur ruikt, die echter snel
wegtrekt.
Teneinde optimale resultaten te bereiken van de kookplaat:
gebruik pannen met een platte bodem die perfect
aansluiten aan het verwarmgedeelte;
gebruik pannen die groot genoeg zijn om de kookplaat
geheel te bedekken teneinde alle beschikbare hitte te
benutten;
houdt de bodem van de pannen altijd schoon en droog
zodat ze goed aansluiten op het kookvlak. Dit verlengt de
levensduur van zowel de pannen als het kookgedeelte.
vermijdt dezelfde pannen te gebruiken die u ook op een
gasfornuis gebruikt: de warmteconcentratie van
gasbranders kan de bodem van pannen vervormen,
waardoor ze niet goed meer aansluiten;
laat nooit een kookgedeelte aan staan zonder een pan
erop. De verhitting, die snel het maximum niveau bereikt,
zou de verwarmingselementen kunnen beschadigen.
afbeelding 2
afbeelding 3
afbeelding 1
32
NL
Voorzorgsmaatregelen en
advies
! Dit apparaat is ontworpen en vervaardigd volgens de
geldende internationale veiligheidsvoorschriften. Deze
aanwijzingen zijn geschreven voor uw veiligheid en u dient
ze derhalve goed door te nemen.
Algemene veiligheidsmaatregelen
Dit apparaat is vervaardigd voor niet-professioneel
gebruik binnenshuis.
Het apparaat dient niet buitenshuis te worden geplaatst,
ook niet in overdekte toestand. Het is erg gevaarlijk als
het in aanraking komt met regen of als het onweert.
Maak gebruik van de handgrepen aan de zijkant van de
oven als u het apparaat moet verplaatsen.
Raak de oven niet blootsvoets of met natte handen of
voeten aan.
Het apparaat dient gebruikt te worden om
voedsel te bereiden. Het mag uitsluitend
door volwassenen worden gebruikt en alleen
volgens de instructies die in deze
handleiding beschreven staan. Elk ander
gebruik (bv.: verwarming van ruimten) is als
oneigenlijk te beschouwen en dus gevaarlijk.
De fabrikant kan niet aansprakelijk worden
gesteld voor eventuele schade die te wijten
is aan onjuist, verkeerd of onredelijk
gebruik.
Gedurende het gebruik van de oven worden
de verwarmingselementen en enkele delen
van de ovendeur heet. Raak er niet aan en
houd de kinderen op een afstand.
Voorkom dat elektrische snoeren van andere kleine
keukenapparaten op warme delen van de oven
terechtkomen.
Laat de ventilatieopeningen en warmteafvoer vrij.
Pak het handvat van de ovendeur alleen in het midden
vast: aan de zijkant zou het heet kunnen zijn.
Gebruik altijd ovenwanten om gerechten in de oven te
zetten en eruit te halen.
Plaats geen aluminiumfolie op de bodem van de oven.
Plaats geen brandbaar materiaal in de oven: als de oven
plotseling aan zou worden gezet, zou dit materiaal vlam
kunnen vatten.
Controleer altijd dat de knoppen in de positie “”/“
staan als het fornuis niet gebruikt wordt.
Haal de stekker nooit uit het stopcontact door aan het
snoer te trekken.
Maak de oven niet schoon of voer geen onderhoud uit
als de stekker nog in het stopcontact zit.
Als de oven defect is, mag u nooit aan het interne
systeem sleutelen om een reparatie proberen uit te
voeren. Neem contact op met de Technische Dienst (zie
Service).
Plaats geen zware voorwerpen op de open ovendeur.
De glaskeramische kookplaat is bestand tegen
mechanische stoten. Hij kan echter worden beschadigd
(of barsten) als hij wordt geraakt door een puntig object,
bijvoorbeeld door gereedschap. Als dit gebeurt, moet u
onmiddellijk het apparaat afsluiten van de elektrische
stroom en contact opnemen met de Technische Dienst.
Vergeet niet dat de temperatuur in het kookgedeelte
aanzienlijk hoog blijft tot minstens 30 minuten nadat het
wordt uitgeschakeld.
Houdt voorwerpen die kunnen smelten op afstand van
de kookplaat, zoals b.v. plastic, aluminium of
suikerhoudende etenswaren. Let vooral op plastic of
aluminium verpakkingen of folie: als u ze op het nog
warme of lauwe kookvlak neerlegt, kunt u een zware
schade aanrichten.
Dit apparaat mag niet worden gebruikt door personen
(kinderen inbegrepen) met een beperkt lichamelijk,
sensorieel of geestelijk vermogen of personen die niet
de nodige ervaring of kennis hebben met het apparaat,
tenzij onder toezicht van een persoon die
verantwoordelijk is voor hun veiligheid of nadat hun is
uitgelegd hoe het apparaat werkt.
Voorkom dat kinderen met het apparaat spelen.
Afvalverwijdering
Verwijdering van het verpakkingsmateriaal: houdt u aan
de plaatselijke normen, zodat het verpakkingsmateriaal
hergebruikt kan worden.
VDe Europese Richtlijn 2002/96/EC over Vernietiging van
Electrische en Electronische Apparatuur (WEEE), vereist
dat oude huishoudelijke electrische apparaten niet
mogen vernietigd via de normale ongesorteerde
afvalstroom. Oude apparaten moeten apart worden
ingezameld om zo het hergebruik van de gebruikte
materialen te optimaliseren en de negatieve invloed op
de gezondheid en het milieu te reduceren. Het symbool
op het product van de “afvalcontainer met een kruis
erdoor” herinnert u aan uw verplichting, dat wanneer u
het apparaat vernietigt, het apparaat apart moet worden
ingezameld.
Consumenten moeten contact opnemen met de locale
autoriteiten voor informatie over de juiste wijze van
vernietiging van hun oude apparaat.
Energiebesparing en milieubesef
Door de oven te gebruiken vanaf het late middaguur tot
aan de vroege ochtend zorgt u ervoor dat uw
elektriciteitscentrale minder wordt belast tijdens het
'spitsuur'.
Houdt bij de functie GRILL altijd de ovendeur dicht: dit
om betere resultaten te bereiken en voor een betere
energiebesparing (circa 10%).
Houdt de afdichtingen altijd schoon zodat ze goed
aansluiten op de deur en er geen hitte vrij kan komen.
33
NL
3. pak de deur aan de
zijkanten beet en sluit hem
langzaam, maar niet helemaal.
Druk op de klemmen
FF
FF
F, trek
dan de deur naar u toe en haal
hem uit zijn voegen (zie
afbeelding).
Zet de deur weer op zijn plaats
door deze handelingen in
omgekeerde volgorde uit te
voeren.
Controleer de afdichtingen
Controleer regelmatig de staat van de afdichting
rondom de ovendeur. In het geval de afdichtingen
beschadigd zijn, dient u zich tot de dichtstbijzijnde
Technische Dienst te wenden ( zie Service). Gebruik
de oven niet voordat de reparatie is uitgevoerd.
Vervangen van het lampje
Voor het vervangen van het ovenlampje:
1. Schroef het glazen lampenkapje los.
2. Schroef het lampje los en vervang het met
eenzelfde soort lampje: sterkte 25W, fitting E 14.
3. Plaats het deksel er weer op ( zie afb.).
Service
! Wendt u nooit tot niet erkende monteurs.
Dit dient u door te geven:
Het soort storing;
het model oven (Mod.)
het serienummer (S/N)
Deze informatie bevindt zich op het typeplaatje op
het apparaat en/of op de verpakking.
De elektrische stroom afsluiten
Sluit altijd eerst de stroom af voordat u tot enige
handeling overgaat.
Schoonmaken van de oven
De buitenkant, dus zowel het email en het roestvrij
staal als de rubberen afdichtingen, kunnen met een
spons en een sopje worden afgenomen. Als de
vlekken moeilijk te verwijderen zijn, kunt u een
speciaal reinigingsmiddel gebruiken. Na het reinigen
dient u alles goed af te spoelen en te drogen. Gebruik
geen schuurmiddelen of bijtende producten.
De binnenkant van de oven kunt u het beste direct
na gebruik schoonmaken, als hij nog lauw is.
Gebruik warm water en een schoonmaakmiddel,
spoel vervolgens af en droog met een zachte doek.
Gebruik geen schuurmiddelen.
De accessoires kunnen gewoon worden
afgewassen (eventueel ook in de vaatwasser).
! Gebruik nooit stoom- of hogedrukreinigers voor het
reinigen van het apparaat.
De ovendeur reinigen
Reinig het glas van de deur met een spons en niet
schurende producten. Droog met een zachte doek.
Gebruik geen ruwe schurende materialen of scherpe
schrapertjes die het oppervlak zouden kunnen
krassen waardoor als gevolg het glas zou kunnen
barsten.
U kunt voor een grondige reiniging de
ovendeur verwijderen:
1. open de deur volledig (zie
afbeelding).
2. til de hendeltjes op die zich
aan de scharnieren bevinden
en draai ze
(zie afbeelding);
F
F
Onderhoud en verzorging

Documenttranscriptie

Gebruiksaanwijzing OVEN Samenvatting GB English,1 DE Deutsch, 34 FR Français, 12 GR NL Nederlands, 23 RS ÅëëçíéêÜ, 45 Русский, 56 Het installeren, 24-26 Plaatsing Elektrische aansluiting Typeplaatje Beschrijving van het apparaat, 27 Algemeen aanzicht Bedieningspaneel Starten en gebruik, 28 De oven starten Programma’s, 29-30 Kookprogramma’s Praktische kooktips Kooktabel HIM 50 EK.A HIM 50 EK.A IX Kookplaat, 31 Type kookplaat Aanzetten kookplaat glaskeramiek Praktische tips voor het gebruik van de glaskeramische kookplaat Voorzorgsmaatregelen en advies, 32 Algemene veiligheidsmaatregelen Afvalverwijdering Energiebesparing en milieubesef Onderhoud en verzorging, 33 De elektrische stroom afsluiten Schoonmaken van de oven De ovendeur reinigen Vervangen van het lampje Service NL Het installeren ! Bewaar dit boekje zorgvuldig voor eventuele verdere raadpleging. Wanneer u het product weggeeft, verkoopt, of wanneer u verhuist, dient u dit boekje bij de oven te bewaren zodat alle nodige informatie voorhanden blijft. ! Lees de gebruiksaanwijzingen zorgvuldig: er staat belangrijke informatie in over installatie, gebruik en veiligheid. Plaatsing Ventilatie Om een goede ventilatie te hebben is het noodzakelijk de achterkant van het meubel te verwijderen. Het verdient de voorkeur de oven op twee houten balken te plaatsen, of eventueel op een enkele plank die een opening heeft van tenminste 45 x 560 mm (zie afbeeldingen). . 560 mm 45 m m. ! Het verpakkingsmateriaal is niet bestemd voor kinderen en dient daarom te worden weggegooid volgens de geldende normen ( zie Voorzorgsmaatregelen en advies). ! De installatie moet worden uitgevoerd door een bevoegde installateur en volgens de instructies van de fabrikant. Een verkeerde installatie kan schade berokkenen aan personen, dieren of dingen. Inbouw Centreren en bevestigen Om het apparaat aan het keukenkastje te bevestigen: open de ovendeur en schroef de 4 houtschroeven in de 4 gaten in de zijrand. Voor een goede werking van het apparaat moet het keukenmeubel de juiste kenmerken hebben: • de zijkanten van de kastjes die aan de oven grenzen moeten hittebestendig zijn; • in het bijzonder moet, in geval van meubels met fineer, de lijm bestand zijn tegen temperaturen van 100°C; • voor het inbouwen van de oven, zowelonder het aanrecht ( zie figuur ) alsin stapelbouw, dient het meubel de volgende afmetingen te hebben: 580 39 500 +4 0 -0 560 +4 -0 48 in m in m 45 572 23 7 54 54 53 558 min 595 ! Nadat het apparaat is ingebouwd, mag er geen contact meer mogelijk zijn met de elektrische onderdelen. Het energieverbruik dat staat aangegeven op het typeplaatje is gebaseerd op dit soort installatie. 24 575-585 min 555 15 595 NL ! Alle beschermende onderdelen moeten zodanig worden bevestigd dat ze niet kunnen worden verwijderd zonder gereedschap te gebruiken. Elektrische aansluiting N NL 400V 3N~H05RR-F 5x2.5 CEI-UNEL 35363 L1 L2 L3 1 3 5 De keuken moet aan het elektrische net worden aangesloten. Deze functioneert met de wisselstroom, de spanning en de frequentie die aangegeven staan op het typeplaatje (zie volgende pagina). De kookplaat wordt aan het fornuis verbonden met een speciale aansluiting. Het klemmenbord is ingesteld voor een verbinding op een 400 V driefasenstroom (zie afbeeldingen onder). 2 4 INBOUWPLAAT Slechts op enkele modellen aanwezig P N L1 L2 BLAUW WIT ROOD GEEL L3 GROEN Als de elektrische installatie andere eigenschappen heeft (zie afbeeldingen onder), dient u de elektrische verbinding tot stand te brengen door middel van de verbindings-U-bouten in doos P. INBOUWFORNUIS N L 1 3 5 2 4 Nadat u de kookplaat heeft aangesloten, dient u de metalen bescherming weer op zijn plaats te doen. Als de kookplaat wordt verwijderd moet u de rode dop, die oorspronkelijk op de rode connector zat, weer op zijn plaats doen. 230V ~H05RR-F 3x4 CEI-UNEL 35363 Monteren voedingskabel 400V 2N~H05RR-F 4x4 CEI-UNEL 35363 L1 L2 1 3 2 4 2. De voedingskabel in werking stellen: maak de schroef van de kabelklem en de schroeven van de los, en bevestig de draden onder contacten L-Nde schroeven met inachtneming van de kleuren: Blauw (N) Bruin (L) Geel-Groen ( ). N 5 1. Licht de lipjes aan de zijkant van het deksel van het klemmenbord op met een schroevendraaier: trek het deksel van het klemmenbord open ( zie afb.). 3. Maak de voedingskabel vast aan de speciale kabelklem. 4. Maak het deksel van het klemmenbord dicht. 25 NL Het aansluiten van de voedingskabel aan het net Gebruik voor de voedingskabel een stekker die genormaliseerd is voor de lading aangegeven op het typeplaatje( zie hiernaast). Wanneer het apparaat rechtstreeks op het net wordt aangesloten moet men tussen het apparaat en het net een meerpolige schakelaar aanbrengen met een afstand tussen de contacten van minstens 3mm, aangepast aan het elektrische vermogen en voldoend aan de geldende normen (de aarding mag niet worden onderbroken door de schakelaar). De voedingskabel moet zodanig geplaatst worden dat hij nergens een temperatuur bereikt die 50°C hoger is dan de kamertemperatuur. ! Wanneer het apparaat geïnstalleerd is, moeten de snoer en het stopcontact makkelijk te bereiken zijn. ! De kabel mag niet worden gebogen of samengedrukt. ! De kabel moet van tijd tot tijd worden gecontroleerd en mag alleen door erkende monteurs worden vervangen ( zie Service). ! De fabrikant kan niet verantwoordelijkheid worden gesteld als deze normen niet worden nageleefd. ! De installateur is verantwoordelijk voor de correcte elektrische verbinding en het in acht nemen van de geldende veiligheidsnormen. Vóór het aansluiten moet u controleren dat: • het stopcontact geaard is en voldoet aan de geldende normen; • het stopcontact in staat is het maximale vermogen van het apparaat te verdragen, zoals aangegeven op het typeplaatje ( zie onder ); • de spanning zich bevindt tussen de waarden die staan aangegeven op het typeplaatje ( zie onder); • het stopcontact en de stekker overeenkomen. Als dat niet zo is, dient u ofwel de stekker ofwel het stopcontact te vervangen; gebruik geen verlengsnoeren of dubbelstekkers. TYPEPLAATJE Afmetingen breedte 43,5 cm. hoogte 32 cm. diepte 40 cm. Inhoud liter 56 Elektrische aansluitingen spanning 230V/400V~ 3N 50/60Hz maximum vermogen 9450W Richtlijn 2002/40/CE op etiket van elektrische ovens. Norm EN 50304 ENERGY LABEL Energieverbruik convectie Hetelucht verwarmingsfunctie: Multikoken Energieverbruik verklaring Klasse convectie Natuurlijk verwarmingsfunctie: Traditioneel Dit apparaat voldoet aan de volgende EU Richtlijnen: - 2006/95/EEG van 12/12/06 (laagspanning) en daaropvolgende wijzigingen; - 2004/108/EEG van 15/12/04 (elektromagnetische compatibiliteit) en daaropvolgende wijzigingen - 93/68/EEG van 22/07/93 en daaropvolgende wijzigingen - 2002/96/EC en daaropvolgende wijzigingen 26 Beschrijving van het apparaat Algemeen aanzicht NL GLEUVEN om roosters in te schuiven Bedieningspaneel positie 5 positie 4 positie 3 positie 2 positie 1 Rooster GRILL Rooster LEKPLAAT Bedieningspaneel Knop KOOKPLATEN DUBBELE DIAMETER Knop KOOKPLATEN Controlelampje KOOKPLATEN THERMOSTAATKNOP Controlelampje THERMOSTAAT Knop PROGRAMMA’S 27 Starten en gebruik NL ! Wij raden u aan bij het eerste gebruik de oven minstens een uur leeg te laten functioneren, op maximum temperatuur en met de deur dicht. Nadat u de oven hebt uitgedaan, opent u de ovendeur en lucht u het vertrek. De lucht die u ruikt komt door het verdampen van de middelen die worden gebruikt om de oven te beschermen. De oven starten 1. Door aan de knop PROGRAMMA’S te draaien kunt u het gewenste kookprogramma kiezen. 2. Kies de temperatuur door aan de knop THERMOSTAAT te draaien. Een lijst met kooktijden en aanbevolen kooktemperaturen kunt u terugvinden in de Kooktabel (zie Programma’s). 3. Als het controlelampje THERMOSTAAT aan is, bevindt de oven zich in de verwarmingsfase en is bezig de ingestelde temperatuur te bereiken. 4. Tijdens het koken kunt u nog altijd: - het kookprogramma veranderen met behulp van de knop PROGRAMMA’S; - de temperatuur veranderen met behulp van de knop THERMOSTAAT; - het koken onderbreken door de knop PROGRAMMA’S weer op stand “0” te zetten. ! Zet nooit voorwerpen op de bodem van de oven; u riskeert hiermee het email te beschadigen. ! Plaats de ovenschalen altijd op bijgeleverde roosters. 28 Ventilator Teneinde de hitte aan de buitenkant van de oven te beperken, zijn enkele modellen voorzien van een ventilator. Hierdoor ontstaat een luchtstroom die tussen het bedieningspaneel en de ovendeur naar buiten komt. ! Aan het einde van de kooktijd blijft de ventilator draaien totdat de oven voldoende is afgekoeld. Ovenverlichting Deze gaat werken door de knop PROGRAMMA’S op te draaien. Ze blijft aan wanneer u een kookprogramma selecteert. Programma’s Kookprogramma’s ! Per tutti i programmi è impostabile una temperatura tra 60°C e MAX, tranne: • GRILL (hierbij is het aanbevolen alleen MAX te gebruiken); • GRATINEREN (hierbij is het aanbevolen niet meer dan 200°C in te stellen). Programma TRADITIONELE OVEN De onderste en bovenste verwarmingselementen gaan aan. Met deze traditionele kookwijze is het beter een enkel rooster te gebruiken: met meerdere roosters riskeert u een slechte temperatuursverspreiding. Programma MULTIKOKEN Alle verwarmingselementen gaan aan (onder, boven en cirkelvormig) en de ventilator gaat draaien. Aangezien de warmte in de hele oven constant is, zorgt de lucht dat de gerechten op gelijkmatige wijze gekookt en gebakken worden. Hierbij is het mogelijk maximaal twee roosters tegelijk te gebruiken. Programma GRATINEREN NL Het bovenste verwarmingselement gaat aan en de ventilator gaat draaien. Hiermee wordt de rechtstreekse bovenhitte van de grill gecombineerd met de circulatie van de lucht in de oven. Eventueel verbranden van de buitenkant wordt zo vermeden; de warmte dringt gemakkelijker door naar de binnenkant. Kook met de ovendeur dicht. Praktische kooktips ! Gebruik voor het koken met de heteluchtoven nooit de standen 1 en 5: de hete lucht zou fijne gerechten kunnen verbranden. ! Bij de functies GRILL of GRATINEREN raden wij u aan de lekplaat op stand 1 te zetten om eventueel vet of jus op te vangen. MULTIKOKEN • Gebruik de standen 2 en 4, en plaats de gerechten die meer warmte nodig hebben op stand 2. • Plaats de lekplaat op de onderste stand en de grill op de hoogste. Programma OVEN BOVEN GRILL Si accende l’elemento riscaldante superiore. Deze functies kunnen worden gebruikt voor het afmaken van een gerecht. Programma GRILL Het bovenste verwarmingselement gaat aan. De hoge en rechtstreekse hitte bruint de oppervlakten van het vlees onmiddelijk zodat er geen vocht verloren gaat en de binnenkant mals blijft. Het koken onder de grill is vooral aan te raden voor gerechten die een hoge temperatuur aan de bovenkant nodig hebben: biefstuk, entrecôte, filet, hamburger etc... U vindt enkele voorbeelden in de tabel “Praktische raadgevingen voor het koken”. Kook met de ovendeur dicht. • Plaats de grill op stand 3 of 4, plaats de gerechten op het midden van de grill. • We raden u aan het energieniveau op de hoogste stand te zetten. Het is normaal dat het bovenste verwarmingselement niet constant aan blijft: zijn werking wordt geregeld door een thermostaat. PIZZA • Per una buona cottura della pizza ultilizzate il programma MULTICOTTURA. • Gebruik een lichte aluminium ovenschaal en zet hem op het bijgeleverde ovenrooster. Bij gebruik van de bakplaat duurt het langer en krijgt u waarschijnlijk geen krokante pizza. • Bij zeer gevulde pizza’s raden wij aan de mozzarella of andere kaas pas halverwege de kooktijd toe te voegen. 29 NL Kooktabel Programma's Traditionele oven Multikoken Oven Boven Grill Gratineren 30 Gerechten Eend Braadstuk Varkensrollade Koekjes (kruimeldeeg) Taarten Pizza (op 2 roosters) Lasagne Lamsvlees Kip + gebakken aardappels Makreel Plum-cake Soesjes (op 2 roosters) Koekjes (op 2 roosters) Cake (op 1 rooster) Cake (op 2 roosters) Quiche Afmaken van het gerecht Tong en inktvis Calamari- en garnalenspiesjes Kabeljauwfilet Gegrilde groenten Kalfsbiefstuk Koteletten Hamburgers Makreel Toast Gegrilde kip Inktvis Gewicht Voorverwarming Roosterstanden (kg) (minuten) Aangeraden temperatuur Kooktijd (minuten) 1 1 1 1 1 1 1 1+1 1 1 0.5 0.5 0.5 1 1.5 3 3 3 3 3 2 en 4 3 2 2 en 4 2 2 2 en 4 2 en 4 2 2 en 4 3 15 15 15 15 15 15 10 10 15 10 10 10 10 10 10 15 200 200 200 180 180 230 180 180 200 180 170 190 180 170 170 200 65-75 70-75 70-80 15-20 30-35 15-20 30-35 40-45 60-70 30-35 40-50 20-25 10-15 15-20 20-25 25-30 - 3/4 15 220 - 1 1 1 1 1 1 1 1 n.° 4 1.5 1.5 4 4 4 3 of 4 4 4 4 4 4 2 2 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 Max Max Max Max Max Max Max Max Max 200 200 8-10 6-8 10 10-15 15-20 15-20 7-10 15-20 2-3 55-60 30-35 Kookplaat Type kookplaten Aangeraden stroomsterktes voor verschillend gebruik: Bij de oven hoort een kookplaat die samengesteld kan zijn uit twee verschillende verwarmingselementen: elektrische kookplaten van gietijzer (zie afbeelding 1) of glaskeramische kookplaten die zowel traditioneel kunnen zijn (zie afbeelding 2) als verlengbaar (zie afbeelding 3). afbeelding 1 Pos. NL Stralingsplaat 0 Uit 1 Boter, chocolade smelten. 2 Opwarmen vloeistoffen. 3 4 Vla en sausen. 5 A A B afbeelding 3 afbeelding 2 A A A B C A C 6 Aan de kook brengen. 7 8 Braadstukken. 9 Aanzetten kookplaat glaskeramiek Traditioneel kookgedeelte De traditionele straalelementen (A) zijn gemaakt van cirkelvormige verwarmingselementen die pas zo’n tiental seconden na ontsteking rood worden. Ieder kookgedeelte heeft zijn eigen bedieningsknop waarmee u 12 verschillende temperaturen kunt kiezen, met een minimumwaarde van 1 tot een maximumwaarde van 12. Verlengbaar kookgedeelte De verlengbare straalelementen (B) herkent u aan het dubbele verwarmingsgedeelte. U kunt alleen het binnenste gedeelte aansteken of beide gedeelten. Door middel van de bedieningsknop kunt u kiezen tussen twee stroomsterktes; deze gaan beide van een minimumwaarde van 1 tot een maximumwaarde van 12: • door de knop met de klok mee te draaien van 1 naar 12 stelt u een lagere stroomsterkte in. • door de knop te draaien tot aan het einde (A), te herkennen aan een lichte klik, stelt u de maximum stroomsterkte in, die geregeld kan worden tussen 12 en 1 door de knop tegen de klok in te draaien. Om de minimum stroomsterkte weer in te stellen, moet u de knop weer op stand 0 terugbrengen. In het geval van dubbele kookgedeeltes, zal het eerste deel van de draaiing het kleinere (binnenste) kookgedeelte activeren. Om zowel het binnenste als het buitenste gedeelte te activeren moet u de knop tot aan het einde doordraaien (A) en een stroomsterkte kiezen tussen 12 en 1. Controlelampje resterende warmte (slechts op enkele modellen aanwezig) De warmtecontrolelampjes (C) geven aan dat het betreffende kookgedeelte warmer is dan 60°C, ook nadat het verwarmingselement is uitgeschakeld. 10 Groot stoofvlees. 11 12 Bakken. A Inschakeling van beide kookzones. Praktische tips voor het gebruik van de glaskeramische kookplaat ! De lijm die gebruikt is voor de afdichtingen laat wat vetvlekjes achter op het glas. Voordat u de kookplaat gebruikt, raden wij u aan de vlekken te verwijderen met een niet-schurend schoonmaakmiddel. Gedurende de eerste uren van gebruik is het mogelijk dat u een rubbergeur ruikt, die echter snel wegtrekt. Teneinde optimale resultaten te bereiken van de kookplaat: • gebruik pannen met een platte bodem die perfect aansluiten aan het verwarmgedeelte; • gebruik pannen die groot genoeg zijn om de kookplaat geheel te bedekken teneinde alle beschikbare hitte te benutten; • houdt de bodem van de pannen altijd schoon en droog zodat ze goed aansluiten op het kookvlak. Dit verlengt de levensduur van zowel de pannen als het kookgedeelte. • vermijdt dezelfde pannen te gebruiken die u ook op een gasfornuis gebruikt: de warmteconcentratie van gasbranders kan de bodem van pannen vervormen, waardoor ze niet goed meer aansluiten; • laat nooit een kookgedeelte aan staan zonder een pan erop. De verhitting, die snel het maximum niveau bereikt, zou de verwarmingselementen kunnen beschadigen. 31 Voorzorgsmaatregelen en advies NL ! Dit apparaat is ontworpen en vervaardigd volgens de geldende internationale veiligheidsvoorschriften. Deze aanwijzingen zijn geschreven voor uw veiligheid en u dient ze derhalve goed door te nemen. • Algemene veiligheidsmaatregelen • Dit apparaat is vervaardigd voor niet-professioneel gebruik binnenshuis. • Het apparaat dient niet buitenshuis te worden geplaatst, ook niet in overdekte toestand. Het is erg gevaarlijk als het in aanraking komt met regen of als het onweert. • Maak gebruik van de handgrepen aan de zijkant van de oven als u het apparaat moet verplaatsen. • Raak de oven niet blootsvoets of met natte handen of voeten aan. • Het apparaat dient gebruikt te worden om voedsel te bereiden. Het mag uitsluitend door volwassenen worden gebruikt en alleen volgens de instructies die in deze handleiding beschreven staan. Elk ander gebruik (bv.: verwarming van ruimten) is als oneigenlijk te beschouwen en dus gevaarlijk. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade die te wijten is aan onjuist, verkeerd of onredelijk gebruik. • Gedurende het gebruik van de oven worden de verwarmingselementen en enkele delen van de ovendeur heet. Raak er niet aan en houd de kinderen op een afstand. • Voorkom dat elektrische snoeren van andere kleine keukenapparaten op warme delen van de oven terechtkomen. • Laat de ventilatieopeningen en warmteafvoer vrij. • Pak het handvat van de ovendeur alleen in het midden vast: aan de zijkant zou het heet kunnen zijn. • Gebruik altijd ovenwanten om gerechten in de oven te zetten en eruit te halen. • Plaats geen aluminiumfolie op de bodem van de oven. • Plaats geen brandbaar materiaal in de oven: als de oven plotseling aan zou worden gezet, zou dit materiaal vlam kunnen vatten. • Controleer altijd dat de knoppen in de positie “”/“” staan als het fornuis niet gebruikt wordt. • Haal de stekker nooit uit het stopcontact door aan het snoer te trekken. • Maak de oven niet schoon of voer geen onderhoud uit als de stekker nog in het stopcontact zit. • Als de oven defect is, mag u nooit aan het interne systeem sleutelen om een reparatie proberen uit te voeren. Neem contact op met de Technische Dienst (zie Service). • Plaats geen zware voorwerpen op de open ovendeur. • De glaskeramische kookplaat is bestand tegen mechanische stoten. Hij kan echter worden beschadigd 32 • • • (of barsten) als hij wordt geraakt door een puntig object, bijvoorbeeld door gereedschap. Als dit gebeurt, moet u onmiddellijk het apparaat afsluiten van de elektrische stroom en contact opnemen met de Technische Dienst. Vergeet niet dat de temperatuur in het kookgedeelte aanzienlijk hoog blijft tot minstens 30 minuten nadat het wordt uitgeschakeld. Houdt voorwerpen die kunnen smelten op afstand van de kookplaat, zoals b.v. plastic, aluminium of suikerhoudende etenswaren. Let vooral op plastic of aluminium verpakkingen of folie: als u ze op het nog warme of lauwe kookvlak neerlegt, kunt u een zware schade aanrichten. Dit apparaat mag niet worden gebruikt door personen (kinderen inbegrepen) met een beperkt lichamelijk, sensorieel of geestelijk vermogen of personen die niet de nodige ervaring of kennis hebben met het apparaat, tenzij onder toezicht van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of nadat hun is uitgelegd hoe het apparaat werkt. Voorkom dat kinderen met het apparaat spelen. Afvalverwijdering • Verwijdering van het verpakkingsmateriaal: houdt u aan de plaatselijke normen, zodat het verpakkingsmateriaal hergebruikt kan worden. • VDe Europese Richtlijn 2002/96/EC over Vernietiging van Electrische en Electronische Apparatuur (WEEE), vereist dat oude huishoudelijke electrische apparaten niet mogen vernietigd via de normale ongesorteerde afvalstroom. Oude apparaten moeten apart worden ingezameld om zo het hergebruik van de gebruikte materialen te optimaliseren en de negatieve invloed op de gezondheid en het milieu te reduceren. Het symbool op het product van de “afvalcontainer met een kruis erdoor” herinnert u aan uw verplichting, dat wanneer u het apparaat vernietigt, het apparaat apart moet worden ingezameld. Consumenten moeten contact opnemen met de locale autoriteiten voor informatie over de juiste wijze van vernietiging van hun oude apparaat. Energiebesparing en milieubesef • Door de oven te gebruiken vanaf het late middaguur tot aan de vroege ochtend zorgt u ervoor dat uw elektriciteitscentrale minder wordt belast tijdens het 'spitsuur'. • Houdt bij de functie GRILL altijd de ovendeur dicht: dit om betere resultaten te bereiken en voor een betere energiebesparing (circa 10%). • Houdt de afdichtingen altijd schoon zodat ze goed aansluiten op de deur en er geen hitte vrij kan komen. Onderhoud en verzorging De elektrische stroom afsluiten Sluit altijd eerst de stroom af voordat u tot enige handeling overgaat. F Schoonmaken van de oven • De buitenkant, dus zowel het email en het roestvrij staal als de rubberen afdichtingen, kunnen met een spons en een sopje worden afgenomen. Als de vlekken moeilijk te verwijderen zijn, kunt u een speciaal reinigingsmiddel gebruiken. Na het reinigen dient u alles goed af te spoelen en te drogen. Gebruik geen schuurmiddelen of bijtende producten. • De binnenkant van de oven kunt u het beste direct na gebruik schoonmaken, als hij nog lauw is. Gebruik warm water en een schoonmaakmiddel, spoel vervolgens af en droog met een zachte doek. Gebruik geen schuurmiddelen. • De accessoires kunnen gewoon worden afgewassen (eventueel ook in de vaatwasser). ! Gebruik nooit stoom- of hogedrukreinigers voor het reinigen van het apparaat. 3. pak de deur aan de zijkanten beet en sluit hem langzaam, maar niet helemaal. Druk op de klemmen F, trek dan de deur naar u toe en haal hem uit zijn voegen (zie afbeelding). Zet de deur weer op zijn plaats door deze handelingen in omgekeerde volgorde uit te voeren. Controleer de afdichtingen Controleer regelmatig de staat van de afdichting rondom de ovendeur. In het geval de afdichtingen beschadigd zijn, dient u zich tot de dichtstbijzijnde Technische Dienst te wenden ( zie Service). Gebruik de oven niet voordat de reparatie is uitgevoerd. Vervangen van het lampje Voor het vervangen van het ovenlampje: De ovendeur reinigen Reinig het glas van de deur met een spons en niet schurende producten. Droog met een zachte doek. Gebruik geen ruwe schurende materialen of scherpe schrapertjes die het oppervlak zouden kunnen krassen waardoor als gevolg het glas zou kunnen barsten. U kunt voor een grondige reiniging de ovendeur verwijderen: 1. open de deur volledig (zie afbeelding). 1. Schroef het glazen lampenkapje los. 2. Schroef het lampje los en vervang het met eenzelfde soort lampje: sterkte 25W, fitting E 14. 3. Plaats het deksel er weer op ( zie afb.). Service F 2. til de hendeltjes op die zich aan de scharnieren bevinden en draai ze (zie afbeelding); ! Wendt u nooit tot niet erkende monteurs. Dit dient u door te geven: • Het soort storing; • het model oven (Mod.) • het serienummer (S/N) Deze informatie bevindt zich op het typeplaatje op het apparaat en/of op de verpakking. 33 NL
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68

Indesit HIM 506 EK.A IX de handleiding

Categorie
Ovens
Type
de handleiding